CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 3 Milieueffectrapport.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein32.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Alternatief

Score

Basisalternatief

0

Betekenis Geen effect op waterveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie

Duurzaam

alternatief

0

Geen effect op waterveiligheid ten opzichte van de

referentiesituatie

74/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

14 Klimaat en Duurzaamheid 14.1

Uitgangspunten

De duurzaamheidsvisie Urk 2050 beschrijft op welke manier de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen zijn. Urk richt zich daarbij op de thema’s: Energie, Circulaire economie, Klimaatadaptatie en Mobiliteit. In dit hoofdstuk is een splitsing gemaakt in de beoordelingscriteria duurzaam energiegebruik en hittestress & wateroverlast.

14.1.2 Hittestress en wateroverlast Door opwarming van de aarde verandert het klimaat. Dit leidt in Nederland tot meer extremen in het weerbeeld. Er zullen zwaardere buien optreden waardoor lokaal wateroverlast kan ontstaan. Ook kunnen door opwarming van de aarde vaker of voor langere tijd hittegolven ontstaan. Boven een zekere grens leiden hoge temperaturen tot hittestress. Deze hittestress kan leiden tot een

14.1.1 Duurzaam energiegebruik Urk streeft ernaar in 2050 voor 95% CO2 neutraal te zijn met als tussenstap in

verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan ook tot serieuze hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid,

2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990. CO2 neutraal wil zeggen dat de gebruikte energie volledig wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Een overgang naar een duurzame energievoorziening is belangrijk om

beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen43. Alle gemeenten en provincies in Nederland zijn verplicht in kaart te brengen of zij in 2050 Klimaatrobuust kunnen zijn. Gemeente Urk heeft samen met waterschap Zuiderzeeland een

klimaatverandering tegen te gaan42. De duurzaamheidsvisie van Urk is in lijn met het landelijke klimaatakkoord waarin wordt gestreefd naar terugdringen van broeikasgassen en toename van duurzaam energiegebruik. Een leidraad op

klimaatstresstest gedaan. Daarnaast streeft Urk in haar Duurzaamheidsvisie naar 100% klimaatrobuustheid in 2050. Dit betekent dat extreem weer geen schade aan personen, gebouwen, infrastructuur of vitale functies veroorzaakt en

deze weg vormt de trias energetica, de drie belangrijke stappen die gemeente Urk de komende jaren wil nemen: • Energie besparen

men op Urk geen gezondheidsrisico’s loopt als gevolg van klimaatveranderingen. Ze wil klimaatbewuste nieuwe ontwikkelingen en daarom wordt getoetst wat de effecten van het binnendijks bedrijventerrein zijn op

• •

hittestress en wateroverlast.

Het benutten van hernieuwbare bronnen Het zodanig gebruiken van onvermijdbare koolstofbronnen dat zo min mogelijk CO2 uitstoot wordt veroorzaakt

Het binnendijks bedrijventerrein kan bijdragen aan deze doelen. In dit onderdeel wordt voor het bedrijventerrein getoetst of de duurzaamheidsdoelen worden gehaald.

42

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie Urk 2050

43

Wageningen University 2019, Hittestress in Nederlandse Steden, artikel in resource 75/90

Kenmerk

14.2

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Methode onderzoek

Tabel 14-1 Beoordelingsschaal duurzaam energiegebruik

14.2.1 Duurzaam energiegebruik In voorgaande thema’s werden de varianten voor het bedrijventerrein vergeleken met de referentiesituatie. Vergelijking van het bedrijventerrein met

Score

Betekenis

++

Doelstelling duurzaamheid volledig gehaald

+

Doelstelling duurzaamheid bijna volledig gehaald.

een akkerland geeft echter niet de juiste inzichten in beoordeling van het thema klimaat en duurzaamheid. In dit hoofdstuk worden de varianten daarom getoetst aan het bereik van de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Urk. Gemeente Urk heeft een klimaatstresstest gedaan. Dit heeft geleid tot maatregelen om het binnendijks bedrijventerrein te verduurzamen. Voor het basisalternatief wordt uitgegaan van een traditionele inrichting van het

0

Bedrijventerrein gebruikt deels duurzaam energie en draagt bij aan

14.2.2

bedrijventerrein zonder duurzaamheidsmaatregelen. In de beoordeling van het duurzame alternatief wordt uitgegaan van implementatie van maatregelen uit de stresstest. Vanuit de geplande inrichting van het terrein wordt bekeken in

In het stedenbouwkundig plan van het bedrijventerrein is de globale inrichting van het terrein weergegeven. Vanuit de klimaatstresstest zijn ideeën bedacht om het terrein duurzamer en klimaatbestendiger in te richten. Bij het duurzame

hoeverre de ontwikkeling bijdraagt aan duurzaam energiegebruik en daarmee aan de doelen uit de duurzaamheidsvisie van Urk. Omdat het in de huidige situatie niet te beoordelen is of het bedrijventerrein in 2050 CO2-neutraal is,

alternatief wordt uitgegaan van implementatie van deze maatregelen. Bij het basisalternatief is alleen aandacht voor de reguliere verplichte watercompensatie bij verharding. Andere klimaatmaatregelen zijn hierin niet

richt deze beoordeling zich op de drie elementen uit de leidraad die gemeente Urk voor de komende jaren heeft benoemd (energie besparen, hernieuwbare bronnen benutten en zo min mogelijk CO2 uitstoten bij koolstofbronnen). Wordt

voorzien. De methode van beoordeling is het vergelijken van de inrichting van het bedrijventerrein met de doelstellingen voor klimaatrobuustheid. Er wordt getoetst of de inrichting van het bedrijventerrein leidt tot hittestress en

de doelstelling bij benadering gehaald dan volgt een positieve beoordeling. Een negatieve beoordeling volgt wanneer het bedrijventerrein voor het grootste deel nog afhankelijk is van fossiele bronnen (dus bv. volledige verwarming op gas en

wateroverlast waardoor schade aan personen, gebouwen, infrastructuur of vitale functies ontstaan en men gezondheidsrisico’s loopt. De kans op wateroverlast en schade daardoor neemt namelijk toe bij een groter verhard oppervlak.

slechts enkele kleine hernieuwbare bronnen).

Hetzelfde geldt voor gezondheidsrisico’s door hittestress waarbij ook de bebouwingsdichtheid en aanwezigheid van groen en water op het terrein belangrijke factoren zijn. Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria.

Voor een beoordeling van klimaat en duurzaamheid wordt gewerkt met een

doelstelling -

Bedrijventerrein gebruikt voornamelijk fossiele energie

--

Bedrijventerrein gebruikt volledig fossiele energie

Hittestress en wateroverlast

kwalitatieve toetsing op basis van de verplichtingen die het bestemmingsplan voor duurzaamheid voorschrijft. Ook wordt gekeken in hoeverre de maatregelen uit de klimaatstresstest worden toegepast in beide alternatieven.

