CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Tussenrapportage archeologisch sleuvenonderzoek

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling Tam-IMRO plan OV-Hub hs 22a18.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 18. Sporen van verspoeling in werkput 17 in het oosten van deelgebied 3 .

Aan de noord- en oostzijde van deelgebied 3 laat een deel van de duinhelling sporen van verspoeling zien (figuur 18). Ter plaatse van deze verspoeling zijn vermoedelijke geen (intacte) archeologische sporen meer te verwachten. Dit is zeker het geval in deelgebied B/deelgebied 5, een duin dat vrijwel geheel is geërodeerd en verspoeld door een latere geul.

5.2 Deelgebied 1 Deelgebied 1 ligt in het zuidwesten van Zeeheldenwijk fase 1. Het gaat om een relatief laag, meertoppig duin waarvan het hoogste punt (op basis van boringen) op circa -5,85 m NAP ligt. In dit gebied zijn middels booronderzoek vondsten van natuursteen en ve rbrande klei gedaan. Op grond van

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[34]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

zijn ligging (ontsluiting) en het ontbreken van Unio I -klei worden hier uitsluitend resten uit het mesolithicum verwacht. 18 Deelgebied 1 is onderzocht door middel van een lange, noordnoordoost -zuidzuidwest georiënteerde proefsleuf (werkput 39) over de oostelijke duintop. In deze sleuf is in de top van het duinzand, overal een intact bodemprofiel vastgesteld. De hoogte van het glooiende duin varieert van circa -5,5 tot -6,3 m NAP.

Figuur 19. Allesporenkaart deelgebied 1 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

In werkput 39 is slechts één grondspoor gedocumenteerd (figuur 19 en kaartbijlage 1). Het gaat om een mogelijke kuil. Verder is een klein aantal vuurstenen en stenen artefacten en is hout skool verzameld.

18

Ten Anscher 2022, tabel 6.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[35]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Er is geen sprake van een aaneengesloten vondstspreiding, hoewel het merendeel van de vondsten uit het noorden van werkput 39 stamt.

Figuur 20. Allesporenkaart deelgebied 2 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

5.3 Deelgebied 2 Deelgebied 2 ligt in het westen van Zeeheldenwijk fase 1. Het gaat om het deel van het grote westelijke rivierduin, gelegen tussen de huidige bouwweg en de Zuidermeertocht, waar werkputten 1 en 2 zijn gegraven. Het duinzand bevindt zich hier direct onder de moderne bouwvoor, maar het duin is slechts voor een klein deel afgetopt. Met name een kleine, afgegraven duintop in werkput 1. De overige delen van het duin zijn intact. Daar zijn nog bodemhorizonten van een veldpodzol bewaard en goed geconserveerde archeologische sporen aanwezig. Evenals in omliggende depressies in het

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[36]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

duinoppervlak. Het gaat bij de sporen om een klein aantal (haard)kuilen en paalsporen (figuur 20 en kaartbijlage 1). De datering daarvan is vooralsnog onduidelijk. Met uitzondering van houtskoolbrokjes, zijn de sporen vondstloos gebleven. Een datering in het neolithicum kan niet uitgesloten worden. Op de duinhelling aan de noordzijde van werkput 1 zijn namelijk in basis van het veen/op de top van het duin twee scherven Swifterbant-aardewerk aangetroffen. Daarnaast zijn verspreid over beide werkputten enige vuurstenen en stenen artefacten verzameld.

Figuur 21. Allesporenkaart van het zuidwestelijke deel van deelgebied 3 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[37]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 22. Allesporenkaart van het zuidoostelijke deel van deelgebied 3 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

5.4 Deelgebied 3 en het zuidelijke deel van gebied 4 Deelgebied 3 beslaat het grootste deel van het grote westelijke rivierduin. Het merendeel van de proefsleuven is op dit deel van het duin aangelegd. Tijdens het voorafgaande booronderzoek is op grote delen van dit duin een diffuse vondstspreiding vastgesteld, met name van stenen en vuurstenen artefacten. En een doorlopende spreiding van houtskool. 19 Tijdens het proefsleuvenonderzoek is geconstateerd dat vooral in het zuiden van deelgebied 3 het duin over een grote oppervlakte in recente tijd is geëgaliseerd/afgegraven. Aan de noordzijde van het

19

Ten Anscher 2022, tabel 6.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[38]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

afgetopte gebied is bovendien de duinhelling aangetast door verspoeling. Intacte bodemprofielen zijn op het zuidelijke deel van het grote westelijke duin beperkt tot de vrij steile duinhellingen vanaf ongeveer -5,5/-6 m NAP. Daar zijn echter slechts verspreide, archeologische grondsporen gedocumenteerd. Het merendeel daarvan is niet erg overtuigend en mogelijk van natuurlijke origine. Zo ontbreken hier eenduidige haardkuilen. Verder is hier sporadisch en verspreid vondstmateriaal (houtskool, vuursteen en natuursteen) verzameld en dan vooral in de gebiedsdelen met een intact bodemprofiel.

Figuur 23. Allesporenkaart van het centrale deel van deelgebied 3 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

Het noordelijke deel van gebied 3 en het zuidelijke deel van gebied 4 laat een ander beeld zien. Hier is sprake van een meer grillig duinreliëf met een grotere variatie in de hoogte daarvan. Enkele kleinere duintoppen zijn weliswaar in recente tijd afgetopt, maar in het merendeel van dit gebied is sprake van

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[39]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

intacte natuurlijke bodemhorizonten al dan niet (nog) afgedekt door een laag veen. Maar soms ook direct onder de moderne bouwvoor.

Figuur 24. Allesporenkaart van het centrale deel van deelgebied 3 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

In dit gebied zijn tijdens het onderzoek binnen de -6 m NAP contourlijn tientallen haardkuilen en andere sporen gedocumenteerd en onderzocht (figuur 21 t/m figuur 26 en kaartbijlage 1). De steile delen van de duinhellingen bleven zonder grondsporen. De datering van de sporen is nog onbekend. Een mesolithische datering is vooralsnog aannemelijk, hoewel in dit gebied ook sporadische vondsten van handgevormd aardewerk zijn gedaan. Op de meest noordelijke punt van het grote westelijke duin is een als aanvullende waardering een groter gebied blootgelegd om meer inzicht te krijgen in de omvang van de hier aanwezige kuilclusters. Vastgesteld is dat de hier aanwezige clusters in omvang variëren van drie tot twintig haardkuilen en andersoortige kuilen. Belangrijk is ook de constatering dat aan de

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[40]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

oostzijde van twee kuilenclusters, groepjes paalsporen bewaard zijn gebleven die vermoedelijk duiden op de aanwezigheid van resten van mesolithische of vroeg-neolithische gebouwtjes of hutten (figuur 25 en figuur 27). De vullingen van de (haard)kuilen en de paalsporen behorend tot deze sporenclusters zijn relatief rijk aan vuurstenen artefacten. Dit in tegenstelling tot het meest noordwestelijk gelegen grootste haardkuilencluster waar vuurstenen artefacten vrijwel ontbreken. Vermeldenswaardig is verder de vondst van een houten voorwerp, vermoedelijk een deel van een peddel, in een met veen gevulde depressie direct boven een clustertje van vier haardkuilen. In het gebied ten zuiden van het aanvullend gewaardeerde geb ied zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van meerdere, vergelijkbare clusters van haardkuilen en andere grondsporen.

