09 - Bijlage 1 - Deel 1 - Bestemmingsplan (ontw. naar vg.) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Earnewald
- De
Bestemmingsplan 14 november 2023
Wiidpleats
Earnewald
-
De
Wiidpleats
Bestemmingsplan
COLOFON
Opdrachtgever
: Zwanenburg
Projecten
(geanonimiseerd) Rapportnummer
: 23-797-1
Versie
: Ontwerp
Datum
: 14
november
2023
Feart 163 8502 CV JOURE 0513-412418
info @interra.nl
INHOUDSOPGAVE 1 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4
Hoofdstuk Aanleiding en doel Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer
1 1 1 2 3
2 2. 1 2. 2 2. 3
Planbeschrijving Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Ruimtelijke inpassing
10
4 4 5
3 3. 1 3. 2 3. 3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 14 16
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4. 1 Mer-beoordeling 4. 2 Bedrijven en milieuzonering 4. 3 Geluid (wet geluidhinder) 4. 4 Externe veiligheid 4. 5 Verkeer en parkeren 4. 6 Ecologie 4. 7 Bodemkwaliteit 4. 8 Watertoets 4. 9 Archeologie 4. 10 Cultuurhistorie 4. 11 Luchtkwaliteit en gezondheid 4. 12 Planologische zones
18 18 20 20 21 22 23 25 25 27 28 29 29
5 Juridische regeling 5. 1 Algemeen 5. 2 Toelichting op de regels
30 30 30
6 6. 1 6. 2 6. 3
Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
32 32 32 35
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Natuuronderzoek Nader onderzoek vleermuizen en huismussen Stikstofonderzoek Bodemonderzoek Watertoets Archeologisch onderzoek Participatieverslag Advies Brandweer Fryslân Overlegreactie Provinsje Fryslân
1
Hoofdstuk
1. 1
Aanleiding en doel
Centraal in het recreatiegebied It Wiid, ten zuiden van Earnewâld, staat de Wiidpleats. Dit terrein is gelegen tussen het kampeerterrein en het bungalowpark en heeft hierin een functie als centraal voorzieningengebouw (en -terrein) gehad, met hierin een restaurant en sportieve en recreatieve functies, waaronder een zwembad. Het gebouw is vervolgens vanaf 2006 gebruikt ten behoeve het Landbouwmuseum, It Fryske Gea, Nationaal Park de Alde Feanen, horeca en recreatieondernemers, die er samen een divers aanbod hadden. De laatste jaren is de exploitatie van het gebouw onder druk komen te staan. Mede door de gebrekkige energiehuishouding van het grote pand is gekozen de locatie te verkopen aan ontwikkelaar Zwanenburg Projecten, teneinde de locatie te herontwikkelen. Het plan is opgevat om op de locatie een nieuw en onderscheidend aanbod van horeca en recreatiewoningen te ontwikkelen. Hiervoor wordt een groot deel van het pand gesloopt. Het westelijk deel, waarin het restaurant is gevestigd, wordt behouden. Dit wordt een horecaonderneming, bestaande uit een restaurant en een hotel. In nauw overleg met de gemeente, de provincie en het wetterskip is hiervoor een inrichtingsplan opgesteld, dat rekening houdt met de belangen van deze locatie en de landschappelijke en natuurlijke waarden en een bijdrage levert aan het toeristisch aanbod van Earnewâld.
Om deze herontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1. 2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Koaidyk, bij de entree van het vakantiepark It Wiid. De locatie heeft een bijzondere ligging aan het grote open water tussen het oude dorp en het recreatiegebied, aan de aanmeerplek van de pont tussen deze twee gebieden. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. 1.
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
1
Figuur 1. 1 1. 3
De ligging van het plangebied
Planologische regeling
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Recreatieterreinen (2012). Het noordelijk deel is hierin bestemd als ‘Horeca – 2’, waarbinnen wordt voorzien in dag- en avondhoreca, zoals lunchrooms en restaurants. Het oostelijk deel valt onder de bestemming ‘Recreatie 2A’ met de aanduiding ‘museum’. Hier wordt voorzien in een dagrecreatieterrein en in een museum. Het westelijk deel is bestemd als ‘Groen – Groenvoorzieningen’ en ‘Verkeer – Verblijf’. Deze bestemmingen zijn gericht op een openbare inrichting met vooral groen of vooral straten en parkeren. Rondom het terrein ligt de bestemming ‘Water – 2’ met de aanduiding ‘ligplaats’. Deze strook is in het plangebied meegenomen. Op de noordzijde, rondom het bestaande hoofdgebouw, ligt een ruim bouwvlak van ongeveer 4. 500 m. 2 Op het buitenterrein staan verspreid verschillende overkappingen die zijn voorzien van een bouwvlak. De gezamenlijke oppervlakte hiervan is ongeveer 250 m. 2 Eem fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan is weergeven in figuur 1. 2.
2
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Figuur 1. 2
Fragment geldend bestemmingsplan
Het plan is op een aantal onderdelen in strijd met het bestemmingsplan. Allereerst wordt binnen de Horeca 2 en Recreatie 2A bestemming niet voorzien in de ontwikkeling van recreatiewoningen. Daarnaast is het uitbreiden van de horeca met een hotel binnen de bestemming Recreatie 2A niet mogelijk. Verder sluit de beoogde herinrichting niet goed aan op de begrenzing van de bestemmingen Verkeer en Groen. Daarom is dit nieuwe bestemmingsplan, dat een juridisch planologisch kader biedt voor de voorgestelde inrichting. 1. 4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
3
2
Planbeschrijving
2. 1
Bestaande situatie
Earnewâld is een recreatiekern die in het hart van de Alde Feanen ligt. Het dorp heeft van oudsher een sterke binding met het water, al vanuit de veenwinning en later vooral vanuit de natuurrecreatie en watersport. Tot in de jaren ’60 was er sprake van een klein dorpje dat zich recht tegenover het plangebied concentreerde. Dit dorp ligt aan de noordzijde van een waterpartij, het Earnewaldster Wiid. Op de topografische kaarten van de jaren ’70 worden de plannen voor een recreatieoord aan de overzijde van het ‘It Wiid’. Dit heeft in de jaren ’90 een vlucht genomen, waarbij veel van de bestaande bebouwing, waaronder de Wiidpleats de recreatiewoningen ten oosten hiervan, is gebouwd. Het westelijke deel van dit terrein werd een kampeerterrein, waarin in de loop van de 21 ste eeuw ook meer bebouwde logiesaccommodaties zijn gerealiseerd. Het recreatiegebied is met zo’n 90 hectare het grootste terrein van de gemeente en vormt daarmee een belangrijk deel van het toeristisch aanbod. De Wiidpleats was het centrale voorzieningencentrum van It Wiid. Het ligt bij de entree vanaf de Koaidyk en ook bij de pontverbinding naar het dorp. Er ligt een ruim parkeerterrein dat formeel is bedoeld voor de functies van de Wiidpleats, maar ook een functie voor de omliggende terreinen vervuld. Door de tijd heen zijn de bebouwing en de daarin aanwezige de functies gedateerd geraakt.
Het heeft nog een tijd dienst gedaan als landbouwmuseum en bezoekerscentrum voor It Fryske Gea en daarbij is het restaurant altijd open gebleven. Het plangebied vormt een schiereiland tussen de campings en het vakantiewoningenpark. Het heeft een lange oever aan It Wiid. Deze is voorzien van een harde kade met daaroverheen een pad, waaraan aangelegd kan worden. Het oostelijk deel van het terrein is grotendeels groen ingericht met een speeltuin en een dierenweide. In dit deel staan enkele overkappingen. Langs de westzijde loopt een verkeersstrook met daarlangs een bossingel. Deze verkeersstrook is enerzijds de ontsluiting van de op het zuidelijk deel gelegen parkeervoorzieningen en anderzijds een fietsverbinding naar de pont. Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2. 1.
4
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
2. 2
Luchtfoto plangebied en omgeving Figuur 2. 1 Voorgenomen ontwikkeling De prominente plek tegenover het oude Earnewâld en als poort naar het recreatiegebied vraagt een opwaardering. Voor de huidige bebouwing is zowel vanuit duurzaamheid als functioneel geen nieuwe functie te vinden. De bebouwing heeft ook geen bijzondere kwaliteit. Daarom is besloten de locatie te herontwikkelen. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn het behoud van de openbaarheid van de verkeersverbinding op de westzijde, naar de pont en de mogelijkheid om op het terrein te kunnen parkeren. Het plan brengt twee nieuwe functies in het plangebied. Langs de noord- en oostrand komt een onderscheidend programma van 19 vrijstaande recreatiewoningen aan het water en op de noordwesthoek wordt de horeca vernieuwd en aangevuld met een hotel, waarin ruimte is voor ongeveer 30 kamers. Deze ontwikkeling vindt plaats in het bestaande bouwdeel, dat de vorm van een boerderij heeft. Hiermee blijft de Wiidpleats behouden. De terrasinrichting en aanleggelegenheid aan Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
5
de noordzijde wordt daarbij behouden en opgewaardeerd. Het centrale gebied blijft groen ingericht en krijgt een ondersteunde functie voor de horecaonderneming, waarbij gedacht wordt aan een dinerkas, een fruitkas, enkele vuurplaatsen en een barbecueplek en een centraal gelegen ‘voedselbos’. Dit deel behoud een semiopenbaar karakter. Op de zuidkant wordt een nieuw parkeerterrein aangelegd met 96 parkeerplaatsen. Inclusief de 38 parkeerplaatsen bij de recreatiewoningen wordt daarmee het bestaande aantal parkeerplaatsen (133) weer teruggebracht in het plangebied. Het parkeerterrein krijgt een losliggende entree, waarbij voor fietsers van en naar de pont en de horecavoorziening een fietspad wordt aangelegd. Daarmee wordt ook de ontsluiting op de Koaidyk aangepast. Daarom is dat deel ook opgenomen in dit bestemmingsplan. De bosstrook op de westrand wordt behouden. De strook grond langs de noordzijde van de route naar de bestaande recreatiewoningen op het vakantiepark, blijft openbaar. Daarmee blijf het water hier ook bereikbaar. De beoogde inrichting van het plangebied is weergegeven in figuur 2. 2.
6
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Figuur 2. 2
Beoogde inrichting
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
7
Uitwerking recreatiewoningen In het plangebied wordt uitgegaan van een bij Earnewâld als watersportdorp passende, moderne architectuur. Het er wordt ingezet op een schuurtype, met een lage goot met kap, waarbij aan de voorzijde een ruime dakoverstek wordt voorgesteld. Door subtiele verschillen in kleuren en opties ontstaat een enigszins gevarieerd beeld, met een knipoog naar de traditionele gebouwen in gebied bij skûtsje museum. Het beeld wordt versterkt door het speels omgaan met de hoogteverschillen. De kade wordt behouden, maar door het aanbrengen van steigers met daartussen rietkragen, die doorlopen tot op de oevers, ontstaat toch een zachte overgang naar het water. Voor het plan wordt uitgegaan van drie opties voor de recreatiewoningen, waarvan de grootste een aaneengesloten bouwvolume met een oppervlakte van 197 m 2 bedraagt. Hierbij zijn geen losse bijgebouwen en dergelijk toegestaan. De gootlijn komt op een 2,7 meter en de nok wordt 7,8 meter hoog. Een impressie van het aanzicht van het park vanaf de waterzijde is weergegeven in figuur 2. 3 en een vogelvluchtopname vanaf de parkzijde in figuur 2. 4.
Figuur 2. 3
Impressie waterzijde
Figuur 2. 4
Vogelvlucht parkzijde
8
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Uitwerking horeca Voor de Wiidpleats wordt ingezet op een meer hoogwaardige horecavoorziening die een aanvulling vormt op het bestaande aanbod in Earnewâld. Aan de waterzijde wordt het bestaande restaurant opgewaardeerd en krijgt het terras een kwaliteitsslag. Een glazen zijbeuk vormt een dinerkas. Aan de waterzijde komen enkele aanlegsteigers die de binding met het water versterken en het aanzicht van de kade uitnodigend maken. Een impressie van het beoogde beeld is weergegeven in figuur 2. 5. In de achterzijde komt een nog uit te werken hotelconcept met ongeveer 30 kamers. Dit wordt geëxploiteerd vanuit dezelfde onderneming als het restaurant.
Figuur 2. 5
Impressie horecaterras
Het centrale groene gebied krijgt ene parkachtige invulling met mogelijkheden voor recreatief medegebruik Daarbij wordt gedacht aan enkele ondersteunende voorzieningen voor de horeca, zoals een barbecue/picknickplaatsen, een tuinkas en een pluktuin/voedselbos. Dit alles draagt bij aan de kwaliteit van het middengebied en versterkt de beleving van de horeca.
Figuur 2. 6
Impressie binnentuin met horecafuncties
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
9
2. 3
Ruimtelijke inpassing Ruimtelijke kwaliteit Het plan ligt in de overgang van het dorp naar het buitengebied en tevens een uitbreidingslocatie in het landelijk gebied. Voor plannen in het landelijk gebied waar extra bouwmogelijkheden worden geboden voor stedelijke functies, zoals wonen, moet op basis van het provinciaal beleid aangegeven worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van de nieuwe functies en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang, dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap, aangegeven. Op basis van de uitgangspunten uit deze structuurvisie is de voorgenoemde ontwikkeling getoetst. Het is van belang dat de ontwikkeling op een verantwoorde manier wordt ingepast in het landschap. Earnewâld ligt in het laagveengebied, midden in de veenpolder (de Alde Feanen), waarin de samenhang tussen ontginning, ontwatering, verkaveling, polderdijken, vaarten, en bebouwingspatroon nog goed zichtbaar is. Bij nieuwe ontwikkelingen is de begrenzing van de veenpolders en de richting van de verkaveling leidend en dient zichtbaar te blijven.
Daarnaast moeten de functioneel samenhangende onderdelen van de veenpolders (polderdijken, ringsloten, ringvaarten, verkaveling, bebouwingslinten) worden gerespecteerd. De veenpolders worden als functionele eenheid beschouwen en ruimtelijke veranderingen binnen deze functionele eenheid moeten als geheel in goede banen worden geleid. Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Voor het stedenbouwkundig ontwerp geldt vanuit de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het gebied een aantal randvoorwaarden. Deze vormen ook een belangrijke basis voor dit bestemmingsplan. Het gaat om aspecten die betrekking op de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in het gebied. Voor de stedenbouwkundige inpassing is met name van belang dat het plan een versterking vormt voor de positie van Earnewâld de recreatiekern van de gemeente Tytsjerksteradiel. De locatie heeft, ondanks de prominente ligging in de recreatiestructuur, geen hoge ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde invulling is passend in poortfunctie tussen het dorp en de recreatiegebieden. Door de sloop van het relatief forse gebouw ontstaat vanaf het water een beeld dat beter past bij de schaal van Earnewâld. Een meer hoogwaardige horeca invulling draagt bij aan het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit.
Het behoud van het westelijk bouwdeel en het groene binnenterrein herinnert aan de Wiidpleats als centrum van het recreatiegebied. De locatie kenmerkt zich als een schiereiland in de vorm van een wig. De oost-, west en noordzijde wordt begrensd door water. Aan de zuidzijde (entree) is de locatie het smalst en wordt breder richting het noorden. Een deel van de bestaande bebouwing zal in de plannen worden gehandhaafd en krijgt de (her)bestemming van een hotel /restaurant met een royaal terras aan de waterzijde. Het uiterlijk van deze bestaande bebouwing zal worden gemoderniseerd met respect voor de omgeving, door onder andere het toepassen van een rieten dak in combinatie met donker hout en glas. Aan de noord- en oostzijde zullen 19 recreatiewoningen worden gesitueerd. Het middengebied is groen van karakter en zal onder andere een voedselbos krijgen. Daarnaast zal er groente 10
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
en fruit worden gekweekt in een kas en zijn er diverse ontmoetingsplekken zoals een BBQ-pleintje en vuurplaatsen. Direct bij de entree van het terrein zullen voldoende parkeerplaatsen komen voor onder andere het restaurant-hotel. Aanvullend zal er een fiets- wandelpad verbinding gesitueerd worden richting het pontje die een aanlegplaats naast het terras van het restaurant heeft.
De diepe kavels zijn allemaal aan het water gelegen en er is gekozen voor een duidelijke orthogonale structuur die aansluit op de plaatsingsrichting van de bestaande gebouwen. De kavels aan de noordzijde zijn daarom haaks op het water gesitueerd en aan de oostzijde, waarbij de waterlijn schuin terugloopt, zijn de kavels 90 graden gedraaid. Op deze wijze ontstaat er eenheid en rust tussen de beoogde bebouwing. De kavels worden ontsloten door een meanderend pad van half verharding die wordt begeleid door bomen. Tussen de kavels en het pad is rekening gehouden met ruimte voor een natuurlijke en groene afscheiding. Er zal hier op eigen erf geparkeerd worden zodat het middengebied zo groen mogelijk blijft. Voor de architectuur van de recreatiewoningen is op een moderne manier aansluiting gezocht bij het karakteristieke beeld van het Skûtsjemuseum en galerie Koopmans. Deze ‘schuurgebouwen’ bestaan uit langwerpige oranjekleurige daken met daaronder donkergekleurd hout op een gemetselde plint. Door hier, net als bij het hotel/restaurant, op een moderne manier naar te verwijzen wordt met deze nieuwe ontwikkeling voortgebouwd aan de identiteit van Earnewâld. De woningen hebben daarom een beeldbepalend dak gekregen met gemêleerde oranje of zwartgrijze pannen met daaronder een vulling van donkere houten delen, glazen puien en overstekken.
Om het beeld van de daken zo sterk mogelijk neer te zetten zijn er geen dakkapellen toegepast. Aan de waterzijde hebben de woningen een ruim overstek gekregen en is de gevel transparant van aard waardoor de overgang tussen water en bebouwing wordt verzacht. Aan de wegzijde, waar ook de entree is gesitueerd, zijn de woningen meer gesloten van karakter. De recreatiewoningen volgen de richting van de kavels en zijn daarom rechthoekig van vorm en kunnen, afhankelijk van het type (6, 8 of 10 – persoons), verschillende lengtes krijgen. De vergroting van het volume zal altijd aan de achterzijde plaatsvinden (op eigen kavel) zodat de rooilijn aan de waterzijde en daarmee ook het gewenste beeld vanaf het water, steeds hetzelfde zal blijven. Ook in hoogte zal het volume niet groeien ongeacht welk type er zal worden toegepast. In het huidige terrein zit een hoogteverschil van circa een meter tussen het peil van de kade en het peil van huidige gebouwen. Dit hoogteverschil is ook gebruikt bij de woningen door deze aan de waterzijde een meter op te tillen. Het groene talud dat aan de waterzijde ontstaat helpt mede mee om de overgang tussen het water en de woningen verder te verzachten. Om dit nog eens te versterken wordt er vlak boven het water een vlonderterras geplaatst met daarnaast rietbeplanting.
De bestaande harde kadewand is hiermee getransformeerd naar een zachte groene overgang die trapsgewijs oploopt vanaf het waterpeil naar het peil van de woningen. Tussen de woningen zit voldoende lucht waardoor er spannende doorkijkjes tussen de waterzijde en het groene belevingsgebied ontstaan.
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
11
Waarborg ruimtelijke kwaliteit Om te beoogde ruimtelijke kwaliteit ook in de toekomst te waarborgen, bevat dit bestemmingplan een regeling waarmee gebruiksbeperkingen zijn opgenomen wanneer de landschapsmaatregelen niet worden aangelegd of in stand gehouden (voorwaardelijke verplichting). Daarbij wordt onderscheid gemaakt in drie zones, namelijk de oeverzone, de parkzone en de laanzone. Deze zones zijn weergegeven in figuur 2. 7.
Figuur 2. 7
Zones landschappelijke inpassing
Voor de oeverzone is het aanbrengen van de rietvegetaties en het daarbij het beperken van de breedte van de steigers geregeld in combinatie met een groene erfafscheiding tot de waterlijn. Voor de parkzone gaat het om het aanbrengen van streekeigen bomen en het aanbrengen van plantsoenen vóór de parkeervoorzieningen. En in de laanzone wordt de bestaande bosstrook behouden en waar mogelijk versterkt of aangevuld. Deze wordt eigendom van de gemeente en is daarom niet als voorwaardelijke verplichting opgenomen, omdat de verantwoordelijkheid tot instandhouding bij de gemeente zelf ligt.
12
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
3
Beleidskader
3. 1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het plangebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bebouwde locatie voor. Deze maakt geen deel uit van het bestaand stedelijk gebied, omdat recreatieparken niet als stedelijke functies worden beschouwd.
Het herontwikkelen van een recreatielocatie met nieuwe recreatieve functies sluit Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
13
wel aan op de uitgangspunten van de ladder. Het plan voorziet in een transformatie van een gebouw dat niet langer rendabel is, naar een nieuw recreatiegebied. Er is daarom geen afweging over de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen stedelijk gebied te realiseren nodig. Wel moet overwogen worden of er behoefte is voor de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Uit verschillende marktonderzoeken blijkt dat er behoefte is aan een fors aantal recreatiewoningen in de regio. Daarbij geldt dat een onderscheidend aanbod (bijvoorbeeld meer luxe, gelegen aan het water) de vraag versterkt. Earnewâld is voor recreanten een aantrekkelijke watersportkern. Het toevoegen van een programma van recreatiewoningen dat geheel direct aan het water ligt en bovendien op loopafstand (via pont) van het ‘centrum’ van de recreatiekern ligt, geeft het programma een sterke positie in de markt. Om te voorkomen dat meer van het zelfde wordt gerealiseerd is duidelijk ingezet op een ander segment dan al aanwezig is in Earnewâld. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking. De vraag naar recreatiewoningen aan het water overstijgt het aanbod.
Het plan komt tot stand via herontwikkeling van bestaand bebouwd gebied en doet daarbij ook recht aan de ruimtelijke kwaliteit van deze omgeving. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid. 3. 2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat niet in bestemmingsplan geregeld kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak.
Wel is de checklist bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader.
14
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling is een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4. 8 gaat hier verder op in. Verordening Romte Fryslân In 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld en deze is in 2018 partieel herzien. De Verordening Romte Fryslân is opgesteld om er voor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In de verordening staan regels over de thema’s bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. Zorgvuldig ruimtegebruik Binnen bestaand stedelijk gebied wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies, voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern. De provincie is terughoudend met het toestaan van stedelijke functies in het landelijk gebied. Recreatiewoningen zijn geen stedelijke functie. Horeca, waaronder het hotel, is dat wel. Deze deels bestaande functies worden ondergebracht in bestaande gebouwen.
Ruimtelijke kwaliteit In de verordening is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden, waarin voor zover nodig wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen en het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte. Deze ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is opgenomen in paragraaf 2. 3. Recreatie en toerisme In de verordening is opgenomen dat de ontwikkeling van nieuwe recreatiewoningen inclusief bijbehorende faciliteiten is toegestaan, maar alleen bij recreatiekernen. Earnewâld is zo’n recreatiekern. De provincie staat in die gevallen achter de ontwikkeling van 50 eenheden nieuwe recreatiewoningen, onder voorwaarden kunnen 200 eenheden worden toegestaan. In dat geval dient minimaal 75% van de recreatiewoningen te worden verhuurd in de vorm van een bedrijfsmatige exploitatie.
In dit geval worden 19 recreatiewoningen toegevoegd, waarbij wordt uitgegaan van bedrijfsmatige exploitatie. Natuur In de verordening wordt de natuur beschermd. Het gaat primair op de gebieden die onderdeel zijn van de EHS (nu Natuurnetwerk Nederland). Deze gebieden zijn weergegeven in figuur 3. 1. Deze gebieden vallen samen met het Natura 2000-gebied De Alde Feanen. Het plangebied ligt niet binnen dit gebied, maar wel op korte afstand. Het plan is niet in strijd met de regels van de verordening op het gebied van natuur. In paragraaf 4. 5 wordt hierop ingegaan. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
15
Figuur 3. 1 Kaart Natuurnetwerk Nederland (EHS) Vaarwegenverordening Fryslân De It Wiid is opgenomen in de Vaarwegenverordening van de provincie. Er geldt een vrijwaringszone van 15 meter en een bebouwingsvrije zone van 10 meter. Voor nieuwe gebouwen of andere obstakels in deze zone moet een ontheffing worden verleend. De nieuwe recreatiewoningen staan op minimaal 10 meter vanaf de oever, waarmee wordt voldaan aan de eisen uit de Vaarwegenverordening. Dit is geregeld via de bouwvlakken. Voor de ingrepen binnen 15 meter vanaf de oever wordt een ontheffing aangevraagd. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3. 3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2021 – 2040 (ontwerp) De omgevingsvisie van Tytsjerksteradiel geeft de ambities van de gemeente op de fysieke leefomgeving weer en vormt een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is nog niet vastgesteld. Beschreven wordt dat in Tytsjerksteradiel het toerisme goed is ontwikkeld. Vooral het gebied rond Earnewâld wordt druk bezocht. Het Nationaal Park De Alde Feanen is een toeristische trekker. Hier zijn veel mogelijkheden om te varen, fietsen en wandelen. Voor fietsers en wandelaars zijn er bewegwijzerde routes door de gemeente. Bovendien zijn er met veerponten extra mogelijkheden gecreëerd om een fietstocht te maken door het waterrijke gebied van de gemeente.
De concrete koest voor recreatie en toerisme is verder uiteengezet in het beleidsplan en uitvoeringsplan recreatie en toerisme.
16
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Beleidsplan recreatie en toerisme Tytsjerksteradiel heeft gekozen voor een gemeentelijke vertaling van de regionale visie voor toerisme en recreatie. Met ondernemers, experts uit de toeristisch-recreatieve sector en vertegenwoordigers van dorpsbelangen heeft de gemeente het beleids- en uitvoeringsplan gemaakt. Dit beleidsplan is op 16 september 2021 vastgesteld. De kern van het toerismebeleid is inzetten op groei. Het gaat dan niet om maximale groei, maar om zogenaamde ‘slimme groei’, die de samenleving ten goede komt door meer werkgelegenheid te genereren en voorzieningen in de stand te kunnen houden. Daarnaast wil de gemeente ondernemers vanuit de toegevoegde waarde, voor zowel toerisme en recreatie als vanuit duurzaamheid, verleiden tot innovatieve en circulaire ontwikkelingen. Het plan sluit aan bij de het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma. Er wordt een onderscheidend aanbod gerealiseerd, zowel op het gebied van recreatiewoningen als de horeca. Daarbij geldt dat de recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd moeten worden, zodat er geen leegstaande ‘tweede woningen’ ontstaan en de locatie reuring brengt. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
17
4
Milieu- en omgevingsaspecten
4. 1
Mer-beoordeling
Toetsingskader In het Besluit m. e. r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m. e. r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage I I van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 25 hectare of 10 hectare in een gevoelig gebied en 250. 000 bezoekers per jaar of meer. Dit plan is een herontwikkeling binnen de begrenzing van een recreatieterrein met een omvang van ongeveer 2,5 hectare. Het is daarmee niet rechtstreeks mer-beoordelingsplichting. Wel moet een besluit worden genomen op een vormvrije mer-beoordeling.
Vormvrije mer-beoordeling De plaats van het project Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik Het plangebied betreft een dagrecreatie- en horecaterrein binnen een bestaande grootschalig recreatieterrein. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu Dit bestemmingsplan maakt een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk. Het plan ligt wel nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn, namelijk het Natura 2000-gebied De Alde Feanen. Onderzoek naar de potentiële effecten heeft uitgewezen dat vanuit de plaats en de kenmerken van het project geen belangrijke milieueffecten worden verwacht.
18
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
De kenmerken van het project Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage I I van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Omvang De omvang van het plan is in verhouding tot de drempelwaarden uit het Besluit m. e. r. zeer beperkt. Het project voorziet in de bouw van 19 recreatiewoningen in een aaneengesloten gebied van ongeveer 2,5 hectare. Cumulatie In de invloedsfeer van het plan vinden geen stedelijke ontwikkeling plaatst die leiden tot een totale omvang boven de drempelwaarden uit het Besluit m. e. r. Gebruik natuurlijk hulpstoffen Voor de uitvoering hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie afvalstoffen Bij de uitvoering komen mogelijk afvalstoffen vrij. Dit wordt overeenkomstig de geldende regels afgevoerd en waar mogelijk gerecycled. Er is geen sprake van bijzondere of risicovolle afvalstoffen die in potentie leiden tot belangrijke milieueffecten. Verontreiniging en hinder Het project leidt niet tot een risico op verontreiniging. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Risico op ongevallen De uitvoering van het project en het gebruik van de gronden brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.
Kenmerken van de milieueffecten Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). Aard van de effecten In het plan worden recreatiewoningen ontwikkeld en vindt verandering van gebruik plaats. Vanuit de recreatiefuncties worden geen belangrijke milieubelasting verwacht. Potentiële effecten zijn beperkt tot een toename van verkeer en eventuele ecologische en waterhuishoudkundige effecten. Daarnaast zijn er tijdelijke effecten in de realisatiefase mogelijk. Bereik van het effect De effecten zijn beperkt tot de ontsluitende wegen en de aangrenzende percelen. Effecten op natuur zijn in navolgende paragraven verder in beeld gebracht.
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
19
Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Potentiële milieueffecten als gevolg dit project zijn voorspelbaar en goed op voorhand te onderzoeken. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belangrijke milieueffecten als gevolg van dit plan te verwachten zijn. De effecten van de aanleg zijn tijdelijk. Effecten op lange termijn zijn niet aan de orde. Het project is in principe niet omkeerbaar. Conclusie Uit de vormvrije m. e. r. -beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure. Op basis hiervan kan het college van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, besluiten dat voor dit bestemmingsplan geen planMER gemaakt hoeft te worden. 4. 2
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Toetsing Het plangebied ligt in een recreatiegebied. Met dit plan worden recreatie- en horecafuncties mogelijk gemaakt die passen bij de bestaande functies in de omgeving. De dichtstbijzijnde woningen liggen buiten het recreatiegebied, aan de zuidzijde van de Koaidyk. De afstand tussen het plangebied en deze woningen is minimaal 250 meter. De functies in het plangebied vallen hoogstens in milieucategorie 3. 1 (vakantiecentrum met keuken), waarbij een richtafstand van 50 meter hoort. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. Conclusie In het plangebied is een goed woon- en leefklimaat te garanderen en er is geen sprake van mogelijke beperkingen voor bedrijven.
Daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4. 3
Geluid (wet geluidhinder)
Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald. 20
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Toetsing Binnen het plangebied worden geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt ook niet in de buurt van relevante wegen en buiten de geluidszone van de Koaidyk. Nabij het plangebied is dit namelijk een eigen weg. Het is daarom niet nodig om op deze plek een onderzoek te doen naar de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer. 4. 4
Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen voorkomen. Het plangebied ligt ook niet in het invloedgebied van risicobronnen op grotere afstand.
Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied. Bluswatervoorziening Brandweer Fryslân heeft in het kader van het vooroverleg geadviseerd over de bestrijdbaarheid van calamiteiten. Daarbij is een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening gezien. Het advies is opgenomen in bijlage 8. In beginsel regelt het Bouwbesluit 2012 de bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen voor brandweervoertuigen. Het bestemmingsplan kan hier wel (afwijkende of nadere) regels voor stellen, wanneer dit vanuit goede ruimtelijke ordening noodzakelijk wordt geacht. Op basis van het advies van de brandweer zijn daarom voorwaardelijke regels gesteld aan de aanleg en instandhouding van een weg met voldoende breedte en draagkracht, een opstelplaats op ten hoogste 10 meter vanaf de horecabestemming en op ten hoogste 40 meter vanaf de recreatiewoningen én voor voldoende brandweerkranen op loopafstand van de horeca en recreatiewoning. Deze regeling is opgenomen in artikel 10 en verwijst naar het advies, zoals opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. Op deze manier is de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van calamiteiten gewaarborgd. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
21
4. 5
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van geparkeerde auto’s te voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de verkeerkentallen uit CROW uitgave 381. Parkeren Voor het parkeren geldt dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de nieuwe functies binnen het plan. Daarnaast geldt dat het parkeerterrein op de zuidzijde van het plangebied van oudsher wordt gebruik als parkeervoorziening voor bezoekers van het aangrenzende vakantiepark. Hiervoor is niet een concreet aantal parkeerplaatsen vastgelegd, maar het is van belang dat de parkeerdruk niet toeneemt, zodat het huidige gebruik voortgezet kan worden. Onderdeel Kantoor met balie Evenementenhal Restaurant Museum Totaal bestaand Recreatiewoningen Restaurant 4-sterren hotel Totaal nieuw Waarvan centraal
Bestaande situatie Aantal Norm 3,8 / 100 m 2 440 2 11 / 100 m 420 2 / 15 100 m 584 1,2 / 100 m 2 2331 1,7 / eenheid 15 / 100 m 2 7,5 / 10 kamers
Nieuwe situatie 19 475 30
Parkeervraag 16,7 46,2 87,6 28 179 pp 32,3 71,3 22,5 126 pp 94 pp
In de huidige situatie ligt er op het terrein een parkeervoorziening met 134 parkeerplaatsen. Dat betekent dat er een theoretisch tekort is van 45 parkeerplaatsen. Het nieuwe parkeerterrein biedt ruimte voor 96 parkeerplaatsen. Dat zijn twee parkeerplaatsen meer dan de vraag. De recreatiewoningen krijgen ieder 2 parkeerplaatsen op eigen erf, dus die maken geen gebruik van het centrale parkeerterrein. Dat betekent dat in de nieuwe situatie de parkeervoorziening in balans is met de vraag. Verkeersafwikkeling Het plangebied wordt ontsloten op de Koaiweg. Deze weg heeft voldoende capaciteit voor de huidige verkeersafwikkeling. Op basis van cijfers van het Fryske Gea trok het bezoekerscentrum alleen al 46. 800 mvt/jaar, dus 128 mvt/etmaal. Op basis van de CROW kentallen zal dit getal hoger liggen. In de nieuwe situatie komen er 19 recreatiewoningen en een hotel bij. Voor een hotel wordt uitgegaan van 2 mvt/etmaal per kamer, dus 60 mvt/etmaal. Voor de recreatiewoningen is dit 2,8 mvt/etmaal per recreatiewoning, dus 54 mvt/etmaal. Voor restaurants worden geen getallen genoemd, maar aangezien er sprake is van een voortzetting van een bestaande functie, zal dit niet 22
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
leiden tot een extra verkeerstoename. In de nieuwe situatie rijden er dus 14 mvt/etmaal minder dan in de huidige situatie. De ontsluitende wegen hebben ruim voldoende capaciteit om dit verkeer af te wikkelen, mede gelet op het huidige toegestane gebruik. Verkeersveiligheid In het plan wordt de verkeersveiligheid verbetert door de aanleg van een separaat fietspad. 4. 6
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing: gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wnb. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het plangebied ligt in een al bebouwd recreatiegebied en kent geen beschermde natuurwaarden. Wel liggen in de omgeving beschermde natuurgebieden. Hierbij is met name de Alde Feanen van belang. In het kader van dit plan is een natuuronderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 1.
Op basis hiervan is tevens een nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van de huismus uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 2. Natura 2000 Een negatief effect op de instandhoudingsdoel van de Meervleermuis, waar de Alde Feanen voor is aangewezen, kan niet op voorhand worden uitgesloten. De kans op een kraamverblijfplaats in het te slopen gebouw wordt zeer klein geacht, omdat er een bekende kraamverblijfplaats zit in de nabijgelegen plaatsen Wergea/Wartena. Een zomer-/baltsverblijfplaats van Meervleermuis kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Onderzoek naar vleermuizen moet hier meer duidelijkheid over geven.
Voor de overige instandhoudingsdoelen is de conclusie dat het slopen en realiseren van 19 recreatiewoningen geen significant negatief effect zal hebben wanneer er buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Indien er in het broedseizoen gewerkt wordt kan er een negatief effect optreden voor de aangewezen broedvogels. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
23
Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Natura 2000-gebied de Alde Feanen. Daarom is een stikstofonderzoek uitgevoerd, waarin de bijdrage van het plan aan de stikstofdepositie is vergeleken met de bestaande bijdrage, door het gebruik van de Wiidpleats sinds de aanwijzing van de Alde Feanen als Europees beschermd natuurgebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen sprake is van een toename hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van effecten door stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Toetsing: soortenbescherming Als onderdeel van het natuuronderzoek is ook ter plaatse een beoordeling gemaakt van de mogelijke potenties voor verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde soorten. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied een jaarrond beschermd nest van de ooievaar aanwezig is. Deze mag niet zonder ontheffing verwijderd of verplaats worden. Jaarrond beschermde nestplaatsen van Huismussen kunnen niet op voorhand worden uitgesloten, daarom is er aanvullend onderzoek naar deze soort nodig. Tot slot zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in het te slopen gebouw niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is voor deze soortengroepen aanvullend onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 2. Tijdens het onderzoek is de huismus niet waardenomen. Jaarrond beschermde nesten van deze soort zijn daarom uit te sluiten. Wel zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Daarnaast is in de bosschage ten westen van het plangebied een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis waargenomen. Er is geen kraamverblijf van de meervleermuis (zie onder Natura 2000) vastgesteld. Het deel van de bezoekerscentrum waar de zomerverblijfplaatsen zijn aangetroffen, wordt gesloopt. Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient er vooraanvang een ontheffing worden verleend.
Een ontheffing wordt aangevraagd met een activiteitenplan waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden voorgesteld. De provincie dient dit activiteitenplan goed te keuren waarop ontheffing wordt verleend. Dit spoor loopt parallel aan de procedure van het bestemmingsplan. Gelet op de aangetroffen soorten het de beoogde inrichting van het plan, zijn compenserende en mitigerende maatregelen mogelijk en is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond.
24
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Gelet op de gevoeligheid van de omgeving voor vleermuizen, ook vanuit het Natura 2000-gebied, is in dit bestemmingsplan bepaald dat voor buitenverlichting alleen vleermuisvriendelijk verlichting toegepast mag worden (amberkleurig en met minimale verstrooiing). 4. 7
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico's voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied. In dit kader is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 4. Uit het onderzoek blijken enkele lichte verontreinigingen, maar de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot de uitvoering van een nader (water)bodemonderzoek en vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
4. 8
Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 5. Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Watertoetsproces In het kader van de ontwikkeling is overleg geweest met Wetterskip Fryslân. In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3. 1. 1. Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan het wetterskip. In een later stadium zullen de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Het project wordt tevens aangemeld bij het Wetterskip via de digitale watertoets.
Veilig Voor dit aspect is vooral het beschermen tegen overstromingsrisico's van belang. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende peilgebieden, waarbij vooral een verschil is in polderpeil en het gebied dat vrij voor het boezemwater ligt. Tussen deze peilgebieden zijn regionale keringen
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
25
aanwezig. Het plangebied ligt in een groter gebied dat vrij voor de boezem ligt. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met regionale keringen, maar wel met een mogelijk fluctuerend waterpeil van de boezem. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te lichten. De transformatie van het terrein neemt een grote oppervlakte verharding weg uit een polderpeil. In de nieuwe situatie wordt het terrein zo groen mogelijk ingericht. Water afkomstig van de verhardingen kan afstromen op het boezemwater. Hierin wordt een grote oppervlakte extra waterberging gerealiseerd. Wateroverlast wordt in het plan beperkt door de gronden op voldoende hoogte te brengen om voldoende drooglegging te waarborgen. Compensatie waterberging Door een toename aan verharding kan hemelwater versneld afvoeren, waardoor de druk op de waterberging toeneemt. Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat een toename van verharding wordt gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Voor de boezem geldt een compensatienorm van 5%, voor het polderpeil is dit 10%. Te dempen watergangen moeten voor 100% worden gecompenseerd.
In de huidige situatie ligt er in het plangebied ongeveer 14. 000 m 2 aan verharding. In de nieuwe situatie gaat het om ongeveer 8. 000 m 2 aan wegen, paden en De Wiidpleats en 6. 000 m 2 aan verharding op de kavels van de recreatiewoningen, uitgaande van 300 m 2 per kavel. Daarmee blijft de oppervlakte gelijk. Een relevante toename wordt niet verwacht, waarmee compensatie ook niet nodig is. Drooglegging In relatie tot het waterpeil adviseert het Wetterskip om bij bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter aan te houden en bij bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 meter. Daarmee wordt het opdrijven van verharding voorkomen. De recreatiewoningen worden op voldoende hoogte aangelegd. Het plan is om het plangebied vrij voor de boezem te leggen met een peil van -0,52 m NAP. Dit vastgestelde peil is een streefpeil. Het werkelijke peil is als gevolg van opstuwing en weersomstandigheden niet altijd gelijk aan het streefpeil. Omdat het gebied vrij voor de boezem ligt wordt het niet door een waterkering beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Daarom moet rekening worden gehouden met het maatgevende boezempeil. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Bij de uitwerking van de plannen zal hier rekening mee worden gehouden.
In ieder geval wordt een aanleghoogte gehanteerd die hoger is dan +0,18 m NAP (streefpeil + 0,7 m drooglegging). 26
Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
Verder wordt bij de uitvoering rekening gehouden met het gemeentelijk beleid op het gebied van grondwater, drooglegging en ontwateringsdiepte, zoals vastgelegd in het Grondwaterbeleidsplan. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Voor de afvoer van afvalwater en regenwater wordt het voorkeursbeleid van het Wetterskip gevolgd. Onder de wegen in het plangebied komt een vijvervalriool, waarmee het vuilwater van de recreatiewoningen wordt afgevoerd. Het regenwater wordt via natuurlijke afloop naar open water in de boezem afgevoerd. De afvoer van water is ook een zorgplicht van de gemeente. Dit is beleidsmatig vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) ‘Wettersoarch’. Het uitgangspunt voor het HWA-stelsel is het bovengronds afwateren van hemelwater uit de openbare ruimte naar het oppervlaktewater en het via eigen perceel afwateren op de uit te geven kavels. Het plan biedt mogelijkheden om dit zodanig uit te werken. Waterkwaliteit Het nieuwe water van het uitbreidingsplan wordt aangesloten op een KRW waterlichaam (Kader Richtlijn Water). Voor KRW waterlichamen geldt dat de waterkwaliteit niet mag achteruitgaan. Daarnaast ligt de nieuwe waterpartij naast en komt het uit op een Natura 2000 gebied. Bij de inrichting van het terrein, de afvoeren van het hemelwater en de bouw van de woningen mag daarom geen gebruik gemaakt worden van uitlogende materialen.
Het waterschap adviseert om zo weinig mogelijk verhard oppervlak aan te leggen zodat het regenwater zo weinig mogelijk beïnvloed wordt. Verder dient bij de werkzaamheden gezorgd te worden voor zo weinig mogelijk vertroebeling van het water. De aanleg van natuurlijke taluds heeft een positief op de kwaliteit van het water. De eventuele compensatie van KRW-water is niet van toepassing omdat er geen water ondieper dan 70 cm komt te vervallen. Conclusie Op deze wijze is in het plan voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Vervolg Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Het wateraspect wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan. 4. 9
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Earnewald - De Wiidpleats 23-797-1 | Ontwerp
27
Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Uit de archeologische beleidskaarten van de provincie blijkt dat in het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten uit zowel de periode steentijd – bronstijd als de periode ijzertijd – middeleeuwen. Daarom is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Tevens is er sprake van een dik pakket opgebracht zand boven de natuurlijke bodem. Hierdoor zijn eventuele archeologische sporen afgedekt. Gezien deze resultaten en de geplande ingrepen wordt binnen het plangebied geen nader onderzoek geadviseerd. Conclusie Vanuit het aspect archeologie bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.