76/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 14-2 Beoordelingsschaal hittestress en wateroverlast

14.3.2

Score

Betekenis

++

Door maatregelen leidt hittestress en wateroverlast niet tot schade of

Het is onzeker hoe het toekomstige klimaat er precies uit ziet. Op basis van de wereldwijde temperatuurstijging heeft het KNMI vier klimaatscenario’s ontwikkeld voor Nederland. In de G-scenario’s (Gematigd) is er sprake van 1°C

gezondheidsrisico’s. +

Door maatregelen leidt hittestress en wateroverlast nauwelijks tot

schade of gezondheidsrisico’s 0

Maatregelen hebben geen impact op hittestress en wateroverlast

-

Risico op schade of gezondheidsrisico’s door hittestress en

--

Groot risico op schade of gezondheidsrisico’s door hittestress en

wateroverlast op bedrijventerrein

wateroverlast op bedrijventerrein

14.3

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)

14.3.1 Duurzaam energiegebruik In de huidige situatie bestaat het gebied uit akkerland en een aantal boerderijen. Echter wordt de beoordeling in dit thema niet gedaan door de nieuwe situatie te vergelijken met de referentiesituatie. Er wordt getoetst of het energiegebruik op het bedrijventerrein bijdraagt aan het besparen van energie, opwekken van hernieuwbare energie en beperken van CO2 uitstoot. Dit alles met de doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn. De autonome ontwikkelingen betreffen vooral woningbouwprojecten elders en leiden niet tot een ander energiegebruik in het plangebied.

Hittestress en wateroverlast

mondiale temperatuurstijging in 2050 en in de W-scenario’s (Warm) is er sprake van 2°C stijging in 2050 ten opzichte van 1981-2010. In de GH en de WHscenario’s is er daarnaast ook sprake van verandering van luchtstromingspatronen waardoor bijvoorbeeld de zomers droger worden. Samen geven de scenario’s de hoekpunten weer waarbinnen klimaatverandering waarschijnlijk zal plaatsvinden44. Het plangebied is in de huidige situatie niet gevoelig voor hittestress en wateroverlast. Op de kaart van het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) staat dat de luchttemperatuur in het plangebied in de huidige situatie 0-0,4 °C warmer is dan het omliggende landelijk gebied. Voor het bedrijventerrein Zwolsehoek is dit 0,4 - 0,8 °C hoger dan het landelijk gebied.45

14.4

Effectbeoordeling

14.4.1 Duurzaam energiegebruik Van duurzaam energiegebruik is in het basisalternatief geen sprake. In die variant zijn bedrijven en kantoren namelijk op gas zijn aangesloten en worden geen extra duurzaamheidsmaatregelen genomen. Het gebruik van energie door fossiele bronnen neemt enorm toe. Het basisalternatief draagt niet bij aan de doelen van gemeente Urk om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Deze variant wordt zeer negatief beoordeeld voor het criterium duurzaam energiegebruik (--). Bij het duurzame alternatief is het bedrijventerrein gasloos verwarmd. In de planregels van het bestemmingsplan is opgenomen dat een aansluiting op een voorziening voor aardgas, olie of andere fossiele brandstoffen verboden is. De

44 KNMI (2014): KNMI’14: Climate Change scenarios for the 21st Century – A Netherlands perspective

45

Stedelijk hitte-eiland effect (UHI). Atlas voor de leefomgeving 77/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

verwarming van bedrijven vindt plaats door een warmtenet en duurzaam opgewekte energie. Daarnaast worden ook de volgende maatregelen geïmplementeerd: • Aanleg van zonnepanelen op de daken van bedrijven (met beleidsregels

•

•

•

rekening gehouden met een vrij liggend fietspad die waar mogelijk aansluit op de bestaande fietsstructuur van Urk) In de profielbreedtes is bovendien rekening gehouden met ruimte voor een warmtenet. Overige maatregelen voor duurzaam energiegebruik en

voor duurzaamheid wordt afgedwongen dat daken van (delen van) bedrijven voldoende draagkracht hiervoor hebben). Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is mogelijk gemaakt “het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit met gebruik van zonnepanelen op daken en overkappingen”. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is een afwijkingsbevoegdheid voor B&W opgenomen om een

klimaatadaptatie zijn waarschijnlijk maar worden nader ingevuld in overleg met de bedrijven die zich vestigen. De genoemde maatregelen moeten bijdragen aan een CO2-reductie op het bedrijventerrein. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met brede leidingstraten om diverse leidingen en een warmtenet mogelijk te maken.

omgevingsvergunning voor het bouwen van zonnepanelen op maaiveld te verlenen Het gebruik van duurzame brandstoffen wordt gestimuleerd. Zo wordt de

In zowel de aanlegfase als gebruiksfase van het bedrijventerrein is ook sprake van niet-duurzaam duurzaam energiegebruik. De inzet van werktuigen voor de bouw van bedrijven en de aantrekking van (vracht)verkeer naar het

vestiging van een tankstation voor de verkoop van duurzame brandstoffen (lng, cng en waterstof) mogelijk gemaakt. In de regels van het bestemmingsplan is een verkooppunt van motorbrandstoffen toegestaan

bedrijventerrein leidt ook tot extra uitstoot van fossiele brandstoffen. Echter het grootste deel van het energieverbruik op het bedrijventerrein wordt in deze variant duurzaam vormgegeven. De duurzaamheidsmaatregelen en de invulling

waarbij ook lpg, lng, cng, en/of waterstof verkocht mag worden Centrale wagenpool (er wordt een truckparking toegestaan). Gezien de aanwezigheid van de A6 in de nabijheid van het plangebied en het

van het bedrijventerrein in het duurzame alternatief dragen bij aan het besparen van energie, benutten van hernieuwbare bronnen en het zo inrichten van koolstofbronnen dat zo min mogelijk CO2 uitstoot wordt veroorzaakt. Of hiermee

ontbreken van voldoende truckersparkeerplaatsen in de regio, biedt dit bedrijventerrein ruimte aan een truckersparkeerplaats. Op deze parkeerplaats is ruimte voor langparkeren van vrachtwagens. Hiermee

een CO2-neutraal bedrijventerrein in 2050 wordt gerealiseerd is echter nog onzeker. Wel draagt het duurzame alternatief voor een groot deel bij aan deze doelstelling. Netto leidt het duurzame alternatief tot een positieve beoordeling.

bestaat er minder noodzaak tot het parkeren van vrachtwagens elders op willekeurige plekken op Urk. Dit wordt geborgd in de regels waarin één truckersparkeerplaats is toegestaan met een omvang van maximaal 33.000

Tabel 14-3 Beoordeling effect op duurzaam energiegebruik

m2 Snelle fietsverbinding. Een veilige fietsstructuur is onderdeel van het stedenbouwkundig plan. In de profielbreedte van de wegstructuur en is

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

--

Bedrijventerrein gebruikt volledig fossiele energie

Duurzaam

+

Doelstelling duurzaamheid bijna volledig gehaald.

alternatief

78/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Een mitigerende maatregel om het basisalternatief minder negatief te laten

en fietsers verbeteren. Beplanting zorgt voor schaduwwerking waardoor

scoren is het implementeren van duurzaamheidsmaatregelen zoals het opwekken van groene energie en het gasloos verwarmen van gebouwen. Echter is dat juist wat beide varianten hier onderscheid waardoor het verschil in

hittestress afneemt.

