Bijlage 2. Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving â "Ontwikkeling Den Herdgang Berlagehof 60, Tilburg"
Tekst van het document
Daarnaast ondersteunt Herberg den Herdgang een vitale buurt door activiteiten, sociale ontmoetingen en verbindingen tussen bewoners en vrijwilligers te organiseren. Dit maakt de wijk aantrekkelijk, levendig en toekomstbestendig, en sluit aan bij de ambitie van Tilburg Groeit, Bloeit en Bruist. Het initiatief Herberg den Herdgang is een voorbeeld van hoe beleidsambities van het bestuursakkoord ‘Meer voor elkaar’ in de praktijk kunnen worden gebracht. Het bevordert actieve deelname van inwoners, versterkt sociale cohesie, ondersteunt passende woon- en zorgvormen, en draagt bij aan een vitale en toekomstbestendige buurt. 4.4.3 Overige mogelijk relevante beleidskaders gemeente Tilburg Bovendien heeft het initiatief specifieke aansluiting op beleidsprogramma’s, zoals: Uitvoeringsprogramma GGoud 2024–2026: ouderen een plek geven in de maatschappij, waar zij erbij horen en ertoe doen. Woonzorgvisie: passend wonen en zorg op maat, in samenwerking tussen verschillende partijen. Wmo en innovaties zoals reablement: ouderen zoveel mogelijk eigen regie geven. Beleidsnota’s: “Samen een sterke basis 2021–2025”, Normaliseren en Integrale Kijk op Ouderen. 4.4.4 Gebiedsvisie Voor het initiatief Den Herdgang is het stedenbouwkundig beleid ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad’ van toepassing.
Deze visie is opgesteld om meer grip te krijgen op de ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van de linten in Tilburg. Aanleiding hiervoor zijn ontwikkelingen zoals leegstand, de sloop van historische panden, het
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
22
verdwijnen van winkels en een afname van de kwaliteit van de openbare ruimte. De visie beoogt een nieuwe manier van omgaan met de linten – niet alleen in bouwstijl, maar ook in samenwerking, inrichting en beheer – die beter aansluit bij het historische karakter en de sociale functie van de linten. Binnen de visie wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijvige linten (met veel winkels, verkeer en bedrijven) en rustige linten (overwegend woonlinten). De belangrijkste doelen zijn het behoud van de historische structuur en identiteit, het versterken van levendigheid en economische vitaliteit, en het behouden van woondiversiteit met respect voor de oorspronkelijke bebouwingsstructuur. Het plangebied bevindt zich binnen een bedrijvig lint en grenst aan een rustig lint, waarmee het een overgangspositie inneemt tussen wonen en bedrijvigheid. De herbestemming van Den Herdgang sluit goed aan bij de Structuurvisie Linten in de Oude Stad, omdat het binnen het bestaande gebouw plaatsvindt en daarmee de historische structuur en het karakter van het lint respecteert. Door het behoud van maatschappelijke functies en de toevoeging van diverse woonvormen wordt de woondiversiteit versterkt, zonder het bestaande profiel van het lint aan te tasten.
Tegelijkertijd draagt het initiatief bij aan de levendigheid en sociale functie van het gebied, doordat het een ontmoetingsplek biedt voor bewoners en vrijwilligers. Daarmee wordt zowel het economische als het sociale functioneren van het bedrijvige lint ondersteund en ontstaat een goede overgang naar het aangrenzende rustige lint. Conclusie Het project vormt hierdoor een passende invulling van de beleidsdoelen op het gebied van historisch behoud, woondiversiteit, dynamiek en samenwerking zoals beschreven in de Structuurvisie.
Figuur 8: Plankaart structuurvisie Linten in de Oude Stad 4.4.5 Woonbeleid en volkshuisvesting Woonvisie en Woonagenda 2020-2025 Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema’s en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
23
van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie wonen 2021 Om het tekort aan woningen op te vangen zijn meer woningen nodig. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen van september 2021 geeft antwoord op de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. De strategie bevat richtinggevende verdichtingsprincipes, zodat er op een toekomstbestendige manier gebouwd kan worden aan Tilburg en initiatieven beter afgestemd kunnen worden op de mogelijkheden en ontwikkelrichtingen die wij als gemeente zien. Daarnaast zijn in de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie regels opgenomen, waardoor er voldoende betaalbare huur- en koopwoningen worden gerealiseerd. Woningen dienen een oppervlakte van minimaal 50 m² GBO (gebruiksoppervlakte) te hebben. Voor bijzondere doelgroepen zijn onder voorwaarden woningen kleiner dan 50 m² mogelijk. Conclusie Het plan voor de herbestemming van het voormalige woonzorgcomplex past binnen de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen 2021.
Het draagt bij aan het realiseren van extra woningen binnen het bestaande stedelijk gebied, in lijn met de verdichtingsprincipes en toekomstbestendige ontwikkelrichtingen van de gemeente Tilburg. Het plan tot de realisatie van 100 zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden waarvan 100% sociaal conform de verordening Middenhuur Tilburg past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst. Ruimtelijk past dit plan binnen de in de update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie. 4.4.6 Bedrijvigheid Nota toekomstbestendige bedrijventerreinen (in 2025 vastgesteld.) Met deze nota wordt een meer kwalitatieve visie op de Tilburgse werklocaties gegeven. Enerzijds omdat de beschikbare ruimte veel beperkter is en meer onder druk staat. Anderzijds omdat de vestigingscriteria veranderen onder invloed van de verduurzamingsopgaven, de transitie naar een circulaire economie, verslimming door digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals smart industries, smart logistics en smart services (Next Economy). In de beleidsnota 'Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025' worden de volgende ambities benoemd: • Onze werklocaties voorbereiden op de toekomst, door te zorgen dat de basis op orde is, werklocaties goed bereikbaar zijn en ze voldoen aan de eisen die de Next Economy stelt.
Hierbij houden we rekening met ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, klimaat, energietransitie en circulaire economie. • Onze beschikbare ruimte voor bedrijven behouden, versterken en slim benutten met als belangrijkste doelstellingen en acties: o De bedrijventerreinen voor moderne industrie en logistiek behouden en versterken. o Kritisch kijken naar nieuwe uitgifte en dit afwegen aan de hand van de maatschappelijke en economische toegevoegde waarde voor Tilburg. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in het aantal banen, maar ook in de wijze waarop een bedrijf een versterkend effect kan hebben voor al in Tilburg of de regio aanwezige bedrijven. o Ruimte houden voor het lokale midden- en kleinbedrijf (MKB) om zich te vestigen en door te groeien en waar nodig en kansrijk daarvoor ruimte creëren, met aandacht voor bedrijvigheid met een specifiek profiel (zoals smart logistics en smart services, starters en bedrijven met hogere milieucategorieën). o Langs havens en Wilhelminakanaal watergebonden bedrijvigheid stimuleren. o Ruimte die binnenwijkse terreinen bieden voor bedrijvigheid, per saldo behouden. o Behoud van onze sterke kantoorlocaties, op andere plekken juist transformatie naar andere functies zoals mkb-werkplaatsen en/of wonen faciliteren.
