CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Nota zienswijzen Rielseweg 875

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel afgifte verklaring van geen bedenkingen Rielseweg 87528.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Als sprake is van wonen, kan de vergunning überhaupt niet worden verleend. Nu sprake is van "wonen", dan is dus sprake van de bouw van woningen en zal het plan dus ook moeten voldoen aan de eisen die op grond van het Bouwbesluit aan woningen worden gesteld. Dat is hoe dan ook onvoldoende aannemelijk geworden, simpelweg omdat het plan niet zal zijn getoetst aan de eisen die aan woningen worden verbonden. Aan die eisen lijkt in de praktijk niet te worden voldaan: zo hebben de verschillende appartementen bijvoorbeeld, in strijd met het Bouwbesluit, geen eigen buitenruimte. Bovendien blijkt uit het akoestisch rapport (pagina 11) dat is getoetst aan de eisen voor tijdelijke bouw. Dat is niet juist. Er is sprake van een permanent gebouw dat enkel tijdelijk voor een andere functie wordt gebruikt. Daarop zijn de eisen voor tijdelijke bouwwerken niet van toepassing, en die zijn dus ook ten onrechte gehanteerd bij het bepalen of sprake is van een acceptabel geluidsniveau. Dit zal ongetwijfeld ook bij andere toetsingskaders, ten onrechte zijn gebeurd.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Daarmee is niet alleen evident dat de vergunning niet kan worden verleend (er wordt immers aan de verkeerde normen en kaders getoetst), maar daarmee is natuurlijk ook evident dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening én er geen goed woon- en leefklimaat wordt gecreëerd voor de toekomstige bewoners. Dat laatste is evident in strijd met het eigen beleid van de gemeente, waarvan juist uitgangspunt is dat locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten zo'n goed woon- en leefklimaat moeten hebben. 47, 134, 138, 146, 173. Bestemmingsplan In artikel 1 onder 1.142, van bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuidwest’ is het begrip 'wonen', voor zover relevant, gedefinieerd als: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, al dan niet zelfstandige wooneenheden, woongebouwen e.d. annex tuin en directe omgeving, ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven;

23

b. studentenhuisvesting, huisvesting van ouderen, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en dergelijke, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten. Wij stellen ons op het standpunt dat bestemmingsplan-technisch geen sprake is van 'wonen'. Wij verlenen op grond van de Wabo door middel van een buitenplanse afwijkingsprocedure een omgevingsvergunning voor het gebruik ten behoeve van ‘logies’ voor arbeidsmigranten. Bij grootschalige huisvesting gaan we uit van de functie logies, net als bij andere soortgelijke gerealiseerde initiatieven in onze gemeente. Bovendien gaat het om een beoordeling die van geval tot geval moet worden gemaakt. Vaststaat dat in dit geval geen sprake is van wonen, maar van logies. Aan de eisen die het Bouwbesluit stelt aan woningen, wordt dan ook niet toegekomen. De ABRvS heeft bepaald dat ook een verblijf van minder dan 6 maanden een duurzaam karakter kan hebben (ABRvS 23 oktober 2013, ECLI:NL:2013:1633). De ABRvS heeft ten aanzien van huisvesting van arbeidsmigranten voor een periode korter dan 6 maanden bepaald dat dan niet noodzakelijk sprake is van een woonkarakter (ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:2020:2206 (Flowerhotel)). De ABRvS bepaalde als volgt: "In dit geval heeft de vergunde vorm van verblijf naar het oordeel van de Afdeling geen woonkarakter.

Het vergunde gebruik beperkt zich tot kortdurend verblijf van maximaal zes maanden, waarbij de arbeidsmigranten ook gedurende een periode van slechts één week in het Flowerhotel kunnen verblijven. Daarnaast is voorgeschreven dat de arbeidsmigranten elders hun hoofdverblijf houden. Dit maakt de vergunde vorm van verblijf onvoldoende duurzaam om een woonkarakter aanwezig te achten. Dat bepaalde voorzieningen wel of niet aanwezig zijn, zoals appellant stelt, betekent op zichzelf niet dat een woonfunctie vergund is. De gestelde woonfunctie volgt ook niet uit de Wet basisregistratie personen in samenhang met de maximale verblijfsduur. Indien een arbeidsmigrant hoofdverblijf in het Flowerhotel heeft, waarvoor inschrijving in het BRP een aanwijzing kan zijn, kan daartegen handhavend worden opgetreden. Dat kan ook bij een korter verblijf dan zes maanden. Het vergunde gebruik is logies, zoals ook in de omgevingsvergunning staat, en niet wonen." De arbeidsmigranten aan de Rielseweg 875 kunnen maximaal 6 maanden aaneengesloten op de locatie verblijven. Het project omvat in dit geval een aantal gemeenschappelijke voorzieningen zoals een medische post (EHBO), algemene ontspanningsruimte, fitness, huisvestiging voor 2 beheerders, maar ook een receptie met overnachtingsartikelen balie en het aanbieden van een boodschappendienst (pick-up point).

Daarnaast worden op het buitenterrein de volgende voorzieningen gerealiseerd: buitensportterrein, gelegenheid tot passieve recreatie, wateropvang, landschappelijke inpassing parkeren et cetera. Elke bouwlaag zal ingevuld worden met verblijfseenheden. Iedere bewoner heeft een eigen slaapkamer. Sommige slaapkamers zijn geschikt voor 2 personen (stelletjes). Daarnaast is er per 6 slaapkamers een gezamenlijke ontspanningsruimte met tv, keuken, badkamer en toilet aanwezig, welke gedeeld moeten worden. In de verblijfeenheden worden arbeidsmigranten in wisselende samenstellingen gehuisvest. Het kan dus voorkomen dat arbeidsmigranten werken bij verschillende bedrijven of werken in verschillende periodes en afkomstig zijn uit meerdere landen. Verder is er een beheerder, dienen de arbeidsmigranten zich te houden aan bepaalde gedragsregels en wordt gewerkt met een nachtregister. Gelet op deze omstandigheden heeft het vergunde verblijf een onvoldoende

24

duurzaam karakter om dit als ‘wonen’ te kunnen aanmerken. De verplichting tot inschrijving die volgt uit de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) als zij langer dan vier maanden in Nederland verblijven, is niet leidend of doorslaggevend voor de juridisch planologische situatie of sprake is van ‘wonen’ of ‘logies’. Ook al kan de inschrijving in de BRP een indicatie zijn voor een duurzaam verblijf, staat huisvesting voor een aaneengesloten periode van langer dan 6 maanden in de weg en dat duidt niet op een duurzaam verblijf. In de te verlenen omgevingsvergunning zal in de voorwaarden opgenomen worden dat hier sprake is van een tijdelijke verblijfslocatie voor bewoners die elders hun hoofdverblijf hebben. Met bovenstaande wordt voldoende gewaarborgd dat het pand enkel gebruikt mag worden voor logies. Uit uitspraken van de Raad van State (ABRvS 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3460) en de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (8 augustus 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:4539) volgt dat met het opnemen van de voorwaarde in de te verlenen omgevingsvergunning dat de omgevingsvergunning enkel verleend wordt voor het gebruik als tijdelijke verblijfslocatie/logies voor bewoners die elders hun hoofdverblijf hebben (met daaraan eventueel ook een maximum verblijfsduur gekoppeld), het college dit gebruik voldoende waarborgt.

In paragraaf 2.2 van de ruimtelijke onderbouwing zijn, ten opzichte van het ontwerpbesluit, meerdere uitspraken (jurisprudentie) toegevoegd over logies versus wonen.

2. 4

Conclusie Beleid gemeente Goirle

Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten In de Uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg (februari 2019) definiëren we logies als volgt: het gedurende een relatief kort tijdsbestek verstrekken van verblijf aan personen, die hun hoofdverblijf elders hebben. Voorliggend plan voldoet aan de vastgestelde definitie voor logies. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. De gemeenteraad van Goirle heeft op 2 juli 2019 de 'Woonvisie 2019-2022' (hierna: 'de Woonvisie’) vastgesteld. Hierin staat dat arbeidsmigranten worden gehuisvest op een manier die past bij de schaal van de kernen Goirle en Riel. Op 22 december 2021 heeft de gemeente Goirle een 'Beoordelingskader huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten' (hierna: 'het Beoordelingskader') vastgesteld. In het Beoordelingskader staat dat de maat en schaal van de logiesvoorzieningen moeten passen bij het dorpse karakter. Het huisvesten van arbeidsmigranten mag niet ten koste gaan van de leefkwaliteit in de gemeente. Er wordt geen medewerking verleend aan grootschalige initiatieven groter dan 100 personen. Meerdere reclamanten vinden dat de gemeente Tilburg rekening moet houden met het beleid van de gemeente Goirle, zeker omdat het gaat over een locatie die grenst aan woongebied van de gemeente Goirle en niet aan woongebied van de gemeente Tilburg.

Het project is niet in overeenstemming met dit beleid. Veel reclamanten geven aan dat als de gemeente Tilburg op de gemeentegrens een arbeidsmigranten hotel realiseert van deze omvang, waarvan de impact vooral op Riel terecht komt, Tilburg uit fatsoen ook de

25

Nummer zienswijze

Reactie gemeente

Conclusie

belangen mee moet wegen van de aangrenzende gemeente. Dat is onvoldoende gedaan. Reclamanten vinden dat Tilburg heeft weggekeken en de buren negeert. Reclamanten vragen aan de gemeenteraad van Tilburg hier alsnog invulling aan te geven. 1, 16, 18, 19, 22, 23, 25, 26, 33, 35, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 46, 49, 53, 58, 62, 63, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 76, 79, 80, 81, 85, 86, 88, 89, 91, 92, 93, 94, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 104, 105, 107, 108, 110, 111, 112, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 124, 125, 126, 127, 131, 137, 143, 151, 153, 154, 157, 169, 175. Het college van Tilburg is niet gebonden aan de Woonvisie en het Beoordelingskader zoals dat door de (gemeenteraad respectievelijk het college van de) gemeente Goirle is vastgesteld. Tilburg kent een eigen beoordelingskader. Dat neemt niet weg dat het college van Tilburg in haar besluitvorming de belangen van de gemeente Goirle moet meewegen. Dat doet het college van Tilburg: de belangenafweging is in deze Nota van zienswijzen verwerkt. Daarnaast bevat ook de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag door initiatiefnemer een belangenafweging. Gemeente Tilburg en gemeente Goirle hebben op verschillende momenten bestuurlijke overleggen met elkaar gevoerd over dit initiatief. Daarbij heeft een uitwisseling plaatsgevonden van standpunten vanuit de gemeenten.

Dat dit niet ertoe heeft geleid dat gemeente Tilburg het beleid van gemeente Goirle heeft toegepast op deze locatie, wil niet zeggen dat gemeente Tilburg heeft weggekeken en de buren heeft genegeerd. Er is uitgebreid gesproken over de zorgen van gemeente Goirle, die met name gaan over mogelijke overlast en hoe dat te voorkomen en hoe daarmee omgegaan zal worden indien dat onverhoopt toch plaatsvindt. Dit heeft onder meer geresulteerd in het samenvoegen en uitbreiden van een aantal documenten (huishoudelijk reglement, klachtenprocedure en gebruikersgroep sociale cohesie) in het beheerplan. Met betrekking tot de inhoud van dit plan en de handhaving daarvan verwijzen we naar hetgeen bij onderwerp 1.2 van deze nota is opgenomen. Zie aanvullend ook onze reactie bij onderwerp 1.1, 2.1 en 3.3. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 3 – Landelijk-, provinciaal- en regionaal beleid 3. 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

Onvoldoende is onderbouwd dat de huisvestingslocatie zich bevindt binnen bestaand stedelijk gebied. Dit is in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, Bro) die vereist dat de behoefte aan de voorziene woningbouw en eventueel de gekozen locatie buiten bestaand stedelijk gebied onderbouwd worden. Als de locatie buiten bestaand stedelijk gebied ligt, dan moet gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de betreffende ontwikkeling kan worden voorzien. In de ladderonderbouwing staat dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied ligt, maar reclamanten zijn van mening dat de locatie buiten stedelijk gebied ligt. Dat volgt uit de aanduiding in de omgevingsverordening en uit de feitelijke situatie. Het perceel wordt omringd door agrarische/niet-bebouwde percelen en de omliggende percelen hebben ook deels een natuurbestemming. Er wordt niet onderbouwd waarom deze stedelijke ontwikkeling niet plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. In de ladderonderbouwing wordt daarnaast gesproken over "wonen", "bewoning", "woongroep" en "woonomstandigheden" hetgeen er op wijst dat feitelijk sprake is van wonen en niet van logies.

26

Nummer zienswijze Reactie gemeente

1, 47, 131, 173. Geen nieuwe stedelijke ontwikkeling In paragraaf 3.1.3 van de ruimtelijke onderbouwing is een motivering toegevoegd dat de ontwikkeling niet is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het gebouw past binnen het vigerende bestemmingsplan (al dan niet na toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid). Het gebruik is wel afwijkend, omdat de aard van huisvesting van arbeidsmigranten niet gelijk kan worden gesteld met het bieden van overnachtingsmogelijkheden als hotel. De ruimtelijke effecten van beide functies zijn echter niet wezenlijk anders. Zo zijn de geluidseffecten en verkeerseffecten tussen hotel en huisvesting arbeidsmigranten nagenoeg gelijk. In de ruimtelijke onderbouwing is ook gebruik gemaakt van dezelfde kencijfers. De bebouwing die wordt gerealiseerd zal voor een periode van 10 jaar beschikbaar worden gesteld voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast zijn de ondergeschikte voorzieningen zoals verharding, parkeervoorzieningen, terreininrichting ook toegestaan voor de horeca functie. Het gewijzigd gebruik leidt derhalve niet tot een toename aan groter planologisch ruimtebeslag.

Behoefte Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. De ladder is daarmee dus formeel niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is wel gekeken naar de behoefte. Hierbij is gebruik gemaakt van de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. Hiervoor is een rapport opgesteld door Sweco die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de volledige conclusies wordt verwezen naar het rapport dat dus als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Ligging in het bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied. De locatie Rielseweg 875879 maakt namelijk deel uit van de definitie van het bestaand stedelijk gebied volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): “bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De locatie heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Horeca’. Deze bestemming maakt onderdeel uit van bovenstaande definitie.

