CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota zienswijzen Rielseweg 875

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel afgifte verklaring van geen bedenkingen Rielseweg 87528.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De stallingsbehoefte met de inzet van de deelfietsen is bepaald op basis van ervaringscijfers van DockHolland.

Conclusie

Bovenstaande aantallen zijn verwerkt in de aangepaste ruimtelijke onderbouwing. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 6 – Ecologie en stikstof 6. 1

Effecten ecologische verbindingszone, Natuurnetwerk Brabant en Natura2000

Negatieve effecten ecologische verbindingszone Er is sprake van een ecologische verbindingszone (Natuurnetwerk Brabant, NNB) naast het nieuw te bouwen arbeidsmigrantenhotel. Een gedeelte van 325 m² van NNB wordt opgeofferd voor het bouwplan. Reclamanten zijn van mening dat het bouwplan (dat groot en kolossaal is) negatieve effecten heeft op de leefomgeving en de natuur. Reclamanten betwijfelen of de genomen maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen. Ook wordt gevraagd hoe de gemeente Tilburg tot de conclusie is gekomen dat dit effect nihil is. Stikstof In de stikstofberekening is uitgegaan van het aantal verkeersbewegingen van 184 per dag. Enkele reclamanten geven aan dat dit geen realistische weergave van de werkelijkheid is. Het uitgangspunt van de stikstofberekening is onjuist. Daarnaast is onduidelijk of gebruik is gemaakt van de meest recente versie van de Aerius-calculator. Geluid- en lichtoverlast De aanwezigheid van 366 arbeidsmigranten op een relatief klein oppervlakte zorgen voor grote geluid- en lichtoverlast op de naastgelegen natuur, wat negatieve gevolgen heeft voor de daar aanwezige flora en fauna. Deze negatieve effecten op het NNB worden benoemd in alinea 4.9.2 van de ruimtelijke onderbouwing, maar er is niet opgenomen op welke manier deze negatieve effecten worden voorkomen.

Dat moet inzichtelijk zijn, voordat de vergunning kan worden verleend. Compensatie vervallen Natuurnetwerk Brabant (NNB)

41

In alinea 4.9.2 van de ruimtelijke onderbouwing valt te lezen dat een gedeelte van het perceel met de bestemming "Natuur" van 325 m² wordt opgeofferd voor het bouwplan. In bijlage A bij het collegebesluit van 8 september 2020, waarbij deze locatie is aangewezen als kansrijk, is opgenomen dat het vervallen van dit stuk natuur moet worden gecompenseerd. Uit de landschappelijke inpassing bij de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet waar en op welke manier deze 325 m² aan natuur wordt gecompenseerd. Bovendien is in bijlage A bij het collegebesluit van 8 september 2020 het volgende opgenomen: "Vanuit de regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap dient 20% van de waardevermeerdering van de ontwikkeling geïnvesteerd te worden in versterking van natuur en landschap." Ook op dit punt is de landschappelijke onderbouwing bij de ruimtelijke onderbouwing niet duidelijk. Er wordt niet aan deze voorwaarden van het collegebesluit van 8 september 2020 voldaan met de huidige plannen. Natura2000 Het aantal verkeersbewegingen van 366 arbeidsmigranten van en naar hun werk (15 km van en naar de werkplek), hebben een negatief effect op de Natura2000 gebieden het Riels Laag en de Regte Heide. Een toename van zoveel verkeershandelingen kan niet goed zijn voor de stikstofreductie en/of klimaatadaptatie. Gevraagd wordt naar het moreel kompas van de gemeente Tilburg.

Ook wordt gevraagd wie erop toeziet dat de verkeersbewegingen beperkt blijven, dat voorkomen wordt dat arbeidsmigranten gebruikmaken van eigen vervoer en wat de consequenties zijn als dit wel gebeurt. De verkeersbewegingen van de Rielseweg zijn in kaart gebracht, maar de extra verkeersbewegingen op de N630 Turnhoutsebaan zijn niet meegenomen. Het is onduidelijk of hier extra verkeersbewegingen worden verwacht. Dit kan het gevolg zijn van mogelijke extra verkeer door shoppende Nederlanders vanwege de lagere accijns op bijvoorbeeld benzine, drank en tabak in België ten opzichte van Nederland. De N630 grenst aan een Natura2000-gebied en aan woonwijken in Goirle, waar al een relatief hoog NO₂- en CO₂-gehalte aanwezig is. Als de impact groot is, zijn er maatregelen nodig om de uitstoot van NO₂ en CO₂ op deze weg te beperken, bijvoorbeeld door een snelheidsbeperking in te stellen.

Nummer zienswijze

Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak De gemeente Tilburg is een van de deelnemers aan de Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak in de provincie. Regte Heide/Riels Laag is daarin een belangrijk maar ook kwetsbaar gebied. Enkele opgaven in en om de Regte Heide/Riels Laag zijn het versnellen en intensiveren van het natuurherstel in dit Natura2000-gebied en het afronden van het NNB. De gemeente Tilburg zit ook in het bestuurlijk overleg waarin vertegenwoordigers van alle samenwerkende partijen gezamenlijk opdrachtgever zijn en besluiten nemen. Er zijn 5 belangrijke focusgebieden benoemd waaronder het gebied tussen de Regte Heide/Riels Laag en het Bels Lijntje en het gebied met de kern Riel, Katsbogten en de zone tussen Riel en Goirle. De gemeente Tilburg weet dus wat nodig is. Daarom kunnen reclamanten niet begrijpen dat op deze specifieke locatie aan de grens met Riel meegewerkt wordt aan een dergelijk grote huisvesting met veel intensiteit van allerlei activiteiten zoals die zijn te verwachten op een plek waar zoveel mensen samenwonen. Gevraagd wordt of er afstemming is geweest binnen de gemeente Tilburg over dergelijke tegenstrijdig lijkende ontwikkelingen.

16, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 29, 33, 35, 38, 39, 40, 42, 43, 44, 46, 47, 49, 50, 51, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74, 76, 77, 78, 82, 84, 85, 86, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106,

42

Reactie gemeente

107, 108, 109, 110, 111, 112, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 119, 120, 122, 123, 124, 125, 126, 128, 130, 134, 135, 136, 137, 141, 143, 145, 146, 151, 153, 154, 157, 158, 163, 165, 166, 167, 169, 173, 174, 177, 179, 180. Natuurnetwerk Brabant (NNB) en onderzoek licht- en geluidhinder Voor effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) “ecologische verbindingszone”, inclusief licht- en geluidsverstoring, zie onze reactie bij onderwerp 3.2 en 6.2 uit deze nota. Natura2000 / Stikstof Voor voorliggend plan is een stikstofnotitie opgesteld door De Essentie en zijn de daarbij behorende AERIUS-berekeningen uitgevoerd (het rapport is als bijlage 9 toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing). Er zijn twee berekeningen uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2024: één voor de bouwfase en één voor de gebruiksfase (maatgevende jaar). Bij de gebruiksfase is uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie, ondanks lagere ervaringscijfers van Bureau Goudappel (opsteller verkeersstudie). De bouwfase veroorzaakt een toename van stikstofdepositie van 0,01 mol N/ ha/jaar op 3,76 hectare stikstofgevoelig Natura 2000-areaal met inachtneming van de uitgangspunten zoals het gebruik van elektrische werktuigen en werktuigen die gebruik maken van AdBlue. De gebruiksfase veroorzaakt een toename van stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha/ jaar op 9,52 hectare stikstofgevoelig Natura 2000-areaal.