Figuur 25. Allesporenkaart van het noordelijke deel van deelgebied 3 en het zuidelijke deel van deelgebied 4 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[41]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 26. Grote haardkuil in werkput 55 (S448).

Figuur 27. Paalsporen van een kleine structuur (hut?) in werkput 55.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[42]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 28. Allesporenkaart van deelgebied B en deelgebied 5 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

5.5 Deelgebied B/deelgebied 5 Dit deelgebied omvat het zuidelijke deel van een langgerekt duin in het oosten van d e toekomstige Zeeheldenwijk. Vanwege veelbelovende vondsten van onder meer handgevormd aardewerk en onverbrand bot tijdens het voorafgaande booronderzoek, 20 waren de verwachtingen hier hooggespannen. Echter tijdens het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat het zuidelijke deel van dit duin vrijwel volledig en diep is geërodeerd door een geul. Alleen aan de oostzijde van het duin is nog een vijf tot tien meter brede strook met natuurlijke bodemhorizonten intact aanwezig (figuur 28). Aan de basis van de meerafzettingen boven het geërodeerde duin bevindt zich e en laag grof geulzand (met 20

Ten Anscher 2022, tabel 6.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[43]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

kolkgaten) waarin vondsten (handgevormd aardewerk, onverbrand bot, vuursteen en steen) zijn gedaan (figuur 29). Dit materiaal bevindt zich echter niet meer in situ. Eventuele grondsporen zijn echter verdwenen, op enkele mogelijke paalsporen in het intacte deel van het duinrestant na.

Figuur 29. Geërodeerd rivierduin in deelgebied 5.

5.6 AMK-terrein 1693 Ten noorden van de Urkervaart, op een op het terrein van kinderboerderij De Stekplek (Urkerweg 62) gelegen AMK-terrein, zijn drie proefsleuven gegraven. In verband met de aa nwezigheid van hekken en dierverblijven en het nog minstens een jaar voortdurende gebruik van het terrein, is het oorspronkelijke puttenplan aangepast. De verwachting is dat de drie gegraven werkputten (WP40, 41 en 42) een voldoende duidelijk beeld van dit terrein geven. Vastgesteld is dat het betreffende duin vrijwel volledig is afgetopt door egalisatie/afgraven. Het witte duinzand bevindt zich nagenoeg overal direct onder de bouwvoor (afgetopte C -horizont). Slechts op de duinhellingen langs de randen het AMK-terrein resteren nog intacte bodemprofielen (figuur 14). In noorden van werkput 42 is op de duinhelling sprake van een vrij vlak plateau. Hier zijn enkele grondsporen gedocumenteerd, waaronder enkele haardkuilen (figuur 30 en kaartbijlage 1). In werkput 40 bevonden zich tussen meerdere natuurlijke sporen (boomwortels) enkele mogelijke paalsporen. Vondstmateriaal is hoofdzakelijk beperkt tot de intacte duinhellingen. Het gaat om een scherf handgevormd neolithisch aardewerk en een achttiende-eeuwse pijpenkop, een klein aantal stenen en vuurstenen artefacten, schelp en houtskool.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[44]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 30. Allesporenkaart van AMK-terrein 1693 geprojecteerd op het hoogtemodel. Voor de legenda zie kaartbijlage 1.

5.7 Vondstspreiding In vijf kaarten is de spreiding van de vondsten uit het proefsleuvenonderzoek weergegeven (kaartbijlage 3). Hierbij moet opgemerkt worden dat een klein deel van de zeefmonsters (vooral uit WP 55) nog niet in het kaartbeeld is verwerkt. Verder zal de determinatie en gedetailleerde beschrijving van het vondstmateriaal gecombineerd worden met de rapportage van de opgraving. Bij de vondsten gaat het om stenen en vuurstenen artefacten, keramiek, houtskool en hout en bot en schelp. Het algemene beeld is dat het merendeel van de vondsten afkomstig is uit de gebieden met de meeste grondsporen. Dit is op zich niet verwonderlijk aangezien een groot deel daarvan afkomstig is uit spoorvullingen en uit vierkantemetervakken in gebieden met een intact bodemprof iel. In gebieden met afgetopte profielen is het aantal vondsten gering. Incidenteel zijn daar vondsten geborgen uit verstoringen. Een uitzondering vormt gebied 5 waar artefacten, waaronder scherven vroeg -neolithisch aardewerk en onverbrand bot, zijn geborgen uit een verspoelde laag op de top van het door erosie afgetopte rivierduin. Vuursteen en steen komen verspreid voor over het gehele onderzoeksgebied. Het noorden van deelgebied 3 en het zuiden van deelgebied 4 laten een vrij dichte concentratie van (vuur)stenen artefacten zien.

Een deel van de daar aanwezige haardkuilen en andere sporen is rijk aan vuurstenen artefacten. Het gaat om een gebied waar tijdens het voorafgaande booronderzoek reeds een dichte vuursteenspreiding is vastgesteld.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[45]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 31. Houten peddel uit een venige depressie in werkput 31, kort na de vondst.

Keramiek, overwegend handgevormd vroeg-neolithisch aardewerk, is in een dunne strooiing aanwezig, maar vooral aangetroffen in het noorden van deelgebied 3/zuide n van deelgebied 4 en in gebied 5. Het gaat vaak om kleine tot zeer kleine aardewerkfragmenten. Deze moeten nog wel gecontroleerd worden door een aardewerkspecialist. Uit deelgebied 2 stammen enkele grotere Swifterbantscherven. Dit materiaal is zowel in zeefmonsters uit vierkantemetervakken als uit zeefmonsters uit de vullingen van haardkuilen geborgen. Het materiaal uit gebied 5 stamt uitsluitend uit verspoelde contexten. Bot is beperkt tot de vulling van een enkele haardkuil (in verbrande vorm) en tot de verspoelde lagen in deelgebied 5 (in onverbrande vorm). Verder zijn in de vullingen van diverse haardkuilen, vooral in het noorden van het grote westelijke duin, kleine fragmenten schelp aangetroffen. De precieze aard van dit materiaal moet nader onderzocht worden. Het enige houten artefact is een houten peddel aangetroffen in een met veen gevulde depressie op de grens van deelgebied 3 en deelgebied 4 (figuur 31). Onder het veen bevonden zich oudere haardkuilen. Houtskool is de grootste vondstcategorie. Dit materiaal is overal in het onderzoeksgebied aangetroffen, maar vooral in de vullingen van haardkuilen. Deze leveren soms zeer grote hoeveelheden houtskoolbrokken op, tot meer dan 10.000 fragmenten.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[46]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6 Gebiedsspecifieke waardering 6.1 Inleiding Ten behoeve van de waardering van vindplaatsen in plangebied Zeeheldenwijk en het aangrenzende plangebied Port of Urk is een gebiedsspecifiek verwachtingsmodel opgesteld door respectievelijk Theo ten Anscher (RAAP) en Bram Jansen en Jonathan Huizer (ADC ArcheoProjecten). Waardering van vindplaatsen wordt logischerwijs gedaan conform de protocollen uit de KNA. In een ideale situatie wordt de waardering uitgevoerd, uitgewerkt en gerapporteerd. Dit vereist een planning waarbij voldoende ruimte is tussen het einde van de waardering en de start van de opgraving. Dit tijdsverloop is voor de ontwikkelingen in Urk zeer beperkt. Om de tijd die beschikbaar is voor archeologisch onderzoek in deelgebied Zeeheldenwijk, maximaal te benutten in zoveel mogelijk effectieve velddagen (t.b.v. behoud ex situ), wordt voorgesteld om waar mogelijk waarderend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven te laten doorstarten naar een opgraving als de resultaten van de proefsleuven daar aanleiding toe geven. Dit principe wordt vaker toegepast bij ontwikkelingsprojecten (referenties), maar verlangt wel heldere en transparante waarderingskaders.