beoordeling hier zo duidelijk is. Een zeer positieve beoordeling voor het duurzame alternatief is te behalen wanneer in bestemmingsplan geborgd wordt dat bedrijven volledig duurzaam energieverbruik moeten hebben. 14.4.2 Hittestress en wateroverlast In de toekomstige situatie zal het gebied worden bebouwd met bedrijven en kantoren. Deze verdichting kan leiden tot hittestress en wateroverlast. Door het grote percentage verhard oppervlak kan water minder snel infiltreren of afgevoerd worden waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. Door hoge en dichte bebouwing blijft nachts de warmte minder makkelijk rechtstreeks weg. Warmtestraling kan namelijk het best ontsnappen als het in alle richtingen kan verspreiden. Ook is er minder vegetatie die voor verkoeling zorgt. In het basisalternatief wordt ruim voldaan aan de compensatie van verhard oppervlak Vanuit watercompensatieberekeningen is bepaald welk oppervlak aan wateropvang nodig is. Dit wordt gerealiseerd in de watergangen zoals het stedenbouwkundig plan vertoond (zie figuur 14.1). Ook worden de wegen in het gebied omlijnt met beplanting. Deze beplanting kan in warme periodes de temperatuur op straatniveau verlagen en het thermisch comfort van voetgangers

Figuur 14-1. Stedenbouwkundig plan ondergrond bedrijventerrein

79/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Figuur 14.2 toont een uitsnede van de hittekaart gevoelstemperatuur. De kaart

langer optreden en buien extremere vormen aannemen zal de reguliere

laat de lokale gevoelstemperatuur zien op een extreem hete zomermiddag.

watercompensatie en groenaanleg voor het bedrijventerrein onvoldoende zijn om wateroverlast en hittestress te voorkomen. Het basisalternatief zorgt niet voor extra borging van klimaatadaptatie in het bestemmingsplan. Het basisalternatief (met alleen de verplichte/reguliere watercompensatie en groenaanleg) is daarom negatief beoordeeld (-). In het duurzame alternatief is ruimte voor extra maatregelen voor klimaatadaptatie. Uit de stresstest van gemeente Urk zijn een aantal adaptieve maatregelen geselecteerd die nog verder uitgewerkt worden. Dit betreft onder andere de aanleg van groen en waterberging op eigen terrein en de aanleg van groen op bebouwing. In het duurzame alternatief gaat de gemeente deze maatregelen uit de stresstest in het bestemmingsplan borgen en daarmee voorkomen dat effecten van hitte stress en wateroverlast optreden. Zo wordt er in het plan overeenkomstig de normen van het waterschap 5,4 hectare water geborgen. Omdat het vollopen van kelders niet wenselijk is, is in dit bestemmingsplan het bouwen van laaddocks onder maaiveld uitgesloten. Andere klimaatadaptieve maatregelen die toegejuicht worden zijn; vegetatiedaken, half verhard parkeren, opvang van regenwater voor hergebruik op eigen perceel of in het pand en het planten van bomen op eigen perceel.

Het voorkomen van volledige verharding is opgenomen dat maximaal 80% van het onbebouwde deel van het bouwperceel mag worden verhard, waarbij dit percentage mag worden overschreden mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een

Figuur 14-2 Hittekaart gevoelstemperatuur (Bron: Klimaateffectatlas)

vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel. Dit leidt tot een positieve beoordeling voor het duurzame alternatief (+).

De figuur toont het verschil tussen de temperatuur in het landelijk gebied (plangebied in huidige situatie) en bedrijventerrein Zwolsehoek (vergelijkbaar met plangebied in toekomstige situatie). Gezien de perioden van extreme warmte en hevigere buien leidt de inrichting van het gebied als bedrijventerrein tot een toename van hittestress en wateroverlast. Doordat hittegolven vaker en 80/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 14-4 Beoordeling effect op hittestress en wateroverlast

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

Risico op schade of gezondheidsrisico’s door hittestress en wateroverlast op bedrijventerrein

Duurzaam

alternatief

+

Door maatregelen leidt hittestress en wateroverlast nauwelijks

tot schade of gezondheidsrisico’s

De mitigerende maatregelen zijn bovenstaand al benoemd. Voor een minder negatieve beoordeling van het basisalternatief zal het bedrijventerrein meer ruimte moeten bieden voor groen (grasvelden, struiken en boombeplanting) en wateroppervlak. Dit verkleint namelijk de kans op wateroverlast en hittestress. Bovendien moeten deze maatregelen in het bestemmingsplan voldoende geborgd zijn zodat bedrijven zich er ook aan moet houden.

81/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

15 Overige milieuaspecten 15.1

Uitgangspunten

gevoelig gebouw. Dit komt neer op maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. De volgende gebouwen zijn door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) gedefinieerd als gevoelige objecten: • Woningen

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de veiligheid van personen die zelf niet direct betrokken zijn bij risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen (risicobronnen), maar als gevolg van die activiteiten wel risico kunnen lopen. Het beleid in Nederland is voor de verschillende typen risicobronnen in verschillende besluiten vastgelegd. In het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)46 zijn de

• Onderwijsgebouwen • Verzorgingstehuizen • Psychiatrische inrichtingen • Kinderdagverblijven • Woonwegstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen Als een gebouw geen gevoelig gebouw is, is het niet beschermd tegen hinder

risiconormen voor risicovolle inrichtingen weergegeven voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

door slagschaduw. Kantoren en bedrijven zijn geen gevoelige gebouwen in het kader van het Activiteitenbesluit. Er gelden dan ook geen normen op het gebied van slagschaduw. Wel dient de ontwikkeling te voldoen aan een goed ruimtelijke

opgenomen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico47. Het Activiteitenbesluit milieubeheer benoemt veiligheidsafstanden en risiconormen die moeten worden aangehouden ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten48. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm.

ordening.

Slagschaduw Slagschaduw van windturbines kan hinder veroorzaken en effect hebben op het woon- en leefmilieu. Voor slagschaduw is een norm opgenomen in het Activiteitenbesluit. De norm houdt in dat er jaarlijks niet meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw mag optreden op het raam van een

46 Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015

15.2

Methode onderzoek

15.2.1 Externe Veiligheid De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op het gebied van externe veiligheid worden getoetst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het onderzoek naar externe veiligheid dat door Royal HaskoningDHV is uitgevoerd (bijlage 15) en de risicoberekening van windturbines door Antea (bijlage 17).

