Bijlage 3c ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22l Hopliedenkade' motivering
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
TAM-OMGEVINGSPLAN TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie) Motivering met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.TAM2024012-b001
7 oktober 2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling2 1.2 Leeswijzer 2 Hoofdstuk 2 Het plangebied 4 2.1 Huidige situatie 4 2.2 Toekomstige situatie 7 Hoofdstuk 3 Toetsing aan algemene beleidskaders 11 3.1 Rijk 11 3.2 Provincie 15 3.3 Waterschap 17 3.4 Gemeente 19 Hoofdstuk 4 Toetsing aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Aspecten fysieke leefomgeving 27 4.2 milieu en gezondheid 57 Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid 66 5.1 Financieel economische uitvoerbaarheid 66 5.2 Kostenverhaal en nadeelcompensatie 66 Hoofdstuk 6 Participatie 67 6.1 publicatie voornemen wijziging omgevingsplan 67 6.2 Behandeling omgevingstafel 67 6.3 Participatie omgeving 67 6.4 Zienswijzen 69 Hoofdstuk 7 Belangenafweging en conclusie 70
27
Motivatie
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
1
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling De gemeente Tilburg is samen met Woonzorg Nederland voornemens om aan de Hopliedenkade in Tilburg, ter plaatse van het huidge appartementengebouw 'De Residentie', een woningbouwontwikkeling te realiseren. De ontwikkeling bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw van woningen in meerdere woongebouwen met een herinrichting van het openbaar gebied op de beoogde projectlocatie. Tevens wordt voorzien in publieksfuncties in de plint(en) van de gebouwen. Zie voor een globale afbakening van de projectlocatie onderstaande afbeelding.
Afbeelding: huidige situatie met het plangebied paars omlijnd (getekend gebied) (Bron: Omgevingsloket – Regels op de kaart) Het planvoornemen kan niet gerealiseerd worden binnen de regels van het Omgevingsplan gemeente Tilburg. Zo zijn publieksfuncties in de plint momenteel niet toegestaan en past de beoogde bebouwing niet binnen de bouwregels. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt het omgevingsplan gewijzigd. Een wijzigingsbesluit omgevingsplan bestaat uit regels en een motivering. Voorliggend document voorziet in de motivering. In dit document wordt gemotiveerd waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden verwoord die aan de basis hebben gestaan van de planontwikkeling. De motivering geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer. Gemotiveerd wordt dat het plan past binnen de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de provinciale omgevingsverordening en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt een beschrijving en motivering gegeven van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. <0000> Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, waarbij zowel de ruimtelijke als functionele aspecten aan bod komen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
2
<0000>
<0000> <0000> <0000> <0000>
Hoofdstuk 3 beschrijft de toetsing aan de algemene beleidskaders van Rijk, Provincie, Waterschap en Gemeente. Hoofdstuk 4 betreft de toetsing aan de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 beschrijft de economische uitvoerbaarheid en het kostenverhaal. Hoofdstuk 6 omvat een omschrijving van de participatie en zienswijzen. In hoofdstuk 7 wordt de belangenafweging beschreven en is een conclusie opgenomen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
3
Hoofdstuk 2 Het plangebied Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie M, nummers 10634 en deels 12145 plaatselijk bekend Hopliedenkade. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Hopliedenkade in het noorden, de kade van de Piushaven in het oosten, de Tamboerskade in het zuiden en de Piushaven in het westen. Onderstaande figuur geeft de ligging van het plangebied in de gemeente Tilburg weer.
Afbeelding: ligging plangebied (rood omcirkeld) in de gemeente Tilburg (Bron: PDOK Viewer)
2.1 Huidige situatie Het plangebied fungeert in de huidige situatie als wooncomplex voor 55+ers. Het complex kent in de huidige situatie 120 sociale huurwoningen en is opgebouwd uit een langgerekte bouwmassa aan de Hopliedenkade van vierenhalve bouwlaag met daaraan vast twee vleugels van drieënhalve bouwlaag aan de Tamboerskade. In de onderste bouwlaag vindt half verdiept parkeren plaats en zijn bergingen van de woningen te vinden. De zuidelijke vleugels zijn door groen omgeven, met gazon, struikgewas, bomen en een jeu-de-boulesbaan.
Afbeelding: huidige situatie plangebied vanuit de zuidoostzijde (Bron: Google Maps)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
4
Afbeelding: huidige situatie plangebied vanuit de zuidzijde (Bron: Google Maps)
Afbeelding: huidige situatie plangebied vanuit de noordzijde (Bron: Google Maps)
Afbeelding: huidige situatie plangebied vanuit de westzijde (Bron: Google Maps)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
5
Afbeelding: Restaurant, vlonder en oude havenarm ten oosten van het plangebied (Bron: Google Maps) 2.1.1 Huidige ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied is gelegen aan de Piushaven. Dit is een vaarweg in beheer bij Rijkswaterstaat, maar de kade en objecten binnen dit vaarwater vallen onder beheer van gemeente Tilburg. De Piushaven bestond vroeger uit twee havenarmen. In 1983 is de zuidelijke havenarm gedempt ten behoeve van woningbouw. Het plangebied bevindt zich ter plaatse van deze gedempte havenarm. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de noordelijke havenarm van de Piushaven, met daarin ligplaatsen van recreatievaart en een vlonder. Aan de noordkade van deze havenarm bevinden zich diverse commerciële functies en horeca. Ten noordoosten van het plangebied is op het eind van de oorspronkelijke middenpier een restaurant gevestigd met een vlonder. Direct ten oosten van het plangebied ligt nog een oorspronkelijk deel van de zuidelijke havenarm met een vlonder en enkele woonboten. Aan de zuid- en westzijde van het plangebied staan woningen, zowel grondgebonden als gestapeld. Autoparkeren gebeurt in de omgeving van het plangebied vooral in de openbare ruimte, via zowel haaks- als langsparkeren. Behoudens de tuinen binnen het plangebied rond het bestaande gebouw beperkt het groen zich hoofdzakelijk tot enkele plantvakken met bomen langs de straten.
Ten zuidoosten ligt het Vendelierspark. 2.1.2 Technische infrastructuur Binnen of direct buiten het plangebied komen geen planologische beschermde kabels, leidingen of (bovengrondse) hoogspanningsverbindingen voor die relevant zijn voor dit project. 2.1.3 Grondeigendom Het bouwperceel met daarop het huidige appartementencomplex (perceel M 10634) is eigendom van de gemeente Tilburg en tot 2033 in erfpacht uitgegeven aan Woonzorg Nederland. De openbare ruimte rondom is eigendom van de gemeente Tilburg (perceel M 12145 ged.). 2.1.4 strijdigheden met het omgevingsplan Op de planlocatie geldt het tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) 'Piushavengebied', vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2011. In dat plan heeft het perceel de enkelbestemming(en) 'Wonen - Gestapeld' en 'Verkeer - Verblijf'. Verder is de ontwikkeling gelegen op gronden waar een bouwvlak met bijhorende maatvoering is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen dit tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het plan is in strijd met het huidige omgevingsplan wat betreft: <0000> Bouwregels: De toekomstige bebouwing voldoet niet aan de bouwregels. De gebouwen liggen niet binnen het bouwvlak en het maatvoeringsaanduidingsvlak die van toepassing zijn op de planlocatie.
<0000> Bouwregels: De ter plaatse geldende bouwhoogten zijn niet toereikend voor de beoogde bebouwing; <0000> Gebruiksregels: De beoogde publieksfuncties in de plint zijn momenteel niet toegestaan.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
6
Afbeelding: Uitsnede digitale verbeelding bestemmingsplan "Piushavengebied 2009" met het plangebied paars omlijnd (getekend gebied) (Bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart) Daarnaast zijn enkele paraplubestemmingsplannen vastgesteld die eveneens deel uitmaken van het omgevingsplan en voor de projectlocatie gelden: <0000> Tilburg, parapluplan waterberging & grondwaterbescherming: dit parapluplan gaat in op de waterberging en grondwaterbescherming binnen het aangeschreven plangebied. Om de regenwateropgave conform het gemeentelijk beleid juridisch te verankeren is gekozen voor een paraplubestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wordt verderop in deze motivering aan het gemeentelijke waterbeleid getoetst (zie paragraaf 5.1.3). De regels uit het parapluplan over grondwaterbescherming zijn in dit geval niet van toepassing, omdat de locatie niet is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De ontwikkeling is dan ook niet in strijd met dit parapluplan. <0000> Tilburg, Terrasregels 2019: in dit parapluplan wordt de omgevingskwaliteit omtrent terrassen geregeld. Bij de beoogde ontwikkeling is sprake van terrassen. Deze terrassen in het openbaar gebied ondersteunen de functies in de plint. Dit betekent dat dit parapluplan van toepassing is op de beoogde ontwikkeling.
<0000> Tilburg, parkeerregeling 2017: in dit parapluplan is een voorwaardelijke verplichting voor parkeren opgenomen. Gronden mogen enkel worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat op eigen terrein in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is. Dit volgt uit het gemeentelijk parkeerbeleid. In paragraaf 5.1.2 van deze motivering wordt aan dit gemeentelijk parkeerbeleid getoetst. <0000> Tilburg, Appartementen 2019: Met dit paraplubestemmingsplan wordt in lijn met het appartementenbeleid de realisatie van zeer kleine appartementen voorkomen door een vergunningplicht op te nemen voor het realiseren van appartementen. Ook wordt op sommige plaatsen de maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen beperkt tot 11 meter. Binnen het bestemmingsplan "Piushavengebied 2009" heeft dit paraplubestemmingsplan alleen de bestemmingen 'Gemengd', 'Gemengd - 1' en 'Gemengd - 2' gewijzigd. Die bestemmingen zijn niet aan de orde binnen voorliggende plangebied, waardoor dit paraplubestemmingsplan voor dit plangebied niet relevant is. De raad heeft de beleidsvrijheid en beoordelingsvrijheid om voor de ontwikkeling het omgevingsplan te wijzigen.
