CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

09 - Bijlage 1 - Deel 1 - Bestemmingsplan (ontw. naar vg.) (geanonimiseerd)

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 20 juni 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Earnewâld, De Wiidpleats (beslútfoarmjend, besprekstik)25.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze soort is beschermd volgens artikel 3. 10 Wnb en geniet geen vrijstelling van de Provincie Fryslân. De Waterspitsmuis leeft in en langs schoon, niet te voedselrijk water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en goed begroeide oevers. Concentraties van waarnemingen van de Waterspitsmuis liggen in het poldergebied ten oosten van de Alde Feanen rondom Oudega. Voor een groot deel van de Alde Feanen was het tot voor kortgeleden onbekend of de soort hier voorkomt. Om deze reden is in 2013 een uitgebreid muizenonderzoek uitgevoerd (Van der Heijden 2014). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de soort relatief algemeen voorkomt in de Alde Feanen langs allerlei soorten watergangen. Door de betonnen oevers en het ontbreken van watergangen met goed begroeide oevers wordt deze soort niet in of om het plangebied verwacht. Deze soort is niet relevant voor de effectbeoordeling. Boommarter In de moerasbossen van de Alde Feanen komt de Boommarter voor, hoewel de exacte verspreiding van de soort niet goed bekend is. De Boommarter plant zich waarschijnlijk ook voort in de Alde Feanen. Hierbij maken de dieren gebruik van marterkasten, holle bomen en roofvogelhorsten. In het plangebied ontbreekt geschikt biotoop voor de Boommarter. Door de geplande werkzaamheden zullen er geen vaste verblijfplaatsen verloren gaan.

Om deze redenen is deze soort niet relevant voor de effectbeoordeling.

2

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Bunzing, Hermelijn en Wezel Het plangebied is door frequente menselijke verstoring ongeschikt als vaste voortplantingsplaats voor deze soorten. Door de werkzaamheden gaat er ook geen belangrijk foerageergebied verloren. De functionaliteit van eventueel in de nabijheid van het plangebied aanwezige verblijfplaatsen van de Bunzing, Hermelijn en Wezel wordt daarom niet aangetast. Deze soorten zijn daarom niet relevant voor de effecten beoordeling. In 2023 zijn Bunzing, Hermelijn en Wezel nog vrijgesteld. Met ingang van de omgevingswet 1 januari 2024 hebben deze soorten geen vrijstelling meer. 3. 3

op

Conclusie relevante natuurwaarden

Tabel 3. 3 geeft een overzicht van de soorten die relevant zijn voor de effectbeoordeling. In hoofdstuk 5 worden de effecten geanalyseerd en beoordeeld. Tabel 3. 3 - Overzicht relevante storingsfactoren per beschermingsregime Beschermingsregime Relevant voor effect beoordeling -

Habitatrichtlijnsoorten: Meervleermuis

Natura 2000-waarden

Broedvogels Bruine kiekendief Roerdomp Snor Rietzanger Niet-broedvogels -

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Ganzenfoerageergebieden & weidevogelkansgebied

Soortbescherming (Wnb)

De wezenlijke waarden van het NNN -

Amfibieën: Artikel 3. 10 Wnb soorten Vogels: Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Vleermuizen: Verblijfplaatsen Foerageergebied Vliegroutes Overige zoogdieren: Artikel 3. 10 Wnb soorten

Niet relevant voor effect beoordeling Habitattypen Habitatrichtlijnsoorten: Gevlekte witsnuitlibel Bittervoorn Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Rivierdonderpad Noordse woelmuis Broedvogels Aalscholver Purperreiger Porseleinhoen Kemphaan Zwarte stern Niet-broedvogels Aalscholver Ganzen en Smient Overige eenden Grutto -

Deze gebieden zijn niet relevant voor de effectbeoordeling. Amfibieën: Heikikker Planten: Gehele soortengroep Ongewervelde diersoorten: Gehele soortengroep Vissen: Gehele soortengroep Overige zoogdieren: Noordse Woelmuis Otter Waterspitsmuis Boommarter Bunzing, Hermelijn en Wezel

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

4

23

Effectbeoordeling

In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten besproken voor de gebiedsbescherming en soortenbescherming die als relevant zijn beoordeeld in hoofdstuk 3. Per beschermingsregime worden de relevante soorten besproken. 4. 1

Natura 2000-gebied de Alde Feanen (voortoets)

4. 1. 1 Mogelijke effecten

Op basis van de Effectenindicator Natura 2000-gebieden is een inschatting gemaakt van de relevante storingsfactoren die aan de orde kunnen zijn bij dit voornemen: − Oppervlakteverlies − − − − −

Verstoring door geluid Verstoring door licht Optische verstoring Mechanische effecten Vermesting en verzuring door N-depositie

Hieronder worden deze mogelijke storingsfactoren nader toegelicht en wordt geanalyseerd of zij zich ook daadwerkelijk kunnen voordoen.

Oppervlakteverlies

Er zal geen wezenlijke oppervlakte verlies optreden van het Natura2000-gebied omdat het plangebied net buiten de grenzen ligt. Echter de Meervleermuis foerageert binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied en heeft zijn verblijfplaatsen daarbuiten. Door de externe werking van de Wet natuurbescherming zijn de verblijfplaatsen en vliegroutes van deze soort ook buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden beschermd. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat er een zomer-/baltsverblijfplaats van Meervleermuis in het gebouw aanwezig is. De kans op een kraamverblijfplaats van deze soort in het te slopen gebouw wordt zeer klein geacht, omdat er een bekende kraamverblijfplaats zich bevindt in de nabijgelegen plaatsen Wergea/ Wartena (Haarsma en Koopmans 2017). Een zomer-/baltsverblijfplaats van Meervleermuis kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Onderzoek naar vleermuizen moet hier meer duidelijkheid over geven. Wanneer er wel verblijfplaatsen aanwezig zijn kan dit mogelijk een negatief effect hebben op het instandhoudingsdoel van de Meervleermuis en kan er een negatief effect optreden op de instandhoudingsdoel van deze soort. Verstoring door geluid Tijdens de werkzaamheden wordt geluid geproduceerd, met name tijdens de aanlegfase. In de gebruiksfase kan er ook geluidverstoring optreden van recreatieve activiteiten van de mensen die in de woningen verblijven.