47

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 48 Regeling algemene regels inrichtingen milieubeheer, Staatscourant 2007, nummer 223. Laatste wijziging op 26 november 2014, Staatscourant 2014, nummer 33243 82/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Criterium Plaatsgebonden risico

Criterium Groepsrisico

Het plaatsgebonden risico (PR) is de frequentie per jaar dat een persoon, die permanent en onbeschermd zou verblijven in de directe omgeving van een risicobron, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij deze

Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve overschrijdingsfrequentie dat per jaar ten minste tien personen slachtoffer worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde f/N-curve waarin op de

risicobron. De omvang van het PR is geheel afhankelijk van de aard en omvang van de risicobron en de ongevalsfrequentie van de risicobron. Omgevingskenmerken hebben geen invloed op het plaatsgebonden risico. Voor een individu geeft het PR een kwantitatieve indicatie van het risico dat hij loopt wanneer hij zich onbeschermd in de omgeving van een risicobron bevindt. Voor kwetsbare objecten (objecten met veel of moeilijk redzame personen) mag de

verticale as de cumulatieve overschrijdingsfrequentie (f) op het aantal doden per jaar en op de horizontale as het aantal doden logaritmisch is weergegeven. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde waaraan getoetst wordt. De oriëntatiewaarde is geen harde norm, maar geldt als richtwaarde. Deze oriëntatiewaarde wordt gevormd door de rechte lijn die in een zogenaamde f/N curve van het punt 10 doden, frequentie 10-4 per jaar per kilometer door het punt

individuele overlijdenskans niet groter zijn dan 10-6 per jaar. De zogenoemde PR 10-6 contour geldt dan ook als wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico bij kwetsbare objecten. Naast de wettelijke grenswaarde voor kwetsbare

100 doden, frequentie 10-6 per jaar per kilometer gaat. Het groepsrisico wordt voor iedere risicobron apart in beschouwing genomen. In afbeelding 15.1 is een voorbeeld van een groepsrisicoberekening weergegeven.

objecten is er de PR 10-6 contour vastgesteld als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Of een object kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is bepaald in artikel 1, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tabel 15-1 Beoordelingsschaal externe veiligheid

Score

Betekenis

++ +

Verdwijnen bebouwingkwetsbare objecten of verdwijnen van aanwezige PR 10-6 contouren Verdwijnen beperkt kwetsbare objecten in aanwezige PR 10-6

0 -

contouren Geen wijzigingen in of aan PR 10-6 contouren Toename PR 10-6 contouren zonder aanwezige bebouwing in de

--

contouren Toename PR 10-6 contouren met aanwezige bebouwing derden in de contouren

Figuur 15-1 Voorbeeld groepsrisico (groen <0,1 oriëntatiewaarde, geel tussen 0,1 en 1,0 oriëntatiewaarde, rood >1,0 oriëntatiewaarde)

83/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Echter, de voorgenomen activiteit valt buiten de reikwijdte van het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi): het is niet mogelijk om in het plangebied een inrichting die onder het Bevi valt te realiseren. Een berekening (en verantwoording) van het Groeps Risico is daarom in dit stadium niet aan de

•

De hellingshoek waarboven de zon slagschaduw kan veroorzaken is

•

gesteld op 3 graden Slagschaduw kan alleen optreden wanneer de zon schijnt. In de onderstaande tabel is het gemiddelde aantal uren zon per dag per maand

orde. Een beoordeling van het effect op het Groeps Risico blijft in dit MER daarom achterwege.

weergegeven Tabel 15-2. Zonuren per dag (bron: Royal Haskoning 2019DHV, Onderzoek slagschaduw Urk)

15.2.2 Slagschaduw Om de slagschaduwhinder door windturbines op het binnendijks bedrijventerrein inzichtelijk te maken heeft Royal HaskoningDHV een slagschaduwonderzoek gedaan (bijlage 18). Ook zijn slagschaduwberekeningen uitgevoerd met het programma WindPRO. Door de contouren van slagschaduw op kaart te projecteren, kan advies worden gegeven over hoe om te gaan met het effect van de slagschaduw van de windturbines op de toekomstige functies: bedrijven en (ondergeschikte) kantoren. In het onderzoek is uitgegaan van de volgende uitgangspunten in het projectgebied: • Drie windturbines van Enercon, type E-126. De rotordiameter is 126 meter • • •

en de masthoogte is 135 meter Er is vanuit gegaan dat de turbines 95% van de tijd in bedrijf zijn. Wat overeenkomt met 0,95 * 365 * 24 = 8.322 uren per jaar Obstakels die eventuele schaduw wegnemen zijn niet meegenomen in de berekening Bij de berekeningen is ervan uitgegaan dat de windturbines continu haaks op de zon staan en dus een maximale schaduw geven

49

Risicokaart prof, geraadpleegd op 25 november 2019.

Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor dit aspect. Tabel 15-3 Beoordelingsschaal slagschaduw

Score ++ + 0 -

Betekenis Sterke vermindering van hinder door slagschaduw Vermindering van hinder door slagschaduw Geen hinder van slagschaduw Lichte hinder van slagschaduw

--

Ernstige hinder van slagschaduw

15.3

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)

15.3.1

Externe Veiligheid

Op basis van de risicokaart is daarom onderzocht welke risicobronnen in de huidige situatie relevant zijn in het kader van externe veiligheid voor het plangebied49. Royal HaskoningDHV heeft hier in 2019 onderzoek naar gedaan50. Het plangebied ligt net buiten het invloedsgebied van 150 meter van tankstation Fa Oliehandel C. de Boer (zie figuur 15.4). 50

Royal HaskoningDHV 2019, Onderzoek externe veiligheid bedrijventerrein Urk; bijlage 15 84/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

De twee windturbines vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.

Het plangebied is in de referentiesituatie landelijk gebied met vier woningen als

In de risicoberekening voor het plaatsen van nieuwe Bevi-inrichtingen en (beperkt) kwetsbare objecten dient rekening gehouden te worden met deze windturbines. Op basis van het Activiteitenbesluit zijn kwetsbare en beperkt

kwetsbare objecten.

-5

-6

kwetsbare objecten uitgesloten binnen het PR contour. Binnen het PR10 contour zijn enkel beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Zie onderstaande figuur voor de risicocontouren.

15.3.2

Slagschaduw

Op vraag van de gemeente Urk is er door Royal HaskoningDHV slagschaduwonderzoek uitgevoerd voor het projectgebied. In het onderzoek zijn de twee windturbines in het plangebied en de windturbine direct zuidelijk van het plangebied betrokken. De vijf meer zuidelijk gelegen windturbines in de lijnopstelling langs de Zuidermeerdijk hebben geen (extra) invloed op het plangebied en zijn derhalve niet betrokken in dit onderzoek. In onderstaande figuur is de 6 uur slagschaduwcontour als gevolg van de windturbines weergegeven.

Figuur 15-3 Slagschaduwcontour (blauw, 6 uur per jaar) en plangebied (rood) (Bron: Royal Haskoning DHV 2019) Figuur 15-2 Indicatieve ligging risicocontouren (bron: Antea 2019, Risicoberekening windturbines Maritiem bedrijventerrein Urk)

Te zien is dat vrijwel het gehele plangebied binnen de slagschaduwcontour van 6 uur per jaar valt.

85/90

Kenmerk

15.4

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Effectbeoordeling

realiseren van een Bevi-inrichting is echter op basis van de planregels uitgesloten. Het effect is daarom neutraal.

