CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2025

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststellen jaarrekening 202532.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De oplevering van het gebouw was 19 maart 2026. De realisatie van de bouw is binnen het beschikbaar gestelde krediet gebleven. Havenkades In 2025 zijn de resultaten van het onderzoek naar de onderhoudsstaat van de havenkades bekend gemaakt en toegelicht. Een groot deel van de kades bevindt zich in een slechte staat. De oude, stalen damwanden zijn in de loop der tijd doorgeroest en/of onvoldoende verankerd in de grond vanwege bodemerosie. De opgave is dat meer dan 50% van het areaal (ca. 1,2 km) binnen 3 jaar vervangen moet worden. Hiervoor is een Plan van Aanpak opgesteld. Naast dit onderzoek is eind 2025 gestart met het uitvoeren van noodmaatregelen. Tegen de onderkant van de slechte damwanden is stortsteen aangebracht om instorting te voorkomen. De uitvoeringskosten zijn gedekt uit het investeringsbudget voor de voorbereidingsfase.

28

Energie en water Waternet In 2025 is in een gebiedsproces samenwerking gestart tussen Vitens, Provincie Flevoland, het Waterschap en de gemeenten Urk en de Noordoostpolder. Met elkaar is gekeken naar de mogelijkheden om het aanbod van drinkwater te vergroten. Helaas xiet Vitens geen mogelijkheden om op korte termijn tot een grotere waterproductie in Noordelijk Flevoland te komen. Vitens onderzoekt nu nieuwe waterwingebieden waterwingebieden om daarmee de watercapaciteit te vergroten. Hier is echter wel een lange termijnplanning aan verbonden die loopt tot ongeveer 2035. eind februari 2026 werd bekend dat het voor de grootzakelijke verbruikers van drinkwater niet (meer) mogelijk is om een nieuwe wateraansluting aan te vragen of de capaciteit van een bestaande aansluiting te vergroten. Visievorming Elektriciteitsnet 2025 en verder In 2025 is het Regieteam Elektriciteit opgericht en opgestart. Er is een plan opgesteld hoe we de kansen en bedreigingen ten gevolge van netcongestie het beste kunnen aanpakken. Er is ingezet op de zeven maatregelen: 1. Behoefte beperken, 2. Zelf aanvragen, 3. Zelf oplossen, 4. Zelf realiseren, 5. Energiehubs, 6. Koppeling turbines, 7. Flexvermogen regelen. Het meest concreet is de realisatie van bouwstroom in de uitbreidingsgebieden en het vroegtijdig aanvragen van aansluitingen door de gemeente.

Vervolgens kan de gemeente de aansluitingen 'overdragen' aan de uiteindelijke bouwers. Energienet Urk B.V. In 2025 is Energienet Urk B.V. opgericht. De aandelen zijn voor 51% in handen van de gemeente. Eind 2025 zijn de verschillende werkzaamheden als aanbesteding in de markt gezet. De uitkomst hiervan wordt halverwege 2026 verwacht. De realisatie zal daarna starten.

29

Financiële toelichting programma: Werken Programma (x 1.000)

Begroting Primitief

Na wijziging

Realisatie

Saldo

Lasten Havens en waterwegen

1.027

1.642

1.248

394

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

9.781

12.787

6.525

6.262

271

202

235

-33

Economische promotie

1.314

7.855

1.077

6.778

Onderwijs

4.817

4.892

4.747

145

Totaal lasten

17.210

27.378

13.833

13.545

855

960

1.070

110

9.781

12.787

6.591

-6.196

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

286

271

346

75

Economische promotie

473

6.743

449

-6.294

Onderwijs

1.454

1.469

1.530

61

Totaal baten

12.849

22.230

9.986

-12.244

Gerealiseerd resultaat vóór reserves

-4.361

-5.148

-3.847

1.301

-ㅤ

-ㅤ

-ㅤ

-ㅤ

-4.361

-5.148

-3.847

1.301

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

Baten Havens en waterwegen Fysieke bedrijfsinfrastructuur

Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat ná reserves

30

Financiële afwijkingen: meer dan € 30.000, programma Werken Werken Subprogramma

Taakveld

lasten

V/N

13.545.413 Afwijkingen < 30.000

-44.368 N

baten

V/N

-12.244.024 14.443

V

Havens en waterwegen Economische havens en waterwegen 438.550 V 95.566 V Het notarieel passeren van de aanschaf van het ondererfpacht MNSF BV is voorzien in 2026, terwijl dit in 2025 begroot was. Dit leidt tot een voordeel op dit lastenonderdeel van € 513.000. Ofschoon er sprake is van hogere onderhoudslasten in de haven (€ 86.000), worden deze gecompenseerd door hogere ontvangsten aan havengelden (€ 92.000). Fysieke bedrijfsinfrastructuur Fysieke bedrijfsinfrastructuur 6.262.041 V -6.195.731 N Het voordeel in de lasten en het nadeel op de baten moeten samen worden beoordeeld. Het verschil in totaal is € 66.000 voordelig. Dit is het gevolg van de exploitatie Zwolse Hoek fase 5. Bedrijvenloket en Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen -33.309 N 75.340 V bedrijfsregelingen De veiling IJsselmeervis heeft meer lasten dan begroot (€ 17.000). Deze worden goedgemaakt door meer opbrengsten voor de Veiling Ijsselmeervis (€ 80.000). Economische promotie Economische promotie 6.777.852 V -6.294.352 N Het grote verschil tussen begroting en realisatie in zowel de basten als de lasten wordt veroorzaakt doordat wij de realisatie van de subsidie voor het Visserijontwikkelplan in 2025 hadden geraamd, terwijl de realisatie in latere jaren plaatsvindt. Er is een voordeel op de salarislasten en inhuur (€ 51.000).

Wij hevelen een aantal budgetten over naar 2026, het betreft hier Parkmanagement (€ 100.000), Unilocatie maritieme campus (€ 100.000) Daarnaast hebben wij meer subsidie ontvangen dan begroot (€ 120.000). Onderwijs Onderwijshuisvesting 36.033 V Het betreft hier kleine verschillen binnen de diverse budgetten rondom de onderwijshuisvesting.

-7.050 N

Onderwijs Onderwijsbeleid en leerlingzaken 108.614 V 67.759 V Er zijn hogere lasten bij onderwijsachterstandenbeleid (€ 19.000). Lagere lasten voor leerlingenvervoer (€ 42.000), leerplicht (€ 43.000) en achterstandenbeleid (€ 38,000). Meerontvangsten dan begroot bij leerplicht (€ 40.000) en Onderwijsachterstandenbeleid (€ 23.000).

31

Programma Leven Inhoud • Sport (beleid en accommodaties) • Cultuur, museum en media • Openbaar groen en recreatie • Participatie, toegang en eerste lijn • Inkomen, WSW en beschut werk • WMO / zorg 18+ • Jeugdzorg Wat wilden we bereiken? Gezondheidszorg We zetten in op bovenlokale zorginfrastructuur en denken mee in de ontwikkeling van Het Vlie. We kijken samen met onze zorgpartners naar eHealth mogelijkheden. De vele (landelijke, regionale en lokale) ontwikkelingen maken het nodig een analyse te verrichten naar de lokale zorginfrastructuur. Daarvoor gebruiken we o.a. het regionale Zorgbeeld wat recent is opgeleverd en waar vanuit nu een regioplan wordt ontwikkeld. Sport, bewegen en preventie Bewegen en verantwoorde ontspanning zijn gezond en belangrijk voor een gezonde leefstijl, of dit nu individueel of in clubverband geschiedt. We bevorderen daarom goede faciliteiten en accommodaties. Verantwoorde sportactiviteiten leveren een positieve bijdrage aan de vorming en gezondheid. Ook heeft sport voordelen voor sociale verbanden, voor gezag, het rekening houden met elkaar, het bijbrengen van orde en regel, waarden en normen. We sluiten aan bij de brede SPUK-aanvraag. De regeling maakt het voor gemeenten mogelijk stevig en meer in samenhang in te zetten op preventie.

