Bijlage 7 - Beantwoording op de vragen van de raadsleden (ronde 1) Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Evelien Kostermans
109
93
PvdD
In 2025 worden er 2 onderzoeken gestart mbt de zonering van natuurgebieden maar ook naar de bescherming van landschappen, hagen etc. a. Wanneer zijn deze onderzoeken naar verwachting klaar? b. Wanneer wordt gestart met de uitvoering? c. Welke samenwerkingspartners zijn hierbij betrokken? Groen en natuur : “In 2025 gaan we onderzoeken of het mogelijk is Kleurkeur op te nemen in nieuwe beheercontracten.” a. Wie gaat dit onderzoek verrichten? b. Wordt de raad op de hoogte gesteld van de onderzoeksresultaten?
Bij kleurkeur willen we meer ‘kennis in het veld’ organiseren. Het ecologisch en biodivers beheer vraagt om expertise en minder om via vooraf bepaalde Excel sheets het onderhoud te organiseren. In principe organiseren we dat zelf wellicht aangevuld met advies van derden. De raad wordt geïnformeerd over de resultaten.
Evelien Kostermans
Evelien Kostermans
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr. 111
Pagina 55 van 83
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
99
PvdD
Doel: Tilburg is klimaatneutraal in 2045 (huidige doel), 2050 (nieuw doel per oktober 2024): Welke mogelijkheden zijn er om als gemeente private daken in te zetten voor de opwek van zonne-energie, verdergaand dan huiseigenaren er toe aan te zetten?
Verdergaand dan aanzetten zijn er geen mogelijkheden. Er is altijd toestemming en medewerking nodig van gebouweigenaren.
Rik Grashoff
We ondersteunen dat op 3 manieren: - We initiëren onderzoek met ondernemers die daaraan willen deelnemen. Hiervoor is € 190.000,- beschikbaar gesteld. - We faciliteren de ondersteuning van initiatieven door BOM/POB. Hiervoor gebruiken we ons netwerk. - We ondersteunen de realisatie van energiehubs met een subsidieregeling. Hiervoor is € 1 miljoen beschikbaar gesteld uit het klimaatfonds. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR724874/1 De streefwaarde van 420 was gesteld voor de beleidsperiode van 20142020, zoals vermeld in het Oplaadpuntenbeleid, en was gebaseerd op de prognoses die op dat moment beschikbaar waren. Een dynamische streefwaarde is een mogelijkheid, deze kan worden gebaseerd op de huidig beschikbare prognoses. Echter moeten deze streefwaarden met voorzichtigheid worden vastgesteld aangezien de werkelijke groei in de behoefte aan publieke laadpalen niet op voorhand met zekerheid kan worden bepaald, dit hangt bijvoorbeeld af van de werkelijke stijging in het aantal elektrische voertuigen. a. Van de 40 speelplekken maken we 5 speelplekken specifiek toegankelijker/inclusief voor kinderen/hun ouders met een beperking. b. Ja, daar waar het kan kiezen we voor circulair materiaal.
Bijvoorbeeld toestellen van een gerecycled product (zoals bij de speelplek in het Wandelbos) en toestellen waarvan de onderdelen goed kunnen worden gescheiden en gerecycled bij vervanging of reparatie. De producent bepaalt op welke manier de toestellen geproduceerd worden. In het programma van eisen voor de aanbesteding van speeltoestellen hebben wij 13 duurzaamheidseisen vermeld, zoals FSC-keurmerk voor hout, bij gebruik van kunststof minimaal 50% gerecycled kunststof, gebruik van elektrisch handgereedschap, het hebben van een duurzaamheidsvisie en minder CO2 uitstoot door het bedrijf. Daarnaast vragen we aandacht voor gebruik van duurzaam en circulair materiaal in de speeltoestellen, schoon en emissieloos bouwen en emissieloos transport van speeltoestellen van fabriek naar de speelplek en dat bij het aanleggen van de speelplekken met zero emissie materieel (zoals een graafmachine) wordt gewerkt.
112
99
PvdD
“We verlichten de impact van netcongestie door ondernemers te ondersteunen bij de realisatie van energiehubs in de Green Deals Kreitenmolen en T58/Katsbogten/'t Laar en in de Grote Oogst-aanpak op Loven en Kraaiven-Vossenberg. Daarnaast bepalen we samen met Enexis de locaties voor minimaal twee nieuwe middenspanning-stations.” Hoeveel middelen zet de gemeente in op de ondersteuning bij de realisatie van de energiehubs, en in welke vorm (subsidie, lening, deelname, …)?
116
140
PvdD
De indicator ‘aantal openbare laadpalen’ heeft als streefwaarde een absoluut getal (420), die in 2021 al ruim was gehaald. a. Waarop is de streefwaarde gebaseerd? b. Is het mogelijk om de streefwaarde dynamisch te maken, bijv. als afgeleide van het aantal elektrische auto’s, o.i.d., opdat de streefwaarde meegroeit met de praktijk? Zo nee, waarom niet?
101
82
PvdD
“We vervangen bij ongeveer 40 speelplekken de toestellen…” Bij een eerdere begroting is een motie aangenomen om de speeltoestellen toegankelijker te maken, ook als er sprake is van een beperking. Nav zijn 3 speeltuinen inclusiever gemaakt. a. Van deze 40 speelplekken, hoeveel worden hier specifiek toegankelijker gemaakt voor kinderen/hun ouders met een beperking? b. Wordt er bij de materiaalkeuze gekozen voor circulair materiaal? Bestaat dit? Op welke manier kunnen speeltoestellen duurzaam worden geproduceerd worden? Welke eisen stelt de gemeente hieraan?
Voor wat betreft bedrijven: Solar Valley Tilburg heeft eerder geprobeerd een collectief zonneproject voor bedrijven neer te zetten. Effectuering daarvan stokt door netcongestie. Het project, waar de gemeente aan heeft bijdragen, is gestopt. Stimuleren kan wel. Dat doet de rijksoverheid door inzet van de salderingsregeling. Lokaal informeren we onze inwoners via www.duurzamertilburg.nl/aan-de-slag/zonnepanelen >>. Daar kan men ook een persoonlijk advies op maat aanvragen. Rik Grashoff
Rik Grashoff Bas van der Pol
Evelien Kostermans en Maarten van Asten
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 56 van 83
FNr. vr. 105
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
88
PvdD
Bestrijden invasieve exoten, eikenprocessierups a. Op welke manier wordt de eikenprocessierups nu bestreden? De Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw krijgen nu extra aandacht binnen het bestaande budget. Zijn er nog meer exoten die aandacht krijgen?
Maarten van Asten
90
26
PvdD
“In 2025 willen we daarnaast meer inzicht krijgen in de mogelijkheden om een gezondere voedselomgeving te creëren.” b. Op welke manier zal naar deze inzichten op zoek worden gegaan; wie worden/zijn betrokken? c. Welke rol spelen de aanbevelingen in de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving hierin? d. Hoe vindt de besluitvorming plaats over het al dan niet implementeren van de nieuw gevonden mogelijkheden (of bestaande aanbevelingen uit de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving)?
We bestrijden de eikenprocessierups niet meer preventief omdat de plaagdruk de laatste jaren laag is gebleken. We ruimen aanwezige nesten als er meldingen over binnen komen. Op ad hoc basis pakken we ook haarden van de exoten watercrassula en parelvederkruid aan. Daarnaast hebben we langs de Spoorlaan een proef gedaan met de bestrijding van knolcyperus in de plantvakken. 1. We zien dat de voedselomgeving een steeds aanweziger onderwerp wordt voor een gezonde leefomgeving. We willen daarom beter zicht krijgen op het probleem en op wat we voor Tilburg kunnen doen - de mogelijkheden om de voedselomgeving gezonder te maken. Daarom zijn we aangesloten bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Een mogelijke stap om verder inzicht te krijgen is het in kaart brengen van de voedselomgeving voor Tilburg, b.v. via een heatmap van de voedselomgeving en/of het verder in kaart brengen van de voedselomgeving in een specifieke straat/gebied. We onderzoeken of we in navolging van andere gemeenten ook zo'n heatmap kunnen maken. Dit biedt dan gespreksstof voor de analyse van de opgave en betekenis voor Tilburg. We betrekken daarbij onze partners zoals het onderwijs, de GGD, het JOGG en 013food. 2. Die spelen een belangrijke rol.