Geluid treedt op bij diverse werkzaamheden en kan met name verstorend werken op vogels. Geluidsverstoring treedt vaak tegelijkertijd op met optische verstoring en verstoring door licht, maar de verstoring door geluid is hierbij meestal

maatgevend. De geluidsbelasting tijdens de

aanlegfase is groter dan tijdens de gebruiksfase. Voor de verstoring van vogels door piekgeluid hanteren we in deze rapportage een drempelwaarde van 45 dB(LAmax). Deze drempelwaarde is gebaseerd op het onderzoek van Reijnen en Foppen in de jaren negentig naar verstoring van

24

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

vogels door geluid van wegverkeer (o. a. Reijnen et al. , 1991 & Reijnen et al. ,1997). De drempelwaarde van 45 dB(A) is gebaseerd op de verstoring van weidevogels. Drempelwaarden voor de geluidsverstoring van niet-broedvogels door andere antropogene geluiden, zoals industriegeluid, zijn niet bekend. In de huidige toetsingspraktijk wordt daardoor voor gebieden zoals ook de Alde Feanen de drempelwaarde van Reijnen en Foppen gebruikt.

Op basis van de Afstandstabel van Kenniscentrum InfoMil1 is afgeleid dat op een afstand van circa 1,6 km de geluidsbelasting ca. 45 dB (LAmax) zal bedragen. De invloedssfeer tijdens de aanlegfase reikt bij piekgeluiden tot maximaal 1,6 km van het plangebied. Tijdens de gebruiksfase is dit beduidend lager. Dan zal de invloedsfeer vergelijkbaar zijn met het huidige gebruik van het terrein.

Bekende broedplaatsen van Snor, Rietzanger, Roerdomp en Bruine Kiekendief liggen op een afstand van 500-800 meter, met daartussen bebouwing. Dit is binnen de 1,6 km waar de drempelwaarde van deze soorten bij piekgeluiden overschreden worden. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd kan dit een negatief effect op de instandhoudingsdoel van deze soorten hebben. Wanneer er buiten het broedseizoen gewerkt wordt zullen er geen significante negatieve effecten optreden bij de aangewezen broedvogels.

Betreffende de gebruiksfase zullen er geen significante negatieve effecten optreden op de aangewezen broedvogels als het gaat om geluidsverstoring. Dit omdat de invloedsfeer vergelijkbaar zal zijn met het huidige gebruik. In de huidige situatie is het al een recreatief terrein dat veel bezoekers trekt.

Verstoring door licht Het licht van de recreatiewoningen straalt uit naar de omgeving. Hierdoor kan lichtverstoring optreden. De invloedssfeer van de lichtuitstraling is niet bekend omdat er geen lichtstudie is uitgevoerd. Naar verwachting bedraagt de invloedssfeer maximaal enkele honderden meters. De eerdergenoemde broedvogels en Meervleermuis zouden verstoord kunnen worden door verlichting. De broedvogels zijn naar verwachting niet nachtactief, maar zijn dan gebonden aan de broedplaatsen. De lichtuitstraling is naar verwachting beperkt tot enkele honderden meters van het plangebied en zal vergelijkbaar zijn met de huidige situatie waar het terrein ook verlicht wordt. Het licht vanuit het plangebied wordt daarnaast ook geblokkeerd door overige bebouwing rondom het plangebied en zal daardoor het Natura 2000-gebied niet of minimaal zal bereiken. De vogels die ’s nachts rusten, doen dit veelal in de beschutting van rietpartijen of bosschages en zullen daar niet verstoord worden door de verlichting. Voor de soorten zijn er ook voldoende uitwijkmogelijkheden. De Meervleermuis foerageert vlak boven groot open water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Deze soort is erg gevoelig voor licht en vermijd daarom gebieden die verlicht zijn.

Het water langs het plangebied ligt in een recreatief en bevolkt gebied wat in de huidige situatie al goed verlicht wordt. Vanuit het plangebied is er geen kans op uitstraling door licht op open water in het natura 2000-gebied. Om deze reden wordt dit gebied niet als geschikt foerageergebied geacht.

Significante uitgesloten.

effecten

door

lichtverstoring

op de instandhoudingsdoelen

kunnen

worden

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

25

Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan

wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem, zoals recreatie. Netto gezien wordt er geen tot nauwelijks toename van recreatie verwacht na het realiseren van de recreatiewoningen. Dit omdat de kade rondom het plangebied nu ook als aanlegplaats in gebruik is. Tijdens de gebruiksfase van de recreatiewoningen kan verstoring optreden door menselijke activiteiten: recreatie via wegen, vaarwegen en recreatieve voorzieningen (lichthinder) en activiteiten rond recreatiewoningen. Optische verstoring kan leiden tot vluchtgedrag van vogels, maar de reactie is vaak soort specifiek en hangt af van de mate van gewenning. Volgens Krijgsveld et al. (2022) is de gemiddelde vluchtafstand voor vogelsoorten op het water 500 meter (duikvogels, zwanen en ganzen). Het effect is relevant voor de eerdergenoemde vogelsoorten. Het effect doet zich tegelijkertijd voor met de verstoring door geluid, waarbij de geluidsverstoring maatgevend is. Hiervoor is reeds uitgesloten dat er significante effecten optreden wanneer de aanlegfase buiten het broedseizoen zal worden uitgevoerd; dit geldt ook voor optische verstoring. Mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen onder andere verstoring door verdrukking van de bodem die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van een pand en het realiseren van 19 recreatiewoningen.

Door deze werkzaamheden zal er in het plangebied verdrukking (verdichting) van de bodem optreden. Mechanische effecten kunnen gevolgen hebben voor de voedselbeschikbaarheid van vogels of zoogdieren, doordat de bodemsamenstelling of -dichtheid verandert. Gezien de beperkte omvang van het plangebied en omdat het plangebied niet in het natura 2000-gebied ligt kunnen significante effecten worden uitgesloten. Vermesting en verzuring door N-depositie Tijdens de werkzaamheden worden werktuigen met verbrandingsmotoren ingezet. Hierbij is sprake van stikstofemissie. Bij de gebruiksfase is er ook sprake van stikstofemissie. Dit kan in de ruime omgeving van het Natura 2000-gebied neerslaan als stikstofdepositie. De Alde Feanen is aangewezen voor een aantal habitattypen welke gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Ook het nabijgelegen Natura 2000-gebied Van Oordt’s Mersken is aangewezen voor stikstofgevoelige habitattypen. De Alde Feanen

is aangewezen

voor negen

habitattypen, waarvan zeven gevoelig zijn voor

stikstofdepositie H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, H4010B Vochtige heiden (laagveengebied), H6410 Blauwgraslanden, H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen), H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden), H7210* Galigaanmoerassen en H91D0 Hoogveenbossen. Ook in Natura 2000-gebied Van Oordt’s Mersken komen meerdere stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden voor (Ministerie van LNV, 2020). Aangezien er in de omgeving van het plangebied sprake is van een aantal gevoelige en zeer gevoelige habitattypen is er mogelijk sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstofdepositie. Daarom is het noodzakelijk om een berekening van de stikstofdepositie uit te voeren met het programma AERIUS Calculator. Als uit de berekening blijkt dat er tijdens de aanlegfase of gebruiksfase een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/j optreedt op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebied, zijn mogelijk vervolgstappen aan de orde.

26

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

4. 2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN) (zie figuur 2. 1). Behalve het Natura 2000-gebied Alde Feanen zijn ook de overige delen rond de bebouwde kom van Earnewâld onderdeel van het NNN. De afstanden tussen het NNN variëren vanaf de verschillende zijden van het plangebied en de kortste afstand bedraagt ca. 250 m. Het plangebied of de directe omgeving (0,2 > km) is niet aangewezen als NNN-gebied. Ook zullen de nieuwe recreatiewoningen geen invloed hebben op aspecten als rust, duisternis, openheid van het gebied, peildynamiek, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Dit omdat het huidige gebruik van het plangebied ook als recreatief terrein wordt gebruikt in de vorm van een Bezoekerscentrum met aanlegplaatsen voor booten langs de kade. Door de geplande werkzaamheden zal er daarom geen conflict optreden met deze vorm van gebiedsbescherming. 4. 3

Beschermde

soorten (Wet Natuurbescherming)

Op basis van het overzicht van de beschermde natuurwaarden (hoofdstuk 3), worden in deze paragraaf de wettelijk beschermde soorten van de Wet natuurbescherming besproken die mogelijk negatieve effecten kunnen ondervinden. Wettelijk beschermde soorten die in dit hoofdstuk niet worden genoemd, komen niet voor in het plangebied en/of ondervinden geen negatieve effecten van de beoogde maatregelen. Amfibieën Uit verspreidingsgegevens van amfibieën blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele algemeen voorkomende soorten voorkomen, zoals Gewone pad, Bruine kikker, Bastaardkikker en/of Kleine watersalamander (RAVON). Deze soorten zijn beschermd volgens artikel 3. 10 van de Wet natuurbescherming. Mogelijk maakt het plangebied deel uit van het leefgebied van deze soorten. Voor deze algemeen voorkomende amfibieënsoort heeft Provinciale Staten van de provincie Fryslân vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming verleend voor projecten

in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht. Aanwezige individuen moeten tijdens de werkzaamheden de mogelijkheid hebben om weg te vluchten van de werkzaamheden. Vogels Broedvogels Bij werkzaamheden gedurende de aanlegfase moet volgens de Wet natuurbescherming rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode daarvoor. Het gaat erom of er een broedgeval is dat verstoord kan worden. Verstoring van broedgevallen is niet toegestaan en hiervoor wordt in principe ook geen ontheffing verleend. Er zijn in dit geval goede mogelijkheden om de beoogde inrichtingswerkzaamheden uit te voeren zonder een conflict met de Wet natuurbescherming te veroorzaken ten aanzien van broedende vogels. De meest zekere aanpak is een planning van de werkzaamheden buiten de periode van half maart tot half juli. Dat is de periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, ook de soorten die binnen en nabij het plangebied kunnen broeden. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden daarom buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren. Er worden dan geen nesten van vogels verstoord. In de gebruiksfase kunnen broedvogels weer gebruik maken van het plangebied.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

27

Jaarrond beschermde nesten Naast broedvogels dient er ook rekening te worden gehouden met jaarrond beschermde nesten. In het plangebied is een Ooievaarsnest aanwezig. Om deze te verwijderen is een ontheffing nodig met een daarbij behorend activiteitenplan. Hierin wordt opgenomen hoe het nest zal worden gecompenseerd. Daarnaast is het niet op voorhand uit te sluiten dat het gebouw gebuikt wordt voor nestplaatsen van Huismussen. Aanvullend onderzoek is nodig om na te gaan of het gebouw jaarrond beschermde nesten van Huismussen bevat. Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Door de sloop van het gebouw kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan, maar op dit moment is niet duidelijk of er al dan niet verblijfplaatsen van vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of het gebouw verblijfplaatsen van vleermuizen bevat. Foerageergebied en vliegroutes Lichtverstoring kan een negatief effect hebben op vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Met name tijdens de aanlegfase kan lichtverstoring richting de omgeving verstorend werken voor vleermuizen, vooral wanneer de aanlegfase buiten de winterrust van de vleermuizen plaats vinden. Deze loopt van 1 november tot ca. 15 maart (afhankelijk van de weersomstandigheden). Maatregelen die dan kunnen worden toegepast zijn het gebruik van een bepaalde kleur licht (monochromatisch amber) en het gebruiken van armaturen die weinig strooilicht produceren. Wanneer deze maatregel buiten de winterrust periode getroffen wordt is er geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Tijdens de gebruiksfase is het hoeveelheid licht in het plangebied vergelijkbaar met de huidige situatie, welke verlicht is met straatverlichting. Om deze reden zal lichtverstoring niet leiden tot een negatief effect en is er geen overtreding van de verbodsbepaling. Zoogdiersoorten artikel 3.

10 Wnb Uit verspreidingsgegevens van zoogdieren blijkt dat in het plangebied en in de omgeving van het plangebied een aantal (redelijk) algemeen voorkomende zoogdiersoorten voorkomt die zijn beschermd volgens artikel 3. 10 Wnb. Het betreft soorten zoals Egel, Steenmarter, en verschillende (spits)muizensoorten (NDFF). Provinciale Staten van Fryslân heeft voor deze soorten van deze beschermingscategorie vrijstelling verleend bij projecten in het kader van ruimtelijk ontwikkeling. De soorten zijn wel beschermd onder de zorgplicht. Aanwezige individuen moeten tijdens de werkzaamheden de mogelijkheid hebben om weg te vluchten van de werkzaamheden door bijvoorbeeld te werken naar open gebied waar de dieren heen kunnen vluchten.

28

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

5

Conclusie

Per beschermingsregime wordt hieronder toegelicht waar mogelijk een conflict kan optreden met beschermde natuurwaarden. Natura2000 Een negatief effect op de instahoudingsdoel van de Meervleermuis, waar de Alde Feanen voor is aangewezen, kan niet op voorhand worden uitgesloten. De kans op een kraamverblijfplaats in het te slopen gebouw wordt zeer klein geacht, omdat er een bekende kraamverblijfplaats zit in de nabijgelegen plaatsen Wergea/ Wartena. Een zomer-/baltsverblijfplaats van Meervleermuis kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Onderzoek naar vleermuizen moet hier meer duidelijkheid over geven. Voor de overige instandhoudingsdoelen is de conclusie dat het slopen en realiseren van 19 recreatiewoningen geen significant negatief effect zal hebben wanneer er buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Indien er in het broedseizoen gewerkt wordt kan er een negatief effect optreden voor de aangewezen broedvogels.

Stikstofdepositie in relatie tot Natura-2000-gebieden

Aangezien er in de omgeving van het plangebied sprake is van een aantal gevoelige en zeer gevoelige habitattypen is er mogelijk sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstofdepositie. Om te bepalen of de stikstofemissie veroorzaakt door de werkzaamheden binnen de grenswaarden blijft, is een AERIUS berekening nodig van de beoogde plannen. Natuurnetwerk Nederland Voor Natuurnetwerk Nederland is de conclusie dat er geen significant negatief effect zal optreden op de wezenlijke waarden en ‘wezenlijke kenmerken en waarden’. Beschermde

soorten (Wet natuurbescherming)

Ooievaar

In het plangebied is een jaarrond beschermd nest (Ooievaarsnest) aangetroffen. Deze mag niet zonder ontheffing verwijderd of verplaats worden. Een dergelijke ontheffing dient te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (Provincie Fryslân). Huismus Jaarrond beschermde nestplaatsen van Huismussen kunnen niet op voorhand uitgesloten, daarom is er aanvullend onderzoek naar deze soort nodig.

worden

Broedvogels Ten aanzien van broedvogels zijn er geen knelpunten met de Wet natuurbescherming, mits verstoring van nesten en/of broedende vogels wordt voorkomen (zie § 4. 2). Vleermuizen

Verblijfplaatsen van vleermuizen in het te slopen gebouw zijn op voorhand niet uit te sluiten. Daarom is voor deze soortengroep aanvullend onderzoek nodig.

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

29

Zorgplicht Alle inheemse planten en dieren vallen onder de Zorgplicht. Dit betekent dat bij het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen ervoor moet worden gezorgd dat er geen onnodige schade ontstaat aan planten en dieren. Bij de inrichtingsmaatregelen ten behoeve van de herinrichting is het van belang om de Zorgplicht toe te passen bij amfibieën en overige zoogdieren. In de paragrafen over deze soorten in hoofdstuk 5 is gegeven hoe aan de Zorgplicht kan worden voldaan.

30

A&W-rapport 22-451 Ecologische beoordeling van de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP De Alde Feanen (It Wiid) in Earnewâld (Fryslân)

Literatuur Beemster, N. , D. Bekker, M. Sikkema, S. Bakker, M. La Haye. 2018. Nulmeting verspreiding Noordse woelmuis in Fryslân in 2017. Een onderzoek op basis van DNA in keutels. A&Wrapport 2407, Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Brenninkmeijer, A. , R. M. G. van der Hut & M. Koopmans 2008. Verspreiding van beschermde vissoorten in Fryslân. A&W-rapport 1029. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Veenwouden. Boer, E. P. de, E. van Hijum, C. Brochard & R. Bonne van Seijen. 2014. Libellenrijk Fryslân. Mei ljochtsjende wjukken oer it wetter. Bureau Faunax, Gorredijk. Provincie Fryslân 2015. Natura 2000-beheerplan Alde Feanen. November 2015. Koole, M. & M. Koopmans (2013). Visstandopname Friese wateren 2012. A&W-rapport 1886. Altenburg & Wymenga, ecologisch onderzoek bv, Veenwouden. Haarsma, A-J. &, M. Koopmans. 2017. De Meervleermuis in Fryslân. Kennisontwikkeling voor monitoring. A&W-rapport 2418. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Heijden, E. van der 2014. Ecologische beoordeling van de uitvoering van Life-maatregelen in de Alde Feanen. A&W-rapport 1921. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Krijgsveld KL, B Klaassen & J van der Winden (2022). Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport& deel 2 soortbesprekingen.

Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist. La Haye, M. , J. M. Drees m. m. c R. C. van Apeldoorn 2004. Beschermingsplan Noordse woelmuis. rapport EC-LNV nr 270, Expertisecentrum LNV, Ede Reijnen, M. J. S. M. & Foppen, R. P. B. , 1991; Effect van wegen met autoverkeer op de dichtheid van broedvogels. DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Reijnen, R. , Foppen, R. & Veenbaas, G. , 1997; Disturbance by traffic of breeding birds: evaluation of the effect and considerations in planning and managing road corridors. Biodiversity and Conservation 6, 567:581 (1997). Sikkema, M. 2017. Broedvogels van de Alde Feanen en omgeving in 2016. A&W-rapport 2268 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Vernooij, S. & J. Kampen 2007. Monitoring van de visstand in een aantal wateren binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. AquaTerra Water en Bodem B. V. , Geldermalsen.