De huidige staat van de locatie (braakliggend) is hierbij irrelevant. Op grond van de overzichtsjurisprudentie wordt aangegeven dat: wanneer in het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Voor het plangebied geldt het volgende:  Op de locatie zijn in het bestemmingsplan twee enkelbestemmingen

27

vigerend: ‘Horeca’ en ‘Natuur’. De bebouwing van de huisvesting en terreinrichting is beoogd binnen de Horeca-bestemming. ‘Horeca’ is volgens de definitie van het Bro deel van het bestaand stedelijk gebied. De verdere inrichting van de omliggende gronden passen binnen het bestemmingsplan;  Op aangrenzende percelen gelden de enkelbestemmingen ‘Wonen’, ‘Verkeer’, ‘Bedrijf’, en ‘Recreatie’ (volkstuin). De locatie maakt daarmee deel uit van een samenstel van bebouwing en is sprake van een bestaand stedelijk gebied. De ligging aan een perceel waarop de bestemming ‘Natuur’ rust betekent niet dat er geen sprake is van een samenstel van bebouwing van het stedelijk gebied;  Het enkele feit dat de locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuidwest’ dan wel grotendeels ‘Landelijk gebied’ op basis van de Interim-omgevingsverordening is niet bepalend of er sprake is van stedelijk gebied (zie hiervoor ook r.o. 10.2 van de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724. De locatie maakt een stedenbouwkundig samenstel aan bebouwing mogelijk. Behoefte Op basis van de vraag en het bestaande en toekomstige aanbod is de resterende behoefte aan tijdelijke huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in Tilburg berekend. Er is vraag naar 3.600 tot 5.000 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in de periode 2016-2025.

Het totale aanbod (het bestaande en geplande aanbod samen) bestaat uit 2.871 huisvestingsplaatsen, dat is inclusief het onderhavig plan Rielseweg. De resterende behoefte wordt bepaald door de vraag en het aanbod tegen elkaar af te zetten (vraag minus aanbod). Er is, naast het geplande aanbod inclusief het onderhavig plan Rielseweg, nog een resterende behoefte aan 729 tot 2.129 huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. Dit leidt tot de volgende conclusies:  De 366 geplande huisvestingsplaatsen in Tilburg passen ruimschoots binnen de behoefte aan huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten. In de gemeente Tilburg is een resterende behoefte van 729 tot 2.129 huisvestingsplaatsen. Dat is de extra behoefte naast het geplande aanbod inclusief het onderhavig plan Rielseweg;  Het plan Rielseweg 875-879 kan een bijdrage leveren aan de opgave voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

3. 2

Conclusie Provinciale Omgevingsverordening

Om misverstanden te voorkomen is in het rapport van Sweco de terminologie aangepast met betrekking tot de logiesfunctie. Er is geen sprake van wonen maar van logies. Zie ook onze reactie bij onderwerp 2.3 van deze nota. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Op moment van het indienen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. gold de geconsolideerde versie van de 'Interim omgevingsverordening NoordBrabant' van 1 oktober 2022 (hierna: 'de omgevingsverordening'). Gesteld wordt dat het plan strijdig is met de omgevingsverordening en dat de vergunning daardoor geweigerd moet worden. Het project ligt binnen de gebiedsaanduidingen 'groenblauwe mantel', 'landelijk gebied' en 'Natuurnetwerk Brabant' (NNB). Zorgvuldig ruimtegebruik en landelijk gebied De omgevingsverordening bepaalt dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (artikel 3.6, eerste lid, van de Omgevingsverordening). Onder bestaand ruimtebeslag voor

28

bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied 'Stedelijk Gebied' of een bestaand bouwperceel (artikel 3.6, lid 2 van de omgevingsverordening). In de ruimtelijke onderbouwing is niet toegelicht dat hier sprake is van toedeling van functies binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Het project ligt binnen de aanduiding 'landelijk gebied'. Een bestemmingsplan (of een project) dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet volgens artikel 3.9 (Kwaliteitsverbetering landschap) gepaard gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan een verplichte landschappelijke inpassing omvatten. De inrichting van het gebied volgens de landschappelijke inpassing (bijlage 2 bij de ruimtelijke onderbouwing) is ten onrechte niet geborgd in de omgevingsvergunning. Bovendien is niet gemotiveerd dat de verbetering binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied past, zoals de omgevingsverordening vereist. Op grond van artikel 3.68 (Wonen in Landelijk gebied) zijn alleen bestaande burgerwoningen of bedrijfswoningen binnen landelijk gebied toegestaan. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat dit artikel niet van toepassing is, omdat geen sprake is van wonen, maar een logiesfunctie. Dat betwist reclamant.

In dit geval bepalen de vergunningvoorschriften dat de vergunning alleen betrekking heeft op het huisvesten van arbeidsmigranten voor de duur van maximaal zes maanden. Dit maakt niet dat geen sprake is van 'wonen'. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling worden onder 'wonen' diverse uiteenlopende vormen van huisvesting begrepen (AbRS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1882; AbRS 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3628). Daaronder kan ook de huisvesting van arbeidsmigranten vallen. Wonen vereist een zekere duurzaamheid, en een verblijf van korter dan zes maanden kan op zichzelf voldoende duurzaam zijn (AbRS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:399; AbRS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2206). In dit geval worden bovendien geen gemeubileerde en gestoffeerde kamers aangeboden en zijn er geen centrale voorzieningen. Bovenstaand artikel geldt dus ook voor de huisvestingslocatie. Ten onrechte is niet gemotiveerd waarom hier nieuwe woningen zijn toegestaan. Ontwikkeling binnen de groenblauwe mantel Ten aanzien van groenblauwe mantel is in de ruimtelijke onderbouwing niet gemotiveerd dat aan de voorwaarden van de instructieregel van artikel 3.32 (Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel) wordt voldaan. Natuurnetwerk Brabant (NNB) De ontwikkeling ligt voor een gedeelte in het NNB.

Onvoldoende is onderbouwd dat wordt voldaan aan de voorwaarden die de omgevingsverordening stelt aan een ontwikkeling in NNB of die effecten heeft op NNB. Artikel 3.15 van de omgevingsverordening bepaalt dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan (of het verlenen van een omgevingsvergunning) verplicht zijn aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven. Voor het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt geldt het natuurtype 'N16.04 Vochtig bos met productie'. In de ruimtelijke onderbouwing is niet onderbouwd dat de vergunning strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en

29

kenmerken van dit natuurtype. De vergunningvoorschriften bevatten ook geen regels gericht op de bescherming van het natuurtype. Sterker nog, in de ruimtelijke onderbouwing wordt erkend dat de natuur die wordt gerealiseerd binnen de ontwikkeling, niet overeenkomt met het beheer- en ambitietype uit het natuurbeheerplan. De omgevingsverordening biedt vier mogelijkheden om afwijkende ontwikkelingen toe te staan binnen NNB. Aan die mogelijkheden wordt niet voldaan, althans dit is niet onderbouwd. Er is geen sprake van het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik daarvan (artikel 3.18). Er is ook geen sprake van een groot openbaar belang (artikel 3.19). De saldobenadering is niet van toepassing (artikel 3.20). En er is tot slot geen sprake van een kleinschalige herbegrenzing (artikel 3.21). In de ruimtelijke onderbouwing staat alleen dat 'mogelijk' sprake is van een verkeerde begrenzing van het natuurnetwerk. Dit wordt niet onderbouwd. In de rapportage van Econsultancy 'Effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant' van 24 juli 2023 (hierna: 'Effectenonderzoek NNB') staat het volgende: "De voorgenomen ingreep vindt deels binnen het NNB plaats. Dit betekent areaalverlies van 325 m2 NNB op de onderzoekslocatie met beheertype 'N16.04 Vochtig bos met productie'.

Echter komt er in de toekomstige situatie natuur voor terug en bestaat het te verdwijnen NNB binnen de onderzoekslocatie nu ook al enkel uit braakliggend terrein. Overleg met de provincie Noord-Brabant is benodigd om te bekijken of compensatie van de strook van 325 m2 of een verandering van het beheertype voor deze strook benodigd is." Dit gesprek heeft, voor zover reclamant kan zien, niet plaatsgevonden. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden om een afwijkende ontwikkeling in NNB mogelijk te maken. Dit betekent dat de ontwikkeling in strijd is met de omgevingsverordening. Verder bevat de omgevingsverordening een regeling voor de externe werking van een ontwikkeling op het NNB. Artikel 3.16 bepaalt dat een bestemmingsplan dat of omgevingsvergunning die een ontwikkeling toelaat in landelijk gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken, de negatieve effecten waar mogelijk beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zullen leiden tot een afname in rust, stilte en donkerte in het NNB. Onvoldoende is verzekerd dat wordt voldaan aan artikel 3.16 van de omgevingsverordening.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

In artikel 3.42 lid 2 is bepaald dat een ontwikkeling een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving moet bevorderen. Dat is niet het geval. In artikel 3.73 is bepaald dat een nietagrarische functie alleen is toegestaan als dat past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Dat is niet het geval voor de huisvesting van arbeidsmigranten, wat alleen al blijkt uit het feit dat die huisvesting slechts voor 10 jaar wordt toegestaan. Niet voor niets bepaalt lid 2 van dit artikel dat de functie ook op langere termijn in de ontwikkelingsrichting moet passen. Dat is dus per definitie niet zo, gelet op de tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. 1, 47, 131, 136, 173, 182. In het algemeen merken wij op dat het perceel Rielseweg 875 op dit moment de bestemming ‘Horeca’, inclusief bouwvlak, heeft en dat daarmee al sprake

30

is van een niet-agrarische functie. Dat is dus reeds aanvaardbaar geacht. Met voorliggend plan wordt qua gebruik voor 10 jaar afgeweken van het bestemmingsplan en wordt een andere niet-agrarische functie mogelijk gemaakt. Dat deze functie logies betreft en niet wonen, is hiervoor reeds benoemd en toegelicht bij onderwerp 2.3. Kwaliteitsverbetering van het landschap Op basis van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap van de interim omgevingsverordening dient er bij het mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied gekeken te worden naar een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Voor het planvoornemen is een kwaliteitsberekening opgesteld. Ten opzichte van de ontwerp omgevingsvergunning is de berekening aangepast. De bijdrage komt in de aangepaste berekening uit op € 2.614,-. Zie hiervoor de tabel in paragraaf 2.3 van de ruimtelijke onderbouwing. De investering van de bijdrage kan in het plangebied zelf worden gerealiseerd (€ 7.035,- aanplant en beheer van 25 bomen). De bomenrij aan de oostzijde van het plangebied is te beschouwen als fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, zoals ook is vastgelegd in de regionale werkafspraken. Deze maatregel draagt bovendien bij aan herstel van een cultuurhistorisch waardevolle structuur en versterking van een geleidende structuur voor vliegende diersoorten zoals vleermuizen.

Zodoende past de verbetering binnen de ontwikkeling van het gebied, zoals de Omgevingsverordening vereist. Ten aanzien van artikel 3.68 (Wonen in Landelijk gebied) merken wij op dat dit artikel niet van toepassing is, omdat het plan niet voorziet in wonen, maar in logies (zie ook onze reactie bij onderwerp 2.3 van deze nota). Ontwikkeling in groenblauwe mantel Paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing is aangevuld voor het aspect landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel. Hierin is onder andere opgenomen dat met de totstandkoming van het plan een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. Inzet is een maximale vergroening met inheemse beplanting in combinatie met het aanbrengen van waardplanten die aantrekkelijk zijn voor insecten en daarmee de gewenste ecologische ondersteuning bieden voor het volkstuinencomplex. Met het aanbrengen van de wadi in het westelijke deel van de tuin ontstaat voldoende fysieke afstand om het aangrenzende bosperceel (NNB) fysiek te beschermen, ook voor daglichttoetreding in de bosrand. Positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en kenmerken:  Versterken en continueren van de boomstructuur (zomereiken) langs de oude spoorbaan, inclusief begeleidende inheemse onderbegroeiing en haagbeplanting op de erfgrens.

 Gevelgroen als groene schakel tussen het bedrijventerrein en het landschap erbuiten. Het gevelgroen draagt bij aan de verrijking van de biodiversiteit, ecologie en verkoeling in het kader van hittestress. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Een smalle strook van 325 m² binnen het plangebied is begrensd binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het maakt deel uit van een bosperceel dat in het provinciaal Natuurbeheerplan is aangeduid als vochtig bos met productie (N16.04). Omdat ter plaatse van deze smalle strook enkel braakliggend terrein aanwezig is (het terrein is volledig verhard (geweest)) en het bos altijd tot het hekwerk c.q. de kavelgrens heeft gestaan, is de provincie verzocht om de

31

begrenzing van het NNB in overeenstemming te maken met de actuele (en historische) begrenzing van het bos. Dit is afgestemd met de provincie en de provincie heeft bevestigd deze kaartaanpassing mee te nemen in de ‘winterronde’ (KA26-01). Dat betekent dat het ontwerp rond november 2025 ter inzage ligt en vaststelling in februari / maart 2026 plaatsvindt. Deze kaartwijzigingen worden dan in april 2026 verwerkt in het Natuurbeheerplan. Voor een dergelijke herbegrenzing is geen natuurcompensatie aan de orde, omdat er geen natuurwaarden verloren gaan. Externe effecten door licht en geluid op het NNB Om externe effecten door licht en geluid op het NNB in beeld te brengen, zijn nadere onderzoeken uitgevoerd, namelijk:  Rapport geluidscontour NNB Rielseweg 875, Tilburg (Econsultancy, 2024)  Verlichtingsstudie Tilburg – hotel Rielseweg v2 (Timberlab, 2024)  Beoordeling geluidscontour en verlichtingsplan (Econsultancy, 2024) Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot een geluidstoename van 45 dB (A) of meer in het NNB, waardoor ten aanzien van geluid geen maatregelen en/of compensatie benodigd zijn. De plannen zullen zonder het nemen van maatregelen wel leiden tot negatieve effecten op het NNB ten aanzien van verlichting.

Deze negatieve effecten zijn te voorkomen door het nemen van de volgende maatregelen:  De meest noordelijke drie masten op de parkeerplaats van het logiesgebouw en de meest oostelijke mast op het parkeerterrein van het volkstuinencomplex worden uitgezet en zullen enkel bij beweging kortstondig aangaan.  De overige masten worden ingesteld op maximaal 50% bij geen beweging en gaan bij beweging kortstondig op 100%. Met deze opstelling blijft de uitstraling richting het NNB gemiddeld onder de 0,1 lux, waardoor negatieve effecten op het NNB voorkomen kunnen worden. Bij het in acht nemen van deze maatregelen is compensatie niet aan de orde. De twee voorwaarden worden opgenomen in de vergunningsvoorwaarden. Deze maatregelen zijn opgenomen in de vergunning en dus is bescherming geborgd. Borging landschappelijke inpassing De inrichting van het gebied volgens de landschappelijke inpassing is een bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing en maakt hierdoor onderdeel uit van de omgevingsvergunning. Aan de omgevingsvergunning voegen we de voorwaarde toe dat de landschappelijke inpassing (zoals opgenomen in de bijlage bij de omgevingsvergunning) in het eerstvolgende volledige plantseizoen (november tot februari) direct volgend op de gereedmelding van de bouw volledig wordt gerealiseerd en blijvend wordt onderhouden. Hiermee is de landschappelijke inpassing geborgd in de omgevingsvergunning.