2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Het plan en inrichting plangebied Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 5 woongebouwen ter plaatse van de oude bebouwing van “De Residentie”. In totaal worden maximaal 272 appartementen gerealiseerd, zowel koop als sociale- en middenhuur. Ook zijn er commerciële en/ of maatschappelijke functies voorzien in de plint van de te realiseren bebouwing. Het auto- en fietsparkeren zal grotendeels plaatsvinden in een volledig verdiepte parkeergarage onder gebouw 2 tot en met 5. De centrale toegang tot deze parkeergarage wordt ondergebracht in gebouw 3. De inrit van de garage is ondergebracht in gebouw 4.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
7
De gebouwen hebben verschillende bouwhoogtes (van 23 tot 51 meter hoog). De twee hoogste volumes liggen aan het water op afstand van de bestaande woningen. Vanuit de Koopvaardijstraat, die de Piushaven met Koningswei verbindt, is er zicht op het hoogste gebouw. De drie lagere gebouwen maken de ruimtelijke verbinding met de meer kleinschalige woonbuurt. De vijf gebouwen liggen versprongen ten opzichte van elkaar. Aan de Hopliedenkade en de Tamboerskade ontstaan hierdoor respectievelijk pleintjes en groene hoven. Met voetgangerspaden wordt deze nieuwe openbare ruimte verbonden aan het fijnmazig stedelijk weefsel van de direct omliggende buurt. Op het grotere schaalniveau vormt het groen een onderdeel van het havenpark dat gelegen is tussen het Stadpark Oude Dijk en Moerenburg. De verdwenen havenarm vormt de inspiratie voor de vormgeving van de groene inrichting rondom de bebouwing aan de zuidzijde. Met de toevoeging van gevelgroen en daktuinen wordt nader invulling gegeven aan de klimaatambities van de gemeente Tilburg.
Afbeelding: inrichtingstekening beoogde situatie (bron: regiedocument)
Afbeelding: inrichtingstekening beoogde situatie (bron: regiedocument)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
8
Afbeelding: inrichtingstekening fase 1 (donkerblauw nieuw gerealiseerd)
Afbeelding: inrichtingstekening fase 2 (donkerblauw nieuw gerealiseerd) 2.2.2 beoogde functies In de navolgende tabel is het programma van de beoogde ontwikkeling weergegeven, waarbij B1 t/m B5 corresponderen met de gebouwen en de aantallen daarachter het aantal woningen per gebouw betreft. In totaal worden maximaal 272 appartementen gerealiseerd en ongeveer 1.000 m² bvo ten behoeve van commerciële en maatschappelijke functies. In de parkeergarage worden ten behoeve van deze functies 134 autoparkeerplaatsen aangelegd en een stallingsruimte voor 901 fietsen. Rondom het gebouw kunnen op basis van de huidige reeds vergunde situatie 18 autoparkeerplaatsen aan de ontwikkeling worden toegekend en ongeveer 80 fietsen kunnen in de openbare ruimte worden gerealiseerd.
Appartementen, waarvan
Gebouw 1 Gebouw 2 Gebouw 3 Gebouw 4 76 39 71 59
Gebouw 5 27
Totaal 272
Sociale huur Middeldure huur Koop, vrije sector
0 76 0
39 0 0
0 0 71
59 0 0
27 0 0
125 76 71
Commercieel/maatschappelijk (m2 bvo) Autoparkeren Fietsparkeren
296
144
208
200
139
987
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
134 901
9
Afbeelding: structuurontwerp van de beoogde situatie gezien vanuit het zuidwesten (bron: LEVS architecten)
Afbeelding: Structuurontwerp van de beoogde situatie gezien vanuit het noordoosten (Bron: LEVS architecten) De (semi) publieke plint wordt in dit plan aangeduid met de bestemming “gemengd”. Hiermee wordt aangesloten op de systematiek van het Omgevingsplan “Piushavengebied 2009”. De (semi) publieke functies in de plint dienen aanvullend te zijn op het bestaande aanbod in de Piushaven. Dit kan door kleinschalige detailhandel (zoals een bloemenwinkel, groentewinkel of een kapper), werkfuncties met een publieksgerichte invulling (zoals ateliers, ambachtelijke werkplaatsen of co-workingruimten), maatschappelijke voorzieningen (zoals een buurtkamer, zorgpunt of dagbesteding), dienstverlening (zoals een ontwerpbureau), sport (zoals fitness) of recreatie (zoals sup verhuur).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
10
Hoofdstuk 3 Toetsing aan algemene beleidskaders 3.1 Rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. We maken ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. We bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel. We zorgen voor sterke en gezonde steden en regio’s. En we stimuleren een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Toetsing aan NOVI De beoogde ontwikkeling voorziet voornamelijk in de realisatie van maximaal 272 woningen in zowel de sociale huur, middeldure huur als vrije sector. Hiermee wordt ingespeeld op de woningnood die er op dit moment nationaal speelt en ook op lokaal niveau voelbaar is. De huidige bebouwing is gebouwd in 1984 en toe aan vervanging. In de nieuwbouw wordt voorzien in een divers woonprogramma dat voor een gedifferentieerd woonmilieu zorgt. Het duurzaam ingerichte terrein zal de leefomgevingskwaliteit verbeteren. Met de inrichting van het terrein wordt de groene corridor vanuit het kanaal doorgetrokken tot in de Piushaven. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden.