• Inspelen op veranderende behoeften van bedrijven en talenten door het op kansrijke locaties faciliteren van nieuwe, moderne, gemixte werkgebieden. Daarbij faciliteren we zzp'ers in de wijken optimaal,
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
24
faciliteren we vraaggericht kleinschalige bedrijfsruimten en stimuleren we fysieke condities om innovatieve broedplaatsen te verbinden met andere werklocaties in de stad. De kwalitatieve benadering betekent dat we inzetten op versterking van het (regionale) economische ecosysteem en inzetten op versterking van de verschillende typen werklocaties zelf. Zo is het in sommige gevallen wenselijk om ondersteunende faciliteiten op bedrijventerreinen toe te staan. Hierbij kan worden gedacht aan functies zoals opleidingsvoorzieningen en truckparkings, maar ook aan ondersteunende zaken zoals wandelpaden en fietsroutes. Er moet dan wel blijken uit overleg met de vitaalverenigingen (de parkmanagementverenigingen op de Tilburgse bedrijventerreinen) dat hier een collectieve behoefte voor is. Voor de binnenwijkse terreinen streven we ernaar om per saldo de bedrijfsruimte te behouden, door uitplaatsing van bedrijven naar geschiktere locaties te faciliteren of door wonen met werken te mengen. Ook kijken we nadrukkelijk naar kansen om verbinding te leggen met de wijk, om zo de terreinen vitaler te maken.
Voor wat betreft de kantoorlocaties stimuleren en faciliteren we ontwikkeling en renovatie van kantoorruimte – al dan niet in combinatie met andere functies - op kansrijke locaties in en rond de Kennis as zoals de Spoorzone, binnenstad en noordelijk deel van Ringbaan West, terwijl we locaties elders in het stedelijk gebied die minder goed presteren faciliteren om te transformeren. Solitaire kantoren op bedrijventerreinen vinden we onwenselijk en onttrekking, sloop dan wel transformatie naar een bij het bedrijventerrein passende ondersteunende functie heeft de voorkeur en kan op medewerking rekenen. Tot slot hechten we belang aan nieuwe ontwikkelingen zoals proeftuinen en experimenteerruimte waar onderwijs en ondernemers samenkomen, om de onderlinge interactie te versterken. Het afschalen van het type bedrijvigheid en het niet meer toestaan van solitaire kantoren is hier niet strijdig mee. Bij de ontwikkeling van een nieuw plan zal met deze nota rekening worden gehouden. Regionale agenda werken De lokale programmering van bedrijventerreinen wordt vanwege de provinciale verordening Ruimte vanaf 2012 op regionaal niveau afgestemd met de Hart van Brabant gemeenten. In december 2019 zijn de regionale afspraken bedrijventerreinen vastgesteld in het bestuurlijke Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) van de regio Hart van Brabant met de provincie Noord-Brabant.
De regionale afspraken bedrijventerreinen bevat de programmering van nieuwe bedrijventerreinen in de regio Hart van Brabant en wordt periodiek herbevestigd of herijkt. De regionale afspraken bedrijventerreinen zijn gebaseerd op een prognose voor de ruimtevraag naar nieuwe bedrijventerreinen die tenminste 1 keer per bestuursperiode door de provincie wordt opgesteld. Die prognose wordt aangevuld met gegevens over reeds bouwrijpe beschikbare kavels, restlocaties, strategische reserves, transformatie- en herstructureringsplannen. Op 18 december 2019 zijn nieuwe afspraken gemaakt in het Bedrijventerreinenafspraken Regio Hart van Brabant 2020-2024. In deze afspraken wordt uitgegaan van het ‘vraaggericht ontwikkelen’. Dit houdt in dat er pas mag worden ontwikkeld bij concrete vragen van bekende eindgebruikers. Vanzelfsprekend kijken we eerst, samen met de initiatiefnemer, of die vraag niet net zo goed op een bestaand of bouwrijp bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Dat doen we in de gemeente Tilburg, maar stemmen we ook af met gemeenten binnen de regio Hart van Brabant. Dit is conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Pas als dat niet kan gaan we over tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Het huidige aanbod van (bouwrijpe) bedrijventerreinen zetten we optimaal in.
Dit houdt dus ook in dat we bestaande bedrijventerreinen herstructureren om de concrete vraag te laten landen. De ontwikkeling van nieuwe terreinen kan bijdragen aan de herstructurering van bestaande terreinen. Voordat we overwegen een nieuwe bedrijfslocatie te creëren, garanderen wij dat deze niet concurreert met bouwrijpe en bestaande bedrijventerreinen. Maar de bouwrijpe bedrijventerreinen mogen ook geen blokkade vormen voor het accommoderen van vraag die daar niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting, de gevraagde ontsluiting of de sterke lokale binding van een te vestigen of verhuizen bedrijf. Als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaande lokale en regionale aanbod mag deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gevestigde bedrijven: Dit dient wel te worden afgestemd met de overige gemeenten in de regio door het voor te leggen aan het regionale portefeuillhoudersoverleg (POHO) Fysiek. Het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
25
in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor uitbreiding/vestiging van zo’n bedrijf voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag haar bedrijventerreinareaal uitbreiden. Hiervoor moet er wel unanieme instemming zijn vanuit het POHO Fysiek. Nota verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen Het college heeft op 17 mei 2016 definitief de Aanpak verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen vastgesteld. Voorafgaande hieraan heeft de Raadscommissie Vestigingsklimaat op 14 maart 2016 de aanpak verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen besproken en haar wensen en bedenkingen gegeven. Verkleuring is kort gezegd het fenomeen waarbij (toekomstige) eigenaren en gebruikers op bedrijventerreinen activiteiten willen ontplooien of zodanig willen veranderen dat het gebruik daardoor anders wordt dan oorspronkelijk beoogd. De gemeente wil enerzijds ruimte bieden aan de economische dynamiek die de economische kracht van de stad en de regio versterkt. Maar de gemeente wil ook zorgen voor 'de juiste functies op de juiste plek'. De stad wil duurzaam verstedelijken en leegstand en verdringing tegengaan. Ook wil de gemeente onderlinge hinder van bedrijven en functies en kwaliteitsverlies op andere locaties in de stad voorkomen.
