CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

RKT onderzoeksrapport 'Impact op subsidies'

Raadsvergadering 19 december 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Rekenkamerrapport impact gericht subsidieren39.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

• Welke informatie ontving de raad over de effectiviteit van subsidies (bijdrage aan bestuurlijke doelstellingen uit het akkoord)? Wat deed de raad met deze informatie? Het evenementenbeleid 2019-2022 is vastgesteld door de raad. In dat beleid worden de beleidsdoelen vastgesteld. Jaarlijks besluit de raad over de begroting en rapportage gebeurt via de P&C-cyclus waarin inzicht geven wordt in de gerealiseerde budgetten (eventueel met een toelichting daarop). Dit gebeurt niet op evenementenniveau. Bij afwijkingen wordt dit wel toegelicht aan de raad. • Was er sprake van oneigenlijk gebruik van subsidiegelden? Hoe is daarmee omgegaan? Er zijn geen onregelmatigheden bij de subsidieverlening en vaststelling geconstateerd. De verantwoordingen zijn ingediend conform de voorwaarden behorende bij de verleende subsidies. In alle gevallen is de ingediende verantwoording door afdeling P&C beoordeeld. • Was er sprake van reserve opbouw (eigen vermogen) via de inzet van subsidies? Hoe is daarmee omgegaan? De meeste evenementen werken met een financieringsmix. Vanuit meerdere bronnen komen inkomsten om het evenement mogelijk te maken. Alle aanvragers dienen een begroting in. Daarop wordt eigen vermogen en liquide saldo vermeld. Opbouw van eigen vermogen omdat er wat winst is gemaakt wordt beperkt toegestaan.

Het is namelijk wenselijk dat de organisaties zelf tegenvallers kunnen opvangen en op dat moment niet betrokken ondernemers (andere belanghebbenden bij het evenement) in de problemen brengen. LLL heeft een financieringsmix; ook andere overheden zijn aangeschreven, het gaat om een klein deel horeca subsidie en groot deel subsidie van de gemeente. Een deel daarvan is uit het kermisbudget. Deel eigen vermogen toegestaan om tegenvallers op te vangen. Niet bedoeld om winst te maken. • Wat is succesvol gebleken in dit subsidieproces? De organisaties die subsidie aanvragen kunnen in een voor hen relatief makkelijk proces met een aanvraagformulier en een format activiteiten en format begroting een aanvraag doen. Dat maakt het mogelijk dat ook minder sterk georganiseerde partijen kunnen meedingen naar evenementensubsidies. Ook de meerjarensubsidiëring maakt het aanvraagproces eenvoudig. • Wat had er in dit subsidieproces nog verbeterd kunnen worden? De manier waarop subsidieaanvragen beoordeeld worden is erg tijdrovend. Dat komt omdat alle aangevraagde bedragen dezelfde behandeling krijgen. Het is te overwegen om hier verschil in aan te brengen. Bijvoorbeeld een apart traject voor < €7.500, < €25.000 en > €25.000. Omdat we vaak alleen de begroting van het evenement zelf beschouwen is er niet altijd genoeg zicht op de financiële status van een organisatie.

- 60 -

Alle aanvragen krijgen dezelfde behandeling. Je zou aan de voorkant een andere wijze van aanvragen kunnen hanteren voor een klein subsidiebedrag. Bij een groter bedrag een andere wijze. Vraag is of wel of dat juridisch haalbaar is. Aan de achterkant (verantwoording) maken we dat verschil nu wel (lichtere verantwoording bij minder dan €7.500 etc, zie Asv). Algemeen: • Je kunt er geen wiskunde van maken (meetbaar maken van impact). Je kunt sommige dingen meten, als er bijvoorbeeld kaartjes verkocht zijn en de hoeveelheid bier die is geschonken. • Het is kennis en ervaring hoe de subsidieaanvraag en verantwoording te beoordelen. Bijv. klopt kaartverkoop en horeca inkomsten met de begroting. De gemeente probeert risico’s in te schatten. Ook wordt gekeken naar de realisatiecijfers van het laatste evenementenjaar. • Er wordt kritisch naar IgS gekeken, alsof dezelfde materie in een nieuw jasje gestoken is. Het kost veel tijd, waarbij het de vraag is of impact echt gemeten kan worden. Want hoe doe je dat bij een evenement? Hoe ervaart de subsidieontvanger het subsidieproces • Hoe ervaart subsidieontvanger het subsidieproces van voorbereiding op subsidieverlening tot en met verantwoording? Incl. hoe verloopt het contact met de gemeente? De contacten tussen Stichting Kultoer en de gemeente verlopen goed. De contactpersoon is benaderbaar en bereikbaar.

Het resultaat is echter niet altijd zoals gewenst. Er is veel frustratie over het proces en ook de uitkomst. Tegen de subsidiebeschikking heeft de stichting bezwaar gemaakt. De uitspraak hierover is nog niet bekend. De aanvraag dient voor 1 september ingediend te zijn. Die deadline komt voor de stichting te vroeg omdat het festival plaatsvindt in juli en de financiële afwikkeling dan nog niet is afgerond. Daarmee moet de stichting zich baseren op de begroting van de eerdere editie. De vergunning werd tijdig aangevraagd maar werd pas in de week van het festival ontvangen. Dat geeft tot het laatste moment veel onduidelijkheid/onzekerheid en frustratie. Omdat er bezwaar werd aangetekend tegen de eerder ontvangen subsidiebeschikking en de hoorzitting ook pas kort (circa 10 dagen) voor het festival plaats kon vinden was en is er tot het moment van uitvoering ook onduidelijkheid en onzekerheid over het totaal te ontvangen subsidiebedrag; het aanvankelijk toegekende bedrag, dan wel een verhoogd bedrag als gevolg van de hoorzitting. Het beeld bij de subsidieaanvrager was dat de beslissing wordt genomen op basis van het aanvraagformulier én het projectplan. Het projectplan werd meegestuurd in de veronderstelling dat dit integraal onderdeel uitmaakt van de aanvraag. Echter tijdens de hoorzitting heeft de ambtenaar aangegeven dat het projectplan niet gelezen wordt.

Dat bleek ook uit de vragen die de gemeente stelde tijdens de hoorzitting. Dat zorgt voor onnodige frustratie bij de subsidieaanvrager. Overigens had de subsidieaanvrager deze informatie wel kunnen weten vanuit de toelichting bij de aanvraag. De stichting krijgt wel middelen voor het kermis evenement, maar wordt niet gezien als culturele activiteit. De stichting pleit voor een ‘driedelige’ subsidiëring; 1/3 uit evenementenpot, 1/3 uit kermispot, 1/3 uit cultuur. • Heeft subsidieontvanger de impact of output/outcome behaald zoals vooraf verwacht/afgesproken? Er is een goed beeld van het beleid van de gemeente en daarop probeert de stichting aan te sluiten. Het beleidsdoel is verbreding van de kermis. Geprobeerd wordt om de doelstellingen en de haalbaarheid daarvan te monitoren. Bij de ingang vragen medewerkers naar de achtergrond van bezoekers. Dit geeft in grote lijnen een goed beeld van de bezoekers. Er is zeker uitwisseling van publiek en LLL geeft variatie aan het publiek. Maar ook heeft duidelijk ieder (kermis en evenement) zijn eigen publiek.

- 61 -

•

Hoe is door subsidieontvanger en de gemeente beoordeeld of de impact of output/outcome zijn behaald? Tussentijdse contacten tussen gemeente en stichting gaan over de locatie, de uitvoering en de financiering. Niet over de meetbaarheid van de doelstellingen. • Wat is succesvol gebleken in dit subsidieproces? Door de subsidiëring geeft de gemeente in beginsel blijk dat zij het initiatief ondersteunen. De contacten met de ambtenaren en de wethouder zijn in algemene zin wel goed. • Wat had er in dit subsidieproces nog verbeterd kunnen worden? Door de huidige handelswijze wordt slechts een deel van de subsidie verleend, waardoor iedereen aan kwaliteit, maar ook aan waardering/betaling van de betrokkenen inboet. Dat is halfslachtig. Je krijgt dan aangepaste evenementen die geen recht doen aan de gedachte die daarachter zit. De gemeente zou 100% of helemaal niet moeten subsidiëren. De gemeente dient beleidsmatige/inhoudelijke keuzes te maken. Dat geeft een duidelijke koers of (als alles aan de norm voldoet) dient gemeente dient het budget te verhogen. De weging (wie krijgt hoeveel subsidie en waarom) is nu een black box. Dat maakt het diffuus. • Waarom men het gevraagde bedrag niet toegekend krijgt. Het lijkt raadzaam en het zou een goede zaak zijn om voordat de beschikking wordt afgegeven i.c.

het advies aan het college wordt verstrekt, bij onduidelijkheden in de aanvraag en begroting en bij een te verwachte lagere toekenning van het aangevraagde bedrag eerst in overleg met de aanvrager te treden, zodat toelichting verstrekt kan worden en eventueel ook toekomstige bezwaarprocedures mogelijk voorkomen worden.

- 62 -

5. SUBSIDIEBELEID ANDERE GEMEENTEN DAN GEMEENTE TILBURG Hoofdstuk 5 beschrijft de verslagen van de interviews die gehouden zijn met een drietal gemeenten uit de regio. Dit zijn: gemeente ’s-Hertogenbosch, gemeente Nijmegen en gemeente Oss. Het doel was om na te gaan hoe het subsidiebeleid in de betreffende gemeente is ingericht, wat mogelijk als inspiratie voor de gemeente Tilburg kan dienen. Daarmee beantwoordt hoofdstuk 5 deelvraag 12 en draagt bij aan de beantwoording van deelvraag 13. Deelvraag 12: Welke aansprekende voorbeelden van subsidiëring in andere gemeenten dan de gemeente Tilburg zijn er?

5.1 Gemeente ’s-Hertogenbosch Impactgericht subsidiëren De rekenkamercommissie ’s-Hertogenbosch beveelt aan om impact te meten op het niveau van de doelen van de organisatie, in plaats van op de doelen van het gemeentelijke beleid. Aangezien veel subsidiepartners meerdere subsidies ontvangen vanuit verschillende afdelingen van de gemeente, is de vraag hoe gemeten wordt welke subsidie waartoe heeft bijgedragen. De gemeente legt de uitdaging bij de subsidiepartner om te laten zien wat is bereikt (zowel kwantitatief als kwalitatief) met welke subsidie. Monitoring Er worden door de contactpersonen vanuit de gemeente voortgangsgesprekken en een jaargesprek gehouden met subsidiepartners. De gesprekken zijn erop gericht om inzicht te geven in hoe de organisatie, instelling of stichting uitvoering geeft aan de plannen op basis waarvan subsidie is verstrekt, hoe deze zich ontwikkelt, hoe wordt bijgedragen aan de doelen van het gemeentelijke beleid en of de wijze waarop dat gebeurt nog steeds passend is bij de bedoeling van de subsidie. Wanneer dit laatste niet of minder het geval is, wordt overlegd of en op welke manier kan worden bijgestuurd. Vooral bij grotere culturele subsidiepartners kan dit niet altijd eenzijdig worden afgedwongen, omdat zij vaak ook subsidie ontvangen van andere overheden en/of fondsen.

Ook is er vanuit de wijk- en buurtmonitor53 inzicht of bepaalde groepen inwoners of wijken/buurten achterblijven. Indien dit de groepen inwoners betreffen of de wijken/buurten zijn waar via subsidie in geïnvesteerd wordt, volgt een gesprek met de betrokken subsidiepartners. Verantwoording Impact wordt niet in één jaar gerealiseerd, dit gaat over meerdere jaren en vaak zelfs over de bestuursperiode heen. Elk jaar een rapportage laten opstellen door de subsidiepartners is daarom te veel gevraagd; een jaarlijkse rapportage kost veel tijd om te maken en geeft beperkt inzicht. De inspanning kan in sommige gevallen ook niet in verhouding staan tot de hoogte van de gemeentelijke subsidie. Bij het verstrekken van culturele subsidies is het uitgangspunt vertrouwen, samenwerken, partnerschap en zo laag mogelijke administratieve lasten. Wat wordt bereikt is ook niet alleen in getallen uit te drukken. Om meer kwalitatieve informatie te verkrijgen, kan worden gedacht aan bezoekers- of cliëntenonderzoek. Of aan een visitatiecommissie die periodiek de organisaties, instellingen en stichtingen bezoekt.

53 De wijk- en buurtmonitor geeft op hoofdlijnen inzicht in de situatie en ontwikkelingen in wijken, dorpen en buurten

in de gemeente ’s-Hertogenbosch. - 63 -

Betrokkenheid van de gemeenteraad Het is een uitdaging om de raad beter mee te nemen in de resultaten van de culturele subsidies, dit gebeurt nu alleen structureel via het jaarverslag. Dit is op een vrij hoog abstractieniveau. Het idee is om jaarlijks een raadsinformatiebrief aan de raad te sturen met een algemene indruk van wat er in de stad is gebeurd en is bereikt op cultureel gebied. De brief schetst de belangrijkste opvallende zaken uit de jaargesprekken in relatie tot de cijfers en feiten uit de eerder genoemde wijk- en buurtmonitor en de tweejaarlijkse peiling onder inwoners over cultuur . Een suggestie voor subsidiepartners is om de raad collectief uit te nodigen om te vertellen over wat de organisatie, instelling of stichting doet voor de stad. Aantal subsidiepartners Een nieuwe periode voor het verlenen van (meerjarige) cultuursubsidies breekt aan en geeft nieuwe mogelijkheden om van bepaalde subsidiepartners afscheid te nemen en nieuwe subsidiepartners te verwelkomen. De gemeente streeft ernaar het aantal subsidiepartners in te dikken, om zo meer te kunnen sturen op de doelen van het cultuurbeleid en om culturele organisaties een betere financiële basis te geven (een aantal organisaties ontvangt op dit moment een relatief laag bedrag wat in de bedrijfsvoering tot onzekerheden leidt).

Het idee leeft om een deel van het budget opzij te zetten in een fonds of regeling, en hieraan een specifiek doel te verbinden. Culturele organisaties die meerjarig subsidie van de gemeente ontvangen, zouden hier een extra aanvraag kunnen doen voor aanvullende middelen met een plan dat past bij het doel van het fonds of de regeling. Dit biedt wellicht meer mogelijkheden om inhoudelijk te sturen.

5.2 Gemeente Nijmegen Regionaal Ondersteuningsbureau WMO Jeugd Het Regionaal Ondersteuningsbureau WMO Jeugd voert de subsidiëring van de gemeente uit. Het bureau is met name gericht op subsidies ten behoeve van maatschappelijke ontwikkeling. Het bureau is op ‘afstand’ geplaatst van de gemeente vanwege onder andere het verkleinen van de kans op fraude. Dit houdt in dat het bureau het subsidieproces uitvoert en dat daarbij de medewerkers de subsidies muteren in het systeem Centric, beleidsadviseurs van de gemeente kunnen het systeem enkel raadplegen. Verlenen van subsidies en monitoring De eerste stap in het subsidieproces is het verlenen van de subsidie. De aanvraag, vallend onder een bepaald beleidsterrein, bevat onder andere de begroting en het dekkingsplan. Beleidsadviseurs bepalen op basis van de doelenboom – een document met per programma van de gemeente het doel, de ambitie en de daaraan verbonden activiteiten –, of de aanvraag past binnen de door de gemeente gestelde kaders. Vervolgens volgt een gesprek met de portefeuillehouder. Daarna volgt een collegevoorstel per aanvraag. Indien er een logische samenhang is worden aanvragen samen genomen in een collegevoorstel. Soms wordt ook de raad geïnformeerd over deze collegevoorstellen. Het college besluit vervolgens over de subsidieverlening.

De doelenboom wordt opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening richting de subsidieontvanger. Soms worden er tussentijdse rapportages verstrekt over de voortgang. Vaststellen van subsidies Tot een subsidiebedrag van €5.000 wordt de subsidie direct vastgesteld. Indien het bedrag hoger is, verantwoord de subsidieontvanger inhoudelijk over de ondernomen activiteiten en prestaties (in relatie tot de doelenboom) én verantwoord financieel, eventueel indien benodigd met een controleverklaring van de accountant. Hierna wordt de subsidie vastgesteld door het college.

- 64 -

Indirect meten van impact Impact wordt zichtbaar door een dashboard dat effecten van gemeentelijke beleid laat zien. Input voor het dashboard is bijvoorbeeld een onderzoek van de gemeente waarbij wordt gevraagd hoe inwoners de sociale cohesie in de wijk ervaren. De beantwoording van deze vraag wordt beïnvloed door bijvoorbeeld een evenement in die wijk om de sociale cohesie te bevorderen. Ook gaan wijkregisseurs de wijk in (vanuit gebiedsgericht werken) en koppelen signalen terug. De subsidieontvanger zelf toont de relatie tussen activiteiten en prestaties enerzijds en het bereiken van gemeentelijke doelen anderzijds niet één op één aan. Professionaliseringsslag Met name richting zorgaanbieders wordt het subsidieproces zakelijker ingestoken, met meer aandacht voor sturing en verantwoording. Dit betekent: - Dat beleidsadviseurs en contractmanagers op een meer gelijkwaardige manier gaan handelen richting zorgaanbieders; het samenbrengen van inhoudelijke doelstellingen vanuit beleid en de inhoud van een contract. - Dat in de subsidievoorwaarden richting subsidieontvangers opgenomen wordt wat verwacht wordt. Te denken valt aan het rapporteren over de voortgang of inzicht te geven in de financiële situatie van de organisatie, instelling of stichting.

- Dat eerder in het subsidieproces dan voorheen in gesprek wordt gegaan met subsidieontvangers; dit leidt tot eerdere inzichten in hoe subsidie wordt besteed, hoe de voortgang is en waar de subsidiepartner mogelijk problemen ervaart. Van belang daarbij is dat de beleidsmedewerker én de kwaliteitsmedewerker met de subsidiepartner aan tafel zitten; de beleidsmedewerker kent het beleid en de kwaliteitsmedewerker kent de wetten en regelgeving. Deze professionaliseringsslag heeft erin geresulteerd dat betrokkenen bewuster zijn over of wordt bereikt wat gewenst is en of het beschikbare geld goed wordt besteed. Een professionaliseringsslag ten aanzien van beheer en onderhoud zou nog wenselijk zijn. Informatievoorziening richting de raad De voortgang van grote subsidiepartners wordt via een jaarlijkse rapportage (opgesteld door het bureau) via het college gedeeld met de raad. Deze rapportage, de Voortgangsrapportage subsidiestromen (vanaf nu: VRS), volgt uit de Nijmeegse Kaderverordening Subsidieverstrekkingen, waarin is bepaald dat het college een rapportage aan de raad dient aan te leveren over de subsidiestromen boven €300.000. De VRS dient als sturingsinstrument voor de raad. De raad stelt vooralsnog weinig vragen naar aanleiding van deze rapportage.

Daarnaast is er drie keer per jaar vanuit het bureau een presentatie aan de raad over waar het bureau mee bezig is, met als onderdeel dat gesproken wordt over subsidiëring. Maandelijks worden er ook vanuit het bureau overzichten naar de griffie verstuurd ten behoeve van de raad: een overzicht met subsidies alfabetisch per instelling, een overzicht met subsidies per programma van de gemeente en het desbetreffende product en een overzicht met subsidies per programma van de gemeente, product en verlening aan de desbetreffende organisatie, instelling of stichting. De raad stelt weinig vragen over de overzichten, de raad stelt meestal enkel vragen bij incidenten. Het gaat dan om zaken die niet goed gaan bij een gesubsidieerde organisatie, instelling of stichting.

5.3 Gemeente Oss Het gezamenlijke publieke belang Er wordt sterk gekeken naar het gezamenlijke publieke belang dat moet worden gediend door de gemeente en de organisatie, instelling of stichting. Een voorbeeld van een zakelijke overeenkomst met een maatschappelijk doel is de volgende: - 65 -

“De gemeente wilde graag verder met de huidige lokale partij voor het beheer van het zwembad dat nieuw zou worden gebouwd. De subsidierelatie is in 2022 omgezet naar een zakelijke raamovereenkomst. Ook vanwege het verkregen winstoogmerk van de organisatie en de BTW plicht. Vervolgens zijn er gezamenlijke sportieve doelstellingen in het publieke domein geformuleerd. De lokale partij verricht de prestaties vrijwillig en met hen is een kwantitatieve vertaling op hoofdlijnen opgesteld. Wordt dit niet gehaald dan wordt er na afloop van de afgesproken termijn een lager bedrag gefactureerd.” Citaat geïnterviewde gemeente Oss

Verlenen van subsidies en monitoring De raad stelt de bedragen die bij subsidies gemoeid zijn, vast bij de PGB. Het college stelt de uitwerking van het subsidiebeleid vast. De maatschappelijke doelstellingen van de gemeente zijn algemeen opgesteld en gelden voor alle subsidieprocessen; incidentele subsidies, budgetsubsidies voor professionele organisaties en structurele subsidies vanuit een regeling (bijvoorbeeld voor sportverenigingen). Het indienen van een aanvraag is laagdrempelig. Ambtelijk wordt de aanvraag vervolgens getoetst. De subsidieaanvraag dient onder andere te voldoen aan de vastgestelde maatschappelijke doelstellingen. Het afdelingshoofd is gemandateerd om te beslissen over subsidieverlening. Tussentijds is er vanuit de ambtelijke organisatie contact met de subsidieontvanger indien dit gewenst wordt geacht vanuit de gemeente. Wanneer het structurele subsidies vanuit een regeling op basis van een budgetovereenkomst betreft (dat wil zeggen een meerjarige (financiële) subsidieovereenkomst), vindt er twee keer per jaar een gesprek met de portefeuillehouder plaats; bij het vaststellen van de PGB en bij de Jaarstukken. Zowel ambtelijk als bestuurlijk is het contact met de aanvrager laagdrempelig. Vaststellen van subsidies De ambtelijke organisatie beoordeelt de eindverantwoording.

De eindverantwoording wordt getoetst op of de maatschappelijke doelstellingen waaraan de subsidie zou bijdragen, zijn bereikt. Of dit het resultaat is van de verleende subsidie, wordt niet direct gemeten. De subsidie wordt vastgesteld door het gemandateerde afdelingshoofd. Wanneer het structurele subsidies vanuit een regeling op basis van een budgetovereenkomst betreft, stelt het college deze vast. Cultuurfonds Amateurkunst Via een webpagina wordt uitgelegd hoe een subsidie aan te vragen. Eerst wordt een potloodplan ingediend. Vervolgens kan via het e-loket een definitieve aanvraag worden ingediend. Bij het Cultuurfonds Amateurkunst is er sprake van een adviescommissie buiten de gemeente; de zogenoemde ‘cultuurtafel’. Daarin zijn de vijf grote organisaties uit de gemeente op het gebied van cultuur vertegenwoordigd. De cultuurtafel toetst de aanvraag en geeft advies. Dit advies wordt omgezet naar een beschikking voor subsidieverlening, welke door het afdelingshoofd (die daartoe gemandateerd is) wordt afgegeven. Rol raad en college De raad en het college vervullen een beperkte rol in het subsidieproces. Bij bijzonderheden over een subsidie wordt de portefeuillehouder bijgepraat. Wanneer het gaat over structurele subsidies vanuit een regeling en daaraan een aanvrager moet worden toegevoegd, gebeurt dit door het college.

De raad wordt geïnformeerd over de realisatie van de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente.

- 66 -

LIJST MET AFKORTINGEN Asv BIS College ECA IgS JUR MJP MO’s PEC PGB Raad RC RKT RUI RUV SOC VRS

Algemene subsidieverordening Bestuurs Informatie Systeem gemeente Tilburg College van Burgemeester & Wethouders Economie & Arbeidsmarkt Impactgericht subsidiëren Juridische Zaken Meerjarenprogramma Maatschappelijke Opgaven Planning & Control Programmabegroting Gemeenteraad Rekeningcommissie Rekenkamer Tilburg Ruimte Ruimtelijke Uitvoering Sociaal Voortgangsrapportage subsidiestromen

- 67 -

BRONNEN Algemene wet bestuursrecht (Awb). Te raadplegen via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-08-02. Auditcommissie (2011). Brief ‘Visiedocument P&C’. Gemeente Tilburg (2009). Stappen voorwaarts… - Een onderzoek naar de wijze waarop budget subsidies door de gemeente Tilburg worden verstrekt. Gemeente Tilburg (2010). Amendement 21-1. Gemeente Tilburg (2018). Bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig in Tilburg’ 2018-2022. Gemeente Tilburg (2010). Collegebesluit ‘Definitieve vaststelling plan van aanpak subsidiebeleid’. Gemeente Tilburg (2010). Collegebesluit ‘Vervolgactie plan van aanpak subsidiebeleid’. Gemeente Tilburg (2011). Algemene subsidieverordening Tilburg. Gemeente Tilburg (2011). Kadernota subsidiebeleid 2012-2016 – Het beleidskader voor het verlenen en vaststellen van subsidie. Gemeente Tilburg (2011). Motie 14-1, amendement subsidies passen binnen doelen. Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg’. Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Visie op Planning & Control’. Gemeente Tilburg (2011). Richtlijnen bij de algemene subsidieverordening Tilburg voor instellingen die in een jaar meer dan €125.000 subsidie ontvangen. Gemeente Tilburg (2011). Visiedocument P&C. Gemeente Tilburg (2015).

Informatienota ‘Evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. Gemeente Tilburg (2015). Nota ‘Evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. Gemeente Tilburg (2017). Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg. Gemeente Tilburg (2017). Collegebesluit ‘Eindvoorstel raadsvoorstel Kadernota subsidiebeleid’. Gemeente Tilburg (2017). Informatienota ‘Tussenevaluatie subsidiebeleidskader 2017-2020’. Gemeente Tilburg (2017). Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 gemeente Tilburg – Het beleidskader voor het verlenen en vaststellen van subsidie. Gemeente Tilburg (2017). Notitie ‘Kadernota subsidiebeleid 2017-2020’. Gemeente Tilburg (2017). Raadsvoorstel ‘Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 en Algemene subsidieverordening Tilburg 2017’. Gemeente Tilburg (2017). Richtlijnen bij de algemene subsidieverordening Tilburg voor instellingen die in een jaar meer dan €125.000 subsidie ontvangen. Gemeente Tilburg (2017). Tussenevaluatie subsidiebeleidskader 2017-2020. Gemeente Tilburg (2018). Raadsnotitie ‘Impactgericht subsidiëren in het sociaal domein’. Gemeente Tilburg (2018). Raadsvoorstel ‘Wensen en bedenkingen impactgericht subsidiëren in het sociaal domein’. Gemeente Tilburg (2019). Collegebesluit ‘Definitief besluit over impactgericht subsidiëren in het sociaal domein’. Gemeente Tilburg (2019). Collegebesluit ‘Herijking subsidies sociaal domein’. Gemeente Tilburg (2020).

Collegebesluit ‘Evaluatie en uitbreiding impact gericht subsidiëren’. Gemeente Tilburg (2020). Maatschappelijke opgaven impact gericht subsidiëren 2021. Gemeente Tilburg (2020). Mandaten bij subsidies. Gemeente Tilburg (2020). Raadsbrief ‘Vervolg subsidiebeleid’. Gemeente Tilburg (2021). Afwegingskader impactgericht subsidiëren. Gemeente Tilburg (2021). Briefing technische vervolgsessie impact gericht subsidiëren binnen de maatschappelijke opgave sociale basis. Gemeente Tilburg (2021). Procesvoorstel periodieke informatievoorziening over gesubsidieerde organisaties. Gemeente Tilburg (2022). Nota kaderstelling 2022-2026. Gemeente Tilburg (2022). Raadsvoorstel ‘Nota kaderstelling 2022-2026’. - 68 -

Rekeningcommissie Tilburg (2005). Met kleine stapjes vooruit. Rekenkamer Nijmegen (2013). Effectiviteit subsidies. Rekenkamer Tilburg (2010). Subsidiebeleid: Een pleidooi voor een kwantumsprong. Rekenkamer Tilburg (2014). Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014. Rekenkamer Tilburg (2014). Raadsbesluit ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’. Rekenkamer Tilburg (2014). Raadsvoorstel ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’. Rekenkamer Tilburg (2016). Rekenkamerbrief ‘Evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. Rekenkamer Tilburg (2018). Inzicht in doorwerking – Een onderzoek naar de mate waarin aanbevelingen vanuit eerdere rekenkameronderzoeken zijn doorgevoerd. Rekenkamer Tilburg (2018). Raadsbesluit ‘Rekenkameronderzoek inzicht in doorwerking’. Rekenkamer Tilburg (2022). Meer voor elkaar: Akkoord gemeente Tilburg 2022-2026.

- 69 -

BIJLAGEN

- 70 -

BIJLAGE 1 – CONTACTPERSONEN Gemeente Tilburg Gemeenteraad Rita Barto Ineke Couwenberg Dwayne Heuvelmans Peter van den Hoven Bas Koster Kim Mathura Helma Oostelbos Eric Roels Robin Spelt Hans Sweep Pam Wijnans Julian Zieleman

PvdA CDA GroenLinks LST VVD Partij voor Tilburg SP LokaalTilburg OnsTilburg 50Plus Partij voor de Dieren D66

College van B&W Marcelle Hendrickx Rolph Dols

Wethouder Wethouder

Directie Miranda Noordermeer

Concerndirecteur Bedrijfsvoering & Dienstverlening

Afdelingshoofden Louis Teunissen Frank Piepers

Afdelingshoofd Sociaal (primaire afdeling) Afdelingshoofd Planning & Control (ondersteunende afdeling)

Afdeling Sociaal (SOC) Esther Derks Iris de Kort Thomas Munnichs Hanneke Reijrink Hatice Yeter Bram van den Einden Jolien Gaudelius

Teammanager, portefeuille bedrijfsvoering/subsidies Procesmanager Impactspecialist impactgericht subsidiëren Beleidsmedewerker sociale basis en ontwikkeling Accountmanager, Team ondersteuning & zorg Accounthouder, Team cultuur Medewerker ondersteuning, subsidies

Afdeling Economie en Arbeidsmarkt (ECA) David Chapman Teammanager subsidies evenementen Mark van der Velden Teammanager subsidies arbeidsmarkt Leon Jacobs Teammanager subsidies arbeidsmarkt en economie Mathilde Mollenhorst Beleidsmedewerker subsidies economie Caia Oortwijn Beleidsmedewerker subsidies evenementen Cees Thomassen Medewerker uitvoering evenementensubsidies Afdeling Ruimte (RUI) Dirk van Alphen Petra Mackowiak Paula de Voogd

Beleidsmedewerker, Team stedelijke ontwikkeling Beleidsmedewerker, Team natuur, water en ondergrond Beleidsmedewerker, Team natuur, water en ondergrond - 71 -

Marike Vermeer

Medewerker ondersteuning, Team natuur, water en ondergrond

Afdeling Planning & Control (PEC) Arthur van de Ven Teammanager, Team advies sociaal Peter van Hee Subsidieadviseur, Team advies sociaal Frans Schellekens Subsidieadviseur, Team advies sociaal Randy Mac Gillavry Subsidieadviseur, Team advies sociaal Afdeling Juridische Zaken (JUR) Monique Hümmels Juridisch medewerker

Gesubsidieerde organisatie, instelling of stichting (casussen) ContourdeTwern Lisette Kleppe Jasper Adolfs

Manager/accounthouder sociaal werk Stafmedewerker

Stichting Kultoer - Theaterkermis LunaLunaLuna Harrie Verkerk Organisator Theaterkermis LunaLunaLuna Johan Brosens Voorzitter Stichting Kultoer Stichting Leergeld Riet van de Camp

Coördinator

Gemeenten ’s-Hertogenbosch, Nijmegen en Oss Gemeente ’s-Hertogenbosch Jeroen van der Zweth Gemeente Nijmegen Bas Linders Jos Gerrits

Gemeente Oss Katja Brooijmans

Afdelingshoofd cultuur

Manager Regionaal Ondersteuningsbureau WMO Jeugd Kwaliteitsmedewerker / controller Regionaal Ondersteuningsbureau WMO Jeugd

Senior beleidsadviseur sociaal domein - cultuur, sport, ontmoeten

- 72 -

BIJLAGE 2 – VRAGENLIJSTEN 1. Vragenlijst gemeente Tilburg Om het subsidiebeleid van de gemeente Tilburg in kaart te brengen, is de volgende vragenlijst voorgelegd aan een vertegenwoordiging van de raad, betrokken portefeuillehouders van het college, een betrokkene vanuit de directie, betrokken afdelingshoofden en betrokken ambtenaren van de afdelingen SOC, ECA, RUI en PEC. Inrichting subsidieproces 1. Wordt er een afweging gemaakt om de gemeentelijke doelen te bereiken via de inzet van subsidie dan wel via de inzet van andere instrumenten (onder andere inkoop)? Wie beslist over die afweging? 2. Kunt u het proces van subsidiëring kort op hoofdlijnen schetsen? Wat is de rol van de raad, het college en de ambtelijke organisatie daarbij? 3. Welke instrumenten zet de raad in tijdens het proces van subsidiëring? Zijn er instrumenten die onvoldoende worden benut door de raad? 4. Is een betere positionering van de raad omtrent subsidiëring nodig? Zo ja, wat is daarvoor nodig? 5. Zijn er aansprekende voorbeelden van andere gemeenten omtrent subsidiëring die worden gevolgd of waar de gemeente Tilburg van kan leren? 6. Is het huidige proces van subsidiëring anders dan vóór 2018 en zo ja, op welke onderdelen? Sturing op subsidie: verlening, uitvoering/monitoring Verlening 7. Welke rol heeft het college in het verlenen van subsidies? 8.

Welke documenten (al dan niet P&C documenten) ontvangt het college in relatie tot subsidieverlening? 9. Welke rol heeft de raad in het verlenen van subsidies? 10. Welke documenten (al dan niet P&C documenten) ontvangt de raad in relatie tot subsidieverlening? Uitvoering/monitoring 11. Hoe is het sturingsproces lopende een subsidiejaar of over meerdere jaren ingericht? 12. Welke informatie ontvangt het college lopende een subsidiejaar of over meerdere jaren? 13. Welke informatie ontvangt de raad lopende een subsidiejaar of over meerdere jaren? 14. Welke rol hebben de verschillende P&C documenten in het sturing geven binnen het gehele subsidiebeleid? 15. Zijn er andere documenten en/of instrumenten dan P&C documenten die gebruikt worden om sturing te geven? Welke? 16. Hoe vindt monitoring plaats lopende een subsidiejaar of over meerdere jaren? 17. Wordt er naar aanleiding van monitoring tussentijds bijgestuurd? Hoe? 18. Zijn er sinds 2018 stappen gezet in het meten van de doeltreffendheid en effecten van subsidies? Welke? 19. Wordt er toezicht gehouden op eventueel oneigenlijk gebruik van subsidies? Op welke wijze wordt geacteerd indien er sprake is van oneigenlijk gebruik? 20. Hoe wordt omgegaan met eventuele inzet subsidies door subsidieontvangers ten behoeve van opbouw van eigen vermogen? Verantwoording over subsidies: vaststelling, evaluatie/beleid Vaststelling 21.

Hoe is het verantwoordingsproces ingericht? Wordt verantwoord over hoe subsidiegelden door subsidieontvangers zijn besteed? Wordt verantwoord over prestaties/resultaten van subsidieontvangers?

- 73 -

-

Wordt verantwoord over de relatie prestaties/resultaten van subsidieontvangers en gemeentelijke doelen? Wordt verantwoord over eventuele partners van subsidieontvangers? 22. Welke rol heeft het college in het vaststellen van subsidies? 23. Welke documenten (al dan niet P&C documenten) ontvangt het college in relatie tot subsidievaststelling? 24. Welke rol heeft de raad in het vaststellen van subsidies? 25. Welke documenten (al dan niet P&C documenten) ontvangt de raad in relatie tot subsidievaststelling? 26. Welke rol hebben de verschillende P&C documenten in de verantwoording over het gehele subsidiebeleid? 27. Zijn er andere documenten en/of instrumenten die gebruikt worden om te verantwoorden? Welke? Evaluatie/beleid 28. Worden er evaluaties over subsidies gehouden en waar richten deze zich op? 29. Stelt de gemeente de effectiviteit van subsidies in evaluaties (of elders) vast, met andere woorden in hoeverre de subsidie heeft bijgedragen aan een gezond en gelukkig Tilburg? 30. Welke informatie ontvangt de raad over de effectiviteit van subsidies? 31. Wat doet de raad met deze informatie? 32. Op welke wijze vertalen evaluaties zich in (nieuw) subsidiebeleid? Afronding 33. Op welke casus omtrent subsidiëring bent u trots of minder trots en zou de Rekenkamer moeten onderzoeken in dit onderzoek en waarom? 34.

Welke suggesties wilt u de Rekenkamer nog meegeven voor dit onderzoek? Aanvullend zijn aan betrokken ambtenaren van de afdeling SOC de volgende vragen voorgelegd over IgS: 35. Kunt u kort op hoofdlijnen het proces schetsen van IgS? 36. Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit de pilot IgS? 37. Gesprekken met subsidiepartners: Hoe vaak zijn er gesprekken met subsidiepartners gedurende het subsidiejaar of over meerdere subsidiejaren? Wat is het doel van deze gesprekken? Zijn er consequenties bij achterblijvende resultaten? Worden van deze gesprekken verslagen gemaakt? 38. Heeft de raad kaders gesteld om een bepaalde vorm van een ‘eindstreep’ voor IgS te borgen? Heeft het college helder wat de eindstreep voor IgS zou moeten zijn? 39. Is of wordt IgS een succes? Waarom wel/niet? 40. Wat is er nog nodig om IgS volledig te borgen voor alle subsidies binnen het sociaal domein?

2. Vragenlijst casussen Er zijn een drietal casussen onderzocht; ContourdeTern, Stichting Leergeld en Stichting Kultoer Theaterkermis LunaLunaLuna. De volgende vragenlijst is voorgelegd aan betrokkenen vanuit de afdelingen SOC, ECA, PEC en JUR die bij deze casussen zijn betrokken en aan betrokkenen vanuit de betreffende organisatie, instelling of stichting. Vragen aan ambtenaren: 1. Welke rol heeft het college en de raad gehad in het verlenen van de subsidie? 2. Welke informatie ontving het college en de raad in de periode tussen de voorbereiding op de verlening van de subsidie tot aan de verantwoording over de verleende subsidie? 3. Is tussentijds gemonitord of de verwachting is dat de subsidieontvanger impact of output/outcome ging behalen of had behaald? Hoe? 4. Is er naar aanleiding van tussentijdse monitoring bijgestuurd? Wanneer? Hoe?

- 74 -

5.

Hoe is bij de verantwoording over de verleende subsidie vastgesteld dat de subsidiepartner impact of output/outcome heeft behaald? 6. Welke rol had het college en de raad in het vaststellen van een subsidie? 7. Welke informatie ontving de raad over de effectiviteit van subsidies (bijdrage aan bestuurlijke doelstellingen uit het Bestuursakkoord 2018-2022)? Wat deed de raad met deze informatie? 8. Was er sprake van oneigenlijk gebruik van subsidiegelden? Hoe is daarmee omgegaan? 9. Was er sprake van reserve opbouw (eigen vermogen) via de inzet van subsidies? Hoe is daarmee omgegaan? 10. Wat is succesvol gebleken in dit subsidieproces? 11. Wat had er in dit subsidieproces nog verbeterd kunnen worden? Vragen aan de gesubsidieerde organisatie, instelling of stichting: 1. Hoe ervaart u het subsidieproces van deze casus van aanvraag tot en met verantwoording? Inclusief hoe verloopt het contact met de gemeente? 2. Heeft u de impact of output/outcome behaald zoals vooraf verwacht/afgesproken? 3. Hoe is door u en de gemeente beoordeeld of de impact of output/outcome zijn behaald? 4. Wat is succesvol gebleken in dit subsidieproces? 5. Wat had er in dit subsidieproces nog verbeterd kunnen worden? 6. Indien IgS: hoe ervaart u IgS in relatie tot de oude werkwijze? 7.

Indien IgS: vergt IgS een grotere tijdsinvestering voor u dan de oude werkwijze? Op welke wijze? Levert IgS meer op dan voorheen?

3. Vragenlijst gemeenten ’s-Hertogenbosch, Nijmegen en Oss Er zijn drie gemeenten in de regio geïnterviewd; gemeente ’s-Hertogenbosch, gemeente Nijmegen en gemeente Oss. De volgende vragenlijst is voorgelegd aan betrokkenen vanuit deze gemeenten. 1.

Is er sprake van één subsidieproces of bestaan er verschillende subsidieprocessen (per beleidsveld)? 2. Kunt u het subsidieproces van voorbereiding op de aanvraag van een subsidie tot en met verantwoording over de verleende subsidie op hoofdlijnen schetsen? 3. Welke rol hebben het college en de raad in het verlenen van een subsidie? 4. Welke informatie ontvangen het college en de raad in de periode tussen de voorbereiding op de verlening van een subsidie tot aan de verantwoording over een verleende subsidie? 5. Wordt tussentijds gemonitord of de verwachting is dat de subsidiepartner impact of output/outcome gaat behalen of heeft behaald? Hoe? 6. Wordt er naar aanleiding van tussentijdse monitoring bijgestuurd? Wanneer? Hoe? 7. Hoe wordt bij de verantwoording over de verleende subsidie vastgesteld dat de subsidiepartner impact of output/outcome heeft behaald? 8. Welke rol heeft het college en de raad in het vaststellen van een subsidie? 9. Welke informatie ontvangt de raad over de effectiviteit van subsidies (bijdrage aan bestuurlijke doelstellingen uit het Bestuursakkoord 2018-2022)? Wat doet de raad met deze informatie? 10. Wat is succesvol gebleken in het subsidieproces van de gemeente Nijmegen? 11. Wat zou er in het subsidieproces van de gemeente Nijmegen nog verbeterd kunnen worden?

- 75 -

BIJLAGE 3 – INRICHTING PROCES SUBSIDIËRING GEMEENTE TILBURG VÓÓR 2018 Rekeningcommissie onderzoek ‘Met kleine stapjes vooruit’ In het najaar van 2005 verscheen het onderzoek ‘Met kleine stapjes vooruit’54, waarin de RC zich kritisch uitsprak over de werking van het subsidie-instrument van de gemeente. De RC concludeerde dat subsidies vaak routinematig werden verstrekt. Verder was de controle beperkt tot een financiële afrekening; er was weinig aandacht voor de geleverde prestaties en de daarmee bereikte maatschappelijke resultaten en effecten. Ook zouden ambities in Beleidsnota's 'SMARTER' geformuleerd moeten worden. Andere aanbevelingen betroffen het koppelen van PvE’s aan meerjarensubsidies, meer samenwerking tussen instellingen en ander onderzoek door het college naar het niet van de grond komen van het offertesysteem. Het college kreeg de opdracht om een actieplan hiervoor op te stellen. Dit resulteerde in 2009 in het document ‘Stappen voorwaarts…’55. Rekenkamerbrief ‘Een pleidooi voor een kwantumsprong’ In januari 2010 verscheen het kortlopende rekenkameronderzoek ‘Een pleidooi voor een kwantumsprong’56 van de RKT als vervolg op het onderzoek uit 2005.

De RKT beveelde daarin aan om het college opdracht te geven om, op basis van de aanbevelingen uit 'Stappen voorwaarts…’, een plan van aanpak op te stellen voor: - een integrale en kwalitatieve verbeteringsslag van Beleids(kader)nota’s en PvE’s; - het subsidieproces als zodanig; - en de verantwoording door en communicatie met de instellingen. Door het aanvaarden van amendement 21-157 op 19 april 2010 besloot de raad het college niet alleen de opdracht te geven voor het bovengenoemde plan van aanpak, maar het college ook op te dragen om in dit plan een voorstel te doen voor: - de verdere invulling van de kaderstellende en controlerende rol van de raad in het subsidieproces; - en de manier waarop publieke verantwoording rondom subsidies zal worden vormgegeven.

Een pleidooi voor een kwantumsprong (2010) Dit rekenkameronderzoek was een vervolg op eerder onderzoek van de RC ‘Met kleine stapjes vooruit’ uit 2005. Uit het onderzoek uit 2005 was gebleken dat: - Er weinig zicht was op de resultaten en maatschappelijke effecten van verleende subsidies; - De raad weinig invloed had op het subsidieproces. Naar aanleiding hiervan werd door het college besloten tot een plan van aanpak ‘Stappen voorwaarts…’. Het doel van het rekenkameronderzoek was: a. Het nagaan wat de gemeente en drie geselecteerde instellingen naar aanleiding van het onderzoek van de RC in 2005 hebben gedaan om meer zicht te krijgen op de voor deze subsidies geleverde prestaties, resultaten en de daarmee bereikte maatschappelijke effecten; b. Het nagaan op welke wijze deze prestaties, resultaten en effecten inzichtelijk zijn gemaakt voor de raad zodat deze zijn sturende en controlerende rol kan vervullen; 54 Rekeningcommissie (2005), Met kleine stapjes vooruit. 55 Gemeente Tilburg (2009), Stappen voorwaarts… - Een onderzoek naar de wijze waarop budgetsubsidies door de ge-

meente Tilburg worden verstrekt. 56 Rekenkamer Tilburg (2010). Subsidiebeleid: Een pleidooi voor een kwantumsprong. 57 Gemeente Tilburg (2010). Amendement 14-1. - 76 -

c. Het nagaan op welke wijze deze prestaties, resultaten en effecten inzichtelijk zijn gemaakt voor de burger in het kader van de publieke verantwoording. In de rekenkamerbrief van januari 2010 werd door de RKT de conclusie getrokken dat er in deze situatie nog weinig verandering te bespeuren was sinds 2005: - De raad speelde (nog steeds) niet of nauwelijks een rol in het subsidieproces; het bleek voor de raad moeilijk om de PvE’s tegen (politieke) doelstellingen af te zetten en de raad kwam bij de formulering van PvE’s pas aan het einde van het ambtelijk en bestuurlijk proces in beeld. - Het zicht op resultaten ontbrak, mede door het gebrek aan resultaatgerichte verantwoordingen van de gesubsidieerde instellingen zelf; managementrapportages concentreren zich veelal op gerealiseerde productieaantallen en informatie over de gerealiseerde prijs-prestatieverhouding of behaalde maatschappelijke resultaten en effecten ontbrak. - Het college maakte bovendien geen werk van het evalueren van de effectiviteit van subsidies; in de onderzochte cases zijn geen evaluaties aangetroffen en dergelijke evaluaties zouden aanleiding kunnen geven voor heroverweging en/of politieke discussie. De conclusie uit het voorgaande is dat in het hele subsidieproces de sturende en controlerende rol van de raad geen centrale rol speelt.

De RKT deed enkele aanbevelingen om het subsidieproces te verbeteren: 1. Om op basis van de in ‘Stappen voorwaarts…’ gedane aanbevelingen – alsook in aanmerking nemend de aanbevelingen van de RKT – door het college een plan van aanpak op te stellen voor een verbeterslag van Beleids(kader)nota’s, PvE’s, het subsidieproces als zodanig en de verantwoording door en communicatie met de instellingen. 2. Invoering van het instrument visitatie, waarbij de subsidies aan grote instellingen binnen een raadsperiode minstens eenmaal integraal worden geëvalueerd. De RKT deed ten aanzien van aanbeveling 1 de volgende suggesties: - Voorafgaand aan het formuleren van beleidskaders, onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en de effecten van het beleid en de verstrekte subsidies. - Beleidskaders door de raad te laten vaststellen en deze actueel, concreet en meetbaar te formuleren als fundament voor PvE’s. - PvE’s bij te laten dragen aan het aanzetten tot meer publieke verantwoording door de instellingen. - Instellingen meer werk te laten maken van resultaatgerichte verantwoording op basis van PvE’s en offertes. - Tussentijdse rapportages te beperken tot belangrijke afwijkingen en van belang zijnde nieuwe ontwikkelingen. - De jaarlijkse verantwoordingen van de instellingen nauwgezetter en op zakelijkere wijze te controleren aan de hand van subsidiecontracten (op basis van PvE’s en offertes).

- Strakke planning van het subsidieproces met tijdige subsidievaststelling. - Het plan van aanpak acties in gang te laten zetten voor een verbeterde informatievoorziening in de PGB en over de bereikte maatschappelijke resultaten en effecten. - Verantwoording over cijfers en effecten integraal en transparant te verwoorden. Ten aanzien van aanbeveling 2 gaf de RKT aan dat visitaties zijn gericht op het functioneren van de instellingen. Hiermee kan worden bijgedragen aan het scherp houden van de instellingen. En geeft het voor de raad inzicht in hoeverre politiek-bestuurlijk vastgestelde doelen een invulling krijgen in het beleid van de instelling en hoe het beleid doorsijpelt naar de uitvoeringspraktijk van de instelling.

Plan van aanpak subsidiebeleid Het college stelde op 27 juli 2010 het ‘Plan van aanpak subsidiebeleid’ vast58. Dit betekende onder meer dat het stappenplan moest worden vertaald in een concreet actieplan, een nulmeting moest worden ontwikkeld voor de relatie tussen Kadernota's en grote subsidies, en een 58 Gemeente Tilburg (2010), Collegebesluit ‘Definitieve vaststelling plan van aanpak subsidiebeleid’; Gemeente Tilburg

(2010), Collegebesluit ‘Vervolgactie plan van aanpak subsidiebeleid’. - 77 -

Kadernota subsidiebeleid moest worden opgesteld. In december 2010 gaf het college nadere invulling aan het plan van aanpak via een vervolgactie59: medio 2011 moest er een nieuwe Kadernota subsidiebeleid zijn, evenals een gemoderniseerde subsidieverordening en een adequatere werkwijze inzake subsidieverlening waarin meer aandacht is voor publieke verantwoording. Kadernota subsidiebeleid 2012-2016 In juli 2011 stelde de raad de ‘Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’60 vast. Deze geeft het technisch beleidskader waarbinnen subsidieverlening en -vaststelling plaatsvindt voor de periode 2012-2016. Beleidsnota’s en de PGB gaan over de inhoudelijke beleidsambities waarvoor de gemeente het subsidie-instrument inzet. Bij de raadsbehandeling deed de wethouder de toezegging om bij het raadsvoorstel ‘Visie op Planning & Control’ (later in 2011 aan de orde) voorstellen te doen om de controlerende rol van de raad bij subsidies te versterken; in hoeverre hebben de verstrekte subsidies bijgedragen aan de doelen die de raad heeft vastgesteld. Algemene subsidieverordening In oktober 2011 behandelde de raad het visiedocument P&C61 en de Asv62.

Kort daarvoor had de Auditcommissie63 al over het visiedocument opgemerkt dat hierin de uitwerking van de eerdere toezegging over voorstellen over de versterking van de controlerende rol van de raad ontbrak; er werden dus geen voorstellen gedaan over de versterking van de controlerende rol van de raad, met name in hoeverre de subsidies bijdragen aan de doelen van de raad. De constatering van de Auditcommissie leidde niet tot aanpassing van het visiedocument, maar werd wel door de Commissie Bestuur aangegrepen om de Asv op het onderdeel ‘evaluatie’ aan te scherpen. Dit vond zijn weerslag in het eindvoorstel, waarin het college voorstelde om op de volgende momenten verslag te doen van een subsidie; in het Raadsvoorstel jaarrekening, bij de vaststelling en evaluatie van Kadernota's, en bij de uitvoering de onderzoeken ex art 213a GW (onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid). De raad ging hiermee akkoord, en breidde dit nog verder uit door amendement 14-164: jaarlijks zal er in het kader van publieke verantwoording een lijst worden gepubliceerd van alle verstrekte subsidies, met een aanduiding van het bijbehorend doel dat de raad heeft vastgesteld. ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’ In juli 2014 publiceerde de RKT het ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’65.

De conclusie was dat er weliswaar op papier een aantal stappen voorwaarts was gezet, maar dat nog niet alle papieren voornemens in de praktijk ook waren opgevolgd. Op grond van de bevindingen adviseerde de RKT aan de raad om het college op te dragen volgens een vast rooster de raad te informeren over de doelmatigheid en de maatschappelijke effecten van, in ieder geval, de ‘grote’ subsidies (om beurtelings). De raad kreeg hiermee (naast de reguliere P&C-cyclus) een extra aangrijpingspunt om het effect van subsidieverlening af te zetten tegen de bestuurlijke doelen. Het raadsvoorstel is besproken in de Commissie Bestuur in oktober 2014. Daarbij zegde de voorzitter van de RKT toe om de commissie te informeren over de ervaringen en werkwijze in andere 59 Gemeente Tilburg (2010). Collegebesluit ‘Vervolgactie Plan van aanpak subsidiebeleid’. 60 Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’; Gemeente Tilburg (2011). Kadernota

subsidiebeleid 2012-2016 – Het beleidskader voor het verlenen en vaststellen van subsidie. 61 Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Visie op Planning & Control’; Gemeente Tilburg (2011). Visiedocument P&C. 62 Gemeente Tilburg (2011). Raadsvoorstel ‘Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg’; Gemeente Tilburg (2011). Algemene subsidieverordening Tilburg; Gemeente Tilburg (2011). Richtlijnen bij de Algemene subsidieverordening Tilburg voor instellingen die in een jaar meer dan €125.000 subsidie ontvangen. 63 Auditcommissie (2011). Brief ‘Visiedocument P&C’. 64 Gemeente Tilburg (2011). Motie 14-1. Amendement subsidies passen binnen doelen. 65 Rekenkamer Tilburg (2014). Raadsvoorstel ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’; Rekenkamer Tilburg (2014). Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014. - 78 -

gemeenten. Dit gebeurde in een brief van 16 oktober 201466, waarin verwezen werd naar een rapport van de Rekenkamer Nijmegen. In het Nijmeegse rapport werden vereisten voor een goed subsidiebeleid overzichtelijk samengevat in ‘zeven lessen’67. Het raadsvoorstel werd op 3 november 2014 aanvaard68. Het college kreeg hierdoor de opdracht om de raad periodiek te informeren over de doeltreffendheid en effecten van subsidies. Daarnaast diende de raad(scommissie) hiertoe een rooster op te stellen, zodanig dat grote subsidies beurtelings aan bod komen. Er werd afgesproken dat dit laatste uitvoering krijgt via onderzoeken ex artikel 213a GW (onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid).

Navolgonderzoek ‘Subsidiebeleid’ (2014) In de rekenkamerbrief ‘Navolgonderzoek subsidiebeleid’ uit 2014 gaat de RKT na in hoeverre de door de raad overgenomen aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek ‘Subsidiebeleid: Een pleidooi voor een kwantumsprong’ uit 2010 zijn opgevolgd door de raad en/of het college en op welke wijze. Doel van het navolgonderzoek was om de raad inzage te geven in hetgeen er na het raadsbesluit over de rekenkamerbrief is gebeurd. De bestudeerde casus uit het onderzoek diende ter illustratie. In zijn algemeenheid concludeerde de RKT dat er 'op papier' een aantal stappen voorwaarts is gezet voor wat betreft de (be)sturing van het subsidieproces en de gemeente daarmee op weg is naar een meer resultaatgerichte sturing: - Het plan van aanpak, zoals in de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek uit 2010 opgenomen, is er gekomen en behandeld in de raad. - De bestudeerde casus laat vooruitgang zien, met name in het begin van het subsidieproces; het PvE is integraal opgesteld en formuleert resultaten op het niveau van een compleet beleidsveld in plaats van op instellingsniveau. Het PvE formuleert beter dan voorheen, de door de gemeente gewenste resultaten, al is nog niet over de hele linie sprake van een SMART/kwantitatieve normering. De offerte en het subsidiecontract sluiten beter aan op het PvE dan eerder werd geconstateerd.

Echter, nog niet alle papieren voornemens waren in de praktijk ook opgevolgd: - Er werden maar weinig Kadernota's aan de raad voorgelegd. - Er waren nauwelijks rapportages over beleidsevaluaties en/of (subsidie)evaluaties en doorlichtingen bij instellingen. - De raad ontving bij de verantwoording geen informatie over de doeltreffendheid en effecten van subsidies. - De verantwoording over de subsidies sloten niet aan bij de geformuleerde doelen in de PGB: o Sinds 2013 worden de P&C stukken geordend langs de bestuurlijke doelen, maar de aparte paragraaf subsidies volgde nog steeds de (traditionele) beleidsvelden. o Per beleidsveld werden alleen de geaggregeerde subsidiebedragen weergegeven. o De informatie in de onderliggende subsidiebundel was voornamelijk financieel van aard. De raad besloot op 3 november 2014 om het advies van de RKT op te volgen om het college op te dragen volgens een vast rooster de raad te informeren over de doelmatigheid en maatschappelijke effecten van op zijn minst, de ‘grote’ subsidies.

Rekenkamerbrief naar aanleiding van de evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016 In november 2015 bood het college een informatienota aan de raad aan over de ‘Evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’69. Mede naar aanleiding van het verschijnen hiervan, heeft de RKT 66 Rekenkamer Tilburg (2014). Brief ‘Toezegging Commissie Bestuur inz. Navolgonderzoek subsidiebeleid’. 67 1. Doelen concreter, 2. Betere relatie tussen doelen en gevraagde prestaties, 3. Alternatieven voor subsidies afwe-

gen, 4. Effectiviteit subsidies evalueren, 5. Controle op resultaten bij subsidieontvangers, 6. Sturings- en beheersinformatie, 7. Minder versnippering in de uitvoering van het subsidiebeleid. 68 Gemeente Tilburg (2014). Raadsbesluit ‘Navolgonderzoek: Rekenkamerbrief subsidiebeleid 2014’. 69 Gemeente Tilburg (2015). Informatienota ‘Evaluatie kadernota subsidiebeleid 2012-2016’; Gemeente Tilburg (2015). Nota ‘Evaluatie kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. - 79 -

gemonitord of de raad sinds het rekenkameronderzoek uit 2014 conform het raadsbesluit is geïnformeerd over de doeltreffendheid en effecten van subsidies. De RKT stelt in een brief van 6 januari 201670 naar de Commissie Bestuur vast dat er in de tussenevaluatie Sport, die gepland stond voor 2015, geen aandacht is besteed aan de effectiviteit van subsidies. De evaluatie van het beleidskader WMO, eveneens gepland in 2015, was tot op dat moment nog niet verschenen. In de evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016 werd evenmin aandacht besteed aan de doeltreffendheid en effectiviteit van subsidies alsmede de informatievoorziening hieromtrent aan de raad. In de informatienota stelt het college ten aanzien van het vervolg: “De vraag in hoeverre en in welke situaties het instrument subsidies effectief is met betrekking tot het realiseren van beleidsdoelen en op welke wijze deze effectiviteit is te vergroten zal als onderdeel van onze verbeteracties worden opgepakt”. De RKT stelde daarmee vast dat sinds het raadsbesluit in november 2014 de informatievoorziening omtrent de effecten van (grote) subsidies nog niet was verbeterd. De RKT adviseerde in haar brief van 6 januari 2016 om binnen de Commissie een discussie te voeren omtrent de wijze waarop en wanneer de raad geïnformeerd wil worden over de doeltreffendheid en effecten van subsidies.

De uitkomst van deze discussie kon als input worden meegegeven bij de actualisatie van de Kadernota subsidiebeleid. Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 De ‘Evaluatie Kadernota subsidiebeleid 2012-2016’ vormde een startpunt voor een nieuwe Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 en een nieuwe Asv inclusief bijbehorende richtlijnen. Op 9 januari 2017 sprak de Commissie Bestuur over de nieuwe Kadernota71. Bij de bespreking lag een notitie72 van de griffie voor, waarin de commissie de suggestie werd gedaan om nadere afspraken te maken over de verbetering van het zicht op effectiviteit en efficiency van subsidies. Dat leidde tot een aangepast raadsvoorstel, waarin ‘de zeven lessen van de rekenkamer Nijmegen’ verder waren uitgewerkt, aangevuld met een achtste punt met aandacht voor innovatie; wordt er ook gestuurd op innovatie binnen het subsidiekader? De raad aanvaardde dit raadsvoorstel op 30 januari 201773, waarmee de raad tegelijkertijd ook de nieuwe Asv en bijbehorende richtlijnen vaststelde74. Daarmee was het verbeteren van het subsidieproces langs de zeven lessen van Nijmegen plus innovatie een opdracht voor het college geworden. De nieuwe Kadernota vormt het technisch beleidskader waarbinnen subsidieverlening en -vaststelling plaatsvindt voor de periode 2017-2020.

De nota is een actualisering van de eerder door het college en de raad geformuleerde uitgangspunten; werken op basis van vertrouwen, verminderen van administratieve last en regeldruk, verhoging van de kwaliteit van dienstverlening aan inwoners en instellingen, efficiënt en effectief subsidieproces organiseren en verdere standaardisatie en uniformiteit binnen de gemeente (één bedrijfsvoering en één administratie).

70 Rekenkamer Tilburg (2016). Brief ‘Evaluatie kadernota subsidiebeleid 2012-2016’. 71 Gemeente Tilburg (2017). Collegebesluit ‘Eindvoorstel raadsvoorstel kadernota subsidiebeleid’. 72 Gemeente Tilburg (2017). Notitie ‘Kadernota subsidiebeleid 2017-2020’. 73 Gemeente Tilburg (2017). Raadsvoorstel ‘Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 en Algemene subsidieverordening Til-

burg 2017’; Gemeente Tilburg (2017). Kadernota subsidiebeleid 2017-2020 gemeente Tilburg - Het beleidskader voor het verlenen en vaststellen van subsidie. 74 Gemeente Tilburg (2017). Algemene Subsidieverordening gemeente Tilburg; Gemeente Tilburg (2017). Richtlijnen bij de Algemene Subsidieverordening Tilburg voor instellingen die in een jaar meer dan €125.000 subsidie ontvangen. - 80 -

BIJLAGE 4 – HUIDIGE SUBSIDIEPROCESSEN VAN DE GEMEENTE TILBURG A. Kaders en controle •

•

•

•

•

•

•

•

De raad stelt de Kadernota subsidiebeleid vast (meest recent: 2017-2020). De raad geeft daarmee aan aan welke kaders het subsidiebeleid in Tilburg moet voldoen. Deze Kadernota vormt daarmee het beleidskader/technisch kader voor het verlenen en vaststellen van subsidies gedurende de periode 2017 tot en met 2020 (en tot op heden). Kadernota’s worden (normaliter) iedere vier jaar geëvalueerd. Er wordt op basis daarvan verslag uitgebracht over de doeltreffendheid en effecten van verleende subsidies. De raad stelt de Algemene Subsidieverordening (vanaf nu: Asv) inclusief richtlijnen vast. De kaders zoals vertaald in de meest recente Kadernota subsidiebeleid zijn verwerkt in de Asv. De Asv is het kader voor het subsidieproces. De Asv dateert van 2017. De raad stelt jaarlijks de Programmabegroting (vanaf nu: PGB) vast. De PGB formuleert de gemeentelijke doelen/maatschappelijke effecten. Bij het opstellen van de PGB zijn de vastgestelde Kadernota subsidiebeleid en daaraan gerelateerde Beleidsnota’s leidend. In de PGB is een paragraaf subsidies opgenomen per programma en met daarbij per veld benoemt het budget voor het lopende jaar en voor het toekomstige jaar inclusief een toelichting. De raad stelt de Subsidienota vast. Deze wordt bijgevoegd bij de PGB, maar is hier geen onderdeel van.

De Subsidienota geeft de relatie tussen gemeentelijke doelen/maatschappelijke effecten en subsidies weer. Ook geeft de Subsidienota de subsidieplafonds weer; het maximaal bedrag dat beschikbaar is voor subsidiëring van een bepaalde (groep van) activiteit(en). Is dit maximum bereikt, dan kunnen verdere aanvragen worden geweigerd. Separaat bij de PGB wordt een overzicht verstrekt van – voor zover dan bekend – de maximaal gereserveerde subsidiebudgetten per organisatie, instelling of stichting. Het geeft de intentie aan van de gemeente over hoe de subsidiebudgetten te gaan inzetten. Er is dan nog sprake van een reservering, waaraan de organisatie, instelling of stichting geen rechten aan kan ontlenen. Volgend uit motie 44 zijn Kadernota’s en Beleidsnota’s uitgewerkt die zijn vastgesteld door de raad. In Kadernota’s zijn voor alle thema’s/programma’s uit het Bestuursakkoord 2018-2022 velden met een hoofdambitie geformuleerd. Per veld zijn doelen, indicatoren en streefwaardes uitgewerkt. In Beleidsnota’s zijn subdoelen en indicatoren benoemd, die bijdragen aan het bereiken van de hoofdambitie uit de Kadernota. Een Beleidsnota informeert over de inhoud van het beleid en overtuigt van de wenselijkheid of noodzaak van het te voeren beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12163356/2