De opgenomen regels en omgevingswaarden zijn gesteld ter bescherming van nationale belangen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl is onder meer geregeld welk bestuursorgaan bevoegd gezag is bij het verlenen van een omgevingsvergunning, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en procedures. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Hoofdstuk 5 bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Afdeling 5.1 stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over: <0000> algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
11
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4) beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5) behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7) bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8)
Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: <0000> voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen <0000> lokale spoorwegen binnen vervoerregio's <0000> lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool <0000> bebouwingscontour jacht <0000> bebouwingscontour houtkap Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Ondanks het ingekaderde karakter van de afwegingsruimte die door de instructieregels ontstaat, biedt het Bkl veel ruimte aan de gemeente om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te sturen. Als de gemeente gebruik wil maken van deze afwegingsruimte, zal zij dit goed moeten motiveren. Daarnaast zullen deze deugdelijk onderbouwde, op het specifieke deelgebied afgestemde kaders ook moeten worden uitgewerkt in juridische planregels. Toetsing aan Bkl Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het plangebied bepaald welke gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Uit raadpleging van 'Regels op de kaart' blijkt dat het plangebied is gelegen binnen een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren.
Het Bkl stelt binnen dergelijke gebieden regels aan maximale bouwhoogten van windturbines om verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Dit wijzigingsbesluit voorziet niet in windturbines. Voor zover thematische instructieregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een toets aan deze instructieregels plaats in Hoofdstuk 4 van deze motivering. 3.1.2 Maatschappelijke behoefte De Piushaven was lange tijd een industriële haven met rondom de vaarweg diverse bedrijven en bedrijventerreinen. Aan het begin van de 21e eeuw heeft de gemeente Tilburg ervoor gekozen om de Piushaven en omgeving te transformeren naar een veelzijdig en levendig woonwerkgebied met als grote kracht het water. De haven is immers gunstig gelegen en verbindt het centrum van Tilburg met het Landschapspark Moerenburg. De gehele gebiedsontwikkeling omvat 60 hectare, waaronder locaties direct aan de haven / vaarweg, delen van de wederopbouwbuurt Jeruzalem en voormalig industrieel erfgoed AaBe-complex.
Afbeelding: overzichtskaart deelprojecten gebiedsontwikkeling Piushaven (Bron: gebiedsontwikkeling.nu)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
12
De totale gebiedsontwikkeling bestaat uit meer dan 15 verschillende deelplannen, waarvan de eersten alweer enkele jaren geleden zijn opgeleverd. Een van de plannen is de herontwikkeling van De Residentie Piushaven aan de Hopliedenkade. Daarnaast vormt de gebiedsontwikkeling een van de groene steppingstones aan de Piushaven langs een van de verbindingsroutes die het Stadspark Oude Dijk via de Koningswei verbindt met Moerenburg. Met deze gebiedsontwikkeling wordt een impuls gegeven aan de kop van de Piushaven. Er worden ruim 150 woningen toegevoegd. In de plint worden functies toegevoegd die van meerwaarde zijn voor de buurt. In het openbaar gebied wordt ruimte gegeven aan de voetganger en als bijdrage aan de klimaatopgave wordt er meer ruimte gemaakt voor groen en waterberging.
3.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Met dit plan wordt de bouw van maximaal 272 appartementen en 1000m2 aan maatschappelijke en commerciele functies mogelijk gemaakt. Uit artikel 5.129g blijkt dat dit artikel alleen van toepassing is wanneer sprake is van een voldoende substantiële ontwikkeling.
Uit de jurisprudentie blijkt dat voor kleinschalige ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. In de overzichtsuitspraak
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
13
ladder voor duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724 ) is aangegeven dat een omgevingsplan dat voorziet in niet meer dan 11 woningen of niet meer dan 500m2 aan uitbreiding of nieuwbouw van overige functies in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Deze ontwikkeling betreft dus een stedelijke ontwikkeling waarbij de ladder van toepassing is. Behoefte aan woningen Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, in de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt.
Monitor bevolking en wonen (december 2024) Uit de actuele 'Monitor bevolking en wonen' van provincie Noord-Brabant blijkt dat de benodigde capaciteit in gemeente Tilburg in de periode 2024 t/m 2033 17.670 woningen is (prognose + vervangingsopgave). Er is harde plancapaciteit voor 6.815 woningen. Dit betekent dat er nog veel harde plancapaciteit moet worden toegevoegd. Woondeal Stedelijke Regio Breda-Tilburg (maart 2023) Op 9 maart 2023 is de woondeal voor de Stedelijke Regio Breda-Tilburg ondertekend door de gemeente Breda, de andere gemeenten in de stedelijke regio, de woningcorporaties, de provincie Noord-Brabant en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De woondeal bevat afspraken over de woningbouwopgave, het versnellen van woningbouw, de betaalbaarheid van woningen en de kwalitatieve opgave (doelgroepen). Elke gemeente neemt een aandeel van de regionale woningbouwopgave van in totaal 39.210 woningen (netto). De voorlopige, minimale opgave voor de periode 2022 t/m 2026 is per gemeente opgenomen. In Tilburg gaat het om 8.055 woningen. In het kader van de woningbouwversnelling zijn door de gemeenten in de regio locaties aangewezen als sleutelgebieden. Het gaat hier om grootschalige locaties/ gebiedsontwikkelingen, waar meerdere projecten worden gerealiseerd die bijdragen aan onze regionale opgaven.
