CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

09 - Bijlage 2 - Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

RAAD IT BESLUT 27 november 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Woningbouwplan Noardburgum, 'De Gearrin' (BOPA) (hammerstik)23.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 1.4 Omgevingsplan 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie en ruimtelijke inpassing

13 13 14

Hoofdstuk 3

17

Participatie

Hoofdstuk 4 Toetsing aan regelgeving en beleid 4.1 Instructieregels Rijk 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 4.3 Regionaal beleid 4.4 Waterschapsverordening 4.5 Gemeentelijke regelgeving en beleid

19 19 19 22 23 23

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Omgevingsveiligheid 5.2 Water 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten 5.5 Spuitzonering 5.6 Geluid door wegen 5.7 Bodem 5.8 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.9 Erfgoed 5.10 Natuur 5.11 Verkeer en parkeren 5.12 Duurzaamheid 5.13 Gezondheid 5.14 M.e.r.-beoordeling

25 25 25 27 28 30 31 31 32 35 38 39 40 41 42

Hoofdstuk 6 Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal 6.1 Wettelijk kader 6.2 Onderzoek 6.3 Conclusie

43 43 43 44

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.1 Wettelijk kader 7.2 Afweging

45 45 45

Bijlagen bij motivering

47

Bijlage 1

Ruimtelijke kaders

49

Bijlage 2

Stedenbouwkundig plan

53

3

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

57

Bijlage 4

Participatieverslag

69

Bijlage 5

Watertoets

85

Bijlage 6

Geluidsonderzoek

95

Bijlage 7

Bodemonderzoek

103

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

193

Bijlage 9

Natuurtoets

229

Bijlage 10

Stikstofberekening

247

Bijlage 11

Project-mer-beoordeling

279

4

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Motivering

5

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

6

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor 2010 werd aan de westkant van Noardburgum aan de It Heech de laatste dorpsuitbreiding voltooid. Deze laatste woningen zijn gebouwd in een uitbreidingsplan dat al geruime tijd daarvoor werd ontwikkeld door de gemeente en dat zich in westelijke richting uitstrekte. Vervolgens heeft de gemeente in 2011 een locatiestudie laten uitvoeren met daarin een visiekaart voor potentiële uitbreidingslocaties voor woningbouw. Deze kaart toont een mogelijke ruimte voor 28 woningen waarmee in de jaren daarna tegemoet had moeten worden gekomen aan de behoefte aan woningbouw. Van de aangegeven locaties is thans maar een beperkt deel ingevuld met woningbouw. Er is een markt- en ruimtelijk onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid tot de ontwikkeling van een nieuwbouwplan in het dorp. Inmiddels is het zover dat de gemeente Tytsjerksteradiel woningbouw wil realiseren in Noardburgum. Naar aanleiding van de eerdergenoemde locatiestudie is in Noardburgum eerder gekozen voor een verdere verdichting van de kern. Uit stedenbouwkundig onderzoek is echter gebleken dat nog meer binnenstedelijk bouwen ten koste zou gaan van de specifieke dorpsopbouw en kenmerken. Het is daarom niet wenselijk om verder binnenstedelijk te bouwen en daarom is ervoor gekozen om aan de rand van het dorp, direct grenzend aan bestaande bebouwing, te bouwen in de vorm van uitbreiding.

De gemeente heeft samen met het dorp gekozen voor een plan dat voorziet in de uitbreiding met 34 woningen aan de westelijke zijde van Noardburgum. Het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel staat deze ontwikkeling niet toe. Door middel van het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kan het voornemen wel worden toegestaan (zie ook paragraaf 1.3). Een motivering moet aantonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze motivering voorziet daarin.

1.2

Ligging projectgebied

Het plangebied is gelegen aan de westkant van Noardburgum nabij de J.A. Fokkemastraat. De gronden sluiten aan bij de laatste projectmatige uitbreiding van Noardburgum en zijn gelegen buiten het bestaand bebouwd gebied van Noardburgum. Aan de zuidzijde is het plangebied begrensd door bebossing. Aan de noord-, en oostzijdes van het plangebied bevinden zich bestaande woningen en houtsingels. Daarnaast bevindt zich achter de houtsingel aan de westzijde agrarisch gebied. Verder staat het plangebied kadastraal bekend als 'BGM02-I-2162'.

7

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Ligging en begrenzing plangebied

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor het bouwen is. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. b.

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid Bkl); als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden voor de BOPA.

Daarnaast moet ook worden voldaan aan de instructieregels in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân en mag het plan niet in strijd zijn met de waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. Tot slot moet het plan passen binnen het gemeentelijke beleid. De gemeente wil het planvoornemen mogelijk maken door middel van het verlenen van een gefaseerde omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In eerste instantie wordt een omgevingsvergunning (planologisch basisbesluit) verleend die de beoogde activiteiten planologisch mogelijk maakt en de kaders schept voor de later aan te vragen omgevingsvergunningen. Het is daarbij aan de aanvrager om te bepalen welke toestemmingen/onderdelen in de eerste fase zitten en welke in de tweede fase. Bij dit project zit het onderdeel strijdig gebruik in de eerste fase. Overige activiteiten zoals het aanleggen van de wegen en openbaar gebied en diverse en het uitvoeren van werk/werkzaamheden als ook het onderdeel bouwen zit in de tweede fase. De eerste en tweede fase samen vormen de omgevingsvergunning die de publiekrechtelijke toestemming vormt om te mogen

8

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

bouwen. Om de ruimtelijke kaders van de ontwikkeling vast te leggen heeft de gemeente dit enerzijds vervat in een verbeelding (Bijlage 1) waaraan de uitwerking van het plan in het onderdeel bouwen, moet voldoen en anderzijds wordt in de omgevingsvergunning waar nodig verwezen naar de van toepassing zijnde regels uit het omgevingsplan. Deze ruimtelijke kaders worden als voorwaarde aan de te verlenen omgevingsvergunning gekoppeld. Gefaseerde omgevingsvergunning BOPA De Omgevingswet biedt op basis van artikel 12.27a van het Bkl de mogelijkheid de BOPA voor bijvoorbeeld bouw- en/of gebiedsontwikkelingen te faseren. Op basis van dit artikel kan een BOPA gefaseerd, met afzonderlijke aanvragen voor andere (bouw)activiteiten, worden aangevraagd. De gefaseerde aanvraag maakt het mogelijk om eerst een 'planologisch basisbesluit' te nemen. Op grond van artikel 8.0a, lid 2 Bkl wordt de omgevingsvergunning in dat geval alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In een gefaseerde omgevingsvergunning BOPA kan eerst toestemming worden gegeven aan de precieze locatie van de ontwikkeling en worden de verschillende functies in het plangebied concreet aangewezen, inclusief het vastleggen van de differentiatie in type woningen.

Daarnaast wordt ook aangegeven aan welke maatvoeringen (de plaatsing in een bouwblok, de bouwhoogte en het bouwvolume) de bouwwerken moeten voldoen. Vervolgens kan op een later moment - bij het concretiseren van het bouwplan - bij een volgende vergunningaanvraag voor het bouwen alleen de beoordeling plaatsvinden op dié onderdelen van het bouwplan waarin de eerdere vergunning niet voorziet, zoals de beoordeling van de stedenbouwkundige-architectonische detaillering en de toets aan redelijke eisen van welstand. Tot slot, kan daarna - of gelijktijdig met - de technische uitwerking van het bouwplan volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden uitgewerkt. In dat kader zal wederom een vergunning moeten worden aangevraagd met de daarbij behorende procedure (BOPA). Deze aanvragen worden dan getoetst aan de al verleende vergunning (planologisch basisbesluit). Met het oog op vergunningverlening worden in de volgende hoofdstukken van deze motivering de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de beoordelingsregels nader uitgewerkt.

1.4

Omgevingsplan

De bestemmingsplannen 'Buitengebied 2013' (vastgesteld 27 juni 2013) en 'Noardburgum e.o. 2015' (vastgesteld 1 juni 2016) van de gemeente Tytsjerksteradiel zijn als onderdeel van het omgevingsplan op het projectgebied van toepassing. Onderstaande figuur laat een fragment van de bestemmingsplankaart behorend bij deze plannen zien.

9

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Fragment vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied is voor het grootste deel bestemd als 'Agrarisch - Cultuurgrond'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor cultuurgrond, agrarische bedrijven voor het tijdelijk onderbrengen van vee en/of de tijdelijke opslag van gewassen en/of agrarische producten. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor sloten, bermen en beplanting. Naast het voorgaande is een deel van het plangebied bestemd als 'Groen - Groenvoorzieningen'. Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen; gebouwen en overkappingen ten behoeve van spel en ontspanning, bermen en beplanting, paden en water. Ook is de dubbelbestemming 'Leiding - Water' van toepassing op een deel van de oostelijke zijde van het plangebied. Deze gronden zijn, behalve de andere daar voorkomende bestemmingen, bedoeld voor een hoofdwaterleiding. Verder is de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap (Woudenlandschap)' van toepassing op het plangebied. Gronden met deze bestemming zijn, behalve de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap. De specifieke kenmerken van de deelgebieden binnen het woudenlandschap dienen daarbij in acht te worden genomen.

Met behulp van de aanduiding: 'specifieke vorm van waarde houtsingel' is aangegeven dat de als zodanig aangeduide gronden uitsluitend bestemd zijn voor het in stand houden van houtsingels.

10

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

1.5

Leeswijzer

Deze motivering als volgt opgesteld: hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en nieuwe situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 aangegeven hoe invulling is gegeven aan de noodzakelijke participatie. In hoofdstuk 4 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Daarna wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de financiële uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie.

11

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

12

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling

Huidige situatie

In de bestaande situatie is het grootste deel van het plangebied in gebruik als agrarisch grasland. In het midden van het plangebied bevindt zich een sloot. Navolgende figuren geven een overzicht van het plangebied.

Overzicht plangebied vanaf de Hanegraaffweg (bron: Google streetview)

Figuur 4. Plangebied vanaf It Heech (bron: Google streetview)

13

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Plangebied met zicht op woonbebouwing aan 'It Heech' (bron: Google streetview)

Op bovenstaande afbeeldingen zijn de eerder opgemerkte houtsingels terug te zien.

2.2

Toekomstige situatie en ruimtelijke inpassing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van 34 woningen onderverdeeld is sociale huurwoningen (10), betaalbare koopwoningen (16) en vrije sector woningen (8). In algemene zin is het uitgangspunt bij het nieuwe woongebied dat landschappelijke en cutluurhistorische kwaliteiten worden gerespecteerd. Wat betreft het segment wordt ingezet op goedkope koop/huur. Het nieuwe woongebied wordt ontsloten vanaf It Heech en een nieuw te realiseren ontsluitingsweg die aansluit op het zuidelijke gedeelte van de Hanegraaffweg. Ook blijft de bestaande ontsluiting vanaf de Hanegraaffweg op It Heech gehandhaafd. Naast het vorenstaande ziet het plan op de realisatie van de bij het woongebied behorende woonstraten, groenvoorzieningen en parkeerplaatsen. Parkeren wordt bij de vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen opgelost op eigen erf. Voor de rijwoningen wordt het parkeren in de openbare ruimte opgelost. Ten aanzien van het planvoornemen is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Dit ontwerp is als Bijlage 2 bij deze motivering te raadplegen. Het onderstaande fragment geeft een weergave van het stedenbouwkundig plan weer. Stedenbouwkundige motivering Het stedenbouwkundig plan heeft vanuit het participatieproces als ambitie meegekregen: “Gezond, groen en dorps wonen, verbonden met de omgeving'.

Vanuit het participatieproces is een ontwerpteam samengesteld met bewoners in combinatie met een ambtelijke afvaardiging. Dit ontwerpteam heeft de volgende uitgangspunten voor een dorpse woonuitbreiding opgeleverd: Aansluiting bij de omliggende woningtypologie met de mogelijkheid om meer hout toe te mogen passen in de woningbouwarchitectuur. Dit laatste aspect zou een aanvulling betekenen op de welstandscriteria die tot op heden werden gehanteerd; Het nieuwe woongebied krijgt twee aansluitingen voor het autoverkeer. Er wordt aangesloten op de J.A. Fokkemastraat/It Heech en de Hanegraaffweg; De langzaamverkeersroute vanaf de sportvelden aan de noordzijde van het dorp dient een logisch vervolg te krijgen; Bestaande groen (bomen van de eerste orde grootte) moeten worden ingepast in het stedenbouwkundig ontwerp; Voor water en riolering is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 'waterzorg' van toepassing en het door de raad vastgestelde scenario daarbij is 'scenario-C': Klimaat robuust'. Dat houdt in dat er ruimte moet zijn voor water (minimaal de watertoets), maar het liefst robuuster. Dit heeft als doel het voorkomen

14

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

van wateroverlast, maar ook om (tijdelijke) waterberging te creëren voor periodes van droogte tegen, een groenwateraanvulling; Het geniet de voorkeur om de afvoer van hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks vanaf de percelen naar het oppervlaktewater en de openbare verharding (bovengronds) af te laten voeren; Geanticipeerd moet worden op klimaat robuust bouwen. Klimaat robuust bouwen betekent met name: voldoende groen en water in de wijk en een minimale hoeveelheid verharding (of het stimuleren van 'open verharding'), zodat hittestress in het plangebied wordt geminimaliseerd; Het door de raad vastgestelde beleid 'Grondwaterbeleidsplan' is van toepassing voor de woonuitbreiding. Hierin is het een ander opgenomen over 'ontwateringsdiepte' bij nieuwbouw; Bij het op te stellen stedenbouwkundig plan dient rekening te worden gehouden met een bebouwingsbeeld met een 'dorpse sfeer'. Het ontwerpteam denkt dan aan een mix van woningtypen en een zekere mate van vrijheid in verkaveling, bebouwingsbeeld en kleurstelling; Duurzame gebiedsontwikkeling (energiezuinig, gasloos, duurzame materialen, ruimte voor natuur, gezondheid, klimaat robuust, inclusie); Naast de hiervoor genoemde uitgangspunten was ook de lokale, landschappelijke situatie, leidend voor het schetsontwerp dat uiteindelijk aan alle bewoners van Noardburgum is voorgelegd.

De hoofdstructuur van het nieuwe woongebied wordt bepaald door de bestaande singel structuur aan de westzijde van het plangebied, de robuuste groenstructuur van grote eiken aan de oostzijde (achterzijde Hanegraaffweg) en de bestaande, centraal gelegen waterloop. Deze waterloop zal worden vergroot om daarmee te voldoen aan de 'watertoets' die van toepassing is voor deze woonuitbreiding. Het plan wordt door het Waterschap Fryslân getoetst op voldoende watercompensatie middels voornoemde 'watertoets'. Binnen deze context en 'ruimtelijke kaders' is een indicatieve verkavelingsschets gemaakt met een divers woonprogramma voor Noardburgum.

Stedenbouwkundig plan

Het stedenbouwkundig plan voor Noardburgum heeft een rationele en heldere opzet; een orthogonaal stratenpatroon met centraal in het plan een waterpartij met brede, zogenaamde 'plasbermen', waarmee

15

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

flora en fauna een toegang hebben tot diep in de woonuitbreiding. De waterpartij is een robuustere uitvoering van de oorspronkelijke, in oost-westrichting gelegen sloot die het totale plangebied opsplitst in twee delen. Het behoudt en de verbreding van deze waterpartij is in het stedenbouwkundig concept opgenomen om de flora en fauna in het plangebied te behouden en om te kunnen voldoen aan de watertoets die het Wetterskip Fryslân oplegt om de toename aan verhardingsoppervlak te compenseren (voldoende afvoeren van overtollig regenwater). Aan de zuidzijde, waar het nieuwe plangebied op de Hanegraaffweg aansluit, wordt de toegangsweg, vanuit veiligheidsoverwegingen, achter de bestaande speeltuin langs gelegd. Dit is een oplossing die is voortgekomen uit het overleg met de buurtbewoners en het ontwerpteam (inloopbijeenkomst). De aanpassingen van de speeltuin zullen in een apart traject met de buurt worden ingevuld en maken deel uit van een separaat overlegtraject dat door de dorpencoördinator van de gemeente met Doarpsbelangen Noardburgum een gedetailleerdere invulling zal krijgen. De stedenbouwkundige criteria voor de beeldkwaliteit Noardburgum bevat een drietal woningtypes die zullen aansluiten bij het dorpse karakter en het bouwkundige beeld van het omliggend gebied: twee-onder-één kapwoningen, vrijstaande woningen en strokenbouw.

In het plan worden 10 sociale huurwoningen opgenomen die door de woningbouwcorporatie WoonFriesland zullen worden gerealiseerd. Voor de beeldkwaliteit van de woonbebouwing is een Beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Dit plan bevat de welstandscriteria die gelden voor de architectuur, hoofdvorm, materialisatie en inpassing in het straatbeeld. Het BKP wordt als afzonderlijk beleidsdocument vastgesteld en vormt het toetsingskader bij de verdere planuitwerking en vergunningverlening. Het BKP is volledigheidshalve als Bijlage 3 bijgevoegd.

16

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Hoofdstuk 3

Participatie

Voor het planvoornemen is een uitgebreid participatietraject doorlopen waarbij de gemeente met toepassing van het participatiebeleid dat op 18 juli 2023 is vastgesteld. In het participatieverslag dat als Bijlage 4 is bijgevoegd is ingegaan op het doorlopen particpatietraject.

17

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

18

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Hoofdstuk 4

Toetsing aan regelgeving en beleid

Er moet worden voldaan aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. Ook mag het plan niet in strijd zijn met de waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. Tot slot moet het plan passen binnen het gemeentelijke beleid. In dit hoofdstuk worden deze aspecten afgewogen en waar nodig gemotiveerd.

4.1

Instructieregels Rijk

In hoofdstuk 5 van het Bkl is een groot aantal instructieregels opgenomen. Aan deze instructieregels moet worden voldaan. De meest relevante instructieregel betreft de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer: het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de waterbelangen; het beschermen van de gezondheid en van het milieu; het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Niet alle instructieregels zijn relevant. In onderstaande tabel zijn de voor dit planvoornemen van toepassing zijnde thema's waarover in het Bkl instructieregels staan opgenomen. In de tabel is per thema aangegeven in welke paragraaf in deze motivering hier nader op in is gegaan. Thema

Paragraaf Bkl

Paragraaf motivering

Omgevingsveiligheid

5.1.2

5.1

Waterbelangen

5.1.3

5.2

Luchtkwaliteit

5.1.4.1

5.3

Geluid door activiteiten

5.1.4.2

5.4

Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen

5.1.4.2a

5.6

Bodemkwaliteit

5.1.4.5

5.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.1.5.4

5.8

Cultureel erfgoed en werelderfgoed

5.1.5.5

5.9

Tabel 1: Thema's Bkl

In Hoofdstuk 5 van deze motivering zijn de thema's voor zover relevant voor dit BOPA-besluit nader uitgewerkt.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Voor het onderhavige plan is met name de ambitie 'vitaal' van belang. De ambitie vitaal richt zich op het leefbaar houden van Friese steden, dorpen en het platteland. Dit betekent dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn en dat de bereikbaarheid goed is. De

19

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

voorgenomen ontwikkeling ziet op het planologisch mogelijk maken van 34 woningen in de kern Noardburgum. Dit sluit aan op de doelstelling 'vitaal', die voldoende woningen in de provincie beoogt. Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes. Deze principes staan voor de manier van werken, en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen.

Uit paragraaf 2.2 blijkt dat bij de ruimtelijke/landschappelijke inpassing rekening wordt gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten en kenmerken. Deze kwaliteiten zijn als basis voor het stedenbouwkundig ontwerp gebruikt. Het woongebied voegt zich binnen de bestaande gebiedskenmerken en sluit goed aan op de ruimtelijk-functionele structuur van de kern Noardburgum. Al met al sluit het plan aan op het inhoudelijke principe 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis' uit de Omgevingsvisie Fryslân. Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat bij het ontwerp rekening wordt gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. In de inrichting van het plan is hier aandacht aan besteed door de openbare ruimte zo groen mogelijk vorm te geven en ruimte te bieden voor wateropvang. Voor de verdere uitwerking van de woningen en de inrichting van de erven worden aanvragers van vergunningen gestimuleerd en geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. Dit kan bijvoorbeeld door nestkasten en/of vleermuisvoorzieningen in gevels op te nemen, of door daken te voorzien van nest-/vogelpannen of vogelvides. Daarnaast wordt gestimuleerd dat tuinen groen worden ingericht en erfafscheidingen zoveel mogelijk uit hagen bestaan.

Op deze manier wordt een goed leefklimaat geboden voor vogels, insecten en kleine dieren en wordt bijgedragen aan de biodiversiteit. Conclusie Er is geen strijdigheid met de omgevingsvisie en de daarin opgenomen principes. De provinciale omgevingsvisie levert geen beperkingen op voor deze ontwikkeling. 4.2.2

Omgevingsverordening Fryslân

De omgevingsverordening Fryslân is op 1 januari 2024, tegelijkertijd met de Omgevingswet, in werking getreden. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de Omgevingsvisie. De omgevingsverordening van Fryslân bevat ook (instructie)regels voor het omgevingsplan. Onderstaand zijn de instructieregels opgenomen die van toepassing zijn op dit planvoornemen. In onderstaande tabel is gemotiveerd hoe wordt voldaan aan de instructieregels en waar nodig is aangegeven in welke paragrafen van deze motivering de thema's voor zover relevant voor dit BOPA-besluit nader zijn uitgewerkt. Thema

Artikel POV

Verwijzing paragraaf

Omgevingskwaliteiten als basis

2.1

2.2 en 5.9

20

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Op grond van artikel 2.1, lid 1 van de verordening wordt in een omgevingsplan aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) of van een met de provincie afgestemde gemeentelijke verdiepingsslag. In paragraaf 5.9 wordt in het kader van erfgoed nader ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden. Lid 2 van artikel 2.1 regelt dat in een omgevingsplan dat een regeling bevat voor gronden buiten het bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd wordt op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in de thematische structuurvisie Grutsk op 'e Romte, en het bevat regels die nodig zijn om deze kernkwaliteiten zo veel mogelijk te behouden en te versterken. In paragraaf 2.2 is onderbouwd dat er sprake is van landschappelijke inpassing van het nieuwe woongebied. Daarnaast wordt onderbouwd hoe het plan aansluit op landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op 'e Romte. De voorliggende BOPA voldoet daarom aan het gestelde in lid 2.

Op grond van lid 3 van artikel 2.1 bevat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, een onderbouwing van de wijze waarop het plan de omgevingskwaliteiten benut als ontwerpbasis, en het borgt het zorgvuldig situeren en inrichten van nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies op basis van de omgevingskwaliteiten. In paragraaf 2.2 is onderbouwd dat rekening wordt gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten. Hiermee voldoet de BOPA aan artikel 2.1 lid 3. Zuinig en meervoudig ruimtegebruik

2.3

4.3.1, , 4.5.2, en 5.8

Dit artikel ziet erop dat bij nieuwe functies buiten het bestaand stedelijk gebied een onderbouwing wordt opgenomen van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik, waaruit tenminste blijkt: - dat de nieuwe functie voorziet in een behoefte; - dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel, en - dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk worden benut. De motivering van een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijk functie buiten bestaand stedelijk gebied dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Uit deze verantwoording moet in ieder geval blijken dat er sprake is van een behoefte aan in dit geval woningen en waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Voor de motivering waaruit blijkt dat de te realiseren woningen voorzien in een behoefte wordt verwezen naar de paragrafen 4.3.1, 4.5.2, en 5.8. De motivering waarom deze functie niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd is opgenomen in paragraaf 5.8 waarbij in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is gemotiveerd waarom het planvoornemen in dit geval buiten het bestaand stedelijk gebied moet plaatsvinden.

Op basis van deze motivering wordt gesteld dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik in de zin van de Omgevingsverordening. Het planvoornemen voldoet daarmee aan artikel 2.3 uit de verordening. Koppelen en verbinden

2.4

Hoofdstuk 2

Op basis van dit artikel moet onderbouwd worden hoe nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in een ruimtelijk plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen. Voorbeelden van opgaven uit de leefomgeving zijn de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit. Bij dit project wordt aandacht besteedt aan klimaatadaptatie door de realisatie van groen en nieuw water. Bovendien krijgt de overgang naar het landschap een zacht karakter. Dit zorgt ervoor dat in de randen ruimte is voor biodiversiteit. Al met al is bij het planvoornemen aandacht besteed aan diverse opgaven in de fysieke leefomgeving en worden koppelkansen benut. Gezond en veilig

2.5

Hoofdstuk 5

In hoofdstuk 5 is uiteengezet en waar nodig onderzocht wat de effecten zijn op de gezondheid van veiligheid van het plan op de omgeving. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de criteria zoals gesteld in paragraaf 2.5 van de omgevingsverordening. Programmering woningbouw

2.7

21

4.3.1

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Een omgevingsplan kan nieuwe woningen bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. In paragraaf 4.3.1 is gemotiveerd dat het planvoornemen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Uitzonderingen op verbod ontgrondingsactiviteit zonder omgevingsvergunning uit te voeren

4.1

Er worden watergangen verbreed. Er heeft afstemming met de Fumo plaatsgevonden over het planvoornemen. Uit dit overleg volgt dat het verbod om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten niet geldt voor zover het gaat om het ontgronden voor: 3. Het uitvoeren van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit, mits: a. de locatie van de ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning, en b. grondlagen dieper dan 2 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven, en c. niet meer dan 10.000 m³ grond wordt ontgraven Deze situatie is aan de orde in het kader van dit plan. Volstaan kan worden met een melding. Grondwaterbeschermingsgebied

4.43

Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Artikel 4.43 van de Omgevingsverordening Fryslân schrijft een algemene zorgplicht voor bij activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de bescherming van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Dit houdt in dat degene die een activiteit verricht alle maatregelen moet treffen die redelijkerwijs gevraagd kunnen worden om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Voor dit planvoornemen, dat voorziet in woningbouw en bijbehorende voorzieningen, geldt dat geen sprake is van risicovolle activiteiten zoals bedoeld in de verordening. In paragraaf 5.2 is gemotiveerd dat het gebruik van de gronden voor een woonfunctie niet leidt tot belemmeringen voor de grondwaterbescherming. Afstemming met het Wetterskip en de FUMO heeft bevestigd dat geen aanvullende belemmeringen aanwezig zijn. Het plan voldoet daarmee aan artikel 4.43 van de verordening. Tabel 2: Overzicht relevante instructieregels provincie

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Woondeal 2022-2030 Regio NoordOost Fryslân

De samenleving verandert; ook in Fryslân. Zo neemt het aantal huishoudens nog steeds toe. De meeste huishoudens zijn tegenwoordig ook kleiner dan vroeger. Mede daarom zijn er te weinig geschikte woningen. Het gevolg is dat vooral jongeren en ouderen moeite hebben om een woning te vinden die aansluit bij hun situatie. Dat speelt ook in andere situaties. In 2025 is de regionale Woondeal Noordoost Fryslân 2022-2025 herijkt. De woningbouwopgave voor de provincie Fryslân is vergroot naar ruim 22.000 woningen, waarbij betaalbaarheid, beschikbaarheid voor verschillende doelgroepen en behoud van de landschappelijke kwaliteit van belang zijn. De regio Noordoost Fryslân zet zich gezamenlijk in voor de realisatie van 3.346 woningen, waarvan circa 850 woningen in de gemeente Tytsjerksteradiel. Dit project is samen met het dorp vorm gegeven. Vanuit de gemeente is gestuurd op woningtypen op basis van de Woningmarktanalyse Noordoost Fryslân 2020-2030. In de regionale Woondeal is aangegeven, in lijn met de Nationale Bouw- en Woonagenda, dat gestreefd wordt naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen per gemeente en een nieuwbouwopgave met voor twee derde betaalbare woningen. In dit project wordt 40% sociale huur gerealiseerd en draagt daardoor bij aan het streven naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen.

Daarnaast zal in ieder geval 60% betaalbaar (de Friese betaalbaarheidsgrens van € 405.000 (2025)) zijn. Bij de nadere uitwerking wordt gestreefd naar twee derde betaalbare woningen.

22

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

De uitgangspunten van de pilot Regionale Woningbouwafspraken (2020) met de provincie zijn verankerd in de herijkte woondeal. Dit houdt in dat de gemeenten in de regio Noordoost Fryslân, waaronder Tytsjerksteradiel, de vrijheid behouden tot 2030 om zelf balans te creëren op de woningmarkt en op basis van de regionale woningmarktanalyse het woningbouwprogramma vorm te geven.

4.4

Waterschapsverordening

In de waterschapsverordening staan geen (instructie)regels waar in het kader van dit planvoornemen rekening mee moet worden gehouden. In paragraaf 5.2 is nader ingegaan op de wateraspecten in dit plan.

4.5

Gemeentelijke regelgeving en beleid

4.5.1

Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2023 - 2040

De Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2023-2040 streeft naar vitale en leefbare dorpen waar inwoners passend kunnen wonen, werken en ontspannen in een veilige, groene omgeving. Een van de hoofdambities is om voor elke inwoner geschikte woonruimte te realiseren, vooral door in te spelen op demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en het vertrek van jongeren. De gemeente erkent de behoefte aan diverse en betaalbare woningen, ook voor jongere generaties, en ondersteunt daarom nieuwe woningbouw waar deze vraag bestaat. Woningbouwprojecten in dorpen zoals Noardburgum passen goed binnen deze visie, omdat ze bijdragen aan de leefbaarheid en het behoud van gemeenschapszin. De gemeente hanteert een ‘ja, mits’-benadering, wat betekent dat initiatieven die bijdragen aan de gestelde doelen positief worden benaderd, mits ze zorgvuldig zijn afgestemd op het dorpse karakter en de omgevingskwaliteit behouden. Zo draagt nieuwe woningbouw bij aan een toekomstbestendig Tytsjerksteradiel dat inspeelt op de huidige woonbehoefte. Woningbouw in Noardburgum sluit aan bij de visie om leefbare, toegankelijke en toekomstbestendige dorpen te creëren. Conclusie Het beleid uit de Omgevingsvisie Achtkarspelen staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 4.5.2

Woonvisie Gemeente Tytsjerksteradiel

Op 4 juli 2019 is de woonvisie van de gemeente Tytsjerksteradiel vastgesteld. De Woonvisie is een visiedocument dat naast de wettelijke basis voor prestatie afspraken ook als basis dient voor o.a. de duurzaamheidsagenda, de woningbouwprogrammering (die separaat wordt vastgesteld door het college) en de Omgevingsvisie. Daarnaast ligt de Woonvisie ten grondslag aan het afwegingskader waarmee ruimtelijke initiatieven getoetst worden op behoefte en kwaliteit. De Woonvisie geeft vijf speerpunten voor de komende jaren, te weten; 1. 2. 3. 4. 5.

Investeren in onze bestaande voorraad Zorgvuldige inzet op nieuwbouw Voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen Wonen met zorg Streven naar leefbare dorpen

Voor dit plan zijn speerpunten 2 en 3 van belang. De inzet is gericht op de realisatie van woningbouw binnen de kernen of waar dit niet mogelijk is, aansluitend aan de kernen. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een nieuw woongebied dat aansluit op de bebouwde kom van Noardburgum.

23

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

In 2025 is de regionale woningmarktanalyse van KAW opnieuw uitgevoerd (juli 2025). Hieruit blijkt dat er nog een grote opgave ligt om op de korte en middellange termijn passende en betaalbare huisvesting te realiseren in de regio Noordoost Fryslân. Dit is per gemeente en per kern verder opgesplitst. Uit het onderzoek blijkt dat er op de korte termijn ruimte is voor uitbreiding. In de kleine dorpen is dat op kleine schaal om in te spelen op concrete, lokale behoefte en om bijvoorbeeld nieuwe of jonge huishoudens aan het dorp te binden. Het gaat altijd om maatwerk. Het voorliggende woningbouwplan maakt minimaal 26 goedkope koop- en huurwoningen mogelijk. Hiermee wordt voorzien in de behoefte aan woningbouw in Noardburgum. Conclusie De gemeentelijke woonvisie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.3

Welstandsnota

De gemeente stelt eisen aan welstand. Deze gaan over de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte, landschap, stedenbouwkundige structuur en de maat en schaal van gebouwen. Het plangebied valt volgens de welstandsnota onder het gebiedstype ‘Bebouwing BG – besloten gebieden’. De daarbij behorende criteria zijn gericht op het buitengebied en sluiten niet aan op de ontwikkeling van een nieuw woongebied. Voor dit plan is daarom een BKP (zie ook paragraaf 2.2) opgesteld. Dit plan bevat specifieke welstandscriteria voor de architectuur, hoofdvorm, materialisatie en inpassing in het straatbeeld. Het BKP wordt als afzonderlijk document vastgesteld en vormt het toetsingskader bij de verdere uitwerking van het plan en toekomstige vergunningverlening. Relatie met het plan Het BKP waarborgt de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van de nieuwe woonwijk en vervangt de algemene welstandscriteria die hier niet toereikend zijn.

24

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Hoofdstuk 5

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

5.1

Omgevingsveiligheid

5.1.1

Toetsingskader

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. In deze paragraaf wordt ook gesproken over plaatsgebonden risico en groepsrisico. Hierin worden de grens- en standaardwaarden en aandachtsgebieden rond (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties besproken. Plaatsgebonden risico Grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden bij het ruimtelijk besluit in acht genomen. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Naast vorengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn de volgende aspecten van belang: beperkingen in het belemmeringengebied van buisleidingen. 5.1.2

Onderzoek

In het kader van het planvoornemen is de signaleringskaart externe veiligheid geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er zich in de direct nabije omgeving van het plangebied geen risicobronnen bevinden. Het plangebied bevindt zich dan ook buiten de invloedssfeer van risicobronnen. Daarnaast leidt de realisatie van het nieuwe woongebied niet tot de totstandkoming van een nieuwe risicobron waardoor het plan niet leidt tot een verhoging van het extern risico voor andere kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. 5.1.3

Conclusie

Het plan is wat betreft externe veiligheid niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

5.2

Water

5.2.1

Toetsingskader

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening.

25

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

5.2.2

Onderzoek

Het projectgebied is gelegen in het beheersgebied van het Wetterskip. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. Ter voorbereiding op de watertoets heeft er afstemming plaatsgevonden met het Wetterskip over het planvoornemen en de te nemen maatregelen en compensatieopgave. Op 13 oktober 2025 is middels de digitale watertoets advies opgevraagd bij Wetterskip Fryslân. Het advies is als Bijlage 5 bij deze toelichting te raadplegen. Uit de watertoets blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Dit will zeggen dat het wetterskip constateert dat het plan van grote invloed is op het water of de wateraspecten in de omgeving. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Advies aanbrengen toename verharding Door het planvoornemen neemt het verhard en bebouwd oppervlak toe. Het plangebied ligt in het poldergebied in het landelijk gebied. Er geldt daarom een compensatienorm van 10%. In de onderstaande tabel is een waterbalans ten aanzien van het plan weergegeven. Tabel 1. Waterbalans

De toename van verharding/bebouwing als gevolg van het plan bedraagt 10.139,5 m2 en dit is meer dan genoemde 1.500 m2 waardoor een watervergunning moet worden aangevraagd door het bevoegd gezag. Omdat er sprake is van poldergebied is er een compensatie norm 10% wat resulteert in 1.013,95 m2 . Ten aanzien van het planvoornemen worden de watergangen rondom het plangebied verbreed. Hiermee wordt 1.029 m2 water gecreëerd. Er wordt aan de compensatienorm voldaan.

26

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Grondwaterbeschermingsgebied Het Wetterskip Fryslân heeft bevestigd dat het plangebied ligt binnen een grondwaterbeschermingsgebied. In deze gebieden gelden extra regels op basis van de provinciale Verordening Drinkwater en de legger van het waterschap. Het toekomstig gebruik van het plangebied voor wonen wordt niet gezien als een risicovolle activiteit. Voor de planvorming zijn daarom geen inhoudelijke belemmeringen vastgesteld. Er heeft hierover afstemming plaatsgevonden met de FUMO. In de aanlegfase is aandacht nodig voor de uitvoeringswerkzaamheden. In een grondwaterbeschermingsgebied zijn onder meer de volgende activiteiten vergunning- of meldingsplichtig bij de provincie of het Wetterskip Fryslân: graven dieper dan 2 meter; heien en andere ingrepen in de bodem; het aanleggen van verhardingen, zoals wegen en parkeerterreinen; het lozen of infiltreren van hemelwater. Bij de uitwerking van het bouwplan moet daarom worden beoordeeld of voor deze werkzaamheden een omgevingsvergunning of watervergunning nodig is. Dit wordt betrokken in de vergunningenstrategie voor de uitvoering. Er zijn geen belemmeringen die het planologisch mogelijk maken van de woonfunctie in de weg staan.

Wel wordt, in overeenstemming met het Wetterskip Fryslân, geadviseerd om in een vroege fase af te stemmen over de omgang met regenwater (bijvoorbeeld infiltratie, retentie of aansluiting), zodat de belangen van de drinkwatervoorziening en grondwaterkwaliteit geborgd blijven. Graven van oppervlaktewater In sommige gevallen moet voor het graven van oppervlaktewater een watervergunning worden aangevraagd. In de nadere planuitwerking wordt gecheckt of dit voor dit plan aan de orde is. Een eventueel benodigde vergunning kan te zijner tijd worden aangevraagd. 5.2.3

Conclusie

Het plan is wat betreft water niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Toetsingskader

Een project moet in beginsel worden getoetst aan de rijksomgevingswaarden voor de luchtkwaliteit. Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

2.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang blijven (artikel 5.54 Bkl). Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Dit hangt af van de uitkomst van de NIBM-tool.

27

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Voor onderhavig project is mogelijkheid 1 aan de orde. Een aantal veelvoorkomende activiteiten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Daarom is het niet nodig deze 'standaardgevallen' te toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 ). Voor onder andere woningbouw geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in artikel 5.54 grenzen aan. Als een activiteit binnen deze grenzen valt, is geen toetsing nodig aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2 ) en fijnstof (PM10 ). Want de activiteit draagt dan per definitie NIBM bij aan de luchtverontreiniging. Woningen/woonwijken zijn NIBM als het gaat om maximaal: 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg 3.000 woningen bij 2 of meer ontsluitingswegen 5.3.2

Onderzoek

Voorliggend plan maakt maximaal 34 woningen mogelijk waarmee ruim onder de getalsmatige grenzen wordt gebleven. Het planvoornemen bedraagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 5.3.3

Conclusie

Het project is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit en daarmee niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

5.4

Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten

5.4.1

Toetsingskader

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van activiteiten (paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl). Het omgevingsplan of de Bopa moet ervoor zorgen dat het geluid van activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Daartoe moet het omgevingsplan of de Bopa in beginsel hierover regels bevatten. Het gaat om 'gewoon' geluid in een stedelijke omgeving, dat wil zeggen de combinatie wonen met (lichte) bedrijvigheid. De benodigde regels over geluid zijn opgenomen in de bruidsschat (zie paragraaf 22.3.4). 5.4.2

Onderzoek

De instructieregels uit het Bkl hebben uitsluitend betrekking op geluidgevoelige gebouwen. Andere gebouwen en locaties reguleert het Bkl niet. Het Rijk laat de bescherming van overige gebouwen en locaties over aan decentrale overheden. Het project voorziet in het oprichten van geluidgevoelige functies, in dit geval woningen. De realisatie van woningen kan een activiteit zijn die mogelijk leidt tot een situatie die in strijd kan worden geacht met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of als de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Daarom moet worden gekeken naar (geluid)hinderveroorzakende bedrijven en functies in de omgeving. Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van Noardburgum. In de direct nabije omgeving van het plangebied bevinden zich aan de westzijde agrarische landerijen en aan de noord- en oostzijde woonbebouwing van de kern Noardburgum en aan de zuidzijde een bos. Ten noorden van de nu al aanwezige woningen aan de noordzijde zijn sportvelden gesitueerd. Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een begraafplaats. Ten zuiden van het bos bevindt zich een drinkwaterbedrijf. Deze functies kunnen in potentie hinder veroorzaken. Onderstaand gaan wij hier nader op in.

Er is geen sprake van een combinatie van milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar. De omgeving typeert zich als een rustige woonwijk. Het plangebied wordt dan ook aangemerkt als rustige woonwijk. Dit betekent dat het principe van functiescheiding wordt nagestreefd.

28

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

Sportvelden Ten noorden van het plangebied bevinden zich voetbalvelden van de Voetbalvereniging Noardburgum. Op grond van de aldaar geldende bestemming 'Sport - 1', zijn deze gronden bestemd voor terreinen en gebouwen ten behoeve van sport en sportieve recreatie. De afstand van de sportvelden tot het plangebied bedraagt minimaal 90 meter waarbij het gebied tussen de grens van de bestemming 'Sport -1' en het plangebied is ingericht met woningen en vormt daarmee een bufferzone. Deze bestaande woningen zijn maatgevend in de zin van de geluid- en lichthinder die de sportvelden mag veroorzaken. De hinder mag dus nu al niet zodanig zijn dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande woningen. Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2013:2412) blijkt dat de Afdeling een dergelijke motivering niet onredelijk acht. De sportvelden worden daarmee al belemmerd in de hinder die zij maximaal mogen veroorzaken. Onevenredige hinder afkomstig van de sportvelden is niet te verwachten. Begraafplaats en kerk Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een begraafplaats en een kerk. De afstand van de begraafplaats tot het plangebied bedraagt minimaal 65 meter en de afstand tussen het plangebied en de kerk bedraagt minimaal 80 meter waarbij het tussengebied is ingericht met bos en groenvoorzieningen en vormt daarmee een bufferzone.

In de huidige situatie zijn er direct grenzend aan de begraafplaats en kerk al woningen gesitueerd. Deze bestaande woningen zijn maatgevend in de zin van de hinder die de begraafplaats en kerk mag veroorzaken. De hinder mag dus nu al niet zodanig zijn dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande woningen. Zoals hierboven al aangegeven blijkt uit jurisprudentie dat een dergelijke motivering niet onredelijk is. De begraafplaats en kerk worden daarmee al belemmerd in de hinder die zij maximaal mogen veroorzaken. Onevenredige hinder is niet te verwachten. Drinkwaterbedrijf Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een drinkwaterbedrijf van Vitens. Deze gronden zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor de productie van drinkwater, de winning zuivering en transport van water, kantoren en laboratoria en tevens voor beheer en onderhoud. De afstand van het drinkwaterbedrijf tot het plangebied bedraagt minimaal 220 meter waarbij het tussengebied is ingericht met woningen (op 22 meter) en bos en vormt daarmee een bufferzone. In de huidige situatie zijn er direct ten noorden van het drinkwaterbedrijf al woningen gesitueerd. Deze bestaande woningen zijn maatgevend in de zin van de hinder die het drinkwaterbedrijf mag veroorzaken.

De hinder die het drinkwaterbedrijf mag veroorzaken kan dus nooit dusdanig zijn dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de nu al aanwezige woningen. De nieuwe beoogde woningen zijn bovendien op een veel grotere afstand (22 meter versus 220 meter) gesitueerd. Het drinkwaterbedrijf zal dan ook niet zorgen voor belemmeringen voor de nieuwe woonwijk. De specifieke bedrijfsvoering van het drinkwaterbedrijf is middels milieuregelgeving- en vergunningen geregeld. Zoals hierboven al aangegeven blijkt uit jurisprudentie dat een dergelijke motivering niet onredelijk is. Het drinkwaterbedrijf wordt daarmee al belemmerd in de hinder die zij maximaal mogen veroorzaken. Het drinkwaterbedrijf veroorzaakt geen onevenredige hinder op het te realiseren woongebied. Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het planvoornemen leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met etfal. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Het planvoornemen ziet niet op de realisatie van een milieubelastende functie waardoor er, vanuit oogpunt van externe werking, geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. 5.4.3

Conclusie

Het plan is wat betreft geluid door (bedrijfsmatige)activiteiten niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

29

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

5.5

Spuitzonering

5.5.1

Toetsingskader

Bij een evenwichtige toedeling van functies moet rekening worden gehouden met de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht voor het woon- en leefklimaat. Aan de noord- en oostzijde van het projectgebied liggen agrarische gronden. Deze gronden hebben een agrarische bestemming, waarin in beginsel zowel veeteelt als teelt van gewassen is toegestaan. Daarbij is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uitgesloten. Volgens vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:855) geldt in beginsel een afstand van 50 meter tussen agrarische percelen waar gewasbescherming kan plaatsvinden en nieuwe gevoelige functies zoals woningen. Alleen in bijzondere gevallen mag hiervan worden afgeweken. Dit is bevestigd in latere uitspraken (ECLI:NL:RVS:2022:3160 en ECLI:NL:RVS:2023:269). Afwijking is alleen mogelijk als voldoende is verzekerd dat drift kan worden beperkt, bijvoorbeeld door schermen of technieken. De Afdeling benadrukt dat dit sterk afhangt van de feitelijke en planologische context. Daarnaast volgt uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:3524) dat niet altijd een spuitzone hoeft te worden aangehouden. Als op basis van een representatieve invulling van de maximaal planologisch toegestane mogelijkheden aannemelijk is dat geen gewasbescherming zal plaatsvinden, mag worden uitgegaan van het feitelijke gebruik.

Dat is met name het geval wanneer sprake is van uitsluitend veehouderij en geen concreet voornemen bestaat om over te schakelen naar teelt waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. 5.5.2

Onderzoek

Het huidige gebruik van de aangrenzende gronden betreft grasland ten behoeve van veeteelt. De eigenaar heeft verklaard geen plannen te hebben om over te schakelen naar gewasteelt of boomteelt. Binnen de planperiode is geen wijziging van de bedrijfsvoering voorzien. Hoewel de agrarische bestemming planologisch ruimte laat voor teelt, is een omschakeling naar teelt met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet aannemelijk. Daarom hoeft op grond van de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:3524) in redelijkheid geen rekening te worden gehouden met een spuitzone. Daarnaast ligt het plangebied direct grenzend aan bestaande woonfuncties. Het agrarisch bedrijf moet op grond van milieurechtelijke regels al driftreducerende maatregelen toepassen. Het voorliggende plan leidt niet tot een nieuwe beperking die verder gaat dan de bestaande situatie. De invloed op de agrarische bedrijfsvoering blijft daarmee beperkt. 5.5.3

Conclusie

Het plan is, wat betreft het aspect spuitzonering, niet evident onuitvoerbaar. Er is geen reden om aan te nemen dat het woon- en leefklimaat onvoldoende kan worden gewaarborgd. Gezien het huidige agrarisch gebruik, het ontbreken van concrete aanwijzingen voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de bestaande omgevingsbeperkingen, kan het plan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

30

Motivering BOPA behorende bij uitbreiding woningbouw Noardburgum

5.6

Geluid door wegen

5.6.1

Toetsingskader

Het Bkl regelt verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder ook omgevingsgeluid, met inbegrip van geluidsoverlast door wegverkeer. In het Bkl zijn normen en regels opgenomen die van toepassing zijn op geluidsoverlast veroorzaakt door wegverkeer. Bij gemeentewegen waar per etmaal gemiddeld meer dan 1.000 motorvoertuigen passeren zijn geluidsmetingen en -berekeningen benodigd om de geluidsbelasting op de omgeving vast te stellen. 5.6.2

Onderzoek

De nieuwe woningen zijn voorzien binnen de geluidsaandachtsgebied van wegen van gemeente en provincie. In dat geval moet geluidsonderzoek worden uitgevoerd naar elk van deze geluidsbronnen. De nieuwe woningen liggen niet binnen andere geluidsaandachtsgebieden. Door Geluidszaken is geluidsonderzoek uitgevoerd. Het geluidsonderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd en onderstaand zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven. De geluidsaandachtsgebieden van provinciale en gemeentelijke wegen worden op grond van overgangsrecht nog bepaald op basis van afstanden tot de betreffende wegen. De breedte van het geluidsaandachtsgebied bedraagt hier voor gemeentelijke wegen en het deel van provinciale wegen binnen de bebouwde kom 200 meter vanaf de kant van de verharding. Voor provinciale wegen buiten de bebouwde kom bedraagt deze afstand 250 meter. Het onderzoek beperkt zich ten aanzien van provinciale wegen tot de N355. De N356 ligt op circa 650 meter vanaf het plan en is buiten beschouwing gelaten. Uit de berekening blijkt dat ten aanzien van de provinciale weg op het gehele plangebied ruimschoots aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt voldaan. Daarnaast blijkt dat uit de berekende geluidbelastingscontouren van de gemeentelijke wegen blijkt dat op het gehele plangebied aan de standaardwaarde van 53 dB wordt voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=f117d9ef-9615-4168-91de-125da0d7b719