CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 2 - Nota van zienswijzen bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 19 december 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút (beslútfoarmjend, besprekstik)44.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Uit bijlage 1 bij de uitgave Bedrijven en milieuzonering, versie 2009, blijkt dat voor een bedrijf zoals dat van indiener 1, met SBI-code 2219, de richtafstand voor gevaar 50 m is. Hieruit leidt onze raad af dat de bestaande bedrijfsactiviteiten van indiener 1 niet worden beperkt door de bouw en het gebruik van de recreatiewoningen op een aangepaste afstand van 65 meter van het bedrijfsterrein van het bedrijf van indiener 1. Voor wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden op het bedrijfsterrein voor andere activiteiten met een richtafstand voor gevaar van 100 meter merkt onze raad op dat in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is opgemerkt dat “het bestaande bedrijventerrein niet is bestemd voor risicovolle

36

VNG (2009). Bedrijven en milieuzonering. Sdu Uitgevers BV. Zie bijlage 5

18

inrichtingen” en ‘in dit kader er daarom geen belemmeringen zijn’37. Deze onderbouwing is naar ons oordeel onvoldoende. Het is weliswaar juist dat op grond van het bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011 de gronden binnen het bedrijventerrein niet zijn bestemd voor “risicovolle inrichtingen”38, namelijk ‘inrichtingen waarvoor op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) een grenswaarde of richtwaarde voor het risico of risicoafstand geldt’39 maar dit betekent niet dat op de gronden de vestiging van bedrijven waarbij sprake is of kan zijn van gevaar helemaal niet mogelijk is. De opmerking overtuigt onze raad dan ook niet. Uit de uitgave Bedrijven en milieuzonering blijkt namelijk dat bij de in de tabel hierna opgenomen bedrijven, waarvoor het Bevi niet geldt, sprake kan zijn van gevaar40. SBI-2008

Nr. omschrijving

201, 212, 244 35 382

splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven A4 kerncentrales met koeltorens A3 afvalverwerkingsbedrijven, verwerking radioactief afval 5 groothandel, munitie B1 zendinstallaties, LG en MG, zendervermogen < 100 kW schietinrichtingen 10 − buitenbanen met voorzieningen: pistoolbanen 11 − buitenbanen met voorzieningen: boogbanen 3 − vrije buitenbanen: kleiduiven 4 − vrije buitenbanen: schietbomen 5 − vrije buitenbanen: geweerbanen 6 − vrije buitenbanen: pistoolbanen 7 − vrije buitenbanen: boogbanen 8 − buitenbanen met voorzieningen: schietbomen 9 − buitenbanen met voorzieningen: geweerbanen

46499 61 931

richtafstand categorie gevaar m 1.500 6 1.500 6 1.500 6 30 100

2 3.2

200

4.1

30

2

300 1.500 1.500 1.500 200 500

4.2 6 6 6 4.1 5.1

1.500

6

Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 5.11 van de toelichting. 38 Gemeente Tytsjerksteradiel (2012, 25 mei). Bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPI-vi01. Artikel 9, lid 9.1, onder a. van de regels. 39 Gemeente Tytsjerksteradiel (2012, 25 mei). Bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPI-vi01. Artikel 1, lid 77 van de regels. 40 VNG (2009). Bedrijven en milieuzonering. Sdu Uitgevers BV. Zie bijlage 1. 37

19

Uit de tabel hiervoor blijkt dat splijt- en kweekstoffenbedrijven, kerncentrales met koeltorens, afvalverwerkingsbedrijven voor de verwerking van radio-actief afval en schietinrichtingen met buitenbanen – met uitzondering van schietinrichtingen met boogbanen – allemaal bedrijven zijn in een milieucategorie hoger dan categorie 3.2. Hiermee zijn deze bedrijven: − ‘niet een bedrijf genoemd in bijlage 1 bij de regels onder de categorieën 1, 2 en 3’, of − ‘naar invloed op de omgeving niet gelijk te stellen met de bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 bij de regels onder de categorieën 1, 2 en 3’. Op basis hiervan is de vestiging van deze bedrijven op het bedrijfsterrein van indiener 1 dan ook niet mogelijk op grond van het bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011. De vestiging van een groothandel in munitie is op grond van het bestemmingsplan wel mogelijk. Dit is een bedrijf in milieucategorie 2 met een richtafstand voor gevaar van 30 m. Met de bouw en het gebruik van de recreatiewoningen op een afstand van 65 meter van het bedrijfsterrein van indiener 1 worden de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf van indiener 1 naar een dergelijk bedrijf dan ook niet beperkt. Ook de vestiging van een zendinstallatie, LG en MG met een zendervermogen < 100 kW is op grond van het bestemmingsplan wel mogelijk.

Dit is een bedrijf in milieucategorie 3.2 met een richtafstand voor gevaar van 100 m. Het gevaar van een dergelijke zendinstallatie hangt (vooral) samen met de elektromagnetische velden. Op grond van de Ow in samenhang met het Bal is voor het gebruiken van een zendmast met een elektrisch vermogen groter dan 4 kW een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een milieubelastende activiteit nodig41. Hieruit volgt dat het gebruik van installaties met een vermogen kleiner of gelijk aan 4 kW niet een milieubelastende activiteit is. Hieruit leidt onze raad af dat het gevaar/de elektromagnetische velden van deze installaties sowieso aanvaardbaar wordt geacht42. De omgevingsvergunning voor zendinstallaties met een elektrisch vermogen groter dan 4 kW kan ons college alleen verlenen wanneer het daarmee de veiligheid voldoende waarborgt en de gezondheid beschermt43. Voor wat betreft deze installaties overweegt onze raad dat dit ‘in het algemeen installaties zijn op grotere masten met een elektromagnetisch veld voor – als voorbeeld – een landelijke omroepzender’44. Uit informatie van het Antennebureau blijkt dat dit vaak masten zijn groter dan 15 m45. En op grond Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 5.5, lid 2, onder b. In samenhang met Invoeringswet Omgevingswet. (2024, 1 januari).

https://wetten.overheid.nl/BWBR0043660/2024-01-01/0. Artikel 3.10. 42 Ministerie van Economische Zaken (…). Antenneconvenant 2021. https://www.overalsnelinternet.nl/documenten/rapporten/2021/01/19/antenneconv enant-2021. 43 Besluit kwaliteit leefomgeving (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0041313/2024-07-01/0 . Artikel 8.7. 44 IPLO (…). Milieubelastende activiteit zendmast (paragraaf 3.2.3 Bal). https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/milieubelastende-activiteitenhoofdstuk-3-bal/activiteiten/zendmasten/. 45 Zie onder andere Antennebureau (…). Antenneregister. https://antenneregister.nl/Html5Viewer/Index.html?viewer=Antenneregister%5Fexter n. 41

20

van bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011 mag ‘de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zijn’46. Dit betekent dat de vestiging van een zendinstallatie, LG en MG met een zendervermogen < 100 kW op het bedrijfsterrein van indiener 1 op grond van het bestemmingsplan op zichzelf weliswaar mogelijk is maar dat het vanwege de beperking van de bouwhoogte van de masten voor dergelijke installaties niet waarschijnlijk is dat er een partij is die een dergelijke installatie hier wil vestigen. Hierbij overwegen wij ook dat de mogelijkheden voor een dergelijke installatie ook al worden beperkt door onder andere de verschillende bedrijfswoningen op het bedrijventerrein. Alles in overweging nemende is onze raad van oordeel dat er voor wat betreft de recreatiewoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu en ondernemersmilieu vanwege mogelijk gevaar van het bedrijfsterrein van indiener 1. Mogelijke lichthinder en afscherming

Voor wat betreft de vrees van indiener 1 dat ‘de recreatiewoningen mogelijk hinder zullen ondervinden van de verlichting van de loods’ is onze raad van oordeel dat er geen aanleiding is om te verwachten dat er sprake zal zijn van onaanvaardbare lichthinder bij de recreatiewoningen vanwege de (bedrijfs)activiteiten op het bedrijfsterrein van indiener 1. Hiervoor overweegt onze raad het volgende. Op grond van de Ow ‘draagt een ieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving’47. Ook is samengevat bepaald dat ‘een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving verplicht is deze gevolgen achtereenvolgens te voorkomen, te beperken of de activiteiten niet uit te voeren48. Zoals opgemerkt heeft ons college op 25 juni 2021 van indiener 1 een melding Barim ontvangen voor bepaalde (bedrijfs)activiteiten binnen de inrichting ter plaatse van het bedrijfsterrein van indiener 1. Op 9 november 2022 is (de acceptatie van) deze melding bekend gemaakt in het Gemeenteblad.49 Dit betekent dat de Ow geldt voor de activiteiten van indiener 1. Hieruit volgt dat de zorgplicht op grond de Ow geldt voor indiener 1 en dat hij ‘lichthinder moet voorkomen of, als dat niet mogelijk is, tot een aanvaardbaar niveau moet beperken’.

Door Sotte Le Stelle is in de periode van december 2010 tot en met oktober 2011 voor de Provinsje Fryslân onderzoek uitgevoerd naar de Gemeente Tytsjerksteradiel (2012, 25 mei). Bestemmingsplan Aldtsjerk, Wyns en Bartlehiem 2011. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPI-vi01. Artikel 9, lid 9.2, onder 9.2.3, aanhef en onder b, onder 2 van de regels. 47 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 1.6. 48 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 4.6, lid 1, onder g. Artikel 1.7 van de Omgevingswet. 49 Gemeente Tytsjerksteradiel (2022, 9 november). Gemeenteblad van Tytsjerksteradiel, nummer 491744. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb2022-491744.html. 46

21

hemelhelderheid in de provincie Fryslân. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport Lichtonderzoek Fryslân van december 2011. Uit de kaart bij het rapport blijkt dat het bestemmingsplangebied ligt in een gebied dat in het algemeen als donker wordt aangeduid. De hemelhelderheid is hier 0,3 mcd/m² tot 0,45 mcd/m².50 In het rapport is hierover het volgende opgenomen: “de sterrenhemel is prachtig; de Melkweg is goed te zien, wolken aan de horizon grijzig; omgeving is vaag zichtbaar”. Op basis van de Richtlijn Lichthinder 2020 van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde is er met een dergelijke hemelhelderheid sprake van een “gebied met een zeer lage omgevingshelderheid”. Hieruit leidt onze raad af dat er bij een verlichting van het bestemmingsplangebied vanaf het bedrijfsterrein van indiener 1 al snel sprake kan zijn van nadelige gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in het Barim51. Dit betekent dat indiener 1 in de bestaande situatie al de (zorg)plicht heeft om verlichting van het bestemmingsplangebied vanaf zijn bedrijfsterrein te voorkomen en te beperken.52 Daarbij overwegen wij ook dat verlichting van het plangebied voor de (bedrijfs)activiteiten van indiener 1 niet of nauwelijks een doel heeft: het doel van de verlichting op het bedrijfsterrein van indiener zal zijn om het terrein te verlichten en niet de omgeving.

Ook overweegt onze raad dat, zoals opgemerkt, de afstand tussen het bedrijfsterrein van indiener 1 en de recreatiewoningen ten minste 65 meter wordt. Daarbij moet op grond van het ontwerpbestemmingsplan tussen het terrein en de woningen een landschappelijke inpassing van bomen aangelegd en in stand gehouden worden53. Hierdoor zal er sprake zijn van (enige) afscherming van mogelijke verlichting vanaf het bedrijfsterrein van indiener 154. Daarbij is er naar ons oordeel geen aanleiding om te verwachten dat er sprake zal zijn van onaanvaardbare bladval van de landschappelijke inpassing op het bedrijfsterrein van indiener 1. Daarvoor overweegt onze raad dat: 1. de afstand tussen het bedrijfsterrein van indiener 1 en de landschappelijke inpassing ten minste 15 meter is; 2. de overwegende windrichting in Nederland – en vooral ook in de herfst en de winter wanneer de bladeren vallen – uit het zuidwesten is en de landschappelijk inpassing ten noordoosten van het bedrijfsterrein van indiener 1 wordt aangelegd;

Zie ook Provinsje Fryslân (…). Hemelhelderheid. https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=bf928bc2090 34c3e8e0fe71da253cedb. 51 Activiteitenbesluit milieubeheer (2023, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2023-07-01/0. Artikel 2.1, lid 1. 52 Zie voor wat betreft de zorgplicht van ‘de drijver van een inrichting om maatregelen te treffen ter voorkoming van hinderlijke lichtuitstraling’ onder andere ABRvS (2019, 10 april). ECLI:NL:RVS:2019:1116. Rechtsoverweging 17.2. 53 Zie Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 16, lid 16.1, onder de tweede a van de regels. 54 Zie voor wat betreft de afscherming door groen van mogelijke verlichting ook ABRvS (2018, 25 april). ECLI:NL:RVS:2018:1351. Rechtsoverweging 7.2. 50

22

3.

tussen het bedrijfsterrein Aldtsjerkster Feart ligt55.

en

de

landschappelijke

inpassing

de

2.2.2 Opmerking 2 - “Ontgronding en zandwinning”

“In het plan is zandwinning toegestaan en om het plan mogelijk te maken is ontgronding nodig. De gevolgen voor de aanliggende percelen als gevolg van de ontgronding zijn onvoldoende in beeld gebracht. Bovendien is niet duidelijk wie zorg draagt voor eventuele schade als gevolg van deze activiteiten. Hier wil cliënt graag meer duidelijkheid over.” Reactie op opmerking 2 Voldoende onderzoek

Onze raad begrijpt opmerking 2 van indiener 1 zo dat hij van oordeel is dat er onvoldoende onderzoek is uitgevoerd naar de geotechnische en geohydrologische effecten van het winnen van zand zoals dat op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút mogelijk wordt gemaakt op de gronden in de omgeving van het bestemmingsplangebied. Voor het ontwerpbestemmingsplan zijn door Wiertsema & Partners in de periode van augustus 2013 tot en met juni 2016 verschillende onderzoeken uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in verschillende rapporten opgenomen. In de tabel hierna is een overzicht van deze rapporten opgenomen. titel datum kenmerk Geotechnisch onderzoek, zandwinning te 23 augustus 2013 VN-57484-1 Aldtsjerk Geotechnisch onderzoek, onderzoek 7 januari 2014 VN-57484-2 zandwinning te Aldtsjerk Geotechnische stabiliteitsanalyse, rev3, 29 juni 2016 VN-64145-1 zandwinning te Aldtsjerk Geohydrologisch rapport, rev3, zandwinning 29 juni 2016 VN-64145-2 te Aldtsjerk De in de tabel opgenomen rapporten zijn achtereenvolgens in bijlage 16 tot en met bijlage 19 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Voor wat betreft het rapport Geotechnische stabiliteitsanalyse, rev3, zandwinning te Aldtsjerk met kenmerk VN-64145-1 merkt onze raad op dat per vergissing niet de laatste versie van dit rapport als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen.

De laatste versie van het rapport is het rapport Geotechnische stabiliteitsanalyse, rev4, zandwinning te Aldtsjerk van 21 april 2017 met als kenmerk VN-64145-3. Het rapport is in bijlage 5.1 bij deze nota opgenomen. In de bijlage 18 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt het rapport met kenmerk VN-64145-1 ook vervangen door het rapport met kenmerk VN-64145-3. Uit de onderzoeken blijkt samengevat dat de veiligheidsrisico’s van afschuiving, verwekingsvloeiing en bresvloeiing onder voorwaarden aanvaardbaar zijn56. Ook blijkt dat de risico’s van vernatting van de gronden in de omgeving en verzilting van het grondwater onder voorwaarden Zie ook ABRvS (2021, 2 juni). ECLI:NL:RVS:2021:1180. Rechtsoverweging 96.3. Wiertsema & Partners (2017, 21 april). Geotechnische stabiliteitsanalyse, rev4. Zandwinning te Aldtsjerk. Hoofdstuk 7.1. 55 56

23

aanvaardbaar is57. Uit de zienswijze van indiener 1 blijkt onze raad niet waarom wij in de voorliggende situatie, voor het voorliggende bestemmingsplan hier niet vanuit kunnen gaan. Omdat na het uitvoeren van de onderzoeken de manier van het winnen van het zand en de diepte van de zandwinning is aangepast en ook naar aanleiding van de zienswijze van indiener 1 heeft ons college Wiertsema & Partners gevraagd om een second opinion van de hiervoor bedoelde onderzoeken. Het resultaat van deze second opinion is opgenomen in de notitie Second opinion gewijzigde uitvoeringsmethode zandwinning Aldtsjerk van 21 september 2023 met als kenmerk VN-84639-1. De notitie is in bijlage 5.2 bij deze nota opgenomen. Uit de second opinion blijkt dat de aangepaste manier van het winnen van het zand en de diepte van de zandwinning niet tot grotere (veiligheids)risico’s of andere voorwaarden leidt. De notitie Second opinion gewijzigde uitvoeringsmethode zandwinning Aldtsjerk van 21 september 2023 met als kenmerk VN-84639-1 wordt in bijlage 23 bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Nadeelcompensatie

Voor het winnen van het zand zoals dat op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút mogelijk wordt gemaakt is een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit nodig58. In de voorliggende situatie mag GS deze vergunning verlenen59. Het besluit over het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit is het zogenoemde schadeveroorzakende besluit voor schade vanwege het winnen van zand. Samengevat betekent dit dat ‘GS – onder voorwaarden – op aanvraag een vergoeding geeft als de GS met het verlenen van de vergunning volgens de wet zorgt voor schade’60. Voor meer informatie over de aanvraag om de vergoeding en de voorwaarden daarvoor verwijst onze raad indiener 1 naar Provinsje Fryslân61. 2.2.3 Opmerking 3 - “Resumé”

“Het verzoek om de recreatiewoningen achter de bedrijfsloods van cliënt op meer dan 100 meter van de gevel van de loods te realiseren om eventuele toekomstige beperkingen in de bedrijfsvoering ter plaatse te voorkomen. Wiertsema & Partners (2016, 29 juni). Geohydrologisch rapport, rev 3. Zandwinning te Aldtsjerk. Hoofdstuk 9. Het rapport is opgenomen in bijlage 19 bij de toelichting bij Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. 58 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 5.1, lid 1, onder c. In samenhang met Besluit activiteiten leefomgeving (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-0701/0. Artikel 16.7. 59 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 5.10, lid 1, onder b. In samenhang met Omgevingsbesluit (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0041278/2024-07-01/0. Artikel 4.6, lid 1, onder b. en lid 2, onder b. 60 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 15.1, lid 1, aanhef en onder k. 61 Provinsje Fryslân (…). Schadevergoeding of nadeelcompensatie voor ontgronding. https://www.fryslan.frl/schadevergoeding-of-nadeelcompensatie-voor-ontgronding. 57

24

Daarnaast garanties dat eventuele lichthinder wordt beperkt door een aan te leggen groenstrook waarbij gewaarborgd is dat het onderhoud zodanig is dat cliënt geen hinder ondervindt van bladeren en overig groenafval.” Reactie op opmerking 3

Voor de reactie van onze raad op opmerking 3 van indiener 1 verwijzen wij naar onze reactie op opmerking 1 en opmerking 2 hiervoor. 2.3

Zienswijze 2 “Voor de nieuw te bouwen woningen, recreatieplas en recreatie woningen is zand winning op de bouw locatie nodig. Men is voornemens om het afgegraven zand af te voeren via de Van Sminiawei in Aldtsjerk; deze gaat in Readtsjerk over in de Fjildwei. Volgens het plan dat nu ter inzage ligt toont, dat het om 80 vrachtwagen bewegingen per dag gaat, wat met een werkdag van 8 uur uitkomt op 1 vrachtwagen per 6 minuten. Het aantal genoemde vrachtwagen bewegingen is alleen voor de vrachtwagens die bedoeld zijn voor het afvoeren van zand; de bewegingen van het overige bouwverkeer is hierin niet opgeteld. Dit aantal vrachtwagens per dag is dusdanig hoog, dat de veiligheid van bewoners langs de Van Sminiawei en Fjildwei, naar onze verwachting in het geding gaat komen. Er wordt gesproken over een 30km zone op de Van Sminiawei, de Fjildwei wordt hierin niet benoemd daar deze in een andere gemeente ligt. Hier mag dus gewoon 60 km per uur gereden worden. Indien er iedere 6 minuten een vrachtwagen over deze weg is niet veilig; er wonen gezinnen met kleine kinderen langs deze wegen. Daarbij zijn beide wegen erg in trek bij wandelaars en fietsers, die geen kant meer op kunnen als er zo vaak vrachtwagens langs rijden. Ongeacht wat de snelheid van deze wagens gaat zijn.

Wellicht is een andere route van het afvoeren van het zand een veiligere oplossing; zand zou ook via een pijpleiding naar het opslag depot vervoerd kunnen worden.” Reactie

In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is opgemerkt dat “voor het transport met vrachtwagens [voor de zandwinning] wordt uitgegaan van afvoer naar de Van Sminiaweg/Fjildwei”. Daarbij is ook opgemerkt dat ‘de initiatiefnemers zich zullen inspannen om in de toekomst ontsluiting mogelijk te maken naar/via de provinciale weg N361 (Lauwersseewei)’62. Ook is hierover opgemerkt dat ‘om de ontsluiting van de zandwinning (met vrachtwagens) te kunnen realiseren binnen de plangrenzen het plangebied langs de noordoostkant is uitgebreid’63. Hiervoor zijn de gronden in het noordoosten Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 3.4 van de toelichting. 63 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de62

25

van het ontwerpbestemmingsplangebied bestemd als “Agrarisch – Cultuurgrond” en aangeduid als “ontsluiting”. In de regels van het ontwerpplan is bepaald dat ‘uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding de gronden zijn bestemd voor een ontsluiting ten behoeve van de zandwinning’64. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan heeft ons college een verkeers(veiligheids)onderzoek uit laten voeren naar de verkeerseffecten van het (vracht)verkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg-Fjildwei. Dit onderzoek is uitgevoerd door BonoTraffics in augustus-november 2023. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport Aldtsjerk Foarút, Verkenning ontsluiting van 7 november 2023. Het rapport is in bijlage 6.1 bij deze nota opgenomen. Uit het rapport blijkt samengevat dat de verkeerseffecten van het (vracht)verkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg/Fjildwei onder voorwaarden aanvaardbaar zijn. Over het verkeers(veiligheids)onderzoek heeft ons college een bijeenkomst gehouden op 28 november 2023. Hiervoor hebben de indieners van de zienswijzen een uitnodiging ontvangen. Het verslag van de bijeenkomst is opgenomen in bijlage 6.2 bij deze nota.

Uit de bijeenkomst blijkt samengevat dat de verkeerseffecten van het (vracht)verkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg/Fjildwei voor de indieners/inwoners – ook met het uitvoeren van maatregelen – niet aanvaardbaar is. Tijdens de bijeenkomst is de afspraak gemaakt dat de verantwoordelijke wethouder een bestuurlijk overleg met de verantwoordelijke gedeputeerde van Provinsje Fryslân probeert te organiseren om de mogelijkheden voor een aansluiting op de Lauwersseewei (N361) te onderzoeken. Om uitvoering te geven aan de afspraak om een overleg met de verantwoordelijke gedeputeerde te organiseren hebben er in november 2023-april 2024 verschillende ambtelijke overleggen plaatsgevonden. Uit het overleg van 26 april 2024 blijkt samengevat dat Provinsje Fryslân onder voorwaarden mee wil werken aan een aansluiting vanuit het bestemmingsplangebied op de Lauwersseewei. Voorwaarden zijn onder andere: − er moet sprake zijn van een tijdelijke aansluiting; − alleen het (vracht)verkeer van de zandwinning mag gebruik maken van de aansluiting; − er moet een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingsverordening provincie Fryslân aangevraagd en verleend worden voor de aanleg van de aansluiting. Uit het overleg van 26 april 2024 blijkt ook dat de voorwaarden voor de aanvrager van het bestemmingsplan uitvoerbaar zijn.

Dit betekent dat het kaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 1.2 van de toelichting. 64 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 3, lid 3.1, onder aanhef en onder c. van de regels.

26

(vracht)verkeer vanwege de zandwinning over de Van Sminiaweg/Fjildwei niet meer nodig is. Op basis hiervan is onze raad van oordeel dat het opnemen van de gronden bestemd als “Agrarisch – Cultuurgrond” en de aanduiding “ontsluiting” op deze gronden in het bestemmingsplangebied niet meer nodig is. Hiervoor past onze raad het ontwerpbestemmingsplan bij het vaststellen van het plan aan door het plangebied aan te passen waardoor de gronden bestemd als “Agrarisch - Cultuurgrond” geen onderdeel meer zijn van het plangebied. Alleen het deel van deze gronden in een zone van 20 meter langs het noord- en zuidwesten van de betreffende gronden – waarop de aanleg van een waterkering nodig is – blijven wel onderdeel van het plangebied en bestemd als “Agrarisch – Cultuurgrond”. Hiermee is alleen niet uitgesloten dat het (vracht)verkeer van de zandwinning niet over de Van Sminiaweg/Fjildwei van en naar het bestemmingsplangebied komt. De hiervoor bedoelde gronden zijn op grond van het geldende bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied 2013 namelijk ook bestemd als “Agrarisch – Cultuurgrond”65. Op grond hiervan zijn de gronden onder andere bestemd voor paden als ondergeschikte bestemming66. Een dergelijk pad kan ook gebruikt worden voor het (vracht)verkeer van de zandwinning. Ook is een deel van de gronden binnen het bestemmingsplangebied bestemd als “Verkeer - Verblijfsgebied”.

Deze wegen zijn onder andere bestemd voor wegen en paden. Omdat deze gronden aansluiten op de gronden ter plaatse van de Van Sminiaweg kunnen deze wegen en paden ook gebruikt worden voor het (vracht)verkeer van de zandwinning. Uit de hiervoor omschreven voorbereiding van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút blijkt onze raad dat alle partijen belang hebben bij het voorkomen van onaanvaardbare verkeerseffecten van het (vracht)verkeer van de zandwinning op de Van Sminiaweg/Fjildwei. Dit in overweging nemende wil onze raad het van en naar het bestemmingsplangebied komen en gaan van het vrachtverkeer van de zandwinning over de Van Sminiaweg/Fjildwei dan ook voorkomen. Het komen en gaan van en naar het bestemmingsplangebied van het vrachtverkeer van de zandwinning over de Van Sminiaweg/Fjildwei kan worden voorkomen door het nemen van een verkeersmaatregel zoals het plaatsen van verkeerstekens67. Uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat ‘het treffen van Voor de hier betreffende gronden geldt op dit moment het tijdelijke deel van het omgevingsplan Tytsjerksteradiel. Op grond van Omgevingswet is het voor 1 januari 2024 voor deze gronden geldende bestemmingsplan onderdeel van dit omgevingsplan. Het voor 1 januari 2024 geldende plan was het bestemmingsplan Bestemmingsplan Buitengebied 2013. Op grond hiervan zijn deze gronden bestemd als “Agrarisch – Cultuurgrond”.

66 Gemeente Tytsjerksteradiel (2012, 25 mei). Bestemmingsplan Buitengebied 2013. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.1891.bpBUbuitengeb-0401. Artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder p. van de regels. 67 Een voorbeeld van een verkeersteken dat gebruikt kan worden is het plaatsen van het verkeersbord “gesloten voor vrachtauto’s” (C7) zoals bedoeld in Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (2024, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2024-07-01/0. Bijlage 1, met als onderbord waarop een verdere uitleg aan het bord wordt gegeven waaruit blijkt dat dit bordt geldt voor het vrachtverkeer van de zandwinning zoals bedoeld in artikel 65

27

verkeersmaatregelen een uitvoeringsaspect van het bestemmingsplan betreft en niet in een bestemmingsplan kunnen worden opgenomen’68. Uit onder andere de ontvangen zienswijzen en de bijeenkomst van 28 november 2023 blijkt onze raad dat de indieners van de betreffende zienswijzen en ook de initiatiefnemers een groot belang hechten aan het voorkomen het zand van de zandwinning langs de Van Sminiaweg/Fjildwei wordt afgevoerd. Dit in overweging wil onze raad – los van mogelijk ook nog te nemen verkeersmaatregelen – ook in het bestemmingsplan waarborgen dat de afvoer niet over de Van Sminiaweg/Fjildwei gaat. Hiervoor past onze raad het ontwerpbestemmingsplan bij het vaststellen van het plan aan door in artikel 15 van de regels de volgende regel op te nemen: h. het gebruik van gronden voor het afvoeren van zand van de zandwinning bedoeld in artikel 9.1, lid f, met vrachtverkeer over (een uitrit op) de Van Sminiaweg en de Fjildwei69. Om misverstanden te voorkomen merken wij hierbij op dat op grond van deze regel ook het vrachtverkeer naar de zandwinning niet over de Van Sminiaweg en de Fjildwei mag. Om de aansluiting op de Lauwersseewei mogelijk te maken past onze raad ook de bestemming van een deel van de gronden ten westen van het bestemmingsplangebied aan. Voor deze gronden geldt op dit moment het tijdelijk deel van het omgevingsplan Tytsjerksteradiel.

Op grond van Omgevingswet is het voor 1 januari 2024 voor deze gronden geldende bestemmingsplan onderdeel van dit omgevingsplan70. Het voor 1 januari 2024 geldende plan was het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Op grond hiervan zijn de gronden bestemd als “Verkeer – 1”71. Op grond hiervan zijn de gronden samengevat bestemd voor “ontsluitingswegen en -straten”. In de regels van het bestemmingsplan is niet een omschrijving van het begrip “ontsluitingsweg” of “ontsluitingsstraat” opgenomen. Op zichzelf is onze raad van oordeel dat de aansluiting op de Lauwersseewei op grond hiervan mogelijk is maar om te voorkomen dat bij een enge uitleg van het begrip “ontsluitingsweg” het oordeel is dat de aansluiting niet mogelijk is passen wij het ontwerpbestemmingsplan bij het vaststellen van het plan aan door: 67, lid 1, onder a van het reglement bij de uitrit(ten) van het bestemmingsplangebied naar de Van Sminiaweg. Uit Wegenverkeerswet 1994 (2024, 19 juni). https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2024-06-19/0. Artikel 15, lid 1, in samenhang met artikel 18, lid 1, onder d. volgt dat voor het plaatsen van verkeerstekens bij de Van Sminiaweg onze college van burgemeester en wethouders een verkeersbesluit moet nemen. 68 ABRvS (2013, 13 februari). https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@88820/201204059-1-t1-r1/. Rechtsoverweging 7.5. 69 Zie onder andere ABRvS (2019, 23 oktober).

ECLI:NL:RVS:2019:3584. Rechtsoverweging 4.5. 70 Omgevingswet (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/202401-01/0. Artikel 2.4. In samenhang met Invoeringswet Omgevingswet. (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0043660/2024-01-01/0. Artikel 4.6, lid 1, onder g. 71 Gemeente Tytsjerksteradiel (2013, 7 augustus). Bestemmingsplan Buitengebied 2013. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.00BPVI-vg01. Artikel 29. Artikel 28 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2013.

28

−

− −

−

2.4

op de verbeelding het plangebied aan te passen waardoor de gronden ten westen van het bestemmingsplangebied ook onderdeel worden van het plangebied en deze gronden te bestemmen als “Verkeer – 1” en aan te duiden als “ontsluiting”; artikel 8 tot en met 19 te vernummeren naar artikel 9 tot en met 20; artikel 8 Verkeer – 1 op te nemen met de regels zoals in artikel 29 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 met dit verschil dat wij in lid 8.1 (van de aangepaste regels): − de onderdelen e. tot en met p. vernummeren naar f. tot en met q., en − de volgende regel op te nemen: e. een toerit naar en afrit van een ontsluitingsweg- of straat bedoeld onder a. ten behoeve van de zandwinning bedoeld in artikel 9, lid 9.1, onder f., ter plaatse van de aanduiding “ontsluiting”. op de verbeelding de aanduiding “ontsluiting” op de gronden bestemd als Groen ter verplaatsen van de gronden langs het noordoosten van het plangebied naar de gronden langs het noordwesten van het plangebied om hiermee een ontsluiting tussen het zanddepot en de toerit naar en afrit van de N361 mogelijk te maken.

Zienswijze 3

2.4.1 Opmerking 1

“Wat ons echter het meeste zorgen baart is in de eerste plaats de zandwinning. Inmiddels weten we dat in de oorspronkelijke plannen de afvoer van zand zou plaatsvinden via de Lauwersseewei (N361) maar dat er nu gesproken wordt over afvoer van zand via de Van Sminiaweg (Tytsjerksteradiel) overgaand naar de Fjildwei (Dantumadeel) Het zou gaan om 6 (6 x heen en weer zijn eigenlijk 12 bewegingen) vrachten per werkdag voor de duur van ca. 10 jaar met uitzondering van de bouwvak. Hier zijn wij faliekant op tegen. Ten eerste vanwege de verkeersveiligheid. De Fjildwei is een 60 km weg met veel fietsers en wandelaars. Ook komen er veel grote agrarische voertuigen langs en sluipverkeer van en naar Aldtsjerk. Het toevoegen van grote zandauto's is hoogst onwenselijk en levensgevaarlijk. De Fjildwei is 5m breed, een zandauto is 2.60m breed en een tractor met of zonder materieel is al snel 3m breed. Ze kunnen elkaar dus niet eens passeren, de weg is simpelweg te smal. De combinatie van landbouwverkeer en zandauto's is feitelijk onmogelijk en in combinatie met fietsers en wandelaars ronduit gevaarlijk.” Reactie op opmerking 1

Voor de reactie van onze raad op opmerking 1 van indiener 3 verwijzen wij naar onze reactie in hoofdstuk 2.3. 2.4.2 Opmerking 2

“Ten tweede zal voor ons de geluidoverlast toenemen wanneer zandauto's met zware dieselmotoren bij ons voor het huis langs rijden. Ze moeten daarbij over een vluchtheuvel dus het is ook nog eens een kwestie van afremmen en weer optrekken. Daarnaast zal het ook zwaar vervuilend zijn (stikstof en co2) en we zijn notabene omring door een weidevogelgebied. Er wordt gezegd dat er gemiddeld 6 vrachtwagens per dag over een periode van 10 jaar langs zullen komen. Dat valt dus nooit te controleren, je hebt het er maar mee te doen. En

29

dat voor een onevenredig lange periode van maar liefst 10 jaar. Dit is uitermate belastend voor ons wooncomfort en zal direct invloed hebben op de waarde van ons huis.” Reactie op opmerking 2

Onze raad begrijpt de opmerking van indiener 3 zo dat hij behalve zorgen over de effecten op de verkeersveiligheid van het vrachtverkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg/Fjildwei, hij ook zorgen heeft over andere effecten zoals geluid op zijn woon- en leefomgeving en de waarde van zijn woning. Zoals onze raad in de reactie in hoofdstuk 2.3 opmerkt past onze raad het ontwerpbestemmingsplan bij het vaststellen zo aan dat het vrachtverkeer voor het afvoeren van het zand van de zandwinning niet over de Van Sminiaweg/Fjildwei mag. De effecten van dit verkeer over de Van Sminiaweg/Fjildwei waar indiener 3 zorgen over heeft zullen er dan ook niet zijn. 2.4.3 Opmerking 3

“Wij vragen ons ook af of alle alternatieven, inclusief de oorspronkelijk optie via de Lauwerseewei, voldoende zijn onderzocht of dat er wellicht een financieel aspect meeweegt voor de ontwikkelaar van het plan en van de zandwinput om de Fjildwei te willen gebruiken. Belangrijk is echter ook, of er vanuit de gemeente Dantumadeel onderzoek uitgevoerd is naar de langdurige, onveilige en onnodige belasting van de Fjildwei aangezien wij onder die gemeente vallen. Wanneer het nieuwbouwplan gerealiseerd wordt zou dat ook betekenen dat de Fjildwei naast de zandauto's ook nog een definitieve extra belasting krijgt van ca. 30 voertuigen per dag. Daarbij komt de periode van de bouw van de woonwijk en dan met name de aanvoer van bouwmaterialen met grote vrachtwagen, heiconstructies en grondverzet materieel zoals kranen, shovels etc dit zal allemaal via de Fjildwei gaan.” Reactie op opmerking 3

Onze raad begrijpt de opmerking van indiener 3 zo dat hij vraagt om onderzoek uit te (laten) voeren naar alternatieven voor het afvoeren van het zand van de zandwinning met vrachtverkeer over de Van Sminiaweg/Fjildwei. Zoals onze raad in de reactie in hoofdstuk 2.3 opmerkt blijkt uit het overleg van 26 april 2024 samengevat dat de Provinsje Fryslân onder voorwaarden mee wil werken aan een aansluiting vanuit het bestemmingsplangebied op de Lauwersseewei voor het (vracht)verkeer van de zandwinning. Zoals wij hierbij ook opmerken passen wij op basis hiervan het ontwerpbestemmingsplan aan bij het vaststellen zo dat het vrachtverkeer voor het afvoeren van het zand van de zandwinning niet over de Van Sminiaweg/Fjildwei mag. Onze raad gaat ervan uit dat hiermee voor indiener 3 een voldoende onderzoek naar de alternatieven is uitgevoerd. Voor wat betreft de vraag of de gemeente Dantumadiel (ook) verkeers(veiligheids)onderzoek heeft uitgevoerd naar de effecten van het verkeer vanwege het plan Aldtsjerk Foarút merkt onze raad het volgende op. Op grond van de Wro moeten wij samengevat een bestemmingsplan vaststellen om een goede ruimtelijke ordening te verzekeren.

Weliswaar betekent dit dat wij alleen voor gronden in de gemeente Tytsjerksteradiel een bestemmingsplan kunnen vaststellen maar dit betekent niet dat het beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening beperkt kan blijven tot de gemeente. Of

30

zoals dat in de Memorie van toelichting bij de Wro is omschreven: ‘een goede ruimtelijke ordening vraagt van ons dat wij iedere keer alle betrokken ruimtelijke belangen afwegen bij het nemen van een besluit over een bestemmingsplan’72. Deze afweging wordt niet beperkt door bestuurlijke grenzen zoals een gemeentegrens. Het door BonoTraffics in augustus-november 2023 uitgevoerde verkeersonderzoek is dan ook gericht op de verkeerseffecten van het (vracht)verkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg en de Fjildwei. Over het verkeersonderzoek is ook ambtelijk overleg geweest met de gemeente Dantumadiel. Voor de gemeente Dantumadiel was/is er voor wat betreft het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút naar het oordeel van onze raad dan ook geen aanleiding om een hetzelfde onderzoek ook uit te voeren. 2.5

Zienswijze 4

2.5.1 Opmerking 1 - “opoffering stuks bestaand natuurland (voor weidevogels)”

“2.3 Plangeschiedenis Er waren in 1e instantie 3 plekken waar de huizen zouden kunnen worden gebouwd. Voor deze locatie is gekozen omdat: − de grond zou voor een "agrarische" grondprijs beschikbaar komen. − er zou een meer worden gecreëerd. Dit zou worden gedaan door Zandexploitatie Eeltsje Meer V.O.F. Door een zandzuiger zou het zand via een buizenstelsel naar de zandopslagplaats worden getransporteerd. De opbrengst ervan zou ten goede komen aan het project Aldtsjerk Foarút. − er werd uitgegaan van allerlei zelfwerkzaamheden, waardoor het project betaalbaar zou blijven. Omdat Zandexploitatie Eeltsje Meer zich uit het project terugtrok, is Aldtsjerk Foarút op zoek gegaan naar een andere partij. Die werd gevonden in Jelle Bijlsma B.V. Gevolg hiervan was dat het te creëren meer minder diep zou gaan worden, 6 ipv 14,5 m. Er komt dus aanzienlijk minder zand ter beschikking en dus ten goede van de te bouwen starterswoningen. Dit leidt ongetwijfeld tot prijsverhoging van de woningen. Ook wordt er met geen woord meer gerept over allerlei eventueel uit te voeren zelfwerkzaamheden. Dit zal zeker niet bijdragen aan de betaalbaarheid. (Overigens is meerdere keren gevraagd om een indicatie te geven hoe duur de te beoogde starterswoningen zouden gaan kosten. Hierop is nooit een antwoord gegeven/gekomen, wat toch behoorlijk belangrijk is voor geïnteresseerden van de woningen).

Al met al is de basis voor het creëren van goedkope starterswoningen voor een groot gedeelte weggevallen.

Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2003, 4 juni). Kamerstuk, 28916 nr. 3. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28916-3.html. In hoofdstuk 2.2 is opgemerkt dat “een goede ruimtelijke ontwikkeling verlangt dat de overheid telkens alle in het geding zijnde belangen meteen ruimtelijke dimensie afweegt en de besluitvorming over het ruimtegebruik zo inricht dat dit leidt tot een goede ruimtelijke en maatschappelijke ordening”. 72

31

Reden dus om weer te kijken naar de andere locaties. Mede omdat daar de infrastructuur al deels ligt/makkelijker is te maken. In het huidige plan moet dat nog in zijn geheel worden aangelegd. En het belangrijkste, er hoeft geen natuur voor de weidevogels te worden opgeofferd!” Reactie op opmerking 1

Onze raad begrijpt opmerking 1 van indiener 4 zo dat hij twijfelt over het nut en de noodzaak van het plan Aldtsjerk Foarút zoals dat op grond van het ontwerpbestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt omdat niet duidelijk is of er nog sprake is van “betaalbare woningen”. Die twijfel heeft indiener 4 omdat: − er minder zand gewonnen wordt; − er geen zelfwerkzaamheden uitgevoerd worden. In de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is opgemerkt dat ‘het plan Aldtsjerk Foarút is gebaseerd op vragen [. . .] van de jongeren voor betaalbare woningen in het eigen dorp’ en dat het ‘plan leidt tot de bouw van 23 woningen, waaronder 10 betaalbare starterswoningen bestaande uit zes rijenwoningen en vier twee-onder-een kapwoningen’73. In de regels van het plan is hiervoor samengevat bepaald dat ‘ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ en ‘aaneengebouwd’ achtereenvolgens uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen en aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd’74. Ook is in de toelichting opgemerkt dat ‘de opbrengsten van de zandwinning bijdragen aan de betaalbaarheid van de woningen’ en ‘dat dit is geborgd in overeenkomsten tussen initiatiefnemer, de Stichting Aldtsjerk Foarút en de gemeente’75. Overeenkomsten

De overeenkomst waar in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan naar wordt verwezen is de door onze gemeente en Jelle Bijlsma bv op 11 maart 2022 gesloten anterieure exploitatieovereenkomst (hierna: realisatieovereenkomst) voor het plan Aldtsjerk Foarút. Deze overeenkomst is op 1 april 2022 bekend gemaakt76. In de realisatieovereenkomst is voor wat betreft de “betaalbare woningen” samengevat alleen bepaald dat Jelle Bijlsma bv ‘bouwkavels voor 10 starterswoningen’ moet aanleggen. In de overeenkomst is niet bepaald dat Jelle Bijlsma bv deze “10 starterswoningen” ook moet bouwen. Meer bepaald is uit de overeenkomst af te leiden dat het de bedoeling is dat derden de woningen bouwen. Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 1.1 van de toelichting. 74 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 11, lid 11.2, onder 11.2.1, aanhef en onder c. van de regels. 75 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 1.1 van de toelichting.

76 Gemeente Tytsjerksteradiel (2022, 1 april). Gemeenteblad van Tytsjerksteradiel, nummer 145215. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-145215.html. 73

32

In bijlage 1 bij de realisatieovereenkomst is een overeenkomst tussen Jelle Bijlsma bv en de stichting Aldtsjerk Foarút opgenomen. Hierin is samengevat bepaald dat de stichting een overeenkomst met een aannemer zal sluiten voor een aanbod voor het bouwen van de “10 starterswoningen” “voor een prijs die passend is voor een starter in Tytsjerksteradiel”. In of bij de realisatieovereenkomst is dan ook niet een koopprijs voor de “10 starterswoningen” opgenomen. Omdat in de overeenkomst in bijlage 1 bij de realisatieovereenkomst wel is bepaald dat de stichting Aldtsjerk Foarút met een aannemer een overeenkomst zal sluiten voor het bouwen van de “10 starterswoningen” “voor een prijs die passend is voor een starter in Tytsjerksteradiel” en dit als een resultaatsverplichting is opgenomen heeft onze raad het vertrouwen dat er sprake zal zijn van “betaalbare woningen”. Hierbij nemen wij ook in overweging dat in de stichtingsakte van de stichting Aldtsjerk Foarút is bepaald dat “de stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door [. . .] sociale koop- en/of huurwoningen voor inwoners van Aldtsjerk mogelijk te maken”. Verzekeren van de betaalbaarheid in het bestemmingsplan

In de Wro is samengevat bepaald dat onze raad in een bestemmingsplan regels over zogenoemde woningbouwcategorieën op kan nemen maar dat deze “uitsluitend betrekking [mogen] hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied”77. In het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is samengevat bepaald dat onze raad in een bestemmingsplan regels op kan nemen over onder andere ‘sociale koopwoningen’ en “particulier opdrachtgeverschap”78. Daarbij is ook bepaald dat: − een “sociale koopwoning” een ‘koopwoning is met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste € 200.000, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor een in de verordening vastgesteld tijdvak [. . .] is verzekerd’; − “particulier opdrachtgeverschap” de ‘situatie is dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst – tenminste de economische eigendom verkrijgt en volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draag voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning’79. Voor wat betreft de ‘sociale koopwoningen’ moet op grond van het Bro onze raad dus eerst een verordening vaststellen om de doelgroep en de instandhoudingsperiode te omschrijven80. Op 22 juni 2023 heeft onze raad

Wet ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2021-07-01/0. Artikel 3.1. 78 Besluit ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0023798/2021-07-01/0. Artikel 3.1.2, lid 1. 79 Besluit ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0023798/2021-07-01/0. Artikel 1.1.1, lid 1, aanhef en onder e. en onder f. 80 Besluit ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0023798/2021-07-01/0. Artikel 3.1.2, lid 1. 77

33

hiervoor de Doelgroepenverordening gemeente Tytsjerksteradiel 2023 (hierna: Doelgroepenverordening 2023) vastgesteld81. In de Doelgroepenverordening 2023 is bepaald dat ‘de aanvangskoopprijs voor sociale koopwoningen maximaal € 259.500,- mag zijn’82. Uit informatie die ons college van de Stichting Aldtsjerk Foarút heeft ontvangen in november 2023 blijkt dat het niet mogelijk is om de “10 betaalbare starterswoningen” te bouwen voor een koopprijs vrij op naam van ten hoogste € 200.000,- per woning zoals bepaald in het Bro of voor een aanvangskoopprijs van € 259.500,per woning zoals bepaald in de Doelgroepenverordening 2023. Dit in overweging nemende neemt onze raad in het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút dan ook geen regels op over ‘sociale koopwoningen’ op grond waarvan er een koopprijs vrij op naam of een aanvangskoopprijs voor de “10 betaalbare starterswoningen” wordt bepaald. Dit zou het bestemmingsplan voor wat betreft deze woningen namelijk onuitvoerbaar maken nu uit de informatie van de Stichting Aldtsjerk Foarút blijkt dat het niet mogelijk is om deze woningen voor de bepaalde prijs te bouwen. Dit betekent ook dat het niet direct mogelijk is om de betaalbaarheid van de “10 betaalbare starterswoningen” in het bestemmingsplan te verzekeren. Dit betekent niet dat er geen sprake zal zijn van “10 betaalbare starterswoningen”.

Onze gemeente heeft namelijk samen met de gemeente Achtkarspelen, gemeente Dantumadiel, gemeente Noardeast Fryslân, de Provinsje Fryslân en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties op 20 april 2023 afspraken gemaakt over de bouw van woningen in de regio Noordoost Fryslân83. Deze afspraken zijn opgenomen in de notitie Regionale woondeal 2022-2030, Regio Noordoost Fryslân (hierna: Woondeal)84. In de Woondeal is opgemerkt dat de partijen ‘koopwoningen tot € 355.000,(NHG-grens 2022) als betaalbaar omschrijven’85. Uit de informatie dat ons college heeft ontvangen van de Stichting Aldtsjerk Foarút blijkt dat het mogelijk is om de “10 betaalbare starterswoningen” te bouwen voor koopprijs lager dan € 355.000,- per woning.

Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 31 juli). Doelgroepenverordening gemeente Tytsjerksteradiel 2023. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023336064.html. 82 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 31 juli). Doelgroepenverordening gemeente Tytsjerksteradiel 2023. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023336064.html. Artikel 4, lid 1. 83 Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (2023, 20 april). Woondeal provincie Friesland ondertekend. https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2023/04/20/woondealprovincie-friesland-ondertekend. 84 Zie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (…). Regionale woondeal 2022-2030. Regio Noordoost Fryslân. https://www.volkshuisvestingnederland.nl/binaries/volkshuisvestingnederland/docu menten/publicaties/2023/04/21/woondealleeuwarden/Woondeal+Noordoost+Fryslan+2022-2030.pdf. 85 Zie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (…). Regionale woondeal 2022-2030. Regio Noordoost Fryslân. https://www.volkshuisvestingnederland.nl/binaries/volkshuisvestingnederland/docu menten/publicaties/2023/04/21/woondealleeuwarden/Woondeal+Noordoost+Fryslan+2022-2030.pdf. Hoofdstuk 4.1. 81

34

Bijdrage zandwinning en zelfwerkzaamheden aan “betaalbare woningen”

In de realisatieovereenkomst is bepaald dat Jelle Bijlsma bv “het recreatiemeer” aan moet leggen. Ook is bepaald dat de aanleg van het meer ‘uiteenvalt in twee fases’ waarbij ‘de tweede fase bestaat uit het aanleggen van het meer door het ontgronden en winnen van zand’. Hiermee hangt de zandwinning samen met de aanleg van het recreatiemeer. Omdat in de realisatieovereenkomst ook is overwogen dat onze gemeente en Jelle Bijlsma bv “als één project zowel woningen als een recreatiemeer [willen] realiseren” hangt de aanleg van het recreatiemeer – en hiermee ook de zandwinning – onlosmakelijk samen met de bouw van de “10 betaalbare starterswoningen”. En zoals onze raad hiervoor heeft opgemerkt blijkt uit de informatie dat ons college van de Stichting Aldtsjerk Foarút heeft ontvangen in november 2023 dat het mogelijk is om deze woningen te bouwen voor een koopprijs lager dan de € 355.000,- per woning, wat wij als betaalbaar omschrijven. Dat er, zoals indiener 4 stelt, ‘er aanzienlijk minder zand ter beschikking komt’ en ‘dit ongetwijfeld leidt tot prijsverhogingen van de woningen’ kan weliswaar juist zijn maar dit betekent niet dat er geen sprake is van betaalbare woningen en dat het winnen van zand hier niet aan bijdraagt.

Hetzelfde overweegt onze raad over de stelling van indiener 4 dat ‘er met geen woord meer gerept wordt over allerlei eventueel uit te voeren zelfwerkzaamheden’ en dat ‘dit zeker niet zal bijdragen aan de betaalbaarheid’. 2.5.2 Opmerking 2 – “overlast”

“Het project zou in 1e instantie worden uitgevoerd door Zandexploitatie Eeltsje Meer V.O.F. Dit zou gebeuren door gebruik te maken van een zandzuiger die het via een buizenstelsel naar de zandopslagplaats Steenendam zou transporteren. Hiervan zouden de bewoners aan de Fjildwei weinig overlast ondervinden. Doordat Zandexploitatie Eeltje Meer afhaakte en J Bijlsma B.V. de exploitatie heeft overgenomen, verandert de afgraving van het meer en de afvoer van het zand. De afgraving zal nu in fases worden gedaan dmv graafmachines en het zand zal vervolgens worden afgevoerd door zware vrachtwagens via Fjildwei. Gevolg: − veel overlast door zware vrachtwagens voor een hele lange periode. − erg onveilige situaties voor wandelaars, fietsers en overig langzaam en overig verkeer voor een hele lange periode. − het verrijden van de bermen, waardoor wandelen in bepaalde maanden weer praktisch onmogelijk is. − periode van overlast. In het plan wordt uitgegaan van een periode van 8 tot 10 jaar! − geluidsoverlast als gevolg van de graafmachines en het transport. Aan de Fjildwei staan meerdere, relatief oudere, huizen dicht tegen de weg aan. Deze zijn uitermate gevoelig voor trillingen. Schade aan fundering en muren als gevolg van het zware vrachtverkeer, is zeker niet uit te sluiten.

In het plan wordt vermeld dat initiatiefnemers zich zullen inspannen om de afvoer van het zand mogelijk te maken via de N361(Lauwerseewei). Dit is veel te vrijblijvend, omdat er in het geheel nog niets is besloten wat betreft afwaardering van de N361.

35

In de laatste bijeenkomst van 11mei 2023 werd zelfs "klip en klaar" gezegd dat dit ook niet zou gaan gebeuren!!... Alternatieve afvoerroutes, aangegeven in de bijeenkomst van april 2022, worden in dit plan in het geheel niet meer genoemd/meegenomen. (Aldstjerk de lusten en Fjildwei Readtsjerk de lasten??)” Reactie op opmerking 2

Voor de reactie van onze raad op opmerking 2 van indiener 4 verwijzen wij naar onze reactie in hoofdstuk 2.3, hoofdstuk 2.4.2 en hoofdstuk 2.4.3. 2.5.3 Opmerking 3 – “aanleg meer/recreatie”

“Dit was in 1e instantie feitelijk alleen maar bedoeld om het project starterswoningen betaalbaar te maken. Zoals eerder in het bezwaar bij punt 1 wordt aangegeven, komt dit -deels- te vervallen. Wel wordt er een groot en mooi stuk natuurgrond voor de weidevogels opgegeven voor een waterpartij waar er in en om Aldtsjerk genoeg van is. Denk hierbij aan de Aldtsjerkster Mar en allerlei vaarten. Bovendien is er een project gaande waarbij het voorstel ligt om de vaarverbinding tussen Aldtsjerk en Rinsumageest te herstellen. Hierbij komt dan het Eeltjemeer als alternatief voor de recreatie in beeld.” Reactie op opmerking 3

De opmerking van indiener 4 dat ‘het recreatiemeer alleen maar bedoeld is om de starterswoningen betaalbaar te maken’ is onjuist. Zoals in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is opgemerkt ‘heeft Dorpsbelang Aldtsjerk het initiatief genomen om een plan te maken voor wonen, werken en recreëren; Aldtsjerk Foarút’86. Hieruit volgt dat het ontwikkelen van mogelijkheden voor recreatie ook een doel is van het project Aldtsjerk Foarút. Dat in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan ook is opgemerkt dat ‘het aanleggen van een nieuw recreatiemeer door middel van zandwinning’ plaatsvindt en ‘de opbrengsten van de zandwinning bijdragen aan de betaalbaarheid van de woningen’ maakt dit niet anders87. Voor het andere begrijpt onze raad de opmerking van indiener 4 zo dat hij twijfelt over het nut en de noodzaak van het recreatiemeer. Die twijfel heeft indiener 4 omdat: − er naar zijn oordeel al voldoende (recreatie)oppervlaktewater is zoals het recreatiemeer; − ‘er een project gaande is om de vaarverbinding tussen Aldtsjerk en Rinsumageest te herstellen’. Onze raad gaat er hierbij vanuit dat indiener 4 verwijst naar het project van de Stichting Noordelijke

Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 2.3 van de toelichting. 87 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 1.1 van de toelichting. 86

36

Woudroute om ‘de historische vaarroute tussen Dokkum en Leeuwarden te herstellen’88. In de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is samengevat opgemerkt dat ‘op grond van het Bro in de toelichting bij een bestemmingsplan – als onderdeel van de Ladder voor duurzame verstedelijking – een omschrijving opgenomen moet worden van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die op grond van het plan mogelijk wordt gemaakt’89. Daarbij wordt voor de omschrijving en onderbouwing van de behoefte verwezen naar bijlage 26 bij de toelichting90. In bijlage 26 bij de toelichting is de notitie “Onderbouwing en analyse ‘Ladder voor duurzame verstedelijking Aldtsjerk Foarut” opgenomen. In hoofdstuk 1.2, hoofdstuk 2.1 en hoofdstuk 3.1 van de notitie is samengevat opgemerkt dat ‘de 23 woningen, 7 recreatiewoningen en recreatiemeer onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden in het plan Aldtsjerk Foarút waardoor sprake is van één (stedelijke) ontwikkeling’. De omschrijving en onderbouwing van de behoefte in de notitie is alleen beperkt tot die van de woningen en recreatiewoningen. Uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en de notitie blijken het nut en de noodzaak van het recreatiemeer niet. Naar aanleiding van de zienswijze van indiener 4 is door Antea Group in september 2024 onderzoek uitgevoerd naar het nut en de noodzaak en de behoefte aan het recreatiemeer en de zandwinning.

De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de notitie Nut en noodzaak – behoefte recreatiemeer en zandwinning van 19 september 2024 met als kenmerk 468633.100. De notitie is in bijlage 7 bij deze nota opgenomen. Uit de notitie blijkt samengevat dat: − ‘het recreatiemeer een directe verbinding met de Aldtsjerkster Feart – direct ten zuidwesten van het bestemmingsplangebied – krijgt’; − ‘over de Aldtsjerkster Feart de Elfstedenvaarroute ligt’; − ‘deze route een belangrijk onderdeel is voor het toerisme en de recreatie in Aldtsjerk’; − ‘het recreatiemeer de aantrekkelijkheid van de Elfstedenvaarroute vergroot’. Hiermee ‘leidt het nieuwe recreatiemeer tot een kwaliteitsslag voor het dorp door de verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie, conform de ambitie in het gemeentelijk beleidsplan Toerisme en recreatie – Tytsjerksteradiel, alles wat Fryslân mooi makket’.

Zie onder andere RTVNOF (2021, februari 21). Oprichting Stichting de Noordelijke woudroute. https://www.rtvnof.nl/oprichting-stichting-de-noordelijkewoudroute/519698/#:~:text=Het%20primaire%20doel%20van%20deze,tussenliggende %20dorpen%20Aldtsjerk%20en%20Rinsumageast. 89 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 4.1.3. 90 In hoofdstuk 4.1.3 van de toelichting wordt verwezen naar bijlage 24 maar de omschrijving en onderbouwing van de behoefte op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in bijlage 26. 88

37

2.6

Zienswijze 5

2.6.1 Opmerking 1

“Het bestemmingsplan is teveel afgeweken van uitgangspunten, moet nieuw bestemmingsplan komen.”

de

oorspronkelijke

Reactie op opmerking 1

Onze raad begrijpt opmerking 1 van indiener 5 zo dat hij van oordeel is dat het ontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút te veel afwijkt van de uitgangspunten van het initiatief Aldtsjerk Foarút zoals onder andere opgenomen in de visie Aldtsjerk Foar(r)út. Onze raad stelt vast dat dit uitgangspunten zijn uit de periode van voor het ter inzage liggen van het ontwerpplan. Uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat ‘de periode vooraf aan het ter inzage liggen van een ontwerp-bestemmingsplan geen onderdeel is van de procedure voor het besluit over het vaststellen van een bestemmingsplan’91. Naar het oordeel van onze raad is een “nieuw bestemmingsplan” anders dan het ontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút vanwege het afwijken van uitgangspunten uit de periode van voor het ter inzage liggen van het ontwerp – als daar al sprake van is – dan ook niet nodig. 2.6.2 Opmerking 2

“Het dorpsinitiatief: is gebaseerd op vragen van dorpsjongeren voor betaalbare woningen, met behulp van zandwinning, dat uitgangspunt daar is alles op afgestemd. Doordat de definitie van de starterswoningen is veranderd zie verslag algemene ledenvergadering Aldtsjerk 11 mei 2023 is het oorspronkelijke uitgangspunt daarmee losgelaten, is het dorpsinitiatief beëindigd, alsmede het bestemmingsplan. Aan de zuidzijde van het dorp is goedkope woningbouw mogelijk, zie brieven 28 februari 2017 en 5 maart 2022. Wel is en blijft een burgerinitiatief altijd vanuit de initiatiefnemers dat is het dorp dus hier, zie krantenkop. Kan dus niet naar de XXXXXXXXXXXXXXX.” Reactie op opmerking 2 Betaalbare starterswoningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=2e317581-7aeb-405a-87e2-a96b1ce4aaae