Begroting 2024 versie gemeenteraad 09112023
Tekst van het document
25.000
1.363.980
1.363.980
1.292.911
1.021.040
Kunst, cultuur, archief en museum
161.141
161.141
161.141
161.141
Toerisme & recreatie
27.319
27.318
27.318
27.318
2.517.216
2.392.214
2.306.145
2.034.274
-14.950.773
-15.080.807
-15.274.807
-15.288.808
-14.950.773
-15.080.807
-15.274.807
-15.288.808
Lasten
Minimabeleid & schuldhulpverlening
Toerisme & recreatie Totaal lasten
Baten
Bewegen
Totaal baten
Saldo voor bestemming Mutaties reserves Saldo na bestemming
27
Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Onder weerstandsvermogen wordt verstaan het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, dat wil zeggen de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen.
Beschikbare weerstandscapaciteit De gemeente Urk rekent de volgende onderdelen tot de beschikbare weerstandscapaciteit: a. De algemene reserve; b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de begrotingsposten sociaal domein en Participatiewet; c. Stelpost onvoorziene uitgaven; d. De onbenutte belastingcapaciteit; e. De reserve grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie); a. De algemene reserve De stand van de algemene reserve bedraagt naar verwachting per 31 december 2024 € 14.429.028. b. De bestemmingsreserves participatie en sociaal domein. Deze bestemmingsreserves zijn voor de jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende doeleinden. Vanuit dat oogpunt kunnen deze reserves dan ook worden meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. De verwachte stand van deze specifieke bestemmingsreserves bedraagt per 31 december 2024 € 6.500.000. c. Stelpost onvoorziene uitgaven In de begroting is voor dekking van onvoorziene uitgaven een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen van € 25.000. Er zijn nog wel andere stelposten geraamd binnen de begroting. Deze stelposten zijn echter allemaal aangewezen voor specifieke doeleinden. d. De onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die er nog is om de belastingen te verhogen.
Dit betreft de ramingen aangaande de OZB, de afvalstoffen- en rioolheffingen. Daarbij is de nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating van een zogenoemde artikel 12 aanvraag in aanmerking te kunnen komen. Bij de afvalstoffen- en rioolheffingen is de nog onbenutte belastingcapaciteit alleen de ruimte totdat 100% kostendekking is gerealiseerd. In 2024 is er geen sprake van onbenutte capaciteit voor de OZB, riool- en afvalstoffenheffing. e. De reserve grondzaken De verwachte stand van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken bedraagt per 31 december 2024 € 3.950.000. 28
De weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Begroting
Begroting
2023
2024
Algemene reserve (vrije deel)
8.707
14.429
Bestemmingsreserves participatie en sociaal domein
5.616
6.500
Stelpost onvoorziene uitgaven
159
25
Onbenutte belastingcapaciteit
0
0
Reserve grondzaken
5.983
3.950
Totaal
20.465
24.904
Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen zich voordoet. Risicomanagement komt dus op de eerste plaats. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, dan komt het weerstandsvermogen in beeld. De risico’s van de gemeente worden ingedeeld in de volgende risicocategorieën: • • •
Algemeen Concreet Specifiek
Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. Eerst worden de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht. Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk zal voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s komen te liggen. Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden ook meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een risicoprofiel van 5%. Hieronder een opsomming van de belangrijkste of meest actuele algemene risico’s. • Economische conjunctuur De economisch conjunctuur is op dit moment stabiel, maar de oorlog in Oekraïne en de sterke inflatie zorgt mogelijk voor een verslechtering.
Het is op dit moment moeilijk te bepalen hoe groot de financiële impact zal zijn. • Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem zien we voorlopig als een risico. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. • Open einde regelingen
29
•
Door de economische ontwikkelingen kunnen aanspraken op verschillende regelingen toenemen. De uitgaven voor bijstand en minima kunnen daardoor stijgen. Ook bij de WMO en jeugdwet levert het open einde karakter risico’s op. Voor het sociaal domein en de participatiewet zijn reserves gevormd, deze worden meegenomen in het weerstandsvermogen. Grote investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Bijdragen in de uitbreiding en verbeteringen van de infrastructuur (o.a. Randweg).
Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening ingesteld voor wethouders-pensioenen en -wachtgelden. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken. Specifieke risico’s Tot de specifieke risico’s worden risico’s gerekend welke gelden voor de specifieke omstandigheden waarin de gemeente opereert. De specifieke risico’s bestaan uit: • Gewaarborgde geldleningen De gemeente Urk staat borg voor zes leningen. Op deze leningen wordt jaarlijks afgelost, waardoor het risico jaarlijks afneemt. • Grondverkopen (grondexploitatie) De risico inschatting van de grondverkopen in het kader van de grondexploitatie is op basis van de werkelijke boekwaarde van de complexen. Alle grondexploitaties worden jaarlijks bijgesteld en eventuele verwachte verliezen worden op dat moment genomen (ten laste van de reserve grondzaken wordt een voorziening ingesteld).
• Ontwikkelingen sociaal domein Voor wat betreft de regionale afspraken in het sociaal domein zijn er enkele financiële risico’s die de nodige aandacht vragen. Voor de lange en de korte termijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zorglandschap Wmo en dan met name de (door)decentralisatie van beschermd wonen. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen zijn wederom uitgesteld. De voorgenomen invoeringsdatum van beide maatregelen was 1 januari 2024, maar zowel het rijk als de gemeenten constateren dat dit tijdpad te krap is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2025. Deze taak laat nog steeds financiële vragen onbeantwoord voor zowel de regio als de afzonderlijke gemeenten. Ook zijn er risico’s in de regionale afspraken rond jeugdhulp met verblijf. De Jeugdwet verplicht gemeenten om voor de zwaardere vormen van hulpverlening samen te werken. Het gaat om de inkoop van de meeste zware/complexe vormen van jeugdzorg. Tot slot geldt dat een belangrijke zorgaanbieder financiële problemen kent en van de regio gevraagd wordt om (extra) financieel bij te dragen. • Veiligheidsregio Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad is in 2022 gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘verplichtend karakter’.
Elementen die voor de brandweerorganisaties Flevoland en Gooi en 30
Vechtstreek van belang zijn. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat Rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Een landelijk besluit moet duidelijkheid scheppen over de betaalbaarheid. De gevolgen die het landelijke besluit heeft voor de regio, worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Dat zal leiden tot een structurele wijze van financieren. In de onderstaande tabel worden de genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen.
Omschrijving
Grondslag Financieel risico (x € 1.000)
Benodigde Risico weerstandsprofiel capaciteit (x € 1.000)
Eventuele opmerkingen
Algemene risico's
Begrotingsomvang 2024
82.365
5%
4.118
Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s, om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.