Het college heeft daarom een aantal uitgangspunten over het al dan niet toestaan van nieuwe soorten gebruik op bestaande bedrijventerreinen vastgesteld: • Industrie en logistieke bedrijven optimaal bedienen in hun verkleuringswensen. • Stedelijke economie en consumentgerichte stedelijke functies soms faciliteren op sommige terreinen • Geen nieuwe solitaire kantoorfuncties; uitzondering voor kleinschalige kantoren ‘in de industriële keten’. • Ondergeschikte consumentendiensten bij werkplaatsen en ateliers mogelijk (tot 20% van vloeroppervlak) • Zelfstandige horeca: in principe niet. • Stedelijke functies: bij voorkeur in de stad. Alleen als zij op een bedrijventerrein beter passen mag het daar. • Wonen op bedrijventerreinen is niet gewenst, met uitzondering van bedrijfswoningen. • Geen nieuwe solitaire detailhandel op bedrijventerreinen, focus op clustering, saldo 0 benadering. • Afhaalpunten (binnen strikte definitie) toegestaan. • Branchering. Géén verruiming. Concentratie woninginrichting op Leijpark / AaBé Op de verschillende Tilburgse bedrijventerreinen spelen verschillende vormen van verkleuring.
We maken een driedeling in typen terreinen: Type 1: Terreinen voor Moderne Industrie en Logistiek We werken mee aan de ontwikkelingen en vragen van bedrijven (verbreding en verdieping van bedrijfsactiviteiten) die passen bij de economische speerpunten van modern industrieel en logistiek cluster en kennisintensieve activiteiten. We werken dus mee aan de verkleuring en menging als onderdeel van de transitie van bedrijfsprocessen. Daarbij denken we vooralsnog aan shared services met opleidingscentra, laboratoria, een restaurant of informele werkplek met vergaderfaciliteiten etc. Deze terreinen zijn niet bedoeld voor wonen en stedelijke functies als (perifere) detailhandel, studio’s en ateliers, feestzalen, et cetera. Type 2: Terreinen voor gemengde bedrijven in stedelijk gebied Op de terreinen voor gemengde bedrijven in stads- of dorpsgebied zien we steeds meer vermenging van functies ontstaan. We werken mee aan ontwikkelingen die passen bij het aantrekken van hoogwaardige productie- en kennisintensieve werkgelegenheid. Hiertoe staan we een grotere mate van 'kantoorachtige' werkgelegenheid toe, mocht dit gewenst zijn. Denk hierbij aan installatiebedrijven, die ook het ontwerp en de voorbereiding doen. Nieuwe solitaire kantoren en detailhandelsfuncties staan we hier echter niet toe. We zetten op sommige deelgebieden in op een grotere mate van stedelijke functies dan bij andere.
Hoe dichter in en op de woonomgeving, hoe minder er sprake mag zijn van (verkeers- en geluids)hinder. Type 3: Detailhandelslocaties: GDV/ PDV We willen per saldo geen toevoeging van vierkante meters detailhandel. We staan geen brancheverruiming toe op de PDV-locaties. Leijpark / AaBé terrein is het de enige woonboulevard waar nieuwe woninginrichting en GDV-branches worden toegestaan. Nota vitaliteitsscan en toekomstperspectief binnenwijkse bedrijventerreinen
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
26
Op 28 september heeft het college de vitaliteitsscan binnenwijkse bedrijventerreinen vastgesteld en een besluit genomen over het toekomstperspectief van verschillende terreinen. Er is een viertal ontwikkelstrategieën benoemd. 1. Terreinen die we willen behouden als binnenwijks bedrijventerrein en waarbij we juist willen inzetten op verdichting. Dit geldt voor het Beneluxterrein, Bedrijvenpark Willem II, Rhijnkant, Broekhoven en de Kapelmeesterlaan. 2. Terreinen waar we de functiemix voor de omliggende wijk willen versterken. Dat is dus niet alleen ruimte voor werken maar kan ook andere wijkvoorzieningen omvatten. Dit geldt voor het Voltcomplex, Reitse Hoevenstraat, Heikant Oost en West, Paletplein en Dirigentenlaan. 3. Terreinen waar open staan voor transformatie naar woon-werkgebied. 40 procent van het grondoppervlak moet hierbij worden ingezet voor de werkfunctie. Dit geldt voor Bedrijvencentrum Het Laar, Quirijnstok, Componistenlaan en het WLM-terrein Regenboogstraat. 4. Terreinen waar we geen aanvullende actie ondernemen. Deze terreinen zijn net gerevitaliseerd of in ontwikkeling. Dit geldt voor het Tegroterrein en Stadsrand Dalem Zuid. Voor de terreinen onder 1 t/m 3 geldt dat we de combinatie met wonen in geen van de gevallen uitsluiten. De invalshoek is echter per strategie wezenlijk anders.
Onder 1 geldt dat werken de hoofdfunctie blijft en het oppervlak aan werken minimaal wordt behouden en waar mogelijk wordt geïntensiveerd. Creatieve oplossingen waarbij het toevoegen van een woonfunctie de ontwikkelmogelijkheden van de bedrijven niet belemmerd en die van toegevoegde waarde zijn voor het terrein en de directe omgeving worden integraal afgewogen. Maar: het belang van het behoud van kwalitatieve werklocaties prevaleert. Onder 2 kijken we meer naar mixmilieus en een directe verbinding naar de wijk. Ook hier is wonen (op de bovenverdieping) denkbaar en mogelijk kansrijk. Nog steeds is wonen hier een aanvulling. Onder 3 mag wonen de hoofdfunctie worden, maar willen we nog steeds de combinatie met werken terugzien in de plannen. Het grondoppervlak dient voor 40 procent te worden behouden voor werken. Dit kan betekenen dat de verhouding met wonen anders komt te liggen wanneer er gekozen wordt voor hoogbouw. Daarbij bieden ze bij voorkeur ruimte voor (praktische) bedrijven die stadsverzorgend van aard zijn, significant bijdragen aan de werkgelegenheid op de locatie en/of zeer geschikt zijn voor onze (ambachtelijke/creatieve) makers. Toetsing Met het plan wordt kleinschalige bedrijvigheid mogelijk gemaakt. Conclusie Dit past in het beleid t.a.v. de vestiging van bedrijven.
