09 - Bijlage 2 - Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Tekst van het document
Op alle nieuwe woningen is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting en gelden geen nadere verplichtingen ten aanzien van geluid van buitenaf. 5.6.3
Conclusie
Het planvoornemen is wat betreft het aspect geluid niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.7
Bodem
5.7.1
Toetsingskader
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl). Bodemkwaliteit is van belang voor elk omgevingsplan dat verblijfsgebouwen toelaat. Voor zulke situaties moet het omgevingsplan regels bevatten. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
31
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
5.7.2
Onderzoek
Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen aan te kunnen tonen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. In het navolgende wordt ingegaan op de resultaten en conclusies van het onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat in de grond geen verontreinigingen zijn vastgesteld. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd met zware metalen. De lichte verontreiniging van het grondwater geeft echter geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Uit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen realisatie van de woonwijk in het plangebied. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet. Om definitief vast te stellen of de grond buiten de locatie kan worden hergebruikt, kan het bevoegd gezag (gemeente waar de grond zal worden toegepast) verzoeken om een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit. 5.7.3
Conclusie
Het planvoornemen is wat betreft het aspect bodem niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.8
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.8.1
Toetsingskader
Als een ruimtelijk plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en (als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied) de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien (artikel 5.219g Bkl). Dit wordt de 'Laddertoets' genoemd. Voor het toetsen aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 5.8.2
Onderzoek
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Er moet beoordeeld worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Hiertoe dienen de volgende vragen beantwoord te worden? 1.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?
In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van het Bkl is een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: "ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is."
32
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijk uiteengezet (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Uit de uitspraak blijkt dat een bestemmingsplan dat voorziet in minder dan 11 woningen niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling zoals deze in het toenmalige Besluit ruimtelijke ordening (Bro) was gedefinieerd. Voor wonen geldt dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De definitie van een stedelijke ontwikkeling uit het Bro is nagenoeg identiek aan de definitie uit het Bkl. Voor de onderhavige BOPA wordt deze uitspraak daarom gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen ziet op de toevoeging van 34 woningen in het landelijk gebied en moet daarmee gezien worden als stedelijke ontwikkeling. De tweede trede van de Ladder moet worden doorlopen. 2.
Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?
De vervolgvraag is of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. De Laddertoets geldt namelijk alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw of groter beslag op de ruimte dan op grond van het huidige planologisch-juridische kader aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Ook kan er sprake zijn van nieuw ruimtebeslag bij een functiewijziging die op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten veroorzaakt. Aangezien bij dit project sprake is van een algehele functiewijziging van een agrarische functie naar een woonfunctie, waarbij sprake is van nieuw planologisch ruimtebeslag, moet het planvoornemen als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 3.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?
Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen betreft dit de gemeente Tytsjerksteradiel binnen de woonregio Noordoost-Friesland. 4.
Is er behoefte aan de ontwikkeling?
Marktsituatie Op dit moment is er op landelijk niveau sprake van een overspannen woningmarkt. De behoefte aan nieuwe woningen en de vraag daarnaar is groot, terwijl het aanbod achter blijft. Recente cijfers van het NVM (tweede kwartaal van 2025) wijzen uit dat in de regio Noord Friesland een grote woningbehoefte en krapte op de woningmarkt is. De gemiddelde verkooptijd is kort met 29 dagen. De krapte-indicator geeft weer wat het aantal keuzemogelijkheden is dat een mogelijke koper heeft op de woningmarkt. Ten opzichte van het tweede kwartaal in 2024 is deze gedaald met 0,1 (2,5 ten opzichte van 2,4). Dit cijfer toont aan dat de woningmarkt krap is. Voor het rijk, de provincies en de gemeenten bestaat een grote opgave om de aankomende jaren meer (betaalbare) woningen te realiseren. Enerzijds om de vraag naar beneden te brengen en anderzijds om de leefbaarheid in de dorpen met oog op de toekomst te behouden. Een voorbeeld van een gevolg van de huidige woningmarkt is het gebrek aan doorstroming. Een gevarieerde samenstelling van de bevolking blijkt steeds minder haalbaar te zijn. Dit heeft als gevolg dat er meer eenzaamheid en minder ondersteuning ontstaat. Dit heeft ook invloed op het aantal voorzieningen en de bereikbaarheid hiervan.
Naast deze algemene ontwikkelingen heeft in Noardburgum de afgelopen jaren de woningmarkt onder grote druk gestaan vanwege het uitblijven van grotere woningbouwplannen. De schaal van het voorgenomen plan biedt de gemeente een kans om de 'achterstand' met één woningbouwontwikkeling in te lopen en biedt perspectief voor wonen in Noardburgum in de aankomende jaren. Woningmarktonderzoek Noordoost-Fryslân 2025 - 2035
33
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
In 2025 is de regionale woningmarktanalyse van KAW opnieuw uitgevoerd (KAW, juli 2025). De uitkomsten laten zien dat er in de gehele gemeente nog een grote opgave ligt om op de korte en middellange termijn passende en betaalbare woningen te realiseren. Dit is per kern verder uitgesplitst. Uit het onderzoek blijkt dat er in Noardburgum behoefte is aan 35 tot 45 woningen met een mix aan doelgroepen en type woningen. Vanuit de woondeal ligt de nadruk ook op de betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen. Het voorliggende woningbouwplan maakt 26 goedkope koop- en huurwoningen mogelijk. Deze ontwikkeling is passend binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Hiermee wordt voorzien in een behoefte in de kern. Om de behoefte nader te motiveren is in het voortraject door de initiatiefnemer in combinatie met dorpsbelangen een enquête binnen het dorp uitgezet naar de woon- en verhuisbehoefte binnen het dorp. Er zijn binnen het dorp 112 ingevulde enquête formulieren retour gestuurd, waardoor een representatief beeld van het dorp gegeven kan worden. Uit de enquête is een concrete behoefte van 32 woningen naar voren gekomen onder de respondenten. Ook is er een latente behoefte aan 29 woningen. De concrete behoefte ligt grotendeels bij jongeren (tot 30 jaar) en geldt voor elk grondgebonden woningtype. Er is tevens veel behoefte aan doorstroming binnen het dorp.
De uitkomst van de enquête toont aan dat er een grote behoefte is aan woningen in Noardburgum. Al met al kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. 5.
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
De ontwikkeling vindt buiten het bestaand stedelijk gebied plaats. Dit betekent dat het plangebied zich in het landelijk gebied bevindt. In het bestemmingsplan 'Noardburgum 2015 e.o.' is eerder gekozen voor een verdere verdichting van de bebouwing in het dorp. Hiertoe is destijds een locatiestudie uitgevoerd waarbij de locaties, die nu onbebouwd zijn, vanuit stedenbouwkundig oogpunt zijn beoordeeld. Meer binnenstedelijk bouwen werd en wordt niet wenselijk geacht, omdat dit ten koste gaat van de specifieke dorpsopbouw van Noardburgum. Deze dorpsopbouw kenmerkt zich door bestaande linten binnen het dorp die door de onbebouwde locaties worden versterkt. Nog meer inbreiding op zogenaamde 'schapenweides' zal de karakteristiek van het dorp te veel aantasten. In kader van het bestemmingsplan Noardburgum 2015 e.o. is al uitgebreid aandacht besteed aan diverse inbreidingslocaties. Zo is er een cultuurhistorische en morfologische analyse uitgevoerd, met specifieke aandacht voor een zestal inbreidingslocaties. Op grond van deze analyse is vervolgens weer een locatiestudie opgesteld per overgebleven locatie. Er is dus al een grondige studie naar potentiële inbreidingslocaties gedaan. Inmiddels heeft op de beschouwde locaties al inbreiding plaatsgevonden. Gezien het voorgaande en de eerdere alinea, is nog meer inbreiding geen logische keuze.
Gelet op de vorenstaande alinea's kan geconcludeerd worden dat er in dit geval binnen het bestaand stedelijk gebied van Noardburgum geen ruimte beschikbaar is om in het beoogde woonmilieu te voorzien. Er zijn geen alternatieve locaties aan te wijzen waarvoor op acceptabele termijn een oplossing kan worden gevonden in relatie tot de grote vraag aan woningen. Hoewel het plangebied juridisch in het buitengebied ligt, is het eenvoudig ruimtelijk inpasbaar omdat het binnen de bestaande ruimtelijke dorpsstructuur valt. Het feit dat het terrein eerder al in beeld is geweest voor ontwikkeling tot woningbouw, maakt de keuze voor uitbreiding in dit geval aannemelijk. Het voorgaande maakt dat er geconcludeerd kan worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik bij de voorgenomen ontwikkeling.
34
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
5.8.3
Conclusie
Voor de geplande 34 woningen in een dorps woonmilieu op de beoogde locatie is op basis van de vereisten van de Ladder voldoende kwantitatieve en kwalitatieve Ladderruimte aangetoond. Bovendien sluit de beoogde ontwikkeling aan bij het provinciale, regionale en lokale beleid. Daarmee past de ontwikkeling binnen de vereisten van de Ladder. Het plan is niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.9
Erfgoed
5.9.1
Toetsingskader
In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming van archeologie een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. De provincie Fryslân heeft het initiatief genomen om, zoveel mogelijk in samenwerking met het rijk en de gemeenten, het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee onderzoeksperiodes: de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geeft informatie over in de provincie bekende cultuurhistorisch waardevolle objecten/elementen. De cultuurhistorische kaart is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. 5.9.2
Onderzoek archeologie
In het geldende bestemmingsplan hebben de gronden geen archeologische waarde. Volgens de Archeologische kaart (FAMKE) is voor de periode ijzertijd-middeleeuwen geen onderzoek noodzakelijk. Voor de periode steentijd - bronstijd geldt voor het grootste deel van het plan het advies 'onderzoek bij grote ingrepen'. Bij ingrepen van meer dan 2,5 hectare dient onderzoek plaats te vinden. Het plangebied is kleiner dan 2 hectare. Een klein deel aan de westkant van het plangebied heeft het advies 'waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats)'. Bij ingrepen van meer dan 50 m² dient onderzoek plaats te vinden. Nu de ingreep binnen dit gebied groter is dan 50 m² is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Archeologisch onderzoek Door De Steekproef is een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 8 bijgevoegd. Belangrijkste resultaten Omstreeks het eind van de steentijd veranderde de omgeving van Noardburgum van een dekzandlandschap in een uitgestrekt veenmoeras. Het maaiveld in het onderzoeksgebied ligt iets lager dan dat van omliggend gebied. Zestig meter westelijk ligt volgens de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) een vuursteenvindplaats waarvan FAMKE niet vermeldt wat er precies gevonden is. De vindplaats staat niet in registratiesysteem ARCHIS van de rijksdienst.
Op historische kaarten wordt geen bebouwing weergegeven binnen het onderzoeksgebied. Het gebied is voorafgaand aan de vernatting en veenvorming langdurig droog geweest. De bodem op het terrein is in het algemeen matig bewaard gebleven. Bij het onderzoek is een stuk vuursteen gevonden dat door mensenhanden is bewerkt en waarschijnlijk dateert uit het mesolithicum of neolithicum.
35
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Archeologisch verwachtingsmodel Het plangebied lijkt tijdens de steentijd geschikt te zijn geweest voor menselijke bewoning. De vondst van het stuk vuursteen vormt een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats uit die tijd. Maar eventuele geassocieerde sporen van bijvoorbeeld haardkuilen of paalgaten van boerderijen zijn naar verwachting flink aangetast. Daarom kan de archeologische verwachting zoals opgesteld in Paragraaf 2.5 van het onderzoek naar laag worden bijgesteld. Selectie-advies door senior KNA-prospector Aangezien eventuele archeologische sporen door de matig bewaard gebleven bodem flink zullen zijn aangetast, adviseert De Steekproef om geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en het onderzoeksgebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen. We wijzen er wel op dat als bij graafwerk onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt. 5.9.3
Onderzoek cultuurhistorie
Om na te gaan of er van belang zijnde cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn, is de cultuurhistorische kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd. Onderstaand fragment geeft een uitsnede van de CHK2 weer.
36
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Figuur 10. Cultuurhistorische waardenkaart
Op het bovenstaande figuur is te zien dat het plangebied in zijn totaliteit is aangemerkt als aardkundig waardevol gebied. Dit heeft betrekking op aanwezige dobben in het buitengebied van onder meer de gemeente Tytsjerksteradiel. Dobben zijn komvormige terreinlaagten die soms gevuld zijn met water. Deze reliëfvormen zijn landelijk gezien uniek en zeer waardevol. In het plangebied bevinden zich geen dobben. De karakteristieke waarde van dobben in het buitengebied van Tytsjerksteradiel gaat dan ook niet verloren als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Ook bevindt zich ten oosten van het plangebied een zandpad. Dit heeft betrekking op een pad vanaf de Hervormde kerk van Noardburgum naar Veenwouden. Met het planvoornemen blijft dit zandpad ongewijzigd. Deze gronden worden bestemd als groen, waarmee eventuele bebouwing ter plaatse wordt uitgesloten. Al met al gaat de karakteristieke waarde van het zandpad niet verloren. 5.9.4
Conclusie
Het plan is wat betreft archeologie en cultuurhistorie niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
37
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
5.10 Natuur 5.10.1
Toetsingskader
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 5.10.2
Onderzoek
Beknopte natuurtoets Om het plan aan de natuurwet- en regelgeving te toetsen, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd (Bijlage 9). Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of het plan vanuit ecologisch oogpunt uitvoerbaar is. Uit de natuurtoets kan ook blijken dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 13 september 2023 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens kunnen definitieve conclusies worden getrokken over effecten op beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Soortenbescherming Het wordt aanbevolen de torenvalkenkast voor het nieuwe broedseizoen te verplaatsen naar een geschikte locatie in de nabijheid van de huidige kast. Torenvalken geven de voorkeur aan open gebieden met een goed uitzicht op hun jachtterrein, zoals landbouwgronden, weilanden, of randen van bossen. Dit is cruciaal omdat torenvalken actieve jagers zijn en vanuit de kast hun jachtgebied moeten kunnen overzien. Hang de nestkast op een hoogte van minstens 3 tot 4 m boven de grond, gericht op het noordoosten. Verstoring van eventuele vliegroutes van vleermuizen in de houtwal als gevolg van lichtuitstraling dient voorkomen te worden.
Verstoring van vleermuizen wordt voorkomen door in de realisatie- en gebruiksfase gebruik te maken van naar beneden gerichte lichtarmaturen die geen lichtuitstraling veroorzaken op de omringende bomen. Dit wordt geborgd in de omgevingsvergunning. Voor andere beschermde soorten is geen ontheffing van de Wnb nodig, mits bij uitvoering van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen en de algemene zorgplicht van de Wnb in acht wordt genomen. Ook dienen negatieve effecten op algemene broedende vogels voorkomen te worden door bij de werkzaamheden door buiten het broedseizoen te werken. Circa een week voorafgaand aan graafwerkzaamheden moet de te verwijderen vegetatie worden gemaaid. Op die manier hebben algemene amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, waarvoor de algemene zorgplicht geldt, voldoende tijd om zich te verplaatsen naar een locatie buiten de invloedsfeer van de aanlegwerkzaamheden. Gebiedsbescherming Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening (zie hierna) heeft uitgewezen dat de stikstofdepositie niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt. Het plan leidt niet tot aantasting van beschermde houtopstanden. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Fryslân vanwege in het kader van de Wnb
38
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
beschermde houtopstanden is niet nodig. Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie die gepaard gaat met het planvoornemen te berekenen, is een AERIUS-berekening gemaakt. Deze berekening is als Bijlage 10 bij deze toelichting te raadplegen. De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Omgevingswet be-schermde Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. 5.10.3
Conclusie
Het plan is wat betreft natuur niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.11 Verkeer en parkeren 5.11.1
Toetsingskader
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). 5.11.2
Onderzoek parkeren
In relatie tot het aspect parkeren dient te worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden gerealiseerd ten behoeve van het mogelijk te maken woongebied. In het gemeentelijk mobiliteitsprogramma is aangegeven dat bij het toetsen nieuwe ontwikkelingen wordt aangesloten bij de meest recente parkeernormen van het CROW. Het CROW hanteert daarbij een bandbreedte met een minimum en maximum waarde. Daarbij wordt voor de gemeente Tytsjerksteradiel uitgegaan van de gemiddelde waarde. Daarbij wordt uitgegaan van een ‘niet stedelijke’ gemeente. Voor het bepalen van de parkeernormen is CROW publicatie 744 - Parkeerkencijfers 2024 gehanteerd. Met dit plan worden maximaal 34 woningen mogelijk gemaakt. Wat betreft woningtypologieën wordt uitgegaan van de volgende uitsplitsing: 10 sociale huurwoningen; 16 betaalbare koopwoningen (< €405.000,00) 8 vrije sector woningen Op basis van de CROW publicatie moeten bovenstaande woningtypologieën als volgt worden onderverdeeld met de daarbij behorende parkeerbehoefte. Type woning
Aantal
Huur, huis, sociale huur
Norm Bezoekers Totaal
Behoefte
10
1,1
0,3
1,4
14
Koop, huis, tussen/hoek
6
1,8
0,3
2,1
12,6
Koop, huis, twee-onder-een-kap
10
1,9
0,3
2,2
22
Koop. huis. vrijstaand
8
2,0
0,3
2,3
18,4
Totaal
34
67
Geldende parkeernormen
Parkeren wordt binnen het plangebied gerealiseerd. Volgens bovenstaande tabel zouden er voor de 34 woningen 67 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. In het plangebied worden in de openbare ruimte 32
39
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de vrijstaande- en twee-onder-een-kapwoningen vindt het parkeren op eigen erf plaats. Voor de rijwoningen vindt het parkeren plaats in de openbare ruimte. Ditzelfde geldt voor het bezoekersparkeren. In het plangebied worden op vier plekken openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Al met al kan aan de parkeernorm worden voldaan. 5.11.3
Onderzoek verkeer
Het planvoornemen genereert extra verkeer. Er moet nagegaan worden wat voor verkeersgeneratie het plan veroorzaakt en wat voor invloed dit heeft op het verkeersnetwerk. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen worden de kencijfers van de hierboven genoemd CROW publicatie geraadpleegd Type woning
Aantal
Verkeer per woning
Totaal verkeer
Huur, huis, sociale huur
10
4,8
48
Koop, huis, tussen/hoek
6
7,4
44,4
Koop, huis, twee-onder-een-kap
10
7,8
78
Koop. huis. vrijstaand
8
8,2
65,6
Totaal
34
236
Verkeersgeneratie
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het planvoornemen 236 verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde genereert. Naar verwachting is de Hanegraaffweg goed in staat om dit extra aantal aan verkeersbewegingen op te vangen. De ontsluiting vindt plaats vanaf de noordoostelijk en zuidoostelijke zijde van het plangebied en takt aan op de Hanegraaffweg. De verkeersstromen worden evenredig verdeeld over reeds aanwezige infrastructuur en de te realiseren infrastructuur. Geacht wordt dat het planvoornemen geen onevenredige verkeershinder veroorzaakt. 5.11.4
Conclusie
Het plan is wat betreft verkeer en parkeren niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.12 Duurzaamheid 5.12.1
Toetsingskader
In bijlage 1 van de Omgevingswet (Ow) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord: "Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. b.
bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften."
Artikel 2.1 geeft aan dat een bestuursorgaan zijn taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefent met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld. Artikel 1.3 geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow, namelijk dat men "voldoende zorg draagt voor een goede leefomgeving". Met deze bepalingen wordt een duurzame ontwikkeling voor het gehele domein van de fysieke leefomgeving geborgd. Het vergt een samenhangende benadering vanaf het begin van de planvorming van alle relevante belangen, waaronder:
40
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
ruimte, water, natuur, gezondheid en wonen. 5.12.2
Onderzoek
In het plan wordt rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. Daarnaast is de openbare ruimte qua groeninrichting opgezet met inheemse, bij voorkeur streekeigen soorten. Er wordt een variatie aan beplantingen gebruikt om de biodiversiteit te vergroten. Voor zo ver mogelijk wordt het zogenoemde groen-blauwe casco intact gehouden. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat bestaande houtopstanden, waar mogelijk, behouden worden. Het voornemen voorziet daarnaast in de behoefte van de huidige generatie door te voldoen aan de woningbehoefte. De woningbehoefte is verwacht om in de toekomst net zo zeer van belang te zijn als nu. Daarmee is het voornemen ook ter vervulling van de behoeften in de toekomst. Onderliggende motivering is als toelichting op het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Daarmee wordt een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand gehouden. 5.12.3
Conclusie
Het voornemen is in lijn met de doelen van een duurzame ontwikkeling, zoals bedoeld in de Omgevingswet. Het plan is wat betreft duurzaamheid niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.13 Gezondheid 5.13.1
Toetsingskader
Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow, zie ook 4.4.1). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. 5.13.2
Onderzoek
Bij dit initiatief wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu (aanwezigheid van milieuhinder, waterkwantieit en -kwaliteit) Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen en een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Zaken zoals geur, geluid, bodem en water worden in de andere paragrafen van dit hoofdstuk nader behandeld. Met het planvoornemen worden bovenstaande aspecten ook geborgd bij nieuwbouw. Daarmee is er sprake van een toegevoegde waarde wat betreft gezondheid. Als gevolg van dit planvoornemen zal er geen sprake zijn van een wijziging in een gezonde fysieke leefomgeving, in concreto het beschermen van de gezondheid. 5.13.3
Conclusie
Er wordt rekening gehouden met het aspect gezondheid in de planvorming. De conclusie luidt dat het plan in het kader van gezondheid niet evident onuitvoerbaar is en op aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd.
41
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
5.14 M.e.r.-beoordeling 5.14.1
Toetsingskader
Onderdeel van de motivering is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit houdt in dat moet worden nagegaan of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. Op grond van bijlage V Omgevingsbesluit dient er nu in veel gevallen van ruimtelijke ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. 5.14.2
Onderzoek
In bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is (J11). In de jurisprudentie is een lijn gezet over wat wel en niet als stedelijk ontwikkelingsproject wordt gezien. Uit een afspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729) wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van 12 rijwoningen, gelet op de aard en omvang ervan, niet wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject. Belangrijk hierbij is dat er sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat de voorziene bebouwing beperkt is. Bij dit voornemen is sprake van een uitbreidingsplan bestaande uit 34 woningen in het landelijk gebied en moet daarom aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betekent dat een project-mer-beoordeling moet worden uitgevoerd. Deze beoordeling is uitgewerkt in een afzonderlijke notitie. Deze is te raadplegen in Bijlage 11. Uit de project-mer-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van relevante milieueffecten. Er zijn geen redenen die het doorlopen van een m.e.r.-procedure zinvol maken. Een m.e.r.-procedure wordt niet zinvol geacht. 5.14.3
Conclusie
Een m.e.r.-procedure is niet aan de orde. Daarnaast is in de project-mer-beoordeling aangetoond dat er geen sprake is van negatieve milieueffecten als gevolg van het voornemen.
42
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Hoofdstuk 6 6.1
Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal
Wettelijk kader
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. In gevallen waarin een ontwikkeling alleen gerealiseerd kan worden met een financiële bijdrage vanuit de gemeente, dan wordt in deze paragraaf een passage daarover opgenomen. Kostenverhaal is aan de orde, indien het planvoornemen nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt. Onderstaande activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. b. c. d. e. f.
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Maakt het planvoornemen nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk? Dan dient het kostenverhaal via één van onderstaande opties te zijn verzekerd: a.
b.
6.2
anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1. een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit of 2. via de gronduitgifte overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige ontwikkelingsgebied in eigendom heeft; via kostenverhaalsvoorschriften waarbij alleen gekozen kan worden voor het systeem met tijdvak. Dit systeem met tijdvak is vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een zodanig duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten goed te berekenen zijn. Hierdoor kan op basis van de kostenverhaalvoorschriften de kostenverhaalbijdrage (indicatief) worden berekend. De daadwerkelijke kostenverhaalbijdrage wordt berekend op basis van de kostenverhaalsbeschikking die de initiatiefnemer dient aan te vragen bij het bevoegd gezag. Naast kostenverhaalvoorschriften kan het omgevingsplan tevens voorschriften bevatten met betrekking tot fasering, koppelingen, locatie-eisen en woningbouwcategorieën.
Onderzoek
Voorliggend plan betreft een kostenverhaalplichtige activiteit zoals hierboven omschreven. Het planvoornemen is geïnitieerd door de gemeente Tytsjerksteradiel en verleend als zijnde betrokken lokale overheid ook haar medewerking aan de uitvoering van het project. De grond in het plangebied is volledig in eigendom van de gemeente Tytsjerksteradiel. Het kostenverhaal is dan ook anderszins verzekerd middels verrekening bij de gronduitgifte. De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is aangetoond via de gemeentelijke grondexploitatie. De grondopbrengsten vanuit de gronduitgifte zijn naar verwachting voldoende om de kosten van grondexploitatie af te dekken.
43
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
6.3
Conclusie
Zowel de kosten als de afwenteling van planschade worden door de gemeente gedragen. Op basis van deze overweging dient het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch als uitvoerbaar te worden geacht.
44
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Hoofdstuk 7
7.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Wettelijk kader
Voor dit BOPA-besluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeentefuncties evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
7.2
Afweging
Met het planvoornemen wordt een functiewijziging van agrarische gronden naar wonen zonder een toename van de bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl en is er geen aanleiding om op onderdelen hiervan af te wijken. Op basis van deze resultaten kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van deze ruimtelijke ontwikkeling voldaan kan worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl. Geconcludeerd wordt dat de vergunning voor onderhavige ruimtelijke ontwikkeling verleend kan worden.
45
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
46
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Bijlagen bij motivering
47
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
48
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Bijlage 1 Ruimtelijke kaders
49
A 4952
17
19
1 2
3 2
13
15
3 6
A 4803 A 4804
A 4994
1 6
Werkingsgebieden
A 4805
Projectgebied
A 4806 A 4807 A 4809 A 4808
A 4951
9 5 A 4950 I2152
7 5 A 4991
6
I2151
Bestemmingen
A 4810
A 4949
I2150
1
3 8
5
7
5 5
A 4948
10 A 4990
12
h c e e tH I
4
A 4988
3 5
A 4983
13
2 2
4 2
I2154 8 2
t a a r t s ma e k k o A.F . J
A 4993
2
I2153
I2155
A 3913
1 5 A 4946
A 4986
I2156 15
6 2
9 4
I2159
0 3
5 3
2 3 4 3
t a a r t s ma e k k o F A. . J
I2158 19
3 4
A 4945
3 3
7 3
9 3
A 4944
A 4741
A 4746
B2
9 3
A 4687
22
g ffwe graa Hane
A 4751
WA
bouwvlak
A
A 4916 A 4915
A 4937
20
A 4750
3 5
Bouwvlak
A
A 4706
3 3
G
C ’Gebied...’ (begrenst door werkingsgebied Functie Wonen)
24
5 3
A 4938
I2162
C
A 4707
A 4917
2 5
B2 ’Gebied...’ (begrenst door werkingsgebied Functie Wonen)
7 3
A 4939
G
B2
28
A 4749
A 4756
B1 ’Gebied...’ (begrenst door werkingsgebied Functie Wonen)
A 4686
A 4708
26
5 5
B1
A 4721
8 0 5 6
A W
A ’Gebied...’ (begrenst door werkingsgebied Functie Wonen)
A 4709
32
30 A 4940
A
A 4720 A 4710
34
1 4
A 4941
W
functie Groen
A 4685
2 4 6 6
B2
G
A 4711
36
A 4748 4 6 5 5
W
Functie Wonen
A 4712 38
A 4744 A 4745
A 4747
I1751
A 4713
A 4942
A 4743
A 4737
W
Gebiedsaanduidingen
A 4717 A 4716 A 4715 A 4714 A
3 4
A 4739
I1848
5 4
A 4943
A 4742
A 4738
G
7 4
1 4
A 4740
at stra tsma i K.Fe S.
I2157
Functie Water
21
23
25
27
29
31
I2161 I2160 17
WA A 3914
A 4984 A 4985
Functie Verkeer
A 3915
A 4947
A 4987
9 11
18
0 2
A 4992
A 4989
V 14
16
A 4936
1 3 18
A 4914 A 4913
9 2
16
A 4935 A 4757
14
A 4912
0 5 A 4067
A 4919
7 2
A 4763
1 5
A 4911
A 4752 5 2
G
WA
A 4758 8 4
12
A 4068
A 4726
A
10
A
9 4
A 4069
A 4753
8
3 2
A 4727 6 4 A 4759
6
1 2
A 4070
7 4
C
4
A 4728
A 4754
W
A 4071
A 4760
B1
2
19 A 4729
4 4
5 4
17
A 4755
A 4072
A 4730 A 4892 A 4761
G V G
g ffwe graa Hane
W G C
A 3391 A 4731
2 4
15
13
A 4764
A 4732
A 4762 0 4
A 4665
t straa tsma i K.Fe S.
11
I502 A 4016
9
A 4282 A 4696
Gemeente Tytsjerksteradiel
A 4017
BOPA Woningbouw Noardburgum 7
A 4283
Illustratie
A 4018
5 I505
datum:
14-10-2025
BugelHajema
schaal:
1 : 1000 (A2)
Ruimte voor de leefomgeving
status:
concept
projectnr.:
P002944
gezien:
MK
A 4284 A 4019
BgelHajema Adviseurs, adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht
A 4285 A 4020
Vaart NZ 50, 9401 GN Assen W
A 4157
T
0592 316 206
www.bugelhajema.nl
E
info@bugelhajema.nl
BNSP
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
52
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan
53
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
A
A
B
B
C
C
B2
D
D
B2 A F
F
G
G
C
H
H
B1
J
J
C
C
K
K Speeltuin
L
M
Gemeente Tytsjerksteradiel M
N
W14-2023-SO01-D01.dwg - 01/10/2025 - S.LycklamaaNijeholt
L
Situatie 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
Afdeling : Beheer Project:
Woningbouw Noardburgum Onderdeel:
Stedenbouwkundig ontwerp Schaal:
1:500
Projectleider:
JT
Tekeningnummer:
Datum:
01-10-25
Tekenaar:
SLN
SO01
Formaat:
A1, 594x840mm
Gecontroleerd: JT
Gemeente Tytsjerksteradiel, Postbus 3, 9250 AA Burgum
14
15
Blad:
Tel.: 140511
16
Blad 01 van 01
N
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
56
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan
57
‘uitbreiding Noardburgum’
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 1
Inhoudsopgave
1. Inleiding
blz. 3
2. Welstandscriteria en omgevingsplan
blz. 3
3. Welstandseisen, Bopa en besluitvorming
blz. 4
4. Ligging projectgebied
blz. 4
5. Het Stedenbouwkundig plan
blz. 5
6. Welstandscriteria ‘Woongebieden, gerealiseerd na 2020’
blz. 7
Welstandscriteria in tabelvorm
blz. 9
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 2
1. Inleiding
2. Welstandscritera en omgevingsplan
Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de publieke buitenruimte en bevat toetsbare welstandscriteria. Het is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte.
Volgens de welstandsnota valt de locatie onder welstandsgebied ‘Bebouwing BG – Besloten gebieden’. De criteria die hierin staan zijn niet gewenst om toe te passen op het plan. Om te kunnen sturen op de ‘beeldkwaliteit’ is er voor het woningbouwplan een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin het gewenste ‘uiterlijk van de bouwwerken’ omschreven is.
In dit Beeldkwaliteitsplan worden de specifieke ambities voor de beeldkwaliteit omschreven. Er is een explicite relatie met de beschrijving van de ‘beeldkwaliteit’, zoals deze wordt genoemd in de Bopa. De Bopa wordt door het College van B & W vastgesteld. Voor het stedenbouwkundig plan wordt het kader voor de welstandstoetsing geregeld binnen dit beeldkwaliteitsplan en moet besluitvormend worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het ‘beeldkwaliteitsplan’ is een aanvulling op de WelstandsnotaTytsjerksteradiel. Ieder bouwplan (tenzij vergunningsvrij) wordt getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Het gaat dan over ‘vorm, materiaal- en kleurgebruik’ en de manier waarop een gebouw zich voegt in de omgeving (‘plaatsing’). Deze richtlijnen gaan niet over de maatvoering zoals de bouwhoogte. De bouwregels zijn verankerd in de Bopa.
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 3
3. Welstandseisen, Bopa en besluitvorming
4. Ligging projectgebied
De gemeente Tytsjerksteradiel heeft, gelet op de enorme vraag naar woningen, de wens om een nieuwe woningbouwlocatie te ontwikkelen. Hiermee kan (deels) aan de vraag van haar inwoners worden voldaan. Naar aanleiding van een in de Bopa genoemde locatiestudie, is in Noardburgum uiteindelijk gekozen voor nieuwe planontwikkeling aan de westelijke rand van het dorp, direct grenzend aan de bestaande bebouwing. De gemeente heeft samen met het dorp gekozen voor een plan dat voorziet in een uitbreiding met 34 woningen. Het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel staat deze ontwikkeling niet toe. Door middel van het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) kan het voornemen wel worden toegestaan.
Het plangebied is gelegen aan de westkant van Noardburgum nabij de J.A. Fokkemastraat. De gronden sluiten aan bij de laatste projectmatige uitbreiding van Noardburgum en zijn gelegen buiten het bestaand bebouwd gebied van Noardburgum (zogenaamd ‘buitenstedelijk gebied’). Aan de zuidzijde is het plangebied begrensd door bebossing, dit is particulier eigendom. Aan de noord-, west-, en oostzijden van het plangebied bevinden zich bestaande woningen en houtsingels. Daarnaast bevindt zich achter de houtsingel aan de westzijde agrarisch gebied.
Onder de Omgevingswet regelt de gemeente welstand in het omgevingsplan. Dit betekent dat de gemeente regels voor het uiterlijk van bouwwerken en de plaatsing van bouwwerken opneemt in het omgevingsplan. Daarnaast kan de gemeenteraad beleidsregels opstellen die door het college van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd, en die regels betreffen met name het uiterlijk van bouwwerken (welstand). Zie artikel 4.19 van de Omgevingswet. De Bopa (Bouw- en Plaatsingsvergunning) regelt de plaatsing van bouwwerken en heeft betrekking op de ruimtelijke ordening en de impact op de openbare ruimte. De welstandscriteria kunnen hierbij als advies dienen, maar de Bopa zelf is een vergunningprocedure die door het college van burgemeester en wethouders wordt afgehandeld. De gemeenteraad heeft hierbij een adviserende rol en is dus niet verantwoordelijk voor de beslissing over de Bopa-vergunning. Binnen de Omgevingswet is een Beeldkwaliteitsplan vormvrij. Dat wil zeggen dat elke gemeente de vrijheid heeft hier zijn eigen vorm aan te geven. In Tytsjerksteradiel worden de Beeldkwaliteitsplannen besluitvormend aan de raad voorgelegd en in een later stadium in een (nog op te stellen) Omgevingsplan opgenomen. Hiermee wordt volgens artikel 4.19 van de Omgevingswet, een wettelijk kader geboden voor de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouw.
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 4
5. Het Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan heeft vanuit het participatieproces als ambitie meegekregen: “Gezond, groen en dorps wonen, verbonden met de omgeving’. Vanuit het participatieproces is een ontwerpteam samengesteld met bewoners in combinatie met een ambtelijke afvaardiging. Dit ontwerpteam heeft de volgende uitgangspunten voor een dorpse woonuitbreiding opgeleverd: • Aansluiting bij de omliggende woningtypologie met de mogelijkheid om meer hout toe te mogen passen in de woningbouwarchitectuur. Dit laatste aspect zou een aanvulling betekenen op de welstandscriteria die tot op heden werden gehanteerd; • Het nieuwe woongebied krijgt twee aansluitingen voor het autoverkeer. Er wordt aangesloten op de J.A. Fokkemastraat/It Heech en de Hanegraaffweg; • De langzaamverkeersroute vanaf de sportvelden aan de noordzijde van het dorp dient een logisch vervolg te krijgen; • Bestaande groen (bomen van de eerste orde grootte) moeten worden ingepast in het stedenbouwkundig ontwerp;
• Voor water en riolering is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) ‘waterzorg’ van toepassing en het door de raad vastgestelde scenario daarbij is ‘scenario-C’: Klimaat robuust’. Dat houdt in dat er ruimte moet zijn voor water (minimaal de watertoets), maar het liefst robuuster. Dit heeft als doel het voorkomen van wateroverlast, maar ook om (tijdelijke) waterberging te creëren voor periodes van droogte tegen, een groenwateraanvulling; • Het geniet de voorkeur om de afvoer van hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks vanaf de percelen naar het oppervlaktewater en de openbare verharding (bovengronds) af te laten voeren; • Geanticipeerd moet worden op klimaat robuust bouwen. Klimaat robuust bouwen betekent met name: voldoende groen en water in de wijk en een minimale hoeveelheid verharding (of het stimuleren van ‘open verharding’), zodat hittestress in het plangebied wordt geminimaliseerd; • Het door de raad vastgestelde beleid ‘Grondwaterbeleidsplan’ is van toepassing voor de woonuitbreiding. Hierin is het een ander opgenomen over ‘ontwateringsdiepte’ bij nieuwbouw; • Bij het op te stellen stedenbouwkundig plan dient rekening te worden gehouden met een bebouwingsbeeld met een ‘dorpse sfeer’.
