CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

09 - Bijlage 1 - Deel 1 - Bestemmingsplan (ontw. naar vg.) (geanonimiseerd)

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 20 juni 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Earnewâld, De Wiidpleats (beslútfoarmjend, besprekstik)25.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan. 4. 10

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Het plangebied ligt in gebied dat in de jaren ’90 is ontwikkeld tot recreatiegebied. Uit historisch kaartmateriaal is op te maken dat daarbij de historische landschapsstructuren als uitgangspunt zijn gehanteerd. Anders dan de globale structuren van het gebied is er geen sprake van cultuurhistorische waarden in het plangebied. Ook uit de CHK blijken dat er geen bijzondere elementen aanwezig zijn. Vanuit de cultuurhistorie bestaan er geen belemmeringen voor het plan.

28

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

4. 11

Luchtkwaliteit en gezondheid

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM) 10 en stikstofdioxide (NO)2 gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO 2 en PM 10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1. 500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Earnewâld en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Het plan heeft potentieel een positief effect op de luchtkwaliteit door een theoretische afname van verkeer.

4. 12

Planologische zones

Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

29

5

Juridische regeling

5. 1

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5. 2

Toelichting op de regels

Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen - Groenvoorzieningen’, ‘Recreatie – 1A’, ‘Verkeer - Verblijf’ en ‘Water’. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven inrichtingsplan. Groen De bosstrook aan de westzijde van het plangebied en het centraal gelegen groene gebied zijn bestemd als ‘Groen – Grondvoorziening’. Binnen deze bestemming wordt primair voorzien in structuurbepalend groen. De ontsluitingsweg naar de recreatiewoningen is binnen deze bestemming aangeduid als ‘ontsluiting’. Verspreid in het centrale gebied zijn in ondergeschikte mate ondersteunende horecafuncties mogelijk met enkele bouwwerken, vergelijkbaar met de bestaande bouwwerken op dit terrein. Hiervoor mogen ten hoogste 3 kassen of overkappingen worden gebouw met een oppervlakte van maximaal 50 m 2 per bouwwerk en een goot- en bouwhoogte van 2,5 en 3,5 meter.

30

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

Horeca – 2 en 4 Het restaurant en het hotel worden geregeld in de bestemming ‘Horeca – 2 en 4’. De gemeente Tytsjerksteradiel hanteert in haar horecabeleid een verdeling in horecacategorieën, waarbij horeca 1 gaat om complementaire dag-horeca, zoals lunchrooms, horeca 2 de restaurants zijn en horeca 4 de logiesfuncties, zoals een hotel (horeca 3 zijn danscafés en discotheken). Dit bestemmingsplan biedt flexibiliteit in de interne inrichting van de horecaondernemingen, maar maakt horecacategorieën 1, 2 en 4 mogelijk. Ook de terrassen vallen binnen deze bestemming. Om te waarborgen dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de groene rand langs de recreatiewoningen wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee de aanleg van de rietvegetaties zoals opgenomen in het landschapsplan (bijlage 1 van de regels) is gewaarborgd. Dit is gekoppeld aan de horeca, omdat dit terrein vanuit de horeca wordt geëxploiteerd. Recreatie – 1A De bestemming ‘Recreatie – 1A’ is gericht op verblijfsrecreatie. Binnen deze bestemming wordt voorzien in recreatiewoningen. De bouwregels zijn afgestemd op het inrichtingsplan, met daarin maximaal 19 recreatiewoningen, waarbij bergingen zijn geïntegreerd in het hoofdvolume en aan de voorzijde een overkapping is voorgesteld.

Alle bebouwing moet op de kavels passen binnen een aaneengesloten oppervlakte van 200 m. 2 De goot- en bouwhoogte is vastgelegd op 3 en 8 meter. Aan de zijde van het water is een gevellijn opgenomen. Om te waarborgen dat de gebouwen niet aan elkaar worden gebouwd is een onderlinge afstand van 5 meter opgenomen. De gebouwen moeten ten minste voor een deel in deze gevellijn worden gebouwd, om te zorgen dat de beoogde getrapte rooilijn wordt uitgevoerd. Om te waarborgen dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de oeverzone wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee de aanleg van de rietvegetaties zoals opgenomen in het landschapsplan (bijlage 1 van de regels) is gewaarborgd. Daarbij is bepaald dat deze moeten worden aangelegd voor zover deze zijn gelegen op, of direct grenzen aan, het bouwperceel van het betreffende hoofdgebouw, om te zorgen dat iedere eigenaar verantwoordelijk is voor dát specifieke deel van het landschapsplan. Verkeer - Verblijf De verkeersstructuur die in overwegende mate een openbaar karakter heeft, zoals de route naar de pont en parkeervoorzieningen, zijn onder de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ gebracht. De gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor straten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

Water Het open water voor zover nu gelegen binnen de aanduiding ‘ligplaats’ valt binnen het plangebied en is aangeduid als ‘steiger’, waarbinnen de mogelijkheid bestaat om aan- en afmeersteigers te realiseren. Het innemen van een ligplaats (permanente aanmeerplaats) is opgenomen als strijdig gebruik. Een tijdelijke ligplaats als voorziening bij de recreatiewoningen, gedurende het verblijf in deze recreatiewoningen, is wel mogelijk. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

31

6

Uitvoerbaarheid

6. 1

Algemeen

6. 2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Participatie Door ontwikkelaar Zwanenburg Projecten is een uitvoerig participatietraject opgestart. Dit is doorlopend proces. Een verslag van de participatie tot nu toe is opgenomen in bijlage 7. Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3. 1. 1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Parallel aan het vooroverleg is het plan voor inspraak ter inzage gelegd. Van de provincie Fryslân, Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân zijn overlegreacties ontvangen. Er zijn geen inspraakreacties ingediend. De ingekomen reacties zijn hierna samengevat en beantwoord. Provincie Fryslân In de reactie worden twee provinciale belangen aangehaald. Deze zijn aangehaald en direct van een gemeentelijk antwoord voorzien. De overlegreactie is opgenomen in bijlage 9.

Ruimtelijke kwaliteit / landschap In de huidige setting zijn de schuurachtige volumes op een relatief groen erf, te ervaren als een schakel tussen het dorp en het meer oostelijk gelegen recreatiegebied. In de nieuwe stedenbouwkundige opzet wordt de schakelfunctie gemist. Geadviseerd wordt om de inrichting meer vanuit de betekenis van deze plek te herzien. De overgangen naar het water worden gebiedseigen (met riet) aangekleed. Op het terrein zelf wordt een groenzone aangelegd om de verschillende functie groen in te passen. Geadviseerd wordt om de inpassing en de overgangen naar het water (riet) te borgen in de regels. Beantwoording In goed overleg is de conclusie getrokken dat de huidige voorgenomen ruimtelijke en landschappelijke inpassing volstaat. De aanleg en instandhouding van de landschapsmaateregelen waaronder de ‘oeverzone’, zijn als voorwaardelijke verplichting opgenomen.

32

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

Stikstof De provincie verwijst naar een separate beoordeling van het stikstofonderzoek, waarin wordt gesteld dat het voorontwerp in onvoldoende mate voorziet in een onderbouwing waaruit blijkt dat het plan geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Kort samengevat wordt benoemd dat: 1. de provincie de gehanteerde kentallen voor de gebouwemissies in de referentiesituatie niet geschikt acht en adviseert een nadere onderbouwing van de feitelijke emissie te gebruiken, bijvoorbeeld op basis van gasgebruik; 2. het onduidelijk is of alle aspecten binnen de sloop en bouwfase zijn meegenomen in de berekening. Daarom is een nadere uiteenzetting van de emissies in de aanlegfase nodig. 3. de gebruiksfase onvoldoende is belicht. Of de afname van verkeer en gasemissies leidt tot minder depositie moet ondersteund worden door een AERIUS-berekening. Ook is geen rekening gehouden met bijvoorbeeld vuurplaatsen en vaarbewegingen als gevolg van het plan. Beantwoording Naar aanleiding van de beoordeling door de provincie is het stikstofonderzoek aangepast en aangevuld: 1. De referentiesituatie is bepaald op basis van bekende getallen van het gasgebruik. 2. In het aangepaste rapport is de aanlegfase opnieuw tegen het licht gehouden.

Aangezien de planvorming zich in de voorbereidende fase bevindt, kan er nog niet op een hoog detailniveau worden onderzocht. Het is namelijk nog niet duidelijk hoe het plan exact uitgevoerd wordt en hoe de verschillende onderdelen van de ontwikkeling in de tijd staan. Dit is uiteindelijk aan de aannemer. Daarom is op basis van verschillende referentieprojecten een reële aanname van inzet en transport gedaan. In het bestemmingsplan nader specificeren leidt tot meer aannames en niet tot een betere weergave van de werkelijkheid. Dat betekent wel dat in het kader van de vergunningverlening, op basis van de dan actuele AERIUS calculator, een meer gespecificeerde berekening moet worden ingediend, waarbij als uitgangspunt geldt dat dit binnen de kaders van het onderzoek bij het bestemmingsplan moet blijven. Waar nodig zal de uitvoeringswijze en fasering worden afgestemd op ruimte de referentiesituatie. De huidige methode heeft een voor een bestemmingsplan gebruikelijk detailniveau en geeft voldoende inzicht in de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan op deze plek. 3. Tot slot is in het onderzoek de gebruiksfase nader uitgewerkt, waarbij ook rekening is gehouden met vaarverkeer, ondanks het feit dat dit in de referentiesituatie ook aanwezig was en, door meer passanten, waarschijnlijk met een hogere intensiteit.

Op basis van het onderzoek wordt uitgaande van een reële invulling van het bestemmingplan is bepaald dat dit niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Conclusie Het vooroverleg leidt tot aanpassingen van de toelichting van het bestemmingsplan, voor wat betreft het stikstofonderzoek.

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

33

Brandweer Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening. Het advies is opgenomen in bijlage 8. De Brandweer Fryslân adviseert om: • te realiseren dat de weg naar de objecten voldoen aan de eisen genoemd onder 3. 3 en zo voldoende bereikbaar zijn voor de brandweer; • een opstelplaats bij het hotel/restaurant te realiseren binnen 10 meter van een (brandweer)ingang; • op de bestaande waterleiding minimaal drie brandkranen te realiseren met een minimale opbrengst van 1000 l/min die voor alle objecten binnen 100 meter afstand gelegen zijn. Beantwoording Het advies wordt als bijlage opgenomen als onderdeel van de toelichting. Ook wordt in de toelichting een extra paragraaf “Bluswatervoorziening” opgenomen, voorzien van de inhoud van vorenstaand advies. De plicht om een weg te realiseren naar de objecten dat voldoet aan de eisen, het realiseren van een opstelplaats en de aanleg van een brandkraan, wordt in de regels als een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Conclusie Het vooroverleg leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan, maar wordt wel als voorwaarde aan de ontwikkelaar meegeven. Wetterskip Fryslân Wetterskip ziet op dit moment geen reden tot het maken van op- en/of aanmerkingen en stemmen in met het onderdeel ‘Water’.

Beantwoording Het advies wordt ter kennisgeving aangenomen. Conclusie Het vooroverleg leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gedurende zes weken, ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. De zienswijzen worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners wordt hiervan op de hoogte gesteld. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

34

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

6. 3

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de realisatie van een recreatiegebied. De ontwikkelkosten worden gedragen door de exploitatie of verkoop van de recreatiewoningen en de andere functies binnen het plangebied. De gemeente Tytsjerksteradiel heeft geen financiële belangen bij de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en ontwikkelaar hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade.

Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.

Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp

35

Bijlage 1

Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld

A&W-rapport

in opdracht van

NP De (Fryslân)

22-451

Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân) A&W-rapport 22-451

Sijtsma, I

Foto Voorplaat Bezoekerscentrum

nationaal Park de alde Feanen, A&W

2023

Sijtsma, 1 2023 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân). A&W-rapport 22-451. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Opdrachtgever Zwanenburg Projecten B. V. Marktplaats 75 8444 AC

Heerenveen

Uitvoerder

Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Science Park 400, K1. 08/1. 09 10987 XH Amsterdam Telefoon 0511 47 47 64

info @altwym.nl www. altwym. nl

©

Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Overname

Projectnummer 22-451

van

gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding.

Projectleider

Status Definitief

Autorisatie (geanonimiseerd) |

(geanonimiserd)

Datum 19 Jun 2023

Kwaliteitscontrole

(nmgeanonimise rd)

(geanonimiseerd)

(geanonimise rd(geanonimiseerd) )

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Inhoud 1

2 3 4

Inleiding 1. 1 Aanpak 1. 2 Opzet 1. 3 Wijziging wetgeving natuur 1. 4 Overig Beschrijving plangebied en voornemen 2. 1 Plangebied 2. 2 Voornemen 2. 3 Planning en doorlooptijd Beschermde natuurwaarden 3. 1 Beschermde gebieden 3. 2 Soortbescherming (Wet natuurbescherming) 3. 3 Conclusie relevante natuurwaarden

Effectbeoordeling 4. 1 4. 2 4. 3

Natura 2000-gebied de Alde Feanen (voortoets) Natuurnetwerk Nederland Beschermde soorten (Wet Natuurbescherming)

5 Conclusie Literatuur

17 22 23 23 26 26 28 30

1 1 1 2 2 3 3 4 6 7 7

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Foto’s 1 t/m 4: Impressie van het plangebied (foto’s A&W). Foto 1 – Linksboven, kijkend naar het zuidwesten, Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen; Foto 2 – Rechtsboven, kijkend naar het zuidoosten, een bijenstal op het terrein; Foto 3 – Midden, kijkend naar het zuidwesten, aanzicht van het bezoekerscentrum vanaf de kade; Foto 4 – Onder, kijkend naar het noorden, het parkeerterrein van Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

1

Inleiding

Zwanenburg Projecten B. V. is voornemens om het Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen af te breken. Er is eerst onderzoek nodig om te bepalen hoe de beoogde werkzaamheden zich verhouden tot de ecologische wet- en regelgeving. Dit betreft o. a. de Wet natuurbescherming (Wnb), de regelgeving omtrent het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overige gebiedsbescherming. Zwanenburg Projecten B. V. heeft Altenburg & Wymenga (A&W) opdracht gegeven om deze ecologische beoordeling uit te voeren. 1. 1

Aanpak

Deze ecologische beoordeling is uitgevoerd in de vorm van een quickscan met een uitgebreide voortoets. Dat geeft een overzicht van alle (mogelijk) voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en nabij het plangebied en alle vormen van gebieds- en soortbescherming die daarop van toepassing zijn. Er is beoordeeld of de beoogde werkzaamheden invloed (kunnen) hebben op beschermde natuurwaarden en of er daardoor sprake is van een conflict met de wet- en regelgeving. Het onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden is gebaseerd op twee benaderingen. Als eerste zijn recente bronnen geraadpleegd (verspreidingsatlassen, overzichtswerken en websites) over de aanwezigheid van beschermde gebieden en soorten in en nabij het plangebied. Er is daarbij onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Daarnaast is op 26 januari 2023 een oriënterend veldonderzoek uitgevoerd. Daarbij is gelet op de (mogelijkheden voor de) aanwezigheid van beschermde en/of kritische soorten en de kans op negatieve effecten hierop als gevolg van het voornemen. Het voornemen zal plaatsvinden nabij van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Omdat effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, is een toetsing noodzakelijk. In dit rapport vindt deze toetsing plaats in de vorm van een voortoets.

Hierin staat de vraag centraal of het project kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. De beoordeling in de voortoets zal leiden tot een uitspraak of er sprake is van een kans op een (significant) negatief effect op de instandhoudingsdoelen van beschermde gebieden Als significante effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling noodzakelijk. 1. 2

Opzet

Het rapport is opgebouwd − − − −

uit de volgende hoofdstukken:

Situatieschets en plannen (Hoofdstuk 2).

Beschermde natuurwaarden. De beschermde natuurwaarden in en nabij het plangebied zijn beschreven en er is bepaald welke daarvan relevant zijn voor onderhavige beoordeling (hoofdstuk 3). Effectbeoordeling. De mogelijke effecten zijn beoordeeld volgens de vigerende wet- en regelgeving ten aanzien van natuur (hoofdstuk 4)

Conclusies (hoofdstuk 5).

1

2

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Voor hoofdstuk 2 is uitgegaan van de informatie die verstrekt is door de opdrachtgever. Het hoofdstuk met de relevante natuurwaarden (hoofdstuk 3) is gebaseerd op recente bronnen over de aanwezigheid van beschermde gebieden en soorten in en nabij het plangebied (verspreidingsatlassen, overzichtswerken, onderzoeksrapporten en websites). Hoofdstuk 4 is vervolgens uitgewerkt aan de hand van de informatie in de hoofdstukken 2 en 3. 1. 3

Wijziging wetgeving

natuur

Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze nieuwe wet vervangt de verschillende wetten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, waaronder de Wet natuurbescherming. In deze quickscan is uitgegaan van het beoordelingskader volgens de vigerende wet- en regelgeving, dus nog niet volgens de nieuwe Omgevingswet. Op basis van de huidige informatie ten aanzien van die nieuwe wet, is het waarschijnlijk dat de conclusies van deze quickscan geen aanpassingen behoeven nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Wij adviseren de opdrachtgever echter om indien nodig hierover contact met ons bureau op te nemen. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn wanneer de beoogde werkzaamheden na 1 januari 2024 van start gaat. 1. 4

Overig

Altenburg & Wymenga presenteert in deze notitie de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek. Het onderzoek spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde. Aan deze ecologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

2

Beschrijving

2. 1

Plangebied

plangebied

en voornemen

Het te slopen pand is het bezoekerscentrum van Nationaal Park De Alde Feanen. Het plangebied ligt in Eernewoude (Fryslân) en ligt op ca. 0,4 km van het Natura 2000-gebied “Alde Feanen” (Figuur 2. 1).

Figuur 2. 1 Ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden.

3

4

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Op het terrein is een parkeerplaats, een gebouw en een tuin aanwezig. De parkeerplaats is verhard met klinkers en asfalt. Her en der staat een boom en parkeervlakken worden gescheiden met een beukenhaag. In het gebouw zit het bezoekerscentrum van NP De Alde Feanen en een expositie over de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van het pand staat leeg. Ook zijn er faciliteiten voor een restaurant, dat op het moment van schrijven leeg staat. De tuin is onderdeel van het bezoekerscentrum en heeft onder andere een speeltuin, een blotenvoetenpad en een bijenstal. Ook is er een stal voor kleinvee op het terrein met een weide waar geiten lopen. Daarnaast zijn er hooikappen en fruitbomen aanwezig. De kades in het plangebied hebben steile betonnen oevers. Foto’s 1 t/m 4 tonen delen van het plangebied. 2. 2

Voornemen

Het voornemen betreft de herontwikkeling van het bezoekerscentrum van Nationaal Park De Alde Feanen. In onderstaand figuur 2. 2 is de begrenzing van het plangebied aangegeven (blauwe arcering). Het deel van het gebouw dat roodomrand is, wordt gesloopt. Het overige deel van het bezoekerscentrum krijgt een horecafunctie. Overige opstallen en begroeiing worden verwijderd om het terrein bouwrijp te maken. Langs de noord- en oostrand worden 19 recreatiewoningen gebouwd en het zuidelijk deel krijgt een groene inrichting. Bij de entree blijft verkeer en parkeren de belangrijkste functie. Figuren 2. 3 en 2. 4 geven een situatie beschrijving en een impressie van de te realiseren recreatiewoningen.

Figuur 2. 2 Begrenzing van het bezoekerscentrum Nationaal Park De Alde Feanen (bron: ontvangen via de mail van Interra).

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

5

Figuur 2. 3. Situatietekening van de herontwikkeling van het bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (bron: ontvangen via de mail van Interra).

6

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling Earnewâld (Fryslân)

van de

herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (lt Wiid) in

(geanonimiserd)

(geanonimise rd)

Figuur 2. 4 Een impressie Oevers

van de

recreatiewoningen (bron: ontvangen via de mail van interra).

2. 3

doorlooptijd

In de

huidige situatie bestaat de kade uit een betonnen oever. In de nieuwe situatie wordt de oever herinricht met 19 steigers, waarbij ook vegetatie zal worden geplant om het natuurlijker te laten ogen en er meer natuurwaarden worden gecreëerd. Waar mogelijk wordt er riet geplant. Planning

en

De exacte planning wanneer het pand gesloopt zal worden is nog niet bekend, maar de wens is dat het nog gesloopt wordt in 2023. Er is nog geen exacte planning wanneer de nieuwbouw gerealiseerd zal worden.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

3

Beschermde

natuurwaarden

In Nederland zijn de meeste beschermde gebieden beschermd volgens de Wet natuurbescherming (Natura 2000) of regels omtrent het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast kunnen gebieden ook worden beschermd vanwege hun natuurwaarden via verordeningen of het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden nabij het plangebied verder toegelicht. 3. 1

Beschermde

gebieden

3. 1. 1 Natura 2000 (Voortoets) In dit ecologisch onderzoek heeft de beoordeling van effecten op Natura 2000-gebieden de status van een Voortoets volgens de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat daarbij om de vraag of een activiteit (significant) negatieve effecten kan veroorzaken op de aangewezen natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden. In Europa bestaat er een netwerk van beschermde natuurgebieden, dit is Natura 2000. In deze gebieden worden unieke en kwetsbare dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om zo de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. In Nederland zijn Natura 2000gebieden beschermd volgens de Wnb. Voor projecten en plannen die invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied zijn vooral art. 2. 7 en 2. 8 van de Wnb relevant. Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied Alde Feanen, dat praktisch rond Earnewâld en dus ook het plangebied ligt. De kortste afstand tussen het plangebied en Alde Feanen is ca. 250 m. Onderstaande Natura 2000-gebieden liggen in de omgeving van het plangebied (zie figuur 1). -

Van Oordt’s Mersken (ca. 9,5 km ten zuiden van het plangebied) Groote Wielen (ca. 10,5 km ten noorden van het plangebied) Deelen (ca. 11 km ten zuiden van het plangebied) Sneekermeergebied (ca. 13 km ten zuidwesten van het plangebied)

Overige Natura 2000-gebieden liggen op aanzienlijk grotere afstand van het plangebied (15> km), waardoor kan worden aangenomen dat het project geen invloed heeft op de instandhoudingsdoelen van die gebieden.

Gezien de afstand of het ontbreken van geschikt biotoop in het plangebied voor de aangewezen soorten zijn directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden Van Oordt’s Mersken, Groote Wielen, Deelen en Sneekermeergebied uit te sluiten. Alleen stikstofdepositie die veroorzaakt wordt door stikstofemissie tijdens de uitvoering van het project zou tot effecten kunnen leiden in een aantal van deze Natura 2000-gebieden, als sprake is van een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/j op een stikstofgevoelige locatie (zie §4. 6). De effectanalyse en -beoordeling zal zich om bovenstaande redenen richten op Natura 2000gebied Alde Feanen. In de volgende subparagraaf worden de instandhoudingsdoelen voor dit gebied toegelicht en wordt een selectie gemaakt van de voor de effectanalyse relevante instandhoudingsdoelen op basis van hun voorkomen en verspreiding.

7

8

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Alde Feanen Alde Feanen is een laagveengebied dat deels is vergraven en ontgonnen. Het gebied is een omvangrijk complex van laagveenmoerassen en petgatenlandschappen. In de tweede helft van de 17 e eeuw kwam de vervening op gang. De turfwinning en vervening kwam tot een einde rond 1900. De petgatengebieden werden in deze eeuw ingepolderd en bemalen, om zo veeteelt proberen te bedrijven. Door de vervening trad er een verlandingsproces op. Dit heeft geresulteerd in de huidige situatie in Alde Feanen. Het landschap bestaat uit moerasvegetatie, omringd door zomerpolders en boezemlanden en het wordt doorsneden door vele watergangen. In het gebied zijn open water, rietlanden, laagveenverlandingsmoeras, moerasbos en schrale graslanden op restveen aanwezig. In de petgaten komt drijftilvorming voor en ze kennen verschillende stadia van verlanding. Op andere plaatsen is de verlanding verder ontwikkeld in de richting van veenmowsrietland. Nadat het rietmaaibeheer gestopt is, zijn veel petgaten tot elzenbroekbos ontwikkeld. Instandhoudingsdoelen Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de aangewezen natuurwaarden. Deze doelen zijn in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang van het habitattype of leefgebied van een soort.

Ook zijn de doelen geformuleerd op basis van “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit van het habitattype of leefgebied van een soort. Tabel 3. 1. Habitattypen en soorten waarvoor het IJsselmeer is aangewezen als Natura 2000-gebied. Aangegeven is ook de landelijke staat van instandhouding (SVI) van de betreffende natuurwaarde (+ gunstig, - matig ongunstig, - - zeer ongunstig), instandhoudingsdoelen voor de omvang en kwaliteit van het habitattype/leefgebied (= behoud, > verbetering/uitbreiding), en doelaantal voor het aantal broedparen/vogels in het IJsselmeer, SG = seizoensgemiddelde, SM = seizoensmaximum, s = slaapplaatsfunctie, f = foerageerfunctie. (bron: natura2000. nl)

Code

Habitattype/soort

H3150 H4010B H6410 H6430A H6430B H7140A H7140B H7210* H91D0*

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden - -Vochtige heiden (laagveengebied) Blauwgraslanden -Ruigten en zomen (moerasspirea) + Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) - Galigaanmoerassen Hoogveenbossen -Habitatrichtlijnsoorten Gevlekte witsnuitlibel Bittervoorn Grote modderkruiper -Kleine modderkruiper + Rivierdonderpad Meervleermuis Noordse woelmuis -Broedvogels Aalscholver + -Roerdomp Purperreiger + Bruine kiekendief -Porseleinhoen Kemphaan -Zwarte stern --

H1042 H1134 H1145 H1149 H1163 H1318 H1340* A017 A021 A029 A081 A119 A151 A197

SVI Habitattype

Instandhoudingsdoelen Omvang Kwaliteit

>

n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t.

>

>

>

>

>

>

=

>

= = = =

>

=

>

= = = = =

> > >

Populatie

= = =

>

= = = = = =

= =

= =

=

=

> > > >

> > > >

= = = = =

910 paar 6 paar 20 paar 20 paar 15 paar 10 paar 60 paar

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Code A292 A295

Habitattype/soort Snor Rietzanger

A017 A041 A043 A045

Aalscholver Kolgans Grauwe gans Brandgans Smient Krakeend Wintertaling Slobeend Tafeleend Kuifeend Nonnetje Grutto

A050 A051 A052 A056 A059 A061 A068 A156 *Prioritaire soort

Instandhoudingsdoelen Omvang Kwaliteit = =

= =

Populatie 40 paar 800 paar

+ + + +

= = ()< = ()< = ()<

= = = =

-

= ()< = = = = = = =

= = = = = = = =

SG 60 (f) SG 2700 (s, f) SG 280 (s, f) SG 430 (f) SM: 6100 (s) SG: 2700 (s, f) SG 120 (f) SG 140 (f) SG 140 (f) SG 90 (f) SG 470 (f) SG 30 (f) SG 880 (s) SG 90 (f)

SVI + +

Niet-broedvogels

+ + +

---

Habitattypen Voor de Alde Feanen zijn voor negen habitattypen instandhoudingsdoelen geformuleerd (zie tabel 3. 1). De verspreiding van de Natura 2000-habitattypen is opgenomen in het beheerplan van Alde Feanen. Uit deze kaart kan worden opgemaakt dat de habitattypen verspreid over het gebied liggen. Nabij het plangebied liggen geen habitattypen, maar op een geruime afstand (Provincie Fryslân 2015). Deze habitattypen worden daardoor niet direct door de ingreep beïnvloed, behalve mogelijk door de effecten van stikstofdepositie (zie § 4. 1. 7). Habitatrichtlijnsoorten Het Natura 2000-gebied Alde Feanen is aangewezen ter bescherming van verschillende habitatrichtlijnsoorten. Een overzicht van deze soorten en de instandhoudingsdoelen is aangegeven in tabel 3. 1.

Gevlekte witsnuitlibel De Gevlekte witsnuitlibel is een soort die vooral voorkomt in laagveenmoerassen en bosvennen, maar wordt in Fryslân ook gevonden in duinplassen en begroeide vijvers en sloten in het veenweidegebied. De soort heeft een voorkeur voor verlande Krabbenscheervegetaties in een vergevorderd successiestadium (de Boer et al. 2014). Binnen de Alde Feanen zijn waarnemingen van de soort bekend uit het gebied ten noorden van Earnewâld en ten oosten van de Lange Sleatten. Binnen de deelgebieden is de soort alleen aangetroffen in deelgebied Barfjild e. o. (figuur 3. 1, Sikkema 2018). Geschikt biotoop voor deze soort ontbreekt in het plangebied, omdat waterpartijen ontbreken en het om een recreatief terrein gaat met een speeltoestellen. De Gevlekte witsnuitlibel wordt daarom niet meegenomen bij de effectbeoordeling. Er zal geen significant negatief effect optreden op het instandhoudingsdoel voor deze soort.

9

10

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Figuur 3. 1 - Verspreiding van wettelijk beschermde libellensoorten in de Alde Feanen en ten opzichte van de deelgebieden van de herinrichting (bron: Sikkema (2018)).

Vissen De verspreiding

waarvoor Alde Feanen als Natura 2000-gebied is Kleine modderkruiper en Rivierdonderpad) is in 2013 aangewezen (Bittervoorn, Grote- en onderzocht (Van der Heijden 2014). De locaties waar gevist is, zijn ondermeer de voormalige polders 18-Mêd, Lytse Saiterpolder, Koaiskrite, Polder van der Berg, Headamskampen, de van

de vissoorten

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

1

oevers van de Grutte Krite, de petgaten in de Tusken Sleatten en de afgesloten wateren van It Bil en De Koai. Het betrof hier met name waterlopen in de boezem en geïsoleerde wateren die

in contact staan met de boezem of afgesloten petgaten. De sloten in de zomerpolders zijn toentertijd niet onderzocht. Hieronder wordt per vissoort nog nagegaan of deze kan voorkomen nabij het plangebied.

Bittervoorn Op basis van de verspreidingsgegevens uit de literatuur blijkt de Bittervoorn wijd verspreid, maar niet algemeen te zijn op de Friese klei (Brenninkmeijer et al. 2008). De Bittervoorn is een soort van schoon helder water met waterplanten en kan alleen worden aangetroffen in wateren waar ook zoetwatermosselen voorkomen. Door het ontbreken van dergelijk biotoop in en om het plangebied wordt deze soort hier niet verwacht en is daarom niet relevant voor de effectbeoordeling. Er zal daarom geen significant negatief effect optreden op het instandhoudingsdoel voor Bittervoorn.

Grote modderkruiper De Grote modderkruiper leeft in geïsoleerde sloten met een modderige bodem en weelderige

begroeiing, waar weinig concurrentie is met andere vissoorten. In de Alde Feanen is de soort tot nu toe alleen aangetroffen in de Reid om 'e Krite en De Bolderen. Op basis van zijn habitatvoorkeur kan de soort in sloten in het hele Natura 2000-gebied voorkomen. Tijdens een visstandbemonstering in 2012 (Koole & Koopmans 2013), waarbij ook elektrisch is gevist in een aantal petgaten in de Tusken Sleatten, is de soort niet aangetroffen. Tijdens een visonderzoek in 2013 (Van der Heijden 2014), waarbij in verschillende delen van de Alde Feanen onderzoek is gedaan naar de Grote modderkruiper, is de soort ook niet aangetroffen. Zoals aangegeven bij de Bittervoorn betrof het hier locaties in de boezem of locaties die in direct contact staan met de boezem. Door het ontbreken van geschikt biotoop in en om het plangebied wordt de Grote modderkruiper hier niet verwacht en is deze soort daarom niet relevant voor de effectbeoordeling. Er zal geen significant negatief effect optreden op het instandhoudingsdoel voor deze soort. Kleine modderkruiper In tegenstelling tot de Grote modderkruiper, komt de Kleine modderkruiper in een groot deel van de provincie Fryslân vrij algemeen voor, soms zelfs in hoge dichtheden. Tijdens visonderzoek dat in 2013 is uitgevoerd in de Alde Feanen (van der Heijden 2014) is de Kleine modderkruiper verspreid over de Alde Feanen aangetroffen.

Echter zijn er geen waterpartijen in of om het plangebied waar Kleine modderkruiper zich kan huisvesten, door het ontbreken van geschikt biotoop. Daarom worden er geen significante negatieve effecten verwacht en is deze soort ook niet relevant voor de effectbeoordeling. Rivierdonderpad De Rivierdonderpad wordt vooral aangetroffen in voedselrijk water. Hier houdt de soort zich met name op tussen stortsteen. Het huidige verspreidingsbeeld van de Rivierdonderpad in Fryslân is incompleet. De laatste jaren is de Rivierdonderpad verspreid in Fryslân aangetroffen in brede watergangen die onderdeel zijn van de boezem, waaronder in de Alde Feanen (Vernooij & Kampen 2007, Van der Heijden 2014). Deze soort is niet relevant voor de effect beoordeling, omdat er geen geschikt biotoop in of om het plangebied aanwezig is, waardoor de soort hier niet zal voorkomen. Daarom zal er geen significant negatief effect optreden op Rivierdonderpad.

12

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Meervleermuis In de omgeving van de Alde Feanen bevinden zich op verschillende plekken kraamgroepen van de Meervleermuis, bijvoorbeeld in Burgum (ca. 150 exemplaren), Wartena (ca. 247 exemplaren) en Grou (ca. 161 exemplaren) (Haarsma & Koopmans 2017). Het ruimtelijk voorkomen van de Meervleermuis is niet exact bekend, maar er mag (op basis van gedrag en biotoopvoorkeur) worden aangenomen dat meervleermuizen een groot deel van de Alde Feanen gebruiken om te foerageren. Daarnaast zullen de grotere vaarten richting de verblijfplaatsen (waaronder Prinses Margrietkanaal, Nauwe Greons, Polderhoofdkanaal en Aldsylroede) van belang zijn als vliegroute en foerageergebied. Dit geldt mogelijk ook voor kleinere vaarten en oeverranden. Omdat de soort in en rond het plangebied kan voorkomen, is de soort relevant voor de effectbeoordeling. Noordse woelmuis De Noordse woelmuis leeft in natte, veelal 's winters of langdurig overstroomde en extensief beheerde zomerpolders, boezemlanden, rietlanden en rietruigten (La Haye et al. 2004). Door het stabiele boezempeil raken de rietlanden en rietruigtes minder overstroomd, waardoor de Noordse woelmuis meer concurrentie heeft gekregen van andere soorten woelmuizen, vooral de Aardmuis, maar ook de Veldmuis.

Onder drogere omstandigheden verliest de Noordse woelmuis deze concurrentieslag meestal en houdt de soort alleen stand in de nattere rietlanden en zeer natte boezemlanden en zomerpolders. In 2017 is met behulp van DNA onderzoek bepaald op welke locaties in de Alde Feanen de Noordse woelmuis voorkomt (Beemster et al. 2018). Met behulp van deze methode werd de soort ook aangetroffen in delen van het gebied waarin de aanwezigheid van de Noordse woelmuis voorheen niet bekend was (figuur 3. 2). De soort is aangetroffen in de deelgebieden Wyldlânnen, Laban, Twa-Sân-Mêden en Barfjild e. o. Het plangebied en de nabije omgeving daarvan zijn niet geschikt voor de soort. De Noordse woelmuis wordt hier daarom niet verwacht. De soort is niet relevant voor de effectbeoordeling. Er treedt geen significant negatief effect op, op het instandhoudingsdoel van de Noordse Woelmuis. Broedvogels De Alde Feanen is als Natura 2000-gebied aangewezen voor verscheidene broedvogelsoorten. Een overzicht van de broedvogels en de instandhoudingsdoelen daarvan is gepresenteerd in tabel 3. 1. In figuur 3. 3 is de verspreiding van de broedvogels aangegeven, waarvoor de Alde Feanen is aangewezen. Deze is op basis van de meest recente broedvogelkartering uit 2017.

Uit deze kaart kan worden afgelezen dat binnen de grenzen van het Natura-2000 gebied rondom het bezoekerscentrum verscheidene van die vogels tot broeden komen. Het gaat om Roerdomp, Bruine kiekendief, Snor en Rietzanger. Deze soorten zijn daarom relevant voor de

effectbeoordeling.

De Aalscholver broedt in de Alde Feanen op één locatie in de moerasbossen bij de Hoannekrite. Deze locatie ligt op ruime afstand van de deelgebieden. Ook gaat door de ingreep geen substantieel broedbiotoop verloren. De soort is daarom niet relevant voor de effectbeoordeling.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

13

Figuur 3. 2 - Verspreiding van de wettelijk beschermde Noordse woelmuis in de Alde Feanen (bron: Beemster et al. 2018).

14

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Figuur 3. 3 - Verspreiding van aangewezen broedvogelsoorten in de Alde Feanen (bron: Sikkema 2017).

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

15

Niet broedvogels De Alde Feanen is als Natura 2000-gebied aangewezen voor verschillende nietbroedvogelsoorten. Een overzicht hiervan en de instandhoudingsdoelen is aangegeven in tabel 3. 1. Het gebruik van de Alde Feanen door de betreffende vogelsoorten is aangegeven in figuur 3. 4. Hieronder volgt per soort een toelichting. Aalscholver Het Natura 2000-gebied Alde Feanen heeft voor de Aalscholver als niet-broedvogel de functie van rust- en foerageergebied. De soort foerageert verspreid over het gebied, wat betekent dat er geen locaties zijn aan te wijzen waar concentraties van dieren aanwezig zijn. In of in de nabijheid van het plangebied is er geen geschikt leefgebied voor Aalscholver. Effecten door verstoring of aantasting van leefgebied door de geplande werkzaamheden of de effecten daarvan is daarom niet aan de orde. De Aalscholver is daarom niet relevant voor de effectbeoordeling.

Ganzen en Smient Kolganzen, Grauwe ganzen, Brandganzen en Smienten overwinteren in het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Ze slapen dan op open water en foerageren op gras- en bouwland in en rond het Natura 2000-gebied (zie figuur 3. 4). De geplande werkzaamheden vinden niet plaats in of nabij leefgebied van ganzen en smienten. Daarom zijn ganzen en smienten niet van belang voor de effectbeoordeling. Overige eenden

Krakeend, Wintertaling, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend en Nonnetje maken in het voor- en najaar en de winterperiode gebruik van alle open boezemwateren van de meren en de petgaten. Hier wordt gefoerageerd en in luwtezones gerust (figuur 3. 4). Sommige soorten (zoals Wintertaling) maken ook gebruik van de periodiek plasdras staande zomerpolders en boezemlanden om te foerageren. Deze gebieden worden niet aangetast door de geplande werkzaamheden. Wel is er mogelijk sprake van een uiterst beperkte toename van het aantal vaarbewegingen in de Alde Feanen omdat de recreatiewoningen voorzien worden van een aanlegsteiger. Overigens kunnen er in de huidige situatie hier ook al bootjes aanleggen. In het slechtste geval is er dus slechts een uiterst beperkte toename van enkele vaarbewegingen. Sinds de inwerkintreding van het Natura 2000-beheerplan Alde Feanen (Provincie Fryslân 2015), zijn delen van het open water in de Alde Feanen in het winterhalfjaar afgesloten als winterrustgebied voor eenden. Dit is gedaan om verstoring door recreatie te voorkomen. In deze gebieden wordt op vrijwillige basis van de watersporter gevraagd om hier in het winterhalfjaar, wanneer de eenden in de Alde Feanen verblijven, niet te varen. Vanwege de aanwezigheid van deze rustgebieden worden er als gevolg van een mogelijk uiterst beperkte toename van de vaarrecreatie geen negatieve effecten verwacht.

De aangewezen eendensoorten zijn daarom verder niet relevant voor de effectbeoordeling.

Grutto De

Grutto gebruikt het Natura 2000-gebied Alde Feanen zowel als slaapplaats als foerageergebied, waarbij een sterke voorjaarspiek te zien is in de maand maart. De slaapplaatsen bevinden zich in geïnundeerde zomerpolders en boezemlanden. Ook ondiepe moerasjes kunnen dienstdoen als slaapplaats. Als foerageergebied gebruikt de Grutto de geïnundeerde en droogvallende zomerpolders en boezemlanden, alsook de ondiepe moerassen

16

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

en winterpolders. De geplande werkzaamheden vinden niet plaats in of om dergelijke gebieden. Daarom is de Grutto niet van belang voor de effectbeoordeling.

Figuur 3. 4 - Leefgebieden van niet-broedvogelsoorten in de Alde Feanen (bron: Provincie Fryslân 2015).

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

17

3. 1. 2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt nabij Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar is er geen onderdeel van (zie figuur 2. 1). De Natura 2000-waarden, zoals hierboven beschreven, de beschermde soorten van de Wet natuurbescherming uit paragraaf 3. 2 en de kwetsbare soorten van de Rode lijst kunnen hierbij worden aangemerkt als ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ voor het NNN. Dit geldt ook voor de aspecten rust, duisternis, openheid van het gebied, peildynamiek, waterkwaliteit en waterkwantiteit. De wezenlijke waarden van het NNN zijn relevant voor de effectbeoordeling. 3. 1. 3 Ganzenfoerageergebieden/weidevogelkansgebied Behalve door de hierboven beschreven wet- en regelgeving kunnen gebieden ook via andere regelgeving worden beschermd ten aanzien van natuurwaarden, zoals provinciale verordeningen (ganzenfoerageergebied of weidevogelgebied). Het plangebied of de directe omgeving (1> ,4 km) is niet aangewezen als ganzenfoerageergebied of weidevogelkansgebied en parels De overige vormen van gebiedsbescherming zijn derhalve niet relevant voor onderhavige beoordeling. 3. 2

Soortbescherming

(Wet natuurbescherming)

Voor de bescherming van soorten is in de Wet natuurbescherming (Wnb) een indeling gemaakt, waardoor drie beschermingscategorieën zijn ontstaan: − in artikel 3. 1 Wnb gaat het om soorten van de Europese Vogelrichtlijn, − in artikel 3. 5 Wnb gaat het om soorten van de Europese Habitatrichtlijn (en van het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn), − in artikel 3. 10 Wnb gaat het om soorten met een bescherming op nationaal niveau. Per provincie is vastgesteld welke van die soorten wel, en welke niet onder een vrijstellingsregeling vallen. Die vrijstelling betreft enkele verbodsbepalingen van de Wnb en kan bijvoorbeeld gelden bij projecten voor ruimtelijke ontwikkeling.

Soorten van de Rode lijst hebben geen extra juridische bescherming. Ze staan op die lijst omdat ze in hun voortbestaan worden bedreigd, ongeacht hun beschermingsstatus.

Voor alle planten- en diersoorten geldt een zorgplicht. De Wnb verbiedt daarmee het onnodig verstoren, beschadigen en doden van soorten, ongeacht hun beschermingsstatus of positie op de Rode lijst. Een belangrijk onderdeel van de zorgplicht is het tijdig laten uitvoeren van een ecologische beoordeling, zoals een ecologische quickscan. Andere onderdelen van de zorgplicht bestaan uit het treffen van (extra) maatregelen, die zijn bedoeld om negatieve effecten van de voorgenomen activiteit op planten en dieren te mitigeren of voorkomen. In tabel 3. 2 is een overzicht gegeven van soorten die binnen een straal van ca. 10 km van het plangebied voorkomen. Met een * is aangegeven welke soorten relevant zijn voor de ecologische

effectanalyse.

18

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Tabel 3. 2 Overzicht van door de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen 10 km van het plangebied (Bron: NDFF en NDFF Verspreidingsatlas).

Wnb artikel 3. 1 soorten Broedvogels* Jaarrond beschermde nestplaatsen*

Wnb artikel 3. 5 soorten Gestreepte waterroofkever Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Noordse winterjuffer Sierlijke witsnuitlibel Platte schijfhoren Heikikker Vleermuizen* Noordse woelmuis Otter

* Relevante soorten voor de effectbeoordeling

Wnb artikel 3. 10 soorten (niet vrijgesteld) Grote vos Grote weerschijnvlinder Zilveren maan Kempense heidelibel Grote modderkruiper Kwabaal Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Boommarter Bunzing Damhert Das Eekhoorn Hermelijn Waterspitsmuis Wezel Vaatplanten 7 (soorten)

Het plangebied ligt in een omgeving met een relatief hoge mate van menselijke verstoring. Het plangebied bestaat uit een gebouw en een speeltuin met een tuin die onderhouden wordt door vrijwilligers. In de nabije omgeving is er open water met een betonnen kade waar bootjes kunnen aanmeren. Door deze omstandigheden kan op voorhand worden geconcludeerd dat binnen het plangebied geen wettelijk beschermde soorten die tot de volgende soortgroepen behoren: − planten − ongewervelde diersoorten − vissen − reptielen Deze soortgroepen zijn daarom ook niet relevant voor de effect beoordeling. De redenen die aan deze conclusie ten grondslag liggen, zijn één of meer van de volgende: − Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van deze soorten. − Het plangebied biedt geen geschikte biotopen voor deze soorten. − Uitstralende effecten van de beoogde werkzaamheden reiken niet dermate ver buiten het plangebied dat daardoor (mogelijk) leefgebied van deze soorten wordt beïnvloed. 3. 2. 1 Amfibieën In de Alde Feanen komen amfibieënsoorten voor die zijn beschermd volgens de artikelen 3. 5 en 3. 10 van de Wnb. Hieronder worden de aanwezige soorten per wetsartikel beschreven.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

19

Amfibieënsoorten artikel 3. 5 Wnb Heikikker In de Alde Feanen gaat het uitsluitend om Heikikker. De soort is in het recente verleden slechts op een aantal plekken vastgesteld. Het gaat om een populatie dieren in het Prinsehôf (Van der Heijden 2014) en om waarnemingen in en rond de deelgebieden Barfjild e. o. en Westersanning Noord-Zuid (NDFF). Deze gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied ( > 0,5 km). Daarnaast bevindt er zich in het plangebied ook geen geschikt biotoop voor deze soort. Voor de effectbeoordeling is deze soort niet relevant.