De gebruiksfase is derhalve maatgevend. De berekende deposities zijn weliswaar laag, maar bedragen meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarom is deze situatie beoordeeld door Sweco in een Ecologische Beoordeling (bijlage 4 van bijlage 9 van de ruimtelijke onderbouwing). De conclusie uit dit onderzoek luidt als volgt: “De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels Laag, en een permanente toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen Natura 2000-gebieden Regte Heide & Riels Laag. Voor de habitattypes waarvoor geldt dat de KDW wordt overschreden (H3130, H4010A, H4030, H7140A en H7150), is onderzocht of de berekende toename aan stikstofdepositie kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit- of oppervlakteverlies van het stikstofgevoelige areaal. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat de stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg staat aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattype binnen het Regte Heide & Riels Laag.

Significant negatieve gevolgen door de toename aan stikstofdepositie ten gevolge van het voorgenomen plan zijn daarom, ook in cumulatie, uitgesloten.” Zoals aangegeven in het onderzoek, zijn de emissies vanuit de maatgevend gebruiksfase worstcase geraamd. Er wordt geconcludeerd dat er geen mogelijke significante negatieve effecten kunnen plaatsvinden op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename in stikstofdeposities. Het is derhalve niet nodig om mogelijke effecten nader te onderzoeken in een passende beoordeling; de uitgevoerde voortoets geeft afdoende zekerheid. Desalniettemin heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen een separate vergunning aan te vragen voor een Natura2000-activiteit. Dit traject staat los

43

van voorliggende omgevingsvergunning en de provincie is het bevoegd gezag om een besluit te nemen op deze vergunningaanvraag. De uitvoerbaarheid van voorliggende omgevingsvergunning is getoetst. Hoewel er formeel een vergunningsaanvraag Natura2000-activiteit is ingediend bij de provincie, volgt uit de conclusies van de ecologische beoordeling (voortoets) dat het gemeentebestuur op voorhand niet hoeft in te zien dat de stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling in de weg staan aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen als bedoeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoewel de provincie momenteel een vergunningenstop hanteert ten aanzien van het in behandeling nemen van Natura2000-vergunningen, mag het gemeentebestuur daarmee concluderen dat er geen gronden zijn waarop op dit moment de (formele) vergunningsaanvraag geweigerd zou kunnen worden door het bevoegd gezag (de provincie). Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak De Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Regte Heide & Riels Laag is een door de provincie ingezet traject om samen met relevante stakeholders maatregelen te nemen om de doelen te halen vanuit Natura2000, het Natuurnetwerk Brabant en de Kaderrichtlijn Water, terwijl tegelijkertijd perspectief blijft voor de landbouw rondom de Regte Heide en Riels Laag en de leefbaarheid van het platteland overeind blijft.

De GGA is daarmee geen beleidsdoel op zichzelf, maar een middel om de genoemde internationale en nationale beleidsdoelen te halen. Voor de effecten van de ontwikkeling op het behalen van deze beleidsdoelen verwijzen we daarom naar de beantwoording onder Natura2000 / stikstof hierboven bij dit onderwerp (6.1) en Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel bij onderwerp 3.2.

6. 2

Conclusie Soortenbescherming

Voor de reactie over de verkeersbewegingen zie onderwerp 5 van deze nota. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Quickscan flora en fauna De quickscan flora en fauna dateert van 25 maart 2021 en is bovendien uitgevoerd, voordat de voormalige bebouwing op het perceel werd gesloopt. Een actualisatie lijkt nodig. Uit de actualisatie moet ook blijken welke vervolgonderzoeken nog nodig zijn, voordat vergunning verleend kan worden. Veldbezoek quickscan Gevraagd wordt hoe betrouwbaar het veldbezoek in het kader van de quickscan flora en fauna is geweest, aangezien niet te achterhalen is onder welke weersomstandigheden het veldbezoek is uitgevoerd. Gevraagd wordt een nieuw onderzoek uit te voeren of te onderbouwen waarom dit niet nodig zou zijn. Kerk- en steenuil In de rapportage wordt de aanwezigheid van kerk- en steenuil bevestigd om de effecten op deze soorten vervolgens ‘weg te schrijven’ op basis algemene habitateisen. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat kerk- en steenuil veelal foerageren langs overgangen tussen bos en kruiden. De essentie van aangrenzende natuurstroken, met name aan de westzijde, kan dus onderschat zijn, zeker nu door de sloop beide zijde van deze bosstrook geschikt foerageergebied vormen. Gevraagd wordt nader onderzoek uit te voeren naar essentieel foerageergebied voor kerk- en steenuil of te

44

onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn. Onderzoek vleermuizen Kennelijk is enkel ten aanzien van vleermuizen een vervolgonderzoek gedaan. Ook dat onderzoek is inmiddels te oud om nog gebruikt te worden, om dezelfde reden als de quickscan zelf. Wat betreft vleermuizen wordt in de quickscan flora en fauna een soortenlijst geformuleerd met soorten die op basis van verspreiding op de planlocatie voor kunnen komen. Het vervolgonderzoek naar vleermuizen beperkt zich tot slechts 3 van de genoemde soorten, waarbij niet te achterhalen is waarom sommige soorten niet nader zijn onderzocht. Gevraagd wordt dit te verklaren. Het gaat hier immers ook om zeer lichtschuwe en lastig detecteerbare soorten zoals gewone en grijze grootoorvleermuis, watervleermuis, franjestaart en baardvleermuis, waarvoor het gebied mogelijk als essentiële vliegroute of foerageergebied kan dienen. Reclamant vraagt te onderbouwen waarom naar deze soorten en functies onvoldoende onderzoek is uitgevoerd. Het vleermuisonderzoek is daarnaast niet conform vleermuisprotocol uitgevoerd. Gevraagd wordt waarom hiervan is afgeweken en of voldoende onderzoeksinspanning geleverd is. Reclamanten vragen nogmaals aanvullend vleermuisonderzoek uit te voeren conform vleermuisprotocol of te onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn.

Gevraagd wordt, in relatie tot het verlichtingsplan, aan te geven hoe wordt gewaarborgd dat de impact van verlichting op vleermuizen en andere nachtactieve soorten niet boven de in het rapport opgenomen maximale belasting van 0,1 lux komt én of een impact van 0,1 lux niet te hoog is. Steenmarter In de natuuronderzoeken is bevestigd dat steenmarter aanwezig is. Overige marterachtigen zijn kennelijk niet aanwezig volgens de rapportage. Met behulp van wildcamera’s heeft een van de reclamanten namens de Zoogdiervereniging in het kader van het NEM Marters onderzoek gedaan in deze strook, waarbij naast steenmarter ook regelmatig bunzing in beeld verscheen. De methodiek die reclamant vanuit het NEM Marters heeft uitgevoerd volstaat daarnaast niet voor hermelijn en wezel, waardoor niet valt uit te sluiten dat ook deze soorten in het gebied voorkomen. Gevraagd wordt hier aanvullend onderzoek naar uit te voeren of te onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn. Daarnaast maakt reclamant zich zorgen over de toename van het verkeer. In hoeverre kan de gemeente aantonen dat de toename aan verkeersbewegingen geen negatieve impact heeft op steenmarter, bunzing en andere beschermde soorten of voorziet u in ontsnipperende maatregelen? Reptielen Reptielen worden in de quickscan flora en fauna ‘weggeschreven’ op basis van hun voorkeurshabitat.

Echter zijn voldoende voorbeelden voorhanden dat bijvoorbeeld de levendbarende hagedis voorkomt in vergelijkbaar habitat zoals dat zich voordoet op de projectlocatie of binnen de invloedsfeer hiervan. Op basis van verspreiding is het in elk geval niet uit te sluiten.