3. 3

Conclusie Regionaal afsprakenkader

Meer over natuur zie onderwerp 6 (Ecologie en stikstof) van deze nota. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Op 29 september 2021 heeft de regio Hart van Brabant een 'Regionaal afsprakenkader arbeidsmigranten' (hierna: ‘Regionaal afsprakenkader’) vastgesteld waarin uitgangspunten zijn geformuleerd over de huisvesting van arbeidsmigranten. Het Regionaal afsprakenkader biedt een basis voor de nog af te stemmen aanpak. Gemeenten gebruiken het afsprakenkader als aanvulling op en/of context voor lokaal beleid. In het Regionaal afsprakenkader staat dat de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten regionaal moet worden opgepakt en niet moet worden afgebakend per gemeente. Verder is afgesproken dat gemeenten in de regio

32

een actueel beleidskader hebben waarmee de huisvesting van arbeidsmigranten wordt gefaciliteerd. Als een initiatief ligt aan de rand van een gemeentegrens, gaan gemeenten vroegtijdig in gesprek over het initiatief. Daarbij komen aan de orde: de locatie, de maat en schaal van het initiatief, de bijdrage aan de regionale opgave en leefbaarheid. De gemeente Tilburg heeft niet voldaan aan de afspraken uit het Regionaal afsprakenkader. Zij zijn namelijk niet vroegtijdig in gesprek gegaan met de gemeente Goirle. Er heeft een gesprek tussen de wethouders van de gemeenten Tilburg en Goirle plaatsgevonden waarin is medegedeeld dat de onderhavige locatie een kansrijke locatie zou zijn voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Dat mondeling verhandelde is nadien ook nog op schrift gesteld (brief van 8 september 2020). Dit gesprek en deze brief waren echter niet gericht op het voeren van een dialoog met de gemeente Goirle, maar op het enkel mededelen van de komst van de huisvestingslocatie. Daarnaast is in het afsprakenkader vastgelegd dat bij locaties voor huisvesting nadrukkelijk wordt gekeken naar het benutten van leegstand en dus niet zoals hier omvangrijke nieuwbouw. Daarnaast moet sprake zijn van een aantoonbaar goed leefklimaat met een goede ontsluiting van de locatie.

Dat is hier door de ligging naast een bedrijventerrein en met de A58 tussen de locatie en de rest van de gemeente Tilburg niet het geval.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Daarnaast is nadrukkelijk benoemd dat de leefbaarheid voor de locatie én de omgeving een belangrijk aspect vormt bij de omgevingsdialoog en (dus) ook bij de uiteindelijke vergunningverlening. Daarbij wordt zelfs expliciet benoemd dat ook over de gemeentegrenzen heen gekeken wordt. Dat is hier niet gebeurd. Op de gevolgen voor de gemeenschap in Riel wordt niet of nauwelijks ingegaan. 1, 47, 131, 173. In het Regionale afsprakenkader arbeidsmigranten Hart van Brabant zijn eerdere afspraken bevestigd dat gemeenten solidair zijn met elkaar. Het gaat hier niet alleen om solidair naar elkaar te zijn bij het opstellen van beleid en het maken van plannen, maar juist ook bij de uitwerking en realisatie van deze plannen. De regio staat voor eenzelfde opgave: ervoor zorgen dat het goed wonen, leven en werken is in onze regio. Deze opgave stopt niet bij de gemeentegrens of is alleen van toepassing binnen onze regio. Er zijn gemeenten die werkgelegenheid bieden voor de hele regio. Daarmee moet ook de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten regionaal worden opgepakt en niet per gemeente worden afgebakend. Als gemeente ben je dan ook niet klaar als je voorziet in je eigen behoefte. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid hierin, waarbij we moeten voorzien in de regionale opgave.

Als gemeente kijken we naar oplossingen, die ook over de gemeentegrens heen voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, dus van voldoende kwaliteit dienen te zijn. Dit doen we in overleg met de buurgemeenten. Dit overleg heeft met de gemeente Goirle plaatsgevonden, zie onze reactie bij onderwerp 2.4. We gaan en blijven met elkaar in gesprek vanaf het begin van het vraagstuk tot aan de nazorg. We kijken bij de huisvesting van arbeidsmigranten eerst naar transformatie van bestaande leegstaande locaties. Gelet op de grote huisvestingsopgave en het aantal geschikte en beschikbare locaties is dat echter niet afdoende. Zie ook onze reactie bij onderwerp 1.1 en 2.1. Inwoners van Riel zijn in een vroeg stadium betrokken bij de omgevingsdialoog, waaruit blijkt dat over de gemeentegrenzen heen is

33

gekeken. Zie onderwerp 4 van deze nota.

3. 4

Conclusie Spreidingswet

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Conclusie

Zodoende is het Regionaal afsprakenkader betrokken bij de besluitvorming. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. Het is jammer dat de spreidingswet niet is doorgezet. Als alle belasting bij Tilburg zou komen te liggen, zou dat in verhouding veel beter passend zijn. Nu komen de arbeidsmigranten in de gemeente Tilburg te wonen, maar draagt de gemeente Goirle en de inwoners de lasten. 36. Als gemeente (lokale overheid) hebben we geen invloed over het wel of niet doorgaan van de Spreidingswet (landelijke wetgeving). Bovendien is het doel van de Spreidingswet om te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten, terwijl voorliggend plan betrekking heeft op de huisvesting van arbeidsmigranten. Zie onze reactie bij onderwerp 1.1 over de maat en schaal van de huisvesting. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 4 – Omgevingsdialoog en participatie 4.1

Omgevingsdialoog, participatie en klankbordgroep

Nummer zienswijze

Reactie gemeente

Een inhoudelijk gesprek/dialoog of het betrekken van belanghebbenden (o.a. inwoners, ondernemers) wordt gemist. Deelnemers aan de klankbordgroep voelden zich niet gehoord of serieus genomen. De informatiebijeenkomst werd door aanwezigen als een monoloog ervaren. Ook stellen enkele reclamanten dat op geen enkele manier rekening is gehouden met de gevolgen voor de bewoners van Riel en wordt gevraagd alsnog de belangen van Riel mee te wegen en tot een gedragen plan te komen. 16, 18, 19, 22, 25, 26, 28, 35, 36, 38, 39, 42, 43, 46, 49, 51, 53, 55, 58, 62, 63, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 76, 79, 80, 81, 85, 86, 87, 88, 89, 91, 92, 93, 94, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 104, 105, 107, 108, 110, 111, 112, 116, 117, 118, 119, 120, 121, 122, 124, 125, 126, 127, 132, 135, 137, 143, 148, 151, 153, 154, 157, 169. De gevoerde omgevingsdialoog voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten gemeente Tilburg (februari 2019). Dit document is te bekijken op www.tilburg.nl/huisvesting-arbeidsmigranten. Er heeft bij dit plan een uitgebreide omgevingsdialoog plaatsgevonden, waaraan zowel bewoners en ondernemers uit Tilburg als bewoners en ondernemers uit Riel hebben kunnen deelnemen.

De omgevingsdialoog is gestart met een brede informatiebijeenkomst op 17 maart 2022 voor alle omwonenden waarin is aangekondigd dat de locatie was aangemerkt als kansrijke locatie voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Toen is het proces uitgelegd en zijn mensen gevraagd om deel te nemen aan de klankbordgroep. Er zijn 3 klankbordgroep bijeenkomsten geweest waarbij is stilgestaan bij zorgen en wensen over het beheer en het ontwerp. De avonden zijn druk bezocht. Tijdens de derde klankbordgroep is door de klankbordgroep zelf aangegeven dat er geen behoefte was aan nog een vierde klankbordgroep bijeenkomst. Ondanks herhaaldelijk verzoek van de gemeente hebben de deelnemers van de klankbordgroep niet gereageerd op het door de initiatiefnemer opgestelde beheerplan. Dit was bedoeld om het gesprek te kunnen voeren

34

over eventuele gevolgen voor Riel en hoe daar mee om te gaan. De gesprekken met de klankbordgroep hebben tot aanpassingen geleid van het plan. Zo is door de klankbordgroep gevraagd wat de initiatiefnemer zou kunnen doen voor het dorp. Daarop is besloten de fitnessruimte gratis ter beschikking te stellen voor alle dorpsbewoners. Ook zijn er afspraken gemaakt met de naastgelegen volkstuinenvereniging over een passende ontsluiting van de volkstuinen over de parkeerplaats. Na afronding van de klankbordgroepen heeft er op 8 november 2022 een tweede brede informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor de buurt, waarin het aangepaste plan is gepresenteerd. Aanpassingen en acties naar aanleiding van de omgevingsdialoog Naar aanleiding van de gevoerde omgevingsdialoog zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het plan:  Aanvankelijk is uitgegaan van 424 bedden. Dat is teruggebracht naar 366.  Naar aanleiding van de zorgen om overlast is er voor de Rielseweg in overleg met de gebruiker een beheerplan en klachtenreglement opgesteld.  Naar aanleiding van de zorgen dat er in de praktijk geheel afgeweken gaat worden van eerder gemaakt afspraken is een beheergroep document opgesteld welke onderdeel uitmaakt van de vergunning.  Toevoeging van meerdere twee persoonskamers.

 Naar aanleiding van de zorgen die huisartsen in de omgeving hebben uitgesproken over overbelasting is er een EHBO-post opgenomen in het gebouw.  Naar aanleiding van de zorgen die men uitsprak met betrekking tot overlast vanuit de gebruikers van de huisvesting bij de lokale supermarkt is afgesproken dat de gebruikers geattendeerd worden op een boodschappenservice. Men kan hiertoe niet gedwongen worden, maar het aanbieden van de service is in het beheerplan geborgd. Daarnaast is vastgelegd dat er door de beheergroep afspraken vastgelegd worden met betrekking tot gedrag tijdens het doen van boodschappen. Daarnaast worden er overnachtingsartikelen aangeboden in het gebouw.  Naar aanleiding van de zorgen over verkeersoverlast zijn de volgende tegemoetkomingen gedaan: - Private bushalte om verkeersbewegingen zoveel mogelijk te minimaliseren. - Er worden elektrische fietsen aangeboden om fietsverkeer te stimuleren. - Grote parkeerplaatsen om gezamenlijk vervoer middels personenbusjes mogelijk te maken.  Naar aanleiding van de opmerking dat er inkijk zou zijn vanaf de private bushalte is deze verplaatst.  Naar aanleiding van de zorg dat men in de openbare ruimte zou gaan rondhangen zijn de volgende aanpassingen gedaan: - Binnentuin vergoot en met de buitentuin verbonden om zoveel mogelijk recreatie mogelijk te maken op eigen terrein. - Per laag is een buitenruimte toegevoegd.

- Balie en entree naar de hoek gebracht om overzicht op entree terrein te vergroten. - Toevoeging fitness voor binnen recreatie (gratis voor dorpsbewoners). - Toevoeging sportveld.  Naar aanleiding van de zorgen over de bereikbaarheid van de volkstuinen is het parkeerterrein zo optimaal mogelijk ingericht en is middels

35

draaicirkels van verschillende voertuigcombinaties aangetoond hoe de volkstuinen bereikbaar blijven. Daarnaast is er een bouwplaats inrichtingsplan gemaakt om de bereikbaarheid tijdens de realisatiefase te kunnen garanderen.  In de klankbordgroep werd aangegeven dat er rekening gehouden zou moeten worden met de flexibiliteit ten aanzien van het gebruik in de toekomst. Hierom zijn de liften als brancardliften uitgevoerd.  Naar aanleiding zorgen vanuit de volkstuinvereniging is een bezonningsstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de volkstuinen in verband met de schaduwwerking.

4.2

Conclusie Dialoog wethouder met gemeenteraad Tilburg en inwoners Riel

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Meer informatie omgevingsdialoog Meer informatie over de omgevingsdialoog – waaronder presentaties en verslagen van de informatiebijeenkomsten en klankbordgroep – staan op de gemeentelijke website: www.tilburg.nl/huisvesting-arbeidsmigranten. Ten opzichte van het ontwerpbesluit worden de verslagen van de omgevingsdialoog daarnaast alsnog toegevoegd als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Een reclamant geeft aan het beschamend te vinden hoe de wethouder als volksvertegenwoordiger om is gegaan met de raadsleden van de gemeente Tilburg en met de inwoners van Riel. De wethouder heeft een pad gekozen waarbij een dorp volledig wordt genegeerd en geen open en eerlijke dialoog aan is gegaan met de raadsleden van gemeente Tilburg. Dit getuigt van weinig respect en van zwakte. Een andere reclamant vindt dat Tilburg in samenspraak met Goirle haar verantwoording op humane wijze moet nemen met in achtneming van de zorgen van de inwoners van Riel. 14, 21. Het college is van mening dat de raad van Tilburg bij dit plan voldoende betrokken is. In het kader van de (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen is het plan meermaals behandeld in de raad. De raad heeft met meerderheid van stemmen een (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen afgegeven.

Voor de gevoerde omgevingsdialoog met de omgeving zie onze reactie bij onderwerp 4.1.

4.3

Conclusie Gesprek tussen partijen

Voor wat betreft de raadsleden van de gemeente Goirle organiseerde wethouder Çelik, in samenwerking met de wethouder van Goirle, op 30 oktober 2024 een rondleiding naar een locatie voor huisvesting van arbeidsmigranten die qua omvang vergelijkbaar is met het plan voor de Rielseweg (Bundersestraat in Tilburg). Hij heeft daarvoor alle raadsleden van de gemeente Goirle uitgenodigd om deze met hem te bezoeken en vervolgens het gesprek aan te gaan over de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten aan de Rielseweg 875. Helaas zijn slechts 2 raadsleden (van politieke partij Pro Actief Goirle) gekomen en hebben de andere raadsen commissieleden niet de moeite genomen om te zien hoe een dergelijke locatie daadwerkelijk er uit ziet en functioneert en hierover het gesprek aan te gaan. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan. De belangenvereniging Riel doet een toenaderingspoging aan de gemeente en ontwikkelaar om samen met de belangenvereniging en liefst ook met de direct omwonenden en de gemeente Goirle het gesprek aan te gaan over een alternatief plan dat wél voldoende draagvlak kent en wél in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

36

Gezien de opkomst bij de gemeenteraadsvergadering en gezien het belang dat tegenwoordig, met de komst van de Omgevingswet, wordt gehecht aan een dialoog met de omgeving, zou er toch geen twijfel over moeten bestaan dat deze uitgestoken hand wordt aangenomen en het gesprek met elkaar wordt aangegaan.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

De ondernemer van de Boerenschuur in Riel wil graag opgenomen worden in toekomstige overlegstructuren op dit dossier. 47, 132, 173. De belangenvereniging Riel was aanwezig bij de klankbordgroep bijeenkomsten tijdens de omgevingsdialoog. Dat was het moment om met elkaar het gesprek aan te gaan over het plan. Een alternatief plan is nu niet aan de orde, omdat beslist moet worden over de aanvraag zoals deze is ingediend. Wij zijn van mening dat in het huidige plan sprake is van goede ruimtelijke ordening. Huisvesting van arbeidsmigranten kan niet altijd rekenen op draagvlak van omwonenden. Dat is voor ons echter geen reden onze verantwoordelijkheid niet te nemen kwalitatief goede huisvesting te realiseren voor deze doelgroep. Bij de realisatie van het plan zal een beheergroep worden opgestart die zal spreken over eventuele problemen die zich voordoen, zodat deze snel kunnen worden opgepakt. De belangenvereniging Riel en de Boerenschuur worden hiervoor uitgenodigd. Het instellen van de beheergroep is onderdeel van het beheerplan en daarmee voorwaarde voor het gebruiken van de omgevingsvergunning.