De SPUK-regeling bundelt geldstromen die zich richten op het stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, preventie en het versterken van de sociale basis. Daarmee worden afspraken gefinancierd die zijn gemaakt het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Ook in het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn afspraken gemaakt over preventie. De SPUK-regeling en de financiering uit het IZA-akkoord vullen elkaar aan. Beide akkoorden vragen extra aandacht voor het terugdringen van vermijdbare gezondheidsverschillen bij kwetsbare groepen. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving Verankering van DURF! en het IJslandse preventiemodel blijven we via een programmatische aanpak doorontwikkelen. Denk daarbij onder andere aan begeleide vrijetijdsbesteding, ouderbetrokkenheid en preventie en handhaving. Daarbij willen we ook bruggen bouwen met andere sectoren. Met de verankering van Durf! zoeken we (nog) meer de verbinding met het beleidsveld Veiligheid. Samen worden diverse zaken opgepakt. Jeugdzorg en WMO In het lokale maatwerk Jeugdhulp en WMO kijken we regelmatig of de beleidsregels en/of de verordening aangepast dient te worden. Zo willen we werken aan actuele, begrijpelijke en werkbare regelgeving om in aanmerking te komen voor zorg.

32

De aanbesteding van Jeugdhulp met Verblijf en ontwikkelingen bij zorgaanbieders vraagt veel bestuurlijke en ambtelijke aandacht. In meerjarenperspectief komt het beschikbare budget onder druk te staan. Vanuit de WMO vragen de regionaal te maken afspraken rond de decentralisatie Beschermd Wonen en regiovisie Veilig Thuis onze aandacht. Los van deze ontwikkelingen vinden we het belangrijk dat de algemene voorzieningen en preventieve activiteiten goed aan blijven sluiten bij de reguliere zorgverlening in de Jeugdzorg en de WMO. Waar nodig ontwikkelen wij zaken door. Minimabeleid en schuldhulpverlening De huidige mondiale ontwikkelingen hebben een weerslag op ieder huishouden. De inflatie is in de afgelopen maanden naar recordhoogte gestegen. Zo treffen de stijgende energielasten niet alleen de burgers, maar ook het bedrijfsleven. Daarnaast worden de huidige saneringsvoorstellen rond de visserij vanuit Werk en Inkomen met argusogen gevolgd. Dat vraagt van ons een actief minimabeleid waarbij vroegsignalering van schulden een belangrijke rol speelt. Wat hebben we hiervoor gedaan? Regionale samenwerking Vanuit de Jeugdwet en de Wmo voeren we verschillende taken in het sociaal domein verplicht regionaal uit. Voor de gemeente Urk is dit belangrijk. Door onze schaalgrootte is regionale samenwerking noodzakelijk, vooral voor specialistische zorg en ondersteuning.

De governance regionale samenwerking is nog niet afgerond. We werken hier verder aan in 2026. Naar verwachting treedt per 1 januari 2027 een nieuwe gemeenschappelijke regeling in werking. Deze regeling verbetert de regionale samenwerking en zorgt voor een stevige regionale organisatie. Jeugdhulp met Verblijf De regionale aanbesteding van Jeugdhulp met Verblijf is nog niet afgerond. Wij werken hier verder aan in 2026. De cijfers van de afgelopen jaren laten een stijging zien. Op Urk zetten we gemiddeld fors minder geïndiceerde jeugdhulp in dan landelijk het geval is. De maatschappelijke ontwikkelingen gaan Urk niet voorbij. De stijging van de afgelopen jaren is daarom niet schokkend. We blijven nog steeds onder het landelijk gemiddelde. Om lokaal goed zicht te houden zijn we in 2025 gestart met een plan waarin we werken aan de kwaliteit en kosten. Met aandacht voor onder andere procesoptimalisatie en de monitoring van de 20 meest complexe casussen. Anti-discriminatiebeleid / inclusiebeleid In 2025 is een start gemaakt met de lokale inclusieagenda, in nauwe participatie met inwoners. De inzichten van ervaringsdeskundigen en hun naasten vormen een belangrijke basis voor het ontwikkelen van effectief beleid. Daarnaast zijn de inzichten en aanbevelingen uit de eerdere onderzoeken van SCAB betrokken bij de verdere uitwerking.

In het najaar van 2025 zijn we gestart met het werven van een jongerenpanel. De verdere vormgeving hiervan is in 2025 uitbesteed aan Caritas Urk.

33

Commissie Van Ark De bij de Meicirculaire 2025 ontvangen middelen in het kader van "Van Ark" zijn gelabeld voor een aantal specifieke doelstellingen en opgaven. Er is een start gemaakt met de praktische doelstellingen, waarbij we hebben ingezet om inzicht krijgen in de meest complexe casuïstiek Jeugd en Wmo, om zowel inhoudelijk als beheersmatig tot verbetering te komen. Voor de uitwerking van de duurzame opgaven voor de langere termijn, is eind 2025 besloten hier in 2026 vorm aan te geven. Binnen het sociaal domein spelen meerdere grote opgaven, zoals een regio inkoop, een governance en de opgaven aan gemeenten om Stevige Lokale Teams te ontwikkelen. WMO Aandacht voor Wonen en Zorg De Wet versterking regie volkshuisvesting met meer afstemming tussen wonen en zorg is vertraagd. Beoogde ingangsdatum is 1 juli 2026. Urk heeft voorsorterend op deze wetswijziging het Programma Wonen, Zorg en Welzijn oktober 2025 vastgesteld. Dit met als doel goede huisvesting voor ouderen en aandachtsgroepen. Maatjesprojecten In 2024 zijn we gestart met het versterken en verrijken van de maatjesprojecten, met als doel inwoners beter te ondersteunen via informele vrijwillige zorg. De beschikbare middelen zijn ingezet voor de professionalisering en uitbreiding van deze projecten. In 2025 zijn extra vrijwilligers opgeleid voor het Taal Ontwikkel Punt (TOP).

Daarnaast hebben vrijwilligers aanvullende trainingen gevolgd op het gebied van schuldenproblematiek (de lokale variant van SchuldHulpMaatjes). Ook zijn de energiecoaches vanuit het domein Duurzaamheid ondergebracht binnen de RegelMoat, zodat hun inzet beter aansluit bij de ondersteuningsvragen van inwoners. Het project Moat in ’t Gezin is verder verstevigd door samenwerking met de Stiefacademie. Hierdoor zijn vrijwilligers beter toegerust om ouders te ondersteunen bij samengestelde gezinnen en andere complexe gezinsdynamieken. Ook is geïnvesteerd in kennis en vaardigheden die gezinnen helpen andere gezinnen te ontlasten en te ondersteunen, waardoor de informele zorgcapaciteit verder wordt vergroot. Met deze gezamenlijke inspanningen is de sociale basis merkbaar versterkt en is de slagkracht van de informele ondersteuning binnen de gemeente uitgebreid. Arbeidsparticipatie Verder ontwikkelen WSP Urk Werkt Arbeidsmarktregio’s worden steeds belangrijker. Deze doorontwikkeling is in 2025 gestart maar ook in 2026 nog gaande. Het Werkcentrum Flevoland Werkt wordt de nieuwe infrastructuur voor de arbeidsmarkt. We ontwikkelen plannen en projecten op de vier hoofdthema’s: aan het werk gaan, aan het werk blijven, drempels wegnemen en blijven ontwikkelen. Sport en Cultuurnota 2024-2027 In 2025 is de Sport- en Cultuurnota 2024-2027 vastgesteld en is gestart met de uitvoering hiervan.

