Jaarrekening 2024
Tekst van het document
ROVA Holding
Huisvuilcentrale Noord Holland
Vitens
Wadinko
Rechtsvorm
NV
NV
NV
NV
Belang
6,571% (B) 1,370% (totaal)
0,629% (A) 0,530% (totaal)
0,00281
1,47%
Soort belang
Gewone aandelen (B)
Gewone aandelen (A)
Gewone aandelen
Gewone aandelen
2020: € 5,1 mln.
2020: € 15,2 mln.
2020: € 23,9 mln.
2020: € -3 mln.
2021: € 5,1 mln.
2021: € 26,4 mln.
2021: € 19,4 mln.
2021: € 8,6 mln.
2022: € 4,3 mln.
2022: € 28,1 mln.
2022: € 8,2 mln.
2022: € 12,9 mln.
Resultaat 2020 e.v.
Eigen Vermogen eind 2020 e.v.
Vreemd Vermogen eind 2020 e.v.
Dividend
2023: € 5,4 mln.
2023: € 25,0 mln.
2023: € 27,2 mln.
2023: € 1,8 mln.
2020: € 38,9 mln.
2020: € 142 mln.
2020: € 557 mln.
2020: € 65 mln.
2021: € 36,5 mln.
2021: € 169 mln.
2021: € 600 mln.
2021: € 74 mln.
2022: € 37,6 mln.
2022: € 199 mln.
2022: € 650 mln.
2022: € 83 mln.
2023: € 39,5 mln.
2023: € 231 mln.
2023: € 678 mln.
2023: € 83 mln.
2020: € 53,3 mln.
2020: € 850 mln.
2020: € 1.340 mln.
2020: € 6 mln.
2021: € 58,8 mln.
2021: € 845 mln.
2021: € 1.388 mln.
2021: € 6,9 mln.
2022: € 63,4 mln.
2022: € 868 mln.
2022: € 1.447 mln.
2022: € 8,5 mln.
2023: € 60,0 mln.
2023: € 918 mln.
2023: € 1,558 mln.
2023: € 8,7 mln.
2020: € 62.617
2020: € 49.598
2020: € nihil
2020: € nihil
2021: € 61.147
2021: € 45.747
2021: € nihil
2021: € nihil
2022: € 43.998
2022: € 40.488
2022: € nihil
2022: € 37.659
2023: € 86.055
2023: € 38.810
2023: € nihil
2023: € 21.976
Nee, de Ja, de aandeelhouders Nee, de Nee, de aandeelhouder van van de NV zijn aandeelhouder van aandeelhouder van Verplichte afdekking een NV is niet gezamenlijk een NV is niet een NV is niet van het tekort aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de schulden van de NV. ontstane tekorten. schulden van de NV. schulden van de NV.
Aandelenkapitaal van € Aandelenkapitaal van Verstrekte garanties 1.044; 23 aandelen A á € Aandelenkapitaal van Aandelenkapitaal van € 18.152 Gebaseerd en geldleningen en 45,45. Garantiestelling € 162.150; 16.215 € 9.652; 3.861 op 160 aandelen B á € aandelenkapitaal van € 38.810 (2023) € aandelen à € 10. aandelen à € 2,50. 113,45. 41.645 (2022).
65
Risico´s afgedekt door andere partners
Geen, met uitzondering van het door partijen verstrekte aandelenkapitaal.
Geen, met uitzondering van het door partijen verstrekte aandelenkapitaal.
Geen, met uitzondering van het door partijen verstrekte aandelenkapitaal.
Overige risico's bij faillissement
In de begroting 2024 In de begroting 2024 Het saldo wordt rekening wordt geen rekening garantiestellingsprovisie gehouden met een gehouden met een 2024 bedraagt € 35.100. winstuitkering. winstuitkering.
In de begroting 2024 wordt geen rekening gehouden met een winstuitkering.
Monitoring van risico´s
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening. Beoordeling van het nakomen van de prestaties.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Verbonden partij
Bank Nederlandse Gemeenten
Technofonds Flevoland
Port of Urk
Veiligheidsregio Flevoland
De garantiestelling is hoofdelijk, met verrekening naar rato van aandelen.
Rechtsvorm
NV
BV
BV
GR
Belang
0,00%
1,01%
100%
n.v.t.
Soort belang
Gewone aandelen
Gewone aandelen
Gewone aandelen
n.v.t.
2020: € 221 mln.
2020: € -731k
2020: € -10k
2020: € 1.579 mln.
2021: € 236 mln.
2021: € 16,3 mln.
2021: € -25k
2021: € 1.789 mln.
2022: € 300 mln.
2022: € 12,6 mln.
2022: € -11k
2022: € 164k
2023: € 254 mln.
2023: € -1,1 mln.
2023: € -11k
2023: € -1,56 mln.
2020: € 4,4 mld.
2020: € 4,4 mln.
2020: € 7k
2020: € 10,8 mln.
2021: € 4,329 mld.
2021: € 8,2 mln.
2021: € -18k
2021: € 12,3 mln.
2022: € 4,306 mld.
2022: € 7,9 mln.
2022: € -29k
2022: € 9,8 mln.
2023: € 4,700 mld.
2023: € 6,7 mln.
2023: € -40k
2023: € 8,8 mln.
2020: € 156 mld.
2020: € 26k
2020: € 4k
2020: € 7,0 mln.
2021: € 144 mld.
2021: € 16k
2021: € 19k
2021: € 6,7 mln.
2022: € 107 mld.
2022: € 16k
2022: € 31k
2022: € 11,1 mln.
Resultaat 2020 e.v.
Eigen Vermogen eind 2020 e.v.
Vreemd Vermogen eind 2020 e.v.
Dividend
Verplichte afdekking van het tekort
2023: € 111 mld.
2023: € 11k
2023: € 77k
2023: € 12,6 mln.
2020: € 6.988
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2021: € 8.803
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2022: € 9.653
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2023: € 7.089
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
Nee, de Nee, de Nee, de Ja, de deelnemers in aandeelhouder van aandeelhouder van aandeelhouder van een GR zijn een NV is niet een BV is niet een BV is niet gezamenlijk aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de schulden van de NV. schulden van de BV. schulden van de BV. ontstane tekorten.
Bekostiging via jaarlijkse bijdrage; € Verstrekte garanties Aandelenkapitaal van Aandelenkapitaal van Aandelenkapitaal van 849.799 (2020), € en geldleningen en € 9.652; 3.861 € 100.285; 221 € 100.000; 100.000 917.584 (2021) € aandelenkapitaal aandelen á € 2,50. aandelen á € 453,78. aandelen á €1. 967.052 (2022) € 1.013.583 (2023).
66
Geen, met uitzondering van het Risico´s afgedekt door partijen door andere partners verstrekte aandelenkapitaal.
Geen, met uitzondering van het door partijen verstrekte aandelenkapitaal.
Geen, met uitzondering van het door partijen verstrekte aandelenkapitaal.
Andere gemeenten nemen naar evenredigheid deel.
Overige risico's bij faillissement
In de begroting 2024 wordt rekening gehouden met een winstuitkering.
