RKT_Onderzoeksrapport 'Ieder z'n recht'_mei2026_def
Tekst van het document
Stijl: neutraal, zakelijk en onderzoeksgericht. Zorg dat ik de tekst direct kan gebruiken in een onderzoeksrapport.
Op basis van deze prompt gaf AI per rechtszaak een beschrijving. De beschrijvingen van deze rechtszaken zijn te omvangrijk gebleken om als bijlage bij dit onderzoek te voegen, deze beschrijvingen zijn indien gewenst bij de RKT opvraagbaar. Vervolgens zijn de beschrijvingen van AI gebruikt om de rechtszaken de analyseren, waarbij de volgende ‘prompt’ aan AI is gegeven: •
•
Geef uit de beschrijvingen van de rechtszaken de rode draden of conclusies, destilleer daarbij patronen uit de totale set. Maak daarbij onderscheid tussen: 2022, 2023 en 2024 beroep en hoger beroep (met een nader onderscheid tussen sociale en algemene zaken) kort geding en bodemprocedure uitspraken gegrond en ongegrond uitspraken toegewezen en afgewezen
Om te kunnen controleren of AI juiste en complete beschrijvingen van rechtszaken geeft en daarmee, of de RKT mag veronderstellen dat AI de juiste input ontvangt om op basis daarvan patronen te beschrijven of conclusies te trekken en daarbij patronen uit de totale set te signaleren, heeft de RKT 27 willekeurig aantal gekozen rechtszaken geanalyseerd (zowel uit bestuursrechtelijke als civielrechtelijke procedures). Van deze 27 rechtszaken heeft de RKT eerst een eigen handmatige beschrijving gegeven, waarin beschreven werd: of de gemeente betrokken was, wat de aanleiding voor de rechtszaak was, welke doorlooptijden en belangrijke beslismomenten er zijn geweest, wat de gerechtelijke uitspraak inhield inclusief de motivering van de rechter. Deze beschrijvingen zijn vervolgens door de RKT vergeleken met de beschrijvingen van dezelfde rechtszaken door AI. De handmatige beschrijvingen van de rechtszaken en de beschrijvingen van dezelfde rechtszaken door AI bleken congruent met elkaar; in alle gevallen is de aanleiding, procesgang en uitspraak vergelijkbaar. De RKT acht de beschrijvingen van AI in de meeste gevallen zelfs bondiger en overzichtelijker. Deze analyse is tevens te omvangrijk gebleken om als bijlage bij dit onderzoek te voegen, deze beschrijvingen zijn indien gewenst bij de RKT opvraagbaar.
21
4. Analyse: Cijfers over rechtszaken Hoofdstuk 4 beschrijft in welke geschillen, waar de gemeente Tilburg partij in was, er in 2022 t/m 2024 rechterlijke uitspraken zijn gedaan (deelvraag 1). En in welke van deze rechtszaken het initiële besluit door de gemeente in stand is gebleven en of hierin patronen waarneembaar zijn (deelvraag 3). Ook welke leerpunten mogelijkerwijs kunnen worden afgeleid uit de beantwoording van de onder 1 en 3 geformuleerde deelvragen (deelvraag 4). Het is hierbij van belang nogmaals te vermelden dat de RKT alleen de gegronde en ongegronde beroepszaken en hoger beroepszaken heeft onderzocht. Ingetrokken en niet ontvankelijk verklaarde (hoger) beroepszaken zijn geen onderdeel van dit rekenkameronderzoek (zie hiervoor ook hoofdstuk 2). Verder dient opgemerkt te worden dat de analyse in dit hoofdstuk gebaseerd is op de informatie uit de jaarverslagen commissies bezwaarschriften en aanvullende cijfers over deze jaarverslagen vanuit de afdeling JUR die álle procedures in een jaar bevatten; het gaat om zowel onherroepelijke als niet onherroepelijke zaken. Een nadere uitsplitsing tussen onherroepelijk en niet onherroepelijke zaken is op basis van deze informatie niet mogelijk gebleken.
4.1 Bestuursrechtelijke procedures In paragraaf 4.1 behandelen we de bestuursrechtelijke procedures. In paragraaf 4.2 behandelen we de civielrechtelijke procedures. 4.1.1 Aantallen ontvangen bezwaren in relatie tot beroeps- en hoger beroepszaken Bestuursrechtelijke procedures zijn meestal het gevolg van dat de bezwaarmaker het niet eens is met de beslissing op bezwaar. Om inzicht te krijgen in de relatie tussen de aantallen ontvangen bezwaren in 2022, 2023, 2024 en de aantallen beroepszaken en hoger beroepszaken, baseert de RKT zich op tabel 2 waarin de aantallen ontvangen bezwaarschriften per domein (sociaal en algemeen) worden benoemd (zie kolommen in grijs). Overigens is er geen beeld bij het aantal genomen besluiten waar bezwaar tegen gemaakt kan worden. Als gevolg hiervan is het niet mogelijk het percentage te analyseren voor de vraag tegen hoeveel primaire besluiten daadwerkelijk bezwaar wordt gemaakt21. Sociaal domein
Algemeen domein
Kalenderjaar
Totaal Aantal
Aantal
%
Aantal
%
2024
780
44%
1004
56%
1784
2023
850
58%
605
42%
1455
2022
1202
62%
734
38%
1936
2021
1100
61%
702
39%
1802
2020
1002
52%
932
48%
1934
Totaal Gemiddeld
4944
n.v.t.
3977
n.v.t.
8911
989
55%
795
45%
n.v.t.
Tabel 2: Ontvangen bezwaarschriften per domein 2020-2024. Bron: Gemeente Tilburg (2024). Jaarverslag 2024 commissies voor de bezwaarschriften sociaal en algemeen domein.
Dit is vertaald in grafiek 1:
21 Bron: Gesprek secretaris-onderzoeker en afdeling JUR, dd. 12 augustus 2025, e-mail dd 16 december 2025.
22
Aantallen bezwaren 1500
1202 1004
1000
850
780
734
605 500 0 2024
2023
Sociaal domein
2022
Algemeen domein
Grafiek 1: Aantallen bezwaren in het sociaal en algemeen domein van 2022 t/m 2024
Wat valt op in de analyse van tabel 2 en grafiek 1: • In 2024 zijn er 1784 bezwaren binnen gekomen. Dit zijn 329 bezwaren meer dan in 2023. In 2023 zijn er 1455 bezwaren binnen gekomen. Dit zijn 481 bezwaren minder dan in 2022. In 2022 zijn er 1936 bezwaren binnen gekomen. Dat zijn 134 bezwaren meer dan in 2021. Afdeling JUR verklaart dit als volgt: Het aantal bezwaren fluctueert jaarlijks door uiteenlopende factoren. Specifieke beleidsmaatregelen of maatschappelijke gebeurtenissen, zoals de energietoeslag in 2022 en de komst van flexwoningen in 2024, verklaren pieken. Voor 2023 is geen duidelijke aanleiding gevonden. Jaarvergelijkingen blijken overigens lastig door verschillen in context, besluitvorming en maatschappelijke dynamiek per jaar. • Kijken we naar het sociaal domein dan zien we dat het aantal ontvangen bezwaren steeds verder is gedaald; van 1202 in 2022, naar 850 in 2023, naar 780 in 2024. Afdeling JUR verklaart dit als volgt: Het aantal ontvangen bezwaren in de praktijk wordt vooral beïnvloed door de kwaliteit en aard van de primaire besluitvorming. De informele aanpak kan bijdragen aan snellere en meer oplossingsgerichte afhandeling van bezwaren, maar is geen directe oorzaak van een daling in het aantal ingediende bezwaren.
• Voor het algemeen domein geldt dat het aantal ontvangen bezwaren eerst wat is gedaald en daarna juist behoorlijk is gestegen; van 734 in 2022, naar 605 in 2023, naar 1004 in 2024. Afdeling JUR verklaart dit als volgt: Dit is vooral te wijten aan het aantal ontvangen bezwaarschriften tegen de komst van flexwoningen op een speelplek aan de Bijsterveldenlaan, waarbij het gaat om zo’n 350 bezwaarschriften. Als deze bezwaarschriften buiten beschouwing zou worden gelaten, zitten de aantallen min of meer op hetzelfde niveau als in 2022 en 2023. Vervolgens is er in tabel 3 en 422 onderscheid gemaakt per domein tussen beroepszaken en hoger beroep beroepszaken voor de jaren 2022, 2023 en 2024: Beroepszaken Sociaal domein
Algemeen domein
Totaal
Kalenderjaar
Aantal
Aantal
%
Aantal
%
2024
48
38%
79
62%
127
2023
97
46%
113
54%
210
2022
94
56%
75
44%
169
Totaal Gemiddeld
235
n.v.t.
267
n.v.t.
506
78
n.v.t.
89
n.v.t.
169
Tabel 3: Aantallen en percentages t.o.v. totaal voor beroepszaken sociaal en algemeen domein. Bronnen: Jaarverslagen Bezwaarschriften 2022, 2023 en 2024; Input afdeling JUR (augustus 2025).
22 Bron: De cijfers uit tabel 2 en 3 zijn tot stand gekomen op basis van de Jaarverslagen Bezwaarschriften 2022, 2023 en
2024, aangevuld met input vanuit de afdeling JUR op basis van het document ‘Beroepen en hoger beroepen, sociaal en algemeen domein 2022-2024’ (augustus 2025). 23
Hoger beroepszaken Sociaal domein
Kalenderjaar
Algemeen domein
Totaal
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
2024
19
50%
19
50%
38
2023
33
72%
13
28%
46
2022
26
72%
10
28%
36
Totaal Gemiddeld
78
n.v.t.
42
n.v.t.
120
26
n.v.t.
14
n.v.t.
40
Tabel 4: Aantallen en percentages t.o.v. totaal voor hoger beroepszaken sociaal en algemeen domein. Bronnen: Jaarverslagen Bezwaarschriften 2022, 2023 en 2024; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Dit is vertaald in grafiek 2:
Aantallen beroep en hoger beroep 113
120 97 94
100
79
80 60
75
48 33
40
19
20
26
19
13 10
0 Sociaal
Algemeen
Sociaal
Beroep
Algemeen
Hoger beroep 2024
2023
2022
Grafiek 2: Aantallen beroep en hoger beroep in het sociaal en algemeen domein van 2022 t/m 24
Als we de aantallen ontvangen bezwaarschriften uit tabel 2 en grafiek 1 vergelijken met de aantallen beroepszaken en hoger beroepszaken uit tabel 3 en 4 en grafiek 2, constateren we het volgende: • Van het aantal ontvangen bezwaren, varieert het aantal beroepszaken tussen de 7% en 14% 23. Gemiddeld gaat zo’n 10% in beroep (1/10 deel). Zorgvuldigheidshalve merkt de RKT met betrekking tot de aantallen in tabel 3 en in grafiek 2 op dat de (hogere) beroepsprocedures in enig jaar kunnen voortkomen uit bezwaren uit eerdere jaren. • Na beroep gaat tussen 21% en 30% in hoger beroep 24. Gemiddeld gaat zo’n 25% na beroep in hoger beroep (1/4 deel). Ook hier geldt: zorgvuldigheidshalve merkt de RKT met betrekking tot de aantallen in tabel 3 en in grafiek 2 op dat de (hogere) beroepsprocedures in enig jaar kunnen voortkomen uit bezwaren uit eerdere jaren. • Het percentage beroepszaken in relatie tot het aantal bezwaren stijgt van 2022 naar 2023 en zakt van 2023 naar 2024 (van 9 naar 14 naar 7%). Het percentage hoger beroep in relatie tot het aantal beroepszaken blijft ongeveer gelijk in 2022 en 2023 (21 en 22%) en stijgt enkele procenten in 2024 (30%). • In het sociaal domein zakt het aantal beroepszaken in 2024 ten opzichte van 2023 sterk25. In het algemeen domein stijgt het aantal beroepszaken van 2022 naar 2023 sterk en zakt van 2023 naar 2024 naar het oude niveau van 202226.
23 169 beroepszaken in 2022 = 9% van bezwaren in 2022, 210 beroepszaken in 2023 = 14% van bezwaren in 2023 en
127 beroepszaken in 2024 = 7% van bezwaren in 2024. 24 36 hoger beroepszaken in 2022 = 21% van beroepszaken in 2022, 46 hoger beroepszaken in 2023 = 22% van beroepszaken in 2023 en 38 hoger beroepszaken in 2024 = 30% van beroepszaken in 2024. 25 Van 94 in 2022 naar 97 in 2023 naar 48 in 2024. 26 Van 75 in 2022 naar 113 in 2023 naar 79 in 2024. 24
•
In het sociaal domein stijgt het aantal hoger beroepszaken licht en zakt daarna 27. In het algemeen domein stijgt het aantal beroepszaken licht28.
In paragrafen 4.1.2 t/m 4.1.5 gaan we nader in op de jaren 2024, 2023 en 2022. Er is voor gekozen het meest recente jaar (2024) te beschrijven, daarna 2023 en daarna 2022. 4.1.2 Beroep en hoger beroep met uitspraak in 2024 Beroep 2024 Van de 127 beroepszaken in 2024 vallen 48 beroepszaken in het sociaal domein en 79 beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 2). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde beroepszaken (zie tabel 4, kolommen in grijs). Beroepszaken sociaal domein 2024 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
15
8
18
1
81%
42
Wmo
2
0
2
0
100%
4
Minimaregelingen
0
0
0
0
n.v.t.
0
Jeugd
1
0
0
0
100%
1
Overig
0
0
1
0
100%
1
Totaal
18
8
21
1
83%
48
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
5
4
15
1
84%
25
Omgevingsrecht
4
15
9
6
56%
34
Varia
1
8
8
3
60%
20
Totaal
10
27
32
10
66%
79
Beroepszaken algemeen domein 2024 Cluster
Tabel 5: Beroep in 2024. Bronnen: Gemeente Tilburg (2024). Jaarverslag 2024 commissies voor de bezwaarschriften sociaal en algemeen domein; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 5: Sociaal domein • Van de 48 beroepszaken, zijn 8 beroepszaken gegrond (17%) en 21 beroepszaken (44%) ongegrond verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld29 bij de beroepszaken Wmo, beroepszaken jeugd en beroepszaken overig. • De gemeente werd voor het merendeel (>80% van de gevallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken Participatiewet; in 81%.
Algemeen domein • Van de 79 beroepszaken, zijn 27 beroepszaken gegrond (34%) en 32 beroepszaken (41%) ongegrond verklaard. • De gemeente werd voor het merendeel (>80% van de gevallen) in het gelijk gesteld30 bij beroepszaken handhaving & oov; in 84%. • De gemeente werd in ongeveer de helft van de beroepszaken omgevingsrecht en varia in het gelijk gesteld; in 56% van de beroepszaken omgevingsrecht en in 60% van de beroepszaken varia. Dit betekent dat de gemeente dus niet in het gelijk werd gesteld in 44% van de beroepszaken omgevingsrecht en in 40% van de beroepszaken varia. Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen,
27 Van 26 in 2022 naar 33 in 2023 naar 19 in 2024. 28 Van 10 in 2022 naar 13 in 2023 naar 19 in 2024. 29 Een gegrondverklaring betekent niet altijd dat de gemeente ‘niet in het gelijk’ is gesteld, omdat rechtsgevolgen ook in
stand kunnen blijven. Dit geldt ook in opvolgende tabellen. 30 En andersom, een ongegrondverklaring betekent niet altijd dat de gemeente ‘in het gelijk is gesteld’, omdat rechtsgevolgen ook in stand kunnen blijven. Dit geldt ook in opvolgende tabellen. 25
maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
Hoger beroep 2024 Van de 38 hoger beroepszaken in 2024 vallen 19 hoger beroepszaken in het sociaal domein en 19 hoger beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 3). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde hoger beroepszaken (zie tabel 5, kolommen in grijs). Hoger beroepszaken sociaal domein 2024 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
6
2
10
0
89%
18
Wmo
0
0
1
0
100%
1
Minimaregelingen
0
0
0
0
n.v.t.
0
Jeugd
0
0
0
0
n.v.t.
0
Overig
0
0
0
0
n.v.t.
0
Totaal
6
2
11
0
89%
19
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
3
2
6
0
82%
11
Omgevingsrecht
2
1
3
0
83%
6
Varia
0
0
2
0
100%
2
Totaal
5
3
11
0
84%
19
Hoger beroepszaken algemeen domein 2024 Cluster
Tabel 6: Hoger beroepszaken in 2024. Bronnen: Gemeente Tilburg (2024). Jaarverslag 2024 commissies voor de bezwaarschriften sociaal en algemeen domein; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 6: Sociaal domein • Van de 19 hoger beroepszaken, zijn 2 hoger beroepszaken gegrond (11%) en 11 hoger beroepszaken (58%) ongegrond verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken Wmo. Vergelijkbaar met het percentage dat de gemeente in het gelijk werd gesteld bij beroepszaken Wmo (ook 100%). • Bij hoger beroep in het kader van de Participatiewet wordt de gemeente in het overgrote deel van de zaken in het gelijk gesteld (circa 89%). Dit is zelfs iets vaker dan bij beroepszaken in eerste aanleg (circa 81%).
Algemeen domein • Van de 19 hoger beroepszaken, zijn 3 hoger beroepszaken gegrond (16%) en 11 hoger beroepszaken ongegrond (58%) verklaard. • In hoger beroep werd de gemeente ongeveer even vaak als bij beroep in het gelijk gesteld bij handhaving & oov (82% versus 84%). • In hoger beroep werd de gemeente vaker dan bij beroep in het gelijk gesteld bij omgevingsrecht en varia; in 83% van de hoger beroepszaken omgevingsrecht versus in 56% van de beroepszaken omgevingsrecht en in 100% van de hoger beroepszaken varia versus in 60% van de beroepszaken varia. Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
4.1.3 Beroep en hoger beroep met uitspraak in 2023 Beroep 2023 Van de 210 beroepszaken in 2023 vallen 97 beroepszaken in het sociaal domein en 113 beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 2). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde beroepszaken (zie tabel 6, kolommen in grijs).
26
Beroepszaken sociaal domein 2023 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
13
15
42
4
80%
74
Wmo
7
7
5
2
67%
21
Minimaregelingen
0
0
0
0
n.v.t.
0
Jeugd
0
0
1
0
100%
1
Overig
0
0
1
0
100%
1
Totaal
20
22
49
6
77%
97
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
20
10
12
1
77%
43
Omgevingsrecht
12
5
27
3
89%
47
Varia
7
3
12
1
87%
23
Totaal
39
18
51
5
84%
113
Beroepszaken algemeen domein 2023 Cluster
Tabel 7: Beroepszaken in 2023. Bronnen: Gemeente Tilburg (2023). Jaarverslag 2023 – Adviescommissie bezwaarschriften sociale zaken; Gemeente Tilburg (2023). Jaarverslag algemene zaken – De commissie voor de bezwaarschriften algemene zaken; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 7: Sociaal domein Algemeen domein • Van de 97 beroepszaken, zijn 22 beroepszaken ge• Van de 113 beroepszaken, zijn 18 beroepszaken gegrond (23%) en 49 beroepszaken ongegrond (51%) grond (16%) en 51 beroepszaken ongegrond (45%) verklaard. verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld • De gemeente werd in het merendeel (>80% van de bij beroepszaken jeugd en bij beroepszaken overig. gevallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken omgevingsrecht en beroepszaken varia; in 89% van de be• De gemeente werd in het merendeel (>80% van de roepszaken omgevingsrecht en in 87% van de begevallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken Particiroepszaken varia. patiewet; in 80%. • Met name bij beroepszaken handhaving & oov werd • Bij beroepszaken Wmo werd de gemeente minder de gemeente minder vaak in het gelijk gesteld dan bij vaak in het gelijk gesteld dan bij beroepszaken Particiberoepszaken omgevingsrecht en varia (77% versus patiewet, jeugd en overig (in 67% versus 80% voor be89% voor beroepszaken omgevingsrecht en 87% voor roepszaken Participatiewet, 100% voor beroepszaken beroepszaken varia). jeugd en 100% voor beroepszaken overig). Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie.
Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
Hoger beroep 2023 Van de 46 hoger beroepszaken in 2023 vallen 33 hoger beroepszaken in het sociaal domein en 13 hoger beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 3). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde hoger beroepszaken (zie tabel 7, kolommen in grijs). Hoger beroepszaken sociaal domein 2023 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
13
7
10
0
70%
30
Wmo
1
0
1
1
100%
3
Minimaregelingen
0
0
0
0
n.v.t.
0
Jeugd
0
0
0
0
n.v.t.
0
Overig
0
0
0
0
n.v.t.
0
Totaal
14
7
11
1
79%
33
27
Hoger beroepszaken algemeen domein 2023 Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
3
0
1
0
100%
4
Omgevingsrecht
0
2
5
0
71%
7
Varia
0
0
2
0
100%
2
Totaal
3
2
8
0
85%
13
Cluster
Tabel 8: Hoger beroepszaken in 2023. Bronnen: Gemeente Tilburg (2023). Jaarverslag 2023 – Adviescommissie bezwaarschriften sociale zaken; Gemeente Tilburg (2023). Jaarverslag algemene zaken – De commissie voor de bezwaarschriften algemene zaken; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 8: Sociaal domein • Van de 33 hoger beroepszaken, zijn 7 hoger beroepszaken gegrond (21%) en 11 hoger beroepszaken ongegrond (33%) verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken Wmo. • De gemeente werd vaak (tussen 60 en 80% van de gevallen) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken Participatiewet; in 70%. Dit betekent ook dat de gemeente bij ongeveer een derde deel (30%) van de beroepszaken Participatiewet niet in het gelijk werd gesteld.
Algemeen domein • Van de 13 hoger beroepszaken, zijn 2 hoger beroepszaken gegrond (15%) en 8 hoger beroepszaken ongegrond (62%) verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken handhaving & oov en hoger beroepszaken varia. • Bij hoger beroepszaken omgevingsrecht werd de gemeente minder vaak in het gelijk gesteld dan bij hoger beroepszaken handhaving & oov en hoger beroepszaken varia (71% versus 100% voor hoger beroepszaken handhaving & oov en 100% voor hoger beroepszaken varia). Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
4.1.4 Beroep en hoger beroep met uitspraak in 2022 Beroep 2022 Van de 169 beroepszaken in 2022 vallen 94 beroepszaken in het sociaal domein en 75 beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 2). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde beroepszaken (zie tabel 8, kolommen in grijs). Beroepszaken sociaal domein 2022 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
14
17
40
3
77%
74
Wmo
4
2
5
3
86%
14
Minimaregelingen
0
0
0
0
n.v.t.
0
Jeugd
1
3
0
0
25%
4
Overig
0
0
1
1
50%
2
Totaal
19
22
46
7
77%
94
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
3
3
14
2
86%
22
Omgevingsrecht
6
14
21
3
69%
44
Varia
2
0
6
1
100%
9
Totaal
11
22
41
6
77%
75
Beroepszaken algemeen domein 2022 Cluster
28
Tabel 9: Beroepszaken in 2022. Bronnen: Gemeente Tilburg (2022). Jaarverslag 2022 Adviescommissie bezwaarschriften sociale zaken; Gemeente Tilburg (2022). Jaarverslag 2022 De commissie voor de bezwaarschriften algemene zaken; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 9: Sociaal domein Algemeen domein • Van de 94 beroepszaken, zijn 22 beroepszaken ge• Van de 75 beroepszaken, zijn 22 beroepszaken gegrond (23%) en 46 beroepszaken ongegrond (49%) grond (29%) en 41 beroepszaken ongegrond (55%) verklaard. verklaard. • De gemeente werd vaak (tussen 60 en 80% van de ge- • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld vallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken Participabij beroepszaken varia. tiewet en beroepszaken Wmo; in 77% versus in 86%. • De gemeente werd in het merendeel (>80% van de • De gemeente werd voor de helft van de gevallen gevallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken hand(50%) van de beroepszaken overig in het gelijk gehaving & oov; in 86%. steld; • De gemeente werd vaak (tussen 60 en 80% van de ge• De gemeente werd veel minder vaak in het gelijk gevallen) in het gelijk gesteld bij beroepszaken omgesteld bij beroepszaken jeugd; in 25%. vingsrecht; in 69%. Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen.
Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
Hoger beroep 2022 Van de 120 hoger beroepszaken in 2022 vallen 26 hoger beroepszaken in het sociaal domein en 10 hoger beroepszaken in het algemeen domein (zoals blijkt uit tabel 3). De RKT onderzoekt daarvan de gegronde en ongegronde hoger beroepszaken (zie tabel 9, kolommen in grijs). Hoger beroepszaken sociaal domein 2022 Rechtsgebied
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Participatiewet
8
1
12
Wmo
0
0
2
3
96%
24
0
100%
Minimaregelingen
0
0
2
0
0
n.v.t.
Jeugd
0
0
0
0
0
n.v.t
Overig
0
0
0
0
0
n.v.t.
Totaal
0
8
1
14
3
96%
26
Ingetrokken
Gegrond
Ongegrond
Niet ontvankelijk
Besluit blijft in stand %
Totaal
Handhaving & oov
0
1
2
0
67%
3
Omgevingsrecht
1
0
2
0
100%
3
Varia
1
1
2
0
75%
4
Totaal
2
2
6
0
80%
10
Hoger beroepszaken algemeen domein 2022 Cluster
Tabel 10: Hoger beroepszaken in 2022. Bronnen: Gemeente Tilburg (2022). Jaarverslag 2022 Adviescommissie bezwaarschriften sociale zaken; Gemeente Tilburg (2022). Jaarverslag 2022 De commissie voor de bezwaarschriften algemene zaken; Input afdeling JUR (augustus 2025).
Daarbij valt het volgende op uit tabel 10:
29
Sociaal domein • Van de 26 hoger beroepszaken, is 1 hoger beroep gegrond en zijn 14 hoger beroepszaken ongegrond verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken Wmo. • De gemeente werd in het merendeel (>80% van de gevallen) van de hoger beroepszaken Participatiewet in het gelijk gesteld; in 96%
Algemeen domein • Van de 10 hoger beroepszaken, zijn 2 hoger beroepszaken gegrond en 6 hoger beroepszaken ongegrond verklaard. • De gemeente werd altijd (100%) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken omgevingsrecht. • De gemeente werd vaak (tussen 60 en 80% van de gevallen) in het gelijk gesteld bij hoger beroepszaken handhaving & oov en bij hoger beroepszaken varia; in 67% van de hoger beroepszaken handhaving & oov en in 75% van de hoger beroepszaken varia. Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd. De weergegeven percentages zijn tevens indicatief en gebaseerd op (soms) relatief kleine aantallen. Percentages geven dus een indruk, maar moeten in samenhang met de absolute aantallen worden geïnterpreteerd.
4.1.5 Beroep en hoger beroep 2024, 2023 en 2022 vergeleken De aantallen beroepszaken en hoger beroepszaken uit 2024, 2023 en 2022 uit de tabellen hiervoor laten het volgende beeld zien (zie tabel 11). 2024 Beroep
Hoger beroep
2023
2022
G
O
Totaal
G
O
Totaal
G
O
Totaal
Sociaal domein
8
21
29
22
49
71
22
46
68
Algemeen domein
27
32
59
18
51
69
22
41
63
Sociaal domein
2
11
13
7
11
18
1
14
15
Algemeen domein
3
11
14
2
8
10
2
6
8
40
75
115
49
119
168
47
107
154
Totaal
Tabel 11: Aantallen beroepszaken en hoger beroepszaken in 2022, 2023 en 2024 G: Gegrond, O: Ongegrond
Dit is vertaald in grafieken 3 en 4:
Beroep en hoger beroep - Sociaal domein 70 60
11
50
14
40 30 20
10 0
2 8
11
7
21
22
49
46
1 22
(Gedeeltelijk) Ongegrond (Gedeeltelijk) Ongegrond (Gedeeltelijk) Ongegrond gegrond gegrond gegrond 2024
2023
2022
Beroep Sociaal domein
Hoger beroep Sociaal domein
Grafiek 3: Beroep en hoger beroep in het sociaal domein van 2022 t/m 2024, inclusief type uitspraak
30
Beroep en hoger beroep - Algemeen domein 70 60
8
50 40 30
3
20 10
6
11
27
51
2
32
2
41
22
18
0 (Gedeeltelijk) Ongegrond (Gedeeltelijk) Ongegrond (Gedeeltelijk) Ongegrond gegrond gegrond gegrond 2024 Beroep Algemeen domein
2023
2022
Hoger beroep Algemeen domein
Grafiek 4: Beroep en hoger beroep in het algemeen domein van 2022 t/m 2024, inclusief type uitspraak
Daarbij valt het volgende op uit tabel 11 en grafieken 3 en 4: Beroep, uitspraak gegrond en ongegrond31: • Met name in het sociaal domein is de daling sterk; van 68 en 71 gegronde en ongegronde beroepszaken in 2022 en 2023, naar 29 gegronde en ongegronde beroepszaken in 2024. • In het algemeen domein zijn de gegronde en ongegronde beroepszaken ongeveer gelijk; 63 in 2022, 69 in 2023 en 59 in 2024. • Bij een uitspraak ongegrond wordt de gemeente in het gelijk gesteld. Bij beroepszaken in het sociaal domein zien we dat de gemeente in 2024 minder vaak in het gelijk wordt gesteld dan in 2023 en 2022 (in 21 versus 49 en 46 zaken). • In het sociaal domein wordt de gemeente in 21 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 8 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2024, wordt de gemeente in 49 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 22 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2023 en wordt de gemeente in 46 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 22 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2022. • Bij beroepszaken in het algemeen domein zien we dat de gemeente in 2024 minder vaak in het gelijk wordt gesteld dan in 2023 en 2022 (in 32 versus 51 en 41 zaken).
• In het algemeen domein wordt de gemeente in 32 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 27 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2024, wordt de gemeente in 51 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 18 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2023 en wordt de gemeente in 41 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 22 beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2022. Hoger beroep, uitspraak gegrond en ongegrond32: • Bij de hoger beroepszaken zien we in het sociaal domein dat de aantallen gegronde en ongegronde hoger beroepszaken ongeveer gelijk zijn; 15 in 2022, 18 in 2023 en 13 in 2024. • In het algemeen domein loopt het aantal gegronde en ongegronde hoger beroepszaken wat op; van 8 in 2022, naar 10 in 2023, naar 14 in 2024. • Bij een uitspraak ongegrond wordt de gemeente in het gelijk gesteld. Bij hoger beroepszaken in het sociaal domein zien we dat de gemeente in de afgelopen jaren ongeveer even vaak in het gelijk wordt dan gesteld (in 11, 11 en 14 zaken). • In het sociaal domein wordt de gemeente in 11 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 2 hoger beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2024, wordt de gemeente in 11 hoger 31 De RKT presenteert aantallen om een indicatie te geven van trends per kalenderjaar. Vergelijkingen tussen jaren vra-
gen om voorzichtigheid, omdat verschillen in aantallen afgeronde procedures, samenstelling van zaken en contextfactoren (zoals beleidswijzigingen) de resultaten beïnvloeden. Percentages en absolute aantallen bieden elk een ander perspectief. De constatering “meer/minder” ten opzichte van een ander kalenderjaar is niet zonder deze nuance te interpreteren. 32 Zie voetnoot 40. 31
• •
beroepszaken in het gelijk gesteld en in 7 hoger beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2023 en wordt de gemeente in 14 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 1 hoger beroepszaak niet in het gelijk gesteld in 2022. Bij hoger beroepszaken in het algemeen domein zien we dat de gemeente in 2024 wat vaker in het gelijk wordt gesteld dan in 2023 en 2022 (in 11 versus 8 en 6 zaken). In het algemeen domein wordt de gemeente in 11 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 3 hoger beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2024, wordt de gemeente in 8 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 2 hoger beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2023 en wordt de gemeente in 6 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 2 hoger beroepszaken niet in het gelijk gesteld in 2022.
Ook kunnen we een vergelijking maken tussen de verschillende jaren. Dat levert het volgende beeld op33:
Beroep
2024 en 2023 vergeleken Uit tabel 5 en 7 • Het initiële besluit van de gemeente bleef bij beroepszaken in 2023 in het sociaal domein wat minder vaak in stand als bij beroepszaken in 2024 in het sociaal domein (gemiddeld 77% versus 83%). • Het initiële besluit van de gemeente bleef bij beroepszaken in 2023 in het algemeen domein een stuk vaker in stand als bij beroepszaken in 2024 in het algemeen domein (gemiddeld 84% versus 66%).
2023 en 2022 vergeleken Uit tabel 7 en 9 • Het initiële besluit van de gemeente bleef bij beroepszaken in 2022 in het sociaal domein even vaak in stand als bij beroepszaken in 2023 in het sociaal domein (gemiddeld 77%). • Het initiële besluit van de gemeente bleef bij beroepszaken in 2022 in het algemeen domein wat minder vaak in stand als bij beroepszaken in 2023 in het algemeen domein (gemiddeld 77% versus 84%).
Hoger beroep
Uit tabel 6 en 8 Uit tabel 8 en 10 • Het initiële besluit van de gemeente bleef • Het initiële besluit van de gemeente bij beroepszaken in 2023 in het sociaal dobleef bij hoger beroepszaken in 2022 in mein minder vaak in stand als bij beroepshet sociaal domein een stuk vaker in zaken in 2024 in het sociaal domein (gestand als bij beroepszaken in 2023 in het middeld 79% versus 89%). sociaal domein (96% versus 79%). • Het initiële besluit van de gemeente bleef • Het initiële besluit van de gemeente bij beroepszaken in 2023 in het algemeen bleef bij hoger beroepszaken in 2022 in domein ongeveer even vaak in stand als het algemeen domein wat minder vaak bij beroepszaken in 2024 in het algemeen in stand als bij beroepszaken in 2023 in domein (gemiddeld 85% versus 84%). het algemeen domein (80% versus 85%). Tabel 12: Vergelijking beroepszaken en hoger beroepszaken in 2022, 2023 en 2024 Opmerking: Bij het interpreteren van percentages tussen bezwaar, beroep en hoger beroep geven deze cijfers slechts een globale indicatie. Doorlooptijden en het feit dat beroeps- en hoger beroepszaken niet dezelfde populatie betreffen, maken dat geen directe causale relatie kan worden gelegd.
4.1.6 Beroep naar aanleiding van raadsbesluiten In de periode 2022, 2023, 2024 zijn er 18 beroepszaken geweest naar aanleiding van een raadsbesluit met een uitspraak gegrond of ongegrond. 2024 In 2024 gaat het om 4 beroepszaken. 1 beroepszaak is gegrond verklaard, 3 beroepszaken zijn ongegrond verklaard. 2023 In 2023 gaat het om 10 beroepszaken. 5 beroepszaken zijn gegrond verklaard, 5 beroepszaken zijn ongegrond verklaard.
33 Zie voetnoot 40.
32
2022 In 2022 gaat het om 4 beroepszaken. 1 beroepszaak is gegrond verklaard, 3 beroepszaken zijn ongegrond verklaard.
4.2 Civielrechtelijke procedures In deze paragraaf behandelen we de civielrechtelijke procedures met een uitspraak in een bodemprocedure (dagvaardingsprocedure of een verzoekschriftprocedure) waarbij de vordering of het verzoek is toegewezen of afgewezen. Het gaat in de paragraaf 4.2.1 om de procedures welke de advocaten die in dienst zijn van de gemeente en AKD benelux law firm (de stadsadvocaat van de gemeente) 34 in behandeling hebben genomen. In 2022, 2023 en 2024 zijn er 2 civielrechtelijke procedures in scope van dit onderzoek geweest die tot een gerechtelijke uitspraak hebben geleid waarbij de vordering of het verzoek is afgewezen. Daaronder valt geen enkele zaak via de stadsadvocaat. Hierbij dient verder opgemerkt te worden dat de indeling van civiele procedures naar kalenderjaren een momentopname geeft wat een enigszins vertekend beeld kan opleveren. Het resultaat van een procedure kan pas definitief worden beoordeeld wanneer een vonnis in kracht van gewijsde is gegaan (met andere woorden wanneer een zaak onherroepelijk is geworden). Een zaak die in een bepaald jaar als ‘verlies’ wordt geregistreerd door de gemeente, kan in hoger beroep alsnog volledig in het voordeel van de gemeente worden beslist. Omdat hoger beroep vaak in een later jaar plaatsvindt, wordt dit in een jaartelling 2022 t/m 2024 niet (altijd) zichtbaar. De weergegeven cijfers zijn daarom indicatief.
4.2.1 Bodemprocedures in behandeling genomen door advocaten in dienst van de gemeente Uitspraak in 2024 In 2024 gaat het om 1 zaak waarbij er een dagvaardingsprocedure heeft plaatsgevonden en 1 zaak waarvoor een verzoekschrift is ingediend (totaal 2 zaken). De bodemprocedures gingen over het vorderen van een betaling van een bedrag uit onverschuldigde betaling (zaak 1). Het verzoekschrift ging over een vordering voor een voorlopige voorziening faillissement (zaak 2). In 2024 leidde dit tot de volgende uitspraken: Procedure Indiener van de procedure Bodemprocedure: Wederpartij (zaak 1) Dagvaardingsprocedure Bodemprocedure: Wederpartij (zaak 2) Verzoekschriftprocedure Totaal Tabel 13: Uitspraken bodemprocedure 2024
Uitspraak Vordering afgewezen
Aantal zaken 1
Verzoek afgewezen
1
2
Uitspraak in 2023 In 2023 gaat het om geen enkele bodemprocedure passend in de scope van dit onderzoek. Uitspraak in 2022 In 2022 gaat het om geen enkele bodemprocedure passend in de scope van dit onderzoek.
34
De gemeente Tilburg heeft een overeenkomst gesloten met AKD voor juridische ondersteuning. AKD is de stadsadvocaat van de gemeente. AKD ondersteunt vooral via hun advisering en indien nodig (bijvoorbeeld bij vakantie) procedeert AKD als gemachtigde voor de gemeente. Dit komt zelden voor. 33
5. Analyse: Patronen Hoofdstuk 5 beschrijft welke patronen er in de aanleiding, doorlooptijd en uitkomst van rechtszaken zijn (deelvraag 2). Dit hoofdstuk vormt de feitelijke analyse van rechtszaken.
5.1 Bestuursrechtelijke procedures Wanneer de RKT de beschrijvingen van bestuursrechtelijke procedures met elkaar vergelijkt, met daarbij een vergelijking tussen jaartallen (2022, 2023, 2024), domeinen (sociaal en algemeen) en het type uitspraak (gegrond en ongegrond), zien we de volgende patronen bij bestuursrechtelijke procedures. Ook de toelichtingen volgen rechtstreeks uit de analyse.
Bestuursrechtelijke procedures Patroon 1: Inhoudelijke patronen Structurele motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken
Toelichting: Besluiten houden regelmatig geen stand wegens schending van art. 3:2 en 7:12 van het Awb. Dit manifesteert zich vooral in: • onvoldoende feitelijk onderzoek (bijv. woon- en leefsituatie, feitelijk gebruik van panden); • onvolledige belangenafweging (financiële gevolgen, individuele omstandigheden); • te globale verwijzingen naar beleid zonder concrete toepassing op het individuele geval; • het niet expliciet ingaan op tegenrapportages of andersluidende verklaringen. • Opvallend is dat dit niet beperkt blijft tot één rechtsgebied, maar voorkomt bij het algemeen domein (omgevingsrecht, handhaving, openbare orde) en het sociaal domein.
Patroon 2: Inhoudelijke patronen Formele rechtszekerheid weegt vaak zwaarder dan materiële billijkheid
Toelichting: Rechters hanteren consequent het uitgangspunt dat: • wettelijke criteria leidend zijn; • beleidsregels slechts in uitzonderlijke situaties terzijde worden geschoven; • persoonlijke gevolgen zoals financiële problemen, verlies van bestaanszekerheid, stress, gezondheidsproblemen en dergelijke op zichzelf, zelden voldoende is. Dit leidt tot veel uitspraken waarin de rechter expliciet overweegt dat de zaak “wel begrijpelijk” is, maar juridisch niet tot een andere uitkomst kan leiden (met name bij Participatiewet, Tozo, bijzondere bijstand en Wmo-zaken).
Patroon 3: Inhoudelijke patronen Bewijspositie van de inwoner is structureel zwak
Toelichting: In een groot deel van de zaken ligt het zwaartepunt bij: • onduidelijke financiële stromen; • ontbreken van administratie; • niet-objectieve verklaringen van derden; • aannames in plaats van verifieerbare gegevens. De rechter legt de bewijslast consequent bij de eiser. Zodra onduidelijkheid resteert, valt deze vrijwel altijd uit in het nadeel van de betrokkene. 34
Patroon 4: Patronen in doorlooptijd en procesverloop Lange doorlooptijden als structureel kenmerk
Toelichting: De meeste zaken kennen: • een meerjarige doorlooptijd (bezwaar, beroep, hoger beroep); • herstelbesluiten na vernietiging; • soms parallelle procedures over niet-tijdig beslissen. Dit leidt regelmatig tot: • dwangsommen; • proceskostenveroordelingen; • schadevergoedingen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Patroon 5: Patronen in doorlooptijd en procesverloop Escalatie door herstelbesluiten
Toelichting: Een herkenbaar patroon is: 1. primair besluit met motiveringsgebrek; 2. vernietiging door de rechter; 3. nieuw besluit met (gedeeltelijk) herstelde motivering; 4. nieuwe beroepsprocedure. Dit verlengt procedures aanzienlijk, terwijl de materiële uitkomst vaak gelijk blijft.
Patroon 6: Uitkomstpatronen (wie “wint” en waarom) Sociaal domein: hoge afwijzings- en handhavingsgraad
Toelichting: In zaken over Participatiewet, Tozo, bijzondere bijstand is het uitkomstpatroon duidelijk: • schending inlichtingenplicht betekent meestal intrekking/terugvordering; • subjectieve verklaringen worden zelden als argument toegelaten; • financiële gevolgen worden zelden als onevenredig aangemerkt.
Patroon 7: Uitkomstpatronen (wie “wint” en waarom) Omgevingsrecht: inhoudelijk vaak gelijk, procedureel vaak niet
Toelichting: Bij omgevingsvergunningen en handhaving geldt: • besluiten worden relatief vaak vernietigd; • maar rechtsgevolgen blijven geregeld in stand; • of leiden na herstel alsnog tot hetzelfde resultaat. Het probleem zit hier minder in de einduitkomst, meer in de onderbouwing en dossiervorming.
Patroon 8: Uitkomstpatronen (wie “wint” en waarom) Handhaving: beginselplicht (als de gemeente vaststelt dat een wettelijk voorschrift wordt overtreden, moet zij in principe handhavend optreden) is stevig, maar niet absoluut
Toelichting: Patroonmatig geldt: • geen overtreding, geen handhaving; • wel overtreding, handhaven, tenzij: onevenredigheid expliciet en concreet is onderbouwd of concreet zicht op legalisatie bestaat. Zonder een zorgvuldige motivering waarom niet wordt gehandhaafd, houdt het besluit vrijwel altijd geen stand.
In samenvatting van bovenstaande, zien we dat: • zorgvuldigheid en motivering zwakkere schakels zijn; • er een voorspelbaarheid in de toetsing van de rechter zit; • eisers structureel moeite hebben hun bewijspositie rond te krijgen; • procedures lang duren zonder dat dit vaak tot andere uitkomsten leidt. Afgeleid hiervan, zijn de conclusies, leerpunten en sturingsimplicaties vanuit genoemde patronen voor bestuursrechtelijke procedures:
35
Conclusie 1. Besluitkwaliteit is de belangrijkste faalfactor
Toelichting De meeste vernietigingen zijn niet het gevolg van “verkeerde beleidskeuzes”, maar van onvoldoende uitgewerkte besluitvorming. De inhoud had vaak stand kunnen houden als deze beter was onderbouwd.
Leerpunten • Motivering en zorgvuldigheid zijn structureel kwetsbaar. • Beleidsruimte wordt juridisch erkend, maar alleen als deze zichtbaar en individueel wordt toegepast. • Gebrekkige dossiervorming leidt tot extra procedures zonder inhoudelijke winst.
Sturingsimplicatie • Investeer primair in besluitkwaliteit aan de voorkant, niet in herstel achteraf. • Maak motivering een expliciet kwaliteitscriterium (naast rechtmatigheid).
2.
Een aanzienlijk deel van de procedures functioneert feitelijk als verlengd besluitvormingsproces, waarbij de rechter tekortkomingen corrigeert die intern eerder hadden kunnen worden opgelost.
•
Herstelbesluiten verlengen procedures maar veranderen de uitkomst vaak niet. Dit vergroot werkdruk, kosten en reputatierisico zonder maatschappelijke meerwaarde. De gemeentelijke organisatie leert te weinig van eerdere vernietigingen.
•
Niet-tijdig beslissen komt herhaaldelijk voor. Termijnoverschrijding leidt bijna automatisch tot extra procedures. Capaciteitsdruk wordt juridisch “zichtbaar” via dwangsommen en schadevergoedingen.
•
Eisers onderschatten structureel hun bewijslast. Communicatie over verwachtingen en bewijsvereisten is onvoldoende effectief. Procedures kunnen soms voorkomen worden door betere uitleg vooraf.
•
Abstracte beleidsverwijzingen zijn onvoldoende. Afwijkingen van beleid moeten expliciet worden benoemd en gemotiveerd. Ongelijke behandeling wordt vooral aangenomen bij gebrekkige uitleg, niet bij inhoudelijke verschillen.
•
Juridische procedures worden te vaak “hersteltrajecten”
•
•
3.
4.
Doorlooptijden vormen een reëel bestuurlijk risico
Bewijspositie van inwoners is structureel zwak – en dat is voorspelbaar
Lange doorlooptijden zijn geen bijzaak, maar een structureel risico voor: vertrouwen van inwoners, financiële lasten (dwangsommen, proceskosten), uitvoeringscapaciteit.
•
In het sociaal domein is het uitkomstpatroon zeer consistent: onduidelijkheid = verlies voor de eiser. Dat is juridisch correct, maar bestuurlijk niet altijd wenselijk.
•
• •
•
•
5.
Beleidsvrijheid is juridisch robuust, maar kwetsbaar in uitvoering
De rechter respecteert beleidsvrijheid, maar alleen als deze: • consistent wordt toegepast; • concreet wordt gemotiveerd; • zichtbaar wordt verbonden aan het individuele geval.
• •
•
36
•
•
•
•
Introduceer structurele feedbackloops: wat is vernietigd, waarom, en hoe voorkomen we herhaling? Gebruik uitspraken actief als leerinstrument, niet alleen als incidentafhandeling.
Zie termijnen als strategische randvoorwaarde, niet als administratieve formaliteit. Maak tijdigheid expliciet onderdeel van prestatiesturing.
Versterk de preventieve rol van de organisatie: uitleg, begeleiding, verwachtingsmanagement. Voorkomen van procedures is hier realistischer dan “winnen in beroep”.
Investeer in beleidsvaardigheid bij uitvoerende teams: niet alleen kennen, maar toepassen. Zorg dat besluiten laten zien hoe beleid is gebruikt, niet alleen dat het bestaat.
6.
Handhaving: niet de keuze, maar de motivering is doorslaggevend
In handhavingszaken gaat het zelden mis op de bevoegdheid, maar vaak op de uitleg waarom wel of niet wordt gehandhaafd.
•
•
•
7.
Uitkomsten zijn juridisch voorspelbaar – reputatieschade niet
Hoewel veel uitkomsten juridisch voorspelbaar zijn, geldt dat de maatschappelijke en reputatieve impact vaak groter is dan het juridische belang van de zaak.
• •
•
“Geen overtreding” of “concreet zicht op legalisatie” moet feitelijk worden onderbouwd. Afzien van handhaving zonder expliciete belangenafweging leidt vrijwel zeker tot vernietiging. Beginselplicht tot handhaving wordt strikt toegepast.
•
Eisers ervaren procedures als lang, ondoorzichtig en formeel. Gedeeltelijke gelijkstelling (bijv. motiveringsgebrek) wordt vaak als “verlies van de overheid” gezien. Proceskostenveroordelingen versterken dit beeld.
•
•
•
Veranker een vaste handhavingsafwegingsstructuur in besluitvorming. Maak evenredigheid en belangenafweging expliciet zichtbaar in besluiten.
Zie juridische procedures niet alleen als risico, maar als signaalfunctie voor bestuurskwaliteit. Transparantie en uitlegbaarheid zijn minstens zo belangrijk als juridisch gelijk.
Overkoepelend kan gesteld worden dat verbetering betreffende bestuursrechtelijke procedures ligt bij motivering en procesbeheersing. Focuspunten zijn daarbij: 1. Besluitkwaliteit vóór snelheid, maar binnen termijn 2. Leren van uitspraken, niet alleen herstellen 3. Duidelijke communicatie over bewijs en verwachtingen 4. Motivering als kerncompetentie 5. Tijdigheid als bestuurlijk criterium
5.2 Civielrechtelijke procedures Wanneer de RKT de beschrijvingen van civielrechtelijke procedures met elkaar vergelijkt, met daarbij een vergelijking tussen jaartallen (2022, 2023, 2024) en het type uitspraak (toegewezen of afgewezen), zien we de volgende patronen bij civielrechtelijke procedures die zijn afgehandeld door advocaten in dienst van de gemeente. De toelichtingen volgen rechtstreeks uit de analyse. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het slechts twee civielrechtelijke procedures betreft. Daarmee zijn de bevindingen indicatief maar niet representatief te noemen.
Civielrechtelijke procedures – afgehandeld door advocaten in dienst gemeente Patroon 1: Inhoudelijke patronen Gemeente staat civielrechtelijk sterk bij redelijke en consistente belangenafweging
Toelichting: In beide zaken krijgt de gemeente gelijk. Doorslaggevend is dat de gemeente: • een verdedigbaar en proportioneel standpunt inneemt; • haar belangenafweging kan onderbouwen met actuele feiten; • geen evidente onzorgvuldigheid of onredelijkheid laat zien. De civiele rechter bevestigt daarmee dat zorgvuldig en redelijk handelen – ook bij financiële en persoonlijke belangen – een sterke positie oplevert.
Patroon 2: Inhoudelijke patronen
Toelichting: In beide procedures is zichtbaar dat de civiele rechter: 37
• •
Civiele rechter toets terughoudend en respecteert beleids- en beoordelingsruimte
niet op de stoel van het bestuur gaat zitten; slechts corrigeert bij duidelijke onevenwichtigheid of onredelijkheid; • ruimte laat aan publieke schuldeisers en bestuursorganen om eigen afwegingen te maken. Dit geldt zowel bij schuldregelingen (dwangakkoord) als bij langdurige invorderingspraktijken.
Patroon 3: Inhoudelijke patronen Actualiteit en tijdsfactor zijn cruciaal in de beoordeling
Toelichting: De tijdsfactor werkt in beide zaken in het voordeel van de gemeente: • In de schuldregelingszaak wordt zwaar meegewogen dat het inkomen van betrokkene recent is verbeterd en het aanbod daardoor niet maximaal haalbaar is. • In de invorderingszaak werkt het langdurig stilzitten van eiser (jarenlange acceptatie van inhoudingen) sterk in zijn nadeel. De rechter kijkt nadrukkelijk naar ontwikkelingen over tijd, niet alleen naar het formele startpunt.
Patroon 4: Uitkomstpatronen Redelijkheid en billijkheid begrenzen civiele claims
Toelichting: Hoewel de rechter oog heeft voor persoonlijke omstandigheden, leidt dit niet automatisch tot toewijzing van civiele vorderingen: • Een beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet zonder concrete onderbouwing. • Dat de gemeente al een aanzienlijk bedrag heeft kwijtgescholden, weegt mee in haar voordeel. De civiele rechter zoekt naar evenwicht, maar corrigeert alleen waar dat echt nodig is.
Patroon 5: Uitkomstpatronen Motivering en bewijs: Feitelijk gedrag en aannemelijkheid wegen zwaarder dan formele perfectie
Toelichting: In beide zaken blijkt: • het ontbreken van (oude) formele besluiten leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid; • langdurig feitelijk handelen en acceptatie door betrokkenen is juridisch relevant; • aannemelijkheid en context zijn doorslaggevend. De civiele rechter beoordeelt het geheel van feiten en gedragingen, niet alleen de juridische vorm.
Samenvattend zien we op basis van het bovenstaande dat: • Civielrecht fungeert als vangnet en correctiemechanisme in uiterste gevallen, niet als herbeoordeling van bestuursrechtelijke keuzes. • De gemeente wordt beschermd wanneer zij realistisch en actueel handelt bij financiële vraagstukken; consistent en redelijk optreedt over langere tijd; geen disproportionele of lichtvaardige inzet kiest. Afgeleid hiervan, zijn de conclusies, leerpunten en sturingsimplicaties vanuit genoemde patronen voor civielrechtelijke procedures: Conclusie 1. Zorgvuldige en actuele belangenafweging beschermt tegen civiele claims
Toelichting De gemeente krijgt gelijk omdat aanbiedingen en besluiten worden getoetst op actualiteit, aannemelijkheid en redelijkheid. Verbeterd inkomen of eerdere kwijtschelding mag zwaar meewegen.
Leerpunten • Actualiteit en realisme zijn cruciaal bij civiele beoordeling.
38
Sturingsimplicatie • Borg dat financiële afwegingen en aanbiedingen altijd actueel en verdedigbaar zijn.
2.
3.
4.
Civiele rechter corrigeert vooral bij evidente onredelijkheid Langdurig feitelijk gedrag werkt juridisch door
Zonder duidelijke misslagen grijpt de civiele rechter niet in. Persoonlijke omstandigheden alleen zijn onvoldoende.
•
Billijkheid vraagt onderbouwing, geen vanzelfsprekendheid.
•
Neem proportionaliteit expliciet mee, maar voorkom overcorrectie uit voorzichtigheid.
Jarenlange acceptatie van een situatie ondermijnt civiele aanspraken, zelfs bij ontbrekende oude besluiten.
•
Feitelijk handelen over tijd is juridisch relevant.
•
Stuur op consistent uitvoeringsgedrag en leg dit zo goed mogelijk vast.
Civielrecht is geen herstelroute voor oude discussies
Civiele procedures slagen zelden als verkapte herkansing van eerdere keuzes.
•
Civielrecht bevestigt eerder dan corrigeert bestuurspraktijk.
•
Richt sturing op kwaliteit van uitvoering, niet op herstel via civiele procedures.
Overkoepelend kan gesteld worden dat ook in deze twee civielrechtelijke procedures de grootste civiele risico’s voor de gemeente liggen in actualiteit, proportionaliteit en consistent handelen over tijd. De civiele rechter fungeert daarbij primair als correctiemechanisme bij evidente onredelijkheid, niet als herbeoordelaar van bestuurlijke keuzes. Focuspunten zijn daarbij: 1. Investeer in actuele en realistische belangenafwegingen; civiele rechters tillen zwaar aan de feitelijke situatie op het moment van beoordelen. 2. Wees consequent en voorspelbaar in uitvoering over langere tijd; langdurig feitelijk handelen en acceptatie door betrokkenen versterken de civiele positie van de gemeente. 3. Onvolkomenheden in formele vastlegging leiden niet automatisch tot civiel risico, mits het handelen inhoudelijk redelijk en consistent is geweest. 4. Gebruik civiele procedures als spiegel voor redelijkheid en proportionaliteit.
39
6. Analyse: Inzichten uit interviews De inzichten die uit de interviews volgen en in hoofdstuk 6 omschreven worden, geven een verdere verdieping op de analyse. Specifiek het interview met de gemeenteraad geeft inzicht in de positie en rol van de gemeenteraad bij rechtszaken (deelvraag 5).
6.1 Bestuursrechtelijke procedures Algemeen • Vakafdelingen zijn in de basis bekend met de informele aanpak en staan hier doorgaans voor open, maar het vraagt wel continue aandacht om deze werkwijze levend te houden. In de praktijk komt het soms voor dat een medewerker van de primaire afdeling een voorkeur heeft voor een formele beslissing op bezwaar, omdat hij of zij ervan overtuigd is dat het oorspronkelijke besluit juridisch juist is. De informele aanpak richt zich echter niet op de juridische juistheid van het besluit, maar op het bespreken van het probleem dat de bezwaarmaker ervaart en het zoeken naar een passende oplossing. • De gemeente tracht stukken in beroeps- en hoger beroepszaken op tijd aan te leveren, een goed verweerschrift te schrijven en daarbij in te gaan op het beroepsschrift om het besluit van de gemeente nader te motiveren (en niet alleen te vervallen in alleen een herhaling van de beslissing op bezwaar) en een goede voorbereiding van het beroep of hoger beroep te bewerkstellingen. • De gemeente is aanwezig bij alle zittingen, uit respect richting eiser en de rechter. Soms zit er spanning op als de gemeente bij rechtszaken (alsook bij hoorzittingen ten aanzien van bezwaarschriften) aanwezig is gezien veiligheidsrisico’s.
Schikken of procederen door de gemeente • Redenen om te schikken kunnen zijn dat de gemeente het toch met eiser kan oplossen zonder tussenkomst van de rechter, wanneer er nieuwe informatie naar voren komt in beroep of hoger beroep, wanneer nieuwe jurisprudentie beschikbaar komt, of wanneer de rechter de gemeente voorhoudt dat zij iets niet goed heeft gedaan en er met een schikking wordt voorkomen dat er proceskosten moeten worden betaald (kosten-baten analyse). • Het mandaat tot welk bedrag een medewerker kan schikken ligt onvoldoende vast. Juridisch medewerkers hebben wel zelf mandaat om te schikken tijdens een zitting. Gaat het om kleinere bedragen dan maakt de medewerker zelf een afweging tijdens de zitting. Gaat het om grote bedragen en is bekend dat de zaak mogelijk niet standhoudt, dan vindt voorafgaand aan de zitting overleg met de leidinggevende en/of vakafdeling plaats tot hoever de schikking kan gaan. • Bij procedures binnen het algemene domein komt het bijna nooit voor dat een rechter bij partijen aandringt om te schikken. Gebeurt dit wel, dan kan een gemachtigde nooit door een rechter gedwongen worden om te schikken. Er zal altijd eerst overlegd worden met intern betrokken afdelingen/de portefeuillehouder of het bestuursorgaan.
Daarvoor kan de behandeling ter zitting door de rechter worden opgeschort en later weer worden geopend als er duidelijkheid is over de bereidheid om te schikken. Reflectie op gerechtelijke uitspraak over motiveringsgebreken of onzorgvuldigheid bij de gemeente • De gemeente vindt de motivering van uitspraken door de rechter over het algemeen voldoende; er wordt voldoende uitgelegd hoe tot een uitspraak is gekomen. • De gemeente weet waar een goede motivering voor een beslissing op bezwaar aan moet voldoen, streeft hier ook altijd naar en meent dat zij beslissingen op bezwaar over het algemeen voldoende motiveren (inclusief een goede belangenafweging). • Het is geïnterviewden binnen het sociaal domein niet bekend dat er sprake is van motiveringsgebreken of onzorgvuldigheid (onvoldoende belangenafweging). • Geïnterviewden binnen het algemeen domein herkennen wel dat de gemeente soms rechtszaken verliest op motiveringsgebreken en onzorgvuldigheid (onvoldoende belangenafweging). Intern 40
wordt dan gekeken hoe dit hersteld kan worden door nog eens kritisch te kijken naar de relevante feiten, omstandigheden en belangen. Opvolging van gerechtelijke uitspraken door de gemeente • Richting de betreffende portefeuillehouder wordt gedeeld welke uitspraken gegrond en ongegrond zijn. In eerste instantie via e-mail en als uitspraken daarvoor aanleiding geven, worden deze in het portefeuillehoudersoverleg besproken. • Alle gegronde beroepszaken en hoger beroepszaken worden in het wekelijkse clusteroverleg met juridisch medewerkers, teambreed binnen de afdeling JUR of afdelingsbreed binnen de afdeling JUR besproken; welke nieuwe beslissing is nodig, of welk beleid of welke regelgeving moet worden aangepast? • Binnen de kwaliteitscirkels waarin de afdeling JUR en de vakafdelingen deel van uitmaken, worden uitspraken ook regulier besproken. Indien nodig passen vakafdelingen, op advies van de afdeling JUR, beleid en/of regelgeving aan. • Nieuwe jurisprudentiee over gerechtelijke uitspraken kan zorgen dat lopende beroepszaken en hoger beroepszaken anders moeten worden opgelost door de gemeente. Bieden van maatwerk door de gemeente • Conform artikel 4:84 uit de Awb handelt de gemeente volgens het eigen beleid. Conform ditzelfde artikel kan de gemeente afwijkend handelen wanneer er bijzondere omstandigheden zijn (maatwerk).
• De gemeente past maatwerk ruimhartiger toe in vergelijking met andere gemeenten, vaak wordt maatwerk meegenomen in beslissingen op bezwaar. • Bij het toepassen van maatwerk dient rekening te worden gehouden met het scheppen van een precedent en het creëren van ongewenste willekeur. • Ook de rechter wenst een motivering waarom de gemeente afwijkt en op welke grond de gemeente dat doet. De gemeente dient dit voldoende te kunnen motiveren. • Binnen het algemeen domein blijkt het lastig maatwerk te bieden. Binnen het omgevingsrecht is immers sprake van derdebelanghebbenden waar rekening mee gehouden dient te worden, bij handhavingszaken weegt het algemeen belang voor inwoners ook mee. Binnen het sociaal domein zijn er meer mogelijkheden voor maatwerk dan in het algemeen domein. Doorlooptijden • Versnellen is niet mogelijk, de gemeente is afhankelijk van de rechter. • Het lukt de gemeente momenteel beter (dan enkele jaren terug) om tijdig een beslissing op bezwaar te nemen. Dat monitort de gemeente in het zaaksysteem. Daarin is de wettelijke beslistermijn zichtbaar en aan iedere jurist is de opdracht om binnen de termijn te ‘leveren’. • De werkdruk is op dit moment beheersbaar met gebruikmaking van inhuur. Wanneer er pieken zijn in aangeleverde bezwaarschriften (bijvoorbeeld 300 bezwaarschriften voor één vergunning voor de kap van bomen), moeten prioriteiten worden gesteld.
Dit betekent dat het langer kan duren voordat de gemeente een beslissing op bezwaar neemt. • Bij bezwaar kijkt de gemeente eerst of zij op een informele wijze samen met bezwaarmaker tot een oplossing kan komen. In deze fase ligt de nadruk op het vinden van een passende oplossing, waardoor vragen over ontvankelijkheid, zoals of de bezwaarmaker belanghebbende is, minder op de voorgrond staan. In de verkenning van de passende aanpak van het bezwaarschrift wordt altijd de ontvankelijkheid besproken. Zo worden bezwaarmakers niet verrast bij een eventuele formele behandeling. Als een bezwaar daarna toch formeel wordt behandeld, worden de niet-ontvankelijke bezwaren (mede gelet op de geringe tijdbelasting) met voorrang behandeld. • Bij herstelbesluiten wordt vaak door de rechter al aangegeven wat de gemeente dient te doen, dit hoeft de gemeente dan alleen nog uit te voeren (en versnelt de doorlooptijd). • De regie voor beroep en hoger beroep ligt bij de rechter, op deze doorlooptijd heeft de gemeente weinig invloed. • Er zit nu zo’n 1,5 jaar tussen het indienen van een beroep bij de rechtbank en de uitspraak en daarna nog eens 2,5 tot 3 jaar tussen het instellen van hoger beroep bij de RvS en de uitspraak. Dit was enkele jaren geleden veel korter (enkele maanden bij de rechtbank en circa 1 tot 1,5 jaar bij