Bijlage BP Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
51
Uit de inventarisatie blijkt verder dat het deelgebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5 Milieuzonering 5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
5.5.2.1 Algemeen Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor en langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De deelgebieden liggen in het buitengebied waar nauwelijks sprake is van functiemenging. De deelgebieden worden dan ook beide aangemerkt als gebiedstype 'rustige woonwijk'. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden behorende bij zowel het omgevingstype rustige woonwijk als het gemengd gebied weergegeven.
Milieucategorie 1
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied 10 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m
52
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
5.5.3
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Beoordeling
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. 5.5.3.1.1
Uelserweg 161-161a, Mander
Ter plaatse van het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a wordt planologisch gezien één woning toegevoegd door de bestaande woonboerderij te splitsen. Tevens wordt een bijgebouw bij de woning gerealiseerd. De functie 'wonen' vormt geen milieubelastende functie. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies rondom dit deelgebied. 5.5.3.1.2
Arkeweg 5-7, Tubbergen
Ter plaatse van het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 wordt voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en opgeknapt. Aangezien geen nieuwe bebouwing wordt opgericht worden geen milieubelastende functies gerealiseerd ter plaatse van dit deelgebied. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies rondom dit deelgebied. 5.5.3.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. 5.5.3.2.1 Uelserweg 161-161a, Mander De planologisch toe te voegen woning aan de Uelserweg 161-161a binnen de bestaande woonboerderij wordt aangemerkt als milieugevoelig object. In de omgeving van dit deelgebied komen een aantal milieubelastende functies voor. Hieronder wordt ingegaan op deze functies. Kampeerterrein Ten westen van het deelgebied bevindt zich een kampeerterrein, namelijk Camping Dal van de Mosbeek aan de Uelserweg 153. Ter plaatse zijn kampeerplaatsen, een receptiegebouw en sanitairgebouwen aanwezig. Een dergelijke functie wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als de functie "kampeerterrein, vakantiecentra e.d. (met keuken)".
Dergelijke functies hebben een milieucategorie 3.1 en een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid in het omgevingstype rustige woonwijk. De westelijke grens van het plangebied ligt op 16 meter afstand van het bestemmingsvlak en bouwvlak van het kampeerterrein. Echter bevindt de te splitsen woning zich op minstens 80 meter ten oosten van het bestemmingsvlak en bouwvlak van het kampeerterrein. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Ook wordt opgemerkt dat de locatie van de woning wordt vastgelegd in het bestemmingsplan door bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
53
middel van een aanduiding. De woning kan dus in de toekomst niet eventueel dichter op het kampeerterrein komen te liggen. Agrarische bedrijven In de omgeving van dit deelgebied zijn op basis van het geldende planologisch regime een aantal agrarische bedrijven (intensieve veehouderijen) toegestaan. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. In het geval van veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veehouderijbedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. Voor veehouderijen geldt, het aspect 'geur' buiten beschouwing latend, een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect 'geluid' en 'stof'. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf bevindt zich aan de Uelserweg 158, op circa 75 meter ten noordoosten van de woning (gemeten van het bouwperceel van het agrarisch bedrijf en de dichtstbijzijnde gevel van de te splitsen woning). Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden voor agrarische bedrijven in de omgeving. Horecabedrijven In de omgeving van dit deelgebied zijn op basis van het geldende planologisch regime twee horecabedrijven toegestaan.
Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor de ter plaatse toegestane horecabedrijven een maximale milieucategorie van 2. De grootste bijbehorende richtafstand voor dergelijke functies bedraagt 30 meter voor het aspect 'geluid'. Het dichtstbijzijnde horecabedrijf bevindt zich aan de Uelserweg 170, op circa 130 meter ten noordoosten van het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor horecabedrijven in de omgeving. Ten slotte wordt opgemerkt dat, aangezien de nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen een bestaande woonboerderij (en deze woonboerderij niet wordt uitgebreid), er geen sprake is van een aantasting van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven. Op basis van het bovenstaande wordt gesteld dat er ter plaatse van de planologisch te splitsen woonboerderij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 5.5.3.2.2 Arkeweg 5-7, Tubbergen In dit geval wordt opgemerkt dat ter plaatse het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 ten aanzien van de interne werking geen sprake is van het toevoegen van een nieuw(e) milieugevoelig(e) functie/object. Het gaat hier slechts om het slopen en opknappen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.
De bestaande woningen op het perceel zijn bestaande milieugevoelige objecten. In de nieuwe situatie blijft dit onveranderd. Het slopen en opknappen van de agrarische bedrijfsgebouwen heeft geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. Omliggende bedrijven worden door de bestemmingsplanherziening dan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. 5.5.4
Conclusie
Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.6 Geur 5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. 54
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom ligt, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2
Situatie plangebied
Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van één nieuw geurgevoelig object in de vorm van het planologisch toevoegen van een extra woning binnen de bestaande woonboerderij aan de Uelserweg 161-161a in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Zoals blijkt uit paragraaf 5.5 liggen de grondgebonden agrarische bedrijven (veehouderijen) op ten minste 75 meter afstand en wordt daarmee ruimschoots voldaan aan de vaste afstand van 50 meter voor geurgevoelige objecten ten opzichte van veehouderijen in de omgeving. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. Omgekeerd worden agrarische bedrijven in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. 5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.7 Ecologie 5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het deelgebied Uelserweg 161-161a grenst aan het Natura 2000-gebied 'Springendal & Dal van de Mosbeek'. Het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 bevindt zich op een afstand van circa 2,1 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Springendal & Dal van de Mosbeek'. De voorgenomen ontwikkeling (splitsen van de bestaande woonboerderij met inwoonsituatie aan de Uelserweg 161-161a) heeft splitsen van de woning feitelijk gezien geen toename van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg, aangezien de woning met inwoning in de huidige situatie reeds wordt bewoond door twee huishoudens. Planologisch gezien is er sprake van een zeer geringe toename van het aantal verkeersbewegingen vanwege planologisch het toevoegen van één woning, zoals aangetoond in paragraaf 3.4. Ter plaatse van het deelgebied Arkeweg 5-7 worden geen nieuwe functies opgericht, waardoor er geen toename is van eventuele stikstofdeposities. Ter plaatse wordt slechts voormalige landschapsontsierende bebouwing gesloopt.
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling zijn geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden te verwachten. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een stikstofonderzoek niet noodzakelijk geacht. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
55
Beide deelgebieden grenzen aan het NNN-gebied. Tevens zijn delen van het deelgebied Uelserweg 161-161a aangewezen als NNN. Er vinden echter geen ontwikkelingen plaats op de gronden van het plangebied die zijn aangemerkt als NNN. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten zijn lokaal waardoor deze geen significant negatieve effecten op het NNN hebben. Hierdoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aangetast. 5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Aangezien ter plaatse van het deelgebied Uelserweg 161-161a slechts sprake is van het planologisch splitsen van de bestaande woonboerderij en er geen bebouwing wordt gesloopt, bomen worden gekapt, sloten gedempt of andere grootschalige werkzaamheden plaatsvinden is het uitvoeren van een quickscan natuurwaardenonderzoek ter plaatse niet noodzakelijk. In voorliggend geval is daarom alleen een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd ter plaatste van het deelgebied Arkeweg 5-7. De rapportage is bijgevoegd in bij Bijlage 4 bijdeze toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten.
5.7.3.2 Situatie plangebied Uit de resultaten van de quickscan blijkt dat de inrichting en het gevoerde beheer het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten maken, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels in de bedrijfsgebouwen en in beplanting. Amfibieën, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen bezetten er geen vaste (winter)rust- of verblijfplaats. Het plangebied is tevens geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 5.7.4
Conclusie
Met inachtneming van bovenstaande vormt het aspect 'ecologie' geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij plannen waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling De gemeente Tubbergen beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Afbeelding 5.3 en 5.4 tonen uitsneden van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart ter plaatse van respectievelijk de Uelserweg 161-161a en de Arkeweg 5-7. Hierin zijn de deelgebieden weergegeven met een blauwe omlijning.
56
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Afbeelding 5.3 Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart; deelgebied Uelserweg 161-161a (Bron: gemeente Tubbergen)
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
57
Afbeelding 5.4 Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart; deelgebied Arkeweg 5-7 (Bron: gemeente Tubbergen) Uelserweg 161-161a Dit deelgebied ligt, op basis van de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Tubbergen grotendeels in een gebied met dekzandwelvingen en -vlakten. Voor dergelijke gebieden is archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 5.000 m² waarbij de bij bodemingrepen dieper dan 40 cm rijken. Voor gebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Tevens ligt een gedeelte van het deelgebied binnen een gebied met dekzandhoogten en -ruggen. Tevens wordt het deelgebied aangemerkt als 'erf' en ligt het in een 'bufferzone rond erf, havezate en bedehuis'. Voor dergelijke gebieden is archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 2.500 m² waarbij de bij bodemingrepen dieper dan 40 cm rijken. Voor gebieden kleiner dan 2.500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. In voorliggend geval wordt slechts één extra bijgebouw met een oppervlakte van 94 m2 gerealiseerd. De bodemingrepen blijven ruimschoots beneden de onderzoeksgrens van 2.500 m², waardoor archeologisch onderzoek in dit geval niet noodzakelijk is.
Arkeweg 5-7 Dit deelgebied ligt, op basis van de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Tubbergen grotendeels in een gebied met dekzandwelvingen en -vlakten. Voor dergelijke gebieden is archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 5.000 m² waarbij de bij bodemingrepen dieper dan 40 cm rijken. Voor gebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Tevens ligt een gedeelte van het deelgebied binnen een gebied met dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek. Voor dergelijke gebieden is archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 2.500 m² waarbij de bij bodemingrepen dieper dan 40 cm rijken. Voor gebieden kleiner dan 2.500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Aan de Arkeweg 5-7 wordt slechts voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt (en opgeknapt). De gronden van deze te slopen bebouwing zijn reeds geroerd. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. 5.8.1.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. De geldende archeologische dubbelbestemmingen worden overgenomen in dit bestemmingsplan. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Beoordeling De bestaande woonboerderij aan de Uelserweg 161-161a is een karakteristieke Saksische boerderij. Deze woonboerderij is echter geen gemeentelijk monument of rijksmonument. De karakteristieke boerderij wordt niet aangetast door het voornemen. Er vindt slechts een planologische wijziging plaats: de boerderij met inwoning wordt gesplitst in twee zelfstandige wooneenheden. Er vinden geen fysieke wijzigingen aan de woonboerderij plaats, waardoor de waarden van de karakteristieke boerderij niet worden aangetast. Ter plaatse van de Arkeweg 5-7 wordt slechts landschapsontsierende bebouwing gesloopt. De bestaande bijgebouwen met pannendak blijven behouden.
Tevens wordt één landschapsontsierende schuur dermate opgeknapt dat deze niet meer landschapsontsierend is. Hierdoor vinden geen aantastingen van cultuurhistorische waarden plaats. Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten of bijzondere cultuurhistorische waarden. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich daarnaast geen cultuurhistorische waarden die negatief beïnvloed zouden kunnen worden door voorliggend plan. 58
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat geen archeologisch onderzoek benodigd is en geen sprake is van negatieve effecten op cultuurhistorische waarden.
5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.9.1
Kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Beoordeling
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het deelgebied Uelserweg 161-161a grenst aan het Natura 2000-gebied 'Springendal & Dal van de Mosbeek'. Het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 bevindt zich op een afstand van circa 2,1 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Springendal & Dal van de Mosbeek'. De voorgenomen ontwikkeling (splitsen van de bestaande woonboerderij met inwoonsituatie aan de Uelserweg 161-161a) heeft splitsen van de woning feitelijk gezien geen toename van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg, aangezien de woning met inwoning in de huidige situatie reeds wordt bewoond door twee huishoudens. Planologisch gezien is er sprake van een zeer geringe toename van het aantal verkeersbewegingen vanwege planologisch het toevoegen van één woning, zoals aangetoond in paragraaf 3.4. Ter plaatse van het deelgebied Arkeweg 5-7 worden geen nieuwe functies opgericht, waardoor er geen toename is van eventuele stikstofdeposities. Ter plaatse wordt slechts voormalige landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling zijn geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden te verwachten. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een stikstofonderzoek niet noodzakelijk geacht.
Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
59
5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht.
Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het planologisch toevoegen van één woning in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling. Bovendien wordt agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en opgeknapt aan de Arkeweg 5-7. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen.
Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 5.9.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig.
60
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1 Vigerend beleid 6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2022-2027) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en Het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie.
Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie. Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
61
6.2 Waterparagraaf 6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). In voorliggend geval is slechts een watertoets uitgevoerd voor het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a, aangezien hier een extra woning (en bijgebouw) worden gerealiseerd. Omdat ter plaatse van de Arkeweg 5-7 slechts bebouwing wordt gesloopt, waardoor sprake is van een afname van bebouwing, wordt het uitvoeren van een watertoets ter plaatse van dit deelgebied niet noodzakelijk geacht. De beantwoording van de vragen voor het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing. De standaard waterparagraaf behorend bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Hierna wordt beknopt ingegaan op de relevante waterhuishoudkundige aspecten. 6.2.3
Waterhuishoudkundige aspecten
Deelgebied Uelserweg 161-161a Afvalwater Het afvalwater van de bestaande woonboerderij zal ook in de nieuwe situatie worden afgevoerd via het bestaande gemeentelijke rioleringsstelsel. Hemelwater Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd in de bodem, of afgevoerd naar de dichtstbijzijnde sloot. Er is sprake van een geringe toename van verharding (94 m2) vanwege het toevoegen van een nieuw bijgebouw. Er blijft echter voldoende ruimte op eigen perceel om hemelwater te infiltreren in de bodem. Deelgebied Arkeweg 5-7 Afvalwater Ten aanzien van het afvalwater is er voor het deelgebied Arkeweg 5-7 geen sprake van wijzigingen. De bestaande woningen blijven behouden conform de bestaande situatie. Hemelwater Het hemelwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde sloot of geïnfiltreerd op het eigen terrein, daar is voldoende ruimte voor. Vanwege het slopen van 1.264 m2 aan landschapsontsierende bebouwing en het verwijderen van erfverharding nemen de infiltratiemogelijkheden toe.
62
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2 Opzet van de regels 7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels; Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is het strijdig gebruik geregeld en de voorwaardelijke verplichting opgenomen; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
63
Wijzigingsbevoegdheden: onder welke voorwaarden mag de bestemming worden gewijzigd. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om ten aanzien van geluidsgevoelige objecten een bepaalde afstand tot wegen te garanderen. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hierin zijn vormen van strijdig gebruik beschreven. Algemene aanduidingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van het bestemmingsplan te wijzigen. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel worden de overige regels beschreven. Deze regels gaan in op de parkeerregels. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Wonen' (Artikel 4) Aan beide deelgebieden is de bestemming 'Wonen' toegekend, om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken met in ondergeschikte mate ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep, mantelzorg en bed and breakfast. Er zijn bouwregels opgenomen voor hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken, vrijstaande bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken.
