Bijlage BP Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
31
Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het splitsen van de bestaande woonboerderij aan de Uelserweg 161-161a past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder wonen. Er vinden geen wijzigingen plaats binnen het deelgebied Uelserweg 161-161a ter plaatse van de gronden met het ontwikkelingsperspectief Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland wordt dan ook niet aangetast door de gewenste ontwikkeling, maar juist versterkt vanwege de landschapsmaatregelen. De sloop (en het opknappen) van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Arkeweg 5-7 past tevens binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Er is geen sprake van een duurzame vervolgfunctie voor de te slopen bebouwing in dit deelgebied, aangezien de agrarische activiteiten op deze locatie al enige tijd zijn gestaakt. Daardoor wordt de continuïteit van de landbouw, zoals beoogd wordt in het ontwikkelingsperspectief 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland', niet belemmerd. Door het slopen en opknappen van de voormalige agrarische bebouwing ter plaatse vindt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats.
Tevens wordt het erf aan de zuidzijde verkleind door verharding te verwijderen en weiland te creëren. Bovendien wordt passende beplanting gerealiseerd en blijven bestaande bomen behouden. Er vinden geen wijzigingen plaats binnen het deelgebied Arkeweg 5-7 ter plaatse van de gronden met het ontwikkelingsperspectief Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland wordt dan ook niet aangetast door de gewenste ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden.
Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a is aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen'. Het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 is aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Dit is weergegeven op afbeelding 4.4.
32
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Afbeelding 4.4: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Stuwwallen' Stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen en zijn door grote hoogteverschillen in sommige gevallen nog steeds goed zichtbaar. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem doordat het de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen zijn. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. 'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in beide deelgebieden zijn ingericht als woonperceel. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig, zodat geen beschermende regeling daartoe in het bestemmingsplan hoeft te worden opgenomen. De sloop van de landschapsontsierende gebouwen en het planologisch splitsen van de woonboerderij heeft geen negatieve gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag. Middels een landschappelijk inpassingsplan wordt ter plaatse van beide deelgebieden ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het perceel wordt daarmee landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In de paragrafen 3.2.2, 3.3.2 en Bijlage 1 wordt hier nader op ingegaan.
2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
33
In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a ligt in het gebiedstype 'Essenlandschap'. Het deelgebied Arkeweg 5-7 ligt binnen het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap In afbeelding 4.5 is dat weergegeven.
Afbeelding 4.5: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
34
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element. 'Jonge heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop (en het opknappen) van landschapsontsierende bebouwing aan de Arkeweg 5-7 en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van het landschapstype 'Jonge heide- en ontginningslandschap' versterkt.
Ter plaatse van het deelgebied Uelserweg 161-161a zijn de kenmerken van het gebiedstype 'Stuwwallen' uit de Laag van het agrarisch cultuurlandschap niet of nauwelijks meer zichtbaar, aangezien in de huidige situatie reeds sprake is van een woonperceel met bijbehorende bebouwing en tuin. In de gewenste situatie wordt slechts een bestaande woonboerderij planologisch gesplitst in twee woningen. Tevens wordt één nieuw bijgebouw gerealiseerd. De bestaande tuin, inrit en beukenhaag blijven behouden. Hiermee blijft de passende inrichting van het perceel behouden en worden de kenmerken van het gebiedstype 'Stuwwallen' niet aangetast. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.
De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. Voor het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 gelden geen specifieke kenmerken vanuit de 'Laag van de beleving'. In afbeelding 4.6 wordt dit weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
35
Afbeelding 4.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Er is geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a is reeds voorzien van bebouwing, en daarmee van bestaand kunstlicht. De gewenste extra wooneenheid gerealiseerd door de bestaande woonboerderij met inwoonsituatie te splitsen in twee wooneenheden. Dit heeft geen toename van kunstlicht tot gevolg. Wel wordt één extra bijgebouw gerealiseerd op het perceel. Hierbij zal echter zo min mogelijk kunstlicht worden toegepast, waardoor van een grote toename van kunstlicht geen sprake is. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”.