Conclusie

Meer over de beheergroep zie onze reactie bij onderwerp 1.2. De zienswijzen over dit onderwerp leiden niet tot aanpassing van het plan.

Onderwerp 5 – Verkeer en parkeren 5. 1

Verkeer

Toename verkeer en verkeersveiligheid Enkele reclamanten geven aan dat wordt uitgegaan van 184 verkeersbewegingen per dag en dat dit nog geen halve verkeersbeweging per arbeidsmigrant is. Dit aantal wordt alleen gehaald als alle arbeidsmigranten met 4 personen per auto van en naar het werk rijden en zij na werktijd de auto's niet meer gebruiken. Er is geen rechtszekerheid dat dit ook zal gebeuren. Het is ook geen reële verwachting dat de auto's na werktijd niet meer gebruikt worden. De toename van het aantal verkeersbewegingen zal in de praktijk met een veel groter aantal toenemen dan 184 verkeersbewegingen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de veiligheid op de weg, onder andere voor alle kinderen die dagelijks van Riel naar Tilburg en Goirle fietsen om naar school te gaan. Niet is onderbouwd dat er geen verkeersonveilige situatie ontstaat door de extra motorvoertuigbewegingen. De gevolgen van de toevoeging van de verkeersbewegingen (verkeersgeneratie) op het huidige wegennet is niet beschreven. Of en hoe de wegen het extra verkeer afwikkelen en wat de gevolgen daarvan zijn voor de verkeersveiligheid, is dan ook niet bekend. Veel reclamanten maken zich zorgen over de toename van het verkeer op de Rillaersebaan, Rielseweg en Tilburgseweg. Gevraagd wordt of er verkeersmaatregelen worden getroffen, zodat bijvoorbeeld schoolgaande kinderen veilig kunnen oversteken.

Uitgangspunt 3-sterrenhotel

37

In de ruimtelijke onderbouwing staat dat er geen normen zijn vastgesteld voor de verkeersgeneratie door de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarom is uitgegaan van de normen voor een 3-sterrenhotel uit de CROWpublicatie 381. Hieruit blijkt dat het plangebied 183 mvt/etmaal genereert. Dit is op basis van een verkeersgeneratienorm van 0,5 rit/bed (366 * 0,5 = 183). Dit zou neerkomen op ongeveer 92 vertrekkende en 92 aankomende motorvoertuigbewegingen. De verwachting is dat dit kan worden opgevangen door het wegennetwerk. Enkele reclamanten vinden dat ten onrechte wordt uitgegaan van de normen voor een 3-sterrenhotel. De verkeersgeneratie als gevolg van huisvesting voor arbeidsmigranten is niet vergelijkbaar met een hotel. Verder is niet duidelijk waar de verkeersgeneratienorm van 0,5 op is gebaseerd. De norm moeten worden gehanteerd die (ook) specifiek rekening houdt met de tijden waarop de bewoners verkeer genereren (bijvoorbeeld doordat in ploegen- en/of nachtdiensten wordt gewerkt) en de mate van verkeer die op specifieke momenten wordt gegenereerd, bijvoorbeeld omdat veel bewoners op hetzelfde moment zullen vertrekken of aankomen.

Nummer zienswijze

Reactie gemeente

CROW-publicatie 381 Een reclamant merkt op dat de verwijzing naar de CROW-publicatie 381 niet meer actueel is. Er is een nieuwere publicatie uit 2024, namelijk CROW 744. 1, 16, 18, 19, 22, 23, 25, 26, 28, 29, 35, 38, 39, 42, 43, 44, 46, 47, 51, 62, 64, 65, 66, 68, 70, 72, 73, 85, 86, 89, 90, 93, 97, 102, 103, 104, 106, 108, 109, 110, 111, 115, 116, 118, 119, 120, 125, 127, 128, 131, 133, 134, 137, 138, 141, 143, 148, 151, 153, 154, 156, 157, 162, 165, 169, 172, 173, 175, 177, 179, 180. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor andere verkeersbewegingen. Het CROW heeft geen normen vastgesteld voor verkeersgeneratie voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Bij de ontwerp omgevingsvergunning is uitgegaan van een 3-sterrenhotel. Bij andere gerealiseerde ontwikkelingen voor huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Tilburg (zoals bij de Dr. Hub van Doorneweg in Tilburg) is uitgegaan van een 2-sterrenhotel, waardoor we deze norm nu ook toepassen bij dit plan. Daarnaast heeft Bureau Goudappel in februari 2025 voor dit plan een verkeersstudie uitgevoerd (bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing). Hiervoor is ook de toekomstige verkeersgeneratie berekend. Op basis van een 2sterrenhotel is de verkeersgeneratie aan de hand van het verkeersgeneratiecijfer uit CROW-publicatie 744 (in plaats van CROW publicatie 381) bepaald op maximaal 427 motorvoertuigbewegingen per werkdag.

Daarnaast is hierin gekeken naar de ervaring bij de Dr. Hub van Doorneweg in Tilburg. Dit is gedaan om te beoordelen of er geen onderschatting is in de gehanteerde theoretische norm. De verkeersstudie toont dat daar geen sprake van is.

5. 2

Conclusie Afspraken vervoer (gecombineerd

Uit de verkeersstudie blijkt dat het aantal extra motorvoertuigbewegingen die gerelateerd zijn aan het initiatief ten opzichte van de huidige situatie beperkt is. De toename aan verkeer leidt niet tot een significant ander verkeersbeeld op de aansluiting Rielseweg en het kruispunt Rielseweg – Rillaersebaan – Rielsedijk. Bovendien blijft er sprake van een verkeersveilige verkeersdruk op de Rielseweg. Er is geconcludeerd dat er sprake van een acceptabele verkeerssituatie. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Gecombineerd vervoer In de ruimtelijke onderbouwing staat dat de arbeidsmigranten voor werk

38

vervoer, openbaar vervoer en gebruik fiets)

worden opgehaald en teruggebracht naar de huisvestingslocatie en dat het gebruik van eigen vervoer daarom beperkt zal zijn. Dit is niet geborgd in de vergunningvoorschriften. Er kan daarom niet van worden uitgegaan dat de arbeidsmigranten geen eigen vervoer zullen gebruiken. Openbaar vervoer In de ruimtelijke onderbouwing staat dat op eigen terrein een bushalte wordt gerealiseerd, waardoor gebruik van openbaar vervoer wordt gestimuleerd. Niet wordt onderbouwd en onvoldoende wordt geborgd dat daadwerkelijk sprake is van (openbaar) busvervoer en door wie dat dan geëxploiteerd zou moeten worden.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

5. 3

Conclusie Parkeren

Gebruik fiets Er lijkt van uit te worden gegaan dat voor een groot deel ook gebruik zal worden gemaakt van de fiets om van en naar het werk te gaan. Dat is onvoldoende onderbouwd en geborgd in de vergunning. Dit geldt eens te meer gezien de onaantrekkelijke ligging van de locatie, gelet op de aanzienlijke afstand tot (bijvoorbeeld) de bedrijventerreinen in Tilburg en de fysieke barrière van de A58. Niets staat er aan in de weg om op de locatie enkel personen te huisvesten die bijvoorbeeld in Waalwijk werkzaam zijn. Het is onrealistisch te denken dat die de fiets zullen gebruiken. 1, 29, 47, 131, 137, 145, 151, 153, 156, 173. Voor het plan is uitgegaan van onderstaande mogelijkheden om vervoer efficiënt in te kunnen zetten (paragraaf 4.7 van de ruimtelijke onderbouwing is hierop tekstueel aangepast):  De arbeidsmigranten zullen, in veel gevallen, voor wat betreft woonwerkverkeer worden opgehaald en teruggebracht vanaf de huisvestingslocatie. Een ruim aandeel van de bedrijven waar de te huisvesten arbeidsmigranten werkzaam zijn, zijn gevestigd op industrieterrein Vossenberg. Hierdoor kan busvervoer naar bedrijven op dit bedrijventerrein gecombineerd worden.

Het gebruik van eigen gemotoriseerd vervoer zal hierdoor beperkt blijven en het gebruik van gemeenschappelijke vervoer wordt gestimuleerd;  Op eigen terrein zal een private bushalte worden gerealiseerd, waardoor gebruik van private openbaar vervoer wordt gestimuleerd;  Op 200 meter afstand van de huisvestingslocatie is een openbare bushalte gelegen;  Arbeidsmigranten die werken voor klanten waar slechts enkele arbeidsmigranten werken en die buiten fietsafstand liggen krijgen de beschikking over een auto van Carrière. Zij kunnen carpoolen.  Fietsgebruik wordt gestimuleerd door het aanbieden van 144 (elektrische) deelfietsen, waarvan de arbeidsmigranten gebruik kunnen maken. Voor het fietsparkeren en gebruik van deelfietsen zie onze reactie bij onderwerp 5.3. De zienswijzen over dit onderwerp leiden tot aanpassing van het plan. Bij de (fiets)parkeernorm wordt een woongroep ten onrechte gezien als één appartement. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat de parkeereis die hoort bij het plan neerkomt op 98 parkeerplaatsen. Er geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woongroep en er zijn 61 woongroepen aanwezig binnen het initiatief (61 x 1,6 = 97,6). Het plan voldoet aan de parkeernorm, aldus de ruimtelijke onderbouwing. Er worden 54 parkeerplaatsen gerealiseerd in de kelder en 45 parkeerplaatsen op eigen terrein.

Dit brengt het totaal op 99 parkeerplaatsen, waarvan er vier parkeerplekken grote parkeerplaatsen

39

betreffen voor personenbusjes. In de kelder worden ook ongeveer 144-174 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de fietsparkeernorm op basis van de fietsparkeerkencijfers van het CROW. Een wooneenheid is gelijk te stellen aan een appartement met fietsenberging en dus geldt een fietsparkeernorm tussen de 2,0-3,0. Gemiddeld is de parkeernorm dan 2,5. De berekening is dan 61 x 2,5 = 153. Er zijn dus gemiddeld 153 fietsparkeerplaatsen nodig, waarmee met de realisatie van circa 144-174 fietsparkeerplaatsen aan wordt voldaan. Bij de parkeernormen wordt uitgegaan van appartementen, waarbij één woongroep als een appartement wordt gezien. Onduidelijk is waarom bij parkeren wordt uitgegaan van appartementen in plaats van de normen voor een 3-sterrenhotel, zoals bij verkeer. Dit verschil in uitgangspunten wordt niet verklaard. Bovendien staat één woongroep niet gelijk aan één appartement. Een woongroep bestaat namelijk uit één tot maximaal zes personen. Daarom is uitgegaan van een onjuiste parkeernorm.

Nummer zienswijze Reactie gemeente

Enkele reclamanten stellen dat er geen garantie is dat niet iedere arbeidsmigrant de beschikking heeft over een auto. Dit wordt ook niet in de voorwaarden bij de omgevingsvergunning opgenomen. Er is op voorhand niet duidelijk dat er voldoende parkeergelegenheid is, met mogelijke parkeeroverlast tot gevolg. Dit is ook niet af te dwingen op basis van de omgevingsvergunning. Er zal meer rechtszekerheid gecreëerd moeten worden op dit punt door het opnemen van voorwaarden in de omgevingsvergunning. 1, 23, 47, 131, 134, 156, 162, 173. Gemeentelijk parkeerbeleid Sinds 1 januari 2024 is de ‘Nota Parkeernormen 2023’ in werking. In paragraaf 2.3 van dit beleid staat: Op aanvragen om omgevingsvergunning voor activiteiten bouwen en/of strijdig gebruik die vóór de inwerkingtreding van deze parkeernota ingediend zijn, zijn de parkeernormen zoals die golden op grond van de ‘nota parkeren Tilburg 2017’ van toepassing. Omdat voorliggende aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, gaan we in dit geval uit van de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’. We gaan bij het hanteren van de parkeernormen uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. Autoparkeren Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden gerealiseerd.

Voor de parkeernorm is nu aangesloten bij soortgelijke initiatieven in onze gemeente. Hierdoor is ten opzichte van het ontwerpbesluit de geldende parkeernorm bij dit plan vastgesteld op 0,3 parkeerplaats per kamer. Hierbij is er sprake van een kamer bij een onzelfstandige wooneenheid, hiervan worden er 326 gerealiseerd binnen het gebouw. Hierdoor dienen er 98 (=326*0,3=97,8) parkeerplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Dat aantal is gelijk aan het ontwerpbesluit. Er worden 54 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeerkelder en 44 parkeerplaatsen (bovengronds) op eigen terrein. Dit brengt het totaal op 98 parkeerplaatsen, waarmee wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. Voor onze reactie over de verkeersgeneratie zie onderwerp 5.1. Fietsparkeren

40

De ruimtelijke onderbouwing is aangepast voor het onderdeel fietsparkeren. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW. Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Er zijn echter geen normen voor fietsparkeerplaatsen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten verblijven bewust tijdelijk voor maximaal 6 maanden in Nederland om te werken en geld te verdienen om daarna weer terug te keren naar het land van herkomst, waar zij hun hoofdverblijf hebben. Zij zullen niet allemaal een eigen fiets bezitten of aanschaffen, maar voor het vervoer naar hun werk gebruik maken van een aanboden vervoersmiddel vanuit het uitzendbureau, zoals deelfietsen die op de locatie worden aangeboden, georganiseerd (collectief) vervoer met de bus (groot of klein), openbaar vervoer of auto. Er wordt rekening gehouden met al deze modaliteiten om aan de stallingsbehoefte te voldoen en om het fietsgebruik te stimuleren wordt ingezet op deelfietsen. Er worden in het plan 144 deelfietsen beschikbaar gesteld en in totaal worden er 184 stallingplaatsen gerealiseerd. 156 fietsparkeerplaatsen in de parkeerkelder en de rest op maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15663754/3