Bijlage Begroting 2024 Tubbergen.pdf
Tekst van het document
Voorgesteld wordt in te stemmen met de nadere uitwerking betreffende de centrumontwikkeling Tubbergen inclusief nieuw gemeentehuis en de genoemde stelpost op te nemen in de meerjarenbegroting
Gymzaal Reutum Er moet worden geïnvesteerd in grootschalig onderhoud in de gymzaal. Alweer 2 jaar geleden heeft TOF Onderwijs conform de verordening een verzoek ingediend voor vervanging van de dakbedekking. Dat verzoek hebben we destijds beoordeeld en goedgekeurd. Zodoende is 85k in de begroting 2022 opgenomen voor deze werkzaamheden. December 2022 meldde Thero (welke de bouwkundige zaken doet voor TOF/Konot) zich. Zij vroegen of het niet logisch/verstandig was om tegelijk met de vervanging van de dakbedekking ook de isolatiewaarde te verbeteren. Die toevoeging zou tot een totale investering van 150k leiden. 10. Voorgesteld wordt de aanvullende benodigde € 65.000 in deze begroting 2024 beschikbaar te stellen en te dekken uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Behoud kwaliteit openbare ruimte met name vanuit veiligheid en toerisme
Behoud kwaliteit openbare ruimte met name vanuit veiligheid en toerisme Veiligheid Almeloseweg Harbrinkhoek / Mariaparochie MJOP Kunstwerken
inc
2024
2025
2026
2027
1.515
35
125
125
145
35
125
125
145
515
1.000
Kwaliteit Openbaar Groen (KOG)
Herinrichting (Veiligheid) Almeloseweg Harbrinkhoek / Mariaparochie In het maatschappelijk akkoord 2.0 uit 2018 is de aanpak van de Almeloseweg op de kernagenda gezet. De gemeenteraad heeft destijds voor het maken van een plan van aanpak voor o.a. de Almeloseweg een krediet beschikbaar gesteld. Vanuit mijn dorp2030 heeft de werkgroep Mariaparochie-Harbrinkhoek gewerkt aan de uitwerking van een plan voor verbetering en veiligheid van de leefomgeving. In 2020 is de samenwerking met de gemeente Tubbergen geïntensiveerd en dit initiatief verder uitgewerkt in een ontwerp. In juni 2021 is het plan door de werkgroep M-H in bijzijn van gemeente gepresenteerd aan beide dorpen. Uit de reacties van de inloopbijeenkomst kan worden afgeleid dat voor de herinrichting van de Almeloseweg draagvlak is vanuit de omgeving. Het college heeft ingestemd met de uitgangspunten van het ontwerp en is akkoord met een gecombineerde uitvoering met het asfaltonderhoud. In februari 2022 heeft de gemeenteraad besloten een bedrag van € 490.000,-- beschikbaar te stellen voor de realisatie. Begin 2023 hebben we door een erkende wegenbouwer nader onderzoek laten doen naar de gewenste herinrichting. Hieruit blijkt dat voor het asfaltonderhoud niet kan worden volstaan met het alleen vervangen van asfalt maar dat er een volledige reconstructie van de weg moet plaatsvinden.
Hierdoor vallen de totale kosten ongeveer € 1 miljoen duurder uit. Deze extra kunnen voor een deel (€ 485.000) ten laste van het onderhoudsbudget wegen en de inmiddels toegezegde subsidie worden gebracht. Voor het gedeelte volledige reconstructie is een eenmalig extra bedrag benodigd van € 515.000 . 11. Voorgesteld wordt in te stemmen met de uitwerking en toelichting betreffende de Herinrichting (Veiligheid) Almeloseweg Harbrinkhoek / Mariaparochie en te voorzien in de benodigde aanvullende dekking van € 515.000 en dit bedrag toe te voegen aan het onderhoudsfonds wegen en te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
MJOP Kunstwerken Wij zijn bezig een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor onze kunstwerken op te stellen. Hierbij ligt de nadruk op de veiligheid en toekomstbestendigheid van onze. Hiervoor is opdracht verstrekt voor het opstellen van een inspectierapport voor 38 kunstwerken. Het doel van dit rapport is om inzicht te krijgen in de technische staat, het benodigde onderhoud en de instandhoudingskosten van deze gemeentelijke objecten. Uit dit onderzoek is gebleken dat de algemene (technische) staat/conditie van de geïnspecteerde objecten redelijk is. De betonnen bruggen hebben de slechtste staat van onderhoud. Vijf kunstwerken meten met prioriteit worden vervangen. Ook is gebleken dat aanvullend onderzoek en inspectie noodzakelijk om te kunnen tot een MOP . De verwachting is De resultaten van de nader uit te voeren onderzoeken zullen ongeveer medio 2024 bekend zijn.
Op basis daarvan kan medio 2024 een voorstel worden opgesteld met ook de benodigde middelen vanaf 2025. Vooruitlopend hierop is financiële ruimte nodig voor noodzakelijke vervanging en (achterstallig) onderhoud. In eerste instantie is een incidenteel bedrag van € 1 miljoen benodigd om de noodzakelijke vervangingen en het achterstallige (groot) onderhoud de komende twee jaar (2024 en 2025) te kunnen uitvoeren. 12. Voorgesteld wordt in te stemmen met de uitwerking en toelichting betreffende het MJOP Kunstwerken hiervoor een incidenteel bedrag van € 1 miljoen beschikbaar te stellen en dit bedrag toe te voegen aan het onderhoudsfonds wegen en te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Daarnaast willen wij vanaf 2024, eveneens vooruitlopend op de resultaten van de nader uit te voeren onderzoeken al wel structurele ruimte in onze meerjarenbegroting reserveren. De eerste stap hiervoor zetten wij door de kapitaallasten van het af te boeken krediet klein onderhoud kunstwerken om te zetten in een structureel budget voor onderhoud kunstwerken. Het gaat hier om een bedrag van € 36.000. De verdere uitwerking inclusief de benodigde dekking betrekken we bij het opstellen van de perspectiefnota 2025 Kwaliteit openbaar groen Het op niveau houden van onze openbare ruimte vergt onderhoud. Wij hebben de ambitie om onze inzet op het gebied van kwalitatief openbaar groen (KOG) voort te zetten. De afgelopen jaren hebben we deze inzet voorzien van incidentele dekking. Willen we echter toe een duurzame en toekomstbestendige aanpak dan hoort daar structurele dekking bij. Specificatie: Tubbergen KOG (onderbouwing)
2024
2025
2026
Laanboomsnoei (Boomveiliheidscontrole -BVC)
2027 20
Bermen en sloten
60
60
60
Vervangingsbudget voor Groen
30
30
30
Vervangingsbudget voor Spelen
30
30
30
30
Onderhoud monumentale bomen
5
5
5
5
Totaal
35
125
125
145
13. Voorgesteld wordt in te stemmen met de nadere uitwerking betreffende de richting kwaliteit openbaar groen en de genoemde bedragen met ingang van het jaar 2024 op te nemen in de meerjarenbegroting.
Behoud en versterken toeristische positie
Behoud en versterken toeristische positie Versterken promotie toerisme
inc
2024
2025
2026
2027
0
65
65
65
65
65
65
65
65
Versterken promotie toerisme De gemeenten Tubbergen en Dinkelland werken aan het behoud van een goede balans tussen de hoeveelheid toeristen en dagbezoekers, de economische voordelen, de druk op het landschap en het woonplezier voor inwoners. Het is belangrijk dat er binnen de sector strategische keuzes worden gemaakt tussen ondernemers, overheid, organisaties en inwoners. Een belangrijke stakeholder voor de gemeente die zorgdraagt voor het informeren, inspireren, aantrekken en activeren van toeristen in én aan een gebied is de lokale VVV/TTI. In Dinkelland is dit de VVV Ootmarsum-Dinkelland, in Tubbergen is dit Stichting Toeristisch Glinsterend Tubbergen. Beide organisaties hebben aangegeven dat ze naar de toekomst toe veel kansen, maar ook uitdagingen, zien ten aanzien van de eigen organisatie. Zo wordt onder andere de toeristische sector in beide gemeenten steeds groter en professioneler, verwacht de consument steeds meer, en zijn beide organisaties sterk afhankelijk van vrijwilligers in bestuurs- en uitvoerende functies. Beide partijen willen de komende jaren de handen ineenslaan door met een gezamenlijk organisatie- en meerjarenplan te komen en zo een professionaliseringslag door te voeren. Met voortschrijdend inzicht wordt er alvast budget begroot t.b.v. een structurele investering in de organisatie. 14.
Voorgesteld wordt in te stemmen met de nadere uitwerking betreffende het versterken promotie toerisme en het genoemde structurele bedrag van € 65.000 met ingang van het jaar 2024 op te nemen in de meerjarenbegroting.
5. Specifieke mutaties In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. Met betrekking tot de begroting 2024 betreft dit de lokale lasten.
Lokale lasten In dit onderdeel 'Lokale lasten' geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze begroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk). Voor het indexeren van de ozb tarieven gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer over de periode juni tot en met juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Voor het jaar 2024 gaat het dus om het prijsindexcijfer juni 2021 – juni 2022. Deze prijsindex bedraagt 5,4%. Daarnaast is als onderdeel van de besluitvorming uit de perspectiefnota 2024 besloten om qua lokale lasten toe te groeien naar het gemiddelde in Overijssel. Dat betekent de komende jaren een gefaseerde groei van 10%. Dat doen we in drie stappen van 3% (2% uit de perspectiefnota en 1% uit eerder besluitvorming vanaf 2021). Daadwerkelijke besluitvorming hierover vindt van jaar tot jaar plaats in de desbetreffende jaarbegroting. In totaliteit bedraagt de stijging derhalve 8.4% wat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor een woning met een gemiddelde woningwaarde van € 345.000 stijgt van € 358,00 in 2023 naar een bedrag van €388,00 in 2024.
15. Voorgesteld wordt de ozb tarieven voor het jaar 2024 te verhogen zodat een totale meeropbrengst wordt verkregen van 8.4 % ten opzichte van het jaar 2023.
Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2024 worden de verschillende tarieven als volgt vastgesteld: Vastrecht
€ 167
Bedrag per lediging grote bak
€ 10,60
Bedrag per lediging kleine bak
€ 6,50
Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)
€ 0,85
Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)
€ 1,20
De verhoging van het vastrecht met € 34 (van € 133 naar € 167) is voor een bedrag van € 27 een gevolg van de introductie van het boxenmodel bij ROVA per 1 januari 2023. Via dit model worden de verschillende typen dienstverlening verantwoord en in rekening gebracht. Over het algemeen verandert het totale kostenniveau van ROVA en het ROVA-resultaat niet door de herziening. Op basis van het nieuwe boxenmodel zijn er een aantal aandeelhoudende gemeenten die voordeel hebben bij het nieuwe boxenmodel. Er zijn er echter die hier ook nadeel van ondervinden, zoals Dinkelland/Tubbergen. Deze gemeenten hebben echter de afgelopen jaren financieel voordeel ondervonden van de oude afrekensystematiek. Het betreft in financiële zin een andere verdeling van kosten. Naast gestegen kosten als gevolg van het nieuwe Boxenmodel werkt ook de inflatie door in termen van reguliere prijsaanpassingen 16. Voorgesteld wordt om voor het jaar 2024 in te stemmen met de verhoging van het vastrecht met € 34 per aansluiting.
De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie.. De gestegen prijzen (de inflatie) en de hogere rente werken ook door binnen in de ramingen voor onderhoud en vervanging Riool. In totaliteit stijgen de kosten voor het jaar met ongeveer € 380.000 wat zou betekenen dat het tarief zou moeten stijgen met ongeveer € 60 per aansluiting. Gezien de forse schommelingen in de prijsstijgingen, de onzekerheid over de ontwikkeling van de rente en in de wetenschap dat er in 2024 een nieuw GRP wordt opgesteld wordt voorgesteld de helft van de hogere kosten door te vertalen in het rioolrecht en de andere helft van deze kostenstijging ten laste te brengen van de voorziening van de voorziening riool. 17. Voorgesteld wordt de hoogte van het rioolrecht voor het jaar 2024 te verhogen met een bedrag van € 30 naar een bedrag van € 293,80 en een bedrag van € 190.000 te onttrekken aan de voorziening riool.
Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2024: Tubbergen
2022
2023
2024
verschil 2022-2023 in €
in %
OZB (woning € 345.000)
€ 323,00
€ 358,00
€ 388,00
€ 30,00
8,4%
Rioolrecht eigenaar
€ 263,80
€ 263,80
€ 293,80
€ 30,00
11,4%
- vastrecht
€ 105,00
€ 133,00
€ 167,00
€ 34,00
25,6%
- 4 ledigingen restafval (240 liter)
€ 42,40
€ 42,40
€ 42,40
€ 0,00
0,0%
Totaal
€ 734,20
€ 797,20
€ 891,20
€ 94,00
11,8%
Afval
Zoals uit vorenstaande tabel blijkt neemt de lokale lasten druk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (gemiddelde waarde € 345.000) toe met € 94. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er over de aanslag 2023 een eenmalige compensatie is verstrekt van € 60.
6. Geactualiseerd herzien meerjarig saldo Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte specifieke mutaties uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Gemeente Tubbergen
2024
2025
2026
2027
Herzien meerjarig saldo perspectiefnota 2024
1.526
2.534
567
-141
Totaal mutaties bestaand beleid
60
240
-267
504
Totaal uit te werken richtingen
-440
-580
-630
-700
Herzien meerjarig saldo na uit te werken richtingen
1.146
2.194
-330
-337
Puur cijfermatig wijst een eerste blik op het herziene meerjarige saldo uit dat er sprake is van een sluitende begroting 2024 met in het zogenaamde "ravijnjaar" 2026 een tekort. Belangrijk om te weten is dat de provincie als toezichthouder bij een sluitende begroting 2024 niet verder kijkt naar meerjarige saldi. Dit betekent dat we met deze begroting 2024 inclusief de meerjarenbegroting 2025-2027 keurig binnen de gestelde kaders en regels blijven en dus naar verwachting onder het reguliere (repressieve) toezicht blijven vallen. In het kader van het InterBestuurlijk Toezicht (IBT) blijft de gemeente Tubbergen oranje kleuren
Daarnaast is het college van mening dat het verantwoord is met deze begroting (inclusief de meerjarenramingen tot en met 2027) de toekomst tegemoet te treden. Deze mening wordt met name gevoed en gesteund door de volgende onderwerpen en ontwikkelingen: In het zogenaamde "ravijnjaar" 2026 houden we rekening met een volledig ingeboekte opschalingskorting en hebben we negatieve accres zoals dat door het rijk is opgenomen in de circulaires volledig verwerkt. De VNG voert nog steeds druk uit op het Rijk om hier een oplossing voor te vinden. Tijdens de laatste Algemene Leden Vergadering (ALV) van de VNG is een resolutie aangenomen die in het kort gaat om de volgende punten:
Het structureel ophogen van het gemeentefonds en herstellen van het accres vanaf 2026. Rekening houdend met de toegezegde structurele 1 miljard extra vanaf 2026 zit hier nog steeds een tekort van € 3 miljard.
Het definitief schrappen van de opschalingskorting (betreft € 1 miljard)
Een toereikende en stabiele indexering van het gemeentefonds om loon-, prijs- en volumeontwikkelingen op te kunnen vangen, inclusief de stijging van de zorgvraag.
Vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek heeft het rijk voor de jaren 2026 en 2027 eenmalig een bedrag van € 1 miljard aan het gemeentefonds toegevoegd. Inmiddels is bekend geworden dat dit bedrag vanaf het jaar 2028 structureel wordt. Dit bedrag via de algemene uitkering betekent voor de gemeente Tubbergen een eenmalige extra inkomst van € 850.000. Met de val van het kabinet blijft de onzekerheid over de meerjarige financiële positie van de Nederlandse gemeenten naar verwachting nog wel enige tijd voortduren. Het inmiddels demissionaire kabinet mag strikt formeel enkel nog lopende zaken afhandelen en geen omstreden zaken meer behandelen. De algemene lijn is dat zo'n kabinet zich moet beperken tot spoedeisende zaken en onderwerpen die politiek niet controversieel zijn. Het demissionaire kabinet heeft inmiddels aangegeven de besluitvorming over de financiering van gemeenten (en dus ook de resolutie) over te laten aan een nieuw kabinet. Vanaf het jaar 2026 houden we rekening met een raming van 75% van de toegezegde extra middelen voor de jeugdzorg. vanuit Rijk, VNG en provincie is aangegeven dat 100% ramen is toegestaan. Dit achten wij gezien de onduidelijkheden in de hervormingsagenda jeugd wat al te optimistisch.
We betrachten hier dus enige behoedzaamheid (eerst zien dan geloven) Ook houden we in meerjarig perspectief rekening met aan lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds als gevolg van mogelijke onderuitputting bij het Rijk. Dit risico is tot en met de jaren 2025 te overzien omdat het accres tot en met 2025 is “vastgeklikt”. Vanaf 2026 is ook hier sprake van (voortdurende) onzekerheid. 18. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo en het voordelige saldo van het begrotingsjaar 2024 ten bedrage van € 1.146 .000 te storten in de algemene reserve.
7. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserve In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de perspectiefnota 2024. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de perspectiefnota 2024 als vertrekpunt.
Beschikbare algemene incidentele middelen
€
- Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)
4.500.000
- Reserve coalitieakkoord 2022-2026
3.258.000
- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen
8.068.500
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen - perspectiefnota 2024
15.826.500
In deze opzet is (nog) geen rekening gehouden met de € 6,18 miljoen aan uit te werken richtingen zoals opgenomen in de perspectiefnota 2024 en waarbij een beroep wordt gedaan op de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM). Bij de actualisatie van de RIBAM komen we hier uiteraard op terug. Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid (grondexploitaties) en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve: Algemene reserve - stand perspectiefnota 2024
4.500.000
Bij: saldo programmajournaal 2023
1.219.000
Bij: saldo jaarschijf 2024 uit begroting 2024
1.146.000
Herziene stand algemene reserve
6.865.000
Benodigde weerstandscapaciteit - ratio 1,5
5.220.000
Surplus
1.645.000
De beide positieve mutaties - saldo programmajournaal 2023 en jaarschijf 2024 uit begroting 2024 spreken voor zich en behoeven hier geen nadere toelichting. Voor een toelichting op de benodigde weerstandscapaciteit wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Uitgaande van de, in deze begroting bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,5 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 6.220.000 zijn. Conform bestaande beleid wordt het meerder (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. 19. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 1.645.000 “af te romen” en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In het programmajournaal 2023 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 8.068.500 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen en hebben een aantal autonome ontwikkelingen plaatsgevonden wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien: € RIBAM - stand perspectiefnota 2024 voor uit te werken richtingen/inspanningen
8.068.500
Bij: Surplus algemene reserve
1.645.000
Bij: aframen restant werkbudgetten e.d. Herziene stand
84.000 9.797.500
Uit te werken richtingen uit perspectiefnota 2024/opgenomen in begroting 2024 MFA Langeveen - oorspronkelijk
-2.900.000
MFA Langeveen - oorspronkelijk
-1.600.000
Fleringen: integratie Heilig Hartschool in Kulturhus de Spil
-300.000
Uitvoeringsplan Sociaal Domein
-300.000
Centrumplein Geesteren
-400.000
Vitaal Geesteren
-1.000.000
Gymzaal Reutum - groot onderhoud
-65.000
Veiligheid Almeloseweg Harbrinkhoek / Mariaparochie
-515.000
MJOP Kunstwerken
-1.000.000
Herziene stand na uit te werken richtingen
1.717.500
De onttrekkingen hebben allemaal betrekking op de uit te werken richtingen vanuit de perspectiefnota 2024. Deze uitwerkingen zijn opgenomen in de paragraaf "uit te werken richtingen uit de perspectiefnota 2024" waar ook de voorstellen zijn opgenomen deze te onttrekken aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Vooruitlopend op de definitieve besluitvorming over deze uit te werken richtingen hebben we ten behoeve van de inzichtelijkheid en actualiteit al wel vast rekening gehouden met de aangegeven onttrekkingen. 20. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Reserve Coalitieakkoord 2022-2026 Er hebben zich sinds het vaststellen van de perspectiefnota 2024 geen mutaties op deze reserve voorgedaan. De stand is en blijft dus € 3.258.000 Herziene stand algemene incidentele middelen Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op de genoemde reserves ontstaat het volgende beeld van de algemeen incidentele middelen: Beschikbare algemene incidentele middelen
€
Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)
5.220.000
Reserve coalitieakkoord 2022-2026
3.258.000
Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen
1.717.500
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen - begroting 2024
10.195.500
Inleiding ambitiebegroting Zoals reeds is aangegeven in de algemene inleiding heeft deze begroting het coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!" als basis. Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord:
Leefbare kernen
Buitengebied in Balans
Leefomgeving van de toekomst
Positieve gezondheid
Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht
Deze 5 opgaven zijn in eerste instantie verder beschreven en uitgewerkt in actielijnen en doelen waarna op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe we hier een bijdrage aan denken te gaan leveren. Per opgave wordt afgesloten met een financieel overzicht. In dit overzicht zijn ook de beschikbare werkbudgetten opgenomen. Deze behoeven wat algemene toelichting. Binnen het programmabureau wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van maatschappelijke effecten. Hier wordt sturing gegeven aan bestuurlijke ambities, veranderopgaven en strategisch inspanningen. Dit komt samen in verschillende programma’s (ambities), waaraan werkbudget is gekoppeld. Het werkbudget wordt ingezet om (externe) advieskosten te dekken en (participatie)processen in de kernen te faciliteren. Daarnaast wordt het werkbudget ingezet voor bekostiging van evenementen, bijeenkomsten, sprekers (en alle bijkomende kosten die daarbij horen). Het werkbudget is in eerste aanleg niet bedoeld als uitvoeringsgeld om projecten zelf te bekostigen. Onder de 5 opgaven wordt indien mogelijk een nadere duiding en verdeling over de jaren gegeven. Dat is echter niet in alle gevallen op voorhand mogelijk om de simpele reden dat we ook afhankelijk zijn van initiatieven vanuit de samenleving en het tempo en enthousiasme waarmee deze initiatieven gaan spelen.
Het beschikbaar hebben van werkbudgetten is met name ook bedoeld om te slagvaardig te kunnen inspelen op de genoemde initiatieven. Om de raad toch op de hoogte van de besteding en bestemming van de werkbudgetten zeggen we toe dat in elk van de komende P&C-documenten (en met name het programmajournaal) verslag wordt gedaan van de bestemming en besteding van de werkbudgetten.
Programma Leefbare kernen Inleiding Leefbare kernen Leefbare kernen gaat over het wonen, werken en verblijven in onze kernen. Wij stimuleren kernen waar het aangenaam wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Ruimte voor jeugd en ontwikkeling van talent. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Kernen met een veilige leefomgeving. We zien onze leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kulturhusen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we initiatieven uit de kernen waarbij nieuwe plannen en combinaties van functies ontstaan. Dit maakt de kernen krachtiger. Van oudsher zijn onze inwoners gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed vertoeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente samen opgepakt. We realiseren ons dat het leefbaar houden van de kernen een doorlopende inspanning vraagt. In de huidige vier jaar zullen we vooral inzetten op de meerjarige woningbouwprogrammering, versterking van maatschappelijk vastgoed en het vitaal houden van verblijfsgebieden We vertalen onze ambities naar vier actielijnen:
Wonen
Economie, arbeidsmarkt, 3O’s, Recreatie en vrijetijdseconomie
Ruimte en maatschappelijk vastgoed
Integrale veiligheid
Actielijn 1 Wonen: Perspectief op woningbouw Wij willen dat het aantal en het type woningen in onze kernen passen bij de vraag. Het uitgangspunt is daarbij dat inwoners voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de gemeente willen we bouwen binnen de grenzen van een kern. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het transformeren van bestaand vastgoed of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijken we naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Inbreiding waar het kan, uitbreiding waar het moet. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom blijven we in gesprek om te kijken wat bij elke kern past. We willen diversiteit in woningbouw. Het gaat hierbij om huur en koop voor verschillende doelgroepen, door elkaar heen gebouwd. We willen inzetten op een nog actiever grondbeleid en gaan de mogelijkheden hiervoor in beeld brengen. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen.
In onze Woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. We proberen te sturen op het aanbod van woningen dat daarop aansluit. Hierbij houden we de behoefte op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog.
Ons doel Wij willen sturen op een meerjarige woningbouwprogrammering. Via ons grondbedrijf treden wij op als ontwikkelaar. Via ons ruimtelijk en planologisch instrumentarium faciliteren wij particuliere initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Wij willen het grootste gedeelte van de geprognosticeerde woonbehoefte tot 2030 in de huidige bestuursperiode faciliteren. In 2026 kijken we terug op een woonbeleid dat uitvoeringsgericht is geweest, waarbij in elke kern nieuwe mogelijkheden voor woningbouw zijn ontstaan, passend bij de lokale behoefte.
Hoe leveren we een bijdrage aan Perspectief op woningbouw We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:
Aan het stuur zitten. We spannen ons via ons grondbedrijf in om nieuwe woningbouwplannen op de markt te brengen. We zijn proactief, verweven gronden op strategische locaties en zorgen voor een continue planvoorraad en beschikken over een meerjarenprogrammering woningbouw.
Faciliterend. We zijn gesprekspartner voor particuliere initiatiefnemers. We adviseren over de ontwikkelkansen van locaties en geven kaders mee voor welke doelgroepen ontwikkeld moet worden.
Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We participeren in ontwikkeltrajecten in de kernen toekomstbestendig te zijn. Indien vrijkomende locaties ontstaan, bijvoorbeeld door clustering van vastgoed, onderzoek wij hoe dergelijke locaties kunnen bijdragen aan het woonbeleid.
Financieren. Wij stimuleren de herontwikkeling van inbreidingslocaties, ook wanneer herontwikkeling financieel uitdagend is. Door middel van de stimuleringsregeling kunnen wij een bijdrage leveren aan het haalbaar maken van een herontwikkelingslocatie.
Actuele ontwikkelingen De woningmarkt is in beweging. Hoewel de vraag naar woningen nog steeds groot is zien wij een aantal actuele ontwikkelingen, waardoor wij ons perspectief op woningbouw actualiseren. Daarbij zien wij dat naast een continue woningbouwproductie de behoefte aan een daadkrachtig volkshuisvestingsprogramma toeneemt. Onze volkshuisvestelijke opgaven gaan over het vinden van balans tussen beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Aan de hand van deze elementen geven wij sturing aan onze opgaven: Beschikbaarheid:
Actief grondbeleid zowel voor ontwikkeling korte termijn als strategische aankopen voor langere termijn
Voor elke kern perspectief op woningbouw, door zowel gemeentelijke (uitgifte) plannen, als (voornamelijk particuliere) inbreidingsplannen
Kwantitatief woningbouwprogramma waarin we de regionaal afgestemde ruimte voor nieuwbouw maximaliseren
Aandacht voor huisvestingsverordening (lokale toewijzing)
Tijdelijke woningen op tijdelijke woonlocaties
Opgave voor huisvesting statushouders onderdeel van meerjarenprogrammering woningbouw
Betaalbaarheid:
Uitgangspunt regionale Woondeal hanteren ten aanzien van verdeling 30-40-30 (sociaalbetaalbaar-vrij) in nieuwe plannen, maar lokale behoefte prevaleert (maatwerk)
Bij particuliere ontwikkelingen sturen op specifieke oppervlakte kavels en appartementen
Aanbestedingsvormen waarbij op prijs de markt wordt uitgedaagd om te komen tot betaalbare woonvormen
Alternatieve woonvormen integreren in planvorming, zoals prefab of flexibel indeelbare woonproducten
Blijvend hanteren van regelingen zoals starterslening en verzilverlening
Kwaliteit:
Afstemming met woningstichting voor investeringsopgave sociale woningbouw
Woonruimteverdeling (toewerken naar Urgentieverordening)
Woonzorgvisie in verlengde van Woonvisie
Bouwen voor specifieke doelgroepen
Actielijn 2
Economie, arbeidsmarkt, 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie
Het bieden van een economisch perspectief en werkgelegenheid heeft een nauwe relatie met voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor locaties waar bedrijven zich kunnen vestigen. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent voldoende en passende bedrijventerreinen in de grote kernen. We geven lokale ondernemers in alle kernen de ruimte door in te zetten op maatwerk. Wij verbinden partijen aan elkaar en helpen met het vinden van de juiste routes. Centraal staan het behoud en de versterking van de bedrijvigheid, de werkgelegenheid en ons verdienvermogen. Er is een collectief belang voor het versterken van de brede economie in Tubbergen en in Twente. Twente in zijn geheel als aantrekkelijke en bereikbare regio voor wonen, werken en recreëren. Hierbij wordt ingezet op samenwerkingen met de ondernemers(verenigingen), verbindingen tussen de 3 O’s (ondernemers, onderwijs, overheid) en het collectieve belang van een brede welvaart. Hierbinnen is veel ruimte voor onze lokale arbeidsmarkt, vrijetijdseconomie en ontwikkeling van talent. Met betrekking tot vrijetijdseconomie zit er nog veel potentie in het economisch perspectief van de sector. Om dit te kunnen verzilveren, willen we blijvend inzetten op het verbeteren van de kwaliteit en de producten die worden geleverd.
Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een sterke economische sector. Wij willen dat ons bedrijfsleven participeert en profiteert van de ontwikkelingen in Noordoost Twente en de regio Twente. Wij verbinden partijen via ons netwerk binnen de 3O’s. Daarnaast herkennen wij in onze gemeente een sterke vorm van vrijetijdseconomie, waarbij wij inzetten op kwalitatief toerisme. In 2026 kijken we terug op:
Nieuw gerealiseerde bedrijventerreinen in de grote kernen.
Een versterkt centrum van de kern Tubbergen (waarbij uitvoering is en wordt gegeven aan het centrumplan 2022).
Een goed onderhouden relatie met onze ondernemers inclusief perspectief op wat wij verstaan onder goed centrum/ondernemersmanagement.
Een bijdrage geleverd aan talentontwikkeling via de 3 O’s.
Een goede balans tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector;
Geboden mogelijkheden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid;
Uitvoering van projecten en ideeën die gericht zijn op toerisme of dagrecreatie als aanvulling op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoenverlenging;
Ingerichte toeristisch interessante locaties in de kernen en in het buitengebied.
Hoe leveren we een bijdrage aan Economie, arbeidsmarkt en 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:
Ontwikkelen. We ontwikkelen nieuwe bedrijfsgronden zodat onze lokale ondernemers kunnen uitbreiden en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen, ontplooien.
Verbinden. We zetten ons netwerk in om partijen binnen de regio met elkaar te verbinden.
Initiëren. We starten nieuwe projecten met het oog op de toegevoegde waarde voor ondernemers.
Participeren en stimuleren. We participeren in gebiedsprocessen en stimuleren de doorontwikkeling van centrumgebieden. Ook nemen we daarbij als gemeente een actieve ontwikkelende rol in.
Actuele ontwikkelingen Strategische visie Wij hebben eind 2023 de eerste aanzet gemaakt voor een nieuwe economische visie op strategisch niveau. Met een economische visie bepalen we onze koers en ambities voor (idealiter) de periode tot 2030. De markt is onderhevig aan veranderingen en daarom is het belangrijk om vooruit te kijken. De economie van 2030 zal fundamenteel anders zijn dan die van vandaag. Door digitalisering, verduurzaming en innovatieve ontwikkelingen verandert onze omgeving. Daar bereiden we ons op voor. Met deze visie geven we een antwoord op deze ontwikkelingen en willen we bijdragen aan een bloeiende economie. In dit verband willen wij ook nadrukkelijk stilstaan bij wat ons lokaal bindt en wat lokale kernkwaliteiten zijn. Bedrijventerreinen Wat betreft ons economisch perspectief ligt de eerste behoefte bij het kunnen beschikken over nieuwe bedrijfsgronden. We verrichten inspanningen om in de 3 grote kernen nieuwe bedrijventerreinen te kunnen ontwikkelen. De behoefte aan nieuwe bedrijfsgronden is becijferd op basis van lokale (meerjarige) behoefte. Daarover zijn recentelijk in de regio afspraken gemaakt, zodat onze ruimtebehoefte ook in regionaal verband is afgestemd. Inhoudelijk zien wij een uitdaging om nieuwe bedrijvenconcepten planologisch geregeld te krijgen.
We zien dat ondernemers op het raakvlak van detailhandel en bedrijfsmatige activiteiten bedrijfsconcepten doorontwikkelen, waarbij het de vraag is waar dergelijke initiatieven moeten worden gehuisvest (in de centra of op bedrijventerreinen). We ambiëren maatwerk te kunnen leveren. Regionale samenwerking Op bestuurlijk niveau hebben wij in de regio verkend wat onze gezamenlijke ontwikkelkoers kan zijn. Wij zien gecombineerde opgaven waarbij stad en platteland elkaar versterken. Wij willen de kracht en kansen van onze regio benutten en daarbij willen wij de kenmerken en capaciteiten van onze gemeente nadrukkelijk(er) inzetten. Het doel is om gezamenlijk scherp te stellen hoe wij ondersteunend kunnen zijn aan sociaal-economische ontwikkelingen. Wij blijven in 2024 inzetten op regionale samenwerking via onze participatie in Twenteboard. Ten aanzien van de 3O's wordt op regionale schaal onverminderd intensief samengewerkt (tussen Overheid, Ondernemers en Onderwijs). Voor 2024 verwachten we vooral een uitrol van de nieuwe Regio Deal. In 2023 is de deal afgerond met de Rijksoverheid en in 2024 zal de uitvoering, die mede is gefinancierd door de Agenda voor Twente, zijn beslag krijgen. De Regio Deal is voor ondernemers een belangrijke kans om bij te dragen aan projecten op gebied van duurzaamheid, zorg, talentbehoud en toekomstbestendigheid van het MKB.
Specifiek met met betrekking tot het thema talentbehoud verrichten wij ook eigen onderzoek. Recreatie en toerisme Jaarlijks genieten er veel dagrecreanten en toeristen van een vakantie of een dagje weg in Noordoost Twente. Het aantrekken en ontvangen van de toerist heeft o.a. economische, ecologische en sociale effecten op de gemeente en haar inwoners. Om de komende jaren weloverwogen keuzes te maken, slaan de gemeenten in Noordoost Twente de handen in een om tot een strategische agenda te komen. In de agenda staan zowel de impact van de toerist, als de draagkracht van het gebied voor toeristische groei, centraal. De lusten en lasten van toerisme en recreatie worden afgewogen en vervolgens vertaald in kansen en investeringen. Het gaat hierbij om een vorm van toeristische ontwikkeling waarbij groei mogelijk is, maar wel met respect voor de leefomgeving van inwoners, het landschap en de natuur. Oftewel, kwalitatief toerisme. Wij zetten daarbij in op:
Het vertalen van de resultaten van het onderzoek naar de marktruimte binnen de verblijfsector in Noordoost Twente. Het onderzoek vormt de basis voor de aanpassing van de Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente. Tevens is het onderzoek gebruikt in de impact- en draagkracht analyse.
Het uitvoeren van impact en draagkracht analyse in Noordoost Twente. De analyse vormt de basis van de strategische agenda en toeristische kansenkaart.
De verkenning naar een organisatorische samenwerking tussen TTI Toeristisch Glinsterend Tubbergen en de VVV Ootmarsum-Dinkelland. Uit de verkenning blijkt dat een samenwerking mogelijk is. In 2024 wordt een meerjarenplan opgeleverd inzake deze samenwerking, met de doorsteek naar organisatorische inbedding.
Actielijn 3
Ruimte en maatschappelijke voorzieningen
Vanuit het perspectief van leefbaarheid is het van belang dat er in de kernen ruimte is om elkaar te ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) voorziet hierin, maar staat vaak onder druk door een moeizame exploitatie, verouderd vastgoed of kwetsbaarheden in bestuur of beheer. Er is een trend waarneembaar dat maatschappelijk vastgoed in kernen wordt geclusterd op één locatie om voldoende toekomstbestendig te zijn en kruisbestuiving (in zowel organisatie als bezoekers) te bewerkstelligen. Wanneer deze beweging vanuit de samenleving zelf komt, moedigen wij dat aan. De bestaande initiatieven blijven we ondersteunen. Wij horen graag welke ideeën leven en welke opgaven men in de kernen wil aanpakken. Een breed draagvlak is een vereiste. Daarbij vinden wij het belangrijk dat het niet om de stenen zelf gaat, maar vooral om het maatschappelijk effect dat tot stand wordt gebracht als functies worden gecombineerd. Ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed herkennen wij de opgaven rondom herbestemming van kerkelijk vastgoed. Als wij een vraag krijgen uit de dorpen, kunnen we het proces faciliteren. Hierbij vinden wij draagvlak in de kernen belangrijk.
Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een robuust voorzieningenniveau. Wij zijn van mening dat maatschappelijk vastgoed duurzaam moet worden geëxploiteerd en dat kan het beste tot stand komen vanuit de kernen zelf. Wij dragen bij door te adviseren en processen te ondersteunen. In 2026 kijken we terug op:
Kansrijke clustering van voorzieningen met een duurzaam perspectief op exploitatie en beheer.
Effectieve regeling verduurzaming vastgoed.
Een goede samenwerking in en met onze kernen bij vraagstukken waarbij onderwijs, cultuur, sport en aanpalende (commerciële) dienstverlening wordt gecombineerd.
Hoe leveren we een bijdrage aan Ruimte en maatschappelijke voorzieningen We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:
Faciliteren en inbrengen van kennis. Wij ondersteunen de kernen waarin processen tot stand komen om maatschappelijk vastgoed te vernieuwen en toekomstbestendig te maken. Wij participeren in projectgronden en brengen kennis in.
Subsidiëren en financieren. Wij leveren een financiële bijdrage aan het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. Enerzijds via subsidieregelingen. Anderzijds via investeringsbijdragen. De basis voor onze financiële steun is het maatschappelijk effect dat teweeg wordt gebracht met voorgenomen plannen en het profijt voor de inwoners dat hiermee in de kernen tot stand wordt gebracht.
Actuele ontwikkelingen De clustering van maatschappelijk vastgoed heeft de laatste jaren geleid tot verschillende plannen in de kernen Manderveen, Fleringen, Langeveen en Geesteren. In Reutum wordt eveneens gewerkt aan een toekomstplan voor maatschappelijk vastgoed. Vanuit het Maatschappelijk Akkoord is ruimte gegeven om planvorming op te starten zodat de toekomstbestendigheid van de dorpen kan worden gewaarborgd. We hebben in de afgelopen periode in de verschillende projectgroepen de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze initiatieven besproken. Daar waar gemeentelijke dekking noodzakelijk is hebben we dit onderdeel gemaakt van de perspectiefnota met een uitwerking in deze begroting. De volgende concrete initiatieven zijn in de perspectiefnota behandeld.
Huiskamer Manderveen inclusief basisschool (reeds gefaciliteerd via separaat raadsbesluit)
Basisschool Geesteren (reeds gefaciliteerd via separaat raadsbesluit)
MFA Langeveen inclusief basisschool (perspectiefnota)
MFA Fleringen inclusief basisschool (perspectiefnota)
Multifunctioneel plein Geesteren (perspectiefnota)
Sport/gezondheidscluster Geesteren (perspectiefnota)
Bij de behandeling van de perspectiefnota zijn voor dit onderwerp 2 amendementen aangenomen. De amendementen hadden gezamenlijk als strekking om:
te komen tot financieel haalbare projecten voor zowel gemeente als initiatiefnemers
aan te sturen op het sober en doelmatig bouwen van de MFA’s
alternatieve financieringsbronnen te vinden, anders dan alleen de RIBAM
En specifiek voor Langeveen:
in gesprek te gaan met de initiatiefnemers van de MFA in Langeveen om de realisatiekosten te beperken
bij de raad een voorstel voor de leggen voor de realisatie van de MFA in Langeveen inclusief een dekkingsvoorstel
bij de dekking van de gemeentelijke kosten voor het project Langeveen ervoor te zorgen dat MFA's in andere kernen niet (financieel) onmogelijk worden gemaakt.
De in de perspectiefnota beschreven complexiteit van dit vraagstuk, waarin werd aangestuurd op het maken van keuzes, is met de aangenomen amendementen niet afgenomen. Het is vrijwel onmogelijk om binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente dekking te vinden voor het geheel aan ambities tot het realiseren van de genoemde MFA's en/of maatschappelijke voorzieningen. In elk geval zal het maatschappelijk belang en draagvlak voor de voorziening van betekenis zijn, evenals de factor 'tijd', waarmee we aangeven dat we dit vraagstuk breder moeten trekken over een langere periode. Wij plaatsen daarmee de discussie over maatschappelijke voorzieningen in het licht van demografische ontwikkelingen en het algemene voorzieningenniveau in de betreffende kern. Vanuit het perspectief van leefbaarheid streven wij kansengelijkheid na. Het realiseren van een MFA of vergelijkbare maatschappelijke voorziening is impliciet in investering in de jeugd en daarmee de toekomst. Wij onderkennen daarmee ook dat een MFA in kleinere kernen van grotere betekenis kan zijn, dan in grotere kernen, waar over het algemeen meer mogelijkheden voor kansengelijkheid, ontmoeting en ontplooiing zijn. De richting die wij vervolgens willen inslaan is als volgt: 1) Wij trachten, bij doelmatige planuitwerking van MFA's, waarbij basisonderwijs een vast element is, het plan van de nodige dekking te voorzien.
Wij gaan daarbij het gesprek aan in hoeverre een plan voldoet aan begrippen van sober- en doelmatigheid. Wij geven op deze manier onlosmakelijk opvolging aan het uitvoeren van ons IHP (Integraal huisvestingsplan Onderwijs), waarbij wij invulling geven aan onze wettelijke plicht en daarmee in beginsel het IHP 'opleveren'.
2) We ambiëren onze kapitaalgoederen goed in beeld te krijgen én te houden. Daarbij zullen wij voorzien in noodzakelijk onderhoud, zodat risico's of onveilige situaties tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Wij zien dit als een noodzakelijk onderdeel van onze aanpak, omdat wij hiermee in het kader van de leefbaarheid in en om onze kernen, basisvoorzieningen in stand houden. 3) Wij werken toe naar "Strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijke voorzieningen". Wij starten met een kadernota waarin wij tenminste ingaan op de volgende elementen:
Sluitende definitie welke accommodatie vallen onder 'maatschappelijke voorzieningen
Rolneming private eigenaar, beheerder of stichting (als initiatiefnemer en verantwoordelijke)
Rolneming gemeente (duiding van partnership)
Mate waarin voorziening kan voldoen aan beleidsdoelen sociaal domein en vastgoedbeleid inclusief duurzaamheid
Waarde voorziening in relatie tot demografie, kansengelijkheid, toekomstwaarde
Realiteitsgehalte en doelmatigheid van de voorziening in relatie tot de investering
Investeringsraming en exploitatielast in relatie tot volhoudbaarheid
Verhouding gemeentelijke bijdrage tot externe financiering en zelfwerkzaamheid
Toekomstperspectief en verwachtingen inclusief meerjarenplanning
Actielijn 4
Integrale veiligheid
Tubbergen is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Op het gebied van veiligheid spelen uiteenlopende vraagstukken, van woonoverlast en jeugdcriminaliteit tot verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent niet alleen veel vraagstukken, partijen en instrumenten, maar ook tal van verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We hebben de behoefte om focus aan te brengen in dit speelveld en de speerpunten in nieuw integraal veiligheidsbeleid met een uitvoeringsprogramma vorm te geven. Daarbij zien wij als gemeente een regierol. Wij zorgen voor afstemming met onze inwoners en (veiligheids)partners, zoals politie en het openbaar ministerie. Afhankelijk van het onderwerp worden ook andere partijen betrokken, zoals scholen, sociale (wijk)teams, ondernemers en de brandweer. Op het vlak van veiligheid is een verschuiving gaande naar andere criminaliteitsvormen, zoals ondermijning (inclusief zorgfraude) en cybercriminaliteit. Om te zorgen dat de gemeente Tubbergen hoog blijft scoren op het gebied van veiligheid, zal ook in de aankomende periode op het thema ondermijning worden ingezet. Naast de doorontwikkeling van de lokale aanpak ondermijning is een gemeentegrensoverschrijdende aanpak nodig. Wij willen als samenleving weerbaarder worden en onze inwoners daarover informeren.
Wij houden de voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten zo klein mogelijk.
Ons doel Wij willen een van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op:
Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken.
Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid.
Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen.
Hoe leveren we een bijdrage aan Integrale veiligheid We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:
Strategische agenda. Wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners).
Rollen en bevoegdheden. Wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).
Actuele ontwikkelingen De gemeente heeft de regie op het gebied van lokale veiligheid. Om dit goed in te vullen is een integraal veiligheidsbeleid van belang, waarmee we als gemeente sturing geven aan de lokale opgaven voor het behouden van een veilige leefomgeving. Met ons veiligheidsbeleid geven we onze (strategische) agendapunten en thema's voor de komende jaren aan. Daarnaast geven wij inzicht in de rol die wij aannemen, ook in relatie tot onze veiligheidspartners. De basis is gelegd voor een integrale aanpak op het gebied van veiligheid. In samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) hebben we de urgente thema's die spelen in het veiligheidsdomein in beeld gebracht. De opbrengst heeft samen met de uitkomsten van onze burgerpeiling en onze regionale prioriteiten geleid tot de eerste contouren van een Integraal Veiligheids Plan (IVP). Na vaststelling van het IVP (eerste kwartaal 2024) zullen we jaarplannen opstellen aan de hand waarvan we tot uitvoering komen.
Financiën Leefbare kernen Werkbudget leefbare kernen In de begroting 2023 is een bedrag van €400.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
De coalitieperiode is in 2022 gestart. De uitgaven 2022 zijn op de begroting 2023 in mindering gebracht. In de perspectiefnota 2024 is het bedrag verlaagd met €50.000. We stellen voor in de jaarschijf 2024 €80.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Stimuleringsregeling In de begroting 2023 is een bedrag van €600.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”. Voor de jaarschijf 2023 is €600.000 beschikbaar gesteld. In de perspectiefnota 2024 is €200.000 van “Inbreiding voor uitbreiding” toegevoegd aan de Stimuleringsregeling. Totaal is daardoor €800.000 beschikbaar. We stellen voor in de jaarschijf 2024 €200.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Instellen fonds arbeidsmarkt/3O's In de begroting 2023 is een bedrag van €150.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
De bijdrage over 2023 t/m 2025 voor de doorontwikkeling van de Innovatiehub Tubbergen van €80.000 is hierboven meegenomen als verwachte uitgave. We stellen voor in de jaarschijf 2024 €45.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Evaluatie centrummanagement In de begroting 2023 is een bedrag van €100.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”. We stellen voor in de jaarschijf 2024 €20.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Werkbudget recreatie en toerisme In de begroting 2023 is een bedrag van €200.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
We stellen voor in de jaarschijf 2024 €60.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Werkbudget maatschappelijk vastgoed In de begroting 2023 is een bedrag van €75.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
We stellen voor in de jaarschijf 2024 €15.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022 – 2026”.
Programma Buitengebied in Balans Inleiding Buitengebied in Balans Buitengebied in Balans gaat in essentie over de economische ontwikkelingen in het buitengebied, in samenhang met de leefbaarheid en behoud natuur. Tubbergen zet de komende jaren in op een realistische balans tussen een duurzame, toekomstgerichte agrarische sector, de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit en economische potenties van de toeristische sector. De optelsom van alle ontwikkelingen leidt de komende decennia tot een transitie van het landelijk gebied. Uiteindelijk laten we ons buitengebied er in alle opzichten sterker uit komen. We voorzien de ambitie met betrekking tot het buitengebied en de hieraan verbonden GGA-NOT (Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente) van een dynamische agenda. Dit doen we in een samenspel met onze inwoners, onze partners en de gebruikers. Frequent leiden nieuwe inzichten en regelgeving tot aanvullingen en wijzigingen op deze agenda. Indien nodig worden deze ook financieel vertaald. We realiseren ons dat de transitie van het buitengebied vele jaren, en dus meerdere raadsperioden, in beslag zal nemen. In de huidige vier jaar zal vooral de veranderrichting worden bepaald en een start worden gemaakt met de concrete gebiedsprocessen. We vertalen onze ambities naar twee thema’s: • De agrarische sector •
Landschap en natuur
Actielijn 1 Agrarische sector: Perspectief bieden aan de agrarische sector De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente en verdient een langjarig toekomstperspectief. Wij willen de agrariërs in Tubbergen half staan. Dit doen we door als gebiedspartner de komende jaren een substantiële bijdrage te leveren voor de agrarische sector. Met in het bijzonder aandacht voor een economisch perspectief voor het buitengebied en de leefbaarheid in het algemeen. We betrekken hierbij ook de opgaven voor water, stikstof en klimaat. De toekomst van de agrarische sector en daarmee het landelijk gebied en de leefbaarheid wordt voor een aanzienlijk deel gestuurd en bepaald door Europese wet- en regelgeving. Op rijksniveau is dit uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit is door de provincie vertaald in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) (besluitvorming vermoedelijk eind 2023/begin 2024). Het (nu demissionair) kabinet investeerde fors in de opgaven voor water, natuur en klimaat en in de verduurzaming van de landbouw. De keuzes en investeringen in de landbouw worden gekoppeld aan verduurzaming, kringlooplandbouw, nieuwe verdienmodellen en verbetering van de positie van de agrarisch ondernemer in de keten. Dit wordt per deelgebied verder uitgewerkt middels de Gebiedsgericht aanpak.
Tubbergen maakt deel uit van de Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente (GGA-NOT). Waar nodig dragen we financieel bij aan processen en projecten. We willen als gemeente proactief zijn. Opgaven zelf oppakken, met de blik op de toekomst. Samen werken aan een leefbaar, gezond, duurzaam en toekomstbestendig Tubbergen waar het goed vertoeven is.
Ons doel We gaan als gebiedspartner een substantiële en zichtbare bijdrage leveren aan het bieden van een economisch perspectief voor de agrarische sector in het bijzonder en het buitengebied in zijn algemeenheid. Vanuit onze grondhouding om uit te gaan van de kracht in de samenleving, daar waar het kan samen te werken en daar waar de gemeente een verantwoordelijkheid heeft deze te nemen, staan wij in de gebiedsprocessen naast onze agrariërs. We leveren hierbij maatwerk en zijn hierbij realistisch en duidelijk. In 2026 hebben we de verkregen inzichten en de uitgewerkte plannen vanuit het NPLG omgezet in operationeel beleid gericht op de transitie van de agrarische sector. En in 2026 zijn er in deelgebieden zichtbare stappen gezet met betrekking tot zowel het perspectief voor de landbouw als de natuur-, klimaat-, en waterdoelen.
Hoe leveren we een bijdrage aan een toekomstbestendige agrarische sector We willen als gemeente als volgt werken aan een toekomstbestendige agrarische sector: a. Aan het stuur zitten. We spannen ons maximaal in om daar waar mogelijk mee te sturen aan beleidskeuzes en uitvoeringsagenda’s. We zitten expliciet aan het stuur en bedienen de knoppen om invulling te geven aan de brede opgaven die er spelen in het buitengebied. We nemen deel aan elke relevante ‘tafel' waar we de belangen van onze inwoners kunnen behartigen. Daar waar relevant zetten we actief in op lobby. b. De keukentafel. De keukentafel is voor ons de plek waar we het maatwerk willen leveren voor gezinsbedrijven. We zien hier een belangrijke faciliterende en stimulerende rol voor onze agroconsulent, de ervencoach, het onderwijs en andere erfbetreders. Aan de keukentafel gaat het ook over de sociaal maatschappelijke kant: de mentale gezondheid en ondersteuning van de agrariërs die in een moeilijke situatie terecht zijn gekomen. We zetten als gemeente extra in op een ‘ervencoaches-plus’ die bij de begeleiding ook dit aspect invullen. c. Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We bouwen aan duurzame relaties in een krachtenveld waar de belangen ver uit elkaar liggen. We zoeken voortdurend de dialoog met de Tubbergse samenleving, maatschappelijke partners en alle andere belanghebbenden.
In het bijzonder hebben we aandacht voor de transitiekansen en het bieden van een perspectief. d. Verdienmodellen ontwikkelen. De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente. Als onderdeel van het toekomstperspectief van de gezinsbedrijven willen wij op bedrijfs- en erfniveau ondernemers, indien nodig via maatwerk, zoveel mogelijk ruimte geven om eigen, nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. We zien deze ontwikkeling voor zowel stoppende als blijvende ondernemers.
Actuele ontwikkelingen Zoals bekend worden de transitieopgave in het landelijk gebied met name opgepakt door middel van de gebiedsgericht aanpak (GGA), aangestuurd door de Provincie Overijssel. Voor deze GGA zijn gebiedstafels ingericht per regio. Wij nemen deel aan de gebiedstafels Noordoost Twente (NOT), waarbij ook de belangrijkste stakeholders in het gebied zijn aangesloten zoals het Waterschap, de provincie en landbouworganisaties. Ook dragen we actief bij aan de gebiedsdagen die door de provincie georganiseerd worden. Verder zijn we vaste deelnemer in het opgerichte gebiedsteam van NOT, dat momenteel bezig met de voorbereiding van gebiedsprocessen. Dit team pakt concrete casussen en initiatieven voor de transitieopgave op en werkt ze verder uit. Omdat de landelijke en provinciale kaders, middelen en tijdslijnen nog niet helder zijn, is nog niet goed in te schatten wat in een latere fase van ons als gemeente gevraagd wordt. Mogelijke kosten voor de inzet van ambtelijke ondersteuning bij deze projecten, zullen (grotendeels) worden vergoed door de provincie vanuit de (rijks-)middelen die beschikbaar gesteld zijn en worden voor de transitieopgave in het landelijke gebied.
Mocht desalniettemin een aanvullend beroep gedaan moeten worden op inzet die niet vanuit het programma en het beschikbaar werkbudget kan worden ingevuld, dan zal hiervoor te zijner tijd een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Nog niet helder is wat de nieuwe provinciale staten en gedeputeerde staten gaan betekenen voor de inhoud en het vervolgproces van de concept Provinciaal Plan Landelijk Gebied (PPLG) en de uitwerking daarvan in de GGA NOT. De val van het kabinet heeft de onzekerheid vergroot. Hoewel wettelijke termijnen onveranderd zijn, is onduidelijk hoe de landelijke aanpak eruit gaat zien, welke middelen beschikbaar zullen zijn (of blijven) en wat dat voor onze gemeente gaat betekenen. Er treedt hoe dan ook vertraging op. Er wordt gewerkt aan een visie op het buitengebied van Tubbergen en Dinkelland. Die visie zal de komende jaren richting moeten geven aan structurerende keuzes en onder meer moeten beantwoorden wat de economische dragers in het buitengebied kunnen zijn. Zoals bekend worden de transitieopgave in het landelijk gebied met name opgepakt door middel van de gebiedsgericht aanpak (GGA), aangestuurd door de Provincie Overijssel. Voor deze GGA zijn gebiedstafels ingericht per regio.
Wij nemen deel aan de gebiedstafels Noordoost Twente (NOT), waarbij ook de belangrijkste stakeholders in het gebied zijn aangesloten zoals het Waterschap, provincie en de landbouworganisaties.
Ook dragen we actief bij aan de gebiedsdagen die door de provincie georganiseerd worden. Verder zijn we vaste deelnemer in het opgerichte gebiedsteam van NOT, dat momenteel bezig met de voorbereiding van gebiedsprocessen. Dit team pakt concrete casussen en initiatieven voor de transitieopgave op en werkt ze verder uit. Omdat de landelijke en provinciale kaders, middelen en tijdslijnen nog niet helder zijn, is nog niet goed in te schatten wat in een latere fase van ons als gemeente gevraagd wordt. Mogelijke kosten voor de inzet van ambtelijke ondersteuning bij de gebiedsprojecten, zullen (grotendeels) worden vergoed door de provincie vanuit de (rijks-)middelen die beschikbaar gesteld zijn en worden voor de transitieopgave in het landelijke gebied. Mocht desalniettemin een aanvullend beroep gedaan moeten worden op inzet die niet vanuit het programma en het beschikbaar werkbudget kan worden ingevuld, dan zal hiervoor te zijner tijd een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Nog niet helder is wat de nieuwe provinciale staten en gedeputeerde staten gaan betekenen voor de inhoud en het vervolgproces van de concept Provinciaal Plan Landelijk Gebied (PPLG) en de uitwerking daarvan in NOT. De val van het kabinet heeft de onzekerheid vergroot.