Het risico bij een waardering met een doorstart naar ee n opgraving is dat de afweging van het wetenschappelijk belang van de vindplaatsen binnen een plangebied en in relatie tot elkaar, niet goed wordt afgestemd (wat kan leiden tot meer van hetzelfde, meest interessante vindplaats als laatste etc.). Het waarderingsschema afgeleid van de dissertatie van Groenewoudt uit 1994 is zeer generiek, 21 omdat het toepasbaar moet zijn op alle vindplaatsen in Nederland uit alle perioden. Dat creëert veel ruimte voor een weging van de waarderingscriteria en door zijn algemeen heid kan een bepaalde mate van subjectiviteit niet worden voorkomen. Dit kan ons inziens sterk worden beperkt door de waarderingsparameters te relateren aan het gespecificeerde verwachtingsmodel dat vooraf aan het inventariserend veldonderzoek is geformuleerd. Door deze verwachting te relateren aan de waarderingscriteria is ook daadwerkelijk sprake van een (empirisch) cyclisch systeem zoals dat is ontwikkeld voor de AMZ. 22 Het is belangrijk om te benadrukken dat de archeologische verwachting voor de relevant e archeologische fenomenen in de ondergrond van Urk sterk wordt bepaald op een op (paleo)landschap gebaseerde verwachting. Daarmee wordt een gebiedsspecifieke verwachting doorgezet naar een plangebied specifieke waardering. Vergelijkbare aanpak is met veel succes toegepast in bijvoorbeeld plangebied Well-Aijen.

23

6.2 Samenvatting gebiedsspecifiek verwachtingsmodel Voor de plangebieden Zeeheldenwijk zijn verschillende specificaties van het verwachtingsmodel opgesteld. 24 Hieronder wordt een samenvatting gegeven van het meest recente model van Ten Anscher (2021) aangevuld met gegevens uit het proefsleuvenonderzoek.

21

Groenewoudt 1991. Sensu W illems 1997. Ellenkamp et al. 2015). 24 Holl 2020h, Ten Anscher 2021e. 22 23

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[47]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Vanaf het begin van het Holoceen stegen de zee-, rivier- en grondwaterpeilen als gevolg van het verbeteren van het klimaat en het smelten van het landijs. Met behulp van de regionale grondwatercurve is het verlies aan droog (zand -)oppervlak en de toename aan veenmoeras en/of open water te achterhalen, en is ook te bepalen wanneer de rivierduinen geheel onder het veen verdwenen moeten zijn en zeker niet meer aantrekkelijk waren voor bewoning. Uit het zanddieptemodel en de regionale grondwatercurve volgt dan dat het plangebied vanaf het late paleolithicum tot in het midden neolithicum (maximaal nog in de klassieke fasen van de Trechterbekercultuur) door mensen gebruikt kan zijn geweest: globaal vanaf circa 12.500 tot uiterlijk 2800 voor Chr. Het gebied is mogelijk al eerder opgegeven, tijdens de Pre-Drouwener fase van de Trechterbekercultuur of tegen het einde van de vroeg-neolithische Swifterbant-cultuur. Voor de bovengenoemde perioden werd de aantrekkelijkheid van een gebied (en daarmee de archeologische verwachting) behalve door de aanwezigheid van hoge en droge locaties (de rivierduinen) mede bepaald door de toega nkelijkheid, de ontsluiting via water. Klei-afzettingen, met name dikke kleipakketten, geven aan waar in de periode van die klei -afzettingen en enige tijd erna, structureel sprake was van open water.

Door de in het plangebied aanwezige Unio I klei te karteren, is een indruk verkregen van de ligging van open water en oeverzones tijdens de Swifterbant-cultuur. Daarbij bleek ook dat geen sprake is van een eventuele Vecht -aftakking die van noord naar zuid door het plangebied liep. Het open water zal voorafgaand e aan de afzetting van de Unio I-klei een geringer gebied omvat hebben. Afhankelijk van de snelheid waarmee het open water vervolgens verlandde/verveende, kunnen de steeds verder in omvang afnemende rivierduinen in de eeuwen hierna (tot in Pre-Drouwener fase of later) nog redelijk toegankelijk geweest zijn. Het ziet er niet naar uit dat gedurende Pre-Drouwen opnieuw klei in het plangebied is afgezet; de toegankelijkheid via water zal dus niet verbeterd zijn en het open water zal in de loop van het midden -neolithicum een steeds geringer oppervlak ingenomen hebben en gaandeweg vervangen zijn door veenmoeras. De rivierduinen in het plangebied zijn afgetopt en reiken tegenwoordig nog maximaal tot ongeveer -4,0 m NAP. Oorspronkelijk zouden zij tot maximaal -3,0 m NAP gereikt kunnen hebben. Door egalisatie en afgraving van de hoger gelegen duindelen, zijn in deze gebieden geen archeologische sporen meer te verwachten. Met uitzondering van ‘losse vondsten’ op de aangrenzende intacte duinflanken.

Een hoge verwachting voor vondststrooiingen en nederzettingssporen (waaronder haardkuilen, graven en paalsporen van hutplattegronden; na circa 4300 voor Chr. ook van huisplattegronden) is toegekend aan de niet afgetopte delen van rivierduinen. Een verwachting die tijdens het proefsleuvenonderzoek is bevestigd. Vastgesteld is dat grondsporen vooral aanwezig zijn op relatief vlakke delen van de duinen en in ondiepe depressies in het duinoppervlak. Het gaat hierbij om geïsoleerde en kleine clusters van enkele tot enkele tientallen haardkuilen. Maar ook om ‘gewone kuilen’ en paalsporen van mogelijke hutplattegronden uit het mesolithicum of vroeg-neolithicum, zoals in het noorden van het grote westelijke rivierduin is vastgesteld. Opvallend is dat beide ‘plattegronden ’; zich ten oosten van een cluster haardkuilen bevinden. De plattegronden worden overigens niet door haarden oversne den, zodat sprake kan zijn van een met elkaar samenhangend complex van grondsporen uit een - of enkele bewoningsfasen. Op de vrij steile duinhellingen zijn niet of nauwelijks sporen aanwezig, maar soms wel vondststrooiingen. Vondststrooiingen zijn overigens (in theorie) overal te verwachten waar sprake is van intacte bodemprofielen, maar vooral in gebieden met en rond clusters van haardkuilen. Binnen Zeeheldenwijk fase 1 beperken grondsporen zich tot het gebied boven -6 m NAP.

In fase 2 (deelgebied 4) zijn echter incidenteel sporen aangetroffen tot op -7,5 m NAP. Grondsporen tekenen zich af in de B-, BC- of C-horizont. Zoals is gebleken uit de studie van sporen in profielen ligt hun ingravingsniveau duidelijk hoger, namelijk direct onder de A-horizont. Het bovenste deel van de sporen (vaak in de vorm

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[48]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

van een nazakking) is door bodemvorming (uitspoeling) in het vlak niet of nauwelijks te herkennen. Dit betekent dat de (oorspronkelijke) de sporen tot circa 30-50 cm dieper zijn geweest dan is vastgesteld op het opgravingsvlak waarop zij zijn opgetekend. Hoewel haardkuilen over het algemeen aan het mesolithicum worden toegeschreven, zijn er indicaties (handgevormd a ardewerk) dat een deel daarvan mogelijk nog in het vroeg-neolithicum is aangelegd.