De Piushaven is als sleutelgebied in de woondeal opgenomen. Gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid komt terug in: <0000> Woonvisie en Woonagenda 2020-2025 <0000> Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie wonen 2021 Voor een motivering van de woningbehoefte op basis van het gemeentelijk beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.4.4. Op deze plaats volstaat de conclusie dat er ook op lokaal niveau voldoende behoefte aan de ontwikkeling is. Behoefte aan overige functies In het huidige detailhandelsbeleid “Tilburg, detailhandelsvisie 2019” werd nog uitgegaan van een afvlakking van de bevolkingsgroei door vergrijzing. De gemeente Tilburg gaat inmiddels uit van een flinke bevolkingsgroei. De eerder bedachte krimp van het winkelbestand is inmiddels achterhaald. Aan de Piushaven hebben in lijn met het omgevingsplan “Piushavengebied 2009” inmiddels verschillende winkels een plek gekregen. Het Piushavengebied (o.a. Piushaven, Havendijk, Kempenaarsplaats) is ontwikkeld als een gebied met een levendig en gemengd milieu met onder meer (zakelijke) dienstverlening, horeca en winkels. Detailhandel vormt hierbij een waardevol onderdeel. Deze straten zijn georiënteerd op het water en vormen een route tussen binnenstad en Aabe Fabriek en het buitengebied, meer specifiek Moerenburg. De bezoekers aan de winkels (o.a.
chocolaterie, viswinkel, bakker en kledingwinkel) aan de Piushaven brengen levendigheid in het gebied. Ook aan de Hopliedenkade zal het toevoegen van ruimte voor detailhandel bijdragen aan de levendigheid van het gebied. Dit kan door kleinschalige detailhandel (zoals bijvoorbeeld een
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
14
bloemenwinkel, groentewinkel of een kapper). De levendigheid aan de Hopliedenkade vormt via de Koningswei een uitloper van de binnenstad. Het Horecabeleid ”Beleidsnota gebiedsgerichte horecavisie” is in 2023 vastgesteld. In dit beleid wordt de Piushaven als een van de horecagebieden in de stad aangeduid. In het beleid wordt gesteld dat de reeds toegestane 14 horecazaken voldoende zijn voorde Piushaven. Het toevoegen van extra zelfstandige horeca in de Piushaven is niet gewenst. Alleen ondersteunend of additioneel bij een andere functie kan horeca van meerwaarde zijn. Door het te koppelen aan een andere functie wordt ook voorkomen dat er voor de toekomstige bewoners overlast ontstaat in de avond en nacht. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaat er immers bij consumenten steeds meer een behoefte aan onderscheidende concepten in zowel winkels als horeca. Bijvoorbeeld een kapsalon met een koffiebar of een lunchroom waar het gehele interieur te koop is. Maar ook bij een dienstverlenende bedrijven, zoals een gebouw met een maatschappelijke functie, is een bijbehorend horecaconcept denkbaar.
3.2 Provincie 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. 2. 3. 4. 5.
De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000>
De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden; <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening Noord-Brabant is tegelijk met de Omgevingswet van kracht geworden. In de omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
15
De instructieregels uit hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant hebben tot doel dat de gemeenteraad de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling van een omgevingsplan. De regels zijn van toepassing op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De wet biedt de mogelijkheid dat Gedeputeerde Staten voor de vergunningverlening voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevallen aanwijst waarvoor verplicht advies (met instemming) bij hen gevraagd moet worden. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft bij besluit van 7 november 2023 de volgende activiteiten aangewezen waarover advies moet worden aangevraagd. Een activiteit zoals de beoogde ontwikkeling komt niet op die lijst voor. Er is dan ook geen advies van GS nodig. In het voortraject is het plan mondeling besproken met de Provincie. Hier zijn geen opmerkingen uitgekomen. Specifiek voor het plangebied gelden de volgende werkingsgebieden: <0000> Stedelijk gebied (instructieregels gemeente) <0000> Beperking grootschalige logistiek (instructieregels gemeente <0000> Stalderingsgebied (instructieregels gemeente) <0000> Diep grondwaterlichaam (rechtstreeks werkende regels) <0000> Geen attentiezone waterhuishouding (rechtstreeks werkende regels) Daarnaast gelden voor iedere ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Stedelijk gebied Artikel 5.31 (Externe werking Natuur Netwerk Nederland) bepaalt dat een nieuwe ontwikkeling die binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en die aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant geeft, de negatieve effecten waar mogelijk moet beperken en de overblijvende, negatieve effecten moet compenseren. Deze bepaling is niet van toepassing op aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In paragraaf 5.1.5 is gemotiveerd dat dit project gelet op de aard en omvang in verhouding tot de ligging ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant geen negatieve effecten tot gevolg zal hebben. Compensatie is dan ook niet aan de orde. Artikel 5.55 (Duurzame stedelijke ontwikkeling) bepaalt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals wonen, werken of voorzieningen in beginsel binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en dat daarbij gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling past binnen regionale afspraken en dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Bij de beoogde ontwikkeling is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.1.4 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Kortheidshalve volstaat hier de conclusie dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.
Er is immers sprake van een herontwikkeling van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij vindt op een verantwoorde wijze (zie hoofdstuk 5) verdichting plaats, waarbij voldoende oog is voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De locatie is gelegen dicht tegen het centrum van Tilburg met al haar voorzieningen en op 300 meter van een bushalte, wat uitnodigt om gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen. De overige regels binnen dit werkingsgebied (veehouderij in Stedelijk gebied en Toedeling beheer vaarwegen) zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Beperking grootschalige logistiek Artikel 5.56 (Grootschalige logistiek) stelt beperkingen aan de ontwikkeling van grootschalige logistiek. Deze regels zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Stalderingsgebied Binnen het Stalderingsgebied (Artikel 5.66 Aanvullende regels stalderen) gelden regels over de toename van de oppervlakte aan dierenverblijf voor hokdieren op agrarische bedrijven. Dit project heeft geen betrekking op een bestaand of nieuw agrarisch bedrijf. De regels voor stalderingsgebieden zijn in dit geval dan ook niet relevant. Diep grondwaterlichaam
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
16
Artikel 3.12 (diep grondwaterlichaam) beschrijft dat het verboden is om milieubelastende activiteiten, onconventionele winning van koolwaterstoffen, te verrichten binnen het diep grondwaterlichaam-gebied. Dit is bij de beoogde ontwikkeling niet aan de orde. Geen attentiezone waterhuishouding In Artikel 3.15 (Aanwijzing vergunningvrije gevallen open bodemenergiesysteem) van de Omgevingsverordening staat dat een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem van het Bal niet is vereist als de onttrekking buiten de Attentiezone waterhuishouding ligt. Dit is het geval bij de beoogde ontwikkeling. Hoewel er geen omgevingsvergunning is vereist, zullen de in Artikel 3.15 van de Omgevingsverordening genoemde activiteiten niet worden toegevoegd bij de beoogde ontwikkeling. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald dat bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling moet worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake.
De ontwikkeling betreft het opnieuw benutten van een bebouwd bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dus sprake van een herbestemming binnen bestaand bebouwd gebied. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: <0000> de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige en archeologische waarden; <0000> de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer <0000> de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Al deze aspecten komen terug in deze motivering. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het project voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende thema's binnen de lagen (zie Hoofdstuk 4 Toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu). Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren.
Ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn wordt als meerwaarde gezien. Ten slotte kan ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) in het buitengebied deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval zit de meerwaarde met name in het feit dat er met de nieuwe woningen wordt bijgedragen aan de gemeentelijke opgave om in de periode 2022-2026 circa 8.055 woningen te realiseren. De benodigde extra parkeerplaatsen zijn voorzien in een parkeergarage. De openbare ruimte rondom de bebouwing is groenrijk ingevuld. Dit nodigt bewoners en omwonenden uit om door het gebied te bewegen en te ontmoeten.
3.3 Waterschap Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied van Waterschap De Dommel. Het relevante beleid van dit waterschap is opgenomen in het waterbeheerprogramma. Daarnaast heeft het waterschap een waterschapsverordening vastgesteld. 3.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen,
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
17
spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.
Waterschap De Dommel hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: <0000> Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. <0000> Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. <0000> Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken.
Meer dan voorheen gaan we daarbij: <0000> van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied; <0000> van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied; <0000> van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Toetsing De beoogde ontwikkeling is voorzien op een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied. In de bebouwde situatie is zowel het hemel- als afvalwater op het ter plaatse aanwezige rioolstelsel aangesloten. In de beoogde situatie worden appartementen gerealiseerd. De locatie ligt volgens de 'Werkkaart Hoge Koppen Beekdalen Flanken' op een hoge kop. Daarmee is de locatie geschikt voor woningbouw en kunnen 'natte voeten' worden voorkomen. Conform de gemeentelijke waterbergingseis dient het hemelwater binnen de plangrenzen te worden opgevangen en geborgen. Er vindt geen afvloeiing in de richting van oppervlaktewaterlichamen in het beheer van het waterschap plaats. Het project sluit dan ook aan bij de drie principes van het waterschap. 3.3.2 Waterschapsverordening Net als de provincie heeft het waterschap een omgevingsverordening vastgesteld.
In de Waterschapsverordening staan de regels voor bewoners, bedrijven en andere overheden met betrekking tot activiteiten in of nabij rivieren, beken, sloten, gemalen, en dijken (waterkeringen) en activiteiten met betrekking tot het grondwater. Binnen het plangebied of direct daarbuiten liggen geen provinciale vaarwegen, A- of B-watergangen, waterkeringen, of beschermingszones daarvan. Ook ligt er geen rioolwatertransportleiding binnen of nabij het plangebied. Binnen de projectlocatie zijn in zowel de huidige als toekomstige situatie geen activiteiten voorzien waarbij systematisch grondwater wordt onttrokken of ontwatering plaatsvindt door middel van drainage. Bepalingen hierover uit de Waterschapsverordening zijn dan ook niet van toepassing op het plangebied.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
18
Ten slotte geldt bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak het uitgangspunt dat ruimtelijke (her)ontwikkelingen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal moeten worden uitgevoerd. Om aan dit uitgangspunt te kunnen voldoen wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen en afvoeren. In de Waterschapsverordening is daarom bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning water te lozen in of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam: <0000> Een omgevingsvergunning voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door toename van verhard oppervlak is niet nodig als: a. het verhard oppervlak toeneemt met maximaal 500 m²; of b. de toename van verhard oppervlak alleen bestaat uit een groen dak c. de toename meer dan 500 m² maar maximaal 10.000 m² bedraagt, en er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan in de vorm van een bergingsvoorziening met een minimale compensatie die voldoet aan de volgende rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x <gevoeligheidsfactor> x 0,06 (in m). <0000> Een omgevingsvergunning is wel nodig voor het afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam door afkoppeling, mits er maximaal 10.000 m² bestaand verhard oppervlak wordt afgekoppeld.
Toetsing In dit geval bedraagt de realisatie aan verhard oppervlak meer dan 500 m² maar niet meer dan 10.000 m². Zodoende zijn er compenserende maatregelen nodig om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan in de vorm van een bergingsvoorziening met een minimale compensatie die voldoet aan de volgende rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x <gevoeligheidsfactor> x 0,06 (in m). In paragraaf 5.1.3 wordt nader ingegaan op het thema 'water', waarbij ook wordt ingegaan op de benodigde bergingsvoorzieningen voor hemelwater.
3.4 Gemeente 3.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
19
De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.
Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden.
Toetsing Dit project draagt bij aan zowel de Brabantstrategie, Regiostrategie als Stadsstrategie. Het gaat om een afzonderlijk project binnen een grotere gebiedsontwikkeling waarbij een voormalig industriële haven wordt getransformeerd naar een veelzijdig en levendig woonwerkgebied met als grote (aantrekkings)kracht het water in de vorm van de historische haven. De locatie is goed bereikbaar vanaf de Ringbaan-Oost en Ringbaan-Zuid en ligt dicht bij het centrum van de stad. De mix aan woonvormen op de verdiepingen en commerciële en maatschappelijke functies in de plint past bij de dynamiek die in de Piushaven gewenst is. De gemeente streeft naar voldoende betaalbare woningen voor de diverse inkomens en doelgroepen. Een belangrijk aandachtspunt is verduurzaming van de woningvoorraad, zodat woningen naar de toekomst toe ook het gewenste comfort bieden en de woonlasten minimaal houden. Met de beoogde ontwikkeling worden woningen gerealiseerd die invulling geven op de woningvraag binnen de gemeente Tilburg. Ook zullen de nieuwe woningen voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidseisen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
20
Ten slotte wordt met dit plan ook de openbare ruimte heringericht. Er ontstaat een hoogwaardige plek om te wonen, werken en te verblijven, wat belangrijk is voor de eigen bewoners en de concurrentiepositie van Tilburg. 3.4.2 bestuursakkoord 'meer voor elkaar'' Het Akkoord ‘Meer voor elkaar betreft het bestuursakkoord voor de raadsperiode 2022 tot 2026. In dit akkoord staan doelen, koers en aanpak beschreven met betrekking op gezondheid, jeugd, kansengelijkheid, energietransitie, verduurzaming van de bestaande woon- en werkomgeving, groen in de stad, mobiliteit, openbare ruimte, nieuwe woningen, werkgelegenheid, kunst cultuur, evenementen en sport. Toetsing aan het bestuursakkoord Voor deze ontwikkeling is met name de opgave 'Tilburg Groeit, Bloeit en Bruist' aan de orde. Tilburg wil bouwen aan de stad waar het prettig leven is en met een eigen stedelijke identiteit: "De woningbouwopgave in Nederland betekent dat we tot 2040 maar liefst 25.000 nieuwe woningen gaan bouwen in de gemeente Tilburg. Deze nieuwe woningen maken we meteen duurzaam. We kiezen ervoor om voornamelijk in de stad en de dorpen te bouwen, niet daar buiten." Gemeente Tilburg wil het volgende bereiken: <0000> Duurzame woningen: Nieuwe woningen zijn energieneutraal, natuurinclusief en klimaatadaptief. Meer woningen betekent ook meer groen. Er wordt in de stad en in de dorpen gebouwd, niet daar buiten.
<0000> Betaalbare woningen: Er worden betaalbare en passende huur- en koopwoningen gebouwd. Bij nieuwbouw wordt op gemeentelijk niveau ingezet op minimaal 35% sociale huur en lage middenhuur, te bouwen door de woningcorporaties. Daarnaast wordt ingezet op minimaal 10% particuliere middenhuur. <0000> Toekomstbestendige woningen: Er wordt toekomstbestendig gebouwd. Dit betekent flexibel bouwen en bouwen voor doorstroming. <0000> Gebiedsontwikkeling: Er wordt uitvoering gegeven aan de stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen en er wordt prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van de dorpen, het Kenniskwartier, de Binnenstad (inclusief Spoorzone, Piushaven, Stadsforum en Koningswei) en Stappegoor. Daarbij wordt niet alleen ingezet op nieuwe ontwikkelingen, maar wordt ook onderzocht hoe onder andere in Noord, West en Zuid meer woningen kunnen worden toegevoegd (verdichten) en hoe de leefbaarheid, de voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving kan worden verbeteren, zowel vanuit fysiek als sociaal oogpunt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt op een locatie aan de Piushaven een bestaand wooncomplex gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe woongebouwen met ruimte voor commerciële en/of maatschappelijke functies in de plint. In totaal worden maximaal 272 woningen gerealiseerd en er is sprake van verdichting ten opzichte van de huidige situatie.
