CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a motivering uitbreiding hoogspanningsstation

Raadsvergadering 15 september 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend adviesrecht BOPA Kalverstraat 4834.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de uitbreiding van het huidige hoogspanningsstation Tilburg Noord wordt zorgvuldig ingepast. De directe grenzen van het onderhavige perceel worden landschappelijk ingepast in de vorm van bosvakken, struweelhagen en bomen Dit vormt in de nabije omgeving ook de investering voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze bijdrage wordt voornamelijk ingezet bij de ontwikkeling van het naastgelegen landschapspark Pauwels. In paragraaf 5.2.1 wordt uitgebreid ingegaan op de landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het hoogspanningsstation Tilburg Noord.

45

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

5.

Omgevingsaspecten

5.1

Inleiding Op grond van de Omgevingswet dient de uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden aangetoond. En moet worden onderbouwd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk worden alle relevante aspecten op voorgaande getoetst. Alle omgevingsaspecten worden getoetst voor de TenneT-uitbreiding, die onderwerp is van deze BOPA. Voor de totale uitbreiding en verzwaring van Tilburg Noord zijn verschillende (typen) besluiten nodig in aparte procedures, in nauwe samenwerking tussen beide netbeheerders. Om een integraal beeld te geven, wordt er bij de omgevingsaspecten waar dit relevant is, ook een doorkijk gegeven naar de opvolgende omgevingsplanwijziging. Op deze manier wordt alvast duidelijk dat ook de opvolgende omgevingsplanwijziging leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook al wordt dit formeel getoetst in het kader van de omgevingsplanprocedure. Ook geeft dit inzicht en transparantie voor betrokkenen in wat er in totaal gaat gebeuren in het gebied en wat hiervan de gevolgen zijn.

5.2

Aspecten fysieke leefomgeving

5.2.1

Stedenbouwkundige inpassing van bouwwerken Inpassing in de omgeving Ter plaatse van de uitbreiding wordt een centraal dienstengebouw geplaatst met bijbehorende voorzieningen en ontsluiting. Daarnaast wordt een NSA-ruimte toegevoegd. Deze worden beide geplaatst ten noorden van de velden, waardoor een grotere afstand tot de woningen aan de Sibeliusstraat wordt gecreëerd. Voor de inpassing van deze uitbreiding van TenneT en het omliggende gebied is een uitgebreide landschappelijke inpassing ontworpen. De landschappelijke inpassing betreft enerzijds de inpassing van de TenneT-uitbreiding en het bijbehorende (tijdelijk) werkterrein, en daarnaast sluit het aan bij de ambitie van de gemeente Tilburg tot het ontwikkelen van het toekomstige landschapspark Pauwels. Voor de landschappelijke inpassing is een berekening uitgevoerd ten behoeve van de verplichte kwaliteitsverbetering. Het landschapsplan en de kwaliteitsverbetering zijn uitgebreid beschreven in paragraaf 2.8. Uitzicht De TenneT-uitbreiding die door de BOPA wordt mogelijk gemaakt verandert het uitzicht van een aantal woningen aanzienlijk. De uitbreiding bestaat slechts uit een beperkt aantal gebouwen en een aantal bouwwerken. De gebouwen hebben een maximale bouwhoogte van 11 meter.

Overige bouwwerken, in de vorm van bliksempieken krijgen een bouwhoogte van maximaal 24 meter, maar deze hebben een minder groot effect op het uitzicht door de beperkte bouwmassa.

Figuur 5-1 Uitzicht TenneT-uitbreiding (bron: Arcadis)

46

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Privacy Wat betreft privacy geldt dat op het hoogspanningsstation sporadisch werknemers aanwezig zijn. Dit is alleen noodzakelijk voor het onderhoud en de reparatie van voorzieningen op het hoogspanningsstation. Het projectgebied wordt, buiten de uitbreiding van de transformatorcapaciteit, als gevolg van het voornemen derhalve niet intensiever gebruikt. De afwijking van het omgevingsplan leidt niet tot een aantasting van de omgeving. Licht en schaduw De uitbreiding van het hoogspanningsstation zal niet leiden tot een lichttoename. Daarnaast zal het ook niet leiden tot een lichtafname voor omliggende objecten. Eventuele schaduw als gevolg van de uitbreiding is beperkt gelet op de beperkte grootte en hoogte van de toe te voegen gebouwen en bouwwerken ter plaatse van het hoogspanningsstation. Conclusie Het aspect ‘stedenbouwkundige inpassing van bouwwerken’ levert geen belemmering op voor de ontwikkeling en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.2