Amfibieënsoorten artikel 3. 10 Wnb

Rondom het plangebied komen verscheidene soorten amfibieën voor, zoals Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Bastaardkikker en Kleine watersalamander. Het betreft soorten van artikel 3. 10 die door de Provincie Fryslân zijn opgenomen in een 'vrijstellingslijst'. De soorten zijn relevant voor de effectbeoordeling in hoofdstuk 5. Niet vrijgestelde soorten amfibieën van artikel 3. 10 Wnb komen niet in het plangebied voor en worden hier ook niet verwacht. 3. 2. 2 Vogels Broedvogels algemeen De Alde Feanen en de directe omgeving zijn rijk aan broedvogels. De vogelsoorten die er voorkomen, zijn gebonden aan verschillende biotopen. Zo broeden in de graslanden verschillende soorten weidevogels, zoals Scholekster, Kievit, Wulp, Grutto, etc, terwijl in het moeras en langs de oevers verschillende moeras- en watervogels tot broeden komen, zoals Meerkoet, Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend en verschillende soorten ganzen, waarvan de Grauwe gans het meest dominant. Soorten van ruigte, opslag, struweel en jong bos zijn o. a. Blauwborst, Tuinfluiter, Grasmus en Bosrietzanger, terwijl in het oudere moerasbos soorten als Koekoek, Gekraagde roodstaart, Zanglijster en Zwartkop tot broeden komen (Sikkema 2017). De verspreiding van de vogelsoorten waarvoor de Alde Feanen is aangewezen als Natura 2000gebied, is al aan de orde geweest in paragraaf 3. 1. 1.

Effecten op overige broedvogels beschermd onder artikel 3. 1 Wet natuurbescherming wordt verder toegelicht in de effectbeoordeling. Jaarrond beschermde

nestplaatsen

Jaarrond beschermde nestplaatsen categorie 1 t/m 4 Buiten het broedseizoen vallen de meeste nestplaatsen niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Een aantal vogelsoorten maakt echter gedurende het gehele jaar gebruik van de nestplaats of keert jaarlijks terug op dezelfde plaats. Hun nesten en de functionele leefomgeving daarvan worden daarom het gehele jaar beschermd. In augustus 2009 is onder de Flora- en faunawet een indicatieve lijst opgesteld van soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen. Deze lijst is per 1 januari 2017 onveranderd overgenomen bij de Wet natuurbescherming. Daarop staan onder andere Huismus, Gierzwaluw, Roek en een aantal roofvogel- en uilensoorten. In het plangebied is er een nest van een Ooievaar waargenomen. Ook is het te slopen gebouw geschikt voor nestplaatsen van Huismus. Jaarrond beschermde nestplaatsen zijn relevant voor de effectbeoordeling.

20

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Jaarrond beschermde nestplaatsen categorie 5 In en rond de Alde Feanen komt Blauwe reiger en Grote bonte specht tot broeden. De nestplaatsen van deze soorten behoren tot categorie 5. Dit betekent dat ze alleen jaarrond beschermd zijn indien er in de directe omgeving geen alternatief geschikt broedbiotoop aanwezig is en er dus sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Omdat dit in de huidige situatie niet het geval is, worden de nestplaatsen van deze vogelsoorten niet beschouwd als jaarrond beschermd. 3. 2. 3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd onder artikel 3. 5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor gelden voor deze soorten striktere beoordelingscriteria bij ontheffingsaanvragen dan bij de meeste andere beschermde zoogdiersoorten. Om deze reden worden de vleermuizen in een aparte paragraaf besproken en worden de 'overige zoogdiersoorten' in paragraaf 3. 4. 4 behandeld. Volgens verspreidingsgegevens van vleermuizen komen in de Alde Feanen 10 vleermuissoorten voor (NDFF). Deze zijn: Baardvleermuis, Bosvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis en Watervleermuis. Een deel van de bovengenoemde soorten kan in potentie gebruik maken van de deelgebieden.

Voor vleermuizen zijn drie elementen van het leefgebied te onderscheiden die van belang zijn voor de functionaliteit ervan. Deze zijn: verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden.

Verblijfplaatsen In zowel

de zomerperiode

als de baltsperiode hebben vleermuizen in Nederland hun en bomen. Tijdens de winter verblijven zij onder andere in gebouwen, bomen, bunkers en kelders. In het plangebied bevinden zich geen geschikte bomen voor vleermuizenverblijfplaatsen, wel is er bebouwing aanwezig waar verblijfplaatsen onder het dak kunnen zitten. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn daarom relevant voor de effectbeoordeling.

verblijfplaatsen voornamelijk in gebouwen

Foerageergebied Vleermuizen gebruiken voornamelijk waterpartijen en bosschages als foerageergebied. Het is mogelijk dat verlichting van de recreatiewoningen effect kunnen hebben op foerageergebied. In de omgeving van het plangebied is gebied aanwezig wat mogelijk gebruikt kan worden als foerageergebied. Om deze reden is foerageergebied van vleermuizen relevant voor de

effectbeoordeling.

Vliegroutes Om zich te oriënteren tijdens verplaatsingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen lijnvormige elementen in het landschap, zoals bomenrijen, straatpatronen en watergangen. In de Alde Feanen kunnen op verschillende plaatsen vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn. Nabij het plangebied zijn bomenrijen aanwezig die als vliegroute gebuikt kunnen worden. Vliegroutes van vleermuizen zijn daarom relevant bij de

effectbeoordeling.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

21

3. 2. 4 Overige zoogdieren Zoogdiersoorten artikel 3. 5 Wnb Noordse woelmuis In en rond de Alde Feanen komt de volgens artikel 3. 5 Wnb beschermde Noordse woelmuis voor. Binnen het plangebied wordt de soort niet verwacht, omdat geschikt biotoop ontbreekt (zie ook paragraaf 3. 1. 1). De Noordse woelmuis is daarom niet relevant voor de effectbeoordeling.

Otter

In de Alde Feanen wordt regelmatig de Otter waargenomen (NDFF). De Otter plant zich ook voort in de Alde Feanen, waarbij de dieren een voorkeur hebben voor plekken met voldoende dekking, zoals rietlanden en ruigten. Mogelijk dat de otter sporadisch gebruik maakt van het plangebied. Het is echter niet geschikt voor vaste verblijfplaatsen van Otters, door het ontbreken van voldoende dekking en de hoge mate van verstoring. Daardoor zullen er door de werkzaamheden geen vaste verblijfplaatsen van deze soort verloren gaan of verstoord worden en is deze soort niet relevant voor de effectbeoordeling. Zoogdiersoorten artikel 3. 10 Wnb (Vrijgestelde soorten) Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het leefgebied van een aantal zoogdiersoorten die onder artikel 3. 10 Wnb vallen, zoals Aardmuis, Bosmuis, Vos en Steenmarter (NDFF). De soortgroep is daarom relevant voor de effectbeoordeling, omdat ze vallen onder de vrijstelling die door de provincie is vastgesteld. Zoogdiersoorten artikel 3. 10 Wnb (Niet vrijgestelde soorten) Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het leefgebied van een aantal zoogdiersoorten die onder artikel 3. 10 Wnb vallen, maar niet onder de vrijstelling vallen. Dit zijn Waterspitsmuis, Boommarter, Bunzing, Hermelijn en Wezel. Hieronder worden de soorten verder besproken. Waterspitsmuis In en rond de Alde Feanen komt de Waterspitsmuis voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=d788a31b-0c1e-4b12-9621-032c7d5c2d83