4.4.7 Kantoren Gemeentelijk kantorenbeleid Regionale afspraken kantoren Hart van Brabant 15-12-2016 Paragraaf is niet van toepassing 4.4.8 Detailhandel Uitgangspunten Met de Detailhandelsvisie 2020 is een helder beleidskader vastgesteld met een onderbouwd en afgestemd toekomstbeeld voor de gewenste Tilburgse detailhandelsstructuur en welke inspanningen nodig zijn om deze gewenste structuur te realiseren. Dit beleid is op te vatten als een thematisch ‘programma’ binnen de omgevingswet, dat zoveel mogelijk gebiedsgericht is opgezet.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
27
Figuur 9: Hoofdstructuur detailhandel gemeente Tilburg In de detailhandelsvisie wordt de bestaande structuur van winkelgebieden centraal gesteld, winkels dienen zich binnen deze gebieden te vestigen, tenzij er nadrukkelijk redenen zijn om daarvan af te wijken. Daartoe zijn in het beleid omschreven voorwaarden voor maatwerk opgenomen. Winkelen en boodschappen doen Traditioneel kennen we verschillende lagen in de detailhandelsstructuur. Deze gelaagdheid is zowel voor de concept structuurvisie 2040 van Tilburg als deze detailhandelsvisie het uitgangspunt. De Binnenstad is het belangrijkste winkelgebied van de stad, naast een boodschappenfunctie staat recreatief winkelen centraal, het is ook primair het gebied waar winkelbezoek gecombineerd wordt met andere bezoekdoelen zoals, theaterbezoek, evenementen en dergelijke. Bij de wijk, buurt en dorpscentra is de winkelfunctie de basis, maar wordt de ontmoetingsfunctie steeds belangrijker. Voor de linten is de nadruk gelegd op boodschappen doen in combinatie met bezoek aan speciaalzaken. Bij alle gebieden geldt dat – mede als gevolg van de teruglopende behoefte aan winkels – dat een verdere menging van functies mogelijk en wenselijk is. Naast detailhandel zijn dat andere op consumentengerichte functies als kapsalons en adviseurs, maar ook zorgverleners.
Grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen Naast winkels met het accent op dagelijkse boodschappen of meer recreatief en vergelijkend winkelen zijn er ook verschillende, verspreid gelegen, locaties voor grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen die meer doelgericht worden bezocht. Deze bieden ruimte aan winkels die vanwege hun omvang of branche veelal niet passend zijn in andere winkelgebieden. Het gaat hierbij onder andere om bouwmarkten, autobedrijven en woonwinkels. Winkels op perifere detailhandelslocatie moeten voldoen aan een aantal eisen om zich daar te kunnen vestigen, hiermee willen we voorkomen dat trekkers die voor winkelgebieden als de Binnenstad belangrijk zijn voor het functioneren zoals grote sportzaken of elektronicawinkels zich overal kunnen vestigen. Daarom staan we winkels in bepaalde branches niet overal toe en worden er (voor een aantal branches) eisen gesteld aan de minimale oppervlakte van winkels op een perifere detailhandelsconcentratie. Voor alle binnen de bestemming perifere detailhandel toegestane branches geldt een minimale maat van 1.000 m2 wvo voor zover de winkel niet gelegen is binnen een van de perifere concentraties zoals is weergeven
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
28
in fig. 9 Voor winkels wel gevestigd op perifere concentraties blijft de minimale 1.000 m2 gehandhaafd voor de branches Sport- en Speelgoed en Wit- en Bruingoed/elektronica. Voor Woninginrichting geldt daar een minimale omvang van 500 m2 wvo. Voor de branches, keukens, sanitair, doe-het-zelf/bouwmarkten wordt geen minimale eis gesteld aan de omvang. Voor de in het beleid opgenomen perifere concentraties gelden de volgende toegestane branches: AaBe Fabriek: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair, Tuincentra, Woninginrichting, Fietsen, Sport en Speelgoed, Wit- en Bruingoed/Elektronica Vossenberg Oost: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra; Leijendaal: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; Bosscheweg: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; Kraaiven: Auto’s, Boten, Caravans, Fietsen (en motoren) De Groene Kamer: Tuincentra, Sport (cf. collegebesluit 2016) Rugdijk/Stokhasselt: Tuincentra, Doe-het-zelf/Bouwmarkten Nieuwe ontwikkelingen Trends, ontwikkelingen, consumentengedrag en de behoefte van retailers krijgen een prominente plek in de Tilburgse detailhandelsstructuur. Met dat in het achterhoofd stimuleren we het behoud en versterking van de bestaande winkelgebieden.
Als we de huidige markt willen volgen zullen we incidenteel zeker ook ruimte moeten kunnen bieden aan ontwikkelingen buiten de bestaande locaties. Onze doelstelling is daarmee de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande structuur te versterken en te voldoen aan de wens van de consument. Op trafficlocaties (zoals stations, bedrijventerreinen, ziekenhuizen of andere drukbezochte locaties waar veel mensen om andere redenen dan winkelen komen) blijft een beperkte mogelijkheid voor detailhandel aanwezig. In bijzondere gevallen kan de gemeente detailhandel buiten winkelcentra toestaan, denk aan (zeer) stedelijke gebiedsontwikkelingen waar een menging van functies stellen wenselijk is. Met het plan is dit onderdeel niet van toepassing. 4.4.9 Horecabeleid Het voorliggende initiatief betreft de herontwikkeling van een bestaand woonzorggebouw tot een wooncomplex met zowel zelfstandige als onzelfstandige wooneenheden. Binnen het gebouw bevindt zich een bestaand restaurant met bar en caféruimte. Deze voorziening wordt behouden en verhuurd aan een herbergier, die er maaltijden zal bereiden en serveren voor zowel de bewoners van het pand als voor omwonenden uit de directe omgeving. De horeca-activiteit vormt hiermee een ondersteunende en sociaalmaatschappelijke functie binnen het woonconcept.
Het horecabeleid van de gemeente Tilburg (“Samen Gastvrij”, vastgesteld 2017, actualisaties 2023-2024) streeft naar een goede balans tussen ondernemerschap, levendigheid en leefbaarheid. Binnen dit beleid wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën horeca en verschillende gebiedstypen. Het initiatief past binnen de categorie lichte horeca (horeca-categorie 1), waarbij het gaat om daghoreca zoals restaurants, lunchrooms of eetcafés zonder nadrukkelijke uitgaansfunctie. De horecavoorziening maakt deel uit van een zorg- en wooncomplex en is primair gericht op het voorzien in maaltijden en ontmoetingsmogelijkheden voor bewoners. De openstelling voor de directe buurt versterkt de sociale cohesie en draagt bij aan een levendige en veilige leefomgeving, conform de ambities uit het beleidskader Samen Gastvrij. Er is geen sprake van een hoogdynamische horeca-inrichting (zoals bar- of uitgaansfunctie) en er zullen geen grootschalige evenementen of nachtactiviteiten plaatsvinden. Passendheid binnen de gebiedsindeling Het pand bevindt zich in een overwegend woongebied. In dergelijke gebieden is horeca slechts toelaatbaar indien sprake is van ondergeschikte of ondersteunende horeca, passend bij de woon- of zorgfunctie.
