Bijlage 5 Resultaat sprokkelfase Tilburg in 2050
Tekst van het document
Het PON Telos ziet vanuit het perspectief van brede welvaart een aantal aandachtspunten voor Tilburg: • Over de hele linie zien zij de ecologische thema’s zwaar onder druk staan in Tilburg. Kwaliteit van bodem en oppervlaktewater is beneden peil, voor soortenrijkdom en rode lijst soorten geldt hetzelfde en het stikstofdossier is een blijvend aandachtspunt. • Veiligheid is een issue in Tilburg, dat geldt zowel voor delicten, slachtofferschap als verkeersveiligheid. Daarnaast vertonen t.a.v. gezondheid & leefstijl veel inwoners in Tilburg riskant gedrag (overmatig alcoholgebruik, roken en overgewicht). • Tilburg beschikt over een sterke kennisinfrastructuur met een relatief gezonde arbeidsmarkt, tegelijkertijd constateert Het PON Telos dat niet iedereen daarvan meeprofiteert in de stad. Bijstand, (buffer)vermogen huishoudens en arme huishoudens scoren (ruim) onder de maat. • Participatie staat onder druk in Tilburg. Het aantal sociale contacten en het aantal vrijwilligers neemt af (mede als nasleep van de COVID-19 pandemie) en eenzaamheid neemt toe in de stad en dorpen. Volgens de onderzoekers staat Tilburg voor de uitdaging om de economische en ecologische agenda te verbinden met een inclusief sociaal-cultureel programma om tweedeling tegen te gaan en een duurzame, welvarende toekomst te waarborgen.
Uit de foto blijkt dat er zich patronen vormen die een scherpe blik op (groepen) mensen en specifieke plekken in de gemeente vereisen. Op veel plekken waar het goed ging gaat het beter, en op een aantal plekken waar het minder ging nog steeds. Of zelfs slechter dan eerst. Verschillen lijken zich daarmee te verdiepen en vragen om aandacht.
Joks Janssen heeft ons in de eerste lezing laten zien wat het begrip brede welvaart inhoudt en welk perspectief het ons kan bieden naar de toekomst toe. Hiermee heeft hij de aftrap gegeven om in de volgende lezingen een aantal thema’s verder uit te diepen vanuit het perspectief van brede welvaart. In de tweede lezing over brede welvaart beantwoordt Otto Raspe de vraag hoe een economie vanuit het perspectief van brede welvaart eruit ziet. Hij ziet niet alleen een verscherpte tweedeling ontstaan bij inwoners, maar ook bij ondernemers als het gaat om de nieuwe economie (Hoofdstuk 2).
Ton Wilthagen staat in de derde lezing stil bij de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Is de arbeidsmarkt nu een driver voor brede welvaart of juist de achilleshiel? (Hoofdstuk 3). Op welke manier natuur/groen en welvaart samenhangen heeft hoogleraar Hans Mommaas uiteengezet in de vierde lezing. Kijken we wel breed genoeg bij brede welvaart? (Hoofdstuk 4) Het belang van gedragsverandering bij grote transities heeft Peter Achterberg in de vijfde lezing over brede welvaart toegelicht. Hoe komen we voorbij de betutteling vanuit de overheid en hoe kan het denken vanuit het collectief hierbij helpen? (Hoofdstuk 5). Naast deze vijf lezingen hebben we samen met het Science Café Tilburg in de Schouwburg een lezing met Kim Putters georganiseerd over sociaal welzijn. In deze zesde lezing betoogt Kim Putters dat we niet weten waar we met ons land naar toe willen. In zijn ogen ontbreekt een wenkend perspectief. Brede welvaart kan het kompas zijn om op een positieve manier in te spelen op de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen en zo een nieuw perspectief te ontwikkelen (Hoofdstuk 6). De 6 lezingen hebben ons veel inzicht gegeven in wat brede welvaart is en hoe we er op een slimme manier mee om kunnen gaan om in 2050 een breed welvarend Tilburg te kunnen zijn.
De sprekers hebben ons niet alleen meegenomen in de meest recente onderzoeken, maar ook steeds een praktische handreiking gedaan hoe we nu al aan de slag kunnen samen met onze inwoners en partners in de regio. In het laatste hoofdstuk (7) hebben we deze handreikingen en opgaven opgesomd. Is het een aftrap voor een (regionale) agenda?
Otto Raspe is sinds maart 2023 praktijkhoogleraar aan Tilburg University en betrokken bij de Academische Werkplaats Brede Welvaart. Hij is actief als Head RaboResearch Regions Innovation Sustainability And Entrepreneurship. In die functie richt hij zich op de impact van ruimtelijke investeringen in relatie tot de brede welvaart. Ook is Otto voorzitter voor de Nederlandse Regional Science Association en verzorgt hij lezingen.
In de tweede lezing over brede welvaart neemt Otto Raspe ons mee in de economische ontwikkeling van Nederland in het algemeen, en Midden-Brabant in het bijzonder. Van een economie die draait op massaproductie in de jaren ’70 van de vorige eeuw tot een economie waar de koplopers bestaan uit bedrijven, die mensen (kennis en vaardigheden) en regio’s (agglomeratie) voorop stellen en duurzaam produceren. Deze nieuwe economische mix is een onmiskenbaar perspectief vanuit brede welvaart. Niet langer is het BBP (Bruto Binnenlands Product) de maatstaf voor succes, maar de Brede Welvaart Indicator (BWI). Deze BWI bevat 11 dimensies van ‘wat mensen van waarde vinden’: milieu, veiligheid, huisvesting, subjectief welzijn, maatschappelijke betrokkenheid, sociale contacten, werk-privébalans, gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, baanzekerheid en inkomen. De dimensies komen voor een groot deel overeen met de brede welvaart indicatoren van het CBS en Het PON Telos, maar leggen ook een focus op baanzekerheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid.
Brede welvaart in Midden-Brabant De ontwikkeling van het BBP laat zien dat Midden-Brabant het de afgelopen vier jaar beter heeft gedaan dan de afgelopen 25 jaar. De coronaperiode heeft onze regio niet van de wijs gebracht. Midden-Brabant ontwikkelt zich beter dan de gemiddelde regio’s in Nederland. Vanuit het perspectief van de Brede Welvaart Indicator (BWI) krijgen we echter een ander beeld te zien. De stevige groei die zo positief uitpakt vanuit de ontwikkeling van het BBP is niet zichtbaar als we vanuit de Brede Welvaart Indicator kijken. In Midden-Brabant zijn de scores t.a.v. gezondheid, maatschappelijke betrokkenheid en inkomen verslechterd de afgelopen jaren. Ook laat het BWI zien dat Midden-Brabant een grote groep mensen met lage brede welvaart kent (ongeveer 55.000 inwoners van de ruim 500.000 inwoners) met een score op de BWI van 5 of lager. Volgens Otto Raspe mogen we hieruit concluderen dat de brede welvaart in onze regio scheef is verdeeld.
Uit: presentatie Otto Raspe, lezing brede welvaart & Economie gemeente Tilburg, 21 februari 2024 & Rabobank (2024)
Vervolgens gaat Otto Raspe tijdens de lezing in op de brede welvaart ontwikkeling van bedrijven in de regio. Ook hier is vanuit onderzoek een Brede Welvaart index ontwikkeld, NExT geheten (Nieuwe Economie index). Deze index meet op basis van zeven dimensies de voortgang van het Nederlandse bedrijfsleven in hun transitie naar de nieuwe economie: nieuwe rijkdom, echte prijzen, inclusief ondernemen, transparante ketens, groene energie, biodiversiteit en circulaire economie. NExT laat zien dat in Nederland vanaf 2020 de transitie naar de nieuwe economie stagneert. Deze stagnatie zit met name bij de kleine bedrijven (< 50 werknemers), waardoor er sprake is van een toenemende tweedeling tussen grote bedrijven die over het algemeen wel de slag naar de nieuwe economie kunnen maken, en de kleine bedrijven die dit niet of in mindere mate lukt. Daarmee komen veel kleinere bedrijven op een grotere afstand te staan bezien vanuit het perspectief van brede welvaart. Een deel van de verklaring ziet Otto Raspe, naast oneerlijke concurrentie, bij de rol van de overheid. Daar waar de overheid onduidelijk is over beleid en regels of deze snel of vaak verandert, worden bedrijven voorzichtiger om de stap richting nieuwe economie te maken.
Uit: presentatie Otto Raspe, lezing brede welvaart & Economie gemeente Tilburg, 21 februari 2024 & Rabobank (2024)
Kijken we naar Midden-Brabant dan zien we dat onze regio juist boven gemiddeld goed scoort op de NExTindex. De verklaring volgens Otto Raspe kan hiervoor o.a. worden gezocht bij het hoge aantal sociaal bewogen ondernemers in deze regio. Onze regio kent veel koplopers als het gaat om de nieuwe economie.
STELLING VANUIT PUBLIEK: “Werken aan brede welvaart is als gemeente gemakkelijker subsidies verstrekken voor bijvoorbeeld burgerinitiatieven voor verduurzaming Zo kan de maatschappelijke kracht van de (oudere) bevolking toenemen. De kracht van burgerinitiatieven zou ook onderdeel moeten zijn van het meten van brede welvaart.”
Versnelling in de transitie naar de nieuwe economie Otto concludeert dat de regio Midden-Brabant – met een relatieve voorsprong ten aanzien van de nieuwe economie – kansen heeft deze voorsprong vanuit het perspectief van brede welvaart te verzilveren en daarmee de transitie naar de nieuwe economie op gang te houden. Vanuit de overheid (gemeenten) vraagt dit om een standvastige koers en regelgeving, oog voor de ongelijke verdeling van brede welvaart bij de mensen en het verkleinen van de tweedeling tussen grote en kleinere bedrijven als het gaat om het inhaken op de nieuwe economie. De transitie naar de nieuwe economie vraagt namelijk een krachtinspanning vanuit alle partijen in de regio (en Nederland), niet alleen van het bedrijfsleven. Alleen door hierin samen en gebiedsgericht te handelen kan de stagnatie van de transitie doorbroken worden, aldus Otto Raspe.
Acht opgaven voor Midden-Brabant Voor de regio Midden-Brabant ziet Otto Raspe een achttal opgaven. Op deze manier benut de regio zijn economische potentie beter en kan de regio de transitie naar de nieuwe economie realiseren. 1. Creëer een gedeelde visie op de regionale economie; 2. Profileer de regio beter en zet daarin het ondernemerschap centraal; 3. Versterk het start- en scale-up klimaat; 4. Zorg voor een ondernemende overheid; 5. Kom tot een investeringsagenda gericht op brede welvaart; 6. Investeer in een aantrekkelijker woon- en werkklimaat; 7. Ben koploper op het gebied van de duurzaamheidstransitie; 8. Ontwikkel van een stad met een universiteit naar een universiteitsstad.
Uit: presentatie Otto Raspe, lezing brede welvaart & Economie gemeente Tilburg, 21 februari 2024 & Rabobank (2024)
Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt aan Tilburg University en betrokken bij de academische werkplaats brede welvaart. Al vele jaren onderzoekt hij de institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt en is hij op zoek naar de drijvende krachten die de arbeidsmarkt en het werk van mensen bepalen. Sinds 2022 is Ton ook stadshoogleraar van Tilburg en helpt de gemeente oplossingen te vinden voor de vraag hoe een samenleving en een arbeidsmarkt dynamisch kunnen zijn mét behoud van sociale cohesie en zekerheid.
Een goed functionerende arbeidsmarkt draagt nadrukkelijk bij aan het behouden en versterken van brede welvaart. Het combineert verantwoorde economische groei met het bieden van waardevol werk voor mensen. Waardevol werk leidt er toe dat mensen gelukkiger en gezonder zijn en meer sociale contacten hebben. Deze brede welvaart arbeidsmarkt biedt ruimte voor talentontwikkeling via onderwijs en een leven lang ontwikkelen van vaardigheden. Dit sluit naadloos aan bij de Sustainable Development Goals (SDG’s). En toch, zo stelt Ton Wilthagen in zijn lezing, is de arbeidsmarkt de achilleshiel van de ontwikkeling van brede welvaart. We zien het terug bij diverse actuele transities en opgaven. Denk aan de energietransitie (tekort aan personeel om zonnepanelen te plaatsen), de zorgsector (te weinig handen aan het bed), de woningbouw (te weinig vakmensen om huizen te bouwen), etc. Als gevolg van de dubbele vergrijzing (een grotere groep ouderen die ook steeds ouder wordt) neemt de potentiële beroepsbevolking af en moet een kleinere groep mensen hetzelfde werk verrichten. De eerste tekenen zien we nu al in de krapte op de arbeidsmarkt. Als we niet oppassen raakt de maatschappij, gegeven deze demografische ontwikkelingen, naar de toekomst toe ontwricht doordat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet meer op elkaar aansluiten.
Het is in ieder geval zeker dat we naar 2050 toe te maken krijgen met een structurele krapte op de arbeidsmarkt.
Wat drijft de arbeidsmarkt en beïnvloedt vraag en aanbod op de arbeidsmarkt? Ton Wilthagen geeft aan dat er verschillende drijvende krachten zijn die de arbeidsmarkt beïnvloeden. Daarvan is Demografie (migratie, gezondheid, vergrijzing, ontgroening) de enige die redelijk tot goed voorspelbaar is. Technologie, Markten, Instituties, Cultuur en Ecologie zijn daarentegen onvoorspelbaar. Bijvoorbeeld Artificial Intelligence (AI). Zal AI leiden tot het opheffen van 40% van de banen, zoals weleens wordt betoogd? Nee, maar het zal zeker gevolgen hebben voor werk.
Daarbij is niet zozeer de mate van opleiding bepalend, maar de mate waarin het als routinematig werk kan worden bestempeld. Dit zal met name gebeuren in de financiële sector en in de maakindustrie en raakt daarmee zowel praktisch als theoretisch opgeleide mensen.
Uit: presentatie Ton Wilthagen, lezing brede welvaart & Arbeidsmarkt gemeente Tilburg, 20 maart 2024 Ook de arbeidsethos als voorbeeld van Cultuur is van invloed. In Nederland is sprake van een laag arbeidsethos in vergelijking met andere landen in de wereld. We werken graag in deeltijd en willen naast het werk ruimte houden voor andere activiteiten. De huidige jongeren spreken dit nog explicieter uit. Tegelijkertijd zien we dat in Nederland ruim 1,2 mln. mensen zouden willen en kunnen werken, maar niet in beeld komen. Zij vertegenwoordigen een ongekend talent dat niet ingezet wordt op de arbeidsmarkt. Daarnaast ontstaat een personeelstekort op de arbeidsmarkt als gevolg van de afnemende beroepsbevolking. Dit zorgt samen voor een inclusietekort.
VRAAG UIT PUBLIEK: “Moet ik na mijn pensioen, gelet op brede welvaart, betaald doorwerken of vrijwilligerswerk gaan doen?” ANTWOORD TON: “Elke keuze is waardevol. Vergrijzing moeten we als een kans zien voor de arbeidsmarkt. We moeten de wijsheden en kennis van ouderen koesteren en jongeren de kans geven om op basis van hun eigen vaardigheden impact te maken. Het resultaat kan een revolutie op de arbeidsmarkt zijn!”
Keuzes, keuzes, keuzes: een nieuwe Tilburgse ‘industriepolitiek’ Ton komt met vijf concrete aanbevelingen voor het beïnvloeden van de arbeidsmarkt met het oog op de brede welvaart. Ten eerste moet er een nieuwe Tilburgse ‘industriepolitiek’ komen. Er moeten keuzes en afwegingen worden gemaakt, waarbij de gemeente als hoeder van de brede welvaart, belangen afweegt en richting moet geven aan de economie, arbeidsmarkt en het onderwijs.
Alle schuifjes voor de krappe arbeidsmarkt moeten worden opengezet. Of het nu gaat om arbeidsdeelname, ongekend talent, arbeidsmigratie, arbeidsvoorwaarden, arbeidsproductiviteit, studiekiezers, inzetten van studenten, skills matching, doorscholen medewerkers of interregionale mobiliteit. Uit: presentatie Ton Wilthagen, lezing brede welvaart & Arbeidsmarkt gemeente Tilburg, 20 maart 2024
MKB-United Ten tweede moeten we in de regio Midden Brabant en in Tilburg het MKB meer koesteren. De gemeente moet helpen bij het samenwerken tussen MKB-bedrijven, dit maakt het MKB innovatiever en productiever. De gemengde economie in Tilburg met zorg en welzijn, transport, groothandel, detailhandel etc. bestaat tenslotte voor het merendeel uit MKB-bedrijven. De door de raad in 2013 aangenomen motie over MKB United wacht nog op het moment dat de uitvoering door ondernemers en gemeenten samen wordt opgepakt. Uit: presentatie Ton Wilthagen, brede welvaart & Arbeidsmarkt gemeente Tilburg, 20 maart 2024
Innovatie in de publieke sector Zorg, onderwijs en justitie/politie, maar ook de gemeente zelf moeten meer investeren in sociale en technische innovatie. Hierdoor kan de kwaliteit van brede welvaart ook voor latere generaties gegarandeerd worden.
Wees nog zuiniger op de jongeren Deze aanbeveling omvat een breed scala aan maatregelen. Ten eerste moeten we rekening houden met de achterblijvers. Jongeren die buiten het onderwijs of de arbeidsmarkt vallen, geen startkwalificatie hebben of in de criminaliteit raken. Ook moeten we rekening houden met de studiekiezers en afstudeerders; een nog te groot deel van de studenten verlaat onze stad. Actie is nodig om ook voor deze groepen brede welvaart in de gemeente te garanderen.
Investeer in ieders talent en skills Deze aanbeveling geldt niet alleen voor jongeren, maar voor iedereen. Met het blijven investeren in ieders talent, houden we greep op de robotisering en verhogen we de arbeidsproductiviteit. Hierbij kunnen we de krapte op de arbeidsmarkt ook benutten om juist meer mensen een kans te geven, ook al hebben ze niet de correcte diploma's. Een ‘skillspaspoort’ kan hierbij behulpzaam zijn. Krapte op de arbeidsmarkt wordt zo een kans om het inclusietekort op te lossen.
“Het is krapte, snapte!”
Hans Mommaas is als professor emeritus verbonden aan Tilburg University en doet daar ruim 20 jaar onderzoek naar regionaal duurzaamheidsbeleid en vrijetijdswetenschappen. Tot 2022 is hij directeur geweest van het Planbureau voor de Leefomgeving. Als wetenschappelijk directeur van Telos, Brabants Centrum voor Duurzame Ontwikkeling heeft hij de duurzaamheidsbalans geïntroduceerd waar de afweging tussen de triple P (‘people, planet and profit’), de voorloper van brede welvaart, centraal staat.
Brede welvaart is breed, maar niet breed genoeg, zo start Hans Mommaas de vierde lezing over brede welvaart. Met brede welvaart kijken we verder dan onze neus lang is, en toch blijft brede welvaart vaak beperkt tot sociale thema’s zoals ongelijkheid, armoede, onderwijs, gezondheid en zorg. Brede welvaart is meer en gaat over álle dingen die van waarde zijn voor de mensen nu en naar de toekomst toe. Daar horen natuur en groen nadrukkelijk bij. Immers, de natuur kan wel zonder de mens, maar de mens kan niet zonder de natuur! Groen en natuur moeten dan ook beter tot hun recht komen binnen brede welvaart. Reeds langere tijd wordt vanuit duurzaamheid nagedacht over de brede samenhang tussen onderwerpen en opgaven en hoe hierin keuzes te maken. Denk aan de afweging tussen People, Planet en Profit (triple P). Denk aan de Sustainable Development Goals en nu dus brede welvaart. Al deze manieren van kijken en ordeningen zijn erop gericht om de selectieve samenhang tussen onderwerpen in het vizier te krijgen en te houden en op basis van deze samenhang keuzes te maken. Het is een uitdaging om dit doel scherp voor ogen te houden. Valkuil bij deze zoektocht is namelijk dat we kopje ondergaan in de complexiteit van de onderwerpen en brede welvaart een soort van duizend-dingen-doekje wordt. Of dat we selectieve samenhang verwarren met integraliteit.
Bij integraliteit, zo benadrukt Hans “wordt alles één grote grijze vlakte, waar iedereen zijn eigen weg kan vinden” en dus naar eigen inzicht keuzes maakt. Brede welvaart helpt ons juist om in een selectieve samenhang van onderwerpen gezamenlijk keuzes te maken, te prioriteren en de centrale opgaven te beschrijven. Tilburg doet dit al goed, bijvoorbeeld bij het opstellen van de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (opgesteld in 2015), waarin het triple P-perspectief de basis vormt voor ons handelen.
Uit: presentatie Hans Mommaas, brede welvaart & Duurzaamheid, gemeente Tilburg, 17 april 2024.
Vier richtinggevende ontwikkelingen Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft vier grote ontwikkelingen geïdentificeerd die ons in Tilburg en Nederland richting 2050 voor grote uitdagingen stelt. Het gaat om: Klimaat en energie (zeespiegelstijging, bodemdaling, wateroverlast, hittestress); Voedsel, landbouw en natuur (o.a. stikstof, verdroging en versnippering van oppervlaktes); Vergroening en circulaire economie; Sterke (stedelijke) regio’s. Deze vier ontwikkelingen kunnen we niet los van elkaar zien. We moeten ze juist en nadrukkelijk in samenhang doordenken. Deze vier ontwikkelingen vragen allen om extra ruimtegebruik, en dat terwijl er in Nederland geen lege ruimte meer is. “Iets erbij, betekent feitelijk iets anders eraf”, zo stelt Hans Mommaas. Oftewel, we moeten keuzes en afwegingen maken. Zware, lastige keuzes, zo betoogt hij. De natuurkwaliteiten gaan nog steeds achteruit. Tegelijkertijd gaan we in een van de meest versteende landen van Europa nog meer bouwen. Ook de nationale plannen stapelen zich op; circulaire economie, nationaal programma landelijk gebied, programma woningbouw, infrastructuur en transport, ruimte voor defensie etc. De druk op de ruimte zal naar 2050 toe alleen maar toenemen.
Hoe ga je daar als stad en regio richting en vorm aan geven? Hoe komen we in onze steeds complexer wordende samenleving tot prioriteiten en keuzes? In een land waar de politiek steeds meer fragmenteert, we het sneller met elkaar oneens zijn, soms hele korte lontjes hebben en liever de nieuwe ontwikkelingen niet in onze eigen achtertuin willen zien (NIMBY-gedrag).
Uit: presentatie Hans Mommaas, lezing brede welvaart & Duurzaamheid gemeente Tilburg, 17 april 2024.
De opdracht voor de gemeente is duidelijk: we moeten richting geven en ruimte maken. Ruimte voor ontwikkeling enerzijds en groen en natuur anderzijds. Hoewel het lastig is voor een gemeentebestuur, zullen we per agenda moeten kijken op welke (ruimtelijke) schaal de opgave speelt: (inter)nationaal, provinciaal, regionaal, stad, wijk of buurt. Wie zijn onze ontwikkel- en netwerkpartners? En welke strategieën kunnen we samen ontwikkelen? Het dringende advies van Hans is om op álle schalen aanwezig te zijn én om steeds aandacht te hebben voor groen en natuur. Groen en natuur zijn niet alleen vanwege de klimaatverandering (wateroverlast, hitte, droogte) van belang, maar ook vanwege de soortenrijkdom (o.a. veerkracht natuur, voedsel- en watervoorziening). En wat te denken vanuit de kwaliteit van de leefomgeving (rust, ruimte, gezondheid)? Groen en natuur dragen ook bij aan een gedeeld eigenbesef (landschap & identiteit) en vervullen een belangrijke rol als drager voor de stedelijke kwaliteit. Kortom, de kwaliteit van de groene omgeving bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit van onze brede welvaart.
Groen en natuur zijn dus belangrijke zachte waarden voor de toekomstige ontwikkelingen van onze stad. De dichtregel “Alles van waarde is weerloos” (Lucebert, 1954), zegt het al. Hoe bepalen we wat van waarde is en hoe borgen we zachte waarden zoals groen en natuur? Hans is van mening dat bij de (toekomstige) strijd om de schaarse ontwikkelruimte de overheid juist moet zorgen voor het borgen van deze zachte waarden. Als borging via de economie niet kan, dan kunnen de volgende vijf manieren van borging specifiek gericht op groen en natuur ons behulpzaam zijn: 1. Normeren, beprijzen en subsidiëren Het vastleggen van de groene stedelijke kwaliteiten per buurt of wijk bijvoorbeeld. 2. Aan de voorkant benoemen in de planvorming Bij de start van planvorming al nagaan wat het effect van het plan zal zijn op de milieuwaarden. Hebben we gedacht aan alternatieven om milieuwaarden te maximaliseren en negatieve milieueffecten te reduceren? 3. Opnemen in monitoring (brede welvaart) Laat groen en natuur geen restcategorie zijn in een monitor, weggemoffeld onder het kopje milieu. Ontwikkel juist indicatoren die nadrukkelijk iets zeggen over de ontwikkeling van groen en natuur (bijv. percentage groen) of deze ontwikkeling in de weg staan (bijv. percentage verstening) 4. Meenemen in ontwerp- en ontwikkelstrategieën 5.
Oog hebben voor ‘koppelkansen’ Natuur en stad hoeven geen tegenstellingen te zijn.
STELLING UIT PUBLIEK: “Groene voorzieningen zijn ‘de longen van de stad’. De waarde, bijzonderheid en kwetsbaarheid van natuur moeten we vanaf een jonge leeftijd ontdekken.”
Peter Achterberg is hoogleraar Sociologie aan Tilburg University en richt zich in zijn cultuursociologisch onderzoek op de relaties tussen inwoners en instituties. Daarbij is hij in het bijzonder geïnteresseerd in hoeverre culturele processen zoals individualisering en globalisering het bestaansrecht van sociale instituten aantasten (zoals welzijnsstaat, politieke partijen, wetenschappelijke en juridische instituties, etc.). Ook onderzoekt hij hoe deze processen leiden tot de vorming van nieuwe culturen, tradities en instituties en wat de consequenties van deze culturele veranderingen zijn voor ons sociaal gedrag.
In de vijfde lezing over brede welvaart neemt Peter Achterberg ons mee in hoe onze samenleving vandaag de dag anticipeert op maatschappelijke vraagstukken en hoe we hier als overheid beter op in kunnen spelen. Aan de hand van het vraagstuk over klimaatverandering laat hij zien hoe wij vanaf de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw steeds meer individueel gedrag zijn gaan vertonen en ook steeds meer maatschappelijke problemen als een individuele verantwoordelijkheid zijn gaan zien. Slogans als “Een beter milieu begint bij jezelf” (campagne jaren ’90) laten deze beweging al goed zien. Met onze individuele keuzes kunnen we dus maatschappelijke problemen versterken, maar ook oplossen, zo lijkt het algemene gedachtengoed te zijn bij veel Nederlanders. Tegelijkertijd zien we dat een vraagstuk als klimaatverandering meer nodig heeft dan individuele keuzes. We moeten ontbossing voorkomen, meer winden zonne-energie opwekken, minder elektriciteit opwekken uit fossiele brandstoffen, de emissiearme technologie versnellen, werk maken van een toekomstbestendige landbouw, etc. Op veel van deze genoemde zaken hebben we als individu geen of nauwelijks invloed. Overheden en bedrijven moeten deze keuzes maken. We hebben dus allemaal een verantwoordelijkheid: als individu en als collectief. Uit: presentatie Peter Achterberg, lezing Brede welvaart & gedragsverandering gemeente Tilburg, 15 mei 2024
Wie voorop: het individu of het collectief? Is er nog ruimte om niet alleen als individu, maar juist als collectief de maatschappelijke vraagstukken aan te pakken? In de afgelopen 60 jaar zien we dat in westerse landen het denken in termen van individuele vrijheid een centrale levenswaarde is geworden. Steeds meer mensen hechten aan hun individuele vrijheid en zien dit zelfs als hoogste waarde. Deze individualisering is steeds breder geworden en het is onderdeel geworden van ons dagelijks leven. Reclames laten deze tijdsgeest op een eenvoudige, duidelijke manier zien: Monuta: “Blijf jezelf tot het einde”. Hema: “Altijd jezelf.” Scholen en opleidingsinstituten die adverteren met “investeer in jezelf”. Het is duidelijk: het ideaal van individuele vrijheid staat in Nederland hoog in het vaandel. Als gevolg van het individualisme verwachten inwoners steeds minder van de overheid. Het vraagstuk over klimaat laat dit goed zien: het oplossen van de klimaatverandering zien we vooral als een individueel keuzeprobleem. Waarom verwachten de mensen niets van de overheid? Het eenvoudige antwoord: zij ervaren de inbreng vanuit de overheid als betuttelend. De activiteiten die de overheid oppakt in het kader van klimaat botsen met het gedachtengoed van individualisten en hun individuele vrijheid. Zij willen als individu de keuze hebben en niet worden betutteld.
Het European Social Survey, waar in meer dan dertig landen de houdingen, overtuigingen en gedragspatronen van de bevolking worden onderzocht, bevestigt dit: in de meest individualistische landen (waaronder Nederland) wordt de aanpak van klimaat gezien als een individueel keuze probleem. Uit: presentatie Peter Achterberg, lezing brede welvaart & gedragsverandering gemeente Tilburg, 15 mei 2024
De collectieve aard tegenover betutteling Peter ziet voorzichtig een maatschappelijke tegenbeweging tegen het individualisme ontstaan. Zo neemt het aantal artikelen met een pleidooi voor meer overheidsingrijpen bij het aanpakken van het klimaat toe. Ook het handelen van Extinction Rebellion kan in dit licht worden gezien. Zij vinden dat de overheid weigert om het noodzakelijke beleid in te voeren om haar burgers te beschermen. Zij doen hiermee een beroep om meer vanuit het collectief te denken en handelen en zetten zo een rem op de drang naar individualiseren. En in de coronaperiode is sinds lange tijd een eerste kentering te zien in het individualisme. Deze periode heeft het belang van en de behoefte naar meer collectiviteit bij grote bedreigingen zichtbaar gemaakt.
Wetend dat inwoners wars zijn van betutteling adviseert Peter Achterberg om ons beleid, dat gericht is op het algemeen belang, beter uit te leggen. Het moet voor inwoners duidelijk zijn dat zij niet alleen aan zet zijn. We moeten altijd wijzen op de collectieve aard van het probleem en uitleggen dat onze (collectieve) aanpak aanvullend is op de individuele bijdragen en deze dus niet vervangt. Zo kunnen inwoners het vertrouwen in de aanpak van de overheid weer terugkrijgen. Want een beter klimaat begint bij… de overheid! Hóe die nieuwe vorm van collectiviteit en de collectieve aanpak bij een vraagstuk eruit moet zien laat Peter Achterberg bewust open: dat zullen we met elkaar moeten ontdekken.
STELLING UIT PUBLIEK: “We moeten iets doen aan de toenemende individualisering. Mensen moeten bewust worden gemaakt van de keerzijde van ervan: het afbreken van de solidariteit tussen mensen. Dit kan de overheid niet alleen. We moeten allemaal blijven nadenken over individualisering. Ik mis hierin de rol van het onderwijs, want vanaf jonge leeftijd moet deze bewustwording rondom individualisering en collectief al aangewakkerd worden.”
Kim Putters is sinds 2022 praktijkhoogleraar brede welvaart aan Tilburg University en verbonden aan de Academische Werkplaats Brede Welvaart. Zijn onderzoek ligt op de terreinen innovaties, maatschappelijk ondernemerschap, wijk- en buurtgericht werken en het bredere sociale domein. Ook is hij vanaf 2022 voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER). Daarvoor is hij bijna 10 jaar directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau geweest en Eerste Kamerlid.
In de slotlezing over brede welvaart stelt Kim Putters de vraag “Wat is er aan de hand in Nederland?” In zijn ogen ontbreekt het aan een hoopvol en hoopgevend wenkend perspectief waar we met ons allen naar toe willen. We vliegen van crisis naar crisis: Klimaatcrisis, zorgcrisis, onderwijscrisis, energiecrisis, stikstofcrisis en ga zo maar door. Hoewel allerlei trends op ons af komen zoals vergrijzing en digitalisering blijft alle aandacht gericht op de korte termijn. Volgens Kim overschatten we de crises op korte termijn en onderschatten we de trends op de lange termijn. Tegelijkertijd ziet hij de verschillen tussen groepen in Nederland groter worden. Mensen worden onrechtvaardig behandeld of krijgen geen gelijke kans op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Een steeds grotere groep komt aan de verkeerde kant van de streep te staan. De stapeling aan tekorten in besteedbaar inkomen, sociale netwerken, opleidingsmogelijkheden, huisvesting en gezondheid versterkt de tegenstellingen tussen mensen. Dit vertaalt zich naar een afnemend vertrouwen in de instituties of het nu gaat om politiek, ambtenaren, professionals of bedrijfsleven.
Wat hebben we nodig? De groeiende tegenstellingen, het ongenoegen, opgeteld bij de grote uitdagingen rond klimaat, energie, migratie en digitalisering (AI) stellen ons voor grote uitdagingen, aldus Kim. Steeds minder mensen geloven dat de overheid de goede antwoorden geeft en hebben geen vertrouwen meer dat ons systeem een vangnet kan zijn. Wat hebben we nodig? Ten eerste een duurzaam en robuust beleid. Beleid dat jaren meegaat. Beleid dat mensen begrijpen, waar ondernemers, werknemers en zzp-ers zich op kunnen voorbereiden. We hebben zekerheid nodig om te kunnen investeren in ons bedrijf of huis. Dus moeten we stoppen met het jojo-beleid dat we nu kennen; beleid dat verandert bij elke kabinetswisseling.
Ten tweede vindt Kim dat we een nieuw sociaal contract nodig hebben waar we de verwachtingen die overheid, burgers en bedrijven van elkaar hebben met de bijbehorende rechten en plichten vastleggen. In een democratische rechtsstaat en verzorgingsstaat leidt dat tot rechten, plichten en consensus over de wederzijdse verwachtingen van burgers, overheden, bedrijven en professionals. Met basisnormen van rechtvaardigheid, representatie en fatsoen. Een sociaal contract leunt op draagvlak onder burgers en op onderling vertrouwen. brede welvaart kan daarbij als kompas dienen. Het kompas geeft richting aan het beleid en helpt bij te sturen als het nodig is. Iedereen telt mee en we laten niemand achter. Dit is de kern van brede welvaart. De Monitor brede welvaart van het CBS laat zien dat als we zo doorgaan, de volgende generatie het met minder brede welvaart zal moeten doen. Door brede welvaart in elk beleidsstuk op te nemen, kunnen we hier iets aan doen en richting geven aan de toekomst.
Kim ziet een zestal trends waar we bij het streven naar brede welvaart extra rekening mee moeten houden.
1. (Dubbele) vergrijzing Het aantal ouderen neemt toe en we worden steeds ouder. De gevolgen hiervan zijn voelbaar op de woningmarkt (meer behoefte aan éénpersoons woningen), afnemende beroepsbevolking en toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Ook de zorgvraag neemt toe. De verwachting is dat in 2040 meer dan de helft van de bevolking een chronische aandoening heeft waardoor inzet van de zorg toeneemt.
2. Toenemende sociale ongelijkheid Steeds meer mensen blijven achter en de sociale ongelijkheid tussen mensen groeit. We zien dit het duidelijkst bij de gezondheidsverschillen. Mensen onder de armoedegrens leven gemiddeld 8 jaar korter in vergelijking met de 20% meest welvarende Nederlanders. Dit verschil wordt nog groter als we kijken vanuit het aantal levensjaren in goede gezondheid. Het verschil is dan zelfs 24 jaar. Daarnaast zien we dat theoretisch opgeleide mensen gemiddeld 5 jaar langer leven en 15 jaar langer in goede gezondheid dan praktisch opgeleide mensen.
3. Digitalisering en technologisering Routinematige werkzaamheden worden overgenomen door computers, waardoor een groot aantal banen zal verdwijnen. Tegelijkertijd zullen juist door digitalisering en technologisering nieuwe banen ontstaan. We zullen om moeten leren gaan met deze veranderingen en keuzes maken. Willen we verpleegkundigen of robots in ziekenhuizen? Willen we nog een buschauffeur op de bus? En kunnen we werk anders, slimmer én op een sociale manier organiseren?
4. Geopolitieke spanningen De laatste jaren zijn, mede door de oorlogen, de spanningen in de wereld hoog opgelopen. Dit is van invloed op de wereldwijde handel. En voelbaar in onze eigen economie. Van de EU-landen is Nederland na Duitsland het meest afhankelijk van handel met niet EU-landen. De geopolitieke spanningen beïnvloeden dus in sterke mate onze handelsimport en -export. Hoe vergroten we de weerbaarheid en strategische autonomie van Europa en daarmee van Nederland? Kan circulaire economie ons hierbij helpen?
5. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies De afgelopen 50 jaar is de populatiegrootte van diersoorten met meer dan 70 procent afgenomen. De hierbij komende opwarming van de aarde met anderhalve graden is een urgent probleem. Om hier tegenin te gaan moeten de CO2 maatregelen van 2030 en het doel voor klimaatneutraliteit van 2050 behaald worden. Hoe willen we de aarde achter laten aan onze kinderen en kleinkinderen?
6. Toenemende vraag naar schaarse ruimte Tot slot is er de toenemende vraag naar (schaarse) ruimte. Nederland is een klein land met grote ambities en opgaven die allen ruimte nodig hebben. Denk aan verbetering van de waterkwaliteit en de opgaven rond klimaatadaptatie, energie, landbouw en woningbouw. We willen toe naar een nieuwe (duurzame, innovatieve en sociale) circulaire economie. Hoe gaat dat allemaal passen in de schaarse ruimte die we hebben? En wat betekent het voor ons eigen consumptiegedrag? We moeten keuzes maken. Vanuit het besef als je kiest voor het ene, kies je er ook voor om het andere niet te doen.
Vanuit het perspectief van brede welvaart is het belangrijk dat de verbinding tussen overheid, inwoners en bedrijven goed is, want alleen samen – in termen van Kim Putters een nieuw sociaal contract – kunnen we in de toekomst brede welvaart garanderen voor iedereen. Drie oplossingsrichtingen (op het sociale, economische en het ecologische domein) dragen volgens Kim bij aan het verbeteren en versterken van deze verbinding:
Waardig werk en inkomenszekerheid Op dit moment ervaren veel mensen onzekerheid over hun werk, inkomen en toekomst van hun werk. Deze onzekerheid werkt door in de keuzes die mensen maken. Ze wisselen niet snel naar een andere baan, stellen het starten van een gezin of het kopen van een huis uit. Naar de toekomst toe is vernieuwing van de arbeidsmarkt en het tegengaan van arbeidstekorten cruciaal. Om bedrijven meer wendbaar te maken en inwoners meer bestaanszekerheid te bieden moet er volgens Kim meer worden ingezet op de vernieuwing van de arbeidsmarkt waarbij de arbeidstekorten worden aangepakt. Tevens moet iedereen naar vermogen weer mee kunnen doen. Dit vraagt om sociale en technologische innovaties. Daarbij zullen we niet alleen de inwoners, maar ook het bedrijfsleven, met name het MKB, moeten helpen.
BIJDRAGE RALF EMBRECHTS: “Er is momenteel geen sprake van een maatschappelijke tweedeling maar van een veeldeling. We moeten dus fundamenteel veranderen. Zo moet de basis steviger. Denk aan het basisinkomen en niet aan de bijstandsbingo. Bouw en ontluik gemeenschappen en groepen. Bevorder goede buurschap. Hou elkaar vast en investeer in het Tilburgerschap.”
Toekomstig verdienvermogen Kim stelt dat brede welvaart alleen mogelijk is op het moment dat Nederland voldoende verdienvermogen heeft en houdt. Het vestigingsklimaat voor bedrijven is niet op orde. Denk bijvoorbeeld aan het ontbreken van stroomlevering. Te weinig bedrijven houden zich bezig met de sleuteltechnologieën van de toekomst; de nieuwe economie. Door een stapeling van regelgeving raken ze verlamd en stellen investeringen in de nieuwe economie uit. Er is een investerings- en ontwikkelagenda voor de lange termijn nodig waarbij we met elkaar afspreken in welke technologieën – passend bij brede welvaart – we wel en niet (meer) gaan investeren. Ook moet de regeldruk voor bedrijven worden teruggebracht. Daarnaast moeten we met ons onderwijs aan de slag. Gegeven de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen, is een leven lang leren niet genoeg. Er is meer aandacht nodig voor de kwaliteit van het onderwijs: de reken- en leesvaardigheid van kinderen blijft steeds meer achter ten opzichte van andere Europese landen. Kortom, het is onvermijdelijk om keuzes te maken. “Een world class business is ook een world class society”.
Ruimte en natuur Voor de toekomst is het ecologische domein van groot belang. Als we doorgaan met leven zoals we dat nu doen, zal de planeet niet meer hetzelfde zijn voor de volgende generaties. Dit sluit niet aan op het brede welvaart principe van later en elders. Daarom moeten we klimaatverandering tegengaan en de biodiversiteit verbeteren. Hierbij moeten we keuzes maken tussen ontwikkelen en verduurzamen. Kim Putters maakt ons duidelijk dat we alles en iedereen nodig hebben voor het realiseren van brede welvaart.
“Een overheid die regie pakt, duidelijke kaders stelt en consistent is in haar beleid; Bedrijven die investeren in goed werk en technische en sociale innovatie; Burgers die investeren in zichzelf, door werken te combineren met leren, ontwikkelen en zorgen; Kennisinstellingen die inzichten verzamelen en bijdragen aan oplossingsrichtingen”.
De zes lezingen over brede welvaart hebben ons een inkijkje gegeven in wat het begrip brede welvaart inhoudt en wat het betekent om vanuit brede welvaart te gaan handelen. Aan de hand van de ontwikkelingen vanuit economie, arbeidsmarkt, groen en natuur, gedragsbeïnvloeding en sociaal welzijn zijn de zes sprekers van Tilburg University dieper ingegaan op het begrip brede welvaart en hoe we het als leidend principe naar 2050 toe kunnen inzetten. Brede welvaart dient op die manier als een (wenkend) perspectief én een kompas. Werken vanuit het perspectief brede welvaart vraagt veel van ons, onze inwoners, ondernemers en organisaties in Tilburg. We moeten anders kijken naar het hier en nu, elders en later. Het betekent dat we niemand achterlaten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het PON Telos wijst ons al op de ontwikkeling in Tilburg dat de verschillen in de stad groter worden tussen verschillende doelgroepen. Naast de inzichten over brede welvaart geven de sprekers ook een aantal opgaven aan ons mee. Opgaven die voor een groot deel het succes (of falen) van brede welvaart als wenkend perspectief bepalen. We lopen ze kort langs.
Brede welvaart is een perspectief en kompas tegelijk voor het maken van stedelijke en regionale keuzes. Een kompas als meetinstrument en afwegingskader voor gemeentelijk en regionaal beleid. Met een dergelijk kompas kunnen we meten hoe we per thema ervoor staan en welke voortgang we boeken. Voortgang ten opzichte van het verleden, ten opzichte van onze ambities en ten opzichte van anderen. De monitor van het CBS en de Brede Welvaart Foto van Het PON Telos zijn mooie voorbeelden. Hiermee weten we hoe we het in het hier en nu doen. Daarnaast helpt een kompas ons om afwegingen te maken en in beeld te brengen wat de consequenties van onze keuzes zijn voor andere aspecten van brede welvaart, voor elders en voor later. Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij de andere thema’s als we meer inspanningen verrichten op het thema Gezondheid en Leefstijl? En heeft dat ook gevolgen voor gebieden buiten Tilburg (elders)? Kortom, willen we met brede welvaart aan de slag gaan, dan is het ontwikkelen van een dergelijk kompas noodzakelijk. Brede welvaart vraagt ook om een nieuwe werkwijze waar we duidelijke spelregels met elkaar afspreken zodat we in de besluitvorming de juiste stappen zetten om paal en perk te stellen aan de groei. Indachtig de waarschuwing van Kim Putters: brede welvaart als kompas werkt alleen als de besluitvorming hier ook op wordt aangepast.
Anders blijft alles wat het was en blijven we doen wat we deden. En we weten al vanaf het Rapport van Rome uit 1972 dat er écht grenzen aan de groei zijn. De nieuwe werkwijze pakken we samen met de Tilburg University op en gaan we verder vormgeven binnen de academische werkplaats (Be)sturen op Brede Welvaart.
Brede welvaart als (wenkend) perspectief en kompas vraagt van de overheid standvastigheid en robuust beleid. Robuust beleid waar in alle aspecten steeds vanuit het brede welvaart perspectief worden bekeken. Maar ook robuust in de zin van langjarig geldend met een focus op de lange termijn. We moeten keuzes maken voor de invulling van de beschikbare en schaarse fysieke ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Tegelijkertijd moeten we problemen niet doorschuiven naar de toekomst of elders. We moeten nu aan de slag gaan met de toekomstige duurzame, digitale samenleving. Schone technologieën horen hier bij. Bij het maken van keuzes zijn er enkele aandachtspunten voor Tilburg geformuleerd (vanuit de foto van de stad) die extra aandacht vragen: • Ecologische thema’s: kwaliteit van bodem en oppervlaktewater, de soortenrijkdom en het stikstofdossier. • Veiligheid, zowel voor delicten, slachtofferschap als verkeersveiligheid. • Gezondheid & leefstijl: overmatig alcoholgebruik, roken en overgewicht.
•
• •
Inclusietekort op de arbeidsmarkt: niet iedereen profiteert van de sterke kennisinfrastructuur met een relatief gezonde arbeidsmarkt. Aspecten als bijstand, (buffer)vermogen van huishoudens en arme huishoudens scoren (ruim) onder de maat. Participatie: het aantal sociale contacten en vrijwilligers nemen af, eenzaamheid neemt toe. Verschillen tussen gebieden groeien: waar het goed ging gaat het beter, en op een aantal plekken waar het minder ging nog steeds. Of zelfs slechter dan eerst.
De groeiende tweedeling is overigens niet alleen zichtbaar bij mensen maar ook bij bedrijven. Een deel van de bedrijven lukt het om aan de slag te gaan met de nieuwe economie, maar een groeiend aantal met name kleine bedrijven lukt dit niet. Ook hier geldt: we laten niemand achter. Tilburg staat voor de uitdaging om de economische en ecologische agenda te verbinden met een inclusief sociaal-cultureel programma om tweedeling tegen te gaan en een duurzame, welvarende toekomst te waarborgen. Het betekent keuzes maken.
De overheid is de hoeder van de brede welvaart, zo is de stellige mening van de sprekers. Werken aan brede welvaart vraagt om een ondernemende overheid. Een overheid die stopt met het stapelen van regelgeving en durft te innoveren met hulp van sociale en technologische innovaties. We moeten als regio koploper zijn in de duurzaamheidstransitie. En ons richten op het borgen van bepaalde (kwetsbare) waarden, zoals groen en natuur. Bijvoorbeeld door er een prijskaartje aan te hangen of al vroeg in de planvorming mee te nemen. Tot slot benadrukt een ondernemende overheid steeds dat beleid erop is gericht om een collectief probleem aan te pakken, waar zowel overheid, ondernemers als individuen gezamenlijk voor aan de lat staan. Betuttelend beleid komt in het jargon van een ondernemende overheid dan ook niet voor.
Kijken vanuit brede welvaart betekent kijken vanuit de regionale schaal (en niet de landelijke). De regionale schaal is maatgevend voor de maatschappelijke opgaven. Kijken vanuit de regio versterkt de samenhang en synergie tussen beleidsdomeinen, brengt knel- en kantelpunten naar voren en verscherpt de blik op het welzijn van alle inwoners, aldus de sprekers. Dit vraagt van alle betrokken partijen binnen de regio een actieve deelname aan het uitruilen van informatie en het samen in beeld brengen van de mogelijke synergiën. Ook voor de regio moeten we dan werken aan een gedeelde visie. Otto Raspe heeft laten zien dat we als regio Midden-Brabant kansen hebben om de lichte economische voorsprong die we hebben vanuit brede welvaart te benutten naar de toekomst toe. Werken aan brede welvaart betekent dat we de groeiende verschillen tussen inwoners en tussen ondernemers kleiner willen maken. Het maakt ons als stad en regio van brede welvaart aantrekkelijk(er) om te wonen en werken en om hier je bedrijf te vestigen. Het vraagt inzet op het versterken van het start- en scale up klimaat, investeren in een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en het ontwikkelen van een stad met universiteit naar een universiteitsstad, zo benadrukken de sprekers.
Het versterken van het vestigingsklimaat betekent niet alleen het versterken van de arbeidsmarkt, maar ook het investeren in groen en natuur, de kwaliteit van de leefomgeving en eigenbesef bij inwoners als het gaat om rust, ruimte en gezondheid. De grote maatschappelijke transities (Klimaat en energie, Voedsel en landbouw/natuur, Vergroening en circulaire economie en Sterke (stedelijke) regio’s) moeten we hierbij in samenhang bekijken en gebruiken als aanjager. Ze bieden ons kansen om de welvaart breder en beter te verdelen onder mensen zodat juist de verschillen in brede welvaart tussen mensen afneemt.
Werken aan brede welvaart vraagt om een (regionale) investerings- en ontwikkelagenda voor de lange termijn. Investeer in ieders talent en skills. Of het nu gaat om inwoners of ondernemers. We zien deze behoefte vooral terug op de terreinen van economie en arbeidsmarkt. Door het bieden van perspectief kunnen we talent en kennis langer aan onze regio binden en ervoor zorgen dat afstudeerders niet vertrekken. Een dergelijke agenda biedt bedrijven de nodige zekerheid om te kunnen investeren in innovaties, verduurzaming en vergroening. Vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt is het belangrijk dat het MKB de
krachten bundelt bij het opleiden van mensen en gedeeld werkgeverschap organiseert. Het maakt het MKB naar de toekomst toe innovatiever en productiever. En met een dergelijk MKB United kunnen we als stad en regio ook nog beter de mensen aan ons binden.
Tot slot In het toekomsttraject Tilburg in 2050 sprokkelen we nieuwe inzichten en vergezichten. Met dank aan de zes inspirerende sprekers van Tilburg University en de Academische Werkplaat brede welvaart weten we nu wat brede welvaart als (wenkend) perspectief en kompas naar de toekomst toe inhoudt. De inkijk van Joks, Otto, Ton, Hans, Peter en Kim over brede welvaart als wenkend perspectief hebben we in dit document vastgelegd. Samen met andere opbrengsten uit de sprokkelfase, zoals het Fotoalbum Tilburg in 2050 en de beelden van inwoners, organisaties en partners bij de toekomst krijgen we de inzichten voor het opstellen van onze toekomstvisie Tilburg in 2050.
In het bestuursakkoord ‘Meer voor elkaar’ hebben we aangegeven dat we met de stad in dialoog willen over het verhaal van Tilburg in 2050. In de ‘Startnotitie Tilburg in 2050’ is die ambitie verder uitgewerkt. Daarin is besloten dat we ‘het actualiseren van de Omgevingsvisie’ en ‘het verhaal van Tilburg 2050’ via een gezamenlijk, participatief proces doorlopen. De communicatie en participatieopgave voor het toekomsttraject Tilburg 2050 is als volgt geformuleerd: "We gaan de toekomst niet voorspellen, maar samen voorstellen". Deze zin vat in de kern de opgave van het programma Tilburg in 2050 samen: Verhalend, in dialoog, bouwen we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties/partners aan de visie van Tilburg in 2050. Wij nodigen iedereen uit om met nieuwe inzichten en ideeën te komen over Tilburg in de toekomst. Welke stad willen we in 2050 zijn? Wat komt er op ons af en wat staat ons nu en de komende jaren te doen? Hoe zien inwoners, ondernemers en organisaties hun stad en hun toekomst? Wat zijn hun angsten, hun wensen en hun toekomstbeelden? Door samen met de stad over deze vragen te praten, sprokkelen we nieuwe inzichten en vergezichten, en we prakkezeren wat deze betekenen voor Tilburg in 2050. Want we gaan de toekomst niet voorspellen, maar samen voorstellen.
Onze communicatie- en participatieaanpak draagt bij aan een aantal doelen: • We vinden het belangrijk dat we de kennis en ervaring van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners aanboren om tot een zo goed mogelijke visie te komen. We speuren naar nieuwe inzichten en halen de ‘rode draden’ uit de gesprekken met hen. • We vinden het belangrijk dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zich herkennen in de visie. Daarvoor is het nodig dat ze betrokken zijn in het traject én dat we hun inbreng zo goed mogelijk verwerken in de visie. Of uitleggen waarom we iets niet hebben verwerkt. • We vinden het belangrijk dat inwoners betrokken zijn in het traject en dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zich uitgenodigd voelen om de visie samen te realiseren. Daarvoor is het nodig dat ze zich herkennen in de visie en zich daar betrokken bij voelen. Samen krijgen we immers meer voor elkaar.
We realiseren ons dat Tilburg in 2050 qua tijdspanne (“de blik op 2050”), qua geografisch niveau (“gemeentelijk niveau”) en qua abstractie van onderwerpen best ver af staat van de leefwereld van veel Tilburgers. Het is daarom een uitdaging om Tilburgers bij dit toekomsttraject te betrekken. Bovendien wil niet iedere Tilburger op dezelfde manier betrokken zijn. Zo vindt de één het prettig om op een laagdrempelige, snelle en/of speelse manier te reageren, terwijl de ander juist liever ‘de diepte in gaat’ en goed geïnformeerd een bijeenkomst bezoekt. En weer iemand anders denkt ‘uit zichzelf’ niet mee, tenzij hij of zij persoonlijk bevraagd wordt. Om Tilburgers toch zo goed mogelijk bij ‘Tilburg in 2050’ te betrekken, én om invulling te geven aan de doelen die de raad heeft gesteld, geven we de communicatie en participatie langs drie verschillende invalshoeken vorm (zie figuur). Op die manier zorgen we ervoor dat we Tilburgers op een voor hen passende manier bereiken en betrekken.
Figuur: invalshoeken
• •
•
Op inhoud in dialoog met inwoners, ondernemers, partners en maatschappelijke organisaties. Deze invalshoek draagt bij aan het vergroten van de kwaliteit van de visie. Dat organiseren we open en transparant, persoonlijk en nabij georganiseerd. Deze invalshoek draagt bij aan het versterken van de betrokkenheid en daardoor het herkenbaar maken van de visie voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners. En zijn daarin uitnodigend, creatief en verrassend. Deze invalshoek nodigt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners uit om initiatief te nemen.
Bij iedere invalshoek passen andere manieren om het gesprek te voeren. Zo voeren we straatgesprekken om de mensen te betrekken die we normaal gesproken niet zo snel spreken (‘persoonlijk en nabij’), richten we een digitaal platform in waarop mensen laagdrempelig en tijd- en locatieonafhankelijk hun toekomstbeeld konden delen (‘inhoud en dialoog’), organiseren we stadsgesprekken over brede welvaart waarbij inwoners met experts in gesprek kunnen (‘inhoud en dialoog’), en nodigen we basisschoolkinderen uit om hun toekomstdroom te tekenen (‘creatief en verrassend’). In onderstaande tabel geven we een aan welke instrumenten we hebben ingezet, bij welke invalshoek het instrument past en hoeveel mensen we daarmee hebben bereikt. In de volgende hoofdstukken zoomen we bij ieder instrument in op wat we hebben gedaan, wie we hebben bereikt en wat we ‘op inhoud’ hebben opgehaald. In de slotparagraaf van dit deel brengen we de ‘rode draden’ van het gesprek met de stad in beeld.
Instrument
Invalshoek
Opbrengst
Stadsgesprekken brede welvaart
Inhoud en dialoog
6 lezingen 650 bezoekers
Digitaal platform denkmee.tilburg.nl/2050
Inhoud en dialoog
8000+ bezoekers 122 toekomstdromen
Binnenstadswandelingen
Inhoud en dialoog
Binnenstadwandelingen: 5 rondleidingen Informatiemarkt binnenstad: 150 inwoners
Werkatelier
Inhoud en dialoog
500 bezoekers 200 reageerders
Gericht gesprek fase 1 & 2
Persoonlijk en nabij
Fase 1: Klassenbezoek: 7 klassen, 200 leerlingen Career Week Tilburg University: 150 studenten. Fase 2: 140 jongeren en anderstaligen.
De wijk in
Persoonlijk en nabij
292 inwoners
Maak de Toekomst
Creatief & Verrassend
Kleurplatenproject: 60 leerlingen Podcastproject: 15 leerlingen
Om een grote diversiteit aan mensen te bereiken en te betrekken bij de visie Tilburg 2050 gingen we naar ze toe. Zo bereikten we ook mensen die we niet als vanzelfsprekend bereiken via een digitaal platform of stadsgesprekken over brede welvaart. Met een visueel aantrekkelijke installatie, "het straatlab”, ondersteunden we laagdrempelig inhoudelijke gesprekken over de toekomst van de stad. Door met afbeeldingen op kubussen te werken, die toegespitst waren op acht thema's van brede welvaart, was het ook voor mensen met een taalbarrière mogelijk om mee te doen. Met de straatgesprekken geven we invulling aan de invalshoeken ‘persoonlijk en nabij’ en ‘creatief en verrassend'. Met het straatlab stonden we op negen locaties in verschillende delen van Tilburg. De locaties waren zo gekozen dat we het stille midden, jongeren en mensen die om uiteenlopende redenen (zoals laaggeletterdheid of een lage betrokkenheid) niet worden bereikt met andere instrumenten konden bereiken. In het straatlab spraken we met 290 Tilburgers over hun toekomst, en hun visie op de toekomst van Tilburg. De gesprekken leverden een enorme rijkdom en diversiteit aan toekomstdromen op.
In het straatlab spraken we op negen locaties met 290 Tilburgers over hun toekomst, en de toekomst van Tilburg. Deze activiteiten vonden plaats in de zomerperiode. We hebben mensen gesproken op het Wagnerplein, in het Wilhelminapark, bij station Reeshof, in het Warandebos, op Stappegoor Boulevard, bij Sociaal Cultureel centrum De Schalm, op het Besterdplein, in het Spoorpark en in de Piushaven. Dankzij de straatgesprekken spraken we een divers publiek over hun toekomstdromen: jonge ouders die met hun vakantievierende kinderen op pad waren in het Spoorpark, marktbezoekers op het Besterdplein, studenten en sporters bij T-kwadraat in Stappegoor, daklozen en museumbezoekers in het Wilhelminapark en winkelend publiek bij De Schalm in Berkel-Enschot. Bij het aanspreken van passanten van het straatlab hebben we, conform de wens van de raad, ons extra ingespannen om kinderen (al dan niet via hun ouders) en jongeren te betrekken.
De kubussen met de afbeeldingen, die als gespreksstarter dienden, correspondeerden met acht thema's van brede welvaart: wonen, woonomgeving, werken, leren, gezondheid, samen leven, vrije tijd en - als extraatje Typisch Tilburg. We nodigden onze gesprekspartner uit om bij iedere thema de zijde te kiezen met de afbeelding die de gesprekspartner het meest aanspreekt. Op die manier ‘bouwden’ onze gesprekspartners hun toekomstbeeld. Bekijk het filmpje over de straatgesprekken.
Uit de gesprekken hebben we per thema de volgende ‘rode draden’ gehaald: Wonen Veel Tilburgers denken dat hoogbouw noodzakelijk is: de ruimte is schaars, terwijl er veel (en steeds meer) woningzoekenden zijn. Hoogbouw is dus nodig om veel én betaalbare woningen aan de stad toe te voegen. Tegelijkertijd dromen maar weinig mensen van een appartement: liever woont men in een grondgeboden woning met eigen tuin. Tilburgers vinden daarnaast betaalbaarheid belangrijk, en er wordt vaak gehamerd op het doorstromen van ouderen naar seniorenwoningen en het ombouwen van leegstaande panden.
-
-
Tilburgers zijn best bereid om voorzieningen te delen, ook omdat het delen van voorzieningen het gemeenschapsgevoel kan versterken en effectief gebruik van de ruimte in de hand kan werken. Daarbij zijn mensen eerder bereid een (moes)tuin, een auto of een berging te delen dan een keuken of woonkamer. Tilburgers hameren op het belang van gemengde wijken, waarin jong en oud en verschillende nationaliteiten samenwonen. Dat vraagt dus in ieder geval om een mix van woningen in iedere wijk. Maar dat leidt niet automatisch tot gemeenschapsgevoel. Daar is extra inzet voor nodig.
Woonomgeving De meeste Tilburgers wonen het liefst in de buurt van de voorzieningen in het centrum, maar niet in (de drukte van) de binnenstad zelf. Voorzieningen die Tilburgers het fijnst vinden om in de buurt te hebben, zijn scholen, supermarkten en (huisartsen)zorg. Daarnaast vindt vrijwel iedereen het belangrijk om groen in de buurt te hebben: om te spelen, te bewegen of te verblijven. Ook ruimte om elkaar te ontmoeten vindt vrijwel iedereen belangrijk. Tilburgers verplaatsen zichzelf het liefste per fiets. Vrijwel iedereen vindt het belangrijk om het OV te verbeteren (zowel qua betaalbaarheid als qua fijnmazigheid). Omdat het OV niet optimaal is, blijft de auto de komende jaren nog bepalend voor de woonomgeving. In dat licht wordt ook ‘de autoluwe binnenstad’ wisselend beoordeeld. Werken Tilburgers verwachten dat hybride en flexibel werken steeds normaler wordt. Toch geven de meeste mensen aan in de nabijheid van hun woning te willen werken. Tilburgers verwachten bovendien dat digitalisering en AI een grote stempel op de arbeidsmarkt gaat drukken. De één vindt die ontwikkeling zorgelijk, de ander ziet het als een kans. Tegelijkertijd blijft ‘mensenwerk’, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs, onvervangbaar, denken mensen.
De creatieve maakindustrie, lokale ambachten, praktijkbanen, en kleine ondernemingen worden het meest genoemd als het gaat over bedrijvigheid in Tilburg past (“de handen uit de mouwen”). Er wordt daarbij opgemerkt dat studenten van de universiteit vaak ook weer vertrekken naar bijvoorbeeld de Randstad, omdat er weinig aantrekkelijke (internationale) bedrijven in Tilburg zijn. Leren Tilburgers verwachten dat het voor de toekomst zowel belangrijk is om technische vaardigheden te leren, als om sociale vaardigheden te blijven ontwikkelen. Door digitalisering staat dat laatste nu al onder druk. Juist het onderwijs wordt gezien als plek waar kinderen ‘samen’ komen en zich sociaal rijker kunnen ontwikkelen. Behalve dat het belangrijk is om ‘mee te kunnen’ in de technologische ontwikkelingen, is het ook belangrijk om te leren over de risico's en beperkingen daarvan (nepnieuws, influencers). Ook vinden Tilburgers het belangrijk dat kinderen worden aangemoedigd om zich te bekwamen in ‘handwerk’, ‘vakmanschap’. ‘echte ambachten', en ‘het maken’. Dat vraagt om passende onderwijsinstellingen. Gezondheid Gezondheid is volgens Tilburgers één van de belangrijkste thema's voor de toekomst. Juist omdat de (laagdrempelige huisartsen) zorg onder druk staat.