CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Motivering BOPA behorende bij woningbouwplan Neef

RAAD IEPEN POADIUM (RD) 16 april 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Woningbouwplan ‘Neef’ te Hurdegaryp, adviesrecht BOPA (prosedureel)25.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

c. Is met de eigenaresse van Huidinstituut Marijke, gevestigd direct naast het plangebied, een persoonlijk gesprek gevoerd.

4. Input en de verwerking ervan in het plan De participatieactiviteiten hebben, behalve brede steun voor het plan, in feite niet tot enige in het plan te verwerken input geleid. Voor zover er sprake was van input, was deze hetzij van zeer algemene aard en niet relevant voor het plan of vormde deze anderszins geen aanleiding voor aanpassing van het plan. De input werd wel gedocumenteerd in een verslag van de presentatie tijdens de algemene jaarvergadering van de Vereniging Dorpsbelangen en op door bezoekers van de inloopbijeenkomst in Hotel Van der Valk ingevulde formulieren. Tijdens de jaarvergadering van de Vereniging Dorpsbelangen werd met betrekking tot het plan een drietal vragen gesteld, te weten: -

Waarom werd er niet gekozen voor een “knarrenhof”? Waarom zijn er in het plan überhaupt 20 parkeerplaatsen nodig? Worden de toekomstige bewoners geïnformeerd over de jaarlijkse kermis op het plein?

De enige kritische opmerking met betrekking tot het gepresenteerde plan van een van de aanwezigen was, dat hij het in zijn algemeenheid niet eens was met het feit dat heden ten dage nog wordt toegestaan om parkeerbehoefte geheel of gedeeltelijk op te lossen in openbare ruimte. Deze aanwezige was het niet eens met de vijf parkeerplaatsen die volgens het plan op het grasveld aan de zuidzijde van het plangebied is gesitueerd. Dit omdat schoolkinderen dan niet meer op het grasveld zouden kunnen spelen en andere omwonenden hun hond daar niet meer zouden kunnen uitlaten. De gestelde vragen werden volgens de aanwezigen voldoende beantwoord en naar de bezwaren tegen de locatie van de vijf parkeerplaatsen op het openbaar grasveld werd gekeken. Aan de zuidzijde van het grasveld bevinden zich al parkeerplaatsen die in de praktijk het benutten van het grasveld door schoolkinderen niet belemmeren en niet valt in te zien hoe dat met de geplande parkeerplaatsen – vanuit de school bezien – aan de andere zijde van een ca. 1.250 m2 groot grasveld, wel het geval zou kunnen zijn. Ook valt niet in te zien waarom door deze parkeerplaatsen de uitlaatmogelijkheden voor een hond in enige relevante mate zou kunnen worden beperkt. De inloopbijeenkomst op 8 mei 2025 werd slechts door de bewoners van een viertal uitgenodigde adressen en een vertegenwoordiger van de kerk bezocht.

Uit de gesprekken met de bezoekers bleek dat men zonder uitzondering positief staat tegenover het plan en slechts nog enkele verduidelijkende vragen had. Deze vragen werden volgens de bezoekers naar tevredenheid beantwoord. De eigenaresse van Olivia Dagbesteding, gevestigd aan de Rijksstraatweg 82 in Hurdegaryp vroeg om te letten op de veilige bereikbaarheid van de dagbesteding tijdens de bouw. Daarop werd aan haar medegedeeld dat de bouw

vanzelfsprekend zorgvuldig zou plaatsvinden en de daarbij betrokken partijen uiteraard aan de daaraan te stellen eisen op allerlei gebied dienen te voldoen. Voor het overige werd slechts gevraagd om eventuele nadere informatie via e-mail te kunnen ontvangen en werd in twee gevallen gevraagd om toezending van een hele oude foto van hun eigen huis die men in de presentatie ontdekte. Het persoonlijk gesprek met de eigenaresse van Huidinstituut Marijke verliep zeer prettig en leverde geen enkele op- of aanmerking over het plan.

5. Website www.oudneef.nl Op 8 mei 2025 is ook de website www.oudneef.nl live gegaan. Via deze website hebben geïnteresseerden de mogelijkheid een account aan te maken en zich aan te melden. Naar aanleiding van het live gaan van de website zijn er met betrekking tot de inhoud van het plan geen op- of aanmerkingen, dan wel vragen meer ontvangen.

6. Conclusie participatieproces De gekozen participatievorm is passend gebleken voor het plan. Het plan is in de omgeving zeer positief ontvangen en de participatie heeft daarmee bijgedragen aan een zorgvuldige transparante planvorming, een en ander in lijn met de doelstellingen en uitgangspunten van de Omgevingswet.