In de begroting 2024 wordt geen rekening gehouden met een winstuitkering.
In de begroting 2024 wordt geen rekening gehouden met een winstuitkering.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Monitoring van risico´s
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Verbonden partij
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland
IJsselmeergroep
Het Flevolands Archief
Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek
Rechtsvorm
GR
GR
GR
GR
Belang
n.v.t.
14,13%
n.v.t.
0,0217
Soort belang
Resultaat 2020 e.v.
Eigen Vermogen eind 2020 e.v.
Vreemd Vermogen eind 2020 e.v.
Dividend
n.v.t.
Participaties
n.v.t.
n.v.t.
2020: € 360k
2020: € 12k
2020: € -11k
2020: € 555k
2021: € 797k
2021: € -52k
2021: € 160k
2021: € 570k
2022: € -211k
2022: € -61k
2022: € 133k
2022: € 924k
2023: € 310 mln.
2023: € 71k
2023: € 116k
2023: € 1,17 mln.
2020: € 7,3 mln.
2020: € 3,4 mln.
2020: € 800k
2020: € 1,3 mln.
2021: € 6,5 mln.
2021: € 2,7 mln.
2021: € 723k
2021: € 1,6 mln.
2022: € 6,7 mln.
2022: € 2,6 mln.
2022: € 696k
2022: € 2,5 mln.
2023: € 7 mln.
2023: € 2,7 mln.
2023: € 384 mln.
2023: € 3,2 mln.
2020: € 11 mln.
2020: € 1,7 mln.
2020: € 129k
2020: € 5,1 mln.
2021: € 6,2 mln.
2021: € 3,7 mln.
2021: € 108k
2021: € 4,3 mln.
2022: € 9,1 mln.
2022: € 5,6 mln.
2022: € 273k
2022: € 5,6 mln.
2023: € 8,4 mln.
2023: € 4,6 mln.
2023: € 120 mln.
2023: € 4,6 mln.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
Ja, de deelnemers in Ja, de deelnemers in Ja, de deelnemers in Ja, de deelnemers in een GR zijn een GR zijn een GR zijn een GR zijn Verplichte afdekking gezamenlijk gezamenlijk gezamenlijk gezamenlijk van het tekort aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de aansprakelijk voor de ontstane tekorten. ontstane tekorten. ontstane tekorten. ontstane tekorten.
Verstrekte garanties en geldleningen en aandelenkapitaal
Garantiestelling van € 693.900 voor Bekostiging via Bekostiging via nieuwbouw kwekerij. jaarlijkse bijdrage; € jaarlijkse bijdrage; € Bekostiging via 45.156 (2020), € 409.724 (2020), € jaarlijkse bijdrage. € 46.466 (2021), € 466.180 (2021) € 1.620.728 (2020), € 47.750 (2022), € 486.892 (2022) € 1.657.766 (2021) € 49,790 (2023), € 524.000 (2023). 1.646.719 (2022) 79.307 (2024). 1.764.135 (2023).
Bekostiging via jaarlijkse bijdrage; € 269.315 (2020), € 353.657 (2021) € 362.535 (2022) € 379.916 (2023).
67
Risico´s afgedekt door andere partners
Andere gemeenten nemen naar evenredigheid deel.
Andere gemeenten nemen naar evenredigheid deel.
Andere gemeenten nemen naar evenredigheid deel.
Andere gemeenten nemen naar evenredigheid deel.
Overige risico's bij faillissement
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Monitoring van risico´s
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Verbonden partij
Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland
Stichting FlevoMeer Bibliotheek
Rechtsvorm
Centrumregeling
Stichting
Belang
n.v.t.
n.v.t.
Soort belang
n.v.t.
n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € 202k
2021: € n.v.t.
2021: € -81k
2022: € n.v.t.
2022: € 16k
Resultaat 2020 e.v.
Eigen Vermogen eind 2020 e.v.
Vreemd Vermogen eind 2020 e.v.
Dividend
2023: € n.v.t.
2023: € -99k
2020: € n.v.t.
2020: € 1,77 mln.
2021: € n.v.t.
2021: € 1,65 mln.
2022: € n.v.t.
2022: € 1,78 mln.
2023: € n.v.t.
2023: € 1,95 mln.
2020: € n.v.t.
2020: € 2,79 mln.
2021: € n.v.t.
2021: € 2,64 mln.
2022: € n.v.t.
2022: € 2,58 mln.
2023: € n.v.t.
2023: € 2,15 mln.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
2023: € n.v.t.
Ja, de deelnemers Verplichte afdekking dragen elk de kosten van het tekort voor de hulp aan de eigen cliënten.
n.v.t.
Bekostiging via Bekostiging via jaarlijkse bijdrage € jaarlijkse bijdrage; € Verstrekte garanties 2.447.000 (2020), € 378.014 (2020), € en geldleningen en 2.255.392 (2021) € 398.652 (2021) € aandelenkapitaal 860.889 (2022) 475.689 (2022) € 559.731 (2023) n.n.b. 520.344 (2023) n.n.b. (2024). (2024). Het totale budget mag niet worden Andere gemeenten Risico´s afgedekt overschreden. Er zijn nemen naar door andere partners afspraken t.a.v. evenredigheid deel. solidariteit. Overige risico's bij faillissement
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
n.v.t.
68
Monitoring van risico´s
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
69
Grondbeleid Inleiding De paragraaf Grondbeleid gaat in op het te voeren grondbeleid en de te verwachten resultaten. De inhoud van deze paragraaf is in lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en bevat: • • • • •
De visie op het grondbeleid; De manier waarop het grondbeleid wordt uitgevoerd; Een prognose van de resultaten van de totale grondexploitaties; Een onderbouwing van de geraamde winstneming; Risico’s in relatie tot het weerstandsvermogen.
De visie op het grondbeleid Grondbeleid is doelgericht overheidsoptreden in de grond- en vastgoedmarkt. Het grondbeleid is een hulpmiddel bij het uitvoeren van het omgevingsbeleid van de gemeente om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, economie, natuur en groen, duurzaamheid, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. Het gaat in het grondbeleid om grote belangen en grote hoeveelheden geld. De resultaten op grondexploitaties en de financiële risico's zijn van groot belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. De gemeenteraad heeft een nota grondbeleid op 3 oktober 2024 vastgesteld. De gemeente Urk kiest voor situationeel grondbeleid met een actieve basis. Door een actieve grondpolitiek kan de gemeente Urk sterke invloed uitvoeren op de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van nieuwe woningen op Urk. Een belangrijk doel voor de gemeente in haar grondbeleid is het hebben van maximale sturing en regie op ontwikkelingen die voor de gemeente van belang zijn, zoals het hebben van voldoende woningen en bedrijfsgronden. Een actieve grondpolitiek, zeker voor de uitleggebieden, ligt dan voor de hand. Dat betekent echter niet dat deze keuze in beton is gegoten.
Faciliterende grondpolitiek wordt bij voorbaat niet uitgesloten, zeker niet bij “binnenstedelijke” (her)ontwikkelingen. De keuze voor een actief of faciliterend beleid wordt onder andere ingegeven door onze ruimtelijke doelstellingen, de grondposities, het gewenste programma en de financiële middelen/risico’s van de gemeente. Bouwgrond in exploitatie (BIE) Bouwgrond in exploitatie (BIE) heeft in alle gevallen betrekking op grondexploitaties in de uitvoeringsfase. Bij een BIE zijn de gronden in eigendom van de gemeente. Het startpunt van de BIE is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Het grondexploitatiecomplex bevat tenminste de volgende onderdelen: • • • • •
een kaart van het grondexploitatiecomplex; een beschrijving van de bouwkavels; de bestemming en toegestane bouwvolumes; de omschrijving van de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de gronden; de omschrijving van de aanleg van nutsvoorzieningen;
70
• •
de omschrijving van het inrichten van de openbare ruimte in het gebied; een grondexploitatiebegroting, waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in tijd.
De te verwachten resultaten van de lopende actieve grondexploitaties. Nog te nemen winst
Complex
Resultaat 2023
Positief / negatief
Resultaat 2024
Positief / negatief
Winstname t/m 2024
Looptijd verkoop
1. Oranjewijk afronding
4.159.886
Positief
4.562.970
Positief
4.414.032
148.938 2014 - 2026
2. Zeeheldenwijk
-1.552.142
Positief
-4.402.133
Negatief
-
- 2022 - 2038
3. Grex Staartweg
143.195
Positief
-354.724
Negatief
-
- 2027 - 2029
4. Zwolse Hoek, fase 5
1.465.788
Positief
1.539.501
Positief
1.486.940
52.561 2007 - 2025
5. Port of Urk
-1.812.367
Negatief
-1.530.142
Negatief
-
- 2019 - 2042
6. Westgat
-496.829
Negatief
-507.127
Negatief
-
- 2019 - 2026
Totaal resultaat
1.907.531
Postitief
-691.655
Negatief
5.900.972
201.499
De herziene grondexploitaties zijn in november 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de complexen Port of Urk, Westgat, Staartweg en Zeeheldenwijk zijn verliesvoorzieningen gevormd. Dit voor het resultaat op netto contante waarde. De boekwaardes van de grondexploitaties hebben zich het afgelopen jaar als volgt ontwikkeld. Overzicht ontwikkeling boekwaarden actieve grondexploitaties
Exploitatie/activiteit 1. Oranjewijk (afronding)
Boekwaarde 2023
Kosten
Grondverkopen
Boekwaarde 2024
145.297
533.561
-
678.858
2a. Zeeheldenwijk
43.131.745
5.077.783
8.713.265
39.496.263
2b. Verliesvoorziening Zeeheldenwijk
-1.552.142
-2.849.991
-
-4.402.133
555.537
6.686
-
562.223
-
-354.724
-
-354.724
335.286
44.916
511.385
-131.183
5a. Port of Urk
15.187.298
7.876.900
294.560
22.769.638
5b. verliesvoorziening Port of Urk
-1.812.418
282.276
-
-1.530.142
6a. Westgat
836.175
11.674
-
847.849
6b. verliesvoorziening Westgat
-496.829
-10.298
-
-507.127
56.329.949
10.618.783
9.519.209
57.429.523
3. Staartweg 3B. Staartweg, verliesvoorziening 4. Zwolse Hoek, fase 5
Totaal
71
Toelichting per grondexploitatie Ad 1. Oranjewijk afronding In de Oranjewijk moeten nog twee kavels worden verkocht. In 2024 is het bouwrecht van deze kavels teruggekocht door de gemeente. Zo kunnen deze gronden in 2025 op de markt gezet worden. Na de verkoop van de kavels kan de grondexploitatie worden afgesloten. De nog te verwachten winst is ongeveer €148.000. Ad 2a en 2b. Zeeheldenwijk Tot 2038 worden in de Zeeheldenwijk 1650 woningen gebouwd. Dit in combinatie met diverse voorzieningen in het centrumgebied en een overgangszone voor bedrijven. In 2024 is de projectmatige woningbouwproductie gestart. Het bouwrijp opleveren van de eerste fase is in 2025. Het bouwrijp maken en gedeeltelijk opleveren van de tweede fase (De Akkers) vindt ook plaats in 2025. Het bestemmingsplan voor deze fase is vastgesteld in december 2024. Op basis van de in 2024 herziene grondexploitatie wordt een negatief resultaat verwacht van € 4.402.133. Dit resultaat is gewaardeerd op netto contante waarde. Voor dit resultaat is een verliesvoorziening getroffen. Ad 3. Staartweg Op 23 september 2021 heeft de gemeente Urk de opstallen en gronden aan de Staartweg 18 aangekocht. In 2021 is een grondexploitatie voor dit perceel vastgesteld. Dit op basis van de structuurvisie 2035+.
In de raadsvergadering van mei 2023 is een motie aangenomen om te onderzoeken of deze locatie uitgegeven kon worden aan stichting de Rentmeester. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een reserveringsovereenkomst die door beide partijen is ondertekend. Voor dit plan is in de raadsvergadering van november 2024 een grondexploitatie vastgesteld. De grondexploitatie van dit plan sluit met een negatief resultaat van €354.724. Voor dit verlies is een voorziening getroffen. Ad 4. Zwolse Hoek, fase 5 In 2024 zijn op Zwolse hoek fase 5 twee kavels verkocht. Ook de laatste civiele werkzaamheden (doortrekken watergang) zijn in 2024 afgerond. Voor de laatste kavel is een koopovereenkomst gesloten. Zodra deze kavel wordt gepasseerd bij de notaris wordt de grondexploitatie afgesloten. De nog te verwachten winst in deze grondexploitatie bedraagt € 50.000.
72
Ad 5a en 5b. Port of Urk In 2023 is gestart met het bouwrijp maken van de eerst fase van Port of Urk. Deze werkzaamheden zijn in 2024 grotendeels afgerond. Op dit moment is 210.000 m² bedrijfsgronden in uitgifte. Hiervan is 90.000 m² toegewezen aan twintig bedrijven. Eind 2024 zijn de eerste kavels verkocht. Het resultaat van de grondexploitatie 2024 sluit op een bedrag contante waarde per 1 januari 2024 van € 1.530.142 (negatief). De grondexploitatie sluit € 300.000 (afgerond) positiever dan de grondexploitatie 2023. Ad 6a. en 6b. Grex Westgat De grondexploitatie Westgat is in december 2024 door de raad herzien. Het plan sluit met een negatief resultaat van circa € 500.000. Voor het verwachte verlies is een voorziening getroffen. Totaaloverzicht verkochte bouwgrond in 2024 Oppervlakte nog te verkopen bouwgrond
Per 1 januari 2024
ZeeheldenOranjeZeehelden- Zwolse wijk wijk wijk Hoek fase (woningen afronding (bedrijven) 5 en overig)
Port of Urk
Westgat Staartweg
Totaal
4.689
309.331
48.893
4.779
597.072
3.018
4.056
971.838
Aanpassing m2
-
-
-
-
-
-
-
-
Verkocht en gepasseerd bij notaris
-
27.390
-
3.186
2.400
-
-
32.976
4.689
281.941
48.893
1.593
594.672
3.018
4.056
938.862
Aantal m2 ondertekende overeenkomsten
-
3.415
-
1.593
-
-
-
5.008
Aantal m2 in optie
-
-
8.590
-
60.000
-
-
68.590
Nog te verkopen
4.689
278.526
40.303
-
534.672
3.018
4.056
865.264
Geprognosticeerde verkochte m2
4.689
25.000
8.590
1.593
90.000
-
-
129.872
Per 1 januari 2025
Openstaande vorderingen Openstaande vorderingen Bedrijventerreinen
2023
2024 -
319.454
Woongebieden
3.380.115
1.067.419
Totaal vorderingen
3.380.115
1.386.873
In 2024 zijn veel gronden verkocht. Daardoor is de vordering op debiteuren afgenomen. De verwachting is dat de vorderingen de komende periode weer oplopen. Daarnaast zijn in 2024 de 73
eerste koopcontracten voor grondverkopen bedrijventerrein Port of Urk afgesloten. De verwachting is dat in 2025 opnieuw verkopen plaatsvinden. Overig grondbeleid Boekwaarde 2023
Activiteit
Vermeerdering Vermindering
Boekwaarde 2024
Revitalisering Lemsterhoek 2020
407.000
-
407.000
-
Verplaatsen supermarkt oude dorp
325.000
-
9.000
316.000
-
199.000
199.000
-
58.000
-
-
58.000
-
8.000
-
8.000
Strategische- en ruilgronden
13.049.000
587.000
16.000
13.620.000
Totaal
13.839.000
794.000
631.000
14.002.000
Parkeerplaatsen Lemsterhoek Voorbereidingen grex Noorderzand Voorbereidingen grex De Noord
Toelichting overig grondbeleid Overige voorraad Revitalisering Lemsterhoek 2020
Verplaatsen supermarkt oude dorp
Toelichting Van 2018 tot 2020 zijn negen initiatieven van bedrijven en de gemeente gestart op het bedrijventerrein Lemsterhoek. Om deze initiatieven integraal te begeleiden, heeft de gemeenteraad op 10 december 2020 een budget van € 221.500 beschikbaar gesteld. Deze kosten zijn tot 2024 opgelopen tot een bedrag van ongeveer € 461.000. Tot op heden is er één anterieure overeenkomst afgesloten, waarmee € 54.000 aan kosten is verhaald. Er resteert nog een bedrag van € 407.000 te verhalen kosten. Deze kosten zouden via anterieure overeenkomsten worden verhaald op de initiatiefnemers. In 2024 is het restantbedrag van € 407.000 afgeboekt ten laste van de exploitatie 2024, omdat er op dit moment onvoldoende concrete vooruitzichten zijn om de kosten bij derden te verhalen. Dit betekent echter niet dat de kosten niet meer in rekening kunnen worden gebracht bij betrokken partijen of toekomstige ontwikkelingen in Lemsterhoek. Zodra er mogelijkheden ontstaan om de kosten alsnog te verhalen, dan gebeurt dat. In 2012 is gestart met het project 'verplaatsen supermarkt'. Het project omvat het ruimtelijk mogelijk maken van het verplaatsen van de supermarkt van het oude dorp naar bedrijventerrein Lemsterhoek. De kosten bedragen t/m 2023 € 350.000 (waaronder een bijdrage aan de eerdere revitalisering van vóór 2020 van Lemsterhoek).
Deze kosten werden opgenomen als vordering op de balans omdat op grond van de anterieure overeenkomst de kosten in rekening gebracht gaan worden bij de ondernemer. Van de vordering werd € 35.000 al daadwerkelijk voldaan.
74
Parkeerplaatsen Lemsterhoek
Voorbereidingen grex Noorderzand
Voorbereidingen grex De Noord
Strategische- en ruilgronden
In 2023 heeft Boni/Viral de anterieure overeenkomst overgenomen van Koraal Vastgoed. In 2024 bleek de vordering niet geheel te zijn opgenomen overeenkomstig de betreffende anterieure overeenkomst zodat een correctie werd toegepast. In 2024 zijn 51 parkeerplaatsen in Lemsterhoek aangelegd. Voor het project werd in 2021 een investeringsbudget vastgesteld van € 450.000, te vergoeden door de ondernemer op grond van de anterieure overeenkomst. De werkelijke kosten bedroegen € 199.000 in 2024. In de raadsvergadering van 10 december 2020 heeft de raad een voorbereidingsbudget van € 95.000 beschikbaar gesteld om te komen tot een grondexploitatie voor het gebied Noorderzand. Tot en met 2024 zijn hierop uitgaven gedaan tot een bedrag van € 58.000. In de raad van december 2024 is een voorbereidingsbudget vastgesteld van € 200.000 voor De Noord (locatie voormalige brandweerkazerne). In 2024 zijn de voorbereidingen gestart voor de sloop. Het plan is op dit perceel zorgappartementen te realiseren. In 2024 werd voor € 587.000 grond aangekocht. De totale voorraad strategische- en ruilgronden en -objecten bedraagt € 13.620.000. De gronden zijn aangekocht om later grond mee te verwerven binnen het plangebied Port of Urk (ruilgronden) of om toekomstige ontwikkelingen buiten de huidige grondexploitaties mogelijk te maken.
Reserve grondzaken De gemeente Urk heeft een reserve grondzaken. De reserve wordt gevoed met de (ongerealiseerde) tussentijdse winstnames zoals die op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden jaarlijks worden berekend via de POC-methode (Percentage Of Completion). Als er verliesvoorzieningen moeten worden getroffen, dan worden die gedekt uit de reserve grondzaken. Ook de fiscale kosten, met name de vennootschapsbelasting die als gevolg van de grondexploitaties moet worden voldaan, worden gedekt uit deze reserve. Tenslotte worden met de reserve verrekend de exploitatieresultaten van de gronden en objecten die uit strategische (langere termijn) of ruiloverwegingen (korte termijn) aangekocht zijn als onderdeel van het grondbeleid. De reserve grondzaken is zodoende een buffer om te voorkomen dat de algemene middelen van de gemeente Urk met eventuele nadelige effecten/omstandigheden van het grondbeleid worden belast. De reserve is een onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit die aanwezig is om risico's af te dekken. De risico's van het grondbeleid (waaronder de grondexploitaties) maken deel uit van de totale risico-inventarisatie die bepaald wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. In 2024 zijn de bestemmingsreserves grondzaken opgegeven: 3e brug, dorpsuitleg en strategische aankopen. Deze reserves zijn toegevoegd aan de reserve grondzaken.
75
Mutaties reserves grondzaken Reserve grondzaken per 1 januari 2024
4.137.000
Mutaties 2024 Verhogen verliesvoorzieningen
-2.933.000
Exploitatie ruilgronden
-81.000
aanslag VPB
-124.000
Opheffen reserves
1.334.000
Winstname Zwolse Hoek
22.000
Winstname Oranjewijk
61.000
Stand 31 december 2024
2.416.000
Toelichting mutaties reserves 1. Verhogen verliesvoorzieningen De gemeente Urk heeft vier grondexploitaties waarmee verlies wordt geleden. Het resultaat van deze grondexploitaties is in 2024 circa € 2,9 mln. verslechterd. Voor deze negatieve grondexploitaties zijn verliesvoorzieningen getroffen, gedekt uit de reserve grondzaken. Uw raad heeft hierover in november 2024 besloten. 2. Exploitatie ruilgronden De exploitatie van ruilgronden heeft in 2024 circa € 80.000 gekost. Dit omdat de opbrengsten lager waren dan de kosten van de ruil en strategische gronden. 3. Afdracht vennootschapsbelasting (VBP) Op basis van de actuele berekeningen is over 2023 is een bedrag van € 123.500 onttrokken aan de reserve grondzaken. Het gaat om het saldo van de aanslag 2022. 4. Opheffen reserves De gemeente Urk had drie bestemmingsreserves in gebruik binnen het grondbeleid. Het ging om de volgende reserves: 1. Infrastructuur 2. Fonds dorpsuitleg 3. Strategische aankopen. Met het vaststellen in oktober 2024 van de Nota grondbeleid 2024 - 2028 door de gemeenteraad, zijn deze reserves opgeheven. De middelen uit deze reserves zijn toegevoegd aan de bestemmingsreserve grondzaken. 76
5/6. Winstnames In 2024 is bij het complex Zwolse Hoek 5 en Oranjewijk winst genomen tot een bedrag van € 81.000. Deze winst is toegevoegd aan de reserve. Tussentijdse winst Algemeen Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijds positief resultaat is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van het tussentijds positief resultaat is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Percentage of completion (Poc) Voor het bepalen van het tussentijdse resultaat is aansluiting gezocht bij een landelijk algemeen aanvaardbare methodiek (bedrijfsleven, fiscaal), waarbij rekening is gehouden met de bijzondere kenmerken van gemeentelijke grondexploitaties.
De doelstelling van het gemeentelijk grondbeleid is immers niet primair gericht op het behalen van financieel rendement, maar op het bereiken van het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven. De Poc-methode houdt rekening met de fase waarin de grondexploitatie, zowel wat betreft de opbrengsten als de kosten, zicht bevindt. Daarnaast is deze methode eenvoudig toepasbaar en kan eenduidig worden gehanteerd voor alle positieve grondexploitaties die door gemeenten worden uitgevoerd. Tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitaties
Complex
Raming totale kosten (excl. Raming % gereal. % gereal. Te nemen genomen totale Kosten opbrengsten winst 2024 winsten vorige opbrengsten jaren)
Oranjewijk afr.
27.651.480
32.453.528
97%
94%
60.576
ZH fase 5
14.120.042
15.667.907
98%
98%
21.151
41.771.522
48.121.434
81.727
77
Lokale heffingen Inleiding Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen wordt geheven op basis van door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordeningen. De doelstelling van de lokale heffingen is het verwerven van middelen uit belastingen en heffingen ter dekking van de algemene en specifieke uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De uitvoering en de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de heffingswerkzaamheden liggen op grond van artikel 231 van de Gemeentewet bij de heffingsambtenaar. Hierbij valt te denken aan het opleggen van de aanslagen, het vaststellen van de WOZ-waarden, het doen van uitspraken op bezwaren en het verweer bij beroepszaken. De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. Bij gemeentelijke heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen algemene belastingen en rechten. Belastingen hebben een algemeen karakter. Zij dienen als algemeen dekkingsmiddel om de uitgaven die de gemeente doet te kunnen dekken. Zoals bijvoorbeeld onroerende-zaakbelasting. Bij de rechten is er wel sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Zoals het aanvragen van een vergunning of het innemen van een ligplaats in de haven.
Bij rechten mogen de begrote opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak. Tarievenbeleid Voor de hoogte van tarieven gelden de volgende uitgangspunten: De belastingen en heffingen zijn trendmatig verhoogd, tenzij op grond van een besluit van de gemeenteraad een andere verhoging is vastgelegd. Voor 2024 was de trendmatige verhoging vastgesteld op 3,9%. Dienstverlening door of vanwege de gemeente, behoort kostendekkend te zijn. De opbrengsten uit de lokale belastingen en heffingen zijn over de afgelopen twee jaren als volgt:
Gemeentelijke heffing 1.1 Onroerende-zaakbelastingen
Rekening 2023
Begroting 2024 Begroting 2024 Rekening 2024 Primitief Actueel
5.613.822
5.793.335
6.017.375
6.039.864
1.2 Hondenbelasting
74.804
74.000
85.386
83.199
1.3 Precariobelasting
27.911
18.599
19.324
22.767
1.4 Toeristenbelasting
120.345
107.922
132.922
130.011
Totaal Belastingen
5.836.882
5.993.856
6.255.007
6.275.841
2.1 Afvalstoffenheffingen
1.942.746
1.928.000
1.928.000
1.954.950
2.2 Rioolheffing
2.232.639
2.304.000
2.304.000
2.343.609
2.3 Haven- en kadegelden
968.245
819.001
853.301
1.103.641
2.4 Marktgelden
33.976
31.000
35.209
32.176
2.5 Begraafrechten
442.984
360.000
360.000
381.954
78
2.6 Secretarieleges (Titel 1)
280.710
330.333
374.333
419.862
2.7 Omgevingsvergunningen (Titel 2)
899.626
460.395
1.775.995
1.785.762
2.8 Leges (Titel 3)
13.700
13.700
13.700
13.700
0
-
-
-
Totaal Retributies
6.814.627
6.246.429
7.644.538
8.035.653
TOTAAL
12.651.509
12.240.285
13.899.545
14.311.494
2.9 Overig
Belastingen Belastingen hebben een algemeen karakter. Gemeente Urk legt 4 soorten belasting op: 1. 2. 3. 4.
Onroerende-zaakbelasting (OZB) Hondenbelasting Precariobelasting Toeristenbelasting
1.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken, drie directe belastingen geheven: • Eigenarenbelasting voor woningen; • Eigenarenbelasting voor niet-woningen; • Gebruikersbelasting voor niet-woningen De peildatum voor de belastingplicht is 1 januari van het belastingjaar. Grondslag is de WOZwaarde. Wet WOZ Alle onroerende zaken dienen jaarlijks opnieuw getaxeerd te worden op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De uitvoering van deze wet ligt in handen van de heffingsambtenaar van de gemeente. Door de Waarderingskamer wordt op deze uitvoering toezicht gehouden. De gemeente Urk scoort bij deze beoordeling al jaren 5 van de 5 sterren, de hoogste score! Elk jaar wordt de onroerend zaak gewaardeerd op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Hiermee volgt de WOZ-waarde jaarlijks de marktontwikkeling. De gemeente Urk heeft delen van de jaarlijkse herwaardering uitbesteed. Voor het belastingjaar 2024 geldt de WOZ-waarde naar prijspeil van 1 januari 2023. Waardeontwikkeling Om de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen niet van invloed te laten zijn op de opbrengst, worden de tarieven conform de waardeontwikkelingen aangepast. In de huidige markt worden dus de stijgende WOZ-waarden gecompenseerd door een gelijke daling van de tarieven.