Het initiatief voldoet aan deze randvoorwaarde: de horeca-activiteit is functioneel en ruimtelijk verbonden aan het woonzorgcomplex en blijft qua omvang beperkt tot de bestaande ruimten van het voormalige restaurant en bar. Er vindt geen uitbreiding plaats in bouwvolume of gebruiksoppervlak. De horeca-ruimte zal hoofdzakelijk overdag en in de vroege avond geopend zijn. Leefbaarheid en overlastbeperking
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
29
De inrichting en bedrijfsvoering zijn zodanig opgezet dat geen hinder voor omwonenden ontstaat. Er wordt geen muziek buiten ten gehore gebracht; levering en afvalinzameling vinden uitsluitend overdag plaats; en er is geen sprake van versterkt geluid of nachtopenstelling. Het aantal bezoekers is beperkt en grotendeels bekend (bewoners en buurtbewoners). Hiermee blijft de activiteit binnen de kaders van een rustige, kleinschalige buurtfunctie. Conclusie Het initiatief sluit aan bij de uitgangspunten van het Tilburgse horecabeleid: het betreft lichte horeca die past binnen een woonomgeving; de functie draagt bij aan sociale cohesie en leefbaarheid in de wijk; de activiteit vindt plaats binnen een bestaande horecaruimte en heeft een beperkte ruimtelijke en milieubelasting; de exploitatie is maatschappelijk van aard en gericht op bewoners en buurt, niet op uitgaan of nachtleven. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de doelstellingen van het gemeentelijk horecabeleid Samen Gastvrij en passend is binnen de beoogde gebiedstypologie. 4.4.10 Welstandsbeleid Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd.
Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.
Passendheid van het plan binnen de welstandscriteria Het initiatief betreft de herontwikkeling van een bestaand woonzorggebouw tot een wooncomplex met zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden. De hoofdstructuur en massaopbouw van het gebouw blijven behouden; er worden geen substantiële uitbreidingen of volumevergrotingen gerealiseerd. De buitenzijde van het pand wordt onderhouden en op onderdelen verbeterd, waarbij kleine wijzigingen in het gevelbeeld plaatsvinden. Deze aanpassingen vloeien voort uit noodzakelijke onderhoudsmaatregelen en hebben als doel de uitstraling en duurzaamheid van het gebouw te verbeteren. Met respect voor de karakteristieke architectuur uit de jaren zeventig worden materialen, kleurstelling en detaillering zorgvuldig gekozen, zodat de herkenbare stijl behouden blijft, maar het pand een frissere en eigentijdse uitstraling krijgt. De beoogde ingrepen sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige context en dragen bij aan een verzorgd straatbeeld. Er is sprake van een zorgvuldige architectonische benadering die past binnen de ambities van de gemeente Tilburg om te sturen op kwaliteit op de plekken die ertoe doen, en vrijheid te bieden waar dat kan.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
30
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bouwplan: - past binnen de uitgangspunten van de Welstandsnota Tilburg 2017; - met beperkte ingrepen de bestaande ruimtelijke en architectonische kwaliteit versterkt; - aansluit bij de omgeving en de karakteristiek van de oorspronkelijke jaren ’70-architectuur respecteert; - voldoet aan de redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12 van de Woningwet. Het plan wordt daarmee als welstandsvriendelijk en ruimtelijk aanvaardbaar beschouwd.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
31
5 Toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu 5.1
Aspecten fysieke leefomgeving
5.1.1 Stedenbouwkundige inpassing van bouwwerken Inpassing in de omgeving Het initiatief betreft de herbestemming van het voormalige woonzorgcomplex Den Herdgang in de Bouwmeesterbuurt Noord. Het plan is volledig ingepast binnen de bestaande bouwmassa, waarbij de westvleugel wordt getransformeerd naar circa 100 wooneenheden, terwijl de oostvleugel met 56 appartementen behouden blijft. Door het behoud van de bestaande gebouwen en de karakteristieke stedenbouwkundige structuur blijft de historische schaal, maat en vorm van het complex intact, waardoor het plan stedenbouwkundig aansluit bij de omgeving. De functiemenging van wonen en maatschappelijke voorzieningen sluit aan bij de karakteristiek van het bedrijvige lint waarin het gebouw ligt, terwijl het aangrenzende rustige woonlint wordt gerespecteerd (zie 4.4.4. Gebiedsvisie ‘Structuurvisie Linten in de Oude stad’). Door de toevoeging van diverse woonvormen (zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden) en het behoud van het centrale maatschappelijke deel ontstaat een gevarieerde en levendige stedelijke structuur, die past bij de bestaande dichtheid en schaal van de buurt. Tegelijkertijd draagt het initiatief bij aan sociale cohesie, doordat het een ontmoetingsplek biedt voor bewoners en vrijwilligers en maatschappelijke functies behouden blijven.
Uitzicht Door het verduurzamen van het bestaande gebouw en de integratie van groen en parkeerfaciliteiten wordt de leefbaarheid van de directe omgeving versterkt zonder afbreuk te doen aan het karakter van de buurt. Privacy De privacy van bestaande bewoners wordt gerespecteerd en de buitenruimte wordt zorgvuldig ingericht. Door de situering van ramen en balkons te behouden en bij de inrichting van buitenruimtes voldoende afstand en scheiding aan te houden, blijft de privacy van zowel nieuwe bewoners als bestaande buren gewaarborgd. Licht en schaduw Doordat omvang en hoogte van het gebouw niet wordt gewijzigd heeft dit geen invloed op de schaduwwerking op de aangrenzende percelen. Door het behoud van de bestaande bouwmassa, de positie van ramen en balkons en de zorgvuldige inrichting van de buitenruimtes wordt voorkomen dat de herbestemming of transformatie leidt tot overmatige schaduwwerking op omliggende woningen of openbare ruimtes. Handreiking hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw.
Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. De Handreiking Hoogbouw is niet van toepassing op het initiatief. De herbestemming vindt volledig plaats binnen de bestaande bouwmassa, zonder toevoeging van nieuwe verdiepingen of uitbreiding in hoogte. Hiermee wordt de stedenbouwkundige schaal van het complex behouden en blijft het initiatief volledig inpasbaar binnen het omgevingsplan.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
32
5.1.2 Omgevingskwaliteit (ontwikkeling buitengebied) Landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing is niet van toepassing bij transformatie van het bestaande gebouw. 5.1.3 Verkeer en parkeren Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zetten we in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. Onze gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In onze nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben onze inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met onze aanpak willen we meer dan alleen verkeersstromen in goede banen leiden. We willen de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit.
Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september. 4-sporen beleid parkeren 2021 Op 18 november 2021 heeft de raad met betrekking tot parkeren in de binnenstad het 4-Sporenbeleid Parkeren en Deelmobiliteit vastgesteld. Dit houdt onder andere in dat bij een nieuwe ontwikkeling de ontwikkelaar in de basis nog steeds geacht wordt het parkeren op de eigen ontwikkelplot op te lossen, maar dat er meer handvatten komen waarmee de gemeente een helpende hand kan bieden. De vier sporen zijn: 1. Het beter benutten van restcapaciteit in openbare parkeergarages Hiervoor zijn nieuwe abonnementsvormen ingevoerd waarbij de garages op rustige momenten beter worden gebruikt en op drukke momenten voornamelijk ruimte bieden voor bezoekersparkeren. Voor bezoekers van bewoners wordt een bezoekersregeling in de garages ontwikkeld. 2. Met een hoogwaardig en betaalbaar aanbod deelmobiliteit een goed alternatief bieden voor de eigen auto Met behulp van een vergunningenstelsel voor deelscooters en deelfietsen wordt actief gestuurd op een hoogwaardig aanbod. Ook voor deelauto’s is een dergelijk vergunningenstelsel volgens planning eind 2023 beschikbaar. In de nota parkeernormen zijn de voorwaarden voor deelmobiliteit opgenomen. 3.
