Bijlage Perspectiefnota 2025 Tubbergen.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2025
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 5 Van begroting 2024 naar perspectiefnota 2025 ............................................................................................ 6 Inleiding ...................................................................................................................................................... 6 1. Meerjarig saldo begroting 2024 .............................................................................................................. 6 2. Mutaties bestaand beleid ....................................................................................................................... 6 3. Herzien meerjarig saldo ....................................................................................................................... 14 4. Specifieke mutaties .............................................................................................................................. 15 5. Geactualiseerd herzien meerjarig saldo .............................................................................................. 19 6.
Uit te werken zoekrichtingen ................................................................................................................ 20 7. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ......................... 23 Inleiding ambitiebegroting............................................................................................................................ 25 Programma Leefbare kernen....................................................................................................................... 26 Actielijn 1 Wonen: Perspectief op woningbouw ....................................................................................... 26 Actielijn 2
Economie, arbeidsmarkt, 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie ................................... 28
Actielijn 3
Ruimte en maatschappelijke voorzieningen ...................................................................... 29
Actielijn 4
Integrale veiligheid............................................................................................................. 31
Programma Buitengebied in Balans ............................................................................................................ 32 Actielijn 1 Agrarische sector: Perspectief bieden aan de agrarische sector ............................................ 32 Actielijn 2 Landschap en natuur ............................................................................................................... 33 Programma Leefomgeving van de toekomst ............................................................................................... 35 Actielijn 1
Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en werken ............ 37
Actielijn 2
Opwek - Duurzame energievoorziening ........................................................................... 38
Actielijn 3
Duurzame Mobiliteit ........................................................................................................... 39
Programma Positieve Gezondheid .............................................................................................................. 42 Actielijn 1 Zorg dichtbij en op orde ........................................................................................................... 43 Actielijn 2 Gezond in je hoofd en in je vel ................................................................................................ 44 Actielijn 3 Iedereen kan en mag meedoen ............................................................................................... 45 Programma Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht ............ 46 Actielijn 1 Samenlevingsgerichte bestuursstijl ......................................................................................... 46
2
Actielijn 2 Een sterk en toekomstbestendig Noaberkracht....................................................................... 47 Actielijn 3 Financieel gezond blijven ........................................................................................................ 49 Basisbegroting ............................................................................................................................................. 51 Programma Bestuur & middelen .............................................................................................................. 51 Programma Dienstverlening & burgerzaken ............................................................................................ 52 Programma Veiligheid .............................................................................................................................. 53 Programma Openbare ruimte & mobiliteit ................................................................................................ 53 Programma Economie.............................................................................................................................. 55 Programma Onderwijs..............................................................................................................................
56 Programma Sport & accommodaties ....................................................................................................... 56 Programma Cultuur & recreatie ............................................................................................................... 57 Programma Sociaal domein ..................................................................................................................... 58 Programma Milieu .................................................................................................................................... 61 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening ............................................................................... 61
3
Inleiding Voor u ligt de perspectiefnota 2025 van de gemeente Tubbergen die door het college van Tubbergen aan u als raad aangeboden wordt. Doel van deze perspectiefnota 2025 is tweeledig. 1. Actualisatie van de financiële stand van zaken 2. Stellen van kaders en geven van richting Ad. 1 Actualisatie van de financiële stand van zaken Om op een integrale manier te kunnen komen tot het stellen van kaders en het geven van richting is het van belang dat er beeld en gevoel is bij de financiële mogelijkheden en onmogelijkheden. Daarom beginnen we deze perspectiefnota met het actualiseren van ons herziene meerjarige saldo. Zeg maar het structurele meerjarige financiële plaatje. Dit doen we door mutaties bestaand beleid (veelal autonome ontwikkelingen of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden) meerjarig te vertalen. Over deze zaken wordt in deze perspectiefnota besluitvorming gevraagd. Daarna brengen we een aantal zogenaamde specifieke mutaties in beeld waarover in de perspectief ook besluitvorming wordt gevraagd. Dit leidt tot een geactualiseerd herzien meerjarig saldo dat we als uitgangspunt hebben genomen voor onze nader uit te werken (zoek)richtingen. Daarnaast brengen we ook de laatste stand van zaken van onze reserve positie in beeld.
Hierbij houden we rekening met de bestendige gedragslijn om het voordelige saldo vanuit de jaarrekening 2023 en het saldo van de jaarschijf 2024 uit deze perspectiefnota 2025 te verrekenen met de algemene reserve. De, door uw raad vastgestelde ratio van 1,5 betreffende het weerstandsvermogen blijft voor ons het uitgangspunt om de noodzakelijke hoogte en het mogelijke surplus van de algemene reserve te bepalen. Het surplus op de algemene reserve wordt daarna toegevoegd aan Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. De geactualiseerde stand van deze reserve is door ons als uitgangspunt genomen voor onze nader uit te werken (zoek)richtingen. Ad. 2 Stellen van kaders en geven van richting De perspectiefnota bepaalt op hoofdlijnen de richting voor de komende vier jaren. De richtinggevende en kaderstellende uitspraken uit de perspectiefnota (zowel inhoudelijk als financieel) zijn een opdracht van de gemeenteraad aan het college om zaken nader uit te werken. Ze zijn uitgangspunt bij de begroting 2025 die later dit jaar wordt opgesteld en de perspectiefnota 2026 waar verdere besluitvorming plaatsvindt. In het presidium is afgesproken de leden van de gemeenteraad in de voorbereiding te betrekken bij het opstellen van de Perspectiefnota.
Voordat het college de Perspectiefnota opstelt, heeft de raad de kans gehad iets te vinden van de genoemde zoekrichtingen en politieke prioriteiten aan te geven. Dit heeft plaatsgevonden op 28 mei 2024. Voorafgaand aan die bijeenkomst heeft op 23 april 2024 een bijeenkomst plaatsgevonden waar de raad ambtelijk geïnformeerd is over de financiële stand van zaken en een aantal ontwikkelingen die spelen. Tijdens de raadsvergadering van 28 mei 2024 hebben alle raadsfracties gereageerd op de zogenaamde ""zoekrichtingen" die waren opgenomen in de betreffende raadsbrief. De inbreng van de verschillende raadsfracties is uiteraard betrokken bij het verder opstellen van deze perspectiefnota door het college. De nader uit te werken (zoek)richtingen uit de perspectiefnota zijn een opdracht van de gemeenteraad aan het college om zaken nader uit te werken. Ze zijn uitgangspunt bij de begroting 2025 die later dit jaar wordt opgesteld en de perspectiefnota 2026 waar verdere besluitvorming plaatsvindt. De uit te werken (zoek)richtingen zijn in deze perspectiefnota voorzien van een korte algemene omschrijving.