In de City Deal zit veel kennis en ervaring met de dilemma's van een gezonde voedselomgeving en zitten we aan tafel met het Rijk om de landelijke kaders die nodig zijn voor een gezonde voedselomgeving mede te bepalen. Zie eerder antwoord. Zie ook: Tilburgse inzet en opbrengst bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving >> 3. De gezonde voedselomgeving wordt in principe onderdeel van het geactualiseerde uitvoeringsprogramma vanuit de beleidsnota positieve gezondheid (de te verlengen beleidsnota ligt in december eerst voor aan de raad). Daadwerkelijke maatregelen voor de gezonde voedselomgeving gaan over stimuleren (gezonde voedselroutines met JOGG, samenwerking met scholen, GGD, etc.) en faciliteren (via het stellen van normen via het omgevingsplan). Als we het wenselijk en mogelijk achten met maatregelen via het omgevingsplan aan de slag te gaan wordt dat via dat proces aangepakt, maar we zien daarbij noodzaak voor het voeren van een breed gesprek met onze stad en met de raad.
Marcelle Hendrickx
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 57 van 83
FNr. vr. 91
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
26
PvdD
“We verankeren inclusie breder in onze organisatie en leggen bijvoorbeeld sterker de link met onze projecten in de openbare ruimte ten aanzien van toegankelijkheid.” Op welke manier wordt deze link gelegd?
Rik Grashoff Evelien Kostermans
177
26
PvdD
“In 2025 worden alle bushaltes rookvrij gemaakt en maken we inzichtelijk welke doelgroepgerichte preventiemaatregelen nog meer genomen kunnen worden.” Geldt rookvrij in deze zin ook voor vapes en e-sigaret-ten? Zo nee, waarom niet?
Inclusief handelen is een verantwoordelijkheid vanuit iedere portefeuille. De link met onze projecten in de openbare ruimte heeft vooral te maken met het streven om die toegankelijk te maken en te houden voor mensen die door een fysieke of visuele beperking ernstig last kunnen ondervinden van obstakels. Een ontwerp van de openbare ruimte is meer dan de optelsom van afzonderlijke richtlijnen. Het is maatwerk. Richtlijnen, eisen en wensen moeten onderling worden afgewogen. In ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) hebben we opgenomen waar uitvoerders van projecten in de openbare ruimte rekening mee moeten houden. Hierin is expliciet als punt opgenomen: ‘Gebruik van de openbare ruimte door diverse doelgroepen. Denk daarbij ook aan mensen met een visuele of lichamelijke beperking’. Door hier rekening mee te houden in onze ontwerpen en de blik te houden op waar we hindernissen weg kunnen nemen, kan iedere Tilburger zich door de stad en dorpen bewegen en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Daarom zijn we ook met Toegankelijk Tilburg in gesprek om te komen tot goede procesafspraken rondom toegankelijkheid bij majeure projecten in de openbare ruimte. Een voorbeeld is onze Loopagenda waarbij we er ook rekening mee houden dat Tilburg begaanbaar is als je in een rolstoel zit of slechtziend bent.
Maar ook de manier waarop we tussentijds adviezen opvolgen van Toegankelijk Tilburg om plekken toegankelijker te maken. Andere voorbeelden zijn: speelplekken die specifiek toegankelijk/inclusief voor kinderen/hun ouders met een beperking zijn. Voor blinde en slechtziende mensen hebben we speciale drukknoppen bij verkeerslichten waar braille op staat, met rateltikkers die het geluid aanpassen. Ja, rookvrij geldt ook voor vapes en e-sigaretten omdat ze schadelijke stoffen bevatten die niet alleen de gebruiker, maar ook omstanders kunnen beïnvloeden. Daarnaast is het belangrijk om eenduidigheid te creëren voor onze inwoners. Als het gebruik van vapes in rookvrije zones wél toegestaan zou zijn, kan dat een verkeerd signaal afgeven, vooral aan jongeren. Dit zou het rookgedrag kunnen normaliseren, wat tegen de doelstelling van rookvrije omgevingen indruist: het ontmoedigen van roken in welke vorm dan ook.
Marcelle Hendrickx Rik Grashoff
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr. 92
Pagina 58 van 83
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
27
PvdD
“Wij tonen onder meer ambitie door te streven naar een halvering van het aantal kinderen dat in armoede leeft tegen 2030, in lijn met de Sustainable Development Goal 'Geen armoede' die door de Verenigde Naties is vastgesteld.” a. In Nederland neemt het aantal kinderen wat in armoede opgroeit toe (https://www.unicef.nl/nieuws/2023-03-09-zorgelijk-het-aantalkinderen-dat-in-nederland-opgroeit-in-armoede-stijgt). Welke maatregelen neemt de gemeente om deze trend te doorbreken? b. Wanneer verwacht de gemeente 100% van alle kinderen uit de armoede te helpen?
a. In Tilburg zien we al een daling van kinderarmoede. Volgens de recent gepubliceerde Bestaanszekerheidsmonitor is het aantal kinderen in armoede sinds 2017 met circa 21% afgenomen. Hoewel de cijfers een daling laten zien, erkennen we dat veel gezinnen blijven worstelen. Zo profiteren bepaalde groepen niet van deze verbeteringen door stijgende kosten en vallen zij tussen wal en schip. Daarom zetten we in op een verfijnde monitoringsaanpak die niet alleen kijkt naar inkomensgrenzen, maar ook het bredere verhaal van bestaansonzekerheid in beeld brengt.
Evelien Kostermans
93
33
PvdD
“In de Programmabegroting 2024 is budget beschikbaar gesteld voor onderzoek naar verbetering van het pand van de Dierenopvang Hart van Brabant.” a. Hoeveel was dit? b. Wie heeft dit onderzoek uitgevoerd?
94
33
PvdD
“Het onderzoek is inmiddels afgerond en voorgesteld wordt minimale investeringen te doen in functionaliteit en verduurzaming van het pand. Dit met het oog op toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het bedrijventerrein waar de dierenopvang is gevestigd.” a. Waaraan kan worden gedacht bij minimale investeringen? b. Kunnen daar concrete voorbeelden van worden gegeven? c. Hoeveel zouden die minimale investeringen kosten? d. Zijn deze kosten ook ergens begroot, zo ja waar vinden we die terug? e. Om welke toekomstige ruimtelijke ontwikkeling gaat het? f. Waarom worden enkel minimale investeringen voorgesteld?
Verder ontwikkelen we diverse initiatieven om meer zicht te krijgen op wat ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen nodig is, zoals de pilot ‘Gezin & Geld’ en de inzet van medewerkers Bestaanszekerheid, en verstrekken wij subsidies aan organisaties zoals Stichting Leergeld. Daarnaast stellen we regelingen beschikbaar, zoals de Meedoenregeling, om gezinnen verder te ondersteunen. De gemeente lobbyt ook actief voor rijksbeleid om kinderarmoede verder te verminderen. b. Het volledig uitbannen van kinderarmoede is een langdurig proces dat afhankelijk is van diverse factoren, zoals economische omstandigheden en landelijke beleidsmaatregelen. Het is moeilijk om een tijdspad te geven voor het volledig helpen van alle kinderen uit de armoede, omdat dit een complexe uitdaging is. Op basis van onze ambitie blijven we ons inzetten voor de ondersteuning van alle gezinnen, met als doel zoveel mogelijk kinderen te helpen. In de Programmabegroting 2023 is budget voor onderzoek opgenomen ter hoogte van 30.000 euro. In de tekst van deze begroting staat abusievelijk 2024. Dat zullen we aanpassen bij de uiteindelijke vastgestelde begrotingstekst. Voor dit onderzoek is een architect/bouwkundig bureau ingehuurd die, in samenspraak met de gebruikers van het gebouw een verbouwings- en verbeteringsplan heeft opgesteld. a.
Met de gebruikers van de dierenopvang is gekeken wat – bezien op een termijn van 5 – 7 jaar – minimaal noodzakelijk is voor een adequaat functioneren van de dierenopvang. Daarbij is bepaald dat aanpassingen van de hondenopvang nu het meest urgent zijn. b. Bijvoorbeeld een verandering van de positionering van de individuele honden verblijven ten opzichte van elkaar; c. In de begroting is een taakstellend richtbedrag van € 150.000 opgenomen. De plannen zelf worden nu verder uitgewerkt en gecalculeerd d. Zie c. e. Het gebied aan de Wielevenweg is momenteel in onderzoek als mogelijke locatie voor uitbreiding bedrijventerrein op korte termijn f. Bij doorgang van de ruimtelijke ontwikkeling zoals bedoeld onder e, zal de dierenopvang binnen een periode van 5 – 7 jaar verplaatst moeten worden. Bij investeringen die we nu in en aan het pand doen hanteren we een economische afschrijvingstermijn die veel langer is (minimaal 20 jaar). Vandaar dat we nu alleen minimale investeringen doen.
Yusuf Çelik
Yusuf Çelik
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 59 van 83
FNr. vr. 95
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
33
PvdD
“Voor het verbeteren van de functionaliteit gericht op het dierenwelzijn schatten we in dat een budget van €150.000 benodigd is, het exacte bedrag is nog niet bekend.” a. Wat wordt bedoelt met “functionaliteit gericht op het dierenwelzijn”? b. Hoe is de huidige functionaliteit wat betreft het dierenwelzijn? c. Wat is de aanleiding geweest voor deze schatting? d. Waarom is het exacte bedrag nog niet bekend?
a. Hiermee wordt de mate bedoeld dat het gebouw de gevraagde behoefte van de functie van het gebouw (hier dus het opvangen van honden en katten met alles wat daarbij hoort) kan accommoderen b. Zoals ook al eerder aangegeven (bij de Programmabegroting 2023) zijn er verbeterpunten. c. Aanleiding is – zoals beschreven – de mogelijk ruimtelijke ontwikkeling op terrein Wielevenweg en daarbij de keuze om nu slecht minimaal noodzakelijke gebouwelijke maatregelen te doen. d. Omdat we deze maatregelen nog verder aan het uitwerken zijn en vervolgens gaan calculeren.
Yusuf Çelik
96
33
PvdD
“Bij vaststelling van de begroting 2025 zetten we de geplande verduurzaming van het pand niet door vanwege kapitaalvernietiging. Op basis van een afschrijvingstermijn van 10 jaar resulteert dit in € 15.000 aan kapitaallasten per jaar.” a. We lezen in de begroting dat dierenopvang verder onder druk is komen te staan. Waarom is investeren in functionele dierenopvang kapitaalvernietiging, en/of om wat voor kapitaalvernietiging gaat het hier? b. Waarom is er, ondanks dat de verduurzaming van het pand gepland was, gekozen deze niet door te laten gaan? c. Welke gevolgen voor de functionaliteit van het pand kan het niet verduurzamen van het pand hebben? d. Welke gevolgen met betrekking tot dierenwelzijn kan het niet verduurzamen van het pand hebben? “In het bestuursakkoord is opgenomen dat we de juiste randvoorwaarden scheppen, zodat de dierenopvang goed hun werk kan blijven doen.” a. Kan de dierenopvang tot op heden goed diens werk doen? b. Op welke momenten eerder dan deze begroting is daarin geïnvesteerd?
97
33
PvdD
Yusuf Çelik a. Zie antwoord bij vraag 94 f. b. Zie antwoord bij vraag 94 f. c. Het niet verduurzamen van het pand heeft geen directe gevolgen voor de functionaliteit van het pand. Wel zullen we de doelstelling met betrekking tot verlaging energieverbruik van dit pand niet halen d. Heeft hier geen directe relatie mee
a. Ja, de dierenopvang kan diens werk doen, waarbij er wel verbeterpunten zijn. b. Bij de start van de nieuwe inbestedingsperiode met de Diamant-groep voor Dierenopvang hebben we in de Programmabegroting 2022 structureel hiervoor het bedrag van € 532.983 per jaar (prijspeil 2022) opgenomen. De deelnemende regiogemeenten dragen hierbij nog € 145.000 (prijspeil 2022) per jaar aan bij.
Yusuf Çelik
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 60 van 83
FNr. vr. 98
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
33
PvdD
“De Diamant-groep geeft aan dat dit al een periode onder druk staat door een aantal oorzaken, zoals de toenemende complexiteit van de opgenomen dieren, de afname aan vrijwilligers en ook de toenemende behoefte aan begeleiding voor de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.” a. Hoelang geven Diamant-groep én de dierenopvang al aan dat zij onder druk staan om aan de randvoorwaarden te voldoen? b. Wat wordt bedoeld met de toenemende complexiteit van de opgenomen dieren? c. Is naast de complexiteit, ook het aantal dieren een van de oorzaken? d. Hoe kan de afname aan vrijwilligers worden verklaard? e. Waarom is de behoefte aan begeleiding voor de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt toegenomen? f. Waarom worden dieren verzorgt door medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt (waarvoor meer begeleiding nodig is) en niet door gekwalificeerd personeel?
99
33
PvdD
“Vooruitlopend op een nieuwe contractperiode dierenopvang vanaf 2026, zijn tijdelijke maatregelen hierop nodig. In gesprekken met de Diamantgroep werken we uit hoe we hoofd kunnen bieden aan de voorgaande uitdagingen.” a. Hoe is tot het bedrag van 100.000 gekomen voor deze tijdelijke maatregelen? b. Betekent dit dat er in de volgende contractperiode een groter budget nodig is bij de dierenopvang van ten minste 100.000 per jaar aangezien er nu voor één contractjaar 100.000 extra wordt besteed? c. Om welke reden heeft het tot de begroting van 2025 geduurd om extra middelen toe te kennen terwijl de Diamant-groep en dierenopvang al een periode onder druk stonden? d. Welke concrete tijdelijke maatregelen gaan met dit bedrag gerealiseerd worden? e. Op welke manier is deze tijdelijke ophoging van het budget in het belang van de dieren?
a. In het voorjaar 2024 heeft de manager van de Diamant-groep dit in Yusuf Celik bestuurlijk overleg met de aangesloten regiogemeenten meegedeeld Rik Grashoff en toegelicht. b. Dit varieert: bij honden is het aandeel honden met gedragsproblemen steeds groter, waarbij ook het type hond (meer ‘vechthonden’) verandert. Bij katten valt op (wellicht corona-effect), dat aandeel zwerfkatten en gedumpte katten groter wordt. c. Met name bij de kattenopvang is ook het aantal aangeboden katten een knelpunt d. Afname vrijwilligers is niet alleen een probleem bij de dierenopvang. Mogelijke oorzaak kan zijn dat steeds meer mensen betaald werk hebben door de krapte op de arbeidsmarkt e. Er is in de afgelopen jaren veel werk verzet door W&I en Diamantgroep in de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het deel van het bestand welke een korte afstand heeft tot de arbeidsmarkt, heeft inmiddels geen afstand meer en doet volwaardig mee bij ‘reguliere’ werkgevers. We zien dat een groot deel van het huidige bestand bijstand, met een afstand tot de arbeidsmarkt, veelal te maken heeft met ernstige belemmeringen en uitdagingen. Dit vraagt meer begeleiding en ondersteuning f.
Bij de keuze het beheer en de werkzaamheden van de opvang van honden en katten in het nieuw gerealiseerd gebouw aan de Wielevenweg (DOC-T) bij de Diamant-groep neer te leggen heeft altijd de dubbele doelstelling van én een goede dierenopvang én het creëren van betekenisvolle en aantrekkelijke werkplekken voor de doelgroep mensen met afstand tot de arbeidsmarkt voor op gestaan. Voor het goed en taakgericht kunnen uitvoeren van dit werk is altijd begeleiding nodig. Daarnaast zijn ook professionele beheerders aanwezig die gekwalificeerd zijn voor het omgaan met dieren. a. Met de Diamant-groep zijn we in gesprek welke maatregelen binnen de Yusuf Çelik afspraken van de lopende overeenkomst vallen en welke extra. Het bedrag € 100.000 is hierbij nog niet belegd en taakstellend b. Nee het proces voor de nieuwe periode moet nog worden opgestart c. Zie vraag 98 onder a. d. Zie bij a. e. Aanwezigheid van voldoende verzorgers c.q. begeleiders
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr. 100
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
78
PvdD
Winteropvang daklozen “In de regio HvB groeit het aantal overlast gevende dak- en thuisloze arbeidsmigranten…” a. Wat wordt bedoeld met overlast gevend? b. Geeft deze doelgroep op een andere manier overlast dan dak en thuislozen die niet arbeidsmigrant zijn? c. Waarom wordt de groep dak en thuisloze arbeidsmigranten hier gespecifieerd ten opzichte van de groep die niet uit een arbeidsmigrantensituatie komt?
a. afgelopen jaren neemt het aantal daklozen arbeidsmigranten in de stad Marcelle Hendrickx toe, dit beeld is landelijk herkenbaar. Wegens gebrek aan kennis over Nederland, verslaving, psychisch aandoeningen of simpelweg omdat ze geen recht hebben op de zorg belanden zij vaker en langdurig op straat. Deze mensen bevinden zich vaak in parkeergarages, portieken en openbare ruimte. Daar slapen ze in liften, trappenhallen of op parkeerplaatsen met alle gevolgen van dien. Vervuiling, overlast door dank en drugs, toiletteren, agressie, etc. b. & c. Niet per se een andere manier van overlast, maar omdat ze vaker kampen met zware verslaving en langdurig leven op straat kan de mate van agressie wel toenemen. Hoe langer iemand op straat verblijft hoe complexer de situatie wordt. Daarnaast zijn arbeidsmigranten langer (gedwongen) dakloos, doordat ze ‘niet-rechthebbend’ zijn. Dit betekent dat als ze zorg zouden willen, ze hiervoor niet in aanmerking komen en gedwongen worden om op straat te leven. Om deze reden wordt de doelgroep dak- en thuisloze arbeidsmigranten gespecificeerd. De belangrijkste reden om deze groep apart te benoemen is omdat ze geen recht hebben op de zorg en opvang. a. De thermische prestaties van de gevel en de installaties worden verbeterd t.o.v. de huidige situatie, wat leidt tot een lager verbruik.
Er is dus sprake van een positieve bijdrage op klimaatdoelstellingen. b. De energieprestaties verbeteren in positieve zin. Klimaatneutraal is het gebouw echter niet, ook niet na deze verbouwing.
114
123
PvdD
Verbouwing Concertzaal entree en koeling: a. In welke mate dragen de verbouwplannen bij aan het klimaat- en energieneutraliteit of zelfs -positiviteit van de Schouwburg? b. In welke mate is de Schouwburg klimaat- en energieneutraal of positief na de verbouwing?
115
124
PvdD
Inleveren deel onrendabele top verduurzamen gebouwenexploitatie (i.h.k.v. (roadmap 2.0 'naar een duurzame gebouwenexploitatie’): a. Waar komt het te vervallen deel van het budget terecht; in de algemene middelen? b. De roadmap 2.0 'naar een duurzame gebouwenexploitatie’ heeft betrekking op slechts 15 van de 74 geïnventariseerde gebouwen. Tot 2045 is dus nog behoorlijk wat gemeentelijk vastgoed klimaatneutraal te maken. Kan er ook voor worden gekozen om het deel van het budget, waarvan nu wordt voorgesteld het te laten vervallen, in te zetten voor het verduurzamen van meer gemeentelijk vastgoed; zijn daar technische bezwaren tegen, of betreft het een politieke keuze?
Ad a. Het te vervallen deel komt inderdaad ten gunste aan de algemene middelen
“De voorbereidingen voor de nieuwbouw van het BAT-kantoor (werktitel ‘Stadswerf’) aan de Ceramstraat zijn in volle gang. Hiervoor zal een uitvoeringskrediet aan de raad gevraagd worden, dat (volgens de huidige berekeningen) geen extra exploitatielasten met zich meebrengt.” a. Is er een overzicht van materialen die momenteel veel gebruikt worden in de bouwsector in Tilburg en wat hun milieu-impact is? b. Heeft de Gemeente Tilburg kennis over welke innovatieve bouwmaterialen en technieken momenteel beschikbaar zijn of in ontwikkeling die de duurzaamheidsdoelen kunnen ondersteunen? Zo ja, is daar een overzicht van?
De voorbereiding voor de nieuwbouw BAT bevindt zich op dit moment bij de start van de ontwerpfase. De gemeente Tilburg heeft bij het selecteren van het Ontwerpteam hoge eisen gesteld aan (kennis en ervaring) met duurzaamheid en circulariteit. Het winnende Ontwerpteam o.l.v. Grosfeld, Bekkers, van der Velde heeft op dit thema uitstekend gescoord. De ontwerpuitgangspunten zijn hoger dan de gemeente Tilburg vooraf heeft opgesteld. Dit zijn meetbare scores op het gebied van Energieneutraal (ENG), milieuprestatie (MPG), gebouwprestatie en gezondheid (GPR) en circulariteitsindex (CPG). M.a.w. het ontwerp wordt minstens, dan wel nog meer, duurzaam en circulair als de Stadswinkel. Wij sluiten hierbij aan op
103
Pagina 61 van 83
83
PvdD
Portefeuillehouder
Yusuf Çelik
Yusuf Çelik
Ad b. Het in 2020 door de raad toegekende budget ter dekking van het onrendabele deel van de verduurzaming, ziet toe op de uitvoeringsmaatregelen zoals opgenomen in roadmap 2.0. Er is daarnaast de afgelopen jaren bij diverse P&C producties al extra geld toegekend voor verduurzamingsmaatregelen bij andere gebouwen of voor extra maatregelen. We zijn nu bezig met de voorbereiding van roadmap 3.0, waarin zal worden voorgelegd hoeveel gebouwen in een volgende tranche (2026-2030) kunnen worden verduurzaamd en met welke (on)rendabele dekking. Maarten van Asten
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr.
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
c. Welke plannen zijn er om het BAT kantoor net zo circulair te maken als de Stadswinkel in het centrum?
de ambitieuze en haalbare criteria van Het Nieuwe Normaal (HNN). Deze criteria zijn weliswaar voor de vastgoedbranche nog volop in ontwikkeling.
Pagina 62 van 83
Portefeuillehouder
Er is geen specifiek overzicht welke materialen in de bouweconomie van Tilburg worden gebruikt. Het overzicht wat vanuit de EIB beschikbaar is gesteld richt zich op de provincie Noord-Brabant en de landelijke inzichten op de bouweconomie. Specifiek is er in juni 2024 een rapport uitgebracht over bouwgrondstoffen en materialen. De metingen over milieu impact per materiaal (MPG) zijn vastgelegd in de nationale Milieudatabase. Bij elke aanbesteding voor vastgoedontwikkeling vragen wij een plan uit om een zo laag mogelijke MPG-score te behalen, dit betekent zo laag mogelijke milieu impact op basis van de LCA (lifecycle analyse) methode. De gemeente Tilburg heeft kennis over innovatieve bouwmaterialen en neemt deel aan de buyer group van het aanbesteding expertisecentrum PIANO. Op de website van PIANO worden openbaar factsheets en aanbesteding leidraden ter beschikking gesteld. In elke aanbesteding vragen wij bij de gunningcriteria voorbeelden van bouwinnovatie uit. Voorbeelden zijn de Roomley (inblaas stro), de Stadswinkel (PET-plafond, visnet vloeren) en bij de ontwikkeling Belaveld (lokaal geoogste sorghum-inblazen in de gevel). Bij deze laatste ontwikkeling vindt ook tevens samenwerking plaats met Avans Hogescholen voor onderzoek doeleinden. Ook is er aandacht voor materialen zoals mycelium en houtbouw welke al verder gevorderd zijn dan de eerste fases van een innovatie.
117
5
VT
Welke Uitvoeringstoetsen zijn er precies uitgevoerd op nieuwe beleidsvoorstellen in de programmabegroting 2025 naast het Integraal Veiligheidsplan?
Ontwerpprincipes die specifiek in het project BAT worden toegepast zijn: - Compact bouwen, 3 lagen i.p.v. 2, waarbij energieverlies wordt voorkomen door dynamische luiken. - Flexibel casco in hout, demontabel, uitbreidbaar, waarbij inbouwpakket en casco los van elkaar worden gemonteerd. - Hergebruik, onderzoek circulair sloopplan. Hierbij aangetekend dat het BAT ervoor heeft gekozen om in de bestaande huisvesting te blijven zitten tot de nieuwbouw klaar is. Dit betekent dat (sloop)materialen van het bestaande kantoor in beperkte mate kunnen worden ingezet. De vrijkomende materialen kunnen voor andere bouwwerken in Tilburg of elders worden ingezet. - Toepassen van circulaire principes op basis van de R-ladder en HNN. - Uitwerking middels layers of Brand. - Trias energetica ontwerp. - Uitvoeren van klimaatadaptief beleid en inpassing van ecologisch puntensysteem. - Toepassen bio-based materialen en minimaal 1 bio-based innovatie (moet nog bepaald worden). Zie vraag 178.
Theo Weterings
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 63 van 83
FNr. vr. 123
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
15
VT
Er is een stelpost opgenomen voor besparingen in de jeugdzorg en de groeirem van de ambtelijke organisatie. Op welke wijze worden deze besparingen concreet ingevuld?
Marcelle Hendrickx, Yusuf Celik
145
30, 31
VT
Wat zijn de belangrijkste redenen geweest om bepaalde budgetten te herzien? Hoe is bepaald welke programma’s meer of minder budget nodig hebben?
122
14
VT
De gemeente voorziet een structureel tekort vanaf 2028. Welke concrete maatregelen zijn overwogen om dit tekort terug te dringen, en hoe worden deze prioriteiten afgestemd op de verwachte financiële bijdrage vanuit het Rijk?
121
13
VT
Het fonds voor stedelijke ontwikkeling heeft een aanzienlijke daling in middelen door geplande uitgaven. Wat is het verwachte effect van deze uitgaven op het toekomstig verdienvermogen van de stad?
165
141
VT
Welke bronnen en methoden worden gebruikt om data over verkeersdoden en gewonden in Tilburg te verzamelen en te verifiëren?
Op de stelpost Jeugdzorg staan bedragen die we op basis van gemaakte afspraken nog moeten ontvangen van het Rijk. Op het moment dat het Rijk deze bedragen beschikbaar stelt, gebruiken we die inkomsten om de stelpost af te boeken. De invulling van de stelpost loopt dus via het gemeentefonds. Inmiddels is bij de Septembercirculaire 2024 het besparingsverlies op jeugd komen te vervallen en zijn deze middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Hierdoor is € 7,6 miljoen van de taakstelling van € 11,0 miljoen reeds ingevuld. De verwachting is dat de resterende openstaande taakstelling ad € 3,4 miljoen met de komende circulaires zal worden ingevuld. Voor de rem op de groei van de organisatie maken we gebruik van de input die de formatie & kostenbenchmark door Berenschot ons gaat geven – de resultaten daarvan verwachten we in het laatste kwartaal van 2024 te krijgen. Op basis daarvan zullen we concrete acties opstellen en uitvoeren. Bijstelling van budgetten (herijkingen) vindt plaats wanneer verhogingen en verlagingen in lasten en baten binnen bestaand beleid aan de orde zijn veroorzaakt door externe factoren, die niet beïnvloedbaar zijn, en waarbij wij geen keuzemogelijkheid hebben en ook geen mogelijkheid tot uitstel. Zowel gemeenten als Rijk zijn van mening dat de middelen die gemeenten krijgen niet genoeg zijn om alle taken op te kunnen pakken.
Om die reden start het Rijk in samenwerking met de VNG een viertal onderzoeken om de gevolgen van deze onbalans in beeld te brengen. Het doel hiervan is om taken en middelen weer in balans te krijgen. Dit kan zowel door meer middelen beschikbaar te stellen als door keuzes te maken in taken. Wij hebben in de Perspectiefnota 2025 aangegeven dat wij gezien deze discussie over taken en middelen in balans een tekort in de laatste jaarschijf 2028 van maximaal € 5 miljoen acceptabel vinden. Om die reden zijn geen maatregelen overwogen om dit tekort terug te dringen. De doelstelling van het Fonds Stedelijke Ontwikkeling is het stimuleren van kwalitatieve fysieke ontwikkeling, vernieuwing en revitalisering, zodanig dat het bijdraagt aan de grote opgaven in Tilburg. De in de begroting geplande onttrekkingen voor de grote integrale gebiedsontwikkelingen dragen bij aan deze doelstelling. Wij voorzien dat dit bijdraagt aan de realisatie van onder meer zo’n vierduizend woningen, nieuwe verbindingen in onze stad (onder andere voor lopen en fietsen), openbare ruimte, vergroening, ruimte voor sport en verblijven, ondernemerschap en parkeren. Met verdienvermogen wordt bedoeld dat Tilburg ook in de toekomst een aantrekkelijke, welvarende en gezonde stad blijft. Voldoende betaalbare, bereikbare en passende woningen zijn hiervoor een randvoorwaarde.
Bijvoorbeeld om als samenleving voldoende draagkracht (inwoners) te hebben om voorzieningen (bijv. sport, horeca, cultuur) in stand te houden en voor bedrijven om voldoende geschikte mensen aan te kunnen trekken. Meer concreet zorgen meer inwoners voor de gemeente voor extra inkomsten vanuit onder andere OZB en het gemeentefonds. Wij maken gebruik van de landelijke database met verkeersongevallen. Deze wordt gevoed door de politieregistratie. Hiermee heeft elke wegebeheerder in Nederland de beschikking over dezelfde bron, met een zelfde kwaliteit.
Maarten van Asten
Maarten van Asten
Bas van der Pol
Rik Grashoff Theo Weterings
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 64 van 83
FNr. vr. 166
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
141
VT
Mobiliteit in Tilburg : Op welke manier worden deze gegevens geïntegreerd in beleidsevaluaties, en hoe helpt dit bij het bepalen van toekomstige investeringen in verkeersveiligheid?
Rik Grashoff vv. Bas van der Pol
170
143
VT
Hoe worden locaties voor de plaatsing van flitskasten bepaald, en op basis van welke verkeersveiligheidsdata worden deze beslissingen genomen?
171
143
VT
172
216
VT
Hoe worden de flitskasten verbonden met het systeem van de gemeente en de politie voor real-time monitoring van overtredingen? Welke technologieën en onderhoudstechnieken worden toegepast voor het monitoren van de conditie van wegmeubilair en belijning?
De verkeersveiligheidsagenda is op basis van een risicogestuurde aanpak tot stand gekomen. Hierbij worden diverse databronnen gecombineerd om stand van zaken, doelgroepen en maatregelen te bepalen. Het gaat daarbij onder andere om ongevaldata, kenmerken van de weginrichting, ervaringen van inwoners, loop- en fietsroutes. Deze analyse mondt uit in een maatregel/investeringsprogramma voor infrastructuur, educatie en handhaving. Op basis van ongevallengegevens, snelheidsgegevens, omgevingskenmerken (zoals oversteeklocaties, ligging van scholen, (buurt)winkelcentra etc) en meldingen van wijkregisseurs maakt de gemeente een prioriteitenlijst. Deze wordt met het verkeershandhavingsteam van de politie afgestemd. Vervolgens wordt de aanvraag bij het Parket Centrale Verwerking van het Openbaar Ministerie (CVOM) ingediend en het CVOM bepaalt op basis van de aangeleverde analyse of de locatie geschikt is voor een vaste, of flexflitser. Dit gebeurt niet. De flitskasten zijn in eigendom en in beheer bij het Parket Centrale Verwerking van het Openbaar Ministerie (CVOM). Voor het leveren en ontsluiten van data van bebording maken we gebruik van IPSm (Intelligent Public Space management). Het areaal bebording wordt middels dit systeem, op basis van de jaarlijkse straatbeeldfoto's, automatisch up-to-date gehouden. Schadebeelden zoals scheefstand, vervuiling, graffiti, loshangen e.d.
worden ook jaarlijks via dit systeem in kaart gebracht.
173
216
VT
Op welke manier worden verkeersborden en wegmarkeringen in risicovolle verkeersgebieden sneller geïnspecteerd of vervangen om de verkeersveiligheid te verhogen?
174
217
VT
Hoe draagt de overgang naar slimme ledverlichting bij aan de verkeersveiligheid op specifieke routes, en welke meetinstrumenten worden ingezet om dit effect vast te stellen?
175
217
VT
Welke instellingen of aanpassingen in de verlichting zijn mogelijk om voetgangers- en fietsroutes veiliger te maken tijdens nachtelijke uren?
Voor belijning hanteren we geen specifieke technologie of onderhoudstechniek voor de monitoring van de conditie van het areaal. Voor de monitoring en het onderhoud van het areaal is een prestatiecontract op de markt gezet. De huidige aannemer heeft daarbij het gehele areaal op een basisniveau gebracht en dient dit ook zo te houden gedurende het contract. De monitoring van de kwaliteit van het areaal ligt dan ook volledig bij de aannemer waarbij we als gemeente uiteraard een toetsende rol hebben. Het onderhoudsniveau voor bebording en wegmarkering is voor het gehele areaal gelijk, we hanteren daarvoor een basisniveau. Dit niveau voldoet qua veiligheid en zichtbaarheid. Er is zodoende geen specifiek onderhoudsniveau voor risicovolle verkeersgebieden. We verlichten waar het moet en laten het donker waar het kan. De verlichting op verkeersaders voldoet ruim aan de norm die de verkeersveiligheid borgt. De verlichting wordt gedimd wanneer de gebruikersintensiteit van de openbare ruimte lager is. De intensiteit meten we op basis van werkelijk gebruik door de VRI's en sensoren. We plaatsen verlichting bij oversteekplaatsen zodat de kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) daar extra attentiewaarde krijgen. De kleur van het licht is dan bijvoorbeeld helderder.
Grashoff vv. Bas van der Pol
Theo Weterings Maarten van Asten
Rik Grashoff vv. Bas van der Pol
Rik Grashoff vv. Evelien Kostermans
Rik Grashoff Evelien Kostermans
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 65 van 83
FNr. vr. 167
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
218
VT
Welke criteria hanteert de gemeente bij de selectie van kruispunten voor de vervanging van oude verkeersregelinstallaties door i-VRI's?
Rik Grashoff vv. Bas van der Pol
168
218
VT
Hoe wordt de impact van de nieuwe i-VRI's op verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid gemeten en geëvalueerd?
169
218
VT
Welke technologieën worden gebruikt om deze i-VRI's aan te sturen en welke dataverbindingen zijn nodig voor optimale werking?
176
Beg roti ngs ubsi dies
VT
Waar geeft de wijkraad hun geld naar uit? Wat gebeurt er als zij hun jaarlijkse geld niet uitgeeft? En zit er controle op vanuit de gemeente?
119
7
VT
We blijven investeren in ontmoetingsplekken en initiatieven in de wijk die zich bewezen hebben. Nieuwe ontmoetingsplekken of bestaande? En wat valt er onder ontmoetingsplekken?
De criteria die de gemeente hanteert zijn: - leeftijd van de VRI - integraal programmeren binnen het Meerjarenprogramma (MJP) openbare ruimte (bijv. vervanging combineren met wegonderhoud of aanpassingen naar aanleiding van mobiliteitsbeleid, zoals van 50 naar 30 km/uur) - connectiviteit, monitoringsmogelijkheden - aansluiten bij majeure stedelijke ontwikkelingen Voordat nieuwe iVRI’s worden geplaatst, voeren we berekeningen uit waarmee getoetst wordt of het toekomstig verkeersaanbod verwerkt kan worden. Na plaatsing regelen we de iVRI in waarbij diverse verkeerskundige aspecten van de verkeersregeling worden beoordeeld en zo nodig aangepast. Hierna wordt de iVRI periodiek geëvalueerd. Dit doen we door logdata van de iVRi en verkeerscentrale te analyseren en op straat te schouwen. De data worden verzameld in een overzichtskaart waarop alle VRI’s in de gemeente Tilburg staan. De i-VRI's functioneren in een landelijk data- en communicatienetwerk (Ivera-protocol). Het gemeentelijk netwerk bestaat voornamelijk nog uit een koperverbinding, maar we gaan gestaag over op glasvezelverbindingen. Dit is noodzakelijk om datasnelheid te garanderen en de omvang van de hoeveelheid data te verwerken. Elk jaar krijgen wijkraden Verrijk je Wijk subsidie van de gemeente, welke gebaseerd is op € 1 per wijkbewoner + een ondersteuningsbudget.
Deze subsidie wordt gebruikt om initiatieven van wijkbewoners te ondersteunen. Voorbeelden zijn; straatfeesten, themabijeenkomsten of het aankleden van ontmoetingsplekken. De wijkraad maakt hierin zelf een afweging. Vanuit de gemeente zijn er geen criteria, behalve dat de subsidie ten goede moet komen aan de sociale cohesie in de wijk. Een wijkraad mag een reserve aanhouden van maximaal € 1 per wijkbewoner, maar in overleg kan dit tijdelijk verhoogd worden naar € 2 of zelfs € 3 (bv als reservering voor een jubileum). Ieder jaar dienen wijkraden een verantwoording in bij de gemeente, waarin de uitgaven en financiële situatie van de wijkraad worden gecontroleerd. Wanneer een wijkraad een hogere reserve heeft dan de maximumgrens, en de gemeente niet eerder akkoord heeft gegeven voor een tijdelijke verhoging, wordt de subsidie op een lager bedrag vastgesteld. Dit heeft zowel betrekking op nieuwe als bestaande plekken. Bij de vraag of en hoe we faciliteren hanteren we de handreiking van het PON “Ontmoeting in Tilburg”. Onder ontmoetingsplekken verstaan we in dit verband plekken in gebouwen, die ruimte bieden aan ontmoeting en openbaar toegankelijk zijn. Het is een brede range van kleinschalige huiskamers tot ruimten voor ontmoeting in accommodaties met meerdere functies.
Rik Grashoff vv. Bas van der Pol
Rik Grashoff vv. Bas van der Pol
Maarten van Asten
Evelien Kostermans
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr. 120
Pagina 66 van 83
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
7, 27
VT
Hoe worden de successen van het Jongerenfonds geëvalueerd? Welke criteria bepalen het succes en welke verbeterpunten zijn tot nu toe geïdentificeerd?
Het Jongerenfonds is ontstaan vanuit de Europese ForwArt subsidie. Deze was volledig gericht op het stimuleren van culturele activiteiten in TilburgNoord. Uit de evaluatie bleek dat er behoefte was aan verbreding van thema’s naast cultuur. Daarnaast bleek een vereenvoudiging van het aanvraagproces wenselijk en uitbreiding naar Tilburg-West.
Evelien Kostermans
We hebben het Jongerenfonds gecontinueerd waarbij bovenstaande punten zijn meegenomen. Het Jongerenfonds is beschikbaar voor jongeren in Tilburg-Noord en West en kan voor meerdere thema’s/activiteiten worden aangevraagd. Er is zowel in Noord als West ondersteuning via RNewt geregeld voor jongeren bij het aanvraagproces en de begeleiding tijdens de uitvoering. De kern van jongerenparticipatie is dat jongeren zelf regie hebben op het proces en hiervan leren. Deelname aan het Jongerenfonds draagt bij aan talentontwikkeling en het vergroten van het netwerk van de jongeren. Daarnaast meten we het effect op de maatschappij: dit doen we kwalitatief (we registreren het aantal aanvragen, de spreiding, het aantal bereikte jongeren door de activiteiten) en kwantitatief (hoe de deelnemers en aanvragers de activiteiten en het proces hebben ervaren). Ook wordt er in de huidige versie van het Jongerenfonds ingezet op extra verbinding met maatschappelijke partners in de wijk waardoor het netwerk van jongeren wordt vergroot en verduurzaming van activiteiten makkelijker is. De netwerkpartners worden tijdens de evaluatie ook bevraagd op hun bevindingen. 124
25
VT
Welke maatregelen zijn er specifiek gericht op het verminderen van eenzaamheid onder jongeren (12-18 jaar)?
125
25
VT
126
25
VT
Welke specifieke indicatoren worden gehanteerd om eenzaamheid te meten en hoe worden deze jaarlijks bijgehouden? Hoe vaak worden onderzoeken zoals de GGD Gezondheidsmonitor uitgevoerd om eenzaamheidscijfers bij te houden?
In de coalitie tegen Eenzaamheid zijn een aantal partners aangesloten die specifiek activiteiten organiseren voor jongeren en jongvolwassenen; denk hierbij aan R-Newt, Avondje Uit en Brabant Maatjes. Zij werken ook goed samen in Tilburg. Vanuit de coalitie wordt deze samenwerking gestimuleerd en initiatieven kunnen worden ondersteund met subsidieregeling Eenzaamheid. Daarnaast wordt er ook stevig ingezet op versterken van Mentale Gezondheid vanuit het Actieplan mentale gezondheid en extra inzet van partners op het Voortgezet onderwijs vanuit het NPO (nationaal programma onderwijs) Zie vraag 126. In de GGD monitor voor zowel volwassenen als jongeren worden specifieke vragen gesteld omtrent eenzaamheid. De GGD gezondheidsmonitor wordt per doelgroep 1 keer in de vier jaar afgenomen. Hierin zitten vragen waarmee de onderzoekers van de GGD de ervaren eenzaamheid kunnen meten.
Marcelle Hendrickx
Marcelle Hendrickx Marcelle Hendrickx
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 67 van 83
FNr. vr. 127
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
25
VT
Welk deel van het budget is specifiek toegekend aan het bestrijden van eenzaamheid, en hoe wordt dit verdeeld over de verschillende maatregelen?
Marcelle Hendrickx
128
26
VT
Wat wordt precies bedoeld met “cultuursensitieve stages”? Welke specifieke vaardigheden of kennis worden tijdens deze stages ontwikkeld, en hoe worden studenten voorbereid om deze sensitiviteit in de praktijk toe te passen?
Verschillende partijen hebben als doelstelling ‘het kunnen meedoen van (kwetsbare) inwoners in de stad. Bijvoorbeeld Contourdetwern, Avondje Uit. Zij ontvangen hiervoor een subsidie voor hun werkzaamheden vanuit de sociale basis (Maatschappelijk sociaal en veerkrachtig). Dat is de basis in de stad. Daarnaast zijn er tijdelijke middelen die worden ingezet op het thema Eenzaamheid vanuit GALA middelen (Gezond en Actief Leven Akkoord). Deze worden ingezet om de lokale coalitie vorm te geven, aandacht voor het thema te generen en activiteiten te organiseren (subsidieregeling Eenzaamheid). Vanuit de GALA middelen is er voor 2025 € 108.164 beschikbaar. Vooralsnog is er geen extra zicht op extra budget na 2025 voor Eenzaamheid. Cultuursensitieve stage is niet de juiste benaming. De bedoeling is dat dit een cultuursensitieve opdracht wordt. Deze opdracht wordt in samenwerking met Pharos ontwikkeld (is nog in concept).De bedoeling is dat alle 2e jaars studenten Verzorgende en Maatschappelijke Zorg deze opdracht meenemen naar hun stage. Om ook de bewustwording van de werkbegeleiders in de verschillende zorg- en welzijnsorganisaties hierin mee te nemen.
129
26
VT
Hoe wordt samengewerkt met verschillende culturele gemeenschappen om ervoor te zorgen dat de inhoud van de stages daadwerkelijk cultuursensitief en inclusief is? Zijn er bijvoorbeeld organisaties of adviesraden betrokken bij de opzet en uitvoering van deze stages?
Er wordt input opgehaald uit het samenlerend netwerk van OMMA waar professionals en vertegenwoordigers vanuit de verschillende doelgroepen zitten. De opdracht wordt in samenwerking met Pharos (https://www.pharos.nl/over-pharos/) ontwikkeld.
Yusuf Çelik
Yusuf Çelik
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 68 van 83
FNr. vr. 130
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
26
VT
We verankeren inclusie breder in onze organisatie en leggen bijvoorbeeld sterker de link met onze projecten in de openbare ruimte ten aanzien van toegankelijkheid. Wat bedoel je hiermee? En kan je voorbeelden opnoemen?
132
28
VT
Wat zijn de concrete doelstellingen van de coalitie tegen eenzaamheid op korte en lange termijn? Welke resultaten worden in 2025 verwacht, en hoe wordt de voortgang van deze doelen gemeten?
Inclusief handelen is een verantwoordelijkheid vanuit iedere portefeuille. Evelien Kostermans De link met onze projecten in de openbare ruimte heeft vooral te maken met het streven om die toegankelijk te maken en te houden voor mensen die door een fysieke of visuele beperking ernstig last kunnen ondervinden van obstakels. Een ontwerp van de openbare ruimte is meer dan de optelsom van afzonderlijke richtlijnen. Het is maatwerk. Richtlijnen, eisen en wensen moeten onderling worden afgewogen. In ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) hebben we opgenomen waar uitvoerders van projecten in de openbare ruimte rekening mee moeten houden. Hierin is expliciet als punt opgenomen: ‘Gebruik van de openbare ruimte door diverse doelgroepen. Denk daarbij ook aan mensen met een visuele of lichamelijke beperking’. Daarom zijn we ook met Toegankelijk Tilburg in gesprek om te komen tot goede procesafspraken rondom toegankelijkheid bij majeure projecten in de openbare ruimte. Door hier rekening mee te houden in onze ontwerpen en de blik te houden op waar we hindernissen weg kunnen nemen, kan iedere Tilburger zich door de stad en dorpen bewegen en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Een voorbeeld is onze Loopagenda waarbij we er ook rekening mee houden dat Tilburg begaanbaar is als je in een rolstoel zit of slechtziend bent.
Maar ook de manier waarop we tussentijds adviezen opvolgen van Toegankelijk Tilburg om plekken toegankelijker te maken. Andere voorbeelden zijn: speelplekken die specifiek toegankelijk/inclusief voor kinderen/hun ouders met een beperking zijn. Voor blinde en slechtziende mensen hebben we speciale drukknoppen bij verkeerslichten waar braille op staat, met rateltikkers die het geluid aanpassen. De doelstellingen van de aanpak eenzaamheid zijn: Marcelle Hendrickx - Doorbreken van het taboe op eenzaamheid. - Eenzaamheid zichtbaar en bespreekbaar maken en handelingsperspectief bieden. - Wat kan men zelf doen om eenzaamheid te voorkomen/verminderen en wat bieden de partners in de gemeente aan om daarbij te helpen. - Voorkomen van vereenzaming bij de Tilburgse inwoners. - Met specifieke aandacht voor mensen met een verhoogd risico op vereenzaming. - Voorkomen dat vereenzaming bij Tilburgse inwoners erger wordt. - Doen wat werkt, samen met partners van de Coalitie tegen Eenzaamheid Tilburg In 2024 heeft de focus gelegen op het versterken van de onderlinge verbinding van de verschillende partners met als doel het aanbod het aanbod beter te laten aansluiten. Dit doen we door o.a.
het opzetten van een platform voor professionals en relevante scholing/trainingen aan te bieden zodat Eenzaamheid beter wordt gezien en adequater kan worden gehandeld Voor 2025 ligt de focus op een communicatiestrategie op de inwoners zodat het inwoners veel makkelijker wordt om laagdrempelig te kunnen aansluiten. Dit doen we bijvoorbeeld door T-Helpt beter te vullen en te promoten.
Portefeuillehouder
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 69 van 83
FNr. vr. 133
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
28
VT
Welke activiteiten en interventies worden vanuit de coalitie georganiseerd om eenzaamheid te verminderen?
Zie vraag 124 voor jongeren en vraag 132 in zijn algemeenheid. Vanuit de coalitie zijn er tal van activiteiten georganiseerd in de week tegen Eenzaamheid. Hiervoor is een kalender opgesteld, dit loopt door in 2025.
Marcelle Hendrickx
134
28
VT
Wat is de rol van de gemeente binnen de coalitie tegen eenzaamheid? Wordt er bijvoorbeeld ondersteuning geboden in de vorm van middelen, coördinatie, of beleidsafstemming?
De gemeente faciliteert de coalitie door het aanstellen van een coördinator, middelen voor activiteiten en een de subsidieregeling. Er is een kerngroep binnen de coalitie die de aanpak voor meerdere jaren gaan beschrijven, de gemeente is hier partner in.
Marcelle Hendrickx
137
28
VT
Welke methoden en technologieën gebruiken beweegcoaches om de betrokkenheid en vooruitgang van senioren te monitoren?
Maarten van Asten
138
28
VT
Op welke manier worden gegevens van deze beweegprogramma's geanalyseerd om te bepalen welke activiteiten het meeste effect hebben op de gezondheid van ouderen.
146
32
VT
Welke specifieke programma’s zijn opgezet om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten?
148
32
VT
Hoe wordt de impact van breedtesportevenementen op de lokale sportparticipatie gemeten, en welke data-inzichten worden daarbij benut.