Gebiedsgericht aan de rand van de binnenstad openbare parkeercapaciteit toevoegen Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat er aan de oostkant van het centrum een aantal van 500 á 600 extra parkeerplaatsen in openbare gebouwde voorziening wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt aan de westzijde van de binnenstad een tijdelijke garage van ca. 350 parkeerplaatsen gerealiseerd. 4. Transferia bij de toegangspoorten van de stad Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat een tweetal transferia, bij de Kempenbaan en in Noord, worden uitgewerkt. Deze worden voorzien van hoogwaardig natransport, waaronder snelle en frequente buslijnen. Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020 Het Tilburgs beleid voor de fiets is vastgelegd in “Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020”, welke door het college is vastgesteld op 8 december 2020. De fietsagenda is één van de vijf uitwerkingen van de Mobiliteitsaanpak Tilburg 2040 (MAT2040) en de MobiliteitsAgenda 013. Hierin is de doelstelling opgenomen dat tweederde van de verplaatsingen binnen de stad in 2040 op actieve wijze plaatsvindt (lopen en fietsen) en een groei van 20% van het aantal gereden fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Fietsen is inclusief, draagt bij aan een duurzame stad en is cruciaal in gezondheidspreventie. Daarom kiest de gemeente Tilburg voor de fiets en doet dit consequent.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
33
Hierbij wordt ingezet op drie pijlers: fietsinfrastructuur, fietsparkeren en fietsstimulering. De fietsagenda verbindt het Tilburgs fietsbeleid met het Regionaal Fietsbeleidsplan 2016-2020 (regio Hart van Brabant), met de Samenwerkingsagenda BrabantStad Fiets 2019-2022 (de vijf Brabantse steden, de provincie NoordBrabant en BUas) en met het landelijke Tour de Force 2e etappe Schaalsprong Fiets (samenwerking tussen het Ministerie van I&W, IPO, VNG/F10, vervoerregio’s en diverse organisaties waaronder de ANWB en de RAI Vereniging). Agenda voor het stedelijk openbaar vervoer in Tilburg De Tilburgse OV-agenda vormt een uitwerking van actuele kaders, waaronder de Mobiliteitsaanpak Tilburg (2016), Verstedelijkingsstrategie (2022), Parkeerstrategie (2022) en de Netwerkanalyse (2020). In het bestuursakkoord ‘Meer voor Elkaar’ (2022) is opgenomen dat voor het realiseren van de woningbouwopgave en voor een prettig en gezond verblijfsklimaat een mobiliteitstransitie noodzakelijk is met inzet op hoogwaardig openbaar vervoer voor de lange termijn. Om Tilburg leefbaar en bereikbaar te houden, dient het aantal reizigers in 2040 met een factor 3-4 te zijn gegroeid ten opzichte van 2019. Om dat te bereiken, zet Tilburg op hoofdcorridors in op Bus Rapid Transit (BRT). Hier reizen inwoners en bezoekers snel en comfortabel over busbanen naar hun bestemming.
Aanvullend op BRT worden sterke ontsluitende stads- en streeklijnen gehandhaafd. Een hoogfrequente stadslijn door de oude stad van noord naar zuid verbindt de Parkring, het Museumkwartier, Wagnerplein en mogelijk het ziekenhuis en te ontwikkelen transferia in Noord en Zuid. Tenslotte gaan reizigers voor de kleine vervoersbehoeften gebruik maken van flexibele, ondersteunende, toegankelijke diensten. Netwerkanalyse, de auto-agenda Tilburg De Omgevingsvisie uit 2015, de Mobiliteitsaanpak uit 2016 en TilburgNext uit 2017, sturen in combinatie met een mobiliteitstransitie en een toename van een fors aantal inwoners aan op stedelijke ontwikkeling die bijdraagt aan een vitale, economische sterke, inclusieve en mooie stad om in te wonen en werken. Dit geldt ook voor de binnenstad, dat als nieuw centrum toe moet naar meer bezoekers, meer inwoners en meer verblijfskwaliteit. Dit vergt echter ruimte en die is slechts beperkt beschikbaar. Ten behoeve hiervan is de netwerkanlyse uitgevoerd en vastgesteld door de raad op 1 februari 2021. In de netwerkanalyse is een betere benutting van de buitenring van de stad, voor vracht en doorgaand verkeer, door een optimalisering van deze routes, opgenomen.
Daarnaast is vastgesteld dat de gehele cityring in een kwalitatieve en leefbare openbare ruimte geïntegreerd moet worden, met gegarandeerde bereikbaarheid van de binnenstad voor bewoners, bezoekers en bevoorrading. Hiervoor is op 4 oktober 2021 door de raad een aantal concrete, aanvullende, maatregelen vastgesteld die de hoeveelheid verkeer op de cityring in voldoende mate terugbrengt. Met deze aanpassingen wordt ook de naam “cityring” vervangen door een naam die de lading beter dekt en verwijst naar de parkeerroute en het gewenste groene karakter van de ring. De huidige werknaam hiervoor is “Parkring”. Tilburg loopt!, de loopagenda Tilburg 2020 – 2023 Lopen draagt bij aan de doelen in het bestuursakkoord. Lopen maakt, zoals wetenschappelijk is bewezen, gezond en gelukkig. Lopen is inclusief, duurzaam en draagt bij aan de vitaliteit van onze inwoners. Met dit doel is op 12 mei 2020 de loopagenda vastgesteld. Deze agenda geeft invulling aan het handvest voor lopen, het partnerschap van het platform ruimte voor lopen, de mobiliteitsaanpak 2040 en de mobiliteitsagenda 013. Bij de mobiliteitsaanpak 2040 horen uitvoeringsagenda's. In de loopagenda is het uitvoeringsprogramma voor de voetganger opgenomen. De uitgangspunten die zijn vastgesteld gaan uit van volledige toegankelijkheid voor iedereen.
Lopen maakt deel uit van elke verplaatsing ook die waarbij andere vervoerswijzen betrokken zijn. Het kan ook alleen een ommetje zijn. Er moet voor voetgangers een basiskwaliteit zijn, maar op plaatsen waar veel voetgangers komen moet dat een extra kwaliteitsimpuls krijgen. Nota 'Parkeernormen Tilburg 2023', parkeernormen voor de auto en voor de fiets In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023' zijn de geactualiseerde parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Deze zijn voor zowel autoparkeren als fiets- en scooterparkeren opgenomen. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een te realiseren aantal parkeerplaatsen. Voor de auto betreft dit een minimum en meteen ook maximum norm. Voor fietsparkeren betreft dit een minimumnorm. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, te
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
34
worden gerealiseerd. Een ontwikkeling kan uit verschillende functies bestaan. De parkeereis wordt per functie bepaald. De Tilburgse parkeernorm is gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW. Dit zijn normen van de belangrijkste functies die in de gemeente voorkomen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. De mogelijkheid van inzet van deelmobiliteit is uitgebreid en er zijn rekenregels voor opgenomen. Tenslotte is de richtlijn laadpunten opgenomen. Beschrijving verkeerssituatie en toets aan de nota parkeernormen Beschrijving verkeerssituatie De Berlagehof is een woonerf waar auto’s te gast zijn. Ontsluiting vindt plaats via de Cornelis Danckertstraat en Kuiperstraat (50 km/uur), terwijl de Kwaadeindstraat een belangrijke wijkontsluitingsweg vormt. Openbaar vervoer rijdt niet door de Berlagehof. Bussen maken gebruik van de Kwaadeindstraat. De locatie van de planontwikkeling is goed bereikbaar met het openbaar vervoer (figuur 10). Op circa 600 meter afstand, overeenkomend met een loopafstand van ongeveer 7 minuten, bevinden zich een bushaltes met verbindingen richting het centrum van Tilburg en omliggende wijken.
Deze afstand wordt beschouwd als goed bereikbaar voor dagelijkse verplaatsingen te voet. Er zijn geen bijzonderheden voor gehandicapten. Bewoners parkeren in het woonerf. Nood- en hulpdiensten bereiken de wijk via Ringbaan-West, Kwaadeindstraat, Waterhoefstraat en Cornelis Danckertstraat, waarvoor de wegen altijd vrij moeten blijven. De ontwikkeling vindt plaats in zone B. De westvleugel van het voormalige zorgcomplex Den Herdgang wordt getransformeerd naar zelfstandige en onzelfstandige wooneenheden. In totaal worden circa 100 wooneenheden in verschillende groottes (15–45 m²) gerealiseerd, terwijl 89 leegstaande zorgwoningen verdwijnen. Het centrale middendeel van het complex met maatschappelijke functies wordt behouden en verbeterd. Daarnaast blijven 56 appartementen in de oostvleugel behouden. De parkeereis (westvleugel) is in dit geval 27 openbare autoparkeerplaatsen, 114 openbare fietsparkeerplaatsen (en privé fietsparkeerplaatsen) Het maatgevende moment voor de auto is op de werkdagnacht, voor de fiets op werkdagavond.
Figuur 10: Plankaart bereikbaarheid openbaar vervoer Er is een kleine toename van het aantal wooneenheden, 89 naar 100. Vanwege de situering in de stad en de beoogde doelgroep zal dit voornamelijk tot een lichte toename van het aantal fietsbewegingen leiden. Nabij de ingang worden daarom fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Het aantal autobewegingen zal minimaal toenemen. Op basis van de nieuwe parkeernormen (2024) is de parkeerdruk op de omgeving lager dan op basis van het huidige gebruik met de oude parkeernormen.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
35
Berekening parkeerbehoefte auto Bestaand west vleugel Functie
Aantal
Norm (zone B)
Aantal pp
BG verpleegtehuis
24
0,3
7,2
Verd. verpleegtehuis
65
0,3
19,5
Totaal
26,7
Normatieve parkeerbehoefte auto
26,7
Nieuw west vleugel Functie
Aantal
Norm (zone B)
Aantal pp
Zelfstandige wooneenheden
100
0,2
20
Bezoek woningen
100
0,15
15
Totaal
35
Normatieve parkeerbehoefte auto
35
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
36
Berekening parkeerbehoefte fiets Bestaand west vleugel Hoofdgroep
Aantal
Norm (zone B)
Aantal pp
Personeel verpleegtehuis Ziekenhuis (medewerkers)
939,1 m2
0,8 per 100 m2 bvo
7,5
Bezoek verpleegtehuis
939,1 m2
0,6 per 100 m2 bvo
5,6
Totaal
13,1
Normatieve parkeerbehoefte fiets
13,1
Nieuw west vleugel Functie
Aantal
Norm (zone B)
Aantal pp
Studentenhuis
100
1
100
Bezoekers parkeren
100
0,3
30
Totaal
130
Normatieve parkeerbehoefte fiets
130
Regeling: Dubbelgebruik en ‘oud’ voor ‘nieuw’ Bij functiewijzigingen of sloop is er niet alleen sprake van een nieuwe parkeerbehoefte, maar ook van een parkeerbehoefte van de oude functie. Het is niet nodig om een eventueel parkeertekort uit het verleden, dat in de openbare ruimte werd opgelost, te compenseren. De transformatie van de westvleugel van het zorgcomplex heeft geen nadelige invloed op de parkeerdruk in de directe omgeving tijdens het maatgevende moment. Het treffen van een regeling voor deelmobiliteit is niet nodig.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
37
Aanwezigheidspercentages: Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koop avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zaterdag middag
Woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Verpleeg/verzorgingstehuis/ Verzorgingsflat (oud)
100%
100%
50%
25%
25%
100%
100%
100%
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koop avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zaterdag middag
Zelfstandige wooneenheden
50% 10
50% 10
90% 18
80% 16
100% 20
60% 12
80% 16
70% 14
Bezoekersparkeren
10% 1,5
20% 3
80% 12
70% 10,5
0% 0
60% 9
100% 15
70% 10,5
BG verpleegtehuis (oud)
-100% -7,2
-100% -7,2
-50% -3,6
-25% -1,8
-25% -1,8
-100% -7,2
-100% -7,2
-100% -7,2
Verd. Verpleegtehuis
-100% -19,5
-100% -19,5
-50% -9,75
-25% -4,9
-25% -4,9
-100% -19,5
-100% -19,5
-100% -19,5
Totaal
-15,2
-13,7
16,6
19,8
13,3
-5,7
4,3
-2,3
Parkeereis auto:
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
38
Parkeereis fiets: Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koop avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zaterdag middag
Studentenhuis
50% 50
50% 50
90% 90
80% 80
100% 100
60% 60
80% 80
70% 70
Bezoek woningen
10% 3
20% 6
80% 24
70% 21
0% 0
60% 18
100% 30
70% 21
Personeel verpleegtehuis (oud)
-100% -7,5
-100% -7,5
-50% -3,75
-25% -1,88
-25% -1,88
-100% -7,5
-100% -7,5
-100% -7,5
Bezoekers verpleegtehuis (oud)
-10% -0,56
-20% -1,12
-80% -4,8
-70% -3,9
-0% 0
-60% -3,36
-100% -5,6
-70% -3,9
44,9
47,4
105,5
95,2
98,12
67,1
96,9
79,6
44,9
47,4
105,5
95,2
98,12
67,1
96,9
79,6
Totaal niet openbaar toegankelijk
Totaal openbaar toegankelijk
Figuur 11: Parkeersituatie nieuw
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
39
5.1.4 Water & watersystemen Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Het klimaat verandert sneller dan gedacht. Daarom vinden we dat ieder initiatief moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld.
