07 - Bijlage 2 - Nota van zienswijzen bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút
Tekst van het document
Onze raad gaat ervan uit dat indiener 5 met zijn opmerking dat ‘de definitie van de starterswoningen is veranderd’ waarbij hij verwijst naar het verslag van de algemene ledenvergadering van de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk wijst op de opmerking onder 7. in het verslag: “starterswoningen 2 onder 1 kap moet wel realiseerbaar blijven. Om het betaalbaar te houden voor starters komen er twee drie-onder-een-kapwoningen”. De opmerking van indiener 5 dat hiermee ‘het oorspronkelijke uitgangspunt is losgelaten, het dorpsinitiatief is beëindigd en ook het bestemmingsplan’ volgt onze raad niet. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút is namelijk opgemerkt dat het “plan leidt tot de bouw van 23 woningen, waaronder Zie onder andere ABRvS (2023, 25 januari). ECLI:NL:RVS:2023:269. Rechtsoverweging 6.1. 91
38
10 betaalbare starterswoningen bestaande uit zes rijenwoningen en vier tweeonder-een-kapwoningen”92. Ook is opgemerkt dat op de gronden bestemd als Woongebied ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ en de aanduiding ‘aaneengebouwd’ achtereenvolgens alleen twee-aaneen gebouwde woningen en aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd93 94. Hiermee wordt de bouw van de hiervoor bedoelde “10 betaalbare starterswoningen” op deze gronden mogelijk gemaakt. Op grond van het voorontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút zoals dat in de periode van 25 januari tot en met 2 maart 2017 voor inspraak ter inzage lag zijn de betreffende gronden bestemd als Wonen – Woongebied. Hierover is in de toelichting bij het voorontwerpplan opgemerkt dat hier ‘vrijstaande, twee-onder-een-kapwoningen of meerdere aan een kunnen worden gebouwd’95 96. Weliswaar is in de toelichting bij het voorontwerpplan niet uitdrukkelijk opgemerkt dat hiermee de bouw van de starterswoningen mogelijk wordt gemaakt maar in de toelichting is wel opgemerkt dat de bouw van 10 starterswoningen onderdeel is van het plan97. Daarbij is in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan opgemerkt dat ‘Dorpsbelang Aldtsjerk voor de realisatie van het plan Aldtsjerk Foarút de stichting Aldtsjerk Foarút heeft opgericht’98.
In de akte van oprichting van de stichting Aldtsjerk Foarút van 25 maart 2013 is bepaald dat de stichting ‘haar doel wil verwezenlijken door sociale koop- en/of huurwoningen voor inwoners van Aldtsjerk mogelijk te maken’. Hieruit blijkt naar het oordeel van onze raad dat het altijd de bedoeling van de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk was om zogenoemde “starterswoningen” te bouwen. Een omschrijving van het begrip “starterswoning” is daarbij niet in de toelichting bij de verschillende versies van het bestemmingsplan of de akte van oprichting van de stichting Aldtsjerk Foarút opgenomen. In het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 1.1 van de toelichting. 93 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 6, onder Artikel 11 - Woongebied van de toelichting. 94 Zie ook Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 11, lid 11.1, onder a. in samenhang met lid 11.2, onder 11.2.1, aanhef en onder b.
en onder c. van de regels. 95 Gemeente Tytsjerksteradiel (2017, 25 januari). Voorontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 6.3.2, onder Wonen, van de toelichting. 96 Gemeente Tytsjerksteradiel (2017, 25 januari). Voorontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Artikel 11, lid 11.1, onder A. in samenhang met artikel 11.2, onder 11.2.1 aanhef en onder B. en onder C. van de regels. 97 Gemeente Tytsjerksteradiel (2017, 25 januari). Voorontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 1.1 van de toelichting. 98 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 2.3 van de toelichting. 92
39
taal is opgemerkt dat “starters op de woningmarkt” “mensen die voor het eerst een huis zoeken” zijn. Hieruit volgt dat een “starterswoning” een woning is voor mensen die voor het eerst een huis zoeken. Zoals opgemerkt is in de akte van oprichting bepaald dat de stichting ‘haar doel wil verwezenlijken door sociale koop- en/of huurwoningen mogelijk te maken’. Ook van deze begrippen is in de akte geen omschrijving opgenomen. In de door onze raad op 22 juni 2023 vastgestelde Doelgroepenverordening 2023 zijn voor deze begrippen samengevat de volgende omschrijvingen opgenomen. − ‘Sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs niet hoger dan € 808,06 per maand.’ − ‘Sociale koopwoning: koopwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder e van het Besluit ruimtelijke ordening met een maximale koopprijs van maximaal 259.500 euro’. Alles samengevat overweegt onze raad dat het begrip “starterswoning” samenhangt met de mensen waarvoor de woning is bedoeld: mensen die voor het eerst een woning zoeken. Zoals ook in de door ons op 4 juli 2019 vastgestelde Woonvisie 2019-2024 is opgemerkt zijn dit (vooral) “sociale huurwoningen” en ‘sociale koopwoningen’99. Dit was en is de bedoeling van het plan Aldtsjerk Foarút. Naar het oordeel van de raad is ‘de definitie van de starterswoningen’ dan ook niet veranderd.
Dat in het ontwerpbestemmingsplan het aantal te bouwen twee-onder-kapwoningen en aaneengebouwde woningen verder is uitgewerkt in vergelijking met het voorontwerpbestemmingsplan maakt dit niet anders. Zoals opgemerkt in de reactie van onze raad in hoofdstuk 2.5.1 hebben wij het vertrouwen dat er sprake zal zijn van “betaalbare woningen” bij de “10 starterswoningen”. Alternatieve locaties
Bij de opmerking dat ‘aan de zuidzijde van het dorp goedkope woningbouw mogelijk is’ verwijst indiener 5 onder andere naar een brief van 28 februari 2017. In de bijlagen bij de zienswijze van indiener 5 is alleen niet een brief van 28 februari 2017 opgenomen. Wel is een brief van 28 februari 2022 opgenomen waarin ook een opmerking is opgenomen over een mogelijk andere plaatsen in Aldtsjerk waar de bouw van starterswoningen mogelijk is. Onze raad gaat er dan ook van uit dat indiener 5 bedoeld te verwijzen naar de brief van 28 februari 2022. De brief van 28 februari 2022 is een brief van de stichting Aldtsjerk Foarút aan indiener 5. De brief is naar het oordeel van onze raad een verslag van het overleg tussen indiener 5 en de stichting. In de brief is onder 7. door de stichting opgemerkt dat ‘er een aantal open plekken in Aldtsjerk voor woningbouw zijn onderzocht’ en ‘dat deze niet geschikt bleken voor het plan Aldtsjerk Foarút met 23 wooncontingenten’. De brief van 5 maart 2022 is een brief van indiener 5 aan de stichting Aldtsjerk Foarút. Hierin is voor wat betreft de bouw van woningen het volgende Gemeente Tytsjerksteradiel (…). Woonvisie 2019-2024. https://cuatro.simcdn.nl/tytsjerksteradiel/uploads/woonvisie-2019-2024.pdf?cb=b9bYkTSd. In hoofdstuk 4.2 is het begrip “goedkope koopwoningen” gebruikt om het aanbod voor starters te omschrijven. 99
40
opgemerkt: “locatie woningbouw, tussen de Van Sminiaweg en de Zwarte Singel en aan de Klaas Douwesweg, groot genoeg”. Onze raad gaat ervan uit dat indiener 5 hiermee verwijst naar de gronden binnen de percelen die kadastraal bekend zijn als gemeente Giekerk, sectie F, nummer 1006 en 1007. De betreffende gronden zijn in de figuur hierna met een rode markering weergegeven.
Zoals opgemerkt in hoofdstuk 2.4.3 is in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan opgemerkt dat ‘op grond van het Bro in de toelichting bij een bestemmingsplan – als onderdeel van de Ladder voor duurzame verstedelijking – een omschrijving opgenomen moet worden van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die op grond van het plan mogelijk wordt gemaakt’100 waarbij voor de omschrijving en onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 26 bij de toelichting. Behalve een omschrijving en onderbouwing van de behoefte moet – wanneer er sprake is van een behoefte – ook een onderbouwing opgenomen worden waaruit blijkt waarom de nieuwe stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk is. In de notitie in bijlage 26 is hierover het volgende opgemerkt. “In het dorp Aldtsjerk is geen ruimte om binnen het bestaande stedelijke gebied woningen te ontwikkelen. Daarom moet voor nieuwe woningen uitgeweken worden naar de randen van het dorp en is gekozen om
Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 4.1.3 van de toelichting. 100
41
deze locatie, aansluitend aan de kern, te ontwikkelen.”101 Deze onderbouwing is naar het oordeel van onze raad te algemeen en dan ook onvoldoende. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen heeft er op 6 juni 2023 een ambtelijk (omgevingstafel)overleg met de initiatiefnemers plaatsgevonden. Hierin is initiatiefnemers onder andere gevraagd de onderbouwing van de keuze voor het bestemmingsplangebied voor het uitvoeren van het initiatief Aldtsjerk Foarút aan te vullen. Deze aanvullende onderbouwing is opgenomen in de notitie “Locatiekeuze Aldtsjerk Foarút” van 14 september 2023 met als kenmerk SAF 23.007. De notitie is in bijlage 8 bij deze nota opgenomen. In de notitie is onder andere het volgende opgemerkt. − “De zoektocht voor een locatiekeuze voor nieuwbouw begon in 2004”. − “Het plan Aldtsjerk Foarút is gebaseerd op meerdere ontwikkelingen: − vragen van de jongeren voor betaalbare woningen; − het meedoen van Aldtsjerk aan de pilot Nieuwe Kijk op dorpsplannen en de omschrijving van het dorps DNA in de periode 2006-2008; − de voortdurende gesprekken met de inwoners over wat we willen met ons dorp; − het bevaarbaar maken van de Noordelijke Elfstedenvaarroute.
Aldtsjerk is het laatste dorp aan de Elfsteden route op de schaats.” − “Om in te spelen op het woonplan van de gemeente Tytsjerksteradiel in de volgende planperiode 2010-2020 heeft dorpsbelang Oudkerk in 2005 een enquête onder alle inwoners van het dorp gehouden over hoe we met elkaar willen wonen en leven in Aldtsjerk. In deze enquête is aan de inwoners gevraagd waar uitbreiding in het dorp kan plaats vinden. Het resultaat was een 17-tal locaties (kleine en grotere in en rondom het dorp). In 2005 hebben wij Peter Karstkarel gevraagd om zijn visie op ons dorp en toekomstige ontwikkelingen te geven. Hij heeft nadrukkelijk gekozen voor de uitbreiding aan de noordwestkant van het dorp en beslist niet op de volkstuinen. “Met het bouwen op de volkstuinen verlies je de mooie doorkijkjes die je hebt”, aldus Karstkarel. Hij benoemde de mogelijkheden voor recreatie en toerisme voor Aldtsjerk en verbinding met het water.” − “In de pilot periode [van de pilot Nieuwe kijk op dorpsplannen] is door het dorp een tweetal locatiekeuzes voorgesteld om de ontwikkelkansen voor woningen (rood) te realiseren. Een van de opties was het land ten westen van de Klinze en grenzend aan de Murk/Aldtsjerkster Feart.
De gemeente Tytsjerksteradiel heeft aangegeven dat ontwikkelingen voor rood op deze locatie bijzonder lastig zullen gaan worden vanwege de status van monument van het Klinzebos, de Klinze en omliggende landbouwpercelen zijn monumentaal erfgoed. Het verwerven van de grond voor een redelijke prijs is ingeschat als lastig. Andere opties waren gebied tussen Marwei en Rhaladijk en land ten noordwesten van het dorp over de Aldtsjerkster Feart.” − “In april 2008 heeft een inwoner bij Dorpsbelang Oudkerk aan gegeven dat hij bereid is een stuk grond ter grootte van 18 ha beschikbaar te stellen tegen agrarische waarde voor ontwikkelingen en specifiek voor
Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 3.1 van de notitie Onderbouwing en analyse ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Aldtsjerk Foarút in bijlage 26 bij de toelichting. 101
42
eventuele woningen voor starters op de woningmarkt. Deze locatie is ook genoemd in de ruimtelijke kwaliteitsparagraaf van Aldtsjerk”. Samengevat is voor wat betreft de keuze voor het bestemmingsplangebied voor het initiatief Aldtsjerk Foarút in hoofdstuk 3.4 van de notitie het volgende opgemerkt. “Waarom deze locatie: dit is de plek waar we het dorps DNA vorm kunnen geven en specifiek meer aandacht voor blauw. − ruimte voor het openbaar water, omdat het huidige water van Aldtsjerk in de bebouwde kom niet openbaar toegankelijk is; − tevens het huidige bedrijventerrein beter kunnen inpakken, grote wens vanuit het kwaliteitsteam Romte van de provincie; − een unieke mogelijkheid zaken te realiseren aan en op het water.” Naar aanleiding van de zienswijze van indiener 5 is door Sweco in mei-augustus 2024 – als onderbouwing van het bestemmingsplan voor de Ladder voor duurzame verstedelijking – een nieuw onderzoek uitgevoerd naar het nut en de noodzaak van het plan. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport Ladderonderbouwing Aldtsjerk Foarút van 8 augustus 2024 met als kenmerk 51022594. Het rapport is in bijlage 9 bij deze nota opgenomen. In het rapport is opgemerkt dat ‘binnen Aldtsjerk, de gemeente Tytsjerksteradiel en de regio Noordoost-Friesland alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied zijn geanalyseerd en beoordeeld op geschiktheid.
Andere locaties binnen bestaand stedelijk gebied bieden geen alternatief voor de ontwikkeling van Aldtsjerk Foarút, omdat: − de locaties onvoldoende ruimte bieden voor de ontwikkeling van 23 woningen en 7 recreatiewoningen; − de locaties niet voorzien in de lokale woonbehoefte in Aldtsjerk en de Trynwâlden; − de locaties regionaal minder goed ontsloten zijn; − de locaties niet voorzien in een waterrijke omgeving en ook geen mogelijkheden bieden om een dergelijke omgeving te realiseren, − de locaties niet de potentie bieden recreatie en toerisme in de Trynwâlden verder te ontwikkelen’. Uit informatie die ons college van Jelle Bijlsma bv heeft ontvangen blijkt dat Sweco het onderzoek naar alternatieve locaties heeft beperkt tot zogenoemde “zachte plannen” binnen bestaand stedelijk gebied omdat: 1. zogenoemde ‘“harde plannen” per definitie niet een alternatief zijn omdat deze al onderdeel zijn van het aanbod en dus niet meer van de vraag’; 2. ‘mogelijke locaties buiten bestaand stedelijk gebied per definitie niet een alternatief zijn voor het bestemmingsplangebied dat ook buiten bestaand stedelijk gebied ligt’. Op basis hiervan heeft Sweco de volgende alternatieve locaties overwogen: 1. “Hurdegaryp – Maskelyn”; 2. “Suwâld – Mostermûne”; 3. “Burgum – Schoolstraat (voormalige Scapino)”; 4. “Feanwâlden – Lotus Plaza”; 5. “Feanwâlden – Teeling”; 6. “Feanwâlden – Iisbaanstrjitte”; 7.
“Feanwâlden – MFC”; 8. “De Westereen – De Frosk”; 9. “De Westereen – Noarder Statjonsstrjitte 81”;
43
10. 11. 12. 13. 14. 15.
“De Westereen – Iisbaan De Wiken”; “Damwâld – De Woudhof”; “Ljussens”; “Nijewier”; “Ie”; “Kollumerpomp – De Wegwijzer”.
De door indiener 5 voorgestelde “locatie woningbouw, tussen de Van Sminiaweg en de Zwarte Singel een aan de Klaas Douwesweg” ligt naar het oordeel van onze raad ook buiten het bestaand stedelijk gebied zoals bedoeld in het Bro102. Hiervoor overweegt onze raad dat de betreffende gronden op grond van het voor deze gronden geldende bestemmingsplan Buitengebied 2013 zijn bestemd als Agrarisch – Cultuurgrond. Hiermee zijn de gronden niet bestemd voor “een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca”. Ook zijn de gronden geen onderdeel van “een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende bij openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”103. Burgerinitiatief
Onze raad begrijpt de opmerking van indiener 5 dat ‘een burgerinitiatief altijd vanuit de initiatiefnemers blijft’ en dat dit ‘hier het dorp is’ zo dat hij van oordeel is dat er met het initiatief Aldstjerk Foarút geen sprake (meer) is van een burgerinitiatief. Door onze raad is op 28 november 2002 de Verordening op het burgerinitiatiefvoorstel vastgesteld. Hierin is bepaald dat ‘een burgerinitiatief is; een voorstel van een inwoner van de gemeente of een maatschappelijke organisatie die werkt in de gemeente voor op de agenda van de vergadering van de raad’104 105. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is samengevat opgemerkt dat ‘Dorpsbelang Aldtsjerk in 2008 het initiatief heeft genomen om een plan te maken voor wonen, werken en recreëren; Aldtsjerk Foarút’106. Hiermee is er met het initiatief Aldtsjerk Foarút naar het oordeel van onze raad sprake van Besluit ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0023798/2021-07-01/0. Artikel 1.1.1, onder h. 103 Zie onder andere ABRvS (2017, 28 juni). ECLI:NL:RVS:2017:1724. Rechtsoverweging 10 tot en met 10.2. 104 Gemeente Tytsjerksteradiel (2021, 21 juli). Verordening op het burgerinitiatief Tytsjerksteradiel 2021. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660638/1. Artikel 1 in samenhang met artikel 3.
105 Op 10 juni 2021 de Verordening op het burgerinitiatief Tytsjerksteradiel 2021 (hierna: Verordening op het burgerinitiatief 2021) vastgesteld. Deze verordening is op 21 juli 2021 in werking getreden. Bij het vaststellen van Verordening op het burgerinitiatief 2021 is de Verordening op het burgerinitiatief, vastgesteld op 28 november 2002, ingetrokken op het moment van het in werking treden van de Verordening op het burgerinitiatief 2021. In artikel 1 van de Verordening op het burgerinitiatief 2021 is samengevat bepaald dat ‘een burgerinitiatief is; een voorstel van een inwoner van de gemeente Tytsjerksteradiel voor een onderwerp of voorstel op de agenda van de raad’. 106 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 2 van de toelichting. 102
44
een ‘voorstel van een inwoner van de gemeente of een maatschappelijke organisatie’ zoals bedoeld in de Verordening op het burgerinitiatief. Ook is er hiermee naar ons oordeel geen verschil van inzicht met indiener 5 over wie de initiatiefnemer is van het initiatief Aldtsjerk Foarút: dat is de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk. Dat de vereniging voor het voorbereiden en uitvoeren van het initiatief de stichting Aldtsjerk Foarút heeft opgericht en door deze stichting met Jelle Bijlsma bv een overeenkomst hierover is gesloten maakt dit niet anders. Om misverstanden te voorkomen merkt onze raad wel op dat met het initiatief Aldtsjerk Foarút weliswaar sprake is van een voorstel zoals bedoeld in de Verordening op het burgerinitiatief maar dat in juridische zin geen sprake is van een burgerinitiatief zoals bepaald in de verordening. Het initiatief Aldtsjerk Foarút is namelijk niet als een burgerinitiatiefvoorstel zoals bepaald in artikel 1 van de verordening op de agenda van de raad opgenomen. Wij hebben dan ook niet een besluit over het voorstel genomen en bekend gemaakt zoals bepaald in de verordening107. Maar of er wel of niet sprake is van een burgerinitiatief is naar het oordeel van onze raad niet belangrijk voor het wel of niet vaststellen van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút.
Hiervoor moeten wij op grond van de Wro namelijk beoordelen of het plan “ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening” is108. 2.6.3 Opmerking 3
“Dorpskeuze: er is één locatie voorgesteld, schade die dit plan veroorzaakt is niet vermeld, zie brief 7 april 2022, geen overleg gevoerd met het dorp, zie brief 6 juni 2022, één of meer bijeenkomsten ruimschoots voor B en W besluit geschrapt, zie stand van zaken 2022. Nu veel veranderingen aanbrengen zonder overleg, daarom is dit geen dorpskeuze meer, het dorp is gepasseerd.” Reactie op opmerking 3 Keuze van het dorp voor het bestemmingsplangebied
Onze raad begrijpt de opmerking van indiener 5 zo dat hij het niet eens is met de keuze voor het bestemmingsplangebied voor het uitvoeren van het initiatief Aldtsjerk Foarút omdat hij van oordeel is dat er hiermee geen sprake (meer) is van een “dorpskeuze”. Hiervoor verwijst indiener 5 naar een brief van 6 juni 2022. De brief van 6 juni 2022 is een brief van indiener 5 aan de stichting Aldtsjerk Foarút en Jelle Bijlsma bv. Uit de brief blijkt onze raad niet waarom er met de Gemeente Tytsjerksteradiel (2021, 21 juli). Verordening op het burgerinitiatief Tytsjerksteradiel 2021. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660638/1. Artikel 6, lid 3. Hierin is bepaald dat ‘zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, dit besluit bekendgemaakt wordt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in het plaatselijke huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze’. 108 Wet ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2021-07-01/0. Artikel 3.1. Hierin is bepaald dat ‘de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen gronden wordt aangewezen’. 107
45
keuze voor het bestemmingsplangebied voor het initiatief Aldtsjerk Foarút geen sprake (meer) is van een “dorpskeuze”. In de brief van 6 juni 2022 verwijst indiener 5 ook naar een brief van 7 april 2022. Dit is een brief van indiener 5 aan de stichting Aldtsjerk Foarút. Voor wat betreft de keuze voor het bestemmingsplangebied is hierin onder andere opgemerkt dat ‘Dorpsbelang Oudkerk in 2006-2008 met het dorp de keuze bepaald heeft op deze locatie’. Uit de brief leidt onze raad samengevat af dat indiener 5 van oordeel is dat op het moment van het maken van de keuze voor het bestemmingsplangebied ‘het dorp onmogelijk op de hoogte is geweest van de juiste informatie’ waardoor ‘de dorpskeuze ongeldig’ is. Wij begrijpen uit de brief dat indiener 5 van mening is dat informatie over mogelijke schade vanwege het initiatief onvoldoende beschikbaar was op het moment van het maken van de keuze. Hierover overweegt onze raad het volgende. 1. 2.
3.
4.
Zoals wij hiervoor onze reactie op opmerking 2 hiervoor overwegen is de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk de initiatiefnemer van het initiatief Aldtsjerk Foarút. In de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is opgemerkt dat ‘Dorpsbelang Aldtsjerk in 2005-2006 zelf een onderzoek uitgevoerd heeft naar mogelijke woonlocaties en de inwoners gevraagd heeft naar de mogelijkheden’109. Hierbij is ook opgemerkt dat: − ‘tijdens de ledenvergaderingen van Dorpsbelang Aldtsjerk alle ontwikkelingen voortdurend met het dorp zijn besproken’; − ‘in de tweede helft van 2008 Dorpsbelang Aldtsjerk het initiatief heeft genomen om een plan te maken voor wonen, werken en recreëren; Aldtsjerk Foarút’ waarvoor de basis is gelegd in de ruimtelijke kwaliteitsparagraaf en het dorps DNA van Aldtsjerk’; − ‘de ambities en plannen tijdens de ledenvergaderingen van dorpsbelang Aldtsjerk zijn uitgewerkt’. Wij hebben op 23 mei 2013 besloten om kennis te nemen van het “Startdocument bestemmingsplan Aldtsjerk Foar(r)út”.
Bij dit besluit hebben wij overwogen dat: − ‘Dorpsbelangen Aldtsjerk in samenspraak met haar inwoners de visie “Aldtsjerk Foar(r)út” heeft opgesteld’, en − ‘de eerste fase van deze visie betrekking heeft op ontwikkelingen in het gebied ten noorden van het bedrijventerrein in Aldtsjerk’.110 Uit de visie Aldtsjerk Foar(r)út blijkt ons samengevat dat de keuze voor het bestemmingsplangebied onder andere is gemaakt op basis van het door NOORDPEIL uitgevoerde onderzoek naar het zogenoemde “dorps-DNA” van Aldtsjerk in juni 2008. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport “Ruimtelijke kwaliteitsparagraaf Aldtsjerk van juni 2008. Het rapport is opgenomen in bijlage 2 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan.
Naar het oordeel van onze raad is hiermee in de visie Aldtsjerk Foar(r)út met voldoende zorg – in die zin dat voor de op dat moment gestelde voorwaarden Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 2.3 van de toelichting. 110 Gemeente Tytsjerksteradiel (2013, 23 mei). Besluit van de raad over het Startdocument bestemmingsplan Aldtsjerk Foar(r)út. Zaaknummer RBP2013-0002, stuknummer S2013-07079. 109
46
voldoende informatie beschikbaar was – een keuze gemaakt voor het bestemmingsplangebied als gebied voor het initiatief Aldtsjerk Foarút. Dat in de visie nog niet alle belangen – zoals mogelijke schade vanwege het initiatief – zijn afgewogen maakt dit naar ons oordeel niet anders. Hierbij overwegen wij ook dat dit past bij het schaalniveau van een visie. Dat bij het uitwerken van de visie naar het plan het initiatief, mogelijk ook naar aanleiding van andere belangen, is aangepast, maakt naar het oordeel van onze raad ook niet dat de keuze met onvoldoende zorg is gemaakt. En het maakt naar ons oordeel ook niet dat er geen sprake (meer) is van een “dorpskeuze”. Daarbij begrijpen wij ook dat de Stichting Aldtsjerk Foarút op verschillende manieren – zoals tijdens Algemene ledenvergaderingen van de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk – de leden van de vereniging en de inwoners van het dorp op de hoogte heeft gehouden en houdt van de vorderingen van het initiatief. Schade vanwege het initiatief
Met de reactie hiervoor op de opmerking van indiener 5 dat er geen sprake meer is van een “dorpskeuze” wil onze raad niet voorbijgaan aan de zorgen die indiener 5 heeft over mogelijke schade voor hem vanwege het initiatief. In het algemeen merken wij hierover het volgende op. Het besluit over het vaststellen van een bestemmingsplan is het zogenoemde schadeveroorzakende besluit voor schade vanwege een regel van het plan. Samengevat betekent dit dat ons college – onder voorwaarden – op aanvraag een tegemoetkoming in de schade geeft als onze raad met het vaststellen van het bestemmingsplan zorgt voor ‘schade door verlies van inkomen of vermindering van de waarde van een onroerende zaak’.111 Voor meer informatie over de aanvraag om een tegemoetkoming en de voorwaarden daarvoor verwijzen wij indiener 5 naar ons college112. Zoals onze raad in de reactie in hoofdstuk 2.2.2 opmerkt is voor wat betreft de schade vanwege het winnen van zand het besluit van GS over het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit het schadeveroorzakende besluit en geeft GS op aanvraag een vergoeding als het met het verlenen van de vergunning zorgt voor schade.
Hierbij overweegt onze raad dat uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat ‘wij bij het vaststellen van het bestemmingsplan moet beoordelen of deze schadevergoedingsregelingen voldoende zijn gelet op de belangen van belanghebbenden’. ‘De vraag wat het effect van het plan is op het inkomen of de vermindering van de waarde van een onroerende zaak is bij het vaststellen van een bestemmingsplan alleen belangrijk om te beoordelen of het plan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld’.113 Uit de brief van 6 juni 2022 en de brief van 7 april 2022 leidt onze raad af dat indiener 5 zorgen heeft over mogelijke schade vanwege het initiatief Aldtsjerk Foarút door: Wet ruimtelijke ordening (2021, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2021-07-01/0. Artikel 6.1, lid 1 in samenhang met lid 2, onder a. 112 Zie ook https://www.t-diel.nl/planschade. 113 Zie onder andere ABRvS (2018, 8 augustus). ECLI:NL:RVS:2018:2672. Rechtsoverweging 54.2. 111
47
− het beperken van zijn “zichtlijn”; − het ‘meer’; − ‘vogelschade’ en/of ‘overlast van vogels’; − ‘zoute kwel’ en ‘afschuiving van de ondergrond’. Behalve de mogelijke schade door het beperken van zijn “zichtlijn” blijkt ons uit de brieven niet precies welke schade indiener 5 hiermee bedoeld. Voor wat betreft het beperken van de “zichtlijn” overweegt onze raad in de eerste plaats dat uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat er ‘geen blijvend recht op een vrij uitzicht bestaat’114. In de tweede plaats overwegen wij dat het uitzicht van indiener 5 vanaf zijn perceel in de richting van het bestemmingsplangebied vooral wordt beperkt door de bouw van woningen in het plangebied langs de Van Sminiaweg. Indiener 5 merkt in de brief van 7 april 2022 ook op dat zijn ‘zichtlijn richting de woonwijk is’. Uit de verbeelding van het (ontwerp)bestemmingsplan blijkt ons dat de dichtstbijzijnde gronden waar op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan de bouw van een woning mogelijk wordt gemaakt zijn bestemd als “Wonen – Vrijstaande woningen 1” en voor een deel aangeduid als “specifieke vorm van wonen – bedrijf”. De betreffende gronden zijn achtereenvolgens bestemd voor ‘woningen’ en ‘woningen in combinatie met bedrijfsgebouwen voor bedrijven’115.
Hierbij is in (bouw)regels van het (ontwerp)bestemmingsplan voor woningen bepaald dat: − ‘woningen alleen binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd’; − ‘alleen vrijstaande woningen mogen worden gebouwd’; − ‘per bouwvlak ten hoogste één woning mag worden gebouwd’; − ‘de oppervlakte van een woning ten hoogste 150 m² mag zijn’; − ‘de goothoogte van een woning ten hoogste 4,5 mag zijn; − ‘de bouwhoogte van een woning ten hoogste 10 meter mag zijn’; − ‘de afstand van een woning tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 3 meter moet zijn’116. Voor de bedrijfsgebouwen is in de (bouw)regels van het (ontwerp)bestemmingsplan bepaald dat: − ‘bedrijfsgebouwen alleen binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd’; − ‘per woning ten hoogste één bedrijfsgebouw mag worden gebouwd’; − ‘de oppervlakte van een bedrijfsgebouw ten hoogste 125 m² mag zijn’; − ‘de goothoogte van een bedrijfsgebouw ten hoogste 4,5 mag zijn’; − ‘de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw ten hoogste 7 meter mag zijn’117. Uit de verbeelding van het (ontwerp)bestemmingsplan blijkt ons dat ten noordwesten van het perceel van indiener 5 twee vrijstaande woningen mogen Zie onder andere ABRvS (2022, 24 augustus). ECLI:NL:RVS:2022:2454. Rechtsoverweging 7.1. 115 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút.
https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 9, lid 9.1, onder a. en onder b. van de regels 116 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 9, lid 9.2, onder 9.2.1 van de regels. 117 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 5.11 van de toelichting. Artikel 9, lid 9.2, onder 9.2.3 van de regels. 114
48
worden gebouwd. Ten zuidwesten mogen drie vrijstaande woningen met een bedrijfsgebouw worden gebouwd. De afstand tussen het perceel van indiener 5 en de dichtstbijzijnde gronden bestemd als “Wonen – Vrijstaande woningen 1” is ongeveer 35 meter. Onze raad overweegt dat de in de (bouw)regels opgenomen maten voor woningen en bedrijfsgebouwen en afstand tussen percelen past in de omgeving en bij het stedelijk gebied van Aldtsjerk. Als voorbeeld: op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 waren de gronden binnen het perceel van indiener 5 bestemd als “Wonen – A1 (vrijstaande woningen). Hiermee zijn de gronden bestemd voor ‘woningen’118. In de (bouw)regels is samengevat bepaald dat: − ‘per bouwvlak ten hoogste één woning mag worden gebouwd’; − ‘de goot- en bouwhoogte van een woning ten hoogste 9 meter mag zijn’; − ‘de oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten hoogste 60 m² mag zijn’; − ‘de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand gebouw achtereenvolgens ten hoogste 3 meter en 6 meter mag zijn’; − ‘de oppervlakte van gebouwen en overkappingen ten hoogste 30% van de oppervlakte van het “hiem”, tot ten hoogste 100 m² mag zijn’. Hierbij is het “hiem” het deel van de gronden binnen het bouwperceel dat is bestemd als ‘Wonen’ en Tuin, met uitzondering van de gronden aangeduid als bouwvlak’119.
Uit hoofdstuk 3.3 van de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan volgt dat het ontwerp van het plan Aldtsjerk Foarút aansluit op de omgeving. Hiermee stelt onze raad niet dat er geen sprake is van een toename van gebouwen en bouwwerken in het bestemmingsplangebied van het plan Aldtsjerk Foarút en een afname van het uitzicht van indiener 5 vanaf zijn perceel. Maar een dergelijke toename is een logisch effect van een stedelijke ontwikkeling. Voor wat betreft de andere mogelijke schadeoorzaken waarover indiener 5 zorgen heeft gaat onze raad ervan uit dat indiener 5 deze zorgen vooral heeft omdat hij hierdoor ‘verlies van zijn inkomen of vermindering van de waarde van zijn onroerende zaken’ vreest. In de zienswijze verwijst indiener 5 namelijk onder andere naar zijn brief van 5 maart 2022 waarin het volgende is opgemerkt: − “onkruidoverlast: schriftelijke garantstelling van de eigenaar dat er niet in bloei komt te staan”; − “overlast zanddepot: zand kan leiden tot schade bij vee, dus ook schriftelijke schade garantstelling bij mijn vee en dierenartskosten”; − “schriftelijke garantstelling voor alle schade, als gevolg van watervogels die door dit meer gelokt worden”.
Gemeente Tytsjerksteradiel (2013, 7 augustus). Bestemmingsplan Buitengebied 2013. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.00BPVI-vg01. Artikel 33, lid 33.1, onder a. van de regels. 119 Gemeente Tytsjerksteradiel (2013, 7 augustus). Bestemmingsplan Buitengebied 2013. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.00BPVI-vg01. Artikel 33, lid 33.2, onder 33.2.1 en onder 33.2.2 in samenhang met artikel 1, lid 60 van de regels. 118
49
Zoals hiervoor is opgemerkt geeft ons college – onder voorwaarden – op aanvraag een tegemoetkoming in de schade als het vaststellen van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút zorgt voor ‘schade door verlies van inkomen of vermindering van de waarde van een onroerende zaak’. In de hiervoor in hoofdstuk 2.5.1 bedoelde realisatieovereenkomst is samengevat bepaald dat ‘de ontwikkelaar deze tegemoetkoming aan de gemeente moet vergoeden’. Uit de zienswijze van indiener 5 blijkt onze raad niet waarom deze tegemoetkoming niet voldoende is. Alles in overweging nemende zijn wij van oordeel dat er met het vaststellen van bestemmingsplan Aldstjerk Foarút geen sprake is van onaanvaardbare schade waarvoor onvoldoende tegemoetkoming mogelijk is. Hierbij overwegen wij ook dat: − zoals hiervoor in hoofdstuk 2.2.2 is opgemerkt ‘GS op aanvraag een vergoeding geeft als GS met het verlenen van de omgevingsvergunning voor de ontgrondingsactiviteit zorgt voor schade’; − GS op aanvraag een tegemoetkoming in de “faunaschade” geeft. Voor meer informatie over de aanvraag om de tegemoetkoming en de voorwaarden daarvoor verwijst onze raad indiener 5 naar BIJ12120. Met het vaststellen van het plan is voor wat dit betreft naar ons oordeel dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening.
In aanvulling hierop overweegt onze raad ook dat met het uitvoeren van maatregelen hinder door onkruid, zand en watervogels kan worden voorkomen. Uit uitspraken van de ABRvS blijkt alleen dat dergelijke uitvoeringsmaatregelen geen onderdeel (kunnen) zijn van het besluit over het vaststellen van een bestemmingsplan121. In aanvulling hierop merkt onze raad op dat uit uitspraken van de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad der Nederlanden blijkt dat ‘de eigenaar van gronden het recht heeft om deze zo in de richten en te onderhouden zoals hij dat wenst maar dat hij hiermee voor anderen, zoals eigenaren van gronden in de directe omgeving geen onrechtmatige hinder mag veroorzaken’, de zogenoemde onrechtmatige daad122. Of er sprake is van onrechtmatige hinder hangt af van de omstandigheden van de betreffende situatie.123 Hieruit volgt dat wanneer indiener 5 van oordeel is dat hij onrechtmatige hinder ervaart vanwege het initiatief Aldtsjerk Foarút hij bij de rechtbank kan eisen om dit te stoppen. Ook kan indiener 5 daarbij op grond van het Burgerlijk Wetboek een vergoeding van de schade eisen124. Het Burgerlijk Wetboek is alleen onderdeel van het civiel recht. Een mogelijke onrechtmatige daad kunnen wij dan ook niet in overweging nemen bij het vaststellen van het bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening, dat onderdeel is van het bestuursrecht.
Zie voor meer informatie onder andere BIJ12 (…). Faunaschade. https://www.bij12.nl/onderwerp/faunaschade/. 121 Zie onder andere ABRvS (2019, 11 september). ECLI:NL:RVS:2019:3124. Rechtsoverweging 7.2. 122 Burgerlijk Wetboek Boek 6 (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2023-07-01/0. Titel 3. 123 Zie onder andere Rechtbank Noord-Nederland (2023, 28 juni). ECLI:NL:RBNNE:2023:2616. Rechtsoverweging 6.11. 124 Burgerlijk Wetboek Boek 6 (2024, 1 januari). https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2023-07-01/0. Artikel 162, lid 1. 120
50
2.6.4 Opmerking 4
“Het voorontwerpbestemmingsplan heeft betrekking op 17,95 ha, 10 ha meer en dus 7,95 ha bouwgrond. Firma Bijlsma garandeerd fase 1, dus ± 3 ha bouw, garandeerd niet fase 2, zie onze plannen, betekend dat firma Bijlsma geen recht heeft om 10 ha zand te winnen maar ± 4 ha.” Reactie op opmerking 4
Uit de zienswijze van indiener 5 blijkt onze raad niet (voldoende duidelijk) naar welke fase 1 en fase 2 indiener 5 verwijst waarvan de ontwikkelaar ‘wel fase 1, dus ± 3 ha bouw, garandeert en niet fase 2 garandeert’. In de toelichting bij het voorontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút is een omschrijving van de verschillende fasen van de uitvoering van het plan opgenomen waarin de fase 1 tot en met fase 4 zijn onderscheiden125. Een op hoofdlijnen overeenkomstige omschrijving hiervan is ook in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan opgenomen126. Maar op basis waarvan deze verschillende fasen samenhangen met ‘het recht op het winnen van zand’ blijkt ons niet uit de zienswijze. Van een dergelijke samenhang is ook geen sprake. Op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan wordt het initiatief Aldtsjerk Foarút mogelijk gemaakt. Uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat ‘bij een bestemmingsplan sprake is van toelatingsplanologie, waarbij er geen verplichting is tot het uitvoeren van het plan’127. Uit de zienswijze van indiener 5 blijkt onze raad niet op basis waarvan de ontwikkelaar ‘wel fase 1, dus ± 3 ha bouw, garandeert en niet fase 2 garandeert’.
Om de uitvoering van het initiatief te waarborgen is in de hiervoor in hoofdstuk 2.5.1 bedoelde realisatieovereenkomst samengevat bepaald dat: − ‘de ontwikkelaar zich verplicht om tot realisatie van het recreatiemeer over te gaan’; − ‘de ontwikkelaar zich verplicht om tot realisatie van het deel van het project betreffende woningen over te gaan tot en met het uitgeven van bouwkavels voor 7 recreatiewoningen en 23 woningen’. Daarbij is in de overeenkomst overwogen dat ‘de ontwikkelaar en de gemeente voornemens zijn om als één project zowel woningen als een recreatiemeer te realiseren’. Voor wat ons betreft is er in het plan/project dan ook geen sprake van verschillende fasen. Alleen hierom kan er dan ook geen sprake zijn van een samenhang tussen het wel of niet garanderen van een fase en ‘het recht op het winnen van zand’. 2.6.5 Opmerking 5
“Stichting Noordelijke Woudroute heeft plannen om het bevaarbaar maken van de Murk tussen Aldtsjerk, het Eeltjemar, Rinsumageest enz. zie brief verslag A.L.V. Aldtsjerk 11 mei 2023 (lopende zaken). Kan tevens dienen als waterberging, zie ook bijgevoegd dorpsblad.” Reactie op opmerking 5 Zie Gemeente Tytsjerksteradiel (2017, 25 januari). Voorontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 4.3 van de toelichting. 126 Zie Gemeente Tytsjerksteradiel (2017, 25 januari). Voorontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 3.4 van de toelichting. 127 Zie onder andere ABRvS (2017, 2 augustus). ECLI:NL:RVS:2017:2069. Rechtsoverweging 6.2. 125
51
Onze raad is op de hoogte van het initiatief van de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk en de Vereniging voor dorpsbelang Rinsumageest/Sijbranahuis om de ‘de vaarroutte over de Moark te herstellen’ zoals blijkt uit de bij de zienswijze van indiener 5 opgenomen verslag van de Algemene ledenvergadering van de Vereniging voor Dorpsbelangen Oudkerk. Uit informatie van ons college blijkt ons dat het initiatief op dit moment in voorbereiding is. Wij begrijpen dat op dit moment nog niet duidelijk is of het uitvoeren van het initiatief mogelijk is. Voor wat betreft de opmerking dat dit initiatief ‘tevens kan dienen als waterberging’ merkt onze raad op dat zoals opgemerkt in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan ‘het initiatief Aldtsjerk Foarút onder andere de aanleg van een recreatiemeer dat dient als openbaar water en eventueel extra waterberging betreft’. Het doel van het initiatief is dan ook niet het aanleggen van waterberging. Dit in overweging nemende nemen wij dan ook kennis van opmerking 5 van indiener 5. 2.6.6 Opmerking 6
“Bij het voorontwerp was er geen sprake van een zanddepot, maar afvoeren naar depot Steenendam zie brief stand van zaken 2022. Kan met behulp van een elektrische zandzuiger, voorkomt 10 jaar overlast, zie brief 10 mei 2023. De ontsluiting van het gebied via de N361 zal geschieden, zie brief stand van zaken 2022, perceel B 989 zie bekendmaking 30 maart 2022 hoort niet aan het in exploitatie brengen percelen. Het aantal vrachtauto’s neemt al toe van 5 naar 6 a 7, wordt niet vermeld het vervoer van zand met behulp van tractor en kiepwagen over de weg, kan geen claim leggen op de Van Sminiaweg en de Fjildwei.” Reactie op opmerking 6
Onze raad begrijpt opmerking 6 van indiener 5 zo dat hij van oordeel is dat de effecten van het (vracht)verkeer vanwege de zandwinning op de Van Sminiaweg/Fjildwei niet aanvaardbaar zijn. Voor onze reactie op deze opmerking van indiener 5 verwijzen wij naar de reactie in hoofdstuk 2.3, hoofdstuk 2.4.2 en hoofdstuk 2.4.3. 2.6.7 Opmerking 7
“Zonder damwanden verdroogd de omgeving, zie brief 10 mei 2023. Het droog houden van de zandwinput, betekent meer grondwater, de bovendruk (gewicht water) is weg, grondwaterpompen behoren tot het werk, net als de zandzuiger dus alleen overdag in gebruik. Damwand plaatsen kan ook elektrisch. Het is een verslechtering ten opzichte van firma Bijlsma eerdere plan.” Reactie op opmerking 7
In de eerste plaats merkt onze raad op dat opmerking 7 van indiener 5 is gericht op de manier waarop de zandwinning plaatsvindt. De opmerking is dan ook gericht op de uitvoering van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Uit uitspraken van de ABRvS blijkt dat ‘uitvoeringsaspecten niet in de procedure voor een bestemmingsplan aan de orde komen’ (zie ook onze reactie in hoofdstuk 2.3)128. Zie onder andere ABRvS (2013, 13 februari). ECLI:NL:RVS:2013:BZ1266. Rechtsoverweging 7.6. 128
52
In de tweede plaats merkt onze raad op dat uit informatie van de aanvrager blijkt dat ‘de zandwinning plaats zal vinden met een mobiele graafmachine met verlengde giek die zelf op het (droge) maaiveld staat en het zand voor het grootste deel zal winnen onder de waterspiegel’129. Hierbij ‘vindt dus geen bemaling plaats’. Indiener 5 gaat in de opmerking dan ook uit van een manier van winnen van het zand die niet juist is. 2.6.8 Opmerking 8
“De beoogde perceel B 1001 mag geen zanddepot aangelegd worden, zie bekendmaking 30 maart 2022, daar wordt vermeld dat perceel nummers 922 en 990 (zand op- en overslag) zijn, waar perceel nummer 922 ligt? hier niet, nieuw bestemmingsplan nodig.” Reactie op opmerking 8
De in de bekendmaking van de anterieure overeenkomst voor het initiatief Aldtsjerk Foarút opgenomen verwijzing naar het perceel kadastraal bekend als gemeente Giekerk, sectie B, nummer 922 is een typefout. De bedoeling was om te verwijzen naar het perceel met nummer 992. Dit is het perceel direct ten zuidwesten van het perceel aan de Van Sminiaweg 125. Op grond van de regels van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút is een zanddepot alleen mogelijk op de gronden bestemd als Water130. De gronden binnen de percelen kadastraal bekend als gemeente Giekerk, sectie B, nummer 990 en nummer 992 zijn maar voor een klein deel bestemd als Water. Dit zijn de gronden ter plaatse van de aan te leggen watergang langs het noordoosten van de aan te leggen bouwpercelen in het noordoosten van het bestemmingsplangebied. De aanleg en het gebruik van een werkbaar zanddepot is hier dan ook niet mogelijk. Zoals in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is opgemerkt ‘wordt voor de zandwinning uitgegaan van een tijdelijk zanddepot aan de noord(oost)kant van het plangebied’131. Dit zijn op hoofdlijnen de percelen kadastraal bekend als gemeente Giekerk, sectie B, nummer 997, 998 en 1001. Alles in overweging nemende is er naar het oordeel van onze raad geen aanleiding voor een “nieuw bestemmingsplan” anders dan het voorliggende (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. 2.6.9 Opmerking 9
“Verkeerschaos, zie brief 28 februari 2017, meer verkeer over de smalle brug, die open kan staan, aan en afvoer vracht (trucks met oplegger) naar de woonwerklocaties hier, vanaf de ovonde Rhaladijk ten hoogte van pand Van
Zie ook Wiertsema & Partners (2023, 21 september). Notitie second opinion gewijzigde uitvoeringsmethode zandwinning Aldtsjerk. De notitie is opgenomen in bijlage 3.2 bij deze Nota van zienswijzen. 130 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 8, lid 8.1, aanhef en onder g. van de regels. 131 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 3.4 van de toelichting. 129
53
Sminiaweg 115 bij de brug, bocht ± 60° door een woonwijk en dan weer terug, en ± 90% van de verkeersbewegingen gaan richting dorp.” Reactie op opmerking 9
Bij de zienswijze van indiener 5 is niet een brief van 28 februari 2017 opgenomen. Onze raad gaat ervan uit dat indiener 5 met zijn opmerking “zie brief van 28 februari 2017” verwijst naar zijn inspraakreactie op het voorontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút van 28 februari 2017. In deze inspraakreactie is voor wat betreft de door indiener 5 gestelde “verkeerschaos” het volgende opgemerkt. “Een recreatieplas op deze locatie, wat het passeerpunt is van de lijnbussen tussen Leeuwarden, Dokkum en vice-versa met het landbouwverkeer er bij wordt het hier een verkeerschaos”. Ons college heeft op 25 april 2017 de “Notitie inspraak” vastgesteld132. Hierin geeft de Stichting Aldtsjerk Foarút een reactie op de door de stichting ontvangen inspraakreacties op het voorontwerp van het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. Onze raad heeft op 13 juli 2017 kennis genomen van deze notitie. In de notitie is als reactie op de inspraakreactie van indiener 5 het volgende opgenomen. “AF wil graag in gesprek met vragensteller, bezwaarmaker, is tot op heden nog niet gelukt”. Uit de zienswijze van indiener 5 begrijpt onze raad dat het de Stichting Aldtsjerk Foarút niet is gelukt om met indiener 5 te overleggen of tot een voor indiener 5 aanvaardbare situatie te komen. Uit opmerking 9 begrijpt onze raad dat indiener 5 een “verkeerschaos” vreest vanwege: 1.
“meer verkeer over de smalle brug, die open kan staan”; 2. “aan en afvoer vracht (trucks met oplegger) naar de woonwerklocaties vanaf de ovonde Rhaladijk”. Onze raad is van oordeel dat er geen aanleiding is om een “verkeerschaos” te verwachten vanwege het initiatief Aldtsjerk Foarút. Hiervoor overweegt onze raad het volgende. Voor wat betreft de opmerking over “de smalle brug” gaat onze raad ervan uit dat indiener 5 verwijst naar de brug in de Van Sminiaweg over De Moark in Aldtsjerk. Dit deel van de Van Sminiaweg kan onderdeel zijn van de verkeersroute vanaf het bestemmingsplangebied in zuidelijke richting. Door Antea Group is in februari 2023 een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het rapport Stikstofdepositie onderzoek Aldtsjerk Foarút van 9 februari 2023 met als kenmerk 0468633.100. Het rapport is in bijlage 9 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. In het rapport is voor wat betreft de verkeersbewegingen in de gebruiksfase van het plan samengevat opgemerkt dat ‘een uitgangspunt van het onderzoek is dat er sprake is van een toename van ten hoogste Gemeente Tytsjerksteradiel (2013, 23 mei). Besluit van het college over de notitie Inspraak en Overleg voorontwerp-bestemmingsplan Aldtsjerk Foar(r)út en concept-welstandsadvies.
Zaaknummer RBP2013-0002, stuknummer S2017-11216. 132
54
162 motorvoertuigbewegingen in zuidwestelijke richting vanwege de woningen en recreatiewoningen’. Een ander uitgangspunt is dat dit verkeer langs de Van Sminiaweg en de Rhaladijk van en naar de N361 gaat.133 Voor andere voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken, zoals het door Antea Group in februari 2023 uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek, zijn overeenkomstige uitgangspunten gebruikt134. Uit de onderzoeken volgt dan ook dat het uitgangspunt is dat het verkeer vanwege de woningen en recreatiewoningen in het bestemmingsplangebied in zuidwestelijke richting geen gebruik maakt van de brug in de Van Sminiaweg over De Moark. Uit de zienswijze van indiener 5 blijkt onze raad niet waarom deze uitgangspunten niet juist zijn. Hierbij overweegt onze raad dat: − de brug gesloten is voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan 2,2 meter en voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan 6,2 ton135, en − wij, zoals opgemerkt in hoofdstuk 2.3, het ontwerpbestemmingsplan bij het vaststellen van het plan aanpassen waardoor het vrachtverkeer van de zandwinning niet over de Van Sminiaweg gaat, waardoor het vrachtverkeer dat gebruik kan maken en maakt van de brug zeer beperkt is.
Hierbij overweegt onze raad dat ook wanneer (een groot deel van) het verkeer in zuidwestelijke richting wel gebruik maakt van de verkeersroute over de brug in de Van Sminiaweg over De Moark er naar ons oordeel geen sprake is van een onaanvaardbare verkeerssituatie. Op basis van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan 2008 – 2016 is de Van Sminiaweg een zogenoemde erftoegangsweg. Het hier betreffende deel ligt binnen een bebouwde kom en een zone waar een snelheid van motorvoertuigen ten hoogste 30 km/uur mag zijn136 137. Op basis van het beleid van Duurzaam Veilig Wegverkeer is de richtlijn Antea Group (2023, februari 9). Stikstofdepositie onderzoek. Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 3.1. Het rapport is opgenomen in bijlage 26 bij de toelichting van Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. 134 Antea Group (2023, 9 februari). Luchtkwaliteitonderzoek. Aldtsjerk Foarút. Hoofdstuk 3.2.1. Het rapport is opgenomen in bijlage 24 bij de toelichting van Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01.
135 Bij de brug zijn het verkeersbord ‘gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading breder zijn dan 2,2 meter’ (C18) en het bord ‘gesloten voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan 6,2 ton’ (C20) geplaatst zoals bedoeld in Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (2024, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2024-07-01/0. Bijlage 1. 136 Vanuit het noorden staat bij de Van Sminiaweg, bij de grens van de bebouwde kom het verkeersbord ‘maximumsnelheid 30 km/uur’ (A1) zoals bedoeld in Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (2024, 1 juli). https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2024-07-01/0. Bijlage 1. Hierboven staat het woord “zone” zoals bedoeld in artikel 66, lid 1 van het reglement. Vanuit het oosten en zuiden staat dit bord bij de Van Sminiaweg bij het kruispunt met het Jonkerspaed en vanuit het westen bij de Rhaladijk bij de grens van de bebouwde kom. 137 Zie onder andere Gemeente Tytsjerksteradiel (…). Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2008 – 2016. Hoofdstuk 10.2. 133
55
dat het aantal verkeersbewegingen op een erftoegangsweg ten hoogste 3.500 tot 4.500 motorvoertuigen/dag is138. Hiermee is een toename van 162 motorvoertuigbewegingen, of anders van ten hoogste 4,6% van de richtlijn, naar het oordeel van onze raad een aanvaardbare toename. Hierbij nemen wij ook in overweging dat uit het ontwerp van het Gemeentelijk Mobiliteitsprogramma Tytsjerksteradiel niet blijkt dat het aantal verkeersbewegingen over de brug, de (ervaren) verkeersveiligheid op en in de omgeving van de brug en dergelijke een “knelpunt” zijn of als “knelpunt” worden ervaren139. Ook overweegt onze raad dat door ons college in 2016 een verkeersonderzoek ter plaatse van de brug is uitgevoerd. Dit is het laatste voor onze raad beschikbare onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat het aantal verkeersbewegingen over de brug 373 motorvoertuigbeweging/dag was. Dit betekent dat, bij een gemiddelde toename van het aantal motorvoertuigen van 2%/kalenderjaar en de toename van 162 motorvoertuigbewegingen, na het uitvoeren van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút in 20235 het aantal motorvoertuigbewegingen/dag over de brug 706 zal zijn140. De situatie van en in de omgeving van de brug in overweging nemende is een dergelijk aantal motorvoeruigbewegingen/dag – los van de hiervoor bedoelde richtlijn op basis van het beleid van Duurzaam Veilig Wegverkeer – naar ons oordeel aanvaardbaar.
Voor wat betreft de “aan en afvoer vracht naar de woonwerklocaties” merkt onze raad op dat in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan weliswaar is opgemerkt dat ‘er drie kavels zijn bestemd als woon-werklocaties’ maar hiermee is er naar ons oordeel geen sprake van bedrijfsterreinen waarbij sprake is van veel ‘aan en afvoer vracht door trucks met oplegger’. In de toelichting is namelijk ook opgemerkt dat op deze drie percelen ‘een woning mag komen met een bedrijfsloods’ waarbij ‘de oppervlakte van de loods ten hoogste 125 m² mag zijn’.141 In de regels van het (ontwerp)plan is dit ook bepaald142. Hiermee is er naar ons oordeel dan ook sprake van wonen met wat aanvullende mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten. De mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten hier zijn dan ook anders dan de mogelijkheden op – als voorbeeld – het bedrijventerrein aan de Rhaladyk. Op basis hiervan is er naar ons oordeel geen aanleiding om te verwachten dat er sprake zal zijn van een onaanvaardbare toename van ‘aan en afvoer vracht door trucks met oplegger’ vanwege de “woon-werklocaties”. Zie onder andere ABRvS (2021, 4 augustus). ECLI:NL:RVS:2021:1760. Rechtsoverweging 19.1. 139 Gemeente Tytsjerksteradiel (2024, 16 januari). Ontwerp Gemeentelijk Mobiliteitsprogramma Tytsjerksteradiel. https://cuatro.simcdn.nl/tytsjerksteradiel/uploads/ontwerp-mobiliteitsplan-tytsjerksteradiel2024.pdf?cb=4E0bd2XO.
140 373 motorvoertuigen/jaar x 1,0219 jaar + 162 motorvoertuigen/jaar = 706 motorvoertuigen per jaar. 141 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 3.2 van de toelichting. 142 Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Artikel 9, lid 9.2, onder 9.2.3 van de regels. 138
56
2.6.10
Opmerking 10
“Woonwerk hoord op de Rhaladyk thuis, heeft de verkeersveiligheid baat bij.” Reactie op opmerking 10
Voor de reactie van onze raad op opmerking 10 van indiener 5 verwijzen wij naar onze reactie op opmerking 9 hiervoor. 2.6.11
Opmerking 11
“Mijn uitzicht: het is aan de initiatiefnemer om in de planvorming rekening te houden, met alle belangen en dit te verwerken in het plan, zie brief 7 april 2022, de woonwijk is nog steeds niet aangepast en de architect waakt ook nog, zie krantekop. Wel zijn er toezeggingen gedaan, buurtvergadering nov 2016 en zie brief 31 mei 2022. Woonwijk aanpassen op bestaande bebouwing zie brieven 90° op wegstructuur (Van Sminiaweg), heeft de verkeersveiligheid (de aansluiting van woonwijk op de Van Sminiaweg) ook baat bij.” Reactie op opmerking 11
De opmerking dat ‘het aan de initiatiefnemer is om in de planvorming rekening te houden met alle belangen’ begrijpt onze raad zo dat wij bij het besluit over het vaststellen van het bestemmingsplan alle van toepassing zijnde belangen moet afwegen. Hierbij hebben wij beleidsruimte.143 Anders dan het idee dat indiener 5 lijkt te hebben betekent dit niet ‘dat wij alle belangen moeten verwerken in het plan’ in die zin dat het besluit volledig tegemoet moet komen aan alle belangen. Zoals opgemerkt in de reactie van onze raad in hoofdstuk 2.5.1 is in de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan opgemerkt dat ‘het plan Aldtsjerk Foarút is gebaseerd op vragen [. . .] van de jongeren voor betaalbare woningen in het eigen dorp’ en dat het ‘plan leidt tot de bouw van 23 woningen, waaronder 10 betaalbare starterswoningen bestaande uit zes rijenwoningen en vier twee-onder-een kapwoningen’. In de toelichting is ook opgemerkt dat ‘de drie woningen aan de Van Sminiaweg zich voegen naar de bestaande lintbebouwing aan de zuidzijde van de Aldtsjerkster Feart en de “rode verbinding” vormen met de bestaande bebouwing’144. De hier bedoelde drie woningen zijn de woningen op de gronden die op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan zijn bestemd voor ‘woningen in combinatie met bedrijfsgebouwen voor bedrijven’, bedoeld in onze reactie in hoofdstuk 2.6.3.
Een met het bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút samenhangende belang is dan ook de bouw van woningen en de goede landschappelijke inpassing hiervan. Voor onze raad weegt het belang van de bouw van de woningen en de goede landschappelijke inpassing hiervan zwaarder dan het belang van het uitzicht van indiener 5. Hierbij overwegen wij ook, zoals opgemerkt in onze reactie op opmerking 3 hiervoor, dat er ‘geen blijvend recht op een vrij uitzicht bestaat’ en dat de afname van het uitzicht naar ons oordeel niet onaanvaardbaar is.
143
Zie onder andere ABRvS (2023, 17 mei). ECLI:NL:RVS:2023:1942. Rechtsoverweging
5. Gemeente Tytsjerksteradiel (2023, 19 mei). Ontwerpbestemmingsplan Aldtsjerk Foarút. https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=NL.IMRO.0737.10BPIII-ow01. Hoofdstuk 3.3 van de toelichting. 144
57
2.6.12
Opmerking 12
“Het bestemmingsplan is gedateerd 10 ha grasland opofferen aan een overbodig recreatiemeer, zal in de eeuwigheid nooit meer bijdragen aan CO2 reductie, nadelig voor het milieu. Milieuschade dient de samenleving niet, mitigerende maatregelen zijn nodig. Bouwrijp maken van de woonwijk gefinancierd wordt door zand uit het meer, woningen CO2 neutraal bouwen? Zo CO2 neutraal zijn die dus niet.” Reactie op opmerking 12
In het algemeen merkt onze raad op dat het opslaan van CO 2 niet één van de doelen is van het initiatief Aldtsjerk Foarút. Ook merkt onze raad in het bijzonder op dat de stelling van indiener 5 dat ‘het recreatiemeer nooit meer zal bijdragen aan CO2-reductie’ te algemeen is. Uit informatie van het CBS blijkt namelijk dat van de CO 2 dat ieder jaar wordt opgeslagen ongeveer: − 51% wordt opgeslagen in bossen; − 22% wordt opgeslagen in graslanden; − 6% wordt opgeslagen in openbaar groen; − 5% wordt opgeslagen in stedelijke gebieden; − 4% wordt opgeslagen in natte gebieden. Hierbij is opgemerkt dat ‘het deel dat opgeslagen wordt in graslanden vooral komt door de grote oppervlakte aan graslanden’. Ook is opgemerkt dat in ‘bossen, openbaar groen en natte gebieden in verhouding tot de oppervlakte veel CO2 wordt opgeslagen’.145 Hierbij overwegen wij ook dat op grond van het (ontwerp)bestemmingsplan Aldtsjerk Foarút behalve het recreatiemeer (nat gebied) met de landschappelijke inpassing ook bomen en struiken (bossen), een woongebied (openbaar groen en stedelijk gebieden) mogelijk worden gemaakt. 2.6.13