CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ruimtelijke Onderbouwing_Rielseweg 875_20250606

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel afgifte verklaring van geen bedenkingen Rielseweg 87523.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

huisvestiging van arbeidsmigranten op de Rielseweg 875 in Tilburg is ook

3. Lang verblijf of long stay (langer dan 3 jaar). 

Naar schatting werken er momenteel circa 100.000 arbeidsmigranten

De verantwoordelijkheid voor huisvesting van arbeidsmigranten ligt

logisch vanwege de fysieke nabijheid van verschillende logistieke bedrij-

primair bij gemeenten en werkgevers. De provincie heeft vooral een

Positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de landschap-

ven waar de arbeidsmigranten werkzaam zullen zijn. Om de omgeving

stimulerende en aanjagende rol en zorgt voor goede randvoorwaar-

pelijke waarden en kenmerken:

mee te nemen in de besluitvorming is er een omgevingsdialoog gehouden,

den. Denk daarbij aan afstemming en verbetering van beleid en aan

hierop zal nader ingegaan worden in hoofdstuk 5.

regelgeving die (planologisch) meer ruimte biedt. Ook kan de provin-

Versterken en continueren van de boomstructuur (zomereiken) langs de oude spoorbaan, inclusief begeleidende inheemse onderbegroeiing

cie de gemeenten ondersteunen bij capaciteits- of kennisgebrek.

en haagbeplanting op de erfgrens.

Gelet op het bovenstaande is het initiatief in lijn met de ‘Interim omge-

Gevelgroen als groene schakel tussen het bedrijventerrein en het

vingsverordening Noord-Brabant’.

Kleinschalige oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten volstaan niet meer, er moet grootschaliger gedacht worden. Via klein-

landschap erbuiten. Het gevelgroen draagt bij aan de verrijking van de

schalige huisvesting kan namelijk niet voldoende worden voorzien in Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, september 2018 (Provincie werkgroep Arbeidsmigratie)

de kwantitatieve behoefte aan huisvesting. Omdat grootschalige huis-

Natuurnetwerk Brabant

Het maatschappelijke vraagstuk rondom arbeidsmigranten is complex en

sen woonwijken en bedrijventerreinen in beeld. Vooral voor kort ver-

Een smalle strook van 325 m² binnen het plangebied is begrensd binnen

er zijn veel partijen bij betrokken. Daarom heeft de provincie het thema

blijf arbeidsmigranten is huisvesting dichtbij bedrijventerreinen ge-

het NNB. Het maakt deel uit van een bosperceel dat in het provinciaal Na-

vanuit meerdere invalshoeken benaderd en in kaart gebracht. Navolgend

wenst.

tuurbeheerplan is aangeduid als vochtig bos met productie (N16.04). Om-

worden de belangrijkste bevindingen en conclusies genoemd die van toe-

dat ter plaatse van deze smalle strook enkel braakliggend terrein aanwe-

passing zijn op onderhavige ontwikkeling.

biodiversiteit, ecologie en verkoeling in het kader van hittestress.

3.2.3

vesting in wijken en dorpen weerstand oproept, komen gebieden tus-

In de rapportage worden tot slot enkele knelpunten genoemd. Met input van verschillende partijen uit het werkveld (PON, gemeenten, VNO

In de rapportage is de definitie van een arbeidsmigrant een buiten-

NCW, ZLTO, BrabantAdvies) is een overzicht gemaakt van ervaren

kan de provincie verzocht worden om de begrenzing van het NNB in over-

landse EU-burger die zich in Noord-Brabant vestigt om werk voor

knelpunten op het gebied van arbeidsmigratie. Voor drie punten geldt

eenstemming te maken met de actuele (en historische) begrenzing van

laagopgeleiden te verrichten. De migrant is afkomstig uit Midden- of

dat alle vijf partijen dit als knelpunt naar voren hebben gebracht:

het bos. Voor een dergelijke herbegrenzing is geen natuurcompensatie

Oost-Europa en woont meestal tijdelijk in Nederland. Expats (kennis-

1. Er is een dringend kwantitatief tekort aan kwalitatief goede huis-

aan de orde, omdat er geen natuurwaarden verloren gaan.

werkers), grenswerkers en statushouders vallen vanwege hun afwij-

vesting, die aansluit op de behoefte van arbeidsmigranten. Woon-

kende karakteristieken en beleidsmatige benadering hier niet onder.

voorzieningen zijn niet altijd aantrekkelijk en humaan.

zig is en het bos altijd tot het hekwerk c.q. de kavelgrens heeft gestaan,

Conclusie

De meeste arbeidsmigranten zijn jonger dan dertig jaar, fysiek sterk

2. Op gemeentelijk en regionaal niveau ontbreekt het aan visie, be-

Volgens de Omgevingsvisie Tilburg 2040 ligt de planlocatie nabij het be-

en zeer gemotiveerd om te werken. Vaak zijn arbeidsmigranten

leid en uniforme regels rond huisvesting. Gemeenten komen al-

drijvenpark Zuid. Onderdeel van het bedrijvenpark Zuid is het bedrijventer-

(over)gekwalificeerd voor het werk dat ze doen. Wat betreft de ver-

leen incidenteel op basis van signalen in actie.

rein Katsbogen. Katsbogen is een goed functionerend bedrijventerrein met

blijfsduur van arbeidsmigranten worden drie varianten gehanteerd: 1. Kort verblijf of short stay (3-6 maanden);

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

18

arbeidsmigranten en verblijfsgerechtigden maken de regiogemeenten on-

initiatieven betekenis aan. Of het nou gaat om wetenschappers, internatio-

derling afspraken. Het streven is om te onderzoeken welke mogelijkheden

nale kenniswerkers, arbeidsmigranten of andere nieuwkomers: allemaal

er zijn om een deel van deze groepen te huisvesten in alternatieve voor-

vinden ze hun plek in Tilburg.

zieningen. Hierbij kan worden gedacht aan oplossingen binnen bestaand vastgoed en tijdelijke huisvestingsconcepten. Overigens geldt hierbij als

Planet: Tilburg gaat voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de

randvoorwaarde dat de huisvesting voldoet aan elementaire kwaliteitsei-

effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere tempera-

sen en niet moet leiden tot overlast gevende situaties.

turen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een

Figuur 8: Kaart Woonwerelden

3. Het probleem wordt niet integraal aangevlogen. Integratie, huisvesting, economische baten en sociaal-maatschappelijke gevol-

Doorwerking plangebied

steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad

In 2017 heeft onderzoeksbureau Companen de verwachte groei van het

zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de

aantal benodigde huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in de regio

veerkracht van de natuur.