15.4.1 Externe Veiligheid van binnen naar buiten Het bestemmingsplan staat geen activiteiten in de zin van het Bevi toe. Dat betekent dat er geen activiteiten worden toegestaan waarvan bij voorbaat duidelijk is dat deze een nieuwe substantiële risico-bron toevoegen aan het plangebied. Ingeval een dergelijke activiteit zich toch wil vestigen op het BDBT moet deze zelf onderzoek doen naar externe veiligheid (geborgd in de planregels). De toegestane activiteiten op het bedrijventerrein hebben in principe een PR 10-6 contour die binnen de grens van de inrichting blijft. Dus dit

LPG-tankstation Het LPG tankstation van de Boer bevindt zich op 150 meter van de noord-west hoek van het plangebied (zie figuur 15.4). Het plangebied ter plaatste is in de huidige situatie al in gebruik, nieuwe ontwikkelingen worden er niet verwacht.

plan heeft – voor dit onderwerp - geen negatieve effecten tot gevolg; het effect is neutraal. Tabel 15-4 Beoordeling externe veiligheid van binnen naar buiten

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

0

Geen wijzigingen in of aan PR 10-6 contouren

Duurzaam alternatief

0

Geen wijzigingen in of aan PR 10-6 contouren

15.4.2 Externe Veiligheid van buiten naar binnen Uit het onderzoek van Royal HaskoningDHV (bijlage 15) blijken twee mogelijk relevante bronnen van risico’s in de directe omgeving van het plangebied: • •

Windturbinepark LPG-tankstation Fa Oliehandel C. de Boer

Windturbinepark Wanneer binnen de maximale effectafstanden van de windturbines (357 meter voor het scenario bladbreuk) een nieuwe Bevi inrichting zou worden geplaatst dient in de kwantitatieve risicoberekening van deze nieuwe (Bevi-) inrichtingen rekening gehouden te worden met risico verhoging door domino-effecten. Het

Figuur 15-4 Ligging van het LPG tankstation van de Boer, één van de risicobronnen in de omgeving van het plangebied (bron: Royal HaskoningDHV 2019)

86/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Voor de verschillende facetten van externe veiligheid blijkt dat het plan niet leidt

bedrijventerrein is de hinder van slagschaduw groter dan de huidige situatie

tot een toename van PR 10-6 contouren op kwetsbare objecten. Hierbij is geen onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzame alternatief. Het effect op externe veiligheid is daarom voor beide alternatieven neutraal.

waarin geen tot lichte hinder van slagschaduw bestaat. Gebruikers van de kantoorpanden en bezoekers van het binnendijks bedrijventerrein zullen lichte hinder ondervinden. Voor slagschaduw is er geen onderscheid tussen het

Tabel 15-5 Beoordeling externe veiligheid van buiten naar binnen

basisalternatief en het duurzame alternatief omdat de windturbines op beide varianten dezelfde invloed hebben. Beide alternatieven worden negatief beoordeeld.

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

0

Geen wijzigingen in of aan PR 10-6 contouren

Duurzaam alternatief

0

Geen wijzigingen in of aan PR 10-6 contouren

Tabel 15-6 beoordeling slagschaduw

Alternatief

Score

Betekenis

15.4.3 Slagschaduw In het slagschaduwonderzoek wordt geconcludeerd dat de bestaande

Basisalternatief

-

Lichte hinder van slagschaduw

Duurzaam

-

Lichte hinder van slagschaduw

windturbines hinder veroorzaken op het toekomstige bedrijventerrein. Omdat met name personen met beeldschermwerk in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam werken, kunnen zij hinder ondervinden van de

alternatief

Mitigerende maatregelen

slagschaduw van windturbines. Kantoren en bedrijven worden echter niet als gevoelig object gedefinieerd51.

Bij de situering van kantoren kan rekening gehouden worden met de slagschaduw. Zo kunnen bijvoorbeeld de kantoren noordoostelijk van de bedrijfshallen gebouwd worden, kunnen zo min mogelijk ramen op het

De berekende slagschaduwcontour van 6 uur per jaar is voor kantoren zeer worst case. Medewerkers werken over het algemeen alleen tijdens kantoortijden op kantoor. De 6 uur contour gaat ook uit van zonuren buiten kantoortijden en in

zuidwesten gerealiseerd worden en kunnen kantoorpanden voorzien worden van zonwering. Het toepassen van zonwering bij kantoorpanden is overigens al gebruikelijk om lichtinval tegen te gaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat de

de weekenden.

windturbines al voorzien zijn van een automatische stilstand voorziening ten behoeve van de reeds aanwezig gevoelige objecten.

Als het bedrijventerrein volgebouwd zal worden, zal vooral de bebouwing aan de zuidwestelijke rand van het bedrijventerrein hinder ondervinden van slagschaduw. De (hoge) bebouwing zal slagschaduw deels wegnemen voor gebouwen die meer oostelijk en noordelijk staan. Door de bebouwing van het

51

Royal HaskoningDHV 2019 Onderzoek slagschaduw binnendijks bedrijventerrein Urk 87/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

16 Integrale vergelijking van de twee alternatieven In onderstaande tabel worden de bevindingen in dit MER samengevat voor het basisalternatief en het duurzaam alternatief. Beide alternatieven zijn voor het vaststellen van de effecten vergeleken met de referentiesituatie waarin de autonome ontwikkelingen op Urk zijn meegenomen. Tabel 16-1 Samenvattende tabel van de milieueffectbeoordeling Toetsingscriterium

Basisalternatief

Toetsingscriterium

Basisalternatief

Lichthinder

-

-

Groen

0

+

Beschermde soorten

-

-

NNN

0

0

N2000 gebieden

-

0

Landschap en

Landschappelijke

-

-

ruimtelijke

waarden

-

0

-

-

Archeologische waarden

-

-

Bodemkwaliteit

0

0

Bodemopbouw

0

0

Waterkwaliteit

0

0

Waterkwantiteit

0

+

Waterveiligheid

0

0

Klimaat en

Duurzaam

--

+

duurzaamheid

energieverbruik -

+

Externe veiligheid

0

0

Slagschaduw

-

-

alternatief

Natuur

kwaliteit Duurzaam

Gebruikswaarde,

alternatief Verkeer

Verkeersaantrekkende

--

--

Bereikbaarheid

--

--

Verkeersveiligheid

-

-

Gevelbelasting door

--

--

werking

Geluid

industrielawaai Gevelbelasting door

belevingswaarde, toekomstwaarde Cultuurhistorie

Cultuurhistorische

en archeologie

waarden

Bodem en

water -

-

0

0

wegverkeerslawaai Cumulatieve

geluidsbelasting Luchtkwaliteit

Zeer fijn- en fijnstof

-

0

Stikstofdioxide (NO2)