De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2024 2027. De beleidsregels worden vertaald in het Handboek Openbare Ruimte en in het omgevingsplan. De zes doelstellingen: • Een gevarieerd, natuurlijk en vitaal buitengebied; • Robuuste groen- blauwe structuren; • Een koele woonomgeving; • Onze nieuwbouw stelt het voorbeeld; • Klimaatbestendige bedrijventerreinen; • Klimaatbewustwording en Koel gedrag. Onderstaande beleidsregels geven handvatten en richtlijnen voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp: • Zorg voor voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen; • Zorg voor ‘koelte-eilanden’ en koele looproutes; • Zorg dat regenwater infiltreert op de plek waar het valt, dan droogt de bodem niet uit; • Zorg voor waterbergingsruimte om extreme buien op te vangen; • Gebruik groen als basis en verharding waar nodig. Programma Water en Riolering Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing.
Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen. Als gevolg van het veranderende klimaat is de bestaande situatie vaak niet bestand tegen hevige buien en langdurige droogte. Om wateroverlast (hinder of ernstige hinder) te beperken en de kans op waterschade te minimaliseren, zijn maatregelen nodig. Daarom geldt voor werkzaamheden in de bestaande omgeving een regenwateropgave. Voor uitbreidingen is de opgave om de nieuwe omgeving klimaatadaptief in te richten, met voldoende ruimte voor waterberging. De volgende criteria bepalen de regenwateropgave voor verschillende categorieën van werkzaamheden:
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
40
Regenwateropgave
Opgave bij A < 50 m² Ruimtelijke m² vervanging* Geen ontwikkeling m² toename* Geen Openbare ruimte m² vervanging* Geen m² toename* Geen Tabel regenwateropgave per type en schaal van ontwikkeling
Opgave bij 50 m² ≤ A < 200 m² 10 mm 20 mm 10 mm 20 mm
Opgave bij A ≥ 200 m² 60 mm*** 60 mm*** Locatiespecifiek** 60 mm
*De opgave geldt voor verhard oppervlak waarvan het hemelwater op het watersysteem wordt aangesloten. Verhard oppervlak waar niets mee gebeurt of verhard oppervlak waarvan het hemelwater direct infiltreert in de bodem zonder overloop, krijgt geen opgave. **Er geldt altijd een minimale opgave van 10 mm voor bergen en infiltreren. ***Bij ruimtelijke ontwikkelingen mag rekening worden gehouden met bestaande berging (mits aantoonbaar en beschikbaar).
De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad met het oog op de toenemende verdroging. Duurzaam watersysteem Het vastgestelde beleid is te vinden in onderstaande documenten. Programma Water en Riolering (PWR) 2024 - 2027 Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie (Koel Tilburg) Randvoorwaarden watersysteem: Zowel inpandig als terreinriolering is een gescheiden watersysteem; Zo min mogelijk verharding aanleggen, hittestress; Verplichte waterbergingsopgave wordt in eigen terrein gerealiseerd, met een minimale inhoud van 60 l/m² aangekoppeld afwaterende oppervlakken; Technische oplossing voor de waterberging bij voorkeur een bovengrondse voorziening, bijvoorbeeld een wadi. Ondergrondse oplossingen zijn ongewenst. Is het binnenterrein voldoende groot om de berging te realiseren?; Bergen in groene daken is een mogelijkheid. De bergingscapaciteit ervan kan afgetrokken worden van de bergingsopgave; Keuze van terrein- en vloerhoogte is v.r.v. de eigenaar. Gemeente adviseert vloerhoogten minimaal 20 cm boven de hoogste punt in openbare ruimte i.v.m. risico op wateroverlast bij extreme neerslag, aangezien de locatie een verhoogd risico heeft op wateroverlast; Geen drainage dieper aanleggen dan GHG grondwater. Randvoorwaarden klimaatadaptatie: Hitte: ontwerp moet insteken op verbetering t.o.v. heden.
Streef naar minimaal 30% van terrein waar geen bebouwing is, groen in te richten zodat schaduw door groen (bomen) in de heetste moment van de dag na 5 jaar groei, bij normale groeiomstandigheden. Positionering en oriëntatie van bomen afstemmen op standplaats van gebouw en (buiten)verblijfruimtes. Vooral aandacht voor het binnenterrein waar parkeren plaatsvindt. De hoeveelheid verhard oppervlakte wordt verminderd door het vervangen van buitenbergingen door fietsbeugels en het toevoegen van groen op de locatie van de bergingen. Hiermee wordt voldaan aan het programma water en riolering. Weging van het waterbelang Conclusie Het initiatief voldoet aan het programma Water en Riolering (PWR) 2024 – 2027. 5.1.5 Natuur en ecologie De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet en is grotendeels bepaald door de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Onder de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteiten die de natuur betreffen.
Onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving – Den Herdgang, Berlagehof 60 – 20260408
41
Natura 2000 Het natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Werkzaamheden die worden uitgevoerd binnen de grenzen van een natura 2000-gebied of die significante gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied vallen onder een ‘Natura 2000-activiteit’ en zijn vergunningsplichtig. Een Natura 2000-activiteit is een activiteit dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Of een activiteit al dan niet significante gevolgen kan hebben dient voorafgaand aan de activiteit met een passende beoordeling of het doorlopen van een ADC-toets te worden onderzocht. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend. Toetsing: Het plan is kleinschalig van aard, waardoor een voortoets niet noodzakelijk is. Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, Regte Heide & Riels Laag en Kampina en Oisterwijkse Vennen, bevinden zich op circa 5,7 kilometer afstand van de planlocatie. De figuur toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende natuurgebieden.
Figuur 12: Overzichtskaart Natura 2000-gebieden (geocontent.rvo.nl) Conclusie: Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten op deze Natura 2000-gebieden redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook mogelijke effecten door stikstofdepositie zijn uitgesloten op basis van de uitgevoerde AERIUS-berekening (zie bijlage). Soortenbescherming In het wild levende planten en dieren zijn beschermd onder de wet. Bij handelingen of werkzaamheden die effect hebben op deze soorten zal vergunning voor een ‘flora en fauna-activiteit’ aangevraagd moeten worden. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: • Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats • Overige inheemse broedvogels zoals bedoeld in de Vogelrichtlijn • Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn • Soorten vermeld in bijlage II bij het verdrag van Bern • Soorten vermeld in bijlage I bij het verdrag van Bonn • Nationaal beschermde soorten vermeld in bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime.