Jaarrekening 2023 Urk
Tekst van het document
Hierdoor wordt het mogelijk de taken op het beleidsterrein milieu efficiënter en effectiever uit te voeren. Door het samenbrengen van kennis, kwaliteit en capaciteit van de deelnemende gemeenten en de provincies, ontstaat een robuuste en toekomst vaste organisatie.Het onderbrengen van taken in een Omgevingsdienst leidt tot kostenreductie en continuïteit voor alle aangesloten partijen. Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland De centrumregeling geeft vorm aan de samenwerking rondom jeugd en Wmo in Flevoland en streeft daarbij naar kwaliteit, borging van continuïteit, solidariteit en verhoging van de efficiency. De gemeente Almere is aangewezen als centrumgemeente, waarbinnen de taken zijn ondergebracht in de Aankoopcentrale Regio Flevoland. De aankoopcentrale richt zich op de inkoop en subsidiëring van specialistische jeugdhulp. Daarbij is het doel dat de inkoop en sturing op de uitvoering van zodanige kwaliteit is dat inkoopvoordelen en beleidsdoelen gehaald worden, efficiencywinst wordt gerealiseerd en de administratieve lastendruk van aanbieders wordt beperkt. Stichting FlevoMeer Bibliotheek De stichting heeft als doelstelling het bieden van een voorziening waar boeken en andere informatiedragers kunnen worden geleend voor ontwikkeling of ontspanning.
Speerpunten zijn verbetering van de digitale infrastructuur en kenniscentrumprojecten en professionalisering van basisbibliotheken.
Overzicht van de verbonden partijen Het onderstaand overzicht geeft inzicht in de financiële gegevens en de eventuele risico´s van de verbonden partijen. Er is in het overzicht uitgegaan van de werkelijke cijfers over 2019-2023 die bij het samenstellen van deze verantwoording beschikbaar zijn.
59
Verbonden partij
ROVA Holding
Huisvuilcentrale Noord Holland
Vitens
Wadinko
Rechtsvorm
NV
NV
NV
NV
Belang
6,571% (B) 1,370% (totaal)
0,687% (A) 0,571% (totaal)
0,281%
1,47%
Soort belang
Gewone aandelen (B)
Gewone aandelen (A)
Gewone aandelen
Gewone aandelen
Resultaat 2019 2019: € 5,7 mln, e.v.
2019: € 15,2 mln.
2019: € 11,1 mln.
2019: € 2 mln.
2020: € 5,1 mln.
2020: € 15,2 mln.
2020: € 23,9 mln. 2020: € -3 mln.
2021: € 5,1 mln.
2021: € 26,4 mln.
2021: € 19,4 mln. 2021: € 8,6 mln.
2022: € 4,3 mln.
2022: € 28,1 mln.
2022: € 8,2 mln. 2022: € 12,9 mln.
Eigen Vermogen 2019: € 38,2 mln. eind 2019 e.v.
2019: € 127 mln.
2019: € 533 mln. 2019: € 69 mln.
2020: € 38,9 mln.
2020: € 142 mln.
2020: € 557 mln. 2020: € 65 mln.
2021: € 36,5 mln.
2021: € 169 mln.
2021: € 600 mln. 2021: € 74 mln.
2022: € 37,6 mln.
2022: € 199 mln.
2022: € 650 mln. 2022: € 83 mln.
Vreemd Vermogen eind 2019: € 54,4 mln. 2019 e.v.
2019: € 870 mln.
2019: € 1.293 mln.
2019: € 1 mln.
2020: € 53,3 mln.
2020: € 850 mln.
2020: € 1.340 mln.
2020: € 6 mln.
2021: € 58,8 mln.
2021: € 845 mln.
2021: € 1.388 mln.
2021: € 6,9 mln.
2022: € 63,4 mln.
2022: € 879 mln.
2022: € 1.447 mln.
2022: € 8,5 mln.
2019: € 76.219
2019: € 49.752
2019: € nihil
2019: € 17,500
2020: € 62.617
2020: € 49.598
2020: € nihil
2020: € nihil
2021: € 61.147
2021: € 45.747
2021: € nihil
2021: € nihil
2022: € 43.998
2022: € 40.488
2022: € nihil
2022: € 37.659
Dividend
Nee, de Nee, de Nee, de Ja, de aandeelhouders aandeelhouder aandeelhouder aandeelhouder Verplichte van de NV zijn van een NV is van een NV is van een NV is afdekking van gezamenlijk niet aansprakelijk niet aansprakelijk niet aansprakelijk het tekort aansprakelijk voor de voor de schulden voor de schulden voor de schulden ontstane tekorten. van de NV. van de NV. van de NV.
Aandelenkapitaal van € Aandelenkapitaal Verstrekte 1.044; 23 aandelen A á Aandelenkapitaal Aandelenkapitaal van € 18.152 garanties en € 45,45. van € 162.150; van € 9.652; Gebaseerd op geldleningen en Garantiestelling van € 16.215 aandelen 3.861 aandelen à 160 aandelen B á aandelenkapitaal 38.810 (2023) € 41.645 à € 10. € 2,50. € 113,45. (2022).
60
De garantiestelling jegens financiers is op Geen, met Geen, met Geen, met grond van de Risico´s uitzondering van uitzondering van uitzondering van ballotageovereenkomst afgedekt door het door partijen het door partijen het door partijen hoofdelijk, met andere partners verstrekte verstrekte verstrekte onderlinge verrekening aandelenkapitaal. aandelenkapitaal. aandelenkapitaal. op basis van het aantal aandelen.
In de begroting In de begroting In de begroting 2023 wordt geen Het saldo 2023 wordt geen 2023 wordt geen Overige risico's rekening garantiestellingsprovisie rekening rekening bij faillissement gehouden met 2023 bedraagt € gehouden met gehouden met een 38.810. een een winstuitkering. winstuitkering. winstuitkering.
Beoordeling van de begroting en Monitoring van de jaarrekening. risico´s Beoordeling van het nakomen van de prestaties.
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening.
Beoordeling van Beoordeling van de begroting en de begroting en de jaarrekening. de jaarrekening.
Verbonden partij
Bank Nederlandse Gemeenten
Technofonds Flevoland
Rechtsvorm
NV
BV
GR
GR
Belang
0,00%
1,01%
n.v.t.
n.v.t.
Soort belang
Gewone aandelen
Gewone aandelen
n.v.t.
n.v.t.
Resultaat 2019 2019: € 163 mln. 2019: € -1,8 mln. e.v.
2019: € 39k
2019: € 995k
2020: € 221 mln.
2020: € 1.579 mln.
2020: € 360k
2021: € 1.789 mln.
2021: € 797k
2022: € 300 mln. 2022: € 12,6 mln. 2022: € 164k
2022: € -211k
2020: € -731k
2021: € 236 mln. 2021: € 16,3 mln.
Gemeenschappelijke Veiligheidsregio Gezondheidsdienst Flevoland Flevoland
Eigen Vermogen 2019: € 4,2 mld. 2019: € 5,5 mln. eind 2019 e.v.
2019: € 9,8 mln.
2019: € 7,0 mln.
2020: € 4,4 mld. 2020: € 4,4 mln.
2020: € 10,8 mln.
2020: € 7,3 mln.
2021: € 4,329 mld.
2021: € 8,2 mln.
2021: € 12,3 mln.
2021: € 6,5 mln.
2022: € 4,306 mld.
2022: € 7,9 mln.
2022: € 9,8 mln.
2022: € 6,7 mln.
Vreemd Vermogen eind 2019: € 145 mld. 2019 e.v.
2019: € 54k
2019: € 7,7 mln.
2019: € 3 mln.
2020: € 156 mld.
2020: € 26k
2020: € 7,0 mln.
2020: € 11 mln.
2021: € 144 mld.
2021: € 16k
2021: € 6,7 mln.
2021: € 6,2 mln.
2022: € 107 mld.
2022: € 16k
2022: € 11,1 mln.
2022: € 9,6 mln.
2019: € 4.904
2019: € n.v.t.
2019: € n.v.t.
2019: € n.v.t.
2020: € 6.988
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
Dividend
61
2021: € 8.803
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2022: € 9.653
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
Ja, de Nee, de Nee, de deelnemers in Ja, de deelnemers in aandeelhouder aandeelhouder een GR zijn een GR zijn Verplichte van een NV is van een BV is gezamenlijk gezamenlijk afdekking van niet aansprakelijk niet aansprakelijk aansprakelijk aansprakelijk voor het tekort voor de schulden voor de schulden voor de de ontstane van de NV. van de BV. ontstane tekorten. tekorten.
Bekostiging via jaarlijkse Bekostiging via bijdrage; € Verstrekte Aandelenkapitaal Aandelenkapitaal jaarlijkse bijdrage; € 849.799 (2020), garanties en van € 9.652; van € 100.285; 409.724 (2020), € € 917.584 geldleningen en 3.861 aandelen á 221 aandelen á € 466.180 (2021) € (2021) € aandelenkapitaal € 2,50. 453,78. 486.892 (2022) € 967.052 (2022) 524.000 (2023). € 1.013.583 (2023).
Geen, met Geen, met Andere Risico´s uitzondering van uitzondering van gemeenten Andere gemeenten afgedekt door het door partijen het door partijen nemen naar nemen naar andere partners verstrekte verstrekte evenredigheid evenredigheid deel. aandelenkapitaal. aandelenkapitaal. deel.
In de begroting In de begroting 2023 wordt geen 2023 wordt geen Overige risico's rekening rekening bij faillissement gehouden met gehouden met een een winstuitkering. winstuitkering.
Monitoring van risico´s
n.v.t.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
Beoordeling Beoordeling van Beoordeling van de van de de begroting en begroting en de begroting en de de jaarrekening. jaarrekening. jaarrekening.
Centrumregeling Stichting Verbonden partij Sociaal Domein FlevoMeer Flevoland Bibliotheek Rechtsvorm
Centrumregeling
Stichting
Belang
n.v.t.
n.v.t.
Soort belang
n.v.t.
n.v.t.
Resultaat 2019 e.v.
2019: € n.v.t.
2019: € 379k
2020: € n.v.t.
2020: € 202k
2021: € n.v.t.
2021: € -81k
2022: € n.v.t.
2022: € 16k
2019: € n.v.t.
2019: € 1,6 mln.
2020: € n.v.t.
2020: € 1,77 mln.
Eigen Vermogen eind 2019 e.v.
62
Vreemd Vermogen eind 2019 e.v.
Dividend
Verplichte afdekking van het tekort
2021: € n.v.t.
2021: € 1,65 mln.
2022: € n.v.t.
2022: € 1,78 mln.
2019: € n.v.t.
2019: € 3,3 mln.
2020: € n.v.t.
2020: € 2,79 mln.
2021: € n.v.t.
2021: € 2,64 mln.
2022: € n.v.t.
2022: € 2,58 mln.
2019: € n.v.t.
2019: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2020: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2021: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
2022: € n.v.t.
Ja, de deelnemers dragen elk de kosten voor de hulp aan de eigen cliënten.
n.v.t.
Bekostiging Bekostiging via via jaarlijkse jaarlijkse bijdrage; € bijdrage € Verstrekte 378.014 2.447.000 garanties en (2020), € (2020), € geldleningen en 398.652 2.255.392 aandelenkapitaal (2021) € (2021) € 475.689 860.889 (2022) (2022) n.n.b. n.n.b (2023). (2023). Het totale budget mag niet Andere Risico´s worden gemeenten afgedekt door overschreden. nemen naar andere partners Er zijn evenredigheid afspraken t.a.v. deel. solidariteit.
Overige risico's bij faillissement
Gemeenten moeten het tekort aanvullen.
n.v.t.
Beoordeling Beoordeling van van de Monitoring van de begroting en begroting en risico´s de jaarrekening. de jaarrekening.
63
Grondbeleid Inleiding Deze paragraaf gaat in op de uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid, waaronder de financiële resultaten van de gemeentelijke grondexploitaties. Het grondbeleid van de gemeente Urk is vastgelegd in de nota grondbeleid 2020-2024. De gemeente Urk heeft gekozen voor situationeel grondbeleid met een actieve basis. Per locatie en situatie heeft de gemeente de afweging gemaakt wat de beste aanpak was. Een belangrijk doel voor de gemeente in haar grondbeleid is het hebben van maximale sturing en regie op ontwikkelingen die voor de gemeente van belang zijn, zoals het hebben van voldoende woningen en bedrijfsgronden. Een actieve grondpolitiek, zeker voor de uitleggebieden, ligt dan voor de hand. Dat betekent echter niet dat deze keuze in beton was gegoten. Faciliterende grondpolitiek wordt bij voorbaat niet uitgesloten, zeker niet bij “binnenstedelijke” (her)ontwikkelingen. Het grondbeleid is een belangrijk instrument voor het realiseren van het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer, cultuur, sport en recreatie en economische zaken. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. Het gaat in het grondbeleid om grote belangen en om veel geld. De resultaten op grondexploitaties en de financiële risico's zijn van groot belang voor de algemene financiële positie van de gemeente.
Bouwgrond in exploitatie (BIE) Bouwgrond in exploitatie (BIE) heeft in alle gevallen betrekking op grondexploitaties in de uitvoeringsfase. Bij een BIE zijn de gronden in eigendom van de gemeente. Het startpunt van de BIE is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Het grondexploitatiecomplex bevat ten minsten te volgende onderdelen:
een kaart van het grondexploitatiecomplex; een beschrijving van de bouwkavels; de bestemming en toegestane bouwvolumes; de omschrijving van de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de gronden; de omschrijving van de aanleg van nutsvoorzieningen; de omschrijving van het inrichten van de openbare ruimte in het gebied; een grondexploitatiebegroting, waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in tijd.
De te verwachten resultaten van de lopende actieve grondexploitaties.
64
Complex
Geraamd resultaat ultimo 2022 (incl. afdrachten)
1. Oranjewijk afronding
Geraamd resultaat ultimo 2023 (incl. afdrachten)
Positief / negatief
Positief / negatief
Geraamd bedrag afdrachtsfondsen
Looptijd verkoop
186.716
2014 - 2025
dec-23
Exploitatie laatst vastgesteld
742.744
Positief
748.540
Positief
2. Zeeheldenwijk
-1.552.142
Positief
-1.552.142
Negatief
0
2022 - 2038
dec-22
3. Grex Staartweg
228.811
Positief
143.195
Positief
36.828
2020 - 2029
dec-23
4. Zwolse Hoek, fase 5
406.348
Positief
242.242
Positief
80.439
2007 - 2024
dec-23
5. Port of Urk
-1.820.167
Negatief
-1.812.367
Negatief
0
2019 - 2042
dec-23
6. Westgat
-461.364
Negatief
-496.829
Negatief
0
2019 - 2025
dec-23
-2.455.770
Negatief
-2.727.361
Negatief
303.983
Totaal resultaat
Voor de complexen Zeeheldenwijk, Port of Urk en Westgat zijn voorzieningen gevormd tot een bedrag van respectievelijk € 1.552.142, € 1.812.418 en € 496.829. Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) herzien we de actieve grondexploitaties jaarlijks. Op 15 december 2023 zijn de herziene grondexploitaties vastgesteld door de gemeenteraad. Voor het complex Zeeheldenwijk is in 2023 geen grondexploitatie aangeboden aan de gemeenteraad. Dit door technische problemen met het grondexploitatiemodel. Deze grondexploitatie wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan Zeeheldenwijk aangeboden aan de gemeenteraad. Jaarlijks na resultaatbestemming, of bij de afsluiting van het plan wordt een deel van de winst bestemd voor fondsafdrachten. De geraamde fondsafdrachten zijn in bovenstaande tabel zichtbaar gemaakt. Overzicht ontwikkeling boekwaarden actieve grondexploitaties Exploitatie/activiteit
Boekwaarde 31-12-2022
Geïnvesteerde kosten
Grondverkopen c.a.
Boekwaarde 31-12-2023
1. Oranjewijk (afronding)
-424.157
1.159.284
589.830
145.297
2a. Zeeheldenwijk 2b. verliesvoorziening Zeeheldenwijk
45.431.053
7.118.376
9.417.684
43.131.745
-1.552.142
0
0
-1.552.142
3. Staartweg
548.950
6.587
0
555.537
4. Zwolse Hoek, fase 5
154.721
180.565
0
335.286
5a. Port of Urk
9.501.559
5.687.739
2.000
15.187.298
5b. verliesvoorziening Port of Urk
-1.820.167
0
7.749
-1.812.418
6a. Westgat
822.101
14.074
0
836.175
6b. verliesvoorziening Westgat
-461.365
35.464
0
-496.829
52.200.553
14.202.089
10.017.263
56.329.949
Totaal
Toelichting per exploitatiegebied Ad 1. Oranjewijk afronding Het plan Oranjewijk fase I en Fase II zijn in 2020 afgesloten en samengevoegd in het plan Oranjewijk afronding. In de Oranjewijk moeten nog een tweetal kavels worden verkocht aan
65
een bouwclaimpartner. Op basis van de herziene grondexploitatie wordt een positief resultaat verwacht van circa € 740.000. Ad 2a en 2b. Zeeheldenwijk In de Zeeheldenwijk worden de komende jaren circa 1650 woningen gebouwd. Dit in combinatie met diverse voorzieningen en een overgangszone voor bedrijven. In de Zeeheldenwijk wordt het onderstaande programma ontwikkeld.
Programma parkeren in vierkante meters parkeren
317.346 48.893 70.004 7.499
Totaal programma in vierkante meters
443.742
Programma woningbouw in vierkante meters Programma bedrijventerrein in vierkante meters Programma voorzieningen in vierkante meters.
Op basis van de in 2022 herziene grondexploitatie wordt een negatief resultaat verwacht van € 1.552.142. Dit resultaat is gewaardeerd op netto contante waarde. Voor dit resultaat is een verliesvoorziening getroffen. In 2023 is de grondexploitatie Zeeheldenwijk niet herzien. De reden hiervoor waren technische problemen met de grondexploitatiesoftware. Ad 3. Grex Staartweg Op 16 december 2021 heeft de raad de grondexploitatie voor het plan Staartweg vastgesteld. Deze grondexploitatie is ook herzien in de raadsvergadering van december 2023. Het verwachte positief resultaat van dit plan bedraagt circa € 145.000. Over de invulling van deze gronden zijn inmiddels gesprekken gevoerd met het initiatief 'Rentmeester'. Ad 4. Zwolse Hoek, fase 5 In de raadsvergadering van december 2023 is voor dit plan een herziene grondexploitatie vastgesteld. Deze grondexploitatie sluit met een positief resultaat van circa € 242.000. De gronden zijn in 2023 gegund aan een drietal partijen. De verwachting is dat de gronden in 2024 worden overgeschreven naar deze partijen. Na de verkoop van de gronden sluiten we deze grondexploitatie af.
66
Ad 5a en 5b. Port of Urk Het bedrijventerrein Port of Urk wordt ontwikkeld ten behoeve van het visserijcluster, de maritieme sector en bedrijven afkomstig van Urk. In 2019 is een grondexploitatie voor dit plan vastgesteld. Deze liet een negatief resultaat zien van € 3.308.681. In december 2023 is de herziening van deze grondexploitatie door de raad vastgesteld. Deze grondexploitatie laat een negatief resultaat zien van € 1.812.367. Voor het nadelig resultaat is een verliesvoorziening getroffen. In 2023 is gestart met het bouwrijp maken van Port of Urk. Ook zijn de eerste gronden toegewezen aan bedrijven. Ad 6a. en 6b. Grex Westgat De grondexploitatie Westgat is in december 2023 herzien door de raad vastgesteld. Het plan sluit met een negatief resultaat van circa € 495.000. Voor het verwachte verlies is een voorziening getroffen. Totaaloverzicht verkochte m2 bouwgrond in 2023 ZeeheldenZeehelden- Zwolse Oppervlakte nog te Oranjewijk wijk wijk Hoek verkopen bouwgrond afronding (woningen en (bedrijven) fase 5 overig) Per 31 december 2022
6.115
376.331
Port of Westgat Staartweg Urk
48.893
4.774
0
80
80
2.080
37.006
Aanpassing m2
597.072
3.018
Totaal
4.056 1.040.259
Verkocht en gepasseerd bij notaris
1.426
33.500
Per 31 december 2023
4.689
342.831
48.893
2.774
597.072
3.018
Aantal m2 ondertekende overeenkomsten
28.897
0
0
0
0
0
28.897
Aantal m2 in optie
2.448
0
2.774
90.600
0
0
95.822
4.056 1.003.333
Nog te verkopen
4.689
311.486
48.893
0
506.472
3.018
4.056
878.614
Geprognosticeerde verkochte m2
4.000
25.000
0
2.774
90.000
0
0
121.774
31-12-2022
31-12-2023
Openstaande vorderingen Bedrijventerreinen Woongebieden Totaal vorderingen
0 3.380.115 3.380.115
0 9.639.216 9.639.216
Planning woningbouw (op te leveren woningen) Urk 2019- 2026
67
werkelijk prognose 2020 2021 2022 2023 2023 2024 2025 2026 73 90 0 23 27 16 40 69 0 0 16 4 15 167 150 150 2 1 3 2 75 91 72 29 42 199 150 190
Grondcomplex Oranjewijk (afronding) Wilhelminaschoollocatie Zeeheldenwijk Overig Totaal aantal woningen
Overig grondbeleid Boekwaarde 31-12-2022
Activiteit
Vermeerdering
Vermindering
Boekwaarde 31-12-2023
Revitalisering Lemsterhoek 2020
277.000
130.000
407.000
Verplaatsen Boni
325.000
Parkeerplaatsen Lemsterhoek
14.000
16.000
30.000
Voorbereidingen grex Noorderzand
54.000
4.000
58.000
Totaal
670.000
150.000
325.000
0
820.000
Toelichting overig grondbeleid Overige voorraad Revitalisering Lemsterhoek 2020
Toelichting In 2018 – 2020 zijn negen initiatieven van bedrijven en de gemeente op gang gekomen in het bedrijventerrein Lemsterhoek. Om deze initiatieven integraal te begeleiden heeft de raad op 10 december 2020 een budget beschikbaar gesteld van € 221.500. Deze kosten zullen worden verhaald op de initiatiefnemers door het sluiten van anterieure overeenkomsten. Het totaal van de begeleidings- / voorbereidingskosten voor de projecten zoals benoemd in de bijlage bij het raadsbesluit van 10 december 2020 bedraagt per ultimo 2023 € 460.000.
Verplaatsen Boni
Parkeerplaatsen Lemsterhoek
Er werd één anterieure overeenkomst afgesloten tot nu toe, waarmee kostenverhaal voor een bedrag van € 54.000 werd gerealiseerd. Er resteert nog een bedrag van € 407000 te verhalen op de toekomstige deelnemers. In 2012 is gestart met het project “verplaatsen supermarkt Boni”. Het project behelst het ruimtelijk mogelijk maken van het verplaatsen van de Boni van het oude dorp naar bedrijventerrein Lemsterhoek. De kosten bedragen t/m 2023 € 360.000 (waaronder een bijdrage aan de eerdere revitalisering van vóór 2020 van Lemsterhoek). Deze kosten werden opgenomen als vordering op de balans omdat op grond van de anterieure overeenkomst de kosten in rekening gebracht gaan worden bij de ondernemer. Van de vordering werd € 35.000 reeds daadwerkelijk voldaan. In 2023 zijn de voorbereidingen getroffen voor de aanleg van 51 parkeerplaatsen in Lemsterhoek. Deze parkeerplaatsen zullen in 2024 worden aangelegd. Voor het project werd in 2021 een investeringsbudget vastgesteld van € 450.000, te vergoeden door de ondernemer op grond van de anterieure overeenkomst. Tot en met
68
Voorbereidingen Noorderzand
2023 bedroegen de kosten € 30.000 die als vordering zijn opgenomen op de balans. In de raadsvergadering van 10 december 2020 heeft de raad een voorbereidingsbudget van € 95.000 beschikbaar gesteld om te komen tot een grondexploitatie voor het gebied Noorderzand. Tot en met 2023 zijn hierop uitgaven gedaan tot een bedrag van € 58.000.
Reserves en voorzieningen grondexploitatie In de Nota Grondbeleid uit mei 2020 heeft de raad bepaald dat binnen de gemeentelijke grondexploitaties een algemene reserve wordt aangehouden ter dekking van risico’s en verliezen. Deze reserve is een buffer om te voorkomen dat nadelige effecten en omstandigheden vanuit de grondexploitatie ten laste van de algemene middelen gebracht moeten worden. De reserve grondzaken moet een stand hebben gelijk aan een vastgesteld percentage van de totale boekwaarden. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de mate dat er een risico op kan treden. Naast een algemene reserve is er een verliesvoorziening opgenomen op de balans ter dekking van de geprognotiseerde verliezen in de grondexploitaties. Deze voorziening bedraagt per ultimo 2023: € 3.861.000. Tenslotte zijn er binnen het grondbeleid nog drie reserves beschikbaar die gevormd zijn uit de Algemene Reserve Grondzaken en uit de jaarlijkse winstnames van de grondexploitaties: de reserve Dorpsuitleg, de reserve Infrastructuur (3e brug) en de reserve Strategische Aankopen. Het verloop van de vier reserves in 2023 was als volgt: Algemene Reserve Grondexploitatie stand per 1 januari 2023
3.950.000
Mutaties 2023 1. Winstname Oranjewijk (afronding)
148.000
2. Winstname Zwolse Hoek 5
136.000
3. Afdracht vennootschapsbelasting grondexploitaties
-69.000
4. Verlagen verliesvoorziening Port of Urk
8.000
5. Verhogen verliesvoorziening Westgat
-35.000
Stand 31 december 2023
4.138.000
reserve Strategische Aankopen stand per 1 januari 2023
718.000
mutaties 2023 Exploitatie strategische gronden en objecten 2023
-67.000
stand 31 december 2023
651.000
reserve Dorpsuitleg stand per 1 januari 2023
180.000
mutaties 2023 1. Winstname Oranjewijk (afronding)
23.000
2. Winstname Zwolse Hoek 5
-2.000
69
stand 31 december 2023
201.000
reserve Infrastructuur (3e brug) stand per 1 januari 2022
460.000
mutaties 2023 1. Winstname Oranjewijk (afronding)
23.000
2. Winstname Zwolse Hoek 5
-2.000
stand 31 december 2023
481.000
Toelichting 1. Winstname Oranjewijk afronding In 2023 is bij het complex Oranjewijk een winst genomen tot een bedrag van € 193.000 Hiervan is een bedrag van € 147.000 toegevoegd aan de reserve grondzaken en het restant (€ 46.000) is toegevoegd als fondsafdracht aan de reserve dorpsuitleg en de reserve infrastructuur (3e brug). 2. Winstname Zwolse Hoek 5 In 2023 is bij het complex Zwolse Hoek 5 een winst genomen tot een bedrag van € 132.000 Hiervan is een bedrag van € 135.000 toegevoegd aan de reserve grondzaken en het restant (€ -3.000) is onttrokken als fondsafdracht aan de reserve dorpsuitleg en de reserve infrastructuur (3e brug). Hierbij wordt nog opgemerkt dat het positief resultaat is gestegen door het vervallen van de post archeologisch onderzoek. 3. Afdracht vennootschapsbelasting (VBP) Op basis van de actuele berekeningen is over 2023 is een bedrag van € 69.000 onttrokken aan de reserve grondzaken. Het gaat om het saldo van de voorlopige aanslag 2023. 4. Voorziening verwacht verlies Port of Urk Op basis van de door de raad in december 2023 vastgestelde grondexploitatie Port of Urk moet de verliesvoorziening negatief worden bijgesteld. Dit tot een bedrag van -€ 8.000 Deze bijstelling is verwerkt in de reserve grondzaken. 5.
Voorziening verwacht verlies Westgat Op basis van de door de raad in december 2023 vastgestelde grondexploitatie Westgat moet de verliesvoorziening negatief worden bijgesteld. Dit tot een bedrag van € 35.000. Deze bijstelling is verwerkt in de reserve grondzaken.
Tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitaties Algemeen Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van
70
tussentijds positief resultaat is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijds positief resultaat is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Percentage of completion (Poc) Voor het bepalen van de tussentijdse resultaat is aansluiting gezocht bij een landelijk algemeen aanvaardbare methodiek (bedrijfsleven, fiscaal), waarbij rekening is gehouden met de bijzondere kenmerken van gemeentelijke grondexploitaties. De doelstelling van het gemeentelijk grondbeleid is immers niet primair gericht op het behalen van financieel rendement, maar op het bereiken van het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven. De Poc-methode houdt rekening met de fase waarin de grondexploitatie, zowel wat betreft de opbrengsten als de kosten, verkeert. Daarnaast is deze methode eenvoudig toepasbaar en kan eenduidig worden gehanteerd voor alle positieve grondexploitaties die door gemeenten worden uitgevoerd. Winstnemingen en fondsafdrachten
Complex
Raming totale Raming kosten (excl. totale genomen opbrengsten winsten vorige jaren)
% gereal. Kosten
% gereal. Te nemen opbrengsten winst 2023
Te nemen fondsafdrachten 2023
Oranjewijk afr.
27.607.146
32.453.528
95%
94%
147.583
46.008
ZH fase 5
14.080.940
15.656.345
97%
96%
135.623
-3.004
41.688.086
48.109.872
283.207
43.003
*overige grondexploitaties is geen winst genomen in 2023.
De winstnemingen en fondsafdrachten zijn conform verordening 212 naar de desbetreffende reserves geboekt.
71
Lokale heffingen Inleiding Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen wordt geheven op basis van door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordeningen. De doelstelling van de lokale heffingen is het verwerven van middelen uit belastingen en heffingen ter dekking van de algemene en specifieke uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De uitvoering en de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de heffingswerkzaamheden liggen op grond van artikel 231 van de Gemeentewet bij de heffingsambtenaar. Hierbij valt te denken aan het vaststellen en opleggen van de aanslagen en taxatiewaarden, het doen van uitspraken op bezwaren en het verweer bij beroepszaken. De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. Bij gemeentelijke heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen algemene belastingen en retributies. Belastingen hebben een algemeen karakter. Zij dienen als algemeen dekkingsmiddel om de uitgaven die de gemeente doet te kunnen dekken. Bij de retributies is er wel sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Bij retributies mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak.
Tarievenbeleid Voor de hoogte van tarieven gelden de volgende uitgangspunten: De belastingen en heffingen zijn trendmatig verhoogd, tenzij op grond van een besluit van de gemeenteraad een andere verhoging is vastgelegd. Voor 2023 was de trendmatige verhoging vastgesteld op 1,6%. Dienstverlening door of vanwege de gemeente, behoort kostendekkend te zijn. De opbrengsten uit de lokale belastingen en heffingen zijn over de afgelopen twee jaren als volgt: Gemeentelijke heffing
Rek 2022
Begr 2023
Rek 2023
prim
actueel
5.431.690
5.354.461
5.354.461
5.613.822
1.2 Hondenbelasting
74.190
74.000
74.000
74.804
1.3 Precariobelasting
21.214
18.599
18.599
27.911
1.4 Toeristenbelasting
109.190
74.922
107.422
120.345
Totaal Belastingen
5.636.283
5.521.982
5.554.482
5.836.882
2.1 Afvalstoffenheffingen
1.887.261
1.927.626
1.927.626
1.942.746
2.2 Rioolheffing
2.156.641
2.101.425
2.101.425
2.232.639
2.3 Haven- en kadegelden
834.122
678.208
808.208
968.245
2.4 Marktgelden
34.251
31.176
31.176
33.380
2.5 Begraafrechten
353.559
359.655
359.655
442.984
2.6 Secretarieleges (Titel 1)
181.466
202.991
202.991
192.498
2.7 Omgevingsvergunningen (Titel 2)
790.035
469.895
1.321.545
899.626
2.8 Leges (Titel 3)
13.700
13.700
13.700
13.700
0
0
0
0
6.251.036
5.784.676
6.766.326
6.725.818
1.1 Onroerende-zaakbelastingen
2.9 Overig Totaal Retributies
72
TOTAAL
11.887.319
11.306.658
12.320.808
12.562.700
Belastingen Belastingen hebben een algemeen karakter. Gemeente Urk legt 4 soorten belasting op: 1. 2. 3. 4.
Onroerende-zaakbelasting (OZB) Hondenbelasting Precariobelasting Toeristenbelasting
1.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken, drie directe belastingen geheven: eigenarenbelasting voor woningen; eigenarenbelasting voor niet-woningen; gebruikersbelasting voor niet-woningen De peildatum voor de belastingplicht is 1 januari van het belastingjaar. Grondslag is de WOZ-waarde. Alle onroerende zaken dienen jaarlijks opnieuw getaxeerd te worden op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De uitvoering van deze wet ligt in handen van de heffingsambtenaar van de gemeente. Door de Waarderingskamer wordt op deze uitvoering toezicht gehouden. De gemeente Urk scoort bij deze beoordeling al jaren 5 van de 5 sterren, de hoogste score! Elk jaar wordt de onroerend zaak gewaardeerd o.g.v. de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Hiermee volgt de WOZ-waarde jaarlijks de marktontwikkeling. De gemeente Urk heeft delen van de jaarlijkse herwaardering uitbesteed. Voor het belastingjaar 2023 geldt de WOZ-waarde naar prijspeil van 1 januari 2022. Waardeontwikkeling Om de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen niet van invloed te laten zijn op de opbrengst, worden de tarieven conform de waardeontwikkelingen aangepast. In de huidige markt worden dus de stijgende WOZ-waarden gecompenseerd door een gelijke daling van de tarieven.
De stijging op de huizenmarkt is fors doorgezet met een gemiddelde waardestijging van 13%. Met deze stijging is het tarief dan eerst ook verlaagd en daarna verhoogd met 1,6%, zodat de gemiddelde aanslag 1,6% hoger was dan in 2022. Bij de niet-woningen was sprake van een gemiddelde waardestijging van 3%. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Onroerende-zaakbelastingen. De totale OZBinkomsten bedroegen in 2023 € 5,61 miljoen. De opbrengsten 2023 en volgende jaren zijn gebaseerd op de besluitvorming van de raad, de groei van het aantal onroerende zaken en de tariefsaanpassingen op basis van de nieuwe waarden in het kader van de hertaxaties Wet WOZ. Op grond van eerdere besluitvorming dienen de tarieven zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden. 1.2 Hondenbelasting
73
Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Het is niet nodig dat de gemeente een relatie legt tussen de opbrengst van de hondenbelasting en de kosten die voor de gemeente aan de bevuiling door honden zijn verbonden. Het tarief voor 2023 is met 1,6% verhoogd. De opbrengst voor deze belasting was in 2023 € 74.000. 1.3 Precariobelasting De gemeente heft een precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. In 2023 was de opbrengst € 27.000. 1.4 Toeristenbelasting Dit betreft een belasting die wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Door het heffen van een toeristenbelasting dragen ook niet-inwoners bij in de kosten van de algemene voorzieningen van de gemeente Urk.
Het tarief bedraagt € 1,55 per persoon per overnachting. De opbrengst voor deze belasting bedroeg in 2023 € 120.000.
Retributies De retributies vallen uiteen in bestemmingsheffingen en leges. Hierbij geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, die worden gebruikt voor doeleinden met een duidelijk algemeen belang. De belangrijkste retributies zijn de leges. Deze dienst levert met name individueel voordeel op. Zo betalen inwoners van de gemeente een bijdrage voor het aanvragen van een paspoort of vergunning. Ook voor de leges geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Voor de navolgende heffingen geldt dat de opbrengsten niet uit mogen gaan boven de geraamde kosten, ofwel geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn: Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Haven- en kadegelden; Leges; Marktgelden; Begraafrechten. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de retributies weergegeven. Bij iedere retributie ziet u verder een overzicht van de baten en de lasten in 2023.
74
Kostendekking Retributies en Leges (x 1.000) Rekening 2022
Gemeentelijke heffing
Begroting 2023 primitief lasten
baten
Rekening 2023 dekking
lasten
baten
dekking
2.1 Afvalstoffenheffingen
89%
2.236.137
2.039.755
91%
2.139.774
2.101.998
98%
2.2 Rioolheffing 2.3 Haven- en kadegelden
95%
2.057.071
2.101.425
102%
1.990.509
2.245.408
113%
87%
953.451
678.208
71%
1.150.643
968.245
84%
2.4 Marktgelden
48%
54.292
31.176
57%
82.377
33.380
41%
2.5 Begraafrechten 2.6 Secretarieleges (Titel 1) 2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2)
119%
670.213
359.655
54%
615.801
104.670
17%
26%
864.252
202.991
23%
812.694
192.498
24%
60%
1.145.394
469.895
41%
1.549.980
899.626
58%
2.8 Leges (Titel 3)
82%
16.700
13.700
82%
16.700
13.700
82%
2.1 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven bij diegene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. De afvalinzameling op Urk is uitbesteed bij de aan de gemeente verbonden partij afvalinzamelaar ROVA te Zwolle. De hoogte van de aanslag voor de afvalstoffenheffing is afhankelijk van de gezinsgrootte en de soort container. In de tarieven zijn ook de kosten voor de milieustraat en het straatvegen verwerkt. De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient de kosten te dekken. Het in 2020 gewijzigde afvalbeleid heeft er voor gezorgd dat de heffing zowel in 2021 als in 2022 licht kon dalen. In 2023 steeg deze heffing met slechts 1,6% . Het percentage gescheiden ingezamelde grondstoffen is gedaald naar 53% in 2023. Deze daling is voornamelijk veroorzaakt door afgekeurd gft dat verwerkt is als restafval. 2.2 Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven bij de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van de gebruiker bij een perceel waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten.
De opbrengst van de rioolheffing mag alleen worden gebruikt ter dekking van de kosten van: het inzamelen en transporteren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater; het inzamelen van afvloeiend hemelwater en het verwerken hiervan alsmede maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken. In de landelijke regelgeving is vastgelegd dat de tarieven van rioolheffing niet hoger mogen zijn dan 100%. Bij de vaststelling van de begroting wordt de hoogte van de tarieven van de rioolheffing bepaald en houden wij hier rekening mee. Uitgangspunten bij de zijn 100% kostendekkendheid en gedifferentieerde tarieven per huishoudtype, waarbij de huishoudens met 4 of meer personen meer betalen, dan huishoudens tot en met 3 personen. Bij nietwoningen wordt naast een vast bedrag van de eigenaar, heffing geheven over het waterverbruik van de gebruiker. Door de gemeenteraad is het Gemeentelijk Rioleringsplan (verder te noemen GRP) vastgesteld . Uit dit GRP blijken de verwachte exploitatie en investeringslasten in de 75
uitvoeringsperiode. Verder worden in het GRP de belangrijkste uitgangspunten voor de rioolheffing vermeld. Uitgangspunt is dat eventuele exploitatieoverschotten ten gunste moeten komen van rioleringsfonds. Investeringen moeten zo mogelijk direct worden afgeboekt vanuit het rioleringsfonds. Dit met dien verstande dat in het rioleringsfonds een bedrag van € 500.000 beschikbaar blijft. De inzet op deze wijze van het rioleringsfonds is bedoeld om onnodige rentekosten op investeringen te vermijden. Omdat het nieuwe GRP voor 2023 e.v. nog niet was vastgesteld is besloten de tarieven voor 2023 te laten stijgen met 1,6%. 2.3 Havengelden Onder de naam "havengelden" wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van de gemeentelijke havens. In 2023 zijn de tarieven voor de passanten (pleziervaartuigen en andere vaartuigen) met gemiddeld 6% verhoogd. De overige tarieven zijn met 4% verhoogd. Deze stijging was nodig omdat door de gestegen kosten, de kostendekkendheid van de haven afnam. Hierbij speelden de stijgende energiekosten een belangrijke rol. 2.4 Marktgelden In de gemeente wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaats, gedurende de voor de markt geldende tijd. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Marktgelden. De tarieven zijn met 1,6% gestegen.
2.5 Begraafrechten Op basis van de verordening op de graf- en begrafenisrechten worden in de gemeente Urk rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. 2.6 Legesverordening Onder de naam "leges" worden een aantal verschillende rechten geheven voor het genot van door, of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. Het gaat hier vooral om de secretarieleges en de leges bouwvergunningen. Van sommige leges wordt het tarief vastgesteld door het Rijk. Bij het berekenen van een kostendekkend tarief mogen overigens alleen de kosten van het verlenen van een vergunning of dienst in rekening worden gebracht. Kosten van onder andere toezicht en handhaving mogen niet doorberekend worden. Voor 2023 zijn de tarieven verhoogd met 1,6 %. Streven is de leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Urk hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met die van omliggende gemeenten of het landelijk gemiddelde. Om te komen tot meer kostendekkende tarieven zijn de meeste tarieven met 1,6 % gestegen. Andere tarieven zijn begrensd door wettelijke tariefstellingen.
2.7 Omgevingsvergunningen (titel 2) Voor het verrichten van bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving is er een omgevingsvergunning nodig (officiële toestemming van een overheidsinstantie). Vergunningsplichtige activiteiten zijn vanaf 1 januari 2024 in de Omgevingswet geregeld (daarvoor in de Wabo). Meest bekende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is zijn: - het bouwen van een bouwwerk; - het wijzigen van een monument; - het kappen van een boom. 76
2.8 Leges (titel 3) Onder deze categorie leges horen de vergunningen voor de horeca en leges voor het organiseren van evenementen of markten.
Kwijtscheldingen Op grond van de Invorderingswet en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, welke van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Urk hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overige heffingen zijn in de desbetreffende belastingverordeningen uitgesloten van kwijtschelding.
Bezwaar maken In 2023 zijn 272 bezwaarschriften ingediend tegen de WOZ-waarde. Doordat gespecialiseerde WOZ-bureaus steeds vaker namens de burgerbezwaar in dienen, blijven de kosten van het behandelen van bezwaarschriften stijgen. De kosten om de bezwaarschriften van deze bureaus te behandelen, bedroegen € 78.000, terwijl er maar 23 bezwaren werden toegekend, waarvan gemiddeld de OZB met € 23 werd verlaagd. Ook zijn er 78 bezwaarschriften ingediend tegen de overige belastingen (OZB, hondenbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting en havengelden). In 2023 zijn er 5 beroepszaken gevoerd tegen de WOZ-waarde. Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 20212023 Ontwikkeling Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2021-2023 Belastingsoort
2021
2022
2023
2022/2023 in %
OZB eigenaar
€ 397
€ 403
€ 410
1,60%
Rioolrechten
€ 245
€ 249
€ 253
1,60%
Afvalstoffenheffing
€ 250
€ 247
€ 251
1,60%
Totaal
€ 892
€ 899
€ 914
1,60%
In de periode 2022 tot en met 2023 zijn de belastingen van de gemeente Urk slechts met 1,6% gestegen. De ontwikkeling van de lokale lasten is gebaseerd op een gemiddelde. Dit betekent dat de feitelijke lastenontwikkeling voor een individuele burger hiervan kan afwijken. De afwijking wordt onder andere beïnvloed door de feitelijke waardeontwikkeling van de woning. Om een beeld te krijgen hoe de woonlasten op Urk zich verhouden ten opzichte van de gemeenten in Flevoland, treft u hierna de gegevens aan van een aantal gemeenten uit de Atlas van de lokale lasten 2023 van het COELO, zoals gepubliceerd op de website. In de 77
onderstaande vergelijking staat de gemiddelde aanslag 2023 voor een 3persoonshuishouden. In deze aanslag is inbegrepen de OZB, rioolrechten en de afvalstoffenheffing. 2023
Urk
NOP
Lelystad
Almere
Dronten
Zeewolde
OZB
€ 410
€ 404
€ 463
€ 392
€ 451
€ 620
Afvalstoffenheffing
€ 251
€ 328
€ 380
€ 412
€ 353
€ 277
Rioolheffing
€ 253
€ 174
€ 212
€ 191
€ 159
€ 144
Totaal
€ 914
€ 906
€ 1.055
€ 995
€ 963
€ 1.041
In tegenstelling tot eerdere jaren heeft Urk in Flevoland niet meer de hoogste woonlasten. Waar andere gemeenten hun afvalstoffenheffing moesten laten stijgen, kon deze bij de gemeente Urk dalen. daarnaast bleef de andere stijging steeds beperkt. Dit ondanks dat de demografische structuur van de gemeente Urk nadelig uitpakt voor de hoogte van de belastingen, maar ook voor de uitkeringen van het Rijk. Urk heeft meer jeugd en een hoger dan gemiddelde woningbezetting. Een andere gemeente met evenveel inwoners heeft gemiddeld meer woningen en kan de belastingdruk dus beter spreiden. Maar ook verstrekt het Rijk aan kleinere gemeenten in verhouding lagere uitkeringen. Daarnaast heeft Urk als gevolg van het verval in hoogte van ca. 15 meter tussen het oude eiland en de Urkervaart en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond hogere kosten om het riool goed te laten functioneren.
78
Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden. De wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en bevordert het proactief openbaar maken van overheidsinformatie. Voor de gemeente Urk is een Woo-coördinator aangesteld. Bij de Woo-coördinator zijn 8 Woo verzoeken ontvangen en binnen de termijn afgehandeld. Hiernaast zijn nog 2 veelomvattende zaken in behandeling. Om de processen voor de uitvoer van de Woo beter te kunnen ondersteunen is in 2023 ingezet op de verdere verbetering van de informatiehuishouding zodat informatie goed vindbaar is. Daarnaast is een aanbesteding gedaan voor het inzetten van anonimiserende software. Deze software kan gebruikt worden voor het grotendeels automatisch anonimiseren van alle documenten die voor de Woo openbaar moeten worden gemaakt.
79
Jaarrekening Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2023 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Waar mogelijk zijn vergelijkbare cijfers uit de jaarrekening 2022 weergegeven.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, waarbij het grondbedrijf gebruik maakt van de Poc-methode. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven, tenzij op andere wijze dekking is aangegeven. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname van het gerelateerde immateriële vaste actief. Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Materiële vaste activa
80
De materiële vaste activa wordt onderverdeeld in 3 categorieën: 1. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 2. Investeringen met economisch nut; 3. Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Wanneer investeringen grotendeels of volledig worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval waarvoor op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Slijtende investeringen worden vanaf 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. Alleen wanneer de restwaarde substantieel is, wordt er een restwaarde gehanteerd. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Het BBV schrijft voor dat naar de investeringen met economische nut ook de investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd. Afschrijving vindt plaats over de verwachte levensduur. Het betreft hier onder andere infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen: In de nota waardering & afschrijving 2022 zijn diverse afschrijvingstermijnen vastgesteld door de raad. In de bijlagen zijn de afschrijvingstermijnen uit deze nota opgenomen.
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Bijdragen aan activa van derden worden geactiveerd, conform het bijbehorende raadsbesluit. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname van het actief, waar de verleende bijdragen voor verstrekt zijn. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de afschrijvingstermijn die de derde hanteert.
Voorraden 81
De als “onderhanden werken” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Bij de grondexploitaties vindt tussentijdse winstnemingen plaats aan de hand van de algemeen aanvaardbare methodiek Percentage of completion (Poc-methode). Voor verwachte verliezen wordt direct een voorziening gevormd ter hoogte van de verwachte verliezen, waardoor de waarde van de voorraad vermindert.
Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statistisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat.
Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. Onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Voorzieningen oninbaarheid debiteuren wordt direct in mindering gebracht op het debiteurensaldo. Soortgelijk wordt gehandeld met de verliesvoorziening grondexploitaties. Deze wordt direct in mindering gebracht op de voorraad.
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.
Beleidsregels toepassing WNT
82
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke-sector (WNT) is met ingang van 1 januari 2013 van kracht en wordt overeenkomstig deze regels in de jaarrekening opgenomen.
83
Balans per 31 december 2023 (x € 1.000) Activa
31-12-2022
31-12-2023
Vaste activa Immateriële vaste activa
607
728
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
331
464
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
276
263
Materiële vaste activa
68.179
83.248
Investeringen met een economisch nut
51.138
63.128
Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)
7.326
7.085
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
9.714
13.035
Financiële vaste activa
8.078
8.292
303
303
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Overige langlopende leningen
7.774
7.989
Totaal vaste activa
76.863
92.268
Vlottende activa Voorraden
31-12-2022
31-12-2023
52.208
56.330
52.201
56.330
8
0
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter 1 jaar
21.634
14.214
Vorderingen op openbare lichamen
5.239
3.884
Uitzettingen in 's Rijks schatkist
8.989
5.745
Overige vorderingen
7.405
4.585
Liquide middelen
273
202
Kas- en banksaldi
273
202
Overlopende activa
0
733
Diverse overlopende activa
0
733
Totaal vlottende activa
74.115
71.479
Totaal activa
150.978
163.747
Onderhanden werk, gronden in exploitatie Gereed product en handelsgoederen
Passiva
31-12-2022
31-12-2023
Vaste Passiva Eigen vermogen
45.420
46.226
Algemene reserve
8.215
13.759
Bestemmingsreserves
31.299
28.670
Resultaat na bestemming
5.907
3.798
Voorzieningen
6.947
7.105
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
6.947
7.105
Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer
85.138
78.463
Onderhandse leningen
85.138
78.463
-
-
137.505
131.795
Waarborgsommen Totaal vaste passiva
84
Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar
31-12-2022
31-12-2023 26.322
Overige kasgeldleningen
6.283 -
Overige schulden
6.283
7.322
Overlopende passiva
7.191 850
5.630 1.551
6.341
3.989
-
91
Totaal vlottende passiva
13.473
31.953
Totaal passiva
150.978
163.747
5.387
5.060
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Gewaarborgde geldleningen
19.000
85
Toelichting op de balans per 31 december 2023 VASTE ACTIVA Algemene toelichting vaste activa De vaste activa zijn een weergave van de investeringen zoals die in het verleden zijn uitgevoerd en van die welke momenteel in uitvoering zijn. De investeringen hebben in 2023 veelal geleid tot vermeerderingen van vaste activa, tenzij ze direct werden gedekt uit bijdragen van derden. In de bijlage "Investeringsoverzicht" wordt per investering een korte toelichting gegeven op de actuele stand van zaken. Onder andere of de investering inmiddels is afgerond dan wel of de uitvoering doorloopt in 2024. Ook blijkt uit die bijlage welk deel van het investeringsbudget tot en met 2023 is besteed, en welk deel nog te besteden is. De belangrijkste investeringen van 2023 worden ook in de onderstaande toelichting op de vaste activa benoemd.
Verschuivingen immateriële en materiële vaste activa In 2023 is geconstateerd dat er in de jaarrekening 2022 een aantal vaste actieven niet in de juiste activa-categorie was gerubriceerd. Dit is in 2023 gecorrigeerd. Om een aansluiting te maken met de beginstand van de verschillende categorieën is een verklarende tabel opgenomen. Gepresenteerd wordt de jaarrekening 2022, zoals vastgesteld, de verplaatsing in categorieën. Dit leidt tot een nieuwe stand per eind december 2022. Aangezien de verplaatsingen zich hebben voorgedaan in zowel de materiële vaste activa als de immateriële vaste activa, zijn 2 tabellen opgenomen. Immateriële vaste activa
Gepresenteerd in JR 2022
Verplaatsing
Beginstand in JR 2023
Kosten ondz. ontwikk
276.637
54.186
330.824
Bijdrage activa derden
446.465
-170.631
275.834
Totaal
723.103
-116.445
606.658
Gepresenteerd in JR 2022
Verplaatsing
Beginstand in JR 2023
6.600.163
1.416.500
8.016.663
464.428
-
464.428
Materiële vaste activa Economisch nut Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
12.521.942
19.319.039
31.840.981
Schoolgebouwen bijzonder onderwijs
21.985.131
-21.985.131
-
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
3.711.563
-2.334.419
1.377.144
106.431
-
106.431
3.795.708
1.336.837
5.132.545
-
4.200.170
4.200.170
49.185.366
1.952.995
51.138.361
Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
86
Economisch nut met kostenheffing Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken
7.668.963
-342.517
7.326.446
7.668.963
-342.517
7.326.446
Maatschappelijk nut 980.716
-980.716
-
10.227.614
-1.316.142
8.911.472
-
802.826
802.826
11.208.330
-1.494.033
9.714.298
68.062.660
116.445
68.179.105
Gronden en terreinen Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Overige materiële vaste activa
Totaal
Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa
Boekwaarde Investeringen 31-12-2022
Des-
Afschrijvingen
investeringen
Boekwaarde 31-12-2023
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
330.824
133.427
-
-
464.251
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
275.834
-
-
12.538
263.296
Totaal
606.658
133.427
-
12.538
727.547
Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief Dit onderdeel bestaat uit twee projecten, zoals weergegeven in de onderstaande tabel. De kosten van de sanering Hooiland worden gedekt met een bijdrage uit de algemene reserve. Deze wordt weergegeven als "desinvestering". De ontwikkeling revitalisering Lemsterhoek betreft kosten die uiteindelijk deel gaan uitmaken van de nog in te stellen grondexploitatie revitalisering Lemsterhoek. Overzicht belangrijkste investeringen:
Immateriële vaste activa Revitalisering Lemsterhoek
Investeringsbedrag in 2023 129.668 3.759
Noorderzand Totaal
133.427
Materiële vaste activa De materiële activa bestaat uit de volgende hoofdonderdelen: Materiële vaste activa
Boekwaarde Investeringen 31-12-2022
Des-
Afschrijvingen
investeringen
Boekwaarde 31-12-2023
51.138.361
14.154.795
210.627
1.954.156
63.128.373
7.326.446
37.564
37.564
241.861
7.084.585
Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)
87
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
9.714.298
5.240.617
1.778.909
140.591
13.035.415
Totaal
68.179.105
19.432.976
2.027.100
2.336.608
83.248.373
Afschrijvingen
Boekwaarde
Investeringen met een economisch nut Investeringen met economisch nut
Boekwaarde Investeringen 31-12-2022
Desinvesteringen
31-12-2023
8.016.663
10.028.085
-
-
18.044.747
464.428
-
-
15.481
448.947
Bedrijfsgebouwen
31.840.981
2.128.168
-
1.005.503
32.963.646
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
1.377.144
198.461
168.070
86.521
1.321.014
106.431
-
-
15.204
91.226
Machines, apparaten en installaties
5.132.545
411.229
3.944
595.477
4.944.353
Overige materiële vaste activa
4.200.170
1.388.853
38.613
235.970
5.314.439
Totaal
51.138.361
14.154.795
210.627
1.954.156
63.128.373
Gronden en terreinen Woonruimten
Vervoermiddelen
Investeringen met economisch nut, met kostenheffing Het gaat om investeringen in rioleringswerken incl. wegherstel, die bekostigd worden uit het rioolrecht. Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)
Boekwaarde Investeringen 31-12-2022
Des-
Afschrijvingen
investeringen
Boekwaarde 31-12-2023
Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken
7.326.446
-
-
241.861
7.084.585
Totaal
7.326.446
-
-
241.861
7.084.585
DesAfschrijvingen Investeringen in de openbare ruimte Boekwaarde Investeringen met een maatschappelijk nut 31-12-2022 investeringen
Boekwaarde
Investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut (openbare ruimte)
Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Overige materiële vaste activa Totaal
31-12-2023
8.911.472
5.062.599
1.778.909
117.992
12.077.170
802.826
178.019
-
22.599
958.246
8.911.472
5.062.599
1.778.909
117.992
12.077.170
Vijf grootste investeringen van 2023
Materiële vaste activa
Investeringsbedrag in 2023
Aankoop strategische ruilgronden Port of Urk
10.028.085
Urkerweg
2.479.596
Michiel de Ruyterbrug
1.725.109
Uitbreiding begraafplaats De Vormt
1.086.608
88
835.997
Nieuwe Brandweerkazerne Totaal
16.155.394
Financiële vaste activa Financiële vaste activa
Boekwaarde Investeringen 31-12-2022
Des-
Vermindering/
Boekwaarde
investeringen
aflossing
31-12-2023
303.190
-
-
-
303.190
Overige langlopende leningen
7.774.422
322.419
-
108.096
7.988.745
Totaal