Het woonprogramma voorziet in 46% sociale huur en 28% middenhuur. Bij de herontwikkeling worden de woningen volgens hedendaagse duurzaamheidsstandaarden gerealiseerd. In de ontwikkeling is voldoende oog voor vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit, zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte. Zo worden de gebouwen voorzien van groene gevels en daken en wordt de openbare ruimte rondom de gebouwen ingericht met groen en bomen. 3.4.3 Gebiedsvisie Piushaven Stedenbouwkundige visie 2018 Sinds de vaststelling van de Ontwikkelvisie Piushaven 2002 is het gebied rond de Piushaven stapsgewijs getransformeerd tot een aantrekkelijk woon, werk, cultureel en recreatief gebied. De eerste stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven is in 2008 door de gemeenteraad vastgesteld. Elke paar jaar werd deze visie verfijnd en geactualiseerd op basis van nieuwe feiten, ontwerpervaringen en inzicht in planningsrisico’s. De laatste visie dateert uit 2018. In deze visie werd ingezet op de drie kernbegrippen Vitaal, Duurzaam en Inclusief. De Hopliedenkade wordt o in lijn met de eerdere visies en ook vanuit de kernbegrippen van deze laatste visie ontwikkeld.
Vitaal Een betere verbinding tussen Koningsplein en Piushaven verbetert de aaneenrijging van Theresia, Spoorzone, Dwaalgebied, Kernwinkelgebied, Piushaven en zal de ruimtelijk-economische vitaliteit van het gehele gebied kunnen bevorderen. Vanuit de gebiedsontwikkeling is de transformatie van een aantal vastgoedlocaties in de Koopvaardijstraat al ingezet als bijdrage aan de betere verbinding. Met de ontwikkeling van Koningswei en de ontwikkeling aan de Hopliedenkade wordt mede door de vergroening de verbinding nog meer versterkt.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
21
Duurzaam Met de ontwikkeling van de locatie Fabriekskwartier-Noord (het bouwblok tussen Weth. Baggermanlaan, Havendijk, Prinsenhoeven en Fatimastraat) die nu is reeds gestart. De meerwaarde van de ontwikkeling zit niet alleen in woonvormen, maar ook in duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Ook aan de Hopliedenkade is de gebiedsontwikkeling benaderd vanuit klimaatbeheersing en groen in plaats van primair vanuit vastgoed. Ook hier wordt de balans gevonden tussen functionele/ architecturale identiteit en generieke gebouwkwaliteit, met lange levensduur. Door het toevoegen van collectieve voorzieningen voor de woningen wordt een bestendige en duurzame leefomgeving gemaakt. Inclusief Ook hier wordt een zeer groot deel van de woningen gerealiseerd in de betaalbare sector. Er wordt daarbij gezocht naar een goede balans tussen koop en huur en tussen hoge en lage marktsegmenten. Een groot deel van de woningen zal levensloopbestendig zijn.
Afbeelding: Stedenbouwkundige visie Piushaven 2018 3.4.4 Woonbeleid en volkshuisvesting Woonvisie en Woonagenda 2020-2025 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema’s en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Woonbeleid 2025-2030 In het nieuwe Woonbeleid 2025-2030 wordt de Woonvisie Tilburg 2015 en Woonagenda 2020-2025 vervangen. In dit nieuwe gemeentelijk woonbeleid zijn een viertal speerpunten opgenomen die gebaseerd zijn op onze woonopgave en de ambities die de gemeente wil verwezenlijken. Dit zijn 1. Meer betaalbare woningen. De gemeente zet in op het toevoegen van 10.000 woningen tussen 2025 en 2030. Dit sluit aan op de afspraken gemaakt binnen de SRBT-woondeal. Daarbij wordt gemeentebreed inzetten op een verdeling in de nieuwbouw van 30% sociale huur, 40% betaalbare
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l, Hopliedenkade (Residentie)
22
koop en middenhuur en 30% vrije keuze. Daarnaast wordt meer ingezet op het beter benutten van de huidige voorraad en de betaalbaarheid van de woningen op langere termijn. 2. De juiste woning op de juiste plek. Er wordt gebiedsgericht gewerkt aan het versterken van de ongedeelde stad en de gemeenschap, met een divers aanbod van woningen. Daarbij stuurt degemeente op geschikte en passende woningen en (collectieve) woonvormen in nabijheid van voorzieningen. Zo kunnen we (nieuwe) Tilburgers boeien, binden en laten blijven. Daarbij wordt een basiskwaliteit gehanteerd voor woningen. Woningen dienen een oppervlakte van minimaal 50m2 GBO (gebruiksoppervlakte) te hebben. Voor aandachtsgroepen en bijzondere woonvormen zijn onder voorwaarden woningen kleiner dan 50m2 mogelijk. 3. Voor iedereen een passende woonvorm. Onder dit speerpunt valt het beleid om voldoende en passende huisvesting met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding te bieden voor aandachtsgroepen, waaronder ouderen. Daarbij wordt aangesloten op de Woonzorgvisie Regio Hart van Brabant en de Lokale Paragraaf Woonzorgvisie Tilburg. 4. Een sterkere positie op de woningmarkt. Dit speerpunt richt zich op een toegankelijke en inclusieve woningmarkt voor alle (nieuwe) Tilburgers. Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie wonen 2021 Om het tekort aan woningen op te vangen zijn meer woningen nodig.