Figuur 32. Impressie van het proefsleuvenonderzoek in Zeeheldenwijk fase 1.

Langs de randen van water, de oeverzones, zijn de aanlegplaatsen te ve rwachten, met resten van kano’s en andere afgedankte objecten, met name objecten van hout. Mogelijk waren dieper in open water visweren en visfuiken geplaatst. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor aanlegplaatsen. Deze bevonden zich mogelijk lager op het duin, beneden de soms zeer steile duinflanken. Wel is een houten peddel gevonden in een met veen gevulde depressie in het grote westelijke rivierduin. Derhalve moet in vergelijkbare depressies in het duin eveneens rekening gehouden worden met houten artefacten. Andere artefacten van ander organisch materiaal dan houtskool zijn schaars in de Zeeheldenwijk fase 1. Er is in één van de haardkuilen een aantal fragmenten verbrand bot aangetroffen. En op een verspoeld duin zijn tevens meerdere fragmenten onverbrand bot geborgen. Opvallend zijn verder fragmenten schelp uit diverse haardkuilen. Organische materiaalcategorieën worden niet vaak aangetroffen bij vroegprehistorische complexen en zijn enorm informatief over de voedselvoorzi ening,

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[49]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

seizoensmobiliteit etc. Bij verschillende vindplaatsen zijn hazelnootdoppen (verkoold) aangetroffen. Het voorkomen van hazelnootdoppen bij archeologische vindplaatsen is kenmerkend voor he t mesolithicum.

6.3 Selecteren voor behoud ex situ op basis van maximalisering van kenniswinst. Waarderingsschema maatwerk Urk– Zeeheldenwijk en Port of Urk Axel Muller (ADC ArcheoProjecten) De waarderingstabel voor de gebiedsspecifieke waardering volgt hetzelfde principe als die uit de KNA, alleen worden de parameters bepaald op basis van regionale referenties en het specifieke verwachtingsmodel, waardoor maatwerk ontstaat voor de regio en de archeologische perioden. In onderstaande tekst wordt aangegeven welke aspecten worden gewaardeerd van de aangetroffen zones met archeologisch resten. De in rood weergegeven teksten komen letterlijk uit het waarderingsmodel zoals opgenomen in de KNA 4.1. In blauwe teksten worden de score -mogelijkheden aangegeven.

6.3.1 Belevingswaarde Is niet aan de orde.

6.3.2 Fysieke kwaliteit Gaafheid en Conservering: Potentieel is Fysieke kwaliteit hoog. Referentie voor paramaters Gaafheid en Conservering kan worden opgezet aan de hand van onderzoeken in Swifterbant regio PArK (S2,3,4 etc.) en P14. Parameters voor Gaafheid: Aanwezigheid grondsporen De aan- of afwezigheid van grondsporen is voor vroeg-prehistorische vindplaatsen geen knock-out criterium voor het duiden van behoudenswaardigheid. Veel vindplaatsen (specifiek uit het paleolithicum en vroeg-mesolithicum) bestaan juist enkel uit een spreiding van vondsten en kennen gee n kuilen, greppels etc. Hetgeen niet wil zeggen dat grondsporen uit het mesolithicum nooit voorkomen. Sporen uit vroeg-mesolithicum hebben wel een veel meer diffuse spreiding dan die uit latere perioden. Voor het laat-mesolithicum worden (grote) clusters kuilhaarden verwacht, zoals aangetoond bij Swifterbant N23 en Kampen-vindplaats 9. Bij Kampen-vindplaats 9 zijn zones aangeboord waar heel veel houtskool is aangetroffen, tijdens de opgraving bleken dit ook de delen van de vindplaats waar grote clusters kuilhaarden aanwezig waren. Te Kampen-vindplaats 9 zijn daarnaast ook nog de resten van een hut aangetroffen. Hoe representatief dergelijke structuren zijn in de regio is vo oralsnog speculatief.

Voor het Neolithicum (SWB), zijn grondsporen in algemeenheid gec oncentreerde clusters paalsporen, vaak geassocieerd met vondstlagen (humeuze lagen), spoordichthei d is over het algemeen hoog. 25 Daarnaast zijn andere bijzondere grondsporen te verwachten zoals inhumaties (zoals bij P14), akkercomplexen (zoals S4) en houtenconstructies (zoals bij E150). Hoge dichtheden aan sporen zijn indicatief voor intensief gebruikte nederzettingsterreinen (SWB) of zogenaamde persistent places (mesolithicum). 26 Kenniswinst over zowel gebruik van het landschap

25 26

De Roever 2004, Ten Anscher 2012. Zie ook Amkreutz 2013.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[50]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

(intensiteit zowel diachroon als synchroon) als aard van activiteiten binnen vindplaatsen is dikwijls groter bij omvangrijke sporenclusters. Daarmee scoren hogere dichtheden aan sporen hoger in deze plangebied specifieke waardering. De volgende waardering wordt gehanteerd (tabel 5). Aard

Score

enkele geïsoleerde sporen

1

kleine clusters 5-6 sporen

2

grote clusters > sporen in een proefsleuf.

3

Tabel 5. Scoretabel aanwezigheid grondsporen.

Gaafheid sporen, ruimtelijke gaafheid, stratigrafie intact Deze drie paramaters zijn sterk aan elkaar gerelateerd binnen het plangebied. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden in vindplaatsvormende processen en vindplaats verstorende processen. Bij de eerste wordt rekening gehouden met het ontstaan van de vindplaats, waarbij hergebruik van een locatie de gaafheid van eerdere sporen kan aantasten. Dit betekent dan nie t dat de vindplaats als geheel niet gaaf is, hergebruik van een locatie is juist informatief in die zin dat het kennis kan genereren over de functie van een bepaalde plaats in het landschap. Kwalificatie van gaafheid aan de hand van vindplaats- vervormende processen is in dat aspect belangrijker, omdat het te vertalen is in verlies aan informatie van de vindplaats door post-depositionele verstoringen. Deze verstoringen kunnen natuurlijk zijn, bijvoorbeeld verspoeling van delen van een vindplaats, of antropo geen, bijvoorbeeld vergravingen of verploegde vindplaatsen. Voor de plangebied specifieke waardering wordt ruimtelijke gaafheid minder hoog gewaardeerd als aannemelijk gemaakt kan worden dat een (groot) deel van de archeologisch relevante zone buiten het plangebied ligt. Voor elke parameter wordt een tweedeling gemaakt, door de mate van gaafheid in relatie tot specifieke archeol ogische verwachting te ‘wegen’. Aard

Score

aangetast

1

intact

2

Tabel 6. Scoretabel gaafheid grondsporen. Aard

Score

sporen in zones die zijn aangetast

1

Sporen in samenhang te analyseren (clusters te herkennen)

2

Tabel 7. Scoretabel ruimtelijke gaafheid. Aard

Score

aangetast

1

intact

2

Tabel 8. Scoretabel stratigrafie intact.

Mobilia in situ. Ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling, Ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen. Aanwezigheid van mobilia, voor afgedekte vindplaatsen die met booronderzoek worden gekarteerd, wordt per definitie positief gewaardeerd. Immers, de locaties worden herkend door opgeboorde archeologische indicatoren. Aan de hand van karterend en aanvullend karterend (of waarderend) booronderzoek, kunnen clusters worden herkend. Zones met veel boorlocaties waar archeolog ische

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[51]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

indicatoren zijn aangetroffen, kunnen geïnterpreteerd worden als vondstconcentraties. Bovenstaande parameters gaan voorbij aan complextypen zonder mobilia, bijvoorbeeld complexen die uit lagen bestaan (akkers zoals herkend op vindplaats S4). Daarnaas t gaan deze paramaters voorbij aan een vastgestelde discontinuïteit van de aard van activiteiten (de vroeg -mesolithische vuursteenclusters versus de laat-mesolithische kuilhaardenclusters). Met andere woorden: de relatie tussen sporen en mobilia zal voor akkerlagen en kuilhaardclusters onterecht negatief uitvallen. Ook voor deze paramaters wordt een tweedeling gebruikt, waarbij wordt beredeneerd in hoeverre de ruimtelijke relaties afwijken met de specifieke archeologische verwachting. Aard

Score

nee

1

ja

2

Tabel 9. Scoretabel ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling. Aard

Score

nee

1

ja

2

Tabel 10. Scoretabel ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen.

Aanwezigheid antropogeen biochemisch residu. Stabiliteit van de natuurlijke omgeving. De laatste criteria ten aanzien van de fysieke kwaliteit zijn belangrijk voor locaties waar behoud in situ een optie is, maar waar de kaders voor maatregelen voor behoud in situ nu (nog) niet bekend zijn. Voorstel is om plangebied specifieke bepaling voor gaafheid vast te stellen aan de hand van: Intact:

afgedekt zonder erosie, preferent door veen (sedentaat) of door klastische sedimenten in laag energetisch milieu (klei). Dit zijn over het algemeen diepgelegen zone s (zie ook bekende SWB vindplaatsen);

Slecht intact:

verspoeling, vergraven. Dit zijn de zones die feitelijk in of vlak onder de bouwvoor liggen.

Parameters voor Conservering Conservering organische artefacten. Belangrijk gegeven is dat veel afgedekte landschappen, voor afdekking lang aan het oppervlak hebben gelegen, waardoor de conservering van organische artefacten al slecht is, voordat afdekking plaatsvind. Terwijl de gaafheid door afdekking met veen of klei anders doet vermoeden (zie Swifterbant N23). Het is dan ook belangrijk om gaafheid en conservering niet te veel aan elkaar te relateren. Behoudenswaardigheid van slecht geconserveerde vindplaatsen, moet eerder in relatie met zeldzaamheid en informatiewaarde gewogen worden, dan alleen op basis van co nservering van artefacten. Aanwezigheid van organisch materiaal is echter wel van cruciaal belang voor het reconstrueren van biotische landschappen, voedseleconomie, seizoensmobiliteit ect. Daarmee is de conservering van complextype met een aanzienlijk deel organische artefacten en ecofacten preferent in selecties ten aanzien van behoudsmaatregelen.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[52]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 33. De bigbags liggen klaar voor het bemonsteren van vierkantemetervakken in werkput 39.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[53]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Aard

Score

slecht: alleen organisch materiaal in verkoolde vorm bewaard gebleven.

1

middelmatig: organisch materiaal in verkoolde vorm en incidenteel onverbrand materiaal

3

goed: vergelijkbare gaafheid conservering als vindplaatsen in PARK-gebied S2, 3 en P-sectie NOP

5

Tabel 11. Scoretabel conservering organische artefacten.

Conservering artefacten (overig) Het anorganisch component van een steentijdvindplaats bestaat voornamelijk uit vuursteen, natuursteen, aardewerk en soms hematiet (rode oker). Zowel vuur – als natuursteen zijn zeer stabiel en doorgaans goed geconserveerd, mits niet verbrand. Aanwijzingen voor verhitting van vuur - en natuursteen zijn mogelijk indicatief voor een slechtere conservering, ze geven wel een mogelijkheid om een breder spectrum van activiteiten te onderzoeken. Vroeg prehistorisch aardewerk kan slecht geconserveerd zijn, ook omdat het dikwijls wat zachter gebakken materiaal betreft dat post depositioneel kan verweren en degraderen. De grootte van de fragmenten en de verwering va n de scherven kan als indicatie worden gebruikt voor de conservering van deze materiaalgroep. Rode oker wordt doorgaans in zeer kleine fragmenten aangetroffen (ook op opgravingen) en is zeer stabiel. Omdat vuursteen in principe een redelijk eenzijdig beeld geeft van de activiteiten die zijn uitgevoerd (fabricage en re-tooling van werktuigen) geven combinaties van verschillende materiaalgroepen (natuursteen, oker, vuursteen) de mogelijkheid om de variatie aan activiteiten beter te onderzoeken. De variatie in vondstgroepen zal worden gebruikt om deze parameter te kwantificeren. Clusters met een grotere variatie leveren meer informatie op o ver verschillende activiteiten. Aard

Score

alleen vuursteen

1

vuur- en natuursteen

3

vuursteen, aardewerk etc.

5

Tabel 12. Scoretabel conservering artefacten (overig).

6.3.3 Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid, informatiewaarde, ensemblewaarde en representativiteit: De inhoudelijke kwaliteit zal zwaarder worden gewogen dan doorgaans, omdat via deze criteria de kenniswinst veel beter inzichtelijk kan worden gemaakt dan alleen op basis van de gaafheid en conservering. Juist ook omdat door een verdrinkend landschap de parameters voor de fysieke kwaliteit voor veel vindplaatsen overeenkomstig zal zijn. Zeldzaamheid Het aantal vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio, waarvan de aanwezigheid is vastgesteld en idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[54]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Het criterium ‘zeldzaamheid’ focust op de datering van vindplaatsen. Schaarste aan laat -mesolithicum(vroeg) SWB, deze periode kan preferent zijn ten opzichte van vroeg -mesolithicum (vindplaatsen bekend uit Kampen, Swifterbant N23 etc.). Daarnaast specificering van vindplaats naar complextype (op basis van specifiek verwachtingsmodel). Inhumaties (als in complextype) zijn zeldzamer dan concen traties aardewerk of vuursteen. Aard

Score

niet zeldzaam

1

zeldzaam

3

zeer zeldzaam

5

Tabel 13. Scoretabel zeldzaamheid.

Informatiewaarde Opgraving/onderzoek van vergelijkbare vindplaatsen binnen dezelfde archeoregio (minder/meer dan 5 jaar geleden; volledig/partieel); -

Recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeoregio;

-

Recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeologische periode;

-

Passend binnen vastgesteld onderzoeksprogramma van universitair instituut of Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Informatiewaarde legt een sterke focus op aansluiting met wetenschappelijke onderzoekkaders . Lopende onderzoeksprojecten binnen deze regio zijn: -

NWO RUG- introductie veeteelt;

-

NWO RUG/UU -landschap/akkerbouw;

-

NWO RUG /UL/Vu- aDNA/ Isotopen op menselijk botmateriaal meso-neo.

Indien vindplaatsen aansluiting kunnen vinden met een onderzoeks programma scoort dat een punt. Mogelijke selecties voor opgraving: -

Vindplaatsen met een aantoonbaar aandeel goed geconserveerd (onverbrand!?) botmateriaal (vooral zoogdieren i.h.k.v. domesticatie daarvan) scoren hoger dan vindplaatsen waar botmateriaal ontbreekt;

-

Vindplaatsen met aantoonbare akkerlagen scoren hoger dan vindplaatsen waar sporen van akkers niet aantoonbaar zijn;

-

Vindplaatsen met menselijk skeletmateriaal scoren hoger dan vindplaatsen zonder menselijk botmateriaal.

Aard

Score

nee

0

ja

1

Tabel 14. Scoretabel informatiewaarde.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[55]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Figuur 34. Fotogrammetrische opname van de duinflank in werkput 32.

Ensemblewaarde Archeologische context -

Synchrone context (voorkomen van vindplaatsen uit dezelfde periode binnen de microregio);

-

Diachrone context (voorkomen van vindplaatsen uit op een volgende perioden binnen de microregio);

Landschappelijke context -

Landschappelijke context (fysisch- en historisch-geografische gaafheid van het contemporaine landschap);

-

Aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten in de directe omgeving.

De focus ligt hierbij sterk op de mogelijkheden om landschapsmodellen te maken ten aanzien van landschapsdynamiek en daaraan gerelateerd land(schap) gebruik. De basis hiervoor is al opgezet in het specifieke verwachtingsmodel van het plangebied, waar diachrone en synchrone context (meso neo) op basis van verdrinkingsmodellen is vast gesteld. Zones die concrete en aanvullende gegevens kunnen leveren zijn daarmee behoudenswaardig, zones waar die gegevens al beschikbaar zijn op basis van uitgevoerd onderzoek (en daarmee al ex-situ zijn bewaard) zullen lager score. Voorbeeld is de beschikbare lithostratigrafische informatie van voorkomen van Unio -klei, zones met meerafzettingen, ect. Waarderend onderzoek zal geen nieuwe gegevens opleveren. Als laatste is door de schaal van het plangebied de ensemblewaarde voor de aanwezige archeologisch resten sterk uniform en zal voor specifieke locaties in het plangebied dezelfde waarden hebben. Daarom is aan dit aspect geen score toegekend. Parameters representativiteit -

Kenmerkendheid voor een bepaald gebied en/of periode;

-

Het aantal vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld en waarvan behoud is gegarandeerd;

-

Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[56]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

De representativiteit is de mate waarin een bepaald type monument karakteristiek is voor een periode, dan wel een gebied. Door de schaal van het plangebied is de representativiteit voor de aanwezige archeologisch resten sterk uniform en zal voor specifieke locaties in het plangebied zelfde waarden hebben. Het laatste criterium kan twee kanten op worden gebogen. Juist door de rijksmon umenten (S2, S3, P14, liggen er ook nog een paar in de J -sectie…) kan worden beargumenteerd dat behoudskwestie minder urgent is zonder deze rijksmonumenten. Ook voor de representativiteit geldt dat de schaal van het plangebied in vergelijking met de arche oregio of een microregio als het stroomdal van de Oer-Vecht en de Oer -IJssel bepalend is.

6.3.4 Kennisrendement De waardering zal resulteren in een score naar aanleiding van de tabel en de begeleidende tekst uit het waarderingsrapport. Daarbij zijn vier categorieën gekozen in een hiërarchische structuur waarbij de mate van kennisrendement en behoudenswaardigheid wordt aangegeven. Sturend principe in de waardering is de mate waarin het kenniswinst oplevert in relatie met de archeologische verwachting. Daarnaast wordt kennisrendement ook ingekaderd door de te nemen beleidsmaatregelen in samenhang met alle bekende archeologische waarden. Waardering

Score

Behoudenswaardig maximaal kennisrendement. De vindplaats scoort op alle criteria voldoende. Kenniswinst kan op korte termijn worden ‘behaald’ door integratie met NWO programma’s en publicatie in het internationale werkveld.

schaal 1 score 25 en meer dan 25

Behoudenswaardig. De vindplaats scoort op alle criteria, maar laag op informatie waarde. Kennisrendement op middellange termijn. Onderzoeksrapporten dienen als referentie voor verwachtingskaarten, synthese onderzoeken.

schaal 2 score 20-25

Behoudenswaardig De vindplaats scoort op fysieke kwaliteit, maar laag op inhoudelijke kwaliteit.

schaal 3 score 15-20

Kennisrendement op lange termijn, informatie is snel te verkrijgen, zal rol spelen bij verwachtingskaarten synthese als kwantitatief argument voor. Niet behoudenswaardig. De vindplaats is slecht geconserveerd en heeft lage inhoudelijke kwaliteit .

schaal 4 score lager dan 15

Aanwijzing voor activiteiten in het verleden, alleen door post-depositionele processen niet te kwantificeren en te kwalificeren. Tabel 15. Scoretabel waardestelling/kennisrendement.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[57]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.4 Waardering deelgebied 1 Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

geen overtuigende sporen aanwezig

0

-gaafheid grondsporen

niet van toepassing

0

-ruimtelijke gaafheid

niet van toepassing

0

-stratigrafie intact

ja, de top van het duin is niet aangetast

2

-mobilia in situ

ja, verspreide artefacten, geen duidelijke concentraties

2

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

verspreide artefacten, geen duidelijke concentraties

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

niet van toepassing

1

-conservering organische artefacten

alleen verbrand (houtskool)

1

-conservering artefacten (overig)

vuursteen, natuursteen

3

Zeldzaamheid

zones met houtskool en verspreid enkele anorganische indicatoren (in dit geval vuur- en natuursteen) zijn op verschillende plaatsen bekend in verdronken landschappen. Zelden worden deze locaties behoudenswaardig verklaard en nog minder vaak worden dergelijke zones ex-situ behouden.

0

Informatiewaarde

locaties met voornamelijk houtskoolspreidingen worden vaak gedeselecteerd.

0

Totaal

niet behoudenswaardig

10

Fysieke gaafheid

Conservering

Tabel 16. Waardering deelgebied 1.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[58]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.5 Waardering deelgebied 2 Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

verspreid liggende grondsporen, haardkuilen, paalsporen en kuilen

1

-gaafheid grondsporen

deels, het duin is gedeeltelijk afgetopt waarbij sporen zijn verdwenen

2

-ruimtelijke gaafheid

deels, het duin is voor een klein deel afgetopt

2

-stratigrafie intact

deels, het duin is deels afgetopt. Grote delen zijn intact, d.w.z. zullen nog een leesbaar

2

Fysieke gaafheid

archeologisch vlak opleveren -mobilia in situ

ja, verspreide artefacten (vuursteen, handgevormd aardewerk en natuursteen), geen duidelijke concentraties

2

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

verspreide artefacten, geen duidelijke concentraties

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

verspreide grondsporen en mobilia in hetzelfde gebied, geen vondsten uit spoorvullingen, geen vondstconcentraties

1

-conservering organische artefacten

alleen verbrand (houtskool)

1

-conservering artefacten (overig)

vuursteen, natuursteen, handgevormd aardewerk

5

Zeldzaamheid

de archeologische resten in gebied 2 bestaan uit losliggende weinig overtuigende grondsporen en geen haardkuilen. Indicatoren van dergelijke complexen zijn bekend van N23/ Swifterbant, Hattemerbroek, Soest, Kampenvindplaats 6.

1

Informatiewaarde

er lopen geen wetenschappelijke onderzoekprogramma’s specifiek naar vuursteenvindplaatsen uit het vroeg-holoceen, waarbij deze locatie aansluiting kan vinden. Wel zijn er onderzoeken gaande naar de aard en functie van haardkuilen.

1

Totaal

behoudenswaardig

19

Conservering

Tabel 17. Waardering deelgebied 2.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[59]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.6 Waardering deelgebied 3-zuid Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

verspreid liggende grondsporen, haardkuilen, paalsporen en kuilen

1

-gaafheid grondsporen

deels, het duin is grotendeels afgetopt en deels verspoeld waarbij eventuele sporen(clusters) en vondstconcentraties zullen zijn verdwenen

2

-ruimtelijke gaafheid

het duin is grotendeels afgetopt en deels verspoeld waarbij eventuele sporen(clusters) en vondstconcentraties zullen zijn verdwenen

0

-stratigrafie intact

uitsluitend op de steile duinflanken

0

-mobilia in situ

ja, verspreide artefacten (vuursteen en natuursteen), geen concentraties

3

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

verspreide artefacten, geen concentraties

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

verspreide, weinig overtuigende grondsporen en een kleine hoeveelheid mobilia in hetzelfde gebied, geen vondstconcentraties

1

-conservering organische artefacten

alleen verbrand (houtskool)

1

-conservering artefacten (overig)

vuursteen en natuursteen

3

Zeldzaamheid

zones met houtskool en verspreid enkele anorganische indicatoren (in dit geval vuur- en natuursteen) zijn op verschillende plaatsen bekend in verdronken landschappen. Zelden worden deze locaties behoudenswaardig verklaard en nog minder vaak worden dergelijke zones ex-situ behouden.

0

Informatiewaarde

locaties met voornamelijk houtskoolspreidingen worden vaak gedeselecteerd

0

Totaal

niet behoudenswaardig

10

Fysieke gaafheid

Conservering

Tabel 18. Waardering deelgebied 3-zuid.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[60]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.7 Waardering deelgebied 3-noord/deelgebied 4-zuid Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

clusters van haardkuilen, paalsporen en kuilen, restanten van gebouwstructuren

3

-gaafheid grondsporen

grondsporen over relatief grote gebieden bewaard gebleven, soms direct onder de moderne bouwvoor. Soms onder een natuurlijke bodem(horizont). Op afgetopte duintoppen zijn sporen verdwenen of onthoofd

2

-stratigrafie intact

natuurlijke stratigrafie intact met uitzondering van de hoge(re) duintoppen, sporenvlakken intact

2

-mobilia in situ

ja, maar uitsluitend in gebieden met een intacte natuurlijke bodem en in spoorvullingen. Er is sprake van een spreiding van vuursteen, steen, schelp en houtskool.

2

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

restanten van concentraties in gebieden met een intacte natuurlijke bodem

2

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

een deel van de spoorvullingen is zeer rijk aan vuurstenen en stenen artefacten. Waar nog sprake is van een intact natuurlijk bodemprofiel bevinden zich ook artefacten in lagen

2

-conservering organische artefacten

hoofdzakelijk verbrand (houtskool, verbrand bot, schelp), een houten peddel in een met veen gevulde depressie

3

-conservering artefacten (overig)

vuursteen, natuursteen, handgevormd aardewerk

5

Zeldzaamheid

gebouwstructuren uit het mesolithicum/vroeg-neolithicum zijn zeer zeldzaam. Vergelijkbare locaties zijn bekend van Kampen Reevediep, Dronten N23

3

Informatiewaarde

nee, er lopen geen wetenschappelijke onderzoekprogramma’s specifiek naar vuursteenvindplaatsen uit het vroeg-holoceen, waarbij deze locatie aansluiting kan vinden. Wel zijn er onderzoeken gaande naar de aard en functie van kuilhaarden

1

Totaal

behoudenswaardig

25

Fysieke gaafheid

Conservering

Tabel 19. Waardering deelgebied 3-noord/deelgebied 4-zuid.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[61]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.8 Waardering deelgebied B/gebied 5-zuid Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

een klein aantal weinig overtuigende sporen op niet geërodeerde delen van het duin

1

-gaafheid grondsporen

het duin is met uitzondering van een smalle rand en de oostelijke duinflank geheel geërodeerd door verspoeling

1

-stratigrafie intact

stratigrafie alleen op de oostelijke duinflank, elders geheel geërodeerd door verspoeling

1

-mobilia in situ

mobilia (vuursteen, steen, handgevormd aardewerk, onverbrand bot) in spoellagen. In intacte bodemprofielen op de oostflank van het duin nog artefacten (weinig) in situ

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

geen, materiaal is verplaatst door verspoeling

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

geen, sporen zijn verdwenen, materiaal is verplaatst door verspoeling

1

-conservering organische artefacten

houtskool, onverbrand bot bewaard gebleven

3

-conservering artefacten (overig)

vuursteen, handgevormd aardewerk en natuursteen

5

Zeldzaamheid

het zuidelijke deel van de vindplaats is geheel verspoeld/geërodeerd. Op basis van het resterende vondstmateriaal vertoonde de vindplaats overeenkomsten met vindplaatsen als S2, S3, P14 etc.

0

Informatiewaarde

vanwege de conservering van botmateriaal en de evidente neolithische datering, kan deze vindplaats in principe informatie aandragen voor twee lopende NWO-onderzoeksprogramma’s; een over de domesticatie van dieren en een andere over voorkomen van vroege akkerbouw. Het materiaal bevindt zich echter niet in context.

0

Totaal

niet behoudenswaardig

14

Fysieke gaafheid

Conservering

Tabel 20. Waardering deelgebied B/deelgebied 5-zuid.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[62]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

6.9 Waardering AMK-terrein 1693 Waarderingscriterium

Toelichting

Score

-aanwezigheid grondsporen

een klein aantal overtuigende sporen op niet geërodeerde delen van het duin

2

-gaafheid grondsporen

het duin is met uitzondering van de duinflanken geheel afgetopt. Op de flank is nog een klein aantal overtuigende sporen aangetroffen

1

-stratigrafie intact

stratigrafie alleen intact op de duinflanken, het grootste deel van het terrein is afgetopt

1

-mobilia in situ

mobilia (vuursteen, steen, handgevormd aardewerk,) in intacte bodemprofielen op de flank van het duin

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia onderling

geen

1

-ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

geen

1

-conservering organische artefacten

houtskool bewaard gebleven

1

-conservering artefacten (overig)

vuursteen, handgevormd aardewerk en natuursteen

5

Zeldzaamheid

het terrein is grotendeels afgetopt/geëgaliseerd. De archeologische resten bestaan uit losliggende kuilhaarden. Indicatoren van dergelijke complexen zijn bekend van N23/ Swifterbant, Hattemerbroek, SoestKampen vp 6

0

Informatiewaarde

nee, er lopen geen wetenschappelijke onderzoekprogramma’s specifiek naar vuursteenvindplaatsen uit het vroeg holoceen, waarbij deze locatie aansluiting kan vinden. Wel zijn er onderzoeken gaande naar de aard en functie van kuilhaarden.

1

Totaal

niet behoudenswaardig

14

Fysieke gaafheid

Conservering

Tabel 21. Waardering AMK-terrein 1693.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[63]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

7 Conclusie Tijdens onderzoek (begeleiding, aanvullende avegaarboringen en proefsleuvenonderzoek) in fase 1 van de ontwikkeling van de Zeeheldenwijk te Urk zijn in twee gebieden behoudenswaardige ar cheologische resten uit het mesolithicum en eventueel ook het vroeg-neolithicum vastgesteld. Het gaat om een gebied met verspreide grondsporen en vondsten ter hoogte van deelgebied 2 en om een gebied met clusters van grondsporen (haardkuilen en paalsporen) en verspreide vondsten ter hoogte van deelgebied 3-noord en deelgebied 4-zuid. In dit gebied zijn mogelijk tevens resten (paalsporen) van hutplattegronden uit het mesolithicum of vroeg-neolithicum blootgelegd. Aan de noordzijde van de zone met grondsporen is door middel van aanvullende avegaarboringen een gebied met vuursteenvondsten in kaart gebracht. Niet uitgesloten is dat zich daar op een diepte van circa -7/-8 m NAP behoudenswaardige resten uit het mesolithicum bevinden. De overige delen van Zeeheldenwijk fase 1 bleken sterk aangetast door aftopping (egalisatie en afgraving) als gevolg van langdurig agrarisch gebruik, maar ook door natuurlijke erosie/verspoeling. Hier zijn uitsluitend nog sporadische archeologische resten te verwachten op de steile dui nflanken die gespaard zijn gebleven en waar nog natuurlijke bodemhorizonten resteren.

De door aftopping en erosie aangetaste gebiedsdelen zijn als niet behoudenswaardig gewaardeerd.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[64]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

8 Selectieadvies Op basis van het onderzoek en de waardestelling wordt het volgende selectieadvies gegeven: 

Vrijgeven van de als niet behoudenswaardig gewaardeerde delen van het plangebied ;

Opgraven van de als behoudenswaardig gewaardeerde gebiedsdelen: deelgebied 2 en deelgebieden 3-noord en 4-zuid indien langdurig behoud niet mogelijk is. Om een indruk de verschaffen van de verwachte mate van aantasting zijn op kaartbijlage 6 de bodemingrepen opgenomen die vrijwel zeker tot in het archeologische niveau reiken;

Aanvullend onderzoek (opgraven) als het gebied met vuursteenvondsten dieper dan -6 m NAP ten noorden van de behoudenswaardige deelgebieden 3 -noord en 4-zuid door bodemingrepen aangetast wordt. In verband met de aanleg van een watergang waarvan de smalle bodem vermoedelijk net tot in de top van het vondstniveau reikt (zie kaartbijlage 6), wordt in eerste instantie een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden aanbevolen (figuur 35). Het is hierbij van belang dat de sloot droog wordt ontgraven (bronbemaling ) om goede archeologische waarnemingen te kunnen verrichten.

Figuur 35. Te begeleiden sloottracé in het gebied met vuursteenvondsten dieper van -6 m NAP ten noorden van gebied 3-noord.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[65]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Literatuur Amkreutz, L.W.S.W., 2013: PERSISTENT TRADITIONS A long-term perspective on communities in the process of Neolithisation in the Lower Rhine Area (5500 -2500 cal BC), Diss. Sidestone press Leiden. Anscher, T.J. ten, 2012: Leven met de Vecht. Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd, Zutphen (dissertatie Universiteit van Amsterdam). Anscher, T.J. ten, 2021a: Een archeologisch verwachtingsmodel voor Urk-Schokkerhoek (plangebied Zeeheldenwijk), gemeente Urk, Weesp (RAAP-rapport 5040). Anscher, T.J. ten, 2021b: Plangebied Zeeheldenwijk te Urk, gemeente Urk: archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (aanvullend verkennend onderzoek), Weesp (RAAP-rapport 5188). Anscher, T.J. ten, 2021c: Archeologisch advies bruglocatie Urkervaart Zeeheldenwijk te Urk, gemeente Urk, Weesp (RAAP Adviesdocument 1194). Anscher, T.J. ten, 2021d: Plangebied Zeeheldenwijk, Urk, gemeente Urk: zettingsonderzoek, Weesp (RAAP Adviesdocument 1205). Anscher, T.J. ten, 2021e: Programma van Eisen. Plangebied Zeeheldenwijk te Urk , gemeente Urk: archeologisch proefsleuvenonderzoek en een begeleiding, Weesp (RAAP-PVE 2571). Anscher, T.J. ten, 2022: Plangebied Zeeheldenwijk te Urk, gemeente Urk: archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek: avegaarboringen), Weesp (RAAP-rapport 5366).

Bouter, H.E., 2020: Zeeheldenwijk, Urk, gemeente Urk. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, fase 2, en een karterend booronderzoek ten behoeve van de aanleg van watergangen. Amersfoort (ADC-rapport 4643). Bringmans, P.M.M.A., 2019: Rapportage archeologisch proefsleuvenonderzoek plangebied Zeeheldenwijk te Urk in de gemeente Urk, Swalmen (Econsultancy-rapport 8091.002). Ellenkamp, G.R., M. Ruijters & G. Tichelman, 2015. Gewikt en voor de ruggen gekozen. Vergrote Voorhaven Noord Maaspark Well, gemeente Bergen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek tot en met waarderende fase , Weesp (RAAP-rapport 3060). Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17). Gotjé, W., 1993: De Holocene laagveenontwikkeling in de randzone van de Nederlandse kustvlakte (Noordoostpolder), Amsterdam (dissertatie Vrije Universiteit Amst erdam). Hogestijn, J.W.H., 1991: Archeologische kroniek van Flevoland. En het land was niet langer woest en ledig, Cultuur Historisch Jaarboek voor Flevoland 1991, 110 -129. Hogestijn, J.W.H., 1992: Provinciaal en regionaal archeologen - Flevoland, Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek / Jaarverslag 1991,186-189.

RAAP-rapport 5827 / versie 13-05-2022

[66]

Plangebied Zeeheldenwijk Fase 1 te Urk, gemeente Urk; a anvullend booronderzoek, proefsleuven, een archeologische begeleiding variant proefsleuven en aanvullende avegaarboringen

Holl, J., 2020a: Beperkt bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Urkerweg te Urk , Zwolle (Econsultancy rapport 8091.003). Holl, J., 2020b: Verkennend booronderzoek pilotstudie Zeeheldenwijk te Urk, Zwolle (Econsultancy rapport 8091.004). Holl, J., 2020c: Karterend booronderzoek Liander-kabel Zeeheldenwijk te Urk, Zwolle (Econsultancy rapport 8091.004b). Holl, J. 2020d: Archeologische QuickScan en verkennend en karterend booronderzoek Liander Kabeltracé Urkerweg, Zeeheldenwijk en Domineesweg te Urk , Zwolle (Econsultancy rapport 8091.005). Holl, J. 2020e: Verkennend booronderzoek conflictzones Zeeheldenwijk te Urk , Zwolle (Econsultancy rapport 8091.010a). Holl, J. 2020f: Karterend booronderzoek Zeeheldenwijk te Urk, Zwolle (Econsultancy rapport 8091.009). Holl, J. 2020g: Aanvullend karterend booronderzoek Zeeheldenwijk te Urk , Zwolle (Econsultancy rapport 8091.010b). Holl, J. 2020h: Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks Bedrijventerrein te Urk. Econsultancy rapport 11053.001. Zwolle. Huizer, J. 2021: Binnendijks bedrijventerrein (gemeente Urk): een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amersfoort (ADC Rapport 5483). Kerkhoven, A. 2016: Basisrapportage Bureauonderzoek: standaard Archeologisch Bureauonderzoek Almere 2016, gemeente Almere, Almere. (Archeologische Rapporten Almere 93). Kiefte, D.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=90055620-233c-4719-90ab-1fb431bc12c6