CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ruimtelijke Onderbouwing_Rielseweg 875_20250606

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel afgifte verklaring van geen bedenkingen Rielseweg 87523.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de

te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-net-

ling NIBM.

Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en ge-

werk bewaard blijft.

Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemid-

bieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is be-

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben

delde concentratie NO2 enPM10 (1,2μg/m3).

voegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen

op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunnings-

voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepa-

plichtig.

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de

4.8.2

Onderzoek

worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaar-

2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en

lingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepa-

Op grond van de categorieën van gevallen kan worden gemotiveerd dat

lingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de functiewijziging. De wijzi-

zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur) is

ging is dermate kleinschalig ten opzichte van vergelijkbare ontwikkelingen

een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurge-

die onder de NIBM vallen, onderhavig project niet in betekenende mate

Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel

bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

bieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikke-

30

lingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebie-

plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of

zing. In overleg met de provincie Noord-Brabant is besloten het NNB bin-

den beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbin-

ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

nen dit perceel te herbegrenzen zonder compensatie. Directe aantasting is

den.

daarmee uitgesloten. 4.9.2

Onderzoek

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde

Quickscan Flora en Fauna

Binnen de provincie Noord-Brabant moet ook de externe werking op het

staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding

Er is door Econsultancy een quickscan flora en fauna uitgevoerd in 2021.

NNB worden getoetst, omdat factoren als licht en geluid een effect kunnen

van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-

Op basis van de quickscan is door Ecolybrium in 2021 een vleermuison-

hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden. Uit de rapportage “be-

netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die

derzoek uitgevoerd ten behoeve van de sloop van de bebouwing. De be-

oordeling geluidscontour en verlichtingsplan van Econsultancy (rapport-

tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsre-

bouwing is inmiddels gesloopt. De rapportage is als bijlage toegevoegd

nummer 15005.010) blijkt dat een minimale toename van geluid op een

gimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de pro-

aan de ruimtelijke onderbouwing. Hieronder zijn de belangrijkste conclu-

klein deel van het NNB optreedt, waarbij de verstoringsdrempel van 45

vinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

sies weergegeven:

db(A) niet overtreden wordt. Met betrekking tot verlichting zijn hierbinnen

Uit het onderzoek is gebleken dat de sloop van de dancing geen in-

maatregelen beschreven om negatieve effecten te voorkomen:

vloed heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermings-regime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

bouw en de meest oostelijke mast op het parkeerterrein van het volks-

ingreep locatie van vleermuizen.

tuinencomplex worden uitgezet en zullen enkel bij beweging kortston-

In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden zonder ontheffing. Het

Soortenbescherming

De meest noordelijke drie masten op de parkeerplaats van het ge-

Er zijn geen vaste vliegroutes aanwezig boven en naast de beoogde

treffen van mitigerende maatregelen is niet noodzakelijk.

dig aangaan. 

De overige masten worden ingesteld op maximaal 50% bij geen beweging en bij beweging kortstondig op 100%.

De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die

Nieuwe quickscan flora en fauna

Met deze opstelling blijft de uitstraling richting het Natuurnetwerk Brabant

vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de

Omdat een ecologisch onderzoek niet ouder mag zijn dan 3 jaar is een

gemiddeld onder de 0,1 lux, waardoor negatieve effecten ten aanzien van

Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie

nieuwe quickscan flora en fauna uitgevoerd. De belangrijkste conclusies

het Natuurnetwerk Brabant voorkomen kunnen worden. Bij het in acht ne-

soorten;

worden in deze paragraaf vermeld. De gehele quickscan is opgenomen in

men van deze maatregelen is compensatie niet aan de orde.

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

de bijlage.

soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (ar-

Door middel van deze beoordeling is verstoring door de externe werking

tikel 3.5);

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

andere soorten (artikel 3.10).

Het plangebied is deels gelegen binnen het NNB. Het betreft een deel van

uitgesloten.

de groenstrook ten westen van het plangebied. Deze strook NNB wordt

Toetsing beschermde houtopstanden

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en on-

gedefinieerd als ‘N16.04 Vochtig bos met productie’ door de Provincie

De bomen binnen het plangebied zijn getoetst aan de Bomenverordening

der welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door

Noord-Brabant. In het noorden van het plangebied is ook een klein hoekje

van de Gemeente Tilburg 2024. Het plangebied valt volledig binnen de

het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de

NNB aanwezig. Omdat het betreffende perceel volledig verhard is (ge-

aangewezen boomzone met de classificatie 'basiswaarde', zoals weerge-

artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn be-

weest) en geen natuurfunctie heeft betreft het hier een foutieve begren-

geven op de Boomwaarde-zoneringskaart. De enkele boompjes aanwezig

schreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door

in het noorden van het plangebied bevinden zich binnen de wetgeving van

het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

31

de Bomenverordening van de Gemeente Tilburg, aanwezige houtopstan-

tuigen en werktuigen die gebruik maken van AdBlue. De gebruiksfase ver-

Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd

den zijn daarmee niet vergunningsplichtig.

oorzaakt een toename van stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol op

dat de stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling niet

9,52 hectare stikstofgevoelig Natura 2000-areaal. De gebruiksfase is der-

in de weg staat aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van

halve maatgevend.

stikstofgevoelige habitattype binnen het Regte Heide & Riels Laag. Signifi-

Toetsing soortenbescherming Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan al-

cant negatieve gevolgen door de toename aan stikstofdepositie ten ge-

leen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provin-

Omdat deze deposities erg beperkt zijn, is deze situatie beoordeeld door

volge van het voorgenomen plan zijn daarom, ook in cumulatie, uitgeslo-

ciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uit-

Sweco in een Ecologische Beoordeling (Bijlage 4). De conclusie uit dit on-

ten.”

voeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen:

derzoek luidt als volgt: “De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een tij-

Afstand van tenminste 3 meter tussen te realiseren bebouwing en de

delijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op

Zoals aangegeven in het onderzoek, zijn de emissies vanuit de maatge-

bomenrijen aangrenzend aan het plangebied t.b.v. boombewonende

stikstofgevoelige natuur binnen Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels

vend gebruiksfase worstcase geraamd. Er wordt gesteld dat er geen mo-

vleermuissoorten. Met betrekking tot effecten op verlichting worden de

Laag, en een permanente toename aan stikstofdepositie van maximaal

gelijke significante negatieve effecten kunnen plaatsvinden op omliggende

volgende maatregelen genomen:

0,02 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen Natura 2000-gebie-

Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename in stikstofdeposities.

De meest noordelijke drie masten op de parkeerplaats van het ge-

den Regte Heide & Riels Laag. Voor de habitattypes waarvoor geldt dat

Het is derhalve niet nodig om mogelijke effecten nader te onderzoeken in

bouw en de meest oostelijke mast op het parkeerterrein van het

de KDW wordt overschreden (H3130, H4010A, H4030, H7140A en

een passende beoordeling; de uitgevoerde voortoets geeft afdoende ze-

volkstuinencomplex worden uitgezet en zullen enkel bij beweging

H7150), is onderzocht of de berekende toename aan stikstofdepositie kan

kerheid. Desalniettemin heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen een sepa-

kortstondig aangaan.

leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit-

rate vergunning aan te vragen voor een Natura-2000 activiteit.

De overige masten worden ingesteld op maximaal 50% bij geen

of oppervlakteverlies van het stikstofgevoelige areaal.

Stadsnatuurkaart 2040

beweging en bij beweging kortstondig op 100%. 

Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op

Het gebied is weergegeven op de stadsnatuurkaart 2040 van de ge-

voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgele-

meente Tilburg. Hierop is te zien dat aangrenzend het projectgebied een

genheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een con-

1e orde ecologische structuur aanwezig is, ook aangeduid als NNB.

trole moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

Rondom alle ecologische gebieden en structuren ligt een ‘invloedsfeer-

In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg

zone’ waarvoor geldt dat ontwikkelingen in deze zone geen negatieve ef-

te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijker-

fecten mogen hebben op het functioneren van deze gebieden en struc-

wijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te

turen.

voorkomen. Natuurinclusief bouwen Stikstof

Bij het ontwerp is waar mogelijk rekening gehouden met natuurinclusief

Er zijn twee berekening uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2024: één

bouwen. Door het toepassen van natuurinclusieve ontwerpprincipes wordt

voor de bouwfase en één voor de gebruiksfase (maatgevende jaar). De

de biodiversiteit van het gebied vergroot, maar ook de belevingssfeer en

bouwfase veroorzaakt een toename van stikstofdepositie van 0,01 mol op

woonkwaliteit van de bewoners. Groene ruimtes bieden rust en ontspan-

3,76 hectare stikstofgevoelig Natura 2000-areaal met inachtneming van de

ning, verminderen stress en verbeteren de luchtkwaliteit. Daarnaast kun-

eerder genoemde uitgangspunten zoals het gebruik van elektrische werk-

nen groene daken en gevels helpen bij het reguleren van de temperatuur Figuur 12: Stadsnatuurkaart 2040

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

en het verminderen van het stedelijke hitte-eilandeffect.

32

In het ontwerp is rekening gehouden met groene gevels en groendaken.

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van

Daarmee is geen sprake van een belemmering voor de belangen van de

Het ontwerp is natuurinclusief tot stand gekomen en zal ook als zodanig

veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor die-

varkenshouderij en/of de toekomstige ontwikkeling en is er sprake van een

worden gerealiseerd.

ren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals

goed woon- en leefklimaat voor de woning.

melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden 4.9.3

Conclusie

De aspecten ‘ecologie en stikstof’ vormen geen belemmeringen.

afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de be-

4.10.3

bouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de be-

Het aspect ‘geur’ vormt geen belemmering.

bouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er

4.10

Geur

4.10.1

Toetsingskader

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor

gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden.

Conclusie

4.11

Gezondheid

4.11.1

Toetsingskader

Er bestaat geen landelijk geldend toetsingskader voor het beoordelen van

vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om geur-

het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. In de meeste ge-

hinder veroorzaakt door het houden van dieren. Het aspect geur bestaat

vallen wordt gebruik gemaakt van de ‘Handreiking veehouderij en volksge-

uit twee delen, namelijk de voorgrondbelasting en de achtergrondbelas-

zondheid 2.0’ van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht d.d. 30 april

ting.

2018. Die handreiking bevat een stappenplan waarmee beoordeeld kan worden of volksgezondheid in relatie tot veehouderijen een dusdanig knel-

Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)

punt vormt, waardoor advies bij de GGD moet worden opgevraagd. In

De Wgv is bedoeld om een goed woon- en leefklimaat te creëren op plek-

deze notitie wordt het plan beoordeeld aan de hand van bovengenoemd

ken waar gevoelige bestemmingen zijn gelegen. Met beleid kan sturing op

stappenplan.

de geuruitstoot bij veehouderijbedrijven worden gegeven. Dat betekent dat elke veehouderijbedrijf een afstand van 100 meter aangehouden dient te

4.11.2

worden ten opzichte van geurgevoelige objecten in de bebouwde kom.

Stap 1: Endotoxine

Voor een aantal diersoorten geldt ook nog een geurnorm. Een gemeente

Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercate-

wil een acceptabel woon- en leefklimaat realiseren (achtergrondconcentra-

gorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden

tie) en moet daardoor dus sturing geven op geurveroorzakende objecten

worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze

(veehouderijbedrijven, voorgrondbelasting). De Wet geurhinder en vee-

afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine

houderij is bedoeld voor veehouderijbedrijven, maar omdat gesteld is dat

voorkomen. De endotoxine richtafstand voor varkens bedraag 200 meter.

geurgevoelige objecten veehouderijbedrijven niet mogen belemmeren moet bekeken worden of de ligging van de te realiseren objecten voor een belemmering zorgt. Conform de Wgv dient een veehouderijbedrijf te voldoen aan een geurhindercontour van maximaal 14 ouE/m³ (odeurunits). Dat betekent dat een individueel veehouderijbedrijf niet meer dan 14 ouE/m³ op geurgevoelige objecten mag uitstoten.