36
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid van de gemeente Tubbergen is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder behandeld.
4.3.1
Mijn Omgevingsvisie Tubbergen
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.
de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart)
Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Buitengebied in balans' van belang. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.
In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met de inwoners, de partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzame landbouw wordt gestimuleerd; bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
37
Goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking gezocht wordt met de landbouw; Kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.7 is een uitsnede van de waardenkaart van de omgevingsvisie weergegeven. De deelgebieden zijn hierop aangeduid met een rode omlijning.
Afbeelding 4.7 Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (Bron: gemeente Tubbergen) Het deelgebied Uelserweg 161-161a ligt een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Het deelgebied Arkeweg 5-7 ligt in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek. Hieronder wordt nader ingegaan op beide gebiedstypen. Lichtgroen - Gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek De volgende waarden zijn in dit gebied van toepassing: open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; moderne erfopzet. 38
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
De gemeente Tubbergen wil in deze gebieden inspelen op: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Middelgroen - Gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek De volgende waarden zijn in dit gebied van toepassing: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. De gemeente Tubbergen wil in deze gebieden inspelen op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke structuurvisie Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een extra woning in het kader van Rood voor Rood.
Dit initiatief draagt bij aan de toekomstbestendigheid van het platteland en een versterking van de natuur en het landschap (door een goede landschappelijke inpassing en de sloop/het opknappen van landschapsontsierende bebouwing zonder vervolgfunctie). De voorgenomen ontwikkeling aan de Uelserweg 161-161a (planologisch splitsen van de woning en toevoegen van een bijgebouw) is goed verenigbaar in het gebied gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek, aangezien dit gebied gericht is op gemengde functies. Ter plaatse van de Arkeweg 5-7 vindt een kwaliteitsimpuls plaats, vanwege de combinatie van het slopen en opknappen van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing. Hiermee worden de landschappelijke waarden in het gebied gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek versterkt. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 4.3.2
Buitengebied met kwaliteit
4.3.2.1 Algemeen Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Tubbergen. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Mede vanwege de opgaven in het buitengebied zijn bepaalde onderdelen geactualiseerd en aangevuld. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Voor elke ontwikkeling in het buitengebied moet worden voldaan aan algemene randvoorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld iedere ontwikkeling per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing moet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.
Ook dient de ontwikkeling naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
39
landschap. Tevens moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn, dient parkeren plaats te vinden op eigen erf, mag de ontwikkeling niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat en mag er geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies, waarden en belangen van derden. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan het inhoudelijk kader 'Buitengebied met kwaliteit' In voorliggend geval wordt een bestaande woning gesplitst op basis van de Rood voor Rood regeling. Ook wordt het toegestane oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning aan de Uelserweg 161a verhoogd. Hieronder wordt getoetst aan de voorwaarden voor het realiseren van een extra woning en het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning uit de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit'. Aangezien het gaat om het intern splitsen van een karakteristieke boerderij, wat de instandhouding van het waardevolle gebouw ten goede komt en waarbij er geen sprake is van een uitbreiding van het pand, wordt maatwerk toegepast in die zin dat de helft van de reguliere sloopnorm voor het realiseren van een extra woning wordt ingezet ter compensatie van deze ontwikkeling. Aan de overige voorwaarden dient wel gewoon te worden voldaan. Extra woningen Voor het toestaan van extra woningen binnen de functie ‘Wonen’ gelden de volgende voorwaarden: 1.
Een extra woning wordt uitsluitend toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsimpuls in de vorm van de sloop van landschap ontsierende gebouwen binnen de gemeente Dinkelland en Tubbergen. Hierbij geldt dat voor elke 1.200 m2 te slopen landschap ontsierende bebouwing, één bouwkavel voor een woning kan worden toegekend; In dit geval wordt 600 m2 van de sloopmeters aangewend voor het splitsen van de bestaande woning aan de Uelserweg 161-161a. In dit geval wordt 600m² voldoende gevonden aangezien het gaat om het intern splitsen van een karakteristieke boerderij, wat de instandhouding van het waardevolle gebouw ten goede komt en waarbij er geen sprake is van een uitbreiding van het pand. Er is dus geen sprake van toename aan bebouwing. Daarnaast wordt 600 m2 aan sloopmeters gereserveerd voor andere ontwikkelingen in het buitengebied; 2. Voor bedrijfsmatige kassen/een kassencomples geldt een sloopverhouding van 1:5 ten opzichte van overige landschap ontsierende bebouwing, waarbij geldt dat hiermee per plan/locatie maximaal 3 compensatiewoningen gerealiseerd kunnen worden; Niet van toepassing, aangezien er geen kassen worden gesloopt; 3. Alleen (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden ingezet, voor gebouwen met een ander (voormalig) bedrijfsmatig gebruik geldt maatwerk; Alle te slopen bebouwing aan de Arkeweg 5-7 betreft voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; 4.
Alleen gebouwen die tenminste 5 jaar geleden zijn opgericht kunnen worden ingezet; Alle te slopen gebouwen zijn ten minste 5 jaar geleden opgericht; 5. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; Alle te slopen gebouwen zijn legaal opgericht; 6. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; Alle te slopen bebouwing betreft volledige gebouwen; 7. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop, maar worden ingepast in de nieuwe erfopzet; De te slopen gebouwen zijn niet karakteristiek of cultuurhistorisch waardevol; 8. Er mogen meerdere sloop- en bouwlocaties worden gecombineerd; Alle sloopmeters komen van de locatie Arkeweg 5-7. De extra woning wordt gerealiseerd aan de Uelserweg 161-161a; 9. Tenminste 75% van de vereiste sloopoppervlakte voor een woning moet uit de gemeente komen waar de woning gebouwd wordt; Alle sloopmeters komen uit de gemeente Tubbergen, waar de woning wordt gebouwd; 10. Op een slooplocatie moet tenminste 300m² worden gesloopt, tenzij het gaat om een veldschuur; Er wordt 1.264 m2 gesloopt op de slooplocatie, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de minimale norm; 11.
Alle landschap ontsierende gebouwen op een slooplocatie moeten worden gesloopt; Verwezen wordt naar punt 17. 12. Bouwwerken zoals sleufsilo’s, mestplaten, mestbassins, (mest)kelders, kassen (niet-zijnde een kassencomplex) en overtollige erfverharding moet worden verwijderd en tellen niet mee met de sloopoppervlakte. Torensilo’s en mestsilo’s kunnen worden meegeteld in de sloopoppervlakte; Bouwwerken zoals sleufsilo’s, mestplaten, mestbassins, (mest)kelders, kassen (niet-zijnde een kassencomplex) en overtollige erfverharding worden verwijderd en tellen niet mee met de sloopoppervlakte. 40
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Torensilo’s en mestsilo’s zijn voorgaande jaren al gesloopt en worden niet mee geteld; 13. De extra woning moet worden teruggebouwd op een slooplocatie waar sprake is van een erf met een functie (voormalig) agrarisch bedrijf, (voormalig) niet-agrarisch bedrijf dan wel een woonerf welke als zodanig is bestemd. Een locatie van een veldschuur geldt niet als geschikte terugbouwlocatie; De extra woning wordt gerealiseerd binnen de bestaande woonboerderij aan de Uelserweg 161-161a door deze planologisch op te splitsen in twee woningen. Het deelgebied Uelserweg 161-161a betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel, maar is in de huidige situatie een woonerf. Er wordt op dit punt dus niet aan het beleid voldaan. Er kan echter van het beleid worden afgeweken, omdat er door het realiseren van een woning in bestaande bebouwing geen sprake is van extra verstening en dit een positieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit heeft; 14. De woning en de bijbehorende bouwwerken dienen één erfensemble te vormen met de overige bebouwing (één-erf gedachte); Aangezien de woning wordt gerealiseerd in een bestaande woonboerderij, blijft sprake van één erfensemble. Wel wordt één extra bijgebouw gebouwd ten behoeve van de extra woning. Dit bijbehorende bouwwerk vormt één erfensemble met de overige bebouwing; 15.
Wanneer de slooplocatie(s) niet geschikt is/zijn om een extra woning te bouwen vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit, milieu-, ruimtelijke ordening- en/of overige wet- en regelgeving, kan de woning elders teruggebouwd worden. In dat geval dient de terugbouwlocatie aan te sluiten op bestaande bebouwing. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het bouwen in kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing, een bestaand erfensemble/erfstructuur (hieronder kan eventueel ook het ensemble/de erfstructuur van een historisch(e) landgoed/buitenplaats worden verstaan) of op de locatie van een solitair gelegen recreatiewoning waarbij deze wordt omgezet in een reguliere woning. Uitgangspunt is dat de impact van de nieuwe woning op de omgeving minimaal is; In dit geval wordt de extra woning niet gerealiseerd op de slooplocatie, maar aan de Uelserweg 161-161a. Er wordt op dit punt dus niet aan het beleid voldaan. Er kan echter van het beleid worden afgeweken, omdat er door het realiseren van een woning in bestaande bebouwing geen sprake is van extra verstening en dit een positieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit heeft; 16.
Indien wordt voldaan aan de sloopnorm, mag een extra woning met bijgebouw(en) gebouwd worden conform de toegestane afmetingen (inhoud/oppervlakte/etc.) die gangbaar zijn in het geldend bestemmingsplan/omgevingsplan voor de functie ‘Wonen; De woning wordt gerealiseerd in een bestaande woonboerderij, waardoor aangesloten wordt bij reeds toegestane maatvoeringen op basis van het overgangsrecht uit het bestemmingsplan. Het nieuwe bijgebouw heeft een oppervlakte van 94 m2, waarmee wordt voldaan aan de toegestane afmetingen voor bijbehorende bouwwerken in het buitengebied. Er wordt 64m² extra bijbehorende bouwwerken toegestaan bovenop de bij recht toegestane 100m²; 17. In afwijking van lid 16 mag van de sloopoppervlakte boven de sloopnorm, maximaal 50% worden ingezet voor een groter bijgebouw bij de nieuw te bouwen of een te behouden woning, waarbij per woning niet meer dan 350 m² aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Indien de te behouden gebouwen landschap ontsierend zijn, worden eisen gesteld aan het verfraaien van de gebouwen zodat deze niet meer landschap ontsierend zijn; In dit geval worden alle landschapsontsierende gebouwen, met uitzondering van één schuur, gesloopt. De schuur dient in principe gesloopt te worden, echter wordt in dit geval de schuur dermate opgeknapt en verfraaid dat deze in de nieuwe situatie niet meer landschapsontsierend is.
Het gebouw zal daarbij gebruikt worden als werkplaats en werktuigenstalling voor het beheer van de nog in bezit zijnde gronden. Ook wordt voldaan aan het toestaan van 64 m2 aan extra oppervlakte vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning aan de Uelserweg 161a, aangezien voor de eerste 100 m2 aan extra sloop 100 m2 aan extra bijbehorende bouwwerken gesloopt kan worden. In dit geval wordt er 64 m2 extra gesloopt, waardoor er ook 64 m2 extra gebouwd mag worden; 18. In afwijking van lid 10 kunnen gebouwen die in eerste instantie landschap ontsierend zijn, maar waarin bedrijfsmatige activiteiten mogelijk zijn, worden uitgezonderd van sloop mits dit landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is, de gebouwen zodanig verfraaid worden dat deze niet meer landschap ontsierend zijn en voldaan wordt aan de voorwaarden uit paragraaf 3.4. In dit geval worden alle landschapsontsierende gebouwen, met uitzondering van één schuur, gesloopt. De schuur dient in principe gesloopt te worden, echter wordt in dit geval de schuur dermate opgeknapt en verfraaid dat deze in de nieuwe situatie niet meer landschapsontsierend is. Het gebouw zal daarbij gebruikt worden als werkplaats en werktuigenstalling voor het beheer van de nog in bezit zijnde gronden.