Adres Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info @altwym.nl

www. altwym. nl

Adres Amsterdam Gebouw Matrix I , Science Park 400/K1. 08/1. 09 1098 XH Amsterdam

Bijlage 2

NAUErgOn

Er ZOEKWVEL

atUUrDESCHEINE,

(geanonimise rd)

Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (lt Wiid) te Earnewâld.

Nader

onderzoek

Wet

natuurbescherming

Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (lt Wiid) te Earnewâld. Earnewâld, oktober 2023 In opdracht

pramen Mark

van:

(geanonimiseerd)

Projecten B. V.

8444 AC Heeren : Tel: 06-31287364 Email:

basiaan @mooieplek.nl

Uitvoering:

Successie Natuurzaken \ Ds, vd. Veens 3264 TA Eart Tel: 06-2260 Email: in o @sucs essienazuurzaken. nl

(geanonimiseerd) en Auteur

en veldwerkzaamheden

(geanonimiseerd)

Tel: 06-37290548 Email: wildehuemark @gmail.com Gecontroleerd

door:

(geanonimiseerd) (Successie Naruurzaken) Omslag‘oro:

Impressie voorzijde plangebied

Inhoudsopgave Nader onderzoek

Wet natuurbescherming

(oktober 2023)

1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1. 1 Aanleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2. Methodiek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 1 Vleermuizen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 2 Huismus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 3. Bevindingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 3. 1 Vleermuizen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 3. 1. 1 Tijdelijke uitwijkmogelijkheden vleermuizen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 2 Huismus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4. Resultaten en conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 4. 1 Vleermuizen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 4. 2 Huismus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

1. Inleiding 1. 1

Aanleiding

Zwanenburg Projecten B. V. is voornemens om een deel van het Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen te slopen. Het overige deel krijgt een horecafunctie. De wens is om na de sloop 19 recreatiewoningen te realiseren. Het zuidelijke deel krijgt een groene inrichting, bij de huidige entree blijven de functies verkeer en parkeren behouden. In het kader van de vergunningsaanvraag heeft Altenburg & Wymenga (A&W-rapport 22-451) een ecologische beoordeling uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming.

Figuur 1. Begrenzing van het bezoekerscentrum (blauwe gestreepte lijn) en het plangebied (rode omlijning) Bron: Googlemaps.

Uit de ecologische beoordeling is naar voren gekomen dat de aanwezigheid van beschermde waarden van diverse gebouwbewonende vleermuizen en de huismus niet konden worden uitgesloten zonder nader onderzoek. In de periode mei 2023 tot en met september 2023 heeft Successie Natuurzaken nader onderzoek uitgevoerd naar de bovengenoemde soorten in het plangebied. Voor de vleermuizen is onderzoek gedaan naar kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, voor de huismus is onderzoek gedaan naar nest- en verblijfplaatsen in het plangebied.

12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

4

Methodiek

2.

Ten behoeve van ecologisch onderzoek naar beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. De uitgangspunten, zoals deze geformuleerd zijn in de richtlijnen, vormen de basis voor soortspecifiek onderzoek wat wordt uitgevoerd door Successsie Natuurzaken. Per soort en/ of beschermde waarde is een andere onderzoeksmethodiek van kracht. Voor vleermuizen geldt het Vleermuisprotocol (NGB, 2021) als richtlijn. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in het Kennisdocument (BIJ12, 2023). Enkel op basis van expert judgment kan worden afgeweken (bijv. vanwege klimatologische omstandigheden) van deze protocollen. 2. 1

Vleermuizen

Voor vleermuizen zijn in het kader van onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen in totaal acht bezoeken uitgevoerd (zie onderstaande tabel). Het plangebied is, omwille van de grootte, opgesplitst in twee delen gedurende de kraamperiode (figuur 2). De bezoeken zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector (PetterssonD240x) en sterke zaklamp. = deel

1 plangebied = deel 2 plangebied

Figuur 2: Indeling plangebied

Bezoek

Deel

Tijd

2

Datum 16-05-2023

1 2

1

28-05-2023

21:45 - 23:45

3

2

12-06-2023

02:20 - 05:20

4

1

21-06-2023

02:20 - 05:20

21:29 - 23:29

Weersomstandigheden Droog, half bewolkt 12 Graden Celsius Windkracht 2 Bft. Droog, geen bewolking 13 Graden Celsius Windkracht 3 Bft. Droog, geen bewolking 18 Graden Celsius Windkracht 2 Bft. Droog, zwaar bewolkt 18 Graden Celsius Windkracht 2 Bft.

Onderzoek

Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen

12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

5

5

2

06-07-2023

22:01 - 00:01

6

1

10-07-2023

21:58 - 23:58

7

1 & 2 16-08-2023

21:02 - 01:02

8

1 & 2 11-09-2023

20:00 - 23:00

2. 2

Huismus

Bezoek

Deel

1

Droog, geen bewolking 18 Graden Celsius

Windkracht 1 Bft. Droog, half bewolkt 20 Graden Celsius Windkracht 3 Bft. Droog, half bewolkt 17 Graden Celsius Windkracht 2 Bft. Droog, half bewolkt 20 Graden Celsius Windkracht 1 Bft.

Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen

Paarverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen

Voor de huismus zijn in het kader van onderzoek naar nest- en verblijfplaatsen in totaal vier bezoeken uitgevoerd (zie onderstaande tabel). Het plangebied is omwille van de grootte opgesplitst in twee delen (figuur 2). De bezoeken zijn gecombineerd met de vleermuis kraam- en zomerbezoeken. Tijd

2

Datum 16-05-2023

2

1

28-05-2023

20:45 - 21:45

3

2

06-07-2023

21:01 - 22:01

4

1

10-07-2023

20:58 - 21:58

20:29 - 21:29

Weersomstandigheden Droog, half bewolkt 12 Graden Celsius Windkracht 2 Bft. Droog, geen bewolking 13 Graden Celsius Windkracht 3 Bft. Droog, geen bewolking 18 Graden Celsius Windkracht 1 Bft. Droog, half bewolkt 20 Graden Celsius Windkracht 3 Bft.