In de specifieke gebruiksregels zijn een voorwaardelijke verplichting voor de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen uit het erfinrichtingsplan opgenomen. Tevens is door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte: (m2) het maximale oppervlakte aan bijgebouwen per deelgebied vastgelegd. Door middel van het opnemen van twee bouwvlakken (deelgebied 64
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Uelserweg 161-161a) dan wel door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen hoeveel woningen per deelgebied zijn toegestaan. 'Waarde - Archeologie 3' (Artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Op gronden met deze bestemming geldt dat bij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 'Waarde - Archeologie 4' (Artikel 6) De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Op gronden met deze bestemming geldt dat bij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
65
66
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Tubbergen. Hierin wordt onder meer opgenomen dat het risico van planschade bij de initiatiefnemers ligt zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
67
68
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Hoofdstuk 9
Vooroverleg
9.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkelingen geen nationale belangen schaden. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
In dit geval is sprake van een Rood voor Rood ontwikkeling, die in lijn is met het provinciaal beleid. Tevens is geen sprake van andere provinciale belangen. Vooroverleg met de provincie Overijssel wordt niet noodzakelijk geacht. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden voor het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a via de website www.dewatertoets.nl. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing is. De standaard waterparagraaf behorend bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. 9.1.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 3 oktober 2023 voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend. Wel zijn er ambtshalve wijzigigen doorgevoerd. Het gaat om de volgende wijzigingen: in het ontwerpbestemmingsplan was aan de locatie Uelserweg 161-161a in Mander één woonbestemming toegekend aan het gehele deelgebied. In het vast te stellen bestemmingsplan is dit aangepast naar een afzonderlijke woonbestemming voor beide woningen; de benodigde sloopnorm is aangepast van 1.200 m2 naar 600 m2. Aangezien het gaat om het intern splitsen van een karakteristieke boerderij, wat de instandhouding van het waardevolle gebouw ten goede komt en waarbij er geen sprake is van een uitbreiding van het pand, wordt maatwerk toegepast in die zin dat de helft van de reguliere sloopnorm voor het realiseren van een extra woning wordt ingezet ter compensatie van deze ontwikkeling. Aangezien er aanpassingen aan de verbeelding (en daardoor ook aan de regels ) zijn gedaan, wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
69
70
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
71
Bijlage 1
72
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
2056-eip-1.vwx
bestand
1. Buren (geen eigendom)
2056
project
Legenda
herbert 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 500
schaal
door
a3
versie
7. Bestaande beukenhaag
1 (3)
6. Bestaande inrit (gedeelt met de buren)
Erfinrichtingsplan Uelserweg 161 Mander
5. Bestaande passende tuin met struweel/bomen en veel gras
formaat
4. Nieuw bijgebouw (kapschuur 94 m2)
tekeningno
datum
3. Bestaand bijgebouw (70 m2)
17 nov. 2022
2. Her te bestemmen woning
5
2 4
1
3 6
7
laat je erf groeien!
2056-eip-1.vwx herbert 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 2000
2056
bestand door schaal
15 maart 2023
datum
a3
laat je erf groeien!
versie
cascokaart Tubbergen
1 (3)
Het erf hoeft niet verstopt te worden achter groen. Enkel het verzachten van de gebouwen is voldoende. Rondom het erf wordt een weide voorzien.
Erfinrichtingsplan Arkeweg 5-7 Tubbergen
Aan de zuidzijde ligt volgens de Cascokaart een element groter dan 0,5 ha. Aan de noordzijde een kleinschalig element. Bestaande elementen zullen behouden blijven (bomen en een houtsingel). Na sloop van de opstallen zal het erf aangevuld worden met bomen om zo een verbinding tussen de beide Cascoelementen te vormen.
formaat
De gemeente wil hier aan meewerken als de ruimtelijke kwaltieit verbeterd. Naast de sloop van de oude opstallen zal het erf landschappelijk goed ingepast moeten worden. Het accent ligt daarbij op de slooplocatie aangezien aan de Uelserweg het erf landschappelijk goed is ingepast en hier ruimtelijk niet veranderd.
tekeningno
Aan de Arkweg 5-7 staat 1.264 m2 landschapsontsierende stallen die gesloopt worden. Ter compensatie wordt een extra wooneenheid in een bestaande boerderij aan de Uelserweg 161 te Mander toegevoegd.
project
Toelichting
2056-eip-1.vwx
bestand
1. Aanplant Hollandse linde
2056
project
Legenda
herbert 1 : 1000
6
10 3 2
9. Weiland (erf verkleinen) 7
10. Bestaande bomen behouden (berk/els/eik)
11 10
8
1
9 1
laat je erf groeien!
door
2
4
8. Bestaande woningen met bijgebouwen behouden
11. Dak geschikt voor PV panelen (geen bomen dicht op planten)
1.0
2
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
9
schaal
2
a3
7. Bestaande schuur behouden en opknappen, de noordelijke langzijde wordt voorzien van een nieuw wandbekleding in een gedekte kleurstelling (potdeksel profielplaat of hout), de nokgevels worden voorzien van hetzelfde materiaal. Kleur zwart/antraciet. Dakbedekking in een gedekte niet glimmend materiaal.
versie
6. Aanplant zomereik
1 (3)
5
Erfinrichtingsplan Arkeweg 5-7 Tubbergen
5. Bestaande houtsingel opknappen en doorplanten met struweel
formaat
4. Aanplant walnoot
tekeningno
datum
3. Aanplant zwarte els
15 maart 2023
2. Te slopen landschapsontsierende bebouwing 1.264 m2
2056-eip-1.vwx herbert 1 : 1000
bestand
2056
1.0
laat je erf groeien!
