Bijlage Bestemmingsplan Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.pdf
Tekst van het document
Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling (grondgebonden zoogdieren) en enkele soorten zonder deze vrijstelling, vleermuizen , huismus en broedvogels. Bij de realisatie van de woning wordt geadviseerd rekening te houden met verlichting. Door middel van het gebruik van naar beneden gerichte armaturen wordt de verlichting van boomkronen voorkomen. Gebiedsbescherming Natura 2000 Op ruim 400 meter afstand van de slooplocatie aan de Uelserweg 134 ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Springendal en Dal van de Mosbeek. De projectgebieden aan de Zenderseweg ong. en aan de Huyerenseweg 21 liggen verder weg van Natura 2000-gebied (respectievelijk op circa ruim 7 en 6 kilometer). De aard van de
44
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot de projectgebieden of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er derhalve geen reden om aan te nemen dat er kans is op een belemmering van de kernopgaven van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De projectgebieden aan de Huyerenseweg, Uelserweg en Zenderseweg maken geen onderdeel uit van het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Er worden binnen de projectgebieden geen bomen gekapt.
Indien toch een enkele boom dient te worden gekapt is geen meldingsplicht noodzakelijk omdat deze valt onder de beplanting op erven en tuinen. Slotconclusie Het voorgenomen plan is, met betrekking tot gestelde eisen vanuit de natuurbescherming, uitvoerbaar. Wel dienen, betreffende soortenbescherming, de genoemde maatregelen genomen te worden.
4.3
Archeologische waarden
Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologische erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Betreffende archeologie heeft de gemeente Tubbergen een archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld. Op de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Tubbergen is aangegeven dat het projectgebied aan de Huyerenseweg 21, waar woningen worden gerealiseerd, grotendeels ligt in een gebied welke is aangeduid als 'dekzandwelvingen en -vlakten' (zie afbeelding 29). Voor dit gebied geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in projectgebieden groter dan 5000 m², bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek.
In het voorliggende plan blijven de ingrepen aan de Huyerenseweg 21 in de bodem ruim onder de grens van 5000 m2. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
vastgesteld
45
Afbeelding 29: Uitsnede archeologische Tubbergen, locatie Huyerenseweg 21
verwachtings-
en
advieskaart,
gemeente
Op de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Tubbergen is aangegeven dat het projectgebied aan de Zenderseweg ong., waar één woning wordt gerealiseerd, ligt in een gebied welke is aangeduid als 'stuwwalhellingen met vochtige zandige of kleiige bodems' (zie afbeelding 30). Voor dit gebied geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in projectgebieden groter dan 5000 m², bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. In het voorliggende plan blijven de ingrepen aan de Zenderseweg ong. in de bodem ruim onder de grens van 5000 m2. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
46
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
Afbeelding 30: Uitsnede archeologische Tubbergen, locatie Zenderseweg ong.
4.4
verwachtings-
en
advieskaart,
gemeente
Cultuurhistorische waarden
De monumentenzorg is gebaseerd op drie pijlers (o.a. geborgd in de Erfgoedwet): 1. Cultuurhistorische belangen meewegen in ruimtelijke ordening. 2. Krachtiger en eenvoudiger regelgeving. 3. Bevorderen van herbestemmingen. Historische gebouwen, complexen, terreinen en landschappen kunnen hun functie en daarmee hun gebruik verliezen. Dit kan leiden tot verval, waardoor belangrijke cultuurhistorische waarden verloren gegaan. Het toekennen van een andere bestemming kan bijdragen aan het behoud. Met het voorliggende plan worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Zo zijn er geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die worden aangetast.
4.5
Hydrologie en watertoets
Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundigedoelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie.
vastgesteld
47
Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. In het waterbeheerplan wordt het waterbeleid beschreven voor de primaire taakgebieden van het waterschap: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water; Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water; Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water; Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De waterschappen adviseren bij ruimtelijke plannen (o.a.
bestemmingsplannen) om te komen tot een duurzame ruimtelijke inrichting. Met de (digitale) Watertoets kan het waterschap haar waterbelangen inbrengen in de ruimtelijke planvorming. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Wateraspecten plangebieden Huyerenseweg 21 en Zenderseweg ong. Op de projectlocaties aan de Huyerenseweg 21 en de Zenderseweg ong. worden woningen gebouwd. Deze projectgebieden lopen geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom de projectgebieden geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m2 (het verhard oppervlak neemt af). De projectgebieden bevinden zich niet binnen een beschermingszone van een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel, waarbij hemelwater wordt geinfiltreerd.
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt door het waterschap een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm ten opzichte van de gemiddelde hoogste rondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd dit voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Watertoets De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen op 5 maart 2019 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen
48
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen.
vastgesteld
49
Hoofdstuk 5 Milieutoets
5.1
Inleiding
Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: bodem; geluid; geur; luchtkwaliteit; externe veiligheid; bedrijven en milieuzonering; vormvrije m.e.r.-beoordeling; verkeer en parkeren.
5.2
Bodem
Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gewenste ontwikkeling. Hiertoe zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd op de projectlocaties Huyerenseweg 21 en Zenderseweg ong. De onderzoeksrapporten zijn opgenomen in Bijlage 11 en Bijlage 12 van de toelichting. Huyerenseweg 21 De bovengrond van twee boringen is licht verontreinigd met zware metalen, minerale olie en PAK. In de mengmonsters van de bovengrond en de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht tot matig verontreinigd met barium en benzeen. Nader grondwateronderzoek naar aanleiding van het matig verhoogde bariumgehalte is niet noodzakelijk, aangezien het hier zeer waarschijnlijk om een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde gaat. Van 4 visueel asbestvrije mengmonsters zijn er 2 asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn lager dan de toetsingswaarden voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte in één inspectiegat is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Op een deellocatie (A) is de druppelzone is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er heeft een analyse van fijne fractie plaatsgevonden. Hierbij zijn geen respirabele vezels aangetroffen Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De anlyse is opgenomen in Bijlage 13 van de toelichting. Op een deellocatie (B) is visueel de bodem in inspectiegaten puin- en asbestvrij. De omvang van de asbesthoudende demping, zoals onderzoeksbureau ATKB deze eerder in
50
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
2010 had vastgesteld, lijkt aan de oostzijde minder ver door te lopen. De omvang van de sterke asbestverontreiniging wordt geschat op circa 50 m2 x 0.4 meter = 20 m3. Om het terreindeel geschikt te maken voor toekomstig gebruik is sanering noodzakelijk. In de huidige situatie is sanering niet noodzakelijk, aangezien er geen blootstellingsrisico's zijn. Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag (provincie Overijssel) dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er na sanering van de asbesthoudende demping, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen aan de Huyerenseweg 21, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Zenderseweg ong. In het grondwater zijn (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren.
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen het voorgenomen nieuwbouwplan aan de Zenderseweg ong., aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).
5.3
Geluid
Een teveel aan geluid kan hinderlijk zijn en de gezondheid schaden. De Wet geluidhinder stelt daartoe voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Wettelijk kader De Wet geluidhinder is op 1 januari 2007 van kracht geworden. In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat alle wegen een geluidszone hebben. Dit is de zone langs een weg waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn de wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/h. De breedte van de zone hangt af van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied. Bestaande situaties Bestaande situaties hoeven niet getoetst te worden bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De feitelijke of toekomstige geluidbelasting speelt juridisch geen rol bij het opnieuw vaststellen van bestaande situaties binnen het plangebied. De regels voor geluid in de woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Voor bestaande woningen met een te hoge geluidbelasting bestaat er een saneringsregeling. Hiervoor komen alleen woningen in aanmerking die in 1986 vanwege het geluidsaspect wegverkeer een te hoge geluidbelasting ondervonden. Nieuwe ontwikkelingen
vastgesteld
51
Volgens de Wet geluidhinder dient bij de realisatie van een nieuwe weg en/of nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszones van de wegen, onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige bestemmingen. Onderzoek projectgebieden Huyerenseweg en Zenderseweg De nieuwe woonbestemmingen aan de Huyerenseweg 21, waarbij drie nieuwe woningen wordt gerealiseerd, is geluidsgevoelig. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed. De nieuwe woningen wordt gerealiseerd op ruime afstand van de Huyerenseweg. Deze afstand bedraagt circa 450 meter. Ook de Hamveldsweg ligt op meer dan 220 meter afstand. Aangezien er ook geen andere geluidsbronnen in de nabije omgeving aanwezig zijn, is het aannemelijk dat de geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen ruim onder de 48 dB ligt. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig. De Zenderseweg betreft ter plaatse een 30 km/u weg. De Wet geluidhinder is niet van toepassing op 30 km/u-wegen, omdat er geen zones gelden. Het plan aan de Zenderseweg voldoet daarmee aan de Wet geluidhinder.
De weg bestaat uit asfalt en de nieuwe woning wordt op enige afstand van de weg gerealiseerd, vergelijkbaar met de afstand van bestaande woningen aan deze weg. Hiermee is het aannemelijk dat de geluidsbelasting op de gevels van de woningen beperkt zal zijn, en dat betreffende het aspect geluid sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Op de geluidskaart, betreffende wegverkeer, van de Atlas Leefomgeving, blijkt ook dat het geluidsniveau maximaal tussen de 45 en 50 dB (goed) zal bedragen. Een nader akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Afbeelding 31: Kaart geluid wegverkeer, Atlas Leefomgeving, locatie Zenderseweg ong.
52
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
5.4
Geur
De nieuwe bouwkavels zijn niet vergunningsplichtig vanuit de Wet milieubeheer. In relatie tot vergunde rechten van omliggende veehouderijen geldt op grond van artikel 14, lid 2 onder c van de Wet geurhinder en veehouderij voor nieuwe bouwkavels op grond van een 'Rood voor Rood-regeling' (of daarmee gelijk te stellen) een minimale afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom ten opzichte van agrarische bedrijven van derden. Het bouwblok van het dichtsbij gelegen agrarische bedrijf ligt aan de Huyerenseweg 17 op een afstand van ruim 85 meter van de dichtstbijzijnde gevel van de nieuw te realiseren woning aan de Huyerenseweg 21. Dit is buiten de minimale afstand die voortkomt uit de Wet geurhinder en veehouderij (50 meter). Het bouwblok van het dichtsbij gelegen agrarische bedrijf, bij de projectlocatie aan de Zenderserweg, ligt aan de Kanaalweg 24a, op een afstand van meer dan 150 meter van de dichtstbijzijnde gevel van de nieuw te realiseren woning. Dit is buiten de minimale afstand die voortkomt uit de Wet geurhinder en veehouderij (100 meter). Dit betreft geen intensieve veehouderij, en andere burgerwoningen liggen reeds dichter bij dit agrarische bedrijf. Hierdoor is de voorliggende ontwikkeling aan de Zenderseweg niet beperkend voor dit agrarische bedrijf.
5.5
Luchtkwaliteit
Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën opgenomen (de projectlocatie valt onder: inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling geldt dat een woningbouwlocatie niet in betekende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat. De voorgenomen ontwikkeling is met vier nieuwe woningen zo kleinschalig (<1.500 woningen), dat deze niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Een nader onderzoek is derhalve niet van toepassing op de ontwikkeling.
5.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving door onder andere productie, opslag, verlading en gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 januari 2010 zijn er strikte risicogrenzen die in milieuvergunningen en bestemmingsplannen moeten worden vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Dit gaat concreet om bedrijven die risicovol zijn, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water, en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Externe veiligheid kan op twee manieren ingedeeld worden:
vastgesteld
53
Transportrisico behandelt de externe veiligheid langs transportassen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals spoorlijnen, buisleidingen en snelwegen. Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, bijvoorbeeld tankstations met LPG-verkoop. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht gemeenten om afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Er wordt gewerkt met een plaatsgebonden risicocontour (PR) en een groepsgebonden risico (GR): In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen, kleinere kantoren) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsgebonden risico (GR). Het groepsgebonden risico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico.
Voor het GR geldt geen harde juridische norm, maar is een zogenaamde oriënterende waarde. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is vanaf 1 januari 2011 het toetsingskader bij planontwikkeling in de nabijheid van hogedrukaardgasleidingen en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft grondslag in de Wet Milieubeheer (Wm) en in de Wro. Om uitspraken te kunnen doen over de extrene veiligheid is de Risicokaart Overijssel geraadpleegd. Ter plaatse van de nieuwbouwlocaties, of in de directe omgeving ervan, zijn geen risicovolle inrichtingen, infrastructuur of buisleidingen aanwezig. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen.
5.7
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Aan de hand van de richtafstanden is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie in en rondom het betreffende projectgebied.
Het gaat hierbij dus enerzijds om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat bij de nieuwe
54
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
woning in ernstige mate wordt aangetast. Anderszijds gaat het om de vraag of de nieuwe woningen geen beperkende invloed op de bedrijfsvoering van bestaande inrichtingen gaan hebben. Woningbouwplan aan de Huyerenseweg 21 In het voorliggende plan liggen alleen twee paardenhouderijen in de directe omgeving van het plangebied aan de Huyerenseweg. Het dichtsbijzijnde agrarische bedrijf ligt op meer dan 65 meter van de nieuw te bouwen woningen. Zoals in paragraaf 5.4 is aangegeven, is deze afstand ruim voldoende. In de VNG-uitgave wordt daarnaast nog aangegeven dat voor paardenfokkerijen een richtafstand van 50 meter geldt, waaraan wordt voldaan. Het voorgenomen plan beperkt geen omliggende (agrarische) bedrijven in hun ontwikkeling en anderszijds kan worden geconcludeerd dat, op basis van bedrijven en milieuzonering, hier sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Binnen de richtafstand van 200 meter liggen geen intensieve veehouderijen. Woningbouwplan aan de Zenderseweg ong. Voor de milieuzonering aan de Zenderseweg wordt aangesloten bij het omgevingstype 'gemengd gebied', conform de VNG-uitgave, vanwege de diverse functies in de omgeving. Dit is ook conform de richtafstanden die zijn aangehouden in het bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren'.
Dit betekent dat ten opzichte van de milieucategorie 3.1 (oranje in afbeeling 32), welke aanwezig is aan de overzijde van de Zenderseweg, een afstand aangehouden moet worden van 30 meter tot aan de gevel van de nieuw te realiseren woning. De grens van het bouwvlak van de nieuwe woning (zie de verbeelding) houdt deze afstand van minimaal 30 meter aan. Opgemerkt dient te worden dat in een punt richting de Zenderseweg tevens milieucategorie 3.2 toegestaan is (rode vlak in afbeelding 32). In de praktijk is echter geen milieucategorie 3.2 bedrijvigheid ter plaatse aanwezig. Het betreft hier namelijk het bedrijfsperceel van taxi Hulshof (activiteit: taxibedrijven, milieucategorie 2), waarbij bovendien geldt dat ter plaatse van de milieucategorie 3.2 aanduiding de bedrijfswoning van Taxi Hulshof gepositioneerd is. Ten slotte is op korte afstand van dit bedrijfsperceel tevens de bedrijfswoning van het naastgelegen bedrijf (Zenderseweg 42A) aanwezig, welke ook bescherming vanuit milieuzonering geniet. Het valt daarmee niet te verwachten dat ter plaatse milieucategorie 3.2. bedrijvigheid uitgeoefend kan worden. Er is hiermee geen sprake van een onevenredige belemmering als gevolg van de beoogde ontwikkeling van een nieuwe woning. Anderzijds kan geconcludeerd worden dat hier sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
vastgesteld
55
Afbeelding 32: Maximale milieucategorie en onderlinge afstanden woonbebouwing-bedrijvigheid, locatie Zenderseweg ong.
5.8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011, en gewijzigd in 2017, is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, moet worden beoordeeld of er een m.e.r. gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Woningbouwprojecten staan op de D-lijst, welke nader worden omschreven als stedelijk ontwikkelingsproject. De voorliggende ontwikkeling betreft de functiewijziging van agrarische erven naar een woonerven, en de realisatie van een nieuwe woningbouwlocatie, waarbij in totaal vier nieuwe woningen worden gerealiseerd. Dit betreft een dermate kleinschalig plan dat hier geen sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Het
56
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
opstellen van een m.e.r. en/of een vormvrij m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. De betrokken locaties zijn niet gelegen in een kwetsbaar of gevoelig gebied. Dit kan worden gesteld door middel van de uitgevoerde natuuronderzoeken, de waterparagraaf en de milieuonderzoeken. Op basis van de uitkomsten in deze toelichting m.b.t. potentiële effecten van het plan, is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de betrokken locaties en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief.
5.9
Verkeer en parkeren
In het voorliggende plan worden de agrarische bedrijfsactiviteiten binnen de betrokken plangebieden definitef gestaakt, en worden vier nieuwe woningen gerealiseerd. Eén aan de Zenderseweg en drie aan de Huyerenseweg. De wooneenheden aan de Huyerenseweg brengen niet significant meer verkeersbewegingen met zich mee dan het voormalige agrarische bedrijf. Het bestaande wegennet kan de verkeerbewegingen goed aan. Het parkeren vindt plaats op het woonerf zelf. Hier is ruimte voldoende. Ditzelfde geldt voor de Zenderseweg. Ook hier kan het bestaande wegennet de extra verkeersbewegingen goed aan, is een overzichtelijke inrit te realiseren en kan worden geparkeerd op het woonerf zelf.
vastgesteld
57
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording
6.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. In paragraaf 1.3 van deze toelichting is reeds aangegeven dat de realisatie van de nieuwe burgerwoningen (op basis van de 'Rood voor Rood-regeling') niet past binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voor de locatie een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Wanneer dit bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, zal het als zelfstandig plan vigeren. Er zijn vier typen regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel. Deze regels sluiten waar mogelijk en relevant aan op het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen. De regels zijn opgesteld conform de SVBP2012-standaarden en er is aangesloten op de meest recente wetgeving.
6.2
Inleidende regels
In artikel 1 Begrippen is omschreven wat met de gebruikte begrippen wordt bedoeld. Het gaat om begrippen die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifieke juridische betekenis hebben. Bij toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In artikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe de maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten dienen te worden.
6.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch - 1 gaat in op de bouw- en gebruiksmogelijkheden ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Bouwen ten behoeve van het agrarisch bedrijf is alleen toegestaan binnen het agrarisch bouwvlak. Dit artikel bevat een aantal specifieke afwijkingsmogelijkheden om onder voorwaarden van de bouwregels af te kunnen wijken. Artikel 4 Wonen geeft aan dat binnen elk bestemmingsvlak één woning is toegestaan, binnen een bouwvlak. De nieuwe woning mag een inhoudsmaat van maximaal 1000 m3 hebben. Binnen deze bestemming zijn erf en tuin tevens toegestaan. Bijgebouwen zijn mogelijk tot de oppervlaktematen zoals deze in de regels zijn genoemd. Ook in dit artikel zijn een aantal specifieke afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 geven aan dat het
58
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
gronden betreft waarbij het behoud en de bescherming van de archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle essen en steilranden met bijbehorende beplanting belangrijk is. Hiervoor zijn regels opgenomen.
6.4
Algemene regels
Artikel 7 t/m 10 bevatten de algemene regels. Dit zijn regels die niet specifiek aan een bestemming zijn gekoppeld, maar die altijd voor elke locatie gelden. In artikel 7 Anti-dubbeltelregel wordt bijvoorbeeld beoogd om te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan is toegestaan, bijvoorbeeld bij een toekomstige afsplitsing van het bestemmings- of bouwvlak. Artikel 8 bevat de Algemene gebruiksregels, artikel 9 bevat de Algemene aanduidingsregels en in artikel 10, de Algemene afwijkingsregels, worden een aantal mogelijkheden geboden om af te wijken van de bouwregels binnen diverse bestemmingen. Artikel 11 bevat de Overige regels.
6.5
Overgangs- en slotregels
Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen en gebruik is opgenomen in artikel 12 Overgangsrecht Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Het laatste artikel is artikel 13 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.
vastgesteld
59
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1
Inleiding
In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.
7.2
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1 Overleg Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld is dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Het plan betreft de uitvoering van bestaand beleid. Het plan hoeft daarmee niet voor vooroverleg te worden toegezonden aan de provincie Overijssel. Waterschap Vechtstromen Het plan is afgestemd met het waterschap. De resultaten van deze afstemming zijn weergegeven in paragraaf 4.5.
7.2.2 Inspraak De gemeente kan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid en bestemmingsplannen. Gezien de relatief beperkte planologische betekenis, en gezien het de uitvoering van bestaand beleid betreft, wordt het bestemmingsplan direct als ontwerp ter inzage gelegd.
60
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
7.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 20 november 2019 tot en met 31 december 2019 voor 6 weken voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn twee reclamanten die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen zijn samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien. Dit is weergegeven in de bijgevoegde 'Reactienota zienswijzen', zoals opgenomen in Bijlage 15 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Op grond van de bevindingen naar aanleiding van de ingebracht zienswijzen zijn, ten opzicht van het ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplan, de navolgende wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Toelichting Bijlage 1, "Inrichtingsplannen locaties Manderweg 3, Uelserweg 134 en Huyerenseweg 21": 1. op bladzijde 41 is afbeelding 39 "Uelserweg 134 herinrichtingsplan" aangepast in die zin dat de meest zuidwestelijke nieuw aan te planten eik iets is verschoven in noordoostelijke richting, zodat deze binnen het plangebied van het bestemmingsplan komt te staan. 2. op bladzijde 48 is afbeelding 43 "Landschappelijke beplanting nieuw op de Uelserweg 134" aangepast in die zin dat de meest zuidwestelijke nieuw aan te planten eik iets is verschoven in noordoostelijke richting, zodat deze binnen het plangebied van het bestemmingsplan komt te staan.
Ter verduidelijking is tevens de plangrens van het bestem-mingsplan weergegeven. Regels Bijlage 2, "Erfinrichtingsplannen Uelserweg ong. en Huyerenseweg 21": op bladzijde 48 is afbeelding 43 "Landschappelijke beplanting nieuw op de Uelserweg 134" aangepast in die zin dat de meest zuidwestelijke nieuw aan te planten eik iets wordt verschoven in noordoostelijke richting, zodat deze binnen het plangebied van het bestemmingsplan komt te staan. Ter verduidelijking is tevens de plangrens van het bestemmingsplan weergegeven.
7.3
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst afgesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
vastgesteld
61
62
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld
63
Bijlage 1 Inrichtingsplannen locaties Manderweg 3, Uelserweg 134 en Huyerenseweg 21
64
Huyerenseweg 21, Zenderseweg ong. en Uelserweg ong.
Rood voor Rood Herontwikkeling locaties Manderweg 3, Uelserweg 134 en Huyerenseweg 21
Realisatie nieuwbouwkavels Huyerenseweg Rood voor rood locaties Manderweg 3, Uelserweg 134 en Huyerenseweg 21
Opdrachtgever: Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 8012 EE ZWOLLE
Opdrachtnemer: Eelerwoude BV Mossendamsdwarsweg 3 7472 DB Goor Postbus 53 7470 AB Goor Tel.: 0547 26 35 15 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: 7756 Datum: augustus 2019 Projectleider: M. Elshof Opgesteld: S. Roeters Gecontroleerd: L. Beurskens
4
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
INHOUD
INLEIDING ...........................................................................................................................7 1.1 Het voorgenomen plan
7
1.2 Ontwikkeling leidt tot kwaliteitsimpuls
7
UITGANGSPUNTEN PLAN
9
2.1 Huyerenseweg 21 te Geesteren
9
2.2 Uelserweg 134 te Mander
9
2.3 Manderseweg 3 te Mander
9
BELEIDSANALYSE
11
3.1 Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Overijssel
11
3.2 Gemeentelijk beleid: Rood voor Rood
23
3.3 Landschapsontwikkelingsplan Tubbergen
25
3.4 Casco-benadering in Noordoost - Twente
25
LANDSCHAPSANALYSE
27
4.1 Historische analyse
27
4.2 Bodem en waterhuishouding
33
4.3 Hoogteligging
37
INRICHTINGSPLANNEN
39
5.1 Situatie Manderseweg 3
39
5.2 Inrichtingsplan Uelserweg 134
40
5.3 Inrichtingsplan Huyerenseweg 21
43
5.4 Klimaatadaptatie en duurzaamheid
44
BEPLANTINGSPLANNEN
47
6.1 Potentiele natuurlijke vegetatie
47
6.2 Landschappelijke beplanting
49
6.3 Beplantingsplannen
49
FINANCIELE ONDERBOUWING
53
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
5
Afbeelding 1. Ontwikkellocatie Huyerenseweg 21
Afbeelding 2. Ontwikkellocatie Huyerenseweg 21
6
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
1 INLEIDING
1.1 Het voorgenomen plan Het voorgenomen plan betreft de realisatie van vier woningbouwkavels, waarvan er drie worden geconcentreerd op één locatie aan de Huyerenseweg 21 te Geesteren (verder benoemd als Huyerenseweg). Eén woningbouwkavel wordt verplaatst naar een kavel in de dorpsrand van Albergen, aan de Zenderseweg. Het voorliggende rapport gaat in op de slooplocaties en op de ontwikkellocatie aan de Huyerenseweg 21. Realisatie vindt plaats door gebruik te maken van de ‘Rood voor Rood-regeling met gesloten beurs’. Ter compensatie van de realisatie van de bouwkavels, worden op drie locaties in het buitengebied van Tubbergen (waaronder aan de Huyerenseweg) landschapsontsierende schuren gesloopt. De totaal te slopen oppervlakte bedraagt circa 4.468 m². De drie locaties zijn in het verleden aangekocht door de provincie Overijssel, ten behoeve van het realiseren van natuurdoelen. De hier gevestigde bedrijven zijn al verplaatst, waardoor de schuren leeg staan / stonden. Het voorliggende document gaat specifiek in op de inrichting van de erven aan de Huyerenseweg 21, de Manderseweg 3 en de Uelserweg 134. Voor de ontwikkelingen aan de Zenderseweg ong. is een afzonderlijk inrichtingsplan opgesteld.
1.2 Ontwikkeling leidt tot kwaliteitsimpuls Op afbeelding 1 en 2 is de huidige situatie van de Huyerenseweg 21 weergeven. In afbeelding 3 en 4 de andere locaties. Op het erf aan de Manderseweg 3 zijn de landschapsontsierende schuren op voorhand gesloopt. Dit erf is getransformeerd tot een woonerf, waarbij de omliggende gronden natuurlijk zijn ingericht. Het erf aan de Uelserweg 134 is ook al getransformeerd tot woonerf. De huidige bewoners zijn voornemens om hier één van de resterende woningbouwkavels te realiseren. Aan één zijde van de weg staan echter nog leegstaande schuren die gesloopt worden. Met het voorliggende plan kan het landschap hier ook verder worden versterkt. De procedure voor het realiseren van de nieuwbouwkavel aan de Uelserweg 134 wordt afzonderlijk van de te realiseren nieuwbouwkavels aan de Huyerenseweg opgepakt. Aan de Huyerenseweg dienen de meeste leegstaande schuren nog gesloopt te worden (één schuur is hier al gesloopt). Op dit erf worden drie nieuwe woningbouwkavels gerealiseerd. Het erf wordt daarbij landschappelijk ingepast.
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
7
Afbeelding 3. Deel van slooplocatie Uelserweg 21
Afbeelding 4. De al ontwikkelde locatie Manderseweg 3, geen restanten sloop meer aanwezig
8
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
2 UITGANGSPUNTEN PLAN
Bij dit plan zijn drie locaties betrokken. In dit hoofdstuk wordt per locatie aangegeven hoe de huidige situatie is, wat het voorgenomen plan inhoudt en wat al is uitgevoerd. De drie locaties zijn aangekocht ten behoeve van natuurontwikkeling. Deze processen zijn inmiddels afgerond en de erven waar dit project zich op richt zijn hier restanten van. Voor wat betreft de twee slooplocaties wordt hoofdzakelijk het algemeen belang gediend. Dit betreft in beide gevallen vrij grote voormalige agrarische erven. De derde locatie dient ter compensatie van de kosten voor de gehele ontwikkeling.
2.1 Huyerenseweg 21 te Geesteren De locatie ligt in het buitengebied, ten zuiden van de kern Geesteren (gemeente Tubbergen). Aangrenzend aan grasland met daarachter een natuurgebied. Dit is het erf met de meeste landschapsontsierende (en leegstaande) schuren met een oppervlakte van 2.290 m². De vleesvarkensstal van 245 m² is reeds gesloopt. Het erf heeft de enkelbestemming ‘wonen’ (Bestemminsplan Tubbergen Buitengebied 2016). Deze locatie is geschikt voor de realisatie van nieuwe woningbouwkavels op de plek waar de schuren worden gesloopt. Het huidige erf is ruim, heeft een landelijk karakter en de realisatie van woningbouwkavels beperkt hier geen omliggende bedrijven. Het realiseren van drie woningbouwkavels past niet binnen het huidige bestemmingsplan, waardoor een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is.
2.2 Uelserweg 134 te Mander De locatie ligt in het buitengebied, ten zuidwesten van de kern Mander (gemeente Tubbergen). Op dit erf wordt in totaal 840 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Aan de zuidkant van de Uelserweg is een woonerf ontwikkeld. Het erf heeft de enkelbestemming ‘wonen’ (Bestemminsplan Tubbergen Buitengebied 2016). De schuren aan de noordkant van de Uelserweg worden gesloopt. Deze gronden worden ingericht als landbouwgrond. Daarnaast wordt het landschap, met name aan de wegzijde versterkt.
2.3 Manderseweg 3 te Mander De locatie ligt in het buitengebied, ten oosten van de kern Mander (gemeente Tubbergen). Dit erf is getransformeerd naar een woonerf. Het erf heeft de enkelbestemming ‘wonen’ (Bestemminsplan Tubbergen Buitengebied 2016). Er is 1.338 m² landschap ontsierende bebouwing gesloopt. Het erf is landschappelijk ingepast en de omliggende gronden zijn natuurlijk ingericht. Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
9
10
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
3 BELEIDSANALYSE In dit hoofdstuk wordt het belangrijkste overheidsbeleid dat van toepassing is op het voorliggende plan, beknopt weergegeven. Vervolgens is aangegeven of en hoe het voorliggende plan binnen dit relevante beleid past.
3.1 Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is in juli 2009 vastgesteld als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Een doelstelling van de Omgevingsvisie is het creëren van ruimtelijke kwaliteit. Deze wordt als volgt omschreven: “Datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.” De Omgevingsvisie gaat hierbij uit van het uitvoeringsmodel (zie afbeelding 5) waarbij eerst de ‘Of’ vraag beantwoordt moet worden, vervolgens de ‘Waar’ vraag en tot slot de ‘Hoe’ vraag. Met betrekking tot de ‘Of’ vraag wordt geconstateerd dat er geen ruimtelijke belemmeringen zijn om op projectlocaties het voorliggende ‘Rood voor Rood-plan’ uit te voeren. Daarnaast past een plan dat voldoet aan het gemeentelijke Rood voor Roodbeleid, binnen het beleid ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving” van de provincie. De ‘Waar’ vraag wordt beantwoord middels de geldende Ontwikkelingsperspectieven (zie paragraaf 3.1.1). Tot slot wordt ingegaan op de Gebiedskenmerken (paragraaf 3.1.2) om antwoord te geven op de ‘Hoe’ vraag. De uitgangspunten die gelden vanuit de gebiedskenmerken, hebben mede aan de basis gelegen van de inrichtingsplannen.
Afbeelding 5. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
11
.........................................................
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan R
............................................................................................................................. Landschapsontwerper: : Sijtse Jan Roeters
Projectnummer:7756
Datum: 01-09-2016
Afbeelding 6. Huyerenseweg 21, Geesteren
......................................................... Legenda
1.000 Meters
Landschapsontwerper: : SijtseProjectgebied Jan Roeters
Projectnumm
Manderseweg 3 Uelserweg 134 Huyerenseweg
Ontwikkelingsperspectieven Groene omgeving continu en herkenbaar watersysteem
Afbeelding 7. Uelserweg 13,4 Mander
Groene omgeving !
continu en herkenbaar watersysteem gebied met landgoederen
Zone ondernemen met natuur en water zone ONW buiten de EHS, mixlandschap
Ecologische hoofdstructuur bestaande natuur bestaande natuur, water uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000 nieuw te realiseren natuur, netto begrensd nieuw te realiseren natuur, bruto begrensd
Buitengebied accent productie schoonheid van de moderne landbouw landbouwontwikkelingsgebied
Legend
Buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte mixlandschap
Afbeelding 8. Manderseweg 3, Mander Esri Nederland, Kadaster; Bron kaartbeeld: Jan-Willem van Aalst, www.imergis.nl, OpenStreetmap, BAG, TOP10NL
Projectg
12
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
Man
Uel
3.1.1 Ontwikkelingsperspectieven De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld kan worden. Binnen de Omgevingsvisie zijn zes ontwikkelingsperspectieven beschreven, zowel voor de Groene als de Stedelijke omgeving. Hiermee wordt ruimte gegeven aan het realiseren van de beleids- en kwaliteitsambities. Voor de drie locaties gelden de volgende ontwikkelingsperspectieven en uitgangspunten. Slooplocaties Uelserweg en Manderseweg Op deze locaties geldt het ontwikkelingsperspectief: Buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte, mixlandschap. Dit betreft gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie-zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Uitgangspunten zijn: •
Ruimte bieden aan economische dynamiek en de ruimtelijke kwaliteit;
•
Meervoudig ruimtegebruik en creatieve oplossingen;
•
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
Het staken van agrarische bedrijven, het slopen van landschapsontsierende gebouwen en het landschappelijk en natuurlijk inrichten van deze projectlocaties past binnen dit geldende ontwikkelingsperspectief. Er worden ook geen bestaande functies in de omgeving van de projectlocaties belemmerd met het voorliggende plan. Nieuwbouwlocatie Huyerenseweg Hier geldt het ontwikkelingsperspectief: Zone ondernemen met natuur en water (buiten de EHS, mixlandschap). In deze gebieden dienen ruimtelijke ontwikkelingen bij te dragen aan een kwaliteitsimpuls voor natuur, landschap en water, waarmee tevens het samenhangend stelsel van natuurgebieden en de regionale economie worden versterkt. Uitgangspunten zijn: •
Focus op de wateropgaven en versterking van natuur en landschap. Deze kwaliteitsinvestering kan elders ook breder worden ingezet;
•
Verbinding leggen tussen gebieden met hoge natuurwaarden.
Het staken van het agrarische bedrijf nabij een natuurgebied, het slopen van de landschapsontsierende bebouwing en de transformatie naar een woonerf (waarbij ook op andere locaties agrarische bedrijven zijn gestaakt, schuren zijn gesloopt en de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt) past binnen dit geldende ontwikkelingsperspectief. 3.1.2 Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op de projectgebieden en is gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn.
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
13
.........................................................
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan R
Afbeelding 9. Huyerenseweg 21, Geesteren
......................................................... 1.000 Meters
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan Roeters
Projectnumm
Afbeelding 10. Uelserweg 13,4 Mander
Legenda Projectgebied Manderseweg 3 Uelserweg 134 Huyerenseweg
Natuurlijke laag Zandgebieden dekzandvlakte stuwwallen natte beekdalen
Hoogveengebieden hoogveengebiede Afbeelding 11. Manderseweg 3, Mander
Esri Nederland, Kadaster; Bron kaartbeeld: Jan-Willem van Aalst, www.imergis.nl, OpenStreetmap, BAG, TOP10NL
14
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
3.1.2.1 Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en er voor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. De locaties liggen betreffende de natuurlijke laag in de volgende gebieden: •
Uelserweg 134: Dekzandvlakten en ruggen;
•
Manderseweg 3: Beekdal-gebied met natte laagtes;
•
Huyerensweg 21: Beekdal-gebied met natte laagtes en dekzandvlakte en ruggen.
Dekzandvlakten en ruggen (Uelserweg 134 en Huyerensweg 21) In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandvlaktes voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, bijvoorbeeld door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De ambitie is de hoogteverschillen te versterken en het verschil in landschap met natuurlijke beplanting te accentueren. Normerende uitgangspunten ‘dekzandvlakte en ruggen’: •
Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen het huidige reliëf.
Richtinggevend uitgangspunten ‘dekzandvlakte en ruggen’: •
Ontwikkelingen dragen bij aan het zichtbaarder en beleefbaarder maken van het reliëf en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij (her)inrichting.
•
Beplanting dient te bestaan uit soorten die van nature in het gebied voorkomen.
•
Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Beekdalen met natte laagtes (Manderseweg 3 Huyerensweg 21) Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes verzamelde zich water. De beken waren zomers kleine stromen met droge geulen, ‘s winters bredere stroomdraden met meestromende geulen. Het is een dynamisch landschap met een open karakter. Plaatselijk is de oorspronkelijke beek nog aanwezig. De laagtes zijn doorgegraven, verbonden en steeds sterker ontwaterd, waarbij vanaf de vorige eeuw ook de natuurlijke beken over grotere lengte zijn rechtgetrokken. Dit om het dekzandcomplex sneller te ontwateren ten behoeve van de landbouw. De snelle waterafvoer heeft uiteindelijk geleid tot verdroging bovenstrooms en wateroverlast benedenstrooms. Normerende uitgangspunten ‘Beekdal-gebied met natte laagtes’: •
Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is.
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
15
......................................................... ................................................................................................................
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan R Projectnummer:7756 Datum: 01-09-2016
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan Roeters
Afbeelding 12. Huyerenseweg 21, Geesteren
........................................................ 1.000 Meters
Landschapsontwerper: : Sijtse Jan Roeters
Projectnumm
Afbeelding 13. Uelserweg 13,4 Mander
Legenda Projectgebied Manderseweg 3 Uelserweg 134 Huyerenseweg bebouwd gebied
Laag van het agrarisch cultuurlandschap essenlandschap hoogveenontginningen jonge heide- en broekontginningslandschap maten en flierenlandschap oude hoevenlandschap
Afbeelding 14. Manderseweg 3, Mander Esri Nederland, Kadaster; Bron kaartbeeld: Jan-Willem van Aalst, www.imergis.nl, OpenStreetmap, BAG, TOP10NL
16
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
Richtinggevend uitgangspunten ‘Beekdal-gebied met natte laagtes’: •
Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek.
•
Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.
Conclusie Natuurlijke laag De aanwezige natuurlijke kwaliteiten moeten worden benut en waar mogelijk versterkt worden. Ontwikkelingen dragen bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Huidige beekdalen en laagtes dienen behouden te worden. Voor de beplanting aan de Uelserweg 134 en Huyerensweg 21 moeten plantsoorten gebruikt worden die passen bij de ondergrond. Voor de Huyerensweg betreft dit naast het toepassen van bij de ondergrond passende plantsoorten ook het de versterking en kwalitatief hoogwaardige aankleding van het toekomstige erf. Mogelijk door het aanzetten van verdwenen of verzwakte landschapselementen.
3.1.2.2 Agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap gaat er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Er was een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van divers landgebruik ontstaan. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal. De verschillende locaties liggen wat betreft de natuurlijke laag in de volgende gebieden: •
Uelserweg 134 en Huyerenseweg 21: Jonge heide- en broekontginningslandschap;
•
Manderseweg 3: Essenlandschap;
Jonge heide- en broekontginningslandschap (Uelserweg 134 en Huyerensweg 21) Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen, waar de oorspronkelijke structuur is verdwenen, worden tot deze categorie gerekend. Er zijn geen normerende uitgangspunten aanwezig, de richtinggevende uitgangspunten van ‘Jonge heide- en broekontginningslandschap’ zijn: •
Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
Rood voor rood, herontwikkelilng Huyerensweg 21 Geesteren
17
Afbeelding 15. Essenlandschap
Essenlandschap (Manderseweg 3) Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. Typerend zijn de losse hoeven rond de essen de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element. Normerende uitgangspunten ‘Essenlandschap’: •
De essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de huidige bodemkwaliteit en het huidige reliëf.