De voorbereidingen zijn gestart voor de realisatie van een nieuwe gymzaal in de Oranjewijk. In december 2025 heeft de gemeenteraad besloten tot de ontwikkeling van sporthal

34

De Compagnie in de Zeeheldenwijk. Deze krijgt vier zaaldelen en een maatschappelijke (ontmoetings)ruimte. Hier krijgen kleinschalige uitvoeringen, bijeenkomsten en tentoonstellingen ook ruimte. Dit is een belangrijke stap in de verdere uitbreiding en toekomstbestendigheid van de sport- en culturele infrastructuur op Urk. Kunst en Cultuur In 2025 heeft het Museum ruim 11.000 bezoekers ontvangen en daarmee het gestelde doel van 10.000 bezoekers ruimschoots behaald. Daarnaast is het toekomstgerichte bedrijfsplan voor het Museum opgeleverd. Hierin is specifiek aandacht besteed aan het op peil brengen van de organisatie, het wegwerken van achterstanden in de collectie en cultuureducatie. Ook zijn stappen beschreven voor de verdere verbetering van de vaste presentatie zodat het museum zijn rol als verteller van het Urker verhaal kan blijven versterken. Organisatorische aanpassingen Regionale samenwerking De gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk werken samen voor de uitvoering van regionale taken op grond van de Jeugdwet en regionale taken op grond van de Wmo. Met bestuurlijke en ambtelijke betrokkenheid vindt een governance traject plaats om stevigheid en robuustheid, effectiviteit en slagkracht van de regio te optimaliseren. Er heeft een tijdelijke stagnatie plaatsgevonden.

In 2025 is een aantal belangrijke stappen gezet om het proces weer voortvarend op te pakken en te vervolgen. Belangrijk in het governance traject is dat de samenwerkende gemeenten ieder invloed kunnen uitoefenen op de koers, terwijl de governance ook moet passen bij de specifieke kenmerken van de Regio als geheel. De ambitie is om datgene te veranderen dat in de huidige samenwerking als knelpunt wordt ervaren en te optimaliseren wat reeds goed werkt. Met de herziene governance wordt tevens voldaan aan de wens van het ministerie van VWS dat de regio geoptimaliseerd wordt, zodat zij beter kan bijdragen aan een dekkend zorglandschap in de Regio. In het governance-traject zijn de belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden voor de voortzetting van de bestaande samenwerking in een nieuwe governance uitgewerkt in leidende principes. De leidende principes zijn opgenomen in een intentieovereenkomst die in december 2025 is ondertekend door de vertegenwoordigers van de colleges van B&W van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk. Aanpassen organisatie sociaal domein Gedurende 2025 is er gebouwd aan de stabiliteit van het team Werk, Inkomen en Inburgering. Inburgering/statushouders wordt met name geleid door de taakstelling die gemeenten door de overheid is opgelegd. Gemeente Urk heeft helaas een flinke achterstand op het voldoen hieraan, om bekende redenen.

Het team is aan veel veranderingen onderhevig geweest en uiteindelijk is er geïnvesteerd in klantmanager/regiehouder Inburgering en een klantmanager Werk/Inburgering. Helaas heeft dit pas aan het einde van 2025 plaatsgevonden. Mede omdat wij, als gemeente, afhankelijk waren van Vluchtelingenwerk, die de maatschappelijke begeleiding van nieuwe inwoners (inburgering) op Urk verzorgden, maar zelf door personele problemen hierin te weinig konden betekenen, ontstonden er nogal wat problemen. Door deze ontstane problemen werd wel duidelijk waar we verbeterpunten in de verschillende processen moeten doorvoeren. 35

Dit gaan we in 2026 uitvoeren. Momenteel is inburgering hard aan de slag om met alle betrokken instellingen als COA, de woningbouwvereniging, Hulp & Steun, VWN, Firda en anderen hard aan het werk om de werkprocessen en samenwerking te verbeteren om de (nieuwe) inwoners goed of beter te kunnen ondersteunen. Gespreksvoerders WMO/Jeugd + Kwaliteitsmedewerker WMO/JEUGD In 2025 is verder gebouwd aan een stabiel basisteam met vaste medewerkers (klantmanagers Jeugd en Wmo). Er is gericht geïnvesteerd in de versterking van het team, onder andere door de uitbreiding van vaste klantmanagers en de toevoeging van een kwaliteitsmedewerker. Desondanks ligt de personele inzet momenteel nog onder het niveau dat is geadviseerd in het formatieonderzoek. In combinatie met de huidige wachtlijsten bij de toegang vraagt dit om aanvullende interventies.

36

Financiële toelichting programma: Leven Programma (x 1.000)

Begroting Primitief

Na wijziging

Realisatie

Saldo

Lasten Sport (beleid en accommodaties)

2.963

3.019

3.038

-19

Cultuur, museum en media

1.208

1.504

1.629

-125

Openbaar groen en recreatie

2.214

2.302

2.130

172

Participatie, toegang en eerste lijn

3.601

9.617

9.084

533

Inkomen, WSW en beschut werk

6.325

6.984

7.074

-90

WMO / zorg 18+

3.720

4.291

4.616

-325

Jeugdzorg

4.196

5.226

5.965

-739

Totaal lasten

24.227

32.943

33.536

-593

1.370

1.356

1.164

-192

Cultuur, museum en media

188

245

253

8

Openbaar groen en recreatie

48

77

61

-16

Participatie, toegang en eerste lijn

242

5.573

5.679

106

Inkomen, WSW en beschut werk

2.828

3.036

3.297

261

WMO / zorg 18+

140

140

130

-10

Jeugdzorg

350

350

307

-43

Totaal baten

5.166

10.777

10.891

115

-19.061

-22.167

-22.645

-478

-ㅤ

-ㅤ

-ㅤ

-ㅤ

-19.061

-22.167

-22.645

-478

Baten Sport (beleid en accommodaties)

Gerealiseerd resultaat vóór reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat ná reserves

37

Financiële afwijkingen: meer dan € 30.000, programma Leven Leven Subprogramma

Taakveld

Afwijkingen < 30.000

lasten

V/N

baten

V/N

-592.803

114.612

-50.541 N

-10.640 N

Sport (beleid en accommodaties) Sportbeleid en activering 93.303 Er is minder uitgegeven aan personele lasten en inhuur (€ 17,000) en onderzoeken (€ 75.000).

V

-286.862 N

Er is bij dit onderdeel een specifieke uitkering begroot die in het Programma Wonen (Volksgezondheid) wordt verantwoord (€ 311.000). Sport (beleid en accommodaties) Sportaccommodaties De hogere lasten worden grotendeels gecompenseerd door hogere baten.

-111.914 N

94.895

V

Hogere lasten treffen wij aan bij de personeelslasten (€ 70.000), de lasten van het zwembad (€ 179,000) en sportvelden (€ 10.000). Lagere lasten treffen wij aan bij diverse gymlocaties (€ 42.000) en een gereserveerd budget voor de nieuwe sporthal Zeeheldenwijk (€ 100.000). Hogere baten treffen wij aan bij het zwembad (€ 73.000) en sportvelden (€ 10.000). Cultuur, museum en media Musea De meerlasten bestaan grotendeels uit extra onderhoudskosten voor het museum.

-45.567 N

18.162

V

Cultuur, museum en media Media -67.177 N Er zijn meer inhuurlasten gemaakt dan er personeelsbudget beschikbaar was (€ 67,000).

-760 N

Openbaar groen en recreatie Openbaar groen en (openlucht) recreatie 172.293 V Er is minder uitgegeven aan personeelslasten en inhuur (€ 133.000) en speeltuinen (€ 50.000).

-15.727 N

Participatie, toegang en eerste Samenkracht en burgerparticipatie 916.857 V 106.205 V lijn Er is minder uitgegeven aan personele lasten en inhuur (€ 75.000), Ook hebben wij minder geld uitgegeven aan Algemeen maatschappelijk werk WMO (€ 30.000); ICT-budgetten voor het sociaal domein (€ 71.000), Vreemdelingenopvang (€ 250.000), onderzoeksbudgetten (€ 19.000) en op 14 mei 2026 heeft u akkoord gegeven voor het overhevelen van de gelden die beschikbaar gesteld zijn in het kader van de commissie van Ark (€ 509.000). Hogere lasten zijn er voor algemene voorzieningen Jeugden jongerenwerk (€ 11.000), kinderopvang (€ 18.000) en opvang Oekraïners (€ 22.000). Er is meer aan huur ontvangen dan begroot (€ 30.000). Ook is meer ontvangen ter vergoeding van de kosten voor opvang van Oekraïnse ontheemden (€ 100.000). In het kader van de vergoeding voor opvang voor vreemdelingen is minder ontvangen (€ 26.000). Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugdzorg 34.598 V - N Jeugd Er is minder uitgegeven dan begroot aan toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (€ 35.000) Participatie, toegang en eerste Toegang en eerstelijnsvoorzieningen -383.635 N lijn Integraal In het kader van de toegang en eerste lijn zijn meer personele uitgaven en inhuurkosten geweest (363.000). Inkomen, WSW en beschut werk Inkomensregelingen

-169.496 N

- N

229.495

V

Op een aantal inkomensregelingen hebben wij meer uitgegeven dan begroot. Dit geldt voor de bijstand (€ 71.000), loonsubstitutie (€ 24.000) en het WWB inkomensdeel (€ 234.000). Minder werd uitgegeven op de BBZ (€ 73.000), het IOAW (€ 30.000) en Bijzondere bijstand (€ 55.000). Onder andere voor het meer uitgegeven deel WWB inkomensdeel ontvingen wij ook meer baten vanuit het Rijk (€ 236.000). Inkomen, WSW en beschut werk WSW en beschut werk

79.622

V

31.086

V

38

Er zijn minder personele lasten geweest (€ 66.000) en de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Ijsselmeergroep was minder dan begroot (€ 15.000). Daarnaast is er meer huur ontvangen dan vooraf begroot. (€ 32.000) WMO / zorg 18+ Hulpmiddelen en diensten (WMO) -57.055 N 30 V In het kader van de WMO verstrekken wij middelen. Hierin hebben wij meer rolstoelen dan begroot verstrekt (€ 44.000). Ook zijn er meer dan begroot vervoerskosten vergoed (€ 37.000). Daartegenover staat dat er minder dan begroot is uitgegeven aan woonvestrekkingen (€ 5.000) en overige hulpmiddelen (€ 18.000). WMO / zorg 18+ Dagbesteding (WMO) -91.091 N In het kader van dagbesteding (WMO) hebben wij meer uitgegeven dan vooraf begroot (€ 91.000).

- N

Jeugdzorg Jeugdhulp ambulant lokaal -470.335 N -36.884 N Wij hebben meer uitgegeven dan begroot in het kader van lokale Jeugd GGD (€ 265.000), lokale ambulante jeugdhulp (€ 127.000) en lokale jeugdhulp behandeling (€ 106.000). Minder dan begroot hebben wij uitgegeven aan dagbestedingen in het kader van lokale jeugdhulp (€ 22.000) en vervoersdiensten voor jeugdigen (€ 12.000). Jeugdzorg Jeugdhulp ambulant regionaal -80.479 N - N Er zijn meer lasten geweest in het kader van Regionale hoogspecialistische jeugdzorg (€ 91,000). Daarnaast is het budget voor intensieve regionale ambulante hulp vrijgevallen, omdat hiervan geen behoefte was. Jeugdzorg Jeugdhulp met verblijf regionaal -119.944 N - N Aan regionaal begeleid wonen is meer uitgegeven dan vooraf begroot (€ 250.000). Andere vormen van regionale jeugdhulp (Crisisopvang, jeugdzorg en behandeld wonen en jeugdzorgplus) leiden tot voordelen ten opzichte van de begroting (€ 129.000). WMO / zorg 18+ PGB WMO 36.396 Er is minder uitgegeven aan persoonsgebonden budgetten dan vooraf begroot (€ 32.000)

V

-14.387 N

Jeugdzorg PGB Jeugd -53.056 N Er is meer uitgegeven aan persoonsgebonden budgetten (PGB's) voor jeugd dan vooraf begroot (€ 55.000)

- N

WMO / zorg 18+ Coördinatie en beleid WMO -225.581 N Er zijn hogere personeelslasten voor dit onderdeel dan in de begroting voorzien (€ 226.000).

- N

39

Paragrafen

40

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de aanwezige risico’s. Dit betreft de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet-begrote kosten en risico’s zonder bestaande maatregelen op te vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit De gemeente Urk heeft geld nodig om financiële risico’s op te vangen. Dit noemen we de beschikbare weerstandscapaciteit. De gemeente Urk rekent de volgende onderdelen tot de beschikbare weerstandscapaciteit: 1. De algemene reserve (vrije deel); 2. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Reserve Participatie en Sociaal domein; 3. Stelpost onvoorziene uitgaven; 4. De onbenutte belastingcapaciteit; 5. De reserve grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). 1. De algemene reserve (vrije deel) De stand van de algemene reserve per 31 december dat vrij besteedbaar is. 2. De bestemmingsreserves Participatie en Sociaal domein.

Deze bestemmingsreserves zijn voor de jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende doeleinden. Vanuit dat oogpunt kunnen deze reserves dan ook worden meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. Er wordt gerekend met de verwachte stand van deze specifieke bestemmingsreserves per 31 december. 3. Stelpost onvoorziene uitgaven In de jaarrekening van enig jaar zijn geen stelposten opgenomen. Voor de begroting 2026 wordt er wel gerekend met een stelpost onvoorzien van €25.000 voor de dekking van onvoorziene uitgaven. Er zijn ook nog andere stelposten geraamd binnen de begroting. Deze overige stelposten zijn echter allemaal aangewezen voor specifieke doeleinden en worden daarom niet meegerekend met het weerstandsvermogen. 4. De onbenutte belastingcapaciteit De financiële verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die er nog is om de belastingen te verhogen. In het algemeen wordt gekeken naar de ruimte die aanwezig is om de OZB-tarieven nog te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit OZB wordt berekend 41

door de gemeentelijke WOZ-waarden met het redelijk peil uit het gemeentefonds meicirculaire te vermenigvuldigen. Bij de afvalstoffen- en rioolheffingen is de nog onbenutte belastingcapaciteit alleen de ruimte totdat 100% kostendekking is gerealiseerd. Ten aanzien van de begraafrechten geldt het beleid dat de kosten voor 80% in rekening worden gebracht. Hier is theoretisch sprake van een structureel onbenutte ruimte in de begroting. In 2025 was er geen sprake van onbenutte capaciteit voor de onroerendzaakbelasting en rioolheffing. Voor de afvalstoffenheffing was er in 2025 wel sprake van onbenutte capaciteit van 10%. 5. De reserve Grondzaken De verwachte stand van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken per 31 december. De weerstandscapaciteit (x € 1.000)

Begroot

Werkelijk

Algemene reserve (vrije deel)

11.633

11.821

Bestemmingsreserves Participatie en Sociaal Domein

5.617

5.617

Stelpost onvoorziene uitgaven

-

-

Onbenutte belastingcapaciteit

240

268

Reserve grondzaken

2.204

2.747

Totaal

19.694

20.453

Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen zich voordoet. Risicomanagement komt dus op de eerste plaats. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, dan komt het weerstandsvermogen in beeld. We verdelen de risico’s van de gemeente in drie risicocategorieën: • • •

Algemeen Concreet Specifiek

Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s doen zich nooit voor, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. Eerst worden de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht. Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk zal voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s komen te liggen. Algemene risico’s

42

Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden ook meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een risicoprofiel van 5%. Hieronder een opsomming van de belangrijkste of meest actuele algemene risico’s. •

Economische conjunctuur De Nederlandse economie groeit langzaam in 2026. De oorlog in Oekraïne en nieuwe spanningen in het Midden-Oosten leiden tot hogere en sterk schommelende energieprijzen, wat de inflatie opnieuw kan aanwakkeren. Ook zijn er handelsspanningen, bijvoorbeeld door nieuwe heffingen van de Verenigde Staten op Europese producten. Deze onzekerheden maken de economie kwetsbaar. Dit kan zorgen voor hogere kosten en minder inkomsten voor de gemeente.

•

Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen zijn stopgezet door een uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem blijft voorlopig een risico.

•

Open einde regelingen Economische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat meer inwoners een beroep doen op regelingen zoals de bijstand en minimaregelingen. Ook binnen de Wmo en de Jeugdwet bestaan risico’s, omdat deze regelingen geen vaste afbakening in de omvang van de zorgvraag kennen en daarmee sterk kunnen fluctueren. Voor zowel het sociaal domein als de Participatiewet zijn reserves gevormd. Deze reserves maken onderdeel uit van het weerstandsvermogen.

•

Grote investeringen De komende jaren staan op Urk grote opgaven en uitdagingen te wachten op het gebied van zowel wonen als werken. Om te kunnen voldoen aan de blijvende en toenemende vraag naar woningen, zoals in de Zeeheldenwijk, zijn aanzienlijke investeringen noodzakelijk. Daarnaast wordt van Urk een bijdrage verwacht aan de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland, onder andere met de ontwikkeling van de buitendijkse haven en het bedrijventerrein. Ook op het gebied van infrastructuur zijn uitbreidingen en verbeteringen nodig, zoals de realisatie van de Randweg. Deze omvangrijke investeringen brengen financiële risico’s met zich mee en hebben invloed op het weerstandsvermogen.

•

Stijging van de rente Gemeenten worden geconfronteerd met uiteenlopende financiële risico’s. De stijgende rente zorgt er momenteel voor dat het aantrekken van leningen duurder wordt. Tegelijkertijd leidt de hoge inflatie tot hogere kosten voor investeringen en projecten. Ook binnen de grondexploitatie speelt de rente een belangrijke rol, onder meer bij de berekening van de contante waarde en het ramen van toekomstige opbrengsten en kosten. Het is daarom essentieel dat grondexploitaties regelmatig worden

43

geactualiseerd. In onze gemeente vindt deze actualisatie jaarlijks plaats. •

Onverwachte vervanging van activa Gemeente Urk heeft de nodige activa in bezit die jaarlijks en periodiek onderhoud behoeven. Het onderhoud hiervan wordt gedaan op basis van onderhoudsplannen waardoor de bijbehorende kosten in beeld zijn. Het risico bestaat dat er zich onverwachte vervangingen voordoen. Te denken valt hierbij aan de havenkades waarvoor een onderzoek loopt.

•

Net- en watercongestie Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet te vol is en niet genoeg stroom kan vervoeren. Hierdoor kunnen bedrijven en inwoners soms geen extra stroom krijgen of moeten zij langer wachten op een aansluiting. Het netwerk is vaak verouderd en kan de snelle groei van stroomgebruik niet goed aan. Watercongestie lijkt hierop: het waternet kan in sommige gebieden te weinig water aan, bijvoorbeeld bij droogte of een hoge vraag. Dit kan zorgen voor minder waterdruk, vertragingen en extra kosten voor aanpassingen aan het netwerk. Er worden verschillende oplossingen gezocht om net- en watercongestie aan te pakken.

•

Schaarste aan (drink)water In Nederland staat de beschikbaarheid van drinkwater onder druk, met name door klimaatverandering en een groeiende vraag. Er wordt verwacht dat er in 2030 meer drinkwater nodig zal zijn dan er beschikbaar is, met name door een stijgende vraag en de effecten van droogte. Binnen de gemeente Urk wordt er in verhouding veel water verbruikt binnen de visverwerkende industrie. Het verminderen van het waterverbruik is essentieel, zowel in huishoudens als in de industrie en landbouw. Bewustwording van de gevolgen van waterverspilling draagt bij aan het verminderen van de vraag.

Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening ingesteld voor wethouders-pensioenen en -wachtgelden. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven daarom geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken. Specifieke risico’s Specifieke risico’s zijn risico’s die passen bij de situatie waarin de gemeente werkt. De specifieke risico’s bestaan uit: •

Gewaarborgde geldleningen De gemeente Urk staat borg voor meerdere leningen. Op deze leningen wordt jaarlijks afgelost, waardoor het risico jaarlijks afneemt.

•

Grondverkopen (grondexploitatie) De risico’s bij grondverkopen worden beoordeeld op basis van de werkelijke

44

boekwaarde van de grondprojecten. Elk jaar worden alle grondexploitaties opnieuw doorgerekend, en als een verlies wordt verwacht, wordt dit direct verwerkt door een voorziening te vormen vanuit de reserve grondzaken. Wanneer de verkoop van gronden later plaatsvindt dan gepland, kan dit gevolgen hebben voor de rentekosten en de opbrengsten. Als de marktwaarde lager is dan de boekwaarde, moet de gemeente een afboeking doen. Bij een geprognosticeerd verlies wordt een voorziening opgenomen ter grootte van het hele verwachte verlies; deze wordt later, bij het afsluiten van het project, volledig of deels gebruikt. •

Ontwikkelingen sociaal domein Voor wat betreft de regionale afspraken in het sociaal domein zijn er enkele financiële risico’s die de nodige aandacht vragen. Voor de lange en de korte termijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zorglandschap WMO en dan met name de (door)decentralisatie van beschermd wonen. Ook zijn er risico’s in de regionale afspraken rond jeugdhulp met verblijf. De Jeugdwet verplicht gemeenten om voor de zwaardere vormen van hulpverlening samen te werken. Het gaat om de inkoop van de meeste zware/complexe vormen van jeugdzorg. Daarnaast zien wij dat de zorgkosten voor de jeugd in zijn algemeenheid zijn toegenomen terwijl de vergoeding vanuit het rijk achterblijft.

