Bijlage 2 Oer in Ontwikkeling Omgevingsvisie Tilburg 2050
Tekst van het document
Daarom is de autonome beoordeling vooralsnog neutraal: de koers is goed, maar vraagt stevige uitvoering en monitoring om het gewenste effect te halen.
1.7.3 Verkeersveiligheid Huidige situatie (+/-) Tilburg scoort gemiddeld ten opzichte van vergelijkbare B7-steden op het aantal verkeersongevallen met letsel en met dodelijke afloop. Tegelijk signaleert de gemeente duidelijke oorzaken achter de incidenten: asociaal rijgedrag, te hoge snelheden op wegen, een inrichting van de infrastructuur die kwetsbare en gemotoriseerde verkeersdeelnemers nog te vaak laat mengen, en onvoldoende educatie over verkeersveiligheid. Dat de auto nu nog de dominante vervoerskeuze is, vergroot het risico voor voetgangers en fietsers. Alles afwegend levert dit een neutrale beoordeling op: het veiligheidsniveau is niet slechter dan vergelijkbare steden, maar de onderliggende risico’s vragen gerichte aanpak. Autonome ontwikkelingen (+) Verkeersveiligheid staat expliciet op de Tilburgse beleidsagenda. De Verkeersveiligheidsagenda (maart 2023) zet in op een samenhangende aanpak: intensieve samenwerking met provincie en politie, risico- en datagestuurd werken, luisteren naar inwoners en belangenorganisaties, en maatregelen op vijf sporen (gedrag en educatie, handhaving, snelheidsverlaging met 30 km/u als norm binnen de bebouwde kom, en infrastructuur/voertuigen die kwetsbare verkeersdeelnemers beter beschermen).
Daarnaast draagt het bredere mobiliteitsbeleid bij aan veiligheid via de beoogde modal shift: minder autoverkeer en meer lopen/fietsen/OV verkleint de kans op ernstige ongevallen. Deze gerichte, programmatische inzet rechtvaardigt een positieve autonome beoordeling.
1.8 Gezondheid en omgevingsveiligheid 1.8.1 Gezondheid Huidige situatie (-) De gezondheidssituatie in Tilburg kent duidelijke aandachtspunten. Het aandeel inwoners dat aan de beweegrichtlijn voldoet ligt net onder het landelijk gemiddelde, terwijl overgewicht hoog is: ruim de helft van de inwoners heeft overgewicht en een significant deel ernstig overgewicht. Ondanks een relatief hoge score op beweegvriendelijkheid (voorzieningen, speelplekken) blijft de groenblauwe recreatie achter, wat de uitnodigende werking van de leefomgeving beperkt. Er zijn wijken met veel kwetsbare inwoners en ouderen, waar de loopafstand tot ‘triple A’voorzieningen (huisarts, apotheek, supermarkt) vaak te groot is. Daarnaast zijn in en rond het centrum verhoogde milieufactoren aanwezig (hittestress, luchtkwaliteit, geluid), wat vooral voor kwetsbare groepen risico’s geeft. Per saldo weegt dit zwaarder dan de positieve punten, waardoor de huidige beoordeling negatief uitvalt.
Onze referentie: - - Internal
9 van 13
Autonome ontwikkelingen (+) Tilburg zet gericht in op het verbeteren van fysieke en mentale gezondheid via beleid en ruimtelijke maatregelen. De gemeente stimuleert gezond gedrag en actieve mobiliteit (lopen, fietsen, OV) en werkt aan een gezondere inrichting van de openbare ruimte (beweeggroen, sport- en speelvoorzieningen, toegankelijkheid voor ouderen en mensen met een beperking). Robuuste groenstructuren, klimaatadaptieve nieuwbouw (klimaatscores) en een nul-emissiezone voor stadslogistiek dragen bij aan het verminderen van hittestress en luchtverontreiniging. Tegelijk wordt geanticipeerd op vergrijzing door woonaanpasbaarheid en betere toegankelijkheid van publieke gebouwen en zorg. Alles bij elkaar is de koers positief en toekomstgericht; de opgave blijft groot, maar de inzet rechtvaardigt een positieve autonome beoordeling.
1.8.2 Hittestress Huidige situatie (-) Tilburg behoort tot de warmere steden van Nederland: de gevoelstemperatuur ligt op hete zomerdagen hoger dan gemiddeld en het stedelijk hitte-eiland effect is duidelijk merkbaar, vooral in het centrum (Oud-Noord, Oud-Zuid), en op bedrijventerreinen (Vossenberg, Kraaiven, Loven) en delen van Reeshof, Heikant, Berkel-Enschot en Udenhout. De hoge mate van verharding en beperkte schaduw zorgen voor verhoogde hittestress. Kwetsbare groepen, met name eenzame 75-plussers in wijken als Oud-Zuid, Centrum en Oud-Noord, lopen extra risico. Hitte beïnvloedt bovendien de werking van infrastructuur (bijv. beweegbare bruggen) en de leefbaarheid. Hoewel klimaatadaptatie al jaren op de agenda staat en concrete initiatieven zijn gestart, weegt de huidige warmteproblematiek zwaarder dan de reeds genomen stappen. Daarom is de huidige situatie negatief beoordeeld. Autonome ontwikkelingen (+) De gemeente geeft met Koel Tilburg, klimaatscores voor nieuwbouw en het programma 013 Parken een samenhangende, concrete koers: koele, groene binnenstad en dorpscentra, koelte-eilanden en koele routes, vergroening, water vasthouden en infiltreren, en het stimuleren van lokale initiatieven (geveltuintjes, groene daken, groenblauwe schoolpleinen).
Deze maatregelen zullen merkbaar bijdragen aan verkoeling en het verminderen van hittestress, zeker wanneer ze gebiedsdekkend en in samenhang worden uitgevoerd. Tegelijk zullen zomers verder opwarmen en neemt de grijze druk toe, waardoor de opgave groot blijft. Extra aandacht is nodig voor afstemming met provinciale kennis en instrumenten, het in beeld brengen van hittegevoelige objecten en kwetsbare doelgroepen, en het verkennen van aanvullende maatregelen (bijv. lokale hitteplannen). Per saldo is de autonome ontwikkeling positief, maar gezien de trend van stijgende temperaturen nog niet zeer positief.
1.8.3 Omgevingsveiligheid Huidige situatie (-) Tilburg kent meerdere bronnen van omgevingsveiligheidsrisico’s: vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute dwars door de dichtbebouwde binnenstad, risico’s langs de A58/A65, Seveso-bedrijven, LPG-tankstations en buisleidingen. Het vervoer over het spoor is de afgelopen jaren toegenomen, wat het risicoprofiel verder verzwaart. Bronmaatregelen (minder vervoer over het spoor) liggen grotendeels buiten de gemeentelijke invloed. De gemeente anticipeert wel met ruimtelijke en bouwkundige maatregelen (vluchtroutes, afstand tot spoor, bufferzones), maar per saldo weegt de combinatie van bronnen en toegenomen spoorvervoer nu zwaarder dan de mitigerende maatregelen, waardoor de huidige situatie negatief wordt beoordeeld. Autonome ontwikkelingen (+/-) Vooruitkijkend neemt het railrisico tijdelijk toe door omleidingen tijdens werkzaamheden aan de Betuweroute; op langere termijn bieden de Betuweroute en Delta Rhine Corridor alternatieven voor gevaarlijke-stoffentransport, maar het is onzeker in hoeverre dit het aantal vervoersbewegingen door Tilburg daadwerkelijk reduceert. De energietransitie brengt nieuwe stromen (bijv. waterstof, ammoniak) en potentieel nieuwe risicobronnen (zoals buurtbatterijen, windturbines).
Onder de Omgevingswet gaat Tilburg werken met aandachtsgebieden (brand, explosie, gifwolk) en werkt de gemeente aan een Beleidskader Omgevingsveiligheid; op geselecteerde locaties blijft groepsrisico berekening verplicht om grip te houden. Verdichting vergroot de noodzaak tot heldere ontwerp- en afstandsregels, clustering van risicovolle functies en robuuste bufferzones. Alles afwegend is de autonome lijn gemengd: er is beleidsontwikkeling en regionale/lokale mitigatie, maar uitkomsten van de rijkslobby en de feitelijke verschuiving van transportstromen zijn onzeker.
Onze referentie: - - Internal
10 van 13
1.8.4 Luchtkwaliteit Huidige situatie (+/-) In Tilburg worden de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voor NO2, PM10 en PM2.5 niet overschreden, en de gemeente ligt op koers om de doelen van het Schone Lucht Akkoord (2030) te halen. Tegelijkertijd worden de veel strengere gezondheidskundige advieswaarden van de WHO in grote delen van de gemeente wel overschreden, vooral rond het centrum en langs drukke wegen (A58, N261). Dat patroon is vergelijkbaar met andere stedelijke gebieden in Nederland. Per saldo leidt dit tot een neutrale beoordeling: juridisch op orde en met voortgang richting SLA-doelen, maar vanuit gezondheidsperspectief blijft de opgave aanzienlijk. Autonome ontwikkelingen (+) Vooruitkijkend zet Tilburg concrete stappen die de luchtkwaliteit verbeteren: een autoluw centrum, invoering van een nul-emissiezone voor bestel- en vrachtverkeer (vanaf 2025 binnen de ringbanen), en deelname aan het Schone Lucht Akkoord en het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. Landelijke verduurzaming in mobiliteit en energie ondersteunt deze trend; RIVM-prognoses laten dalende concentraties van luchtverontreinigende stoffen richting 2030 zien. Daarmee is de autonome ontwikkeling positief beoordeeld: maatregelen en landelijke trends wijzen op gezondheidswinst, mits uitvoering en handhaving stevig en samenhangend worden doorgezet.
1.8.5 Geuroverlast Huidige situatie (+) Tilburg scoort goed op achtergrondbelasting voor geurhinder. Ervaren geur komt vooral door wegverkeer en huishoudelijke bronnen (open haard, vuurkorf, barbecue), wat vergelijkbaar is met andere zeer stedelijke gemeenten. Geurhinder door veehouderij is in Tilburg beperkt en speelt vooral rondom Berkel-Enschot en Biezenmortel. Omdat wettelijke knelpunten gering zijn en het algemene hinderbeeld relatief gunstig is, valt de huidige beoordeling positief uit. Autonome ontwikkelingen (+) Autonoom is verdere verbetering aannemelijk. Landelijke sanering/krimp van veehouderij reduceert geurbelasting nog verder en onder de Omgevingswet krijgt de gemeente meer afwegingsruimte om eigen beschermingsniveaus voor geur vast te leggen (binnen de bandbreedtes). Dat biedt kansen voor maatwerkbeleid op verkeers- en huishoudelijke bronnen (bijv. stookgedrag) en industriële geur. Alles afwegend is de autonome beoordeling positief, met als randvoorwaarde dat Tilburg deze beleidsruimte daadwerkelijk verzilvert in een gemeentelijk geurkader.
1.8.6 Geluidhinder Huidige situatie (-) In Tilburg zijn meerdere zones met hoge geluidsniveaus, vooral in de binnenstad langs spoor- en hoofdwegen. Bewoners ervaren hinder door verkeer, burengeluid en piekmomenten rond festivals en evenementen. Op industrieterreinen zijn niveaus ook hoog, maar daar is de blootstelling van woonfuncties beperkt. Ondanks het juridische kader met geluidproductieplafonds langs rijkswegen en spoor en gemeentelijke verantwoordelijkheid voor lokale wegen en nieuwe gevoelige functies, blijft de cumulatieve belasting in stedelijke zones een gezondheidsrisico. Daarom is de huidige situatie negatief beoordeeld. Autonome ontwikkelingen (+/-) Vooruitkijkend zijn er reële verbeterkansen door de groei van stillere elektrische voertuigen (vooral bij snelheden onder 50 km/u), de herziening van het Actieplan Geluid met inzet op stil asfalt en gerichte sanering, en de bredere geluidaandachtsgebieden onder de Omgevingswet die meer afwegingsruimte geven in ruimtelijke plannen. Ook mobiliteitsmaatregelen zoals verluwing en een autoluw centrum kunnen geluidsniveaus in drukke straten terugdringen. Tegelijk blijven aandachtspunten bestaan: structurele verkeersgroei door verdichting, piekgeluid van evenementen en het spoorgebonden geluid in de binnenstad.
Per saldo is de autonome ontwikkeling gemengd: maatregelen en elektrificatie helpen, maar consistente uitvoering, handhaving en gebiedsgerichte strategie blijven noodzakelijk om hinder merkbaar te reduceren.
Onze referentie: - - Internal
11 van 13
1.9 Duurzaamheid 1.9.1 Circulaire samenleving Huidige situatie (-) Tilburg zet al goede stappen in het verminderen van huishoudelijk restafval en het vergroten van afvalscheiding; de gemeente scoort hiermee beter dan het landelijk gemiddelde en laat sinds 2011 duidelijke verbetertrends zien. Tegelijk blijft de gemeentelijke voorbeeldrol achter op cruciale punten: circulair inkopen en aanbesteden loopt achter op de markt, inzicht in circulaire materiaalstromen en het aantal circulaire bedrijven is nog onvoldoende, en externe partijen vragen om meer bestuurlijke kracht, duidelijke richting en het actiever uitdagen van marktpartijen. Per saldo is de huidige positie nog onder de ambitielijn van “Tilburg Circulair”, waardoor de beoordeling negatief uitvalt. Autonome ontwikkelingen (+) De koers richting 2045 is programmatisch stevig opgezet. Met Tilburg Circulair 2021–2025 (29 interventies over zes thema’s) en een evaluatie/opschaling in 2024 wordt gewerkt aan uitvoering, focus en financiering. Er zijn concrete stappen naar juridische verankering, zoals het toepassen en verankeren van Het Nieuwe Normaal voor circulair bouwen, en het koppelen van circulariteit aan andere beleidsthema’s. Het doel van maximaal 125 kg huishoudelijk restafval per inwoner in 2025 is realistisch gezien de huidige trend. Regionale samenwerkingen (o.a.
Midpoint Brabant, Cirkelstad, Dutch Circular Textile Valley) versterken het vestigingsklimaat en de uitvoering. Tegelijk blijft borging via harde normen en breed beleid (inkoop, logistiek, bouw, voedsel) een aandachtspunt. Alles afwegend is de autonome ontwikkeling positief: de richting en instrumenten zijn aanwezig, mits juridische verankering en sturing op resultaten stevig worden doorgezet.
1.9.2 Duurzame elektriciteit Huidige situatie (+/-) Tilburg boekt voortgang met duurzame elektriciteit: het verbruik bij huishoudens en bedrijven daalt en zon-op-dak, vooral op bedrijfsdaken, groeit sterk. Toch blijft het aandeel hernieuwbare elektriciteit achter bij het landelijk gemiddelde; in 2021 werd circa 14,7% van het verbruik duurzaam opgewekt (tegen ongeveer 27% landelijk). Windopwek groeit beperkt en netcongestie zorgt nu al voor knelpunten, met name rond de HS/MS-stations in TilburgWest en -Zuid. Per saldo is de ontwikkeling richting duurzaam positief, maar achterstand op het landelijke tempo en de netcapaciteitsproblemen maken de huidige situatie gemengd. Autonome ontwikkelingen (+) De ambitielijn is duidelijk: klimaatneutraal en -bestendig in 2050 en een klimaatneutrale elektriciteitsvoorziening rond 2039. Via de REKS zijn clusters en energiehubs aangewezen (o.a. Vossenberg/Kraaiven, Wijkevoort, De Baars/Kattenberg), met nadruk op zon-op-dak en aanvullende wind. Raming op basis van huidige plannen wijst op een substantiële extra opwek (bijv. ~527 TJ extra zon op bedrijfsdaken tot 2030 en een bandbreedte van ~496–992 TJ voor nieuwe wind), maar er blijft naar huidige inschatting een grote restopgave (orde van grootte ~2.000 TJ t.o.v. 2021-verbruik van 4.147 TJ).
Netverzwaringen bij Enexis en TenneT (nieuw 380 kV-station Spinder, koppeling met 150 kV) helpen, maar netcongestie blijft volgens ACM zeker tot 2034 een risico. Daarnaast stijgt de vraag door elektrificatie van mobiliteit, wat vraagt om snelle uitrol van laadinfrastructuur. Alles afwegend is de autonome ontwikkeling positief: koers en instrumenten zijn aanwezig, maar realisatie vraagt opschaling van opwek, stevige ruimtelijke keuzes, regionale inpassing en versnelling van netcapaciteit om de doelstellingen daadwerkelijk te halen.
1.9.3 Duurzame warmte Huidige situatie (+/-) Tilburg is op weg met de warmtetransitie, maar de opgave is nog groot. Circa een kwart van de woningen is aangesloten op stadsverwarming, en energielabels zijn verbeterd (vooral door nieuwbouw). Tegelijk wordt binnen de gemeente slechts een klein deel van de warmtevraag duurzaam opgewekt (circa 6,3% in 2021), met een relatief grote afhankelijkheid van externe bronnen zoals de Amercentrale. Veel bestaande, onzuinige woningen zijn nog niet verduurzaamd en een groot deel van de gebouwen gebruikt aardgas. Per saldo is de situatie gemengd: er zijn fundamenten (warmtenet, labelverbetering), maar het lokale aandeel hernieuwbare warmte en het aantal aardgasvrije gebouwen blijft achter bij de ambitie.
Onze referentie: - - Internal
12 van 13
Autonome ontwikkelingen (+) De gemeente heeft een gebiedsgerichte aanpak en concrete denkrichtingen klaarstaan (REKS, Transitievisie Warmte): uitrol en verduurzaming van warmtenetten (incl. 5e generatie), versnellen van aardgasvrij maken bij dubbele aansluitingen, en het ontwikkelen van lokale warmtebronnen. Op langere termijn wordt de Amercentrale uitgefaseerd, wat de noodzaak tot eigen bronnen (zoals geothermie, TEO/TEA, lage-temperatuur restwarmte en all-electric oplossingen) vergroot. Hoewel de opgaven binnen de ringbanen en in de dorpen het grootst zijn, is de koers realistisch en toekomstgericht. De timing is wel kritisch: het behalen van klimaatneutraliteit voor warmte en gas vraagt versnelling, duidelijke bronramingen (in TJ) en prioriteit voor de meest complexe gebieden. Afgewogen is de autonome ontwikkeling positief: beleid en instrumenten zijn aanwezig, mits uitvoering, bronontwikkeling en gebiedsgerichte opschaling tijdig en samenhangend worden doorgezet.
Onze referentie: - - Internal
13 van 13
Strategische keuzes
Compacte stedelijke ontwikkeling
Landschappelijke versterking
Gezonde en weerbare leefomgeving Ambities Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen) Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie Behoud van de verwevenheid van stad en landschap Investeren in duurzame landbouw Investeren in natuurontwikkeling Investeren in wateropvang Investeren in recreatievoorzieningen Water en bodem sturend Tegengaan daling van het grondwater Ruimte creëren voor waterberging Versterken van biodiversiteit Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Aantrekkelijk en toegankelijk landschap voor recreanten Schonere lucht Beperking van klimaatverandering Meer en beter verbonden groen Sociale samenhang versterken Bevorderen mentale gezondheid Publieke ruimte die uitnodigt tot ontmoeting, initiatief, spelen en bewegen Duurzame netwerken voor energie, mobiliteit en water accommoderen Circulaire en veelzijdige economie Verontreiniging van lucht, water en bodem bij de bron bestrijden + ++
De openbare ruimte is daadwerkelijk publiek, uitnodigend tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, en wordt gekenmerkt door veilige, groene en toegankelijke straten, pleinen en parken. In wijken waar de veerkracht onder druk staat, wordt ingezet op extra middelen de leefomgeving te verbeteren
+ ++ +
+ + + + ++
++
Voorzieningen en bedrijven nabij
+ +
+ +
+ +
++ ++
++ ++ -
+ +
-
-+
-
-
+
+ + +
+ +
++ +
+ ++ +
+
+
++
+
+
+ +
+ +
Erfgoed verbindt Balans tussen levendigheid en leefbaarheid Ruimte voor nieuwe netwerken
+
+
+
++
+ +
+
+
+
+ +
+
++
+
+
+ + +
++
+ +
++ + + + + +
++ + + + + + + + +
+
+ ++
+ +
+
+
++
++ +
+
+
+ +
+ +
+
+ + +
+ +
+
+
+ +
+
+ +
+ +
+ + +
+
+
-
+
+
-
+ +
Ruimtewinst door de mobiliteitstransitie
-+ +
+
+ +
++ +
+ +
++ ++
++
+
++
+ ++ +
++ ++ + + ++ +
+ -
+ + +
+
++
+
++
+
-
+
+
+ + +
+
+
+
+ +
+ +
++ + +
+ + +
+ + + + + + +
+
+
+
+
+
+
+ + -
-
+
++
++
-
+ -
+ ++ +
+ +
+
+ -
-
+
++
Bedrijven met een zwaardere milieubelasting op terreinen laten vestigen die daadwerkelijk belang hebben bij die vestigingsfactoren.
Bijbouwen Kennisintensieve economie
Bedrijven met een lage milieubelasting worden gestimuleerd zich in woonwijken te vestigen. Wel word er ruimte gehouden voor bedrijven met meer uitstoot.
Groeiende woningbehoefte
Met de ontwikkelingen in de Spoorzone en het toekomstige Kenniskwartier wordt gewerkt aan de Assen van Kennis en Kunde: een hoogstedelijk milieu waar startups, scale-ups, gevestigde bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen samen innoveren. Waarbij hogere bouwhoogten gelden.
Innovaties die bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen worden gestimuleerd, waarbij bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties samenwerken aan oplossingen.
Groenblauwe transitie in het buitengebied
In stedelijke wijken worden, waar mogelijk, geen grondgebonden woningen meer toegevoegd, tenzij er een programmatische of stedenbouwkundige noodzaak is.
Voor extra woningen wordt een verdichtingsstrategie gevolgd, zowel voor woningbouw en gemengde woon-werkmilieus als op bedrijventerreinen.
Economische koppelkansen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met invloed op het landschap en die niet vanzelf al tot landschappelijke verbetering leiden, vraagt de gemeente een landschappelijke tegenprestatie die bijdragen aan de instandhouding of verbetering van het buitengebied.
De landbouw wordt verbreed en de recreatiedruk binnen kwetsbare natuurgebieden wordt verminderd.
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor door de stad wordt beperkt.
Samen met het Rijk wordt geïnvesteerd in de opwaardering van de sluizen en het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen.
Er wordt ingezet op aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk.
Het opzetten van een structuur van grondstofhubs rond de stad wordt onderzocht. Dit zijn centrale locaties voor opslag, sortering en recycling van materialen.
Ook voor bedrijventerreinen wordt een verdichtingsstrategie gehanteerd, vergelijkbaar met die voor woonwijken en dorpen.
Innovatief drinkwaterbeheer zorgt voor een betrouwbare watervoorziening, wat essentieel is voor bedrijfscontinuïteit.
Grote en kleine bedrijven worden aangemoedigd te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, om kosten te besparen en nieuwe markten te betreden.
Doorgaand autoverkeer wordt van de Parkring om de binnenstad geleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor voetgangers, fietsers, bewoners en bezoekers van de binnenstad.
-
In plaats van het toevoegen van woningen wordt ingezet op het ontharden van bestaande wijken, ten behoeve van meer groen, energievoorzieningen en sociaal waardevolle openbare ruimte.
Waar de ondergrondse ruimte beperkt is en de druk groot, kan worden afgeweken van gangbare aanlegdieptes, maatvoeringen of andere voorkeuren.
Inzet van het puntensysteem natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatieprojecten.
In de bouw wordt zo veel mogelijk gekozen voor duurzame materiaalstroom, ook wordt er adaptief en demontabel gebouwd.
Nieuwbouw en renovaties worden toekomstbestendig uitgevoerd: klimaatadaptief, natuurinclusief, energieneutraal en steeds meer circulair.
Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt parkeerdruk zoveel mogelijk van de straat afgeleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor groen, water, fietsen en wandelen.
Beleidsregels zijn gericht op zo min mogelijk verharding, zodat regenwater kan infiltreren, en op voldoende bergingsruimte voor water om overlast door extreme buien te voorkomen.
Ombouwen Wisselwerking met de versterking van wijken en dorpen
Er wordt gezorgd voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen, met een netwerk van groene verblijfsgebieden (koelte-eilanden) binnen 300 meter loopafstand, verbonden door beschaduwde looproutes.
In de wisselwerking tussen stedelijke ontwikkeling en mobiliteit wordt het STOMP-principe gehanteerd, waarbij de mens centraal staat en duurzame mobiliteit voorrang krijgt.
Nieuwe verharding en bebouwing in het buitengebied wordt verregaand beperkt.
De OV-bereikbaarheid van de dorpen wordt verbeterd.
Er wordt ingezet op een gemeentebrede parkeerexploitatie, waarbij de exploitatie van mobiliteitshubs wordt gekoppeld aan de totale parkeerexploitatie.
Er wordt gelijktijdig geïnvesteerd in reismogelijkheden te voet, met de fiets en het openbaar vervoer, en in de kwaliteit van de openbare ruimte.
++
De bereikbaarheid van de Oude Stad wordt vergroot door het terugbrengen van het aantal autoverkeersbewegingen.
De spoorlijn kan beter worden benut door viersporigheid, een vernieuwd station Tilburg Universiteit, de realisatie van een nieuw station bij Berkel-Enschot of Udenhout, en het uitfaseren van vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor
In het openbaar vervoer introduceren we Bus Rapid Transit (BRT)
Water en bodem sturend
Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van regionale snelfietsroutes.
Investeringen in verkeersinfrastructuur hebben directe gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving en het verdichtingspotentieel in woonwijken.
Ontwikkelaars en corporaties worden gevraagd om bij nieuwbouwprojecten een minimale hoeveelheid hemelwater op de kavel vast te houden.
Grote buizen (‘blauwe aders’) vangen overtollig hemelwater in de stad op.
De sponswerking van de bodem wordt hersteld en er wordt gezorgd voor een robuust grondwatersysteem.
Op plekken waar het mogelijk en wenselijk is, wordt onthard.
+
De bodem wordt doelmatig gesaneerd waar sprake is van verontreiniging.
+
Water en bodem worden sturend gemaakt bij de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, in lijn met nationaal en provinciaal beleid.
Decentrale (collectieve) energiesystemen worden ontwikkeld.
Waterstof wordt ingezet voor toepassingen in de industrie en het zware transport.
Het warmtenet wordt grootschalig uitgebreid met nieuwe aansluitingen en nieuwe duurzame bronnen.
Voor de energievoorziening worden daken benut voor zonne-energie en worden wind- en zonneenergie gecombineerd, eventueel met opslag in batterijen of omzetting naar waterstof.
Voor de toekomst worden creatieve oplossingen gezocht om leefbaarheid en evenementen zo veel mogelijk te combineren. Indien nodig wordt een nieuw afwegingskader ontwikkeld om rechtvaardige besluiten te kunnen nemen.
Richting 2050 wordt blijvend geïnvesteerd in een gevarieerd, inclusief en vernieuwend aanbod van evenementen dat ontmoeting, ondernemingszin en sociale samenhang stimuleert.
De balans tussen leefbaarheid en levendigheid wordt bewaakt door het zorgvuldig spreiden (brancheren) van de detailhandel.
De komende jaren is bijzondere aandacht nodig voor de herbestemming van religieus erfgoed en de inbedding van relatief jong erfgoed in de stedelijke ontwikkeling.
Passend woningaanbod
Bij elke ingreep wordt aandacht besteed aan de cultuur en opbouw van de wijk, het dorp of de omgeving.
In wijken waar de leefbaarheid en vitaliteit onder druk staan, wordt de eenzijdigheid van het woningaanbod doorbroken door middel van nieuwbouw.
Minstens 70% van de nieuw te bouwen koop- en huurwoningen op het grondgebied is betaalbaar.
Er wordt onderzocht hoe de realisatie van woonvormen met toenemende belangstelling, zoals collectieve zorg, sterke buurtbetrokkenheid of hoogstedelijke levendigheid, gestimuleerd kan worden.
Voortbouwen Een openbare ruimte die leeft
Woningsplitsing en optoppen worden onderzocht als mogelijkheden voor uitbreiding van het woningaanbod.
In wijken en dorpen wordt gestuurd op een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod.
In ontwerp en in onderhoud van openbare ruimte en gebouwen zijn mensen met een beperking de standaard
++
Grotere groengebieden met onvoldoende kwaliteit worden heringericht en meerdere kleine tuinen worden toegevoegd. Met een nieuw sturingskader voor de openbare ruimte wordt gestuurd op een samenhangende, integrale en gebiedsgerichte (her)inrichting, gericht op het realiseren van verbonden tuinen.
Er worden aantrekkelijke verbindingen gerealiseerd tussen woonbuurten en belangrijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen en hogescholen, bijvoorbeeld door snelfietsroutes en frequent, snel openbaar vervoer.
Bij herontwikkelingen en verdichtingsprojecten wordt gezorgd voor voldoende geschikte en betaalbare vestigingsruimte, zodat voorzieningen en bedrijvigheid mee kunnen groeien.
Extra ruimte voor bedrijven met een zware milieubelasting op bedrijventerreinen
Bedrijven met een milde impact op de leefomgeving (milieucategorie 1 en 2) worden gestimuleerd om te verhuizen van grootschalige bedrijventerreinen naar passende locaties in de stad.
Nieuwe woningen worden bij voorkeur gerealiseerd op locaties waar al voorzieningen aanwezig zijn.
De huisvesting van maatschappelijke voorzieningen in woonmilieus wordt verbeterd en geoptimaliseerd, onder meer door onderzoek en actief beleid voor maatschappelijk vastgoed.
Bij de verdere ontwikkeling van wijken en dorpen staat de fysieke nabijheid van maatschappelijke voorzieningen centraal.
Voorzieningen zijn niet alleen fysiek dichtbij, maar worden ook als dichtbij ervaren.
Bewoners worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun wijk of dorp, met extra aandacht voor het horen van ondervertegenwoordigde stemmen.
Toegankelijkheid en nabijheid van wijk- en buurtvoorzieningen
In alle wijken en dorpen wordt gestreefd naar een gevarieerd aanbod van woningtypen en prijsklassen, zodat mensen met verschillende achtergronden en in uiteenlopende levensfasen een passende woonplek kunnen vinden. Inclusief verstedelijken Verdichten om de omgeving te versterken
+
+ +
+ +
+ -
+
+ +
+
+ ++ ++
+
++ +
Strategische keuzes
Compacte stedelijke ontwikkeling
Ambities
Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen) Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk
Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen
Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie Ambities Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen) Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie
Investeringen in duurzame mobiliteitsopties zoals OV, fietsen en deelvervoer dragen sterk bij aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem, zolang de focus op duurzame alternatieven consequent wordt doorgezet.
Een mix van wonen, werken en voorzieningen in hoogstedelijke gebieden stimuleert een levendig innovatieklimaat en biedt uitstekende kansen voor kenniswerkers, startups en samenwerking binnen de regio.
+ +
++ -
+ -
++
Water en bodem worden sturend gemaakt bij de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, in lijn met nationaal en provinciaal beleid.
Decentrale (collectieve) energiesystemen worden ontwikkeld.
Waterstof wordt ingezet voor toepassingen in de industrie en het zware transport.
Het warmtenet wordt grootschalig uitgebreid met nieuwe aansluitingen en nieuwe duurzame bronnen.
+ +
+ +
Compacte groei en collectieve duurzame energiesystemen + bieden sterke kansen voor verduurzaming en vergroening, mits gekoppeld aan hernieuwbare energie en structurele gebiedsverbetering.
+ + + + +
+
Bijbouwen tabel compacte stedelijke ontwikkeling Bijbouwen Groeiende woningbehoefte Kennisintensieve Verdichten economie om de omgeving te versterken
+
++
+
Tabel beoordeling ambities
Toelichting Score De inzet op compacte stedelijke ontwikkeling binnen bestaande stadsgrenzen en het benutten van bestaande voorzieningen zorgt voor efficiënt ruimtegebruik en voorkomt uitbreiding naar het buitengebied. Verdichting wordt actief gestimuleerd, met aandacht voor bereikbaarheid en leefbaarheid. +/Investeringen in voorzieningen, vergroening en een veilige, + gezonde openbare ruimte versterken het dagelijks comfort en de sociale samenhang. De maatregelen zijn breed uitgewerkt en dragen bij aan leefbare, aantrekkelijke woon- en werkomgevingen. Het streven naar een diverser woningaanbod sluit goed aan + / bij - veranderende woonbehoeften, maar de effectiviteit wordt beperkt door enkele randvoorwaarden en het ontbreken van concrete uitvoeringsmaatregelen. Het versterken van voorzieningen en bedrijvigheid in de wijk + vergroot de leefbaarheid en economische dynamiek, mits bereikbaarheid en functiemenging goed worden geborgd. ++
+ +
+ + + ++
-
++
-
-
++ + +
-
+ +
+ +
-
+
-
Economische koppelkansen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met invloed op het landschap en die niet vanzelf al tot landschappelijke verbetering leiden, vraagt de gemeente een landschappelijke tegenprestatie die bijdragen aan de instandhouding of verbetering van het buitengebied.
Ombouwen
De landbouw wordt verbreed en de recreatiedruk binnen kwetsbare natuurgebieden wordt verminderd.
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor door de stad wordt beperkt.
Samen met het Rijk wordt geïnvesteerd in de opwaardering van de sluizen en het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen.
Er wordt ingezet op aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk.
Het opzetten van een structuur van grondstofhubs rond de stad wordt onderzocht. Dit zijn centrale locaties voor opslag, sortering en recycling van materialen.
Ook voor bedrijventerreinen wordt een verdichtingsstrategie gehanteerd, vergelijkbaar met die voor woonwijken en dorpen.
Wisselwerking met de versterking van wijken en dorpen
Innovatief drinkwaterbeheer zorgt voor een betrouwbare watervoorziening, wat essentieel is voor bedrijfscontinuïteit.
Grote en kleine bedrijven worden aangemoedigd te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, om kosten te besparen en nieuwe markten te betreden.
Doorgaand autoverkeer wordt van de Parkring om de binnenstad geleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor voetgangers, fietsers, bewoners en bezoekers van de binnenstad.
In plaats van het toevoegen van woningen wordt ingezet op het ontharden van bestaande wijken, ten behoeve van meer groen, energievoorzieningen en sociaal waardevolle openbare ruimte.
Waar de ondergrondse ruimte beperkt is en de druk groot, kan worden afgeweken van gangbare aanlegdieptes, maatvoeringen of andere voorkeuren.
Ruimtewinst door de mobiliteitstransitie
Inzet van het puntensysteem natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatieprojecten.
++
In de bouw wordt zo veel mogelijk gekozen voor duurzame materiaalstroom, ook wordt er adaptief en demontabel gebouwd.
+
Nieuwbouw en renovaties worden toekomstbestendig uitgevoerd: klimaatadaptief, natuurinclusief, energieneutraal en steeds meer circulair.
++
Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt parkeerdruk zoveel mogelijk van de straat afgeleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor groen, water, fietsen en wandelen.
++
Beleidsregels zijn gericht op zo min mogelijk verharding, zodat regenwater kan infiltreren, en op voldoende bergingsruimte voor water om overlast door extreme buien te voorkomen.
Voor de toekomst worden creatieve oplossingen gezocht om leefbaarheid en evenementen zo veel mogelijk te combineren.
Richting 2050 wordt blijvend geïnvesteerd in een gevarieerd, inclusief en vernieuwend aanbod van evenementen dat ontmoeting, ondernemingszin en sociale samenhang stimuleert.
De balans tussen leefbaarheid en levendigheid wordt bewaakt door het zorgvuldig spreiden (brancheren) van de detailhandel.
De komende jaren is bijzondere aandacht nodig voor de herbestemming van religieus erfgoed en de inbedding van relatief jong erfgoed in de stedelijke ontwikkeling.
Bij elke ingreep wordt aandacht besteed aan de cultuur en opbouw van de wijk, het dorp of de omgeving.
In wijken waar de leefbaarheid en vitaliteit onder druk staan, wordt de eenzijdigheid van het woningaanbod doorbroken door middel van nieuwbouw.
70% van de nieuw te bouwen koop- en huurwoningen op het grondgebied is betaalbaar.
Er wordt onderzocht hoe de realisatie van woonvormen met toenemende belangstelling, zoals collectieve zorg, sterke buurtbetrokkenheid of hoogstedelijke levendigheid, gestimuleerd kan worden.
Woningsplitsing en optoppen worden onderzocht als mogelijkheden voor uitbreiding van het woningaanbod.
In wijken en dorpen wordt gestuurd op een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod.
In ontwerp en in onderhoud van openbare ruimte en gebouwen zijn mensen met een beperking de standaard
Passend woningaanbod
Er wordt gezorgd voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen, met een netwerk van groene verblijfsgebieden (koelte-eilanden) binnen 300 meter loopafstand, verbonden door beschaduwde looproutes.
++
In de wisselwerking tussen stedelijke ontwikkeling en mobiliteit wordt het STOMP-principe gehanteerd, waarbij de mens centraal staat en duurzame mobiliteit voorrang krijgt.
++
Nieuwe verharding en bebouwing in het buitengebied wordt verregaand beperkt.
+
Grotere groengebieden met onvoldoende kwaliteit worden heringericht en meerdere kleine tuinen worden toegevoegd. Met een nieuw sturingskader voor de openbare ruimte wordt gestuurd op een samenhangende, integrale en gebiedsgerichte (her)inrichting, gericht op het realiseren van verbonden tuinen.
Een openbare ruimte die leeft
De OV-bereikbaarheid van de dorpen wordt verbeterd.
++
Er wordt ingezet op een gemeentebrede parkeerexploitatie, waarbij de exploitatie van mobiliteitshubs wordt gekoppeld aan de totale parkeerexploitatie.
-
Er wordt gelijktijdig geïnvesteerd in reismogelijkheden te voet, met de fiets en het openbaar vervoer, en in de kwaliteit van de openbare ruimte.
Water en bodem sturend
Er worden aantrekkelijke verbindingen gerealiseerd tussen woonbuurten en belangrijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen en hogescholen, bijvoorbeeld door snelfietsroutes en frequent, snel openbaar vervoer.
Bij herontwikkelingen en verdichtingsprojecten wordt gezorgd voor voldoende geschikte en betaalbare vestigingsruimte, zodat voorzieningen en bedrijvigheid mee kunnen groeien.
Extra ruimte voor bedrijven met een zware milieubelasting op bedrijventerreinen
Bedrijven met een milde impact op de leefomgeving (milieucategorie 1 en 2) worden gestimuleerd om te verhuizen van grootschalige bedrijventerreinen naar passende locaties in de stad.
Nieuwe woningen worden bij voorkeur gerealiseerd op locaties waar al voorzieningen aanwezig zijn.
De huisvesting van maatschappelijke voorzieningen in woonmilieus wordt verbeterd en geoptimaliseerd, onder meer door onderzoek en actief beleid voor maatschappelijk vastgoed.
Bij de verdere ontwikkeling van wijken en dorpen staat de fysieke nabijheid van maatschappelijke voorzieningen centraal.
Voorzieningen zijn niet alleen fysiek dichtbij, maar worden ook als dichtbij ervaren.
Bewoners worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun wijk of dorp, met extra aandacht voor het horen van ondervertegenwoordigde stemmen.
In wijken waar de veerkracht onder druk staat, zetten word ingezet op extra middelen de leefomgeving te verbeteren
De openbare ruimte is daadwerkelijk publiek, uitnodigend tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, en wordt gekenmerkt door veilige, groene en toegankelijke straten, pleinen en parken.
Toegankelijkheid en nabijheid van wijk- en buurtvoorzieningen
Voorzieningen en bedrijven nabij
De bereikbaarheid van de Oude Stad wordt vergroot door het terugbrengen van het aantal autoverkeersbewegingen.
+
De spoorlijn tussen Tilburg en Tilburg Universiteit kan beter worden benut door viersporigheid, de realisatie van een nieuw station bij Berkel-Enschot of Udenhout, en het uitfaseren van vervoer van gevaarlijke stoffen over dit spoortraject.
+
In het openbaar vervoer introduceren we Bus Rapid Transit (BRT)
Ruimte voor nieuwe netwerken
+
Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van regionale snelfietsroutes.
++
Investeringen in verkeersinfrastructuur hebben directe gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving en het verdichtingspotentieel in woonwijken.
++
++
Ontwikkelaars en corporaties worden gevraagd om bij nieuwbouwprojecten een minimale hoeveelheid hemelwater op de kavel vast te houden.
+
Grote buizen (‘blauwe aders’) vangen overtollig hemelwater in de stad op.
+
De sponswerking van de bodem wordt hersteld en er wordt gezorgd voor een robuust grondwatersysteem.
Op plekken waar het mogelijk en wenselijk is, wordt onthard.
+
De bodem wordt doelmatig gesaneerd waar sprake is van verontreiniging.
+
Bedrijven met een hogere milieubelasting op terreinen laten vestigen die daadwerkelijk belang hebben bij die vestigingsfactoren.
+
++
Bedrijven met een lagere milieubelasting worden gestimuleerd zich in woonwijken te vestigen. Wel word er ruimte gehouden voor bedrijven met meer uitstoot.
Ambities Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen) Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie +
Met de ontwikkelingen in de Spoorzone en het toekomstige Kenniskwartier wordt gewerkt aan de Assen van Kennis en Kunde: een hoogstedelijk milieu waar startups, scale-ups, gevestigde bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen samen innoveren. Waarbij hogere bouwhoogten gelden.
Compacte stedelijke ontwikkeling Verdichting binnen bestaande stedelijke gebieden Kwaliteit van de leefomgeving Nieuwe woonvormen (die passen bij de demografische ontwikkelingen) Buurtvoorzieningen en bedrijvigheid in de wijk Hoogwaardige en duurzame mobiliteitsvormen Kansen voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen Ruimte voor kennisintensieve, innovatieve economie
Innovaties die bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen worden gestimuleerd, waarbij bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties samenwerken aan oplossingen.
Strategische keuzes
In stedelijke wijken worden, waar mogelijk, geen grondgebonden woningen meer toegevoegd, tenzij er een programmatische of stedenbouwkundige noodzaak is.
Compacte stedelijke ontwikkeling
In alle wijken en dorpen wordt gestreefd naar een gevarieerd aanbod van woningtypen en prijsklassen, zodat mensen met verschillende achtergronden en in uiteenlopende levensfasen een passende woonplek kunnen vinden.
Ambities
Voor de energievoorziening worden daken benut voor zonne-energie en worden wind- en zonneenergie gecombineerd, eventueel met opslag in batterijen of omzetting naar waterstof.
Strategische keuzes
Voor extra woningen wordt een verdichtingsstrategie gevolgd, zowel voor woningbouw en gemengde woon-werkmilieus als op bedrijventerreinen.
Inclusief verstedelijken Voortbouwen Erfgoed verbindtBalans tussen levendigheid en leefbaarheid
+
+
-+
+
Ombouwen tabel compacte stedelijke ontwikkeling Groenblauwe transitie in het buitengebied
++ +
Strategische keuzes
Landschappelijke versterking
Investeren in recreatievoorzieningen Water en bodem sturend Ambities Behoud van de verwevenheid van stad en landschap Investeren in duurzame landbouw Investeren in natuurontwikkeling Investeren in wateropvang Investeren in recreatievoorzieningen Water en bodem sturend Tegengaan daling van het grondwater Ruimte creëren voor waterberging Versterken van biodiversiteit Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Aantrekkelijk en toegankelijk landschap voor recreanten
Aantrekkelijke, toegankelijke groene recreatievoorzieningen in stad en land verhogen welzijn en leefbaarheid, mits er voldoende alternatieven zijn waar recreatie in kwetsbare natuurgebieden wordt beperkt.
Tegengaan daling van het grondwater Vergroening, ontharden en waterbewust beleid beperken de daling van het grondwater, maar negatieve effecten van verharding en verdichting moeten actief worden gecompenseerd. +/-
Ruimte creëren voor waterberging Een structurele inzet op waterberging, via bodemverbetering en opvang bij nieuwbouw, vergroot de veerkracht tegen extreme neerslag en draagt bij aan een robuust watersysteem. +
Versterken van biodiversiteit Meer groen, betere bodem- en waterkwaliteit en groene netwerken bieden sterke kansen voor biodiversiteit, + mits verstorende effecten van infrastructuur goed worden gecompenseerd.
Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Bevordering van natuurinclusieve landbouw en multifunctioneel gebruik vergroot de biodiversiteit, verweeft landbouw en natuur, en zorgt voor een toekomstbestendig landschap. +
Aantrekkelijk en toegankelijk landschap voor recreanten Groene netwerken, aantrekkelijke routes en verbeterde toegankelijkheid versterken de beleving van het landschap, mits barrières door infrastructuur en landbouw worden beperkt. +
Bedrijven op terreinen laten vestigen die daadwerkelijk belang hebben bij die vestigingsfactoren.
Bedrijven in lagere milieucategorieën worden gestimuleerd zich in woonwijken te vestigen. Wel word er ruimte gehouden voor bedrijven met meer uitstoot.
Met de ontwikkelingen in de Spoorzone en het toekomstige Kenniskwartier wordt gewerkt aan de Assen van Kennis en Kunde: een hoogstedelijk milieu waar startups, scale-ups, gevestigde
Landschappelijke versterking Ambities Behoud van de verwevenheid van stad en landschap Investeren in duurzame landbouw Investeren in natuurontwikkeling Investeren in wateropvang Investeren in recreatievoorzieningen Water en bodem sturend Tegengaan daling van het grondwater Ruimte creëren voor waterberging Versterken van biodiversiteit Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Aantrekkelijk en toegankelijk landschap voor recreanten
Innovaties die bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen worden gestimuleerd, waarbij bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties samenwerken aan oplossingen.
Strategische keuzes
+
Ambities
Het centraal stellen van water en bodem in ruimtelijke keuzes zorgt voor een robuust, duurzaam en klimaatbestendig + landschap, mits bescherming van deze natuurlijke systemen wordt geborgd.
+ ++ + + + + +
++ + + + +
++ + + + + + +
Bijbouwen tabel landschappelijke versterking Bijbouwen Groeiende woningbehoefte Kennisintensieve Verdichten economie de omgeving te versterken
+
+ +
+ +
Tabel beoordeling ambities
Toelichting Score Het beleid biedt goede kansen om stad en landschap te verbinden via groene netwerken en inpassing, maar negatieve effecten van verkeer, bedrijvigheid en Behoud van de verwevenheid van stad en landschap verdichting vragen om zorgvuldige mitigatie. +/Investeren in duurzame landbouw Ruimte voor multifunctionele en innovatieve landbouw versterkt het landschap, verbetert het verdienmodel van+boeren en draagt bij aan ecologische doelen zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit. Investeren in natuurontwikkeling Een breed pakket aan maatregelen, zoals vergroening en herstel van bodem en water, versterkt natuur en biodiversiteit + in stad en land, mits negatieve effecten van infrastructuur worden gemitigeerd. Investeren in wateropvang Door water en bodem leidend te maken en de sponswerking te verbeteren, wordt wateroverlast beperkt en grondwater + aangevuld, wat de klimaatbestendigheid van het landschap direct versterkt. ++
+
+ -+ + ++
+ +
+ + ++
++
+
+ ++ + -
+ +
+
+ +
+ +
+
-
+ + -
-
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met invloed op het landschap en die niet vanzelf al tot landschappelijke verbetering leiden, vraagt de gemeente een landschappelijke tegenprestatie die bijdragen aan de instandhouding of verbetering van het buitengebied.
De landbouw wordt verbreed en de recreatiedruk binnen kwetsbare natuurgebieden wordt verminderd.
Economische koppelkansen
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor door de stad wordt beperkt.
Samen met het Rijk wordt geïnvesteerd in de opwaardering van de sluizen en het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen.
Er wordt ingezet op aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk.
Het opzetten van een structuur van grondstofhubs rond de stad wordt onderzocht. Dit zijn centrale locaties voor opslag, sortering en recycling van materialen.
Wisselwerking met de versterking van wijken en dorpen
Ook voor bedrijventerreinen wordt een verdichtingsstrategie gehanteerd, vergelijkbaar met die voor woonwijken en dorpen.
Doorgaand autoverkeer wordt van de Parkring om de binnenstad geleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor voetgangers, fietsers, bewoners en bezoekers van de binnenstad. Grote en kleine bedrijven worden aangemoedigd te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, om kosten te besparen en nieuwe markten te betreden. Innovatief drinkwaterbeheer zorgt voor een betrouwbare watervoorziening, wat essentieel is voor bedrijfscontinuïteit.
Inzet van het puntensysteem natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatieprojecten. Waar de ondergrondse ruimte beperkt is en de druk groot, kan worden afgeweken van gangbare aanlegdieptes, maatvoeringen of andere voorkeuren. In plaats van het toevoegen van woningen wordt ingezet op het ontharden van bestaande wijken, ten behoeve van meer groen, energievoorzieningen en sociaal waardevolle openbare
In de bouw wordt zo veel mogelijk gekozen voor duurzame materiaalstroom, ook wordt er adaptief en demontabel gebouwd.
+
Nieuwbouw en renovaties worden toekomstbestendig uitgevoerd: klimaatadaptief, natuurinclusief, energieneutraal en steeds meer circulair.
Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt parkeerdruk zoveel mogelijk van de straat afgeleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor groen, water, fietsen en wandelen.
Ruimtewinst door de mobiliteitstransitie
Beleidsregels zijn gericht op zo min mogelijk verharding, zodat regenwater kan infiltreren, en op voldoende bergingsruimte voor water om overlast door extreme buien te voorkomen.
Voor de toekomst worden creatieve oplossingen gezocht om leefbaarheid en evenementen zo veel mogelijk te combineren. Indien nodig wordt een nieuw afwegingskader ontwikkeld om
Richting 2050 wordt blijvend geïnvesteerd in een gevarieerd, inclusief en vernieuwend aanbod van evenementen dat ontmoeting, ondernemingszin en sociale samenhang stimuleert.
De balans tussen leefbaarheid en levendigheid wordt bewaakt door het zorgvuldig spreiden (brancheren) van de detailhandel.
De komende jaren is bijzondere aandacht nodig voor de herbestemming van religieus erfgoed en de inbedding van relatief jong erfgoed in de stedelijke ontwikkeling.
Bij elke ingreep wordt aandacht besteed aan de cultuur en opbouw van de wijk, het dorp of de omgeving.
In wijken waar de leefbaarheid en vitaliteit onder druk staan, wordt de eenzijdigheid van het woningaanbod doorbroken door middel van nieuwbouw.
Minstens 70% van de nieuw te bouwen koop- en huurwoningen op het grondgebied is betaalbaar.
Er wordt onderzocht hoe de realisatie van woonvormen met toenemende belangstelling, zoals collectieve zorg, sterke buurtbetrokkenheid of hoogstedelijke levendigheid,
Woningsplitsing en optoppen worden onderzocht als mogelijkheden voor uitbreiding van het woningaanbod.
In wijken en dorpen wordt gestuurd op een meer evenwichtige samenstelling van het woningaanbod.
Grotere groengebieden met onvoldoende kwaliteit worden heringericht en meerdere kleine tuinen worden toegevoegd. Met een nieuw sturingskader voor de openbare ruimte wordt In ontwerp en in onderhoud van openbareruimte en gebouwen zijn mensen met een beperking de standaard
Passend woningaanbod
Er wordt gezorgd voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen, met een netwerk van groene verblijfsgebieden (koelte-eilanden) binnen 300 meter loopafstand, verbonden
In de wisselwerking tussen stedelijke ontwikkeling en mobiliteit wordt het STOMP-principe gehanteerd, waarbij de mens centraal staat en duurzame mobiliteit voorrang krijgt.
Nieuwe verharding en bebouwing in het buitengebied wordt verregaand beperkt.
+
De OV-bereikbaarheid van de dorpen wordt verbeterd.
Water en bodem sturend
Er worden aantrekkelijke verbindingen gerealiseerd tussen woonbuurten en belangrijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen en hogescholen, bijvoorbeeld door snelfietsroutes en frequent, snel openbaar vervoer.
Voortbouwen Een openbare ruimte die leeft
Er wordt ingezet op een gemeentebrede parkeerexploitatie, waarbij de exploitatie van mobiliteitshubs wordt gekoppeld aan de totale parkeerexploitatie.
+
Er wordt gelijktijdig geïnvesteerd in reismogelijkheden te voet, met de fiets en het openbaar vervoer, en in de kwaliteit van de openbare ruimte.
-
Het spoor kan beter worden benut door viersporigheid, een vernieuwd station Tilburg Universiteit, de realisatie van een nieuw station bij Berkel-Enschot of Udenhout en het De bereikbaarheid van de Oude Stad wordt vergroot door het terugbrengen van het aantal autoverkeersbewegingen.
Bij herontwikkelingen en verdichtingsprojecten wordt gezorgd voor voldoende geschikte en betaalbare vestigingsruimte, zodat voorzieningen en bedrijvigheid mee kunnen groeien.
Extra ruimte voor bedrijven met een zwaare milluebelasting opbedrijventreinen
Bedrijven met een milde impact op de leefomgeving (milieucategorie 1 en 2) worden gestimuleerd om te verhuizen van grootschalige bedrijventerreinen naar passende locaties in de stad.
Voorzieningen en bedrijven nabij
In het openbaar vervoer introduceren we Bus Rapid Transit (BRT)
Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van regionale snelfietsroutes.
Investeringen in verkeersinfrastructuur hebben directe gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving en het verdichtingspotentieel in woonwijken.
Ontwikkelaars en corporaties wordt gevraagd om bij nieuwbouwprojecten een minimale hoeveelheid hemelwater op de kavel vast te houden.
Nieuwe woningen worden bij voorkeur gerealiseerd op locaties waar al voorzieningen aanwezig zijn.
De huisvesting van maatschappelijke voorzieningen in woonmilieus wordt verbeterd en geoptimaliseerd, onder meer door onderzoek en actief beleid voor maatschappelijk vastgoed.
Bij de verdere ontwikkeling van wijken en dorpen staat de fysieke nabijheid van maatschappelijke voorzieningen centraal.
Voorzieningen zijn niet alleen fysiek dichtbij, maar worden ook als dichtbij ervaren.
Bewoners worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun wijk of dorp, met extra aandacht voor het horen van ondervertegenwoordigde stemmen.
In wijken waar de veerkracht onder druk staat, zetten word ingezet op extra middelen de leefomgeving te verbeteren
De openbare ruimte is daadwerkelijk publiek, uitnodigend tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, en wordt gekenmerkt door veilige, groene en toegankelijke straten, pleinen en parken.
Toegankelijkheid en nabijheid van wijk- en buurtvoorzieningen
Inclusief verstedelijken
Grote buizen (‘blauwe aders’) vangen overtollig hemelwater in de stad op.
Ruimte voor nieuwe netwerken
De sponswerking van de bodem wordt hersteld en er wordt gezorgd voor een robuust grondwatersysteem.
Op plekken waar het mogelijk en wenselijk is, wordt onthard.
-
De bodem wordt doelmatig gesaneerd waar sprake is van verontreiniging.
Water en bodem worden sturend gemaakt bij de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, in lijn met nationaal en provinciaal beleid.
Decentrale (collectieve) energiesystemen worden ontwikkeld.
Waterstof wordt ingezet voor toepassingen in de industrie en het zware transport.
Het warmtenet wordt grootschalig uitgebreid met nieuwe aansluitingen en nieuwe duurzame bronnen.
In alle wijken en dorpen wordt gestreefd naar een gevarieerd aanbod van woningtypen en prijsklassen, zodat mensen met verschillende achtergronden en in uiteenlopende levensfasen een passende woonplek kunnen vinden.
Ambities Behoud van de verwevenheid van stad en landschap Investeren in duurzame landbouw Investeren in natuurontwikkeling Investeren in wateropvang Investeren in recreatievoorzieningen Water en bodem sturend Tegengaan daling van het grondwater Ruimte creëren voor waterberging Versterken van biodiversiteit Stimuleren van natuurinclusieve landbouw Aantrekkelijk en toegankelijk landschap voor recreanten
In stedelijke wijken worden, waar mogelijk, geen grondgebonden woningen meer toegevoegd, tenzij er een programmatische of stedenbouwkundige noodzaak is.
Landschappelijke versterking
Voor de energievoorziening worden daken benut voor zonne-energie en worden wind- en zonne-energie gecombineerd, eventueel met opslag in batterijen of omzetting naar waterstof.
Strategische keuzes
Voor extra woningen wordt een verdichtingsstrategie gevolgd, zowel voor woningbouw en gemengde woon-werkmilieus als op bedrijventerreinen.
Volledige tabel landschappelijke versterking Erfgoed verbindt Balans tussen levendigheid en leefbaarheid
++
++ +
+
Ombouwen tabel landschappelijke versterking Ombouwen Groenblauwe transitie in het buitengebied
Strategische keuzes
Gezonde en weerbare leefomgeving
Ambities Schonere lucht
Beperking van klimaatverandering
Meer en beter verbonden groen
Verontreiniging van lucht, water en bodem bijmilieuvervuiling de bron bestrijden en een gezondere leefomgeving. Ambities Schonere lucht Beperking van klimaatverandering Meer en beter verbonden groen Sociale samenhang versterken Bevorderen mentale gezondheid Publieke ruimte die uitnodigt tot ontmoeting, initiatief, spelen en bewegen Duurzame netwerken voor energie, mobiliteit en water accommoderen Circulaire en veelzijdige economie Verontreiniging van lucht, water en bodem bij de bron bestrijden
Een breed en samenhangend pakket van duurzame mobiliteit, energie en klimaatadaptieve bouw zorgt voor een sterke reductie van CO₂-uitstoot. De effectiviteit hangt mede af van het beperken van fossiele alternatieven.
Toelichting
Uitbreiding en verbinding van groene ruimtes verbeteren de leefomgeving en biodiversiteit, mits verdichting samengaat met voldoende nieuwe groene ruimte en prioriteit voor groene netwerken.
Woningdifferentiatie, nabijheid van voorzieningen en toegankelijke openbare ruimte bevorderen ontmoeting en
Integrale en preventieve maatregelen bij energie, bouw en ruimtelijke ontwikkeling zorgen structureel voor minder
+
Waterstof wordt ingezet voor toepassingen in de industrie en het zware transport.
Decentrale (collectieve) energiesystemen worden ontwikkeld.
++ + +
+ +
+ +
+
++ ++ ++ +
Sociale samenhang versterken verbondenheid, wat leidt tot sterkere, inclusieve buurten. + Bevorderen mentale gezondheid Groene, aantrekkelijke en uitnodigende openbare ruimte en sociale activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het mentaal + welzijn en de ontspanning van bewoners. Publieke ruimte die uitnodigt tot ontmoeting,Veel initiatief, aandacht spelen voor groen, en bewegen bereikbaarheid, ontmoeting en actieve mobiliteit zorgt voor een aantrekkelijke en levendige++ openbare ruimte waar bewoners elkaar ontmoeten en samen activiteiten ondernemen. Duurzame netwerken voor energie, mobiliteitSlimme en water integratie accommoderen van duurzame mobiliteit, energie en waterinfrastructuur vergroot de veerkracht en duurzaamheid van+de leefomgeving. Een volledig integrale aanpak kan nog verder worden ontwikkeld. Circulaire en veelzijdige economie Focus op innovatie, samenwerking en circulariteit bouwt aan een robuuste en toekomstbestendige economie die flexibel ++ inspeelt op maatschappelijke uitdagingen. ++
+ + +
+
++
Bijbouwen tabel Gezonde en weerbare leefomgeving Bijbouwen Groeiende woningbehoefte KennisintensieveVerdichten economie om de omgeving te versterken
Tabel beoordeling ambities
Duurzame mobiliteit, vergroening en hernieuwbare energie zorgen voor een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit.+ Wel blijft aandacht nodig voor extra autobewegingen, scheepvaart en de plaatsing van bedrijven in woonwijken.
Score + + +
+ + + +
+
+ +
+
+ + + + + +
+
++
+ + ++ + + ++
+
+ + + +
+
++
++
+ + + + + +
+
+ +
+
+
+ + -
+ -
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied met invloed op het landschap en die niet vanzelf al tot landschappelijke verbetering leiden, vraagt de gemeente een landschappelijke tegenprestatie die bijdragen aan de instandhouding of verbetering van het buitengebied.
De landbouw wordt verbreed en de recreatiedruk binnen kwetsbare natuurgebieden wordt verminderd.
Economische koppelkansen
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor door de stad wordt beperkt.
Samen met het Rijk wordt geïnvesteerd in de opwaardering van de sluizen en het bevaarbaar maken van het Wilhelminakanaal voor grotere schepen.
Wisselwerking met de versterking van wijken en dorpen
Er wordt ingezet op aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk.
+
Het opzetten van een structuur van grondstofhubs rond de stad wordt onderzocht. Dit zijn centrale locaties voor opslag, sortering en recycling van materialen.
+
Ook voor bedrijventerreinen wordt een verdichtingsstrategie gehanteerd, vergelijkbaar met die voor woonwijken en dorpen.
++
Doorgaand autoverkeer wordt van de Parkring om de binnenstad geleid, zodat er meer ruimte ontstaat voor voetgangers, fietsers, bewoners en bezoekers van de binnenstad. Grote en kleine bedrijven worden aangemoedigd te investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, om kosten te besparen en nieuwe markten te betreden. Innovatief drinkwaterbeheer zorgt voor een betrouwbare watervoorziening, wat essentieel is voor bedrijfscontinuïteit.
De balans tussen leefbaarheid en levendigheid wordt bewaakt door het zorgvuldig spreiden (brancheren) van de detailhandel.
De komende jaren is bijzondere aandacht nodig voor de herbestemming van religieus erfgoed en de inbedding van relatief jong erfgoed in de stedelijke ontwikkeling.
Bij elke ingreep wordt aandacht besteed aan de cultuur en opbouw van de wijk, het dorp of de omgeving.
Voor de toekomst worden creatieve oplossingen gezocht om leefbaarheid en evenementen zo veel mogelijk te combineren. Indien nodig wordt een nieuw afwegingskader ontwikkeld om
+
Richting 2050 wordt blijvend geïnvesteerd in een gevarieerd, inclusief en vernieuwend aanbod van evenementen dat ontmoeting, ondernemingszin en sociale samenhang stimuleert.