Bijlage Perspectiefnota 2025 Tubbergen.pdf
Tekst van het document
Reserve Coalitieakkoord 2022-2026 Er zijn na het vaststellen van de begroting 2024 geen besluiten genomen die invloed hebben op de stand van deze reserve. Wel is het coalitieakkoord en dus ook deze reserve heel nadrukkelijk in beeld als zoekrichting om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting en het creëren van ruimte voor nieuwe ambities en nieuw beleid.
24
Inleiding ambitiebegroting Zoals reeds is aangegeven in de algemene inleiding heeft deze begroting het coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!" als basis. Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord: •
Leefbare kernen
•
Buitengebied in Balans
•
Leefomgeving van de toekomst
•
Positieve gezondheid
•
Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht
Deze 5 opgaven zijn in eerste instantie verder beschreven en uitgewerkt in actielijnen en doelen waarna op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe we hier een bijdrage aan denken te gaan leveren. In deze perspectiefnota staan we onder deze opgaven vooral stil bij actuele ontwikkelingen die wellicht van invloed kunnen zijn op de doelen en de inspanningen. Hierbij is uiteraard ook stilgestaan bij de uitwerking en analyse van het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet. Er is dit jaar geen specifiek financieel overzicht opgenomen onder de ambities. De werkelijke stand van zaken van de verschillende werkbudgetten is opgenomen in de jaarverantwoording 2023. Bij het programmajournaal 2024 doen we, zoals toegezegd weer verslag van de bestemming en besteding van de werkbudgetten zodat weer een actueel beeld ontstaat.
25
Programma Leefbare kernen Inleiding Leefbare kernen Leefbare kernen gaat over het wonen, werken en verblijven in onze kernen. Wij stimuleren kernen waar het aangenaam wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Ruimte voor jeugd en ontwikkeling van talent. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Kernen met een veilige leefomgeving. We zien onze leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kulturhusen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we initiatieven uit de kernen waarbij nieuwe plannen en combinaties van functies ontstaan. Dit maakt de kernen krachtiger. Van oudsher zijn onze inwoners gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed vertoeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente samen opgepakt. We realiseren ons dat het leefbaar houden van de kernen een doorlopende inspanning vraagt. In de huidige vier jaar zullen we vooral inzetten op de meerjarige woningbouwprogrammering, versterking van maatschappelijk vastgoed en het vitaal houden van verblijfsgebieden We vertalen onze ambities naar vier actielijnen: •
Wonen
•
Economie, arbeidsmarkt, 3O’s, Recreatie en vrijetijdseconomie
•
Ruimte en maatschappelijk vastgoed
•
Integrale veiligheid
Actielijn 1 Wonen: Perspectief op woningbouw Wij willen dat het aantal en het type woningen in onze kernen passen bij de vraag. Het uitgangspunt is daarbij dat inwoners voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de gemeente willen we bouwen binnen de grenzen van een kern. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het transformeren van bestaand vastgoed of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijken we naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Inbreiding waar het kan, uitbreiding waar het moet. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom blijven we in gesprek om te kijken wat bij elke kern past. We willen diversiteit in woningbouw. Het gaat hierbij om huur en koop voor verschillende doelgroepen, door elkaar heen gebouwd. We willen inzetten op een nog actiever grondbeleid en gaan de mogelijkheden hiervoor in beeld brengen. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen.
In onze Woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. We proberen te sturen op het aanbod van woningen dat daarop aansluit. Hierbij houden we de behoefte op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog.
Ons doel Wij willen sturen op een meerjarige woningbouwprogrammering. Via ons grondbedrijf treden wij op als ontwikkelaar. Via ons ruimtelijk en planologisch instrumentarium faciliteren wij particuliere initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Wij willen het grootste gedeelte van de geprognosticeerde woonbehoefte tot 2030 in de huidige bestuursperiode faciliteren. In 2026 kijken we terug op een woonbeleid dat uitvoeringsgericht is geweest, waarbij in elke kern nieuwe mogelijkheden voor woningbouw zijn ontstaan, passend bij de lokale behoefte.
26
Hoe leveren we een bijdrage aan Perspectief op woningbouw We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •
Aan het stuur zitten. We spannen ons via ons grondbedrijf in om nieuwe woningbouwplannen op de markt te brengen. We zijn proactief, verwerven gronden op strategische locaties en zorgen voor een continue planvoorraad en beschikken over een meerjarenprogrammering woningbouw.
•
Faciliterend. We zijn gesprekspartner voor particuliere initiatiefnemers. We adviseren over de ontwikkelkansen van locaties en geven kaders mee voor welke doelgroepen ontwikkeld moet worden.
•
Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We participeren in ontwikkeltrajecten in de kernen toekomstbestendig te zijn. Indien vrijkomende locaties ontstaan, bijvoorbeeld door clustering van vastgoed, onderzoek wij hoe dergelijke locaties kunnen bijdragen aan het woonbeleid.
•
Financieren. Wij stimuleren de herontwikkeling van inbreidingslocaties, ook wanneer herontwikkeling financieel uitdagend is. Door middel van de stimuleringsregeling kunnen wij een bijdrage leveren aan het haalbaar maken van een herontwikkelingslocatie.
Actuele ontwikkelingen De woningmarkt is in beweging. Hoewel de vraag naar woningen nog steeds groot is zien wij een aantal trends en ontwikkelingen, waardoor wij ons perspectief op woningbouw moeten actualiseren. •
Door een stijging van de (hypotheek)rente en verhoging van materiaalkosten en arbeid is de betaalbaarheid van woningen verder onder druk komen te staan. Het tot uitvoering brengen van ons woningbouwprogramma wordt hierdoor een grotere uitdaging. Wij blijven inzetten op het bieden van perspectief voor elke kern, waarbij differientiatie in woningbouwaanbod centraal staat. Daarnaast willen wij verkennen welke alternatieve financieringsvorming voor woningbouw kansrijk zijn om de betaalbaarheid voor meer doelgroepen te vergroten.
•
De Woningstichting heeft haar portefeuillestrategie aangepast. Waar men eerder uitging van het afstoten van vastgoed heeft men nu het beleid verlegd naar het bijbouwen van nieuwe sociale huurwoningen en verduurzamen van bestaand vastgoed. Dit draagt bij aan de doelstellingen van onze woningbouwopgave. Wij zullen in meer woningbouwplannen kunnen voorzien in sociale huur.
•
Wij zien dat de huisvesting van statushouders steeds lastiger wordt, ook in relatie tot de stijgende vraag naar sociale huurwoningen door reguliere woningzoekers. Daarbij zien wij dat de taakstelling voor huisvesting van statushouders elk half jaar hoger wordt. Een groter aanbod aan sociale huurwoningen zal op termijn kunnen voorzien in deze woonvraag. In tussentijd verkennen wij ook mogelijkheden van transformatie van bestaand vastgoed. Daarnaast zien wij in de breedte van woningzoekenden met spoed (spoedzoekers) een aanvullende behoefte aan alternatieve woonvormen. Wij willen richtinggevend verkennen om in de grotere kernen ruimte te geven aan prefab bouw, waarbij kleinere wooneenheden kunnen worden gerealiseeerd.
•
Met betrekking tot onze volkshuisvestelijke opgaven zien wij voor ouderen een verschuiving van beleid. De Rijksoverheid beweegt toe naar een aanpak waarbij alleen voor de zwaarste (zorg)indicatiestelling integrale huisvesting met zorg kan worden geboden. Dat betekent dat in de toekomst (nog) meer moet worden ingezet op het thuis kunnen blijven wonen met zorg op afroep c.q. beschikbaar in directe omgeving. Zorgverleners geven aan dat verspreide ligging van de zorgvraag in de toekomst problematisch wordt. Deze ontwikkeling moet worden betrokken bij onze volkshuisvestelijk opgave en zo mogelijk leiden tot clustering van woningen in woongebieden met zorg.
27
Actielijn 2
Economie, arbeidsmarkt, 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie
Het bieden van een economisch perspectief en werkgelegenheid heeft een nauwe relatie met voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor locaties waar bedrijven zich kunnen vestigen. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent voldoende en passende bedrijventerreinen in de grote kernen. We geven lokale ondernemers in alle kernen de ruimte door in te zetten op maatwerk. Wij verbinden partijen aan elkaar en helpen met het vinden van de juiste routes. Centraal staan het behoud en de versterking van de bedrijvigheid, de werkgelegenheid en ons verdienvermogen. Er is een collectief belang voor het versterken van de brede economie in Tubbergen en in Twente. Twente in zijn geheel als aantrekkelijke en bereikbare regio voor wonen, werken en recreëren. Hierbij wordt ingezet op samenwerkingen met de ondernemers(verenigingen), verbindingen tussen de 3 O’s (ondernemers, onderwijs, overheid) en het collectieve belang van een brede welvaart. Hierbinnen is veel ruimte voor onze lokale arbeidsmarkt, vrijetijdseconomie en ontwikkeling van talent. Met betrekking tot vrijetijdseconomie zit er nog veel potentie in het economisch perspectief van de sector. Om dit te kunnen verzilveren, willen we blijvend inzetten op het verbeteren van de kwaliteit en de producten die worden geleverd.
Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een sterke economische sector. Wij willen dat ons bedrijfsleven participeert en profiteert van de ontwikkelingen in Noordoost Twente en de regio Twente. Wij verbinden partijen via ons netwerk binnen de 3O’s. Daarnaast herkennen wij in onze gemeente een sterke vorm van vrijetijdseconomie, waarbij wij inzetten op kwalitatief toerisme. In 2026 kijken we terug op: •
Nieuw gerealiseerde bedrijventerreinen in de grote kernen.
•
Een versterkt centrum van de kern Tubbergen (waarbij uitvoering is en wordt gegeven aan het centrumplan 2022).
•
Een goed onderhouden relatie met onze ondernemers inclusief perspectief op wat wij verstaan onder goed centrum/ondernemersmanagement.
•
Een bijdrage geleverd aan talentontwikkeling via de 3 O’s.
•
Een goede balans tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector;
•
Geboden mogelijkheden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid;
•
Uitvoering van projecten en ideeën die gericht zijn op toerisme of dagrecreatie als aanvulling op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoenverlenging;
•
Ingerichte toeristisch interessante locaties in de kernen en in het buitengebied.
Hoe leveren we een bijdrage aan Economie, arbeidsmarkt en 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •
Ontwikkelen. We ontwikkelen nieuwe bedrijfsgronden zodat onze lokale ondernemers kunnen uitbreiden en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen, ontplooien.
•
Verbinden. We zetten ons netwerk in om partijen binnen de regio met elkaar te verbinden.
•
Initiëren. We starten nieuwe projecten met het oog op de toegevoegde waarde voor ondernemers.
•
Participeren en stimuleren. We participeren in gebiedsprocessen en stimuleren de doorontwikkeling van centrumgebieden. Ook nemen we daarbij als gemeente een actieve ontwikkelende rol in.
28
Actuele ontwikkelingen Bedrijventerreinen Wat betreft ons economisch perspectief ligt de eerste behoefte bij het kunnen beschikken over nieuwe bedrijfsgronden. We verrichten inspanningen om in de 3 grote kernen nieuwe bedrijventerreinen te kunnen ontwikkelen. De behoefte aan nieuwe bedrijfsgronden is becijferd op basis van lokale (meerjarige) behoefte. Daarover zijn recentelijk in de regio afsprraken gemaakt, zodat onze ruimtebehoefte ook in regionaal verband is afgestemd. Inhoudelijk zien wij een uitdaging om nieuwe bedrijvenconcepten planologsch geregeld te krijgen. We zien dat ondernemers op hget raakvlak van detailhandel en bedrijfsmatige activiteiten bedrijfsconcepten doorontwikkelen, waarbij het de vraag is waar dergelijke initiatieven moeten worden gehuisvest (in de centra of of op bedrijventerreinen). We ambiëren maatwerk te kunnen leveren. Regionale samenwerking Ten aanzien van de 3O's wordt op regionale schaal onverminderd intensief samengewerkt tussen Overheid, Ondernemers en Onderwijs. Voor komend jaar verwachten we vooral een uitrol van de nieuwe Regio Deal. In 2023 is de deal afgerond met de Rijksoverheid en in 2024 zal de uitvoering, die mede is gefinancierd door de Agenda voor Twente, zijn beslag krijgen.
De Regio Deal is voor ondernemers een belangrijke kans om bij te dragen aan projecten op gebied van duurzaamheid, zorg, talentbehoud en toekomstbestendigheid van het MKB. Recreatie en toerisme Wat betreft Recreatie en toerisme signaleren wij een aantal trends die wij betrekken bij ons beleidsinspanningen en samenwerking met de sector. •
Het toerisme in Nederland normaliseert. Het aantal overnachtingen lag in 2021 (coronaperiode) in Nederland op een recordhoogte als gevolg van het binnenlands toerisme. De trend lijkt zich vanaf 2023 weer te normaliseren (cijfers hiervoor zijn nog niet bekend).
•
De consument blijft – ondanks de druk die hij voelt in zijn portemonnee – veel geld uitgeven in de vrijetijdssector. Dit is positief, echter geeft het ‘herstel’ van de sector vaak een te rooskleurig beeld. Ondernemers geven aan dat zij de inkoopprijzen gemiddeld 5 tot 7,5 % harder zien stijgen dan hun verkoopprijzen. Tevens blijft het personeelstekort, met name in de horeca, groot. Landelijk geeft een derde van de bedrijven aan minstens een dag minder open te zijn. De gemiddelde omzetderving door personeelstekort bedraagt 12 procent. Stijgende energiekosten zijn hierin nog niet meegerekend.
•
Door de coronacrisis is het consumentengedrag ten aanzien van vrije tijd verandert. Men is o.a. flexibeler geworden in hun werk- en privébalans door ‘plaats- en tijdonafhankelijk werken’. De beleving en inzet van vrijetijd is daardoor anders. Het is makkelijker geworden om paar dagen weg te gaan. Deze ontwikkeling kan positief bijdragen aan seizoenspreiding.
•
Door de coronacrisis heeft de eigen inwoner het lokale recreatieve product en de omgeving (her)ontdekt. Landelijk richten gebiedsmarketingbureaus zich daarom steeds meer op de eigen inwoner. Twente Marketing doet dit ook, en richt zich naast interessante bezoekers van buiten, ook steeds meer op de eigen Tukker.
Actielijn 3
Ruimte en maatschappelijke voorzieningen
Vanuit het perspectief van leefbaarheid is het van belang dat er in de kernen ruimte is om elkaar te ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) voorziet hierin, maar staat vaak onder druk door een moeizame exploitatie, verouderd vastgoed of kwetsbaarheden in bestuur of beheer. Er is een trend waarneembaar dat maatschappelijk vastgoed in kernen wordt geclusterd op één locatie om voldoende toekomstbestendig te zijn en kruisbestuiving (in zowel organisatie als bezoekers) te bewerkstelligen. Wanneer deze beweging vanuit de samenleving zelf komt, moedigen wij dat aan. De bestaande initiatieven blijven we ondersteunen. Wij horen graag welke ideeën leven en welke opgaven men in de kernen wil aanpakken. Een breed draagvlak is een vereiste.
29
Daarbij vinden wij het belangrijk dat het niet om de stenen zelf gaat, maar vooral om het maatschappelijk effect dat tot stand wordt gebracht als functies worden gecombineerd. Ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed herkennen wij de opgaven rondom herbestemming van kerkelijk vastgoed. Als wij een vraag krijgen uit de dorpen, kunnen we het proces faciliteren. Hierbij vinden wij draagvlak in de kernen belangrijk.
Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een robuust voorzieningenniveau. Wij zijn van mening dat maatschappelijk vastgoed duurzaam moet worden geëxploiteerd en dat kan het beste tot stand komen vanuit de kernen zelf. Wij dragen bij door te adviseren en processen te ondersteunen. In 2026 kijken we terug op: •
Kansrijke clustering van voorzieningen met een duurzaam perspectief op exploitatie en beheer.
•
Effectieve regeling verduurzaming vastgoed.
•
Een goede samenwerking in en met onze kernen bij vraagstukken waarbij onderwijs, cultuur, sport en aanpalende (commerciële) dienstverlening wordt gecombineerd.
Hoe leveren we een bijdrage aan Ruimte en maatschappelijke voorzieningen We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •
Faciliteren en inbrengen van kennis. Wij ondersteunen de kernen waarin processen tot stand komen om maatschappelijk vastgoed te vernieuwen en toekomstbestendig te maken. Wij participeren in projectgronden en brengen kennis in.
•
Subsidiëren en financieren. Wij leveren een financiële bijdrage aan het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. Enerzijds via subsidieregelingen. Anderzijds via investeringsbijdragen. De basis voor onze financiële steun is het maatschappelijk effect dat teweeg wordt gebracht met voorgenomen plannen en het profijt voor de inwoners dat hiermee in de kernen tot stand wordt gebracht.
Actuele ontwikkelingen De clustering van maatschappelijk vastgoed heeft de laatste jaren geleid tot verschillende plannen in de kernen Manderveen, Fleringen, Langeveen en Geesteren. (In Reutum wordt eveneens gewerkt aan een toekomstplan voor maatschappelijk vastgoed). Vanuit het Maatschappelijk Akkoord is ruimte gegeven aan dorpen om planvorming op te starten zodat de toekomstbestendigheid van kern kan worden gewaarborgd. Hoewel de intenties van zowel de gemeente als initiatiefnemers constructief zijn, en aanhaken bij onze ambities op het gebied van maatschappelijk rendement, draagvlak en positieve gezondheid, moet ook de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze initiatieven worden bezien. Wij werken toe naar "Strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijke voorzieningen". Wij starten met een kadernota waarin wij tenminste ingaan op de volgende elementen: •
Sluitende definitie welke accommodatie vallen onder 'maatschappelijke voorzieningen
•
Rolneming private eigenaar, beheerder of stichting (als initiatiefnemer en verantwoordelijke)
•
Rolneming gemeente (duiding van partnership)
•
Mate waarin voorziening kan voldoen aan beleidsdoelen sociaal domein en vastgoedbeleid inclusief duurzaamheid
•
Waarde voorziening in relatie tot demografie, kansengelijkheid, toekomstwaarde
•
Realiteitsgehalte en doelmatigheid van de voorziening in relatie tot de investering
•
Investeringsraming en exploitatielast in relatie tot volhoudbaarheid
•
Verhouding gemeentelijke bijdrage tot externe financiering en zelfwerkzaamheid
30
•
Toekomstperspectief en verwachtingen inclusief meerjarenplanning
Actielijn 4
Integrale veiligheid
Tubbergen is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Op het gebied van veiligheid spelen uiteenlopende vraagstukken, van woonoverlast en jeugdcriminaliteit tot verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent niet alleen veel vraagstukken, partijen en instrumenten, maar ook tal van verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We hebben de behoefte om focus aan te brengen in dit speelveld en de speerpunten in nieuw integraal veiligheidsbeleid met een uitvoeringsprogramma vorm te geven. Daarbij zien wij als gemeente een regierol. Wij zorgen voor afstemming met onze inwoners en (veiligheids)partners, zoals politie en het openbaar ministerie. Afhankelijk van het onderwerp worden ook andere partijen betrokken, zoals scholen, sociale (wijk)teams, ondernemers en de brandweer. Op het vlak van veiligheid is een verschuiving gaande naar andere criminaliteitsvormen, zoals ondermijning (inclusief zorgfraude) en cybercriminaliteit. Om te zorgen dat de gemeente Tubbergen hoog blijft scoren op het gebied van veiligheid, zal ook in de aankomende periode op het thema ondermijning worden ingezet. Naast de doorontwikkeling van de lokale aanpak ondermijning is een gemeentegrensoverschrijdende aanpak nodig. Wij willen als samenleving weerbaarder worden en onze inwoners daarover informeren.
Wij houden de voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten zo klein mogelijk.
Ons doel Wij willen een van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op: •
Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken.
•
Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid.
•
Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen.
Hoe leveren we een bijdrage aan Integrale veiligheid We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •
Strategische agenda. Wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners).
•
Rollen en bevoegdheden. Wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).
Actuele ontwikkelingen Voor het thema veiligheid volgen wij (doorlopend) landelijke en regionale trends. Deze vertalen wij door naar een regionale strategie en lokale aanpak. Dit laten wij uitmonden in ons Integrale Veiligheid Plan (IVP).
31
Programma Buitengebied in Balans Inleiding Buitengebied in Balans Buitengebied in Balans gaat in essentie over de economische ontwikkelingen in het buitengebied, in samenhang met de leefbaarheid. Tubbergen zet de komende jaren in op een realistische balans tussen een duurzame, toekomstgerichte agrarische sector, de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit en economische potenties van de toeristische sector. De optelsom van alle ontwikkelingen leiden de komende decennia tot een transitie van het landelijk gebied. Uiteindelijk laten we ons buitengebied er in alle opzichten sterker uit komen. We voorzien de ambitie met betrekking tot het buitengebied en de hieraan verbonden GGA-NOT (Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente) van een dynamische agenda. Dit doen we in een samenspel met onze inwoners, onze partners en de gebruikers. Frequent leiden nieuwe inzichten en regelgeving tot aanvullingen en wijzigingen op deze agenda. Indien nodig worden deze ook financieel vertaald. We realiseren ons dat de transitie van het buitengebied vele jaren, en dus meerdere raadsperioden, in beslag zal nemen. In de huidige vier jaar zal vooral de veranderrichting worden bepaald en een start worden gemaakt met de concrete Uitvoeringsagenda. We vertalen onze ambities naar twee thema’s: •
De agrarische sector
•
Landschap en natuur
Actielijn 1 Agrarische sector: Perspectief bieden aan de agrarische sector De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente en verdient een langjarig toekomstperspectief. Wij willen de agrariërs in Tubbergen half staan. Dit doen we door als gebiedspartner de komende jaren een substantiële bijdrage te leveren voor de agrarische sector. Met in het bijzonder aandacht voor een economisch perspectief voor het buitengebied en de leefbaarheid in het algemeen. We betrekken hierbij ook de opgaven voor water, stikstof en klimaat. De toekomst van de agrarische sector en daarmee het landelijk gebied en de leefbaarheid wordt voor een aanzienlijk deel gestuurd en bepaald door Europese wet- en regelgeving. Op rijksniveau is dit uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit is door de provincie vertaald in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG, besluitvorming niet bekend). Het kabinet investeert fors in de opgaven voor water, natuur en klimaat en in de verduurzaming van de landbouw. De keuzes en investeringen in de landbouw worden gekoppeld aan verduurzaming, kringlooplandbouw, nieuwe verdienmodellen en verbetering van de positie van de agrarisch ondernemer in de keten. Dit wordt per deelgebied verder uitgewerkt middels de Gebiedsgericht aanpak. Tubbergen maakt deel uit van de Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente (GGA-NOT).
Waar nodig dragen we financieel bij aan processen en projecten. We willen als gemeente proactief zijn. Opgaven zelf oppakken, met de blik op de toekomst. Samen werken aan een leefbaar, gezond, duurzaam en toekomstbestendig Tubbergen waar het goed vertoeven is.
Ons doel We gaan als gebiedspartner een substantiële en zichtbare bijdrage leveren aan het bieden van een economisch perspectief voor de agrarische sector in het bijzonder en het buitengebied in zijn algemeenheid. Vanuit onze grondhouding om uit te gaan van de kracht in de samenleving, daar waar het kan samen te werken en daar waar de gemeente een verantwoordelijkheid heeft deze te nemen, staan wij in de gebiedsprocessen naast onze agrariërs. We leveren hierbij maatwerk en zijn hierbij realistisch en duidelijk. In 2026 hebben we de verkregen inzichten en de uitgewerkte plannen vanuit het NPLG omgezet in operationeel beleid gericht op de transitie van de agrarische sector. En in 2026 zijn er in deelgebieden zichtbare stappen gezet met betrekking tot zowel het perspectief voor de landbouw als de natuur-, klimaat-, en waterdoelen.
32
Hoe leveren we een bijdrage aan een toekomstbestendige agrarische sector We willen als gemeente als volgt werken aan een toekomstbestendige agrarische sector: a. Aan het stuur zitten. We spannen ons maximaal in om daar waar mogelijk mee te sturen aan beleidskeuzes en uitvoeringsagenda’s. We zitten expliciet aan het stuur en bedienen de knoppen om invulling te geven aan de brede opgaven die er spelen in het buitengebied. We nemen deel aan elke relevante ‘tafel' waar we de belangen van onze inwoners kunnen behartigen. Daar waar relevant zetten we actief in op lobby. b. De keukentafel. De keukentafel is voor ons de plek waar we het maatwerk willen leveren voor gezinsbedrijven. We zien hier een belangrijke faciliterende en stimulerende rol voor onze agroconsulent, de ervencoach, het onderwijs en andere erfbetreders. Aan de keukentafel gaat het ook over de sociaal maatschappelijke kant: de mentale gezondheid en ondersteuning van de agrariërs die in een moeilijke situatie terecht zijn gekomen. We zetten als gemeente extra in op een ‘ervencoaches-plus’ die bij de begeleiding ook dit aspect invullen. c.
Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We bouwen aan duurzame relaties in een krachtenveld waar de belangen ver uit elkaar liggen. We zoeken voortdurend de dialoog met de Tubbergse samenleving, maatschappelijke partners en alle andere belanghebbenden. In het bijzonder hebben we aandacht voor de transitiekansen en het bieden van een perspectief.
d. Verdienmodellen ontwikkelen. De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente. Als onderdeel van het toekomstperspectief van de gezinsbedrijven willen wij op bedrijfs- en erfniveau ondernemers, indien nodig via maatwerk, zoveel mogelijk ruimte geven om eigen, nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. We zien deze ontwikkeling voor zowel stoppende als blijvende ondernemers.
Actuele ontwikkelingen Zoals bekend zou de transitieopgave in het landelijk gebied met name worden opgepakt door middel van gebiedsprocessen, aangestuurd door de provincie Overijssel in het kader van het PPLG. Momenteel is nog onhelder wat het nieuwe kabinet concreet gaat betekenen voor de opgaven in onze gemeente. Al wel is helder dat veel minder middelen beschikbaar zullen zijn voor de transitie, dat natuur ondergeschikt gemaakt wordt aan landbouw en dat agrarisch natuurbeheer een extra impuls krijgt. Tegelijkertijd blijft bepaalde wet- en regelgeving op het gebied van klimaat en water een grote impact hebben op ons buitengebied, kampen veel agrariers met een acuut mestprobleem (wat ertoe kan leiden dat zij stoppen) en neemt de biodiversiteit gestaag af. In het kader van het PPLG zijn destijds zes deelgebieden en gebiedsteams ingericht in Overijssel. Noordoost-Twente is zo'n deelgebied met een gebiedsteam en -tafel waaraan ook onze gemeente deelneemt, naast andere stakeholders zoals het waterschap, provincie en de landbouworganisaties. Op dit moment wordt vooral ingezet op het elkaar goed informeren en het informeren van agrariers en andere landeigenaren in het buitengebied over alle ontwikkelingen (onder andere door de proef met inloopspreekuren). Waar mogelijk wordt verkend of een gebiedsproces mogelijk is.
Kosten voor de inzet van ambtelijke ondersteuning bij deze projecten, zijn (grotendeels) vergoed door de provincie vanuit de (rijks-)middelen die beschikbaar gesteld waren voor de transitieopgave in het landelijke gebied. De rijks- en provinciale middelen voor de transitie voor het buitengebied lopen met het nieuwe kabinet drastisch terug. Desalniettemin zal de gemeente te maken krijgen met stoppers en agrariers die willen transformeren, opgaven in het kader van de KRW en een biodiversiteit die verslechtert. Kortom, ongeacht de politieke wind in Den Haag, blijven de opgaven in ons buitengebied groot en is een actieve houding van onze gemeente nodig om te zorgen voor een toekomstbestendig, leefbaar platteland, waarin natuur en de agrarische sector in balans zijn.
Actielijn 2 Landschap en natuur De GGA-NOT geldt ook voor het ontwikkelen van landschap en de natuur. We willen de landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente en dus ook van Tubbergen behouden en ontwikkelen. We maken ons sterk voor het behoud van ons veelzijdige cultuurlandschap, de natuur en de biodiversiteit.
33
We conformeren ons aan de Europese doelen: het in goede staat van instandhouding brengen, hebben en houden van de huidige Natura 2000 gebieden. Dit doen we in afstemming met onze eigen wensen en inzichten.
Ons doel We dragen als gebiedspartner bij aan het versterken en uitbreiden van de kwantiteit en kwaliteit van landschapsversterkende elementen. Dat doen we in het kader van en relatie tot het totale transitieproces. Met verdienmodellen voor grondeigenaren als voorwaarde biedt vergroting van kwaliteit en kwantiteit van natuur, landschap en biodiversiteit een bijdrage aan toekomstperspectief.
Hoe leveren we een bijdrage aan landschap en natuur We willen als gemeente als volgt werken aan de borging van de kwaliteiten van landschap en natuur: a. Huidige Natura 2000. We werken samen met onze partners en belanghebbenden aan de realisatie van de huidige Natura 2000 opgaven in onze gemeente. b. Agrariërs onderhouden het landschap. We onderzoeken of de agrariërs een rol in het landschapsbeheer kunnen vervullen. c.
Inpassen energieprojecten. We werken samen met diverse partijen aan hoge kwaliteit van ontwerp, aanleg en beheer van de landschappelijke inpassing van energieprojecten. Aan deze landschappelijke inpasbaarheid stellen we hoge eisen.
Actuele ontwikkelingen Het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet maakt natuur ondergeschikt aan landbouw en richt zich op (waar nodig) in stand houding van natuur en cultuur landschap (dus geen verbetering). Wel krijgt agrarisch natuurbeheer een extra impuls. Deze ecosysteemdiensten zijn van groot belang voor ons landschap, natuur en biodiversiteit. Onze gemeente maakt zich hard voor het voort bestaan van agrariers die immers van groot belang zijn voor de leefbaarheid, het onderhoud van ons landschap en deze ecosysteemdiensten. Nu de Natura2000-projecten in de uitvoeringsfase terecht komen, zal extra inzet van de gemeente niet meer nodig zijn en door de provincie vergoed worden. Gemeentelijke werkzaamheden in deze laatste fase betreffen regulier gemeentelijk werk. Om die reden worden geen financiële ontwikkelingen verwacht die aanleiding geven tot een aanvullende claim. Diverse onderzoeken laten zien dat de biodiversiteit in Nederland gestaag achteruit gaat en de natuur op verschillende plekken verslechtert. Dit blijft dus onverminderd om aandacht vragen. Met alle (toekomstige) claims op grond in het buitengebied, is en blijft passendheid in ons unieke landschap een belangrijk criterium.
Kortom, ook hier geldt dat ongeacht de politieke wind in Den Haag, de opgaven voor onze natuur en landschap groot blijven en wezenlijk zijn voor een toekomstbestendig, leefbaar buitengebied.
34
Programma Leefomgeving van de toekomst Inleiding Leefomgeving van de toekomst Wij willen een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. De bodem, het water en de lucht, de natuur, gebouwen en wegen en paden zijn allemaal onderdeel van onze leefomgeving. Door klimaatverandering komt onze leefomgeving onder druk te staan. We zullen ons moeten aanpassen aan veranderende weersomstandigheden zoals hitte, droogte en het vaker voorkomen van hevige neerslag. Ook willen we anders omgaan met energie en grondstoffen. Aan de hand van de energietransitie - waaronder ook de warmtetransitie valt- en de circulaire economie willen we het verbruik van grondstoffen terugdringen en het hergebruik van grondstoffen stimuleren. Het moet anders. Hoe dat moet, onderzoeken we vooral proactief en samen; de gemeente met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Als Noordoost-Twentse gemeenten bundelen we de krachten in het samenwerkingsverband de Energie van Noordoost Twente. Wij haken aan bij de landelijke doelstelling dat in 2030 55% minder CO² uitstoot moet zijn en 50% van de energie duurzaam moet zijn opgewekt. Dat is ambitieus en hiervoor moeten de komende jaren de nodige inspanningen geleverd worden. Trias Energetica: eerst besparen, dan opwekken We hanteren in alle inspanningen het principe van de Trias Energetica: 1.
Beperken van het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. We zetten daarom maximaal in op besparen. Door onze eigen gebouwen te verduurzamen, maar ook door inwoners en bedrijven te faciliteren en te stimuleren in het nemen van energiebesparende maatregelen en het ondersteunen van initiatieven. 2. Gebruik maken van energie uit duurzame bronnen (zoals zon, wind, water). We beperken we ons tot de opgave die minimaal noodzakelijk is vanuit de RES, met een maximale inzet op zon op dak. We zetten in op een sterke lobby om ruimte te creëren voor alternatieven voor windenergie binnen de opgave van de Regionale Energie Strategie (RES). We faciliteren en stimuleren we gebouweigenaren om hun warmtevraag duurzaam op te wekken, bijvoorbeeld aan de hand van (hybride) warmtepompen. Voor de productie van warmte willen we ook gebruik maken van het potentieel aan biogas en/of groengas in Tubbergen. De ontwikkelingen binnen het thema duurzaamheid gaan razendsnel. Nieuwe technieken, zoals bijvoorbeeld waterstof of geothermie zijn in opkomst. We volgen de ontwikkelingen en zullen inspringen en bijsturen op kansen die zich via nieuwe ontwikkelingen en technieken (bijvoorbeeld waterstof of geothermie) voordoen. 3.
Zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; Sommige woningen zijn lastiger te verduurzamen dan anderen. Ook zullen er bedrijven blijven die behoefte hebben aan gas voor hun productieprocessen. Biogas en/of groengas kunnen oplossingen bieden voor deze gebouwen. Echter moeten we er rekening mee houden dat we nog lange tijd fossiele energiebronnen nodig hebben; deze zullen dan zo efficiënt mogelijk worden ingezet.
35
Samen aan de slag De energietransitie is een forse opgave waar we gezamenlijk – inwoners, ondernemers én overheid - voor aan de lat staan. We nemen hierbij als gemeente een proactieve houding in en nemen inwoners en ondernemers mee in de opgave die er ligt. We faciliteren en ondersteunen initiatieven die een bijdrage leveren aan het verduurzamen van de gemeente. Hierbij bewaken we de integraliteit en houden we ook de samenhang met andere beleidsterreinen (landelijk gebied, sociaal domein, volkshuisvesting) in beeld en benutten kansen die zich voordoen. Energie van Noordoost Twente We staan als Noordoost-Twentse gemeenten allemaal voor dezelfde (forse) opgave in de energietransitie. Door krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Een aantal jaren geleden is hiervoor het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente opgestart. Deze samenwerking bouwen we de komende periode verder uit. Klimaatvisie De leefomgeving van de toekomst gaat verder dan alleen de energietransitie. Met de ondertekening van het klimaatakkoord hebben we ons gecommitteerd aan de bredere opgave om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast elektriciteit en warmte gaat het om thema's als klimaatadaptatie, circulaire economie, infrastructuur en mobiliteit, natuur en landschap en de landbouw.
Daartoe gaan we de heldere keuzes maken: wat zijn we verplicht om te doen, waar ligt onze extra ambitie, wat is onze rol? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s.
36
Actielijnen Het programma Leefomgeving van de Toekomst kent een dynamische agenda. Jaarlijks leiden nieuwe inzichten tot aanvullingen en wijzigingen. De uitkomsten uit de visie en uitvoeringsagenda kunnen leiden tot aanpassing en aanvulling van de actielijnen. Binnen het programma worden drie actielijnen geformuleerd. •
Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen & werken
•
Opwek - Duurzame energievoorziening
•
Mobiliteit & (maatschappelijk verantwoord) Inkopen
Actielijn 1 werken
Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en
Actielijn 1 In 2030 zijn twee miljoen Nederlandse woningen van het aardgas af. In 2050 verwarmt, kookt of doucht geen enkel huishouden meer met aardgas. We stappen over op duurzame warmte. Dit is afgesproken in het Nederlandse Klimaatakkoord. Ook bedrijven maken deze ommezwaai, met als doel dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Gemeenten in Nederland, zo ook de gemeente Tubbergen, hebben een grote rol in de overstap naar duurzame warmte. Om de opgave te laten slagen, werken we samen met inwoners aan haalbare en betaalbare oplossingen. We zetten daarbij ook maximaal in op het nemen van energiebesparende maatregelen.
37
Ons doel In 2050 wonen en werken we energieneutraal en aardgasvrij. Wij ondersteunen inwoners en bedrijven pro-actief in het proces om woningen en gebouwen meer te verduurzamen.
Hoe leveren we een bijdrage aan Verduurzamen – Op weg naar aardgasvrij wonen en werken We nemen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij projecten en inspanningen in deze actielijn mee aan de hand van een zogeheten ‘inwonerreis’; waarbij de eerste inzet is op bewustwording en informatievoorziening, daarna op advies en afweging om vervolgens tot uitvoering over te gaan. a. Bewustwording en informatievoorziening. Creëren van verdergaand bewustzijn, urgentiebesef en draagvlak onder onze inwoners en ondernemers voor de warmtetransitie door gerichte communicatie voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Het energieloket is de basis van onze informatievoorziening. Daarnaast werken we actief samen met lokale groepen (zoals energiecoöperaties) om de kennis actiever en vooral persoonlijker bij de inwoners en ondernemers onder de aandacht te brengen. b. Advies en afweging. Er komt veel op onze inwoners, ondernemers en instellingen af. De stap om daadwerkelijk te verduurzamen is voor velen ingewikkeld: welke keuzes kun/moet je maken, wat kost het en wat levert het op? We willen inwoners en ondernemers adviseren en ontzorgen in het proces naar haalbare en betaalbare oplossingen in het verduurzamen van hun woning.
We leveren daarvoor een ondersteuningsstructuur (gereedschapskist met verschillende instrumenten en werkwijze), passend bij de eigen specifieke woning en situatie. De instrumenten kunnen op wijkniveau worden ingezet en gemeente breed. Speciale aandacht is er voor het terugdringen van energiearmoede en het nemen van maatregelen voor de doelgroep die dit het meeste treft. c. Uitvoering – wijkuitvoeringsplannen. We zetten samen met inwoners en ondernemers het proces in de wijken voort om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen en waar nodig intensiveren we dit. Daarbij kijken we hoe we slim een wijk- of kerngerichte aanpak kunnen combineren met individueel gerichte maatregelen voor alle woningeigenaren in de gemeente. d. Herijken ambitie en -rolbepaling. Op basis van de opgedane ervaringen in de afgelopen jaren in de wijkuitvoeringsplannen herijken we de warmtevisie en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen.
Actielijn 2
Opwek - Duurzame energievoorziening
Wij haken aan bij de landelijke doelstelling dat in 2050 100% van de energie duurzaam is opgewekt en committeren ons aan de uitgangspunten en opgave vanuit de RES. We gaan verder invulling en uitwerking geven aan de RES Twente 2.0 waarin we de noodzakelijke mix van wind en zon voor onze gemeente verder definiëren. Daarbij beperken we ons tot de opgave die minimaal noodzakelijk is, met een maximale inzet op zon op dak. De doelstellingen zijn ambitieus, er moeten de komende jaren de nodige inspanningen geleverd worden. Hier willen we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie invulling aan geven. We bundelen de krachten in het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente en de regio Twente.
Ons doel We moeten meer energie duurzaam opwekken. In 2030 moet 50% van de energievoorziening duurzaam zijn opgewekt (en in 2050 volledig). Hier willen we samen met inwoners, bedrijven en organisaties invulling aan geven.
38
Hoe leveren we een bijdrage aan Opwek - Duurzame energievoorziening a. Maatschappelijke acceptatie. Creëren van verdergaand bewustzijn onder onze inwoners over de opgave in de energietransitie. Dit doen we door inwoners meer eigenaar te laten zijn van zowel het probleem als de oplossing. Eigenaarschap van inwoners bereik je niet vanzelf. Goede voorlichting (vergroten van kennis, delen van kennis, voorbeelden en ervaringen), betrekken van inwoners bij processen en projecten en het creëren van handvatten om gedrag te veranderen en inwoners te ontzorgen, zijn noodzakelijk. b. Vaststellen beleid en regelingen. Vaststellen van benodigd beleid ten behoeve van (grootschalige) duurzame opwek, waaronder het wind- en zonneveldenbeleid conform de routekaart wind en zon. Het belang en de gezondheid voor onze inwoners blijft hierbij centraal staan. Uitkomsten uit het onderzoek van het RIVM en andere deskundigen maken deel uit van de routekaart. We stellen windbeleid vast, omdat we het belangrijk vinden om zelf de regie te kunnen blijven voeren. We koppelen draagvlak aan de afstand tot windmolens. Naarmate inwoners dichter bij de windmolen wonen, weegt hun stem zwaarder in onze afweging draagvlak versus algemeen belang. We verkennen we de mogelijkheden voor het ondersteunen van initiatieven voor duurzame opwek aan de hand van (stimulerings)regelingen. c.
Lokale initiatieven in the lead. Het thema duurzaamheid staat steeds meer op de agenda in de verschillende kernen en het bedrijfsleven. Werkgroepen zijn in opkomst en coöperaties die in kansen denken. We faciliteren en ondersteunen kansrijke lokale duurzame initiatieven. Daarbij blijven we de regie voeren binnen participatieprocessen. Het Regionaal Energiebedrijf is in samenwerking met lokale coöperaties de motor van ontwikkeling van lokale projecten en initiatieven. Lasten lokaal, dan ook lusten lokaal is een belangrijk uitgangspunt, we streven naar een maximale participatiegraad van inwoners/omgeving binnen eventuele toekomstige projecten (minimaal 50%, bij voorkeur 100%). We kiezen voor een coördinator duurzaamheid die in gesprek gaat met inwoners, werkgroepen, initiatiefnemers en dorpsraden over de projecten en initiatieven.
d. Regionale en grensoverschrijdende samenwerking. We staan als (NOT-)gemeenten allemaal voor dezelfde forse opgave. Vanuit de krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Vanuit het samenwerkingsverband bundelen we de krachten richting de opgaven vanuit de regio Twente. We geven invulling aan de Regionale Energie Strategie 2.0, inclusief de vaststelling van de noodzakelijke en gewenste energiemix van wind en zon. We zetten in op een sterke lobby om ruimte te creëren voor alternatieven voor windenergie binnen de opgave van de Regionale Energie Strategie (RES). We zetten in op nieuwe technieken en ontwikkelingen. Voldoende netcapaciteit is een belangrijke randvoorwaarde om projecten te realiseren. Tubbergen loopt echter tegen de grenzen aan. We gaan in samenwerking met andere gemeenten en de RES Twente in gesprek met de netbeheerder voor mogelijke oplossingen. e. Opwek van warmte. We sluiten aan bij de oprichting van een beheersentiteit en zetten in op aansluiting en uitbreiding van de biogashub’s in onze gemeente. Door medeaandeelhouder te zijn van de op te richten beheersentiteit ontstaan mogelijk revenuen die ook ingezet kunnen worden voor een andere (duurzame) inspanningen.
Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rondom nieuwe technieken als geothermie en waterstof en zullen inspringen en bijsturen op kansen die zich via nieuwe ontwikkelingen en technieken voordoen.
Actielijn 3
Duurzame Mobiliteit
Ons doel Beter Organiseren van slimme, duurzame en zorgeloze mobiliteit zonder emissies.
Hoe leveren we een bijdrage aan Duurzame mobiliteit & (maatschappelijk verantwoord) Inkopen a. Voorbeeldfunctie. Als gemeente horen we het goede voorbeeld te geven door onze eigen voorzieningen en faciliteiten te verduurzamen. Onder meer stellen we een duurzaam mobiliteitsplan met een route voor het verduurzamen van ons eigen vervoer.
39
b. Laadinfrastructuur. In lijn met de visie op de laadinfrastructuur wordt uitbreiding van het aantal laadpalen gestimuleerd op de plekken waar dat gewenst is of waar rijders van elektrische auto’s wonen of werken.
Actuele ontwikkelingen Klimaatprogramma Er is gewerkt aan het opstellen van het Klimaatprogramma waarin de opgaven en ambities die we hebben ten aanzien van de uitvoering van het Klimaatakkoord zijn opgenomen inclusief een uitvoeringsprogramma. Daarbij zijn de hoofdsectoren en doelstellingen vanuit het Klimaatakkoord als basis genomen: 1. Gebouwde Omgeving 2. Elektriciteit 3. Industrie 4. Landbouw en Landgebruik 5. Mobiliteit Daarnaast is ook klimaatadaptatie als sector toegevoegd aan het Klimaatprogramma. Per sector is in beeld gebracht: waar ligt onze (extra) ambitie, wat doen we er al voor, wat gaan we extra doen, wat is onze rol en wat is de rol van stakeholders? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s. Het klimaatprogramma met uitvoeringsagenda wordt in juni 2024 aan de raad voorgelegd. Het klimaatprogramma vormt de basis voor de inhoud van de begroting 2025. De huidige actielijnen worden hierop aangepast. Er zijn vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor uitvoering van het Klimaatakkoord (Regeling CDOKE, zie onderstaand) en beschikken we ook over aanvullende subsidiegelden vanuit bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma.
Uitvoering van het Klimaatprogramma vindt plaats binnen deze en de reeds beschikbare middelen voor het programma Leefomgeving van de Toekomst. Middelen Regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Er zijn eind april 2023 voor de periode t/m 2025 extra financiële middelen van het Rijk beschikbaar voor de uitvoering van het klimaatakkoord. In het najaar 2023 is een bevestiging gekomen dat deze middelen in ieder geval t/m 2030 beschikbaar worden gesteld en daarmee als structureel mogen worden gezien. De specifieke uitkering (Brede doeluitkering BDU) is bedoeld voor het binnenhalen van nieuwe collega’s of externe deskundigen met kennis van klimaat en energie de sectoren vanuit het Klimaatakkoord zoals bovenstaand beschreven, met uitzondering van Landbouw en Landgebruik. Voor Tubbergen gaat het om een bedrag van circa 380.000 euro per jaar (oplopend). Warmtetransitie: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en Warmteprogramma Op 30 juni 2023 is het wetvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze geeft gemeenten de bevoegdheden om de regie over de lokale warmtetransitie te pakken. Met de Wgiw wordt een verplichting aan B&W opgelegd om een warmteprogramma voor de hele gemeente vast te stellen gericht op verduurzaming van bestaande gebouwen.
Het is de juridische vertaling van de warmtevisie waarin de gemeente per gebied de potentieel beschikbare duurzame warmtealternatieven in beeld per gebied het tijdspad van verduurzaming met de bijbehorende maatregelen en (financiële) consequenties. Voor dit moment zijn deze nog niet te overzien en mede ook afhankelijk van de middelen en kaders vanuit het Rijk. Het warmteprogramma moet op 1 juli 2026 zijn vastgesteld. Boerengas B.V. De NOT-gemeenten zijn aan het onderzoeken hoe ze de beschikbare biogaspotentie het best kan benutten. Momenteel wordt er nagedacht of het reeds opgerichte Boerengas B.V. hiervoor het juiste instrument is. De bedoeling is dat de biogaspotentie zo ruim mogelijk en gebiedsoverstijgend benut wordt.
40
Er wordt gezocht naar één of meerdere instrumenten om dit doel te bereiken. Het reeds gereserveerde budget zal worden ingezet om deze instrumenten nader uit te werken en in te zetten. Ontwikkelingen nieuwe technieken en ontwikkelingen •
Geothermie: De kansen voor diepe geothermie bevinden zich in de Tubbergen formatie (zandlaag uit het Carboon tijdperk). Deze aardlaag is in het noorden van Twente aangetroffen en is dus ook aanwezig in noordoost Twente. Geothermie is een van de mogelijke alternatieve oplossingen voor de levering van duurzame energie, naast andere duurzame energiebronnen. Deze techniek gaat echter gepaard met significante investeringen, risico’s en technische uitdagingen, maar vooral ook onbekendheid. Daarom worden alle aspecten in kaart te brengen, zodat weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden. Onderzoek en een proefboring zijn nodig. Er lopen gesprekken met de UT en de gemeente Enschede om hier verder invulling aan te geven.
•
Waterstof: Waterstof is een energiedrager, die voor de verdere toekomst wellicht kansen biedt voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Via de RES Twente sluiten we aan bij de H2Hub Twente We volgen de ontwikkelingen en zullen in spelen op kansen die zich voordoen.
•
Kernenergie: Op verzoek van de provincie is op basis van de kennissessie, een notitie over de toepassing van kernenergie in Nederland en de perspectieven voor SMRs geschreven. Deze kleine kerncentrales bevinden zich nu in de ontwikkelfase en moeten de zogenaamde ‘demonstratiefase’ nog doorlopen. Hoewel realisatie nog niet direct op korte termijn te verwachten is, volgen we de ontwikkelingen rondom de SMRs . Zodra een volgend concreet stadium bereikt wordt, wordt dit thema weer actief besproken in de Provinciale Staten.
Samenwerking Energie van Noordoost Twente Voor een deel van de opgaven in de energietransitie, in de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving, werken we sinds een aantal jaren samen met de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal in de Energie van Noordoost Twente. In januari 2024 hebben de colleges besloten om de samenwerking voort te zetten en te formaliseren via een bestuursovereenkomst voor de periode 2024-2026. Huisvesting en gastheerschap vindt plaats via de gemeente Dinkelland. Financiering vindt plaats binnen de reeds beschikbare middelen voor het programma Leefomgeving van de Toekomst in combinatie met de middelen van het Rijk (CDOKE). Circulaire economie Het onderwerp Circulaire Economie vormt één van de pijlers van de vrijwillige Twentse milieusamenwerking en is als zodanig vastgelegd in het samenwerkingsprogramma Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA) 2023 en in de gezamenlijke bestuursopdracht MDA 2020-2025. Er is een ‘Startnotitie Circulaire Economie Twentse gemeenten’ opgesteld dat de basis is voor een Koersdocument en Uitvoeringsplan. Het koersdocument vormt de basis voor invulling en concretisering van het plan van aanpak circulaire economie voor de gemeente Tubbergen. Deze wordt in het najaar 2024 voor vaststelling voorgelegd aan het college.
Uitvoering van het plan van aanpak moet leiden tot het vaststellen van de ambities en bijbehorende inspanningen voor circulaire economie in de gemeente Tubbergen, inclusief de financiële consequenties.
41
Programma Positieve Gezondheid Inleiding Positieve Gezondheid Gezond zijn is veel meer dan niet ziek zijn. Gezondheid gaat over sociale, mentale, financiële en fysieke gezondheid. Met deze brede kijk op gezondheid, dragen onderwijs, sport, cultuur, huisvesting, bestaanszekerheid en leefomgeving ook bij aan de gezondheid van onze inwoners. Het is de kunst de factoren die gezondheid negatief kunnen beïnvloeden, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en de factoren die een positieve inslag hebben te stimuleren en ondersteunen. Dit doen wij samen met onze inwoners, partners en gebruikers. Met deze bredere benadering willen wij bijdragen aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en mee te kunnen doen in de eigen omgeving. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren: van jong tot oud, van welvarend tot arm, van vitaal tot hulpbehoevend. Zo houden we inwoners zo lang mogelijk gezond en de zorg bereikbaar en betaalbaar. We vertalen onze ambities naar drie actielijnen; •
Zorg dichtbij en op orde
•
Gezond in je hoofd en in je vel
•
Iedereen kan en mag meedoen
Doel Onze inwoners zijn in 2026 minimaal even gezond als in 2021 (fysiek, mentaal, sociaal en economisch).
Actuele ontwikkelingen De zorgkosten stijgen, mede als gevolg van een complexere en meer zichtbare zorgvraag. Voor de gezondheid van onze inwoners en om de zorg betaalbaar en bereikbaar te houden voor diegene die het echt nodig hebben, zien we een toenemend belang van de inzet op preventie en het versterken van de sociale basis. Landelijk zien we dit onder andere terug in : •
de hervormingsagenda Jeugd
•
gezond en actief leven akkoord en de bijbehorende brede spuk
•
het integraal zorgakkoord
•
nationaal preventie en sportakkoord.
In het hoofdlijnenakkoord geven de vier partijen aan dat preventie meer centraal komt te staan om daarmee de zorg voor de toekomst ook toegankelijk te houden. Aandacht voor sport en bewegen, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag zijn daarbij belangrijk. Daarnaast laat het hooflijnenakkoord zien dat vooral ingezet wordt op de curatieve, langdurige zorg. Er is geen aandacht voor gezond opvoeden en opgroeien in een gezonde leefomgeving en het belang van het versterken van de sociale basis. Dit terwijl dat cruciaal is om het beroep op toekomstige curatieve en langdurige zorg te beheersen. De hervormingsagenda jeugd gaat door, die laat wel een beweging zien naar het versterken van de sociale basis om zwaardere vormen van jeugdzorg te voorkomen. Op regionaal niveau zien we in het onlangs vastgestelde regiobeeld een aantal ontwikkelingen: •
Sterk vergrijzende regio
•
Cijfer voor overgewicht en overmatig alcoholgebruik liggen ruim boven landelijk gemiddelde. De verwachting is dat het percentage met overgewicht sterk toeneemt.
•
Oplopend tekort een personeel in de zorg en welzijn neemt toe
•
Percentage dat moeite heeft met rondkomen blijft stijgen
•
Mentale gezondheid staat onder druk, met name bij jong volwassenen.
42
In de regionale aanpak, weergegeven in het programma Twentse Koers, zien we ook een beweging naar het inzetten op preventie en het versterken van de sociale basis. In opvolging op deze ontwikkelingen wordt ook lokaal binnen het programma gezondheid volop ingezet op preventie en het versterken van de sociale basis andere middels de pilot dorpsondersteuners, de uitvoeringsagenda's gezondheid, sport en armoede etc. De manier waarop de huidige sociale basis (voorliggende voorzieningen en ondersteuningsnetwerk) is ingericht zien we een aantal aandachtspunten: •
De pilots dorpsondersteuners en buurtsportcoaches zijn voorzien van incidentele middelen. Momenteel zijn geen structurele middelen beschikbaar voor het structureel verankeren van deze ondersteuning. Tevens wordt gewerkt aan het herijken van dit ondersteuningsnetwerk. Naar verwachting zijn echter meer structurele middelen nodig dan in de herijking te realiseren zijn.
•
Op het gebied van de Wmo wordt op dit moment vooral ingezet op maatwerk. Dit terwijl er zich kansen voor doen om passende voorliggende voorzieningen te ontwikkelen die als demping kunnen werken voor de vraag naar maatwerk. Zowel landelijk als regionaal wordt hier ervaring mee opgedaan.
•
Inwoners, verenigingen en organisatie willen helpen en steken de handen uit de mouwen om een bijdrage te leveren aan het versterken van de sociale basis. Dit kunnen ze niet alleen. Subsidies zijn nodig om partijen te stimuleren en daarmee voorzieningen zoals ontmoeting mogelijk te maken. Vanuit het leefbaarheidsfonds worden veelbelovende initiatieven ontplooit, maar deze kunnen door gebrek aan structurele middelen niet worden verankerd. Om succesvolle initiatieven die bijdragen aan nieuwe/vervangende vormen van zorg en ondersteuning in de kernen te kunnen continueren zijn structurele middelen nodig. Momenteel vindt een herijking van het subsidiebeleid plaatst. Naar verwachting is een deel om te buigen maar vraagt het versterken van de sociale basis mogelijk om meer investering in het voorveld dan via het herijken te realiseren is.
Bovenstaande aandachtspunten vragen om een incidentele investering, maar vooral om structurele middelen om de sociale basis te versterken en te borgen voor de toekomst. Zodat de zorg betaalbaar en bereikbaar blijft en inwoners zo lang mogelijk zelfredzaam en gezond zijn.
Actielijn 1 Zorg dichtbij en op orde Als het gaat om het zorglandschap volgen wij in principe de regio bij regionale en bovenlokale vormen van zorg. Hierbij zullen wij scherp toezien op kwalitatieve zorgaanbieders die vooraf goed worden gecontroleerd op fraude en blijven hierop monitoren. Daar waar onze invloed het grootst is, zetten we op in. Dat is de lokale zorg. Onze ambitie is om de zelfredzaamheid en de eigen regie van de inwoner te ondersteunen. Daar waar nodig door proactiever, preventief en zo vroeg mogelijk met onze partners en inwoners te werken aan gezondheid. Wat een inwoner wél kan, staat hierbij voorop. Wij starten een heroriëntatie op onze lokale zorg en ondersteuningslandschap om onder meer de verbinding tussen Schakel en de samenleving te verbeteren. We gaan onderzoeken of een zogenaamde dorpsondersteuner hierbij kan helpen. Lokaal richten wij ons op het verbeteren van korte lijnen door middel van een gebiedsgerichte aanpak van de zorg en ondersteuning (van de algemene voorzieningen). Wij sluiten aan en ondersteunen initiatieven uit de dorpen. We richten een leefbaarheidsfonds in voor initiatieven uit de dorpen die een bijdrage leveren aan het bevorderen van de gezondheid (in brede zin). Doel is: menselijker zorg, efficiënter, effectiever en dichtbij.