•

Veiligheidsregio Vanaf 2024 maakt de veiligheidsregio extra kosten door het verplichtend karakter van de afspraken binnen het landelijk Veiligheidsberaad. Een voorwaarde voor de uitvoering is dat het Rijk hiervoor een bijdrage beschikbaar stelt. Deze bijdrage is nog niet verstrekt. Hierdoor lopen de deelnemende gemeenten financieel risico. In 2026 en 2027 worden de extra kosten gedekt uit de egalisatiereserve van de veiligheidsregio. Als de rijksbijdrage verder wordt uitgesteld, blijft het financiële risico bestaan.

•

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG) Gemeente Urk heeft een overeenkomst met deze stichting tot zekerstelling voor de nakoming van betalingsverplichtingen van de stichting (achtervangovereenkomst) met betrekking tot de verstrekte hypotheekgaranties. Gemeenten en rijk namen, ieder voor 50%, deel in de achtervang van de Nationale hypotheek garantie. Per 1 januari 2011 is de achtervangfunctie van de gemeenten voor nieuw af te geven hypotheekgaranties vervallen. Vanaf deze datum is voor nieuw af te geven hypotheekgaranties sprake van een 100% rijksachtervang. Het risico heeft dus alleen betrekking op de afgegeven garanties voor 1 januari 2011.

•

Energienet Urk Het Energienet Urk voorziet bedrijven op Port of Urk en woningen in de Zeeheldenwijk van warmte en kou. De organisatievorm joint venture is een samenwerkingsverband van de gemeente en een privaat warmtebedrijf (Inwarmte), waarin de gemeente de meerderheid van de aandelen heeft. Er ligt een concept-kredietovereenkomst voor een BNG-lening van €11 miljoen, waarvoor de gemeente garant staat. De overeenkomst is nog niet getekend, omdat landelijk nog onduidelijkheid bestaat over het nieuwe garantiefonds. De Gemeente Urk is de eerste gemeente die gebruik gaat maken van het garantiefonds. De BNG heeft meer tijd nodig om de juiste overeenkomsten op te stellen.

45

De verwachting is dat de overeenkomst in het tweede kwartaal van 2026 wordt ondertekend. Omdat de overeenkomst nog niet is ondertekend beperken wij ons tot het schriftelijk informeren over dit specifieke risico. De verwachte garantstelling oot een lening van €11 miljoen is niet meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen. •

Subsidie Energienet Urk De gemeente ontvangt een subsidie van € 2,5 miljoen van de Provincie Flevoland voor de ontwikkeling van Energienet Urk. Dit volledige bedrag wordt door de gemeente als agio ingebracht in de joint venture. De subsidie wordt definitief vastgesteld in 2028, aan het einde van de cofinancieringsperiode. Er is een risico dat het bedrag lager wordt vastgesteld als de totale projectkosten van niet worden gehaald, maar de kans hierop wordt nu laag ingeschat.

In de onderstaande tabel worden de genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen.

Omschrijving

Grondslag Financieel risico (x € 1.000)

Risico profiel

Benodigde weerstandscapaciteit (x € 1.000)

Eventuele opmerkingen

Algemene risico's

86.239

5%

4.312

Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s, om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.

Gewaarborgde geldleningen

4.051

5%-10%

304

Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2025.

Boekwaarde grondexploitaties woningbouw

40.199

10%

4.020

Dit betreft de boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2025.

Boekwaarde grondexploitaties bedrijventerrein

21.659

20%

4.332

Dit betreft de boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2025.

Begrotingsomvang 2025

Specifieke risico's

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG)

32.000

5%

1.600

Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2025.

Verplichte agio storing Energienet Urk

1.000

25%

250

Dit betreft de verplichte agio storting.

14.818

Benodigde weerstandscapaciteit

Totaal

185.148

46

Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen vertalen we in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen maken we gebruik van onderstaande waarderingstabel. De ratio weerstandsvermogen moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0 (waarderingscode C).

Weerstandsvermogen

Beschikbare weerstandscapaciteit = Benodigde weerstandscapaciteit

Het weerstandsvermogen bij de jaarrekening 2025 is met een ratio van 1,4 voldoende. Bij de begroting 2025 was de ratio 1,5. De daling van 0,1 komt enerzijds door een daling van de weerstandscapaciteit van circa zeven miljoen ten opzichte van de begroting 2025. Deze daling komt voort omdat het saldo gecorrigeerd is met toekomstig geplande onttrekkingen. Anderzijds is er sprake van een daling van de benodigde weerstandscapaciteit, waardoor er geen sprake is van een al te sterke daling.

A

Ratio weerstandsvermogen 2,0 >

Uitstekend

B

1,4 tot 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 tot 1,4

Voldoende

D

0,8 tot 1,0

Matig

E

0,6 tot 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Waarderingscode

Betekenis

Financiële kengetallen Het is voor gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. Met kleuren groen, oranje en rood is de situatie gunstig, neutraal of ongunstig.

47

Werkelijk

Begroot

Werkelijk

2024

2025

2025

Netto schuldquote

123%

173%

155%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

114%

163%

145%

Solvabiliteitsratio

25%

24%

20%

Grondexploitatie

65%

83%

72%

Structurele exploitatieruimte

-7,4%

1,5%

-0,7%

Belastingcapaciteit

99%

105%

100%

Gunstig

Neutraal

Ongunstig

Netto schuldquote

< 90%

> 90% en < 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

> 90% en < 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

> 20% en < 50%

< 20%

Grondexploitatie

< 30%

> 30% en < 40%

> 40%

Structurele exploitatieruimte

> 0%

= 0%

< 0%

Belastingcapaciteit

< 95%

> 95% en < 125%

> 125%

Kengetallen

Signaleringswaarden

In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen formuleren we 10 beleidskaders die onderverdeeld zijn in risicomanagement en weerstandsvermogen. Aan de hand van deze beleidskaders houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels leven we strak na en hebben hun waarde inmiddels bewezen. Toelichting en analyse samenhang kengetallen: • Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote voor alle verstrekte leningen vallen lager uit dan begroot. Dit komt deels door een stijging van de begrotingsomvang. Waakzaamheid blijft nodig, omdat de ratio’s mede bepaald worden door vaste schulden met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar. • Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.

Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de omvangrijke grondexploitatie en de geplande investeringen is veel vreemd vermogen nodig. Dit heeft effect op het balanstotaal en daarmee de solvabiliteit. Bij verkoop van 48

gronden en aflossing van leningen neemt het vreemd vermogen weer af, waardoor de solvabiliteit verbetert. Tegelijkertijd daalt het eigen vermogen van de gemeente ten opzichte van voorgaande jaren. Door de investeringen in de komende jaren en daarmee de toename van het vreemd vermogen stijgt het balanstotaal. In combinatie met een lager eigen vermogen leidt dit tot een daling van de solvabiliteit. Ook hier is waakzaamheid geboden. • Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente Urk voert een actief grondbeleid. De gemeente Urk heeft een relatief omvangrijke grondexploitaties ten opzichte van de totale geraamde baten. Dit komt met name door de investeringen in de Zeeheldenwijk en Port of Urk. Door de verkoop van de gronden zal de boekwaarde weer dalen daardoor ook het percentage. Omdat grondexploitaties langlopende projecten zijn, zal de komende jaren dit percentage bovengemiddeld hoog blijven. De ratio voor 2025 valt lager uit dan begroot, maar blijft stabiel ten opzichte van 2024.

Het is van belang de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie goed te blijven monitoren • Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte van de gemeente Urk is voor 2025 negatief. • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Bij de belastingdruk wordt uitgegaan van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De woonlasten in 2025 komen op 100% van het landelijk gemiddelde (prijspeil 2025). Analyse Uit bovenstaande toelichting op de verschillende kengetallen en uit de overzichten kan geconcludeerd worden dat gemeente Urk de komende periode aanzienlijk in de rode (ongunstig) signaleringswaarden zit. De groei van de gemeente, onder andere door de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk en een bedrijventerrein, in combinatie met de geplande investeringen (sporthal, gemeentewerf, integraal huisvestingsplan, etc.), zorgt voor een toenemende financiële druk.

49

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor wonen, werken en recreëren zijn kapitaalgoederen nodig, zoals wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. De lasten vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen

Beleids- en beheerplan

Overkoepelend

Beleidsplan IBOR 20222027 Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan Gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma GWRP 2023-2028 Operationeel beheerplan Maatwerkovereenkomst Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan Nota Vastgoed Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan

Wegen Riolering

Water Groen Gebouwen Overig

Vastgesteld

Einde looptijd

Financieel vertaald

Achterstallig onderhoud

2021

2027

Ja

Nee

2015

Onbepaald

Ja

Nee

2022

2028

Ja

Nee

2011

Onbepaald

Ja

Nee

2019

2029

Ja

Nee

2022 2006

Onbepaald Onbepaald

Ja Ja

Nee Nee

2006

Onbepaald

Ja

Toelichting op tabel Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 is het IBOR-Beleidsplan geactualiseerd en vastgesteld voor 2022-2027. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleidsplan en beheerplan. De riolering valt hier buiten vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Globaal gezien kan voor riolering het Gemeentelijk Wateren Rioleringsprogramma (GWRP Urk 2023-2028) als het koepeldocument gezien worden en het beheerplan als onderliggend document. Beeldkwaliteit 2025 In het beleidsplan IBOR staan de afspraken hoe het er buiten uit moet zien. Per gebied en per onderdeel zijn de gewenste beheerkwaliteiten afgesproken. Om de kwaliteit te monitoren zijn diverse schouwrondes uitgevoerd. Resultaat kwaliteit gestuurd beheer 2025 De vastgestelde beeldkwaliteit uit het beleidsplan IBOR voor het beheer van de openbare ruimte voldoet op hoofdlijnen aan de vastgestelde ambitie.

50

Kerncijfers per 31-12-2025 Kapitaalgoederen

Objecten

Wegen

Weg binnen de bebouwde kom

99,8 km

Weg buiten de bebouwde kom

4,7 km

Riolering

situatie 31-12-2025

Wegennet geasfalteerd

121.318 m2

Wegennet elementenverharding

928.784 m2

Lichtmasten

4.307 stuks

Rioolaansluitingen

8.497 stuks

Vrijverval-, druk- en persriolering

181 km

Tussen- en eindgemalen

22 stuks

Drukgemalen

9 stuks

Bergbezinksystemen

3 stuks

Water

Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijke en onbeschoeide oevers

Groen

Plantsoenen

1.010 are

Gras

6.858 are

Bomen

6.000 stuks

Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen)

Gebouwen

434 stuks

Gemeentehuis/Bibliotheek

1 st

Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)

2 st

Zwembad 't Bun

1 st

Onderwijs gebouwen ( basisonderwijs)

12 st

Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs)

2 st

Binnensport accommodaties (gymzalen de Noord en Nagel)

2 st

Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf (KCU)

1 st

Gemeentelijke gebouwen algemeen (brandweer, sportvelden, begraafplaats, haven e.a.)

19 st

Bedrijfsruimten (verhuurd, werf Hoekman)

1 st

Woningen ('Metz' en ambtswoning)

2 st

Totaal

43 objecten

51

Overig

Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)

28 stuks

Wijziging hoeveelheid areaal Jaarlijks wijzigt de hoeveelheid areaal van Urk. Deze wijzigingen zijn onder andere het gevolg van de ontwikkelingen van de groei van Urk. De bouw van de Zeeheldenwijk vordert bijvoorbeeld gestaag. Daaruit wordt gebied overgedragen naar de beheerorganisatie. Nog niet alle deelgebieden die gereed zijn gekomen in het afgelopen jaar zijn overgedragen, omdat daar het proces wordt gevolgd wat in het IBOR-beleidsplan is vastgesteld. Verandering in areaal komt ook uit wijzigingen van areaal binnen het bestaand gebied van Urk. Dit zijn wijzigingen die volgen uit inbreiding (toevoeging/wijziging van bebouwing), omvorming (asfalt in plaats van klinkers, gras in plaats van beplanting etc.) en andere ontwikkelingen zoals de aanpassingen in het bos rondom het Noorderzand. Areaaluitbreidingen en budgetten De reguliere beheerbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van beheervoorzieningen/vervangingsbudgetten, moeten jaarlijks worden herzien in relatie tot de groei van het areaal. Dit is financieel voor een aantal onderdelen nog niet doorgevoerd. Door bezuinigingen staan de budgetten onder druk. Dit in combinatie met uitvoering van belangrijke projecten zoals Singel - die door inflatie en externe factoren meer geld hebben gekost – zijn de vervangingsbudgetten van bijvoorbeeld wegen op dit moment uitgeput.

Binnen alle sectoren (wegen, riolering, groen en gebouwen) is sprake van meer dan gemiddelde inflatie, waardoor druk op de budgetten is toegenomen. Verplichte onderdelen binnen de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (inclusief toelichting) Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen aan de orde moeten komen (BBV art 12). Wegen Het Urker wegennet wordt elke twee jaar geïnspecteerd. In het voorjaar van 2026 wordt opnieuw de inspectie uitgevoerd. De voorbereidingen voor de inspectie hebben in 2025 plaatsgevonden. De wijzigingen in areaal zijn daarin meegenomen. Uit de inspecties volgen de benodigde maatregelen voor een veilige infrastructuur. Dit geeft ook een actueel beeld met betrekking tot eventueel benodigde vervangingsinvesteringen op de korte termijn. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. Deze inspectie is daarmee de actuele informatie voor het beheerplan waarvan eind 2025 is gestart met de actualisatie. Het beheerplan geeft samen met de vigerende beheerstrategie tevens input voor de meerjarenplanning en de evaluatie van het IBORbeleidsplan. Dit staat gepland voor 2026 en verder.

