Bijlage 2 - Motivering BOPA behorende bij woningbouwplan Neef
Tekst van het document
6.5
Ecologie: soortenbescherming
6.5.1 Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot soortenbescherming. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op de flora en fauna. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor bepaalde soorten.4 Algemene zorgplicht Onder de Omgevingswet geldt, net als voorheen onder de Wet natuurbescherming, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zoveel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
35/339
6.5.2 Onderzoek In oktober 2024 is een ecologische quickscan uitgevoerd door om te toetsen of de voorgenomen sloop en herontwikkeling aan de Rijksstraatweg 72–76 gevolgen heeft voor beschermde plant- en diersoorten. De quickscan bestond uit een bureaustudie en een veldbezoek op 6 oktober 2024. De resultaten van de ecologische quickscan zijn hieronder samengevat. Het volledige rapport is als bijlage 5 toegevoegd. Vleermuizen De aanwezige gebouwen bevatten kenmerken die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Er is daarom nader onderzoek uitgevoerd om verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied uit te sluiten of te bevestigen (bijlage 6). Uit dit onderzoek blijkt dat binnen het projectgebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vastgesteld. Wel zijn enkele foeragerende en overvliegende vleermuizen waargenomen, evenals uitvliegende dieren bij woningen aan de overzijde van de straat. Deze vleermuizen hebben echter geen binding met het projectgebied.Op basis van de onderzoeksresultaten zijn er geen vervolgstappen of mitigerende maatregelen nodig voor vleermuizen in het kader van deze ontwikkeling. Vogels Er zijn geen nesten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Wel is vastgesteld dat de aanwezige bebouwing en omliggende begroeiing geschikt zijn voor broedvogels.
De sloop- en andere werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) plaatsvinden, tenzij vooraf door een ecologisch deskundige wordt vastgesteld dat er geen actieve nesten aanwezig zijn. Amfibieën en reptielen De locatie is grotendeels verhard of bestaat uit bebouwing en is ongeschikt als leefgebied. De kans op het voorkomen van beschermde soorten zoals heikikker, poelkikker of ringslang is verwaarloosbaar. Grondgebonden zoogdieren De ligging en inrichting van het terrein zijn ongeschikt als leefgebied voor soorten zoals de egel of bunzing. Er zijn geen sporen aangetroffen. Vissen en flora Er zijn geen watergangen of andere geschikte habitats voor vissen. Het projectgebied heeft geen bijzondere vegetatie of beschermde plantensoorten. 6.5.3 Te treffen maatregelen Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk met betrekking tot verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel dienen de algemene maatregelen uit de eerder uitgevoerde quickscan te worden opgevolgd: Algemene broedvogels: werkzaamheden bij voorkeur uitvoeren buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli), of indien dit niet mogelijk is onder begeleiding van een ecoloog; Zorgplicht: bij de uitvoering van de werkzaamheden dient de algemene zorgplicht conform de Omgevingswet in acht te worden genomen.
36/339
6.5.4 Conclusie Met inachtneming van de algemene maatregelen ten aanzien van broedvogels en de zorgplicht vormt het aspect ecologie, en in het bijzonder de aanwezigheid van vleermuizen, geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
6.6
Ecologie: gebiedsbescherming
6.6.1 Toetsingskader Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Hiermee moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden. Bij de beoordeling kan blijken dat sprake is van Natura 2000-activiteiten: dit zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze zijn meestal vergunningplichtig. Wanneer hiervan sprake is dienen deze direct te worden aangevraagd om vroegtijdig te kunnen beoordelen of er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Hiervoor gelden instandhoudingsdoelstellingen. De instandhouding moet zijn gericht op behoud. Het gaat ook om herstel dat moet worden nagestreefd om een habitattype of -soort weer in een gunstige staat te brengen. Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden) Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk.
Het is gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van: aanwezige dier- en plantensoorten; typen natuurlijke habitats; leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen. Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. De provincie heeft in de omgevingsverordening de NNN-gebieden opgenomen. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Naast de Natura 2000-gebieden kan de Minister van LNV bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De provincie kan in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen. 6.6.2 Onderzoek Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Groote Wielen en ligt op circa 2,4 kilometer afstand van het projectgebied. Het projectgebied valt niet binnen een Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Dit blijkt uit de geldende
37/339
kaarten zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. Ook is het projectgebied niet aangewezen als bijzonder (provinciaal of nationaal) natuurgebied of landschap. Er zijn op deze locatie dus geen aanvullende beschermingsregels van toepassing op basis van de status als beschermd natuurgebied of landschappelijk waardevol gebied. Directe significante effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden, de locatie van het projectgebied en omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Stikstof De ontwikkeling zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Er wordt voor de verwarming van de woning en de schuren geen aardgas gebruikt. Door verkeersbewegingen en de inzet van materieel is het mogelijk dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden toeneemt. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd (bijlage 7). Door middel van een Aerius-berekening is inzichtelijk gemaakt of er sprake is van depositie van stikstof op omliggende Natura-2000 gebieden en in welke mate.
Uit de AERIUS-berekeningen komt naar voren dat zowel in de realisatie- als de gebruiksfase géén sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol N/ha/jr op (naderend) stikstofoverbelaste Natura 2000-gebieden. 6.6.3
Te treffen maatregelen
Voor gebiedsbescherming zijn geen maatregelen nodig. Er is geen natuurvergunning nodig. 6.6.4 Conclusie Het project is op het gebied van stikstof niet evident onuitvoerbaar.
38/339
6.7
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
6.7.1 Toetsingskader De beoordeling van wegverkeerslawaai vindt plaats op basis van de instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze regels gelden bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen, in het kader van een omgevingsplanwijziging of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het Bkl richt zich primair op wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal. Vanuit het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt echter ook bij wegen met een lagere intensiteit beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau, wanneer dat relevant kan zijn voor de gezondheid of het woon- en leefklimaat. Wanneer een geluidgevoelig gebouw ligt binnen een geluidaandachtsgebied van een weg, moet worden beoordeeld of de geluidbelasting aanvaardbaar is. Uitgangspunt daarbij zijn de standaardwaarden en grenswaarden voor geluid uit het Bkl. Als de standaardwaarde wordt overschreden, moet worden onderzocht of geluidbeperkende maatregelen mogelijk en doelmatig zijn.
Wanneer maatregelen onvoldoende effect hebben of niet doelmatig zijn, kan een hogere waarde aanvaardbaar zijn, mits: de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt, de grenswaarde niet wordt overschreden (of alleen onder de in het Bkl genoemde uitzonderingen), en rekening wordt gehouden met het belang van een geluidluwe gevel. Bij overschrijding van de grenswaarde kan uitsluitend onder specifieke voorwaarden worden afgeweken, bijvoorbeeld bij functiewijziging of vervangende nieuwbouw. In die gevallen moeten aanvullende bouwkundige maatregelen worden getroffen om een aanvaardbaar binnenniveau te waarborgen. Daarnaast wordt (indien relevant) het gecumuleerde geluid van alle bronnen gezamenlijk beoordeeld. Ook indirecte effecten, zoals een toename van verkeer als gevolg van het initiatief, worden meegenomen wanneer sprake kan zijn van een merkbare toename van de geluidbelasting. Op deze wijze wordt beoordeeld of ter plaatse van het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanuit het aspect geluid. 6.7.2 Onderzoek De nieuw te realiseren woningen worden aangemerkt als geluidgevoelig omdat er sprake is van gebouwen met woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan. De beoogde ontwikkeling ligt binnen het geluidaandachtsgebied van 100 meter van de gemeentelijke wegen Rijksstraatweg, Doctor Plesmanstraat en J.R.C.- Laantje.
Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Er is daarom een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (bijlage 8) uitgevoerd.
39/339
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen maximaal Lden = 58 dB bedraagt als gevolg van het verkeer op de omliggende gemeentewegen. Hiermee wordt de standaardwaarde van Lden = 53 dB overschreden, maar de grenswaarde van Lden = 70 dB niet. De hoogste geluidbelasting treedt op aan de noordelijke gevels van de woningen langs de Rijksstraatweg. Het gecumuleerde geluid (dat in dit geval gelijk is aan het gezamenlijke geluid van de gemeentewegen) varieert van 33 tot 58 dB Lden. Volgens de indicatie van het RIVM komt dit overeen met een geluidkwaliteit variërend van zeer goed tot matig. 6.7.3 Te treffen maatregelen Omdat de standaardwaarde wordt overschreden, is onderzocht of maatregelen mogelijk en doelmatig zijn. Bronmaatregelen De Rijksstraatweg heeft reeds een maximumsnelheid van 30 km/uur. Verdere snelheidsverlaging is daarom niet mogelijk. Vervanging van de bestaande klinkerverharding door een stiller wegdek zou geluidreductie kunnen opleveren, maar stuit op stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële bezwaren. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van geluidsschermen is niet uitvoerbaar vanwege de beperkte afstand tussen de woningen en de weg en de ruimtelijke inpassing in de bestaande straatstructuur. Daarmee zijn er geen doelmatige maatregelen beschikbaar om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de standaardwaarde.
Geluidluwe gevel Conform het Besluit kwaliteit leefomgeving is het belang van een geluidluwe gevel meegewogen. Uit het onderzoek blijkt dat alle woningen beschikken over ten minste één gevel waar de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde van 53 dB. Hiermee wordt rekening gehouden met de bescherming van de gezondheid en het wooncomfort, onder meer in relatie tot slaapverstoring. Gezamenlijk geluid en gevelmaatregelen Omdat de grenswaarde niet wordt overschreden en elke woning beschikt over een geluidluwe gevel, kan de geluidbelasting als aanvaardbaar worden beschouwd. Het gezamenlijk geluid wordt vastgesteld op Lden = 58 dB en wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning. Deze waarde vormt het uitgangspunt voor het bepalen van de vereiste geluidwering van de gevels. Op basis hiervan is een minimale gevelisolatie van GA;k = 25 dB nodig om te voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Met deze bouwkundige maatregelen is sprake van een aanvaardbaar binnenniveau en een goed woon- en leefklimaat. Indirecte effecten De ontwikkeling leidt niet tot een relevante toename van verkeer op de omliggende wegen. De geluidtoename blijft ruim onder de waarneembare drempel van 1,5 dB. Ook door wijzigingen in de geluidoverdracht ontstaan geen significante effecten. Indirecte akoestische effecten zijn daarom niet aan de orde.
40/339
6.7.4 Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Met inachtneming van de gevelmaatregelen en de aanwezigheid van geluidluwe gevels is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
6.8
Geluid door activiteiten
6.8.1 Toetsingskader Het geluid van milieubelastende activiteiten buiten het projectgebied op nieuwe geluidgevoelige gebouwen moet worden beoordeeld in het kader van een evenwichtige toedeling en mogelijke belemmeringen voor die activiteiten. Momenteel zijn de regels van de Bruidsschat van toepassing op de activiteit. Indien noodzakelijk (om de belemmeringen weg te nemen) kunnen er maatwerkvoorschriften voor de activiteit worden vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met de instructieregels van het Bkl. 6.8.2 Onderzoek Met de beoogde ontwikkeling worden geluidgevoelige functies (woningen) toegevoegd aan het projectgebied. Daarom moet worden beoordeeld of bestaande of toegestane activiteiten in de omgeving geen onaanvaardbare geluidhinder veroorzaken voor deze nieuwe woningen. Ook moet worden onderzocht of de ontwikkeling bestaande bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering. Sportschool Fit Fryslân In het projectgebied is momenteel sportschool Fit Fryslân gevestigd. Deze functie verdwijnt ten behoeve van de woningbouwontwikkeling. Omdat de sportschool geen onderdeel meer uitmaakt van het project, is toetsing aan eventuele geluideffecten van deze activiteit niet nodig. Beautysalon Marijke Ten oosten van het projectgebied is Beautysalon Marijke gevestigd. Een schoonheidssalon is een activiteit die geen geluid veroorzaakt.
Op dit perceel is echter op basis van het (tijdelijk deel) omgevingsplan ook detailhandel toegestaan. In theorie zou hier op termijn een andere, meer geluid producerende functie kunnen komen. De relevante vraag is of deze planologische mogelijkheid door de komst van nieuwe woningen wordt beperkt. Dat is niet het geval: het perceel is reeds omgeven door bestaande woningen. Nieuwe woningen in het projectgebied veranderen deze situatie niet wezenlijk. Het is dan ook aannemelijk dat ook met de beoogde ontwikkeling voldaan kan worden aan de geluidsnormen zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de bruidsschatregels. Deze geluidsnormen gelden op dit moment ook al op de bestaande woningen. Bedrijven aan de overzijde van de Rijksstraatweg Aan de noordzijde van het projectgebied, aan de overzijde van de Rijksstraatweg, liggen enkele bedrijfspercelen. Ook deze zijn reeds omgeven door bestaande woningen. Het toevoegen van nieuwe woningen op de locatie van de voormalige meubelzaak (NEEF!) leidt niet tot een andere situatie voor deze bedrijfsactiviteiten. Ook hier geldt dat de bestaande bedrijven al rekening moeten houden met de nabijheid van
41/339
woningen. De gebruiksruimte van deze bedrijven wordt door de ontwikkeling dan ook niet beperkt. Van Weerden Poelmanstraat 1 Het plein aan de westzijde van het projectgebied heeft de bestemming Maatschappelijk – Sociaal-cultureel. Binnen deze bestemming zijn gebouwen voor sociaal-culturele voorzieningen en kinderopvang toegestaan. Op dit moment zijn er echter geen gebouwen aanwezig en de gemeente is voornemens om het plein in te richten als volwaardig openbaar plein en de maatschappelijke bestemming te verwijderen. De kans dat hier in de toekomst een activiteit komt die hinder veroorzaakt voor de nieuwe woningen is daarom verwaarloosbaar. Bovendien geldt dat nieuwe ontwikkelingen altijd moeten voldoen aan de geluidsnormen zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de bruidsschatregels. Van Weerden Poelmanstraat 5 Het gebouw op dit adres heeft de bestemming Maatschappelijk – Religie. Deze bestemming staat gebouwen ten behoeve van levensbeschouwelijke voorzieningen toe. Het gebouw is momenteel permanent gesloten. Direct ten zuiden van dit perceel liggen gronden met een woonbestemming. Bij het vaststellen van het voormalige bestemmingsplan Hurdegaryp 2010 is al beoordeeld dat deze maatschappelijke bestemming naast woningen kan bestaan zonder onaanvaardbare hinder.
De nieuwe woningen aan de Rijksstraatweg 72–76 komen bovendien op een grotere afstand te liggen dan de bestaande woningen aan de Van Weerden Poelmanstraat 7 en 9. Ook bij eventuele nieuwe functies op dit perceel zal moeten worden voldaan aan de geluidsnormen uit het Bkl en de bruidsschatregels. Kerk Rijksstraatweg 54 Aan de Rijksstraatweg 54 is een kerk gevestigd. Ten noorden en westen van deze kerk staan al bestaande woningen. De nieuwe woningen binnen het projectgebied komen op een grotere afstand te liggen, waarbij het plein en aanwezige groen als extra afscherming dienen. Er is daarom geen aanleiding om aan te nemen dat de kerk onaanvaardbare geluidhinder zal veroorzaken voor de nieuwe woningen. Ook hier zal naar verwachting worden voldaan aan de de geluidsnormen zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de bruidsschatregels. 6.8.3 Te treffen maatregelen Het is niet noodzakelijk om op basis van de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) maatwerkvoorschriften vast te stellen. Door de te vergunnen activiteiten kan aan de geluidvoorschriften van de bruidsschat worden voldaan. 6.8.4 Conclusie Er wordt voldaan aan de instructieregels en er is sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting met betrekking tot geluid door activiteiten.
42/339
6.9
Omgevingsveiligheid
6.9.1 Toetsingskader Omgevingsveiligheid omvat de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor externe veiligheidsrisico's zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Verder dient op grond van artikel 5.2 van het Bkl voor de risico's van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio's, rekening te worden gehouden met het belang van: 1. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; 2. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en 3. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet. 6.9.2 Onderzoek Aan hand van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie gedaan van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op Atlas Leefomgeving (figuur 6.1) staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.
Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied niet binnen aandachtsgebieden van risicobronnen ligt. Het aandachtsgebied van de spoorlijn Groningen- Leeuwarden en de N355 ligt op voldoende afstand.
Figuur 6.1 Risicobronnen projectgebied (Bron: AtlasLeefomgeving)
43/339
Uit de beoordeling van overige onderwerpen die onder het thema omgevingsveiligheid vallen en relevant zijn voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling, blijkt het volgende: Bluswater & bereikbaarheid: Geen knelpunten; voorzieningen zijn voldoende aanwezig, de nieuwe huisgracht kan worden gebruikt voor bluswater Natuurbrandrisico: Niet aan de orde, vanwege de ligging buiten een natuurgebied. Energietransitie: Het gebruik van buurtbatterijen wordt uitgesloten; technische installaties moeten veilig en toegankelijk zijn voor hulpdiensten. Overstroming & klimaatadaptatie: Geen aanvullende maatregelen nodig; het gebied ligt hoog genoeg om droog te blijven bij een eventuele dijkdoorbraak. Evenementen: Niet relevant in het kader van de ontwikkeling. Rookoverlast (brandbare materialen): Kan een risico vormen, er dienen juiste materialen te worden gebruikt. 6.9.3 Te treffen maatregelen Er zijn geen maatregelen nodig. 6.9.4 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het voorliggend initiatief.
6.10 Cultureel erfgoed 6.10.1 Toetsingskader Onder cultureel erfgoed vallen onder andere archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen en het landschap. Voorafgaand aan de uitvoering van ruimtelijke plannen moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezige erfgoedwaarden. Bij de verdere ontwikkeling van plannen moet met deze waarden zo veel mogelijk rekening worden gehouden. De kern van de wet- en regelgeving op dit gebied is het behoud van archeologische resten in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en het landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 6.10.2 Cultuurhistorie Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden hanteert de provincie Friesland de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Op deze kaart worden cultuurhistorische waarden aangeduid. In en direct rondom het projectgebied bevinden zich geen cultuurhistorische waarden.
Het aspect cultuurhistorie vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen
44/339
In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen karakteristieke panden, beschermde stads- of dorpsgezichten of monumentale bomen aanwezig. De ontwikkeling heeft hier dan ook geen negatieve invloed op. Aan de westkant van het projectgebied staat wel een Rijksmonument (figuur 6.2), namelijk de Hervormde kerk aan de Rijksstraatweg 54. Dit is een kleine kerk met een toren, gebouwd in 1711. De kerk heeft onder andere een bijzondere preekstoel uit de 18e eeuw, een koperen zandloperhouder, twee oude herenbanken en een orgel uit 1879.De bouw van de 13 woningen op de plek van de voormalige meubelzaak heeft geen nadelige gevolgen voor deze kerk. Er komt geen hoogbouw en het plan past goed bij de rest van het dorp. De ruimtelijke inpassing versterkt zelfs het dorpsbeeld, waardoor de monumentale kerk mogelijk visueel beter tot haar recht komt in het straatbeeld.
Figuur 6.2 RCE Rijksmonumenten (Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2025) 6.10.3 Archeologie Voor het projectgebied gelden op basis van de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân twee archeologische verwachtingszones: Steentijd (karterend onderzoek 2) en IJzertijd–Middeleeuwen (karterend onderzoek 3). Binnen deze zones wordt bij ruimtelijke ingrepen geadviseerd om een karterend (boor)onderzoek uit te voeren, vanwege de kans op waardevolle archeologische resten.Voor karterend onderzoek 2 geldt een advies bij ingrepen groter dan 2.500 m², en voor karterend onderzoek 3 bij ingrepen groter dan 5.000 m².De totale oppervlakte van het plangebied is circa 2.200 m² en blijft daarmee onder beide grenswaarden. Daarom is geen archeologisch onderzoek nodig voor deze ontwikkeling.
45/339
6.10.4 Landschap Het projectgebied maakt geen deel uit van een beschermd landschap. Voor het onderdeel landschap gelden er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling. 6.10.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve impact op belangrijke landschappelijke of cultuurhistorische waarden.
6.11 Bodem 6.11.1 Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. In dit geval zijn de interventiewaarden van toepassing die zijn opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. De instructieregels schrijven voor dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw ofwel vergunningplichtig ofwel meldingsplichtig moet worden gemaakt op grond van het omgevingsplan. In beginsel schrijft de instructieregel geen toets aan deze grenswaarde voor bij het wijzigen van het omgevingsplan. Omdat in dit geval sprake is van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bodemgevoelig gebouw, wordt in het onderstaande wél ingegaan op de vraag of aan de daarvoor geldende grenswaarden wordt voldaan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). De instructieregels schrijven ook voor dat met het omgevingsplan een basis wordt gelegd voor het nuttig toepassen van grond en baggerspecie.
Hiertoe moet met het omgevingsplan het ambtsgebied worden ingedeeld in bodemfunctieklassen. Deze indeling is onder het oude recht gemaakt in de gemeentelijke Nota bodembeheer. De daarin opgenomen bodemfunctieklassekaart en het gebiedsspecifieke beleid maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. 6.11.2 Onderzoek In het kader van de voorgenomen woningbouwontwikkeling is door WMR Rinsumageest bv een verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Rijksstraatweg 72–74 in Hurdegaryp. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit (bijlage 9). Uit het onderzoek blijkt dat in de bodem lokaal sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In eerdere onderzoeksfasen zijn sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aangetroffen. Omdat de loodverontreiniging destijds nog niet volledig was afgeperkt, is aanvullend nader onderzoek uitgevoerd (bijlage 10). Het doel van het nader bodemonderzoek was het inkaderen van de loodverontreiniging. Op basis van dit nadere onderzoek is vastgesteld dat de sterke loodverontreiniging zowel horizontaal als verticaal volledig is afgeperkt.
46/339
De hoeveelheid sterk met lood verontreinigde grond wordt op basis van het nader onderzoek geschat op circa 31 m³ (circa 62 m² tot een diepte van 0,5 m). Daarmee wordt het saneringscriterium van 25 m³ overschreden. De verontreiniging is historisch van aard (ontstaan vóór 1987) en houdt verband met de aanwezigheid van baksteenpuin in de bodem. Een risicobeoordeling is niet uitgevoerd, omdat de locatie zal worden herontwikkeld en de sanering daarmee kan worden gecombineerd. De aard van de verontreiniging (immobiel) en de aanwezigheid van een verhard oppervlak ter plaatse maken dat geen sprake is van actuele risico’s voor mens of milieu. Daarnaast is een eerste inspectie uitgevoerd op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Omdat slechts een beperkte inspectie is uitgevoerd, wordt tijdens toekomstige graaf- of saneringswerkzaamheden alertheid gevraagd op mogelijke asbestvondsten. In opdracht van de Fumo is onderzoek verricht naar het voorkomen van PFAS in de provincie Fryslân. Het onderzoek is uitgevoerd door Antea Group (23 januari 2020, projectnummer 0457469.100). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gemiddelde gehalten aan PFAS in Fryslân lager of gelijk zijn aan de door het ministerie vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden. Hiermee is grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart weer mogelijk.
Voor de onderzoekslocatie zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. 6.11.3 Vervolgonderzoek en te treffen maatregelen Voor de verdere planuitwerking zijn nog aanvullende bodemwerkzaamheden nodig. Het betreft: Saneringsmaatregelen: De aangetroffen loodverontreiniging wordt verwijderd en/of geïsoleerd tot minimaal bodemkwaliteitsklasse Wonen. Saneringsplan: Op basis van het uitgevoerde nader onderzoek wordt een saneringsplan opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag. Uitvoering: De sanering wordt uitgevoerd door een erkende aannemer (BRL SIKB 7000) onder milieukundige begeleiding van een erkend bureau (BRL SIKB 6000). Meld- en informatieplicht: De sanering en eventueel grondverzet worden vooraf gemeld via het Omgevingsloket, conform de artikelen 3.2.22 en 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Asbestalertheid: Tijdens de uitvoering van bodemwerkzaamheden wordt alert omgegaan met mogelijke asbestvondsten. Indien nodig wordt aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd. Deze werkzaamheden worden voorbereid en uitgevoerd voordat de bouwfase start. De resultaten van het saneringsplan en de uitvoering worden betrokken bij de aanvraag voor de technische bouwactiviteit.
6.11.4 Conclusie De bodemkwaliteit is voldoende in beeld gebracht voor deze BOPA-aanvraag.De aangetroffen verontreiniging is volledig afgeperkt en vormt geen belemmering voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling, mits de saneringsmaatregelen conform de geldende regelgeving worden uitgevoerd. De omgevingsvergunning kan daarom worden verleend onder de voorwaarde dat de sanering wordt uitgevoerd zoals beschreven.
47/339
6.12 Water 6.12.1 Toetsingskader Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl regels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. 6.12.2 Onderzoek Voor de beoogde woningbouwontwikkeling is via het platform hetwateradvies.nl een digitale watertoets uitgevoerd (bijlage 11) . Deze toets screent of het project invloed heeft op wateraspecten in het gebied, zoals waterkeringen, peilbeheer, oppervlaktewater, grondwater en riolering. De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een verhard perceel. Het bestaande verhard oppervlak neemt af, doordat een deel van het terrein wordt ingericht met tuinen.
Er is geen sprake van wijzigingen in peilbeheer, extra verharding, grondwateronttrekking of versnelde afvoer van hemelwater. Ook raakt het project geen waterkeringen of beschermingszones. Op basis van de ligging nabij waterobjecten is een korte procedure gevolgd, waarbij Wetterskip Fryslân een wateradvies heeft uitgebracht. Uit het wateradvies blijkt dat het project geen negatieve effecten heeft op het watersysteem, mits aan enkele aandachtspunten wordt voldaan: Aanleghoogte: Het maatgevende boezempeil (MBP 1/100 jaar) voor de locatie is 0,00 m NAP. De bestaande bebouwing heeft een vloerpeil van circa 1,20 m NAP. Als dit wordt aangehouden voor de nieuwe woningen, is dit volgens het waterschap ruim voldoende voor waterveiligheid en drooglegging. Compensatie verharding: Doordat het verhard oppervlak in de nieuwe situatie afneemt, geldt formeel geen compensatieplicht. Wel wijst het waterschap op het feit dat de directe omgeving gevoelig is voor wateroverlast. Daarom wordt geadviseerd om toch waterberging op het terrein op te nemen, bijvoorbeeld via een wadi of infiltratievoorziening. Bij de bouwfase en verdere technische uitwerking wordt bekeken welke maatregelen mogelijk en passend zijn. Indien nodig, worden deze afgestemd met het waterschap. Water vasthouden op eigen terrein: In lijn met de Omgevingswet ligt de zorgplicht voor hemelwater bij de perceeleigenaar.
Het waterschap adviseert om waar mogelijk regenwater vast te houden of lokaal te infiltreren, voordat het wordt afgevoerd naar het gemeentelijk riool of oppervlaktewater. Indien bij de verdere uitwerking van het project alsnog maatregelen worden getroffen die invloed hebben op
48/339
het watersysteem, geldt dat moet worden voldaan aan de geldende normen van Wetterskip Fryslân, waaronder een compensatie-eis van 10% bij toename van verharding in poldergebied. In dit geval is daarvan echter geen sprake. 6.12.3 Te treffen maatregelen Omdat er geen ingrepen zijn die het watersysteem verstoren, zijn geen maatregelen nodig. 6.12.4 Conclusie De belangen van het Waterschap worden in het project voldoende geborgd.
6.13 Trillingen 6.13.1 Toetsingskader Volgens artikel 5.83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij nieuwe ontwikkelingen rekening worden gehouden met trillingen in ruimtes van trillingsgevoelige gebouwen. Een trillingsgevoelig gebouw wordt bepaald door de functie, zoals wonen, onderwijs, kinderopvang en zorg. Gemeenten bepalen of zij ook andere gebouwen of locaties tegen trillingen beschermen. Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Deze regel geldt voor alle activiteiten die trillingen kunnen veroorzaken, behalve voor wonen. Artikel 5.86 van het Bkl stelt dat aan deze eis wordt voldaan als standaardwaarden voor continue en herhaalde trillingen worden opgenomen in het omgevingsplan. In § 5.1.4.4 van het Bkl staan de regels voor trillingen. Dit gaat onder meer over trillinggevoelige gebouwen waarbij trillingen van 1 tot 80 Hz door een activiteit kunnen ontstaan. Deze regels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. In deze gevallen mogen gemeenten zelf bepalen of en welke regels zij voor trillingen opnemen in het omgevingsplan, zodat functies evenwichtig worden toegewezen. Voor het beoordelen van trillingen kan de SBR-richtlijn of de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.
De Bkl-regels gelden wel als in het omgevingsplan een trillingsaandachtsgebied langs het spoor is vastgesteld, maar dit is nu nog niet het geval.
49/339
6.13.2 Onderzoek Trillingshinder door spoorverkeer Ten noorden van het projectgebied ligt de spoorlijn Groningen–Leeuwarden. Voor woningen langs het spoor gelden geen instructieregels. Wel moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 van de Omgevingswet) worden beoordeeld of sprake is van mogelijke trillingshinder. Bij dergelijke beoordelingen wordt doorgaans de Meet- en Beoordelingsrichtlijn deel B: Hinder voor personen in gebouwen (SBR-richtlijn, 2006) toegepast. In het algemeen geldt dat binnen een afstand van 100 meter van het spoor het risico op trillingshinder moet worden onderzocht. In sommige situaties wordt geadviseerd om deze zone uit te breiden tot 250 meter, afhankelijk van lokale omstandigheden. Deze afwegingen zijn beschreven in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. In dit geval ligt het projectgebied op een afstand van ruim 400 meter van de spoorlijn Groningen–Leeuwarden. Daarmee ligt het ruim buiten het voorgestelde onderzoeksgebied. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat het spoor geen onaanvaardbare trillingshinder veroorzaakt voor de voorgenomen woningen. 6.13.3 Te treffen maatregelen Er zijn geen maatregelen nodig tegen trillingshinder. 6.13.4 Conclusie Trillingshinder vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling en het gebruik van het projectgebied.
6.14 Duurzaamheid 6.14.1 Toetsingskader De Omgevingswet biedt geen specifiek toetsingskader voor duurzaamheid. Wel is duurzaamheid een belangrijk thema waar gemeenten bij het opstellen van hun omgevingsplan rekening mee moeten houden. Duurzaamheid is een breed begrip dat verschillende aspecten omvat, zoals de energietransitie, mobiliteit en hergebruik van materialen. Voor klimaatadaptatie gelden de nationale afspraken, met als doel dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Nieuwe ontwikkelingen kunnen bijdragen aan dit doel.
50/339
6.14.2 Onderzoek De ontwikkeling in Hurdegaryp draagt op bescheiden wijze bij aan duurzaamheid. De bestaande, verouderde bebouwing maakt plaats voor nieuwe woningen die voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit en BENG-normen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Dit betekent dat de woningen energiezuinig worden gebouwd. Daarnaast wordt het verhard oppervlak deels vervangen door tuinen. Dat helpt om regenwater beter vast te houden in de bodem en vermindert risico’s op wateroverlast. Hiermee wordt ook bijgedragen aan een klimaatbestendige inrichting van het dorp. Hoewel er op deze locatie geen alternatieve energieconcepten kunnen worden toegepast, wordt bij de verdere uitwerking van het plan aandacht gevraagd voor eenvoudige duurzame maatregelen, zoals het toepassen van waterdoorlatende bestrating of het faciliteren van regentonnen. Deze maatregelen zijn relatief laagdrempelig en kunnen bijdragen aan een prettige, groene leefomgeving. 6.14.3 Conclusie Het project voldoet aan de landelijke duurzaamheidseisen. Verdere uitwerking volgt in het bouwproces.
6.15 Gezondheid 6.15.1 Toetsingskader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Gezondheid en omgevingskwaliteit zijn nauw met elkaar verbonden: beide zijn van invloed op het dagelijks functioneren en het welzijn van mensen. De wet stelt dat bij het opstellen van regels en het beoordelen van ruimtelijke ontwikkelingen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), in ieder geval rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Dit maakt gezondheidsbescherming tot een vast onderdeel van de toetsing bij nieuwe ontwikkelingen. Naast het beschermen van de gezondheid kunnen ruimtelijke ontwikkelingen ook bijdragen aan het bevorderen ervan. Dit kan bijvoorbeeld door ruimte te creëren voor groen, beweging, ontmoetingsplekken, gezonde mobiliteit en aanpassingen aan het klimaat. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn hierover geen instructieregels opgenomen. Gemeenten hebben de vrijheid om zelf beleid te maken dat gericht is op het bevorderen van gezondheid bij nieuwe ontwikkelingen.
6.15.2 Beoordeling Beoordeling bescherming gezondheid De bescherming van de gezondheid is beoordeeld op basis van verschillende omgevingsaspecten, zoals bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder en omgevingsveiligheid. Uit de toetsing blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de gezondheid. Voor geen van deze aspecten worden normen overschreden. Er zijn dan ook geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Aanvullende maatregelen
51/339
ter bescherming van de gezondheid zijn niet nodig. Beoordeling bevorderen gezondheid De voorgenomen woningbouwontwikkeling is een kleinschalig project. Daarom wordt het aspect gezondheid beoordeeld naar de aard en omvang van het plan. De ontwikkeling draagt in beperkte mate bij aan een gezonde leefomgeving en leidt niet tot verslechtering. De gemeente Tytsjerksteradiel streeft ernaar om bij grotere projecten het thema gezondheid meer nadruk te geven. Toch draagt dit plan op enkele punten bij aan gezondheidsbevordering. Een verouderd terrein wordt herontwikkeld tot een woongebied met ruimte voor tuinen en groen. Dit zorgt voor een prettiger en gezonder woonklimaat. Daarmee sluit het initiatief aan bij de bredere doelstelling van de gemeente om bij te dragen aan een gezonde en leefbare omgeving, ook bij kleinere ontwikkelingen.
6.15.3 Conclusie Bij deze ontwikkeling is bewust rekening gehouden met het belang van gezondheid. Zowel de bescherming van de gezondheid als de bevordering ervan zijn meegenomen in de beoordeling. Daarmee wordt voldaan aan de doelen van de Omgevingswet voor een veilige en gezonde leefomgeving.
52/339
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Financieel economische aspecten
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn; en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
7.2
Kostenverhaal
Bij de bouw of verbouwing van een woning, bedrijfspand of ander gebouw moet in veel gevallen een bijdrage worden betaald aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage – het zogenoemde kostenverhaal – is bedoeld voor onder andere het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van woningen. Dit is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangemerkt als een kostenverhaalplichtige activiteit. Volgens artikel 13.12 van de Omgevingswet mogen dergelijke activiteiten pas worden uitgevoerd nadat de bijbehorende kostenverhaalbijdrage is betaald, tenzij het kostenverhaal op een andere manier is verzekerd. In dit geval is het kostenverhaal privaatrechtelijk verzekerd via een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de vergoeding van ambtelijke kosten, het aanleggen van toegangswegen, het bouw- en woonrijp maken van het gebied en de kosten van de ruimtelijke procedure. Een deel van het parkeren wordt opgelost in de openbare ruimte, op het plein naast de winkel. Dit plein wordt momenteel weinig en inefficiënt gebruikt. In een nader uit te werken plan zal worden vastgelegd hoe dit plein zodanig wordt ingericht dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft.
De kosten hiervoor zijn voor rekening van initiatiefnemer en zijn eveneens geregeld in de anterieure overeenkomst. Door deze afspraken is het kostenverhaal verzekerd en wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Er hoeven daarom geen regels over kostenverhaal te worden opgenomen in het omgevingsplan. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar.
7.3
Nadeelcompensatie
De eventuele nadeelcompensatie komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dit is vastgelegd in een nadeelcompensatie overeenkomst.
53/339
Hoofdstuk 8 8.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, zowel kwalitatief als kwantitatief nader onderzocht in deze onderbouwing.
8.2
Conclusie
Op basis van de onderzochte relevante aspecten kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. De omgevingsvergunning voor 13 woningen aan de Rijksstraatweg 72-74 in Hurdegaryp kan worden verleend. Voor de noordelijke uitrit op de Rijksstraatweg wordt een uitritvergunning aangevraagd.
54/339
Bijlagen
55/339
56/339
Bijlage 1
57/339
Inrichtingsplan NEEF!
95
97
2810 4,7 m²
110
2810
4,7 m²
Hal
2810
0.01 nedal
0.01
nedal
Rm
Toilet 0.02
1090Rm
neleops
Keuken
1090
Toilet
Keuken 0.03
0.03
laden
Appartement BVO = 78 m²
laden
10,4m²
Keuken
1,2m²
10,4m²
0.02
10,4m²
spoelen
0.02
Keuken
2810
0.01 nedal
spoelen
0.03
nekok
koken
4,7 m²
Hal
laden
0.03
nedal
laden
Appartement BVO = 78 m² nedal
1,2m²
Toilet
0.02
Toilet
nekok
1,2m²
10,4m²
Rm
1090
1,2m²
laden
koken
Toilet
laden
1090
Appartement BVO = 78 m²
10,4m²
Keuken
0.03
nedal
2810
neleops
2810
1090Rm
Hal
Toilet
0.02
4,7 m²
1,2m²
laden
1,2m²
0.01 spoelen
Rm
Hal
nedal
nedal
0.01
Appartement BVO = 78 m²
Hal
Hal 0.01
4,7 m²
4,7 m²
laden
laden
0.02
1090Rm
neleops
10,4m²
Keuken
koken
0.03
9000
nedal
nekok
24,7m²
er
Woonkam 0.04
24,7m²
Woonkam
er
24,7m²
24,7m²
Woonkam
0.04
Woonkam
0.04
er
2741
er
0.04
24,7m²
Woonkam er 0.04
24,7m²
Woonkam
er
430
0.04
72-74
m² kavel 93
A 8007 kavel 15
2 m²
nekok
neleops
82
²m7,42
0901
mR
10.0
laH
²m 7,4
remakno 40.0 oW
nedal
80-80B
78-78B
A 3538
30.0
nedal
A 3538
nekueK
²m4,01
0182 nedal
kavel 92 m² kavel 97 m²
kavel 95 m² kavel 95 m²
recht van overpad
20.0
²m2,1
telioT
5828
86
A 6991 0.02
Toilet
1,2m²
A 6991 0.01
Hal
4,7 m²
8 m²
koken
laden
spoelen
laden
laden
Rm
1090
kavel 11
0.04
Woonkam
24,7m²
0.03
Keuken
10,4m²
2810
er
A 8021
nedal
nekok
neleops
nedal
remakno 40.0 oW
nedal
30.0
²m4,01
nekueK
0182
²m7,42
0901
mR
10.0
laH
²m 7,4
kavel 141
m²
kavel 18
6 m²
20.0
²m2,1
telioT 0.02
Toilet
1,2m²
0.01 spoelen
laden
laden
laden
1090
Rm
koken
Hal
4,7 m²
0.04
Woonkam er
24,7m²
0.03
Keuken
10,4m²
2810
0.02
Toilet
1,2m²
A 4732 Locatie Neef te Hurdegaryp
0.01
kavel 113 koken
spoelen
laden
Rm
1090
remakno 40.0 oW
laden
Hal
4,7 m²
laden
kavel 11 3 m² kavel 11 3 m²
A 8020
0.04
Woonkam er
24,7m²
0.03
Keuken
10,4m²
2810
kavel 11
m²
Harns Invest
0.04
Woonkam
24,7m²
8 m²
er
A 4990
Opdrachtgever
A 3541
ontwerpstudie
A 6993 A 6993
Onderwerp
koken
koken
0901
mR
20.0
telioT ²m2,1
laden
Toilet
1090
1,2m²
Rm
Keuken
10,4m²
10.0
laH ²m 7,4
A 8137
0.01
Hal 4,7 m²
23177-A14-02
laden
t
0.03
laden laden
Afvalpun
0182
A 8138
0.02 laden
spoelen
spoelen
²m4,01
onderzoek en studie
laden
30.0
nekueK
2810
1:200 08-10-2025 ..-..-.... BB/RS
A 6176
5 parkeerplaatsen 5
23177
²m7,42
INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 BERKLAAN 2
| 8 2 6 2 B K K A M P E N | 0519-295665
ADEMA ARCHITECTEN
Blad / formaat A2 Schaal
2A
Datum Gewijzigd Getekend / Gezien
Bijlage 2
59/339
Ontwerpen woningen
9825 + P
9825 + P
80KM
80KM
80KM
80KM
6250 + P
6250 + P
PEIL
PEIL
Voor aanzicht
Achter aanzicht
334
9825 + P
/amw regord
1500+ ;xobeitalitneV
+0062
2600+
PW
+0051
Ventilatiebox;
wma/ droger
/amw regord
1500+
wma/ droger
Ventilatiebox;
+0062
2600+
WP
2.01
redloZ
Zolder
OBG 7,72
27,7 GBO
02
1x
38x120
2600+
PW
10.2
6250 + P
Ventilatiebox;
wma/ droger WP
10.2
2.01
redloZ
Zolder
OBG 7,72
83
270
1500+ ;xobeitalitneV
43°
+0051
Kleuren en materialen
WP
2.01
Zolder 27,7 GBO
balustrade
3000 + P +0062
2600+ maarkaD
+0051
maar etsleddim ed tem dnjilegtiU
+0062
2600+
Dakraam
811x87
Uitgelijnd met de middelste raam
78x118
78x118
2600+
maarkaD 1500+
+0051
maar etsleddim ed tem dnjilegtiU
Dakraam
78x118
811x87
Uitgelijnd met de middelste raam
811x87
811x87
Dakraam 78x118
78x118
Uitgelijnd met de middelste raam
78x118
1500+
1500+
PEIL
0045
5400
0045
330
5400
9200
Zij aanzicht
310
Principe doorsnede
Tweede verdieping
1
40.0
0.04
remaknooW
40.0
Woonkamer
²m7,42
0.04
remaknooW
24,7m²
²m7,42
Woonkamer
24,7m²
24,7m² 50.1 ²m1,7
1.05
50.1
Badkamer
remakdaB
7,1m²
²m1,7
20.1
1.02
1 remakpaalS
Slaapkamer 1 14,4m²
9000
²m4,41
10.1
Rm
laden
Keuken 10,4m²
nekueK ²m4,01
spoelen
0901
telioT
Toilet
²m2,1
1,2m²
mR
1090 Rm
laden
0.03
0.02
Keuken
Toilet
10,4m²
1,2m²
1090 Rm
laden
1090
0.03
0.02
Keuken 10,4m²
laden
Hal
²m 7,4
4,7 m²
laden
laH
laden
2810
0182
10.0
0.01
laH
Hal
²m 7,4
4,7 m²
0.01
laden
0.01
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
²m3,3
Locatie Neef te Hurdegaryp Harns Invest
1.01
Overloop
Overloop
3,3m²
3,3m²
mR
1.03
2 remakpaalS
Slaapkamer 2
²m2,11
11,2m²
3 remakpaalS
2810
Hal 4,7 m²
Rm
1.04
Slaapkamer 3 5,2m²
30.1
1.03
2 remakpaalS ²m2,11 40.1
3 remakpaalS ²m2,5
1.03
Slaapkamer 2
Slaapkamer 2
11,2m²
11,2m²
1.04
1.04
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
Opdrachtgever
Slaapkamer 3
Slaapkamer 3
5,2m²
5,2m²
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 31,8 m² GBO 123,6 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Onderwerp
onderzoek en studie
A19-01 1:100 24-07-2025 ..-..-.... BB/RS
Eerste verdieping Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
23177
Rm
2810
Begane grond Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
14,4m²
laden
0182
10.0
Slaapkamer 1
14,4m²
ontwerpstudie pleinblok 30.1
²m2,5 laden
1.02
Slaapkamer 1
1.01
poolrevO
Rm
40.1
laden
1,2m²
spoelen
Toilet
²m2,1
20.0
spoelen
telioT
30.0
spoelen
laden
0901 mR
laden
spoelen
laden
0.03
0.02
10.1
1.02
laden
koken
²m4,01
koken
20.0
7,1m²
koken
laden
nekueK
koken
Badkamer
7,1m²
20.1
3,3m²
mR
1.05
Badkamer
²m4,41
Overloop
²m3,3
1.05
1 remakpaalS
1.01
poolrevO
koken
2
0.04
Woonkamer
remakdaB
30.0
9230
- Kader rondom de kozijnen: geschilderde steen ral 9016, 20 mm verdiept. Overige witte steen ook geschilderd met 9016 - Roeden op het glas, niet in het glas - Zijgevel: Dakoverstek / windveer met omgelegde dakpan. Windveer zo smal mogelijk detailleren - Topgevel tpv langsgevel: windveer zonder omgelegde dakpan - Dakgoot/windveer: Wit, Ral 9016 - Kozijnkleur: Zwart grijs: Ral 7021 - Deur: Kleur: Rood/bruin RAL 8029 - Steen: Caprice - Telica. - Voeg: verdiept met 15 mm! Kleur: zwart: megamix kleur 3033 / Remix 300 - Dakpan: Wienerberger: alegra-12-vulkaanzwart-edel-engobe - Betonnen afdekker onder de ramen: Zwart/antraciet die zoveel mogelijk in de buurt komt van het kozijn - HWA: Zink - Garage deur: Zwart grijs: Ral 7021 - Stalen lateien: RAL 8015 (overeenkomstig met de kleur van de steen) - Stalen latei: tpv wit geverfde steen: Ral 9016 - Buitenbergingen: zwart hout, verticale gevelbekleding, kunstof ook mogelijk
INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 BERKLAAN 2
| 8 2 6 2 B K K A M PE N | 0519-295665
ADEMA ARCHITECTEN
Blad / formaat A1 Schaal Datum Gewijzigd Getekend / Gezien
9825 + P
9825 + P
80 KM
43°
80KM
6250 + P
021
x83
38x120
270
6250 + P
3000 + P
PEIL
PEIL
Voor aanzicht
Achter aanzicht
Principe doorsnede 1
Zij aanzicht
9230
310
2
Kleuren en materialen
40.0
0.04
remaknooW
Woonkamer
²m7,42
24,7m² 50.1
remakdaB ²m1,7
1.05
Badkamer
+0051
7,1m²
1500+ ;xobeitalitneV
/amw regord
wma/ droger
Ventilatiebox;
+0062
2600+
PW 20.1
WP
1.02
1 remakpaalS
Slaapkamer 1
²m4,41
14,4m²
10.2
2.01
redloZ
Zolder
9000
OBG 7,72
10.1
1.01
poolrevO
Overloop
²m3,3
3,3m²
mR koken
koken
0901
telioT
Toilet
²m2,1
1,2m²
mR
0.03
0.02
1090 Rm
laden
Keuken spoelen
20.0 spoelen
2600+
laden
²m4,01
Rm
+0062
laden
30.0
nekueK
27,7 GBO
10,4m²
30.1
2 remakpaalS
Slaapkamer 2
²m2,11
11,2m² 40.1
laden
3 remakpaalS ²m2,5
0182
10.0
0.01
laH
Hal
²m 7,4
4,7 m²
+0051
maar etsleddim ed tem dnjilegtiU
Dakraam
811x87
78x118
78x118
811x87
Uitgelijnd met de middelste raam
1.04
1500+
Slaapkamer 3 5,2m²
laden
laden
maarkaD
1.03
- Kader rondom de kozijnen: geschilderde steen ral 9016, 20 mm verdiept. Overige witte steen ook geschilderd met 9016 - Roeden op het glas, niet in het glas - Zijgevel: Dakoverstek / windveer met omgelegde dakpan. Windveer zo smal mogelijk detailleren - Topgevel tpv langsgevel: windveer zonder omgelegde dakpan - Dakgoot/windveer: Wit, Ral 9016 - Kozijnkleur: Zwart grijs: Ral 7021 - Deur: Kleur: Rood/bruin RAL 8029 - Steen: Caprice - Telica. - Voeg: verdiept met 15 mm! Kleur: zwart: megamix kleur 3033 / Remix 300 - Dakpan: Wienerberger: alegra-12-vulkaanzwart-edel-engobe - Betonnen afdekker onder de ramen: Zwart/antraciet die zoveel mogelijk in de buurt komt van het kozijn - HWA: Zink - Garage deur: Zwart grijs: Ral 7021 - Stalen lateien: RAL 8015 (overeenkomstig met de kleur van de steen) - Stalen latei: tpv wit geverfde steen: Ral 9016 - Buitenbergingen: zwart hout, verticale gevelbekleding, kunstof ook mogelijk
2810
Locatie Neef te Hurdegaryp Harns Invest
Eerste verdieping
Begane grond Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Tweede verdieping 0045
23177 Opdrachtgever
5400
ontwerpstudie zuidblok
Onderwerp
onderzoek en studie
A19-02 1:100 24-07-2025 ... BB/RS INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 BERKLAAN 2
| 8 2 6 2 B K K A M PE N | 0519-295665
ADEMA ARCHITECTEN
Blad / formaat A1 Schaal Datum Gewijzigd Getekend / Gezien
9825 + P
80KM
80KM
80KM
80KM
6250 + P
3000 + P
PEIL
Rijksstraatwegzijde Voor aanzicht
Achter aanzicht
1600
9825 + P
43°
6250 + P 1500+
+0051
Ventilatiebox;
wma/ droger ;xobeitalitneV
2600+
/amw regord
WP
270
Ventilatiebox;
wma/ droger
1500+
2600+
2600+
WP
;xobeitalitneV
x83
1500+
wma/ droger
Ventilatiebox;
+0051 2600+
+0062
1500+
Ventilatiebox;
wma/ droger
021 38x120
WP
WP
/amw regord
+0062 2.01
PW
PW
2.01
Zolder
2.01
Zolder
27,7 GBO
2.01
Zolder 27,7 GBO
Zolder 10.2
10.2
redloZ
redloZ
OBG 7,72
OBG 7,72
balustrade
balustrade
2600+ 2600+ +0062
2600+
2600+
Dakraam Uitgelijnd met de middelste raam
78x118
+0062
Dakraam 78x118
Dakraam
78x118
811x87
Uitgelijnd met de middelste raam
1500+
Uitgelijnd met de middelste raam
78x118
811x87
1500+
1500+
+0051
maarkaD
Uitgelijnd met de middelste raam
811x87
78x118
maar etsleddim ed tem dnjilegtiU
78x118
1500+
maarkaD +0051
maar etsleddim ed tem dnjilegtiU
811x87
78x118
78x118
9200
Zij aanzicht
310
Principe doorsnede
9230
1
Tweede verdieping
5400
5400
5400
C
B
0045
110
0045
2
2810
nedal
5,2m²
Toilet
1090
neleops
0.02
0.03 laden
10,4m²
Keuken
1.05
0.03
Badkamer 50.1
nedal
koken
1.05
Badkamer
Badkamer
7,1m²
7,1m²
50.1
remakdaB
remakdaB
²m1,7
²m1,7
nekok
Toilet
1090
10,4m²
Keuken
0.02
Rm
1,2m²
Toilet
1090
10,4m²
Keuken
0.02
0.03 laden
0.03
nekok
1.02
1.02
Slaapkamer 1
Slaapkamer 1
14,4m²
1.02
9000
20.1
1 remakpaalS
1 remakpaalS
²m4,41
²m4,41
1.01
1.01
Overloop
3,3m²
3,3m²
Overloop
Rm
poolrevO
10.1
Harns Invest
poolrevO
Rm
²m3,3
²m3,3
mR
1.03
Slaapkamer 2 24,7m²
Woonkamer
0.04
0.04
Woonkamer
11,2m²
30.1
2 remakpaalS
30.1
2 remakpaalS 1.04
²m2,11
²m2,11
1.04
1.04
Slaapkamer 3
Slaapkamer 3
5,2m²
5,2m²
ontwerpstudie Rijkstraatweg
40.1
5,2m²
40.1
3 remakpaalS
3 remakpaalS
²m2,5
²m2,5
24,7m²
Woonkamer
Woonkamer
0.04
0.04
430
A19-03
Begane grond Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
1:100 24-07-2025 ... BB/RS
Eerste verdieping Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
48,1 m² GBO 48,1 m² GBO 31,0 m² GBO 127,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 31,8 m² GBO 123,6 m² GBO
Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Totaal
Onderwerp
onderzoek en studie
Slaapkamer 3
24,7m²
0.04
Woonkamer
Slaapkamer 2 11,2m²
1.05
0.04
24,7m²
24,7m²
Opdrachtgever
1.03 7,1m²
11,2m²
Badkamer
Slaapkamer 2
Woonkamer
23177
mR
1.03 24,7m²
Locatie Neef te Hurdegaryp
Rm
1.02
3,3m²
10.1
1.01
Overloop 14,4m²
14,4m²
20.1
14,4m²
Overloop
Slaapkamer 1
koken
1.01
koken
7,1m²
Slaapkamer 1
Rm
1,2m² nekok
1.05
3,3m²
Keuken
laden
1,2m²
Rm
10,4m²
0.02
nedal spoelen
Rm
0.03
1090
spoelen
Toilet
0.03 nedal
Keuken
1,2m²
0.01 0.02
Keuken
10,4m²
Slaapkamer 2
neleops
neleops
Rm
1.03
2810
4,7 m²
Hal
1090
1090
0.02
laden
10,4m²
Rm
11,2m²
2810
4,7 m² 0.01
Rm
nedal
Hal 1,2m²
Toilet
spoelen
laden
0.01
Slaapkamer 3
laden
Toilet
nedal
Hal
1.04
nedal
nedal
1,2m²
2810
0.01
laden
laden
2810
4,7 m²
4,7 m²
laden
nedal
0.01
Hal
0.01
Hal
4,7 m²
Hal
2810
4,7 m²
45,9 m² GBO 45,9 m² GBO 27,7 m² GBO 119,5 m² GBO
INFO@ADEMA-ARCHITECTEN.NL VLEESMARKT 7 | 9101MH DOKKUM | 0519-295665 OOSTERKADE 1 | 9711RS GRONINGEN | 050-2073141 BERKLAAN 2
| 8 2 6 2 B K K A M PE N | 0519-295665
ADEMA ARCHITECTEN
Blad / formaat A1 Schaal Datum Gewijzigd Getekend / Gezien
Bijlage 3
63/339
Participatieverslag
PARTICIPATIEVERSLAG Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Aanleiding 3. Participatieproces 3.1 Doelstelling en participatieniveau 3.2 Participatieaanpak en participatieniveau 4. Input en verwerking in het plan 5. Website www.oudneef.nl 6. Conclusie van het participatieproces
1. Inleiding Dit participatieverslag geeft een overzicht van het participatieproces rondom de herontwikkeling van de locatie Rijksstraatweg 72-74 in Hurdegaryp, waarop zich thans de winkellocatie van het voormalige Meubelcentrum Neef en de Sportschool FIT! FRYSLAN bevinden. Het ontwikkelplan wordt aangeduid als het project “OUD-NEEF”. In dit verslag wordt beschreven op welke wijze belanghebbenden zijn betrokken bij de planvorming en welke invloed hun inbreng heeft gehad op de uiteindelijke ontwikkeling. 2. Aanleiding Aan de Rijksstraatweg 72-74 in Hurdegaryp bevindt zich een bedrijfspand waarin in het verleden (vanaf de zestiger jaren) Meubelcentrum Neef was gevestigd. Na de bedrijfsbeëindiging van Meubelcentrum Neef is de voormalige winkelruimte tijdelijk in gebruik bij een partij die zich toelegt op uitverkoop van bedden en meubels. In het bedrijfspand bevindt zich verder op dit moment nog de lokale sportschool. De sportschool blijft behouden voor Hurdegaryp en zal verhuizen naar de ruimte van de huidige bibliotheek van Hurdegaryp. Initiatiefnemer OWC Harns Invest-Kuin B.V. (verder: “OWC”) is een samenwerkingsverband tussen Harns Invest Projects B.V., een in Leeuwarden gevestigde projectontwikkelaar en Kuin Vastgoedontwikkeling B.V., gevestigd te Bovenkarspel.
OWC is voornemens het bedrijfspand te slopen en op het perceel een 13-tal grondgebonden eengezinswoningen te realiseren. Deze ontwikkeling draagt bij aan de woonopgaaf van de gemeente Tytsjerktsteradiel en de kwaliteit van het historisch centrum van Hurdegaryp als woongebied. De voorgenomen herontwikkeling is in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerktsteradiel. Binnen de geldende bestemming “Detailhandel-2” zijn de beoogde functies niet toegestaan en de bouwhoogte en goothoogte overschrijden de
bestaande planologische kaders. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. In het kader van een zorgvuldige planvorming en in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingswet is een participatietraject opgezet.
3. Participatietraject 3.1
Doelstellingen participatie en participatieniveau
De participatie had als doel: -
-
Het tijdig en helder informeren van belanghebbenden over de aard, reikwijdte en planning van de voorgenomen herontwikkeling; Het actief betrekken van de directe omgeving, met specifieke aandacht voor de belangen van ondernemers en bewoners, om zorgen en aandachtspunten vroegtijdig in beeld te brengen;
Het participatietraject had in het onderhavige project een sterk informatief karakter. Dit gezien het feit dat, gelet op de visie van de gemeente op de op de planlocatie gewenste bebouwing en hetgeen financieel-economisch op deze locatie überhaupt realiseerbaar bleek, het woonprogramma van 13 woningen en het woningtype al vaststond. De gekozen aanpak sloot aan bij de aard en schaal van het project en was gericht op het creëren van transparantie en zo nodig voor wederzijds begrip. 3.2
Participatieaanpak en activiteiten
In het participatiebeleid van de gemeente is een participatieladder opgenomen. In geval van een ontwikkeling als de onderhavige met een beoogd aantal wooneenheden van 13 is in beginsel sprake van een “groot plan” in de zin van genoemde ladder. In dat kader: a. Is in een eerste stap het plan in zijn toenmalige fase op 15 april 2025 gepresenteerd tijdens de openbare jaarvergadering van de Vereniging Dorpsbelangen in het Maskelyn in Hurdegaryp. De agenda van de jaarvergadering met de aankondiging van de presentatie werd door Dorpsbelangen in Hurdegaryp vooraf breed gecommuniceerd. b. Zijn de bewoners van een 57-tal in de directe omgeving van het plangebied gelegen woningen en verder enkele bedrijven de kerk geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling (zie bijlage). Daarnaast zijn zij schriftelijk uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst op 8 mei 2025 in Hotel Van der Valk waarin het plan eveneens werd gepresenteerd. Naast het stellen van vragen, werd op 8 mei 2025 de gelegenheid geboden om eventuele opmerkingen, ideeën, problemen en oplossingen ten aanzien van het plan op een formulier te noteren.