De oppervlakte van de te behouden schuur (350 m2) wordt door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Tubbergen als aanvaardbaar gezien, zoals medegedeeld per brief d.d. 25 mei 2022. Daarom gaat het college in dit geval akkoord met het behouden van één landschapsontsierende schuur, onder de voorwaarde dat deze dusdanig verfraaid wordt zodat hij niet meer landschapsontsierend is. De wijze waarop de schuur wordt opgeknapt is opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 1 en zal door het bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
41
Kwaliteitsteam van de gemeente worden getoetst. Hiermee wordt voldaan aan bovengenoemde voorwaarde; 19. Middels een beeldkwaliteitsplan dient de beeldkwaliteit van de woning vastgelegd te worden. Er is een standaard beeldkwaliteitsplan opgesteld welke hiervoor gebruikt kan worden. Indien dit plan niet volstaat voor een specifiek project, dient een initiatiefnemer zelf een beeldkwaliteitsplan aan te leveren. Het beeldkwaliteitsplan dient akkoord te worden bevonden door de gemeente; Omdat er geen nieuwe woning gerealiseerd wordt hoeft er geen beeldkwaliteitsplan toegepast te worden; 20. In het gemeentelijk woningbouwprogramma moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor de te bouwen woningen in het buitengebied; In paragraaf 4.3.3 wordt aangetoond dat in het gemeentelijk woningbouwprogramma voldoende ruimte beschikbaar is voor het planologisch toevoegen van één woning; 21. Het toepassen van de regeling houdt in dat op alle betrokken locaties de bedrijfsmatige agrarische activiteiten gestaakt moeten worden.
Dit houdt tevens in dat de hiervoor bedoelde vergunningen en toestemmingen moeten worden ingetrokken door de vergunninghouder, de locaties een passende functie krijgen conform het nieuwe gebruik en planologisch wordt geregeld dat de bedrijfsmatige agrarische activiteiten moeten worden beëindigd; De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse van beide deelgebieden zijn reeds gestaakt. De vergunningen voor agrarische bedrijfsactiviteiten zijn ingetrokken en beide deelgebieden zijn reeds herbestemd naar woonpercelen; 22. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. In dit bestemmingsplan worden de planologische bouwmogelijkheden voor beide deelgebieden aangepast aan de nieuwe situatie. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen', gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen een veelvoud aan landschap ontsierende gebouwen wordt gesloopt.
Hierbij geldt de volgende bouwsloopverhouding: Extra oppervlakte3 Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder as-besthoudende as-besthoudende golfplaten golfplaten Tot en met 100 m² 1 m2 extra is 1 m2 sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 101 m2 tot en met 500 m² 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 2 2 2 501 m en meer 1 m extra is 3 m sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop Op basis van bovenstaande toetsing wordt samenvattend geconcludeerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het planologisch toevoegen van één extra woning aan de Uelserweg 161-161a op basis van de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Arkeweg 5-7 (Rood voor Rood). Ook wordt voldaan aan het toestaan van 64 m2 aan extra oppervlakte vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning aan de Uelserweg 161a. Tevens wordt voldaan aan de algemene randvoorwaarden. Er vindt een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit plaats door onder andere het slopen en opknappen van landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijk inpassen van beide deelgebieden. De landschappelijke inpassing is toegelicht in paragraaf 3.2.2 en 3.3.2 en weergegeven in het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 1. De landschapsmaatregelen worden vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting.
Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' van de gemeente Tubbergen. 4.3.3
Gemeentelijk woonbeleid
4.3.3.1 Algemeen De provincie Overijssel heeft met de Twentse gemeenten (waaronder Tubbergen) woonafspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering binnen de regio Twente. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid woningen die gemeenten in de komende jaren gaan bouwen binnen deze regio. Op 5 juli 2021 is de gemeentelijke woonvisie (Woonvisie 2021+) vastgesteld door de gemeenteraad van
42
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Tubbergen. De visie is een nadere uitwerking van MijnOmgevingsvisie omtrent het thema wonen. De hoofddoelen zijn volgens de woonvisie Betaalbaar woningaanbod voor starters; Levensloopbestendige woningen voor ouderen; Kwalitatieve woningvoorraad. 4.3.3.2 Woningbouwopgave In 2017 zijn de regionale woonafspraken Twente (RWP) gemaakt. Deze waren gebaseerd op Primos2017 en de LVDV en vormden voor de Twentse gemeenten het kader voor de woonprogrammering. Op basis van deze (in 2019 geactualiseerde) regionale afspraken is het gemeentelijk woningbouwprogramma opgesteld met een verdeling van het aantal te bouwen woningen over de kernen op basis van verwachte huishoudensgroei. Voor de komende jaren gaat de gemeente uit van een woningbehoefte die een middeling is van verschillende prognoses (RWP, Companen, Primos2020, CBS Bovengrens-scenario en Companen - trendraming). Dit betekent dat we uitgaan van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Ruim de helft van de woningbehoefte landt in de drie grotere kernen. Een aantal van 40 woningen wordt gereserveerd voor woningen in het buitengebied. De overige 40 woningen worden niet op voorhand toegewezen maar kunnen vrij worden toegewezen aan kansrijke plannen die zich voor doen (knelpuntenpot).
Daarnaast blijven op beperkte schaal overige mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die zijn vooral gekoppeld aan de rood voor rood regeling. Door de gestage daling van het aantal agrarische bedrijven is er in de afgelopen jaren een toename gezien in het aantal aanvragen voor de rood voor rood regeling. Woningbouw op deze plekken biedt de mogelijkheid om vrijgekomen agrarische bebouwing te verwijderen. Het is wel belangrijk dat de te realiseren woningen tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied leiden. In de woonvisie is aangegeven dat de gemeente sterk inzet op de realisatie van koopwoningen voor starters en levensloopgeschikte woningen voor ouderen. Een (beperkt) deel van het woningbouwprogramma wordt gericht op de ontwikkeling van (koop)woningen voor gezinnen. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het planologisch toevoegen van één woning in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Er is sprake van een concrete behoefte voor de woning. De woning wordt namelijk gerealiseerd in een bestaande woonboerderij met inwoonsituatie. Er wonen momenteel reeds twee huishoudens in de woonboerderij, waardoor met het 'splitsen' van de woning de planologische situatie wordt afgestemd op de feitelijke situatie.
Daarnaast past de woning binnen de reservering van 40 woningen voor het buitengebied in het kader van Rood voor Rood. De compensatiewoning past dan ook binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Tevens wordt opgemerkt dat er op basis van het principebesluit op de gewenste woningbouwontwikkeling één contingent in het woningbouwprogramma van de gemeente Tubbergen is opgenomen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. 4.3.4
Casco-benadering in Noordoost-Twente
4.3.4.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
43
4.3.4.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het ‘kleinschalige groene karakter’ van het landschap in totaliteit. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren
Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). In afbeelding 4.8 is een fragment van de Cascokaart behorende bij de Casco benadering opgenomen, met daarbij met in rode omlijning het deelgebied Uelserweg 161-161a. In afbeelding 4.9 is een uitsnede van de Casco kaart ter plaatse van het deelgebied Arkeweg 5-7 opgenomen.
Afbeelding 4.8 Fragment Cascokaart deelgebied Uelserweg 161-161a (Bron: Gemeente Tubbergen)
44
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Afbeelding 4.9 Fragment Cascokaart deelgebied Arkeweg 5-7 (Bron: Gemeente Tubbergen) 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Casco-benadering in Noordoost-Twente' De randen van het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a zijn onderdeel van het Casco. Binnen de gronden die aangewezen zijn als onderdeel van het Casco is geen sprake van het verwijderen van bestaande landschapselementen. Er vindt dan ook geen aantasting van het Casco plaats. Het deelgebied Arkeweg 5-7 is geen onderdeel van het Casco. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het Casco. Gelet op het vorenstaande zijn geen belemmeringen ten aanzien van de Casco-benadering en worden geen nadere voorwaarden gesteld. 4.3.5
Beeldkwaliteit
De Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 is in dit geval niet van toepassing, omdat voor Rood voor Rood-projecten een algemeen beeldkwaliteitsplan geldt. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning. Omdat er geen nieuwe woning wordt gerealiseerd is nadere toetsing aan het beeldkwaliteitsplan niet aan de orde. 4.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
45
46
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid, voor beide percelen, beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.