Figuur 13: Achtergrondbelasting geur

4.10.2

Onderzoek

De meest dichtbij gelegen veehouderij ligt ten zuiden van het plangebied op het adres Oude Spoorbaan 2. De afstand van de veehouderij tot het plangebied bedraagt circa 500 meter. Uit figuur 10 kan tevens worden herleid dat de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied als ‘zeer goed’ kan worden bestempeld. Gelet op de afstand tot het plangebied worden de bedrijfsmatige activiteiten van de veehouderij niet belemmerd.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

Onderzoek

Zoals in paragraaf 4.10 is vermeld is de meest dichtbij gelegen veehouderij gelegen aan de Oude Spoorbaan op circa 500 meter afstand. Stap 2: Emissies Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Plangebieden met woningbouw tot 1.500 woningen per ontsluitingsweg zijn conform de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) niet van invloed op de luchtkwaliteit (fijn stof in dit geval). Daarnaast blijkt

33

uit de kaarten bij de NSL-monitoringstool dat de luchtkwaliteit ter plaatse

Stap 5: Afstanden

Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultu-

van het plangebied aanvaardbaar is. Stap 2 vormt geen knelpunt.

Onderzocht moet worden of:

reel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, ge-

a. geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gele-

bouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Er dient rekening ge-

Stap 3: Geur, gezondheidskundige en milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en

gen; b. pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gele-

leefklimaat aan de hand van de volgende milieukundige advieswaarden: c. Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis

houden te worden met het belang van het behoud van dit cultureel erfgoed. Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed

gen;

(par. 5.1.5.5 Bkl). In het belang hiervan worden in het omgevingsplan ook

overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in

regels gesteld over eisen aan onderzoek.

een bebouwde kom zijn gelegen.

van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen

4.12.2

Toetsing

de bebouwde kom en 50 meter tussen een veehouderij en een geurge-

Er liggen geen geitenhouderijen, pluimveebedrijven of overige veehoude-

Ligging

voelig object buiten de bebouwde kom.

rijen binnen de genoemde richtafstanden van de planlocatie. Stap 5 vormt

Het plangebied ligt in ten zuiden van de A58 direct ten westen van het be-

geen knelpunt.

drijventerrein Katsbogten. Het ligt verder ingeklemd tussen het tracé van

Het plangebied ligt op de grens tussen stedelijk gebied en buitengebied.

het Bels lijntje, het gehucht Zandeind (ten westen van het plangebied) en

Het is niet aannemelijk dat de gezondheidskundige normen (in het buiten-

Stap 6: Mestbewerking of mestverwerking

gebied een voorgrondbelasting van maximaal 5 ouE /m3 en een achter-

Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe-

grondbelasting van 10 ouE /m3) worden overschreden. De achtergrondbe-

werking of mestverwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit.

Geomorfologie

lasting ligt tussen de 0-3 OUm³. Er wordt aan de milieukundige advies-

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij

Het gebied Katsbogten ontleent zijn naam aan de Katsbogte, een water-

waarden voor de voor- en achtergrondbelasting voldaan. De achtergrond-

sprake is van mestbewerking of mestverwerking.

loop die ontsprong bij de huidige samenkomst van de Rielseweg en de

belasting is ook terug te zien in figuur 8. De afstand tot het bouwvlak van

de bossen van Kwadenhoek.

Oude Rielseweg waar zich vroeger een uitgestrekt drassig gebied bevond.

de dichtstbijzijnde veehouderij bedraagt meer dan 100 meter. Stap 3

Stap 7: Ongerustheid omwonenden

Van de bron stroomde de beek door een vrij breed beekdal nagenoeg pal

vormt geen knelpunt.

In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksge-

naar het oosten om ten zuiden van Broekhoven uit te monden in de Leij.

zondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Vanuit de

Het westelijke deel van het plangebied maakte deel uit van een moerassig

Stap 4: Meerdere dierensoorten

omgeving is verder niet naar voren gekomen dat er sprake is van onge-

gebied langs de rand van het beekdal van de rivier de Donge. In het laag-

Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meer-

rustheid over de volksgezondheid.

gelegen gebied langs de Donge lag een aantal vennen, waaronder Het

dere diersoorten worden gehouden, namelijk

Rietven in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het (noord)ooste-

a. varkens en pluimvee; of

4.11.3

b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of

Het aspect ‘gezondheid’ vormt geen belemmering.

c. kleine herkauwers onderling

Conclusie

lijke deel behoorde tot de westelijke uitlopers (bij Het Laar) van het grote, relatief hooggelegen akkercomplex van Tilburg dat in de vijftiende eeuw als akker in gebruik is genomen.

Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehoude-

4.12

Cultuurhistorie

rijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van in-

4.12.1

Toetsingskader

vloed zijn op het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied

Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer van

In 1608 wordt de Capsbocht te Goirie genoemd en in 1636 een perceel te

liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onder-

cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omge-

Tilborch in Capsbocht achter de Laer. Op de kaart van D. Zijnen uit 1760

linge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4

vingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons cultureel

staat bij dit riviertje de naam Cats Bogten. Deze spellingwijze vinden we in

vormt geen knelpunt.

erfgoed.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

De Katsbogte is het grensriviertje tussen de gemeenten Tilburg en Goirle.

34

een akte van 1780 als Catsbochte, in 1791 als Caatsbochte en een eeuw

het plangebied geen waardevolle objecten of structuren uit de wederop-

4.13.2

Toetsing

later op de kaart van A. Arts ca. 1870 als de Katsbogt. Vanaf het riviertje

bouwperiode aanwezig.

In de bijlage bij het Besluit m.e.r. wordt onder D.11.2 als activiteit de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject ge-

liep in noordelijke richting naar de Rielseweg een straatje, genaamd Kaatsweg (ongeveer ter plaatse het verkeersknooppunt Blaakweg/Rijks-

4.12.3

weg A 58).Vanwege de drassige omstandigheden was het gebied moeilijk

Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor

toegankelijk en kwamen alle wegen vanaf de hoge akkergronden in het

planvoornemen ter plaatse van Rielseweg 875. Er worden geen histori-

zuidwesten van Tilburg samen bij de weg van Riel naar Tilburg (Rielse-

sche objecten of structuren aangetast.

Conclusie

noemd. Onderhavige ontwikkeling wordt op basis hiervan aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage.

baan of Rielseweg), die het plangebied van het uiterste noordoosten naar het uiterste zuidwesten doorkruiste en daarmee de belangrijkste weg van

4.13

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

Uit de aanmeldingsnotitie kan worden geconcludeerd dat er, rekening hou-

het gebied vormde. Evenwijdig aan de Katsbogte liep ook een aantal we-

4.13.1

Toetsingskader

dend met:

gen en paden. In het midden van de achttiende eeuw was alleen het oos-

In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene

1. de kenmerken van het project;

telijke deel van het plangebied ontgonnen. De rest bestond uit heide en

maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen:

2. de plaats van het project; en

moeras. In het beekdal van de Katsbogte lagen de beemden, die beston-

a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu;

3. de kenmerken van het potentiële effect;

den uit laaggelegen, natte hooi- en weilanden, die gedurende natte perio-

b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij be-

sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele

den (gedeeltelijk) overstroomden. Aanvankelijk waren de beemden ge-

langrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potenti-

meenschappelijke, ongedeelde gronden, die in de loop van de veertiende en vijftiende eeuw werden opgedeeld in smalle stroken die doorgaans

In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten

ele effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het

haaks op de beek lagen.

die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en

plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk

waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om

nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-

In de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negen-

een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die

procedure noodzakelijk maken.

tiende eeuw is een groot deel van het plangebied Katsbogte, met uitzon-

behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde

dering van het zuidelijke deel, ontgonnen. Deze ontginningen bestonden

categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien

4.13.3

voornamelijk uit bosaanplant. Rond 1870 is langs het noordelijke deel van

waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige

Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen wor-

de westgrens van het plangebied het Bels Lijntje aangelegd, een goede-

gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de

den verwacht en dat het opstellen van een milieueffectrapport niet nood-

renspoorlijn van Tilburg naar Turnhout. In 1900 werd hiervandaan een zij-

Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen

zakelijk wordt geacht.

lijn aangelegd naar Goirle die de oostgrens van het plangebied Katsbog-

de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Be-

ten vormt. In de eerste helft van de twintigste eeuw is het laatste deel van

sluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het

het plangebied ontgonnen. In het plangebied kwam voor zover bekend

Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelings-

geen bewoning voor. Alleen in de uiterste noord- en zuidoostelijke punt

plicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in on-

stond een enkele boerderij. Het bedrijventerrein Katsbogten wordt vanaf

derdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de

het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw aangelegd.

drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van se-

Conclusie

lectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoorIn of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen beschermde

deling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige ge-

monumenten en MIP-panden. Ook zijn er in of in de directe nabijheid van

volgen voor het milieu kan hebben'.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

35

5 5.1

Afweging van belangen

weinig veranderingen hebben ervaren bij soortgelijke ontwikkelingen. Pro-

Uit de paragraaf 4.7 verkeer en parkeren in onderhavige motivering blijkt,

blemen waren over het algemeen klein en gemakkelijk op te lossen. In de

dat er geen extra risico bestaat op verkeersonveilige situaties.

Algemeen

supermarkten is gebleken dat ook tijdelijke arbeidsmigranten moeiteloos

Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuidwest’ is de realisa-

opgaan in de bestaande klantenkring. In plaatsen waar veel verloop is on-

5.4.1

tie van het gebouw mogelijk, aangezien het gebouw binnen het bouwvlak

der arbeidsmigranten, zoals in Overloon, probeert de ‘oude garde’ de

Om de veiligheid van en rondom het plangebied te waarborgen worden er

is gepositioneerd en tevens voldoet aan de maatvoeringen zoals benoemd

nieuwe lichting wegwijs te maken. Dorps- en wijkraden houden ook goed

diverse maatregelen getroffen binnen het planvoornemen. Deze maatre-

in artikel 9.2. Het beoogde gebruik, namelijk huisvesting van arbeidsmi-

in de gaten of er problemen zijn.

gelen zijn opgenomen in het beheerplan, voor het volledige beheerplan wordt verwezen naar de bijlagen. In deze paragraaf 2.2. is een samenvat-

granten, is echter niet passend binnen de huidige horeca bestemming. Door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken

Een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten in of bij een dorp of

van het bestemmingsplan onder de Wet algemene bepalingen omgevings-

wijk kan ook positieve gevolgen hebben. Zo zijn er voorbeelden bekend

recht, kan de ontwikkeling, bestaande uit de tijdelijke vestiging van 366 ar-

van dorpen met initiatieven om arbeidsmigranten die langere tijd verblijven

beidsmigranten in nieuwe bebouwing aan de Rielseweg 875 mogelijk wor-

of vaker terugkomen naar dezelfde plaats/werkgever, bij het verenigingsle-

den gemaakt.

ven te betrekken, waarmee een kans wordt gezien om de leefbaarheid en de voorzieningen op peil te houden.

5.2

Maatregelen ter plaatse van het plangebied

ting gegeven van het beheerplan.

5.5

Welstand

Met de ontwikkeling van het gebouw op het braakliggende terrein vindt er niet alleen een verandering plaats in de fysieke structuur, maar ook een impact op het uitzicht en de omgeving. Welstand helpt ervoor te zorgen dat het nieuwe gebouw esthetisch verantwoord is. Dit betekent dat het

Noodzaak

Wanneer de regio niet direct investeert in voldoende verblijfsplaatsen voor

5.4

Veiligheid

arbeidsmigranten, dreigt de economische groei tot stilstand te komen en

Bij de komst van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten kan

drage levert aan het straatbeeld en de wijk, en dat het in harmonie is met

worden de inkomsten van arbeidsmigranten elders uitgegeven, waardoor

er bij omwonenden/dorpsbewoners een gevoel van onveiligheid ontstaan.

de bestaande architectuur. Het planvoornemen is voorgelegd bij de Om-

ontwerp goed past bij de omgeving, dat het een visueel aantrekkelijke bij-

gevingscommissie van de gemeente Tilburg. Op 29 maart 2023 heeft de

de regio een fors bedrag aan consumptieve bestedingen misloopt en nauwelijks profiteert. Het niet kunnen voorzien in voldoende geschikte huis-

Incidenten die de veiligheid in het geding brengen, kunnen nooit volledig

Omgevingscommissie het advies gegeven dat het plan voldoet wat betreft

vesting creëert op haar beurt weer nieuwe problemen; zo heeft het een

worden uitgesloten. Wel is het van belang dat overlast zoveel mogelijk

het aspect welstand. Tevens is er aangegeven door de omgevingscom-

negatief effect op het vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven en omzet

wordt voorkomen en dat er adequaat wordt gehandeld, indien zij plaatsvin-

missie dat dit gebouw een pilot en voorbeeld kan worden voor andere

voor in de regio gevestigde bedrijven. Daarnaast zorgt het gebrek aan fat-

den. Veiligheid en leefbaarheid zijn de basisvoorwaarden voor een omge-

planvorming op het gebied van vergroening.

soenlijke huisvesting dat sommige arbeidsmigranten onder onmenselijke

ving waarin mensen met elkaar samenleven. Zeker wanneer die mensen

omstandigheden worden gehuisvest of wordt hen huisvesting aangeboden

uit allerlei verschillende culturen komen. Ten behoeve van de huisvesting-

ver weg van de werklocatie, wat onnodig woon-werk verkeer creëert.

voorziening wordt iedere gebruiker aangemeld bij de receptie, hier vindt de registratie plaats en begeleiding van bewoners bij aankomst, tijdens en

5.3

Maatschappelijke impact

bij vertrek van hun verblijf. Daarmee wordt zoveel mogelijk getracht even-

5.6

Omgevingsdialoog

Het college van de gemeente Tilburg heeft de Rielseweg 875 – 879 aangewezen als kansrijk voor tijdelijke grootschalige huisvesting van internationale medewerkers. In maart 2022 is een informatiebijeenkomst geweest voor omwonenden en geïnteresseerden waarbij de gemeente en ontwik-

Als er in een dorp of wijk opeens honderden nieuwkomers verblijven zoals

tuele spanningen weg te nemen en incidenten te voorkomen.

tijdelijke arbeidsmigranten, is dat voor de inwoners van het dorp of de wijk

In het beheerplan is opgenomen dat de beheerders zorg dragen voor de

wennen. Uit ervaringen van wijk- en dorpsraden en supermarktmanagers

naleving van de regels in het document ‘Borging cohesie gebruiksgroe-

eenkomst is toegelicht waarom huisvestiging van arbeidsmigranten in Til-

in bijvoorbeeld Overloon, Budel, Breda en Eindhoven, waar sprake is van

pen’. Hierin zijn diverse veiligheidsmaatregelen opgenomen voor zowel

burg noodzakelijk is en waarom de locatie aan de Rielseweg 875 als kans-

vergelijkbare voorzieningen, is gebleken dat bewoners en ondernemers

het gehele gebouw als separaat per bouwlaag en per gebruiksgroep. Voor

kelaar meer vertelden over de opgave en de locatie. In deze informatiebij-

rijk wordt gezien. Ook is er aangegeven dat er een klankbordgroep opge-

dit volledige document wordt verwezen naar de bijlagen.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

36

start ging worden. Daarnaast is er een toelichting gegeven op hoe het initi-

arbeidsmigranten niet bezwaarlijk is en dat met het initiatief sprake is van

atief eruit gaat zien en zijn de vragen/opmerkingen van de aanwezige be-

een goede ruimtelijke ordening.

antwoord. Voor de locatie Rielseweg is een klankbordgroep opgestart. Samen met de gemeente en de ontwikkelaar gaan zij in gesprek over deze ontwikkeling. Wensen en zorgen worden besproken. Het kan dan gaan over verkeer, afval of beheer. Op 8 november 2022 is er als uitkomst van de klankboordgroep wederom een informatiebijeenkomst gehouden. De verslagen van de klankboordgroepen, de informatiebijeenkomst en een Q&A betreffende het initiatief zijn terug te vinden op de website van de gemeente Tilburg en zijn opgenomen in de bijlagen.

5.7

Conclusie

1. Aan de voorwaarden, die zowel het Rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid stellen, wordt met de ontwikkeling voldaan, zoals blijkt uit hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke onderbouwing. 2. Benodigde voorzieningen, zoals riolering en overige kabels en leidingen, zijn reeds in de nabijheid van het plangebied aanwezig. Bovendien zal geen schade worden toegebracht aan de omringende natuurof landschapselementen en -structuren. 3. Daarnaast wordt de ontwikkeling niet belemmerd door aanwezige, storende milieuaspecten. 4. Tegen het gewenste initiatief bestaan uit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren. De ontwikkeling past, mede gezien de bestaande situatie en juridisch-planologische mogelijkheden, ruimtelijk-functioneel in het gebied. 5. Qua maatschappelijke impact en veiligheid worden afdoende preventieve maatregelen getroffen door zorg te dragen voor adequaat toezicht door de beheerder en handhavingsinstanties en door goede communicatie door voornoemde partijen richting de lokale gemeenschap en directe omgeving. Ook in geval van mogelijke overlast of calamiteiten veroorzaakt door arbeidsmigranten zal door voornoemde partijen in nauw overleg samengewerkt worden Op basis van het voorgaande wordt dan ook geconcludeerd dat het tijdelijk gebruik van de nieuwe bebouwing ten behoeve van de huisvesting van

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

37

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan.

6.2.2

Omgevingsdialoog

In paragraaf 5.6 is uitgebreid ingegaan op de gevoerde omgevingsdialoog.

6.3

Procedure

Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet van het planologische regime worden afgeweken. De ontwikkeling kan door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure op basis van art. 2.12 lid 1 onder a, sub 3 Wabo mogelijk gemaakt worden. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht.

Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, dan kan de gemeente

6.3.1

afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de ge-

De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes

meente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit

weken ter visie gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruim-

ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar het kostenverhaal

telijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergun-

minimaal is, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2,

ning. Gedurende de termijn van de ter visie legging kan eenieder een

aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro).

zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van

Tervisielegging

burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet afOnderhavig initiatief betreft een aangewezen bouwplan. De initiatiefnemer

geven van de omgevingsvergunning.

zal met de gemeente een anterieure overeenkomst afsluiten. Het kostenverhaal is daarmee gewaarborgd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

6.3.2

Beroep / hoger beroep

Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode staat beroep open tegen de omgevingsvergunning bij de rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Tegen de omgevingsvergunning kan ook een verzoek om voorlopige voorziening gevraagd worden door degene die beroep heeft ingesteld.

De instanties die in kennis gesteld moeten worden van deze omgevingsvergunning worden geïnformeerd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het plan worden beschreven in deze paragraaf.

Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875

38

Separate bijlagen Bijlage 1 - Ladderonderbouwing Bijlage 2 - Landschappelijke inpassing Bijlage 3 - Quickscan Flora & Fauna Bijlage 4 - Rapportage vleermuisonderzoek Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek Bijlage 6 - Watertoets Bijlage 7 - Externe veiligheid Bijlage 8 - Verkennend bodemonderzoek en asbest Bijlage 9 - Stikstofnotitie Bijlage 10 - M.e.r. aanmeldnotitie Bijlage 11 - Rioleringsplan Bijlage 12 - Rapport effectenonderzoek NNB Bijlage 13 - AP04 partijkeuring Bijlage 14 - Actualiserend toplagenonderzoek Bijlage 15 - Verkeersonderzoek Bijlage 16 - Lichtonderzoek Bijlage 17 - Archeologisch onderzoek Bijlage 18 - Beheerplan

Bijlage 19 - Borging Cohesie gebruikersgroep Bijlage 20 - Geluidscontour NNB Bijlage 21 - Beoordeling geluidcontour en lichtplan Bijlage 22 - Verkennend Bodemonderzoek voormalige ondergrondse tank Bijlage 23 - Verslaglegging klankbordgroep en participatie Bijlage 24 - Vooroverleg

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15663756/3