Hart van Brabant in beeld gebracht. Binnen de regio is afgesproken om de

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht

resultaten van dit onderzoek richtinggevend te laten zijn voor de opgave

van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt:

per gemeente. Voor Tilburg is de opgave om in de periode 2016 tot 2025

op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

ongeveer 3.600 tot 5.000 extra plaatsen te faciliteren. De vernomen tijdelijke ontwikkeling ziet op het bieden van circa 366 verblijfplaatsen aan ar-

Naast bovenstaande doelstellingen heeft de gemeente Tilburg haar Om-

beidsmigranten, waardoor een deel van de behoefte in Tilburg wordt op-

gevingsvisie in kaart gebracht. Deze kaart is weergegeven in figuur 7. De

gevuld. Zie ook de ladderonderbouwing in paragraaf 3.1.3.

gemeente Tilburg wil een prettig woon- en leefklimaat behouden in haar

gen worden niet in samenhang overwogen.

3.4

Gemeentelijke beleid

Doorwerking plangebied

3.4.1

Omgevingsvisie Tilburg

Met de beoogde ontwikkeling wordt tijdelijk voor een periode van 10 jaar

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040

de bestaande bebouwing ingericht voor het huisvesten van circa 366 ar-

vastgesteld.

beidsmigranten. De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten

gemeente. In de Omgevingsvisie heeft Tilburg verschillende ‘woon-werelden’ aan delen van haar gemeente gegeven. Doorwerking plangebied Met onderhavig ontwikkeling wordt huisvesting voor arbeidsmigranten gerealiseerd. Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan het principe om

van de provincie, aangezien er wordt voorzien in de acute behoefte naar

De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een

goede huisvesting binnen de provincie.

moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar

3.3

Regionaal beleid

sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in

3.3.1

Regionaal woonkader Hart van Brabant

balans.

De samenwerkende gemeenten in Hart van Brabant hebben voor de regi-

prettige verblijfmilieus voor een verscheidenheid aan doelgroepen (waaronder arbeidsmigranten) te creëren, als het principe om mensen kansen te bieden binnen de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling niet mogelijk gemaakt in één van de woonwerelden (figuur 8), aangezien het plangebied momenteel is gelegen naast het bedrijventerrein Katsbogten. De gemeente heeft nieuwe beleidsuitgangspunten vastgesteld

onale afstemming een gezamenlijke woonvisie opgesteld. Een van de

People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel ver-

centrale thema’s in het regionale woonkader is de huisvesting van vergun-

schillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woon-

ninghouders en arbeidsmigranten. Over de spreiding van huisvesting van

milieus passen bij de leefstijl van de mensen. Mensen voelen zich betrok-

waarin naar voren is gekomen dat grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten binnen bedrijventerreinen mogelijk is. Bovendien is de beoogde locatie reeds als kansrijk aangemerkt door de gemeente ten behoeve van

ken bij hun stad, hun wijk, hun buurt en hun straat en geven er met hun

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

19

huisvesting van arbeidsmigranten. Derhalve bestaan er gelet op de Omgevingsvisie Tilburg 2040 geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. 3.4.2

Beleidsnotitie uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten

De gemeente Tilburg heeft in oktober 2018 een eerste besluit genomen over het onderwerp ‘huisvesting van arbeidsmigranten’. De concept uitgangspunten zijn voorafgaand aan de besluitvorming ingezien door de belanghebbenden. In de periode 26 oktober 2018 tot 23 november 2018 zijn

A. Bezetting

D. Verhuurderschap, kwaliteit en behoud van het gebouw

1. In het logiesverblijf zullen arbeidsmigranten worden gehuisvest die

1. Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de

hoofdzakelijk werkzaam zijn in Tilburg of de regio Hart van Bra-

bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder

bant.

geval ook in de Nederlandse en Engelse taal. Naast de informatie

2. Grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten is qua aard en in-

als opgenomen in de SNF norm dient ook informatie ter beschik-

richting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar en daarmee

king te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten,

is het ook niet toegestaan personen onder deze leeftijdgrens te

informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzienin-

huisvesten.

gen in de gemeente Tilburg.

3. De bezetting dient te worden bijgehouden in een nachtregister

2. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeer-

belanghebbenden in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op

waarin minimaal opgenomen: personalia en contactgegevens, da-

beleid en in het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende

de uitgangspunten. De reacties zijn verwerkt in de uitgangspunten. Vervol-

tum aanvang huisvesting, datum beëindiging huisvesting.

ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers

gens is in januari 2019 de gemeenteraad van Tilburg in de gelegenheid gesteld om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De ontvangen reacties vanuit de gemeenteraad zijn eveneens verwerkt in de definitieve beleidsnotitie.

voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het B. Exploitatie algemeen 1. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor

pand. We voorkomen daarmee situaties in strijd met de Algemeen Plaatselijke verordening (APV) of de Afvalstoffenverordening.

haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmark c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. Deze keur-

E. Beheer van de locatie

In de collegenota behorende bij de uitgangspunten heeft het college be-

merken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het

sloten om:

gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies,

zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. Deze zorgt voor

1. op basis van de afspraken in de regio het faciliteren van huisvesting

veiligheid op de werkvloer en gedragsregels.

het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactper-

voor circa 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten als opgave vast te stellen; 2. grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te maken en in het onder zoek daarnaar op voorhand geen enkele locatie uit te sluiten;

1. Voor iedere locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing

soon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder geC. Leefklimaat arbeidsmigranten

meente).

1. Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Nor-

2. Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid

mering Flexwonen (SNF)-norm of gelijkwaardig van toepassing

van de bewoners en bijhouden van adequate financiële en huur-

logiesvoorzieningen vast te stellen, waarin door de raad gewenste

voor zover niet afwijkend van bepalingen in de uitgangspunten ge-

administratie.

aanpassingen die zij hebben ingebracht met wensen en bedenkingen

noemd onder D. De norm kent de onderdelen ruimte en privacy,

zijn aangebracht;

sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorzie-

3. geactualiseerde uitgangspunten voor grootschalige

4. na vaststellen van de uitgangspunten de wenselijkheid van initiatieven

ning en overige eisen, en brandveiligheid.

3. In een logiesgebouw met een capaciteit voor de huisvesting van 100 personen of meer is minimaal 1 beheerder continu aanwezig. 4. Het logiesgebouw beschikt over een huisreglement (Nederlands,

voor grootschalige voorzieningen te beoordelen en de raad steeds

2. Privacy: per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest.

Engels en bij voorkeur ook in de taal van de bewoners) waaruit

actiefs te informeren over de keuzes en het proces dat past bij de ont

3. Op het terrein van de locatie moet, aangeboden door de exploitant

blijkt hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de

wikkeling van de locaties. Onderstaand wordt ingegaan op de uitgangspunten waaraan getoetst zal worden.

van het gebouw, zowel binnen maar ook buiten gelegenheid zijn

openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook

voor samenkomst en ontspanning.

de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voer-

4. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op

tuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen.

een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

20

5. In het huisreglement is opgenomen wie namens de exploitant ver-

afspraken die tussen partijen zijn gemaakt om deze te bewa-

voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en soci-

ken;

ale voorzieningen in de gemeente Tilburg. Binnen het plangebied zullen

de frequentie van afstemmingsmomenten met vertegenwoor-

voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn voor de arbeidsmigranten, zie

reikbaar is voor de huurders/gebruikers, omwonenden, politie

digers van de gemeente, omgeving, politie en andere rele-

hiervoor paragraaf 4.7.

en/of de gemeente Tilburg.

vante partijen.

antwoordelijk is voor het houden van toezicht op dit reglement en hoe deze persoon altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) be-

-

6. De locatie beschikt over een klachtenreglement waarin o.a. opge-

Ad. E. Op de locatie zal er 24/7 een tweetal beheerders aanwezig en be-

nomen: aanwezigheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid (ook in

Doorwerking plangebied

reikbaar zijn. Deze zullen fungeren als aanspreekpunt voor gebruikers be-

de vakantieperiode etc.) van een vast aanspreekpunt/beheerder

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het tijdelijk bieden van verblijf-

zoekers en omwonenden ingeval van klachten en deze klachten afwikke-

en een registratie van klachten en meldingen.

plaatsen voor arbeidsmigranten in nieuw te realiseren bebouwing aan de

len conform de in het beheerplan opgenomen klachtenprocedure. Zoals

7. Indien gewenst/noodzakelijk zijn voor de locatie in aanvulling op

Rielseweg 875. Onderstaand wordt achtereenvolgens ingegaan op de uit-

aangegeven zal er een handboek met huis- en leefregels in de taal van

deze zeven punten maatwerkoplossingen van toepassing.

gangspunten die gelden voor een goede huisvesting voor arbeidsmigran-

herkomst van de arbeidsmigranten aanwezig zijn.

ten. F. Omgeving

Ad F. De gemeente heeft de regie in het communicatietraject en de omge-

1. De gemeente neemt de regie in het bepalen van het communica-

Ad A. De huisvesting zal worden ingezet voor personen ouder dan 18 jaar

vingsdialoog op locatieniveau. De gemeente heeft een projectleider aan-

tietraject en de omgevingsdialoog op locatieniveau. De gemeente

die hoofdzakelijk werkzaam zullen zijn binnen de gemeente Tilburg of de

gesteld die verantwoordelijk is voor het proces en optreedt als intermediair

stelt voor iedere locatie een projectleider aan die verantwoordelijk

regio Hart van Brabant. Ter plaatse zal er een nachtregister bijgehouden

tussen de betrokken partijen. Ten behoeve van de beoogde huisvesting

is voor het proces en optreedt als intermediair tussen de betrok-

worden en er zal indien nodig toeristenbelasting worden betaald voor per-

ter plaatse zijn een aantal informatiebijeenkomsten/klankbordbijeenkom-

ken partijen. De gemeente maakt met de initiatiefnemer afspraken

sonen die niet staan ingeschreven in de BRP. De arbeidsmigranten die

sten gehouden met de omgeving. Hierop zal nadere worden ingegaan in

over de rol en inhoudelijke/financiële bijdrage in de communicatie

langer dan 4 maanden binnen het plangebied gehuisvest zijn, zullen zich

hoofdstuk 5.

met de omgeving. De initiatiefnemer dient zich te conformeren aan

inschrijven in de BRP.

de lijn die de gemeente uitzet. 2. In afstemming met de gemeente en overige partijen stelt de eigenaar/exploitant een plan op voor de momenten waarop tijdens de

Ad B. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal de initiatiefnemer het keurmerk voor de exploitatie overleggen.

aanvraagprocedure overleg wordt gevoerd met de omgeving. De eigenaar/exploitant betrekt daarin de bedrijven die de arbeidsmi-

Ad C. De huisvesting zal conform de eisen van de Stichting Normering

granten inhuren.

Flexwonen (SNF) plaatsvinden. Per zelfstandige huisvestingsvoorziening

3. In afstemming met de gemeente en overige betrokken partijen

zal afhankelijk van de omvang maximaal 6 personen worden gehuisvest.

stelt de eigenaar tijdens de aanvraagprocedure een plan op voor

Er zal genoeg recreatieruimte binnen en buiten de bestaande bebouwing

de momenten waarop tijdens de exploitatieperiode (formeel en in-

worden gerealiseerd voor de arbeidsmigranten.

dien gewenst informeel) overleg wordt gevoerd. In het plan zijn in ieder geval opgenomen: -

Ad D. Op de locatie zal er bij aankomst voorlichting en informatie worden

eventuele maatwerkoplossingen ten aanzien van de locatie

gegeven aan de arbeidsmigranten. Tevens zal er op locatie een handboek

die in overleg met de omgeving tot stand zijn gekomen en de

met huis- en leefregels in de taal van herkomst van de arbeidsmigranten aanwezig zijn. In dit handboek zal informatie beschikbaar zijn over de cao

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

21

4

Omgevingsaspecten

Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een beek-

4.1

Archeologie

terste zuiden van het gebied is in één boring onder het dekzand sprake

4.1.1

Toetsingskader

van beekoverstromingsafzettingen. In het hierop gelegen dekzand is een

dalglooiing ligt. De ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit dekzand. In het ui-

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in

restant van een podzolbodem aanwezig (B- en BC-horizont). In de B-hori-

de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is

zont zijn enkele omgewerkte veenbrokjes aanwezig, die erop wijzen dat

in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-

het gebied inderdaad met veen bedekt is geweest. Deze boring is in een

tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de

voormalige groenstrook aan de rand van het gebied gezet. In de overige

Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving

boringen is sprake van een gereduceerde C-horizont met daarop een ver-

gaan naar de Omgevingswet die in 2024 van kracht is geworden. Voor

storingslaag of een laag recent opgebracht bouwzand. Zowel op de voor-

deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot inwer-

heen bebouwde als onbebouwde delen is sprake van een omwerking van

kingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen.

het dekzand. Gezien de landschappelijk ongunstige ligging en lage mate van intactheid van de bodemopbouw kan de lage verwachting vanuit het bureauonderzoek gehandhaafd blijven.

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”

Advies Figuur 9 Uitsnede archeologische waarschuwingskaart (gemeente Tilburg)

Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied

uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ beOp basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting op

voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt

resten en/of sporen voor alle perioden laag. Dit komt door de landschap-

toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke mel-

pelijke ligging, het ontbreken van nederzettingen in de omgeving, en het

dingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vond-

ontbreken van historische bebouwing op historische kaarten vanaf 1791.

sten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Tilburg). Boven-

Het plangebied ligt namelijk op een natte glooiing van een beekdal, maar

staande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en

niet in het beekdal zelf, en ook niet op de hoger gelegen droge zandgron-

het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Tilburg) een besluit

Op basis van de gemeentelijke archeologisch verwachtingskaart is het ge-

den. In het beekdal zelf kunnen beekdalgerelateerde vondsten aanwezig

nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeo-

bied gelegen in een gebied met middelhoge archeologische waarden, zo-

zijn zoals visfuiken, kano’s, bruggen en rituele deposities, al ontbreken

als weergegeven in figuur 9. Hierdoor is er door Transect een archeolo-

hiervoor aanwijzingen in de omgeving. Op de hogere zandgronden kun-

gisch onderzoek uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen

nen nederzettingen van landbouwers aanwezig zijn, en op de overgang

4.1.3

naar de bijlagen, de belangrijkste conclusies zijn opgenomen in onder-

van de hoge zandgronden naar het beekdal kunnen resten van jagers en

Het aspect “archeologie” zorgt niet voor belemmeringen.

staande onderbouwing.

verzamelaars aanwezig zijn. Het plangebied maakt van al deze mogelijk

houden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 4.1.2

Onderzoek

logische waarden binnen het plangebied. Conclusie

aantrekkelijke zones geen deel uit. In de omgeving van het plangebied zijn nauwelijks vondsten bekend, alleen een bronzen dolk uit de Bronstijd. Daarom is de archeologische verwachting voor alle perioden laag.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

22

4.2

Bodem

de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op

De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uit-

4.2.1

Toetsingskader

basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd.

voeren van een nader bodemonderzoek.

dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-

Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor

4.2.3

den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen

een nader onderzoek en bestaan er volgens Econsultancy met betrekking

Het aspect ‘bodem’ zorgt niet voor belemmeringen.

dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-

tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor

oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel

de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald

saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de

Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707

beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In

worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).

de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte ma-

Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-

terialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm geen noemens-

realiseerd. Om de bodemkwaliteit ter plaatse vast te leggen is een bodem-

waardig gehalte asbest aangetoond. Op basis van de onderzoeksresulta-

onderzoek noodzakelijk.

ten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaamhe-

4.2.2

Onderzoek

den op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke

Er is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek en een verken-

maatregelen te worden getroffen.

nend onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek worden vermeld in deze paragraaf. Het ge-

Verkennend bodemonderzoek voormalige ondergrondse tank

hele onderzoek is opgenomen in de bijlage.

Er is door Aeres Milieu is een verkennend bodemonderzoek voormalige ondergronde tank uitgevoerd. De belangrijkste conclusies van dit onder-

Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconclu-

zoek worden vermeld in deze paragraaf. Het gehele onderzoek is opgeno-

deerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de

men in de bijlage.

strategie "verdacht" (VED-HE-NL). Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is.

Op 1 juni 1989 is voor de inrichting Hart van Brabant een oprichtingsvergunning verleend voor een sport- en recreatieonderneming. Uit de vergun-

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn zand. De

ningstukken is af te leiden dat in het horecagedeelte een ondergrondse

bovengrond is bovendien plaatselijk matig humeus. Zintuiglijk blijkt de bo-

huisbrandolietank van 10.000 liter is verwijderd. De ondergrondse tank is

dem plaatselijk zwak tot sterk baksteenhoudend te zijn.

voor 1990 door de firma Paulissen uit Goirle verwijderd. De tank is als schroot afgevoerd. De milieu hygiënische conditie van de grond en het

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

grondwater is niet negatief beïnvloed door de voormalige aanwezigheid

De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood, zink en

van de ondergrondse huisbrandolietank.

Conclusie

4.3

Water

4.3.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding, die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling, die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en wetenschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het rijksbeleid. Dit om door samenwerking van organen met de verschillende bevoegdheden tot een duurzaam watersysteem te komen. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan NoordBrabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Door het inwerking treden van de omgevingswet wordt deze op korte termijn vervangen door de (interim) omgevingsverordening Noord-Brabant.

Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken

PAK. De ondergrond is analytisch niet verontreinigd. Het grondwater is eveneens analytisch niet verontreinigd. De vooraf gestelde hypothese, dat

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

23

daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimte-

De gemeente Tilburg heeft een concept Programma Water en Riolering,

is een uiteenzetting gegeven van de waterbergingsopgave. Hiernaar wordt

lijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te ha-

2024-2027, waarin het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater is vast-

dan ook verwezen. Hieronder de conclusies.

len.

gelegd. Hierbij gaat het beleid van de gemeente verder dan het Hydrologisch-neutraal-ontwikkelen principe van de Brabantse waterschappen. Dit

Vanuit het initiatief is men voornemens om op het dak een vegetatie- of te

Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta.

beleid is gericht op het water robuust en klimaatbestendig maken van Til-

wel groendak aan te leggen met een 20-30mm sedummixmat, een 40mm

De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschre-

burg.

daktuinsubstraat extensief, filterdoek en 25 mm drainageplaat. Het spons-

ven in het Waterbeheerprogramma. Deze doelen zijn gericht op duur-

werkende effect van dergelijke daken is het grootst bij kleine tot gemid-

zaamheid en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering.

Slimme inzet van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in

delde regenbuien. Bij heftige en langdurige regenbuien wordt de eerste

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van water-

warme tijden en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwo-

piek van de bui afgezwakt waarna na verzadiging van de substraat- en

neutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van

ners. Pleinen, parken of plantsoenen worden ingezet voor (tijdelijke) wa-

drainagelaag vertraagd wordt afgevoerd. Met een begroeid dak van dit

de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt

teropvang en dragen bij aan het verminderen van hittestress. Verharding

type kan in een toestand waarbij de maximale waterbergingscapaciteit is

bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uit-

wordt daar waar mogelijk, zoals bij parkeerplaatsen en goten langs de

bereikt ongeveer 30 mm/m2 regenwater tijdelijk vastgehouden worden. Op

gegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

weg, waterdoorlatend aangelegd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden

basis van een oppervlak van 1.615 m2 kan ca. 48 m3 worden geborgen.

een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van het duurzaam omDe drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse

gaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen

Het restant van de waterbergings- c.q. compensatieopgave (200 m3 - 48

Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de

initiatiefnemer en waterbeheerders. Inrichtingen van waterhuishoudingen

m3 = 152 m3) wordt geborgen door aan de zuid-/zuidwestzijde van de

Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren

voor plannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. Even-

planlocatie twee wadi’s aan te leggen. Een dergelijke voorziening is con-

van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die

tuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde:

troleerbaar en beheersbaar en kan tevens een zuiverende werking heb-

werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken,

infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of ber-

ben. Om een wadi binnen de planlocatie toe te mogen passen dient deze

heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In som-

ging in bestaand watersysteem.

te voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de IOV. Voor de aanleg van de wadi’s is een IOV (start-)melding vereist.

mige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het opper-

4.3.2

vlaktewater kan een vergunning benodigd zijn.

Er is door Econsultancy een waterparagraaf opgesteld. In deze paragraaf

Hemelwater

worden de belangrijkste conclusies vermeld. De gehele waterparagraaf is

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde he-

opgenomen in de bijlage.

melwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweeraf-

Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen

Onderzoek

worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is

voer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt. Dit be-

een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige

Waterbergingsopgave

tekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige

wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling

wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duur-

Voor grote planontwikkelingen (>2.000 m2) wordt naast de gemeente te-

het verhard oppervlak afnemen met 1.244 m2. Het verhard oppervlak in

zame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch

vens waterschap Brabantse Delta betrokken bij de plantoetsing en dient

de toekomstige situatie bedraagt circa 3.341 m2. Conform het beleid van

neutraal zijn.

voldaan te worden aan de regels in de Keur.

waterschap Brabantse Delta en gemeente Tilburg is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende

Keur

berging benodigd van circa 200 m3 (3.341 m2 x 0,06 m). In de watertoets

Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

24

keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aan-

gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met ge-

letaliteitszone is gelegen, is derhalve een volledige verantwoording van

gevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen

vaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2, te weten

het groepsrisico gegeven.

zal zeer waarschijnlijk voor het verhard oppervlak een watervergunning

het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

moeten worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht.

In het kader van de realisatie van de nieuwbouw aan de Rielseweg 875 te Over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of

Tilburg is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. In onderhavig

Riolering

toename van het groepsrisico moet verantwoording worden afgelegd (de

onderzoek zijn de risico’s rondom het plangebied beschouwd en zijn de

Als gevolg van de ontwikkeling kan het aanbod van vuilwater mogelijker-

zogeheten verantwoordingsplicht). Het betrokken bestuursorgaan moet, al

mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. Relevant voor het plangebied is

wijs wijzigen. Bij de verdere planuitwerking zal een rioolplan worden opge-

dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aan-

de rijksweg A58 en de hogedruk aardgastransportleiding Z-528-04. Direct

steld waarop duidelijk het verloop van het rioolsysteem is aangegeven.

geven hoe de diverse factoren (waaronder zelfredzaamheid en bestrijd-

naast plangebied is een buisleiding gelegen. Uit de kwantitatieve risico-

Voor het vuilwater systeem zal een gemaal op eigen terrein worden gerea-

baarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatre-

analyse volgt dat het groepsrisico als gevolg van de buisleiding in de hui-

liseerd en wordt een persleiding aangelegd naar het dichtstbij zijnde vrij

gelen zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is

dige en toekomstige situatie ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde.

verval vuilwaterriool in industrieterrein Katsbogten. Hierover wordt nog af-

overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer/ veiligheidsregio.

Het plaatsgebonden risico als gevolg van de buisleiding ter hoogte van het

stemming gezocht met de projectleider van gemeente Tilburg plaats. In de bijlage is een rioolplan opgesteld. Hiernaar wordt dan ook naar verwezen.

plangebied is lager dan 10-6/jaar en voldoet daarmee aan de grens(Beperkt) kwetsbare objecten

waarde. Op grond van artikel 12 lid 3 onder b van het Bevb kan worden

Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer van

volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in

gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare ob-

zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit

jecten worden toegestaan. Kwetsbare objecten zijn onder andere wonin-

Beperkte verantwoording groepsrisico

het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten

gen en scholen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere kantoorge-

Maatgevend scenario is een fakkelbrand door leidingfalen. De kans op lei-

aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan en de uitvoering van

bouwen, hotels, restaurants, winkels, sporthallen, speeltuinen, kampeer-

dingfalen is uiterst klein en doet zich in feite alleen voor wanneer op of

het plan.

terreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden.

rond de leiding werkzaamheden worden uitgevoerd. De kans op slachtoffers kan verder worden beperkt door bewoners vooraf te informeren over

4.3.3

Conclusie

4.4.2

Het aspect ‘water’ zorgt niet voor belemmeringen.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Toetsingskader

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het ‘Besluit transportroutes externe veiligheid’ (Bevt), vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te

Onderzoek

aanstaande werkzaamheden, de mogelijke scenario’s en hoe hierop te

Er is door Econsultancy een onderzoek uitgevoerd op het gebied van ex-

handelen. Voor het traject van de leiding ter hoogte van het plangebied

terne veiligheid. De belangrijkste conclusies worden in deze paragraaf ver-

zijn reeds risicomitigerende maatregelen getroffen in de vorm van striktere

meld. Het gehele onderzoek is opgenomen in de bijlage.

begeleiding van werkzaamheden bij bijvoorbeeld graafwerkzaamheden. De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant dient in de gelegenheid ge-

Het onderzoek heeft als doel het bepalen of er sprake is van overschrij-

steld te worden om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen

ding van de wettelijke eisen zoals genoemd in het Besluit externe veilig-

over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van

heid buisleidingen (Bevb). Direct naast plangebied is een buisleiding gele-

de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid

gen. Uit de kwantitatieve risicoanalyse volgt dat het groepsrisico als ge-

van personen.

volg van de buisleiding ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde, maar wel toeneemt. Het plaatsgebonden risico als gevolg van de buisleiding ter

4.4.3

Conclusie

hoogte van het plangebied is lager dan 10-6/jaar en voldoet daarmee aan

Het aspect ‘externe veiligheid’ zorgt niet voor belemmeringen.

de grenswaarde. Echter aangezien de nieuwbouw deels binnen de 100%-

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

25

4.5

Geluid

huisvestingslocatie wordt als acceptabel aangemerkt. Op basis van de

Rustige woonwijk en een rustig buitengebied

4.5.1

Toetsingskader

toelichting in paragraaf 3.2.1 en 0 kan gesteld worden dat de cumulatieve

Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestem-

geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat

van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen

mingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan

niet in de weg staat.

vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de

mogelijkheden biedt voor: 

randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig versto-

de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige

4.5.3

functie binnen de zone van een weg;

Het aspect ‘geluid’ zorgt niet voor belemmeringen.

de aanleg van een nieuwe weg;

de reconstructie van een bestaande weg.

Conclusie

4.6

Bedrijven en milieuzonering

De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstro-

4.6.1

Toetsingskader

ken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch on-

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-

derzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur

doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieu-

geldt buiten beschouwing worden gelaten.

belastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met mili-

4.5.2

euzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en

Onderzoek

De beoogde functie betreft geen geluidgevoelig object op basis van de

te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat

Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek naar omliggende wegverkeer

zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen

is om die reden dan ook niet noodzakelijk. Vanuit een goed woon- en leef-

uitvoeren.

klimaat is wel bekeken wat de geluidbelasting is van de omliggende wegen op het project. Er is door De Roever een akoestisch onderzoek uitge-

De VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009), geeft in-

voerd. De belangrijkste conclusies worden vermeld in deze paragraaf, het

formatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfs-

gehele onderzoek is opgenomen in de bijlage.

activiteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publi-

Toetsing van het Bouwbesluit en woon- en leefklimaat

catie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt

Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai)

op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoor-

De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 59 dB ter plaatse

deling.

van de zuid oostgevel op begane grond en 1e, 2e en 3e verdieping. De

lieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in algemene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig buitengebied. De richtafstanden die hierbij behoren, kunnen echter met één stap worden verkleind indien er sprake is van een gemengd gebied. 4.6.2

vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan 20 dB (standaard-

Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt

eis uit het bouwbesluit). Nader onderzoek naar de geluidwering van de ge-

in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert,

vels is niet nodig.

zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtaf-

Woon- en leefklimaat

ring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare mi-

standen.

Onderzoek

Het gebied rondom de planlocatie kan worden aangemerkt als gemengd gebied. Het plangebied ligt naast een bedrijventerrein redelijk dichtbij een grote weg die kan worden aangemerkt als hoofdinfrastructuur. Een logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten in een gemengd gebied heeft een richtafstand van 0 meter. De huisvesting heeft daarmee geen milieuzone-

De milieukwaliteit wordt bij de huisvestingslocatie wordt geclassificeerd als

ring richting omliggende gevoelige objecten. Het dichtstbijzijnde gevoelige

‘Zeer Goed’ tot ‘Matig’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de

object is de bedrijfswoning gelegen op de Rielseweg 828 (overzijde van

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

26

de weg), de afstand tot de bedrijfswoning is circa 15 meter. Direct gren-

4.7

Verkeer en parkeren

torvoertuigbewegingen per weekdagetmaal per 10 kamers. De werkdag-

zend aan het plangebied ligt een perceel met woonbestemming, het bouw-

4.7.1

Toetsingskader

etmaal wordt verkregen door dit kencijfer te vermenigvuldigen met 1,11.

vlak is gelegen op circa 72 meter.

Met de realisatie van 366 verblijfsplekken voor arbeidsmigranten verandert

Dit levert de volgende verkeersgeneratie op:

de verkeersintensiteit en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden ge-

minimaal: 366 / 10 x 9,3 x 1,11 = 378 motorvoertuigbewegingen per

Rielseweg 873

realiseerd. Daarbij dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeer-

Ten noorden van de planlocatie is er een recreatiebestemming aanwezig.

Binnen deze bestemming zijn er volkstuinen gerealiseerd. De functie

normen. 4.7.2 Onderzoek

volkstuinen wordt niet benoemd in de Brochure Bedrijven en Milieuzone-

Met de realisatie van 366 verblijfsplekken voor arbeidsmigranten verandert

In de verkeersparagraaf wordt uitgegaan van de maximale verkeersgene-

ring 2009 van de VNG. Een dergelijke functie kan qua activiteiten gelijk

de verkeersintensiteit en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden ge-

ratie.

worden gesteld met een milieucategorie 1. Hiervoor gelden binnen een

realiseerd. Daarbij dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeer-

gemengd gebied geen richtafstanden. De volkstuinen en de logiesvoorzie-

normen. Onderzoek

Goudappel beoordeeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar

Ten zuidoosten van de planlocatie is het bedrijf P. Pijnenburg & zn. B.V.

de bijlagen, in deze paragraaf de belangrijkste conclusies opgenomen.

gelegen. De voor dit bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor een loonwerk-grondverzetbedrijf. In de herziening van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van het loonbedrijf (Bedrijventerrein Katsbogten 2008, 3e herziening (Rielseweg 828)) is het volgende opgenomen: “Met het ont-

De nieuwe ontwikkeling zorgt voor andere verkeersbewegingen. Er zijn geen normen vastgesteld voor wat betreft verkeersgeneratie passend bij

werp, voorstel voor de beoogde uitbreiding van het loonbedrijf is rekening gehouden met de omliggende bestaande, en nog te realiseren woningen.

men, voor een 2 sterren hotel. Deze norm is ook toegepast bij vergelijk-

De bedrijfsactiviteiten concentreren zich in het zuiden van het perceel. En

bare ontwikkelingen, zoals de huisvestingslocatie aan de Dr. Hub van

de afstand tussen de rand van de bedrijfsbestemming (waarbinnen de mi-

Doorneweg. Goudappel heeft in het kader van het planvoornemen een

lieucategorie 3.1 mogelijk wordt gemaakt) tot de gevel van de omliggende

verkeersonderzoek uitgevoerd, op basis waarvan de te verwachten toe-

woningen bedraagt 30 meter.” Dit geldt ook voor de gevel van de logies-

komstige verkeersgeneratie is berekend. Daarnaast is hierin gekeken naar

der van het bedrijf P. Pijnenburg & zn. B.V. Daarnaast wordt het bedrijf P.

de verkeerstelling blijkt dat de huidige 262 internationale medewerkers op de locatie Dr. Hub van Doorneweg 91 – 99 een verkeersgeneratie hebben van 193 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (oftewel: 193 / 262 Op basis van dit kencijfer mag er vanuit worden gegaan, dat de feitelijke verkeersgeneratie lager ligt dan de boven aangehaalde maximale verkeersgeneratie. De planontwikkeling aan de Rielseweg 875 biedt plaats aan 366 arbeidsmigranten. Dit leidt dus op basis van de verkeerstelling tot (366 x 0,74 =) 271 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Op basis van de verkeerstelling kan geconcludeerd worden dat er geen onderschatting is van de gehanteerde maximale verkeersgeneratie. Uit de verkeersstudie blijkt dat het aantal extra motorvoertuigbewegingen beperkt is. De toename aan verkeer leidt niet tot een significant ander verkeersbeeld

de ervaringen bij de Dr. Hub van Doorneweg om te beoordelen of er geen

op de aansluiting – Rielseweg en het kruispunt Rielseweg – Rillaersebaan

onderschatting is in de theoretische norm.

– Rielsedijk. Bovendien blijft er sprake van een verkeersveilige verkeers-

Pijnenburg & zn. B.V. niet in haar functioneren beperkt.

druk op de Rielseweg. Van de Er is geconcludeerd dat er sprake van een De verkeersgeneratie voor de huisvesting arbeidsmigranten is berekend

4.6.3

eveneens een huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten gerealiseerd. Uit

= 0,74 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal per arbeidsmigrant). Verkeersgeneratie

de huisvesting van arbeidsmigranten. Hierdoor is er uitgegaan van nor-

voorziening. De logiesvoorziening voor arbeidsmigranten ervaart geen hin-

werkdagetmaal.

een verkeerstelling gehouden. Aan de Dr. Hub van Doorneweg wordt 4.7.3

De verkeersontsluiting en verkeersveiligheid zijn in de verkeersstudie door Rielseweg 828

maximaal: 366 / 10 x 10,5 x 1,11 = 427 motorvoertuigbewegingen per

Goudappel heeft op eigen terrein van de Dr. Hub van Doorneweg 91 – 99

ning voor arbeidsmigranten veroorzaken geen hinder bij elkaar, onevenredige overlast over en weer is niet aan de orde.

werkdagetmaal;

acceptabele verkeerssituatie.

aan de hand van het verkeersgeneratiekencijfer uit CROW publicatie 744

Conclusie

Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ zorgt niet voor belemmeringen.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

(Parkeerkencijfers 2024) horende bij een 2 sterren hotel: 9,3 tot 10,5 mo-

27

Autoparkeren

Vervoerswijzen naar werk

De parkeernormen van de gemeente Tilburg zijn vervat in het document

Huisvesting en vervoer zijn noodzakelijke voorwaarden om arbeidsmigran-

sche) deelfietsen, waarvan de arbeidsmigranten gebruik kunnen ma-

‘Parkeernormen Tilburg ’2017’. Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen

ten uit te kunnen zenden. De toekomstige werkgevers zitten dichtbij (zie

ken.

terrein moet worden gerealiseerd.

tabel 2) waardoor het mogelijkheden is om vervoer efficiënt in te kunnen

Fietsgebruik wordt gestimuleerd door het aanbieden van 144 (elektri-

zetten en onderstaande voorkeursvolgorde aanhouden:

DockHolland heeft op basis van ervaringscijfers van andere locaties een

De geldende parkeernorm is vastgesteld op 0,3 p.p./kamer. Hiervan wor-

1. Fiets, voor alle reisafstanden tot 5-10 km ongeveer;

overzicht opgesteld met de verwachting van de toekomstige werkgevers

den er 326 gerealiseerd binnen het gebouw. Hierdoor dienen er 98

2. Busvervoer, voor grote klanten die werken in ploegendiensten (geza-

en de daarmee samenhangende verkeersbewegingen en vervoerswijzen

(=326*0,3) parkeerplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Er worden 54 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeerkelder en daarnaast 44

menlijke starteindtijden); 3. Busjesvervoer voor kleinere klanten met ploegendiensten of afwij-

parkeerplaatsen op maaiveld. Dit brengt het totaal op 98 parkeerplaatsen, hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernorm.

kende tijden bij grote klanten; 4. Carrière auto’s voor klanten waar slechts enkele uitzendkrachten werken en die buiten fietsafstand liggen.

Fietsparkeren

(figuur 10). Hierin is uitgegaan van een verwachting voor de locatie Rielseweg 875 en ervaringscijfers van andere locaties. Hierdoor biedt dit een representatief overzicht. De beoogde bedrijven waar de werknemers zullen gaan werken zijn inzichtelijk gemaakt en er is per bedrijf (indicatief) weergegeven hoeveel werknemers hier zullen gaan werken. Daarnaast is er inzicht in de shifts per bedrijf en de verdeling van de vervoerswijze.

Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fiets-

Door de DockHolland (huisvesting) is onderzoek gedaan naar huidige en

gebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van

beoogde bedrijven waar de arbeidsmigranten werkzaam zullen zijn (zie ta-

de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van

bel 1). Op basis daarvan zijn mogelijkheden voor vervoer onderzocht. Er is

de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW. Deze ver-

uitgegaan van onderstaande mogelijkheden om vervoer efficiënt in te kun-

wachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Echter er zijn

nen zetten:

geen normen voor fietsparkeerplaatsen voor de huisvesting van arbeids-

De arbeidsmigranten zullen, in veel gevallen, voor wat betreft woon-

migranten. Arbeidsmigranten verblijven bewust tijdelijk voor maximaal 6

werkverkeer worden opgehaald en teruggebracht vanaf de huisves-

maanden in Nederland om te werken en geld te verdienen om daarna

tingslocatie. Een ruim aandeel van de bedrijven waar de te huisvesten

weer terug te keren naar het land van herkomst, waar zij hun hoofdverblijf

arbeidsmigranten zijn, zijn gevestigd op industrieterrein Vossen-berg.

hebben. Zij zullen niet allemaal een eigen fiets bezitten of aanschaffen,

Hierdoor kan busvervoer naar bedrijven op dit bedrijventerrein gecom-

maar voor het vervoer naar hun werk gebruik maken van een aanboden

bineerd worden. Het gebruik van eigen gemotoriseerd vervoer zal

vervoersmiddel vanuit het uitzendbureau zoals deelfietsen die op de loca-

hierdoor beperkt blijven en het gebruik van gemeenschappelijke ver-

tie worden aangeboden, georganiseerd (collectief) vervoer met de bus (groot of klein), openbaar vervoer of auto. Er wordt rekening gehouden

voer wordt gestimuleerd; 

met al deze modaliteiten om aan de stallingsbehoefte te voldoen en om het fietsgebruik te stimuleren wordt ingezet op deelfietsen. Er worden in

door gebruik van private openbaar vervoer wordt gestimuleerd; 

het plan 144 deelfietsen beschikbaar gesteld en in totaal worden er 184 stallingplaatsen gerealiseerd. 156 fietsparkeerplaatsen in de parkeerkelder

Op eigen terrein zal een private bushalte worden gerealiseerd, waarOp 200 meter afstand van de huisvestingslocatie is een openbare bushalte gelegen;

Arbeidsmigranten die werken voor klanten waar slechts enkele ar-

en de rest op maaiveld. De stallingsbehoefte met de inzet van de deelfiet-

beidsmigranten werken en die buiten fietsafstand liggen krijgen de be-

sen is bepaald op basis van ervaringscijfers van DockHolland.

schikking over een auto van Carrière;

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

Figuur 10 Indicatief overzicht werktijden, aantal uitzendkrachten en in te zet-

ten vervoersmiddelen (Bron: DockHolland, Notitie verwachting verkeersbewegingen, 8-5-2022)

28

Op basis van deze gegevens is er een overzicht opgesteld waarin het gebruik van deelfietsen gedurende de verschillende shifts en de beschikbaarheid van fietsen per uur is weergegeven. Op het ‘drukste’ moment – om 6:00 en om 7:00 – zijn er 120 deelfietsen in gebruik door de werknemers, zie figuur 11. Door de verhuurder worden 144 deelfietsen beschikbaar gesteld, waarmee de ambitie om fietsverkeer te stimuleren ook daadwerkelijk vorm wordt gegeven in een toereikende mate. Met de inzet van deelfietsen wordt daarnaast efficiënt invulling gegeven aan de stallingsbehoefte. Er worden 144 deelfietsen ter beschikking gesteld. Op basis van bovenstaande is de inschatting dat 144 deelfietsen voldoende is voor het gebruik van de fiets voor woonwerk verkeer gezien de afstand naar werkgevers in combinatie met het aanbieden van georganiseerd vervoer met de bus (groot of klein) of auto.

Werkgevers

Auto

Fiets

Pantos

17,8 km

11,2 km

AH

13,0 km

9,9 km

XPO

18 km

11,6 km

Syncreon

17,0 km

11,4 km

UPS

1,0 km

1,0 km

Tabel 2: Afstand huisvestigingslocatie huidige en beoogde klanten Bron: DockHolland, Notitie verwachting verkeersbewegingen, 8-5-2022

4.7.4 Conclusie Het aspect ‘verkeer en parkeren’ zorgt niet voor belemmeringen.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

Figuur 11 Overzicht beschikbaarheid deelfietsen per uur

29

4.8

Luchtkwaliteit

Echter dient wel nagegaan te worden of er ter plaatse sprake is van een

Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd ge-

4.8.1

Toetsingskader

goed woon- en leefklimaat. Hiertoe worden de achtergrondwaarden van

zag.

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan be-

stikstof en fijnstof inzichtelijk gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van de

schreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn

CIMLK monitor. De achtergrondwaarden van de dichtstbijzijnde meetpunt

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke

is in onderstaande tabel weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebieds-bescherming,

projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de be-

achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen. Er

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er

langrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende

is dan ook sprake van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van

naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in

voorwaarden wordt voldaan:

de luchtkwaliteit.

combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante ef-

 

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van

fecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmings-

een grenswaarde.

NO2

PM10

PM10 overschrij-

PM2.5

Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwa-

μg/m3

μg/m3

dingsdagen

μg/m3

15,6

17,2

6,06

9,4

2022

40

40

35

25

2022

liteit. 

Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Jaar

hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk

Norm

Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

plan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden

plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de ze-

4.8.3

Conclusie

kerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmeringen.

niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan

luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende

4.9

Ecologie en stikstof

den:

mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM)

4.9.1

Toetsingskader

1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;

vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescher-

twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:

ming (Wnb). De Wet natuurbescherming geeft het wettelijke kader voor de

Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtin-

bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de

3. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om

gen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Rege-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15663756/3