CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Omgevingsvergunning met motivering

Raadsvergadering 8 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend adviesrecht ‘prikkelarm wonen’ Stokhasseltlaan 3826.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In paragraaf 5.1.1 wordt ingegaan op de inpasbaarheid van de ontwikkeling in het landschap en het gebied. Met betrekking tot artikel 5.11, kwaliteitsverbetering van het landschap, merken wij het volgende op. Het project Prikkelarm Wonen ligt in landelijk gebied. Volgens de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant artikel 5.11 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ lid 1 dient een omgevingsplan (of BOPA) dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in landelijk gebied te bepalen dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Daarbij moet de te realiseren kwaliteitsverbetering berekend en beoordeeld worden op basis van de regionale werfafspraken die in de regio Hart van Brabant met de provincie hierover gemaakt zijn. Er is sprake van een planmatige stedelijke uitbreiding met woningen. De kwaliteitsverbetering landschap is dan 1% van de uitgifteprijs. In dit geval bedraagt de uitgifteprijs, gelet op de doelgroep van het project, € 344.756,en bedraagt de kwaliteitsverbetering dus € 3.448. Dit bedrag wordt in het groenfonds gestort en gelabeld voor projecten die, conform de werkafspraken, een kwaliteitsverbetering van het landschap bewerkstelligen.

3.3

Waterschap de Dommel

Waterschapsbeleid De Dommel Waterschap De Dommel is waterbeheerder in het projectgebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het projectgebied. Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten en wordt hierna beschreven: • Waterbeheerprogramma 2022-2027; • Handreiking Watertoets.

20

Waterbeheerprogramma 2022-2027 “Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving”. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. • Wat schoon is moet schoon blijven. Handreiking watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium.

Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De initiatiefnemer verwoordt in een waterparagraaf zijn afweging van de waterhuishoudkundige aspecten. Het waterschap geeft hierover een wateradvies. De Handreiking watertoets die door het waterschap De Dommel is opgesteld is een middel om te komen tot een evenwichtige watertoets. Keur In de Keur staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de Keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft.

Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. De waterschapsregels richten zich op het voorkomen van versnelde afvoer van regenwater naar het oppervlaktewatersysteem als gevolg van een toename van verhard oppervlak. Het kan dan gaan om nieuwe bebouwing, maar ook om nieuwe wegen, parkeerterreinen of andere verhardingen: 21

• •

3.4 3.4.1

Bij een verhardingstoename tussen 500 m2 en 10.000 m2 gelden algemene regels voor het realiseren van regenwaterberging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen met een verhardingstoename van meer dan 10.000 m2 geldt een watervergunningplicht. Daarbij is een waterhuishoudkundig plan nodig, waarin de initiatiefnemer uitwerkt hoe hij omgaat met regenwater en welk effect de ontwikkeling heeft op het watersysteem.

Gemeente Omgevingsvisie Tilburg 2040

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: • de Brabantstrategie • de Regiostrategie • de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: • Binnenstad van de 21e eeuw • Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing • Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven • Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: • Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven • Stadsregionaal park Stadsbos013 • Stadsregionaal park Noord

22

De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: • Bedrijvenpark Zuid • Zorgcluster Leijpark • Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: • Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. • Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.

Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: • Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten • Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig • Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk • Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. • Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners • Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal • Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar • Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen • Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers • Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Concreet past dit project onder andere in de volgende uitgangspunten.

De visie stelt dat people, planet en profit in balans zijn. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Er is oog voor kwetsbare burgers in de stad; zij worden gestimuleerd en waar nodig geholpen om deel te nemen in de maatschappij en zich te ontplooien binnen hun mogelijkheden. In de stadsstrategie wordt het volgende gesteld: De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners Woonmilieus beter laten aansluiten bij de behoeften van de bewoners is ons streven. We spreken initiatiefnemers erop aan dat ze rekening houden met verschillende leefstijlen, differentiatie in woonmilieus en het creëren van homogene buurten in heterogene wijken. Ook streeft de gemeente naar voldoende betaalbare woningen voor de diverse inkomens en doelgroepen.

23

3.4.2

Bestuursakkoord ‘Meer voor elkaar’

Het Akkoord ‘Meer voor elkaar betreft het bestuursakkoord voor de raadsperiode 2022 tot 2026. In dit akkoord staan doelen, koers en aanpak beschreven met betrekking op gezondheid, jeugd, kansengelijkheid, energietransitie, verduurzaming van de bestaande woon- en werkomgeving, groen in de stad, mobiliteit, openbare ruimte, nieuwe woningen, werkgelegenheid, kunst, cultuur, evenementen en sport. Dit plan draagt concreet bij aan het bouwen en realiseren van betaalbare passende woningen. Verder draagt dit project bij aan het vergrote van inclusie: ‘iedereen is welkom in de gemeente Tilburg om te wonen, te werken, te leren en te leven. We streven naar een inclusieve stad, waarin iedereen meedoet en iedereen de vrijheid heeft om zelf vorm te geven aan de toekomst. We staan voor gelijke kansen, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Tilburg moet van en voor iedereen zijn’. 3.4.3

Gebiedsgericht beleid

Dit plan is gelegen in het gebied van het masterplan van Waterlandschap Pauwels en binnen het gebiedsperspectief voor Tilburg-Noord. Op beide plannen wordt ingegaan in paragraaf 5.1.1. 3.4.4

Woonbeleid en volkshuisvesting

Woonvisie en Woonagenda 2020-2025 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Centraal in de Woonagenda staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus. De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners. Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen. In de Woonagenda 2020-2025 hebben we vastgelegd hoe we zorgen voor een passende woning voor elke Tilburger. De Woonagenda vormt de basis voor afspraken met onze partners, zoals de woningcorporaties en geeft richting aan de ontwikkelingen in onze stad. Met het addendum 2023 geven we invulling gegeven aan de beleidswijziging op betaalbaar wonen in de Woonagenda 2020-2025. Daarbij hebben we voor het bepalen van de woningbehoefte het regionale Woningmarktonderzoek Hart van Brabant 2022 als uitgangspunt genomen.

De planvoorraad houden we op peil door bij nieuwbouw op het niveau van de gemeente in te zetten op een percentage van 35% sociale huur, (lage) middenhuur en onzelfstandige wooneenheden (studenten en doelgroep `Een thuis voor iedereen’), te realiseren door woningcorporaties. Daarnaast blijven we inzetten op 10% particuliere middenhuur (conform de Verordening Middenhuur). Voor de gemeente als geheel houden we aan de bovengenoemde percentages vast, maar per gebied kan dit verschillen. De locatie maakt deel uit van het gebied Tilburg-Noord, waarvoor recent een gebiedsperspectief hebben vastgesteld. Onderdeel van dit perspectief is dat we per wijk en buurt hebben opgenomen wat het gewenste aandeel sociale woningen is in het gebied om te komen tot een beter spreiding van de sociale voorraad over het gebied. Voor de buurt Landschapspark Noord hebben we in het gebiedsperspectief het aandeel corporatiewoningen in het gebied te verhogen en daarvoor bij toevoegingen aan de woningvoorraad uit te gaan van 35-40% sociale huur. De voorgestelde ontwikkeling voor het project Prikkelarm Wonen draagt is substantieel aan bij. Verder is het volgende van belang. De wijk Noord heeft een lage dichtheid en een redelijk eentonige woningvoorraad. De locatie ligt in het uiterste noorden van de wijk, grenzend aan groen. Dit maakt de locaties bij uitstek geschikt voor prikkelarm wonen.

Met het aanbieden van deze prikkelarm woningen bieden we een woonvorm waaraan behoefte is in de stad en waardoor de doelgroep zelfstandig kan wonen en iet onnodig in een instelling verblijft. 24

Woonzorgvisie In september 2024 heeft de gemeenteraad de Regionale Woonzorgvisie met lokale paragraaf vastgesteld. In deze visie is het uitgangspunt dat we streven naar een evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen, woonvormen en (zorg)voorzieningen over de verschillende gebieden in de gemeente. Dit betekent niet automatisch een gelijke verdeling over de gebieden op grond van woningvoorraad of bevolkingssamenstelling. De evenwichtige verdeling kan afhankelijk zijn van de doelgroep en/of de kenmerken van een gebied. We vinden het belangrijk dat in al onze wijken, buurten en dorpen voldoende en passende (maatschappelijke) voorzieningen beschikbaar zijn. De realisatie van het project Prikkelarm Wonen op deze locatie draagt bij aan deze ambitie. Wonen en duurzame verstedelijking De gemeente Tilburg maakt samen met tien andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2040 is er behoefte aan 25.000 extra woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De sterkste groei vindt plaats in de jaren tot 2030.

In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen 2021 is aangegeven dat de Tilburgse netto bouwopgave tot 2030 gemiddeld ten minste 1.500 woningen per jaar bedraagt. De Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Het plan voor de bouw van 18 beneden/bovenwoningen en 12 grondgebonden woningen, alle sociale huur, past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Ruimtelijk past dit plan binnen de in de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer. 3.4.5

Welstandsbeleid

Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´. Naast het omgevingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereedgekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit.

Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. 3.4.6

Programma Water en Riolering 2024-2027

Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil 25

bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hieraan bijdragen. Als gevolg van het veranderende klimaat is de bestaande situatie vaak niet bestand tegen hevige buien en langdurige droogte. Om wateroverlast (hinder of ernstige hinder) te beperken en de kans op waterschade te minimaliseren, zijn maatregelen nodig. Daarom geldt voor werkzaamheden in de bestaande omgeving een regenwateropgave. Voor uitbreidingen is de opgave om de nieuwe omgeving klimaatadaptief in te richten, met voldoende ruimte voor waterberging.

26

4 Toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu 4.1 4.1.1

Aspecten fysieke leefomgeving Motivering van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving

Ligging Landschappelijk gezien ligt het project Prikkelarm Wonen in de stadsrand van Tilburg-Noord, waar ook Landschapspark Pauwels begint. Dit is een uitgestrekt gebied ten zuiden van de Loonse en Drunense Duinen en Kaatsheuvel tot de noordgrens van de stad Tilburg. Op kleinere schaal ligt het project Prikkelarm Wonen tussen de wijk Stokhasselt en diverse bosschages langs de Burgemeester Bechtweg. Context en beleid De ontwikkeling van het project Prikkelarm Wonen maakt onderdeel uit van een integrale opgave om van de Stokhasseltlaan een ontspannen en groene stadsentree te maken. Een volwaardige stadsentree van de nu nog wat rommelige restanten van agrarische bebouwing die ver terug liggen van de weg. Het is stedenbouwkundig gewenst om enerzijds met bebouwing deze stadsentree beter te begeleiden en tegelijkertijd het groene karakter te behouden. Een heldere rooilijn, zicht op de flat aan de rand van Tilburg-Noord en tussen de bebouwing door de relatie met het achterliggende landschap spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast zal de inpassing en het beleefbaar maken van waterbergingen en toevoegen van natuur, en het herinrichten van de Stokhasseltlaan met laanbeplanting en losliggende fietspaden tevens onderdelen zijn van deze opgave. Voor de herinrichting van de Stokhasseltlaan is al een ruimtereservering gemaakt binnen het ontwerp voor het project Prikkelarm Wonen.

Landschapspark Pauwels: Vanuit het Masterplan van Waterlandschap Pauwels en latere uitwerkingen in de vorm van ‘Waterlandschap Pauwels’ is het de bedoeling om het landschap ten noorden van de stadsrand in te richten met een reeks van kleinere en grotere waterparken die samen één systeem vormen. Dit waterpark bestaat uit waterlopen en bergingen. Er komen meer fiets- en wandelpaden en er is ruimte voor natuur in de vorm van ecologische oevers, poelen en houtwallen. Dragers in het landschap zijn de historische (bebouwings)linten die door het landschap en Tilburg-Noord lopen. Dit zijn structuren met afwisselend bebouwing en doorzicht- en toegang naar achtergelegen landbouwpercelen. Extra woningen zijn incidenteel mogelijk binnen het landschapspark in een erfopzet. De ontwikkeling van het project Prikkelarm Wonen gaat in deze opzet mee. Wonen aan de rand van de stad in een rustige groene omgeving, maar voorzieningen dichtbij en goed ontsloten.

27

Waterlandschap Pauwels, 2021 (raad). Masterplan Pauwels 2019 door Strootman Landschapsarchitecten Het waterlandschap in Noord wordt geconcretiseerd uitgewerkt in een aparte gebiedsvisie. De volgende CONCEPT tekening geeft de invulling van de waterbergingen aan de noordelijke stadsentree aan weerszijde van de Stokhasseltlaan, ten noorden van de locatie van het project Prikkelarm Wonen weer:

Gebiedsperspectief Tilburg-Noord: Het gebiedsperspectief Tilburg-Noord is na een participatietraject vastgesteld op 16 december 2024. De locatie voor het project Prikkelarm Wonen is in dit gebied gelegen.

28

Voor de groene landelijke rand tussen het stedelijk gebied en de noordelijke randweg Burgemeester Bechtweg, gelden de volgende uitgangspunten: Het landschapspark wordt de voortuin van Noord. Versterking van de landschappelijke en natuurlijke waarden conform de plannen voor Pauwels vormen de basis. (bosaanleg, waterretentie, cultuurhistorie, stad-landverbindingen en toekomstige landbouw). Binnen deze waarden is ruimte om het gebied kwalitatief beter te benutten. Het landschapspark krijgt een waarde en positie die vergelijkbaar is met Moerenburg en de Oude Warande. Hooggewaardeerde landschapsparken als uitloopgebied voor de stad. Het landschapspark wordt ook qua gebruik en bebouwing een toonbeeld voor circulair ontwikkelen en bouwen. Bebouwing is geen doel, maar een middel. Alle bebouwing wordt bij voorkeur houtbouw, waardoor een duurzaam en samenhangend landschappelijk beeld ontstaat. Om de doelstellingen te bereiken zijn er principes geformuleerd die zijn gebaseerd op de kenmerken van het agrarisch cultuurlandschap. Dit landschap wordt gekenmerkt door een kleinschalige verkaveling met houtwallen en boerenerven langs linten, open kransakkers en dicht beboste percelen. Gegraven waterlopen dooraderen het landschap.

Principes: Ruimte voor experimenten op het snijvlak van maatschappelijk programma, landbouw en natuurontwikkeling De stadsrand – nu nog liggend onder de hoogspanningskabels die vanaf 2026 zullen verdwijnen, wordt ontwikkeld tot aantrekkelijke openbare zone met ruimte voor sport, spelen en ontmoeten voor de aanliggende buurten Het westelijk deel krijgt een opwaardering door het reeds in planvorming zijnde waterpark Het speelbos wordt aantrekkelijker Een volwaardige groenblauwe stadsentree door herprofilering van de Stokhasseltlaan en het plaatselijk toevoegen van nieuwe bebouwing kan dit gebied aantrekkelijker maken Wonen is slechts op enkele plekken gewenst. De parkfunctie staat voorop. Wonen heeft een collectief karakter in een kleinschalige vorm die past bij, en interactie aangaat met het landschapspark. Op strategische locaties ontstaat ruimte voor nieuwe erven of kleinschalig landschappelijk wonen. Er is ruimte voor specifieke collectieve woonvormen zoals het project Prikkelarm Wonen. 29

-

Nieuwe (woon)bebouwing richt zich hoofdzakelijk op de transformatie van bestaande erven. Deze bebouwing wordt met name ingezet om de leegstaande en ongewenste bebouwing te vervangen. Het gebied biedt ruimte aan (burger) initiatieven op nieuwe vormen van (stads) landbouw passend binnen de landschapsstructuur, mits ze een binding hebben met Noord. Transformeer linten tot aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers. Een fijnmaziger padennetwerk biedt meer variatie in routes. Het noordelijk deel van de Stokhasseltlaan krijgt een laanprofiel met meer ruimte voor groen, fietsers en voetgangers Grootschalige verkeersaantrekkende functies passen niet in het landschapspark

Groen en natuur Het versterken van het agrarisch cultuurlandschap : herstellen van singels langs wegen, het aanplanten van houtwallen en bosgebieden op percelen. Klimaat Bodem en water zijn sturend bij de indeling van het landschapspark. De focus ligt op het herstellen van de oude waterlopen en het creëren van waterbergingsgebieden. De waterlopen worden opnieuw een integraal onderdeel van het landschappelijk raamwerk. Onderstaande tekening laat de integrale visie voor Tilburg-Noord zien.

