CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Oer in Ontwikkeling Omgevingsvisie Tilburg 2050

Raadsvergadering 2 februari 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie deel A33.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Aantrekkelijke loop- en fietsroutes worden vaker gebruikt door bewoners, wat zowel de fysieke als mentale gezondheid ondersteunt. Groen, water en stadsnatuur vergroten de weerbaarheid van wijken tegen klimaatverandering en zijn belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Er is een duidelijke wens bij inwoners om de stad en wijken verder te vergroenen en te zorgen voor meer mogelijkheden om te sporten en te bewegen in de buitenruimte. Het buitengebied wordt gewaardeerd als plek voor rust, ontspanning en natuur, waarbij het belangrijk is dat deze kwaliteiten behouden blijven. Daarnaast is er behoefte aan betere verbindingen tussen stad en buitengebied, zodat het buitengebied toegankelijk blijft voor recreatie, ontmoeting en educatie. Hoewel de voorgestelde maatregelen bijdragen aan een gezondere leefomgeving, zijn ze gezien de omvang van de gezondheidsopgave in Tilburg niet op alle vlakken concreet genoeg uitgewerkt. De uitdagingen op het gebied van gezondheid zijn groot, zo is sprake van relatief veel overgewicht, onvoldoende beweging en kwetsbare groepen in bepaalde wijken. Het is daarom aan te bevelen om Omgevingsvisie deel A te versterken met een integrale aanpak waarin het fysieke en sociale domein structureel samenwerken.

Concreet kan de gemeente extra inzetten op het verbinden van gezondheidsdoelen aan ruimtelijke investeringen, bijvoorbeeld door het gericht vergroenen van wijken met veel kwetsbare inwoners, het verbeteren van de toegankelijkheid tot sport- en beweegvoorzieningen, en het verkleinen van afstanden tot essentiële voorzieningen zoals huisartsen en supermarkten. Daarnaast is het raadzaam om gezondheidsimpact structureel mee te nemen in de afweging van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het verdient aanbeveling om hierop een toetsingskader te maken of te voorzien in beleid dat zich richt op deze integrale aanpak. Door samen te werken met partners in het regionale gezondheidsbeleid en door te monitoren op gezondheidsuitkomsten, kan Tilburg gerichter sturen op het terugdringen van gezondheidsachterstanden en het bevorderen van een gezonde leefstijl voor alle inwoners. Beoordeling: + 36

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid draait om het beheersen van risico’s voor mens en milieu door bijvoorbeeld industrie, transport of opslag van gevaarlijke stoffen. Het beleidsveld omvat maatregelen om de veiligheid in woon-, werk- en recreatieomgevingen te waarborgen. Beoordeling In haar Omgevingsvisie deel A omschrijft de gemeente dat de huidige situatie niet voldoet aan de veiligheidskundige normen uit het Basisnet. Zodra deze treinen zoveel als mogelijk van het spoor af zijn, ontstaan nieuwe ontwikkelingskansen voor woon- en werkmilieus in de stad. Alternatieven voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn te vinden in de binnenvaart, buisleidingen of spoorlijnen door minder dichtbevolkte gebieden (zoals de Betuweroute). De gemeente streeft er naar minder vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor plaats te laten vinden. In haar visie kan de gemeente hier een tijdspad aan verbinden en actief de gesprekken aangaan met stakeholders om te komen tot deze vermindering. De gemeente is niet zelfstandig bevoegd voor het totaal terugdringen maar kan in haar visie voorzien in een aanpak of procesbeschrijving om haar ambitie van terugdringen bereikbaar te maken. Beoordeling: +/Luchtkwaliteit Het beleidsveld lucht richt zich op het verbeteren van de luchtkwaliteit door het beperken van uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijnstof en stikstof.

Dit draagt bij aan een gezondere leefomgeving en het behalen van klimaatdoelstellingen. In de Foto van de Leefomgeving is beschreven dat in Tilburg de wettelijke luchtkwaliteitsnormen voor NO₂, PM₁₀ en PM2.5 niet overschreden worden en ligt de gemeente op koers voor de doelen van het Schone Lucht Akkoord (2030). Wel worden de strengere WHO-advieswaarden in veel gebieden, vooral rond het centrum en drukke wegen, overschreden. Hierdoor valt de beoordeling neutraal uit. In de autonome ontwikkeling neemt Tilburg concrete maatregelen zoals een autoluw centrum, een nul-emissiezone voor bestel- en vrachtverkeer (vanaf 2025), en deelname aan landelijke akkoorden. Samen met nationale verduurzaming en RIVM-prognoses die dalende luchtverontreiniging laten zien, wordt de autonome ontwikkeling positief beoordeeld. De verwachting is gezondheidswinst, mits uitvoering en handhaving geborgd blijven. Beoordeling De gemeente Tilburg gaat in de Omgevingsvisie deel A niet heel expliciet in op thema’s als luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en veiligheid. Tilburg was een van de eerste ondertekenaars van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Daarmee heeft de gemeente zich gecommitteerd aan het streven om in 2030 te voldoen aan de dan geldende advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Schone lucht is essentieel voor een gezonde leefomgeving en draagt bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen wijken. We nemen maatregelen in de mobiliteit, industrie, landbouw en de gebouwde omgeving om de uitstoot van schadelijke stoffen bij de bron te verminderen. Er zijn enkele indirecte maatregelen en randvoorwaarden opgenomen die mogelijk een gunstig effect hebben op de luchtkwaliteit. Zo draagt de mobiliteitstransitie, waarbij fietsen en wandelen worden gestimuleerd en autogebruik minder voor de hand ligt, bij aan een betere luchtkwaliteit. Het inzetten op bedrijvigheid op specifieke locaties en het concentreren van de hogere milieucategorie op plaatsen waar dit meer voor de hand ligt, kan bijdragen aan minder luchtverontreiniging op andere locaties. Beoordeling: + Geur Geur behandelt het beheersen en beperken van geurhinder door industrie, landbouw en overige bronnen. Dit beleidsveld richt zich op het verbeteren van de leefomgeving door hinder te minimaliseren. Uit de Foto van de Leefomgeving volgt dat Tilburg een gunstig geurhinderprofiel heeft: geurbelasting is laag en vergelijkbaar met andere stedelijke gemeenten. Geurhinder komt vooral door verkeer en huishoudelijke activiteiten, terwijl veehouderij vooral rond Berkel-Enschot en Biezenmortel een rol speelt. Wettelijke knelpunten zijn beperkt, waardoor de beoordeling positief is.

Beoordeling In Omgevingsvisie deel A wordt geur niet heel uitvoerig behandeld, wat navolgbaar is nu het niet direct een onderwerp is dat speelt binnen de gemeente. De gemeente wil wijken en dorpen versterken en ruimte creëren op de 37

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

bedrijventerreinen voor bedrijvigheid die wél een zwaardere milieubelasting hebben (bijvoorbeeld bedrijven die relatief veel lawaai of geur produceren, of waarbij bedrijfsbusjes of vrachtwagens af en aan rijden). Daardoor is niet de verwachting dat geur in de(woon)kernen gaat spelen. Beoordeling: + Geluid Geluid richt zich op het beperken van geluidsbelasting door verkeer, industrie en recreatieve activiteiten (met name bij evenementen). Het beleidsveld draagt bij aan een rustige en prettige leefomgeving, met aandacht voor specifieke geluidssituaties in woon- en natuurgebieden. Uit de Foto van de Leefomgeving volgt dat in Tilburg meerdere zones met hoge geluidsniveaus zijn, met name in de binnenstad langs spoor- en hoofdwegen. Bewoners ervaren hinder door verkeer, burengeluid en piekmomenten rond festivals en evenementen. Op industrieterreinen zijn niveaus ook hoog, maar daar is de blootstelling van woonfuncties beperkt. Ondanks het juridische kader met geluidproductieplafonds langs rijkswegen en spoor en gemeentelijke verantwoordelijkheid voor lokale wegen en nieuwe gevoelige functies, blijft de cumulatieve belasting in stedelijke zones een gezondheidsrisico. Daarom is de huidige situatie negatief beoordeeld. Beoordeling De gemeente geeft in haar Omgevingsvisie deel A aan dat het aantal kavels voor bedrijven met hogere milieubelasting beperkt is.

Circulaire en kennisintensieve economie vraagt om industriële bedrijven die veiligheidsrisico’s en milieubelasting met zich meebrengen. Daarom is het belangrijk om voldoende milieuruimte voor deze bedrijven te behouden. Op het gebied van evenementen streeft de gemeente naar een bruisende, maar ook leefbare woonomgeving. Een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid, met bijzondere aandacht voor evenementen in de stad wordt nagestreefd. De gemeente geeft in haar visie aan rekening te houden met het aantal evenementendagen en het geluidsniveau dat Tilburg toestaat bij een evenement, of in het horecabeleid, waarin we rekening houden met de aard van het horecabedrijf en de sluitingstijden. Het verdient aanbeveling om deze maatregelen nader uit de werken en daarbij in te gaan op wat een aanvaardbaar aantal evenementen is en wat het beoogde geluidsniveau betreft. Beoordeling: +/Licht Licht gaat over het voorkomen van lichtvervuiling en het reguleren van verlichting in stedelijke en natuurlijke gebieden. Dit draagt bij aan een beter milieu, minder verstoring van flora en fauna, en een prettige nachtomgeving voor inwoners. Beoordeling De gemeente Tilburg gaat in haar visie niet in op het thema licht. Met name op het gebied van flora- en fauna en evenementen is het wenselijk dat enig beleid op dit gebied wordt ontwikkeld.

3.2.6.

Duurzaamheid

Circulaire samenleving Het beleidsveld circulaire samenleving richt zich op het minimaliseren van afvalstromen, het hergebruiken van grondstoffen en het bevorderen van duurzame productieketens. Dit draagt bij aan een duurzamere economie en het efficiënter omgaan met hulpbronnen. Uit de Foto van de Leefomgeving volgt dat Tilburg bovengemiddeld presteert op afvalscheiding en vermindering van restafval, maar blijft achter in circulair inkopen, inzicht in materiaalstromen en het stimuleren van circulaire bedrijven. Hierdoor blijft de gemeente onder haar eigen ambitieniveau voor "Tilburg Circulair" en valt de beoordeling negatief uit. In de autonome ontwikkeling is de verwachting voor dit thema positief aangemerkt. Beoordeling De gemeente onderkent in haar visie terecht dat de ontwikkeling naar een kennisintensievere en circulaire economie vraagt om efficiënter ruimtegebruik en een betere integratie van verschillende functies. Dit sluit goed aan bij de bredere maatschappelijke opgaven rondom verduurzaming en economische vernieuwing. In renovatieprojecten wordt circulair en duurzaam bouwen gestimuleerd, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van het 38

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

bestaande gebouw en de locatie. Hiermee worden bestaande gebouwen actief betrokken bij het realiseren van de klimaatdoelstellingen en het versnellen van de circulaire transitie. Vanuit de programma-aanpak Revitalisering Bedrijventerreinen is bovendien de circulaire potentie van bedrijventerreinen in beeld gebracht. Met name Wijkevoort en de bedrijventerreinen aan de noordzijde van Tilburg, zoals Loven, Kraaiven, Albion en een deel van Vossenberg, bieden hiervoor aanzienlijke kansen. Dankzij hun ligging aan het water en geschiktheid voor zwaardere bedrijvigheid vormen deze locaties een belangrijke basis voor verdere circulaire groei in Tilburg. Toch blijft de uitwerking in de Omgevingsvisie deel A op onderdelen nog abstract en vrijblijvend. Hoewel in de uitvoering al enkele concrete maatregelen zijn benoemd, ontbreekt een helder, sturend beleidskader dat richting geeft aan de ruimtelijke keuzes en prioriteiten binnen de circulaire economie. Het is aan te bevelen om de visie verder te concretiseren door aan te sluiten op bestaand beleid, duidelijke prestatie-indicatoren te formuleren en systematische monitoring en evaluatie te koppelen aan de voortgang richting de doelstellingen. Alleen door meetbaar te maken wat wordt beoogd en waar bijsturing nodig is.

Beoordeling: + Duurzaam energieverbruik Duurzaam energieverbruik richt zich op het verminderen van energiegebruik door middel van energiebesparing, efficiënte technologieën en gedragsverandering. Dit draagt bij aan het behalen van klimaatdoelstellingen en een lagere milieubelasting. De energietransitie in Tilburg richt zich in haar visie op een mix van collectieve en decentrale oplossingen, met het doel om in 2050 een CO₂-neutrale gemeente te zijn. Vooral in het noorden van Tilburg zijn grote energiehubs gevestigd, waar zonne- en windenergie wordt opgewekt, het warmtenet de stad binnenkomt en de toekomstige nationale waterstofleiding (Delta-Rhine Corridor) gepland is. Nieuwe energiehubs worden gerealiseerd, zoals in De Baars aan de zuidoostzijde van de stad. Tilburg volgt hierbij de regionale afspraken uit de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS). Om de energiedoelen te bereiken, wordt het elektriciteitsnet fors verzwaard, onder meer door dikkere kabels, extra trafostations en meer laadinfrastructuur. Lokale opwek van zonne- en windenergie wordt uitgebreid, met nadruk op gebruik van daken en energieopslag nabij de bron. Warmtenetten bieden een collectieve oplossing voor verwarming en koeling, vooral in stedelijke gebieden en bedrijventerreinen; deze worden verder uitgebreid en gekoppeld aan duurzame bronnen zoals geothermie, aquathermie en restwarmte.

In gebieden met lagere dichtheid (zoals Udenhout en Berkel-Enschot) ligt de nadruk op individuele oplossingen, zoals elektrische warmtepompen en kleinschalige collectieve systemen. Waterstof krijgt een belangrijke rol bij de verduurzaming van industrie en zwaar transport, met infrastructuur voor waterstoftankstations en toepassingen in binnenvaart en logistiek. Het energiesysteem wordt steeds meer decentraal ingericht, met opwek en opslag dicht bij de gebruiker, zodat transportafstanden korter worden en het net minder wordt belast. Tilburg kiest voor meervoudig ruimtegebruik en gebiedsgerichte keuzes om de energietransitie haalbaar en toekomstbestendig te maken. Beoordeling De plannen voor duurzame energie-infrastructuur in Tilburg zijn ambitieus en sluiten goed aan bij regionale en landelijke doelstellingen. De combinatie van netverzwaring, uitbreiding van warmtenetten, inzet op waterstof en decentrale energiesystemen biedt een solide basis om de energietransitie te realiseren. De voorgestelde maatregelen zijn technisch uitvoerbaar, maar vergen aanzienlijke investeringen, goede samenwerking met partners als netbeheerders, en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Belangrijke aandachtspunten zijn de capaciteit van het elektriciteitsnet, het tempo van uitvoering door landelijke personeelstekorten en de financiering van de benodigde investeringen.

Daarnaast vraagt de aanleg van nieuwe infrastructuur om een integrale afstemming met andere ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw en groenvoorzieningen. Het betrekken van bewoners en bedrijven bij keuzes en uitvoering is van belang om draagvlak en te creëren. Het tijdig reserveren van ruimte voor de transitie kan duidelijkheid geven voor de omgeving omdat het de keuze laat zien in welke ontwikkeling waar is voorzien. Door flexibel in te spelen op technologische ontwikkelingen en samen met stakeholders te werken aan een gefaseerde uitvoering, kan Tilburg haar energietransitie op een toekomstbestendige manier vormgeven. De regionale aanpak wordt als positief gezien omdat het noodzakelijk is in gezamenlijkheid de transitie vorm te geven. Beoordeling: + 39

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

4. Conclusies en aanbevelingen De evaluatie van de voorgestelde maatregelen op verschillende milieueffecten laat zien in hoeverre Omgevingsvisie deel A van de gemeente Tilburg bijdraagt aan het behalen van haar milieudoelstellingen. Uit de analyse blijkt dat de maatregelen binnen bepaalde beleidsvelden, zoals wonen, omgevingskwaliteit, mobiliteit, circulariteit en klimaatadaptatie, positieve resultaten opleveren. Tegelijkertijd is de impact op andere terreinen zoals gezondheid op delen nog beperkt. Daarnaast komen enkele milieuthema’s zoals luchtkwaliteit, geur en geluid minder aan bod. Winst is vooral te behalen in een afwegingskader bij stapeling van functies. Deze inzichten maken duidelijk waar de sterke kanten van het huidige beleid liggen, maar ook waar nog aandacht en extra inzet nodig is om de ambities van Tilburg te realiseren. Algemeen Tilburg beschikt over een sterke visie, waarbij veel bestaand beleid al is uitgewerkt en actief wordt toegepast in Omgevingsvisie deel A. Door expliciet te benoemen welke beleidsmaatregelen in de visie worden overgenomen, kan de samenhang en kracht van de visie verder worden versterkt. Daarnaast kan het waardevol zijn om inzichten uit monitoring en praktijkervaringen te benutten als input voor de verdere ontwikkeling van de visie.

Het zichtbaar maken van deze koppeling benadrukt de ontwikkeling van de gemeente en draagt bij aan een robuuste en toekomstgerichte Omgevingsvisie. Versterken van de integrale aanpak en samenhang tussen beleid en uitvoering Tilburg kan haar visie verder versterken door te blijven inzetten op een integrale benadering waarin vergroening, duurzame mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie elkaar structureel versterken. In de visie wordt ingegaan op het combineren van functies, maar dit kan nog verder uitgewerkt worden voor bijvoorbeeld het combineren van bedrijvigheid en wonen of het reserveren van ruimte voor de energie transitie. Het ontwikkelen van gebiedsgerichte uitvoeringsagenda’s, waarin ambities en concrete maatregelen per wijk of gebied worden uitgewerkt, draagt bij aan een effectieve en samenhangende realisatie van de doelstellingen. Rond ecologie worden hier al goede stappen gezet met het (gemeentebrede) programma 013 Parken. Daarnaast kan de gemeente de monitoring en bijsturing van de uitvoering verder professionaliseren, bijvoorbeeld via een jaarlijkse voortgangsrapportage. Ruimtelijke regie bij verdichting en transformatie Hoewel Tilburg inzet op binnenstedelijke verdichting en gebiedstransformatie, ontbreekt een helder afwegingskader voor situaties waarin belangen botsen, zoals tussen behoud van groen en woningbouw.

Het is aan te bevelen om een concreet afwegingskader te ontwikkelen, zodat bij ruimtelijke keuzes belangen als groenbehoud, woningbouw, voorzieningen en klimaatadaptatie integraal en transparant worden afgewogen. Dit afwegingskader kan bijvoorbeeld bestaan uit minimumnormen voor publiek toegankelijk groen per bewoner, harde randvoorwaarden voor klimaatbestendige inrichting (zoals groene daken, waterberging en hittestressmaatregelen), garantie voor een gevarieerd woningaanbod en goede bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast is het belangrijk om participatie van bewoners en stakeholders te borgen in het besluitvormingsproces en de afwegingen inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld via een openbare beoordelingsmatrix. Door periodieke monitoring en bijstelling blijft de leefbaarheid en duurzaamheid van verdichtingslocaties gewaarborgd en ontstaat er meer draagvlak voor toekomstige ontwikkelingen. Doorontwikkeling van een toegankelijke, inclusieve en aantrekkelijke openbare ruimte De gemeente kan haar rol binnen een inclusieve en gezonde leefomgeving verder uitbouwen door extra aandacht te besteden aan het ontwerp en beheer van de openbare ruimte. Denk aan het creëren van toegankelijke, groene verblijfsplekken, klimaatbestendige routes en ontmoetingsplekken die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten, met bijzondere aandacht voor de behoeften van kwetsbare groepen.

De ambities op dit vlak zijn hoog, de gemeente kan nog verder werken aan de concretisering in het toewijzen van deze plekken. Participatie van bewoners en lokale stakeholders bij het ontwerp en gebruik van de openbare ruimte kan de sociale samenhang verder versterken. Stimuleren van economische vernieuwing en de transitie naar een circulaire economie De gemeente kan het economisch innovatieklimaat verder versterken door ruimte te bieden aan kennisintensieve clusters, circulaire bedrijventerreinen en de ontwikkeling van startups. De gemeente geeft aan deze ontwikkeling te stimuleren volgens de ‘assen van kennis en kunde’, biedt ruimte en werkt samen in de regio. Dit vraagt niet alleen om fysieke ruimte, maar ook om ondersteunende voorzieningen en een stimulerend vestigingsklimaat. Het faciliteren van samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid draagt bij aan een veerkrachtige, toekomstbestendige economie voor Tilburg en werkt aan clustering van aan elkaar gerelateerde en samenwerkende

40

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen. De gemeente kan in haar visie meer concrete locaties en stimuleringsprogramma’s koppelen. Borging van betaalbare en passende woningbouw De ambitie voor 70% betaalbare nieuwbouw is sterk, maar de visie maakt niet duidelijk hoe deze doelstelling wordt geborgd en bijgestuurd bij veranderende omstandigheden. Het is raadzaam om concrete monitoring- en bijsturingsmechanismen te ontwikkelen, zodat de betaalbaarheid, spreiding en diversiteit van het woningaanbod structureel worden bewaakt en aangepast aan de behoefte van Tilburgse huishoudens. Combinatie van stimulerende en afdwingbare maatregelen De huidige visie legt vooral de nadruk op stimulerende maatregelen in plaats van afdwingbare. Om de gewenste transities daadwerkelijk te versnellen, is het van belang om concrete en in sommige gevallen ook afdwingbare instrumenten in te zetten. Voorbeelden zijn het stellen van harde duurzaamheidseisen aan nieuwbouw, het verplicht terugdringen van fossiel energiegebruik, het opleggen van minimale groenpercentages. Sommige ambities zijn reeds concreet uitgewerkt in bijvoorbeeld het puntensysteem natuurinclusief bouwen. Het vastleggen van minimale ecologische randvoorwaarden zoals de Basiskwaliteit Natuur is een goede stap, maar deze moeten worden vertaald naar heldere, kwantitatieve doelen voor biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemgezondheid.

Door deze doelen te koppelen aan pilotprojecten, structurele monitoring en het gebruik van instrumenten zoals de Stadsnatuurkaart en Nota Biodiversiteit, kan Tilburg ecologische waarden beter beschermen en versterken. Dit voorkomt vrijblijvendheid en maakt het mogelijk om bij te sturen op basis van resultaten. Water en Bodem sturend Het beleid van Tilburg op het gebied van water en bodem sturend beoordelen we als sterk en toekomstbestendig, met als aanbeveling het opstellen van een duidelijk hanteren van een toetsingskader. In de Omgevingsvisie zijn concrete voorbeelden opgenomen, zoals het weren van nieuwbouw in kwetsbare beekdalen, het toepassen van ontharding, bodemsanering, vergroening van daken/gevels, en het afstemmen van landgebruik op lokale water- en bodemsituaties. Instrumenten als de watersignaleringskaart en bodemkwaliteitskaarten ondersteunen het beleidsproces en de milieubeoordeling. Door blijvende monitoring, periodieke evaluatie en heldere borging in de uitvoering kan Tilburg dit principe verder verankeren en de kwaliteit en veerkracht van de leefomgeving duurzaam waarborgen Het landelijk (en provinciaal) toetsingskader vraagt om een heldere onderbouwing van ruimtelijke besluiten op basis van de draagkracht van water- en bodemsystemen. Werk daarom een kader uit waar aan getoetst kan worden om het instrument als sturend te kunnen benutten.

41

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

5. Monitoring De Omgevingsvisie is ingebed in het ruimtelijke beleid van de gemeente en is onderdeel van de beleidscyclus (Figuur 5-1). Het in beeld brengen van omgevingswaarden en ontwikkelrichtingen is een eerste stap in deze cyclus. Na vaststelling van de Omgevingsvisie volgt een verdere concretisering in het omgevingsplan. Hierin wordt onder andere bepaald welke ontwikkelingen vergunningsplichtig zijn. De Omgevingsvisie vormt tevens de basis voor gerichte programma’s, waarin specifieke doelen en acties worden uitgewerkt. Na de uitvoering van deze programma’s vindt een evaluatie en monitoring plaats om te beoordelen in hoeverre de gemeentelijke ambities zijn gerealiseerd. Op basis van deze resultaten wordt bekeken of het lange-termijn beleid uit de Omgevingsvisie moet worden aangepast. Indien nodig wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd en start de beleidscyclus opnieuw, zodat het beleid altijd aansluit op de actuele ontwikkelingen en behoeften van de gemeente.

Figuur 5-1 De beleidscyclus waar de omgevingsvisie onderdeel van is. Bron: Beleidscyclus | Informatiepunt Leefomgeving

De omgevingsvisie is het startpunt van een beleidscyclus en wordt gezien als een dynamisch document. Dit houdt in dat de omgevingsvisie niet 'af' is zodra deze wordt vastgesteld, maar juist wordt aangepast aan nieuwe inzichten, behaalde doelen en veranderende omstandigheden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het monitoren van relevante omgevingsaspecten die bijdragen aan het realiseren van de visie. Hiervoor is een monitoringskader nodig dat de gemeente ondersteunt bij het periodiek meten van de leefomgeving, op basis van heldere en herhaalbare indicatoren. Hulpmiddelen zoals een beoordelingskader met toetsbare indicatoren en digitale dashboards kunnen dit proces ondersteunen. Deze digitale hulpmiddelen bieden onder andere inzicht in de actuele staat van de leefomgeving en laten per ambitie zien in hoeverre de gestelde doelen worden bereikt, inclusief eventuele afhankelijkheden en onzekerheden. Zo kan de gemeente tijdig inspelen op ontwikkelingen en waar nodig het beleid bijstellen. Indicatoren kunnen worden aangescherpt als meer informatie beschikbaar komt of als ambities veranderen. Binnen de beleidsvelden van de gemeente vindt monitoring plaats, die kan leiden tot het aanpassen of herijken van het vigerende beleid.

De resultaten van de monitoring in de beleidsvelden die in de Omgevingsvisie beschreven worden en een ruimtelijke component hebben, kunnen periodiek gebruikt worden om een strategische, integrale herijking van de Omgevingsvisie uit te voeren.

42

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

Colofon OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG KLANT Gemeente Tilburg AUTEUR Joran Haring DATUM 12 november 2025 STATUS Definitief

43

Datum: 12 november 2025 - Internal

OMGEVINGSEFFECTRAPPORT IN ONTWIKKELING OMGEVINGSVISIE DEEL A GEMEENTE TILBURG

Over Arcadis Arcadis is dé wereldwijde partner die vooraan staat bij de meest impactvolle projecten van onze tijd. We helpen onze klanten duurzame keuzes te maken via de combinatie van digitale innovatie, expertise en toekomstgerichte vaardigheden in onder meer milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. Wij zetten die extra stap om onze klanten op maat gemaakte oplossingen te bieden voor ontwerp, engineering en advies. Door data-gedreven inzichten in te zetten geven we de natuurlijke en gebouwde omgeving samen vorm. Met meer dan 35.000 mensen bundelen we wereldwijde expertise en pakken we samen uitdagingen als klimaat, betaalbare energie en leefbare steden aan. We verbeteren de levenskwaliteit door onze aanwezigheid in meer dan 30 landen. In 2024 behaalden we een bruto-omzet van €5,0 miljard. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life 44

Datum: 12 november 2025 - Internal

1 Foto van de Leefomgeving 1.1 Inleiding De Foto van de Leefomgeving beschrijft de leefomgeving van de gemeente Tilburg, met peildatum juli 2024. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2050 worden beschreven in hoofdstuk 4 van deze rapportage. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling samen vormen de referentiesituatie voor het OER. De beoordeling is vertaald in het Rad van de Leefomgeving. De beoordeling leidt tot het navolgende beeld voor de gemeente Tilburg zoals weergegeven in Figuur 1-1 Foto van de Leefomgeving Tilburg Huidige situatie en Autonome ontwikkeling. Huidige situatie: Beschrijving van de stand van zaken per beleidsveld, inclusief lopende ontwikkelingen, aandachtspunten, gebiedsgerichte casuïstiek Autonome ontwikkeling: Vooruitblik naar zichtjaar Omgevingsvisie 2050 op basis van vastgesteld beleid en externe ontwikkelingen

Figuur 1-1 Foto van de Leefomgeving Tilburg Huidige situatie en Autonome ontwikkeling

Arcadis Nederland B.V., Lübeckplein 34, 8017 JS Zwolle

T +31 (0)88 4261 261

www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504 - Internal

1.2 Bodem 1.2.1 Bodem en ondergrond Huidige situatie (+) Tilburg heeft zijn grond- en ondergrondbeleid goed op orde en actueel. De Nota bodembeheer (met bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaarten, PFAS-LMW en toepassingseisen) geeft helderheid over tijdelijk opslaan, hergebruiken en toepassen van vrijkomende grond en baggerspecie. Er is geen noemenswaardige bodemdaling; wel is het zelfreinigend vermogen van de toplaag in delen van de gemeente lager dan gemiddeld, wat aandacht vraagt bij hergebruik en waterkwaliteit. De gemeente erkent de toenemende drukte in de ondergrond (energie, water, wortelruimte, kabels/leidingen) en stuurt hierop met de Leidraad Inrichting Ondergrond, die integraal laat afwegen tussen bovengrondse ingrepen en ondergrondse functies. In het generieke kader zijn toepassingsmogelijkheden soms beperkt (toepassingseis vaak strenger dan ontgravingskwaliteit); Tilburg verruimt dit gebiedsspecifiek op verantwoord wijze, met extra eisen voor speelplekken en moes-/volkstuinen. Per saldo heeft de gemeente grip op eigen grondstromen en een werkend instrumentarium, met oog voor hygiëne en transparantie. Autonome ontwikkelingen (+) Tilburg is goed voorbereid op de Omgevingswet: beleidsneutrale overgang, actualisatie van bodemfunctie- en kwaliteitskaarten, en doorontwikkeling van gebiedsspecifieke kaders.

De leidraad voor ondergrond is een dynamisch instrument dat beleidsmatige aanscherpingen kan doorwerken en helpt om flexibiliteit te behouden bij toekomstige opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke verdichting). Aandachtspunt blijft het bewust afwijken van rijkskwaliteitseisen: toestaan van licht tot matig verontreinigde grond in gebieden met gemiddeld schonere bodem vraagt blijvende zorgvuldigheid en monitoring. Verder is het belangrijk de balans in de bodem te borgen voor natuur en landbouw, grip te houden op de toenemende verharding (effect op hittestress en waterberging) en de ondergrondse ruimte ordentelijk te verdelen om verdringing van functies (zoals WKO/geothermie en wortelruimte) te voorkomen. De gemeentelijke cyclus van uitvoeren, monitoren en herijken (via programma’s, omgevingsplan en een dashboard) ondersteunt tijdige bijsturing; daarmee is de autonome ontwikkellijn positief.

1.2.2 Landbouw Huidige situatie (+/-) Tilburg beschikt op dit moment niet over expliciet gemeentelijk landbouwbeleid, waardoor richtinggevende kaders voor sturing en uitvoering ontbreken. Tegelijk is het beeld van de sector goed, dankzij regionale samenwerking en beschikbare gegevens: er zijn meer dan honderd veehouderijlocaties binnen de gemeente, waarvan vier onder de strengere IPPC-richtlijn vallen. Daarnaast beheert de gemeente circa 550 hectare eigen grond duurzaam in eigen beheer, wat regie geeft over kwaliteit en toekomstige inzet. Per saldo is de basisinformatie en samenwerking op orde, maar de beperkte beleidsmatige verankering maakt dat de sturingskracht en concreet doelbereik in de landbouwtransitie nu nog beperkt zijn. Autonome ontwikkelingen (+) In de autonome ontwikkeling zet Tilburg via het Masterplan Landschapspark Pauwels en het concept Koersdocument Oostflank een duidelijke koers richting duurzame, natuurinclusieve landbouw met lagere stikstofuitstoot en zonering rond kwetsbare natuur. Deze ambitierichting is sterk, maar vraagt om een helder gemeentelijk standpunt, uitwerking met alle stakeholders en expliciete aandacht voor klimaateffecten op de landbouw (zoals waterbeschikbaarheid en bodemkwaliteit).

Ruimtelijk ontstaat een spanningsveld: het beoogde areaal landbouw krimpt (indicatief van 3.500 naar 2.800 hectare) terwijl natuur en bebouwing groeien, en natuurinclusieve bedrijfsvoering vergt vaak meer grond per bedrijf. De autonome lijn is daarmee positief en toekomstgericht, maar vergt nadere beleidskeuzes, integrale ruimtelijke afweging en financiële borging om de ambities daadwerkelijk te realiseren.

Onze referentie: - - Internal

2 van 13

1.3 Landschap en natuur 1.3.1 Landschap en ruimtelijke kwaliteit Huidige situatie (+/-) De kwaliteit van landschap en ruimtelijke kwaliteit wordt kwalitatief beoordeeld, omdat er weinig harde indicatoren beschikbaar zijn. Tilburg kent een grote variatie aan karakteristieke landschappen met drie dorpen, een uitgestrekt agrarisch buitengebied en nabijheid van Natura 2000-gebieden (Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen, Regte Heide en Riels Laag, Kampina en Oisterwijkse Vennen). Een groot deel valt binnen het Natuur Netwerk Brabant, wat bijdraagt aan biodiversiteit en verbinding tussen natuurgebieden. Tegelijk laat de belevingswaarde zien dat direct buiten de stad de waardering toeneemt, maar dat in transitiezones en delen van het buitengebied de ruimtelijke kwaliteit en beleving nog tekortschieten. Kortom: er is veel landschappelijke rijkdom en al jaren inzet op instandhouding, maar er blijven verbeterpunten in het buitengebied en in de belevingskwaliteit van overgangszones. Autonome ontwikkelingen (+) Autonoom zet Tilburg in op duurzame vervlechting van stad en land en op kwaliteitsverbetering van het buitengebied, onder meer door nieuwe groene verbindingen tussen grote natuurgebieden en de doorontwikkeling van Stadsbos013, Moerenburg/Koningshoeven en Park Pauwels.

De uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie stuurt op een robuuste, groene, koele rand rond de stad met sponswerking voor bodem en water en versterking van de groenblauwe dooradering. Er is aandacht voor knelpunten, zoals de voorgenomen N65-ingrepen die bomenkap en verslechtering van landschappelijke begeleiding zouden betekenen; de gemeente stuurt hier op een alternatief ‘parkway’-benadering. Met de Omgevingswet komt extra focus op omgevingskwaliteit; Tilburg werkt aan een Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit met instrumenten als gebiedsbiografieën en een Nota Omgevingskwaliteit. Per saldo wijst de autonome lijn op gerichte kwaliteitsverbetering en tegengaan van verrommeling, met integraal ontwerp en beheer als sleutel.

1.3.2 Cultuurhistorie en archeologie Huidige situatie (+) Tilburg beschikt over diverse cultuurhistorisch waardevolle gebieden en een rijk archeologisch landschap. In en rond de buitengebieden zijn meerdere historische complexen en landgoederenzones aanwezig, terwijl in de stad zes beschermde dorps- en stadsgezichten het karakter mede bepalen. Archeologisch is de tijdsdiepte groot: van jagersverzamelaars tot boeren- en Staatse samenlevingen zijn sporen aanwezig, met hoge verwachtingszones vooral rond het centrum, het zuiden en het noordoosten. Dit geheel onderstreept dat de gemeente een stevig fundament aan erfgoed en archeologische waarden heeft. De huidige situatie scoort positief, omdat zowel de aanwezigheid als de herkenning van deze kwaliteiten in beleid en kaartmateriaal is verankerd. Autonome ontwikkelingen (++) De autonome ontwikkeling is sterk en toekomstgericht. Met de Routekaart Ruimtelijk Erfgoed (2023) benoemt Tilburg 17 concrete activiteiten om erfgoed te behouden, te verduurzamen en volwaardig te verweven met opgaven als woningbouw, omgevingskwaliteit, mobiliteit en vastgoedbeleid. Gebiedsbiografieën en het expliciet vastleggen van cultuurhistorische waarden in plannen geven erfgoed een leidende rol bij nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Parallel hieraan maakt de Routekaart Archeologisch Erfgoed (2022–2025) het archeologiebeleid Omgevingswet-proof: actualisatie van verwachtingskaarten, digitalisering en ontsluiting van data, en aanpassing van werkprocessen. De gemeente richt zich bovendien op het presenteren van archeologische kwaliteiten aan bewoners en bouwers, in samenwerking met erfgoedinstellingen. Hoewel ruimtelijke druk en klimaatverandering (zoals verdroging) risico’s vormen voor archeologische resten, biedt het ingezette beleid een robuust kader om waarden te borgen en te versterken. Daarmee is de autonome lijn duidelijk positief en ambitieus.

Onze referentie: - - Internal

3 van 13

1.3.3 Stedelijk groen Huidige situatie (-) De huidige staat van stedelijk groen in Tilburg is onder de maat. De bebouwde kom is in hoge mate verhard; in 2022 stond Tilburg op plek 6 van de meest versteende steden van Nederland. 1 Twee derde van de wijken haalt de norm van 75 m2 groen per woning niet; gemiddeld komt de gemeente uit op circa 65 m2 per woning. In ongeveer de helft van de buurten ontbreekt een aaneengesloten groenstructuur van minimaal één hectare, wat de gebruiks- en belevingskwaliteit beperkt. Ook de boomdichtheid is laag: met gemiddeld ongeveer 1,3 boom per inwoner scoort Tilburg relatief laag ten opzichte van andere gemeenten. De verdeling van groen is bovendien ongelijk: Udenhout en Berkel-Enschot kennen veel lagere vegetatie, terwijl binnenstedelijk het aandeel bomen significant lager is en richting het centrum het totale groenpercentage het laagst is. Ondanks initiatieven sinds 2016 (zoals geveltuinen, “tegelwippen” en zonegewijs beleid met boomwaardering) blijft de structurele opgave groot. Een verklarende factor is de historische afwezigheid van oppervlaktewater, waardoor de groene dooradering relatief zwak is. Per saldo voldoet de huidige situatie niet aan de gestelde normen en ambities, wat leidt tot een negatieve beoordeling. Autonome ontwikkelingen (+) Autonoom zet Tilburg een duidelijke vergroeningskoers in.

Via de Stadsnatuurkaart en het programma 013 Parken wordt de komende jaren gewerkt aan het versterken van groene hoofdstructuren, het realiseren van nieuwe (stads)parken langs de ‘waterlijn’, ‘boslijn’ en ‘cultuurlijn’, en het toevoegen van koele parkjes en plekken in het hart van wijken. Doorlopende boomaanplant en een meerjarig beheer- en onderhoudskader moeten de kwaliteit borgen. De uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (“Koel Tilburg”) richt zich op brede vergroening tegen hittestress, klimaatadaptieve inrichting van industrieterreinen, groene schoolpleinen, een extra groene impuls in Tilburg Noord en een koelere, groenere binnenstad en dorpscentra. Bij nieuwbouw gelden klimaatscores met minimale verharding (bijvoorbeeld 40% in woongebieden) en zijn bestaande groene/blauwe structuren leidend in ontwerp, aangevuld met robuuste nieuwe groenblauwe structuren en een netwerk van koelte-eilanden en koele routes. Tegelijk brengt klimaatverandering extra druk (langere groeiseizoenen, meer pollen, extremere buien) en is de uitgangssituatie zeer versteend, waardoor de vergroeningstaak omvangrijk blijft. Daarom is de autonome lijn positief, maar nog niet zeer positief: het ingezette beleid zal merkbaar verbeteren, maar op dit moment is niet te verwachten dat overal aan alle normen en streefwaarden wordt voldaan zonder verdere opschaling en prioritering.

1.3.4 Natuur en biodiversiteit Huidige situatie (+/-) De biodiversiteit in Tilburg staat onder druk in lijn met de landelijke trend: van de inheemse plant- en diersoorten uit 1900 resteert landelijk nog circa 15%, en de kwaliteit van natuurgebieden is de afgelopen decennia sterk afgenomen. In en rond Tilburg liggen waardevolle natuurgebieden (Natura 2000: De Brand en Leemkuilen; aansluiting op de Loonse en Drunense Duinen; diverse Natuur Netwerk Brabant-gebieden) met hoge soortendiversiteit, inclusief rodelijstsoorten. Tegelijk zijn deze gebieden binnen de gemeente nog beperkt onderling verbonden en bestaat versnippering. In de stad zelf is de soortensamenstelling relatief divers, maar zonder robuuste, aaneengesloten ecologische schakels blijft het ecosysteem kwetsbaar. Per saldo resulteert dit in een gemengde beoordeling: aanwezige natuurwaarden en diversiteit zijn sterk, maar de huidige connectiviteit en de landelijke drukfactoren maken dat de situatie niet eenduidig positief is. Autonome ontwikkelingen (+) Autonoom wordt zowel landelijk als regionaal een verdere achteruitgang van biodiversiteit verwacht (indicatief nog ~10% daling de komende decennia), vooral door vermesting, verdroging, versnippering en verlies van habitat in agrarische gebieden. Klimaatverandering vergroot de druk (o.a. langere groeiseizoenen, veranderde waterbalans).

Daar tegenover zet Tilburg een duidelijke koers om de ecologische veerkracht te vergroten: de Stadsnatuurkaart 2040 (met 1e-, 2e- en 3e-orde verbindingen, stapstenen en corridors) wordt verankerd in omgevingsplan en meerjarenprogramma’s, met concrete tijdpaden (1e orde in 2030, 2e orde en stapstenen in 2035, 3e orde en corridors in 2040). Het Ontsnipperingsplan adresseert barrières met maatregelen als faunapassages. Het programma 013 Parken versterkt groenblauwe structuren en biodiverse beplanting in de stad. In het buitengebied werken NNB (verbindingen gereed richting 2027) en Landschapspark Pauwels aan herstel van groenblauwe dooradering; via het 1

Rapport-Verstening-Openbare-Ruimte.pdf

Onze referentie: - - Internal

4 van 13

Deltaplan Biodiversiteitsherstel wordt toegewerkt naar 10% groene/blauwe landschapselementen in het landelijk gebied in 2050. Daarnaast worden beheer en bescherming opgeschaald (gebiedsontheffing stedelijk gebied, aanlijnen honden waar nodig, ecologische beheervisie, IBOR-uitwerking, Natural Step, monitoring). Deze samenhangende aanpak maakt de autonome ontwikkeling voor Tilburg positief, maar gezien de sterke externe druk blijft een zeer positieve beoordeling vooralsnog niet realistisch zonder verdere opschaling en succesvolle regionale/landelijke doorbraken.

1.4 Water 1.4.1 Wateroverlast en waterveiligheid Huidige situatie (+) Tilburg ervaart over het algemeen weinig wateroverlast; water op straat treedt vooral bij extreme buien op en blijft in de meeste wijken uitzonderlijk. Modelanalyses (70 mm in 2 uur) wijzen uit dat met name Zuidwest en de Binnenstad gevoeliger zijn. Aandachtspunten zijn tunnels onder het spoor (tijdelijke onbereikbaarheid bij piekbuien), de route naar het ETZ TweeSteden-ziekenhuis (afnemende bereikbaarheid bij extreme neerslag) en incidentele kelderoverlast op bedrijventerrein Loven in de extreem natte periode van eind 2023 tot midden 2024. Gemeente en waterschap hebben duidelijk verdeelde zorgplichten: de gemeente voor inzameling/afvoer van stedelijk afval-, hemel- en grondwater; het waterschap voor zuivering en regionale systemen, met eigen-perceelverantwoordelijkheid voor particuliere en zakelijke eigenaren. De afgelopen jaren zijn diverse knelpunten opgelost via aanleg van blauwe aders en gerichte maatregelen. Per saldo scoort de huidige situatie positief dankzij beperkte frequentie en gerichte aanpak, ondanks enkele hotspots met hoge impact bij extreme neerslag.

Autonome ontwikkelingen (++) Tilburg anticipeert sterk op klimaatverandering en toenemende piekbuien met een samenhangende strategie in het Programma Water en Riolering (PWR) 2024–2027, Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, Stadsnatuurkaart en 013 Parken. De koers combineert boven- en ondergrondse oplossingen: uitbreiding van blauwe aders, extra bergingsruimte in de openbare ruimte, vergroening en infiltratie om zowel wateroverlast als verdroging tegen te gaan, en klimaatscores bij nieuwbouw (minimale onverharding, robuuste groen-blauwe structuren leidend in ontwerp). De PWR-doelen zijn concreet en ambitieus: streven naar 0% water op straat in 2050 bij een composietbui T=2; bij T=100 maximaal 2 cm water tegen de gevel zonder schade aan essentiële voorzieningen (in andere uitwerking: maximaal 1% panden met risico). Ondergronds afvoeren van extremen is kostbaar; daarom zet Tilburg primair in op bovengrondse berging en het accepteren en sturen van tijdelijk water tussen straatbanden en in groenvoorzieningen. Bekende knelpunten worden stapsgewijs aangepakt en het stelsel verder uitgebouwd. Hoewel water op straat bij extreem weer nooit volledig te voorkomen is, rechtvaardigen de duidelijke doelstellingen, investeringsbereidheid en integrale koppeling met vergroening en hittestressmitigatie een zeer positieve autonome beoordeling.

1.4.2 Grond- en oppervlaktewater Huidige situatie (-) De huidige waterstatus in Tilburg scoort negatief. Alle KRW-waterlichamen voldoen op dit moment niet aan de volledige norm: ecologische doelen worden niet gehaald en in enkele gevallen schiet ook de chemie tekort. Er zijn duidelijke toxiciteitshaarden in het oppervlaktewater (o.a. rond Kievit/Reeshof, Vossenberg en ter hoogte van de Blaak), terwijl grondwaterstanden laag zijn en bij droogte verder dalen. Bewoners ervaren bovendien een tekort aan (zwem)water nabij de woonomgeving vergeleken met regionale gemiddelden, wat mede samenhangt met de historische schaarste aan oppervlaktewater op de zandrug. Hoewel de gemeente haar zorgplichten invult (scheiden van hemel- en afvalwater, saneren van overstorten) ligt de primaire verantwoordelijkheid voor waterkwaliteit bij de waterschappen. Per saldo is de combinatie van niet-naleving van KRW-doelen, toxiciteit en lage grondwaterstanden bepalend voor de negatieve beoordeling, met wel duidelijke kansen voor natuurlijke klimaatbuffers aan de stadsranden. Autonome ontwikkelingen (+) Vooruitkijkend zet Tilburg een samenhangende koers neer met het Programma Water en Riolering 2024–2027: vasthouden, bergen en afvoeren als leidende strategie, periodieke herijking, uitbreiding van blauwe aders, ontkoppelen van gemengde stelsels, en verplichte infiltratie (bijv.

10 mm per project) om zowel wateroverlast te

Onze referentie: - - Internal

5 van 13

beperken als verdroging tegen te gaan. Het gebiedsgerichte grondwaterbeheer pakt historische verontreiniging (o.a. uit de textielindustrie) aan met monitoring en vooraf bepaalde responsacties, in samenwerking met waterschap en provincie. Tegelijk zijn er stevige externe opgaven: landelijk wordt verwacht dat niet alle KRW-doelen in 2027 gehaald worden, droogte drukt de grondwaterstanden en kan toxiciteit doen toenemen, en de drinkwatervoorziening staat regionaal onder druk. De ambitie om drinkwaterbronnen te beschermen is geborgd, maar vraagt waarschijnlijk aanvullende vraagreducerende maatregelen (waterbesparing, regenwaterbenutting, ontwerpregels bij nieuwbouw). Alles afwegend is de autonome lijn positief: het beleid bouwt voort aan een robuust en flexibel water- en rioleringssysteem, maar succes hangt mede af van regionale samenwerking en extra inzet op het terugdringen van toxiciteit en het halen van KRW-doelen.

1.4.3 Droogte Huidige situatie (-) Droogte vormt op dit moment een reëel risico in en rond Tilburg. Hoewel het gemiddelde potentiële maximale neerslagtekort relatief laag is (circa 120–150 mm), treden in droge jaren tekorten van 210–240 mm op. In het grootste deel van de gemeente ligt de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) meer dan 2 meter onder maaiveld, waardoor grondwaterafhankelijke natuur kwetsbaar is. Vooral gebieden als de Loonsche Heide, Oude Warande, Blaak-West en de Leemputten zijn droogtegevoelig; ook de Regte Heide en de Drunense Duinen ervaren droogtedruk. Het risico op natuurbranden neemt toe bij aanhoudende droogte. Positief is dat paalrot voor gebouwen praktisch geen risico vormt (nauwelijks houten paalfunderingen) en dat waterparken en maatregelen in Moerenburg en Landschapspark Pauwels worden ingezet. Per saldo weegt de droogtekwetsbaarheid van het landschap en de natuur nu zwaarder dan de reeds genomen stappen, wat leidt tot een negatieve beoordeling. Autonome ontwikkelingen (+/-) Door klimaatverandering nemen neerslagtekorten en droogterisico’s toe: richting 2050 (scenario hoog) stijgt het gemiddeld potentieel neerslagtekort naar circa 180–240 mm en kan eens per tien jaar 270–300 mm worden bereikt. Zomers worden droger, winters natter; lokaal verandert de GLG (lichte stijging in het midden/zuidwesten, daling op plekken in het noordoosten).

Natuurbrandgevoeligheid neemt toe, net als droogtestress voor vegetatie, met verhoogde risicozones in het noorden en zuidwesten. Tilburg benoemt helder de ambitie om droogte tegen te gaan (klimaatbestendig en klimaatneutraal in 2045; lokaal infiltreren en bufferen van hemelwater) en heeft meerdere relevante kaders vastgesteld (Koel Tilburg, PWR 2024–2027, Programma 013 Parken). Toch ontbreekt voor droogte een voldoende concrete, gebiedsdekkende uitwerking en opschaling van maatregelen in alle koersdocumenten; de opgave blijft groot. Daarom is de autonome lijn gemengd: er is een duidelijke ambitie en basisbeleid, maar zonder verdere concretisering en prioritering is het effect nog onzeker en blijft de beoordeling op +/- staan.

1.5 Economie 1.5.1 Economische bedrijvigheid Huidige situatie (+) Tilburg heeft een brede en veerkrachtige economische basis. Maakindustrie en logistiek zijn traditioneel sterk en zorgen nog steeds voor veel werkgelegenheid, terwijl de kenniseconomie zichtbaar groeit (o.a. MindLabs, samenwerking met universiteit). Werkloosheid ligt rond het landelijk gemiddelde en de zorgsector is de grootste werkgever, gevolgd door handel, industrie, onderwijs en vervoer/opslag. Bedrijventerreinen (ca. 1.000 ha) huisvesten 35% van de banen; logistiek legt hier een stevige ruimteclaim door de ligging op de Rotterdam–Duitsland-corridor. Kantorenmarkt kent een mismatch: meer vraag naar kleinschalige units in gemengde stedelijke milieus (centrum, Spoorzone) en minder naar snelweglocaties, met leegstand rond 10% (boven gezonde frictie). Binnenwijkse bedrijventerreinen (netto 70 ha) vervullen een rol voor kleinschalige, stadsverzorgende bedrijvigheid dicht bij de consument. Per saldo: solide economische structuur en werkgelegenheid, met aandachtspunten in ruimtedruk, kantorenmismatch en sectorale krapte (zorg, onderwijs). Autonome ontwikkelingen (+) De koers richting Next Economy is stevig: focus op slimme logistiek, slimme maakindustrie en circulaire economie, met regionale samenwerking. Tilburg start een programmatische revitalisering van bedrijventerreinen (tot ca. 2035 –

Onze referentie: - - Internal

6 van 13

2040) gericht op intensivering/verdichting, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire toepassingen. Nieuwe werklocatie Wijkevoort moet als campusprofiel hoogwaardige, toegepaste technologie en productie koppelen (distributie dienend daaraan), en zo de kenniseconomie versterken. Tegelijk worden werklocaties gemengder (wonenwerken), neemt de vraag naar OV-/centrumlocaties toe en ontstaat behoefte aan innovatiehotspots waar bedrijfsleven en onderwijs samenkomen. Mobiliteit en modal shift worden ondersteund via het Wilhelminakanaal-project (klasse IV schepen), wat bereikbaarheid en verduurzaming van goederenstromen bevordert. Grote opgaven blijven: structurele arbeidsmarktkrapte (zeker in zorg/onderwijs), schaarse ruimte, netcongestie en de ruimte- en milieucategoriebehoefte van circulaire industriële symbiose. Alles afwegend: positieve autonome ontwikkeling door duidelijke programma’s en investeringsrichting, met noodzaak tot integrale ruimtelijke afweging, verduurzaming en arbeidsmarktstrategie om de ambities te verzilveren.

1.5.2 Recreatie en toerisme Huidige situatie (+) Tilburg heeft een sterk en divers vrijetijdsaanbod dat bijdraagt aan een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. Jaarlijks worden circa 450 evenementen georganiseerd, waaronder landelijke trekkers zoals de Tilburgse Kermis, Meimarkt, Roadburn en carnaval. Het culturele aanbod is breed met musea (TextielMuseum, De Pont, Natuurmuseum Brabant) en podia (013, Schouwburg, Concertzaal). De nabijheid van grote natuurtrekkers (Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen, Van Gogh Nationaal Park) versterkt de recreatieve aantrekkingskracht. Horeca en leisure zijn economisch relevant (samen circa 6,8% van de banen; >700 hotelkamers, 60% zakelijk/40% toeristisch). Aandachtspunt in de huidige situatie is de druk op de sportinfrastructuur: vraag en aanbod zijn niet in balans. Per saldo is de beoordeling positief door het brede, kwalitatieve aanbod en sterke regionale recreatieve troeven. Autonome ontwikkelingen (+/-) Tilburg en de regio (Midpoint Brabant) zetten gericht in op het versterken van hoogwaardige recreatie, met projecten als Van Gogh Homeland. Het evenementenbeleid stimuleert zowel topevenementen als inclusieve wijk- en dorpsevenementen; de kermisvisie voegt festivalcomponenten toe, met aandacht voor inclusiviteit en duurzaamheid.

Tegelijk leidt stedelijke verdichting naar 2050 tot spanningen: meer ervaren overlast voor omwonenden, schaarste aan geschikte locaties en hogere druk op sportaccommodaties. De gemeente onderkent dit en werkt aan spreiding, duidelijke regels en communicatie, maar de balans tussen levendigheid en leefkwaliteit vraagt blijvende aandacht en ruimte. Daarom is de autonome beoordeling gemengd: de richting is goed (programmering, regionale samenwerking), maar stedelijke verdichting en capaciteitsdruk (evenementenlocaties, sport) kunnen de ambitie beperken zonder aanvullende, concrete ruimtelijke en organisatorische borging.

1.6 Leefomgeving 1.6.1 Wonen Huidige situatie (+/-) Tilburg is een jonge, groeiende gemeente met veel twintigers en dertigers en een grote studentenpopulatie. Tegelijkertijd vertrekken veel jongeren na hun studie, mede door een tekort aan passende, betaalbare starterswoningen (met name huurappartementen). De woningvoorraad (105.264 woningen) is kleiner dan het aantal huishoudens (114.119), wat op spanning wijst tussen vraag en aanbod. Levensloopbestendige en zorggeschikte woningen zijn nu onvoldoende aanwezig; toekomstige vergrijzing zal dit knelpunt vergroten. Positief is dat de betaalbaarheid van koopwoningen gemiddeld iets beter is dan landelijk, maar per saldo is de situatie gemengd: er is zowel een kwantitatieve als kwalitatieve mismatch, waardoor de huidige beoordeling uitkomt op neutraal. Autonome ontwikkelingen (+/-) De gemeente wil tot 2040 meer dan 25.000 woningen realiseren, hoofdzakelijk binnenstedelijk, en vóór 2026 opschalen naar circa 1.611 woningen per jaar. 2 Er lopen pilots voor doorstroming van ouderen, en regionale afspraken (SRBT-woondeal) en woonzorgvisies moeten de verdeling en kwaliteit verbeteren. Het Kenniskwartier (NOVEX) krijgt rijkscofinanciering, wat de uitvoeringskracht vergroot. Toch blijft het onzeker of deze productie het kwalitatieve gat 2

Inmiddels is er nieuw woonbeleid 2025-2030.

Onze referentie: - - Internal

7 van 13

tijdig dicht: vergrijzing doet de vraag naar levensloop- en zorggeschikte woningen snel toenemen, starterswoningen zijn schaars, en een groot deel van de bestaande voorraad blijft ongewijzigd. Daarmee is de autonomere lijn wel gericht en kansrijk, maar nog niet overtuigend genoeg voor een positieve beoordeling; de uitkomst blijft neutraal.

1.6.2 Leefbaarheid Huidige situatie (+/-) De leefbaarheid in Tilburg laat een gemengd beeld zien. Op basis van de Leefbarometer scoort de gemeente als geheel onder het landelijk gemiddelde, met duidelijke uitschieters naar beneden in wijken als Gesworen Hoek, Wandelbos Noord en Stokhasselt. De belangrijkste verklaring ligt bij sociale veiligheid: overlast en onveiligheid drukken de totale score, aangevuld door lagere beoordelingen op woningvoorraad, fysieke leefomgeving en sociale samenhang. Tegelijkertijd profiteert Tilburg als grote stedelijke gemeente van een goede nabijheid en omvang van voorzieningen (zorg, onderwijs, winkels), al zijn die relatief geconcentreerd rond het centrum. Alles afwegend is de huidige situatie neutraal: de sterke voorzieningenstructuur weegt mee, maar de knelpunten in sociale veiligheid en enkele zwak scorende wijken temperen het totaalbeeld. Autonome ontwikkelingen (+/-) Voor de komende jaren worden geen grote externe veranderingen verwacht die de leefbaarheid ingrijpend verslechteren. De gemeente zet juist in op gerichte verbetering via investeringen in omgevingskwaliteit en het bijsturen van sociale voorzieningen op wijkniveau. Sociaaleconomische menging wordt actief ingezet als principe om de kwaliteit van leefbaarheid, veiligheid en welzijn per wijk te versterken.

Daarbovenop participeert Tilburg in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voor Tilburg Noord-West, met een samenhangende, juridisch geborgde aanpak die specifiek op de problemen in dit gebied is gericht. Met de nieuwe T-meter monitort de gemeente tweejaarlijks de leefomgeving, veiligheid en veerkracht, zodat gebiedsperspectieven en -agenda’s met actuele data kunnen worden bijgestuurd. Deze gerichte, programmatische inzet rechtvaardigt een positieve beoordeling van de autonome ontwikkeling.

1.7 Bereikbaarheid & verkeersveiligheid 1.7.1 Infrastructuur Huidige situatie (+/-) Tilburg beschikt over een goed inzichtelijk en compleet infrastructuurnetwerk: hoofdwegen (ringbanen en buitenring), spoor (intercitystation Tilburg en de stations Universiteit en Reeshof), een regionaal en lokaal OV-knooppunt rond station Tilburg, en een groeiend netwerk voor langzaam verkeer met doorfietsroutes. De cityring is verluwd (30 km/u, minder rijstroken), wat de positie van voetganger, fiets en OV versterkt, maar de ringbanen blijven barrières vormen (met name Ringbaan-West). Er is beleid voor voetgangers (Loopagenda) en fietsers (Fietsagenda), en er zijn snelfietsroutes gerealiseerd. Tegelijkertijd is de auto-infrastructuur nog dominant en staat het systeem onder druk door verdichting en groeiende mobiliteitsvraag. Daarom is de huidige situatie gemengd: de richting is goed en de structuren zijn helder, maar de transitie naar minder hinder en actieve, duurzame mobiliteit is nog niet overal voelbaar. Autonome ontwikkelingen (+) De gemeente zet een duidelijke koers uit om hinder te verminderen en duurzame, actieve mobiliteit te faciliteren, passend bij de woningbouwopgave.

Kernpunten zijn: uitbreiding station Tilburg (extra perron, hogere sprinterfrequentie), verkenning van een nieuw station tussen Berkel-Enschot en Udenhout 3 en opwaardering van station Universiteit; herinrichting Ringbaan-West tot stadsboulevard en het verleggen van de auto-assen, met de buitenring als dragende autostructuur; invoering van een zero-emissiezone voor stadslogistiek binnen de ringbanen (2025); uitrol van extra snelfietsroutes en het hanteren van voetganger en fietser als uitgangspunt bij herinrichtingen; OV-agenda met forse groeiambitie (factor 3–5) en concessie 2026–2036; toepassing van STOMP bij gebiedsontwikkelingen, met hubs, lagere parkeernormen en meervoudig ruimtegebruik. Deze samenhangende aanpak sluit aan op de ambities en maakt de autonome ontwikkeling positief. Wel blijft het van belang om te monitoren en tijdig bij te sturen, zodat verdichting niet leidt tot nieuwe knelpunten en de modal shift daadwerkelijk wordt gerealiseerd. 3

Inmiddels is gekozen voor Udenhout.

Onze referentie: - - Internal

8 van 13

1.7.2 Mobiliteit Huidige situatie (+/-) In Tilburg is de auto nog de dominante vervoerskeuze: circa 49% van de verplaatsingen gaat per auto, 43% per fiets, 5% met het OV en 3% betreft vracht. Het wegennet is daarmee de zwaarste drager van mobiliteit, terwijl ruimte en voorzieningen voor voetgangers en fietsers (zoals voldoende fietsparkeerplekken en verkeersveiligheid) nog verbetering vragen. De gemeente heeft wel een goed beeld van knooppunten en knelpunten en werkt al aan verluwing en prioriteit voor langzaam verkeer, maar in de praktijk is de modal shift nog beperkt voelbaar. Per saldo is de huidige situatie gemengd: de richting is juist, maar de auto domineert nog en de basis voor lopen/fietsen/OV moet verder worden versterkt. Autonome ontwikkelingen (+/-) Tilburg zet in op een modal shift door autoverkeer te ontmoedigen (o.a. verluwen, lagere parkeernormen) en fietsen, lopen en OV actief te faciliteren (nieuwe snelfietsroutes, loopagenda, OV-agenda, deelmobiliteit). Tegelijk wordt gestuurd op nabijheid van functies, zodat minder mobiliteit nodig is en binnenstedelijke verdichting bereikbaar blijft. Er liggen concrete plannen en integrale gebiedsaanpakken met de netwerkanalyse en deelagenda’s als leidraad, maar de opgave blijft zeer groot: zonder voldoende en tijdige uitwerking bestaat risico op netwerkdruk en achterblijvende modal shift.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16223370/1