De beweegcoaches moeten nog beginnen (ze starten fasegewijs vanaf 2025). Zij zullen de spin in het web in de wijk zijn. Zij gaan niet alle activiteiten zelf geven, maar gaan ook het bestaande aanbod versterken, beter zichtbaar maken en ouderen doorverwijzen naar passend aanbod. Vanuit het gesprek met de doelgroep, met relevante wijkpartners en de terugkoppeling van beweegaanbieders (o.a. over het aantal deelnemers) zal op gebiedsniveau de voortgang worden gemonitord. GGD-onderzoeken laten op diverse vlakken (mentale gezondheid, fysieke gezondheid, eenzaamheid, etc.) de vooruitgang zien. De beweegprogramma’s in de wijk worden gegeven door beweegprofessionals. Dit zijn geschoolde mensen, die vanuit hun opleiding kennis hebben van effectieve interventies. Bovendien worden er vanuit landelijke partners en het Sportbedrijf periodiek bijscholingen gegeven. Er zijn geen specifieke programma's ter vergroting zelfredzaamheid opgezet. De versterking van zelfredzaamheid is wél altijd een van de aandachtspunten en beoogde impact bij de programma's, subsidies en activiteiten die we binnen het gehele sociale domein doen. Organisatoren van breedtesportevenementen kunnen voor de organisatie van hun evenement subsidie aanvragen bij de gemeente. Afhankelijk van de hoogte van deze subsidie (conform ASV) dienen ze een inhoudelijke en/of financiële verantwoording in te dienen.
Bij de inhoudelijke verantwoording wordt ook gekeken naar het bereik van doelgroepen. We kijken daarbij altijd naar een passend belasting van de zwaarte van de verantwoording t.o.v. de hoogte van het subsidiebedrag. Onderzoeken van organisaties als het Mulier Instituut of Kenniscentrum Sport en Bewegen laten zien dat het organiseren van een evenement an sich niet direct bijdraagt aan het verhogen van duurzame sportparticipatie. De activiteiten in aanloop naar het evenement en de nazorg na het evenement zijn belangrijk. Dat vraagt samenwerking met o.a. lokale sportaanbieders en/of beweegprofessionals. Vandaar dat wij o.a. met de collega’s van het Sportbedrijf en lokale sportverenigingen in veel gevallen activiteiten in aanloop naar deze evenementen organiseren.
Maarten van Asten
Marcelle Hendrickx Evelien Kostermans
Maarten van Asten
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
FNr. vr. 149
150
Pagina 70 van 83
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
49
VT
Passende ondersteuning; Toegang Welke stappen onderneemt de gemeente om de toegang tot ondersteuning eenvoudiger en sneller te maken voor inwoners?
Toegang Tilburg heeft zowel een taak in het triëren van inwoners naar gecontracteerde aanbieders, als zelf ondersteuning bieden. Uit de meest recente cijfers van Toegang Tilburg blijkt dat zij de ondersteuning aan onze inwoners vaker zelf direct oppakken wat maakt dat de ondersteuning sneller en eenvoudiger (zonder beschikking) wordt gerealiseerd.
Marcelle Hendrickx
49
VT
Passende ondersteuning; Toegang Wat zijn de concrete plannen om wachtlijsten aan te pakken, en welke extra middelen worden hiervoor vrijgemaakt?
In 2025 staat de beweging naar stevige lokale teams op het programma van Toegang Tilburg. In een stevig lokaal team wordt er nog nauwer samengewerkt met de sociale basis en specialistische (gecontracteerde) hulpvormen. Een stevig lokaal team heeft een duidelijk zichtbare positie in de wijk en aan de voorkant van de zorg- en ondersteuningsketen en is fysiek en digitaal laagdrempelig. In dat kader wordt in 2025 de digitale bereikbaarheid en dienstverlening van Toegang Tilburg uitgebreid en wordt er in steeds meer wijken gewerkt met fysieke inloopspreekuren. Ook werkt Toegang Tilburg steeds meer vanuit de grondhouding m.b.t. normaliseren door de hulpverlening beter af te stemmen op de dagelijkse praktijk van onze inwoners en oplossingen te zoeken in het gewone leven. Daar waar specialistische ondersteuning wordt geboden wordt dit nadrukkelijker verbonden aan het leven in de wijken, scholen, verenigingen en het netwerk van de inwoner. In 2024 is meer personeel geworven om de wachtlijsten te bedwingen. Naar verwachting heeft dit ook voor 2025 een positief effect, daar deze nieuwe medewerkers al vanaf het begin van het jaar inzetbaar zijn. Met betrekking tot Crossroads en ook andere samenwerkingspartners wordt in de aanmeldfase in toenemende mate verbindend samengewerkt.
Het tijdsverlies in de complete doorlooptijd van een hulpvraag (bijvoorbeeld van aanmelding bij Toegang Tilburg à keukentafelgesprek à aanmelding bij Crossroads à start hulpverlening) zit vooral in de overdracht. Door meer samen op te trekken wordt het tijdsverlies op deze snijvlakken zoveel mogelijk beperkt. Daar waar er verschil zit in de wachttijden tussen de wijkteams, helpen wijkteams met een lagere wachttijd zoveel mogelijk de wijkteams met een hogere wachttijd om deze terug te dringen. In de samenwerking met Siem is er inmiddels gekozen voor: “ondersteuning, tenzij”. Daar waar Toegang Tilburg inschat dat zij de hulpvraag van de inwoner zelf op kunnen pakken, wordt dat direct gedaan zonder nog een keukentafelgesprek te voeren. Daar waar het vermoeden is dat er doorverwezen moet worden naar Siem, wordt er meer geïnvesteerd in de telefonische triage en wordt er ook weer zonder keukentafelgesprek doorverwezen naar Siem. Deze verkorte route levert ook tijdswinst op. Er worden – indexering t.o.v. 2024 daargelaten – geen extra middelen voor Toegang Tilburg vrijgemaakt voor 2025.
Marcelle Hendrickx
TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025
Pagina 71 van 83
FNr. vr. 139
Pag.
PP
Vraag
Antwoord
Portefeuillehouder
28
VT
Welke milieuoverwegingen worden meegenomen bij de aanleg van kunstgrasvelden, en hoe worden microplastics of andere vervuilende stoffen geminimaliseerd?
Maarten van Asten
140
28
VT
Hoe worden de prestaties van deze kunstgrasvelden beoordeeld en onderhouden om langdurige bespeelbaarheid te garanderen.
141
28
VT
Welke technologieën en data-infrastructuur zijn nodig voor de organisatie van grote evenementen, zoals de Worldcup shorttrack, om de veiligheid en het publieksbeheer efficiënt te monitoren?
142
28
VT
Hoe worden de economische en sociale effecten van zulke evenementen geëvalueerd om de impact op de stad in kaart te brengen.
We kiezen voor natuurgras waar het kan en voor kunstgras als het moet. Kunstgrasvelden hebben een 3 tot 4 keer hogere bespeelbaarheid dan natuurgrasvelden waardoor met minder ruimtegebruik meer capaciteit beschikbaar komt. Alleen als er op geen andere manier voldoende speelen trainingscapaciteit gerealiseerd kan worden, wordt een kunstgrassportveld aangelegd. We kiezen bij aanleg en renovatie voor de nieuwste generatie kunstgrasvelden waarbij (buiten zand) geen infill (zoals bijvoorbeeld rubber) meer aanwezig is. De bestaande kunstgrasvelden worden gerenoveerd als ze sporttechnisch niet meer voldoen. Tot die tijd worden op en rond de velden de zorgplichtmaatregelen in acht genomen. Zo zijn er bijvoorbeeld kantplanken en schoonlooproosters aanwezig. Deze maatregelen zijn erop gericht zoveel mogelijk infill (microplastics) binnen het veld te houden. Het onderhoud aan de kunstgrasvelden wordt door een ervaren groep medewerkers van het Sportbedrijf met specialistisch materieel uitgevoerd. De sporttechnische waarden van de velden worden periodiek gekeurd door een onafhankelijk onderzoeksinstituut. Dit hangt af van het type evenement. Bij veel evenementen zijn geen buitengewone maatregelen noodzakelijk. Dit is een verantwoordelijkheid van de organisator. Dat is bij grote evenementen, zoals bijvoorbeeld de worldcup shorttrack een derde partij.