Onderzoek

Nest- en verblijfplaatsen Nest- en verblijfplaatsen Nest- en verblijfplaatsen Nest- en verblijfplaatsen

3. Bevindingen 3. 1

Vleermuizen

Veldbezoek 1 Bij het eerste veldbezoek zijn vier langsvliegende gewone dwergvleermuizen en één langsvliegende ruige dwergvleermuis waargenomen. Bij de bosschage naast de slootgang ten westen van het plangebied zijn gedurende een lange periode twee foeragerende gewone dwergvleermuizen gehoord. Bovengenoemde vleermuissoorten hadden geen enkele binding met het plangebied. Veldbezoek 2 Bij het tweede veldbezoek zijn drie langsvliegende gewone dwergvleermuizen en twee langsvliegende ruige dwergvleermuizen waargenomen. Bij de bosschage ten noordoosten van het plangebied is gedurende de avond langdurig één gewone dwergvleermuis foeragerend gehoord. Daarnaast zijn acht gierzwaluwen kort voorbijvliegend gesignaleerd. Bovengenoemde vleermuissoorten en gierzwaluwen 12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

6

vlogen van noord naar zuid over het plangebied en hadden geen enkele binding met het plangebied. Veldbezoek 3 Bij het derde veldbezoek zijn drie langsvliegende gewone dwergvleermuizen, één langsvliegende laatvlieger en drie langsvliegende ruige dwergvleermuizen waargenomen. Bovengenoemde vleermuissoorten kwamen uit diverse windrichtingen van het plangebied vandaan en hadden geen enkele binding met het plangebied. Veldbezoek 4 Bij het vierde veldbezoek zijn vijf langsvliegende gewone dwergvleermuizen, twee langsvliegende ruige dwergvleermuis en twee langsvliegende rosse vleermuizen waargenomen. Twee gebieden, bij de bosschage ten noordoosten en ten westen, zijn langduring door twee gewone dwerg- en één ruige dwergvleermuis gebruikt als foerageergebied. Bovengenoemde vleermuissoorten kwamen uit diverse windrichtingen van het plangebied vandaan en hadden geen enkele binding met het plangebied. Veldbezoek 5 Bij het vijfde veldbezoek zijn drie langsvliegende gewone dwergvleermuizen, één langsvliegende ruige dwergvleermuis en één langsvliegende laatvlieger waargenomen. Bij dezelfde bosschages als tijdens veldbezoek 4 zijn gedurende de avond een tweetal foeragerende gewone dwerg- en ruige dwergvleermuizen gehoord. Aan de oostzijde van het plangebied is een zomerverblijfplaatst van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Er is één uitvliegend individu gezien.

De verblijfplaats bevindt zich bij de dakrand onder het zinkwerk (figuur 3).

Figuur 3: Locatie waar een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen (rode cirkel) met de twee foerageergebieden (witte cirkel/ovaal) van de gewone- en ruige dwergvleermuis.

12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

7

Veldbezoek 6 Bij het zesde veldbezoek zijn twee langsvliegende gewone dwergvleermuizen en één langsvliegende ruige dwergvleermuis waargenomen. Bij dezelfde bosschages als tijdens veldbezoeken 4 & 5 zijn gedurende de avond één foeragerende gewone dwerg- en één ruige dwergvleermuizen gehoord. Aan de oostzijde van het plangebied is een nieuwe zomerverblijfplaatst van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Er is één uitvliegend individu gezien. De verblijfplaats bevindt zich bij de dakrand onder het zinkwerk (figuur 4).

Figuur 4: Locatie waar een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen (rode cirkel) met de twee foerageergebieden (witte cirkel/ovaal) van de gewone- en ruige dwergvleermuis.

Veldbezoek 7 Bij het zevende veldbezoek zijn vier langsvliegende gewone dwergvleermuizen, twee langsvliegende ruige dwergvleermuis en één langsvliegende watervleermuis waargenomen. Uit geconstateerde zomerverblijfplaatsen tijdens veldbezoeken 5 & 6 zijn elk één individu gewone dwergvleermuis uitgevlogen. Hiermee is vastgesteld dat beide zomerverblijfplaatsen van twee verschillende individuen zijn. Er zijn geen lokroepen van de gewone dwergvleermuis gehoord in en rondom de verblijfplaatsen. Er is gedurende een lange periode wel lokroepen gehoord van één ruige dwergvleermuis bij de bosschage ten westen van het plangebied. Veldbezoek 8 Bij het achtste veldbezoek zijn vier langsvliegende gewone dwergvleermuizen, één langsvliegende ruige dwergvleermuis en twee langsvliegende laatvliegers waargenomen. Er is gedurende een lange periode lokroepen gehoord van één dwergvleermuis bij de bosschage ten westen van het plangebied. Er kan worden aangenomen dat deze gedragingen duiden op een paarverblijfplaats in de aanwezige boomholtes van de bosschage. Dit deel van de bosschage wordt niet aangetast in het planvoornemen. 12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

8

3. 1. 1 Tijdelijke uitwijkmogelijkheden vleermuizen De wens van Zwanenburg Projecten B. V. is om de werkzaamheden van het planvoornemen te starten begin 2024. Gewone dwergvleermuizen hebben de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Om de gewenningsperiode te overbruggen zijn er op 21 augustus 2023 tijdelijke zomerverblijfgeplaatst in de nabije omgeving op ±100 meter afstand (figuur 5). De tijdelijke uitwijkmogelijkheden bedragen uit zes vleermuiskasten type BTD-1.

Figuur 5: Locatie waar de tijdelijke uitwijkmogelijkheden (gele omlijning) voor de gewone dwergvleermuis zijn geplaatst t. o. v. het

plangebied (rode omlijning) 3. 2

Huismus

Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen waargenomen. Er zijn geen nest- of verblijfplaatsen van de huismus aanwezig in het plangebied.

12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

9

4. 4. 1

Resultaten

en

conclusie

Vleermuizen

Er zijn in totaal twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied. Daarnaast is in de bosschage ten westen van het plangebied een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis waargenomen (figuur 6). Dit deel van de bosschage wordt niet aangetast in het planvoornemen. Het deel van de bezoekerscentrum waar de zomerverblijfplaatsen zijn aangetrofen wordt gesloopt. Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient er vooraanvang een ontheffing worden verleend. Een ontheffing wordt aangevraagd met een activiteitenplan waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden voorgesteld. Bevoegd gezag dient dit activiteitenplan goed te keuren waarop ontheffing wordt verleend.

