CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en Antwoorden Begroting 2026

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 202642.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Er wordt nog een verdere analyse toegepast, om bijvoorbeeld onderscheid te maken in objecten die worden beïnvloed door de openbare ruimte of door particulier terrein (bijvoorbeeld laadkuilen op bedrijventerreinen, de gemeente staat niet aan de lat om hiervoor maatregelen te treffen). De maatregelen die we nemen zijn erop gericht om in 2050 geen risicopanden te hebben. De uitkomsten van de modelberekeningen zijn input bij het opstellen van de wijkwaterplannen.

Kan er iets gezegd worden over de resultaten van 2023 en verder? En zijn de resultaten ook meegenomen in bijvoorbeeld de 9 wijkwaterplannen op pagina 87?

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

239

92

D66

Bij de tabel ‘Tilburg is klimaatbestendig in 2040’ ontbreekt bij de indicatoren ‘Wateroverlast: hoeveelheid waterberging in MJP projecten, uitgedrukt in hoeveelheid liter berging per m2 van de afwaterende openbare ruimte’, ‘Hittestress: streefpercentage groen per wijktype***’ en ‘Hittestress: Afstand tot koelteplekken****’ duidelijke streefwaarden en het resultaat over de jaren 2021-2024.

Het is niet mogelijk om de gevraagde informatie uit het beheersysteem te halen. We kunnen niet rapporteren op de indicator: hoeveelheid waterberging in MJP. Idem voor de indicatoren op het gebied van hittestress. We werken eraan om de doelen en indicatoren scherper en meetbaar te maken. Onder de noemer groenblauwe leefomgeving staat dat we in 2024 maar liefst 27 koele plekken hebben aangelegd. Die variëren in grootte, van speelplek tot parkje.

Waarom ontbreekt het aan duidelijke streefwaarden en wat zijn de resultaten over de voorgaande jaren tot nu? Hoe moet bijvoorbeeld de 60 liter berging per m2 nu worden gelezen bij de indicator Wateroverlast? Bij **** staat: ‘Gemeten op het heetste moment van de dag, rekening houdend met de zonstand in de zomer. Een koelteplek is min 200 m2 met groen ingericht. In 2023 zijn 6 koele plekken aangelegd. Zie verder Groenblauwe leefomgeving.’. Waarom vinden we hier alleen informatie over 2023? Wat is de huidige stand van zaken?

Impact in 2024: 013 Parken Categorie Onthard oppervlak Extra groen Aantal bomen

Resultaat 8.500 m² 17.000 m² 114 stuks

Subsidieregeling klimaatbestendig Tilburg Ontharden en vegroenen tuinen/percelen 6126 m² Verharding vervangen door halfverharding 2957 m² Bomen (alleen bij niet particulieren) 22 stuks In 2025 zijn tot nu toe 22 nieuwe plekken gerealiseerd, variërend van vergroening van speelplekken tot aanleg van groene wanden, parken en coole routes. Impact tot nu toe: 013 Parken Categorie Resultaat Onthard oppervlak 4.887 m² Extra groen 2.837 m² Aantal bomen 151 stuks Subsidieregeling klimaatbestendig Tilburg (27-10-2025) Ontharden en vergroenen tuinen/percelen 7140 m² Verharding vervangen door halfverharding 241 m² Bomen (alleen bij niet particulieren) 4 stuks 240

249

92

D66

19

D66

Bij de tabel ‘Tilburg is klimaatbestendig in 2040’ ontbreekt bij de indicator Droogte een streefwaarde, terwijl een vastgesteld Programma Water en Riolering 2024-2027 is. Bij ** staat: ‘In het vastgestelde Programma Water en Riolering 2024-2027 is een indicator voor droogte opgenomen.’. Wat houdt deze indicator dan precies in c.q. wat zijn de indicatoren die uit het Programma worden gehaald? Waar wordt nu op gestuurd? En waarom zijn hier nog geen streefwaardes voor opgenomen? Wat willen we in 2026 gaan bereiken? Tilburg kent een verschillende afvalstoffenheffing voor één- en meerpersoonshuishoudens. Het verschil in tarief staat echter niet in verhouding tot de vermoedelijke verschillen in hoeveelheid afval die per huishouden worden aangeboden in de twee categorieën. Hoe komt het verschil in tarief tussen één- en meerpersoonshuishoudens tot stand?

In het beleid hebben we opgenomen dat ieder project in de openbare ruimte groter dan 500 m2 moet bijdragen aan het tegengaan van verdroging door een minimale infiltratie van 10 mm te realiseren. Daarmee kan 80% van de neerslag in de bodem infiltreren. Deze maatregel wordt uitgevoerd in kader van het MJP. Op dit moment is het niet mogelijk om hier streefwaardes aan te koppelen en op te rapporteren.

Tariefdifferentiatie is ingevoerd bij de begroting 2018. Toentertijd is gekeken naar de verschillen in kosten voor huishoudens. Uit inventarisatie bleek dat de meeste kostenposten per huishouden hetzelfde zijn en dus niet afhankelijk zijn van het aantal personen in een huishouden. De vuilniswagens rijden vaste routes en een groot deel van de huishoudens zet de afvalbak ook wekelijks buiten. Ook de kosten voor schoonmaak, toezicht, communicatie en administratie zijn niet afhankelijk van het aantal personen. Alleen de kosten voor afvalverwerking en vergoeding voor grondstoffen zouden aan het aantal personen gerelateerd kunnen worden. Het verschil in kosten is destijds berekend op circa € 19. Uitgangspunt daarbij was dat iedere Tilburger dezelfde hoeveelheid afval produceert. Op basis van het verschil van € 19 is ervoor gekozen om het tarief voor eenpersoonshuishoudens gelijk te stellen aan 90% van het tarief voor meerpersoonshuishoudens.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

234

8

D66

Ik lees: “Stilstand zou leiden tot krimp, verlies aan leefbaarheid en financiële problemen voor onze stad.” Op welke wijze leidt stilstand tot financiële problemen voor onze stad?

Bij krimpgemeenten zien we de volgende belangrijkste financiële problemen: - Daling van inkomsten uit gemeentefonds en belastingen en heffingen. - Minder draagkracht voor het instandhouden van maatschappelijke voorzieningen zoals zwembaden, bibliotheken, musea. - Hogere zorgkosten door verslechtering van de sociale structuur.

243

38

D66

Kunt u toelichten welke acties worden ondernomen om ervoor te zorgen dat de wielerronde gaat bijdragen aan de breedtesport in Tilburg?

Het sportbedrijf ontwikkelt in samenwerking met lokale sportverenigingen, scholen en overige maatschappelijke partners een programma rondom topsportevenementen om zoveel mogelijk maatschappelijk rendement te halen uit deze evenementen. Het stimuleren en activeren van mensen om te sporten en bewegen is daarbij een belangrijk doel. Het programma moet nog worden opgesteld.

231

50 en 51

D66

Passende ondersteuning: Als er nieuwe metingen zijn gedaan vanaf 2022, waarom zijn deze dan niet meegenomen in het overzicht? Nu is er vanaf 2021 voor veel indicatoren binnen passende ondersteuning geen trend te herkennen of in beeld, klopt dat?

Veel van de indicatoren zijn in oktober 2021 vastgesteld, waarbij de geformuleerde indicatoren voor een belangrijk deel nog geoperationaliseerd moesten worden. Hier is nog onvoldoende aandacht voor geweest. In verband met een nieuwe onderzoeksmethode m.b.t. de client ervaringsonderzoeken Jeugd /WMO zijn de cijfers nog niet beschikbaar. Het betreft een nieuwe vorm van continue meten van de client ervaringen. De resultaten worden pas achteraf gepubliceerd. Het klanttevredenheidsonderzoek W&I is uitgevoerd einde 2024. Het onderzoek wordt eens per 2

jaar gedaan waardoor over tussenliggende jaren geen informatie beschikbaar is. Uit nader onderzoek komen de volgende indicatoren voort over 2024: 

236

14

118

247

D66

D66

Tabel beweging sociaal domein: klopt het dat de ombuiging plaatsvindt, en in 2026 al zo groot is, omdat er mensen op een andere ‘post’ gaan werken en het dus feitelijk een verplaatsing van arbeid is, en dat er nog niet een feitelijke vermindering van de zorgvraag wordt verwacht? Is het mogelijk om de regel ‘ombuiging’ uit te splitsen in de vermindering van kosten door mensen die op een andere post gaan werken, en verwachte verminderde zorgvraag? Er wordt vermeld dat het aantal ateliers in 2025 is toegenomen tot 308, boven de streefwaarde van 300. Kunt u toelichten hoe die snelle stijging tot stand gekomen is en of dat met ondersteuning vanuit het ‘Uitvoeringsplan Ateliers en Broedplaatsen 2023-2026’ gebeurd is? Zijn er andere factoren die hebben bijgedragen aan deze stijging? Wat zijn de toekomstplannen/prognoses voor het laatste jaar van dit uitvoeringsplan?

85% is in 2024 (zeer) tevreden over de dienstverlening van Werk & Inkomen. De tevredenheid is vergelijkbaar met die van 2022 en stabiel hoog;  Over de contactpersoon/personen van Werk & Inkomen is men (zeer) tevreden. De tevredenheid over de klantregisseur is gestegen naar 97%. Over de rechtmatigheidsconsulent is 85% (zeer) tevreden;  65% Inwoners dat (meteen!) wist waar hij of zij moest zijn met zijn/haar hulpvraag Cliëntervaringsonderzoek Toegang/ gemeente Tilburg;  78% Inwoners dat snel geholpen is met zijn/haar hulpvraag Cliëntervaringsonderzoek Toegang;  80% Inwoners dat positief is over kwaliteit van de ondersteuning (hulpvraag voldoende beantwoord) Cliëntervaringsonderzoek Toegang. We verwachten een ombuiging te maken van individuele hulpverlening, waar nu veel naar verwezen wordt, naar laagdrempelige en zo mogelijk groepsgerichte ondersteuning. Dit is ook nodig om de zorgvraag naar de toekomst toe ook op te kunnen vangen met minder beschikbaar zorgpersoneel. We gaan dus niet één op één bestaande vormen van individuele hulptrajecten verschuiven, maar anders werken door expertise en menskracht in en rondom wijkzorgteams anders te positioneren. We verleggen de focus van individueel en verder weg naar dichterbij, op maat van de wijk, laagdrempeliger en collectiever.

Met als vertrekpunteduurzame steun door versterking van persoonlijk netwerk van inwoners en wijknetwerken. Op deze wijze worden inwoners eerder en beter geholpen en blijven de (duurdere) individuele zorgtrajecten beschikbaar voor hen die dat echt nodig hebben.

Wij tellen voortaan alle culturele instellingen die met behulp van gemeentelijke bijdrage ateliers beheren. Met de middelen van het Uitvoeringsplan Ateliers en Broedplaatsen zijn meerdere culturele initiatieven ondersteund. Vanuit het Atelierfonds zijn bijvoorbeeld de volgende organisaties ondersteund: SuperBlaaw (12 ateliers), Strijbos en van Rijswijk (5 ateliers), TSS – in bouw (3 ateliers). Tevens is met gemeentelijke steun Buro6 van Stichting Ateliers geopend waardoor 32 ateliers zijn toegevoegd. Wij zijn blij om te zien dat de streefwaarde wordt gehaald maar het is belangrijk om te vermelden dat veel van de panden gehuurd worden en/of tijdelijk zijn. Voor 2026 verwachten wij dat het aantal ateliers gelijk blijft, en met de resterende middelen uit het Atelierfonds mogelijk nog een kleine groei laat zien.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

237

91

D66

In de tabel ‘Tilburg is klimaatneutraal in 2045 is bij de indicator ‘In 2030 bedraagt de CO2 uitstaat van de gemeentelijke organisatie maximaal 50% van de uitstoot in 1990. Hierbij is geen streefwaarde opgenomen. Waarom niet? Deze wordt wel in de doelenboom benoemd. Hoe wordt daarnaast de steeds hogere CO2 uitstoot de afgelopen jaren verklaard? En wat wordt (extra) gedaan om doel te bereiken 2030 te bereiken?

Uitgaande van de doelenboom is het streven om in 2030 maximaal 87 kton CO2 uit te stoten voor mobiliteit van de gemeentelijke organisatie. Voor eigen huisvesting gaat dit om een streefwaarde van maximaal 7 kton. In totaal gaat dit dus om 94 kton, wat een reductie van 55% is t.o.v. 1990. Deze streefwaarde kan in de tabel ‘Tilburg is klimaatneutraal in 2045 ' opgenomen worden.

233

119, 121, 122

D66

In de tabel (pagina 119) waarin de indicatoren zijn genoemd voor het creëren van een dynamische binnenstad worden alle vier de streefwaardes niet gehaald. Wat is de analyse dat deze indicatoren zijn verslechterd en hoe gaan de maatregelen in deze begroting (tabel pagina 121/122) eraan bijdragen dat de gewenste streefwaardes verbeteren?

Ambtelijk wordt er gewerkt aan een raadsbrief m.b.t. de verklaring voor een hogere CO2 uitstoot voor gemeentelijke gebouwen (zie antwoord op vraag 196). Extra maatregelen voor het terugdringen van de CO2 uitstoot voor de eigen huisvesting zijn onderdeel van de routekaart 3.0 die in de september 2025 is vastgesteld in uw raad. We hebben in 2024 inderdaad iets lager gescoord op onze indicatoren dan in 2023. Maar wat we zien uit cijfers die ons zijn aangeleverd door het BMT is dat de bezoekersaantallen iets hoger zijn dan vorig jaar en dat hetzelfde geldt voor de bestedingen (zie antwoord op vraag 295). Dat stemt hoopvol. Voor wat betreft de algemene indruk van de binnenstad. We zien dat we op een aantal onderdelen lager scoorden dan in 2023, zoals de klantvriendelijkheid in winkels en de horeca, de sfeer, de bewegwijzering en de veiligheid. Maar op al deze onderdelen scoorden we een 7 of hoger. Netheid is het enige onderwerp waar we met een 6,9 onder de 7 scoren. Dus we scoren wel wat slechter in de algemene indruk, maar nog steeds mooie voldoendes. Voor wat betreft de NPS score, we moeten ons afvragen of we deze indicator willen aanhouden. De NPS is een ingewikkelde, Amerikaanse methode, waarbij scores van 7 en 8 worden gezien als neutraal en niet meetellen, scores van 6 en lager worden gezien als negatief en alleen scores van 9 en 10 worden gezien als positief.

Terwijl scores van 7 en 8 natuurlijk heel positief zijn.

129

245

D66

Er worden aantallen genoemd die gaan over openbare laadpalen. Zijn dit totale aantallen in onze gemeente of jaarlijkse (nieuwe) laadpalen? Wat is de prognose voor de jaren 2027, 2028 en 2029?

Met de Agenda Binnenstad zijn we hard aan het werk om de stad aantrekkelijk te maken qua aanbod en openbare ruimte. Brancheringsaanpak, vergroening, wonen en reisbeleving zijn projecten die onder deze agenda vallen. De aantallen hebben betrekking op het totaal aantal laadpalen in onze openbare ruimte per jaartal. Voor de toekomstverwachting maken we gebruik van Outlooks van Elaad. Hierin staan verwachtingen uitgewerkt voor o.a. (semi) publieke laadpalen. Dat is een combinatie van laadpalen op bedrijventerreinen/winkelcentra én laadpalen in onze openbare ruimte. Op basis van die outlooks zien we een groei van 37% (2027), 46% (2028) en 54% (2029) ten opzichte van het peiljaar 2024 voor alle openbare en semi-openbare laadpalen. Als we dat extrapoleren met de gerealiseerde aantallen laadpalen tot en met 2024, kom je uit op 1165 (2027), 1241 (2028) en 1309 (2029) openbare laadpalen. Deze aantallen zijn niet leidend, maar geven een gevoel bij de voorliggende opgave. Plaatsing wordt bepaald op basis van daadwerkelijke laaddata. De concessiehouder plaatst enkel bij wanneer er genoeg doorvoer plaatsvindt om een nieuwe laadpaal te verantwoorden.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

230

49

D66

Waar komt de toename van het absolute en relatieve verzuim van leerlingen vandaan? Hebben we zicht en grip op deze stijging en wat we daaraan kunnen doen?

Stijging absoluut verzuim Definitie absoluut verzuim: Het betreft het aantal leerplichtige- en kwalificatieplichtige personen ingeschreven in de BRP die in het betreffende schooljaar een periode niet ingeschreven heeft gestaan bij een school. Er was voor deze personen in die periode géén sprake van een vrijstelling. Het aantal personen met absoluut verzuim is in de laatste 2 meetjaren nagenoeg gelijk. De stijging die in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 zichtbaar was houdt in ieder geval verband met de komst van Oekraïense vluchtelingen. In de periode na het uitbreken van de oorlog (februari 2022) kon niet direct worden opgeschaald in het aantal onderwijsplekken voor anderstaligen om de kinderen uit de Oekraïne snel na aankomst in Nederland onderwijs te bieden. Hierdoor ontstond een periode van absoluut verzuim. Dit was een landelijk beeld en speelde niet alleen in Tilburg. Het aantal onderwijsplekken voor Oekraïense kinderen en nieuwkomers uit andere landen is vergroot. We zien desondanks dat het aantal personen met een periode van absoluut verzuim hierdoor niet daalt. In schooljaar 2023-2024 heeft een uitgebreidere toetsing op vrijstellingsaanvragen vanwege bedenkingen tegen de richting van het onderwijs ervoor gezorgd dat dit beroep op vrijstelling vaker is afgewezen.

Niet alle ouders hebben hun kind(eren) vervolgens ingeschreven op een school, waardoor er vervolgens sprake was van absoluut verzuim. Stijging relatief verzuim Definitie relatief verzuim: Het betreft het aantal leerplichtige- en kwalificatieplichtige leerlingen dat is ingeschreven bij een school en zonder geldige reden heeft verzuimd voor een periode van meer dan 16 uur in 4 lesweken. Het relatief verzuim is in de schooljaren 2020-2021, 2021-2022, 2022-2023 en 2023-2024 ieder jaar toegenomen. Het aandeel luxe verzuim (zonder toestemming op vakantie) loopt in deze schooljaren zowel in verhouding als in absolute aantallen op. Dit is in verband te brengen met een reactie op de reisbeperkingen die van kracht waren in de coronaperiode. Op vakantie buiten de schoolvakanties is zonder toestemming niet toegestaan. Een melding van luxe verzuim wordt altijd door de leerplichtambtenaar onderzocht en kan voor ouders resulteren in een proces-verbaal.

132

115, 278 54

FvD

154

FvD

75

FvD

91

FvD

FvD

Hoe voorkomt u dat hogere uitgaven aan cultuur de betaalbaarheid drukken, vooral met dalende solvabiliteit (naar 31%, p. 278)? Is Wijkzorgteams (€1,1 mln – p. 54) haalbaar met personeelstekort; evaluatie na 1 jaar?

68 141

119

107

Welke risico's zijn er voor haalbaarheid van regionale diensten, en hoe wordt rekening gehouden met vertragingen? Hoe analyseert het college de impact van de ambitie om 'volledig circulair in 2045' te zijn op de concurrentiepositie en de lastendruk van het lokale MKB, dat mogelijk gedwongen wordt tot kostbare investeringen? Hoe bouwt u draagvlak op bij bedrijven voor circulaire economie, gegeven de noodzaak voor cofinanciering?

Daarnaast zien we in de genoemde periode een toename van verzuim die (niet alleen in Tilburg, maar landelijk) kan worden toegeschreven aan verschillende factoren. Dat is onder andere de nasleep van corona, maar ook persoonlijke problemen en verkeerde studiekeuze (mbo). De leerplichtambtenaar onderzoekt na een melding van verzuim samen met de leerling, ouders en school wat er aan de hand is en wat ervoor nodig is om ervoor te zorgen dat de leerling weer naar school kan. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden. We zetten niet in op meer personeel, juist ingegeven door de arbeidsmarktkrapte. We verwachten fasegewijs een omvorming en afbouw te doen van individuele hulpverlening, waar nu veel naar verwezen wordt, naar laagdrempelige nabije ondersteuning. We gaan niet een op een bestaande vormen van jeugdhulp verschuiven, maar anders werken door expertise en menskracht anders te positioneren en de focus te verleggen. Namelijk van individueel en verder weg naar dichterbij organiseren, op maat van de wijk, laagdrempeliger en collectiever. Hierbij ligt de focus op duurzame steun door versterking van persoonlijk netwerk van inwoners en wijknetwerken.

vraag niet duidelijk, ligt terug bij steller Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

Veel bedrijven investeren al in de transitie naar een circulaire economie. Het onderwerp wordt meegenomen door onze accountmanagers bij hun bezoeken aan het bedrijfsleven. Ook de OMWB en waterschappen dragen bij aan het creëren van draagvlak bij bedrijven. En we werken hierin samen met VNO/NCW. Vanuit het regiodeal project ‘Versterken duurzame bedrijfsvoering’ begeleiden we het bedrijfsleven over de wijze waarop zij hun duurzaamheidsprestaties kunnen verantwoorden. In het Programma Tilburg Circulair 2025 – 2028 en de Economische Strategie zijn acties opgenomen om het draagvlak bij bedrijven te vergroten.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

115

FvD

Politieke vraag wordt niet meer meegenomen.

208

FvD

Hoe bouwt u draagvlak op bij bedrijven voor de economische strategie, gegeven focus op circulair? De kapitaallasten van €0,5 tot €1 miljoen worden gereserveerd voor stedelijke ontwikkeling. Hoe wordt geborgd dat de duurzaamheidsinvesteringen niet concurreren om dit schaarse kapitaal met de dringende behoefte aan woningbouw?

75

FvD

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

143, 154 143

FvD

De circulaire ambitie ('Het Nieuwe Normaal') richt zich op een reductie van afval en grondstoffen. In hoeverre is dit project primair een ideologisch ecologisch doel versus een project dat de gemeente op termijn concreet geld gaat besparen op inkoop en afvalverwerking? Hoe bouwt u draagvlak op bij partners voor regionale samenwerking?

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

98

FvD

Is het college bereid te onderzoeken of de Nederlandse vlag structureel kan worden gehesen boven het stadhuis, naast de Tilburgse en Brabantse vlag, als zichtbaar symbool van democratische waarden? In hoeverre is de aanpak van ondermijning in 'Openbare orde en veiligheid' haalbaar bij dalende misdrijven, en hoe plant u opschaling bij toename?

98

FvD

Hoe transparant is de allocatie voor veiligheid (daling geweldsmisdrijven, p. 98), en wat zijn verantwoordingmechanismen?

98

FvD

98

FvD

Wordt het lokale signaleringsnetwerk uitgebreid om ook Antifa en links-extremistische groeperingen te monitoren, of blijft de focus alleen op religieus en rechts-extremistisch geweld? Hoe gaat Tilburg in de praktijk onderscheid maken tussen legale demonstraties van activistische groepen en activiteiten die onder terrorismebestrijding vallen, nu Antifa als terroristisch wordt beschouwd?

134

118

122 146

FvD

148

128

136 137

138

De investeringen in de Stedelijke Ontwikkeling worden in beeld gebracht via de Tilburgse meerjarige investeringsplanning (TMIP). Jaarlijks worden deze investeringen bij de integrale afweging voorgelegd aan de raad in de vorm van voorstellen Nieuw Beleid. Het is aan de raad zelf om de reikwijdte of de omvang van deze kapitaallasten aan te passen.

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

De misdrijven die op pagina 98 weergegeven zijn, omschrijven we als “high impact crimes”, deze zijn de afgelopen jaren dalende. Onder problematiek die we omschrijven als ondermijning kijken we naar cijfers van zware georganiseerde criminaliteit en de impact op de samenleving. Dit laat zich niet vangen in eenduidige getallen. Ten opzichte van High impact crimes betreft het hier bijvoorbeeld “slachtofferloze delicten” (van woninginbraak wordt aangifte gedaan van een drugsdeal op straat niet). Ook zijn cijfers over daders van zware georganiseerde criminaliteit afhankelijk van opsporing en vervolging, wat niet wordt opgespoord is niet zichtbaar. Daarom investeren we structureel op de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Enerzijds in de samenwerking met opsporingsinstanties en andere partners in de RIEC samenwerking en anderzijds door te investeren op fenomenen waar we signalen over ontvangen of nog niet veel zicht op is, denk dan aan de huidige verkenning op criminaliteit in de zorg. Voor diverse aandachtsgebieden binnen het veiligheidsdomein (Toezicht en Handhaving, Ondermijning etc.) maken we uitvoeringsprogramma’s waarin we onze aanpak beschrijven inclusief de hieraan verbonden budgetten. Een aantal van deze uitvoeringsprogramma’s kent een eigen verantwoordingsproces (o.a.

het uitvoeringsprogramma VTH en Preventie met Gezag), anderen worden meegenomen in de reguliere verantwoording aan de raad (via begroting, jaarstukken, Tussenrapportage, Najaarsbericht etc.) Daarnaast is onze inzet in veel gevallen gericht op het tegen gaan/ voorkomen van criminaliteit en overlast in brede zin. Dit komt terug in ons beleid, in diverse uitvoeringsprogramma’s, maar ook in de uitvoering van onze reguliere en wettelijke taken. Voor onze cijfers is de registratie door de politie van gegevens over criminaliteit en overlast onze bron. Wij ontvangen periodiek deze gegevens en hebben daar inzage in. De politie registreert misdrijven volgens een landelijk coderingssysteem. Wij gebruiken die coderingen voor onze veiligheidsindicatoren uit ons Integraal Veiligheidsplan. Dit is het kader dat uw raad heeft vastgesteld voor de periode 2022-2026. Over deze indicatoren verantwoorden we in de jaarstukken, voortgangsrapportages of bij specifieke vragen vanuit uw raad. Ook bij de begroting worden deze indicatoren gebruikt ter ondersteuning van de formulering en vaststelling van nieuw beleid. Politieke vraag wordt niet meer meegenomen. Politieke vraag wordt niet meer meegenomen.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

67

FvD

Hoe wordt draagvlak onder inwoners getoetst? (Lemon-enquêtes (7,7/10 veiligheid – p. 67); jaarlijkse burgerpeiling verplicht?)

67

FvD

Welke risico's zijn er voor de haalbaarheid van crisisinterventie in 'Ingrijpen bij crisis en onveiligheid',

Elke twee jaar voert de gemeente Tilburg de Leefbaarheidsmonitor (Lemon) uit. Deze grootschalige enquête brengt de ervaringen en percepties van inwoners in kaart op het gebied van de fysieke en sociale woonomgeving, ervaren overlast en veiligheid in de buurt, evenals thema’s rondom zorg, welzijn en inkomen. In 2023 hebben 17.430 Tilburgers deelgenomen aan het onderzoek. Momenteel vindt een nieuwe meting plaats. De resultaten van deze editie worden verwacht aan het einde van het eerste kwartaal van 2026. Daarnaast wordt regelmatig onderzoek uitgevoerd onder het Burgerpanel Tilburg en eens in de twee jaar wordt de Inwoners enquête uitgevoerd. Er zijn altijd risico's als preventie niet of onvoldoende werkt. Of er nu wijzigingen zijn in jeugdzorg, volwassenzorg of jeugdbescherming. In die zin zijn het communicerende vaten. We zetten veel in op preventie en ook via de toegang in team Coördinatie en Veiligheid. Daarnaast leren we in het netwerk met de ontwikkeling “toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming". Op deze manier proberen we dit risico te beheersen en vroegtijdig hierop te anticiperen.

78

Welke financiële en beleidsmatige beheersmaatregelen worden genomen op het moment dat de vraag naar jeugdbescherming onverwacht toeneemt? (nu 1,2%, p. 67) 67 30

FvD

Hoeveel middelen gaan naar communicatie, onderzoek of externe adviesbureaus? (bijv. €2 mln campagnes in Sociaal veerkrachtig – p. 30; transparantie: openbare audit?)

86

FvD

Hoe wordt de betaalbaarheid van groenprojecten zoals Zwaluwenbunders gewaarborgd, en wat is de kosten-batenanalyse voor biodiversiteitversterking?

86

FvD

De gemeente reserveert jaarlijks €600.000 voor de ontsnipperingskaart. Welke concrete en meetbare ecologische meerwaarde levert deze investering op ten opzichte van een passiever beheer, en staat dit in verhouding tot de directe lasten die deze investering genereert?

91

FvD

91, 208

FvD

29

FvD

De gemeente focust op klimaatbestendigheid (adaptatie). Wat is de verhouding in de begroting tussen het geld dat wordt uitgegeven aan klimaatadaptatie (aanpassen aan het weer) versus het geld voor klimaatmitigatie (vermindering van CO2-uitstoot), en is die verhouding in lijn met de prioriteiten van de stad en de nationale regie? Is de investering in klimaatadaptatie (€31,4 miljoen fonds, p. 91) De investering in klimaatadaptatie is financieel verantwoord en betaalbaar binnen de huidige meerjarenbegroting. De betaalbaar op lange termijn, gezien stijgende schulden (€654 miljoen gemeente houdt rekening met rentelasten en schuldenontwikkeling, en kiest voor een gefaseerde en strategische inzet van nieuwe leningen, p. 208) en rentelasten? middelen. Tegelijkertijd levert deze investering maatschappelijke baten op die toekomstige kosten kunnen beperken. De investeringen in klimaatadaptatie dragen bij aan het voorkomen van toekomstige schade door extreme weersomstandigheden. Dit maakt ze niet alleen ecologisch, maar ook economisch verantwoord. Hoe meet het college ‘inclusie’ – is er een kwantitatieve doelstelling? Gezien de pagina waar de vraag naar verwijst (pagina 29) en ook gezien andere vragen van deze vraagsteller herleiden we (indicatoren vaag, bijv. % eenzaamheid 49% – p.

29; waarom geen bij de beantwoording dat vraagsteller met de term ‘inclusie of inclusieve’ naar het geheel aan beleid, inzet en activiteiten harde KPI zoals 20% daling afhankelijkheid?) doelt binnen het begrotingsprogramma Inclusieve Stad. Binnen dit programma is een aantal kwantitatieve indicatoren opgenomen die kenmerken binnen het begrip Inclusie meten (meedoen, het hebben van een netwerk, elkaar helpen, ontwikkeling enz.).

85

104

115

120

103

87

[Vraag is breder dan het vb Sociaal veerkrachtig]. Binnen het veld Sociaal en Veerkrachtig is een aantal werkbudgetten benoemd. Hieruit kunnen waar nodig tijdelijke gerichte opdrachten voor communicatie, onderzoek of extern advies, c.q. expertise worden bekostigd. Het is nu (nog) niet aan te geven hoeveel middelen en met welke doeleinden dit in 2026 zal worden ingezet. Voor het project Zwaluwenbunders is subsidie beschikbaar vanuit de Provincie Noord-Brabant. In het algemeen worden natuurprojecten van de gemeente Tilburg grotendeels gefinancierd met externe middelen. De verhouding tussen gemeentelijke middelen en subsidies ligt gemiddeld op 1:3, wat betekent dat voor elke gemeentelijke euro drie euro aan externe financiering beschikbaar is. Wat betreft de kosten-batenanalyse voor biodiversiteitsversterking: Volgens recentelijke onderzoeken (Economische waarde van natuur in Nederland, CBS & WUR, 2022) leveren investeringen in natuur gemiddeld meer dan zes keer hun kosten op. Elke geïnvesteerde euro resulteert in ruim €6 aan maatschappelijke en economische baten, waaronder: verbeterde luchtkwaliteit, vermindering van hittestress, verhoogde recreatieve waarde en versterking van biodiversiteit. De ontsnipperingsmaatregelen zorgen voor: 1. Verbinding van leefgebieden: dieren zoals egels, amfibieën en dassen kunnen zich weer veilig verplaatsen tussen gebieden. 2.

Populatieherstel: soorten die eerder geïsoleerd raakten, kunnen zich genetisch vermengen en herstellen. Voorbeeld: de boomkikkerpopulatie in Noord-Brabant is aantoonbaar gegroeid dankzij ontsnipperingsmaatregelen. 3. Verhoogde biodiversiteit: door grotere en verbonden leefgebieden neemt de soortenrijkdom toe. 4. Veiliger infrastructuur: mtinder verkeersslachtoffers onder dieren, wat ook maatschappelijke kosten verlaagt. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

58

FvD

180

FvD

Hoeveel inwoners zijn concreet geholpen door inclusieprojecten in 2025? (raming 8.700 WMO-aanvragen, maar slechts 65% tevreden – p. 58; per wijk/nationaliteit?) Fraude in inclusieprojecten: Hoeveel gevallen in 2025, en waarom geen audit op subsidies (€180 mln totaal – p. 180)?

Uitgaande dat de term ‘inclusieprojecten’ het geheel aan activiteiten en inzet binnen Inclusieve Stad betreft, is deze vraag niet te beantwoorden. Veel activiteiten en inzet binnen Inclusieve Stad zijn ten behoeve van alle Tilburgers en precieze aantallen van uniek gebruik worden niet bijgehouden. Politieke vraag?

143

FvD

86

FvD

29

FvD

86

FvD

29

FvD

86

FvD

26, 41, 63

FvD

86 81 147

121

Hoe ziet het college de rol van nationale symbolen, zoals de Nederlandse vlag, binnen de doelstelling om “verbondenheid en gezamenlijke identiteit” te versterken? Welk percentage van de €7,511 miljoen netto-last voor de Groen blauwe leefomgeving gaat specifiek naar de aanplant van nieuwe bomen en parken, en op welke wijze monitort en bewijst het college dat deze investeringen daadwerkelijk leiden tot meetbaar lagere temperaturen en betere luchtkwaliteit in de stad? Is de investering in sociale basis (€2,3 miljoen, p. 29) betaalbaar als kosten voor de baat uitgaan, en wat is de verwachte ROI in termen van lagere zorgkosten?

Er is voor zover bekend geen fraude gepleegd. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden. Aanleg van groen vindt plaats binnen de projecten en zijn investeringen. De exacte uitsplitsingen zijn terug te vinden in de investeringsbijlagen van de begroting. De monitoring loopt via de opgenomen indicatoren. Daarnaast worden de effecten op luchtkwaliteit gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), in samenwerking met het RIVM. Met de verdere inzet op het versterken van de sociale basis en normaliseren; enerzijds door meer collectieve steungroepen en anderzijds door bemiddeling naar informele steun en vrijwillige inzet, sturen we aan op een ombuiging van de gespecialiseerde zorgkosten (WMO en Jeugdhulp). Met deze inzet kunnen we meer zorgvragen, die voorheen werden doorgeleid naar de gespecialiseerde zorgaanbieders, in het het voorveld oppakken of voorkomen. De investeringen die hiermee gepaard gaan dekken we incidenteel af vanuit de Investeringsreserve Sociaal Domein. Voor de borging willen we de structurele kosten dekken vanuit middelen die structureel worden vrijgespeeld vanwege een ombuiging/ voorkomen van de gespecialiseerde zorgkosten (WMO en Jeugdhulp). In termen van ROI kunnen we dan stellen dat de MKBA (Maatschappelijke kosten- en batenanalyse) is uitgevoerd.

70

124 91

116

84

De gemeente streeft naar twee zeer specifieke, meetbare doelen: 30% schaduw van bomen op het loopgedeelte van de straat; 60 liter waterberging per m² van de afwaterende openbare ruimte in MJPprojecten. Hoe garandeert het college dat de realisatie van deze twee specifieke, meetbare indicatoren wordt gehandhaafd in de projecten, en op welke wijze worden deze kosten afzonderlijk gemonitord binnen de €7,511 miljoen netto-last Groen Blauwe Leefomgeving? Hoeveel subsidies zijn verbonden aan niet-wettelijke inclusieprojecten? (€135k bestaanszekerheid – p. 29; audit op effect >50% doorslag?) Welke specifieke projecten (zoals het aanpakken van een hitte-eiland of de realisatie van waterberging) zijn in 2026 direct gekoppeld aan de €7,511 miljoen netto-last voor de Groen blauwe leefomgeving, en kan de Raad per project de begrote middelen en de uitvoerende partijen inzien? Wat kost het programma Inclusieve Stad structureel per jaar en wat zijn de meetbare effecten? (structureel €752 mln lasten, maar indicatoren zoals % zelfredzaamheid dalen – p. 41/63; waarom geen 10% reductie doel?)

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

Onduidelijke vraag. Pagina 29 in de Programmabegroting vermeldt geen subsidies, noch wordt er tekstueel naar verwezen. De specifieke projecten staan in de investeringen en hebben betrekking op Pauwels, Stadsbos 013, ecologische verbindingszones, 013-parken en nieuw groen meerjarenprogramma. In 2026 komt de ontsnipperingskaart er nieuw bij. De kosten hiervoor komen tot uitdrukking in de kapitaallasten voor een netto bedrag van 2,8 miljoen.

Zoals u ziet op pagina 26 van de begroting kost het programma Inclusieve Stad in 2026 per saldo €524 miljoen. Het overgrote deel van dit programma bestaat uit structurele activiteiten. De door u genoemde dalende indicator ‘percentage zelfredzaamheid’ konden wij niet destilleren uit de door u genoemde pagina’s? Uw vraag over de meetbaarheid van de effecten herkennen wij echter. De huidige indicatoren geven niet altijd een goed beeld van de realisatie van het onderliggend doel en/of zijn niet altijd actueel beschikbaar. Mede naar aanleiding van een kwartaalgesprek Sociaal Domein begin dit jaar, is een raadsklankbordgroep opgezet die zich buigt over monitoring en sturing binnen het Sociaal Domein. Deze zal input geven op het inzichtelijk en meetbaar maken van de ontwikkelingen en inzet in Inclusieve Stad. Uw woordvoerder Sociaal Domein is een van de deelnemers in deze raadswerkgroep.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

173, 91

FvD

Waarom is er geen transparante breakdown van risico's in grondexploitaties (€72 miljoen totaal, p. 173), en hoe rapporteert u over effecten van CO2-reductie?

NOOT VOORAF: Het benoemde bedrag van €72 miljoen is in onze optiek een typefout van de vragensteller en moet € 37,2 miljoen zijn (p 174). Antwoord 3a: Op pagina 174 is in de tabel rekening gehouden met een totale risicoreservering van € 37,2 mln. De opbouw van dit bedrag is opgenomen op pagina 270 in de bijlage paragraaf grondbeleid. We voeren voor de grondexploitatieprojecten aparte risicoanalyses uit. Van deze risicoanalyses worden de grootste projecten, die ca. 80% van de financiële risico's bevatten, financieel doorgerekend. Deze bedragen zijn vervolgens lineair doorgetrokken naar 100%. Daarnaast zijn er algemene kosten voor onvoorzien bij bouw- en woonrijp maken en risico mbt rente opgenomen. Dit leidt uiteindelijk tot het bedrag van € 37,2 mln. dat wordt gereserveerd voor de risico's ten behoeve van de grondexploitatie.

108 55, 6

FvD

Hoe voorkomt u dat hogere uitkeringslasten in 'Werk en inkomen' de betaalbaarheid van het hele programma ondermijnen, vooral met het ravijnjaar 2026 in het vooruitzicht?

26

FvD

55

FvD

Meerjarig: Waarom stijgt netto €524 mln naar €550 mln in 2029 (p. 26); cap op €500 mln? Subsidies: Waarom €35 mln Diamant (p. 55) zonder fraude-audit; koppel aan 60% doorslag?

52, 26

FvD

Overhead: Hoeveel % van €752 mln naar bureaucratie (Toegang €28,5 mln – p. 52)? Digitaliseren voor 20% besparing?

156

FvD

Hoe transparant is toewijzing gemeentefonds, en wat zijn verantwoordingmechanismen?

156, 6

FvD

Hoe voorkomt u dat algemene dekkingsmiddelen de betaalbaarheid drukken bij ravijnjaar 2026?

71 73

95

72 150

144

Antwoord 3b: Voor het monitoren van indicatoren zijn wij in veel gevallen afhankelijk van de data die beschikbaar is in de regionale klimaatmonitor. Dit is een online, publiekelijk beschikbare database met gegevens, beheerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). De gegevens worden op verschillende momenten in het jaar geactualiseerd. In het geval van CO2-uitstoot berekenen zij de CO2-uitstoot die het gevolg is van energieverbruik, door vermenigvuldiging van de hoeveelheden verbruikte energiedragers in fysieke eenheden (bijvoorbeeld kWh elektriciteit of m3 aardgas) met de emissiefactor van die energiedrager. Voor een inschatting van onze toekomstige CO2-reductie laten wij jaarlijks door CE Delft een doorrekening maken van de impact van zowel landelijk als lokaal beleid op de CO2 uitstoot op Tilburgs grondgebied. Hierover wordt u jaarlijks geïnformeerd, middels een presentatie en de beschikbare rapportages. De baten die de gemeente ontvangt voor de uitkeringslasten maken onderdeel uit van de zogenoemde BUIG-middelen (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) die door het Rijk worden verstrekt. Deze middelen worden via een landelijk verdeelmodel toegekend en zijn deels beïnvloedbaar voor de gemeente, onder andere door de mate van instroom in en uitstroom uit de bijstand.

Binnen Tilburg investeert in Perspectief wordt dagelijks gewerkt aan de ondersteuning van Tilburgenaren in hun route naar zelfstandigheid. Waar dat mogelijk is, wordt ingezet op het vinden van passend werk en duurzame uitstroom uit de bijstand. Het zogenoemde ravijnjaar 2026, waarin een terugval van rijksmiddelen wordt verwacht, verandert niets aan de doelstellingen van de gemeente Tilburg op dit vlak. De focus blijft onverminderd gericht op activering, ontwikkeling en participatie van inwoners, met als doel zoveel mogelijk mensen te laten meedoen in de samenleving en daarmee mede de financiële druk op het ‘programma’ Werk en Inkomen beheersbaar te houden. Er is voor dit veld geen sprake van een stijging van de netto lasten. De lasten dalen naar een bedrag van € 508 miljoen in 2029. Zie hiervoor Pagina 238. De Diamant-groep is een gemeenschappelijke regeling en daarmee verlengstuk van de gemeente Tilburg. De gemeente Tilburg heeft zitting in het Dagelijks Bestuur van de Diamant-groep. De Diamant-groep is zelf verantwoordelijk voor fraudemaatregelen en wordt hierop gecontroleerd door haar accountant. Jaarlijks wordt de begroting en jaarrekening (voorzien van accountantsverklaring) aan de gemeenteraad aangeboden. Bureaucratie is een abstract begrip dat zich moeilijk laat meten.

Dat geldt voor de inzet van de eigen ambtelijke organisatie maar nog meer voor het grote deel van de taken in de Inclusieve stad dat niet door de gemeente zelf, maar door externe gesubsidieerde instellingen wordt uitgevoerd. Het percentage dat te kwalificeren is als bureaucratie is daarmee niet aan te geven. De verdeling van het gemeentefonds gebeurt via een systeem van verdeelmaatstaven (zoals inwoners, woonruimten, oppervlakte, WOZ-waarden) dat is ontworpen om alle gemeenten een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven. De verdeling en omvang van het gemeentefonds worden jaarlijks geactualiseerd en gecommuniceerd via de circulaires gemeentefonds in mei, september en december. De algemene uitkering is vrij besteedbaar. In de P&C-rapportages leggen we verantwoording af aan de raad. De baten op dit veld bestaan vooral uit inkomsten uit het Gemeentefonds. We hebben daarbij vooral zorgen over de structurele middelen die gemeenten voor Jeugdzorg ontvangen en over de compensatie die gemeenten voor loon en prijsontwikkeling in diverse domeinen krijgen. Op deze onderwerpen zijn we samen met de VNG intensief in gesprek met het Rijk.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

208

FvD

De herberekening van de omslagrente levert direct een nadeel op van €6,547 miljoen. Hoe wordt gegarandeerd dat deze oplopende rentelast de vrijheid van besteding voor andere belangrijke taken in de toekomst niet chronisch onder druk zet?

Conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) zijn we verplicht de gemeentelijke rentelasten toe te rekenen aan onze velden. Op basis van de voorliggende begroting is deze toerekening geactualiseerd. Hierdoor ontstaat een nadeel op het veld Financiering en algemene dekkingsmiddelen van € 6,547 miljoen maar hier staan voordelen op de andere velden tegenover. Het gaat hier slechts om een verschuiving van de rentekosten over de velden heen en deze leidt per saldo niet tot een nadeel. Het 2e deel van de vraag over de oplopende rentelast is geen technische maar een politieke vraag.

113 211

FvD

186, 26

FvD

186, 161 183, 208 148, 244

FvD

186, 278

FvD

183

FvD

115, 128

FvD

63, 58

FvD

75

FvD

75

FvD

27

FvD

186, 27-30

FvD

135

94 149 142

FvD FvD

Waarom ontbreekt transparantie over risico's in verbonden partijen (€2,1 miljoen bijdragen, p. 211), en hoe rapporteert u over effecten? Schuldenrisico: Hoe beïnvloedt €752 mln Inclusieve Stad de solvabiliteit (ratio 1,8 – p. 186)? Redirect 10% naar ouderen?

Waarom ontbreekt breakdown risico's in algemene lasten (€72 miljoen totaal, p. 186), en hoe vergroot u transparantie? Is de stijging lokale heffingen betaalbaar voor huishoudens, gezien rentelasten (€24 miljoen in 2029, p. 208)? Hoe wordt betaalbaarheid van dienstverlening (€18-20 miljoen, p. 148) gewaarborgd bij dalende reserves?

Informatie over de risico's voor de gemeentelijke begroting vindt u terug in paragraaf 4.5 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hierin zijn ook de grootste risico's ten aanzien van verbonden partijen opgenomen. Veruit het grootste deel van de lasten in de Inclusieve stad wordt gedekt uit baten waar de gemeente ook liquide middelen voor ontvangt. Denk hierbij vooral aan specifieke uitkeringen van het Rijk (bijv. uitkeringen) en de algemene uitkering van het gemeentefonds. Slechts een beperkt deel (circa € 20 miljoen) wordt gedekt uit de reserves (o.a. Investeringsfonds sociaal domein, Welkom in Tilburg, Regionaal fonds arbeidsmarktbeleid, Preventie gezondheid en kansengelijkheid). Alleen deze mutaties in de reserves beïnvloeden de solvabiliteit. Een toelichting op de risico’s vindt u verderop in paragraaf 4.5 vanaf pagina 189. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden. De lasten op dit programma worden slechts zeer beperkt gedekt uit reserves. Dalende reserves hebben daarmee ook slechts een zeer beperkte impact op de dienstverlening. Daarbij geldt dat in deze programmabegroting een beleidsvoorstel is opgenomen m.b.t. klantgedreven dienstverlening (nummer 181) dat gedekt wordt uit de exploitatie.

143

111 105 130 93

110

126 90 79

De schuld stijgt en de solvabiliteit daalt scherp. Op welk punt, uitgedrukt in een drempelwaarde van de solvabiliteitsratio, kiest het college ervoor om de financiële stabiliteit van de gemeente boven de snelheid van de klimaatdoelen te stellen? Hoe voorkomt u dat hogere afval- en rioolheffingen (+5% en +12,5%, p. 183) de betaalbaarheid van het programma drukken, vooral voor lage inkomens? Is de investering in economie en evenementen (€2 miljoen extra, p. 115) betaalbaar, gezien oplopende kapitaallasten (€4,2 miljoen voor mobiliteit, p. 128)? Welke groepen profiteren concreet en welke niet? (15,1% jeugd geholpen, maar 65+ wachtlijsten – p. 63/58; waarom geen rapport per nationaliteit?) De financiële gevolgen van het groeipad voor 'Het Nieuwe Normaal' zijn nog onbekend. Waarom wordt een ambitie met een onbekend en potentieel onbeheersbaar prijskaartje nu al als beleidskader vastgesteld? De begroting stelt dat het streefbeeld voor het beheer van verharding (wegen en paden) een B-niveau is (goed).

Hoe wordt gegarandeerd dat dit kwaliteitsniveau gehandhaafd blijft, nu de investeringen in de RuimtelijkTransities (duurzaamheid) leiden tot langdurige en ingrijpende werkzaamheden (zoals de herinrichting van de Parkring), die de fysieke basiskwaliteit en bereikbaarheid van de stad juist tijdelijk verslechteren? Wordt er geëvalueerd op effectiviteit of enkel op proces (‘we hebben gesprekken gevoerd’)? (evaluaties kwalitatief, geen kosten-baten – p. 27; motie voor ROI-meting?) Waarom ontbreekt een gedetailleerde uitsplitsing van risico's per veld in dit programma (€72 miljoen totaal risico's, p. 186).

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden. De voorstellen in de programmabegroting zijn integraal afgewogen met als uitkomst een sluitende begroting voor 2026 en meerjarig begrotingsbeeld dat in 2029 om en nabij sluitend is. Onduidelijke vraag. Wat wordt bedoeld met ‘profiteren’? Genoemd percentage en wachtlijsten zijn niet herleidbaar naar de tekst in de Programmabegroting pagina 58 t/m 63. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

Zoals in de Programmabegroting 2026 is aangegeven, is het vastgestelde kwaliteitsniveau voor verhardingen een C-niveau. Enkel voor het centrumgebied, de winkelgebieden, stedelijke groengebieden (parken) en de sociaal culturele gebieden is een B-niveau van toepassing. Grote ingrepen in het ruimtelijke domein zoals de Parkring hebben geen negatieve invloed op de fysieke basiskwaliteit van de verharding.

In de Nota Kaderstelling 2022 – 2026 wordt aangegeven waaraan de evaluatie van voorgaand/lopend beleid moet voldoen. Informatie over de risico's voor de gemeentelijke begroting vindt u terug in paragraaf 4.5 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

109, 115

FvD

Welk draagvlak is er onder inwoners voor evenementen en cultuur, en hoe meet u tevredenheid over leefomgeving?

Er is veel draagvlak onder inwoners voor evenementen: 86% van de inwoners is (zeer) tevreden over het evenementenaanbod (4% is ontevreden) 64% vindt dat evenementen bijdragen aan een beter imago en de meerderheid (67%) vindt het aantal evenementen in Tilburg precies goed (7% vindt dat er te veel evenementen zijn, 8% vindt dat er te weinig zijn). We nemen in dit onderzoek niet specifiek het oordeel over de leefomgeving mee, maar mensen kunnen hun antwoord wel toelichten. Van die 7% die aangeeft minder evenementen te willen, geeft een aantal (geluids)overlast als reden. (Monitoring Citymarketing, Markteffect 2025). Draagvlak en waardering van het cultureel aanbod in de stad zijn vast onderdeel van de inwoners enquête. In 2024 waren dit de resultaten: 52,4% heeft een theatervoorstelling bezocht en 51,4% een optreden van popmuziek. 67,8% heeft een bezoek gebracht aan een bioscoop of filmhuis. 55,6% heeft een museum bezocht en 50,8% een bibliotheek. 19,5% is naar De Pont geweest, 17,1% naar het TextielMuseum, 16,1% naar Natuurmuseum Brabant. 39,8% heeft de Schouwburg bezocht en 36,8% heeft 013 bezocht. 24,4% is bij Cinecitta geweest en 21,2% heeft de Concertzaal bezocht. Als hobby wordt ‘games spelen’ het meest gedaan (34,6%). 25,6% heeft als hobby tekenen, schilderen of grafisch werk zonder computer. Het totale cultuuraanbod in de gemeente Tilburg krijgt een 7,6.

De bereikbaarheid een 7,5. de kwaliteit scoort een 7,4, diversiteit een 7,1 en zichtbaarheid een 6,9. Het laagste cijfer is voor de prijs, een 6,1.

55, 58, 6-8

FvD

183, 186, 55, 58 128, 208

FvD

Waarom prioriteert de begroting zoveel meer middelen aan Werk & inkomen (€227,7 miljoen, inclusief €102,3 miljoen BUIG-uitkeringen met een tekort van €10 miljoen door indexatie, en €1,3 miljoen voor basisbanen met een doorslag naar regulier werk van <50%, p. 55) dan aan WMO-ouderenzorg (€144,2 miljoen, p. 58), terwijl de vergrijzing een structurele druk legt op de lokale begroting en zelfredzaamheid van Tilburgse senioren ondermijnt? Welke transparante rapportage, inclusief een breakdown per nationaliteit van de instroom in beide domeinen, plant het college om het draagvlak onder burgers te waarborgen? Hoe wordt de betaalbaarheid van woningbouw (30% sociale huur, p. 128) gewaarborgd bij stijgende bouwkosten en schulden?

41

FvD

27-67

FvD

27

FvD

27

FvD

54

FvD

50-63

FvD

133

74 83

FvD

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

Voor alle domeinen geldt dat we via de p&c-cyclus rapporteren op de door de raad vastgestelde kengetallen, waaronder ook de instroom in de Participatiewet. Sociale huur wordt in Tilburg gerealiseerd door de woningcorporaties. Door de stijgende bouwkosten is het voor hen lastiger om goedkope woningen te blijven bouwen. Om hen te helpen vragen we voor projecten bijvoorbeeld rijkssubsidies aan, zoals de WBI, SBI, SFT en RHA. Ook dragen we zelf middelen bij indien nodig. Daarnaast kunnen corporaties via de Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hun projecten gunstiger financieren.

131

66 96

In hoeverre is de doelstelling voor zelfredzaamheid in 'Persoonlijke ontwikkeling en zelfredzaamheid' haalbaar bij economische onzekerheden, en hoe wordt rekening gehouden met externe factoren zoals rijksbezuinigingen? Kan het college de projectmonitor openbaar maken? (incl. real-time data per project?) Wat gebeurt er met projecten die geen aantoonbaar effect hebben? (motie: schrappen + redirect?)

97 98

Wordt er een nulmeting uitgevoerd voor nieuw beleid? (ja/nee + rapport Q1 2026?) Waarom geen nulmeting voor €1,1 mln Wijkzorgteams (p. 54); risico op verspilling?

Bij nader inzien een politiek vraag en hoeft niet meer beantwoord te worden.

Onduidelijke vraag. Niet duidelijk is naar welke projectmonitor de vraagsteller verwijst. Komt in pagina's 27 – 67 niet in de tekst voor Binnen projectmatig werken past in de projectopzet altijd een ex ante scherpe (SMART) bepaling (met opdrachtgever) van de doelen die bereikt moeten worden. Mocht uit evaluatie blijken dat het project in kwestie deze doelen niet bereikt, dan wordt besloten tot stopzetten of aanpassen. Met de Nota Kaderstelling 2022 – 2026 heeft de raad vastgelegd welke stappen dienen te worden afgelegd voor de totstandkoming van een nieuwe beleidsnota. Dit proces start met een evaluatie van de bestaande situatie. We beginnen klein in drie gebieden en vanuit analyse bepalen we welke investering nodig is om te ontwikkelen naar wijkzorgteams. Dit bedrag is een eerste inschatting van de beoogde bovengrens voor de investering. We monitoren nauwgezet vanuit een 0-meting de effecten van de wijkzorgteams, denk naast tevredenheid over de ondersteuning aan de afname van inzet van specialistische (jeugd)hulp.

99 77

Hoe bouwt u draagvlak op bij partners voor de transitie in 'Passende ondersteuning', gegeven de focus op zelfredzaamheid die mogelijk weerstand oproept bij kwetsbare groepen?

POLITIEKE VRAAG niet beantwoorden.

nr. vraag

76 82

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

27-30, 29

FvD

Welk draagvlak is er onder inwoners voor de wijkgerichte aanpak in 'Sociaal en veerkrachtig', en hoe meet u dit concreet via indicatoren zoals burgertevredenheid?

Het draagvlak onder de inwoners voor de wijkgerichte aanpak sec meten wij niet. Wel voeren wij elke twee jaar de Leefbaarheidsmonitor (Lemon) uit. Deze grootschalige enquête brengt de ervaringen en percepties van inwoners in kaart op het gebied van de fysieke en sociale woonomgeving, ervaren overlast en veiligheid in de buurt, evenals thema’s rondom zorg, welzijn en inkomen. De waardering voor een deel van de voorzieningen binnen het veld Sociaal en veerkrachtig komt hier ook bij aan bod.

27 27-30, 63

FvD FvD

Wat is de vraag? Terugleggen bij steller POLITIEKE VRAAG. Niet beantwoorden.

27, 58

FvD

Transparantie: Publiceer evaluaties online; boete bij <70% effect? Hoe haalbaar is de transitie naar preventieve zorg via wijkzorgteams, gegeven de stijgende jeugdhulpvraag (van 14,5% naar 15,1%, p. 63), en wat zijn de concrete mijlpalen voor 2026 om vertragingen te voorkomen? Hoeveel overlap is er met bestaande sociale projecten? (bijv. wijkteams €20 mln overlapt met Wmo – p. 27; besparingspotentieel?)

65

88 80 69

58, 63

FvD

63, 244, 225

FvD

Hoe transparant is de allocatie van middelen voor Wmo en jeugdhulp, en wat zijn de mechanismen voor verantwoording aan de raad over mutaties? Hoe wordt de betaalbaarheid van jeugdhulp (€12,2 miljoen extra nadeel, p. 225) gewaarborgd op lange termijn, gezien de dalende reserves (€873 miljoen naar €605 miljoen, p. 244) en stijgende rentelasten?

Voorafgaande aan de start van een wijkzorgteam analyseren we wijkinformatie, data en behoeften en verbinden dit aan wat er al is, wat mist en mogelijk overlapt. Voor een deel is de versteviging van de sociale basis nodig om de reeds in gang gezette transformatie en ombuiging van de zorgvraag op te vangen in de sociale basis Politieke vraag en hoeft niet beantwoord te worden . De toekomstige betaalbaarheid van de jeugdhulp is een vraagstuk op het gebied van structurele financiering. Reserves worden veelal ingezet om incidentele afwijkingen af te dekken. Voor de verdere beantwoording wordt daarom nader ingegaan op de maatregelen die genomen worden in het kader van een structurele bekostiging van de kosten van jeugdhulp. Voor wat betreft de toekomstige betaalbaarheid én uitvoerbaarheid van de zorgtaken in het kader van de jeugdhulp lopen zowel lokaal, regionaal als landelijk een aantal trajecten. 1) welke acties lopen er vanuit de hervormingsagenda? 2) welke maatregelen nemen we lokaal / regionaal? 3) met het Rijk zijn de volgende financiele afspraken gemaakt rondom de betaalbaarheid van de Jeugdhulp: In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken toe te werken naar een nieuwe Financieringssystematiek Jeugd per 2029.

Jeugdzorg wordt momenteel bekostigd via de Algemene Uitkering van het gemeentefonds waarbij het fonds groeit conform de groei van het bruto binnenlands product. Omdat de kosten voor de jeugdzorg in de praktijk sterker groeit dan het accres gemeentefonds voorziet de huidige financieringssystematiek niet automatisch in de dekking van de stijgende gemeentelijke kosten voor de jeugdzorg. Daarnaast gaat de Commissie van Ark een tweede advies uitbrengen rondom de financiele risico's die liggen bij gemeenten daar waar het gaat om de betaalbaarheid van de jeugdhulp. Dit tweede advies staat gepland voor begin 2027, waarbij een terugblik wordt gegeven op de periode 2025 t/m 2027, waarin de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd en de daaraan gekoppelde financiële kaders centraal staan. Tegelijkertijd zal de commissie een vooruitblik doen op de periode vanaf 2028/2029 en advies geven over hoe het stelsel van jeugdhulp (inhoudelijk en financieel) structureel en houdbaar vormgegeven moet worden. In dit kader komt ook financiering expliciet aan de orde komen: hoe het budgettair stelsel moet zijn ingericht, welke middelen nodig zijn, hoe kostenontwikkeling zich verhoudt tot het stelsel, wat gemeenten versus Rijk moeten dragen etc

74

112

FvD

De duurzaamheidsopgave is sterk afhankelijk van externe subsidies. Welk percentage van het totale investeringsvolume is voorwaardelijk aan nog onzekere externe middelen, en welke specifieke projecten of ambities vallen weg als deze financiering in 2026 niet wordt verkregen?

De nu verwachte subsidie bedraagt 20% van het totale investeringsvolume. De projecten zwaluwenbunders, Drasse driehoek en de recropassage zouden dan niet door kunnen gaan.

nr. vraag

Pag.

PP

Vraag

Antwoord:

55

FvD

Hoeveel projecten zijn tijdelijk bedoeld maar lopen al jaren door? (bijv. basisbanen sinds 2022 – p. 55; stop na 3 jaar?)

Er zijn inderdaad projecten die de voorlopers vormden van de huidige aanpak met ontwikkel- en basisbanen, zoals het Tilburgs Banenmodel en ontwikkelbanen die vóór 1 januari 2025 startten. Deze projecten kennen qua doelstelling en uitvoering gelijkenissen met de huidige ontwikkelbanen. Zoals ook is opgenomen in het raadsvoorstel van 16 december 2024, komen deelnemers die vanuit deze eerdere projecten werkzaam zijn en niet kunnen doorstromen naar regulier of beschut werk, in aanmerking voor een basisbaan, mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden. Het betreft daarbij altijd een individuele afweging: per deelnemer wordt gekeken of de inzet van een basisbaan passend en doelmatig is. De nieuwe aanpak vormt daarmee een continuering en samenvoeging van bestaande initiatieven in één uniform en structureel kader.

128

FvD

Welke risico's zijn er voor de haalbaarheid van mobiliteitsprojecten zoals Parkring, en hoe wordt rekening gehouden met vertragingen?

86

FvD

75

FvD

In hoeverre is de ontwikkeling van groenblauwe leefomgeving haalbaar bij conflicten met woningbouw, en hoe plant u prioritering als marktontwikkelingen vertragen? Welke risico's zijn er voor de haalbaarheid van fysieke basiskwaliteit (onderhoud openbare ruimte), en hoe wordt rekening gehouden met externe factoren zoals klimaatverandering?

Bij elk ruimtelijk mobiliteitsproject zijn er risico’s op het gebied van planning, financiering, technische haalbaarheid en afstemming met partners. In projecten, zoals ook bij Parkring, wordt hier vroegtijdig rekening mee gehouden via risicomanagement, fasering, en koppeling aan onderhoudsopgaven. Eventuele vertragingen worden opgevangen door flexibiliteit in de uitvoeringsplanning en door tijdige bestuurlijke besluitvorming Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

55, 58

FvD

91

FvD

75

FvD

91

FvD

Welk draagvlak is er onder inwoners voor de energietransitie, en hoe meet u dit via participatie in wijkprojecten?

91

FvD

Hoe transparant is de monitoring van indicatoren zoals energielabels (87,5%, p. 91), en wat zijn verantwoordingmechanismen voor afwijkingen?

92

129 101

102

75

100

Hoe evalueert het college deze scheve verdeling, gegeven dat uitkeringen afhankelijkheid kweken (instroom +6%, uitstroom naar werk slechts 640 – p. 55) en WMO-wachtlijsten voor ouderen langer worden (15% toename, tevredenheid slechts 65% – p. 58)? Overweegt het college een herverdeling van €20 miljoen van BUIG-uitkeringen naar mantelzorg-bonussen of thuiszorg voor Nederlandse 65plussers? Hoe haalbaar is het doel van klimaatneutraal in 2050, gegeven de 'race tegen de klok' en afhankelijkheid van cofinanciering, en wat zijn tussentijdse mijlpalen voor hernieuwbare energie (nu 13,5%, p. 91) in 2026? Er is €4,420 miljoen aan investeringen in 2026 gereserveerd voor nieuw beleid in Fysieke Basiskwaliteit. Waaruit bestaat dit bedrag exact, en is de €900.000 voor Bodembescherming Haven Loven (een onbenoemd milieurisico) hierin opgenomen?

We zien verschillende risico's voor de haalbaarheid van de fysieke basiskwaliteit: - beschikbare capaciteit (intern en extern) inspelen op veranderende (extremere) weersomstandigheden - afstemming externe partners zoals Enexis prijsontwikkeling. Specifiek ten aanzien van klimaatverandering maken we ons bos- en bomenbeheer toekomstbestendig en nemen we binnen het MJP klimaatadaptieve maatregelen. Politieke vraag en hoeft niet beantwoord te worden.

Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

N.b. Paginanummer klopt niet. Dit bedrag bestaat uit de volgende investeringen: Avondbeleving Stadsforum (530k), Fietsenstalling Pieter Vreedeplein (200k), Openbare Toiletten (300k) en de Parkring (3,39m). Het verwijderen en aanbrengen van nieuwe bodembescherming in de Haven Loven is opgenomen als beleidsvoorstel voor het begrotingsjaar 2028.

125

106 109

Draagvlak voor de energietransitie meten we via participatie in wijkuitvoeringsplannen (WUPe’s), waarin we inwoners op diverse manieren en momenten betrekken. We houden per wijk een participatielogboek bij met informatie over doel, opkomst, opbrengst en opvolging. Participatie is echter geen directe maat voor draagvlak: mensen kunnen meedoen uit interesse of zorgen, of juist niet meedoen maar wel positief zijn. Draagvlak ontstaat vaak gaandeweg, als mensen zich gehoord voelen en invloed ervaren. Uit de Flitspeiling Energietransitie (2024) blijkt dat:  89,3% energie besparen belangrijk vindt  77,3% duurzame energie belangrijk vindt  78,5% CO₂-reductie belangrijk vindt  67,5% klimaatverandering als probleem ziet Deze cijfers zijn in lijn met landelijke trends. Politieke vraag. Hoeft niet beantwoord te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16153066/1