30

Op bovenstaande tekening is een uitsnede weergegeven van het integrale gebiedsperspectief. De groen omlijnde erven/percelen zijn in de legenda weergegeven als ‘mogelijk toe te voegen programma in erfopzet'. Op de tekening met alleen de stedenbouwkundige structuur zijn deze erven duidelijker zichtbaar:

Dus, samenvattend: Het beleid in dit deel van het buitengebied is gericht op het transformeren naar een landschapspark, met waterloop en klimaatbos. Een landschapspark met groen en water versterkt met bijzonder programma en incidentele erfbebouwing. We gaan in dit gebied zeer terughoudend om met nieuwe woningen. Op slechts enkele, bestaande, locaties past woningbouw. Het project Prikkelarm Wonen past daarin als collectieve woonvorm aan de stadsentree aan de Stokhasseltlaan. Nieuwbouw op locaties waar nu nog geen erf aanwezig 31

is, is in principe niet passend in het gebiedsperspectief. Het plan draagt bij aan het maken van een aantrekkelijk landschapspark met ruimte voor bijzonder programma dat het landschapspark versterkt en geen autoaantrekkende werking heeft en bijzondere woonvormen, in een compacte erfachtige opzet. De opzet van het plan en van de Stokhasseltlaan blijft ‘landelijk'. De echte stadsrand wordt immers al heel krachtig en met hoogbouw gemarkeerd. Stedenbouwkundige opzet van het plan:

Stedenbouwkundig ontwerp project Prikkelarm Wonen, bvab architecten. De stedenbouwkundige opzet van het project Prikkelarm Wonen refereert aan de opzet van agrarische bebouwing rondom een erf. De bebouwing bestaat uit drie langgerekte woonblokken met asymmetrische kappen. Het erf wordt afgeschermd door een langgerekte fietsenberging, waarbij het volume met een pergola verder is doorgezet, zodat ook dit gebouw meedoet in dezelfde vormtaal van een agrarisch erf. De opzet van de blokken en interne verkaveling honoreert tevens de doelgroep en is gericht op het minimaliseren van prikkels. Openingen tussen de blokken zijn strategisch gekozen, zodat doorzichten naar het achterliggende landschap vanaf de Stokhasseltlaan beleefbaar blijven. Op deze wijze past het ontwerp bij het vormgeven van de stadsentree en binnen de visie van het Landschapspark Pauwels, waarin het incidenteel verdichten via een erfopzet is gewaarborgd. Door voor de doelgroep ‘’prikkelarm te bouwen’’ wordt tevens gevolg gegeven aan de ambities uit het gebiedsperspectief Noord om voor bijzondere doelgroepen op deze plek te bouwen.

32

Ruimtelijk concept, IDverde Uitbreiding bebouwd gebied Dit project kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Daarom wordt het plan ook als zodanig onderbouwd op basis van de Omgevingsverordening en is ook kwaliteitsverbetering van het landschap nodig. Dit project leidt er echter wel toe dat de aard van het gebied wijzigt. Er zijn twee redenen waarom we onze visie op dit gebied moeten actualiseren; de eerste reden is dat de positie van het gebied in het stedelijk weefsel is veranderd en de tweede is de functionele verandering van het gebied. De stad is voortdurend in ontwikkeling. Belangrijkste veranderingen in dit deel van de stad met effect op dit gebied zijn: de infrastructurele ingrepen in de directe omgeving, denk daarbij aan de tangenten en hoogspanningsnetwerk met schakelstations en (ondergrondse) leidingen; de gebiedsvisie voor Tilburg-Noord; het verdichten van de stad, het versterken van de sociale structuur van de wijk en het toevoegen van veel programma; Landschapspark Pauwels: een stadsregionaal park met groene en recreatieve ontwikkelingen en een overgangsgebied van stad naar platteland. Door al deze veranderingen verandert ook de positie van deze entree van de stad. Was het in het verleden een secundaire ontsluiting van Tilburg-Noord met nog een aantal landelijke en perifere functies, nu wint het gebied steeds meer aan belang.

En vraagt daarmee om ook een andere stedenbouwkundige en planologische benadering. Ook verandert de ruimtelijke verschijningsvorm van deze stadentree met de komst met de ombouw van de N261 en het tangentenstelsel en het masterplan voor Landschapspark Pauwels met daarin opgaves voor betere overgangen tussen stad/land en waterparken. Wat voorheen een soort geleidelijke overgang was van stad naar land is nu door de nieuwe positionering en het verdwijnen van een aantal functies een veel stedelijker gebied geworden, wat toe is aan een veel duidelijkere en gestuurde transformatie. Om te voorkomen dat het in de onduidelijke positie als half buitengebied blijft hangen, terwijl het dat feitelijk niet meer is, is het wenslijk om de positie opnieuw te bezien. Er is veel veranderd en er gaat veel veranderen in dit gebied: - De flats aan de Kapelmeesterstraat worden op termijn getransformeerd, de relatie tussen de gebouwen en de openbare ruimte wordt verbeterd en het gebied ten noorden daarvan veel meer ingericht als park; daardoor kent het een intensiever gebruik. Dit geldt ook voor het wat van haar omgeving los geknipt bosgebiedje. 33

-

Ten noordwesten van Groenrijk komt een belangrijk onderdeel van het waterpark om het stedelijk water van Tilburg op te vangen en te zuiveren en zo verder te geleiden naar de Leij. Groenrijk breidt uit, op veel plekken in Nederland liggen dit soort functies wat perifeer aan de rand van de stad. Door het sluiten van de Groenrijk in Waalwijk vervult deze vestiging voor een deel een regionale functie De bedrijfsfuncties aan de noordzijde en zuidzijde van de Stokhasseltlaan kunnen gehandhaafd blijven maar zijn niet dragend/beeld bepalend voor dit gebied. De manege is gesloten en vraagt om een herontwikkeling om uiteindelijk verloedering te voorkomen Het schakelstation aan de Kalverstraat wordt omgebouwd en uitgebreid en er gaan veel ingrepen plaatsvinden i.r.t. de uitbreiding van het schakelstation bij ‘t Spinder en het onder de grond brengen van het 150 kV tracé.

Gezien de opgave van de stad als het gaat om woningbouw en de bijbehorende voorzieningen is het logisch dit gebied te intensiveren en de ruimte beter te benutten. Dit kan met het behoud van zijn groene karakter door enerzijds te investeren in de stedelijke ontwikkeling anderzijds veel nadrukkelijker te investeren in de groen blauwe ontwikkeling. Met betrekking tot de inrichting van het gebied op een wat lager abstractieniveau, merken wij nog het volgende op. Op bouwvlakniveau geeft de kaart van het gebiedsperspectief van Tilburg-Noord inzicht in de stedenbouwkundige mogelijkheden van het gebied. Wij kiezen er aan de oostzijde van de Stokhasseltlaan voor om grotere bouwmassa’s (blokken woningen bijvoorbeeld) aan de noord- en zuidzijde ervan, af te wisselen met de kleinere bouwmassa’s van bestaande woningen. Hierdoor ontstaat een geleding en afwisseling in korrelgrootte, maar is er toch sprake van de gewenste, niet te grootstedelijke entree van Tilburg. Die afwisseling willen we ook aan de westzijde. Er is aan de westzijde sprake van een grootschalige bouwmassa bij Groenrijk. Andere grootschalige nieuwe erven aan de oostzijde van de Stokhasseltlaan zijn hier, om de gewenste afwisseling te behouden, niet gewenst. Ook een verdere verdichting met nieuwe functies, als die al milieutechnisch toegelaten zouden zijn, willen we hier niet.

Op basis van het bovenstaande, vinden wij een gebiedsaanduiding in de Omgevingsverordening als ‘bebouwd gebied’ in plaats van als ‘landelijk gebied’ hier meer op zijn plaats. Wij zullen de provincie dan ook vragen om de Stokhasseltlaan en de aangrenzende bebouwing aan de Kalverstraat als bebouwd gebied op te nemen. 4.1.2

Stedenbouwkundige inpassing van bouwwerken

Inpassing in de omgeving Het cluster van de prikkelarme woningen draagt bij aan het meer stedelijk vormgeven van de stadsentree doordat het de Stokhasseltlaan met een stedenbouwkundige wand begeleidt en toch ook ruimte laat voor de relaties met het landschap. Daarnaast voegt het zich naar de bestaande rooilijn van de bebouwing in de directe omgeving, aan deze zijde van de Stokhasseltlaan. En door de clustering van bebouwing verwijst het naar de opbouw van de bestaande percelen. De buitenruimtes zijn integraal mee-ontworpen met de bebouwing en worden afgezoomd met brede groene randen, ingezaaid met kruidenrijk gras. Hierdoor staat bebouwing met de voet aan het erf of in het groen. Erfgrenzen zijn groen afgezoomd en vormen een gebiedseigen overgang naar het landschap. Verharding is geminimaliseerd. Bijvoorbeeld door de inrit als karrespoor vorm te geven en de parkeerplaatsen in grasbetontegels in te passen. De waterberging neemt een centrale plek in op het erf. Terreinafscheidingen aan de Stokhasseltlaan bestaan uit een 1 meter hoge haag en hekwerk. Aan de zuidzijde, ligt een geluidswal met een houtwal, die de woningen afschermt van het geluid van het naastgelegen autobedrijf. Deze houtwal wordt doorgetrokken naar de oostzijde.

In combinatie met een tweede waterberging zorgt deze voor een natuurlijk maar ontoegankelijke afscheiding tussen het erf en omliggend landschap wat beoogd is voor waterberging en natuurontwikkeling. Dit achterliggende landschap dient tevens als foerageergebied voor de das, waardoor een natuurlijke afscheiding wenselijk is. Ten behoeve van de nieuwe op te richten bebouwing en een goede landschappelijke inpassing wordt ten slot aan de noordzijde een verouderde schuur gesloopt.

34

In de als bijlage bij dit plan bijgesloten landschappelijk inpassingsplan wordt meer concreet ingegaan op de landschappelijke inpassing.

Uitzicht en privacy De opzet van de geclusterde woonvorm is gegroepeerd rond een erf. De woningen kijken vanuit de toegangspaden en zichtlijnen uit over het landschap. Vanwege een afzoming van het perceel met erfbeplanting van hagen en bomen en waterpartijen is anderzijds de privacy gewaarborgd van de nieuwe woningen en de naastgelegen kavel. Vanaf de Stokhasseltlaan heeft het erf een herkenbare opzet en een duidelijk adres, maar er is ook een besloten binnentuin centraal op het erf. Licht en schaduw Alle woningen hebben zo al naar gelang de zonnestand in eigen voor- of achtertuin en ook in de binnentuin een plek om in de zon te zitten. Door de beplanting is er ook beschutting en schaduw. De verharding op het terrein is minimaal, er is maximaal ingezet op klimaatadaptatie, vergroening en waterberging. De erfafscheidingen zijn groen en mee vormgegeven in het terreinontwerp. Handreiking hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw.

Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is.

35

De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Deze ontwikkeling maakt geen bouwhoogte hoger dan 15 meter mogelijk. De Handreiking Hoogbouw is dan ook niet van toepassing op dit plan. 4.1.3

Verkeer en parkeren

Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zetten we in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. Onze gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In onze nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben onze inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met onze aanpak willen we meer dan alleen verkeersstromen in goede banen leiden. We willen de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

4-sporen beleid parkeren 2021 Op 18 november 2021 heeft de raad met betrekking tot parkeren in de binnenstad het 4-Sporenbeleid Parkeren en Deelmobiliteit vastgesteld. Dit houdt onder andere in dat bij een nieuwe ontwikkeling de ontwikkelaar in de basis nog steeds geacht wordt het parkeren op de eigen ontwikkelplot op te lossen, maar dat er meer handvatten komen waarmee de gemeente een helpende hand kan bieden. De vier sporen zijn: 1. Het beter benutten van restcapaciteit in openbare parkeergarages Hiervoor zijn nieuwe abonnementsvormen ingevoerd waarbij de garages op rustige momenten beter worden gebruikt en op drukke momenten voornamelijk ruimte bieden voor bezoekersparkeren. Voor bezoekers van bewoners wordt een bezoekersregeling in de garages ontwikkeld. 2.

Met een hoogwaardig en betaalbaar aanbod deelmobiliteit een goed alternatief bieden voor de eigen auto Met behulp van een vergunningenstelsel voor deelscooters en deelfietsen wordt actief gestuurd op een hoogwaardig aanbod. Ook voor deelauto’s is een dergelijk vergunningenstelsel volgens planning eind 2023 beschikbaar. In de nota parkeernormen zijn de voorwaarden voor deelmobiliteit opgenomen. 3. Gebiedsgericht aan de rand van de binnenstad openbare parkeercapaciteit toevoegen Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat er aan de oostkant van het centrum een aantal van 500 á 600 extra parkeerplaatsen in openbare gebouwde voorziening wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt aan de westzijde van de binnenstad een tijdelijke garage van ca. 350 parkeerplaatsen gerealiseerd. 4. Transferia bij de toegangspoorten van de stad Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat een tweetal transferia, bij de Kempenbaan en in Noord, worden uitgewerkt. Deze worden voorzien van hoogwaardig natransport, waaronder snelle en frequente buslijnen. Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020 Het Tilburgs beleid voor de fiets is vastgelegd in “Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020”, welke door het college is vastgesteld op 8 december 2020.

36

De fietsagenda is één van de vijf uitwerkingen van de Mobiliteitsaanpak Tilburg 2040 (MAT2040) en de MobiliteitsAgenda 013. Hierin is de doelstelling opgenomen dat tweederde van de verplaatsingen binnen de stad in 2040 op actieve wijze plaatsvindt (lopen en fietsen) en een groei van 20% van het aantal gereden fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Fietsen is inclusief, draagt bij aan een duurzame stad en is cruciaal in gezondheidspreventie. Daarom kiest de gemeente Tilburg voor de fiets en doet dit consequent. Hierbij wordt ingezet op drie pijlers: fietsinfrastructuur, fietsparkeren en fietsstimulering. De fietsagenda verbindt het Tilburgs fietsbeleid met het Regionaal Fietsbeleidsplan 2016-2020 (regio Hart van Brabant), met de Samenwerkingsagenda BrabantStad Fiets 2019-2022 (de vijf Brabantse steden, de provincie Noord-Brabant en BUas) en met het landelijke Tour de Force 2e etappe Schaalsprong Fiets (samenwerking tussen het Ministerie van I&W, IPO, VNG/F10, vervoerregio’s en diverse organisaties waaronder de ANWB en de RAI Vereniging). Agenda voor het stedelijk openbaar vervoer in Tilburg De Tilburgse OV-agenda vormt een uitwerking van actuele kaders, waaronder de Mobiliteitsaanpak Tilburg (2016), Verstedelijkingsstrategie (2022), Parkeerstrategie (2022) en de Netwerkanalyse (2020).

In het bestuursakkoord ‘Meer voor Elkaar’ (2022) is opgenomen dat voor het realiseren van de woningbouwopgave en voor een prettig en gezond verblijfsklimaat een mobiliteitstransitie noodzakelijk is met inzet op hoogwaardig openbaar vervoer voor de lange termijn. Om Tilburg leefbaar en bereikbaar te houden, dient het aantal reizigers in 2040 met een factor 3-4 te zijn gegroeid ten opzichte van 2019. Om dat te bereiken, zet Tilburg op hoofdcorridors in op Bus Rapid Transit (BRT). Hier reizen inwoners en bezoekers snel en comfortabel over busbanen naar hun bestemming. Aanvullend op BRT worden sterke ontsluitende stads- en streeklijnen gehandhaafd. Een hoogfrequente stadslijn door de oude stad van noord naar zuid verbindt de Parkring, het Museumkwartier, Wagnerplein en mogelijk het ziekenhuis en te ontwikkelen transferia in Noord en Zuid. Tenslotte gaan reizigers voor de kleine vervoersbehoeften gebruik maken van flexibele, ondersteunende, toegankelijke diensten. Netwerkanalyse, de auto-agenda Tilburg De Omgevingsvisie uit 2015, de Mobiliteitsaanpak uit 2016 en TilburgNext uit 2017, sturen in combinatie met een mobiliteitstransitie en een toename van een fors aantal inwoners aan op stedelijke ontwikkeling die bijdraagt aan een vitale, economische sterke, inclusieve en mooie stad om in te wonen en werken.

Dit geldt ook voor de binnenstad, dat als nieuw centrum toe moet naar meer bezoekers, meer inwoners en meer verblijfskwaliteit. Dit vergt echter ruimte en die is slechts beperkt beschikbaar. Ten behoeve hiervan is de netwerkanlyse uitgevoerd en vastgesteld door de raad op 1 februari 2021. In de netwerkanalyse is een betere benutting van de buitenring van de stad, voor vracht en doorgaand verkeer, door een optimalisering van deze routes, opgenomen. Daarnaast is vastgesteld dat de gehele cityring in een kwalitatieve en leefbare openbare ruimte geïntegreerd moet worden, met gegarandeerde bereikbaarheid van de binnenstad voor bewoners, bezoekers en bevoorrading. Hiervoor is op 4 oktober 2021 door de raad een aantal concrete, aanvullende, maatregelen vastgesteld die de hoeveelheid verkeer op de cityring in voldoende mate terugbrengt. Met deze aanpassingen wordt ook de naam “cityring” vervangen door een naam die de lading beter dekt en verwijst naar de parkeerroute en het gewenste groene karakter van de ring. De huidige werknaam hiervoor is “Parkring”. Tilburg loopt!, de loopagenda Tilburg 2020 – 2023 Lopen draagt bij aan de doelen in het bestuursakkoord. Lopen maakt, zoals wetenschappelijk is bewezen, gezond en gelukkig. Lopen is inclusief, duurzaam en draagt bij aan de vitaliteit van onze inwoners. Met dit doel is op 12 mei 2020 de loopagenda vastgesteld.

Deze agenda geeft invulling aan het handvest voor lopen, het partnerschap van het platform ruimte voor lopen, de mobiliteitsaanpak 2040 en de mobiliteitsagenda 013. Bij de mobiliteitsaanpak 2040 horen uitvoeringsagenda's. In de loopagenda is het uitvoeringsprogramma voor de voetganger opgenomen. De uitgangspunten die zijn vastgesteld gaan uit van volledige toegankelijkheid voor iedereen. Lopen maakt deel uit van elke verplaatsing ook die waarbij andere vervoerswijzen betrokken zijn. Het kan ook alleen een ommetje zijn. Er moet voor voetgangers een basiskwaliteit zijn, maar op plaatsen waar veel voetgangers komen moet dat een extra kwaliteitsimpuls krijgen.

37

Nota 'Parkeernormen Tilburg 2023', parkeernormen voor de auto en voor de fiets In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023' zijn de geactualiseerde parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Deze zijn voor zowel autoparkeren als fiets- en scooterparkeren opgenomen. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een te realiseren aantal parkeerplaatsen. Voor de auto betreft dit een minimum en meteen ook maximum norm. Voor fietsparkeren betreft dit een minimumnorm. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, te worden gerealiseerd. Een ontwikkeling kan uit verschillende functies bestaan. De parkeereis wordt per functie bepaald. De Tilburgse parkeernorm is gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW. Dit zijn normen van de belangrijkste functies die in de gemeente voorkomen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. De mogelijkheid van inzet van deelmobiliteit is uitgebreid en er zijn rekenregels voor opgenomen. Tenslotte is de richtlijn laadpunten opgenomen. Beschrijving verkeerssituatie en toets aan de nota parkeernormen Parkeren Er worden 16 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Iedere woning krijgt een berging waarin 3 fietsen per woning kunnen worden gestald. In de openbare ruimte worden 10 stallingsplaatsen voor fietsen gerealiseerd. Aan de Stokhasseltlaan 38 in Tilburg ontwikkelen we een woonvoorziening voor kwetsbare burgers met een woon- en ondersteuningsbehoefte in een prikkelarme omgeving. Het plan bestaat uit 30 prikkelarme woningen van circa 65 m² groot, waarvan er één (voorlopig) in gebruik wordt genomen als collectieve, algemene ruimte. Omdat de bewoners in principe zelfredzaam zijn, krijgen de woningen de bestemming ‘wonen’ (en niet ‘beschermde woonvorm/verpleeg/verzorgingstehuis’). Voor de 12 grondgebonden woningen en de 18 portiekwoningen (waarvan 1 collectief gebruikt wordt), allemaal sociale huur, zouden volgens de parkeernorm voor ‘gewone’ woningen in zone C (waarin het project gelegen is) (12 x 0,7 plus 18 x 0,6 maakt 19,2, dus) 20 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. In de bij dit besluit behorende notitie ‘Prikkelarm wonen Parkeerbehoefte’ is gemotiveerd dat de te verwachten parkeerbehoefte voor dit project beperkt blijft tot circa 14 parkeerplaatsen, en dat te verwachten is dat dit ruim voldoende zal zijn. Vasthouden aan de reguliere parkeernorm (20 parkeerplaatsen) betekent veel extra verharding en extra kosten en is stedenbouwkundig en landschappelijk ongewenst.

38

Parkeerplaatsen en inrit vanaf de Stokhasseltlaan

Verkeer

Gemeente Tilburg heeft haar mobiliteitsbeleid beschreven in de 'Mobiliteitsaanpak 2040'. Voor de functies van het wegennet verwijst gemeente Tilburg naar het TVVP2003. Hierin is een categorisering van het wegennet opgenomen. De ontsluitende weg van dit plan is de Stokhasseltlaan, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/h. De theoretische maximum intensiteit voor dit type weg is 15.000 à 20.000 voertuigen per etmaal. Een vuistregel is dat in het drukste uur 10% van de etmaalintensiteit rijdt. Dat betekent in het drukste uur een toename van 19 auto's. Deze aantallen gaan op in het reguliere verkeersbeeld. Vanuit de verkeersgeneratie worden daarom ook op de Stokhasseltlaan geen aandachtspunten verwacht. In de tabel staat de verkeersgeneratie die normaal gesproken wordt aangehouden bij de genoemde type woningen. Voor dit project zal deze zelfs aan de hoge kant zijn, gelet op de motivering die hierboven is opgenomen bij parkeren. Type woning

aantal

Verkeersgeneratie

Totaal

huurappartementen

18

6

108

Grondgebonden woningen

12

7

84

totaal

192

De toename met 192 verplaatsingen als gevolg van de ontwikkeling maakt dat toekomstige intensiteit mét ontwikkeling nog steeds onder de grenswaarde van 15.000 à 20.000 voertuigen per etmaal blijft. Het extra verkeer gaat op in het reguliere verkeersbeeld en vraagt niet om andere acties of maatregelen. Er is een geringe toename van het aan verkeersbewegingen op de Stokhasseltlaan ten gevolge van dit project. De Stokhasseltlaan kan deze extra verkeersbewegingen makkelijk verwerken.

39

4.1.4

Water & watersystemen

Bestaand watersysteem De belangrijkste kenmerken van het plangebied zijn weergegeven in tabel ‘gebiedskenmerken. Het her te ontwikkelen plangebied bestaat uit meerdere kadastrale percelen. In de huidige situatie is een transportbedrijf met bedrijfswoning aanwezig. Het zuidelijke deel is agrarisch in gebruik. Kenmerk

In plangebied

Waterbeheerders

Stedelijk watersysteem: Gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: Waterschap De Dommel Oppervlaktewater: Waterschap de Dommel Circa 8.000 m² Tussen NAP+11,7 m en NAP+12,7 m Circa. NAP+10,8 m

Bruto oppervlakte Terreinhoogte Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Bodem Riolering Afkoppelgebied Oppervlaktewater Beschermde gebieden

Tussen 0,9 m en 1,9 m Zand, zwak humeus, met in dikte variabele leemlenzen Drukriolering N.v.t. B-watergangen aan de westzijde van het plangebied (zie afbeelding) Grenzend aan en deels gelegen in invloedsgebied Natura 2000 (zie afbeelding)

Gebiedskenmerken

Projectgebied ten opzichte van oppervlaktewater

In de Stokhasseltlaan is drukriolering aanwezig. In de bestaande situatie wordt het regenwater dat op de percelen valt geïnfiltreerd in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. Regenwater mag niet op het drukriool worden aangesloten.

40

Locatie plangebied (rode ovaal) ten opzichte van de beschermingsgebieden waterschapsverordening

Beleidskader Het Provinciale “Regionale Water en Bodem Programma” (RWP) 2022 – 2027 heeft als doel een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Rode draad is het herstel van de systeemwerking. Het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Waterschap De Dommel heeft zijn actuele waterbeleid opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). In dit programma staat een watertransitie centraal die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. De transitie heeft drie leidende principes: 1) elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; 2) functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; 3) wat schoon is moet schoon blijven. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2024-2027. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het langetermijnbeleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.

Toekomstige situatie De bestaande bebouwing wordt gesloopt en in het plangebied worden 30 prikkelarme woningen voor 1 á 2 persoonshuishoudens ontwikkeld. Naast een aantal woonblokken vindt een landschappelijke inpassing plaats in de omgeving. Op basis van het ontwerp voor het plangebied is het verhard oppervlak van de nieuwe situatie bepaald op een totaal van 3.133 m². Hiervan is 1.398 m² verharding van de bouwblokken en 1.735 m² verharding in de openbare ruimte van de ontwikkeling.

41

Duurzaam watersysteem De eigenaar van de grond bepaalt de hoogten van de terreinpeilen en de vloerpeilen binnen de perceelgrenzen. Deze peilen moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende factoren: - voldoende ontwateringdiepte; - de water- en vochtdichtheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende te zijn voor de nieuwe functie van de ruimte; - de vuil- en regenwaterafvoer moet mogelijk zijn via de aangeboden lozingspunten en dus op het juiste peil worden aangeboden; - aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de grens (T-hoogte); - geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen; - afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag. Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving. Daarbij speelt de trits vasthouden-bergen-afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden. Mogelijkheden hiervoor zijn: - Minder terrein verharden; - Hergebruik van regenwater voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wassen van voertuigen; - Infiltratie in bodem; - Groene daken; - Water opvangen in poel of vijver; - Waterdoorlatende verharding.

In het PWR is beleid vastgesteld waarmee van iedere ontwikkeling verlangd wordt dat ze hier invulling aan geeft door in een vastgestelde bergingsopgave voor het plangebied te voorzien. De bergingsopgave bedraagt 42

60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie. Hiermee draagt het plangebied bij aan het hydrologisch neutraal (her)ontwikkelen van Tilburg. Op basis van de verharde oppervlakte van de toekomstige situatie, 3.133 m², geldt voor het plangebied een bergingsopgave van 188 m³. De opgave dient bij verdere uitwerking mogelijk te worden bijgesteld op basis van de werkelijke afvoerende verharde oppervlakte. Invulling van de waterberging is voorzien in een tweetal centrale bovengrondse voorzieningen. De uitwerking van deze waterberging is opgenomen in de bijlage “watertoets Prikkelarm Wonen”. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem- en oppervlaktewater te voorkomen. Huishoudelijk afvalwater Uit onderzoek is gebleken dat het huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op de bestaande drukriolering in de Stokhasseltlaan. Nadere uitwerking van deze aansluiting moet in overleg met Gemeente Tilburg worden bepaald. Watertoets In het kader van vooroverleg is het document ‘watertoets Prikkelarm wonen’ voorgelegd aan waterschap de Dommel. Vanuit waterschap is onderstaande positieve wateradvies ontvangen. De ontwikkeling houdt goed rekening met de waterbelangen De ontwikkelaar zorgt voor de aanleg van meer dan voldoende regenwaterberging om versnelde afvoer van regenwater vanaf de nieuwe verhardingen en gebouwen te voorkomen.

Zo voldoet de ontwikkeling aan het gemeentelijk regenwaterbeleid en aan de Waterschapsverordening. Voor de nieuwe gebouwen en verhardingen wordt het plangebied iets opgehoogd, zodat er voldoende drooglegging is. De wadi’s komen (ruim) boven de gemiddeld hoogte grondwaterstand te liggen. Vanuit het waterschap zijn er geen andere waterbelangen in of vlakbij het plangebied (denk aan rioolwatertransportleidingen of hoofdwatergangen). 4.1.5

Natuur en ecologie

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de eerdere Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Planspecifiek Om te voorkomen dat de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden overtreden, is door Vebego groen een verkennend veldonderzoek uitgevoerd. De Omgevingsscan is uitgevoerd om vast te stellen of de ingreep een mogelijk negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en NNN), of beschermde planten- en diersoorten in het plangebied kunnen voorkomen, of de ingreep een mogelijk effect heeft op deze beschermde soorten, of het plangebied een belangrijke functie voor beschermde planten- en diersoorten kan vervullen (bijvoorbeeld als essentieel foerageergebied, vliegroute, nest- of verblijfplaats), en of op basis van deze bevindingen nader onderzoek nodig is. De rapportage van dit onderzoek d.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911156/2