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1
schaal
1
a3
6. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 12-14 cm Totaal 1 stuk Eindbeeld is een solitaire boom
5
versie
2
4. Aanplant zomereik - Quercus robur Aanplantmaat 14-16 cm Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitair 5. Bestaande bomen behouden (berk/els/eik)
4
5
Aanplantmaat 80-100 cm met 5 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is een gesloten houtsingel van min. 5 (m)
1 (3)
6
Landschapsmaatregelen Arkeweg 5-7 Tubbergen
meidoorn - Crataegus monogyna 20% geldersche roos - Viburnum opulus 20% sleedoorn - Prunus spinosa 20% hazelaar - Corylus avalana 10% esdoorn - Acer campester 20% egelantier - Rosa rubiginosa 10%
3
formaat
3. Bestaande overstaanders laten staan Singel doorplanten met:
tekeningno
datum
2. Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 cm Totaal 4 stuks Eindbeeld is een bomenrij
door
1. Aanplant Hollandse linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 16-18 Eindbeeld is een solitaire boom
15 maart 2023
project
Legenda
Bijlage 2
Schets te behouden schuur
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
77
nok 3800+
nok 3800+
goot 2100+
goot 2100+
trasraam 600+
trasraam 600+
peil=0
peil=0
Voorgevel (westgevel)
Achtergevel (oostgevel)
Linker zijgevel (noordgevel)
nok 3800+
nok 3800+
goot 2100+
goot 2100+
trasraam 600+
trasraam 600+
peil=0
peil=0
Rechter zijgevel (zuidgevel)
KLEUR EN MATERIAALSTAAT Onderdeel Gevels trasraam Gevelbekleding windveren Kozijnen Deuren Dakbedekking Goten
Materiaal baksteen hout hout Hout hout golfplaten aluminium
Kleur bestaand zwart wit wit zwart antraciet / zwart grijs
Werk
Renovatie schuur Arkeweg 7, Tubbergen
Opdr. mevr. Heerts Arkeweg 7, 7651 KZ Tubbergen Ond. Overzichtstekening Nieuwe situatie Werknummer 22-0704
Schaal
1:100
Getekend
M. Wiggers
Datum
21-3-2023
Tekening
Fase
VO
Formaat
400*900
Gewijzigd
25-07-2023
S1
Deurningerstraat 26
7561 RP Deurningen
T: 074 2781167
E: info@mirjamwiggers.nl
www.mirjamwiggers.nl
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Arkeweg 7
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
79
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2022-265
Locatie:
Arkeweg 7 te Tubbergen
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Datum:
5 januari 2023
Verkennend bodemonderzoek Arkeweg 7 te Tubbergen
Verkennend Bodemonderzoek Arkeweg 7 te Tubbergen
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Adviesbureau:
Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 5 januari 2023 2022-265
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Jeroen Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2022-265
5-1-2023
Pagina 2 van 22
Verkennend bodemonderzoek Arkeweg 7 te Tubbergen
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
9
Onderzoeksresultaten
11
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
11
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
14
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
14
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2022-265
15
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 1000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
5-1-2023
Pagina 3 van 22
Verkennend bodemonderzoek Arkeweg 7 te Tubbergen
1 Inleiding In opdracht van BJZ.nu heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Arkeweg 7 te Tubbergen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2022-265
5-1-2023
Pagina 4 van 22
Verkennend bodemonderzoek Arkeweg 7 te Tubbergen
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Tubbergen
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
BJZ.nu
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente
Arkeweg 7 te Tubbergen Tubbergen