Specifieke risico's Gewaarborgde geldleningen
5.330
5%-10%
400
Boekwaarde grondexploitaties woningbouw
32.928
10%
3.293
Boekwaarde grondexploitaties bedrijventerrein
15.302
20%
3.060
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland Totaal
175
50%
88
Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2024. Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2024. Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2024. Dit betreft de geraamde kosten van de taakdifferentatie brandweerpersoneel per ultimo 2024 (prijspeil 2021)
10.959
31
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald.
Weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0. Het weerstandsvermogen bij de begroting 2024 is met een ratio van 2,3 uitstekend. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
B
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 tot 1,4
Voldoende
D
0,8 tot 1,0
Matig
E
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Uitstekend
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen Het is voor gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven. Kengetallen
Werkelijk Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
97%
147%
132%
130%
154%
149%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
87%
143%
122%
116%
138%
134%
Solvabiliteitsratio
30%
24%
27%
26%
26%
24%
Grondexploitatie
66%
67%
58%
49%
62%
63%
Structurele exploitatieruimte
5,7%
1,30%
2,0%
2,3%
-4,2%
-1,0%
Belastingcapaciteit
99%
100%
99%
99%
99%
99%
32
Signaleringswaarden
gunstig
neutraal
ongunstig
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
> 20% en < 50%
< 20%
Grondexploitatie
< 30%
> 30% en < 40%
> 40%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
= 0%
< 0%
Belastingcapaciteit
< 95%
> 95% en < 125%
> 125%
Pijlers 2024 Aan de hand van 10 financiële regels houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten. De woonlasten (belastingcapaciteit) komen daarmee voor 2024 uit op 1% onder het landelijk gemiddelde (2023). • Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Door groei van de gemeente Urk (Zeeheldenwijk en Port of Urk) is er de komende jaren een hogere behoefte aan liquide middelen, dit uit zich in een hogere netto schuldquote ten opzichte van voorgaande jaren (2022 en eerder). • Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de omvangrijke grondexploitatie is ook veel vreemd vermogen nodig voor de aankoop van de gronden. Dit heeft effect op de solvabiliteit. Bij de verkoop van de gronden wordt het vreemd vermogen weer verlaagd en zal de solvabiliteit stijgen. Het eigen vermogen van de gemeente Urk blijft naar verwachting de komende jaren stabiel. • Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente Urk voert een actief grondbeleid. De gemeente Urk heeft een relatief omvangrijke grondexploitaties ten opzichte van de totale geraamde baten. Dit komt met name door de investeringen in de Zeeheldenwijk en Port of Urk. Door de verkoop van de gronden zal de boekwaarde weer dalen daardoor ook het percentage. Omdat grondexploitaties langlopende projecten zijn, zal de komende jaren dit percentage hoog blijven.
33
• Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Het structurele saldo is voor de komende 2 jaren positief, er komen meer inkomsten binnen dan dat er uitgaven zijn. Voor de jaren 2026 en 2027 zijn er minder inkomsten uit het gemeentefonds vanuit het Rijk i.v.m. de nieuwe financieringssystematiek. Hierdoor is de begroting dan ook niet sluitend voor die jaren. • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Bij de belastingdruk wordt uitgegaan van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De woonlasten zijn in 2024 99% van het landelijk gemiddelde (2023).
34
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor wonen, werken en recreëren zijn kapitaalgoederen nodig, zoals wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Dit niveau is voor een belangrijk deel van de kapitaalgoederen door uw raad vastgelegd in het beleidsplan integraal beheer openbare ruimte (IBOR) 2022-2027 in december 2021. In de beheerplannen periodiek onderhoud en vervanging worden per jaar de te onderhouden kapitaalgoederen en te vervangen productiemiddelen weergegeven. De totale kosten verschillen per jaar. Om toch een constante begrotingslast te realiseren, worden de jaarkosten betaald uit een gevormde voorziening. Die voorzieningen worden jaarlijks met een constant bedrag (het gemiddelde over meerdere jaren) gevoed. Deze methodiek wordt beoordeeld en geactualiseerd aan de hand van vernieuwde wet- en regelgeving, waarbij een beoordeling plaatsvindt van nut- en noodzaak van diversiteit aan voorzieningen.
Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen
Beleids- en beheerplan
Vastgesteld
Overkoepelend
Beleidsplan IBOR 20222027 Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan Gemeentelijk Water- en Rioleringprogramma Urk 2023-2028 Operationeel beheerplan Maatwerkovereenkomst Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan Beheerplan gebouwen Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan
2021
Wegen Riolering
Water Groen Gebouwen Overig
Einde looptijd
Financieel vertaald
Achterstallig onderhoud
2027
Ja
Nee
2017
Onbepaald
Ja
Nee
2022
2028
Ja
Nee
2011 2019
Onbepaald 2029
Ja Ja
Nee Nee
2022 2006
Onbepaald Onbepaald
Ja Ja
Nee Nee
2006
Onbepaald
Ja
Toelichting op tabel Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 is het IBOR-Beleidsplan geactualiseerd en vastgesteld voor 2022-2027. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen cq areaaltypen in de openbare ruimte. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleidsplan en beheerplan. In 2023 zijn daarin stappen gezet door het vormgeven van de Beheerkalender Urk met als vervolg het opstellen van uniform te lezen beheerplannen voor de diverse areaaltypen. Ook is het opstellen van het beleidsplan Spelen gestart, wat in 2024 definitief zal worden gemaakt. De riolering valt enigszins buiten het beleidsplan IBOR vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Globaal gezien kan voor riolering het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP) als het koepeldocument gezien worden en het beheerplan 35
als onderliggend document. In het GWRP heeft het onderdeel Stedelijk Water ook een prominente plek gekregen. Beide onderdelen, water en riolering, zijn meegenomen in de Beheerkalender Urk en vallen onder het proces van het opstellen van uniforme beheerplannen voor alle areaaltypen.
Programma uitvoering Integraal Beheer Openbare Ruimte In het vastgestelde IBOR-beleidsplan staan de afspraken hoe het er buiten uit moet zien. Per gebied en per onderdeel zijn de gewenste beheerkwaliteiten afgesproken. Om de kwaliteit te monitoren zijn diverse schouwrondes uitgevoerd. De activiteiten om de kwaliteit te kunnen halen vallen onder het dagelijks beheer, groot onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen. Binnen de kaders wordt jaarlijks aan drie á vier wegen groot onderhoud uitgevoerd. In 2024 loopt een aantal groot onderhoudsprojecten door die in 2023 gestart zijn. In 2024 wordt gestart met het project Stortemelk, wat een combinatie is van wegbeheer en riolering. Dit project wordt daarom deels gefinancierd (en is ook opgenomen) in het GWRP. Vanuit wegen is een bijdrage aan het project van € 200.000 voorzien. In 2024 start ook de voorbereiding van een tweetal projecten, Pyramideweg en Hofsteeplein. Daarvoor is € 100.000 opgenomen in 2024 en € 675.000 in het daaropvolgende jaar voor uitvoering. Het Hofsteeplein valt ook onder het GWRP. De activiteiten voor de riolering zijn daarin gedekt. Voor 2025 en verder staan onder andere de Almerelaan, Vliestroom en Langedam op de planning. Daarvoor is vooralsnog in totaal € 730.000 opgenomen voor 2025 en 2026. In de volgende programmabegroting worden deze bedragen verder aangescherpt.
Voor verlichting worden regulier jaarlijks gemiddeld tien tot twintig lichtmasten en armaturen vervangen. Voor 2024 en verder wordt nu onderzocht of een versnelde omvorming naar ledverlichting een goede keuze is. Dat is nog niet opgenomen in voorliggende programmabegroting. In 2024 worden geen houten bruggen vervangen. Wel wordt voor 3 bruggen groot onderhoud uitgevoerd. Voor de andere kapitaalgoederen staan geen grote, noemenswaardige vervangingen op de planning. Voor spelen wordt, synchroon met het opstellen van het speelbeleidsplan, onderzocht of, en zo ja welke grote vervangingen nodig zijn. Alle projecten zijn en worden integraal afgestemd met elkaar en vanuit IBOR en GWRP.
Kerncijfers Kapitaalgoederen
Wegen
Objecten
situatie 31-12-2023
Weg binnen de bebouwde kom
86,1 km
Weg buiten de bebouwde kom
5,6 km
Wegennet geasfalteerd
111.769 m2
Wegennet elementenverharding
915.503 m2
Lichtmasten
4.093 stuks
36
Riolering
Rioolaansluitingen
8.120 stuks
Vrijverval-, druk- en persriolering
165,8 km
Tussen en eindgemalen
16 stuks
Drukgemalen
9 stuks
Bergbezinksystemen
3 stuks
Water
Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijk en onbeschoeide oevers
Groen
Plantsoenen
1.768 are
Gras
7.094 are
Bomen
5.914 stuks
Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen)
Gebouwen
Gemeentehuis/Bibliotheek
1
Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)
2
Zwembad
1
Onderwijs gebouwen ( basisonderwijs)
11
Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs)
2
Binnensport accommodaties (gymzalen / sporthallen)
2
Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf
1
Gemeentelijke gebouwen algemeen sportvelden, begraafplaats, haven e.a.)
Overig
418 stuks
(brandweer,
22
Bedrijfsruimten (werf Hoekman)
1
Woningen
1
Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)
24 stuks
37
Verklaring aanpassing cijfers Als gevolg van onder andere de ontwikkeling Oranjewijk nemen de arealen gestaag toe. Oranjewijk Zuid valt nog onder de grondexploitatie. De hoeveelheden voor Oranjewijk Noord zijn toegevoegd aan het areaal. Areaaluitbreidingen De reguliere beheerbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van beheervoorzieningen, worden jaarlijks met de reguliere prijsmutatie en areaaltoename verhoogd. Wegen Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. In 2022/2023 is gestart met de voorbereiding voor het actualiseren van het wegenbeheerplan, wat in 2024 tot actualisatie zal leiden. Het Urker wegennet wordt conform de CROW-systematiek elke twee jaar geïnspecteerd. De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. De inspectie heeft in 2022 plaats gevonden. In periode 2023/2024 worden diverse maatregelen die hieruit voortvloeien uitgevoerd. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. In 2024 vindt de nieuwe inspectie plaats, welke tevens input levert voor de actualisatie van het beheerplan. Riolering In het Gemeentelijk Water en Riolering Programma is het beleid voor het stedelijk oppervlaktewater en de gemeentelijke riolering beschreven.
Zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave. In het GWRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Dit is geen vastgesteld document. Water Per 1 januari 2011 is in werking getreden de bestuursovereenkomst tussen de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland waarin het onderhoud van het stedelijke water, de beschoeiingen en de stuwen is overgedragen aan het waterschap. Volgens deze overeenkomst blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende berm sloten e.d. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Water en Riolering Programma. Groen Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid. Dit wordt gedaan op basis van beeldkwaliteit. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen. Gebouwen Het beheerplan gemeentelijke gebouwen is in mei 2023 vastgesteld als onderdeel van de Nota Vastgoed Urk. Daarin is nadrukkelijk aandacht geschonken aan het verduurzamen van de gemeentelijke gebouwen.
De financiële gevolgen van dit nieuwe plan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2024-2027. Onder meer het verduurzamen brengt substantiële kosten met zich mee.
38
Treasury Inleiding De treasuryfunctie van de gemeente omvat alle activiteiten die voorzien in de vermogensbehoefte van de gemeente. De gemeente moet altijd over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de gemeente geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de gemeente moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen en de daarmee samenhangende risico’s te beperken.
Treasuryfunctie De financieringsmiddelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de begroting waaronder het doen van investeringen worden beheerd door de treasuryfunctie. Deze financieringsmiddelen worden aangetrokken op de geld- en kapitaalmarkt. In deze paragraaf beperken wij ons tot het weergegeven van de financieringspositie lang, de kasgeldlimiet (korte schuldnorm) en renterisiconorm (lange schuldnorm). Onder de treasuryfunctie valt niet het garanderen van rente en aflossing van geldleningen van derden; deze worden per verzoek aan het bestuur voorgelegd.
Financiering lang De financieringspositie van de gemeente Urk kan als volgt in beeld worden gebracht (bedragen x € 1.000). Bedragen (x € 1.000)
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
(Im-)materiële vaste activa
68.786
99.506
102.504
Financiële vaste activa
8.078
7.481
7.844
Voorraden (grondexploitaties)
52.208
50.589
48.230
Totaal vaste activa en vooorraden
129.072
157.576
158.578
Algemene reserve
14.121
8.708
17.548
Bestemmingsreserves
31.299
30.381
26.863
Voorzieningen
6.947
8.192
4.806
Langlopende leningen (> 1 jaar)
85.138
109.891
73.831
Totaal financieringsmiddelen
137.505
157.172
123.048
8.433
-404
-35.530
Eigen vermogen:
Vreemd vermogen:
financieringstekort of -overschot
Het financieringstekort ontstaat doordat investeringen meerjarig gefinancierd moeten worden. Ook de grondposities (boekwaarden voorraden bouwgronden in exploitatie) moeten worden gefinancierd. Deze laatste financieringsbehoefte is van kortere duur, namelijk tot het moment dat de voorraden worden verkocht. De activa worden als geheel, dus integraal gefinancierd. Argumenten daarvoor zijn efficiency, schaalvoordelen en inzichtelijkheid. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn randvoorwaarden bij de gemeentelijke financieringsactiviteiten.
39
Volgens de prognose moet in de loop van 2024 voor € 35,5 mln. langlopende geldleningen worden aangetrokken. De uiteindelijke behoefte en het moment waarop gefinancierd wordt, zijn afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering van het investeringsschema en het tempo van het bouwrijpmaken van gronden en de verkopen daarvan. Voor de kosten van de financiering is vervolgens de marktrente op het moment van het afsluiten van de benodigde leningen bepalend. Die rentestand is onzeker en moeilijk te schatten. De kapitaalmarkrente is in 2023 is gestegen. De effecten van rentestand op de te ramen rentekosten in 2024 en verder zijn nog niet duidelijk. In de kadernota 2025 wordt beoordeeld wat het effect is van de gestegen rente en hoe dat effect opgevangen kan worden in de begroting. Onderstaande tabel maakt de mutaties in de geldleningen en de invloed daarvan op de gemiddelde rente zichtbaar. De onder renterisico op vaste schuld vermelde mutaties zijn in deze tabel verwerkt. Bedragen (x € 1.000)
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
85.138
78.463
Stand per 1 januari
71.360
Nieuwe leningen
20.000
Aflossingen
-6.222
-6.675
-4.632
Rentelast
1.247
1.419
1.266
Gemiddelde rentepercentage
1,75%
1,70%
1,70%
Stand per 31 december
85.138
78.463
73.831
0
Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) Een instrument om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te bewaken is de zogenaamde kasgeldlimiet. Die bedraagt voor 2024 € 6,8 miljoen (8,2 % van het begrotingstotaal van € 82,4 miljoen). Van de ontwikkeling van de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet kan het volgende overzicht worden gegeven (bedragen x € 1000): Bedragen (x € 1.000)
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
Grondslag = omvang begroting per
67.701
74.259
82.365
Toegestane kasgeldlimiet (8,5 %)
5.755
6.312
6.754
totaal netto vlottende schuld
-9.263
404
35.530
toegestane kasgeldlimiet
5.755
6.312
6.754
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
15.018
5.908
-28.776
Toets kasgeldlimiet
Er was per einde 2022 sprake is van ruimte binnen de liquiditeitsnorm doordat in het derde kwartaal van 2022 een vaste geldlening werd aangetrokken van € 20 mln. die op 31 december nog niet geheel was ingezet voor de vaste financiering. Door investeringsuitgaven in 2023 en 2024 is, zoals hierboven al werd aangegeven, het aantrekken van lange financiering noodzakelijk. Dat maakt ook deze tabel over de kasgeldlimiet duidelijk: zonder het aantrekken van lange financiering zou gemeente Urk de kasgeldlimiet overschrijden in 2024. 40
Renterisiconorm (norm voor lange schuld) De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Het komt er op neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De renterisiconorm voor 2024 bedraagt € 16,6 mln.: 20% van het begrotingstotaal van € 82,8 mln. Deze norm wordt in de volgende tabel gerelateerd aan het werkelijke renterisico (bedragen x € 1.000). begroting 2023
begroting 2024
67.701
74.259
82.365
Renterisiconorm (20 %) Renterisico op vaste schuld (aflossingen)
13.540
14.852
16.473
6.222
6.675
4.632
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
7.318
8.177
11.841
Bedragen (x € 1.000) Grondslag = omvang begroting per 1-1
rekening 2022
Toetsing renterisiconorm
Uit het overzicht blijkt dat gemeente Urk binnen de norm blijft. Er is geen sprake van leningen waarop op enig moment de rente herzien kan worden door de geldverstrekker.
Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en ook de investeringen worden in eerste instantie gefinancierd uit het liquiditeitenoverschot en als dat afwezig is, door kortlopende leningen met een looptijd van één jaar of korter. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de instrumenten “rekening-courantkrediet”, “daggeldleningen” en “kasgeld-leningen”. Bij het gebruiken van deze instrumenten wordt er op toegezien dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Zodra dat dreigt te gebeuren, vindt consolidatie plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Hierbij wordt zo goed mogelijk geanticipeerd op de verwachte renteontwikkelingen. De handelingen over het beheer geschieden conform het gestelde in het treasurystatuut.
Crediteurenbeheer De gemiddelde doorlooptijd (van binnenkomst tot betaling) is 2 tot 3 weken. Er worden jaarlijks tussen de 7.500 en 8.000 inkoopfacturen van crediteuren verwerkt.
41
Kredietrisico Het door de gemeente Urk verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van de betaling van rente en aflossing van leningen is toegestaan voor zover het om het financieren van een publieke taak van de gemeente gaat. Wat tot de publieke taak van de gemeente behoort, bepaalt de gemeenteraad (Wet financiering decentrale overheden). De gemeente Urk heeft de volgende leningen rechtstreeks aan derden verstrekt: Bedragen (x € 1.000)
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
Leningen Sociale Zaken (o.b.v. 25%)
208
208
208
Stichting Sportaccommodaties Urk
2.916
2.807
2.694
Startersleningen en r.c. Stichting Volkshuisvesting Nederland
4.651
4.651
4.651
Totaal
7.775
7.666
7.553
De gemeente loopt over deze verstrekte geldleningen een beperkt risico. De Stichting Sportaccommodatie Urk heeft de opstallen (sporthallen De Schelp en De Vlechttuinen) als onderpand gegeven. Verder wordt jaarlijks, aan de hand van de jaarstukken, de financiële positie van de SSU beoordeeld. Het onderdeel leningen verstrekt in het kader van Soza-regelingen heeft voornamelijk betrekking op de verstrekking van BBZ-kredieten aan bedrijven. Met betrekking tot deze leningen ligt het grootste deel van het risico (75%) bij de rijksoverheid. De rest van het risico ligt bij de gemeente.
Gebruikte rentepercentages De werkelijke rentelast wordt over de verschillende begrotingsonderdelen verdeeld naar rato van de boekwaarden van de activa die voor die onderdelen worden ingezet. Voor de begroting 2024 is dit "omslagpercentage" bepaald op 1,5%. Het is de deling van de rentelast op de boekwaarden van de vaste activa op 1 januari. Daarmee is tevens aangegeven dat dit percentage slechts indirect een relatie heeft met de werkelijke rentepercentages waarvoor lang- en kortlopende financiering daadwerkelijk wordt aangetrokken. Op grond van het BBV worden aan de grondexploitaties rentekosten in rekening gebracht met afwijkende percentages. Die percentages bedragen in 2024 1,33% over de boekwaarde op 1 januari van de bouwgrond in exploitatie "Zeeheldenwijk" en voor de overige bouwgronden in exploitatie 1,2%.
42
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering heeft als reikwijdte de gemeentelijke organisatie, niet alleen de ambtelijke organisatie, maar ook de “bestuurlijke” organisatie. De burger verwacht van de gemeente dat de gelden rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden. Ook verwacht men dat de gemeente een betrouwbare partner en transparant is. Deze verwachtingen zijn tevens uitgangspunt voor de bedrijfsvoering en ondersteunen de uitvoering van de doelstellingen. Het welslagen van die doelstellingen is in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Personeel De gemeente Urk groeit qua inwoners, bedrijven een maatschappelijke instellingen. Het gemeentebestuur heeft veel ambities. De organisatie van de gemeente Urk moet daarin meegroeien. Dat vereist een continue investering in de kwantiteit en kwaliteit van de ambtelijke organisatie. Het blijft door de situatie op de arbeidsmarkt een uitdaging om voldoende en voldoende gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Het blijft nog steeds nodig om voor bepaalde moeilijk vervulbare vacatures tijdelijk personeel in te huren. Ons beleid is er op gericht om daar waar dat lukt tijdelijke inhuur om te zetten in eigen medewerkers. Opleidingsbudget Een organisatie die constant in ontwikkeling is en ook nog steeds groeit vraagt van medewerkers dat zij zich continu persoonlijk blijven ontwikkelen.
De Urk Academie speelt hierin een belangrijke rol. In Het Goede Gesprek maken managers en medewerkers concrete afspraken over deze persoonlijke ontwikkeling. Dat vereist wel een passend opleidingsbudget van 3% van de loonsom. Dat is ook nodig omdat het niet alleen gaat over persoonlijke ontwikkeling van individuele medewerkers maar we investeren in 2024 en verdere jaren ook in de verdere ontwikkeling van de teams. Deze teamontwikkeling vindt plaats met externe deskundige begeleiding. Arbeidsmarktcommunicatie De arbeidsmarkt blijft de komende jaren krap. Dat vereist een creatieve manier van werken in het vervullen van de vacatures. Daarvoor is een arbeidsmarktcommunicatie plan vastgesteld. Vacatures worden niet alleen in- of extern opengesteld, maar potentiële kandidaten worden ook rechtstreeks benaderd. We experimenteren met een aanbrengbonus. De organisatie en de medewerkers presenteren zich met behulp van filmpjes. De inzet van LinkedIn als wervingsmiddel is vergroot. Werving- en selectiebeleid Het huidige beleid sluit niet meer aan op de ontwikkelingen over dit onderwerp. Daarom wordt in 2024 het beleid op het gebied van werving en selectie herijkt. Dat gebeurt in overleg met het management en de Ondernemingsraad. Ziekteverzuim Binnen de organisatie van de gemeente Urk is het ziekteverzuim de laatste jaren gestegen.
Een aantal medewerkers heeft te maken gekregen met langdurige re-integratietrajecten als gevolg van langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid. De inzet van de bedrijfsarts en bedrijfsmaatschappelijk werk is nodig gebleken en waar nodig geïntensiveerd. Deze inzet wordt niet alleen curatief maar ook preventief ingezet. Dit alles met het doel om het ziekteverzuim beheersbaar te houden en waar dat kan naar beneden bij te stellen.
43
Integriteit In 2023 is het integriteitsbeleid voor de gemeente Urk vastgesteld. Er is een integriteitsfunctionaris aangewezen. In het begrotingsjaar 2024 wordt dit integriteitsbeleid verder uitgewerkt. Het is daarbij vooral belangrijk dat het bewustwordingsproces van de medewerkers hierover wordt vergroot. Daarvoor worden diverse interventies voorbereid en uitgevoerd. Huisvesting De huidige beschikbare ruimte voor huisvesting voor de gemeentelijke organisatie wordt met fase 1 en 2 van het project herinrichting gemeentehuis zo optimaal mogelijk ingericht en gebruikt. Deze ruimte is onvoldoende om hiermee nog jaren verder te kunnen. Daarom wordt actief gewerkt aan het uitplaatsen van de bibliotheek. Wanneer er meer duidelijkheid is over de mogelijke nieuwe plek voor de bibliotheek komt er een voorstel aan uw raad. De kosten hiervoor zijn nog niet opgenomen in deze begroting. Informatievoorziening en ICT Een veranderende samenleving vereist een gemeentelijke organisatie die daarop inspeelt. Een van de speerpunten is een goede informatievoorziening en een goede informatiestructuur waardoor gemeenten de dienstverlening aan inwoners en bedrijven kunnen optimaliseren. De overheid digitaliseert steeds verder. Belangrijke aspecten hierbij zijn: digitale dienstverlening aan inwoners en ondernemers, digitale duurzaamheid, digitale veiligheid en privacy.
In 2020 is een Informatiebeleidsplan door de raad vastgesteld. In 2024 evalueren en actualiseren we dit plan. De ontwikkeling van de informatievoorziening en ICT zal ook de komende jaren doorgaan. Leidraad is dat de financiën structureel in de pas blijven bij het gemiddelde in Nederland. Informatiebeheer Voor het verbeteren van het informatiebeheer zijn de komende jaren aanvullende middelen nodig. In overleg met onze toezichthouder op het archief, de Provincie, is hiertoe een plan van aanpak opgesteld. Om het informatiebeheer de komende jaren op orde te houden word de inrichting van bestaande applicaties aangepast om aan te sluiten bij de huidige eisen voor een goed archiefbeheer en ontwikkelingen zoals de Wet open overheid (Woo). Het inkoop- en aanbestedingsbeleid De gemeente Urk heeft een inkoop- en aanbestedingsbeleid. Dit beleid sluit aan op de huidige wet- en regelgeving, maar ook op de doelstellingen van de gemeente. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid gaat bijvoorbeeld in op de volgende onderdelen: • • •
Juridische uitgangspunten (o.a. de beginselen bij inkoop); Ethische en ideële uitgangspunten (o.a. duurzaamheid en social return on investment); Economische uitgangspunten (o.a. lokale economie en het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Het inkoop- en aanbestedingsbeleid willen we samen met de huidige inkoopvoorwaarden gaan evalueren, daarna zal bekeken worden of aanpassing benodigd is. Samenwerking en ontwikkelingen Op gebied van ‘inkoop’ wordt er samengewerkt met de gemeenten Dronten en Noordoostpolder (de zogenaamde DUN-gemeenten). Naast gezamenlijke aanbestedingen komen ook thema’s als circulair inkopen, social return on investment en het werken met groslijsten bij meervoudig onderhandse aanbestedingen binnen deze samenwerking aan bod.
44
Zo wordt er o.a. gewerkt aan een eenduidige werkwijze voor de inzet van social return on investment binnen de gemeenten en een groslijstsystematiek voor enkel- en meervoudige onderhandse aanbestedingen van civieltechnische opdrachten. In het verleden is er regelmatig een Regionaal Inkoop Overleg Flevoland (RIOF) geweest waarin actuele onderwerpen en ontwikkelingen werden besproken, vanuit de DUNgemeenten willen wij hier nieuw leven inblazen zodat er zo optimaal samengewerkt wordt binnen de provincie. Communicatie Inwoners zijn steeds meer betrokken bij de (uitvoering van de) taken van de overheid en hebben hier een mening over. Inwoners betrekken, informeren en verantwoording afleggen zijn hierbij belangrijke aspecten. Op alle beleidsvelden is de advisering en ondersteuning van communicatie onmisbaar. In 2024 stellen we een nieuw communicatiebeleidsplan vast en formuleren centraal beleid voor burgerparticipatie. Initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven worden gewaardeerd en gestimuleerd, ook in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Sociale media spelen een steeds grotere rol in de communicatie tussen en met onze inwoners.
De komende jaren versterken we het beleid ten aanzien van sociale media en kijken we welke kansen dit biedt voor onze gemeente om de communicatie met inwoners en bedrijven verder te bevorderen en bijvoorbeeld ook om het imago van Urk te verbeteren. We nemen citymarketing en -branding serieus en gaan het sterke verhaal van Urk vertellen, waarbij in het bijzonder aandacht is voor de economische en culturele eigenheid van Urk. Juridische zaken Inmiddels zijn de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) van kracht. De Woo is de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een meer transparante en actief openbaar makende overheid. Daarom kent deze wet de verplichting om uit eigen beweging bepaalde categorieën informatie openbaar te maken. Ook schrijft de wet maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. De Who verplicht gemeenten om op verzoek overheidsinformatie als open data beschikbaar te stellen voor hergebruik. Dat hergebruik kan zowel maatschappelijke als commerciële doelstellingen hebben. Binnen onze organisatie wordt ook in 2024 gewerkt aan de implementatie van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de steeds voortschrijdende wettelijke verplichtingen op het gebied van privacy.
Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het verslagjaar 2023 moet het College van B&W een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese bestedingen bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. De verantwoordelijkheid van het college van B&W voor de rechtmatigheid wordt hiermee benadrukt doordat het college een verantwoording over rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. Het college van B&W geeft in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
45
Overzicht salarissen, toeslagen en vergoedingen Overzicht salarissen, toelagen en vergoedingen
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
Ambtelijke organisatie
13.041.400
14.016.761
18.191.795
College van B & W
556.633
617.735
664.524
Gemeenteraad
296.664
308.197
318.288
Griffie
90.156
114.426
122.502
0
12.000
12.000
13.984.853
15.069.119
19.309.109
rekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
3.185.071
4.329.377
1.900.000
Inhuur budget derden
131.788
131.788
150.000
Vervanging / keuze
864.257
2.234.399
480.000
2.491.857
1.963.190
1.270.000
Totaal
3.487.902
4.329.377
1.900.000
Restant/per saldo budget inhuur derden
-302.831
0
0
Rekenkamer
Totaal
Overzicht kosten inhuur derden
Kosten (verwachte) inhuur
Dekkingsmiddelen
Extra capaciteit / specialisatie Bijraming in het boekjaar
46
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente Urk in de samenwerkingsverbanden c.q. rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en financiële belangen zijn gemoeid. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft bijvoorbeeld doordat een wethouder, raadslid of ambtenaar zitting heeft in het bestuur of namens de gemeente stemrecht heeft. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Een verbonden partij kan een deelneming zijn in de zin van artikel 2:379 BW, dat wil zeggen een participatie in een kapitaalvennootschap, maar het kan ook een deelneming in een vereniging, stichting, gemeenschappelijke regeling of andere publiek- en privaatrechtelijke rechtsvormen betreffen. De keuze voor een specifieke rechtsvorm is onder andere afhankelijk van het te bereiken doel. Bovenstaande definitie betekent ook dat er relaties met derde partijen kunnen zijn die niet onder de verbonden partijen vallen. Het gaat dan om relaties waarbij alleen sprake is van of een financieel of een bestuurlijk belang. Er zijn ook derde partijen waarin de gemeente uitsluitend en alleen een financieel belang heeft.
Deze relaties behoren niet tot de verbonden partijen. Gezien het belang van de verbonden partijen in de realisatie van de doelstellingen van de gemeente is het noodzakelijk inzicht te geven in deze partijen. In deze paragraaf wordt allereerst enige informatie verstrekt per verbonden partij. Daarnaast is er een overzicht verbonden partijen opgenomen waarin onder meer de financiële belangen en risico´s worden weergegeven.
Informatie over verbonden partijen NV Rova Holding ROVA is door een aantal gemeenten opgericht met als doel een optimale invulling van de afvalzorgplicht van de bij haar aangesloten gemeenten. Statutair is bepaald dat aandelen uitsluitend in handen kunnen zijn van overheden met een zorgtaak op het gebied van huishoudelijk afval. De deelnemende gemeenten blijven daarbij volledig autonoom. Zij stellen ieder afzonderlijk hun gemeentelijk beleid en de tarieven voor de burger vast. De gemeente Urk is per 1 januari 2001 tot de ROVA toegetreden en heeft haar zorgtaken op het gebied van de afvalverwijdering aan de ROVA overgedragen.
NV Huisvuilcentrale Noord Holland HVC is een afvalnutsbedrijf dat eigendom is van 48 gemeenten en acht waterschappen, vooral in Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland. Sinds de oprichting in de jaren negentig streeft HVC er naar te groeien van afvalverbrander naar regisseur van de afvalketen in haar verzorgingsgebied. Het bedrijf tekent voor inzameling van afval, logistiek, recycling en compostering, verbranding en de levering van energie en warmte. De gemeente Urk is in 1996 tot de HVC toegetreden. NV Vitens 47
Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland en levert drinkwater aan 31% van de Nederlandse huishoudens in de provincies Flevoland, Friesland, Gelderland, Utrecht, Overijssel en een aantal gemeenten in Drenthe en Noord-Holland. Vitens is een publiek bedrijf. De aandelen van de NV zijn (in)direct in handen van provinciale en gemeentelijke overheden. NV Wadinko Op 29 mei 2006 heeft er een juridische fusie plaatsgevonden tussen de vennootschappen Wmo Beheer N.V. en Wadinko Beheer B.V. met terugwerkende kracht naar 1 januari 2006. De nieuwe naam van de vennootschap is Wadinko NV. De aandelen van de onderneming zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. De vennootschap is een participatiemaatschappij met de doelstelling het stimuleren van gezonde bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid in het werkgebied van haar aandeelhouders. NV Bank Nederlandse Gemeenten De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag, is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Klanten van de BNG zijn overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en nut.
De BNG biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering en elektronisch bankieren. BNG Bank heeft over 2021 een nettowinst behaald van € 236 miljoen. Technofonds Flevoland BV In 2009 is de gemeente Urk als aandeelhouder toegetreden tot Technofonds Flevoland BV. Naast de gemeente Urk (1%) zijn de gemeenten Almere (20%), Lelystad (10%), Dronten (3%) en Noordoostpolder (4%) aandeelhouder. In totaal nemen de Flevolandse gemeenten 38% deel in vennootschap. De overige 62% van de aandelen zijn in handen van Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland BV, waarvan provincie Flevoland 100 % aandeelhouder van is. Technofonds Flevoland BV heeft als doelstelling het verstrekken van risicodragend kapitaal in de vorm van leningen en aandelenkapitaal aan startende en doorstartende technologische gerichte ondernemingen binnen Flevoland, die vanwege hun status moeilijkheden ondervinden bij het realiseren van de financiering van hun initiatief.
48
Port of Urk BV De Port of Urk BV is per 20 april 2017 opgericht. De BV richt zich op het beheren, ontwikkelen en exploiteren van een deel van de buitendijkse haven met bijbehorend terrein en verricht verder al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Port of Urk BV neemt voor 1/9 deel in de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland B.V. (in oprichting). MSNF B.V. draagt zorg voor beheer, onderhoud, herstel dan wel vernieuwing voor het in stand houden op het niveau van bij de aanleg (waartoe tevens de benodigde toekomstige vervangingsinvesteringen worden gerekend) ten aanzien van: golfbreker en buitendijkse ontsluitingsweg uitgeefbaar terrein en bootliftsteigers, de vaargeul en havenkom. GR Veiligheidsregio Flevoland De Veiligheidsregio Flevoland is een samenwerkingsverband van alle gemeenten in Flevoland, Politie Flevoland, Brandweer Flevoland en de GHOR Flevoland (GGD). De veiligheidsregio heeft tot doel de veiligheid van haar inwoners tijdens rampen en crisissen te vergroten. Door eenduidige bestuurlijke aansturing en door adequate planning wordt de samenwerking tussen brandweer, gemeenten, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en politie zowel tijdens de voorbereiding als bij de uitvoering verbeterd.
De veiligheidsregio is namens de deelnemende gemeenten verantwoordelijk voor de taken op gebied van: • Brandweerzorg; • Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen; • Ongevallen en rampen; • Rampenbestrijding en crisisbeheersing; • Beheer van de gemeenschappelijke meldkamer. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland De Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland is een samenwerkingsverband van alle gemeenten in Flevoland, Regionale Ambulance Voorziening (RAV) en de GHOR Flevoland (GGD). De gezondheidsdienst heeft tot doel het bewerkstelligen van een doelmatig en effectief georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van de zorg voor openbare gezondheidszorg. GR IJsselmeergroep Het werkvoorzieningsschap draagt zorg voor aangepaste werkgelegenheid voor personen met medische- of sociale beperkingen. De GR heeft een werkmaatschappij waar de feitelijke uitvoering van de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) is ondergebracht: Concern voor Werk NV. In 2008 is op landelijk niveau besloten tot een modernisering van de WSW. Als gevolg daarvan is de gemeente ingaande 2009 volledig financieel verantwoordelijk voor de WSW. Om toekomstige risico´s af te dekken is een reserve participatie gevormd.
49
GR Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief Het Flevolands Archief beheert de overgebrachte archieven van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde, het waterschap Zuiderzeeland en de provincie Flevoland. GR Omgevingsdienst De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek is per 1 mei 2012 opgericht en op 1 januari 2013 operationeel. Deelnemers van de GR zijn de provincies Flevoland en NoordHolland en de gemeenten Almere, Zeewolde, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden en Wijdemeren. De GR richt zich op de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken in het omgevingsrecht en geeft daar advies over. Hierdoor wordt het mogelijk de taken op het beleidsterrein milieu efficiënter en effectiever uit te voeren. Door het samenbrengen van kennis, kwaliteit en capaciteit van de deelnemende gemeenten en de provincies, ontstaat een robuuste en toekomst vaste organisatie. Op termijn leidt het onderbrengen van taken in een Omgevingsdienst tot kostenreductie voor alle aangesloten partijen. Met ingang van 2018 wordt gewerkt aan de hand van een productcatalogus. Jaarlijks geeft elke deelnemende gemeente een inschatting van de aantallen uren, van de in de productcatalogus genoemde dienst, die zij zal afnemen.
De som van het aantal uren vermenigvuldigd met het vastgestelde uurtarief vormt de basis voor het door de gemeente te betalen jaarbedrag. Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland De zes gemeenten in de provincie Flevoland werken sinds 2011 samen aan de transities en transformatie in het sociaal domein. Bij aanvang van de decentralisaties is er gekozen om de samenwerking te formaliseren in de vorm van de Centrumregeling ‘Sociaal Domein Flevoland’. De centrumregeling geeft vorm aan de samenwerking rondom jeugd en Wmo in Flevoland en streeft daarbij naar kwaliteit, borging van continuïteit, solidariteit en verhoging van de efficiency. De gemeente Almere is aangewezen als centrumgemeente, waarbinnen de taken zijn ondergebracht in de Aankoopcentrale Regio Flevoland. De aankoopcentrale richt zich op de inkoop en subsidiëring van specialistische jeugdhulp. Daarbij is het doel dat de inkoop en sturing op de uitvoering van zodanige kwaliteit is dat inkoopvoordelen en beleidsdoelen gehaald worden, efficiencywinst wordt gerealiseerd en de administratieve lastendruk van aanbieders wordt beperkt. Stichting FlevoMeer Bibliotheek De stichting heeft als doelstelling het bieden van een voorziening waar boeken en andere informatiedragers kunnen worden geleend voor ontwikkeling of ontspanning.
Speerpunten zijn verbetering van de digitale infrastructuur en kenniscentrumprojecten en professionalisering van basisbibliotheken.
Overzicht van de verbonden partijen Het onderstaand overzicht geeft inzicht in de financiële gegevens en de eventuele risico´s van de verbonden partijen. Er is in het overzicht uitgegaan van de werkelijke cijfers over 2019-2022 die bij het samenstellen van deze verantwoording beschikbaar zijn.
50
Verbonden partij
ROVA Holding
Huisvuilcentrale Noord Holland
Vitens
Wadinko
Rechtsvorm
NV
NV
NV
NV
Belang
11,096% (B) 1,871% (totaal) 0,63% (A) 0,56% (totaal)
Soort belang
Gewone aandelen (B)
Gewone aandelen
Gewone aandelen
(2021) € 5,1 mln. (2020) € 5,7 mln. (2019)
28,1 mln (2022) € 26,4 mln(2021) € 15,2 mln. (2020) € 10,1 mln. (2019)
€ 19,4 mln (2021) € 23,9 mln. (2020) € 11,1 mln. (2019)
€ 12,9 mln (2022) € 8,6 mln (2021) € -3 mln. (2020) € 2 mln. (2019)
€ 40,8 mln (2022) € 40,3 mln (2021) € 38,9 mln. (2020) € 38,2 mln. (2019)
€ 199 mln (2022) € 169 mln € 600,3 mln (2021) € 82,5 mln (2022) € 74 mln (2021) € 142 mln. (2020) € 557 mln. (2020) € (2021) € 65 mln. (2020) 127 mln. (2019) 533 mln. (2019) € 69 mln. (2019)
Vreemd Vermogen € 63,4 mln (2022) € 59,8 eind 2019 e.v. mln (2021) € 53,3 mln. Dividend
Verplichte afdekking van het tekort
Verstrekte garanties en geldleningen en aandelenkapitaal
Risico´s afgedekt door andere partners
1,47%
Gewone aandelen (A)
Resultaat 2019 e.v. € 4,3 mln (2022) € 5,1 mln
Eigen Vermogen eind 2019 e.v.
0,28%
(2020) € 51,4 mln. (2019)
€ 878 mln (2022) € 845 mln € 1. 388 (2021) € (2021) € 850 mln. (2020) € 1.340 mln. (2020) € 870 mln. (2019) 1.293 mln. (2019)
€ 44.000 (2022) € 61.147 (2021) € 62.617 (2020) € 76.219 (2019)
€ 40.488 (2022) € 45.745 (2021) € 49.598 (2020) € 49.752 (2019)
Ja, de aandeelhouders van Nee, de aandeelhouder van de NV zijn gezamenlijk een NV is niet aansprakelijk aansprakelijk voor de voor de schulden van de NV ontstane tekorten.
€ 8,5 mln (2022) € 6,9 mln (2021) € 6 mln. (2020) € 1 mln. (2019)
€ nihil (2021) € nihil € 37.359 (2021) € nihil (2020) € nihil (2019) (2020) € 17.500 (2019) Nee, de aandeelhouder van een NV is niet aansprakelijk voor de schulden van de NV
Nee, de aandeelhouder van een NV is niet aansprakelijk voor de schulden van de NV
In totaal zijn er 3.673 aandelen A, waarvan de gemeente er 23 aandelen heeft. Het aandelenkapitaal is € 1.044. Garantiestelling van € 211.050 per aandeel.
Aandelenkapitaal Aandelenkapitaal van € van € 162.150; 9.652; 3.861 aandelen à 16.215 aandelen à € € 2,50. 10.
De garantiestelling jegens financiers is op grond van Geen, met uitzondering van de ballotageovereenkomst het door partijen verstrekte hoofdelijk, met onderlinge aandelenkapitaal verrekening op basis van het aantal aandelen
Geen, met Geen, met uitzondering uitzondering van het van het door partijen door partijen verstrekte verstrekte aandelenkapitaal aandelenkapitaal
Aandelenkapitaal van € 18.152 Gebaseerd op 160 aandelen B á € 113,45.
Overige risico's bij In de begroting 2024 In de begroting 2024 is faillissement In de begroting 2024 is In de begroting 2024 is is rekening rekening gehouden met rekening gehouden met een rekening gehouden met een gehouden met een een jaarlijkse jaarlijkse winstuitkering van garantiestellingsprovisie van jaarlijkse winstuitkering van € 40.000 € 40.390. winstuitkering van € €17.500 46.238. Monitoring van risico´s
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening. Beoordeling van het nakomen van de prestaties
Verbonden partij
Rechtsvorm
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening
Beoordeling van de begroting en de jaarrekening
Bank Nederlandse Gemeenten
Technofonds Flevoland
Veiligheidsregio Flevoland
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland
NV
BV
GR
GR
1,01% n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belang Soort belang Resultaat 2019 e.v.
Eigen Vermogen eind 2019 e.v.
0,00% Gewone aandelen
Gewone aandelen
€ 236 mln (2021) € 221 mln. € 3,8 mln (2021) € -731K (2020) € 163 mln. (2019) (2020) € -1,8 mln. (2019) € 4,64 mld (2021) € 4.4 mld.n.b. (2020) € 4.2 mld. (2019)
€ 1.789 mln (2021) € 797K (2021) € 360 K. €1,579 mln. (2020) € (2020) € 995 K. (2019) 39 K. (2019)
€ 12,3 mln (2021) € € 8,2 mln (2021) € 4,4 mln. 10,8 mln. (2020) € (2020) € 5,2 mln. (2019) 9,8 mln. (2019)
€ 6,5 mln. (2021) € 7,3 mln. (2020) € 7,0 mln. (2019)
51
Vreemd Vermogen € 144 mld (2021) € 156 eind 2019 e.v. mld.(2020) € 145.535 mld. (2019)
€ 0.01 mln (2021) € 26K (2020) € 54K (2019)
€ 6,7 mln (2021) € € 6,2 mln. (2021) € 11 7,2 mln. (2020) € 7,7 mln. (2020) € 3 mln. mln. (2019) (2019)
n.v.t.
n.v.t.
Dividend
€ 8.803 (2021) € 6.988 (2020) € 4.904 (2019)
Verplichte afdekking van het tekort
Ja, de deelnemers in Ja, de deelnemers in Nee, de aandeelhouder van Nee, de aandeelhouder van een GR zijn een GR zijn gezamenlijk een NV is niet aansprakelijk een BV is niet aansprakelijk gezamenlijk aansprakelijk voor de voor de schulden van de NV voor de schulden van de BV aansprakelijk voor ontstane tekorten. de ontstane tekorten. Bekostiging via Bekostiging via jaarlijkse Aandelenkapitaal van € Aandelenkapitaal van € jaarlijkse bijdrage; € bijdrage; € 409.724 9.652; 3.861 aandelen á € 100.285; 221 aandelen á € 849.799 (2020), € (2020), € 466.180 (2021) 2,50. 453,78 917.584 (2021) € € 486.892 (2022) 967.052 (2022)
Verstrekte garanties en geldleningen en aandelenkapitaal Risico´s afgedekt door andere partners