Riolering Het Gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma GWRP Urk 2023-2028 is in 2022 vastgesteld en met ingang van 2023 van kracht geworden. In het GWRP is het beleid voor het stedelijk oppervlaktewater en de gemeentelijke riolering beschreven, zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en de vervangingsopgave. In het GWRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Ook wordt gewerkt met de 52

Maatwerkovereenkomst Water, die is afgesloten met het Waterschap. Dit jaar is deze overeenkomst in concept opgesteld, om in het voorjaar van 2026 te worden vastgesteld. Groen Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid op basis van beeldkwaliteit dat door de raad is vastgesteld in het IBOR-Beleidsplan. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen vallen niet onder het beleidsplan IBOR. Voor het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in 2022 het beheerplan geactualiseerd, dat in de loop van 2023 van kracht is geworden. Hiervoor is een voorziening gebouwenbeheer beschikbaar. Financiële vertaling (x € 1.000)

Begroot

Werkelijk

IBOR Groen

875

886

Verharding

956

959

Water

81

87

Civiele kunstwerken

663

707

Meubilair

56

55

Openbare verlichting

150

206

Reiniging

340

370

Recreatie

235

163

Overig

11

11

3.367

3.445

Gemeentehuis/Bibliotheek

545

584

Monumentale gebouwen

97

132

Zwembad

791

789

Binnensport accommodaties

148

136

Kindcentrum

249

242

Gemeentelijke gebouwen

289

300

Subtotaal

2.119

2.183

Totaal

5.486

5.628

Subtotaal

Gebouwen

53

Financiering Inleiding De financieringsfunctie bestaat uit de activiteiten die nodig zijn om in de financieringsbehoefte van de gemeente te voorzien. De gemeente moet altijd over voldoende middelen beschikken om aan haar verplichtingen te voldoen. Voor het financieren van investeringen trekt de gemeente langlopende geldleningen aan. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het Treasurystatuut vormen het kader voor de financieringsactiviteiten van de gemeente. De financieringsmiddelen worden aangetrokken op de geld- en kapitaalmarkt. In deze paragraaf geven we de langlopende financieringspositie, de kasgeldlimiet (korte schuldnorm) en de renterisiconorm (lange schuldnorm) weer. Het afgeven van garanties voor geldleningen van derden maakt geen deel uit van de financieringsfunctie. Verzoeken hiervoor worden afzonderlijk ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. Financiering lang De langlopende financieringspositie van de gemeente was als volgt: Bedragen (x € 1.000)

Rekening 2023 Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

(Im-)materiële vaste activa

83.976

90.803

110.599

112.294

Financiële vaste activa

8.292

8.171

8.063

8.577

Totaal vaste activa

92.268

98.974

118.662

120.871

Voorraden (onderhanden werk)

56.330

57.430

63.492

61.858

Totaal vaste activa en voorraden

148.598

156.404

182.154

182.730

Algemene reserve

17.557

16.945

17.495

16.950

Bestemmingsreserves

28.670

25.270

26.270

25.330

Voorzieningen

7.105

5.488

5.138

6.722

Langlopende leningen (> 1 jaar)

78.463

98.831

98.831

110.941

Totaal financieringsmiddelen

131.795

146.534

147.734

159.942

Financieringstekort of -overschot

-16.803

-9.870

-34.420

-22.788

Eigen vermogen:

Vreemd vermogen:

Afhankelijk van het financieringssaldo worden gedurende het jaar nieuwe geldleningen aangetrokken. Dit saldo wordt vooral bepaald door de uitvoering van het investeringsprogramma en de ontwikkeling van de voorraden bouwgrond. De kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het beleidsuitgangspunt van totaalfinanciering vormen daarbij de belangrijkste randvoorwaarden. Eind 2025 was er een financieringstekort van € 23,6 miljoen. In de begroting was een tekort van € 34,4 miljoen verwacht. In april 2025 is een langlopende lening van € 20 miljoen afgesloten 54

(looptijd 15 jr., vaste rente 2,96%). Voor het resterende bedrag zijn enkele kasgeldleningen afgesloten (€ 23 miljoen eind 2025). De tabel hieronder laat de veranderingen in de geldleningen zien en wat dit betekent voor de gemiddelde rente. Bedragen (x € 1.000) Stand per 1 januari

Rekening 2023 Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

85.138

78.463

98.831

98.831

0

25.000

0

20.000

Aflossingen

6.675

4.632

7.890

7.890

Rentelast

1.419

1.909

1.899

2.308

Stand per 31 december

78.463

98.831

90.941

110.941

Gemiddelde rentepercentage

1,73%

2,15%

2,00%

2,20%

Nieuwe leningen

Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) De kasgeldlimiet is het middel om de omvang van de kortlopende schulden te bewaken. In 2025 bedroeg deze limiet € 6,6 miljoen (8,5 % van het begrotingstotaal van € 77,7 miljoen). Hieronder staat een overzicht van de liquiditeitspositie in relatie tot deze limiet. Bedragen (x € 1.000)

Rekening 2023 Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

Grondslag = omvang begroting per 1-1

74.259

82.365

77.684

77.684

Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)

6.312

7.001

6.603

6.603

Totaal netto vlottende schuld

13.052

5.983

34.420

15.249

Toegestane kasgeldlimiet

6.312

7.001

6.603

6.603

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

-6.740

1.018

-27.817

-8.646

Toets kasgeldlimiet

In het eerste kwartaal 2025 was de kasgeldlimiet gemiddeld met € 17,4 miljoen overschreden. In april 2025 is dit opgelost door een langlopende lening van € 20 miljoen af te sluiten. In het derde en vierde kwartaal van 2025 was de kasgeldlimiet opnieuw gemiddeld overschreven, met eind 2025 een bedrag van € 3,7 miljoen. Renterisiconorm (norm voor lange schuld) De renterisiconorm voor lange schulden uit de Wet Fido heeft als doel het toekomstige renterisico te beperken door aflossingen en renteherzieningen (oversluiten) te spreiden. Hiermee wordt voorkomen dat in één jaar een te grote ophoping van aflossingen of renteherzieningen ontstaat, wat een risico vormt voor de lange schuldpositie. Volgens de Wet Fido is het renterisicobedrag de som van de aflossingen en renteherzieningen in een jaar. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 20% van het totaal van de gemeentelijke begroting.

55

Er zijn geen leningen aangetrokken waarvan de rente tussentijds kan worden herzien. Nieuw af te sluiten leningen worden zo afgesloten dat de renterisiconorm ook in de toekomst niet wordt overschreden. De renterisiconorm voor 2025 was € 15,5 miljoen, wat gelijk is aan 20% van het begrotingstotaal van € 77,7 miljoen. Bedragen (x € 1.000) Grondslag = omvang begroting per 1-1

Rekening 2023 Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

74.259

82.365

77.684

77.684

Renterisiconorm (20 %)

14.852

16.473

15.537

15.537

Renterisico op vaste schuld (aflossingen)

6.675

4.632

7.890

7.890

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

8.177

11.841

7.647

7.647

Toetsing renterisiconorm

Uit het overzicht blijkt dat de gemeente ruim binnen de norm blijft. Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en de investeringen worden eerst gefinancierd met kortlopende middelen (looptijd van één jaar of korter). Hiervoor gebruikt de gemeente rekening-courantkrediet, daggeldleningen en kasgeldleningen. Daarbij wordt erop toegezien dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Wanneer de kasgeldlimiet in zicht komt, wordt de korte financiering omgezet in langlopende leningen. Hierbij wordt rekening gehouden met de verwachte renteontwikkelingen. De activiteiten rond het kasbeheer worden uitgevoerd volgens het treasurystatuut. Crediteurenbeheer Onderstaande tabel toont per jaar het aantal verwerkte inkoopfacturen en de gemiddelde doorlooptijd van ontvangst tot betaling. Jaar Aantal Dagen 2025 9.012 19 2024 9.656 20 Kredietrisico De gemeente mag leningen verstrekken en garanties afgeven als deze bijdragen aan een publieke taak. De gemeenteraad bepaalt wat onder deze publieke taak valt volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). De gemeente Urk heeft de volgende leningen rechtstreeks aan derden verstrekt:

56

Bedragen (x € 1.000)

Rekening 2023 Rekening 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=5ef73691-51f3-4a98-9e30-ec2464928da3