4
Leeswijzer In deze leeswijzer worden een aantal zaken toegelicht zodat u deze perspectiefnota makkelijker kunt lezen. Allereerst een korte toelichting op de opbouw van de perspectiefnota. Deze perspectiefnota heeft als basis het Coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!". Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord: •
Leefbare kernen
•
Buitengebied in Balans
•
Leefomgeving van de toekomst
•
Positieve gezondheid
•
Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht
Na dit ambitiedeel (de ambitiebegroting) volgt de basisbegroting die bestaat uit de volgende 11 basisprogramma's 1. Programma Bestuur en Middelen 2. Programma Dienstverlening en Burgerzaken 3. Programma Veiligheid 4. Programma Openbare Ruimte en Mobiliteit 5. Programma Economie 6. Programma Onderwijs 7. Programma Sport en Accommodaties 8. Programma Cultuur en Recreatie 9. Programma Sociaal Domein 10. Programma Milieu 11. Programma Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Er is een wederzijds relatie tussen de ambitiebegroting en de basisbegroting. Er zijn namelijk zaken vanuit de basisbegroting die een directe link met de ambitiebegroting hebben en vice versa. •
Projecten die voortkomen uit ambities kunnen na uitvoering en afronding structurele lasten met zich meebrengen in de beheerfase. De financiering van het project vindt plaats vanuit de ambitiebegroting (incidenteel), terwijl de structurele lasten afvloeien naar de basisbegroting en een plek krijgen onder een van de elf programma's.
•
Activiteiten en inspanningen (reguliere capaciteit en middelen) vanuit de basisbegroting kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen in de ambitiebegroting. Daarnaast kan ook (reguliere) capaciteit aan de basisbegroting worden onttrokken om te worden ingezet voor de ambities (projecten en processen).
We beginnen deze perspectiefnota 2025 echter met een actualisatie van onze financiële stand van zaken om redenen zoals reeds is aangegeven in de inleiding.
5
Van begroting 2024 naar perspectiefnota 2025 Inleiding Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet: Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze perspectiefnota 2025 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de begroting 2024 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt. In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo aan de hand van de zogenaamde mutaties op de uitvoering van het bestaande (dus vastgestelde) beleid. In paragraaf 3 treft u het herzien meerjarige saldo na verwerking mutaties bestaand beleid aan In paragraaf 4 zijn de specifieke mutaties weergegeven. Het geactualiseerde herzien meerjarig saldo is vervolgens weergegeven in paragraaf 5. In paragraaf 6 staan we stil bij een aantal nader uit te werken (zoek)richtingen. Tot slot geven we in paragraaf 7 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.
1. Meerjarig saldo begroting 2024 Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C-documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de perspectiefnota 2025 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de begroting 2024. Gemeente Tubbergen
2024
2025
2026
2027
2028
Herzien meerjarig saldo begroting 2024
1.146
2.194
-330
-337
-735
Storting in algemene reserve
-1.146
-
-
-
-
-0
2.194
-330
-337
-735
2024
2025
2026
2027
2028
- hogere algemene uitkering
407
118
-46
344
511
- te ramen (stel)posten
-328
-391
-426
-423
-421
- te ramen taakmutaties
-45
-21
-17
-10
-3
Herzien meerjarig saldo begroting 2024
2. Mutaties bestaand beleid Toelichtingen op mutaties bestaand beleid Mutaties bestaand beleid Septembercirculaire 2023
6
Decembercirculaire 2023 - hogere algemene uitkering
336
264
231
239
246
Aanvulling prijscompensatie
-300
-250
-100
-100
-100
Startersleningen
-15
-15
-15
-15
-15
Proceskosten WOZ bezwaren
-20
OZB
60
60
60
60
60
-300
-120
-120
-120
-120
120
120
120
120
0
-273
-273
-273
-273
-330
-330
-330
-330
-330
- Twence
80
80
80
80
80
- BNG
25
- Cogas
0
0
4
4
-143
Noaberkracht
57
-130
-110
-110
-110
- Samen Twente
-128
-121
-107
-107
- VeiligheidsRegio Twente (VRT)
-100
-100
-100
-100
Onderhoud wegen - prijsindexatie - inzet stelpost prijscompensatie Sociaal Domein - kostprijsonderzoek reeele tarieven en impact inkoop - doorwerking vanuit het jaar 2023 Diividenden
Verbonden partijen
7
- Recreatieschap Twente
-56
-6
-6
-6
- Omgevingsdienst Twente (ODT)
-96
-96
-96
-96
-25
-27
-30
-36
160
160
160
160
- Stadsbank
-23
- inzet geraamde stelpost - Overige kleine(re) verschillen
44
50
39
28
35
Totaal mutaties bestaand beleid
-352
-1083
-1.093
-685
-648
Septembercirculaire 2023 Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De septembercirculaire bevat informatie over de actualisatie van het accres op basis van de Miljoenennota. De algemene uitkering zoals die blijkt uit september- en de decembercirculaire nemen we mee in de perspectiefnota en de algemene uitkering volgens de meicirculaire is de basis voor de begroting. Deze bestendige gedragslijn is afgestemd en akkoord bevonden door onze toezichthouder, de provincie Overijssel. De hoogte en omvang van de algemene uitkering uit de septembercirculaire 2023 laat het volgende meerjarige verloop zien: gemeente Tubbergen
2024
2025
2026
2027
2028
Stand meicirculaire 2023
36.640
38.326
36.409
37.106
37.919
Stand septembercirculaire 2023
37.047
38.444
36.363
37.450
38.430
407
118
-46
344
511
Saldo -> hogere algemene uitkering
Sinds de meicirculaire 2022 is het volume deel bevroren tot en met 2025. Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek is er in de septembercirculaire 2022 eenmalig 1 miljard extra beschikbaar gesteld in 2026. Hierdoor staat het volumedeel vast tot en met 2026. Bij de voorjaarsnota is dit bedrag vanaf 2027 structureel gemaakt en is besloten de volumeontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Dit verklaart ook verschil tussen het jaar 2026 en de jaren daarna. Deze hogere algemene uitkering is naast een aantal taakmutaties vooral een gevolg van compensatie voor loon- en prijsaanpassingen. Verderop in deze toelichting komen we daar op terug. Loon- en prijsdeel Voor de jaren tot en met 2026 bepaalt de CPB raming van de loonvoet sector overheid, de index voor materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen de index voor loon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2027 volgt de indexatie voor inflatie de prijs bbp van het lopend jaar. In de septembercirculaire 2023 zijn de LPO accressen voor de jaren 2024 tot en met 2028 bijgewerkt.
8
te ramen (stel)posten
2024
2025
2026
2027
2028
- stelpost looncompensatie
-260
-340
-400
-400
-400
- loon- en prijsbijstelling jeugdzorg
-38
-23
0
0
- Participatie
-30
-28
-26
-23
-21
Totaal te ramen (stel)posten
-328
-391
-426
-423
-421
De cijfers voor de loonontwikkeling zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023 zijn hoger dan de cijfers uit de meicirculaire 2023. Wij hebben onze stelpost looncompensatie hierop aangepast. Daarnaast zitten er in de septembercirculaire 2023 een tweetal specifieke mutaties op het gebied van loon- en prijsbijstelling (jeugd en participatie). Hiervoor ramen wij in eerste instantie stelposten die in de loop van het jaar 2024 worden omgezet naar functionele ramingen. Taakmutaties De taakmutaties die in de septembercirculaire 2022 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Tubbergen zijn: te ramen taakmutaties
2024
2025
2026
2027
2028
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen €
-7
-8
-8
-8
-8
Handhaving energielabel C kantoren
-2
-2
2
2
0
Bijzondere Bijstand en vroegsignalering
-25
0
0
0
0
Rijksvaccinatieprogramma
-4
-4
-4
-4
-4
Veilig wonen
-7
-7
-7
0
0
Re integratie
0
0
0
0
9
-45
-21
-17
-10
-3
Totaal te ramen taakmutaties
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt vanaf 2023 structureel met circa € 1,8 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s.