Figuur 6: Locaties waar een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen (rode cirkel) en een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis (witte ovaal) t. o. v. het plangebied (rode omlijning).

4. 2

Huismus

Nest- of verblijfplaatsen van de huismus zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Op basis van het nader onderzoek leiden de werkzaamheden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft nest- of verblijfplaatsen voor de huismus.

12 oktober 2023 - Nader onderzoek vleermuizen en huismus inzake de herontwikkeling Bezoekerscentrum NP de Alde Feanen (It Wiid) te Earnewâld

10

Bijlage 3

Herontwikkeling

Onderzoek 14 november 2023

De Wiidpleats

stikstofdepositie

Herontwikkeling Onderzoek

De

Wiidpleats

stikstofdepositie

COLOFON

Opdrachtgever

: Zwanenburg

Auteur

(geanonimiseerd)

Rapportnummer

:22/797

Versie

:v21

AERIUS Datum

release

Projecten

: 2023. 0. 1 : 14 november

2023

INHOUDSOPGAVE 1 1. 1 1. 2 1. 3

Hoofdstuk Aanleiding Beoogde ontwikkeling Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatten

1 1 1 2

2 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6

Toetsingskader stikstofdepositie Algemeen Beslisboom toestemmingsverlening Provinciale beleidsregels en saldering Mogelijkheid en procedure intern salderen Aanlegfase Cumulatie en ruimtelijke planvorming

3 3 3 3 4 4 4

3 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4

Uitgangspunten bepalen stikstofemissie Referentiesituatie Gebruiksfase Aanlegfase Cumulatie en ruimtelijke planvorming

5 5 6 7 9

4

Resultaten en conclusie

10

5

Bijlagen

11

1

Hoofdstuk

1. 1

Aanleiding

Zwanenburg is voornemen de locatie Wiidpleats aan de Koaidyk in Earnewâld te herontwikkelen. Dit project omvat de sloop van een groot deel van de oude bebouwing en de herinrichting van het omliggende terrein, waarbij 19 recreatiewoningen worden ontwikkeld. Met name de aanlegfase hiervan kan potentieel een effect hebben op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Bij ontwikkelingen in de Alde Feanen moet rekening worden gehouden met de hoge natuurwaarde. In dit Natura 2000-gebied komen stikstofgevoelige habitats voor, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden. Wanneer de KDW al (bijna) wordt overschreden, heeft iedere toename van stikstof een potentieel negatief effect op het natuurgebied, waarmee een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming dan wel een passende beoordeling nodig is. Wanneer de kritische depositiewaarde al (bijna) wordt overschreden, heeft iedere toename van stikstof een potentieel negatief effect op de natuur, waarmee een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. In dit onderzoek wordt achtereenvolgend het toetsingskader voor de beoordeling en afweging van stikstofeffecten, de uitgangspunten voor de berekeningen, de resultaten en de conclusie beschreven. Het onderzoek is gebaseerd op het rekenprogramma AERIUS (versie 2023. 0. 1).

1. 2

Beoogde ontwikkeling

De te onderzoeken ontwikkeling betreft de herontwikkeling van het voormalig voorzieningencentrum en later bezoekerscentrum en museum aan de Koaidyk 8A in Earnewâld. De locatie ligt centraal in het recreatiegebied It Wiid. Daarbij wordt een belangrijk deel van het gebouw uit 1993 gesloopt. Het te behouden deel wordt opgeknapt en verduurzaamd. Op het noordelijk en oostelijk deel van het terrein wordt een programma van 19 recreatiewoningen ontwikkeld.

figuur 1.

De onderzoeklocatie

Herontwikkeling De Wiidpleats 22/797 | v2. 1

1

1. 3

Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatten

Earnewâld en het recreatieterrein It Wiid liggen vrijwel omsloten door het Natura 2000-gebied De Alde Feanen. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitats zijn hoogveenbossen en nat, matig voedselrijk grasland. Deze habitats zijn niet (bijna) overbelast. De maatgevende habitats zijn de overgangs- en trilvenen, die op ongeveer 500 voorkomen. De ligging van de Natura 2000-gebieden en daarin de gevoelige en zeer gevoelige habitatten zijn weergegeven in figuur 2.

figuur 2.

2

Nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Herontwikkeling De Wiidpleats 22/797 | v2. 1

2

Toetsingskader

2. 1

Algemeen

stikstofdepositie

In Nederland staan veel natuurgebieden onder druk door een te hoge stikstofdepositie. Voor verschillende habitattypen is een ‘kritische depositiewaarde’ (KDW) bepaald. Deze waarde vormt de drempel waarbij significante negatieve effecten door eutrofiëring ontstaan. In de praktijk betekent dit vaak dat de gebiedseigen vegetaties worden overwoekerd door vegetaties die gedijen op een hoge stikstofbelasting, hetgeen de biodiversiteit kan verslechteren. Eerdere toetsingskaders die ruimte boden voor ontwikkelingen die een toename van stikstofdepositie tot gevolg hebben, zijn juridisch niet houdbaar gebleken. Iedere toename op een al overbelast gebied kan in principe een verslechtering tot gevolg hebben. Daarmee is een situatie ontstaan waarbij plannen, in elk geval per saldo, geen toename van stikstofdepositie op deze overbelaste habitats tot gevolg mogen hebben. In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor de beoordeling van de stikstofdepositie het rekenprogramma AERIUS wordt gebruik.

2. 2

Beslisboom toestemmingsverlening

Uit de op 12 oktober 2019 door de Rijkoverheid gepubliceerde beslisboom “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” volgt dat als de uitkomst van de berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie (dat wil zeggen dat de op twee decimalen afgeronde bijdrage niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jr) er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten en er geen passende beoordeling nodig is. Als de AERIUS-berekening aantoont (zie volgend) dat een plan leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Als dit niet het geval is, moet een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd.