-

-

Geur

Aantal geurgehinderden

0

0

Gezondheid

Cumulatief geluid

-

-

Luchtverontreiniging

0

0

Hinderbeleving externe

0

0

veiligheid

Duurzaam

Hittestress en wateroverlast Overige aspecten

88/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Een opvallende beoordeling betreft het thema verkeer. Dit thema scoort in beide

negatieve beoordeling volgt. De ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft een

alternatieven negatief tot zeer negatief door de grote toename in verkeer. De negatieve beoordeling op gevelbelasting door industrielawaai en wegverkeerslawaai hangt samen met deze verkeerstoename. De aanleg van

grotendeels neutraal effect voor het thema bodem en water. Het toegenomen verhard oppervlak wordt namelijk ruimschoots gecompenseerd door waterpartijen en er wordt geen bodemverontreiniging verwacht. Ook heeft de

industrie en daarmee stationaire emissies op het bedrijventerrein veroorzaakt een negatief effect op de luchtkwaliteit. In het duurzame alternatief blijft de uitstoot van fijnstof beperkt door het gebruik van groene energiebronnen. Geurhinder wordt in beide alternatieven neutraal beoordeeld. Dit komt door het hanteren van geurzones op voldoende afstand tot buiten het bedrijventerrein en de toepassing van maatregelen om geurhinder te voorkomen. Het thema

ontwikkeling van het bedrijventerrein geen impact op de waterveiligheid omdat de dijk en haar beschermingszones niet aangetast worden. Bij het thema klimaat en duurzaamheid scoort het basisalternatief (zeer) negatief vanwege de toename van fossiel energiegebruik waarmee niet wordt bijgedragen aan de klimaat- en energiedoelstellingen van Urk. Het duurzame alternatief scoort hier positief vanwege de extra inspanningen en verplichtingen voor gebruik van

gezondheid is opgebouwd uit meerdere criteria die netto leiden tot een negatief effect voor het basisalternatief en een neutraal effect voor het duurzame alternatief. Het verschil zit in de meer groene en waterrijke inrichting van het

hernieuwbare energiebronnen en klimaatadaptatie. Het bestemmingsplan staat geen activiteiten in de zin van het Bevi toe. Dat betekent dat er geen activiteiten worden toegestaan waarvan bij voorbaat duidelijk is dat deze een nieuwe

bedrijventerrein in het duurzame alternatief. De ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft geen effect op Natuurnetwerk

substantiële risicobron toevoegen aan het plangebied. Daarom worden beide alternatieven hier neutraal beoordeeld voor het thema externe veiligheid. In het slagschaduwonderzoek wordt geconcludeerd dat de bestaande windturbines

Nederland maar mogelijk wel op beschermde soorten in het plangebied. Een negatief effect op stikstofdepositie en Natura2000 is in het duurzame (en gasloze) alternatief uitgesloten maar zal in het basisalternatief wel optreden. De

hinder veroorzaken op het toekomstige bedrijventerrein. Omdat met name personen met beeldschermwerk in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam werken, kunnen zij hinder ondervinden van de slagschaduw van

landschappelijke waarden van een open polder met zichtbare verkaveling en worden door de aanleg van het bedrijventerrein verstoord en daarom negatief beoordeeld. De gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde worden

windturbines. Het effect van slagschaduw wordt daarom negatief beoordeeld.

voor het basisalternatief negatief beoordeeld en in het duurzame alternatief volgt netto een neutrale beoordeling. Door de aantasting van het historische verkavelingspatroon worden zowel de basisvariant als duurzame variant als negatief beoordeeld voor het effect op cultuurhistorische waarden. Vanwege de ligging van enkele archeologische vindplaatsen en terreinen met hoge archeologische verwachting is de kans op aantasting van archeologische waarden bij realisatie van het bedrijventerrein aanwezig waardoor hier een 89/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

17 Leemten in kennis en evaluatie 17.1

Leemten in kennis en informatie

Door onderzoek zijn de effecten van het plan zo goed mogelijk in beeld gebracht. Er zijn dan ook geen belangrijke leemten in kennis en/of informatie die een goede besluitvorming in de weg staan. Wel zijn er een aantal onzekerheden te benoemen die aandacht vragen bij de verdere uitwerking van de plannen of onderdeel zouden moeten zijn van het evaluatieprogramma. De belangrijkste zijn onzekerheid in modellen voor het voorspellen van geluid, stikstofuitstoot, verkeer en luchtkwaliteit.

17.2

De uitkomsten van dit MER kunnen worden geëvalueerd door in ieder geval aandacht te schenken aan de volgende aspecten: • Evaluatie van de verkeersaantrekkende werking • Evaluatie van het geurbeleid op het moment dat nieuwe bedrijven zich vestigen • Evalueren geluidsbelasting in een later stadium •

Rapporteren van effecten op milieuaspecten waarvoor wettelijk een programmatische aanpak geldt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit)

Aanzet evaluatieprogramma

Op grond van artikel 7.39 van de Wet milieubeheer moet “het bevoegd gezag dat een plan heeft vastgesteld onderzoeken wat de gevolgen van de uitvoering van dat plan zijn wanneer de in het plan voorgenomen activiteit wordt ondernomen of nadat zij is ondernomen”. In het MER moet een begin van een dergelijke evaluatie zijn opgenomen. Het advies is om regelmatig de ontwikkelingen in het plangebied te onderzoeken. Wanneer uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er sprake is van afwijkingen in vergelijking met de uitgangspunten van het voorliggende MER, dan is het wenselijk om te beoordelen of het nodig is om het beleid of het bestemmingsplan aan te passen. Omdat de milieueffecten van het voornemen en de alternatieven voor een deel ook op grond van wet- en regelgeving zijn beoordeeld, is het ook belangrijk om regelmatig wijzigingen in wet- en regelgeving te volgen. Ook wanneer hieruit blijkt dat er sprake is van afwijkingen in vergelijking met de uitgangspunten.

90/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Bijlage 1

Literatuurlijst

• •

Goudappel Coffeng 2020 Verkeersrapportage planalternatieven Urk 2040. KNMI (2014): KNMI’14: Climate Change scenarios for the 21st Century – A Netherlands perspective

•

Antea 2020, Akoestisch onderzoek Port of Urk binnendijks bedrijventerrein

•

Antea 2020, Onderzoek luchtkwaliteit, Port of Urk binnendijks bedrijventerrein

•

Bodemrichtlijn, beschikbaar via www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/bodembescherming/aardkundigewaarden/aardkundige-waarden-in-de-provincie-flevoland

•

Bodemvisie 2019, Verkennend bodemonderzoek Percelen akkerland achter Zuidermeer 57 te Nagele

•

Bodemvisie 2019, 190043 Vooronderzoek Zuidermeerdijk-Domineesweg te Tollebeek

•

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010

•

Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk rapportnummer 11053.001

•

Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk rapportnummer 11053.001

•

Feddes Olthof 2012, Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat

•

Gemeente Urk 2019 Nota van uitgangspunten en ambities ontwikkeling binnendijks bedrijventerrein Urk

•

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie Urk 2050

•

Gemeenten Urk &Noordoostpolder Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland

•

GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid. RIVM Rapport 2019-0177

Landschapsbeheer Flevoland 2020. Beschermde soorten bij Binnendijks Bedrijventerrein Urk Bedrijventerrein Urk

•

LBP Sight 2010, Windparken Noordoostpolder Akoestisch onderzoek –

•

cumulatie vier windparken’, R068291aaB4.dv Raap 2018 Erfgoed in de polder, Actualisatie van de archeologische waarden en verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder

•

Risicokaart prof, geraadpleegd op 25 november 2019

•

Royal HaskoningDHV 2019, Onderzoek externe veiligheid bedrijventerrein

AVG 2018, Vooronderzoek NGE Urk Domineesweg, kenmerk 1862155-VO01

•

•

Urk •

Royal HaskoningDHV 2019, Risicoberekening windturbines maritiem bedrijventerrein-Urk

•

Royal Haskoning DHV 2019, Onderzoek slagschaduw binnendijks bedrijventerrein Urk

•

Stedelijk hitte-eiland effect (UHI). Atlas voor de leefomgeving

•

SWOV (2020). Vracht- en bestelauto's. SWOV-factsheet, april 2020, SWOV Den Haag

•

Tauw 2020, Natuurtoets bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk, kenmerk R001-1271717YKH-V02-srb-NL

•

Tauw - Notitie Stikstofemissies Binnendijks bedrijventerrein Urk, kenmerk N002-1271717BRA-V01-nda-NL, d.d. 30 juli 2020

•

TNO 2014 Zettingskaart Nederland

•

VNG 2019, Rapport Milieuzonering nieuwe stijl

•

Wageningen University 2019, Hittestress in Nederlandse Steden, artikel in resource

•

Waterschap Zuiderzeeland 2020, Voorjaarsnota 2020-2023

Kenmerk

Bijlage 2

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Provincie Flevoland

Postbus 55 8200 AB Lelystad

Telefoon (0320)-265265

Fax (0320)-265260

E-mail

provincie@Flevoland.nl

Gemeente Urk Postbus 77 8320 AB URK

Verzenddatum

Website

www.flevoland.nl

Bijlagen

Uw kenmerk

Ons kenmerk

2531294 Onderwerp

NRD binnendijks bedrijventerrein Urk

Geachte heer/mevrouw,

Via ons Wro-adviseurs emailadres hebben wij van u het bericht ontvangen dat het mogelijk is om advies uit te brengen over de NRD bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk. Naar aanleiding van deze NRD heeft de provincie Flevoland een aantal opmerkingen. Hieronder vindt u onze opmerkingen ten aanzien van het proces en de inhoud en tot slot een aantal tekstuele opmerkingen.

Proces In de NRD v^ordt de planning voor de m.e.r. besproken. Maar de planning voor het bestemmingsplan blijft in de NRD onduidelijk. Deze processen dienen op een gegeven moment gecoördineerd te lopen bij de ter inzage legging. Onduidelijk is hoe de Nota van Uitgangspunten en het voorontv^erp bestemmingsplan in dit proces en de planning passen. Wij worden graag geïnformeerd over de planning van het proces. In aanloop naar de invoering van de Omgevingswet is een goede planning van groot belang. We willen u daarom meegeven dat als het ontwerpbestemmingsplan nog in 2020 ter inzage gaat de procedure kan worden afgemaakt volgens de huidige Wro. Als dat in 2021 is, moet alles omgevingswetproof zijn en wordt het ook een omgevingsplan i.p.v. een bestemmingsplan. Wij verzoeken u hier in de planning rekening mee te houden en daarbij voldoende ruimte in te bouwen voor eventuèle uitloop. Inhoudelijke opmerkingen

In het kopje binnendijks bedrijventerrein op p.8 van de NRD wordt ingegaan op de milieucategorieën. Milieucategorie categorie 5.3 is toegestaan mits deze behoren tot de maritieme sector. Verder worden er 6 doelgroepen voor het bedrijventerrein geïdentificeerd, allen gerelateerd aan maritieme bedrijvigheid. Echter:

“Het kwalitatieve programma van het binnendijks bedrijventerrein bestaat in algemene zin uit bedrijven tot hoogstens milieucategorie 4.2, waarvan in beperkte mate kantoren, perifere detailhandel en een truckparkeerplaats met bijbehorende voorzieningen... Naast bedrijvigheid zal er op het binnendijks bedrijventerrein (in beperkte mate) ook ruimte zijn voor de functies kantoren, perifere detailhandel en een truckparkeerplaats met bijbehorende voorzieningen.”

Inlichtingen bij

Doorkiesnummer

Bezoekadres

drs. F.C.L. Geenevasen-Spaan

0320-265424

Visarenddreef 1

Lelystad

Bladnummer

2 Ons kenmerk:

2531294

Onderstreepte hoeft niet per se maritiem te zijn. Wordt deze 4.2. wel afgebakend tot alleen . maritieme bedrijfsactiviteiten en in hoeverre is het bedrijventerrein puur maritiem en hoeveel is ‘in beperkte mate’ anders? Is het noodzakelijk/wenselijk om ook andere type bedrijvigheid toe te laten? Zijn bijvoorbeeld de kantoren of perifere detailhandel noodzakelijk? Zo ja, welke invulling heeft u hierbij voor ogen? In hoeverre wordt er rekening gehouden met de Omgevingswet en de veranderende sturingsmechanismen? Zo zullen milieucategorieën niet meer een sturingsmechanisme zijn (het groene boekje verdwijnt), maar zullen de staalkaarten een uitkomst kunnen bieden. Ons advies zou zijn om, als de gemeente ervoor kiest om toch een bestemmingsplan te maken, het bestemmingsplan zodanig te maken dat het relatief makkelijk omgezet kan worden naar een orrigevingsplan in de overgangsperiode 2021-2029. En indien het toch een omgevingsplan wordt: hoe gaat de gemeente gebruik maken van staalkaarten? Wij gaan er van uit dat u de groeiende vraag naar bedrijventerrein (par 2.3.) t.z.t. zal aantonen met een onderbouwing. Wij verzoeken u daarbij in te gaan op hoe wordt aangekeken tegen de invulling van bestaande bedrijventerreinen (bijvoorbeeld Kamperhoek) i.r.t. nieuwe bedrijventerreinen.

Op Zwolsehoek wordt nu onderzocht of met de restwarmte van de koeling van de visverwerking de bedrijven en woningen verwarmt kunnen worden. Het inzetten van restwarmte als er veel koeling nodig is en/of gebruik van restwarmte kan ook het binnendijkse bedrijventerrein interessant zijn. Wanneer dit de warmtevraag niet zou kunnen dekken kan gedacht worden aan de opwek van duurzame elektra via PV-panelen en duurzame warmte met thermische zonnepanelen of heatpipes die laagwaardige warmte opwerken via warmtepompen. Bij het huidige bedrijventerrein is het expertisecentrum energie Flevoland (EEF) betrokken namens de provincie. De uitkomsten van dit onderzoek zullen waarschijnlijk bruikbaar zijn voor het nieuwe bedrijventerrein. In de NRD wordt ingegaan op autonome ontwikkelingen in de omgeving. Er is echter geen aandacht voor cumulatie met andere projecten in de omgeving. Wij verzoeken u dit toe te voegen danwel te motiveren dat er geen sprake is van cumulatie met andere projecten.

Het studiegebied voor verkeer moet minimaal tot en met de opritten met de A6 reiken, zowel bij Emmeloord Muntweg als afslag 13 Domineesweg. Het is van belang dat deze in relatie worden gebracht met bestaande en autonome ontwikkelingen rondom het plangebied. In de voetnoot op p. 11 wordt aangegeven dat zal worden getoetst aan de aanwezige beleidsdocumenten. Het plangebied was voorheen onderdeel van de gemeente Noordoostpolder. Welke invloed heeft de grenscorrectie op het van toepassing zijnde beleid? Dit komt bijvoorbeeld naar voren in het archeologiebeleid. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het 2016 vastgestelde archeologiebeleid van gemeente Urk. Gemeente Noordoostpolder heeft dit gedeelte meegenomen in het archeologiebeleid NOP. Hiervoor is een verwachtingskaart op de gemeentelijke schaal van de NOP vastgesteld. Daarom adviseren wij om de situatie ten behoeve van deze m.e.r. op het schaalniveau van het plangebied in beeld te brengen via een archeologisch bureauonderzoek. In tabel 3.1 zijn de beoordelingscriteria voor de verschillende effecten opgenomen. Voor verkeer dient naast het effect op bereikbaarheid ook het effect op doorstroming in het studiegebied onderzocht te worden (vertragingsfactor van 1,25 mag niet overschreden worden). Een aandachtspunt is de bereikbaarheid van het Isala’Ziekenhuis Zwolle. Nu wordt dit een zwakke schakel in de zorg genoemd.