9
Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Voor de gemeente Tubbergen betreft het hier een structureel bedrag van € 8.000. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten voor de periode 2021 tot en met 2029. De VNG en het ministerie van BZK vinden dat toezicht en handhaving van deze maatregel voortvarend moet worden opgepakt. Zo wordt een duidelijk signaal afgegeven dat normerende maatregelen opgevolgd dienen te worden. De spreiding van het budget voor toezicht en handhaving over een lange periode, zoals oorspronkelijk gepland, is ongewenst. Daarom worden middelen naar voren gehaald, zodat het zwaartepunt van de financiering ligt in de jaren 2023 tot en met 2025. Over deze periode ontvangt de gemeente Tubbergen een bedrag van € 2.000 per jaar. In de meicirculaire 2024 zullen de jaren 2026 tot en met 2029 worden verwerkt.
Bijzondere bijstand en vroegsignalering Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is er in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld (meicirculaire). Voor 2024 wordt ook in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld (cluster Participatie). Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een incidenteel bedrag van € 25.000/ Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen een maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten. De maternale kinkhoestvaccinatie wordt dan toegevoegd aan de opsomming van vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, in het Besluit publieke gezondheid. Bij deze septembercirculaire worden de bijbehorende middelen (circa € 4 miljoen per jaar) aan het gemeentefonds toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een structureel bedrag van € 4.000 per jaar. Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur.
Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Ten behoeve van een veilige woonplek krijgen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies op maat aangeboden. Bij de advisering zal een breder pakket van preventieve maatregelen worden gehanteerd, waaronder fysieke, elektronische en digitale maatregelen. Gemeenten dienen op basis van de nieuwe regeling het beveiligingsadvies altijd over te nemen en de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen te bekostigen. Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming van € 2,4 miljoen per jaar tegenover gesteld voor de periode 2023-2026. Over deze periode ontvangt de gemeente Tubbergen een bedrag van € 7.000 per jaar. Samenvatting Septembercirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Hogere algemeen uitkering
407
118
-46
344
511
Totaal te ramen (stel)posten
-328
-391
-426
-423
-421
10
Totaal te ramen taakmutaties
-45
-21
-17
-10
-3
Totaal
34
-294
-489
-89
87
Decembercirculaire Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit is dus de laatste van dit jaar. De algemene uitkering zoals die blijkt uit september- en de decembercirculaire nemen we mee in de perspectiefnota en de algemene uitkering volgens de meicirculaire is de basis voor de begroting. Deze bestendige gedragslijn is afgestemd en akkoord bevonden door onze toezichthouder, de provincie Overijssel. De hoogte en omvang van de algemene uitkering uit de decembercirculaire 2023 laat het volgende meerjarige verloop zien: Decembercirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
stand septembercirculaire 2023
37.047
38.444
36.363
37.450
38.430
stand decembercirculaire 2023
37.383
38.708
36.594
37.689
38.676
336
264
231
239
246
Saldo -> hogere algemene uitkering
In de decembercirculaire 2023 heeft een actualisatie plaatsgevonden van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Waar we tijdens het analyseren en berekenen van decembercirculaire 2023 nog uitgingen van alleen een incidenteel effect in het jaar 2024 heeft het rijk inmiddels laten weten dat deze actualisatie een structureel karakter heeft en dus meerjarig doorwerkt. De daadwerkelijke verwerking en aanpassing vindt plaats in de meicirculaire 2024. Vooruitlopend daarop houden wij al rekening met deze meevaller. Aanvulling prijscompensatie De (hoge) inflatie blijft doorwerken in de verschillende ramingen van onze gemeentelijke (meerjaren)begroting. Vooral op het gebied van de openbare ruimte en het Sociaal Domein. De compensatie die we krijgen via het rijk ( de algemene uitkering) en de indexatie van onze eigen inkomsten bieden onvoldoende ruimte om de totale kosten van de inflatie te dekken. Wel verwachten we dat de inflatie op termijn weer zal afvlakken vandaar dat ook de ramingen vanaf 2026 wat lager zijn. De (hoge) inflatie en de compensatie daarvoor blijft echter een erg onzekere factor die de nodige risico's met zich meebrengt. Startersleningen Er blijkt een blijvend e behoefte te aan en starterslening bij de bouw/ aankoop van een woning door starters.
Het voor de uitvoering va de Verordening Starterslening gemeente Tubbergen beschikbaar gestelde fonds is inmiddels voor meer dan de helft besteed. Het college stelt voor om in het kader van het voortzetten van van de uitvoering van de Verordening starterlening gemeente Tubbergen (bestaand beleid) een aanvullende storting te doen in het fonds van € 500.000. De rente lasten hiervan bedragen € 15.000 per jaar en komen voor rekening van de gemeente Tubbergen.
11
Proceskosten WOZ bezwaren Het aantal binnengekomen beroepszaken in 2024 tegen de uitspraken op de WOZ-bezwaren van belastingjaar 2023 is vervijfvoudigd. Waar het gemiddelde de afgelopen jaren rond de 20 beroepszaken lag, zijn er de afgelopen tijd ruim 100 beroepszaken binnengekomen. Ongeveer 95% van de beroepszaken is ingediend door no cure no pay bureaus. De hoge aantallen zijn te verklaren door de wetswijziging met betrekking tot de verlaagde proceskosten voor de no cure no pay-bureaus. Per 1 januari 2024 krijgen deze bureaus een veel lagere vergoeding. Echter, voor de uitspraken op bezwaren die in 2023 zijn gedaan, ontvangen zij nog het volledige bedrag aan proceskosten. Het is een landelijke trend dat deze bureaus proberen om nog zo veel mogelijk proceskosten te verkrijgen door middel van het indienen van beroepszaken. Vooralsnog gaan we uit van een kostenpost in 2024 van € 45.000 waarvan een bedrag van € 20.000 reeds was geraamd. Onroerende Zaak Belasting (OZB) Uit de opgelegde aanslagen in het jaar 2024 blijkt dat de groei van het aantal (gereed gemelde) woningen hoger was dan de raming. Dit betekent een structureel hogere opbrengst. Prijsindexatie onderhoud wegen In de afgelopen P&C documenten )perspectiefnota 2024 en de begrotingen 2023 en 2024) hebben we onze ramingen aangepast aan de gevolgen van de gestegen prijzen (inflatie).
Hierbij hebben we ook melding gemaakt van de uitzonderlijk hoge indexcijfers voor het onderhoud aan de elementen- en asfaltverhardingen. Waar we uitgingen van een afvlakking van deze uitzonderlijk hoge indexcijfers blijkt deze situatie toch voort te duren en zelfs een structureel karakter te vertonen. Vandaar dat wij de ramingen voor de onderhoudsbudgetten wegen structureel verhogen met € 120.000. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de stelpost prijscompensatie. De eenmalige verhoging in 2024 van € 300.000 brengen we ten laste van het begrotingssaldo voor het jaar 2024. Sociaal Domein Kostprijsonderzoek reële tarieven & inkoop jeugd en Wmo In 2023 zijn de contracten voor jeugdzorg en Wmo nogmaals verlengd. Ook is in 2023 een start gemaakt met de inkoop voor 2025. Om deze reden is er een kostprijsonderzoek uitgevoerd om te bekijken of de tarieven die betaald worden aan aanbieders voor geleverde zorgproducten nog wel reëel zijn. Voor een aantal producten is geconcludeerd dat de prijs te laag is. Hiervoor zijn nieuwe, reële tarieven vastgesteld. Over 2023 heeft er over deze producten een nabetaling plaatsgevonden aan aanbieders. Dit zal in 2024 ook weer gebeuren. Voor de jeugdzorg en de Wmo is er in 2023 € 183.000 nabetaald. Voor de nieuwe inkoop per 2025 is er regionaal een impactanalyse opgesteld.
Volgens deze impactanalyse zullen de meerkosten van de inkoop jeugdzorg en Wmo voor Tubbergen per 2025 € 420.500 per jaar bedragen. Dit zijn de meerkosten ten opzichte van de tarieven inclusief het kostprijsonderzoek reële tarieven. Dat betekent dat de totale extra kosten voor Tubbergen per 2025 € 603.500 zijn. In onze begroting hadden we al een stelpost opgenomen van € 330.000 in verband met de verwachte hogere kosten, dat betekent nog een tekort van € 273.500. Doorwerking vanuit het jaar 2023 Sociaal Domein
2024
2025
2026
2027
2028
Vervoer
160
160
160
160
160
WMO
80
80
80
80
80
jeugd
-345
-345
-345
-345
-345
12
Participatie
-250
-250
-250
-250
-250
Totaal
-330
-330
-330
-330
-330
Vervoer Uit de jaarstukken 2023 bleek een voordeel van €142.000 op vervoer (leerlingenvervoer, vervoer dagbesteding en de regiotaxi). Na de nieuwe inkoop vervoer is een inschatting gemaakt van het aantal ritten en het gemiddeld aantal kilometers. Aan het eind van het jaar bleek dat bij het leerlingenvervoer de nieuwe berekeningssystematiek (prijs per kilometer in plaats van ritprijs per leerling) gunstiger was dan verwacht. Bij de regiotaxi was het gemiddelde aantal kilometers lager dan vooraf begroot. De verwachting is dat dit een structureel voordeel is. Om deze reden worden de budgetten voor vervoer structureel afgeraamd met €160.000. Wmo Uit de jaarstukken 2023 bleek een nadeel van €81.000 op het product ondersteuning individueel. Uit analyse bleek dat dat het aantal cliënten nagenoeg gelijk is gebleven maar dat de indicaties die per client zijn afgegeven, gemiddeld hoger zijn. Daarentegen was er een voordeel van €231.000 op het product ondersteuning groep. Uit analyse bleek dat zowel het aantal cliënten, de hoogte van de indicatie maar ook het verzilveringspercentage lager was dan begroot. De verwachting is dat dit grotendeels structureel doorwerkt. Om deze reden wordt het budget voor Wmo per saldo verlaagd met €80.000. Jeugd Uit de jaarstukken 2023 bleek dat er in 2023 verschillende voor- en nadelen op de jeugdzorgbudgetten waren.
Zo ontstond er een nadeel van €375.000 op het product ondersteuning individueel, een nadeel van €225.000 op verblijf en een voordeel van €136.000 op pleegzorg en gezinshuizen. Gedurende het jaar 2023 was het budget voor pleegzorg en gezinshuizen al naar beneden bijgesteld voor het jaar 2023. Voor de jaren 2024 en verder was dit budget nog niet naar beneden bijgesteld. Nu de verwachting is dat het voordeel op pleegzorg en gezinshuizen structureel is, levert dit een voordeel op van €230.000. Anderzijds is de verwachting dat het nadeel op ondersteuning individueel en verblijf ook (deels) structureel is. Dit levert een nadeel op van €575.000. Per saldo een nadeel van €345.000 op de jeugdbudgetten. Participatie Uit de jaarstukken 2023 bleek een nadeel van €635.000 op de bijstandsuitkeringen. Het nadeel op de bijstandsuitkeringen bestond enerzijds uit meer kosten voor loonkostensubsidie en anderzijds uit hogere lasten op de bijstandsuitkering (participatie). Het nadeel op de loonkostensubsidie krijgen we de komende jaren gecompenseerd. De hogere bijstandsuitkeringen (participatie) kregen we al structureel gecompenseerd, maar in 2023 was op basis van ervaringscijfers de inschatting dat de kostenkant niet zo sterk zou stijgen. Een deel van de inkomsten van het Rijk zijn daarom in de algemene middelen gestort.
Dat wordt in deze perspectiefnota deels gerepareerd waardoor het bijstandsbudget opgehoogd wordt met €225.000. Dividenden Met Twence is de afspraak gemaakt dat er jaarlijks een basisdividend van € 7 miljoen wordt uitgekeerd indien het resultaat het toelaat. De laatste jaren is dat inderdaad gelukt vandaar dat wij ruimte zien om ons gemeentelijk aandeel in dit basisdividend structureel op te nemen in onze (meerjaren)begroting De uitkering van het dividend van Cogas zal tot en met het jaar 2027 verlopen conform de eerdere toezeggingen aan de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA). Met ingang van het jaar 2028 wordt een resultaatafhankelljk dividend uitgekeerd op basis van het netto resultaat van het jaar ervoor (2027). Door de AvA is besloten dat het resultaatafhankelijke dividend de volgende progressieve staffel volgt:
13
•
50% over de eerste € 4 miljoen nettoresultaat
•
70% over de volgende € 2 miljoenresultaat
•
80% over het meerdere netto esultaat
Voor 2028 gaat de Ava uit van een dividenduitkering van € 2.5 miljoen en voor het jaar 2029 van een dividend uitkering van € 2 miljoen. Dit betekent dat het dividend afloopt van een bedrag van € 288.000 in 2026 en 2027 naar € 145.000 in 2028 om daarna uit te komen op een structureel dividend van € 115.000 vanaf 2029. Noaberkracht - begroting 2025 In de raadsvergadering van juni 2024 s de begroting 2025 van Noaberkracht behandeld De financiële consequenties van deze begroting 2025 zijn doorvertaald in het meerjarige perspectief van de gemeente Tubbergen. Meest in het oog springend zijn de kosten van de nieuwe CAO voor het ambtelijk personeel en een aantal reguliere kosten binnen Noaberkracht die hoger uit te pakken als gevolg van de inflatie. Deze (doorbelaste) kosten dekken wij uit onze stelposten. Verbonden partijen - begrotingen 2025 In de raadsvergadering van juni 2024 zijn de begrotingen van de verschillende verbonden partijen behandeld. De financiële effecten hiervan nemen we in meerjarig perspectief mee in deze perspectiefnota 2024. Overige kleine verschillen Het betreft hier meerder kleine(re)verschillen. Voorgesteld wordt in te stemmen me de benoemde en toegelichte mutaties bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo
3. Herzien meerjarig saldo Rekening houdend met de mutaties op basis van bestaand beleid uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Tubbergen
2024
2025
2026
2027
2028
Herzien meerjarig saldo begroting 2024
-0
2.194
-330
-337
-735
Totaal mutaties bestaand beleid
-352
-1083
-1093
-685
-648
Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid
-352
1.111
-1.423
-1.022
-1.383
Uit dit herziene meerjarige saldo na mutaties bestaand beleid blijkt een forse verslechtering van ons meerjarige saldo. Het zogenaamde "ravijnjaar 2026" lijkt inderdaad waarheid te worden. In de volgende pararaven treft u onze richtinggevende voorstellen aan hoe wij hier mee denken te moeten omgaan. Eerst staan we echter in de paragraaf specifieke mutaties nog stil bij het voorstel van het demissionaire kabinet om gemeenten enigszins tegemoet te komen in de meerjarige financiële uitdaging.
14
4. Specifieke mutaties In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. De volgende specifieke mutaties worden in deze paragraaf behandeld: •
Onontkoombare intensiveringen van beleid
•
Deal met het Rijk
•
Lokale lasten
Onontkoombare intensiveringen van beleid Ter voorbereiding op het opstellen van de perspectiefnota brengen we ieder jaar trends en ontwikkelingen en overige zaken die op ons komen in beeld. Onder de ambities en de basisprogramma's informeren wij u hierover en indien nodig doen wij voorstellen. Tijdens de inventarisatie van dit jaar liepen we tegen een aantal zaken aan die naar onze mening onontkoombaar zijn en waarover we in deze perspectiefnota 2025 besluitvorming van de gemeenteraad vragen. het betreft hier de volgende onontkoombare intensiveringen van beleid: Onontkoombare intensiveringen van beleid
2024
Groen blauwe diensten
-181
2025
2026
2027
2028
Verkiezingen
-5
-5
-5
-5
Doorontwikkeling VTH samenwerking in Twente
-15
-15
-15
(groot) onderhoud half verharde fiets/wandelpaden
-20
-20
-20
-20
Vervanging en onderhoud kunstwerken
-50
-50
-50
-50
-2
-2
-2
-2
-92
-92
-92
-77
Onderhoud en vervanging stroomkasten
-30
Overbrenging archief statische fase
-50
Totaal onontkoombare intensivering van beleid
-261
Groen Blauwe diensten De Stichting Groene Blauwe Diensten Overijssel beheert voor de gemeente Tubbergen het fonds met gelden voor langjarige beheervergoedingen voor aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen. Het fonds is in het verleden gevuld met geld afkomstig van gemeenten en provincie. Beheercontracten worden afgesloten conform de dienstenbundel Noordoost Twente, voor een langjarige periode (21 jaar). Het fonds draagt bij aan de ambities en opgaven voor landschapsherstel- en behoud, vergroting van biodiversiteit en natuurwaarde.
15
Ook draagt het bij aan verdienmodellen voor grondeigenaren en indirect aan de ruimtelijke kwaliteit van ons buitengebied. Naast het beheer van de fondsen verzorgt de stichting ook advisering en scholing aan hun contractanten/deelnemers. Met deze eenmalige extra storting vanuit de gemeente kunnen we voldoen aan onze verplichtingen en toezeggingen, kan de bestaande wachtlijst worden weggewerkt en kunnen de verwachte aanvragen over de periode januari 2025 -juli 2025 worden opgevangen. . Vanaf medio 2025 wellicht financiering via de provincie (PPLG). Verkiezingen Bij het organiseren van de verkiezingen moeten verkiezingsborden worden geplaatst in de gemeente. Deze verkiezingsborden zijn toe aan vernieuwing. De houtenborden en palen hebbem wij vervangen door aluminium frames met daarin een spandoek met de politieke partijen. Doorontwikkeling VTH samenwerking In Twente hebben we al geruime tijd de handen ineengeslagen om beleidsmatig samen te werken op het gebied van Uitvoering & Handhaving Omgevingsrecht. In regionaal verband is afgesproken dat deze bestuurlijke en ambtelijke samenwerking in Twente wordt versterkt. Hierdoor kan invulling worden gegeven aan de door de bestuurders genoemde relevante thema’s, zoals de beleids- en uitvoeringscyclus Uitvoering & Handhaving, Ondermijning, Energiebesparing, Omgevingswet en Biogas-opgaven.
Ter dekking van de onkosten betalen de samenwerkende partijen op jaarbasis een fixed bijdrage van 0,1 fte per deelnemer aan de gastheerorganisatie (gemeente Borne). De bijdrage per deelnemer ten bedrage van € 15.000 is in eerste instantie voor een periode van drie jaar met de intentie van een structurele bijdrage (afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie in 2026). (Groot) onderhoud half verharde fiets- en wandelpaden Onze fiets- en wandelpaden zijn een belangrijk onderdeel van onze fysieke infrastructuur in het kader van de bereikbaarheid maar zijn ook een belangrijk onderdeel van onze toeristische en recreatieve "aantrekkelijkheid". Het is van belang dat deze beide zaken voor nu en de langere termijn worden geborgd en dat we een blijvende veilige omgeving creëren voor de fietsers en wandelaars. Vervangen en onderhoud kunstwerken In de begroting hebben we een eenmalig budget van € 1,miljoen beschikbaar gesteld voor het vervangen en onderhouden van onze kunstwerken (bruggen). Daarbij hebben we ook aangegeven dat dit een eerste aanzet is en dat we op termijn komen met een MeerarenOnderhoudsPlan (MJOP) voor onze kunstwerken waarvoor structurele dekking nodig is. Nu is het MJOP (nog) niet gereed maar hebben we al wel de beschikking over een rapportage instandhoudigsinspectie.
De bedragen die we daaruit afleiden heeft ons doen besluiten om reeds nu aanvullende structurele middelen beschikbaar te stellen. Onderhoud en vervanging stroomkasten Volgens de ARBO voorschriften moeten de stroomkasten periodiek worden gekeurd. Na de keuring wordt duidelijk welke stroomkasten voldoen en welke stroomkasten worden afgekeurd voor gebruik. Uit deze periodieke keuring is gebleken dat de stroomkasten niet allemaal voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen. Van de 11 stroomkasten zijn er inmiddels 6 gekeurd waaruit blijkt dat deze vernieuwd / aangepast moeten worden en moeten er nog 5 gekeurd worden. Overbrenging archief statische fase De provinciale Archiefinspectie eist overbrenging dossiers Tubbergen naar de statische fase. Voor de eerste 17 jaar is een krediet beschikbaar van € 100.000. voor de volledige periode van 28 jaar is een aanvullend krediet nodig van € 50.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte onontkoombare intensiveringen van beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo
16
Deal met het Rijk De gemeenten hebben de afgelopen jaren op verschillende manieren aandacht gevraagd voor de meerjarige financiële problematiek en onzekerheid over de financiële verhouding met het Rijk. Dit heeft geleid tot meerdere resoluties en oproepen (amendementen) via de de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In de maanden maart en april heeft de VNG in meerdere intensieve gesprekken met het demissionaire kabinet gestreden voor de goede financiële positie voor gemeenten, in lijn met de resolutie en moties van de leden. Die gesprekken hebben resultaat opgeleverd. Het demissionaire kabinet zet een stap en neemt de volgende punten op in de Voorjaarsnota van het rijk zoals deze inmiddels is aangeboden aan de Tweede Kamer: •
De oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen wordt structureel geschrapt.
•
Rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming
•
Indexering zorgkosten: € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029.
•
Een opschoonactie voor specifieke uitkeringen.
Het kabinet vraagt hiervoor helaas wel een prijs: in 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Deze "deal met het Rijk" heeft voor de gemeente Tubbergen de volgende financiële gevolgen: Deal met het Rijk
2024
2025
2026
2027
2028
- Schrappen oploop opschalingskorting - € 675 miljoen
-
-
650
650
650
- Bijdrage voor het jaar 2025 - € 675 miljoen
-
-650
-
-
-
- Stijgende zorgkosten a.g.v. vergrijzing
-
-70
-140
-210
-280
- Compensatie rijk € 75 miljoen in 2026 naar € 300 in 2029
-
70
140
210
280
Totaal deal met het Rijk
0
-650
650
650
650
De compensatie die we ontvangen voor de stijgende zorgkosten als gevolg van de vergrijzing verwerken we vooralsnog budgettair neutraal in onze (meerjaren) begroting door een stelpost te ramen tegenover de compensatie van het rijk. Dit doen we omdat we op dit moment nog niet goed in kunnen schatten wat de daadwerkelijke gevolgen van de vergrijzing zijn op onze zorgkosten. Bij het opstellen van de komende jaarbegrotingen verwachten we deze gevolgen beter te kunnen inschatten en kunnen we ook aangeven of de geraamde stelpost daadwerkelijk nodig is. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte punten uit de deal met het Rijk en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.
17
Lokale lasten In dit onderdeel 'Lokale lasten' geven we in het kort een overzicht van de lokale lasten(druk). Hiervoor maken we gebruik van de "Atlas van de Lokale Lasten" zoals die jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt opgesteld. Lokale lasten gemeente Tubbergen volgens COELO
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Woonlasten meerpersoons huishouden
779
774
684
692
705
723
813
807
954
Plek op landelijke ranglijst
259
247
102
84
60
47
56
38
138
De stijging van de lokale lastendruk van het jaar 2023 naar het jaar 2024 wordt voor een bedrag van € 60 veroorzaakt door de eenmalige lastenverlichting waartoe bij de begroting 2023 is besloten. Daarnaast is in de perspectiefnota 2024 besloten tot een extra (dus bovenop de reguliere indexering volgens het CBS) verhoging van de OZB-tarieven. Dit betekende voor het jaar 2024 een stijging van 8,4% (€ 30). Deze verhoging was ingegeven door de nadelige gevolgen van de herijking van het gemeentefonds. Als uitgangspunt voor deze extra verhoging is de gemiddelde lokale lastendruk in Overijssel genomen. Tot slot moesten de tarieven voor afval en riool met een bedrag van € 60 worden verhoogd om beide activiteiten 100% kostendekkend te houden. Vergelijkende cijfers volgens COELO
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Goedkoopste gemeente
539
487
505
511
573
598
667
652
675
Duurste gemeente
1.215
1.211
1.234
1.446
1.440
1.517
1.736
1.874
1.988
Gemiddeld landelijk
723
723
721
740
767
813
904
944
994
Gemiddeld Overijssel
745
752
755
743
766
796
868
896
934
Wanneer we kijken naar de lokale lastendruk (OZB, afvalvalstoffenheffing en rioolrecht) dan blijkt volgens de atlas van de lokale lasten zoals die jaarlijks door het Coelo wordt opgesteld dat Tubbergen met de lokale lasten onder het landelijk gemiddelde zit. Met een 138e plek op de ranglijst (waarbij de nummer 1 het goedkoopst is en nummer 342 het duurst) blijkt Tubbergen qua lokale lastendruk € 40 onder het landelijkgemiddelde te zitten. Wel zit Tubbergen € 20 boven het gemiddelde in Overijssel.
18
5. Geactualiseerd herzien meerjarig saldo Geactualiseerd herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties Rekening houdend met de (financiële gevolgen van de) zogenaamde specifieke mutaties uit de vorige paragraaf dan ontstaat het volgende geactualiseerde herzien meerjarig saldo: Herzien meerjarig saldo Tubbergen
2024
2025
2026
2027
2028
Herzien meerjarig saldo begroting 2024
-0
2.194
-330
-337
-735
Totaal mutaties bestaand beleid
-352
-1083
-1.093
-685
-648
Totaal onontkoombare intensivering van beleid
-261
-92
-92
-92
-77
0
-650
650
650
650
-613
369
-865
-464
-810
Totaal deal met het Rijk Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties
Het geactualiseerde herziene meerjarig saldo na specifieke mutaties laat meerjarig een verbetering zien ten opzichte van het herziene meerjarige saldo na mutaties bestaand beleid. Dit is vooral een gevolg van de zogenaamde "deal met het Rijk" die is opgenomen in de voorjaarsnota van het demissionaire kabinet. Deze deal geeft meerjarig een stuk zekerheid voor de financiële toekomst. Dat is mooi maar om nu te zeggen dat er sprake is van een goede deal gaat te ver. De totale korting op de omvang van het gemeentefonds was immers € 3 miljard waarvan nu een bedrag van ongeveer 1 miljard wordt opgelost. De overige 2 miljard aan korting(en) laat het demissionaire kabinet een het nieuwe kabinet. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet staat deze korting op het gemeentefonds nog gewoon ingeboekt. Dat geeft dus niet echt hoop en het college is dan ook van mening dat samen met de VNG blijvend aandacht moet worden gevraagd voor een financieringssystematiek die recht doet aan het takenpakket van gemeenten. Tijdens de Algemene Leden Vergadering van de VNG zal hier blijvend aandacht voor worden gevraagd. Er gaan zelfs geluiden op dat het aantal taken van gemeenten verminderd moeten worden als er geen geld bijkomt en zullen de ambities van het rijk op bijvoorbeeld woningbouw en duurzaamheid omlaag moeten.
Ondanks de blijvende lobby via de VNG voor meer geld ontkomen we er niet aan om ook na te denken over en ons voor te bereiden op oplossingen om onze meerjarenbegroting weer sluitend te krijgen. Het advies van de VNG hierin is "hope for the best, prepare for the worst". Dit nadenken over en voorbereiden op kunnen we op een zorgvuldige manier doen omdat de jaarschijf 2025 van onze meerjarenbegroting nog keurig sluit. In het geactualiseerde herziene meerjarige saldo zoals dat met de kennis van nu kan worden weergegeven is geen (financiële) ruimte opgenomen voor nieuwe ambities, nieuw beleid of verdere intensiveringen van beleid, Mogelijke ruimte hiervoor zal gevonden moeten worden door bestaand beleid te schrappen of te extensiveren. Dus er is pas ruimte voor nieuw beleid als oud beleid wordt geschrapt / geextensiveerd (nieuw voor oud). Om enig beeld te krijgen bij deze uitdaging (nieuw voor oud) heeft het college in de raadsbrief over de perspectiefnota 2025 een bedrag genoemd van € 100.000 structureel per jaar. Dit betekent dat we het voor de komende meerjarenbegroting 2025-2028 hebben over een structureel bedrag van € 400,000. Opbouw:
19
2024
2025
2026
2027
2028
Jaarlijkse ruimte voor ambities en nieuw beleid
-
-100
-200
-300
-400
Uitdaging -> nieuw voor oud
-
100
200
300
400
Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het hier stelposten betreft die we nu in beeld brengen maar (nog) niet ramen. Er moet immers eerst ruimte gevonden worden voordat er uberhaupt sprake kan zijn van een stelpost De besluitvorming over de daadwerkelijke inzet van deze stelposten betrekken we bij het opstellen van de desbetreffende jaarbegroting. Voor de inzet van deze stelposten is een besluit van de gemeenteraad benodigd Feitelijk spreken we dus over de volgende twee meerjarige uitdagingen waar oplossingen voor gevonden moeten worden: •
Sluitende meerjarenbegroting (uitdaging structureel € 800.000)
•
Ruimte creëren voor nieuwe ambities, nieuw beleid, verdere intensivering van bestaand beleid (uitdaging structureel € 400.000)
In de volgende paragraaf tref u een eerste overzicht aan van de zoekrichtingen die wij hebben geformuleerd en met uw goedvinden verder willen uitwerken en willen betrekken bij het opstellen van de begroting 2025. Uiteraard hebben we hierbij rekening gehouden met de inbreng van de verschillende raadsfracties tijdens de raadsvergadering van 28 mei 2024. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na specifieke mutaties en het nadelige saldo over het boekjaar 2024 ten bedrage van € 613.000 te onttrekken aan de algemene reserve.
6. Uit te werken zoekrichtingen Aanleiding De perspectiefnota bepaalt op hoofdlijnen de richting voor de komende vier jaren. De richtinggevende en kaderstellende uitspraken uit de perspectiefnota (zowel inhoudelijk als financieel) zijn een opdracht van de gemeenteraad aan het college om zaken nader uit te werken. Ze zijn uitgangspunt bij de begroting 2025 die later dit jaar wordt opgesteld en waar ook verdere besluitvorming plaatsvindt. De raad heeft aangegeven graag in het voortraject betrokken te willen worden bij het opstellen van de perspectiefnota 2025. Dit om recht te doen aan de kaderstellende en richtinggevende rol van de raad. Middels een informatieve bijeenkomst op 23 april 2024 en een raadsvergadering op 28 mei 2024 is hier invulling aan gegeven. Ter voorbereiding op de raadsvergadering van 28 mei 2024 heeft het college de raad een raadsbrief met nadere informatie en richtingen toegezonden. In deze raadsbrief is ook een eerste inventarisatie van zoekrichtingen om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting opgenomen. Inleiding Om indien nodig tijdig de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen acht het college het van belang om voorbereid te zijn op een mogelijke bezuinigings-/heroverwegingsoperatie.
Om hierop inderdaad voorbereid te zijn wil het college de volgende zoekrichtingen in de perspectiefnota 2025 benoemen om deze daarna in de komende P&C documenten verder uit te werken. Uiteraard is hierbij rekening gehouden met de inbreng vanuit de raadsvergadering van 28 mei 2024 . Zo zijn de zoekrichtingen "veiligheid en handhaving" en het "verhogen van de lokale lastendruk" van de lijst met zoekrichtingen afgevoerd.
20
Daarnaast hebben we als college een nadere duiding gegeven aan de verschillende zoekrichtingen. Uiteraard hebben we ook hierbij rekening gehouden met de inbreng van de verschillende raadsfracties tijdens de raadsvergadering van 28 mei 2024. •
Brede kritische blik op alle uitvoeringstaken Rekening houdend met uw inbreng wordt deze zoekrichting door het college nader geduid langs twee lijnen aan de hand waarvan de nadere uitwerking zal plaatsvinden. Ten eerste de manier waarop de verschillende uitvoeringstaken vorm en inhoud worden gegeven. Hierbij moet worden gedacht aan de toegang bij het sociaal domein tot aan afdoeningstermijnen bij vergunningverlening e.d. Onderzocht wordt onder andere de (maximale) case load maar ook het gebruiken van maximale termijnen en het accepteren van wachtlijsten . De tweede lijn als onderdeel van deze zoekrichting is dat we per ambitie en basisprogramma in beeld brengen welke kosten beïnvloedbaar en niet beïnvloedbaar zijn. Dit om ook recht te doen aan de oproep vanuit meerdere fracties om " te kijken waar ruimte zit" en te kunnen bepalen wat noodzakelijk dan wel wenselijk is.
•
Herijken ondersteuningsnetwerk Het hoofddoel is om een gebiedsgericht samenwerkende mix aan functies te realiseren, welke op basis van samenlevingsgericht werken inspeelt op de wensen en behoeften van inwoners en organisaties. Daarvoor gaan we het huidige ondersteuningsnetwerk in kaart te brengen en waar nodig verbeteren door bijvoorbeeld overlap weg te nemen. We stellen daarbij de inwoner centraal
•
Verbonden partijen - Twente brede zienswijze Vooralsnog gaan we er vanuit dat de 14 Twentse gemeenteraden instemmen met de regionaal afgestemde kaderbrief Twentse Zienswijze. In deze kaderbrief worden de verbonden partijen opgeroepen om - gegeven de knellende financiële kaders bij de deelnemende gemeenten - als ‘verlengd lokaal bestuur’ hun verantwoordelijkheid te nemen en ook een aandeel te leveren in de oplossing hiervan . Als suggestie hebben wij in de kaderbrief aangegeven dat dit kan door bijvoorbeeld op voorhand de indexaties voor de vastgestelde begrotingen 2024, 2025 en 2026 niet met terugwerkende kracht te actualiseren maar zelf te dekken.
•
Noaberkracht We willen onderzoeken of een extra inzet op procesverbetering, data gedreven werken en een verdere inzet op kwaliteit binnen Noaberkracht op termijn kan leiden tot besparingen op de uitvoeringskosten. De opgedane ervaringen op het gebied van het optimaliseren van processen geven ons de indruk dat hier verdere verbeteringen mogelijk zijn. Ook de eerste stappen die zijn gezet met het data gedreven werken leiden tot een verbeterd inzicht wat kan leiden tot een efficiëntere en effectievere inzet van middelen. Tot slot zien wij mogelijkheden door in te zetten op verdere kwaliteitsverbetering binnen de organisatie. De insteek is om met het bereiken van het gewenste niveau daarna het de bezetting van de organisatie in omvang te laten afnemen. Gemene deler in deze drie lijnen binnen deze zoekrichting is dat wel eerst verder geïnvesteerd en ingezet moet worden op deze drie lijnen voordat er mogelijke voordelen op de uitvoeringkosten ontstaan
•
Uitvoeringskosten ten laste van specifieke uitkeringen rijk (duurzaamheid) Gemeenten ontvangen steeds vaker specifieke uitkeringen van het rijk waar ook (eigen) uitvoeringskosten uit kunnen worden bekostigd. Onze lijn is dat we deze mogelijkheid zo optimaal mogelijk willen benutten. Dit houdt in dat we eerst onze bestaande uitvoeringskosten (met name personeel) ten laste van de rijksvergoeding brengen voordat we nieuwe uitvoeringskosten aangaan. Met de name de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE) voor uitvoeringskosten gemeenten biedt hier ruimte voor. Deze ruimte en ook de verdere mogelijkheden benoemen we als zoekrichting en willen we graag verder uitwerken.
21
•
Aanpassen (publieke) dienstverlening De fysieke publieke dienstverlening vanuit Burgerzaken is vraaggestuurd en op afspraak. Steeds meer aanvragen gebeuren al digitaal. Vanuit Publieke dienstverlening zouden we nog kunnen onderzoeken welke diensten we nog meer kunnen digitaliseren en optimaliseren. Openingstijden terugdraaien is geen optie; receptie moet bemand blijven tijdens openingstijden om mensen te kunnen begeleiden naar hun afspraak, etc
•
Actualiseren (reserve) coalitieakkoord o Projectgelden duurzaamheid o Werkbudgetten o Stimuleringsregeling woningbouw o Samenlevingsgericht werken o Centrumontwikkeling Tubbergen De eerste twee punten zijn door meerdere fracties benoemd en zullen door het college nader worden uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2025. Bij de punten drie en vier waren de meningen verdeeld maar worden door het college wel nader uitgewerkt en betrokken bij het opstellen van de begroting 2025. Voor wat betreft de plannen als onderdeel van de centrumontwikkeling Tubbergen is door meerdere fracties aangegeven wel te hechten aan uitvoering van het plan met de kanttekening dat de raad graag afzonderlijke besluitvorming wil over de verschillende deelprojecten in de beide ontwikkelgebieden.
•
Kostendekkende tarieven Tijdens de raadsvergadering van 28 mei 2024 is aangegeven dat het verhogen van tarieven waardoor extra inkosten worden verkregen maar waardoor ook de lokale lastendruk (OZB, afval en riool) toeneemt op dit moment niet als wenselijk wordt gezien. De zoekrichtingen om de kostendekkendheid van de overige tarieven in beeld te brengen is wel overeind gebleven. Hierbij moet worden gedacht aan de leges in het kader van de omgevingsvergunning. leges evenementenvergunning, precariorechten, reclamebelasting, marktgelden, enz. Het college ziet hier mogelijkheden omdat de kosten de laatste jaren als gevolg van loon- en prijsontwikkeling zijn gestegen. In deze zoekrichting staan we ook stil bij de (on)mogelijkheden de toeristenbelasting en de forensenbelasting te verhogen.
Het college heeft er bewust voor gekozen het beleidsterrein openbare ruimte (onderhoud en vervanging) op dit moment niet te benoemen. Naar de mening van het college is er de afgelopen jaren teveel ingeteerd op de budgetten voor onderhoud en vervanging in de openbare ruimte waardoor er achterstand dreigt te ontstaan met mogelijke kapitaalvernietiging en onveilige situaties tot gevolg. Een eerste uitwerking van het besparingspotentieel dat volgt uit deze zoekrichtingen betrekken we bij het opstellen van de begroting 2025. De raad heeft daarbij de keuze om de maatregelen die voldoende concreet zijn uitgewerkt al dan niet te verwerken, mede rekening houdend met de ontwikkelingen in het financieel meerjarenperspectief. Voor zover maatregelen niet worden ingeboekt kunnen deze achter de hand worden gehouden om op een later moment waar nodig te worden ingezet. Ook is het mogelijk dat bepaalde zoekrichtingen in de korte tijd tussen perspectiefnota en begroting nog onvoldoende uitgewerkt kunnen worden. Deze zoekrichtingen worden verder uitgewerkt richting de perspectiefnota 2026. Voorgesteld wordt in te stemmen met de nader uit te werken (zoek)richtingen en deze te betrekken bij het opstellen van de begroting 2025 en de perspectiefnota 2026 waar verdere besluitvorming plaatsvindt.
22
7. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2024. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2024 als vertrekpunt. Beschikbare algemene incidentele middelen
€
- Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)
5.220.000
- Reserve coalitieakkoord 2022-2026
3.258.000
- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen
1.717.500
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen - begroting 2024
10.195.500
Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid (grondexploitaties) en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve: Algemene reserve
€
Stand begroting 2024
5.220.000
Resultaten grondbedrijf 2023
-561.000
Saldo jaarverantwoording 2023
651.000
Saldo jaarschijf 2024 uit perspectiefnota
-613.000
Herziene stand algemene reserve
4.697.000
Deze aangegeven mutaties zijn voorzien van een raadsbesluit en lopen op grond van bestaand beleid via de algemene reserve. Uitgaande van de, in deze begroting bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,5 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 5.220.000 zijn. De herziene stand van de algemene reserve bedraagt rekening houdend met de voorstellen uit deze perspectiefnota 2025 en de voorstellen uit de jaarstukken 2023 € 4.697.000. Deze stand komt overeen met een ratio van 1,35. Aanzuiveren van de ratio tot de streefwaarde van 1,5 zou een aanvullende storting betekenen van € 523.000 welke ten laste komt van de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM). Wij stellen voor op dit moment geen aanvullende storting te doen maar de afweging hierover te betrekken bij het programmajournaal 2024 en de begroting 2025 w elke beide dit najaar worden opgesteld.
23
Op dat moment hebben we een beter beeld van de financiële stand van zaken over het lopende jaar (inclusief de mei circulaire 2024) en komen we ook tot een herberekening van de benodigde weerstandscapaciteit, Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het voorstel om de afweging over de hoogte van het weerstandsvermogen (de ratio) te betrekken bij het programmajournaal 2024 en de begroting 2025.
Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In de begroting 2024 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 1.717.500 bedraagt. Er zijn na het vaststellen van de begroting 2024 geen besluiten genomen die invloed hebben op de stand van deze reserve. Wel moeten we ons bewust zijn van het feit dat de ratio van het weerstandsvermogen onder de streefwaarde van 1,5 zit. Het ophogen naar deze streefwaarde zou een onttrekking aan de RIBAM betekenen van € 523.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met de (ongewijzigde) stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.