RKT_Onderzoeksrapport 'Ieder z'n recht'_mei2026_def
Tekst van het document
41
de RvS). Soms belt de gemeente naar de RvS of zij de zaak niet vergeten is, om zo te proberen de procedure te versnellen.
6.2 Civielrechtelijke procedures Algemeen • In het bestuursrecht neemt de gemeente besluiten (is bepalend). Bijvoorbeeld een bestemmingsplan en omgevingsvergunningen; daar heeft een inwoner zich aan te houden. In het civielrecht is de gemeente over het algemeen een gelijkwaardigere partij dan in het bestuursrecht. • Vaak zijn er al veel gesprekken gevoerd tussen de partij en de gemeente, komt men er niet uit dan volgt vaak een civielrechtelijke procedure. In de regel met een bodemprocedure (dagvaarding), soms met een kort geding. • Civielrechtelijke procedures lopen eerst via de advocaten in dienst van de gemeente. Als de advocaten menen dat bij hen voldoende deskundigheid ontbreekt, zij onvoldoende tijd hebben omdat zij meerdere zaken behandelen of een politieke lading met een zaak gemoeid is waar externen naar dienen te kijken, wordt in overleg met de gemeente een zaak aan de stadsadvocaat AKD benelux law firm toegewezen. Het gaat om 3 zaken in 2022 t/m 2024, waarvan 1 zaak gezamenlijk met de advocaten in dienst van de gemeente is behandeld. Schikken of procederen door de gemeente • Als gemeente heb je de keuze om je te verweren of niet. De gemeente is terughoudend in het zelf voeren van civielrechtelijke procedures, hoewel dit wel eens voorkomt. Bij aanbestedingszaken is het geen keuze, de gemeente is per definitie verweerder.
• Advocaten proberen waar mogelijk procedures te voorkomen, bijvoorbeeld door onderhandeling, het belang van de gemeente staat steeds voorop. Bij aanbestedingskwesties is onderhandelen of zaken uitgebreid bespreken met de advocaat van de wederpartij, meestal geen mogelijkheid omdat gemeente ook oog moet houden voor belangen van derden betrokken partijen. • In het geval de advocaten menen dat de vordering van een eiser te hoog is of onredelijk, dan adviseren de advocaten de gemeente om zich te verweren. • Het advies van de advocaten om niet te procederen hoeft niet te worden gevolgd door een afdelingshoofd of het college. In een dergelijk geval zal de advocaat toch de gemeente vertegenwoordigen, tenzij dit in strijd is met de eed die hij heeft afgelegd. • In het civiel recht geldt dat wanneer een gedaagde zich niet verweert, de vordering in beginsel wordt toegewezen, tenzij de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daarom kan de gemeente beter niet niets doen als zij gedaagd is. • Procederen ter voorkoming van van precedentwerking is in de praktijk niet vaak voorkomend, kwesties zijn nu eenmaal zelden gelijk. • Mediation gebeurt niet in aanbestedingszaken; dit omdat een vorm van onderhandeling in aanbestedingen meestal niet passend is. In andere civiele procedures is er soms wel sprake van mediation.
Reflectie op rechterlijke uitspraak over motiveringsgebreken of onzorgvuldigheid bij de gemeente • De advocaten in dienst van de gemeente menen dat civielrechtelijke procedures voldoende worden gemotiveerd vanuit de gemeente. Een motiveringsgebrek bij een civiele procedure zal in 99% van de gevallen zijn ontstaan vóórdat er überhaupt juristen naar gekeken hebben. • Eisers voeren vaak motiveringsgebreken aan in bestuursrechtelijke procedures. In civiele kwesties speelt dit vaak geen rol, soms wel in aanbestedingszaken. • Het zorgvuldigheidsbeginsel is van belang in het aanbestedingsrecht; het is vaak een of zelfs de enige grond om een beslissing van de gemeente in een aanbesteding mee te proberen aan te vechten • Het gelijkheidsbeginsel speelt in civiele kwesties vrijwel nooit een rol, behalve bij aanbestedingszaken en Didamkwesties. Wat dat laatste betreft heeft de gemeente nog nooit een zaak verloren op het gelijkheidsbeginsel. • Aanbestedingszaken worden veelal afgedaan in kort geding. In een kort geding oordeelt een voorzieningenrechter alleen (dus enkelvoudig) over een zaak. Soms kan een gemeente een rechter
42
treffen die minder goed thuis is in specifieke materie, maar de rechter beslist wel. En dit kan in voorkomend geval dan weer leiden tot een voor gemeenten ongunstig vonnis. Een kort geding is doorgaans lagere rechtspraak, daar staat hoger beroep tegen open. Toch zie je dat hoger beroep zelden voorkomt in aanbestedingszaken. Dit komt omdat gemeenten bij de keuze om wel of niet in hoger beroep te gaan ook andere belangen meewegen. Bijvoorbeeld de doorlooptijd van een hoger beroep versus de tijd die nodig is om een heraanbesteding uit te voeren. Heraanbesteding is dan vaak sneller. Omdat gemeenten die keuzes meewegen, kan een ongunstig vonnis jegens gemeenten dan een vertekend beeld in de media geven, omdat ze zich neerlegt bij een uitspraak in plaats van in hoger beroep te gaan. Doorlooptijden • Versnellen is niet mogelijk, de gemeente is afhankelijk van de rechter. • Vertragen lukt soms wel met als doel ruimte te creëren om alsnog te zoeken naar en minnelijke oplossing.
6.3 Positie en rol gemeenteraad De RKT heeft vertegenwoordigers van 4 fracties gesproken, dit geeft daarmee geen volledig beeld van de gemeenteraad. De 4 fracties geven de volgende inzichten: Algemeen • Het gevoel bij een aantal fracties heerst dat er vaker bezwaar wordt gemaakt en er meer rechtszaken zijn dan in voorgaande jaren, met name in het algemeen domein. Waarom dat zo wordt ervaren? “Als ‘modeverschijnsel’; als een middel om te proberen de druk op de gemeente op te voeren. Maar ook door de woningbouwopgave, waardoor meer procedures door bezwaarmakers gestart worden.” • Inwoners en organisaties komen vaker inspreken, maken vaker bezwaar en benaderen sneller raadsleden in de laatste jaren, zo meent een van de fracties. “De afstand tussen inwoners en organisaties en raadsleden voelt de laatste jaren daardoor kleiner.” Soms pakken individuele raadsleden een rol in bemiddeling; het raadslid wordt benaderd door een inwoner of organisatie met een vraag en kijkt binnen de ambtelijke organisatie wie verantwoordelijk is om er (nogmaals) naar te kijken en het probleem zo tot een oplossing te brengen. In sommige gevallen slaagt dat. • Het kunnen toepassen van maatwerk is mede afhankelijk van het domein, zo wordt benoemd; in het sociaal domein is dit vaker mogelijk dan in het algemeen domein.
Sociaal domein • Een fractie stelt: “In het sociaal domein loopt de gemeente voorop met informele aanpak. Bezwaarmakers voelen zich gehoord. Er wordt ook vaak een informele oplossing gevonden.” Algemeen domein • De gemeente hanteert met name in het algemeen domein een ontmoedigingsbeleid, zo vindt een van de fracties; ingewikkelde juridische brieven die inwoners niet begrijpen (maar waarvan de ambtelijke organisatie meent dat alles goed op papier staat), brieven in plaats van een persoonlijk gesprek en gebrekkige communicatie richting inwoners naar aanleiding van vragen van inwoners. • Als de gemeente ruimtelijke plannen heeft, denken inwoners vaak dat deze plannen een voldongen feit zijn, zo benoemt een andere fractie. De gemeente dient beter na te denken hoe zij aan de voorzijde (al bij de eerste brieven) met een juiste tone of voice duidelijk kan maken dat plannen niet in beton gegoten zijn. Regelmatige participatietrajecten zijn daarbij van belang. Participatietrajecten staan onder druk vanwege de druk van subsidies (schop moet in de grond) en een ambtelijke organisatie met onvoldoende capaciteit en die niet snel genoeg kan acteren.
• Bij gebiedsontwikkelingen, vergunningen en dergelijke zijn rechtszaken te voorkomen door vaker het gesprek aan te gaan als gemeente en als gemeente zich af te vragen of we voldoende doen om een rechtszaak te voorkomen (zoals in het sociale domein), zo benoemt een fractie.
43
Informatievoorziening richting gemeenteraad • Over grote trajecten, vaak in de fysieke leefomgeving (denk aan Chroom 6, de Mestfabriek, Wijkevoort), wordt de raad voldoende geïnformeerd, zo vindt een van de fracties. • Toch menen meerdere fracties dat de informatievoorziening verbeterd kan worden: “Als je niet weet wat er speelt, weet je ook niet wat je mist. Je wil eerder bij zaken betrokken worden, om eventueel nog bij te kunnen sturen. Vaak wordt de raad te laat geïnformeerd.” En een andere fractie benoemd: “Na een rechtszaak met betrekking tot omgevingsplannen wordt de raad niet geïnformeerd door het college. In de krant lees ik pas de uitspraak.” Ook benoemt deze fractie: “Er wordt geen structurele informatie verstrekt, bijvoorbeeld via de p&c cyclus, wat wel interessant zou zijn voor de raad.
Welke rechtszaken hebben gespeeld, wat is daarvan de uitkomst, wanneer wordt de gemeente in het gelijk gesteld en wanneer niet en wat zijn onderliggende trends?” • Er is bij meerdere fracties dan ook behoefte aan een overzicht bijvoorbeeld per kwartaal (en bijvoorbeeld via de p&c cyclus); een totaaloverzicht van bestuursrechtelijke én civielrechtelijke zaken, welke zaken door de gemeente gewonnen zijn, welke zaken door de gemeente verloren zijn, wat onderliggende trends zijn waarom inwoners, organisaties, of de gemeente rechtszaken aanspannen of waarom de gemeente wel of niet wint, welke aankomende rechtszaken gaan spelen en eventueel de gemeente vergeleken in een benchmark met andere gemeenten. Zo’n totaaloverzicht mist. Op basis daarvan denken de fracties eerder te kunnen bijsturen (indien een zaak nog niet bij de rechter ligt). • Het jaarverslag van de commissies bezwaarschriften zijn niet bij alle fracties bekend. Of zijn wel bekend maar worden weinig gelezen. Fracties die de jaarverslagen wel kennen zijn van mening dat de jaarverslagen duidelijk zijn en niet anders hoeven te worden ingestoken.
44
7. Conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 7 beschrijft de conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoek.
7.1 Conclusies De conclusies luiden als volgt: Bestuursrecht Conclusie 1: Slechts een klein aantal bezwaren resulteert in beroep (gemiddeld 10%), een nog kleiner aantal van de beroepszaken resulteert in hoger beroep (gemiddeld 25%)35. • Van het aantal ontvangen bezwaren, varieert het aantal beroepszaken in 2022, 2023 en 2024 tussen de 7% en 14%. Gemiddeld gaat dus zo’n 10% in beroep (1/10 deel). • Na beroep gaat tussen 21% en 30% in hoger beroep in 2022, 2023 en 2024. Gemiddeld gaat dus zo’n 25% na beroep in hoger beroep (1/4 deel). Conclusie 2: De gemeente wordt voor grosso modo in 2/3 deel van de beroepszaken en in 4/5 deel van de hoger beroepszaken in het gelijk gesteld. • De gemeente wordt in 240 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 119 beroepszaken in het ongelijk gesteld. De gemeente wordt in 61 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 17 hoger beroepszaken in het ongelijk gesteld. Van de 359 beroepszaken in totaal wordt de gemeente in ongeveer 67% van de gevallen in het gelijk gesteld, van de 78 hoger beroepszaken in totaal wordt de gemeente in ongeveer 78% in het gelijk gesteld36. • In het sociaal en algemeen domein wordt de gemeente in 2022 t/m 2024 dus vaker in het gelijk gesteld dan dat zij in het ongelijk wordt gesteld, dit geldt zowel voor beroeps- als hoger beroepszaken.
Conclusie 3: In het algemeen domein worden (in absolute zin) meer beroepszaken gevoerd dan in het sociaal domein, terwijl hoger beroepszaken (in absolute zin) juist meer in het sociaal domein worden gevoerd dan in het algemeen domein. • Er worden van 2022 t/m 2024 in totaal 506 beroepszaken en 120 hoger beroepszaken gevoerd. Het betreft eerst een stijging tussen 2022 en 2023 en vervolgens een daling tussen 2023 en 2024 van het totaal aantal beroeps- en hoger beroepszaken; van 169 beroepszaken in 2022, naar 210 in 2023, naar 127 in 2024 en van in totaal 36 hoger beroepszaken in 2022, naar 46 in 2023, naar 38 in 2024 voor hoger beroepszaken37. • Van de 506 beroepszaken worden er 235 zaken in het sociaal domein en 267 zaken in het algemeen domein gevoerd. Van de 120 hoger beroepszaken worden er 78 zaken in het sociaal domein en 42 zaken in het algemeen domein gevoerd38.
35 Bron: tabel 2, 3 en 4, hoofdstuk 4. 36 Bron: tabel 11, hoofdstuk 4. 36 Bron: tabel 11, hoofdstuk 4. 37 Bron: tabel 3 en 4, hoofdstuk 4. 37 Bron: tabel 11, hoofdstuk 4. 38 Bron: tabel 3 en 4, hoofdstuk 4. 38 Bron: tabel 11, hoofdstuk 4.
45
Conclusie 4: In het sociaal domein is het aantal beroeps- en hoger beroepszaken (in absolute zin) het meest gezakt tussen 2023 en 2024. In het algemeen domein geldt dit eveneens voor beroepszaken, maar stijgt het aantal hoger beroepszaken tussen 2022 en 2024 jaarlijks met een beperkt aantal zaken. • In het sociaal en algemeen domein zakt het aantal beroepszaken met name tussen 2023 en 2024; van 94 in 2022, naar 97 in 2023, naar 48 in 2024 voor het sociaal domein en van 75 in 2022, naar 113 in 2023, naar 79 in 2024 voor het algemeen domein39. • Ook in het sociaal domein zakt het aantal hoger beroepszaken met name tussen 2023 en 2024; van 26 in 2022, naar 33 in 2023, naar 19 in 202440. In het algemeen domein is juist jaarlijks een kleine opeenvolgende stijging te zien van het aantal hoger beroepszaken; van 10 in 2022, naar 13 in 2023, naar 19 in 202441. Over conclusie 1 t/m 4 wordt opgemerkt dat de analyse van cijfers over rechtszaken is gebaseerd op de jaarverslagen commissies bezwaarschriften en aanvullende cijfers over deze jaarverslagen via afdeling JUR, met daarin opgenomen álle procedures in een jaar. Het gaat daarbij om zowel onherroepelijke zaken als niet onherroepelijke zaken. Conclusie 5: De gemeente zet binnen iedere processtap (bezwaar, beroep en hoger beroep) in op een informele aanpak, gericht op een minnelijke oplossing (zeker in het sociaal domein).
Na binnenkomst van het bezwaar wordt door de gemeente gekeken of informele afhandeling (zeker in het sociaal domein) mogelijk is. Is dat niet zo dan wordt opnieuw bij de formele afhandeling door de gemeente gekeken of alsnog een informele afhandeling mogelijk is. Tijdens de hoorzitting als onderdeel van de formele afhandeling door de gemeente, wordt weer getracht of het bezwaar informeel opgelost kan worden. Lukt dat niet dan wordt het bezwaar formeel afgehandeld, wat kan resulteren in een rechtszaak. Bij het beroepsschrift (als onderdeel van een rechtszaak) beoordeelt de gemeente opnieuw of een informele oplossing mogelijk is (bijvoorbeeld bij nieuwe argumenten van eiser). Ook tijdens beroep en hoger beroep wordt door de gemeente gepoogd een minnelijke oplossing te vinden, zonder de rechter. Conclusie 6: De gemeente is terughoudend in het zelf aangaan van hoger beroep. Beroep of hoger beroep wordt vaker ingesteld door de bezwaarmaker (eiser) dan door de gemeente. Is de rechtszaak gegrond dan legt de gemeente zich veelal neer bij de uitspraak; zij hecht waarde aan de uitspraak van de rechter. Alleen als het gemeentelijk beleid met de uitspraak wordt geraakt of de uitkomst van een zaak relevant is voor andere zaken (precedentwerking), gaat de gemeente in hoger beroep. De ambtelijke organisatie geeft aan dat dit zeer weinig gevallen in de afgelopen jaren betreft.
Conclusie 7: Beroeps- en hoger beroepszaken laten verschillende patronen zien op inhoud, op doorlooptijd en procesverloop en op uitkomsten (wie “wint” en waarom)42. Inhoud • Als besluiten geen standhouden, ligt dat meestal aan de zorgvuldigheid en/of de motivering; besluiten houden regelmatig geen stand wegens schending van art. 3:2 en 7:12 van het Awb (zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel). • Er zit een voorspelbaarheid in de toetsing van de rechter; rechters hanteren consequent het uitgangspunt dat wettelijke criteria leidend zijn, beleidsregels slechts in uitzonderlijke situaties terzijde worden geschoven en persoonlijke gevolgen zelden voldoende zijn voor een ander besluit. • De rechter legt de bewijslast consequent bij de eiser; zodra onduidelijkheid resteert valt dit bijna altijd uit in het nadeel van de eiser. Doorlooptijd en procesverloop • Procedures duren lang (gemiddeld 1 tot 5 jaar) zonder dat dit vaak tot andere uitkomsten leidt, herstelbesluiten verlengen procedures aanzienlijk (terwijl de materiële uitkomst vaak gelijk blijft). 39 Bron: tabel 3 en 4, hoofdstuk 4. 40 Bron: tabel 3 en 4, hoofdstuk 4. 41 Bron: tabel 3 en 4, hoofdstuk 4. 42 Bron: hoofdstuk 5.
46
•
Een lange doorlooptijd komt met name door rechtelijke instanties (bijv. er zit zo’n 1,5 jaar tussen hoger beroep en een rechtelijke uitspraak van de Raad van State (RvS)), maar soms ook door de gemeente (bijv. pieken in de aantallen ingediende bezwaarschriften over één onderwerp, uitgebreide bezwaarprocedures). Uitkomsten • In het sociaal domein (Participatiewet, Tozo, bijzondere bijstand) betekent schending van de inlichtingenplicht meestal intrekking/terugvordering, subjectieve verklaringen worden zelden als argument toegelaten en financiële gevolgen voor betrokkene worden zelden als onevenredig aangemerkt. • In het algemeen domein (omgevingsvergunningen en handhaving) worden besluiten relatief vaak vernietigd maar blijven rechtsgevolgen geregeld in stand of leiden na herstel alsnog tot hetzelfde resultaat. Het probleem zit voornamelijk in de onderbouwing en dossiervorming. Daarbij is het beginselplicht43 stevig, maar niet absoluut; zonder een zorgvuldige motivering waarom niet wordt gehandhaafd houdt het besluit vrijwel altijd geen stand. Conclusie 8: De gemeente zet in op het leren van rechtelijke uitspraken.
Alle gegronde beroeps- en hoger beroepszaken worden in het wekelijkse clusteroverleg met juridisch medewerkers, teambreed binnen de afdeling JUR of afdelingsbreed binnen de afdeling JUR besproken; welke nieuwe beslissing is nodig of welk beleid of welke regelgeving moet worden aangepast? Binnen de kwaliteitscirkels waar de afdeling JUR en de vakafdelingen deel van uitmaken, worden uitspraken ook regulier besproken. Indien nodig passen vakafdelingen, op advies van de afdeling JUR, beleid en/of regelgeving aan. Nieuwe jurisprudentie over rechtelijke uitspraken kan zorgen dat lopende beroepszaken en hoger beroepszaken anders moeten worden opgelost door de gemeente. Op verschillende manieren tracht de gemeente dan ook te leren van rechtelijke uitspraken. Civielrecht Conclusie 9: Hoewel het beeld dat volgt uit de twee civielrechtelijke procedures in de scope van dit onderzoek vanwege de beperktheid van het aantal zaken vooral als indicatief kan worden opgevat, laten de rechtelijke uitspraken wel patronen zien op inhoud en op uitkomsten (wie “wint” en waarom). Inhoud • De gemeente staat civielrechtelijk sterk bij een zorgvuldige belangenafweging. Wanneer de gemeente een verdedigbaar en proportioneel standpunt inneemt, haar belangenafweging goed kan onderbouwen en geen evidente onzorgvuldigheid of onredelijkheid laat zien levert dit een sterke positie op.
• De civiele rechter toetst terughoudend en respecteert beleids- en beoordelingsruimte. De civiele rechter corrigeert alleen bij evidente onevenwichtigheid of onredelijkheid en respecteert bestuurlijke beoordelingsruimte. • Actualiteit en de tijdsfactor zijn cruciaal in de beoordeling. De rechter kijkt nadrukkelijk naar ontwikkelingen in de tijd, niet alleen naar het formele startpunt. Uitkomsten • Redelijkheid en billijkheid begrenzen civiele claims. De rechter heeft oog voor persoonlijke omstandigheden, hoewel dit niet automatisch leidt tot toewijzing van civiele vorderingen. De rechter zoekt naar evenwicht en corrigeert alleen waar dat nodig is. • Feitelijk gedrag en aannemelijkheid wegen zwaarder dan formele perfectie. Het ontbreken van (oude) formele besluiten leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid. Langdurig voorspelbaar zijn in de uitvoering en acceptatie door betrokkenen is juridisch relevant. De civiele rechter beoordeelt het geheel van feiten en gedragingen, niet alleen de juridische vorm. Algemeen Conclusie 10: Hoewel de gemeenteraad wordt geïnformeerd over bestuursrechtelijke procedures, voldoet de informatievoorziening niet volledig aan wat een aantal raadsleden verwacht. 43 Beginselplicht: als de gemeente vaststelt dat een wettelijk voorschrift wordt overtreden, moet zij in principe handha-
vend optreden. 47
Jaarlijks informeert het college de raad via het jaarverslag van de commissies bezwaarschriften over (aantallen) bezwaren, beroeps- en hoger beroepszaken. Bij grote trajecten, vaak in de fysieke leefomgeving, worden raadsleden separaat geïnformeerd. Sommige raadsleden verwachten echter meer/andere informatie. Er is bij sommige raadsleden behoefte aan een overzicht per kwartaal (bijvoorbeeld binnen de p&c cyclus) waarbij een totaaloverzicht wordt gegeven van bestuursrechtelijke én civielrechtelijke zaken, in welke rechtszaken de gemeente in het (on)gelijk is gesteld, wat patronen zijn over waarom rechtszaken worden aangespannen, wat patronen zijn over waarom de gemeente wel of niet in het gelijk wordt gesteld en welke rechtszaken binnenkort gaan spelen. Zo’n totaaloverzicht mist momenteel voor deze raadsleden. Op basis daarvan denken deze raadsleden eerder te kunnen bijsturen (als een zaak nog niet bij de rechter ligt).
7.2 Aanbevelingen In de periode 2022 t/m 2024 merkt de RKT op dat ongeveer 10% van de bezwaren resulteert in beroep en van deze 10% beroepszaken ongeveer 25% resulteert in hoger beroep. Van een omvangrijk aantal besluiten die de gemeente jaarlijks neemt, eindigt dus slechts een klein deel in beroep en een nog kleiner deel in hoger beroep. Ook de uitkomst van een rechtszaak is voor de gemeente over het algemeen positief; in beroeps- en hoger beroepszaken wordt de gemeente immers vaak in het gelijk gesteld (grosso modo in 2/3 deel resp. 4/5 deel). In het kader van de aanbevelingen is door de RKT dan ook vooral gekeken naar verbetermogelijkheden om wat al goed loopt, nog verder te optimaliseren. Als de gemeente nu bijvoorbeeld een 8 scoort, kan zij daar wellicht een 9 of 10 van maken? De aanbevelingen moeten dan ook als zodanig worden gelezen. Hoewel de conclusies een duidelijke relatie hebben met de aanbevelingen, is de nummering van de aanbevelingen niet één op één gekoppeld aan de nummering van de conclusies. De aanbevelingen zijn geheel gericht aan het college. Aan het College van Burgemeesters & Wethouders Investeer (verder) in… Aanbeveling 1: Investeer in motiveringskwaliteit en zet in op zorgvuldigheid van gemeentelijke besluiten. Als bestuursrechters een besluit van de gemeente vernietigen is er vaak sprake is van onvoldoende onderbouwing van besluiten door de gemeente.
Rechters toetsen ook op zorgvuldigheid van genomen besluiten door de gemeente en grijpen in bij onzorgvuldig handelen. Motivering en zorgvuldigheid blijken kwetsbaar gezien de rechtelijkere uitspraken in dit onderzoek. De aanbeveling is daarom om (nog meer) te investeren in de besluitkwaliteit aan de voorkant; maak motivering en zorgvuldigheid van een besluit een expliciet kwaliteitscriterium. Zie juridische procedures niet als risico, maar als signaalfunctie voor bestuurskwaliteit. Transparantie en uitlegbaarheid zijn minstens zo belangrijk als juridisch gelijk. Denk daarbij verder aan: • Onderbouw een gemeentelijk besluit voldoende. • Maak bij de onderbouwing van een gemeentelijk besluit gebruik van een duidelijke juridische grondslag. • Motiveer afwijkingen van beleid expliciet. • Toets op proportionaliteit waarbij het gaat om het wegen van de noodzaak voor een ingrijpende maatregel. Waarom is een maatregel noodzakelijk en waarom volstaan (welke) alternatieven niet? • Pas het evenredigheidsbeginsel voldoende toe en zorg dat de belangenafweging voor inwoners en organisaties volledig en transparant is. Aanbeveling 2: Investeer in consistent, proportioneel en voorspelbaar gemeentelijk handelen om civielrechtelijke procedures zover als mogelijk te voorkomen. Civiele procedures zijn geen verlengstuk voor het bestuursrecht.
De civiele rechter fungeert als vangnet, niet als structureel correctiemechanisme van bestuursbesluiten. Bestuursrechtelijke kwaliteit kan civielrechtelijke escalatie voorkomen. Voor het civielrecht geldt dat bestuursrechtelijke keuzes langs een billijkheidslat worden gelegd. Consistent, proportioneel handelen inclusief een zorgvuldige belangenafweging, 48
evenals voorspelbaar zijn in de uitvoering over langere tijd zijn dan ook belangrijke verdedigingslijnen voor de gemeente en dienen expliciet meegenomen te worden in bestuurlijke afwegingen en in de uitvoering. Specifiek voor financiële claims (bijvoorbeeld in relatie tot een schuldregeling en terugvordering/intrekking van (bijzondere) bijstand) geldt de noodzaak voor realisme; de onderbouwing hiervoor moet actueel, reëel en verdedigbaar zijn. Denk daarbij verder aan: • Stuur op het voorkomen van escalatie, niet op herstel via civiele procedures. Gebruik civiele procedures als spiegel voor de uitvoeringskwaliteit. • Handel door de tijd heen consequent en voorspelbaar. • Zorg dat besluiten proportioneel (dat wil zeggen redelijk) zijn. • Borg dat financiële vorderingen realistisch (dat wil zeggen gematigd, niet te ambitieus) en goed onderbouwd zijn. Stuur niet primair op een maximale opbrengst voor de gemeente, maar op een houdbare en verdedigbare inzet. Aanbeveling 3: Verstevig de communicatie richting aanvrager of bezwaarmaker over bewijsvoering. Ontbrekende, onvolledige of niet-verifieerbare bewijsstukken leiden vaak tot afwijzing van een aanvraag of bezwaar door de gemeente. Met name in het sociaal domein is het uitkomstpatroon bij de rechter consistent; onduidelijkheid zorgt in het algemeen voor verlies voor de eiser. Eisers onderschatten structureel hun bewijslast.
Het kan dat communicatie over bewijsvereisten door de gemeente onvoldoende effectief is. Procedures kunnen soms voorkomen worden door betere uitleg van de gemeente aan aanvragers of bezwaarmakers vooraf. De aanbeveling is daarom de preventieve rol van de gemeente te versterken; geef uitleg, geef begeleiding en doe aan verwachtingsmanagement. Denk daarbij verder aan: • Communiceer helder over de bewijsvereisten richting aanvrager of bezwaarmaker. • Vermijd zoveel mogelijk ingewikkelde juridische brieven, ga liever tijdig het gesprek aan en reageer tijdig op vragen van aanvragers of bezwaarmakers. • Zorg dat dossiers op orde zijn vóór gemeentelijk besluitvorming plaatsvindt; voldoen documenten van aanvrager of bezwaarmaker aan de formele eisen, aangevuld met objectieve bewijsvoering indien nodig? Zo niet, informeer de aanvrager of bezwaarmaker daarover. • Blijf ambtelijk medewerkers trainen over formele eisen, het verzamelen en beoordelen van objectieve bewijsvoering en het vastleggen van relevante feiten, de motiveringsplicht en juridische zorgvuldigheid. Goed geïnformeerde medewerkers voorkomen fouten en versterken de juridische positie van de gemeente. Houd vast… Aanbeveling 4: Blijf inzetten op de informele aanpak voor de afhandeling van bezwaren. De informele aanpak bij bezwaarprocedures is een aantal jaar een belangrijke werkwijze binnen de gemeente.
Het doel is om conflicten tussen de inwoner en de gemeente zo vroeg mogelijk op een oplossingsgerichte en laagdrempelige manier aan te pakken, voordat een formele juridische procedure nodig is. De geboden oplossingen zijn divers; bijvoorbeeld aanpassing van het besluit, het verstrekken van heldere uitleg en communicatie of een door partijen gevonden creatieve oplossing buiten het juridisch kader, zo geven ambtelijk betrokkenen aan tijdens de interviews. Het leidt daarbij vaak tot intrekking van het bezwaar, niet het doel op zich maar wat wel een mooie bijvangst vormt voor de gemeente. De aanbeveling is dan ook om de inzet op de informele aanpak vast te blijven houden. Aanbeveling 5: Blijf leren van rechtelijke uitspraken met feedbackloops en communiceer hierover richting de gemeenteraad. Een aanzienlijk deel van bestuursrechtelijke procedures functioneert nu als verlengd besluitvormingsproces, waarbij de rechter tekortkomingen corrigeert die de gemeente zelf eerder had kunnen oplossen. Herstelbesluiten verlengen juridische procedures maar veranderen uitkomsten vaak niet. En vergroten de werkdruk, kosten en reputatierisico’s voor de gemeente. Naast het feit dat de ambtelijke organisatie de rechtelijke uitspraken momenteel al frequent evalueert en daarop acteert, kan zij nog verder leren van vernietigde besluiten door de rechter.
De aanbeveling is om feedbackloops in te bouwen; een frequente
49
analyse van verloren rechtszaken/vernietigde besluiten, waarom dat zo is en hoe te voorkomen/wat te verbeteren? Blijf rechtelijke uitspraken actief gebruiken als leerinstrument en communiceer jaarlijks over wat deze feedbackloops hebben opgeleverd richting de raad. Inventariseer… Aanbeveling 6: Inventariseer welke informatie raadsleden ten aanzien van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures wensen. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over bezwaren, beroeps- en hoger beroepszaken via de jaarverslagen van de commissies voor de bezwaarschriften sociaal en algemeen domein. Sommige raadsleden hebben de wens gedurende het jaar te kunnen bijsturen. Het gaat daarbij om verdiepend inzicht in bestuursrechtelijke én civielrechtelijke zaken; in welke rechtszaken de gemeente in het (on)gelijk is gesteld, wat patronen zijn over waarom rechtszaken worden aangespannen, wat patronen zijn over waarom de gemeente wel of niet in het gelijk wordt gesteld en welke rechtszaken binnenkort gaan spelen. Deze informatie zou mogelijk via de p&c cyclus (meermaals per jaar) inzichtelijk gemaakt kunnen worden. De aanbeveling is om de wensen van de raad ten aanzien van de informatievoorziening over rechtszaken nader bij hen te inventariseren en daarop te acteren.
50
Lijst met afkortingen Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Afdeling Juridische Zaken & Inkoop Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Algemene wet bestuursrecht Centrale Raad van Beroep College van Burgemeester & Wethouders Commissie bezwaarschriften sociale zaken / algemene zaken Gemeenteraad Gemeente Tilburg Rekenkamer Tilburg
RvS afdeling JUR abbb Awb CRvB college commissie(s) bezwaarschriften raad gemeente44 RKT
44 Wat betreft bestuursrecht is het college van B&W of de burgemeester bevoegd, wat betreft civielrecht is de publiek-
rechtelijke rechtspersoon, zijnde de gemeente Tilburg, bevoegd. 51
DEEL 2 BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
52
Onderwerp Onderzoek Rekenkamer Tilburg Ons kenmerk 3246034 Afdeling Juridische Zaken & Inkoop Behandelend ambtenaar J. van de Wiel Postadres
Geachte leden van de Rekenkamer, Allereerst willen wij u hartelijk bedanken voor dit onderzoeksrapport. Wij zijn uiterst content met de uitkomsten, omdat daaruit blijkt dat de stappen van de afgelopen jaren succesvol zijn en we veel procedures zorgvuldig en succesvol afronden. Ook dank aan afdeling Juridische Zaken, die input en veel capaciteit heeft geleverd om tot dit resultaat te komen. Er ligt een rapport waaruit we opmaken dat we al langer op de goede weg bezig zijn met enkele aandachtspunten voor de komende periode. Dat is waar het ons om gaat, een betrouwbare overheid met rechtvaardige procesvertegenwoordiging waarbij onze inwoners ervan uit kunnen gaan dat hun rechtszekerheid is geborgd. We gaan hierna in op uw aanbevelingen. Aanbeveling 1: Investeer in motiveringskwaliteit en zet in op zorgvuldigheid van gemeentelijke besluiten. • Overnemen. Deze aanbeveling nemen wij ter harte. Wij blijven hierbij refereren aan de noodzakelijke motivering als een belangrijk algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Aanbeveling 2: Investeer in consistent, proportioneel en voorspelbaar gemeentelijk handelen om civielrechtelijke procedures zover als mogelijk te voorkomen. • Overnemen. Dit gebeurt al, met als een gevolg de beperkt aantal civiele zaken die in de scope van uw onderzoek viel. Wij investeren verder in het vermijden van civiele conflictsituaties.