In tabel 3.1 ontbreekt het effect op de CO2-emissie. Gezien de alternatieven die worden uitgewerkt is dit een relevant beoordelingscriterium.

Bladnummer

3 Ons kenmerk:

2531294

In tabel 3.1 geeft u ook aan dat indien noodzakelijk kwantitatief onderzoek naar de effecten op geluid, luchtkwaliteit, geur en EV wordt uitgevoerd. Wanneer wordt kwantitatief onderzoek als noodzakelijk gezien? Tekstuele opmerkingen

• • • •

Par. 1.2: Categorie C.16.1 staat onder kopje art.7.2a Wet milieubeheer i.p.v. art. 7.2 Wet milieubeheer. Par. 2.1 (p.8): 6 doelgroepen die in hogere categorie mogen dan 4.2, maar er worden er maar 5 genoemd. Bij de inhoudelijke vereisten (4.3) ontbreken de eisen uit art. 7.7 leden a en c Wet milieubeheer. Bij tabel 3.1; onder beoordelingscriteria bij archeologie de effecten omschrijven als ‘Effect op archeologische (verwachtings)waarden’

Hoogachtend Gedeputeerde Staten van Flevoland, namens deze, het hoSïd van de afdeling Strategie en Beleid

l . \ ipapeds

DA TUM

BEH AN DE LD DOOR

17 december 2019

I. Gorlee DI R ECT NUMM ER

06-46 91 99 07

College van burgemeester en wethouders van gemeente Urk Postbus 77 8320 AB URK

ONDE RWE RP

Notitie Reikwijdte en Detailniveau binnendijks bedrijventerrein Urk ONS Z AA KNUMM ER

WPAD-00148 REG IS TR AT I ENUMM ER

WPAD-1720897340-8

Geacht college, Op 27 november ontvingen wij de kennisgeving van de ter inzagelegging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het PlanMER bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein te Urk. In deze brief geven wij onze reactie op de notitie. Het waterschap is aangesloten bij de diverse overleggen, opstelling van de watervisie en planvorming voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waar het binnendijks bedrijventerrein deel van uitmaakt, ter borging van de waterbelangen. In het kader van deze waterbelangen hebben wij de volgende opmerkingen op het document.

BIJ L AG EN

UW BR I EF V AN

27 november 2019 UW KEN ME RK

VERZ ON DEN

Hoofdstuk 3, tabel 3.1 Bij de beoordelingscriteria voor het milieuaspect water en bodem ontbreekt het effect op de waterveiligheid. Hierbij gaat het met name om het garanderen van de vrije afvoer van de kwelsloten voor de Zuidermeerdijk. Hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 Bij het duurzame alternatief wordt gesteld dat, ten opzichte van het basisalternatief, extra aandacht is voor het thema klimaatadaptatie; ‘onder andere gevolgen voor de waterhuishouding van klimaatverandering.’ Voor de goede orde geven wij het volgende mee: Bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen, zoals dat van het binnendijks bedrijventerrein, geldt het huidig beleid van het waterschap ten aanzien van toename van verharding. Dit houdt in dat de compensatieopgave voor de toename van verharding wordt bepaald met een maatwerkberekening. Bij een maatwerkberekening wordt altijd rekening gehouden met het geldende klimaatscenario. Zo zal ook het basisalternatief een bepaalde mate van klimaatbestendigheid moeten hebben. Tekstueel merken wij op dat in het document wordt gesproken over de Zeeheldenwijk, terwijl de nieuwe naam van deze woonwijk Schokkerhoek is.

AD RES WA TE RS CH AP SH UIS

Postbus 229 – 8200 AE Lelystad Lindelaan 20 – 8224 KT Lelystad www.zuiderzeeland.nl

T (0320) 274 911 waterschap@zuiderzeeland.nl

Wij vertrouwen erop dat genoemde opmerkingen worden meegenomen in de verdere procedure. Voor vragen of opmerkingen over dit wateradvies kunt u contact opnemen met mevrouw I. Gorlee via e-mailadres watertoets@zuiderzeeland.nl of telefoonnummer 0320 274 911. Hoogachtend, het college van Dijkgraaf en Heemraden, namens dit college, de teammanager Waterprocedures, Kennis en Advies en plaatsvervangend afdelingsmanager Ontwikkeling, Advies en Regie,

mevrouw ing. J.P. Borneman.

ONS K ENME RK

WPAD-1720897340-8

2/2

Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Gemeente Noordoostpolder Beste heer Kersten, Allereerst dank voor toezending van de NRD. Namens Noordoostpolder zou ik naar aanleiding van de NRD nog het volgende willen meegeven: - Er is sprake van de realisatie van een aanzienlijk binnendijks bedrijventerrein (90 ha). Uit de NRD blijkt niet in hoeverre het terrein gefaseerd ontwikkeld zal gaan worden (bijvoorbeeld: eerste fase 2021, tweede fase 20xx, derde fase 20xx etc.) en in welke mate dat gevolgen heeft of kan hebben voor de MER. - Op pagina 8 van de Notitie, onder het kopje ‘Binnendijks bedrijventerrein’ lijkt het dat er voor zover het bedrijven betreft tot en met cat. 4.2 er geen relatie hoeft te zijn met maritiem/visserij. Voor bedrijven uit een hogere categorie wordt die relatie wel gelegd. Dit is niet volgens de tussen Urk en Noordoostpolder vastgelegde afspraken. Er dient conform de afspraak namelijk altijd een relatie te zijn met maritiem en/of visserij, tenzij het een autonome groei van een Urker bedrijf betreft. Deze relatie is nl. ook voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen De Munt B in Emmeloord van belang. - Uit de NRD blijkt niet in hoeverre/op welke manier de Zuidermeerweg als ontsluiting van het bedrijventerrein in beeld is. Eventuele milieugevolgen hiervan zullen moeten worden beschreven en onderzocht in de MER.

- De invloed van het bedrijventerrein op de aangrenzende akkerbouwbedrijven/grond/bedrijfswoningen is naar ons oordeel ook van belang en zal beschreven en onderzocht moeten worden: Waterkwaliteit en –kwantiteit, stof, geur, ecologie etc. (tabel 3.1, par. 3.2). Ik wens u veel succes met de planprocedure! Met vriendelijke groet, Nico la Crois 06 48 13 46 92

Kenmerk

Bijlage 3

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Natuurtoets Binnendijks Bedrijventerrein Urk, Tauw 2020 Zie bijlage 11 bij bestemmingsplan

Kenmerk

Bijlage 4

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Rapportage verkeersmodel Urk, Goudappel Coffeng 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=f9375064-4a2c-4027-ba44-625a25353dde