2. 3

Provinciale beleidsregels en saldering

De provinciale beleidsregels ten aanzien van stikstof zijn opgenomen in de Beleidsregels salderen Fryslân (28-12-2022). Op basis van de aanpak hieruit geldt dat als een aanvrager kan aantonen dat er als gevolg van een aanvraag geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden, er vergunning kan worden verleend. Eventuele stikstofemissie kan worden beperkt door emissiebeperkende maatregelen of door in-/extern salderen.

Herontwikkeling De Wiidpleats 22/797 | v2. 1

3

Volgens de provinciale beleidsregel gelden de volgende definities: Salderen:

Extern salderen: Intern salderen: Referentiesituatie:

2. 4

inzetten van een activiteit met N-emissie op grond van een toestemming in de referentiesituatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning voor een nieuw of gewijzigd project, waarbij deze toestemming geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd zodat de N-depositie op alle relevante hexagonen niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie; salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning; salderen binnen de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning; een natuurvergunning of bij gebrek daaraan een op de Europese referentiedatum aanwezige milieuvergunning of -melding, of een anderszins sindsdien toegestane onafgebroken aanwezige activiteit.

Mogelijkheid en procedure intern salderen

Een uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 heeft bevestigd dat voor interne saldering geen vergunningplicht geldt als de stikstofdepositie niet toeneemt met meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiervoor moet het aannemelijk zijn dat het perceel op en sinds de referentiedatum het bedoelde gebruik heeft. Op basis hiervan geldt als uitgangspunt dat wanneer de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik en de aanleg van het project niet toeneemt, er geen sprake is van vergunningplicht of een noodzaak voor een passende beoordeling (voor wat betreft stikstof). Een aandachtspunt hierbij is dat bij plannen een andere referentiesituatie geldt dan bij vergunningen. Bij plannen wordt de feitelijke, planologisch legale, situatie voorafgaande aan de vaststelling van het plan verstaan. Verdwijnende emissies mogen meegenomen worden als de activiteiten zijn beëindigd ten behoeve van de realisatie van het plan.

2. 5

Aanlegfase

Op grond van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering is het niet nodig om de aanlegfase van het plan te beoordelen. Deze vrijstelling is na een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 niet langer van toepassing. Voor deze fase is daarom van belang een reëel inzicht te geven in de tijdelijke stikstofdepositie als gevolg van mobiele werktuigen en transport van en naar de locatie.

2. 6

Cumulatie en ruimtelijke planvorming

Vanuit de Wet natuurbescherming moet worden getoetst of een project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. Dat betekent dat wanneer een project onderdeel is van een grotere ontwikkeling, ook moet worden beoordeeld of er sprake is van cumulatie. Daarom wordt in dit onderzoek ook beoordeeld of dit het geval is en zo ja, of er in het kader van de ruimtelijke planvorming al beoordeling is gemaakt.

4

Herontwikkeling De Wiidpleats 22/797 | v2. 1

3

Uitgangspunten

3. 1

Referentiesituatie

bepalen

stikstofemissie

De referentiesituatie voor dit project is de feitelijke en legale, situatie, zoals deze sinds de referentiedata voor de verschillende natuurgebieden, ononderbroken heeft plaatsgevonden. Voor de Alde Feanen is dit 10 juni 1994. Voor de realisatie van de Wiidpleats is op 2 december 1992 een bouwvergunning verleend. Het gebouw is in 1993 in gebruik genomen, ongeveer een jaar voor de aanwijzingsdatum van de Alde Feanen. Er is geen milieutoestemming (melding hinderwet) van vóór deze datum. De oudste milieutoestemming dateert van 26 maart 1996. Bij plannen wordt de feitelijke, planologisch legale, situatie voorafgaande aan de vaststelling van het plan verstaan, waarmee de bestaande situatie als referentiestituatie gehanteerd kan worden. Voor vergunningen geldt dat de natuurwetgeving (waaraan de provinciale beleidsregels zijn gekoppeld) is gericht op natuur- en/of milieutoestemmingen. Voor dit project is een dergelijke toestemming niet meer nodig. Met andere woorden: de volledige toetsing van het onderdeel natuur vindt plaats in het kader van het bestemmingsplan. Voor realisatie van het plan (aanlegfase en gebruiksfase) kan worden verwezen naar de cumulatieve effecten die in het bestemmingsplan zijn beoordeeld.

Bij de toetsing bij een omgevingsvergunningaanvraag (die ook nodig zal zijn voor dit project) is er voor een referentiesituatie in principe een milieutoestemming nodig van voor 10 juni 1994 en die is er niet. De oudste milieutoestemming die er ligt, dateert van 26 maart 1996. De situatie zoals vergund bij oplevering van het bezoekerscentrum in 1993 geldt voor dit bestemmingsplan als referentiesituatie. Hierin zijn het zwembad, het restaurant, sportruimten en verschillende bijeenkomstruimten aangeduid. Hieruit wordt duidelijk dat het gebouw op basis van een in 1992 verleende vergunning, ten tijde van de aanwijsdatum, al in gebruik als centrumvoorziening voor het naastgelegen recreatiepark. Sindsdien is dit voorzieningengebouw altijd in meer of minder mate in gebruik geweest. In het gebouw zijn 13 CV-ketels en andere verwarmingsinstallaties aanwezig, waaronder voor het verwarmen van het zwembad. De grootste dateren van 1993. Het gebruik van het gebouw is sinds de referentiesituatie ononderbroken voortgezet en kan derhalve als salderingsbron worden ingezet. De actuele inrichting van het gebouw is ook opgenomen in de bijlage. Hieruit blijkt dat het gehele pand nog steeds in gebruik is, maar wel voor andere functies. Omdat het gebruik niet altijd gelijk is geweest, wordt voor de referentiesituatie uitgegaan van de emissiewaarden die nog te herleiden zijn.

Het gaat dan om het gasgebruik van de installaties voor zover bekend. Het gasverbruik in de referentiesituatie (jaar 2016-2019) bedroeg gemiddeld per jaar 27. 989 m. 3 Dit is veel lager dan het gasverbruik in de eerdere jaren, waarbij onder andere het zwembad nog in gebruik was en daarmee een worst-case benadering voor de referentiesituatie. Herontwikkeling De Wiidpleats 22/797 | v2. 1

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=d788a31b-0c1e-4b12-9621-032c7d5c2d83