45

Gevraagd wordt hier aanvullend onderzoek naar uit te voeren of te onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn. Amfibieën De impact op amfibieën wordt niet erkend op basis van uitgevoerd onderzoek. Met geen woord wordt gerept over de aanwezigheid van twee poelen op ca. 50 en 150 meter vanaf de planlocatie. Deze poelen kunnen in potentie dienstdoen als voortplantingswater, ook voor streng beschermde soorten als vinpootsalamander en boomkikker. Gevraagd wordt hier aanvullend onderzoek naar uit te voeren of te onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn. Ongewervelden Wat betreft ongewervelden vraagt reclamant zich af wat de impact is op grote vos aangezien reclamant die zelf op ca. 650 meter afstand heeft waargenomen. Daarnaast is reclamant benieuwd of teunisbloempijlstaart valt uit te sluiten, aangezien op de planlocatie of binnen de invloedsfeer teunisbloemen (waardplant) aanwezig zijn. Gevraagd wordt hier aanvullend onderzoek naar laten uitvoeren of te onderbouwen waarom dat niet nodig zou zijn.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Reeën De directe omgeving is het leefgebied van een kudde reeën. Zij zullen verjaagd worden. 47, 163, 173, 180. Actualisatie quickscan Ten opzichte van de ontwerp omgevingsvergunning is er een actualisatie uitgevoerd van de quickscan flora en fauna (BRO, 2 december 2024). Deze maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. Uit de quickscan blijkt dat overtreding van de wettelijke soortenbescherming als gevolg van het plan kan worden uitgesloten, mits enkele algemene bepalingen in acht worden genomen. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 6 (conclusies) van de quickscan. Het gaat onder meer om de volgende maatregelen:  De meest noordelijke drie lichtmasten op de parkeerplaats van het hotel en de meest oostelijke mast op het parkeerterrein van het volkstuinencomplex worden uitgezet en zullen enkel bij beweging kortstondig aangaan.  De overige lichtmasten worden ingesteld op maximaal 50% bij geen beweging en bij beweging kortstondig op 100%.  Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. Uit de geactualiseerde quickscan is gebleken dat de aanwezigheid van de steenmarter redelijkerwijs kan worden uitgesloten, wegens gebrek aan sporen.

Ook is het voorkomen van reptielen en de meeste amfibieën binnen het plangebied uitgesloten. Vleermuizen Actualisatie van het in 2021 uitgevoerde vleermuisonderzoek was niet nodig, omdat kort na het onderzoek in 2021 alle bebouwing gesloopt is. Zoals ook in de geactualiseerde quickscan is benoemd, zijn er geen andere geschikte verblijfplaatsen of gebiedsfuncties in het plangebied aanwezig waarvoor een nieuw vleermuisonderzoek nodig zou zijn. In het vleermuisonderzoek van

46

2021 is als volgt onderbouwd waarom is afgeweken van het vleermuisprotocol: Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaats aangetroffen van vleermuizen in de gebouwen van de dancing. Hoewel de dancing beschikt over geschikte openingen voor vleermuizen is echter met zekerheid uit te sluiten dat de voormalige dancing geen geschikte verblijfplaatsen vormt voor vleermuizen. Dit heeft meerdere redenen:  De openingen in de bebouwing zijn grotendeels met spinnenrag gevuld of vanwege de aanwezigheid van insecten ongeschikt voor vleermuizen.  Verder zijn er op meerdere plekken vochtplekken en schimmelvormingen te zien, wat laat zien dat de bebouwing onderhevig is aan weersinvloeden. Dit betekent dat er een zeer instabiel klimaat heerst in de bebouwing. De dakconstructie van de laagbouw (zuidwestelijk gelegen gebouw) is bovendien niet onderhouden en vertoont op veel plekken gebreken.  De staalbouwconstructie bestaat aan de achterzijde niet uit een stalen skelet, maar er liggen oudere (opslag)loodsen die zijn omgevormd tot een dancing. Deze staalwandconstructie is op meerdere plekken kapot en daarbij zijn de oude gebouwen zichtbaar. Op deze gebouwen liggen asbestgolfplaten. Hier zijn diverse openingen aanwezig, maar ervaring leert dat dergelijke gebouwen op voorhand geheel ongeschikt zijn voor vleermuizen.

Daarnaast is er ook in dergelijke gebouwen geen sprake van een stabiel klimaat waar vleermuizen van afhankelijk zijn. Kerk- en steenuil Voor de kerkuil en steenuil wordt in de geactualiseerde quickscan vermeld dat de aanwezigheid van nestplaatsen is uit te sluiten. De waarde van het gebied als foerageergebied voor uilen is niet expliciet vermeld, maar is wel benoemd in de quickscan uit 2021: “Incidenteel kan de onderzoekslocatie gebruikt worden als foerageergebied door in de omgeving verblijvende kerkuilen en/of steenuilen. Het is echter niet te verwachten dat de voorgenomen werkzaamheden leiden tot verstoring van essentieel foerageergebied. Dit gezien de aanwezigheid van optimaler foerageergebied in de vorm van weilanden en akkerlanden in de omgeving.” Voor de volledigheid is de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd (d.d. 20 mei 2025): zowel voor steenuil als kerkuil zijn de dichtstbijzijnde waarnemingen van de afgelopen 5 jaar op ruim 500 meter afstand van het plangebied gedaan. Bovendien blijkt uit navraag bij de Uilenwerkgroep van het Biodiversiteitteam Goirle-Riel dat er geen bewoonde nestkasten van kerkuil of steenuil zijn binnen een straal van 500 meter van het plangebied.

Dit betekent voor steenuil dat gebruik van het plangebied als foerageergebied op voorhand redelijkerwijs is uit te sluiten, aangezien het territorium van deze soort zich maximaal enkele honderden meters rondom een nestplaats uitstrekt. De kerkuil heeft een territorium dat zich (veel) verder uitstrekt, maar zoals ook in de quickscan van 2021 vermeld is het plangebied in verhouding tot omliggend agrarisch gebied slechts marginaal geschikt als foerageergebied. Reeën Voor de ree geldt een provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de wettelijke soortenbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt de wettelijke zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen zoveel als redelijkerwijs mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. Voor reeën zijn in het kader van de specifieke zorgplicht geen

47

6. 3

Conclusie NO₂ en NOx pieken

Nummer zienswijze Reactie gemeente

voorzorgsmaatregelen nodig, omdat deze prima in staat zijn om te vluchten bij aanvang van bouwwerkzaamheden. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Met de verwachte milieu-impact is het onduidelijk of er in de toekomst sprake kan zijn van overschrijding van de NO₂- en NOx-pieken volgens het "besluit kwaliteit leefomgeving" artikel 2.4 (Wetten overheid NL n.d.) en de aanbeveling van de World Health Organisation (WHO). Zie onderstaande tabel voor een overzicht van de Europese normen voor NO₂.

Deze punten geven duidelijk aan dat er significante gebreken zijn in de milieubeoordeling van het project en benadrukken de noodzaak voor een meer gedetailleerde en volledige analyse van de milieueffecten voordat de vergunning kan worden verleend. 174. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op NO 2 en NOx emissies. Beoordeeld is of dit plan kan voldoen aan de Wet milieubeheer en aan de voorwaarden uit de maatregel en het besluit ‘Niet In Betekenende Mate (NIBM). Gezien aard en omvang van het plan kan geconcludeerd worden dat de effecten van dit plan dermate kleinschalig zijn ten opzichte van vergelijkbare ontwikkelingen die onder de NIBM vallen. De emissie van (o.a.) NO2 en NOx is dermate beperkt waardoor het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is geconcludeerd dat in de planomgeving er geen sprake is van dreigende overschrijding van de luchtkwaliteitseisen en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit onderstaande tabel uit paragraaf 4.8.3 van de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat ruimschoots aan de luchtkwaliteitsnormen wordt voldaan en dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie

Ten overvloede wordt opgemerkt dat de omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) niet van toepassing zijn nu op de aanvraag het oude recht van toepassing is. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 7 – Overige omgevingsaspecten 7. 1

Archeologie

In de ruimtelijke onderbouwing staat dat het project ligt in een gebied met onbekende archeologische waarden. Er hebben zich volgens de ruimtelijke onderbouwing verschillende ontwikkelingen voorgedaan waaruit blijkt dat de verwachtingswaarde laag is. De ruimtelijke onderbouwing verwijst naar een archeologische verwachtingenkaart. Die kaart is niet openbaar te raadplegen. Daarom is het besluit onzorgvuldig voorbereid.

48

Nummer zienswijze Reactie gemeente

1, 131. De gemeente beschikt over nieuwe conceptverwachtingskaarten: een voor steentijdarcheologie (jagers-verzamelaars) en een voor latere agrarische samenlevingen. Op de kaart voor steentijdarcheologie heeft het gebied een middelhoge verwachting op het aantreffen van resten jagers-verzamelaars. Op de kaart voor latere agrarische samenlevingen heeft het gebied een lage verwachting. Door de nieuwe conceptverwachtingskaarten is alsnog een archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase uitgevoerd (rapport Transect, 20 januari 2025). Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting op resten en/of sporen voor alle perioden laag. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een beekdalglooiing ligt. Gezien de landschappelijk ongunstige ligging en lage mate van intactheid van de bodemopbouw kan de lage verwachting vanuit het bureauonderzoek gehandhaafd blijven. In het rapport wordt geadviseerd dat voor het plangebied voor de nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Ook wordt geadviseerd het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen geldt een wettelijke meldingsplicht deze vondsten te melden bij de gemeente Tilburg.

7. 2

Conclusie Water

Het archeologisch rapport maakt deel uit van de omgevingsvergunning, doordat het als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Waterbergingsopgave In de ruimtelijke onderbouwing staat dat de initiatiefnemer voornemens is om op het dak een vegetatie- of groendak aan te leggen dat voldoet aan bepaalde eisen. Met dat type dak kan in een toestand waarbij de maximale waterbergingscapaciteit is bereikt, ongeveer 30 mm/m2 regenwater tijdelijk vastgehouden worden. Op basis van een oppervlak van 1.615 m2 kan ca. 48 m3 worden geborgen. Het restant van de waterbergings- c.q. compensatieopgave (152 m3) wordt geborgd door aan de zuid-/zuidwestzijde van de planlocatie twee wadi's aan te leggen. De realisatie en instandhouding van het benodigde type dak en de twee wadi’s is niet geborgd in de vergunningvoorschriften. Dit betekent dat de waterbergingsopgave niet is verzekerd. Waterhuishouding Bovendien is onduidelijk welk effect de realisatie van de kelder heeft op de waterhuishouding en de ondergrond. Dit is niet omschreven in de ruimtelijke onderbouwing.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Watersystemen Een reclamant vraagt op welke wijze het plan strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem. 1, 131, 136 In de ontwerpvergunning is een voorwaarde opgenomen over water en riolering. Hierbij wordt verwezen naar het document ‘gewaarmerkt~v_Advies~Water en Riolering~19-12-2023’. In dit document wordt aangegeven dat totale bergingscapaciteit voldoet. Realisatie en instandhouding waterbergingopgave

49

Het vegetatiedak van het pand dient conform het document ‘v_Uitgangspunten_groenplan’ volledig te worden gerealiseerd én blijvend onderhouden én in stand te worden gehouden. Ook dient Wadi 1 en Wadi 2 conform de tekening ‘situatie & terreininrichting tekeningnummer BE-300 te worden gerealiseerd én blijvend onderhouden én in stand te worden gehouden. Dit wordt als voorwaarden in de omgevingsvergunning opgenomen. Grondwaterstroming De kelder heeft geen significante effecten op de grondwaterstroming, gelet op de beperkte grootte en diepte. Er was daarom geen aanleiding voor nader onderzoek. Waterschap Brabantse Delta Waterschap Brabantse Delta gaf aan dat er vanuit het waterschap nagenoeg geen belang is voor deze ontwikkeling, omdat er sprake is van een afname aan verhard oppervlak. Er was al een bedrijf gevestigd op het perceel, maar met een groter verhard oppervlak. Het waterschap stelt hierdoor geen eisen ten aanzien van retentie, want de situatie gaat er dus reeds op vooruit..

7. 3

Conclusie Geluid

Nummer zienswijze Reactie gemeente

7. 4

Conclusie Omliggende bedrijven

Meer informatie Voor meer informatie zie paragraaf 4.3 van de ruimtelijke onderbouwing en de watertoets (bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing), waar wordt ingegaan op de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Een beoordeling van de geluidsbelasting van het project op omliggende woningen ontbreekt. Die beoordeling had, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, wel moeten plaatsvinden. 1, 131, 173. In het kader van Bedrijven en Milieuzonering (ruimtelijke onderbouwing, paragraaf 4.6) is beoordeeld welke milieuhinder de beoogde huisvesting van arbeidsmigranten op de omgeving kan hebben. Geluid is daarbij een van de aspecten die is bezien. De beoogde huisvesting van arbeidsmigranten wordt gezien als een logiesfunctie. Deze is niet rechtstreeks opgenomen in de lijst met bedrijfsactiviteiten van de VNG, maar is qua hinder vergelijkbaar met een logiesfunctie als een hotel of een congrescentrum. Deze vallen binnen de VNG systematiek onder bedrijfscategorie 1 en kennen daarmee een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk. In gemengd gebied kunnen deze functies direct grenzend aan percelen met een woonbestemming gerealiseerd worden. In dit geval is gemotiveerd dat er sprake is van gemengd gebied, omdat er diverse functies aanwezig zijn in de omgeving.

Direct grenzend aan het planperceel ligt een perceel met woonbestemming, maar de meest nabij gelegen woning ligt op circa 15 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden (zowel in gemengd gebied als rustige woonwijk) en is nader onderzoek niet vereist. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Onduidelijk is in hoeverre de ontwikkelmogelijkheden van omliggende liggende bedrijven worden beperkt door het bouwplan, te meer omdat het bouwplan niet zal zijn beoordeeld conform de eisen die aan de vestiging van nieuwe woningen worden gesteld, omdat ten onrechte is uitgegaan van logies en niet van wonen. Omgekeerd geldt hetzelfde voor de toets van de invloed van omliggende bedrijven op het woon- en leefklimaat en de toets op externe veiligheid. Ook

50

daar zal van de onjuiste uitgangspunten zijn uitgegaan.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

7. 5

Conclusie MER-plicht

Nummer zienswijze Reactie gemeente

7. 6

Conclusie Gasleiding

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Conclusie

Een beoordeling van de in de omgeving aanwezige natte koeltoren heeft niet plaatsgevonden. Dat zal alsnog moeten gebeuren. 1, 47, 131, 173. Het tijdelijke verblijf van arbeidsmigranten wordt gezien als een vorm van logies (zie ook onze reactie bij onderwerp 2.3). Een logiesfunctie is niet geluidgevoelig en daarmee niet beperkend voor ontwikkelmogelijkheden van omliggende bedrijven. In het kader van de omgekeerde toetsing is onderzocht wat de geluidimpact als gevolg van de huisvesting van arbeidsmigranten op geluidgevoelige objecten in de omgeving is. Voor de omgekeerde toetsing wordt verwezen naar onderwerp 7.3. Natte koeltoren De natte koeltoren (Marga Klompéweg 10) betreft een categorie 1 natte koeltoren en bevindt zich op meer dan 200 meter van het logiesgebouw aan Rielseweg 875. Daarnaast is er in 2020 nog een nieuw bestemmingsplan vastgesteld voor de toevoeging van een nieuwe woning. Gezien de afstand van het logiesgebouw tot de koeltoren, en de diverse dichterbij gelegen woonbestemmingen, is een onderzoek om vast te stellen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op dit onderdeel overbodig. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Reclamant mist een motivatie waarom geen MER-verplichting bestaat voor dit project. Deze verplichte motivatie is vastgelegd in de EIA-richtlijn 2014/52/EU artikel 4.b.

Het is nu niet mogelijk om bezwaar aan te tekenen voor een MER-verplichting als de besluitvorming hierover niet wordt gedeeld. Volgens de EIA-richtlijn is een MER verplicht als het project zich bevindt binnen een Natura2000-gebied. 174. Het plangebied van voorliggend plan is niet gelegen in een Natura2000gebied. Bij voorliggend plan is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd. De notitie is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd en maakt onderdeel uit van de vergunning. In de notitie is geconcludeerd dat weliswaar bij elk plan sprake is van invloed op het milieu, maar dat deze niet zodanig is dat normen worden overschreden. In de notitie is gemotiveerd dat de potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, dusdanig beperkt van aard en omvang zijn dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. De opgestelde ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ voldoet aan de gestelde eisen uit de wetgeving ten aanzien van m.e.r. verplichtingen die gelden voor dit plan. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Binnen het plangebied ligt een aardgastransportleiding die bij de Nederlandse Gasunie in beheer is.

Binnen de belemmeringenstrook van de aardgastransportleiding is het uitvoeren van werkzaamheden zonder toestemming van de tracébeheerder verboden. Gevraagd wordt de tracébeheerder bij de voorbereiding te betrekken. 9. Er is overleg geweest tussen de Gasunie als tracebeheerder, initiatiefnemer en de gemeente. Afgesproken is dat de initiatiefnemer bij de verdere technische uitwerking en vóór start bouw afstemming overleg moet hebben gehad met de Gasunie. Dit is als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning. De zienswijze over dit onderwerp leidt tot aanpassing van het plan.

51

Onderwerp 8 – Voorwaarden omgevingsvergunning 8.1

Onzekerheid tijdelijkheid

Reclamanten vragen of met zekerheid te zeggen is dat de termijn van 10 jaar niet verlengd wordt. Dit biedt onvoldoende rechtszekerheid. Andere reclamanten stellen dat na het verstrijken van de termijn van 10 jaar het gebruik voor de huisvesting van arbeidsmigranten gestaakt moet worden. Het is niet duidelijk waarvoor het nieuw te bouwen pand zal worden gebruikt na deze periode van 10 jaar. Enkele reclamanten stellen voor het gebouw na aflopen van de vergunning te slopen. Andere reclamanten stellen dat sprake is van een vergunning voor een permanent gebouw, waarvoor slechts tijdelijk een afwijking van het bestemmingsplan geldt. Het te realiseren gebouw is niet geschikt, zeker niet op deze locatie, om te worden gebruikt conform de bestemming. Dat betekent dat er ófwel gebouwd voor leegstand (over 10 jaar), wat indruist tegen alle vormen van duurzaam ruimtegebruik, ófwel dit betekent dat er wordt gebouwd om het strijdige gebruik voor huisvesting ook ná 10 jaar te continueren, wat weer indruist tegen de beoogde ontwikkelingsrichting voor dit gebied. Dit betekent bovendien dat onvoldoende zeker is dat het tijdelijke, afwijkende gebruik na het verstrijken van de termijn van 10 jaar zal worden beëindigd. In beide gevallen moet dit leiden tot het weigeren van de vergunning.

Enkele reclamanten zijn van mening dat de gemeenteraad van Tilburg geen ontwerpverklaring van geen bedenkingen had mogen afgeven, aangezien tijdens het debat duidelijk was dat geen sprake is van tijdelijkheid van 10 jaar. Het is niet aannemelijk dat na 10 jaar het gebouw in maat en volume wordt teruggebracht naar bestemde proportie. Het is bovendien ook niet logisch te verwachten gezien de grote investering. Dat betekent dat een normale procedure zou moeten worden doorlopen in plaats van de afwijkingsprocedure.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

8.2

Conclusie Schade door arbeidsmigranten

Enkele reclamanten vragen of de gemeente kan bevestigen dat de bebouwing na de huisvesting voor arbeidsmigranten is beoogd als horecagelegenheid. 8, 23, 47, 49, 131, 136, 158, 173, 177. Met voorliggende omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan (omgevingsplan) voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten voor een periode van 10 jaar. De locatie en bebouwing mogen dus 10 jaar worden gebruikt ten behoeve van arbeidshuisvesting. Daarna dient dat gebruik te worden beëindigd. Als na het aflopen van deze termijn de vergunninghouder op deze locatie alsnog arbeidsmigranten wil blijven huisvesten, dan is een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning nodig en dient er op basis van de dan geldende weten regelgeving een nieuwe afweging gemaakt te worden. Bij een nieuwe ruimtelijke procedure staan dan opnieuw rechtsmiddelen open. In het kader van de huidige aanvraag gaan wij nu uit van het na afloop van de vergunning terugvallen op de gebruiksmogelijkheden van de onderliggende bestemming ‘Horeca’ (met de aanduiding ‘horeca tot en met horecacategorie 3’). Voor de ruimtelijke procedure zie onze reactie bij onderwerp 2.2. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gevraagd wordt wie de schade gaat betalen die aantoonbaar wordt toe- of aangebracht door de arbeidsmigranten en wie aansprakelijk is.

Ook wordt gevraagd dit op te nemen in de vergunning.

52

Nummer zienswijze Reactie gemeente

8.3

Conclusie Consequenties bij handelen in strijd met de vergunning

Nummer zienswijze

Reactie gemeente

8.4

Conclusie Bibob

Nummer zienswijze Reactie gemeente

8.5

Conclusie Extra kosten ondernemers

16, 19, 22, 35, 46, 51, 68, 72, 85, 86, 89, 93, 97, 103, 104, 108, 116, 119, 148, 151, 153, 169, 176. Het al dan niet toebrengen van schade door arbeidsmigranten is niet een ruimtelijk relevant aspect. Dit kan dan ook niet door middel van voorschriften of voorwaarden bij de omgevingsvergunning worden geregeld. Het is een civielrechtelijke aangelegenheid. Als arbeidsmigranten schade toebrengen, dan kunnen zij hiervoor aansprakelijk worden gesteld en kan de schade op hen worden verhaald. De gemeente Tilburg is niet verantwoordelijk voor de afhandeling van en/of aansprakelijk voor schade veroorzaakt door individuen (en dus ook niet voor schade veroorzaakt door arbeidsmigranten). De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gevraagd wordt naar de consequenties als vergunninghouder zich niet houdt aan de vergunningvoorschriften en/of het huishoudelijk reglement. Gevraagd wordt of de gemeente bereid is een preventieve dwangsom op te leggen, aangezien het door onderzoeken, en documentaires/reportages is aangetoond dat arbeidsmigranten voor overlast zorgen. 16, 18, 19, 22, 25, 35, 40, 46, 47, 49, 51, 56, 68, 72, 74, 85, 86, 89, 93, 95, 97, 101, 103, 104, 108, 113, 114, 116, 119, 124, 143, 148, 151, 153, 154, 157, 169, 173. Vergunninghouder dient zich aan de vergunning te houden.

Indien de vergunning niet wordt nageleefd, dan kunnen omwonenden daarover een klacht indienen bij de complexbeheerder. Hij/zij is verplicht om een klachtenregister bij te houden waarin alle klachten vermeld staan en ook wat daarmee is gedaan. De gemeente kan dit opvragen en controleren. Er zijn verder, afhankelijk van het soort klacht, mogelijkheden dit aan te kaarten bij de gemeente en/of de politie . Voor het niet naleven van het aan de vergunning gekoppelde beheerplan kan de gemeente ambtshalve of op verzoek van derden bestuursrechtelijk handhaven. Voor het niet naleven van de vergunning verwijzen wij naar hetgeen daarover bij onderwerp 1.2 is opgenomen. Het opleggen van een preventieve dwangsom behoort niet tot de mogelijkheden. Er is op dit moment geen sprake van een overtreding, noch is er aanleiding om aan te nemen dat die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Reclamant stelt dat volgens het Bibob-beleid van de gemeente bij voorliggende vergunningaanvraag een Bibob-toets had moet plaatsvinden. In de ontwerp omgevingsvergunning is hierover niets opgenomen. Ook geeft het verleden van de aanvrager aanleiding een Bibob-toets uit te voeren. 23. Zoals vastgelegd in het Bibob-beleid van gemeente Tilburg vindt er een Bibob-toets plaats bij een aanvraag zoals die van de Rielseweg.

Deze toets is dan ook uitgevoerd en hier is geen weigeringsgrond uit voort gekomen. Op grond van artikel 28, lid 1 van de Wet Bibob rust er geheimhouding op alle informatie die tijdens een Bibob-onderzoek wordt verkregen. Inhoudelijk kunnen we hier daarom dan ook niet verder op in gaan en om diezelfde reden maken de stukken geen deel uit van de vergunning. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gevraagd wordt wie kosten voor beveiliging bij ondernemers gaat betalen. De ondernemer van de Boerenschuur in Riel gaat ervan uit dat de gemeente Tilburg en de initiatiefnemer gaan participeren in de extra kosten die worden gemaakt om de situatie op de werkvloer veilig te houden en wil dat dit wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.

53

Nummer zienswijze Reactie gemeente

8.6

Conclusie Garantie exploiteren pand door gebruiker

Nummer zienswijze Reactie gemeente

8.7

Conclusie Werken op Katsbogten

130, 132. Door reclamanten wordt er vooraf al uitgegaan van extra kosten, benodigde beveiliging en overlast. Het is ons bekend dat er op dit moment overlast is bij de Boerenschuur van arbeidsmigranten van andere locaties. Dit staat echter los van het huidige plan dat nu voor ligt, aangezien dit nog niet gerealiseerd is. Dit plan verschilt daarnaast wezenlijk van de bestaande locaties in Riel. De kleinschalige bestaande locaties in Riel hebben geen complexbeheerder die 24/7 aanwezig is en de bewoners kan aanspreken op hun gedrag in winkels. Omdat dit een grootschalige locatie betreft, is er 24/7 een complexbeheerder aanwezig. Deze complexbeheerder ziet toe op het naleven van de huisregels. In het beheerplan is opgenomen dat de arbeidsmigranten gestimuleerd worden om gebruik maken van de Poolse supermarkten of het pick-up point dat op de locatie wordt aangeboden, zie onderwerp 1.4 van deze nota. Daarnaast is in het beheerplan opgenomen dat de arbeidsmigranten zich niet op een manier mogen gedragen in of rondom de huisvestingslocatie die ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaakt voor omwonenden. Dit omvat ook gedrag dat de veiligheid, gezondheid en het woon- en leefklimaat van de directe omgeving onevenredig aantast. Hierbij worden ook specifiek openbare gebouwen (zoals winkels) benoemd.

De complexbeheerder zal de arbeidsmigranten die deze regels overtreden hierop aanspreken, een uiterste maatregel is verwijdering van de desbetreffende persoon van de huisvestingslocatie. In onze reactie bij onderwerp 1.2 van deze nota gaan wij nader in op het beheerplan. Wij achten de voorwaarden die aan de vergunning zijn gekoppeld in combinatie met de wijze van toezicht en handhaving van deze voorwaarden extra beveiliging van ondernemers niet noodzakelijk. Als ondernemers extra beveiliging (willen) inhuren, komt dit dan ook voor hun eigen rekening. De gemeente Tilburg zal daar geen bijdrage aan leveren. De eigenaar van de Boerenschuur zal worden uitgenodigd om deel te nemen aan de beheergroep. Eventuele problemen, kunnen ook daar worden geadresseerd, zie onderwerp 1.2 en 4.3. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Certificaten op basis waarvan het college de vergunning verleent staan op naam van de beoogd gebruiker/huurder van het pand (DockHolland). De zekerheid dat DockHolland voor de volledige vergunde periode van 10 jaar het pand zal exploiteren/huren en beheren ontbreekt. Indien DockHolland zich onverhoopt tussentijds terugtrekt uit het project dan wel anderszins geen gebruiker meer is van deze locatie vervalt de basis voor vergunning zoals nu afgegeven. Het besluit van het college gaat niet in op een dergelijk scenario. 138.

Er is een huurcontract afgesloten met DockHolland voor de volledige duur van de vergunning tot afwijkend gebruik (dus voor 10 jaar). Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen zijn alle afspraken over gebruik en toezicht opgenomen in het beheerplan dat onderdeel uitmaakt van de vergunning. Daarmee zal elke willekeurige gebruiker zich aan deze voorwaarden moeten houden en zijn deze naar alle gebruikers toe handhaafbaar. Dat betekent dat als DockHolland de omgevingsvergunning overdraagt, de nieuwe eigenaar/vergunninghouder zich ook aan de vergunning en daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften moet houden. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Als voorwaarden zou bepaald kunnen worden dat bijvoorbeeld tenminste 50% (?) van arbeidsmigranten werken op het aangrenzende bedrijventerrein

54

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Conclusie

‘Katsbogten’. Deze voorwaarden, - waarbij de exclusiviteit van het wonen en werken op het aangrenzende bedrijventerrein ‘Katsbogten’ wordt benadrukt - , dienen nader ingevuld en uitgewerkt te worden. Evenals de periodieke rapportage door beheerder(s) aan bevoegd gezag. Deze voorwaarden leggen daarnaast, - (via leegstand van bedden in de woonunits indien de 50 % niet wordt gehaald) - , druk op de eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemer(s) om de woon-/ logiescapaciteit van het migrantenhotel af te stemmen op de vraag naar arbeidsmigranten op het bedrijventerrein ‘Katsbogten’. 146. Deze locatie voldoet aan de uitgangspunten van het beleid van gemeente Tilburg dat in het logiesverblijf arbeidsmigranten worden gehuisvest die hoofdzakelijk werkzaam zijn in Tilburg of de regio Hart van Brabant. Dit is al een grote verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waarbij arbeidsmigranten vanuit elders in Nederland naar de regio Hart van Brabant worden vervoerd om hier te komen werken. Hiermee nemen Tilburg en de regio Hart van Brabant, haar verantwoordelijkheid om huisvesting te regelen voor werknemers in haar eigen gebied. Overigens is de plaats waar de arbeidsmigranten komen te werken geen ruimtelijk relevant aspect. Dit kan dus niet als zodanig worden opgenomen als voorwaarde in de vergunning. Zie ook onze reactie bij onderwerp 1.5.

De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 9 – Planschade 9. 1

Planschade

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Conclusie

Meerdere reclamanten stellen dat sprake is van planschade, vanwege waardevermindering van de woning of inkomstenderving door negatieve invloed op de bedrijfsvoering van ondernemers. Ook wordt gevraagd hoe een verzoek om planschade ingediend kan worden en hoe de gemeente het financiële nadeel gaat compenseren. 16, 19, 22, 25, 26, 33, 35, 51, 55, 56, 57, 85, 86, 87, 97, 119, 127, 147, 148, 151, 157, 160, 164, 168, 169, 173, 175, 176. Of daadwerkelijk sprake is van (plan)schade en hoe groot die schade is zal moeten blijken uit een afzonderlijke planschadeprocedure. Wij sloten met de initiatiefnemer een (planschade)overeenkomst af. Belanghebbenden kunnen, indien en voor zover zij van mening zijn dat er schade plaats vindt aan hun woning/onroerend goed (of sprake is van inkomstenderving) vanwege het besluit van de gemeente, een verzoek om tegemoetkoming in de planschade indienen bij de gemeente zodra het besluit onherroepelijk is. Een eventuele toekomstige claim zal worden beoordeeld en volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure worden behandeld. Over het verzoek om planschade wordt door een onafhankelijk deskundig bureau een advies uitgebracht. De eventuele schadebedragen worden verhaald op de initiatiefnemer.

Voor meer informatie over het indienen van een verzoek tot tegemoetkoming in planschade zie: https://www.tilburg.nl/contact/klacht-schade-of-bezwaar De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 10 – Overige zienswijzen 10. 1

Plan gaat ten koste van werkgelegenheid en huisvesting van

Reclamanten geven aan tegen het plan te zijn. Enkele reclamanten zijn van mening dat eerst Nederlandse werknemers een huis toegewezen moeten krijgen.

55

eigen mensen Ook wordt gesteld dat het zaak is werkgelegenheid voor onze eigen mensen te creëren. De lonen in diverse sectoren worden op of dichtbij het minimum gehouden, waardoor hier werken niet heel aantrekkelijk is voor een werkloze of uitkeringsgerechtigde Nederlander. Bovendien zijn er (fiscale) werkgeversvoordelen voor het aanstellen van arbeidsmigranten. Per definitie wordt er dus een ongelijk speelveld gecreëerd voor onze eigen werknemers. De betreffende ondernemers profiteren van lage lonen plus fiscale voordelen, maar het gaat ten koste van de arbeidsparticipatie van onze eigen mensen. Daar komt bij dat Oost-Europese migranten op de sociale voorzieningen terugvallen ingeval van werkloosheid. De baten zijn dus voor de ondernemers, maar de (lange termijn) lasten worden volledig op de samenleving afgewenteld.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Het is niet voor niets dat vele analyses aantonen dat een groot deel van de arbeidsmigratie in de eerste plaats een ordinair verdienmodel is. Niet alleen aan de arbeid wordt flink verdiend, ook het verhuren van kamers levert fors geld op. Het is het provinciale én uw gemeentelijke beleid dat hier ruimte voor biedt. Oost-Europese arbeidsmigranten worden voor een belangrijk deel ingezet in de logistiek, de sector die in Brabant gigantisch groeit ten koste van landschap en die nauwelijks banen voor Brabanders oplevert. De burger wordt wijsgemaakt dat we arbeidsmigranten nodig hebben, want 'we bestellen allemaal online'. Echter, 40% van deze logistiek heeft betrekking op buitenlandse markten (vooral Duitse en Belgische omzet), en is hier gevestigd vanwege fiscale voordelen. Dat heeft dus niets te maken met onze 'pakketjes online bestellen', maar wederom met het reeds genoemde verdienmodel. Het zou de gemeente sieren om dit beleid van inzet op arbeidsmigranten drastisch te heroverwegen. 7, 138. De logiesvoorziening waar het hier om gaat, omvat geen huur- of koopwoningen en is ook niet in het bezit van een woningcorporatie. Het is een logiesvoorziening die wordt gebouwd door een particuliere ontwikkelaar die er mensen tijdelijk huisvest. In een logiesvoorziening verblijft een arbeidsmigrant alleen als hij in Nederland werkt.

Na een bepaalde periode gaat hij weer (tijdelijk of voorgoed) naar het land van herkomst. Het realiseren van logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten betekent dus ook niet dat zij voorrang zouden krijgen ten opzichte van inwoners van de stad die al lang op zoek zijn naar een woning. Het is juist zo, dat we met de realisatie van grootschalige logiesvoorzieningen, de verdringing van reguliere woningzoekenden willen tegengaan, zie onderwerp 2.1. Tilburgse bedrijven hebben steeds vaker moeite om in de stad of regio voldoende en geschikte werknemers te vinden. Niet alleen is door de groei van de economie het aantal werklozen gedaald. Ook door de vergrijzing zijn er steeds minder mensen om al het beschikbare werk te doen. Maar ook door de 24-uurs economie en de groei van internet verandert bijvoorbeeld de inzet van werknemers. "Vandaag besteld, morgen in huis" vraagt om inzet van medewerkers op zeer onregelmatige tijden. Maar ook in productiebedrijven, in de landbouw en in andere sectoren zien we dat bedrijven arbeidsmigranten inhuren om bijvoorbeeld het zware en onregelmatige werk te doen, waar onvoldoende Nederlanders beschikbaar of geschikt voor zijn. Zie ook onze reactie bij onderwerp 10.7.

56

10. 2

10. 3

Conclusie Zienswijzen zonder toelichting Nummer zienswijze Reactie gemeente

Conclusie Uiterlijk en situering gebouw

Nummer zienswijze Reactie gemeente

De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Reclamanten geven aan een zienswijze in te dienen op het plan. Een nadere motivering is niet gegeven in de zienswijzen. 13, 161, 181. De gemeente neemt deze zienswijzen voor kennisgeving aan. Doordat er geen inhoudelijke gronden zijn aangevoerd, is het niet mogelijk deze inhoudelijk te beantwoorden. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gesteld wordt dat het nieuwe gebouw lelijk, te hoog en een gedrocht is. Ook wordt gesteld dat sprake is van landschapsvervuiling. De voorgevelrooilijn van het gebouw met een bouwhoogte van 15 meter grenst bijna direct aan het (inmiddels grotendeels verdwenen) trottoir langs de Rielseweg. De zijkant van het gebouw grens direct aan natuur (NNB). 37, 130, 146, 167. Het stedenbouwkundig bouwvolume past in het vigerende bestemmingsplan. In de directe omgeving is sprake van een mix van enkele kleinere woonpercelen en met name grotere bedrijfspercelen. Het nieuwe bouwvolume sluit in maat en schaal aan bij deze omgeving en behoort tot de kleinere bouwvolumes. Zie ook onze reactie bij onderwerp 2.2. Voor het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld met meer ruimte voor vergroening en halfverharding. Ook de gevels worden vergroend en er worden meerdere bomen, heesters en planten ingepast.

Hiermee is het groen rijker in de nieuwe situatie dan in de voorgaande situatie. Aan de ruimtelijke onderbouwing is een motivering toegevoegd over stedenbouw. Ook is het plan voorgelegd aan de Omgevingscommissie voor een beoordeling van het aspect welstand en het is daar akkoord bevonden. Ten opzichte van het ontwerpbesluit zijn verslagen van de Omgevingscommissie toegevoegd als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing.

10. 4

Conclusie Privaatrechtelijke belemmeringen

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Voor onze reactie over het Natuurnetwerk Brabant (NNB) verwijzen wij naar onze reactie bij onderwerp 3.2 en 6.1. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Op de beoogde planlocatie gelden verschillende kwalitatieve verplichtingen die met zich meebrengen dat (op zijn minst gedeeltes van) de locatie enkel mogen worden gebruikt als waterwingebied en/of ter bescherming van het waterwingebied, tenzij zeker is dat geen schade aan het waterwingebied wordt aangericht. Dat lijkt niet te zijn onderzocht, laat staan aangetoond, zodat vooralsnog moet worden aangenomen dat het bouwplan in strijd is met deze kwalitatieve verplichting en er dus sprake is van een privaatrechtelijke belemmering die moet leiden tot weigering van de vergunning. 47, 173. De planlocatie is gelegen binnen grondwaterbeschermingsgebied. In de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat de gewenste ontwikkeling geen verboden activiteit is op basis van het provinciaal beleid. Indien er werkzaamheden worden verricht in de bodem op een diepte van 3 meter of meer is er wel een meldingsplicht. Zie ook onze reactie bij onderwerp 7.2. Dit is zodoende geen privaatrechtelijke belemmering die moet leiden tot weigering van de vergunning.

57

10. 5

Conclusie Economische uitvoerbaarheid

Nummer zienswijze Reactie gemeente

10. 6

Conclusie Voorstel alternatief plan

Nummer zienswijze Reactie gemeente

10. 7

Conclusie Gevolgen automatisering distributiecentra

Nummer zienswijze Reactie gemeente

10. 8

Conclusie Huisnummers

De eigenaar van het bosperceel is op de hoogte gesteld, omdat de waterberging tegen het bosperceel gerealiseerd gaat worden. Er heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap en de Omgevingsdienst (ODZOB), vanwege het grondwaterbeschermingsgebied. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Onduidelijk is of een anterieure overeenkomst gesloten is met de initiatiefnemer en zo ja, wat daarvan de inhoud is. De overeenkomst is bij de ontwerpstukken niet gepubliceerd. Vooralsnog moet er dus vanuit worden gegaan dat onvoldoende gewaarborgd is dat het plan economisch uitvoerbaar is en dat kostenverhaal geborgd is. 47, 173. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst en overeenkomst tegemoetkoming in planschade gesloten. Hiermee is het kostenverhaal geborgd en de ontwikkeling dus financieel uitvoerbaar. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Voorgesteld wordt de volkstuinen die achter het plangebied liggen uit te breiden, aangezien dat mooi groen is. Daarnaast wordt voorgesteld de hoogbouw te vervangen door circa 10 tweepersoons ‘tiny houses’ die in het landschap op gaan. Deze kunnen op termijn door jeugd gebruikt na de huisvesting voor arbeidsmigranten. 130, 166. Wij merken op dat wij als gemeente moeten beslissen op een aanvraag zoals die is ingediend.

In dit geval is een omgevingsvergunning aangevraagd voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten aan de Rielseweg 875. De ingediende aanvraag ziet niet op uitbreiding van de volkstuinen of de realisatie van tiny houses. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gesteld wordt dat in de nabije toekomst er veel geautomatiseerd wordt in de logistieke distributiecentra waar de arbeidsmigranten grotendeels werken. Gevraagd wordt wat er dan met deze migranten en de huisvesting gaat gebeuren (nut en noodzaak). De gemeente geeft als argument dat wij deze mensen nodig hebben om aan de vraag naar personeel in de logistiek te kunnen voldoen. De gemeente heeft dit zelf veroorzaakt door zoveel blokkendozen, logistieke distributie bedrijven hiernaar toe te halen. 133, 148, 155. Op dit moment is de opgave voor huisvesting van arbeidsmigranten omvangrijk. Vooralsnog hebben we te maken met een grotere vraag dan aanbod. We zien tekorten aan personeel op tal van gebieden zoals de logistiek, landbouw, zorg, techniek en het onderwijs. Daarnaast zien we ook dat er op veel gebieden geen sprake is arbeidsverdringing. Of dat ook in de loop van de tijd zo zal blijven is niet in te schatten. Verschillende factoren als bijvoorbeeld ontwikkelingen van de economie, robotisering maar ook ontwikkelingen in de Europese Unie kunnen daarop van invloed zijn.

Met dat in gedachten is het gemeentelijke beleid ten aanzien van grootschalige locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten om deze vooralsnog tijdelijk op een locatie toe te staan. Dat doen we door een tijdelijke afwijking van het omgevingsplan voor maximaal 10 jaar. Dat biedt ons de mogelijkheid de noodzaak en het functioneren van de logiesvoorziening in de loop van de tijd te evalueren en te zijner tijd verdere keuzes voor de toekomst te maken. Zie ook onze reactie bij onderwerp 1.1, 2.1 en 10.1. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Gevraagd wordt waarom het hotel 122 huisnummers heeft, terwijl een hotel normaliter 1 huisnummer heeft en daarnaast kamernummers. Gevraagd wordt of dit te maken heeft met het veiligstellen van de plannen

58

Nummer zienswijze Reactie gemeente

10. 9

Conclusie Koppeling wonen en werken

en vergunningen over 10 jaar. 135. Het aantal toegekende huisnummers staat los van eventuele toekomstige plannen na het verlopen van de huidige vergunning die een looptijd heeft van 10 jaar. Voorliggend plan betreft verder geen hotel, maar een logiesgebouw voor huisvesting van arbeidsmigranten. Het aantal huisnummers dat aan het pand wordt toegekend heeft geen invloed op de wijze van gebruik. Dat is en blijft logies. Zoals bij onderwerp 2.3 van deze nota al is opgemerkt, wordt dit door middel van voorschriften aan de vergunning geborgd. Hoeveel huisnummers aan het pand zullen worden toegekend, wordt nog bepaald aan de hand van de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen (Wet BAG) en de Verordening op de naamgeving en nummering (adressen) Tilburg. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Huisvesting en werk zijn bij arbeidsmigranten in veel gevallen onlosmakelijk met elkaar verbonden en dat is bij de voorgenomen huisvesting van de 366 arbeidsmigranten aan de Rielseweg ook het geval. Bij ontslag moeten de arbeidsmigranten na een korte periode hun woonruimte verlaten. De wethouder zegde toe dat hij over deze termijn in gesprek wilde gaan met het uitzendbureau om de mogelijkheden van verlenging van het wonen te bekijken voor de arbeidsmigrant zonder werk.

Dat is voor reclamanten een loze belofte, want wie gaat die extra maanden huur voor zijn rekening nemen als de arbeidsmigrant geen loon meer krijgt en geen huur meer kan betalen? Hoe ziet de gemeente de praktische en financiële invulling voor zich, mocht het lukken om arbeidsmigranten die hun werk verliezen langer dan de gebruikelijke periode te blijven huisvesten? We zien op diverse plaatsen in Nederland al dat arbeidsmigranten die hun huisvesting verliezen als ze zonder werk komen te zitten, op straat belanden. Dat is op de eerste plaats te betreuren voor de arbeidsmigrant zelf maar ook voor de leefomgeving in de buurt is dit niet goed. Zoals hierboven al genoemd hebben we er weinig vertrouwen in dat werkloos geworden arbeidsmigranten langer gehuisvest mogen blijven aan de Rielseweg en dus maken we ons zorgen dat onze leefomgeving minder plezierig en minder veilig wordt als zij rond gaan hangen in het dorp omdat ze nergens anders terecht kunnen. Hoe denkt de gemeente Tilburg dit te kunnen voorkomen danwel te kunnen gaan handhaven?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15663754/3