Het ontwerpteam denkt dan aan een mix van woningtypen en een zekere mate van vrijheid in verkaveling, bebouwingsbeeld en kleurstelling; • Duurzame gebiedsontwikkeling (energiezuinig, gasloos, duurzame materialen, ruimte voor natuur, gezondheid, klimaat robuust, inclusie);
Naast de hiervoor genoemde uitgangspunten was ook de lokale, landschappelijke situatie, leidend voor het schetsontwerp dat uiteindelijk aan alle bewoners van Noardburgum is voorgelegd. De hoofdstructuur van het nieuwe woongebied wordt bepaald door de bestaande singel structuur aan de westzijde van het plangebied, de robuuste groenstructuur van grote eiken aan de oostzijde (achterzijde Hanegraaffweg) en de bestaande, centraal gelegen waterloop. Deze waterloop zal worden vergroot om daarmee te voldoen aan de ‘watertoets’ die van toepassing is voor deze woonuitbreiding. Het plan wordt door het Waterschap Fryslân getoetst op voldoende watercompensatie middels voornoemde ‘watertoets’. Binnen deze context en ‘ruimtelijke kaders’ is een indicatieve verkavelingsschets gemaakt met een divers woonprogramma voor Noardburgum.
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 5
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 6
Het stedenbouwkundig plan voor Noardburgum heeft een rationele en heldere opzet; een orthogonaal stratenpatroon met centraal in het plan een waterpartij met brede, zogenaamde ‘plasbermen’, waarmee flora en fauna een toegang hebben tot diep in de woonuitbreiding. De waterpartij is een robuustere uitvoering van de oorspronkelijke, in oost-westrichting gelegen sloot die het totale plangebied opsplitst in twee delen. Het behoudt en de verbreding van deze waterpartij is in het stedenbouwkundig concept opgenomen om de flora en fauna in het plangebied te behouden en om te kunnen voldoen aan de watertoets die het Wetterskip Fryslân oplegt om de toename aan verhardingsoppervlak te compenseren (voldoende afvoeren van overtollig regenwater). Aan de zuidzijde, waar het nieuwe plangebied op de Hanegraaffweg aansluit, wordt de toegangsweg, vanuit veiligheidsoverwegingen, achter de bestaande speeltuin langs gelegd. Dit is een oplossing die is voortgekomen uit het overleg met de buurtbewoners en het ontwerpteam (inloopbijeenkomst). De aanpassingen van de speeltuin zullen in een apart traject met de buurt worden ingevuld en maken deel uit van een separaat overlegtraject dat door de dorpencoördinator van de gemeente met Doarpsbelangen Noardburgum een gedetailleerdere invulling zal krijgen.
De stedenbouwkundige criteria voor de beeldkwaliteit Noardburgum bevat een drietal woningtypes die zullen aansluiten bij het dorpse karakter en het bouwkundige beeld van het omliggend gebied: twee-onder-één kapwoningen, vrijstaande woningen en strokenbouw. In het plan worden 10 sociale huurwoningen opgenomen die door de woningbouwcorporatie WoonFriesland zullen worden gerealiseerd. Voor de woonbebouwing zijn nieuwe welstandscriteria opgesteld waar in de BOPA naar wordt verwezen.(‘Woongeb. gerealiseerd na 2020’).
6. Welstandscriteria ‘Woongebieden, gerealiseerd na 2020’ Bij verbouwing, vervanging, of nieuwbouw van individuele gebouwen in woongebieden, gerealiseerd na 2020, dienen de volgende kenmerken als uitgangspunt te worden gehanteerd. Ruimte • Gebouwen dragen met hun uiterlijk bij aan het algemene beeld van de ruimtelijke eenheid waarin ze zich bevinden. Plaatsing • De woningen zijn steeds van de straat gescheiden door voortuinen en/of groenvoorzieningen; • Gericht op de straat, dan wel op andere openbare verblijfsruimtes, zoals pleinen; • Bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, plaatsing. Hoofdvorm • De maatvoering is één bouwlaag met kap, waarbij de stedenbouwkundige context bepalend is; • Zowel rijen, vrijstaand- als halfvrijstaande woningen komen voor; • Bij rijenwoningen van 5 of meer aanééngesloten woningen, dient de langskap te zijn voorzien van één of meer kap-accenten in de vorm van een dwarskap.
Het aantal accenten is afgestemd op het architectuurbeeld, op de totale kaplengte van de rijwoningen; • De noklijn kan wisselend geplaatst zijn ten opzichte van de as van de weg; • De bouwmassa heeft hoofdzakelijk een kantige hoofdvorm; • Aan- en uitbouwen, en dakkapellen zijn ondergeschikt aan de hoofdbouwmassa en kennen een eenvoudige hoofdvorm; • Dakkapellen in kappen aan de straatzijde zijn uitsluitend toegestaan als zij ondergeschikt zijn in het dakvlak en architectonisch verantwoord zijn ingepast of anderszins overtuigend bijdragen aan de architectuur van het bouwwerk en het straatbeeld.
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 7
(vervolg Hoofdvorm)
Aanzichten en opmaak
• Bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, hoofdvorm. • De dakafwerking heeft een symmetrische kapvorm, de gerichtheid kan wisselend zijn. Een samengestelde of een gedeeltelijke kapvorm op het bouwwerk is mogelijk (geen lessenaarskap vanwege asymmetrie). • Accenten binnen de massa zijn proportioneel afgestemd tot het volume als geheel en worden geïntegreerd opgelost in het hoofdvolume en de daarbij behorende architectuur.
• De woningen richten zich met de voorgevel naar de straat en kennen herhalingen in gevelritmiek; • Er dient een zekere mate van evenwichtigheid te zijn in de opbouw van het gevelbeeld. Hierbij zijn ‘symmetrie en balans’ sleutelwoorden in het architectuurbeeld; • Er is een variatie in gerichtheid van gevel en gevelopeningen; • Bestaande detaillering vormt het uitgangspunt bij verbouwingen en is veelal traditioneel van aard; • Geen gesloten wanden naar de openbare ruimte; • Gevels zijn van hout- en/of steenachtig materiaal. In het kleurgebruik zijn witte of felle kleuren niet toegestaan, wel een gedekte kleurstelling welke is afgestemd op de context van de omgeving; • Kozijnen en ramen mogen als grafische elementen wel uitgevoerd worden in een witte kleurstelling; • Hellende daken worden afgedekt als dak met pannen, riet, leien of uitgevoerd als groen (sedum-)dak; • Bijzondere gebouwen als scholen en winkels en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, architectonische aankleding en uitstraling.
Hierna worden dezelfde welstandscriteria getoond in tabelvorm.
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 8
Beeldkwaliteitsplan Noardburgum (westzijde)
blz. 9
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
68
Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum
Bijlage 4 Participatieverslag
69
Participatieverslag woningbouw Noardburgum Participatiebeleid De gemeente heeft gewerkt volgens het participatiebeleid dat op 18 juli 2023 is vastgesteld.
Werkwijze Het uitbreidingsplan in Noardburgum zal plaats vinden op gemeentelijke grond , dit betekent dat de gemeente het participatieproces op zich heeft genomen. Er is in dit traject gekozen voor het opstellen van een ontwerpteam. Op 21 september 2022 heeft de gemeente in Noardburgum gepresenteerd om welk gebied het gaat en hoe het participatietraject er uitgaat zien. Er waren bij deze avond ruim 50 bezoekers aanwezig. Er is toegelicht dat dit voor de gemeente een nieuwe manier van werken is , maar waarmee de gemeente , gezien de komst van de omgevingswet , alvast willen beginnen. In dit geval betekent dat dat er een ontwerpteam opgesteld wordt. Tijdens de eerste avond zijn bezoekers gevraagd zich aan te melden voor het ontwerpteam. Uit de aanmeldingen is een ontwerpteam opgesteld met 9 leden. In dit ontwerpteam zijn ook twee leden van dorpsbelang Noardburgum. Op 31 oktober 2022 heeft de eerste sessie met het ontwerpteam plaats gevonden. Op deze avond is een drietal thema’s besproken waarbij zowel de wensen van het ontwerpteam als de gemeente besproken zijn. Het verslag van deze bijeenkomst is te vinden in de bijlage. Op 20 december 2022 heeft de tweede sessie met het ontwerpteam plaats gevonden. De stedenbouwkundige van de gemeente heeft vier verschillende schetsen gemaakt die op deze avond besproken worden. Tijdens deze sessie is een van de vier ontwerpen afgevallen.
Het verslag van deze bijeenkomst is te vinden in de bijlage. Naar aanleiding van de laatste sessie met het ontwerpteam is er in Dorpshuis de Balstien in Noardburgum een inloopbijeenkomst georganiseerd. Deze bijeenkomst vond plaats op 7 februari 2023. Tijdens deze bijeenkomst konden dorpsbewoners de drie verschillende schetsen bekijken en bespreken. Bij deze bijeenkomst waren ook leden van het ontwerpteam aanwezig om de ontwerpen toe te lichten. Tijdens maar ook na deze bijeenkomst kon men via de participatie site denkmee. t-diel. nl stemmen op hun voorkeursvariant. Hieruit is naar voren gekomen dat ontwerp 4 de voorkeur had. Na deze bijeenkomst is de gemeente intern aan de slag gegaan om het ontwerp verder uit te werken. In oktober 2023 vindt een vervolg sessie plaats met het ontwerpteam. Het ontwerp dat eerder dit jaar door het dorp is gekozen is met de afdeling beheer besproken. Naar aanleiding hiervan zijn er een aantal aanpassingen gedaan in het ontwerp , deze worden vandaag toegelicht aan het ontwerpteam. Daarnaast wordt het vervolg van het bestemmingsplan besproken. Het verslag van deze bijeenkomst is te vinden in de bijlage. Begin 2024 blijkt dat het uitgewerkte ontwerp financieel niet haalbaar is. Daarom vindt er op 14 mei 2024 een nieuwe sessie met het ontwerpteam plaats.
Er wordt toegelicht dat de vorige projectleider niet meer werkzaam is voor deze gemeente en er wordt kennisgemaakt met de nieuwe projectleider. De gemeente biedt haar excuses aan voor de extra vertraging die dit oplevert. Er wordt vanuit de gemeente aangegeven dat er een aantal scenario's zijn voor het vervolg. Er wordt gekozen om verder te gaan met nieuwe ontwerpen die gebaseerd
zijn op het eerdere ontwerp. Dit omdat het ontwerpteam baalt van de vertraging en graag zo snel mogelijk door wil met de nieuwbouwwijk in Noardburgum. Het verslag van deze bijeenkomst is te vinden in de bijlage In juni 2024 worden de uitgewerkte nieuwe ontwerpen met elkaar besproken. Naast de aangepaste varianten vanuit de gemeente wordt er ook nog een nieuwe variant door een lid van het ontwerpteam aangedragen. Er wordt afgesproken dat de gemeente ook deze variant gaat doorrekenen. Zodra hier helderheid over is zullen de plannen aan het dorp gepresenteerd worden. Het verslag van deze bijeenkomst is te vinden in de bijlage. Op 27 november 2024 worden de drie verschillende ontwerpen doormiddel van een inloopbijeenkomst gepresenteerd. Er waren ongeveer 50-60 mensen aanwezig. Men kon tijdens deze avond hun stem uitbrengen. Daarnaast heeft men een stem kunnen uitbrengen via de denk-mee site. Dit is ook via dorpsbelang met het dorp gecommuniceerd.
Resultaten Uiteindelijk heeft meer dan 10% van de dorpsbewoners van Noardburgum een stem uitgebracht. Hiermee is er gekozen voor ontwerp 1. Er wordt via de denk-mee site en dorpsbelang Noardburgum gecommuniceerd over het vervolg en de hierbij horende planning. Ondanks dat er door het proces heen onnodige vertraging is ontstaan die de nodige frustraties met zich meebracht. Is er een gedragen plan ontstaan waar zowel de gemeente als Noardburgum tevreden mee zijn.
Bijlage 1. Verslaglegging sessies met het ontwerpteam Woningbouw
–
Noardburgum
Op 31 oktober was de eerste sessie met het ontwerpteam voor de woningbouw in Noardburgum. Aan de hand van een aantal thema's heeft het ontwerpteam gekeken naar de mogelijkheden en aandachtspunten in het gebied. Op basis van de input van het ontwerpteam , online input en de uitkomsten van de inwonersenquête zijn er een viertal schetsen gemaakt. In de vervolgsessie zal het ontwerpteam verder werken met de schetsen. Het doel is om een breed gedragen ontwerp te kunnen presenteren aan het dorp. Hieronder volgt per thema een overzicht/samenvatting van de gemaakte opmerkingen van de eerste sessie met het ontwerpteam.