Leeuwarden, 24 juni 2025

Bijlage:

Uitgenodigde kring van uitgenodigde adressen

68/339

Bijlage 4

69/339

Mer-beoordeling

MER-BEOORDELING RIJKSSTRAATWEG 72-74 Hurdegaryp 11 juli 2025

1/18

DATUM KENMERK

11 juli 2025 20240879/216706/

PROJECT PROJECTLEIDER

BOPA Hurdegaryp Rijksstraatweg 72-74 drs G. van Halteren

OPDRACHTGEVER OWC Harns Invest – Kuin B.V PROJECTNUMMER 20240879 AUTEUR STATUS

2/18

Kim van den Bighelaar Concept Concept

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/18

INHOUD Samenvatting 1.

2.

3.

4.

4/18

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 6

Aanleiding Mer-beoordeling Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

7

2.1

Plaats van het project 2.1.1 Huidige situatie 2.1.2 Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden

7 7 8

2.2

Kenmerken van het project 2.2.1 Beoogde ontwikkeling 2.2.2 Bijzondere kenmerken

9 9 10

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

11 12 12 13 14 15 16 16 17 17

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Bodem Water Trillingen Ecologie Cultureel erfgoed Gezondheid

Conclusie

18

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Het initiatief is om 13 woningen te realiseren aan de Rijksstraatweg 72-76 te Hurdegaryp. Het is wenselijk hier 11 rijwoningen en 2 twee-onder-een-kapwoningen te realiseren op de locatie van voormalig wooncentrum NEEF!. De ontwikkeling is in strijd met het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is er een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit aangevraagd.

1.2

Mer-beoordeling

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3 bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in art. 11.10 Ob. Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie Figuur 1). De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (vormvrij, meestal een aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van het wijzigingsbesluit/omgevingsplan/ de vergunning. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk.

De beoogde ontwikkeling betreft in totaal de realisatie van 13 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een merbeoordeling noodzakelijk bij de aanvraag van een BOPA. De planontwikkeling is op grond van bovenstaande mer-beoordelingsplichtig bij de aanvraag van een BOPA. Deze aanmelingsnotitie bevat deze mer-beoordeling.

5/18

Figuur 1:Criteria mer-beoordeling op basis van Bijlage 3 Richtlijn 2011/92/EU

1.3

Leeswijzer

Deze aanmeldingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft in hoofdstuk 4 de voorlopige conclusie weer voor de mer-beoordeling.

6/18

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Het projectgebied bevindt zich in de gemeente Tytsjerksteradiel in de provincie Friesland. Het projectgebied wordt aan de noordkant begrensd door de Rijksstraatweg en aan de west- en zuidkant door de Van Weerden Poelmanstraat. Het projectgebied is kadastraal bekend als Hardegarijp A 4990, 3538, 6991 en 6993 en ligt gedeeltelijk op perceel 8213. Op onderstaande figuur is de plaats van het project gebied aangeven.

Figuur 2: Ligging van het projectgebied in het centrum van Hurdegaryp (Bron: Google Maps)

2.1.1 Huidige situatie en referentiestatus De projectlocatie is zo goed als volledig bebouwd. De bebouwing betreft een bedrijfspand, welke in 1971 is gebouwd. In het pand zijn momenteel een meubelzaak (Meubelcentrum Neef) en een sportschool (Fit Fryslân) gevestigd. De regels uit het voormalige bestemmingsplan Hurdegaryp, vastgesteld op 22 juli 2010, zijn van toepassing. In de geldende planologische regeling heeft de locatie de bestemming “Detailhandel-2”. Uit historische kaarten blijkt dat de locatie al lange tijd bebouwd is. De eerste bebouwing op deze plek is zichtbaar op kaarten uit de 19e eeuw. In de loop der jaren is het terrein meerdere keren ontwikkeld en aangepast. Het totale oppervlak van de locatie is ongeveer 1.960 m². De referentiesituatie vormt het uitgangspunt voor de beoordeling van de milieueffecten. Deze bestaat uit de huidige feitelijke situatie, aangevuld met autonome ontwikkelingen die zonder het voorgenomen project naar verwachting zullen plaatsvinden. Voor dit project is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie, aangezien er geen reeds vergunde of vastgestelde ontwikkelingen in of direct rondom het projectgebied bekend zijn.

7/18

2.1.2 Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de

Groote Wielen en ligt op circa 2,4 kilometer afstand van het projectgebied (zie onderstaande figuur).

Figuur 3: Natura-2000 gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2018)

Het projectgebied valt niet binnen een Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevind zich op 1,3 km afstand van de projectlocatie, zie onderstaande figuur. Ook is het projectgebied niet aangewezen als bijzonder (provinciaal of nationaal) natuurgebied of landschap.

8/18

Figuur 4: Natuutnetwerk Nederland (IPO,2022)

2.2

Kenmerken van het project

2.2.1 Beoogde ontwikkeling Met de ontwikkeling wordt de realisatie van 13 woningen beoogd (zie onderstaande figuur). Het project bestaat uit drie bouwblokken: ● Eén blok met 6 rijwoningen aan de noordzijde, ● Eén blok met 5 rijwoningen aan de westzijde, ● En een blok met 2 twee-onder-een-kapwoningen aan de zuidzijde. De woningen worden gebouwd op een compacte en groene kavel, met aandacht voor groen, parkeren en een goede ontsluiting. Er wordt een gezamenlijk afvalpunt aangelegd, en bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Uitgangspunt is geweest om de voorgevelrooilijn aan de Rijksstraatweg naar voren halen. Om de woningen in 1 rooilijn te krijgen zal een stuk gemeentegrond moeten worden overgedragen. De ontwikkelaar levert ook een klein beetje grond aan de gemeente. Het parkeren verandert daardoor naar langsparkeren, zoals de straat nu ook al is ingericht. Door de bebouwing in een carré vormige opzet te plaatsen is er voldoende ruimte voor de beoogde woningen. Een deel van de woningen beschikt over parkeerplaatsen op eigen terrein (zeven parkeerplaatsen) Het overige benodigde parkeren vindt plaats in de directe openbare ruimte (negen parkeerplaatsen).

9/18

Figuur 5: Ontwerp beoogde ontwikkeling 9 ADEMA architecten, 20240

2.2.2 Bijzondere kenmerken De voorgenomen activiteit kan kenmerken hebben die in het bijzonder in overweging genomen moeten worden. Onderstaand is per aspect weergegeven welke kenmerken de ontwikkeling heeft: Natuurlijke hulpbronnen van het gebied Er worden natuurlijke hulpbronnen gebruikt om de woningen te realiseren. Het gebied heeft geen natuurlijke hulpbronnen die eventueel gebruikt kunnen worden. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. De productie van afvalstoffen Er wordt een gezamenlijk afvalpunt aangelegd. De woningen worden energiezuinig gebouwd. Risico van zware ongevallen of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en de risico's voor de menselijke gezondheid Er wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen of technologieën voor de bouw of tijdens het gebruik van de woningen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. Wel worden woningen mogelijk gemaakt die kwetsbare objecten zijn. Daarom wordt dit aspect verder behandeld in de kenmerken van de milieueffecten.

10/18

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het projectgebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het projectvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op expert judgement/diverse onderzoeksrapporten/de informatie uit de motivering die voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie De ontwikkeling van 11 rijwoningen en 2 twee-onder-één-kapwoningen leidt op basis van CROW-kengetallen (publicatie 744) tot een verkeersgeneratie van circa 97 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De gemeente Tytsjerksteradiel is geclassificeerd als ‘niet-stedelijk’, en de locatie ligt in de ‘rest bebouwde kom’, wat meegenomen is in de berekening. De verwachte verkeersintensiteit ligt aanzienlijk lager dan de intensiteit die gepaard ging met de voormalige functies op de locatie (meubelzaak en sportschool). Daarmee is sprake van een afname van de verkeersdruk op de Rijksstraatweg en omliggende wegen. De verkeersveiligheid en oversteekbaarheid van de wegen blijven gewaarborgd. Ontsluiting Het projectgebied wordt goed ontsloten via twee kanten: vanaf de Rijksstraatweg aan de noordzijde en via de weg aan de zuidzijde, bij het parkeerplein. Vanuit deze twee toegangen loopt een centrale weg door het projectgebied, die de woningen en parkeerplaatsen ontsluit. De weg door het projectgebied wordt verbreed tot 5,70 meter, zodat verkeer goed kan passeren en hulpdiensten voldoende ruimte hebben. Ook wordt gebruikgemaakt van een recht van overpad aan de noordzijde van het projectgebied.

Parkeren Voor de 13 geplande woningen geldt, op basis van de CROW-publicatie 744 en de ligging in een ‘niet-stedelijk’ gebied binnen de ‘rest bebouwde kom’, een parkeerbehoefte van in totaal 20 parkeerplaatsen. Binnen het projectgebied worden 7 parkeerplaatsen gerealiseerd. Aanvullend worden 4 parkeerplaatsen aangelegd aan de Rijksstraatweg en 5 parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het projectgebied. In totaal worden er daarmee 15 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen of direct grenzend aan het projectgebied. Er resteert een tekort van 5 parkeerplaatsen ten opzichte van de volledige CROW-norm. In overleg met de gemeente Tytsjerksteradiel is overeengekomen dat dit tekort kan worden opgevangen in de openbare ruimte, specifiek op het aangrenzende parkeerplein bij de supermarkt. Dit plein wordt momenteel inefficiënt benut en biedt voldoende ruimte voor aanvullende parkeerfunctie, mits zorgvuldig wordt omgegaan met de ruimtelijke kwaliteit. De nadere uitwerking van deze parkeeroplossing maakt deel uit van het ontwikkelproces. De initiatiefnemer draagt de kosten voor eventuele aanpassing van het plein, conform afspraken die zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de gemeente. Conclusie De verkeersaantrekkende werking van 13 woningen is beperkt en lager dan de voormalige functies op de locatie.

De bestaande infrastructuur is voldoende robuust om de toename op te vangen zonder knelpunten voor verkeersveiligheid of doorstroming. Binnen het projectgebied en de directe omgeving worden in totaal 15 van de 20 benodigde parkeerplaatsen gerealiseerd. Het resterende tekort wordt in overleg met de gemeente opgevangen in de openbare ruimte. Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten voor verkeer en parkeren.

11/18

3.2

Geluid

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Met de ontwikkeling worden geluidsgevoelige gebouwen (woningen) mogelijk gemaakt. De beoogde woningen bevinden zich in het geluidsaandachtsgebied van de Rijkstraatweg, daarom is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd1. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen maximaal Lden = 58 dB bedraagt. Daarmee wordt de standaardwaarde voor gemeentelijke wegen (Lden = 53 dB) overschreden. De hoogste waarden doen zich voor aan de noordelijke gevels langs de Rijksstraatweg. De grenswaarde van Lden = 70 dB wordt echter nergens overschreden. Het gecumuleerde geluidniveau varieert tussen 33 en 58 dB Lden. Op basis van de RIVM-indicatie valt dit in de categorie ‘zeer goed’ tot ‘matig’. Voor indirecte effecten als gevolg van verkeersgroei is vastgesteld dat de toename ruim onder de drempelwaarde van 1,5 dB blijft, zodat geen relevante indirecte effecten optreden. Bij alle woningen is sprake van ten minste één geluidluwe gevel (≤ 53 dB), hetgeen van belang is voor gezondheid en wooncomfort. Omdat de standaardwaarde wordt overschreden, zijn mogelijkheden voor maatregelen onderzocht. Verlaging van de snelheid is niet mogelijk (huidige snelheid is 30 km/uur).

De vervanging van klinkerverharding door stil asfalt zou een reductie opleveren, maar is vanuit stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële overwegingen niet haalbaar. Het toepassen van geluidsschermen is gezien de beperkte ruimte evenmin uitvoerbaar. Daarmee zijn doelmatige bron- of overdrachtsmaatregelen niet beschikbaar. Het gezamenlijke geluidniveau (Lden = 58 dB) wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning en vormt de basis voor de vereiste gevelisolatie (minimaal GA;k = 25 dB).

Geluid door activiteiten De ontwikkeling maakt geen activiteit mogelijk met een relevante geluidsmissies. Wel worden geluidgevoelige functies (woningen) gerealiseerd. In de omgeving van de projectlocatie zijn geen geluidsbronnen aanwezig die leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting voor de nieuwe woningen. De nabijgelegen beautysalon heeft een functie zonder relevante geluidemissie. Hoewel op dat perceel ook detailhandel is toegestaan, is het perceel reeds omgeven door bestaande woningen; de komst van extra woningen verandert deze situatie niet wezenlijk. Aan de overzijde van de Rijksstraatweg liggen enkele bedrijven, maar ook deze bevinden zich reeds in een woonomgeving. De gebruiksruimte van deze bedrijven wordt door het plan niet beperkt. Conclusie De grenswaarde wordt niet overschreden en iedere woning beschikt over een geluidluwe gevel. Dit maakt dat de geluidbelasting in het project als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Door de komst van de woningen wordt de gebruiksruimte van bestaande bedrijven niet beperkt. Voor het aspect geluid zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.

3.3

Luchtkwaliteit

Het project voorziet in de realisatie van 13 woningen aan de Rijksstraatweg. Het projectgebied bevindt zich niet in een aandachtsgebied aangewezen voor stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10 en PM2.5). Met behulp van de NIBM-tool is aangetoond in welke mate de beoogde ontwikkeling effect heeft op de luchtkwaliteit. Aan de hand van de verkeersgeneratie van 97 mvt/etmaal is berekend hoeveel NO2 μg/m3 en PM10 in μg/m3 er vrijkomt.

1 Akoestisch onderzoek Rijkstraatweg 72-74 Hurdegaryp, Rhoadviseurs (21 juli 2025)

12/18

Figuur 6: NIBM-tool

Uit de tool blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse (zie bovenstaande figuur). Aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is onderzocht wat de (indicatieve) luchtkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie is. Ter plaatse van het projectgebied bevinden de toetswaarden voor luchtkwaliteit zich ruimschoots onder de omgevingswaarden voor de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5. Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in de omgeving is bovendien aanvaardbaar voor de nieuwe functies. Voor het aspect luchtkwaliteit zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.

3.4

Omgevingsveiligheid

Huidige situatie Met behulp van de kaart uit het Register Externe Veiligheid (REV) is in beeld gebracht welke risicobronnen zich in de omgeving van het projectgebied bevinden (zie onderstaande figuur). Daarbij wordt gekeken naar risicovolle activiteiten, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en transportroutes over land (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Binnen het projectgebied zelf bevinden zich geen risicobronnen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of transportroutes over land (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Tevens ligt de projectlocatie niet binnen een aandachtsgebied of binnen de plaatsgebonden risicocontour van een externe risicobron.

13/18

Figuur 7: Risicobronnen projectgebied PAV kaarten REV (RWS,2024)

De aandachtsgebieden van de spoorlijn Groningen- Leeuwarden en de N355 ligt op voldoende afstand. Voorgenomen plan Met dit plan wordt niet voorzien in een nieuwe risicovolle activiteit. Wel worden kwetsbare gebouwen (woonfunctie) mogelijk gemaakt. De ontwikkeling vindt niet plaats binnen een aandachtsgebied of een contour van het plaatsgebonden risico. Conclusie Voor het aspect omgevingsveiligheid zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.

3.5

Bodem

In het kader van de voorgenomen woningbouwontwikkeling is door WMR Rinsumageest bv een verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie2. Uit het onderzoek blijkt dat in de bodem lokaal sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In twee boringen zijn sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aangetroffen. Ter plaatse van de projectlocatie zullen daarom sanerende maatregelen getroffen worden. De saneringswerkzaamheden zullen worden uitgevoerd conform de geldende regelgeving, door een gecertificeerde aannemer (BRL SIKB 7000) en onder milieukundige begeleiding van een erkend adviesbureau (BRL SIKB 6000). Eventueel grondverzet binnen het verontreinigde gebied zal vooraf worden gemeld bij het Omgevingsloket. In opdracht van de Fumo is onderzoek verricht naar het voorkomen van PFAS in de provincie Fryslân3. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gemiddelde gehalten aan PFAS in Fryslân lager of gelijk zijn aan de door het ministerie vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden. Voor de projectlocatie zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. 2

Verkennend, aanvullend en nader bodemonderzoek, WMR (06-09-2025) 240460/JvdM

3 PFAS onderzoek, Anthea Group (23-01-2020) 0457469.100

14/18

Conclusie Voor de locatie worden saneringsmaatregelen uitgevoerd om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om te voorkomen dat belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. De uitvoering en borging van de saneringsmaatregelen vindt plaats conform de geldende wettelijke kaders, waaronder artikel 5.89k van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Met deze borging zijn belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect bodem uitgesloten.

3.6

Water

Huidige situatie In de huidige situatie is de projectlocatie zo goed als volledig bebouwd. De bebouwing betreft een bedrijfspand. De projectlocatie bevindt zich in het Wetterskip Fryslân. Waterkwantiteit Er bevinden zich geen watergangen in of nabij het projectgebied. Veiligheid en waterkeringen. Binnen het projectgebied zijn geen waterkeringen of beschermingszones aanwezig. Voorgenomen plan Met de ontwikkelingen worden 13 woningen mogelijk gemaakt. Het projectgebied bevindt zich in het Wetterskip Fryslân. Voor de beoogde woningbouwontwikkeling is via het platform hetwateradvies.nl een digitale watertoets uitgevoerd4. Uit deze toets blijkt dat het project geen wijziging aanbrengt aan het waterpeil. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot meer lozing van verontreinigd water en is er geen sprake van grondwateronttrekking voor het projectgebied. Waterkwantiteit De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een bestaand verhard terrein. Er is hierdoor geen sprake van een toename van verhard oppervlak. Het bestaande verhard oppervlak neemt af, doordat een deel van het terrein wordt ingericht met tuinen. Er is geen sprake van wijzigingen in peilbeheer, extra verharding, grondwateronttrekking of versnelde afvoer van hemelwater. Veiligheid en waterkeringen. De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid en waterkeringen.

Het projectgebied valt niet onder een beschermingszone. Waterobjecten Op basis van de ligging nabij waterobjecten is een korte procedure gevolgd, waarbij Wetterskip Fryslân een wateradvies heeft uitgebracht. Uit het wateradvies blijkt dat het project geen negatieve effecten heeft op het watersysteem, mits aan enkele aandachtspunten wordt voldaan: ● Aanleghoogte: Het maatgevende boezempeil (MBP 1/100 jaar) voor de locatie is 0,00 m NAP. De bestaande bebouwing heeft een vloerpeil van circa 1,20 m NAP. Als dit wordt aangehouden voor de nieuwe woningen, is dit volgens het waterschap ruim voldoende voor waterveiligheid en drooglegging. ● Compensatie verharding: Doordat het verhard oppervlak in de nieuwe situatie afneemt, geldt formeel geen compensatieplicht. Wel wijst het waterschap op het feit dat de directe omgeving gevoelig is voor wateroverlast. Daarom wordt geadviseerd om toch waterberging op het terrein op te nemen, bijvoorbeeld via een wadi of infiltratievoorziening. 4 Het wateradvies, https://hetwateradvies.nl (18-07-2025)

15/18

●

Water vasthouden op eigen terrein: In lijn met de Omgevingswet ligt de zorgplicht voor hemelwater bij de perceeleigenaar. Het waterschap adviseert om waar mogelijk regenwater vast te houden of lokaal te infiltreren, voordat het wordt afgevoerd naar het gemeentelijk riool of oppervlaktewater.

Indien bij de verdere uitwerking van het project alsnog maatregelen worden getroffen die invloed hebben op het watersysteem, geldt dat moet worden voldaan aan de geldende normen van Wetterskip Fryslân. Conclusie Met de ontwikkeling wordt geen verhard oppervlak toegevoegd. Ook worden er geen wijzigingen aangebracht in het waterhuishoudkundige systeem. Als er in verdere uitwerking van het project alsnog maatregelen worden getroffen die invloed hebben op het watersysteem, geldt dat moet worden voldaan aan de geldende normen van Wetterskip Fryslân. Voor het aspect water zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.

3.7

Trillingen

De ontwikkeling maakt geen activiteit mogelijk waaraan trillinghinder ervaren kan worden. In de nabije omgeving van het projectgebied liggen geen grote wegen of industrie waar trillingen voor hinder kunnen zorgen binnen het projectgebied. Het spoor- dat zich op 400 meter afstand van de projectlocatie bevind- zal geen onaanvaardbare trillinghinder voor de projectlocatie veroorzaken. Conclusie Voor het aspect trillingen zijn belangrijke nadelige milieugevolgen gesloten.

3.8

Ecologie

Soortenbescherming Het project voorziet in sloop nieuwbouw, daarom is in het kader van het project is een ecologisch quickscan uitgevoerd5. De resultaten van de ecologische quickscan zijn hieronder samengevat. ●

Vleermuizen: de aanwezige gebouwen bevatten kenmerken die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Nader onderzoek is vereist om de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen uit te sluiten dan wel te bevestigen.

●

Vogels: tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen. De bebouwing en omliggende vegetatie bieden echter potentieel broedgelegenheid. Sloopwerkzaamheden dienen daarom buiten het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) plaats te vinden, tenzij vooraf is vastgesteld dat er geen actieve nesten aanwezig zijn.

●

Overige soorten: het projectgebied is grotendeels verhard en ongeschikt als leefgebied voor amfibieën, reptielen of grondgebonden zoogdieren. Er zijn geen sporen van beschermde soorten aangetroffen. Ook zijn er geen geschikte habitats voor vissen aanwezig, en zijn geen beschermde plantensoorten vastgesteld.

Gebiedsbescherming De ligging van beschermde gebieden ten opzichte van de projectlocatie is besproken in paragraaf 2.1.2. Directe significante effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden, de locatie van het projectgebied en omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.

5 Quickscan omgevingswet Rijkstraatweg 72-76 te Hurdegaryp, ureau FaunaX B.V. (oktober-2024)

16/18

Indirecte effecten door stikstof kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Daarom is er een stikstof berekening uitgevoerd6. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

Conclusie Voor de locatie zal nader onderzoek worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen. Indien uit dit onderzoek blijkt dat beschermde soorten worden geraakt, zullen mitigerende maatregelen worden getroffen en (indien noodzakelijk) een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. Daarnaast zullen de sloop- en overige werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) plaatsvinden, tenzij vooraf door een ecologisch deskundige wordt vastgesteld dat er geen actieve nesten aanwezig zijn. Het project heeft geen nadelige effecten op beschermde gebieden. Wanneer de voorgeschreven maatregelen en eventuele vergunningplichtige stappen in acht worden genomen, kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect ecologie worden uitgesloten.

3.9

Cultureel erfgoed

Archeologie Volgens de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân ligt het projectgebied binnen twee verwachtingszones: ● Steentijd (karterend onderzoek 2) ● IJzertijd – Middeleeuwen (karterend onderzoek 3) Binnen deze zones geldt dat bij ruimtelijke ingrepen karterend (boor)onderzoek wordt geadviseerd, vanwege de kans op het aantreffen van archeologische resten. Voor karterend onderzoek 2 geldt dit advies bij ingrepen groter dan 2.500 m², en voor karterend onderzoek 3 bij ingrepen groter dan 5.000 m². De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.200 m² en blijft daarmee onder beide grenswaarden. Archeologische waarden vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een Rijksmonument. De hervormde kerk aan de Rijkstraatweg 54. De kerk heeft onder andere een bijzondere preekstoel uit de 18e eeuw, een koperen zandloperhouder, twee oude herenbanken en een orgel uit 1879.De bouw van de 13 woningen op de plek van de voormalige meubelzaak heeft geen nadelige gevolgen voor deze kerk. Er komt geen hoogbouw en het plan past goed bij de rest van het dorp. Conclusie Voor het aspect cultureel erfgoed zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.

3.10 Gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit en trillingen. Een significant negatief effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

6 Stikstofdepositieonderzoek Hardegaryp Rijksstraatweg 72-76, Rho adviseurs (19-06-2025) 20240879/213273/TFdJ

17/18

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze aanmeldingsnotitie blijkt dat het projectgebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot aanzienlijke milieueffecten, mits de onderstaande maatregelen worden uitgevoerd. Het doorlopen van een volledige mer-procedure is niet noodzakelijk. Maatregelen ● Bodem: het uitvoeren van saneringsmaatregelen om de bodemkwaliteit geschikt te maken voor het beoogde gebruik, conform de geldende wettelijke kaders. ● Ecologie: het uitvoeren van nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen. Indien uit dit onderzoek mitigerende maatregelen volgen, worden deze toegepast en – indien vereist – wordt een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd. Daarnaast vinden sloop- en overige werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 juli) plaats, tenzij vooraf door een ecologisch deskundige is vastgesteld dat er geen actieve nesten aanwezig zijn.

18/18

88/339

Bijlage 5

89/339

Ecologische Quickscan

2024 1

Quickscan Omgevingswet Rijksstraatweg 72 – 76 te Hurdegaryp

++

COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Omgevingswet Rijksstraatweg 72 – 76 te Hurdegaryp Leeuwarden, oktober 2024 In opdracht van: RHO Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. E.P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied. © Bureau FaunaX B.V. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2024). Quickscan Omgevingswet/ Rijksstraatweg 72 – 76 te Hurdegaryp. Rapport 24198. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Bureau Faunax B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend.

Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ........................................................................................................................... 4 Jaarrond beschermde vogelnesten .............................................................................. 4

2.3

Zoogdieren ....................................................................................................................5 Vleermuizen ..................................................................................................................5 Overige zoogdieren .......................................................................................................7

2.4

Reptielen....................................................................................................................... 8

2.5

Amfibieën ..................................................................................................................... 8

2.6

Vissen ........................................................................................................................... 8

2.7

Ongewervelden ............................................................................................................ 9

2.8

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 9 Stikstofgevoeligheid ..................................................................................................... 9

2.9 3

4

Houtopstanden ............................................................................................................ 9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................. 10 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 10

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 10

3.3

Overzicht vervolgstappen ............................................................................................ 11

LITERATUUR EN BRONNEN ....................................................................................... 12

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Ow Soortbescherming ........................................................................................................- 1 Ow Gebiedsbescherming ................................................................................................... - 4 Ow Houtopstanden ........................................................................................................... - 5 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens een winkelcomplex op de percelen Rijksstraatweg 72 t/m 76 te slopen om in de plaats hiervan nieuwbouwwoningen te realiseren. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland, weidevogelgebieden en/of ganzenfoerageergebieden), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Voor meer informatie over de Omgevingswet (hierna Ow) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I.

Figuur 1.1. Het plangebied (rood omlijnd) te Hurdegaryp.

1

1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Omgevingswet beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden en/of houtopstanden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van RHO Adviseurs heeft Bureau FaunaX B.V. het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op donderdag 17 oktober 2024 en vond plaats onder zachte weersomstandigheden (16 °C, windkracht 3, bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Omgevingswet worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Omgevingswet zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent het NatuurNetwerk Nederland, ganzenfoerageergebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

2

1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bestaat uit de percelen Rijksstraatweg 72 t/m 76, binnen de bebouwde kom van Hurdegaryp. Op deze percelen staat een winkelcomplex dat bestaat uit verschillende gebouwdelen, waarvan een deel is opgetrokken uit baksteen. Ten westen van het complex staan twee eiken. Langs de zuidzijde loopt een groenstrook met daarin soorten als els. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Hurdegaryp. Het planvoornemen bestaat uit het slopen van het winkelcomplex om hier nieuwbouwwoningen te realiseren. In de ten tijde van dit schrijven beoogde toekomstsituatie worden in totaal 13 woningen gerealiseerd. Als onderdeel van het planvoornemen wordt een deel van de groenstrook langs de zuidzijde van het complex verwijderd. De eiken ten westen van het complex worden behouden. Binnen het planvoornemen worden geen wateren aangetast.

Figuur 1.2. Een impressie van het plangebied.

3

2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora Tijdens het veldbezoek werden binnen het plangebied naast gecultiveerde tuinplanten soorten aangetroffen als straatgras, paardenbloem en hondsdraf. Rond de te slopen winkelpanden staan tevens elzen en eiken. Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Ow beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. De omstandigheden zijn te voedselrijk. •

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.

2.2 Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Roofvogels en uilen Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. In de bomen rond het winkelcomplex werden geen boomnesten aangetroffen. De aanwezigheid van (jaarrond beschermde) boomnesten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen kan op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten van vogelsoorten die over het algemeen in bebouwing tot broeden komen, zoals huismus, ringmus, gierzwaluw, huiszwaluw en kerkuil. Het winkelcomplex heeft een plat dak. Tijdens het veldbezoek werden geen openingen aangetroffen die geschikte doorgangen bieden tot eventuele nestgelegenheid van bovengenoemde soorten. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van deze soorten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Overige jaarrond beschermde nesten In de provincie Fryslân zijn een aantal soorten, waaronder de soort scholekster, aangewezen als zogenaamde ‘categorie 5’ soorten.

Dit houdt in dat de nesten hiervan alleen jaarronde bescherming genieten indien er sprake is van zwaarwegende ecologische redenen, zoals de afwezigheid van (voldoende) alternatieve nestgelegenheid op korte afstand of wanneer de lokale gunstige staat van instandhouding (GSvI) van een soort in het geding dreigt te komen. Over de jaren is de scholekster steeds vaker gebruik gaan maken van platte (grind)daken als broedplaats. Het dak van het te slopen winkelcomplex biedt in potentie nestgelegenheid voor deze soort. De omgeving van het plangebied biedt echter naar ons inzicht voldoende alternatieve nestgelegenheid voor deze soort, bijvoorbeeld in de vorm van het grinddak op de Openbare Basisschool Hurdegaryp op 100 meter afstand van het plangebied. Eventueel aanwezige nesten van scholeksters genieten in dit geval derhalve geen jaarronde bescherming. Het verdient de opmerking dat deze nesten nog wel beschermd zijn op het moment dat er sprake is van een actief broedgeval (zie kopje Overige (broed)vogelsoorten). • •

4

De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen kan op voorhand worden uitgesloten. Eventuele scholeksternesten genieten in dit geval geen jaarronde bescherming.

Overige (broed)vogelsoorten Naast op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Het plangebied en de omgeving daarvan biedt broedmogelijkheden voor deze vogelsoorten. Zoals hierboven besproken genieten nesten van soorten als de scholekster in het geval van dit plangebied geen jaarronde bescherming, maar zijn deze wel beschermd wanneer er sprake is van een actief broedgeval. Hiernaast kunnen soorten als de houtduif tot broeden komen in de bomen rond het complex. Het broedproces van deze soorten vindt over het algemeen plaats in de broedperiode, welke grofweg loopt van 15 maart tot 15 juli. Deze periode kan echter eerder beginnen of later eindigen, afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden. Wat van belang is, is of er sprake is van een actief broedgeval. Zo ja, dan is deze beschermd. •

Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen andere vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).

2.3 Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. De bomen rond het winkelcomplex werden gecontroleerd op aanwezigheid van voor vleermuizen geschikte boomholten. Deze werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Een deel van het winkelcomplex is opgetrokken uit baksteen. In deze muren bevindt zich een spouw. Doordat de stootvoegen naar deze spouw zich vlak boven een overkapping bevinden is hier geen sprake van een geschikte aanvliegroute voor vleermuizen. Echter, langs een deel van de muren werden ruimtes aangetroffen onder daklijsten die voor vleermuizen in potentie geschikte doorgang kunnen bieden naar de spouw (figuur 2.1). De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in dit gebouwdeel kan derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Een tweede deel van het complex is opgetrokken uit metalen golfplaten.

Vleermuizen krijgen doorgaans geen grip op dergelijke platen, waardoor dit deel ongeschikt is bevonden voor vleermuizen en de aanwezigheid van verblijfplaatsen hiervan op voorhand kan worden uitgesloten. In figuur 2.2 wordt weergegeven welk deel van het complex in potentie verblijfplaatsen van vleermuizen kan herbergen. Uit de omgeving van Hurdegaryp zijn waarnemingen bekend van de soorten baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis. De aanwezigheid van zomer-, kraam- en paarverblijven van deze soorten kan niet op voorhand worden uitgesloten. Het complex is naar ons inzicht niet geschikt bevonden als massawinterverblijf. In warmere periodes in de winter kan het complex in potentie wel worden gebruikt als tijdelijk winterverblijf.

5

Figuur 2.1. Achter daklijsten werden voor vleermuizen geschikte ruimtes aangetroffen.

Figuur 2.2. Een overzicht van de delen van het complex die in potentie verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen herbergen.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=19bf4259-5006-44ed-b801-7a3703e2b347