Bijlage 3c ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Hopliedenkade' motivering
Tekst van het document
De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Hieronder deze verdichtingsprincipes. Bouwen met een menselijke maat Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Een stedelijk leven op ooghoogte; actieve en levendige plinten van gebouwen. <0000> Een menging en een synergie van functies voor een levendige openbare ruimte. <0000> Interactie tussen gebouwen en openbare ruimte, die ontmoeting stimuleert. <0000> Oogcontact vanuit bovenliggende verdiepingen op de aangrenzende openbare ruimte. <0000> Een maximale openbaarheid van de openbare ruimte en opheffen sociale, fysieke barrières en anonimiteit. <0000> <0000>
Een fijnmazig netwerk van openbare ruimte en doorwaadbaarheid van de stad. Voor iedereen eenvoudig bereikbare van voorzieningen en groen en koelteplekken, in de nabijheid van de woonomgeving; de zogenaamde 15 minutenstad.
Duurzaam en toekomstgericht Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Een robuust groen-, water- en biodiversnetwerk. <0000> Een klimaatadaptieve omgeving en bebouwing. E <0000> Een schone, sociale en gezonde omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. <0000> We streven naar groen en biodiversiteit voor iedereen dichtbij door een aaneenschakeling van ‘stepping stones’ van substantieel groen of blauw (water) in de stad met een onderlinge afstand van maximaal 400 meter. Deze groene of blauwe plekken worden niet alleen verbonden door groenstructuren in combinatie met hoogwaardige loop- en fietsroutes, maar ook door bijzonder groen zoals geveltuinen en groene daken. <0000> Alle inwoners hebben binnen 300 meter van hun woning toegang tot een koelteplek of groene of blauwe plek die via een groene of blauwe structuur verbonden is met een natuurgebied in de omgeving. <0000> Er wordt natuurinclusief gebouwd en hanteren om dat te toetsten het ‘puntensysteem natuurinclusief bouwen’. <0000> Een veranderende slimme stedelijke mobiliteit. <0000> Verplaatsingen te voet, te fiets (Bicycle Oriënted Development) en Openbaar Vervoer als norm. <0000> Een aantoonbare bijdrage aan inclusieve buurten, wijken en stad. <0000> Multifunctionele gebouwen en stedelijke blokken. <0000> Energieneutraal bouwen is uitgangspunt voor nieuwbouw.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
23
<0000>
<0000>
Bij nieuwbouw en herontwikkeling van vastgoed stimuleren we dat zoveel mogelijk hergebruikte of herbruikbare materialen en grondstoffen worden gebruikt. We faciliteren een stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur (energietransitie, watersysteem en data).
Voortbouwen op het Tilburgs weefsel Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: Afleesbaarheid van de cultuurhistorische tijdslagen en het DNA van de stad. onderscheidende wijken: Binnenstad, Oude stad binnen de Ringbanen, na-oorlogse wijken, Reeshof en dorpen, waarbij op een passende wijze en mate verdicht, ingeweven en gemengd wordt. Voortbouwen en verdichten binnen de bestaande Tilburgse laag en karakteristiek van het stedelijk blok. Hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle en betekenisvolle toevoeging aan de omgeving. We stimuleren vroegtijdige betrokkenheid van bewoners, eindgebruikers en ondernemers bij planvorming. Benutten van kansen om in stedelijke blokken ruimte en voorzieningen te delen (mobiliteit, energie, keuken). We stimuleren het gebruik van een 2e maaiveld voor vergroening, klimaatadaptatie, en verblijven en het toepassen van groene gevels en het opwekken van (zonne)energie op daken. maatschappelijk rendement en betrokkenheid Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: <0000> Participatie van bewoners, ondernemers, instanties als integraal onderdeel van het beleids-, ontwikkel- en ontwerpproces op diverse schaalniveaus zoals stad, wijk, buurt, straat en gebouw. <0000> Actief creëren van een proces van draagvlak, meedenken en waar mogelijk het creëren van toegevoegde waarde voor de buurt of wijk.
<0000> Vooraf heldere kaders voor het speelveld en spelregels van participatie, zodat voor deelnemers duidelijk is welke rol ze hebben. <0000> Heldere informatie en terugkoppeling over dilemma’s, afweging en besluitvorming tijdens het proces over ingebrachte bijdragen. Toets aan het woonbeleid Het plan vervangt oudere sociale huurwoningen door een mix aan grotendeels betaalbare woningen waarbij er netto ruim 150 woningen extra worden gerealiseerd. Daarmee levert deze ontwikkeling een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave. In het akkoord ‘Meer voor elkaar’, het Addendum Woonagenda 2020-2025 en het Woonbeleid 2025-2030 is als uitgangspunt opgenomen dat er we ons richten op 35% sociale huur en lage middenhuur en 10% middenhuur. Dit wegen wij gebiedsgericht af en we leveren per project maatwerk. Van de bouw van 272 woningen wordt 44% in de sociale sector en 24% als middeldure huurwoning uitgevoerd. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de kwalitatieve eisen die we stellen aan woningen. Bovendien draagt deze ontwikkeling bij aan een meer gedifferentieerde en betaalbare woningbouw in het centrum. Naast realisatie van nieuwe duurzame en levensloopbestendige sociale huurwoningen komen er woningen in de middenhuur, een segment waar veel vraag naar is in Tilburg. Dit zorgt ook voor meer mogelijkheden voor doorstroming van ouderen. Daarnaast komen er koopwoningen.
De ontwikkeling past dan ook in het Woonbeleid 2025-2030. 3.4.5 Detailhandel Met de Detailhandelsvisie 2020 is een helder beleidskader vastgesteld met een onderbouwd en afgestemd toekomstbeeld voor de gewenste Tilburgse detailhandelsstructuur en welke inspanningen nodig zijn om deze gewenste structuur te realiseren. Dit beleid is op te vatten als een thematisch ‘programma’ binnen de omgevingswet, dat zoveel mogelijk gebiedsgericht is opgezet. In de detailhandelsvisie wordt de bestaande structuur van winkelgebieden centraal gesteld, winkels dienen zich binnen deze gebieden te vestigen, tenzij er nadrukkelijk redenen zijn om daarvan af te wijken. Daartoe zijn in het beleid omschreven voorwaarden voor maatwerk opgenomen. Winkelen en boodschappen doen Traditioneel kennen we verschillende lagen in de detailhandelsstructuur. Deze gelaagdheid is zowel voor de concept structuurvisie 2040 van Tilburg als deze detailhandelsvisie het uitgangspunt. De Binnenstad is het belangrijkste winkelgebied van de stad, naast een boodschappenfunctie staat recreatief winkelen centraal, het is ook primair het gebied waar winkelbezoek gecombineerd wordt met andere bezoekdoelen zoals, theaterbezoek, evenementen en dergelijke. Bij de wijk, buurt en dorpscentra is de winkelfunctie de basis, maar
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
24
wordt de ontmoetingsfunctie steeds belangrijker. Voor de linten is de nadruk gelegd op boodschappen doen in combinatie met bezoek aan speciaalzaken. Bij alle gebieden geldt dat – mede als gevolg van de teruglopende behoefte aan winkels – dat een verdere menging van functies mogelijk en wenselijk is. Naast detailhandel zijn dat andere op consumentengerichte functies als kapsalons en adviseurs, maar ook zorgverleners. Nieuwe ontwikkelingen Trends, ontwikkelingen, consumentengedrag en de behoefte van retailers krijgen een prominente plek in de Tilburgse detailhandelsstructuur. Met dat in het achterhoofd stimuleren we het behoud en versterking van de bestaande winkelgebieden. Als we de huidige markt willen volgen zullen we incidenteel zeker ook ruimte moeten kunnen bieden aan ontwikkelingen buiten de bestaande locaties. Onze doelstelling is daarmee de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande structuur te versterken en te voldoen aan de wens van de consument. Op trafficlocaties (zoals stations, bedrijventerreinen, ziekenhuizen of andere drukbezochte locaties waar veel mensen om andere redenen dan winkelen komen) blijft een beperkte mogelijkheid voor detailhandel aanwezig. In bijzondere gevallen kan de gemeente detailhandel buiten winkelcentra toestaan, denk aan (zeer) stedelijke gebiedsontwikkelingen waar een menging van functies stellen wenselijk is.
Toets aan detailhandelsbeleid In het huidige detailhandelsbeleid werd nog uitgegaan van een afvlakking van de bevolkingsgroei door vergrijzing. De gemeente Tilburg gaat inmiddels uit van een flinke bevolkingsgroei. De eerder bedachte krimp van het winkelbestand is achterhaald. Aan de Piushaven hebben in lijn met het omgevingsplan “Piushavengebied 2009" inmiddels verschillende winkels een plek gekregen. Het Piushavengebied (o.a. Piushaven, Havendijk, Kempenaarsplaats) is ontwikkeld als een gebied met een levendig en gemengd milieu met onder meer (zakelijke) dienstverlening, horeca en winkels. Detailhandel is hier een waardevol onderdeel. Deze straten zijn georiënteerd op het water en vormen een route tussen binnenstad en AaBe Fabriek en het buitengebied, meer specifiek Moerenburg.” De bezoekers aan de winkels (o.a. chocolaterie, viswinkel, bakker en kledingwinkel) aan de Piushaven brengen levendigheid in het gebied. Ook aan de Hopliedenkade zal het toevoegen van ruimte voor detailhandel bijdragen aan de levendigheid van het gebied. Dit kan door kleinschalige detailhandel (zoals bijvoorbeeld een bloemenwinkel, groentewinkel of een kapper). De levendigheid aan Piushaven vormt via de Koningswei een uitloper van de binnenstad. 3.4.6 Horecabeleid Het Horecabeleid ”Beleidsnota gebiedsgerichte horecavisie” is in 2023 vastgesteld.
In dit beleid wordt de Piushaven als een van de horecagebieden in de stad aangeduid. Er kan hier culinair genoten worden, onthaast worden en verwend worden. In het beleid wordt gesteld dat de reeds toegestane 14 horecazaken voldoende zijn voor de Piushaven. Het toevoegen van extra zelfstandige horeca in de Piushaven is niet gewenst. Ondersteunende en additionele horeca Alleen ondersteunend of additioneel bij een andere functie kan horeca worden toegestaan, onder voorwaarde dat dit ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. Hiermee wordt ook voorkomen dat er voor de toekomstige bewoners overlast ontstaat in de avond en nacht. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaat er bij consumenten steeds meer een behoefte aan onderscheidende concepten in zowel winkels als horeca. Bijvoorbeeld een kapsalon met een koffiebar of een lunchroom waar het gehele interieur te koop is. Maar ook bij een dienstverlenende bedrijven, zoals een gebouw met een maatschappelijke functie, is een bijbehorend horecaconcept denkbaar. Bij additionele horeca is geen terras mogelijk. Wel kunnen openbare ontmoetingsplekken worden gerealiseerd. Alcohol schenken is niet toegestaan, hiervoor wordt geen vergunning verleend. Voor een (maatschappelijke) ontmoetingsruimte is een paracommerciële horecavergunning mogelijk.
3.4.7 maatschappelijke voorzieningen De “Nota Richtlijn Maatschappelijke Voorzieningen” en “Bouwsteen ruimte voor maatschappelijke voorzieningen” onderstreept dat maatschappelijke functies een plek moeten krijgen in het stedelijk gebied. Aan de maatschappelijke vastgoedtafel zal in kaart gebracht worden welke maatschappelijke functies op deze locatie het beste kan worden gerealiseerd. Daarbij vormt het uitgangspunt dat de functie bijdraagt aan de levendigheid van de plek. 3.4.8 Toekomstbestendige werklocaties
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
25
Het toevoegen van werkfuncties sluit aan op de visie in de “Nota Toekomstbestendige Werklocaties” (2020). Hierbij wordt ingezet op functiemenging, werken in de wijk en het faciliteren van kleinschalige werkplekken in gemengde woon-werkomgevingen. Buurtgerichte dienstverlening en kleinschalig ondernemerschap (werkplekken, recreatieve en kleinschalige sportvoorzieningen) dragen bij aan de economische diversiteit van de stad. Volgens de beleidsnota is de Piushaven aangewezen als moderne mixlocatie. Binnen een dergelijke locatie houdt gemeente Tilburg de optie open om op binnenwijkse terreinen waar een stedelijk gemixt milieu ontstaat (zoals de Piushaven), (vraaggericht) extra bedrijfsruimte te creëren. Grootschalige kantoorclusters zijn vooral voorzien in de spoorzone en aan de kennis-as. Binnen gemixte milieu wordt gestreefd naar een mix van wonen, horeca (voor zover in overeenstemming met horecabeleid), werken, maatschappelijke voorzieningen, kleinschalige leisure, en detailhandel (voor zover in overeenstemming met horeca-, leisure- en detailhandelsbeleid). Hier wordt name ruimte geboden aan kleinschaligere (units van) (kantoor)bedrijvigheid, ruimten voor creatievelingen en schone productie. Toetsing Met dit plan worden commerciële ruimten gerealiseerd in de plint van de vijf nieuwe gebouwen. Het gaat om oppervlakten van ongeveer 140 m² bvo tot 300 m² per gebouw.
Dit draagt bij aan het gemixte milieu van het Piushavengebied.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
26
Hoofdstuk 4 Toetsing aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1.1 Stedenbouwkundige inpassing De Hopliedenkade vormt met zijn vijf gebouwen een stedelijke inbreiding binnen het bestaande stedelijk weefsel. De locatie ligt tussen de Koningswei en de Piushaven. Het is een belangrijk scharnierpunt in het stedelijk weefsel en zal de havenkom markeren. De locatie is vanaf de knik in de Piushaven bij de Burgemeester Baggermanstraat vanuit het oosten goed zichtbaar. Het hoge bouwvolume zal de locatie al van veraf markeren. Vanuit de stad biedt de kromming van de Koopvaardijstraat een verschuivende blik op het havenfront van de locatie. Dit veranderende zicht door de beweging heeft de compositie van de vijf gebouwvolumes bepaald. Een van de gebouwen sluit qua hoogte aan op de bestaande en geplande hoogbouw (ongeveer 50m). Dit hoogste accent past in de zorgvuldig gecomponeerde “toevallige” reeks hogere woongebouwen (o.a. Koningswei, Havenmeester en de Fabrikant) en zal helpen bij de in de oriëntatie in de stad. De bebouwing aan de Hopliedenkade is zodanig ‘geleed’, dat de openingen tussen de gebouwen lucht en licht brengen aan het havenfront. De paden tussen de gebouwen verbinden het havenfront met de zuidelijk gelegen woonbuurt. De hogere gebouwen liggen aan het water. In de nabijheid bestaande woningen zullen kleinere volumes worden gebouwd.
De gebouwen samen vormen een samenhangend ensemble. Met de ontwikkeling aan de Hopliedenkade wordt aangesloten op de Stedenbouwkundige Principes van de Piushaven. In de Piushaven is sprake van een afwisselende compositie van industrieel erfgoed, bestaande bebouwing, de nieuwe stadslaag en hogere accenten.
Bron: Levs architecten Met de plint (de onderste lagen) en de openbare ruimte wordt aangesloten op de identiteit van de Piushaven. De industriële laag krijgt in de plint zijn expressie. Hier worden functies gerealiseerd met meerwaarde voor het gebied: winkels, werkplekken, haven gebonden voorzieningen en buurtfuncties. Aan de Tamboerskade en de straat Piushaven loopt de kademuur met de bomen ook tussen de gebouwen door. De voormalige middenpier en havenarm vormen de onderlegger voor de maaiveld inrichting. Door de alternerende plaatsing van de volumes ontstaan er pleintjes op de voormalige middenpier en hoven ter plaatse van de voormalige havenarm aan de Tamboerskade zijde. 4.1.2 omgevingskwaliteit (welstand) In 2024 is het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit vastgesteld. Met het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit wordt richting gegeven aan de manier waarop er in Tilburg met ambitie, optimisme, lef én historisch besef aan de verdere ontwikkeling van de stad en dorpen gewerkt gaat worden. Voorafgaand aan de vaststelling is al in lijn met dit Uitvoeringsprogramma begin 2023 met gemeentelijke adviseurs en externe deskundigen uit verschillende disciplines (o.a. planologie, stedenbouw, landschap, architectuur) in een ontwerpatelier een ruimtelijk- programmatische studie voor de locatie gemaakt. Verschillende ruimtelijke modellen zijn daarbij onderzocht.
Het voorliggend model met vijf gebouwen kwam daarbij als voorkeursvariant naar voren. Op dit model heeft het Kwaliteitsteam Piushaven in 2023 positief geadviseerd. In 2024 is de input van het planteam (brede vertegenwoordiging van belanghebbenden) opgehaald en samen met de input van het Kwaliteitsteam Piushaven in het “Regiedocument Residentie Piushaven” ( bijlage 1) verwerkt. De Tilburgse Omgevingscommissie adviseert conform de Omgevingswet over bouwplannen. Zij doet dit op basis van de welstandsnota Tilburg 2017 die op 21 april 2020 is aangevuld. Om de samenhang van de
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
27
gefaseerde bouw te borgen is na een advies van het kwaliteitsteam "Regiedocument Piushaven” opgesteld. Dit document bevat op basis van de stedenbouwkundige analyse de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten voor de ontwikkeling. Dit document vormt voor deze ontwikkeling het ruimtelijk kader voor de advisering van de Omgevingscommissie. De gebouwen vormen samen een compositie waarin elk gebouw haar eigen identiteit krijgt. Deze identiteit zal vertaald worden in de architectuur van de gebouwen die mede gebaseerd zal worden op het industriële verleden van het gebied. Als bijlage bij de regels is het “Regiedocument Piushaven” als beeldkwaliteitskader opgenomen. In het Regiedocument wordt de samenhang tussen de gebouwen en de karakteristiek, het beoogde architectonische beeld en de materialisatie van de verschillende gebouwen geduid. 4.1.3 Handreiking hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. Een nieuwe aangepaste Handreiking is door de raad in juni 2023 vastgesteld. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw wordt realiseerd op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin.
Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. 4.1.3.1 Gebiedsprofiel De stedenbouwkundige analyse zoals beschreven in het Regiedocument (bijlage 1) vormde de basis van de voor de keus van de hoogtes van de 5 gebouwen op de voorgestelde posities. ruimtelijke oriëntatie De gebiedsontwikkeling vormt een verbindende schakel op een belangrijk scharnierpunt in het stedelijk weefsel. De hogere volumes van de ontwikkeling markeren zowel “de verbinding tussen Koningswei en Piushaven” als de “kop van de Piushaven”. De locatie op de kop van de haven is vanuit het oosten vooral vanaf de knik in de Piushaven (nabij de brug Den Ophef) goed zichtbaar. De hogere bouwvolumes markeren dit punt en zijn in de skyline vanaf het oosten al eerder zichtbaar.
Vanuit de stad biedt de kromming van de Koopvaardijstraat een verschuivende blik op het havenfront van de locatie. Het hoogste gebouw staat in de zichtas na de kromming van de Koopvaardijstraat.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
28
De nieuwe bebouwing is in hoogte afgestemd op de reeds bestaande en geplande hoogbouwaccenten zoals die aan de Koningswei, de Havenmeester en die in het Fabriekskwartier. Bron: Levs architecten Silhouet/skyline Het hoogste gebouw aan de Hopliedenkade vormt een van de hoogte accenten aan de Piushaven. Deze hoogte accenten vormen een onderdeel van een brede band met verschillende accenten in het stedelijk “weefsel” (o.a. Kernwinkelgebied, Koningswei en Piushaven). In het silhouet van de stad duiden deze de verbinding tussen de binnenstad en Moerenburg. Deze as kruist bij de Koepelhal Wagenmakerij de stedelijke “as “(o.a. Kennisas en Spoorzone). Beide assen hebben hun eigen identiteit en een verschillend effect op de skyline van Tilburg.
Schema met deel van de skyline van Tilburg. Stedelijk weefsel (roze) en stedelijke as (blauw)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
29
De ontwikkeling aan de Hopliedenkade vormt een gebouwensemble dat zich voegt in de context. De twee hogere gebouwen liggen als accenten aan de haven. De drie lagere gebouwen vormen de verbinding naar de kleinschaligere woonwijk. Met de setbacks en materialisatie worden de volumes geleed/ verschaald. In vormentaal en materialisatie wordt aangesloten op de karakteristiek van de Piushaven. Om het gebied van meerwaarde te laten zijn voor de omgeving worden er publieke pleintjes en groene hoven tussen de gebouwen toegevoegd. Aan de groene hoven liggen de woningen. Rondom de pleintjes wordt er op de begane grond zo veel mogelijk collectief en publiek programma toegevoegd dat zich richt op de openbare ruimte zodat het gebied ook aantrekkelijk is voor de passant en buurtbewoner. 4.1.3.2 Projectprofiel Windhinder Het windhinderonderzoek (bijlage 2) is uitgevoerd op basis van de norm NEN 8100. Het onderzoek toont aan dat er geen sprake is van windgevaar. Rondom de geplande bebouwing is er voor passanten op de meeste plaatsen een goed windklimaat te verwachten. Op enkele plaatsen is sprake van een matig windklimaat voor passanten. Het optredende windklimaat past bij de beoogde activiteit. De doorgangen tussen de gebouwen zijn beoogd om doorheen te lopen en niet langdurig te verblijven.
Bij de uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte zal met het te verwachten windklimaat rekening worden gehouden. Concluderend wordt gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar windklimaat waarbij in de architectonische uitwerking van de gebouwen de aanbevelingen van het onderzoek worden meegenomen om het windklimaat rond de gebouwen verder te optimaliseren ter comfort.
Bezonning Het bezonningsonderzoek (bijlage 3) is gebaseerd op de eisen in het "het hoogbouwbeleid". In de onderzoeksmethodiek wordt uitgegaan van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober ter plaatse van de fictieve meetpunten. De meetpunten zijn op 75 cm vanaf het maaiveld en/of een verdiepingsvloer geplaatst en er is bij een minimale zonhoogte van 10 graden gemeten. In het Tilburgse hoogbouwbeleid is aangegeven dat indien een ontwikkeling kwalitatief en/of kwantitatief bijdraagt aan de verdichtingsopgave er gemotiveerd kan worden afgeweken van de Haagse norm bij woningen binnen de “bestaande stedelijke contouren” én als er bij deze woningen nog steeds sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij een aantal woningen wordt op 19 februari niet voldaan aan de Haagse norm: <0000> Piushaven 31c: 20 minuten minder zon dan norm <0000> Koopvaardijstraat 5: 1 uur minder dan norm <0000> Barkstraat 29b : 25 minuten minder zon dan norm <0000> Barkstraat 27: 20 minuten minder zon dan norm <0000> Barkstraat 25: 15 minuten minder zon dan norm Barkstraat 23: 5 minuten minder zon dan norm De woningen aan de Piushaven (31a-38) zijn oost-west georiënteerd. De meeste woningen voldoen door deze oriëntatie aan de gestelde norm doordat ook de bezonning op de achtergevel meegeteld.
Echter door de uitbouw van de buren aan de achterzijde van Piushaven 31c ontvangt deze woning via de achterzijde in het vroege voorjaar/ late najaar geen zon. Een week later voldoet de woning wel aan de norm. Koopvaardijstraat 5 is een van de appartementen in het lagere bouwvolume ten noorden van het hogere volume van de Koopvaardij. Over het algemeen werpt dit hogere volume al een schaduw op dit noordelijk gelegen bouwdeel. Bij Koopvaardijstraat 5 is door een westelijk gelegen bouwvolume sprake van een slechte bezonning op de achtergevel. 2 weken later voldoet de woning wel aan de norm. Barkstraat 29b is een hoekwoning met een voordeur aan de Barkstraat. De op de Piushaven gerichte zijgevel ontvangt voldoende zon. Echter volgens de strikte regel van het beleid wordt deze zijgevel niet meegeteld. De woningen aan de Barkstraat 23 t/m 27 zijn oost-west georiënteerd. Door de uitbouwen aan de achterzijde ontvangt de achtergevel bij een lage zonnestand geen zon. Barkstraat 23 voldoet ondanks dit vrijwel aan de norm. Bij een iets hogere zonnestand valt bij al deze woningen zowel aan de oost- als aan de westzijde voldoende zon in de woning. Een week later voldoet elke woning ruimschoots aan de norm. De woningen liggen op afstand van de ontwikkeling en zijn niet op de ontwikkeling georiënteerd.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
30
Afwegingscriteria De gemeente Tilburg hanteert in de 'handreiking hoogbouw' de 'Haagse norm' als basis waaraan een nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Voor deze ontwikkeling wijken wij gemotiveerd af van de gestelde in de 'Haagse norm'. Proportie Slechts bij een beperkt aantal woningen (zes) wordt niet voldaan aan de Haagse bezonningsnorm. Ondanks de afname van bezonning, is bij alle woningen wel sprake van voldoende lichtinval, zoals vereist op grond van het Bouwbesluit. Daarbij voldoen alle woningen twee weken na 19 februari, en sommige al eerder, aan de Haagse bezonningsnorm. Verdichting De woningen zijn gelegen in een centrumstedelijke verdichtingslocatie, waarbij wij streven naar intensivering van het ruimtegebruik. In een dynamische, intensief bebouwde omgeving kan niet altijd worden voldaan aan de bezonningsnorm. In een stedelijke omgeving kunnen andere eisen worden gesteld aan bezonning en lichtinval dan in een omgeving met een ruime opzet. Daarnaast is de waardering van de openbare ruimte een steeds belangrijker onderwerp bij de ontwikkeling van de stad. De vergroening, verduurzaming en hoogwaardige materialisering, alsmedehet terugdringen van de automobiliteit getuigen daarvan. De toegenomen gebruikswaarde en kwaliteit van de openbare ruimte kan, met name in de intensief bebouwde delen van de stad, een goed alternatief vormen voor bezonning van individuele woningen.
Kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave wordt mogelijk gemaakt Het plan levert een positieve bijdrage aan de woningbouwopgave: na sloop van het huidige complex is er per saldo een toename van ca 150 nieuwe woningen. In totaal zullen er minimaal 65% betaalbare huurwoningen (sociaal en middelduur) gerealiseerd worden. Om deze woningen stedenbouwkundig inpasbaar en financieel haalbaar te maken is gestapeld wonen noodzakelijk. Het belang van het nieuwbouwplan is in dit geval groter dan het belang van de bezonning van een klein aantal van de bestaande woningen. Hierbij wordt in overweging genomen dat er nog steeds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat alle woningen binnen twee weken na 19 februari alsnog voldoen aan de bezonningsnorm Uitzicht en privacy De ontwikkeling omvat 5 bouwvolumes met verschillende hoogtes. Op de locatie is een massa aanwezig van 3,5 tot 4,5 bouwlagen. Hiermee kan worden gesteld dat het uitzicht in de huidige situatie al wordt beperkt door de aanwezigheid van appartementen in het plangebied. Door de verschaling van de bouwvolumes aan de kant van de omliggende woningen is er rekening gehouden met de privacy voor de huidige bewoners en het uitzicht vanuit de bestaande woningen. De lagere bouwvolumes aan de Tamboerskade liggen op vrijwel dezelfde positie als het eerder vergunde woongebouw.
Aan de Tamboerskade wordt iets meer afstand genomen van de bestaande woningen. Aan deze zuidzijde worden geen balkons voorzien. Ook bij het lagere bouwvolume aan de Piushaven wordt meer afstand aangehouden dan het eerder vergunde woongebouw. Ook aan deze westzijde worden geen uitstekende balkons voorzien bij de gevel die aan de Piushaven ligt. De hogere bouwvolumes liggen aan de Piushavenzijde. Deze bouwvolumes liggen op minimaal 55 meter afstand. Het uitzicht vanuit de woningen in de omgeving veranderd, echter door deze grote afstand wordt de impact op de privacy aanvaardbaar geacht. Qua uitzicht kan worden gesteld dat de woningen er op vooruit gaan, gezien de door de ontwikkeling ontstane doorzichten naar de haven. Hoogte accenten De twee nieuwe hoogteaccenten (van 51 en 40 meter) vormen een onderdeel van het stedelijk silhouet. Zij zullen de schakel vormen tussen de (beoogde) hoogte accenten bij de Koningswei en in de rest van de Piushaven. Plint Aan de noordzijde van de ontwikkeling is op de begane grond en deels op de eerste verdieping een (semi) publieke plint voorzien. In de plint zullen o.a. collectieve ontmoetingsruimtes voor bewoners gerealiseerd
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
31
worden. Met het toevoegen van (semi) publieke functies in de plint aan de kade zijde wordt de levendigheid op de kop van de Piushaven versterkt. De toevoeging van functies versterkt de sociale cohesie, veiligheid en verblijfskwaliteit in het gebied. Het programma in de plint zal zowel aantrekkelijk zijn voor de toekomstige bewoners als ook voor de buurt en de overige bezoekers van de Piushaven. Door de ontwikkeling van het Stadsforum en Koningswei ontstaat immers voor de Piushaven via de Koopvaardijstraat een betere verbinding met de Binnenstad. Ook zal door de nieuwe doorsteken tussen de bouwvolumes de Piushaven ook vanuit de woonbuurt Broekhoeven en vanuit het winkelgebied AaBe fabriek voor een voetganger beter verbonden worden. 4.1.4 Verkeer en parkeren Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zetten we in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. Onze gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen.
In onze nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben onze inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met onze aanpak willen we meer dan alleen verkeersstromen in goede banen leiden. We willen de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze Mobiliteitsagenda 013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 4-sporen beleid parkeren 2021 Op 18 november 2021 heeft de raad met betrekking tot parkeren in de binnenstad het 4-Sporenbeleid Parkeren en Deelmobiliteit vastgesteld. Dit houdt onder andere in dat bij een nieuwe ontwikkeling de ontwikkelaar in de basis nog steeds geacht wordt het parkeren op de eigen ontwikkelplot op te lossen, maar dat er meer handvatten komen waarmee de gemeente een helpende hand kan bieden.
De vier sporen zijn: Spoor 1: Het beter benutten van restcapaciteit in openbare parkeergarages Hiervoor zijn nieuwe abonnementsvormen ingevoerd waarbij de garages op rustige momenten beter worden gebruikt zonder op drukke momenten afbreuk te doen aan de beschikbare parkeercapaciteit voor bezoekers van de stad. Voor bezoekers van bewoners bij nieuwe wooncomplexen in de binnenstad is een bezoekersregeling voor de parkeergarages ontwikkeld. Spoor 2: Met een hoogwaardig en betaalbaar aanbod deelmobiliteit een goed alternatief bieden voor de eigen auto Met behulp van een vergunningenstelsel voor deelscooters en deelfietsen stuurt Tilburg actief op een hoogwaardig aanbod van deeltweewielers. Ook voor deelauto’s wordt gewerkt aan een vergelijkbaar mechanisme om met aanbieders langdurige afspraken te kunnen maken over kwantiteit en kwaliteit van hun aanbod voor de bewoners van de stad. In de nota parkeernormen zijn voorwaarden voor deelmobiliteit opgenomen. Begin 2026 zal er een Mobiliteitsfonds ingericht zijn. Dit Mobiliteitsfonds wordt primair gevuld met bijdragen vanuit de ontwikkelaars. De gemeente zal die middelen inzetten om bij nieuwe ontwikkelingen een hoogwaardig aanbod aan deelmobiliteit te organiseren.
Spoor 3: Gebiedsgericht aan de rand van de binnenstad openbare parkeercapaciteit toevoegen Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat er aan de oostkant van het centrum een aantal van 500 á 600 extra parkeerplaatsen in openbare gebouwde voorziening wordt gerealiseerd. Deze capaciteit is vooral ook bedoeld voor het faciliteren van de extra parkeerbehoefte ten gevolge van de vele nieuwe ontwikkelingen in de binnenstad (incl. Spoorzone).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
32
Spoor 4: Transferia bij de belangrijke toegangspoorten van de stad Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat een tweetal transferia wordt ingericht: eerst bij het ETZ ziekenhuis en daarna in Noord. Deze transferia worden voorzien van hoogwaardig natransport, waaronder snelle en frequente buslijnen. Aanvullend is op 31 maart 2025 door de raad de Financiële Strategie Parkeren vastgesteld. Daarin zijn twee belangrijke besluiten opgenomen, te weten: In de vier grote gebiedsontwikkelingen (Tilburg Noord, Kenniskwartier, Stappegoor en Brede Binnenstad (incl. Spoorzone en omgeving Piushaven) is de gemeente bereid voor eigen rekening en risico gebiedsgerichte parkeervoorzieningen, zogeheten Parkeerhubs, te realiseren en te exploiteren. In de omgeving van dergelijke Parkeerhubs zal een vorm van parkeerregulering worden ingevoerd. Het financiële instrumentarium waarmee de kosten van deze belangrijke stappen gedekt kunnen worden zal begin 2026 worden vastgesteld. Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020 Het Tilburgs beleid voor de fiets is vastgelegd in “Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020”, welke door het college is vastgesteld op 8 december 2020. De fietsagenda is één van de vijf uitwerkingen van de Mobiliteitsaanpak Tilburg 2040 (MAT2040) en de MobiliteitsAgenda 013.
Hierin is de doelstelling opgenomen dat tweederde van de verplaatsingen binnen de stad in 2040 op actieve wijze plaatsvindt (lopen en fietsen) en een groei van 20% van het aantal gereden fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Fietsen is inclusief, draagt bij aan een duurzame stad en is cruciaal in gezondheidspreventie. Daarom kiest de gemeente Tilburg voor de fiets en doet dit consequent. Hierbij wordt ingezet op drie pijlers: fietsinfrastructuur, fietsparkeren en fietsstimulering. De fietsagenda verbindt het Tilburgs fietsbeleid met het Regionaal Fietsbeleidsplan 2016-2020 (regio Hart van Brabant), met de Samenwerkingsagenda BrabantStad Fiets 2019-2022 (de vijf Brabantse steden, de provincie NoordBrabant en BUas) en met het landelijke Tour de Force 2e etappe Schaalsprong Fiets (samenwerking tussen het Ministerie van I&W, IPO, VNG/F10, vervoerregio's en diverse organisaties waaronder de ANWB en de RAI Vereniging). Agenda voor het stedelijk openbaar vervoer in Tilburg De Tilburgse OV-agenda vormt een uitwerking van actuele kaders, waaronder de Mobiliteitsaanpak Tilburg (2016), Verstedelijkingsstrategie (2022), Parkeerstrategie (2022) en de Netwerkanalyse (2020).
In het bestuursakkoord 'Meer voor Elkaar' (2022) is opgenomen dat voor het realiseren van de woningbouwopgave en voor een prettig en gezond verblijfsklimaat een mobiliteitstransitie noodzakelijk is met inzet op hoogwaardig openbaar vervoer voor de lange termijn. Om Tilburg leefbaar en bereikbaar te houden, dient het aantal reizigers in 2040 met een factor 3-4 te zijn gegroeid ten opzichte van 2019. Om dat te bereiken, zet Tilburg op hoofdcorridors in op Bus Rapid Transit (BRT). Hier reizen inwoners en bezoekers snel en comfortabel over busbanen naar hun bestemming. Aanvullend op BRT worden sterke ontsluitende stads- en streeklijnen gehandhaafd. Een hoogfrequente stadslijn door de oude stad van noord naar zuid verbindt de Parkring, het Museumkwartier, Wagnerplein en mogelijk het ziekenhuis en te ontwikkelen transferia in Noord en Zuid. Tenslotte gaan reizigers voor de kleine vervoersbehoeften gebruik maken van flexibele, ondersteunende, toegankelijke diensten. Netwerkanalyse, de auto-agenda Tilburg De Omgevingsvisie uit 2015, de Mobiliteitsaanpak uit 2016 en TilburgNext uit 2017, sturen in combinatie met een mobiliteitstransitie en een toename van een fors aantal inwoners aan op stedelijke ontwikkeling die bijdraagt
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
33
aan een vitale, economische sterke, inclusieve en mooie stad om in te wonen en werken. Dit geldt ook voor de binnenstad, dat als nieuw centrum toe moet naar meer bezoekers, meer inwoners en meer verblijfskwaliteit. Dit vergt echter ruimte en die is slechts beperk t beschikbaar. Ten behoeve hiervan is de netwerkanalyse uitgevoerd en vastgesteld door de raad op 1 februari 2021. In de netwerkanalyse is een betere benutting van de buitenring van de stad, voor vracht- en doorgaand verkeer, door een optimalisering van deze routes, opgenomen. Daarnaast is vastgesteld dat de gehele cityring in een kwalitatieve en leefbare openbare ruimte geïntegreerd moet worden, met gegarandeerde bereikbaarheid van de binnenstad voor bewoners, bezoekers en bevoorrading. Hiervoor is op 4 oktober 2021 door de raad een aantal concrete, aanvullende, maatregelen vastgesteld die de hoeveelheid verkeer op de cityring in voldoende mate terugbrengt. Met deze aanpassingen wordt ook de naam “cityring” vervangen door een naam die de lading beter dekt en verwijst naar de parkeerroute en het gewenste groene karakter van de ring. De huidige werknaam hiervoor is “Parkring”. Tilburg loopt!, de loopagenda Tilburg 2020 – 2023 Lopen draagt bij aan de doelen in het bestuursakkoord. Lopen maakt, zoals wetenschappelijk is bewezen, gezond en gelukkig.
Lopen is inclusief, duurzaam en draagt bij aan de vitaliteit van onze inwoners. Met dit doel is op 12 mei 2020 de loopagenda vastgesteld. Deze agenda geeft invulling aan het handvest voor lopen, het partnerschap van het platform ruimte voor lopen, de mobiliteitsaanpak 2040 en de mobiliteitsagenda 013. Bij de mobiliteitsaanpak 2040 horen uitvoeringsagenda's. In de loopagenda is het uitvoeringsprogramma voor de voetganger opgenomen. De uitgangspunten die zijn vastgesteld gaan uit van volledige toegankelijkheid voor iedereen. Lopen maakt deel uit van elke verplaatsing, ook die waarbij andere vervoerswijzen betrokken zijn. Het kan ook alleen een ommetje zijn. Er moet voor voetgangers een basiskwaliteit zijn, maar op plaatsen waar veel voetgangers komen moet dat een extra kwaliteitsimpuls krijgen. Nota 'Parkeernormen Tilburg 2023', parkeernormen voor de auto en voor de fiets In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023' zijn de geactualiseerde parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Deze zijn voor zowel autoparkeren als fiets- en scooterparkeren opgenomen. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een te realiseren aantal parkeerplaatsen. Voor de auto betreft dit een minimum en meteen ook maximum norm. Voor fietsparkeren betreft dit een minimumnorm. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, te worden gerealiseerd.
Een ontwikkeling kan uit verschillende functies bestaan. De parkeereis wordt per functie bepaald. De Tilburgse parkeernorm is gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW. Dit zijn normen van de belangrijkste functies die in de gemeente voorkomen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. De mogelijkheid van inzet van deelmobiliteit is uitgebreid en er zijn rekenregels voor opgenomen. Tenslotte is de richtlijn laadpunten opgenomen. Toetsing In beginsel worden de aspecten verkeer en parkeren beoordeeld conform het STOMP principe. STOMP staat voor: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en ten slotte de Privéauto. Het STOMP principe gaat ervanuit dat de voetgangers en fietsers de belangrijkste verkeersdeelnemers zijn die binnen de ontwikkeling gefaciliteerd dienen te worden, daarna volgt het openbaar vervoer en de deelmobiliteitsvoorzieningen en als laatste wordt de privéauto gefaciliteerd. Het toepassen van het STOMP principe draagt bij aan een duurzame gebiedsontwikkeling, daarom is dit principe belangrijk om mee te nemen in de beoordeling.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
34
In de beoordeling van het project op het omgevingsaspect verkeer zijn de ontsluitingsstructuur, verkeersgeneratie, bereikbaarheid en verkeersveiligheid relevant. Daarbij worden alle relevante vervoerwijzen bezien (langzaam verkeer, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer). Dit gebeurt in de volgende stappen: <0000> Allereerst is op basis van kaart- en beeldmateriaal van de ontsluitingsstructuur voor de verschillende vervoerswijzen geïnventariseerd. Daarbij kijken wij conform het STOMP principe eerst naar de infrastructuur voor langzaam verkeer, vervolgens het aanbod aan openbaar vervoer in de omgeving, en tenslotte kijken wij naar de ontsluitingsstructuur voor het gemotoriseerde verkeer. <0000> Vervolgens is de verkeerstoename ten gevolge van de beoogde ontwikkeling berekend. Hierbij wordt in principe gebruik gemaakt van de meest recente CROW-kencijfers. <0000> Daarna zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en -veiligheid beoordeeld. <0000> Tot slot is getoetst of de beoogde ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Voetgangers Onderzocht is of er binnen een acceptabele loopafstand (ca.