5.1 Geluid 5.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In dit geval wordt planologisch gezien één extra woning toegevoegd aan de Uelserweg 161-161a. Echter wordt deze woning toegevoegd binnen de bestaande woonboerderij met inwoning. Er is geen sprake van het uitbreiden van de bestaande woning. In artikel 76 van de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Aangezien de extra woning binnen de bestaande woning wordt gerealiseerd, is het toetsen aan wegverkeerslawaai formeel niet noodzakelijk. Ten aanzien van het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 wordt opgemerkt dat ter plaatse slechts landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt (dan wel opgeknapt). Ter plaatse worden geen nieuwe woningen gerealiseerd, waardoor een toetsing aan het aspect wegverkeerslawaai tevens niet noodzakelijk is. In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' wordt opgemerkt dat de te splitsen woning aan een deel van de Uelserweg met een lage verkeersintensiteit ligt. Ten aanzien van deze te splitsen woning is de geluidskaart voor het wegverkeer geraadpleegd via de Atlas voor de Leefomgeving. Hiervan is een uitsnede weergegeven in afbeelding 5.1, waarin de locatie van de te splitsen woning is aangeduid met een rode ster. Hieruit blijkt dat de te splitsen woning op een locatie ligt waarvoor een geluidsniveau van <42 dB wordt verwacht.
Er wordt dan ook verwacht dat de geluidsbelasting op de gevel van de compensatiewoning onder de voorkeurswaarde van 48 dB zal blijven. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
47
Afbeelding 5.1: Uitsnede wegverkeersgeluidkaart (Bron: Atlas Leefomgeving) 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorlijnen aanwezig. Hierdoor kan het aspect railverkeerslawaai buiten beschouwing worden gelaten. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidsgezoneerde industrieterreinen aanwezig. Hierdoor kan industrielawaai (in het kader van de Wet geluidhinder) ook buiten beschouwing worden gelaten. In paragraaf 5.5 (milieuzonering) wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
5.2 Bodemkwaliteit 5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of wijzigingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2
Situatie plangebied
5.2.2.1 Algemeen In dit geval is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het deelgebied Arkeweg 5-7 in Tubbergen. Dit aangezien ter plaatse voormalige agrarische schuren (met asbest) worden gesloopt. Voor het deelgebied Uelserweg 161-161a is geen bodemonderzoek uitgevoerd, aangezien ter plaatse geen sprake is van sloop en het erf reeds een woonbestemming heeft. De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen 48
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
een bestaande woning. Er is slechts sprake van het planologisch splitsen van de woning, waarbij geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Wel wordt een nieuwe kapschuur met een oppervlakte van 94 m2 gerealiseerd binnen de bestaande woonbestemming. Echter betreft dit een bijgebouw bij de woning die gebruikt wordt ten behoeve van opslag. Het bijgebouw heeft geen langdurige verblijfsfunctie. Hierdoor is het uitvoeren van een bodemonderzoek ter plaatse niet noodzakelijk. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten ter plaatse van het deelgebied Arkeweg 5-7. 5.2.2.2 Situatie plangebied Door Dumea Milieu is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 uitgevoerd. De bijbehorende onderzoeksrapportage is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt op de onderzoeksresultaten ingegaan. Algemeen De locatie betreft een agrarisch erf. Op de locatie zijn twee bedrijfswoningen en 6 schuren (varkensschuren, twee garages, een opslagloods en een wagenloods) aanwezig. De daken van de schuren bevatten (deels) asbesthoudende dakbedekking. De varkensschuren zullen worden gesloopt. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: bovengrondse dieselolietank (1.200 liter); druppelzones (asbestverdacht); overig terrein (asbestverdacht).
Onderzoeksresultaten In het onderzoek zijn in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) hooguit lichte overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond, voor zink en cadmium. In de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) zijn geen overschrijdingen aangetoond van de achtergrondwaarden. In het grondwater is een lichte overschrijding aangetoond van de streefwaarde voor barium. In het onderzoek is in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) geen asbest aangetoond. In de bovengrond (0,0-0,1 m-mv) ter plaatse van de druppelzones is zintuigelijk geen asbest aangetroffen. Bij de analyse is geen of maximaal 5.2 mg/kg.ds asbest aangetoond. In de bovengrond en het grondwater ter plaatse van de dieselolietank zijn geen overschrijding gemeten van de achtergrondwaarden/streefwaarden. Het onderzoek voldoet aan de geldende normen en richtlijnen en geeft voldoende inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie. Op basis van het bodemonderzoek is geen aanleiding tot aanvullend of nader onderzoek en geen vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Toekomstig grondverzet (op of van de locatie) dient te worden gemeld via het meldpunt Bodemkwaliteit. De gemeente Noaberkracht heeft op 7 juli 2020 de Bodembeheernota en Bodemkwaliteitskaart Twente vastgesteld. De aanvulling ten aanzien van PFAS is echter nog niet vastgesteld.
Bij afvoer van overtollige grond dient deze aanvullend te worden onderzocht op PFAS. 5.2.3 Conclusie De bodem ter plaatse van de locatie Arkeweg 5-7 in Tubbergen is geschikt voor de beoogde bestemming (wonen). Voor het deelgebied Uelserweg 161-161a is geen bodemonderzoek uitgevoerd, aangezien er niet wordt gesloopt (nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen de bestaande woning) en het erf reeds een woonbestemming heeft. Uit milieukundig oogpunt is geen bezwaar tegen herziening van het bestemmingsplan.
5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen
49
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen beschreven, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling (planologisch toevoegen van één extra woning) in vergelijking met voorgenoemde voorbeelden van categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Verder wordt opgemerkt dat ten aanzien van de ontwikkeling geen sprake is van de realisatie van een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
5.4 Externe veiligheid 5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen 50
bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Arkeweg 5-7 Tubbergen
(Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden- en het groepsrisico. 5.4.2
Beoordeling
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.2 is een uitsnede van de Risicokaart opgenomen. In dit geval wordt het deelgebied aan de Arkeweg 5-7 buiten beschouwing gelaten. Op deze locatie worden namelijk geen (beperkt) kwetsbare objecten toegevoegd of nieuwe functies toegestaan waarbij sprake is van gebruik van gevaarlijke stoffen. Het deelgebied aan de Uelserweg 161-161a is in afbeelding 5.2 indicatief weergeven met een blauwe ster.
Afbeelding 5.2 Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving) Gebied met kans op grote natuurbrand Zoals in afbeelding 5.2 is weergegeven, ligt het deelgebied Uelserweg 161-161a op circa 110 meter ten zuiden van een gebied met kans op een grote natuurbrand. De te splitsen woonboerderij betreft (in de gewenste situatie) een reguliere twee-onder-één-kapwoning voor zelfredzame personen. De brandweer kan in geval van calamiteiten in theorie binnen 8 minuten ter plaatse van het deelgebied aanwezig zijn, aangezien de dichtstbijzijnde brandweerkazerne zich bevindt aan de Reutummerweg 6 te Tubbergen. Bovendien is vanuit planologisch opzicht sprake van een zeer geringe toename van het aantal aanwezige personen in dit deelgebied (slechts één huishouden), echter wordt de woonboerderij in de feitelijke situatie reeds bewoond door twee huishoudens. Hierdoor is in feite geen sprake van een toename van de personendichtheid in het plangebied. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat het gebied met kans op natuurbrand geen belemmering vormt voor het planologisch splitsen van de woning. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. bestemmingsplan Buitengebied, Uelserweg 161-161a Mander en Ar keweg 5-7 Tubbergen