Aanbeveling 3: Verstevig de communicatie richting aanvrager of bezwaarmaker over bewijsvoering. Ontbrekende, onvolledige of niet-verifieerbare bewijsstukken leiden vaak tot afwijzing van een aanvraag of bezwaar door de gemeente. • Overnemen. Wij herkennen dat ontbrekende, onvolledige of niet-verifieerbare bewijsstukken regelmatig leiden tot afwijzing van aanvragen. Wij verkennen hoe wij aanvragers en bezwaarmakers nog duidelijker kunnen informeren over de eisen aan bewijsvoering. Aanbeveling 4: Blijf inzetten op de informele aanpak voor de afhandeling van bezwaren. • Overnemen. We herkennen de aanbeveling en zien dit als bevestiging dat we met de juiste aanpak bezig zijn. We zijn trots op deze aanpak en blijven hierin investeren. 53
Datum 12 mei 2026 Uw kenmerk Doorkiesnummer 9540 Fax Bezoekadres
Aanbeveling 5: Blijf leren van rechterlijke uitspraken met feedbackloops en communiceer hierover richting de gemeenteraad. • Overnemen. Met dien verstande dat informatie over procedures die namens het college en/of de burgemeester worden gevoerd niet worden gecommuniceerd naar de Raad maar haar het college. Aanbeveling 6: Inventariseer welke informatie raadsleden ten aanzien van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures wensen. • Overnemen. Jaarlijks bieden wij de raad het jaarverslag aan, waarin wij de relevante trends en ontwikkelingen rondom in ieder geval de bestuursrechtelijke procedures uiteenzetten. Dit vormt in onze ogen een passend instrument voor raadsleden om zich hierover te informeren. Voor het komende jaarverslag 2025 wordt de mogelijkheid wederom aan raadsleden geboden zich nader (al dan niet mondeling) te laten informeren. Kanttekeningen Naast de positieve resultaten uit uw rapport, vragen wij aandacht voor het gebruik van Artificiële Intelligentie (hierna te noemen AI). Het is een snelle ontwikkeling met de nodige risico’s binnen juridische contexten (hetgeen de rechtspraak ook bezighoudt). Wij gaan dan ook graag met u het gesprek aan over de inzet van AI voor toekomstige onderzoeken. Daarnaast was het bepalen van de juiste scope en het reproduceren van de (enorm diverse) data uit verschillende systemen, niet gemakkelijk.
Het verlangde een nauwe samenwerking en afstemming tussen vraagsteller en inhoudelijk leverancier, alsook deskundigheid over de data. Wij herkennen ons dan ook niet in uw voorwoord omdat dit geen recht doet aan de gepleegde inzet en wederkerigheid in de samenwerking. Tenslotte laten wij u weten dat wij bewust niet vanuit individuele portefeuillehouders hebben gereageerd op uw verzoeken, om zo de scheiding tussen inhoud en juridische zaken te borgen. Tot slot Wij kijken er naar uit om samen met de raad en de ambtelijke organisatie verder invulling te geven aan de rechtvaardige procesvertegenwoordiging zoals wij die al langer ervaren. Wat dit aangaat is de titel van uw rapport treffend, omdat ¨ieder zijn recht heeft¨. Uw aanbevelingen zien wij daarbij als ondersteunend, waarvoor wij u – nogmaals – willen danken.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders,
mevr. ir. J.G. Robberse wnd. gemeentesecretaris
mevr. F.Q. Gräper - van Koolwijk burgemeester
54
BIJLAGEN
55
Bijlage 1: Vragenlijsten interviews Portefeuillehouders: 1.
2.
3. 4. 5.
Hoe vindt u dat de gemeente in zijn algemeenheid omgaat met rechtszaken? Wat wordt er gedaan om rechtszaken te voorkomen (bijv. uitgangspunten, werkwijzen e.d. op beleidsniveau)? Heeft de gemeente hier beleid op geformuleerd? Zo ja, hoe ziet dat eruit en hoe wordt dit gemonitord? Zo nee, waarom niet? Bent u vanuit uw rol als portefeuillehouder in 2022, 2023 of 2024 betrokken geweest bij beroep, kort geding, bodemprocedures, verzoekschriften, hoger beroep? Op welke wijze bent u betrokken geweest? Welke sturing heeft u zelf gegeven? Heeft u een rol gespeeld bij de opvolging van de gerechtelijke uitspraak door de gemeente? Op welke wijze? Heeft de gemeente volgens u geleerd van rechtszaken die gegrond of gegrond zijn verklaard (bestuursrechtelijk) of zijn toegewezen (civielrechtelijk)? Waar kan de gemeente volgens u verbetering aanbrengen in het proces van beroep (bestuursrechtelijk) of zaak in eerste aanleg (civielrechtelijk) t/m de opvolging van gerechtelijke uitspraken binnen de gemeente?
Ambtelijke organisatie: 1.
Hoe vindt u dat de gemeente in zijn algemeenheid omgaat met rechtszaken? Wat wordt er gedaan om rechtszaken te voorkomen (bijv. uitgangspunten, werkwijzen e.d. op beleidsniveau)? 2. Kan de gemeente zelf (via het college, de portefeuillehouder(s) of ambtelijk mandaat?) een afweging maken tussen schikken of procederen? Wat weegt men mee in het maken van deze afweging? 3. Wat is uw eigen reflectie op de motiveringen van gerechtelijke uitspraken waar u bij betrokken bent geweest? 4. Heeft u een rol gespeeld bij de opvolging van de gerechtelijke uitspraak door de gemeente? Op welke wijze? 5. Heeft de gemeente volgens u geleerd van rechtszaken die gegrond of gegrond zijn verklaard (bestuursrechtelijk) en/of zijn toegewezen (civielrechtelijk)? 6. Waar kan de gemeente volgens u verbetering aanbrengen in het proces van beroep (bestuursrechtelijk) of zaak in eerste aanleg (civielrechtelijk) t/m opvolging van gerechtelijke uitspraken binnen de gemeente? 7. Een groot deel van de rechtszaken is in beroep/hoger beroep ingetrokken. Heeft u hier een verklaring voor? 8. Hoe wordt een goede balans gevonden tussen de toepassing van wet- en regelgeving enerzijds en het bieden van maatwerk en flexibiliteit anderzijds? 9. Hoe wordt volgens u invulling gegeven aan de motiveringsplicht en aan voldoende belangenafweging door de gemeente? 10.
Wat zijn oorzaken voor een lange doorlooptijd? Welke rol kan de gemeente zelf spelen in het beperken van de doorlooptijd? Advocaten in dienst van de gemeente: Algemeen: 1. Hoe vindt u dat de gemeente in zijn algemeenheid omgaat met rechtszaken? Wat wordt er gedaan om rechtszaken te voorkomen (bijv. uitgangspunten, werkwijzen e.d. op beleidsniveau)? 2. Wat gaat er vooraf aan het starten van een civielrechtelijke procedure? Welke redenen voor het starten van een civielrechtelijke procedure zijn er? 3. Kunt u kort het proces schetsen van het moment dat er een kort geding, bodemprocedure of verzoekschriftprocedure wordt gestart t/m opvolging van rechterlijke uitspraak door de gemeente? 4. Wanneer wordt een zaak naar de stadsadvocaat doorgezet (AKD)? 5. Hoe zorgt de gemeente volgens u dat zij een goede balans houdt tussen de toepassing van wet- en regelgeving enerzijds en het bieden van maatwerk en flexibiliteit anderzijds?
56
6. 7.
Hoe wordt volgens u invulling gegeven aan de motiveringsplicht en het zorg dragen voor voldoende zorgvuldigheid door de gemeente? Wat zijn oorzaken voor een lange doorlooptijd? Welke rol kan de gemeente zelf spelen in het beperken van de doorlooptijd?
Gemeenteraad: 1. 2. 3. 4.
Hoe vindt u dat de gemeente in zijn algemeenheid omgaat met rechtszaken? Hoe is de gemeenteraad betrokken geweest bij rechtszaken in 2022, 2023 en 2024? Wat vindt u van de wijze waarop de gemeenteraad is betrokken? Zijn de instrumenten45 die de gemeenteraad heeft om (desgewenst) sturing en controle uit te oefenen voldoende en effectief ingezet door de gemeenteraad?
45
Denk aan: • Kaderstellend: Raadsagenda/raadsprogramma, planning & control (programmabegroting), start- of beleidsnotities, verordenende bevoegdheid, recht van initiatief, recht van amendement, motie, schriftelijke en mondelinge vragen en interpellatie. • Controlerend: Planning & Control (jaarstukken), beleidsevaluaties, accountantscontrole, onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur, Rekenkamer onderzoeken, recht van onderzoek (enquête), mondeling & schriftelijk vragenrecht, informatieplicht van college en burgemeester, recht van interpellatie.
57
Bijlage 2: Overzicht zaaknummers rechtszaken Bestuursrechtelijke procedures Uitspraken beroep en hoger beroep in 2024 Beroep, gegrond Sociaal domein BRE 22/5839 TOZO BRE 23/2538 PW BRE 23/3987 PW BRE 23/8935 PW BRE 23/9229 PW BRE 23/10234 PW BRE 23/9343 PW
Algemeen domein BRE 21/608 WET BRE 21/975 WOB BRE 21/3444 WOB BRE 22/5413 GEMWT BRE 23/115 WABOA BRE 23/2495 BRE 23/8945 VEROR BRE 23/10971 GEMWT
BRE 23/11285 GEMWT BRE 23/1434 WABOA BRE 24/2050 PW BRE 24/3049 BRP 202300082/1/A2 202108092/1/R2* BRE 24/1434 WABOA BRE 24/4940 WOO
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (AbRvS) behandeld. Beroep, ongegrond Sociaal domein BRE 22/1435 BBZ BRE 22/1625 PW BRE 22/4445 PW BRE 22/4630 WMO15 BRE 22/5282 WMO15 BRE 22/5509 PW BRE 23/452 PW BRE 23/683 PW
BRE 23/2404 PW BRE 23/2408 PW BRE 23/2673 PW BRE 23/2824 PW BRE 23/8989 PW BRE 23/9652 PW BRE 23/10621 PW SHE 23/3318 PW
BRE 24/1570 PW BRE 24/3179 PW BRE 24/4779 PW
BRE 24/1666 WABOM BRE 24/1677 GEMWT BRE 24/4087 WET BRE 24/5428 GEMWT BRE 24/5484 BRE 24/1178 VEROR SHE 24/637 WABOA SHE 24/1178 VEROR
202305348/1/R4 202306889/1/R4 202404343/1/R4 202303002/1/R2* 202305695/1/R2* 202204002/1/R2*
Algemeen domein BRE 23/2900 ACTMIL BRE 23/2920 HOREC BRE 23/3702 WABOA BRE 23/10033 GEMWT BRE 23/10553 GEMWT BRE 23/10554 GEMWT BRE 23/12190 WABOA BRE 24/894 GEMWT
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij AbRvS behandeld.
58
Hoger beroep, gegrond Sociaal domein CRvB 22/248 TOZO
Algemeen domein 202207321/1/A3 202303104/1 202305068/1/R2
Hoger beroep, ongegrond Sociaal domein CRvB 22/592 NIOAZ CRvB 22/3054 PW CRvB 22/3939 PW CRvB 23/1249 PW CRvB 23/1273 PW CRvB 23/2335 WMO CRvB 22/2575 PW CrvB 22/2577 PW
CRvB 22/3051 PW CRvB 21/2876 PW CRvB 21/2887 PW CRvB 21/2888 PW
Algemeen domein 202201348/1/R2 202201347/1/R2 202201699/1/A3 202203437/1/A3 202204156/1/A3 202202921/1/R2 202205111/1/R2 202205483/1/R2
202205778/1/R2 202202606/1/R2 202104193/1/R2 1202201699/1/A3 202303168/1/R2
Uitspraken beroep en hoger beroep in 2023 Beroep, gegrond Sociaal domein BRE 20/363 PW BRE 21/1398 PW BRE 21/3017 PW BRE 21/3620 WMO15 BRE 21/3674 PW BRE 21/3712 WMO15 BRE 21/3729 WMO15 BRE 21/4100 PW
BRE 22/200 PW BRE 22/916 WMO BRE 22/2167 PW BRE 23/1783 WMO BRE 21/1935 PW BRE 21/2060 PW BRE 21/2337 PW BRE 21/4314 WMO15
Algemeen domein BRE 20/9940 WABOA BRE 21/562 GEMWT BRE 22/14 AVG BRE 22/728 WABOA BRE 22/738 WABOA BRE 23/2600 BRE 23/2994 BRE 23/3524 WOO
BRE 23/3739 WOO BRE 23/1856 GEMWT 202101244/1/R2* 202102523/1/R1* 202003559/3/R2* 202101527/1/R2* 202204370/1/R2*
59
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij AbRvS behandeld. Beroep, ongegrond Sociaal domein BRE 21/1607 PW BRE 21/1866 WET BRE 21/2043 PW BRE 21/2130 PW BRE 21/2137 PW BRE 21/2298 PW BRE 21/2424 PW BRE 21/2672 WET
BRE 21/2673 WET BRE 21/2823 PW BRE 21/2908 PW BRE 21/3037 PW BRE 21/3594 PW BRE 21/3619 WMO15 BRE 21/3732 PW BRE 21/3910 PW
BRE 21/3991 PW BRE 21/4133 WMO15 BRE 21/4223 WMO BRE 21/4339 PW BRE 21/4669 PW BRE 21/4916 PW BRE 22/1457 PW BRE 22/1547 PW
BRE 22/1659 PW BRE 22/2326 WMO15 BRE 22/2365 PW BRE 22/2676 PW BRE 22/2955 BBZ BRE 22/3465 PW BRE 22/3876 PW BRE 22/4098 TOZO
BRE 21/5778 WABOA BRE 22/45 WABOM BRE 22/722 WOB BRE 22/1494 WABOA BRE 22/1841 GEMWT BRE 22/1962 GEMWT BRE 22/2395 WABOA BRE 22/3560 WABOA
BRE 22/3600 WABOA BRE 22/3602 WABOA BRE 22/3614 WABOA BRE 22/3690 WET BRE 22/3699 WET BRE 22/3869 WET BRE 22/3918 WABOM BRE 22/3993 GEMWT
BRE 22/4717 WET BRE 23/30 GEMWT BRE 23/110 WABOA BRE 23/1613 BRE 23/1851 WABO BRE 23/2339 WET BRE 23/2734 VEROR BRE 23/2896 WABOA
BRE 22/4154 PW BRE 22/4686 PW BRE 22/4740 WMO15 BRE 22/4870 PW BRE 22/5302 PW BRE 22/5685 JW BRE 23/1713 PW
Algemeen domein BRE 21/1676 ACTMI BRE 21/2323 GEMWT BRE 21/2907 GEMWT BRE 21/3347 ACTMIL BRE 21/3349 ACTMIL BRE 21/3502 WABOA BRE 21/4933 WABOA BRE 21/5777 WABOA 202303530/1/R2* 202203406/1/R2* 202108085/1/R2* 202205207/1/R2* 202201167/1/R1*
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij AbRvS behandeld. Hoger beroep, gegrond Sociaal domein CRvB 20/3341 PW BRE 21/1909 PW CRVB 21/2050 PW CRvB 21/703 PW
Algemeen domein 202200228/1/A2 202102025/1/R2
60
Hoger beroep, ongegrond Sociaal domein BRE 21/2388 PW CRvB 21/704 PW CRvB 21/3067 PW CRvB 21/3068 PW BRE 22/881 PW BRE 22/930 PW CRvB 22/796 PW CRvB 22/2112 WMO15
CRvB 22/2560 TOZO CRvB 22/3024 PW
Algemeen domein 202203561/1/A2 202100263/1/R2 202100827/1/R2 202104193/1/R2 202107925/1/R2 202203561/1/A3
Uitspraken beroep en hoger beroep in 2022 Beroep, gegrond Sociaal domein BRE 20/8442 PW BRE 20/8920 PW BRE 20/9502 PW BRE 20/9932 PW BRE 20/10004 PW BRE 20/10136 PW BRE 21/1258 PW BRE 21/3183 PW
BRE 21/3384 PW BRE 21/3436 TOZO BRE 21/1535 PW BRE 21/2267 PW BRE 21/820 WMO15 BRE 22/1891 TOZO
Algemeen domein BRE 20/152 WET BRE 20/8078 GEMWT BRE 20/9283 WET BRE 20/9210 WET BRE 20/9211 WET BRE 20/9212 WET BRE 20/9213 WET BRE 21/3136 GEMWT
BRE 22/273 WABOA 202103466/1/R2* 201905487/2/R2* BRE 22/607 WABOA BRE 22/608 WABOA BRE 22/609 WABOA BRE 22/610 WABOA BRE 22/611 WABOA
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij AbRvS behandeld. Beroep, ongegrond Sociaal domein BRE 20/8220 WMO15 BRE 20/8444 IOAZ BRE 20/8466 PW BRE 20/8850 PW BRE 20/8917 PW BRE 20/9282 PW BRE 20/9522 WM015
BRE 20/9889 PW BRE 20/9991 PW BRE 20/10177 PW BRE 21/567 PW BRE 21/655 TOZO BRE 21/713 PW BRE 21/797 PW
BRE 21/901 PW BRE 21/899 PW BRE 21/951 PW BRE 21/1026 PW BRE 21/1059 WMO15 BRE 21/1233 TOZO BRE 21/1639 PW
61
BRE 21/1735 PW BRE 21/1936 PW BRE 21/1925 PW BRE 21/2046 PW BRE 21/2316 PW BRE 21/2319 WMO15 BRE 21/2778 TOZO
BRE 20/9882 PW
BRE 21/799 PW
BRE 21/3449 PW BRE 21/3834 TOZO BRE 21/2501 PW BRE 21/4243 TOZO BRE 21/4251 TOZO BRE 21/4347 VEROR BRE 21/5752 PW BRE 21/5753 PW
BRE 22/822 TOZO BRE 22/2130 PW BRE 22/2938
BRE 21/1734 PW
BRE 21/3042 PW
BRE 21/2861 GEMWT BRE 21/2917 GEMWT BRE 21/3203 WOB BRE 21/3193 WABOA BRE 21/3251 WABOA BRE 21/3252 WABOA BRE 21/3256 WABOA BRE 21/3257 WABOA
BRE 21/3258 WABOA BRE 21/3263 WABOA BRE 21/3993 GEMWT BRE 21/3994 GEMWT BRE 21/4195 WET BRE 21/4438 GEMWT BRE 21/4470 WABOA BRE 21/4471 WABOA
Algemeen domein BRE 22/2104 WET BRE 20/8723 BRP BRE 20/9288 OPIUMW BRE 20/9926 WET BRE 21/155 WABOA BRE 21/459 BRP BRE 21/1260 WABOA BRE 21/1504 OPIUMW
BRE 21/1662 WABOM BRE 21/1689 WABOM BRE 21/1885 WABOA BRE 21/2062 GEMWT BRE 21/2442 WABOA BRE 21/2365 WET BRE 21/2377 WABOA BRE 21/2604 GEMWT
BRE 21/4472 WABOA BRE 21/4473 WABOA BRE 21/4474 WABOA BRE 21/5026 GEMWT BRE 22/3959 WABOA 202105360/1/R1 202100035/1/R2* 202200923/2/R2*
* Naar aanleiding van een raadsbesluit. Beroepen tegen raadsbesluiten in het ruimtelijk domein worden rechtstreeks bij AbRvS behandeld. Hoger beroep, gegrond Sociaal domein CRvB 20/971 PW
Algemeen domein BRE 21/444 GEMWT 202105732/1/A3 202005363/1/R2
Hoger beroep, ongegrond Sociaal domein CRvB 19/3249 PW CrvB 19/4127 PW CRvB 20/396 PW CRvB 20/1112 BBZ CRvB 20/2721 PW CRvB 20/2817 PW CRvB 20/3362 PW CRvB 20/3368 WMO
CRvB 20/3370 WMO15 CRvB 20/3603 PW CRvB 20/3604 PW CRvB 20/4341 PW CRvB 21/1361 PW CRvB 21/3417 NIOAW
Algemeen domein 202200609/1/A3
202105951/1/A3 62
202005307/1/A2 202005385/1/A2 202006126/1/R2 202105913/1/A3 202107977/1/A3 202004494/1/R2 202006846/1/R3
Civielrechtelijke procedures Uitspraken bodemprocedures in 2024 Afgewezen C/02/409988 HA ZA 23-288
Uitspraken verzoekschriften in 2024 Afgewezen C/02/418630 FT RK 24/70
63