500 meter) bestemmingen zijn die een verplaatsing te voet realistisch maken, of de wegen en straten in de omgeving van de beoogde ontwikkeling voorzien zijn van veilige en comfortabele voetpaden en of de wegen veilig en zonder grote omwegen oversteekbaar zijn. Binnen 500 meter naar het noordwesten zijn voorzieningen te voet bereikbaar. Hier bevindt zich het centrum van Tilburg. Ook bevindt zich binnen 500 meter basisschool OBS Panta Rhei. De looproute naar de basisschool loopt over de Piushaven, Schoenerstraat en Galjoenstraat. Deze zijn voorzien van vrijliggende voetpaden, die allen met circa 2 meter breed genoeg zijn om zonder problemen naast elkaar te lopen en andere voetgangers te kunnen passeren. Met een maximumsnelheid van 30 km/u en een intensiteit van maximaal 3.400 motorvoertuigen per etmaal zijn de straten zo rustig dat oversteken overal veilig kan. De openbare ruimte rondom de nieuwbouw zal ingericht worden als een onderdeel van het wandelroute netwerk van Tilburg. Het vormt de verbinding tussen de zuidelijke kade en de binnenstad. De openbare ruimte krijgt een hoogwaardige verblijfskwaliteit. Fietsers Onderzocht is of er binnen een acceptabele fietsafstand (ca.
2 kilometer, wat langer voor voortgezet onderwijs of werk) bestemmingen zijn die een verplaatsing per fiets realistisch maken, of de wegen en straten in de omgeving van de beoogde ontwikkeling voorzien zijn van veilige en comfortabele fietspaden en of de wegen veilig en zonder grote omwegen oversteekbaar zijn. Het centrum van Tilbrug is vanaf de planlocatie binnen enkele minuten te bereiken met de fiets. Ook zijn de sportvelden aan de oostzijde van Tilburg binnen 5 á 6 minuten te bereiken met de fiets en sluit de locatie goed aan op het fietsnetwerk van Tilburg”. Om fietsers zo veel mogelijk te faciliteren wordt er gebruik gemaakt van overzichtelijke en goed bereikbare gedeelde fietsenstallingen. In de nieuwbouw is voorzien in een ondergrondse fietsenstalling voor bewoners, bereikbar via een hellingbaan voorzien in gebouw 4. Bezoekers kunnen de fiets in de openbare ruimte stallen. Openbaar vervoer Tilburg is per openbaar vervoer met bussen en treinen ontsloten. De dichtstbijzijnde halte is halte Piusstraat, vanwaar meerdere malen per uur bus 1 of 2 naar het centrum vertrekt en vise versa. Deze buslijnen worden de gehele dag bediend. De reis naar het station duurt ongeveer een kwartier. Vanuit het station rijden er treinen in de richting van Breda, 's-Hertogenbosch en Eindhoven.
Auto De beoogde ontwikkeling is voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de Piushaven en Vendeliersstraat van en naar Ringbaan-Zuid. Parkeren Het parkeren zal zo veel mogelijk uit het zicht ondergronds gefaciliteerd worden. De toekomstige parkeerbehoefte voor auto's wordt vrijwel volledig op eigen terrein voorzien in een volledig verdiepte parkeergarage onder de gebouwen 2 tot en met 5. De centrale toegang voor auto en fiets tot deze parkeergarage is voorzien in gebouw 4. De parkeergarage is via lift of trap bereikbaar via gebouw 3.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
35
In deze parkeergarage kunnen maximaal 134 autoparkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dit zijn parkeerplaatsen voor bewoners en deelauto's. In het openbaar gebied wordt het restant voor bezoekersparkeerplaatsen gerealiseerd waarbij deels ook bestaande parkeerplaatsen kunnen worden gebruikt. Hiermee is voor dit plan een sluitende parkeerbalans mogelijk, waarbij het autoparkeren een plek krijgt en het opladen van elektrische auto's wordt gefaciliteerd. De parkeerbalans is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is gebaseerd op de kencijfers van de CROW publicatie 744. De projectlocatie valt binnen schil centrum en is zeer sterk stedelijk. Functie Huur, appartement sociale huur <75 m2 bvo Huur, appartement vrije secor, < 75m2 bvo Huur, appartement vrije sector 75-100m2 bvo Huur, appartement vrije sector >100m2 bvo Koop, appartement < 75 m2 bvo
Aantal 125
Eenheid woningen
Kencijfer 1,8 per woning
Verkeersgeneratie 225 mvt/etmaal
31
woningen
1,9 per woning
58,9 mvt/etmaal
41
woningen
2 per woning
82 mvt/etmaal
4
woningen
3,9 per woning
15,6 mvt/etmaal
20
woningen
3,2 per woning
64 mvt/etmaal
Koop, appartement 75-100 m2 bvo
32
woningen
4,1 per woning
131,2 mvt/etmaal
koop, appartement > 100 m2 bvo
19
woningen
5,8 per woning
110,2 mvt/etmaal
Overige functies
1000
m2 bvo
38,5 per 100m2 bvo 38,5 mvt/etmaal
Op basis van bovenstaande kent de beoogde ontwikkeling een verkeersgeneratie van 725 mvt/etmaal. Het plangebied wordt vanuit de uitrit van de parkeergarage in gebouw 4 via de Tamboerskade ontsloten. Deze straat wordt tot aande ingang van de garage tweerichtingverkeer en daarna (ter hoogte van gebouw 3) ingericht naar éénrichtingsverkeer. Gezien de lage verkeersintensiteiten op omliggende wegen en gezien verdeling van verkeer over diverse straten en éénrichtingsverkeer, zal de toename per straat beperkt zijn en worden geen problemen met de verkeersafwikkeling verwacht. 4.1.5 Water en watersystemen Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan.
Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
36
aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Het klimaat verandert sneller dan gedacht. Daarom vinden we dat ieder initiatief moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2024 2027. De beleidsregels worden vertaald in het Handboek Openbare Ruimte en in het omgevingsplan. De zes doelstellingen: <0000> Een gevarieerd, natuurlijk en vitaal buitengebied; <0000> Robuuste groen- blauwe structuren; <0000> Een koele woonomgeving; <0000> Onze nieuwbouw stelt het voorbeeld; <0000> Klimaatbestendige bedrijventerreinen; <0000> Klimaatbewustwording en Koel gedrag. Onderstaande beleidsregels geven handvatten en richtlijnen voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp: <0000> Zorg voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen; <0000> Zorg voor ‘koelte-eilanden’ en koele looproutes; <0000> Zorg dat regenwater infiltreert op de plek waar het valt, dan droogt de bodem niet uit; <0000> Zorg voor waterbergingsruimte om extreme buien op te vangen; <0000> Gebruik groen als basis en verharding waar nodig.
Programma Water en Riolering Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen. Als gevolg van het veranderende klimaat is de bestaande situatie vaak niet bestand tegen hevige buien en langdurige droogte. Om wateroverlast (hinder of ernstige hinder) te beperken en de kans op waterschade te minimaliseren, zijn maatregelen nodig. Daarom geldt voor werkzaamheden in de bestaande omgeving een regenwateropgave. Voor uitbreidingen is de opgave om de nieuwe omgeving klimaatadaptief in te richten, met voldoende ruimte voor waterberging.
De volgende criteria bepalen de regenwateropgave voor verschillende categorieën van werkzaamheden: Regenwateropgave
Opgave bij A < 50 m² Ruimtelijke m² vervanging* Geen ontwikkeling m² toename* Geen Openbare ruimte m² vervanging* Geen m² toename* Geen Tabel regenwateropgave per type en schaal van ontwikkeling
Opgave bij 50 m² ≤ A < 200 m² 10 mm 20 mm 10 mm 20 mm
Opgave bij A ≥ 200 m² 60 mm*** 60 mm*** Locatiespecifiek** 60 mm
*De opgave geldt voor verhard oppervlak waarvan het hemelwater op het watersysteem wordt aangesloten. Verhard oppervlak waar niets mee gebeurt of verhard oppervlak waarvan het hemelwater direct infiltreert in de bodem zonder overloop, krijgt geen opgave. **Er geldt altijd een minimale opgave van 10 mm voor bergen en infiltreren. ***Bij ruimtelijke ontwikkelingen mag rekening worden gehouden met bestaande berging (mits aantoonbaar en beschikbaar).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
37
De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad met het oog op de toenemende verdroging. Duurzaam watersysteem De volgende randvoorwaarden voor het watersysteem en klimaatadaptatie worden gehanteerd voor de ontwikkeling. Randvoorwaarden watersysteem: <0000> Zowel inpandig als terreinriolering is een gescheiden watersysteem; <0000> Zo min mogelijk verharding aanleggen, ter voorkoming van hittestress; <0000> Verplichte waterbergingsopgave wordt in eigen terrein gerealiseerd, met een minimale inhoud van 60 l/m² aangekoppeld afwaterende oppervlakken; <0000> Technische oplossing voor de waterberging bij voorkeur een bovengrondse voorziening, bijvoorbeeld een wadi. Ondergrondse oplossingen zijn ongewenst. <0000> Bergen in groene daken is een mogelijkheid. De bergingscapaciteit ervan kan afgetrokken worden van de bergingsopgave; <0000> Keuze van terrein- en vloerhoogte is voor rekening van de eigenaar. Gemeente adviseert vloerhoogten minimaal 20 cm boven de hoogste punt in openbare ruimte i.v.m. risico op wateroverlast bij extreme neerslag, aangezien de locatie een verhoogd risico heeft op wateroverlast; <0000> Geen drainage dieper aanleggen dan GHG grondwater. Randvoorwaarden klimaatadaptatie: Hitte: ontwerp moet insteken op verbetering t.o.v. heden.
Streef naar minimaal 30% van terrein waar geen bebouwing is, groen in te richten zodat schaduw door groen (bomen) in de heetste moment van de dag na 5 jaar groei, bij normale groeiomstandigheden. Positionering en oriëntatie van bomen afstemmen op standplaats van gebouw en (buiten)verblijfruimtes. Weging van het waterbelang Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), bevindt het maaiveld zich ten zuiden van het plangebied aan de Tamboerskade op een hoogte van 13,40 tot 13,50 m +NAP. De Hopliedenkade aan de noord- en oostzijde van het plangebied ligt op een hoogte van 13,60 m +NAP. In onderstaande figuur is een uitsnede van het AHN (bron: AHN 5) weergegeven.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
38
Figuur: Uitsnede AHN 5, met plangebied geel omlijnd. (Bron: AHN 5) Bodem Het plangebied ligt volgens de bodemkaart van Nederland, in een niet-gekarteerd gebied. De bovengrond zal zeer waarschijnlijk gekenmerkt worden door antropogene afzettingen (geroerde en opgebrachte grond). Op basis van boorprofielen uit de BRO zijn van de bodem tot ca. 2,0 à 2,5 meter beneden maaiveld geen gegevens beschikbaar (geen monsters genomen). Vanaf 2,0 à 2,5 meter beneden maaiveld wordt tot ca. 4,0 meter beneden maaiveld fijn zand aangetroffen. Op basis van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.6 model van uit het BROloket bestaat de bodem, behorende tot de formatie van Boxtel, tot 5,0 meter beneden maaiveld uit zand, zeer fijn tot zeer grof zand. Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger, samen met de waterschapsverordening, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem.
Op de legger waterstaatwerken 2023 van waterschap De Dommel zijn de in de directe omgeving van het plangebied gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Op basis van de legger van waterschap De Dommel is in de directe omgeving van het plangebied geen oppervlaktewater gelegen dat voor het waterschap waterhuishoudkundig van belang is. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Piushaven. De Piushaven staat in open verbinding met het Wilhelminakanaal die ca. 1,3 km ten oosten van het plangebied ligt. Het Wilhelminakanaal verbindt Tilburg en Eindhoven met de Maas. De normaal waterstand in het Wilhelminakanaal (meetpunt Sluis 23 boven en sluis 24 beneden) ligt tussen de 12,35 en de 12,85 m +NAP. Het streefpeil ligt op 12,55 m +NAP. Bij een verhoogde waterstand kan het waterpeil in het Wilhelminakanaal hoger zijn dan 13,00 m +NAP. Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
39
verschillen. Bij nieuwbouwplannen is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). Binnen de beschikbare literatuur zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Voor de bepaling van de locatie specifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn daarbij geïnterpoleerd naar het plangebied. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen in noordoostelijke richting. Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor het plangebied ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen tussen 11,50 en 12,00 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op 1,40 tot 1,60 m -mv bevinden. Het lokale grondwaterregime zal daarbij sterk worden beïnvloed door het waterpeil in de nabij gelegen Piushaven dat in openverbinding staat met het Wilhelminakanaal (zie oppervlaktewater). De daadwerkelijke grondwaterstand binnen het plangebied kan daardoor lokaal hoger staan dan 12,00 m +NAP. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin-, attentiegebied of boringsvrijezone.
Veiligheid (waterkering) Het plangebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. Ontwatering Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand.
Figuur: Ontwatering De gemeente Tilburg draagt zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van singels en drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouw gebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit onderstaande tabel het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. De gemeente kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren wordt het risico op grondwateroverlast verder beperkt. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied wordt gestreefd naar het behalen van deze normen. Drainage van bodem- of hangwater mag uitsluitend boven de GHG.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
40
Tabel minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw men ontwateringsdiepte Functie Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (m t.o.v. GHG) Bebouwing met kruipruimte* Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren*
0,9 0,7
Tuinen/groenvoorzieningen Hoofdwegen** Secundaire wegen en woonstraten** * t.o.v. onderkant vloer ** t.o.v. de kruin van de weg
0,5 1,0 0,9
Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van 13,40 tot 13,60 m +NAP. De GHG is ingeschat op 12,00 m +NAP. De ontwatering is ten aanzien van huidige maaiveldniveau en toekomstige (bouw)peilen voldoende. Ophoging van maaiveld is niet direct noodzakelijk. Om instroming van hemelwater vanuit de omgeving te voorkomen komen de toekomstige bouwpeilen minimaal 20 tot 30 cm hoger te liggen dan het naastgelegen wegpeil of maaiveldniveau. Ondergrondse bouwwerken dienen waterdicht te worden uitgevoerd. Riolering In de rondom het plangebied gelegen wegen ligt een gemengd rioolstelsel. De bestaande bebouwing is via een hulpstuk en uitleggers aan de west- en oostzijde aangesloten op het gemengd riolenstelsel. In onderstaande figuur is de situering van het rioolstelsel weergegeven.