79
De stijging op de huizenmarkt is doorgezet met een gemiddelde waardestijging van 2,1%. Met deze stijging is het tarief dan eerst ook verlaagd en daarna verhoogd met 3,9%, zodat de gemiddelde aanslag 3,9% hoger was dan in 2023. Bij de niet-woningen was sprake van een gemiddelde waardestijging van 1%. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Onroerende zaakbelastingen. De totale OZBinkomsten bedroegen in 2024 € 6,04 miljoen. De opbrengsten zijn gebaseerd op de besluitvorming van de raad, de groei van het aantal onroerende zaken en de tariefaanpassingen op basis van de nieuwe waarden in het kader van de hertaxaties Wet WOZ. Op grond van eerdere besluitvorming dienen de tarieven zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden. 1.2 Hondenbelasting Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Het is niet nodig dat de gemeente een relatie legt tussen de opbrengst van de hondenbelasting en de kosten die voor de gemeente aan de bevuiling door honden zijn verbonden. Het tarief voor 2024 is met 3,9% verhoogd. De opbrengst voor deze belasting was in 2024 € 83.000. 1.3 Precariobelasting De gemeente heft een precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond.
De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. In 2024 was de opbrengst ruim € 22.000. 1.4 Toeristenbelasting Dit betreft een belasting die wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Door het heffen van een toeristenbelasting dragen ook niet-inwoners bij in de kosten van de algemene voorzieningen van de gemeente Urk. Het tarief bedraagt € 1,60 per persoon per overnachting. De opbrengst voor deze belasting bedroeg € 130.000 in 2024. Retributies De rechten, ook wel retributies genoemd, vallen uiteen in bestemmingsheffingen en leges. Hierbij geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Riool- en afvalstoffenheffing zijn bestemmingsheffingen en vallen onder belastingen maar hebben het karakter van een recht. Ze worden gebruikt voor doeleinden met een duidelijk algemeen belang.
De belangrijkste rechten zijn de leges. Deze dienst levert met name individueel voordeel op. Zo betalen inwoners van de gemeente een bijdrage voor het aanvragen van een paspoort of vergunning. Ook voor de leges geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. 80
Voor de navolgende heffingen geldt dat de opbrengsten niet uit mogen gaan boven de geraamde kosten, ofwel geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn: • • • • • •
Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Haven- en kadegelden; Leges; Marktgelden; Begraafrechten.
In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de rechten weergegeven. Bij ieder recht ziet u verder een overzicht van de baten en de lasten in 2024. Kostendekking Retributies en Leges (x 1.000) Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
Gemeentelijke heffing lasten
baten
dekking
lasten
baten
dekking
2.1 Afvalstoffenheffingen
98%
2.630.395 2.240.288
85%
2.757.329 2.278.212
83%
2.2 Rioolheffing
113%
2.131.423 2.304.000
108%
2.343.609 2.343.609
100%
2.3 Haven- en kadegelden
84%
1.451.316
853.301
59%
1.596.632 1.103.641
69%
2.4 Marktgelden
41%
62.536
35.209
56%
93.587
32.176
34%
2.5 Begraafrechten
17%
661.211
360.000
54%
635.628
381.954
60%
2.6 Secretarieleges (Titel 1)
24%
927.073
374.333
40%
931.225
419.862
45%
2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2)
58%
1.458.571 1.775.995
122%
1.540.127 1.785.762
116%
2.8 Leges (Titel 3)
82%
16.700
13.700
82%
16.700
13.700
82%
2.1 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven bij diegene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. De afvalinzameling op Urk is uitbesteed bij de aan de gemeente verbonden partij afvalinzamelaar ROVA te Zwolle. De hoogte van de aanslag voor de afvalstoffenheffing is afhankelijk van de gezinsgrootte en de soort container. In de tarieven zijn ook de kosten voor de milieustraat en het straatvegen verwerkt. De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient de kosten te dekken. In 2024 is deze heffing gelijk gebleven ten opzichte van 2023. Het percentage gescheiden ingezamelde grondstoffen is licht gedaald naar 52% in 2024. Deze daling is voornamelijk veroorzaakt door afgekeurd gft dat verwerkt is als restafval. In 2024 is er een nieuw Grondstoffenplan vastgesteld. Onderdeel van dit plan was een campagne in het najaar van 2024 om de kwaliteit van gft te verbeteren. De eerste resultaten daarvan zijn positief.
81
2.2 Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven bij de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van de gebruiker bij een perceel waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten. De opbrengst van de rioolheffing mag alleen worden gebruikt ter dekking van de kosten van: • •
het inzamelen en transporteren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater; het inzamelen van afvloeiend hemelwater en het verwerken hiervan alsmede maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken.
In de landelijke regelgeving is vastgelegd dat de opbrengst van rioolheffing niet hoger mag zijn dan 100% van de kosten. Bij de vaststelling van de begroting wordt de hoogte van de tarieven van de rioolheffing bepaald en houden wij hier rekening mee. Uitgangspunten zijn 100% kostendekkendheid en gedifferentieerde tarieven per huishoudtype, waarbij de huishoudens met 4 of meer personen meer betalen, dan huishoudens tot en met 3 personen. Bij nietwoningen wordt naast een vast bedrag van de eigenaar, heffing geheven over het waterverbruik van de gebruiker. Door de gemeenteraad is het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (verder te noemen GWRP) vastgesteld. Uit dit GWRP blijken de verwachte exploitatie en investeringslasten in de uitvoeringsperiode. Verder worden in het GWRP de belangrijkste uitgangspunten voor de rioolheffing vermeld. Uitgangspunt is dat eventuele exploitatieoverschotten ten gunste moeten komen van rioleringsfonds. Investeringen moeten zo mogelijk direct worden afgeboekt vanuit het rioleringsfonds. Dit onder voorwaarde dat in het rioleringsfonds een bedrag van € 500.000 beschikbaar blijft. De inzet op deze wijze van het rioleringsfonds is bedoeld om onnodige rentekosten op investeringen te vermijden. Op grond van het nieuwe GWRP dienen de tarieven met de jaarlijkse prijsindexatie te stijgen. voor 2024 was deze 3,9%.
2.3 Havengelden Onder de naam "havengelden" wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van de gemeentelijke havens. In 2024 zijn de tarieven voor onder andere de passanten (pleziervaartuigen en andere vaartuigen) met gemiddeld 6% verhoogd. De tarieven voor abonnementen zijn met bijna 5% verhoogd. Deze stijging was nodig omdat door de gestegen kosten, de kostendekkendheid van de haven afnam. Hierbij speelden de stijgende energiekosten en kosten voor afvalverwerking een belangrijke rol. 2.4 Marktgelden In de gemeente wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaats, gedurende de voor de markt geldende tijd. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Marktgelden. De tarieven zijn met 3,9% gestegen.
82
2.5 Begraafrechten Op basis van de verordening op de graf- en begrafenisrechten worden in de gemeente Urk rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Op grond van eerder door de gemeenteraad vastgesteld beleid zijn de tarieven met 1,5% of 1,7% gestegen. 2.6 Legesverordening Onder de naam 'leges' wordt een aantal verschillende rechten geheven voor het genot van door, of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. Het gaat hier vooral om de secretarieleges en de leges omgevingsvergunning. Van sommige leges wordt het tarief vastgesteld door het Rijk. Bij het berekenen van een kostendekkend tarief mogen overigens alleen de kosten van het verlenen van een vergunning of dienst in rekening worden gebracht. Kosten van onder andere toezicht en handhaving mogen niet doorberekend worden. Streven is de leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Urk hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met die van omliggende gemeenten of het landelijk gemiddelde. Om te komen tot meer kostendekkende tarieven zijn de meeste tarieven met 3,9% gestegen. Andere tarieven zijn begrensd door wettelijke tariefstellingen.
Ook is de verordening aangepast aan de nieuwe Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Deze wet heeft grote gevolgen voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden en met name Titel 2 van de Legesverordening. Deze is dan ook fors gewijzigd. Bij het opstellen van Titel 2 is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. Daarnaast is in aansluiting gezocht bij de Omgevingsdienst en andere Flevolandse gemeenten. Op deze manier is de verordening uniform leesbaar. Er is, voor wat betreft de tarieven, geprobeerd om zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de verordening van 2023. Maar diverse tarieven en voorschriften zijn nieuw. Daarbij is geprobeerd om een inschatting te maken van de kosten en daar de tarieven op aan te passen. Ook mogen sommige delen van een vergunning niet meer door de gemeente worden getoetst, maar zijn hier (commerciële) kwaliteitborgers verantwoordelijk voor. De markt bepaalt hun tarieven . Na 2 jaar wordt geëvalueerd of de kosten en baten in lijn lopen met de verwachtingen. Daarover wordt gerapporteerd. 2.7 Omgevingsvergunningen (Titel 2) Voor het verrichten van bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving is er een omgevingsvergunning nodig (officiële toestemming van een overheidsinstantie). Vergunningplichtige activiteiten zijn vanaf 1 januari 2024 in de Omgevingswet geregeld (daarvoor in de Wabo).
Meest bekende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is zijn: - het bouwen van een bouwwerk; - het wijzigen van een monument; - het kappen van een boom. 83
2.8 Leges (titel 3) Onder deze categorie leges horen de vergunningen voor de horeca en leges voor het organiseren van evenementen of markten. Kwijtscheldingen Op grond van de Invorderingswet en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, die van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Urk hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd als het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overige heffingen zijn in de desbetreffende belastingverordeningen uitgesloten van kwijtschelding. Lokale lastendruk In 2024 zijn 185 bezwaarschriften ingediend tegen de WOZ-waarde. Daarvan waren er 86 van gespecialiseerde WOZ-bureaus, die steeds vaker namens de burgers bezwaar indienen. De kosten van het behandelen van deze bezwaarschriften zijn significant hoger dan bezwaren die door burgers zelf ingediend worden..
De kosten om de bezwaarschriften van deze bureaus te behandelen, bedroegen € 88.000, terwijl er maar 8 bezwaren werden toegekend, waarvan gemiddeld de OZB met € 17 werd verlaagd. Ook zijn er 83 bezwaarschriften ingediend tegen de overige belastingen (OZB, hondenbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting en havengelden). In 2024 zijn er 2 beroepszaken gevoerd tegen de WOZwaarde. Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2022-2024 Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2022-2024 Belastingsoort OZB eigenaar
Ontwikkeling 2023/2024 in 2024 % 480 5%
2022 446
2023 455
Afvalstoffenheffing
247
251
251
0%
Rioolheffing
249
253
263
4%
Totaal
942
959
994
9%
In de periode 2022 tot en met 2024 zijn de belastingen van de gemeente Urk met 11,3% gestegen. De ontwikkeling van de lokale lasten is gebaseerd op een gemiddelde. Dit betekent dat de feitelijke lastenontwikkeling voor een individuele burger hiervan kan afwijken. De afwijking wordt onder andere beïnvloed door de feitelijke waardeontwikkeling van de woning.
84
Om een beeld te krijgen hoe de woonlasten op Urk zich verhouden ten opzichte van de gemeenten in Flevoland, treft u hierna de gegevens aan van een aantal gemeenten uit de Atlas van de lokale lasten 2024 van het COELO, zoals gepubliceerd op de website. In de onderstaande vergelijking staat de gemiddelde aanslag 2024 voor een 3-persoonshuishouden. In deze aanslag is inbegrepen de OZB, rioolrechten en de afvalstoffenheffing. 2024
Almere
Dronten
Lelystad
OZB eigenaar
409
474
480
417
480
656
Afvalstoffenheffing
440
358
407
366
251
419
Rioolheffing
229
169
222
181
263
151
1.078
1.001
1.109
964
994
1.226
Totaal
NOP
Urk
Zeewolde
In tegenstelling tot eerdere jaren heeft Urk niet meer de hoogste woonlasten in Flevoland. Waar andere gemeenten hun afvalstoffenheffing moesten laten stijgen, kon deze bij de gemeente Urk dalen. Daarnaast bleef de andere stijging steeds beperkt. Dit ondanks dat de demografische structuur van de gemeente Urk nadelig uitpakt voor de hoogte van de belastingen, maar ook voor de uitkeringen van het Rijk. Urk heeft meer jeugd en een hoger dan gemiddelde woningbezetting. Een andere gemeente met evenveel inwoners heeft gemiddeld meer woningen en kan de belastingdruk dus beter spreiden. Maar ook verstrekt het Rijk aan kleinere gemeenten in verhouding lagere uitkeringen. Daarnaast heeft Urk als gevolg van het verval in hoogte van circa 15 meter tussen het oude eiland en de Urkervaart en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond, hogere kosten om het riool goed te laten functioneren.
85
Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is sinds 1 mei 2022 in werking. De wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en bevordert het proactief openbaar maken van overheidsinformatie. Voor de gemeente Urk is een Woo-coördinator aangesteld. Door de Woo-coördinator zijn in 2024 enkele verzoeken behandeld. Om de processen voor de uitvoer van de Woo beter te kunnen ondersteunen is in 2024 de informatiehuishouding verder verbeterd, zodat informatie goed vindbaar is. Er is door de gemeente anonimiserende software aangeschaft. Deze software wordt gebruikt voor het grotendeels automatisch anonimiseren van alle documenten die voor de Woo openbaar moeten worden gemaakt.
86
Jaarrekening Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2024 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Waar mogelijk zijn vergelijkbare cijfers uit de jaarrekening 2023 weergegeven. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, waarbij het grondbedrijf gebruik maakt van de Poc-methode. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven, tenzij op andere wijze dekking is aangegeven. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname van het gerelateerde immateriële vaste actief. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Bijdragen aan activa van derden worden geactiveerd, conform het bijbehorende raadsbesluit. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari
87
volgend op het jaar van ingebruikname van het actief, waar de verleende bijdragen voor verstrekt zijn. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de afschrijvingstermijn die de derde hanteert. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn materiële bezittingen van de gemeente die meerjarig gebruikt worden. De gemeente heeft hierbij het economisch eigendom. De materiële vaste activa wordt onderverdeeld in 3 categorieën: 1. Investeringen met een economisch nut; 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3. Investeringen met een maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Slijtende investeringen worden vanaf 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. Alleen wanneer de restwaarde substantieel is, wordt er een restwaarde gehanteerd. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Wanneer investeringen grotendeels of volledig worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval waarvoor op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Investeringen met een maatschappelijk nut Het BBV schrijft voor dat naar de investeringen met economische nut ook de investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd. Afschrijving vindt plaats over de verwachte levensduur. Het betreft hier onder andere infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen: In de nota waardering & afschrijving 2022 zijn diverse afschrijvingstermijnen vastgesteld door de raad. In de bijlagen zijn de afschrijvingstermijnen uit deze nota opgenomen. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
88
Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Als de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Voorraden De als ’onderhanden werken’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Bij de grondexploitaties vindt tussentijdse winstneming plaats aan de hand van de algemeen aanvaardbare methodiek Percentage of completion (Pocmethode). Voor verwachte verliezen wordt direct een voorziening gevormd ter hoogte van de verwachte verliezen, waardoor de waarde van de voorraad vermindert. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statistisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. Onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Voorzieningen oninbaarheid debiteuren wordt direct in mindering gebracht op het debiteurensaldo. Soortgelijk wordt gehandeld met de verliesvoorziening grondexploitaties. Deze wordt direct in mindering gebracht op de voorraad. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
89
Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen. Beleidsregels toepassing WNT De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke-sector (WNT) is met ingang van 1 januari 2013 van kracht en wordt overeenkomstig deze regels in de jaarrekening opgenomen.
90
Balans per 31 december 2024 Activa (x 1.000)
31-12-2023 31-12-2024
Vaste activa Immateriële vaste activa
728
316
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
464
66
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
263
251
Materiële vaste activa
83.248
90.486
Investeringen met een economisch nut
63.128
69.896
Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)
7.085
6.864
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
13.035
13.726
Financiële vaste activa
8.292
8.171
303
303
Overige langlopende leningen
7.989
7.868
Totaal vaste activa
92.268
98.974
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
Vlottende activa
31-12-2023 31-12-2024
Voorraden
56.330
57.430
Onderhanden werk, gronden in exploitatie
56.330
57.430
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter 1 jaar
14.214
10.197
Vorderingen op openbare lichamen
3.884
4.423
Uitzettingen in 's Rijks schatkist
5.745
3.673
Overige vorderingen
4.585
2.101
Liquide middelen
202
344
Kas- en banksaldi
202
344
Overlopende activa
733
2.444
Diverse overlopende activa
733
2.444
Totaal vlottende activa
71.479
70.414
Totaal activa
163.747
169.388
Passiva (x 1.000)
31-12-2023 31-12-2024
Vaste Passiva Eigen vermogen
46.226
42.216
Algemene reserve
13.759
16.945
Bestemmingsreserves
28.670
24.700
Gerealiseerd resultaat
3.798
570
Voorzieningen
7.105
5.488
91
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
7.105
5.488
Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer
78.463
98.831
Onderhandse leningen binnenlandse banken en financiële instellingen
78.463
49.831
-
49.000
131.795
146.535
Onderhandse leningen van openbare lichamen Totaal vaste passiva
31-12-2023 31-12-2024 Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar 26.322 16.429 Overige kasgeldleningen
19.000
10.000
Overige schulden
7.322
6.429
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
5.630 1.551
6.424 3.638
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
3.989
2.636
91
150
Totaal vlottende passiva
31.953
22.853
Totaal passiva
163.747
169.388
5.060
4.526
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Gewaarborgde geldleningen
92
Toelichting op de balans VASTE ACTIVA Algemene toelichting vaste activa De vaste activa zijn een weergave van de investeringen zoals die in het verleden zijn uitgevoerd en van die welke momenteel in uitvoering zijn. De investeringen hebben in 2024 veelal geleid tot vermeerderingen van vaste activa, tenzij ze direct werden gedekt uit bijdragen van derden. In de bijlage "Investeringsoverzicht" wordt per investering een korte toelichting gegeven op de actuele stand van zaken. Onder andere of de investering inmiddels is afgerond dan wel of de uitvoering doorloopt in 2025. Ook blijkt uit die bijlage welk deel van het investeringsbudget tot en met 2024 is besteed, en welk deel nog te besteden is. Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa
Boekwaarde 31-12-2023
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van Boekwaarde derden 31-12-2024
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
464.251
7.732
406.305
-
-
65.678
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
263.296
-
-
12.538
-
250.758
Totaal
727.547
7.732
406.305
12.538
-
316.436
Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief Dit onderdeel bestaat uit een drietal projecten: - Revitalisering Lemsterhoek - Noorderzand - Voorbereidingskosten De Noord De ontwikkeling revitalisering Lemsterhoek betreft kosten die uiteindelijk deel gaan uitmaken van de nog in te stellen grondexploitatie revitalisering Lemsterhoek. Materiële vaste activa De materiële activa bestaat uit de volgende hoofdonderdelen: Materiële vaste activa
Boekwaarde 31-12-2023
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van Boekwaarde derden 31-12-2024
Investeringen met een economisch nut
63.128.373
10.188.465
1.267.934
2.152.499
-
69.896.405
Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)
7.084.585
114.872
93.715
241.861
-
6.863.881
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
13.035.415
1.891.132
736.190
193.901
270.295
13.726.161
Totaal
83.248.373
12.194.469
2.097.839
2.588.262
270.295
90.486.446
93
Investeringen met een economisch nut Investeringen met economisch nut Gronden en terreinen
Boekwaarde 31-12-2023
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van Boekwaarde derden 31-12-2024
18.044.747
1.248.183
-
-
-
19.292.930
448.947
-
-
15.481
-
433.466
Bedrijfsgebouwen
32.963.646
6.639.585
-
1.185.503
-
38.417.728
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
1.321.014
1.291.522
1.267.934
75.741
-
1.268.861
91.226
-
-
15.204
-
76.022
Machines, apparaten en installaties
4.944.353
35.803
-
643.223
-
4.336.934
Overige materiële vaste activa
5.314.439
973.372
-
217.347
-
6.070.464
Totaal
63.128.373
10.188.465
1.267.934
2.152.499
-
69.896.405
Woonruimten
Vervoermiddelen
Investeringen met economisch nut, met kostenheffing Het gaat om investeringen in rioleringswerken incl. wegherstel, die bekostigd worden uit het rioolrecht. DesInvesteringen met een economisch Boekwaarde Bijdragen van Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen nut (kostenheffing) derden 31-12-2023 investeringen 31-12-2024 Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken