CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 1 - Ontwerp Volkshuisvestingsprogramma

RAAD IT BESLUT 11 juni 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ontwerp Volkshuisvestingsprogramma (besprekstik)19.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Kwalitatieve behoefte De woningbouwprogrammering vanuit toekomstige wetgeving richt zich in belangrijke mate op betaalbaarheid van het wonen: in Tytsjerksteradiel moet 30% als sociale huur toegevoegd worden (dit geldt voor gemeenten met minder dan het landelijke gemiddelde aandeel sociale huur), 2/3e deel moet betaalbaar zijn (sociale huur, middenhuur of koop tot € 420.000, prijspeil 2026). Rekening houdend met de ambitie van 1.150 woningen komt dit neer op minimaal 345 sociale huurwoningen en minimaal 765 betaalbare woningen voor 2035. De behoefteraming voor de periode 2025 tot 2035 beslaat ook voor 68% het betaalbare segment; 23% sociale huur, 7% middenhuur, 38% betaalbare koop. WoonFriesland geeft aan niet zondermeer deze 30% uit de Wet versterking Regie te kunnen realiseren. De gemeente zal met WoonFriesland en andere verhuurders moeten kijken naar de mogelijkheid om meer sociale huurwoningen toe te voegen. WoonFriesland varieert haar inzet per (type) kern (zie indeling in Visie Wonen met Welzijn & Zorg Noordoost-Fryslân). Deze strategie weerspiegelt de inzet van WoonFriesland op locaties die perspectief bieden voor hun toekomstige investeringen. Hoewel dit losstaat van de ambitie van de gemeente, is het wel verbonden met de uitvoering en het realiseren van het aantal sociale huurwoningen.

De gemeente wil de corporatie blijven uitdagen en motiveren om, waar mogelijk, voldoende sociale huurwoningen toe te voegen, verspreid over de gehele gemeente. 1. Voorzieningenkernen (zoals Burgum en Hurdegaryp): hier ziet WoonFriesland mogelijkheden voor toevoeging van sociale huurwoningen. 2. Basisdorpen: toevoeging is hier situationeel mogelijk, afhankelijk van de vraag en de aanvulling op het bestaande woningaanbod van WoonFriesland en mits het voorzieningenniveau voldoende toereikend is. 3. Woondorpen: in beginsel worden hier geen sociale huurwoningen toegevoegd. De schaal van plannen is vaak te beperkt om deze financieel haalbaar te maken. Mogelijkheden kunnen zich voordoen bij vervangende nieuwbouw, maar dit vraagt om maatwerk.

24

De huidige kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma per kern is onvoldoende inzichtelijk. De planmonitor van april 2026 toont in totaal 914 plannen voor de periode 2022 - 2030. Dit aantal en dit tijdsframe wijken af van de kwantitatieve invulling, omdat gerealiseerde plannen hierin zijn meegerekend. Van deze plannen zijn er 533 betaalbaar, waarvan 163 sociaal. Dit komt neer op respectievelijk 58% betaalbaar en 18% sociaal, waarmee op gemeenteniveau nog niet wordt voldaan aan de richtlijnen van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvr). In tabel 4 is te zien in hoeverre bijsturen op betaalbaarheid op gemeenteniveau nodig is om aan de kaders volgens de aankomende wet te voldoen.

Vanuit het Uitvoeringsplan Wonen werkt de gemeente niet alleen aan voldoende betaalbare woningen, maar ook aan het juiste type woning op de juiste plek; voor starters, voor ouderen, etc. Nu is er veel woningaanbod voor gezinnen. Voor de groeiende groep kleine huishoudens, waaronder senioren is er beperkt woningaanbod. Nieuwbouw voor deze doelgroep draagt bij aan doorstroom waardoor woningen voor gezinnen beschikbaar komen. Figuur 3: Gemeente Tytsjerksteradiel; huishoudenssamenstelling 30% 25% 20%

Tabel 5: Kwalitatieve invulling plancapaciteit uit planmonitor* Betaalbaar (sociaal, Sociaal Wvr koop + middenhuur) Wvr Gemeente 163 18% +12% 533 58% +8% Tytsjerksteradiel * De cijfers uit de Planmonitor zijn een momentopname; aantallen kunnen gedurende de looptijd van dit volkshuisvestingsprogramma veranderen.

Bron: Planmonitor gemeente (peildatum 1.4.2026).

In de huidige planmonitor worden de te realiseren woningbouwplannen niet uitgesplitst naar betaalbaarheidssegmenten, zoals sociale huur en betaalbare koop, op kernniveau. Deze kaders zoals vastgesteld in de Wet versterking Regie zijn niet één-op-één uniform toepasbaar op alle kernen; met name in kleinere kernen is het niet haalbaar om 30% sociale woningbouw te programmeren. De analyse van tabel 4 biedt daarom een belangrijk onderbouwend inzicht. In hoofdstuk 7 is een toetsingskader opgenomen dat richting geeft aan de kwalitatieve invulling van nieuwe initiatieven per kern, met als doel het realiseren van 765 betaalbare woningen, waarvan 354 sociaal, binnen de totale ambitie van 1.150 nieuwe woningen.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

15% 10% 5% 0% Jonger dan 25 jaar Paar met kind(eren) 2phh AOW of ouder

1phh 25 tot AOW Eenoudergezin

2phh 25 tot AOW 1phh AOW en ouder

Bron: Lokale monitor wonen VNG, bewerking Companen.

Conclusie Er zijn ten aanzien van de woningbouwprogrammering drie prioritaire uitdagingen. Hierin moet worden meegenomen dat de huidige plancapaciteit uit de planmonitor een momentopname betreft en deze conclusies kunnen wisselen in de looptijd van het programma. • De gemeente wil tot 2035 minimaal 1.150 woningen toevoegen. Op dit moment telt de plancapaciteit 858 woningen. Bijsturen richting 130% plancapaciteit is noodzakelijk. Dat vraagt uitbreiding van de planvoorraad naar minimaal 1.485 woningen tot 2035. • In de huidige plancapaciteit hebben weinig woningen een harde status. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte is meer harde plancapaciteit nodig. De

25

•

gemeente voorziet daarentegen al mogelijke verschuiving in planstatus op relatief korte termijn. Het aantal eenpersoonshuishoudens en oudere huishoudens groeit. Vanuit deze ontwikkeling is er behoefte aan betaalbare, toegankelijke en kleinere woningen. Bijsturen in de woningbouwprogrammering is nodig om te voldoen aan de behoefte.

4.1 Programmalijn nieuwbouw kwantitatief Nieuwbouw moet passen binnen de omgevingskwaliteit van onze gemeente. Daarom kiest de gemeente voor bouwen naar behoefte met voorkeur voor inbreiding of uitbreiding aan de rand van kernen. Er liggen ook beperkte mogelijkheden voor uitbreiding in het buitengebied. De gemeente heeft hierbij voorkeur voor permanente bouw. Investeerders richten zich hier ook op tijdelijke woonvormen; deze bieden mogelijk kansen om snel te voldoen aan de kwantitatieve behoefte voor aandachtsgroepen. Daar zoeken we passende locaties voor. Een constante factor bij nieuwbouwprojecten is samenwerking. Participatie van dorpsbelangen in trajecten zoals het Vervolg op de Woon- en Leefbaarheidsagenda ofwel Uitvoeringsplan Wonen is daarom cruciaal. Hierdoor kunnen woningbouwplannen afgestemd worden op de daadwerkelijke behoeften en wensen van iedere kern, wat bijdraagt aan passende, gedragen en toekomstbestendige ontwikkelingen. Daarnaast wil de gemeente (lokale) ontwikkelaars en andere partners al in een vroeg stadium bij plannen betrekken, om samen sneller en effectiever in te kunnen spelen op de woonbehoeften van onze inwoners. Ook vraagt woningbouwontwikkeling om keuzes durven te maken als gemeente. Het stellen van kaders en het uitvoeren van maatregelen zoals benoemd in deze programmalijn is hier een voorbeeld van.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Doel Wat willen we bereiken? 5. Om voldoende huisvesting te creëren voor de lokale behoefte voegen we in de periode tot en met 2035 minimaal 1.150 woningen toe. o Naast bekende locaties uit de bestaande planmonitor komen potentiële locaties uit het vervolg op de Woon- en leefbaarheidsagenda ofwel Uitvoeringsplan Wonen, waarbij dorpsbelangen actief zijn betrokken. 6. We voegen meer plancapaciteit toe om aan de woonbehoefte te voldoen. We streven naar een plancapaciteit van 130% ten opzichte van de totale behoefte. Dit betekent een totale plancapaciteit van minimaal 1.485 woningen. We sturen hierbij op minimaal de helft harde plancapaciteit. Dit zodat snelheid in woningbouw geborgd blijft; harde plancapaciteit komt onder reguliere omstandigheden eerder tot ontwikkeling. o Het toevoegen van extra plancapaciteit wordt gericht op dorpen waar de huidige plancapaciteit nog onvoldoende is om te voldoen aan de woningbehoefte. 7. In ons toetsingskader waarderen we nieuwbouw die voldoet aan de normen van netbewust bouwen.

Maatregelen Hoe gaan we dat bereiken? (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit). • Uit tabel 3 blijkt dat in enkele kernen het aandeel harde plannen uit de huidige planmonitor minimaal 50% en dus toereikend is. Dit geldt voor de kernen Jistrum en Eastermâr, Earnewald. In deze kernen richten we ons op het prioriteren van plannen. Daarbij wegen we onder meer de benodigde ambtelijke capaciteit en de planning bij relevante stakeholders

26

•

•

•

mee. Daarnaast betrekken we, op basis van het Uitvoeringsplan Wonen, de urgentie en wenselijkheid van plannen in de afweging. De gemeente betrekt stakeholders bij de uitwerking van de programmering: jaarlijks worden in een lokale bouwtafel de opgave en de kaders besproken. In gezamenlijk overleg wordt verkend welke knelpunten zich voordoen bij de uitvoering van de opgaves. Door gebruik te maken van de kennis en ervaring van ontwikkelaars kan de realisatie van woningen versneld worden. Voorstellen worden concreet uitgewerkt, zodat tijdens de IPU-sessie een haalbaar project wordt gepresenteerd dat aansluit bij wat marktpartijen daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Voor locaties die door alle partijen als prioriteit worden aangemerkt, geldt dat de start van de bouw uiterlijk binnen vijf jaar plaatsvindt. Uit Uitvoeringsplan Wonen: De gemeente onderzoekt of een actief faciliterende rol binnen woningbouw past en verkent hierbij de mogelijkheid om partijen uit te dagen om met goede plannen te komen binnen de kaders van de gemeente (uitnodigingsplanologie). De maatregel dient aan te sluiten op de Nota Grondbeleid 2025-2029. De gemeente onderzoekt daarbij om gebiedsvisies op te stellen voor: Oentsjerk, Earnewâld, Burgum-oost, Hurdegaryp-Tytsjerk tussengebied en Garyp. De gemeente streeft naar het opstellen van minimaal één gebiedsvisie per jaar, startende vanaf 2027.

Deze gebiedsvisies zullen mogelijk als onderdeel opgenomen worden in de omgevingsvisie. Vanuit TaskForce Statushouders wordt gezocht naar het vinden van passende locaties voor flexwonen en mogelijkheden voor flexwonen in de bestaande bouw. We werken mee aan flexwonen mits permanent bebouwing op locatie niet mogelijk is en flexwonen voor de doelgroep een passende oplossing is. Hierna kijken we welke regels moeten worden aangescherpt om flexwonen tot realisatie te laten komen. We oriënteren ons op potentiële particuliere investeerders voor flexwoningen. Flexwonen wordt ingezet als aanvullend instrument voor specifieke

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

•

•

•

doelgroepen. De inzet van flexwoningen is afhankelijk van de locatie, financiële haalbaarheid en de exploitatiemogelijkheden en vormt daardoor geen generieke oplossing voor de woningbouwopgave. Uit tabel 3 blijkt dat in een aantal kernen de totale plancapaciteit nog onvoldoende aansluit bij het streven dat de plancapaciteit 130% van de lokale behoefte beslaat. Op basis van de huidige planmonitor geldt dit voor Burgum, Garyp, Hurdegaryp, Sumar en de Trynwâlden. Het aantal plannen, zowel hard als zacht, is hier momenteel ontoereikend. Voor deze kernen zetten we in op het uitbreiden van de plancapaciteit tot minimaal 130% van de lokale behoefte, passend bij de aard en schaal van de dorpen. Daarbij kijken we naar potentiële locaties uit het Uitvoeringsplan Wonen. Het totaal aan plannen per kern uit het Uitvoeringsplan Wonen biedt namelijk voldoende ruimte om in de lokale behoefte te voorzien. Vanuit tabel 3 concluderen dat we dat in meerdere kernen de totale plancapaciteit uit de huidige planmonitor wel voldoet aan de behoefte maar het totale aandeel harde plannen nog ontoereikend is (minimaal 50%), In deze kernen maken we zachte plannen hard. Dit speelt in Burgum, Garyp, Hurdegaryp, Noardburgum, Sumar en Trynwâlden. We gebruiken de inzichten uit het Uitvoeringsplan Wonen om knelpunten binnen plannen te identificeren en op te lossen, gericht op het verharden van zachte plannen.

De gemeente is op dit moment bezig met een pilot Netbewust bouwen in samenwerking met netbeheerder Liander. Netbewust bouwen betekent dat woningen vanaf het ontwerp zo worden ontworpen en aangesloten dat ze optimaal passen binnen de bestaande netcapaciteit. Dit gaat niet om de daadwerkelijke realisatie van Netbewuste woningen maar over de algemene aanpak van Netbewust bouwen. De gemeente verkent hier samen wat er nodig is in woningbouwontwikkeling om Netbewust te bouwen, zodat dit in de toekomst mogelijk ook als uitgangspunt kan gelden richting ontwikkelaars.

27

4.2 Programmalijn nieuwbouw kwalitatief Voor Tytsjerksteradiel staat centraal dat woningbouw moet aansluiten bij de specifieke doelgroepen en de behoeften per dorp of kern. Daarnaast is aandacht nodig voor de betaalbaarheidscategorieën volgens de Wet versterking regie volkshuisvesting. Door deze verplichte kaders toe te passen, ontstaat een stevige basis voor meer toegankelijkheid op de woningmarkt, betere doorstroming en een inclusieve woonomgeving waarin verschillende doelgroepen een passende woonruimte kunnen vinden. Ook heeft de gemeente de ambitie om voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid. Naast inzetten op betaalbaarheid is het stimuleren van circulair en bio-based bouwen in de nieuwbouw een speerpunt.

Doel Wat willen we bereiken? 8. De gemeentelijke plancapaciteit bestaat uit minimaal 30% sociale huur en in totaal tweederde betaalbaar in de nieuwbouw. 9.Bij nieuwbouw groeit het gebruik van biobased (natuurlijke en hernieuwbare) materialen.

Maatregelen Hoe gaan we dat bereiken? (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit). • Om te voldoen aan de Wet versterking regie stuurt de gemeente op minimaal 30% sociale huur en in totaal twee derde betaalbaar. o De gemeente gaat gebruik maken van Datavoorziening Interne Woningbouw Informatie (DIWI). Deze datavoorziening vormt de input voor de planmonitor. Dit om ook inzicht te krijgen in de kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma naar kernniveau.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

o We verankeren de kaders uit de Wet versterking regie volkshuisvesting in het omgevingsplan en leggen daarmee onze wettelijke taak vast. o Idealiter wordt deze verhouding over alle locaties gespreid. Op kleinere locaties is deze differentiatie door de beperkte aantallen echter moeilijk haalbaar. Daarom stuurt de gemeente op programmaniveau, waarbij verschillen tussen locaties mogelijk zijn. We onderscheiden daarbij vier deelgebieden (toetsingskader 7.2): ▪ Deelgebied 1,2 en 3: Burgum en Hurdegaryp en de Trynwâlden waar in elke kern van het programma sociale huur hoger dan 30% is. ▪ Deelgebied 4: overige kernen waar het programma sociale huur beperkter is en het programma betaalbare koop juist groter. o De businesscase van een locatie komt bij meer sociale huurwoningen of betaalbare woningen onder druk te staan. Daarom verkennen we de mogelijkheden vereveningsmethodiek toe te passen om zo te verevenen van locaties met een te klein betaalbaar programma naar een groter betaalbaar programma. Deze verevening kan op twee manieren ingevuld worden: 1. Door (gecontracteerde) compensatie op andere locaties, 2. Door storting van een (verevenings-)bijdrage uit een fonds. We overleggen met marktpartijen welke bijdrage een passende prikkel is, en voldoende ondersteuning biedt voor een betaalbaar programma.

Hiertoe werken we als eerste stap een Nota Kostenverhaal uit op basis van de Omgevingswet. Hierin leggen we de exacte uitwerking en werking van de vereveningsbijdrage vast. o Binnen het betaalbare segment hanteren we een extra grens van ongeveer 70-75% zijn van de betaalbaarheidsgrens; af te stemmen in regionaal verband. We nodigen investeerders uit aan te geven welk product zij toevoegen binnen dit segment.

28

•

•

o We nodigen investeerders uit om voor hun locaties een slimme oplossing aan te reiken waarbij de doelen van 30% sociale huur en 2/3e deel betaalbaar geborgd zijn. Vanuit de BAG-registratie brengen we in beeld van hoeveel betaalbare woningen de bouw is gestart, om zo aanspraak te doen op de Realisatiestimulans volgens de SiSa-verantwoording. We verkennen de mogelijkheden om de Realisatiestimulans op te nemen als een voorziening voor betaalbare woningbouw. Hieruit leveren we een bijdrage aan betaalbare woningbouw en de gemeentelijke investeringen voor woningbouw. We werken momenteel nog regels uit voor de werkwijze van deze voorziening. In projecten met sociale huurwoningen werken we nauw samen met WoonFriesland om het plan te toetsen op financiële haalbaarheid en planning. Zoals vermeld in het Uitvoeringsplan Wonen komen we met concrete locatievoorstellen in de grotere kernen en maken we daar ook afspraken over. We werken de komende periode toe naar een meerjarig ontwikkelconvenant. o We maken met WoonFriesland een vlekkenplan met mogelijke woningbouwlocaties voor sociale huurwoningen, met daarbij aandacht voor innovatieve woonvormen. Mogelijkheid is bijvoorbeeld Buurtblok. Dit vlekkenplan wordt onderdeel van het convenant.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

•

•

•

o Waar WoonFriesland geen mogelijkheden heeft, gaan we op zoek naar andere opties om sociale huur te realiseren. We stemmen met andere gemeenten de ontwikkeling van sociale huur af. We streven daarbij op investeringen verspreid over de gemeenten. In ANNO-verband verkennen we de mogelijkheden of we een subsidiespecialist kunnen aanstellen, voor meerdere terreinen. Deze kijkt naar wat voor financiële mogelijkheden subsidies, zoals de Provinciale subsidie voor transformatie van bestaande gebouwen naar woningen, bieden in de realisatie van betaalbare woningbouw. De gemeente verkent ten behoeve van realisatie van betaalbare koopwoningen verschillende koop- en erfpachtconstructies, zoals Duokoop, KoopStart en Koopgarant, en beoordeelt welke vormen passend zijn voor starters en huishoudens met een modaal inkomen om zo de aankoopprijs van koopwoningen te verlagen. We dagen investeerders uit om nieuwe bouwvormen, netbewust en biobased bouwen toe te passen. Bij eventuele aanbestedingen/tenders nemen we dit als kwalitatief criterium mee.

29

5 Wonen & zorg voor ouderen De gemeente streeft naar een inclusieve en toekomstbestendige woonomgeving waarin voor iedere inwoner passende en kwalitatief goede woonruimte beschikbaar is. Een belangrijk onderdeel van deze ambitie is het realiseren van voldoende en geschikte woningen voor ouderen. Bij deze inzet wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de specifieke behoeften van ouderen in zowel de grotere dorpen als de kleinere kernen. Juist in deze kleinere kernen is het van belang dat ouderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen, dicht bij hun sociale netwerk en voorzieningen. De gemeente heeft daarom oog voor maatwerk en spreiding van passende woonvormen, zodat ook in de kleine kernen voldoende mogelijkheden ontstaan voor ouderen om zelfstandig en comfortabel te blijven wonen. Het is essentieel dat voorzieningen, zorg, ontmoeting en ondersteuning dichtbij en laagdrempelig beschikbaar zijn. Een sterke sociale basis speelt hierin een cruciale rol. Een hechte gemeenschap, waarin inwoners naar elkaar omzien en elkaar ondersteunen, draagt bij aan het welzijn, de zelfredzaamheid en de kwaliteit van leven van ouderen. De gemeente ziet de mienskip als een onmisbare schakel in het mogelijk maken van langer zelfstandig wonen.

Om deze sociale samenhang te versterken, blijft de gemeente zich inzetten voor het stimuleren en faciliteren van ontmoetingsmogelijkheden, informele ondersteuning en gemeenschapsinitiatieven. Daarbij is samenwerking met vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en professionals van groot belang. Samenvattend: waar willen we naartoe? • Inwoners met een zorg- en of ondersteuningsvraag moeten zo lang mogelijk in hun eigen woning kunnen wonen in een zorgzame woonomgeving met een sterke sociale basis. • Heeft iedere inwoner passende woonruimte: beschikbaarheid seniorenwoningen doen we door bouwen naar behoefte en denken in verschillende concepten. • Versterken van de sterke sociale basis: het veranderende zorglandschap doet beroep op de sociale basis en de zelfredzaamheid en veerkracht van inwoners, waaronder ouderen.

Analyse De vergrijzing in Tytsjerksteradiel is duidelijk zichtbaar en zal de komende jaren verder doorzetten. Momenteel is 25% van de huishoudens 65+ jaar of ouder, ongeveer de helft hiervan is 75+. Dat zijn in Tytsjerksteradiel relatief iets meer dan gemiddeld in Nederland.

Tabel 6: Gemeente Tytsjerksteradiel; vergrijzing 65-74 jaar 75-84 jaar 85+ jaar Totaal ouderen

Tytsjerksteradiel 4.100 51% 3.000 37% 1.000 12% 8.100 100%

Provincie Fryslân 75.000 49% 55.000 35% 26.000 16% 155.000 100%

Nederland 2.000.000 54% 1.300.000 35% 400.000 11% 3.700.000 100%

Bron: CBS, 2025.

De zorgvraag neemt toe: tot 2035 groeit het aantal ouderen met het zorgprofiel VV4 tot VV8 in de gemeente (+140). Cliënten met deze indicaties kunnen (deels)

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

30

kiezen voor zorg in een instelling of zorg via een Modulair of Volledig Pakket Thuis (MPT of VPT). Aangezien het aantal intramurale plekken waarschijnlijk niet toeneemt, betekent dit dat steeds meer ouderen zijn aangewezen op zorg thuis in hun zelfstandige woning. Hierdoor groeit de behoefte aan zorggeschikte woningen. Senioren blijven weliswaar langer vitaal en zelfstandig. Deze groep woont nu vaak in woningen die niet passend zijn als de gezondheid achteruitgaat. Veel ouderen verhuizen niet, omdat zij gehecht zijn aan hun woning en omgeving en/of opzien tegen een verhuizing. Dit kan zorg in de toekomst bemoeilijken. Om te bevorderen dat ouderen passend wonen, is voor hen aanpassing van bestaande woningen nodig. Een deel van de ouderen zal wel verhuizen. Dat vraagt passend aanbod, liefst nabij voorzieningen. Daarnaast is ondersteuning bij verhuizing gewenst; dit laatste vanwege ervaren belemmeringen (weg uit de bekende buurt, afscheid van het huis, geregel en rompslomp van verhuizing). Als ouderen een bij hun levensfase passende woning zoeken, zijn zij aangewezen op de seniorenwoningen in de grotere dorpen. In voorzieningenkernen zoals Burgum, Hurdegaryp en Trynwâlden is het doorgaans eenvoudiger om geschikte locaties nabij zorgcentra te vinden. Een deel van de ouderen wil in het eigen dorp blijven wonen. Dus ook in andere dorpen is passend aanbod gewenst.

Daar liggen kansen om vanuit de mienskip onderlinge zorg en ondersteuning te versterken. Dit stimuleert zelf- en samenredzaamheid. Tabel 7: Gemeente Tytsjerksteradiel; behoefte seniorenwoning en aandeel in huidige plancapaciteit (peildatum 1-1-2026) Opgave t/m 2035 In plancapaciteit (hard & zacht)

Nultreden 190 145

Geclusterd 90 Onbekend

Zorggeschikt 75 Onbekend

nieuwbouw ligt er een belangrijke opgave in de bestaande woningvoorraad. Van de huidige 14.200 woningen zijn er 3.400 nultredenwoningen, woningen die zonder trappen of drempels toegankelijk zijn en binnenhuis gelijkvloers zijn. Door woningeaanpassing kan een deel van de woningen toegankelijk worden gemaakt, zeker gelet op de grote woningen die flexibiliteit bieden voor dergelijke aanpassingen. In de gemeente Tytsjerksteradiel zou circa 40% van de woningvoorraad geschikt zijn om toegankelijk te maken.

Conclusie: De drie grote prioritaire uitdagingen rond wonen en zorg voor ouderen in Tytsjerksteradiel zijn: • Een passende woning en woonomgeving: senioren blijven steeds langer zelfstandig wonen. Dit kan in de eigen (aangepaste) woning, maar dit kan ook in een andere levensloopbestendige woning. Daarvoor is geschikt aanbod nodig, zodat ook de doorstroming op gang komt. • Houdbaar aanbod zorg en ondersteuning: het aandeel senioren in de gemeente zal de komende jaren toenemen. Voornamelijk het aantal inwoners van 75 jaar en ouder zal stijgen. Samen met personeelstekorten in de zorg vraagt dit om het anders inrichten van, en omgang met, zorg. • Vitale dorpen en leefbare wijken: senioren die oud willen worden in de kleine kernen (en op termijn minder goed ter been zijn), zijn steeds vaker afhankelijk van het sociale netwerk om bij de (basis) voorzieningen te komen. Hierbij staat het voorzieningenaanbod onder druk. Dit punt komt ook terug in de programmalijn over gezonde leefomgeving in paragraaf 3.3.

Bron: Provinciale woonzorganalyse & Provinciale planmonitor.

Anno 2026 zijn 145 nultredenwoningen voor ouderen opgenomen in de planvoorraad. Dit is onvoldoende gelet op de behoefte. Op dit moment is er geen zicht op het aandeel geclusterde en zorggeschikte woningen in de plancapaciteit. Naast

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

31

5.1 Programmalijn ouderenhuisvesting Een toekomstbestendig Tytsjerksteradiel vraagt om een aanpak die inspeelt op de gevolgen van vergrijzing. Senioren willen in hun eigen woning en kern blijven wonen. Dit vraagt om aanpassing van het huidige woningaanbod. Omdat het voorzieningenniveau niet toereikend is in elke kern vraagt dit om keuzes. De gemeente ziet kansen in grotere kernen in het toevoegen van zorggeschikte woningen in de nabijheid van alle (zorg)voorzieningen zoals een apotheek. In kleinere kernen liggen kansen voor toevoegen van seniorenwoningen, dit kan door nieuwbouw maar ook door de bestaande voorraad toekomstbestendig te maken. Ouderen verleiden tot deze seniorenwoning, en daarmee hun woning te verlaten, is een ander speerpunt van de gemeente. Deze groep bedienen in hun woonbehoefte in niet genoeg. De gemeente zet in op het stimuleren van doorstroom. Dit alles leidt tot een woningmarkt die meer in balans is en een plek wordt voor iedereen.

Doelen Wat willen we bereiken? 10. Tot en met 2035 voegen we minimaal 400 seniorenwoningen toe. Dit doen we door nieuwbouw of door aanpassing in de bestaande voorraad. 11. We zorgen voor minimaal 50 nieuwe zorggeschikte woningen tot 2035. Deze komen vooral in voorzieningenkernen zoals Burgum, Trynwâlden en/of Hurdegaryp, bij voorkeur nabij zorgcentra. 12. In de basis- en woondorpen waar voorzieningen niet meer aanwezig zijn, is de bereikbaarheid van voorzieningen in andere dorpen verbeterd. In iedere kern is een laagdrempelige ontmoetingsplek zoals een dorpshuis of een openbaar bankje.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Maatregelen Hoe gaan we dat bereiken? (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit). • De gemeente gaat gebruik maken van Datavoorziening Interne Woningbouw Informatie (DIWI). Deze datavoorziening vormt de input voor de planmonitor. Dit betekent ook dat het aandeel seniorenwoningen (nulteden, geclusterd en zorggeschikt) inzichtelijk wordt bijgehouden. • We brengen in kaart hoeveel nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen momenteel er in de huidige woningvoorraad zijn, zowel in de particuliere als in de sociale huursector. Zo krijgen we een beter beeld van de huidige voorraad aan seniorenwoningen. • Aanvullend op de kwantitatieve opgave is vooral ook aandacht nodig voor de kwalitatieve opgave van woonzorgvormen voor ouderen (veel bestaande woningen voor senioren sluiten onvoldoende aan op de vraag van huidige en toekomstige generaties senioren). Wij dagen investeerders in de gemeente uit om woonzorgvormen gevarieerd te ontwikkelen, bij voorkeur nabij zorglocaties • Samen met WoonFriesland kijken we naar de mogelijkheden om ontmoetingsruimtes toe te voegen aan bestaande complexen waardoor seniorenwoningen geclusterd kunnen worden gelabeld.

32

5.2 Programmalijn toekomstbestendige zorg

5.3 Programmalijn vitale en veerkrachtige dorpen

Uit de analyse blijkt dat de toekomstbestendigheid van de zorg onder druk staat. De gemeente staat voor een dubbele vergrijzing met groei in het aantal zorgindicaties VV4 tot en met VV8. Dit terwijl de beschikbare zorgcapaciteit niet in hetzelfde tempo meegroeit. Dit vraagt om duidelijke keuzes in de manier waarop zorg wordt georganiseerd. Om de zorg ook op langere termijn toegankelijk en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om processen efficiënter in te richten, zorg slim te organiseren en prioriteit te geven aan passende ondersteuning. Alleen door nu te sturen op een duurzame inrichting van het zorgaanbod kan worden voorkomen dat de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg in de toekomst in het gedrang komen.

Omdat het voorzieningenniveau niet toereikend genoeg is in enkele kernen, vraagt dit veel van de mienskip. Ouderen zonder sterke sociale basis vereenzamen sneller. Het versterken van de samenredzaamheid en daarmee zelfredzaamheid van elke inwoner is dan ook een speerpunt. De gemeente kiest hiernaast voor een integrale aanpak, waarin wonen, zorg en welzijn elkaar versterken, en waarin samenwerking met inwoners, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en professionals centraal staat. Met deze aanpak wil de gemeente randvoorwaarden creëren waarmee ouderen zo lang mogelijk zelfstandig, veilig en met kwaliteit van leven in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.

Doelen

Doelen

Wat willen we bereiken? 13. Zorgaanbod is in Tytsjerksteradiel toekomstbestendig door clustering van aanbod en door gebiedsgerichte zorgverlening thuis.

Wat willen we bereiken? 14. Iedere inwoner is zich bewust van zijn verschuivende woon- en zorgbehoefte. De gemeenschap is zorgzaam en samenredzaam. 15. Inwoners van de gemeente worden vitaal oud, vanuit de gedachte van positieve gezondheid. Hierdoor zijn inwoners minder afhankelijk van zorg en is er minder eenzaamheid. Dit doel sluit aan bij de Programmalijn gezonde leefomgeving.

Maatregelen Hoe gaan we dat bereiken? (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit). • We verkennen in regionaal verband de flexibele inzet van ondersteuning en zorg, bijvoorbeeld door inzet zorgtechnologie en zorg op afstand. • We verkennen in regionaal verband hoe we huisartsen kunnen ondersteunen om ze te behouden in de regio, juist in de kleinere kernen. • Met zorgpartijen maken we afspraken over zorglevering thuis, en hoe dit in de toekomst behouden kan worden. • We zijn eerlijk over de maximaal mogelijke zorg en ondersteuning die geleverd kan worden in de thuissituatie.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Acties Hoe willen we dat bereiken? • Vanuit de Regio Deal Noordoost-Fryslân II is er een pilot gestart van een seniorencoach in de Trynwâlden. Deze seniorencoach ondersteunt ouderen in het vinden van een bij de levensfase passende woonsituatie. Na afloop van deze pilot evalueren we deze inzet. • We werken in 2027 een Plan van Aanpak uit over een bewustwordingscampagne. Hierin informeren we samen met onze partners onze inwoners

33

•

over het veranderende woon- en zorglandschap. Inwoners worden hier op de hoogte gesteld van de boodschap dat zorg in de toekomst niet vanzelfsprekend is. Het overbrengen van deze boodschap moet ervoor zorgen dat de mienskip samen verantwoordelijkheid gaat pakken. We creëren ook bewustwording bij ‘jonge ouderen’. Dit is de groep vanaf 50 jaar. Door al vroeg in te zetten op bewustwording hebben ouderen voldoende tijd om hun toekomstige woonsituatie en ondersteuning te organiseren. We zetten meer preventief in op positieve gezondheid voor een vitale samenleving We blijven activiteiten die hieraan meedragen zoals Tytsjerksteradiel Bloeit, ofwel de Bloeiweek, ondersteunen.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

34

6 Huisvesting aandachtsgroepen De gemeente heeft de ambitie om passende woonruimte voor iedere inwoner te faciliteren, hieronder vallen dus ook aandachtsgroepen. Niet alle inwoners van de gemeente zijn zelfredzaam genoeg om zelfstandig een woonruimte te vinden. Inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden zijn erbij gebaat dat zij snel een woonruimte kunnen krijgen. Enkele groepen, vastgelegd vanuit de Wet versterking regie, kunnen hiervoor aanspraak doen op een urgentieverklaring. Met deze verklaring kunnen zij met voorrang een sociale huurwoning van een woningcorporatie betrekken. Alle gemeenten in Friesland werken met een uniforme urgentieverordening, en benoemen daarmee dezelfde wettelijke urgentiecategorie. Het moment van inwerkingtreding van de Wet en urgentieverordening is nog onzeker. In de urgentieverordening worden de inwoners benoemd tot wettelijke urgentiecategorie die vanuit het Rijk zijn aangewezen als urgente aandachtsgroepen. Samenvattend: waar willen we naartoe? • Heeft iedere inwoner een passende woonruimte: we breiden het aantal sociale huurwoningen uit, zodat het woningaanbod toeneemt en aandachtsgroepen beter bediend kunnen worden. • Iedereen doet mee: alle inwoners kunnen terugvallen op een netwerk.

Analyse Urgente aandachtsgroepen De gemeente staat voor een opgave van het huisvesten van zo’n 60 urgenten per jaar; exclusief statushouders. Hiernaast staan de urgentiegroepen benoemd. Dit aantal is herleid uit de voorbereidingen voor de Friese urgentieverordening. Deze gaat uit van een verdeling op basis van inwonertal. Daar bovenop komt nog een opgave voor het huisvesten van dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. Deelname aan een telronde van de ETHOS-telling2 kan meer duidelijkheid verschaffen over de omvang van deze aandachtsgroepen.

2

Urgentiegroep Uitstromers uit Beschermd Wonen Uitstromers uit klinische GGZ Uitstromers uit jeugdzorgvoorziening Uitstromers uit maatschappelijke opvang Uitstromers uit vrouwenopvang Uitstromers uit detentie/ forensische zorg Medisch urgenten Mantelzorgers en ontvangers Stoppende sekswerkers Dakloze gezinnen met kinderen Herstructurering urgenten Bron: Fryske urgentieverordening.

Een systematische manier van tellen (point-in-time-meting) die een realistisch beeld geeft van dak- en thuisloosheid.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

35

Jaarlijks komen er gemeentebreed zo’n 250 corporatiewoningen vrij voor nieuwe bewoning; ongeveer 8% van alle corporatiewoningen. De gemiddelde mutatiegraad, en groei van het aantal eenpersoonshuishoudens leidt tot krapte in het aanbod van sociale huurwoningen. Ongeveer 25% van het jaarlijkse aantal vrijkomende sociale huurwoningen in de gemeente is nodig voor het huisvesten van wettelijk urgente aandachtsgroepen. Daarnaast zijn woningen nodig voor de huisvesting van statushouders (wettelijke taakstelling). Tot maximaal 1/3e deel van de vrijkomende sociale huurwoningen zal uiteindelijk aan deze doelgroepen toegewezen worden. Provinciaal is er afgesproken dat de opgave voor het huisvesten van urgente aandachtsgroepen verdeeld zal worden op basis van de herkomstgemeente van de te huisvesten personen. Dit betekent dat personen die elders in de regio woonden, bijvoorbeeld in intramuraal verblijf, bij uitstroom terug zullen keren naar de gemeente van herkomst. Op deze manier neemt iedere gemeente verantwoordelijkheid voor haar eigen inwoners. Uitzonderingen zijn mogelijk in het geval dat terugkeer naar herkomstgemeente onwenselijke of gevaarlijke situaties oplevert. De gemeente werkt momenteel aan het opstellen van een Plan van Aanpak voor het terugdringen van dakloosheid.

Binnen deze opgave vormt de recent toegevoegde groep urgenten (dakloze gezinnen met minderjarige kinderen) een substantiële groep. Voor deze doelgroep wordt momenteel veelal binnen het eigen netwerk een tijdelijke woonoplossing gevonden. Daarnaast bemiddelt de gemeente in voorkomende gevallen richting WoonFriesland om passende huisvesting te realiseren. Bij inwerkintreding van de Wet regie is een grote flexibele woningvoorraad noodzakelijk om deze (potentieel) grote groep op te vangen. Daarnaast loopt, op initiatief van het sociaal domein, een onderzoek naar de mogelijkheden van flexwonen binnen de gemeente. Hierbij wordt tevens gekeken naar de inzetbaarheid ervan voor de huisvesting van andere aandachtsgroepen.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Niet-urgente aandachtsgroepen Het Rijk heeft ook andere groepen inwoners uitgelicht waarvoor de gemeente huisvestingsbeleid moet opstellen. Voor deze inwoners is geen urgentieverklaring nodig, maar wordt wel aandacht gevraagd omdat zij zelfstandig lastig aan een woning kunnen komen. Statushouders De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om statushouders te huisvesten. Hiervoor krijgen zij een taakstelling opgelegd vanuit het COA. In 2025 had de gemeente een taakstelling van 56 personen. De gemeente heeft momenteel een achterstand op de taakstelling. Statushouders worden binnen de gemeente evenredig over de kernen verdeeld en gehuisvest in tijdelijke woningen. In haar Plan van aanpak huisvesting statushouders 2025 - 2027 heeft de gemeente uitgesproken dat ze herkent dat het huisvesten van statushouders een forse opgave betreft wat vraagt om stevige inzet. Dit plan van aanpak bestaat uit drie stappen: 1. Versnellen plaatsingen en verwerken achterstand. 2. Tijdelijke locaties en doorstroomplekken. 3. Lange termijn: huisvesting statushouders wordt vast onderdeel van woningbouw en wordt gekoppeld aan werk, onderwijs en deelname van de samenleving. De uitvoering van dit plan van aanpak ligt nu bij het projectteam Nieuwkomers. Met samenwerking, voldoende middelen en heldere communicatie wil de gemeente zorgen voor een oplossing die in de toekomst goed werkt.

Arbeidsmigranten Het aantal geregistreerde arbeidsmigranten in het BRP is niet groot. In de gemeente zijn er 50 geregistreerde arbeidsmigranten. Daarbij komen nog ongeveer 65 tijdelijke arbeidsmigranten. De praktijk laat zien dat er ook een groep niet geregistreerde arbeidsmigranten is. Aantallen hiervan zijn onbekend.

36

Personen met zorgindicatie Personen met een verstandelijke, lichamelijke, zintuigelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of gedragsproblematiek kunnen behoefte hebben aan ondersteuning bij het wonen, bijvoorbeeld in de vorm van beschermd wonen of begeleid wonen, of ambulante ondersteuning. Soms wonend bij een instelling, maar meestal vanuit een eigen woning met Beschermd Thuis of met ambulante zorg, zodat zij zo zelfstandig mogelijk zijn. De gemeente Tytsjerksteradiel kent een locatie voor bewoners met een GGZwonen indicatie met 10 plaatsen. Kijkend naar het aantal aanspraken op Wlzindicaties kregen 880 mensen in 2025 deze indicatie. Het grootste deel deed aanspraak op een VV- of VG-indicatie. Ook hebben 1.965 inwoners een Wmo indicatie. De sterkte van deze indicatie is wisselend, de meeste inwoners maken aanspraak op een Wmo indicatie met één maatwerkvoorziening, zoals hulp bij het huishouden. Overige aandachtsgroepen Ook studenten zijn een aandachtsgroep die huisvesting vragen. In Tytsjerksteradiel is de huisvestingsvraag van deze groep minimaal. Er zijn geen cijfers bekend over dak- en thuislozen in de gemeente. De gemeente kent enkele woonwagenstandplaatsen en woonwagenbewoners. In totaal zijn er 7 woonwagenstandplaatsen. Er is op dit moment geen aanvullende behoefte voor woonwagenstandplaatsen bekend.

gemeente wil daarom initiatieven van inwoners stimuleren die mensen met elkaar verbinden en onderlinge betrokkenheid versterken.

Conclusie: De twee belangrijkste uitdagingen rond huisvesting aandachtsgroepen in Tytsjerksteradiel zijn: • In Tytsjerksteradiel is ongeveer 19% van de woningvoorraad een sociale huurwoning. Het absolute aantal beschikbare woningen is daarmee te beperkt in verhouding tot de omvang van de vraag. Hierdoor moeten verschillende aandachtsgroepen die op sociale huur zijn aangewezen met elkaar concurreren. De vraag kan niet volledig worden bediend. • De gemeente ziet kansen in flexwonen als mogelijke aanvulling op het woningaanbod voor aandachtsgroepen. Onderzocht wordt in hoeverre flexwoningen kunnen bijdragen aan de huisvesting van aandachtsgroepen. Op dit moment is de Taskforce Statushouders bezig om 50 beoogde woningen te realiseren en deze opgave in te vullen op concrete locaties. Voor groepen zoals statushouders en spoedzoekers, die vaak behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, kan dit een passende en flexibele oplossing zijn.

Voor de gemeente is het vergroten van het aantal sociale huurwoningen alleen niet voldoende; ook de kwaliteit van huisvesting is van groot belang. Passend huisvesten vraagt om ondersteuning en een ‘zachte landing’ binnen het sociale netwerk van inwoners. Door intensieve samenwerking met woningcorporaties en zorgpartijen streeft de gemeente ernaar dat aandachtsgroepen niet alleen een woning krijgen, maar er ook prettig kunnen wonen. In de visie Sociale Basis benadrukt de gemeente dat welzijn, veiligheid, gezondheid, zorg, ontmoeten centraal staan. Een sterke sociale basis is juist voor aandachtsgroepen essentieel, omdat zij vaak afhankelijk zijn van ondersteuning vanuit hun eigen netwerk en de directe leefomgeving. De

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

37

6.1 Programmalijn: huisvesting aandachtsgroepen De gemeente staat voor de opgave om verschillende aandachtsgroepen op een evenwichtige manier te huisvesten. Het huisvesten hiervan is lastig vanwege de schaarste op de woningmarkt, mede door het relatief lage aandeel sociale huurwoningen in de huidige voorraad. Het huidige aandeel sociale huurwoningen is te laag om alle aandachtsgroepen te huisvesten. Bijbouwen van sociale huur is dus noodzakelijk om aandachtsgroepen te huisvesten. De gemeente wil de corporatie blijven uitdagen en motiveren om, waar mogelijk, voldoende sociale huurwoningen toe te voegen verspreid over de gehele gemeente. De komst van een nieuwe doelgroep, (potentieel) dakloze gezinnen met minderjarige kinderen, vergroot de urgentie hiervan. Een tekort aan sociale huurwoningen in bepaalde kernen leidt ertoe dat gezinnen noodgedwongen worden gehuisvest in andere delen van de gemeente, waardoor zij hun sociale netwerk verliezen.

•

•

•

Doelen Wat willen we bereiken? 16. Op basis van de regionale uniforme urgentieverordening Fryslân hebben urgent woningzoekenden in Tytsjerksteradiel een reële kans op een sociale huurwoning, in lijn met de fair-shareafspraken. 17. Voor aandachtsgroepen met behoefte aan een specifieke woonvorm, is er passend aanbod. Woningaanbod wordt hiertoe zoveel mogelijk flexibel ingezet voor verschillende groepen, bijvoorbeeld door inzet van flexwoningen.

•

gemeente. De gemeente ziet, ondanks de centrale toewijzing van aandachtsgroepen, ruimte om herhuisvesting zoveel mogelijk in eigen leefomgeving mogelijk te maken. We stellen de urgentieverordening gemeentelijk vast, maken van daaruit jaarlijks een inschatting van de huisvestingskansen van urgente en reguliere woningzoekenden. Zo nodig passen we de regels aan. Wij geven statushouders urgentie, om zo invulling te kunnen geven aan onze taakstelling. De gemeente stimuleert WoonFriesland en andere ontwikkelaars om nieuwe woningen zo flexibel mogelijk te ontwikkelen, ten behoeve van diverse aandachtsgroepen. Dit zijn permanente woningen maar met flexibele mogelijkheden. Voorbeelden hiervan zijn niet-dragende binnenwanden, geen drempels en bredere deuren voor een flexibelere plattegrond ten behoeve van verschillende doelgroepen. Naast reguliere uitbreiding van sociale huur wordt ook flexwonen als kansrijk instrument gezien. Vanuit TaskForce Statushouders wordt gezocht naar passende locaties voor flexwonen en mogelijkheden voor flexwonen in de bestaande bouw. Hierna kijken we welke regels moeten worden aangescherpt om flexwonen tot realisatie te laten komen. We oriënteren ons op potentiële particuliere investeerders voor flexwoningen.

Met het COA en WoonFriesland kijken we naar huisvestingsvoorzieningen voor statushouders (liefst gedeeld met andere groepen), om de taakstelling goed te kunnen invullen en de druk op de reguliere woningvoorraad te verzachten.

Maatregelen Hoe willen we dat bereiken? (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit). • De gemeente gaat met WoonFriesland (voor 2027) in gesprek over een evenwichtigere spreiding van sociale huurwoningen binnen de gehele

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

6.2 Programmalijn: fijn wonen voor iedereen Enkel huisvesten van deze groepen is niet genoeg. De gemeente zet zich in om naast passende woonruimte ook te zorgen voor goede begeleiding ofwel een

38

zachte landing. De gemeente zet daarom in op een integrale aanpak, waarbij passende woonruimte wordt gecombineerd met begeleiding en aandacht voor de buurt en persoon. Deze aanpak behoeft samenwerking met woningcorporaties, zorg- en maatschappelijke organisaties en de mienskip.

•

•

Doel Wat willen we bereiken? 18. We zorgen voor een zachte landing van aandachtsgroepen in de wijk afgestemd op hun persoonlijke situatie. 19. De sociale samenhang in buurten blijft behouden. 20. Problemen zoals overlast worden zoveel mogelijk preventief voorkomen en meldingen hiervan nemen af.

•

De gemeente spant zich in voor een goede begeleiding van urgent woningzoekenden die begeleiding nodig hebben bij het (weer) zelfstandig wonen, en voor statushouders ten behoeve van hun integratie. De gemeente stelt hier budget voor beschikbaar. We stellen jaarlijks geld beschikbaar voor de subsidie van activiteiten in de Bloeiweek. Deze activiteiten dragen bij aan het realiseren van de doelstellingen uit de Duurzaamheidsagenda. Deze hebben niet alleen betrekking op een gezonde samenleving maar de Bloeiweek stimuleert ook inwonersinitiatieven en de sociale samenhang in het algemeen. De gemeente versterkt de samenwerking met zorg- en maatschappelijke organisaties en betrekt deze actief bij het opstellen van toekomstig beleid binnen het sociaal domein, onder meer via de Prestatieafspraken.

Maatregelen (De maatregelen zijn niet gerangschikt naar prioriteit).

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

39

7 Uitvoering van het volkshuisvestingsprogramma Dit volkshuisvestingsprogramma beschrijft de volkshuisvestelijke opgaves, uitgewerkt in de vier thematische hoofdstukken. Hierin zijn ambities en doelen opgesteld waaruit programmalijnen volgen met maatregelen. In bijlage 1 is een overkoepelende uitvoeringstabel opgenomen waarin de actiehouder en de planning tot in detail zijn uitgewerkt. Het gaat om zowel bestaande maatregelen voortzetten als nieuwe maatregelen starten. Omdat niet alles tegelijk kan worden uitgevoerd, is prioritering noodzakelijk. De uitvoering van de maatregelen is afhankelijk van meerdere factoren. In dit hoofdstuk werken we de gemeentelijke organisatie, samenwerking in rol- en verantwoordelijkheidsverdeling, planning en prioritering, financiële kaders en de wijze van monitoring uit.

7.1 Organisatie en samenwerking: rollen en verantwoordelijkheden De gemeente vervult een regisserende en uitvoerende rol binnen dit volkshuisvestingsprogramma. Zij stelt de kaders, maakt keuzes en voert uit. De coördinerende regie over de uit te voeren maatregelen ligt dan ook bij de medewerkers volkshuisvesting. Tegelijkertijd verwacht de gemeente ook van haar partners een actieve en constructieve bijdrage aan de realisatie van de volkshuisvestelijke doelen. Samenwerking is daarbij wederkerig: we zijn afhankelijk van elkaar om tot de doelen te komen. Die samenwerking willen we borgen en versterken, omdat we onze partners juist nodig hebben voor de uitvoering. Om de samenwerking waar te kunnen maken, is versterking van de organisatie rond volkshuisvesting noodzakelijk. We trekken hierbij samen op met

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

gemeenten in Noordoost-Fryslân, bijvoorbeeld in ANNO-verband verkennen we de mogelijkheden of we een subsidiespecialist kunnen aanstellen, dit voor meerdere terreinen. Daarnaast ramen we dat de uitvoering van het programma ook in onze eigen organisatie capaciteit vraagt. Die ramen we op 2 fte voor uitvoerende beleidsmedewerkers. We verkennen of en hoe deze een plek kunnen krijgen in de kadernota. In de samenwerking met WoonFriesland geldt dat de investeringscapaciteit een belangrijke randvoorwaarde is voor de uitvoering van haar taken. De gemeente houdt hier rekening mee. Tegelijkertijd blijft de gemeente eindverantwoordelijk voor het realiseren van voldoende sociale huurwoningen. Samenwerking op dit gebied is dus noodzakelijk: de gemeente bouwt immers zelf geen woningen. Met dit programma leggen we een fundament voor onder meer de prestatieafspraken met WoonFriesland. Naast de corporatie werkt de gemeente samen met ontwikkelaars, zorgpartijen en andere maatschappelijke partners. Van ontwikkelaars verwacht de gemeente dat zij binnen de gestelde kaders bijdragen aan een passend en evenwichtig woningbouwprogramma. Met zorg- en welzijnspartijen wordt samengewerkt om wonen en zorg toekomstbestendig op elkaar af te stemmen. Deze samenwerking komt ook terug in de Visie Wonen met Welzijn & Zorg. Ook hebben inwoners ofwel mienskip een rol als sociale basis.

Kortom, dit programma legt de basis voor het verbeteren van onze samenwerking. Zo ondersteunen we elkaar optimaal in de uitvoering.

40

7.2 Toetsingskader nieuwe initiatieven Een belangrijke actie uit hoofdstuk 4 is het inzetten van DIWI om de kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma beter inzichtelijk te maken, onder meer uitgesplitst naar kernniveau. Op dit moment ontbreekt dit inzicht voor de nog te realiseren plannen, waardoor het bijsturen van het programma richting voldoende betaalbaarheid beperkt mogelijk is. Wel kan worden gestuurd op nieuwe initiatieven. Woningbouwinitiatieven worden getoetst aan de gemeentelijke beleidsambities en de gemeente stuurt op het wenselijke programma per kern. Vanuit het volkshuisvestingsprogramma richten we ons op programmatische toetsingscriteria. Daarbij is ook sprake van raakvlakken met andere beleidsvelden. Het toetsingskader, in de tabel hieronder, is daarmee meer dan enkel een ruimtelijke beoordeling van waar wel en niet gebouwd mag worden. Het neemt nadrukkelijk ook een bredere context mee in de toetsing: hoe dragen de plannen bij aan de sociale opbouw van de kern of aan gemeentelijke doelen omtrent leefbaarheid en duurzaamheid bijvoorbeeld? Burgum tot 500 meter van Burgum (overig) woonzorglocatie Berchhiem Totaal: minimaal 385 woningen Direct grenzend aan zorg- en ontmoetingslocatie en met veilige looproute hier naartoe: 100% zorggeschikt.

Binnen 250 meter, maar niet direct grenzend aan zorg- en ontmoetingslocatie: 50% geclusterd (40% sociale en 10% midden huur), 20% betaalbare koop

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Dit toetsingskader geldt voor woningbouwplannen die na de vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma worden ingediend. Bij plannen die al lopen maar waarvoor de planvorming nog niet definitief is, bespreken we met initiatiefnemer of en op welke manier het plan nog meer in lijn te krijgen is met de doelen uit dit programma. Op programmaniveau voor de gehele gemeente willen we tot 2035 het volgende bereiken: bouw van minimaal 1.150 woningen, en een nader te bepalen aantal woningen als vervangingsopgave bij herstructurering. Dit betreft vooral sociale huurwoningen. We sluiten met deze ambitie aan bij de landelijke uitgangspunten. Voor deze locaties geldt een gebiedsgerichte uitwerking. Nieuwe initiatieven worden beoordeeld aan de hand van het richtinggevend toetsingskader. De percentages zijn dus richtinggevend. Dit kader beschrijft per kern hoe nieuwe plannen kwalitatief kunnen bijdragen aan de verdeling naar betaalbaarheidssegmenten, rekening houdend met schaal, draagkracht en lokale context. Maatwerk per initiatief is geboden, mits de doelen op programmaniveau voor de hele gemeente worden gediend. Hiermee sturen we gericht op het behalen van de gemeentebrede kaders en doelen.

Hurdegaryp

Trynwâlden

Overige kernen

Totaal: minimaal 300 woningen Minimaal 30% sociale huur 0-5% middenhuur 35% betaalbare koop (middenhuur uitwisselbaar met betaalbare koop)

Totaal: 535 woningen

Minimaal 1/3e sociale huur 0-5% middenhuur 35% betaalbare koop (middenhuur uitwisselbaar met betaalbare koop)

Totaal: minimaal 230 woningen Minimaal 1/3e sociale huur 0-5% middenhuur 35% betaalbare koop (middenhuur uitwisselbaar met betaalbare koop)

Van voorgaande programma: 35% nultreden / geclusterd

Van voorgaande programma: 35% nultreden / geclusterd

Van voorgaande programma: 35% nultreden / geclusterd

Maatwerk. Indien geen sociale huur haalbaar is, dit compenseren met betaalbare koop

41

Nieuwbouw draagt bij aan de sociale opbouw van de buurt: • door een programma dat complementair is aan het aanbod in de buurt, dat aansluit bij de huisvestingswensen vanuit de buurt en/of dat buurtbewoners helpt doorstromen naar een bij hun levensfase passende woning; • door aan te sluiten of aanbieden van ontmoetingsmogelijkheden; • door rekening te houden met de inrichting van het plan dat de woonomgeving uitnodigt tot ontmoeting en toegankelijk is; • door in buurten met weinig ontmoetingsmogelijkheden en zorgvoorzieningen in Burgum en Hurdegaryp op een enkele locatie geclusterde woonvormen toe te voegen met ontmoetingsmogelijkheden en een steunpunt voor ambulante zorg. Ontwikkelende partijen maken inzichtelijk op welke manier hun initiatief hieraan bijdraagt (hun social return on investment). • Inrichting draagt bij aan vereisten ‘Landelijke Maatlat voor een groene en klimaatadaptieve bebouwde omgeving’. • Nieuwbouw is zoveel mogelijk netbewust. • Inrichting draagt bij aan vereisten gezonde leefomgeving, conform Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Schone Lucht Akkoord. Bijdrage sociale woningbouw We verkennen mogelijkheden voor het werken met een vereveningsbijdrage sociale woningbouw. Op basis van de Omgevingswet werken we een Nota Kostenverhaal uit. In dit kader wordt op termijn de nadere uitwerking van de vereveningsbijdrage vastgesteld.

Op basis van het Volkshuisvestingsprogramma is het uitgangspunt dat bij nieuwbouwlocaties voorzien wordt in tenminste 30% sociale huurwoningbouw en 35% betaalbare koop. We werken hier niet met een vastgesteld minimumaantal woningen. Maatwerk kan alleen in uitzonderingsgevallen, goed beargumenteerd en op basis van locatie specifieke redenen, via besluitvorming door het college. Bij locaties waar bij uitzondering minder dan de genoemde 30% sociale respectievelijke 35% betaalbare woningbouw kan worden gerealiseerd, moet gezocht worden naar alternatieve locaties voor compensatie. Als die locatie niet voorhanden is, vindt sociale verevening plaats door afdracht in een fonds en uitkering bij locaties die een groter programma sociale huur/ zeer betaalbaar koop realiseren.

7.3 Planning, prioritering en kosten Bijlage 1 bevat een overzicht van alle programmalijnen uit dit volkshuisvestingprogramma. Hierin staat per programmalijn het doel en bijbehorende maatregel benoemd. Door maatregelen te prioriteren en planning te concretiseren stuurt dit programma op het hoogst haalbare resultaat. We maken in de maatregelen onderscheid in wat de gemeente al doet qua maatregelen en welke maatregelen nieuw zijn. Bij maatregelen die nieuw zijn maken we een inschatting qua benodigd aantal fte/ kosten. Doorlopende maatregelen zijn reeds onderdeel van de begroting.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

42

Uitvoeringsplan Wonen benadrukt dat het maken van keuzes in de nieuwbouwprojecten die een gemeente wil uitvoeren onvermijdelijk is. Prioritering vindt bijvoorbeeld plaats wanneer binnen een kern al voldoende concrete plannen in uitvoering zijn, wanneer er beter haalbare alternatieven beschikbaar zijn, of wanneer een ontwikkeling een relatief grote inzet en complexe expertise vraagt. Dit volkshuisvestingsprogramma prioriteert niet alleen maatregelen met betrekking tot het thema nieuwbouw, maar ook voor de uitvoering van maatregelen op andere thema’s. We voorzien maatregelen van een planning, geven inzicht in de prioriteitstelling én benoemen wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregel. In het eerste jaar na vaststelling van dit volkshuisvestingsprogramma gaan we aan de slag met de volgende nieuwe maatregelen: Tabel 8: Overzicht startende maatregelen 2e helft 2026 & 1e helft 2027 naar planning en kosten Nr. Maatregel Eerste stap 3.1 & 8.4 Regionale subsidiespecialist Regionale afstemming

Actiehouder Gemeente

5.1

Stakeholders jaarlijkse bouwtafel

Gemeente

€ 5.000 (structureel)

5.3

Verkennen uitnodigingsplanologie: gebiedsvisies Toetsen programmaniveau: bundelen drie gebieden Vereveningsfonds Verkennen Realisatiestimulans inzetten als voorziening In kaart brengen seniorenwoningen huidige voorraad Bewustwordingscampagne ouderen: Plan van Aanpak Aansturen uitvoering volkshuisvestingsprogramma

Netwerkanalyse; wie zijn de stakeholders? Eerste gebied prioriteren

Gemeente

€ 20.000 (structureel)

Intern bekendmaken toetsingskader

Gemeente

Nota Kostenverhaal Bijhouden SISA & opzetten voorziening Scan huidige voorraad

Gemeente Gemeente

Opstellen Plan van Aanpak; i.s.m. partners

Gemeente

8.1.2 8.1.3 8.2 10.1 14.2

Totaal

Gemeente

Gemeente

Fte ¼ fte (1 fte samen met 4 gemeenten)

€

½ fte € 30.000 (eenmalig) € 10.000 (eenmalig) ¼ fte € 10.000 (eenmalig) ½ fte 1½ fte

€ 25.000 (structureel) € 50.000 (eenmalig)

Bron: Bijlage 1: Uitvoeringstabel.

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

43

7.4 Monitoring Voor de monitoring volgen we de meetbare doelstellingen die zijn gekoppeld aan de verschillende thema’s. Zoals eerder benoemd zijn de voortvloeiende maatregelen geprioriteerd. Daarbij maken we onderscheid tussen maatregelen die aanvullende capaciteit en financiële middelen vragen en maatregelen die doorlopend van aard zijn. De monitoring van de 18 meetbare doelen vindt jaarlijks plaats. Het volkshuisvestingsprogramma is nadrukkelijk bedoeld als een werkdocument, met concrete maatregelen. Bijstelling op basis van de uitvoering is daarom mogelijk en soms ook noodzakelijk. Dit zal blijken uit de monitoring. Als blijkt dat realisatie achterblijft, nemen we extra maatregelen. Tegelijkertijd zijn de doelen en ambities stevig geformuleerd en wordt verwacht dat de maatregelen zo realistisch en haalbaar mogelijk zijn uitgewerkt. Binnen de monitoring kijken we zowel vooruit als terug. Per doel gebruiken we één of meerdere indicatoren om de resultaten en effecten te beoordelen. Op basis daarvan trekken we conclusies en kijken we vooruit. Bijsturen is daarbij niet het uitgangspunt, maar wel mogelijk wanneer dat nodig blijkt. Uitvoeringsplan Wonen benadrukt het belang van inzicht in het verloop van nieuwbouwplannen. Voorgesteld wordt om minimaal twee keer per jaar de lopende en geplande projecten intern door te nemen met projectleiders.

Dit vraagt ook om het structureel en actueel bijhouden van de planlijst. Zonder inzicht in de cijfermatige ontwikkelingen en voortgang is het lastig om maatregelen goed te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Zo ontstaat niet alleen een overzicht van ambities, maar ook duidelijkheid over de vervolgstappen en de daadwerkelijke uitvoering, ofwel een basis voor de monitoring van het programma. Het monitoren van de maatregelen beperkt zich niet tot nieuwbouw; voor andere thema’s worden eveneens indicatoren ingezet. Tabel 10: Overzicht doelen met indicatoren: monitoring en evaluatie Nr. Doel

Frequentie monitoring

1

Jaarlijks

2 3 4

Voortgangsindicator voor monitoring Thema toekomstbestendige woningvoorraad Binnen bestaande voorraad groei levensloopgeschikt en kleine woningen Aantal levensloopgeschikt en kleine woningen (vergunningsaanvragen) Tytsjerksteradiel 2040 energieneutraal Energieverbruik We streven naar het bundelen van functies op centrale en goed bereikbare locaties Aantal goed functionerende ontmoetingsplekken, basisscholen, zorgsteunpunten Water en rioleringsprogramma (Wrp): We streven naar een klimaat robuuste openbare ruimte Thema nieuwbouw

737.105 | Volkshuisvestingsprogramma

Jaarlijks Jaarlijks

44

5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Toevoegen 1.150 woningen t/m 2035 Plancapaciteit van min. 1.485 woningen en min. 50% hard Nieuwbouw voldoet aan toetsingskader netbewust bouwen Plancapaciteit is min. 30% sociaal en in totaal twee derde betaalbaar Biobased materialen bij nieuwbouw

Aantal nieuwbouwwoningen Plancapaciteit planmonitor; kwantitatief Aantal netbewuste nieuwbouwwoningen Plancapaciteit planmonitor; kwalitatief

Thema wonen en zorg voor ouderen Toevoegen min. 400 seniorenwoningen t/m 2035 Aantal seniorenwoningen Toevoegen min. 50 zorggeschikte woningen t/m 2035. Deze komen vooral in voorzieningenAantal zorggeschikte woningen kernen zoals Burgum, Trynwâlden en/of Hurdegaryp, nabij zorgcentra als Berchhiem Iedere kern laagdrempelige ontmoetingsplek Aantal ontmoetingsplekken Zorgaanbod is toekomstbestendig Wachtlijst thuiszorg Iedere inwoner bewust van verschuivende woon- en zorgbehoefte Percentage onvoldoende eigen regie Inwoners worden vitaal en ouder; positieve gezondheid Gemiddelde levensverwachting Thema aandachtsgroepen Urgent woningzoekenden hebben reële kans op sociale huurwoning Aantal mutaties sociale huur naar aandachtsgroepen Woningaanbod voor aandachtsgroepen is flexibel Aantal flexwoningen; ook in transformatie Aandachtsgroepen krijgen zachte landing door goede begeleiding De sociale samenhang in buurten blijft behouden Problemen zoals overlast worden zoveel mogelijk preventief voorkomen en meldingen hiervan Aantal onbegrepen gedrag meldingen nemen af

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=f9eed4d2-eedd-4726-9ba0-8f100e6673c1