Verkeer en parkeren Kader Mobiliteit speelt op alle schaalniveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijksinstructieregels voor de instandhouding van de rijksinfrastructuur (paragraaf 5.1.6.2, 5.1.7.4, 5.1.7.6 en afdeling 5,2 artikel 5.163). Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij een ontwikkeling dient daarom aangetoond te worden wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling en dient in beeld gebracht te worden of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Toetsing De gemeente Tilburg heeft in verschillende beleidsdocumenten vastgelegd wat de visie en aanpak met betrekking tot mobiliteit, verkeer en parkeren betreft. 4-sporen beleid parkeren 2021 Op 18 november 2021 heeft de gemeenteraad met betrekking tot parkeren in de binnenstad het 4-Sporenbeleid Parkeren en Deelmobiliteit vastgesteld. Dit houdt onder andere in dat bij een nieuwe ontwikkeling de ontwikkelaar in de basis net als onder het oude beleid geacht wordt het parkeren op de eigen ontwikkelplot op te lossen, maar dat er meer handvatten komen waarmee de gemeente een helpende hand kan bieden. De vier sporen zijn: 1.

Het beter benutten van restcapaciteit in openbare parkeergarages Hiervoor zijn nieuwe abonnementsvormen ingevoerd waarbij de garages op rustige momenten beter worden gebruikt en op drukke momenten voornamelijk ruimte bieden voor bezoekersparkeren. Voor bezoekers van bewoners wordt een bezoekersregeling in de garages ontwikkeld. 2.

Met een hoogwaardig en betaalbaar aanbod deelmobiliteit een goed alternatief bieden voor de eigen auto Met behulp van een vergunningenstelsel voor deelscooters en deelfietsen wordt actief gestuurd op een hoogwaardig aanbod. Ook voor deelauto’s is een dergelijk vergunningenstelsel volgens planning eind 2023 beschikbaar. In de nota parkeernormen zijn de voorwaarden voor deelmobiliteit opgenomen. 3. Gebiedsgericht aan de rand van de binnenstad openbare parkeercapaciteit toevoegen Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat er aan de oostkant van het centrum een aantal van 500 á 600 extra parkeerplaatsen in openbare gebouwde voorziening wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt aan de westzijde van de binnenstad een tijdelijke garage van ca. 350 parkeerplaatsen gerealiseerd.

47

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

4. Transferia bij de toegangspoorten van de stad Op 26 mei 2023 heeft het college besloten dat een tweetal transferia, bij de Kempenbaan en in Noord, worden uitgewerkt. Deze worden voorzien van hoogwaardig natransport, waaronder snelle en frequente buslijnen. Nota ‘Parkeernormen Tilburg 2023’, parkeernormen voor de auto en voor de fiets In de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2023’ zijn de geactualiseerde parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Deze zijn voor zowel autoparkeren als fiets- en scooterparkeren opgenomen. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een te realiseren aantal parkeerplaatsen. Voor de auto betreft dit een minimum- en meteen ook maximumnorm. Voor fietsparkeren betreft dit een minimumnorm. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, te worden gerealiseerd. Een ontwikkeling kan uit verschillende functies bestaan. De parkeereis wordt per functie bepaald. De Tilburgse parkeernorm is gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW. Dit zijn normen van de belangrijkste functies die in de gemeente voorkomen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling ‘oud voor nieuw’, rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven.

De mogelijkheid van inzet van deelmobiliteit is uitgebreid en er zijn rekenregels voor opgenomen. Tenslotte is de richtlijn laadpunten opgenomen. De beoogde TenneT-uitbreiding van het hoogspanningsstation Tilburg Noord heeft geen verkeersaantrekkende werking en parkeerbehoefte. Bij het hoogspanningsstation zullen sporadisch medewerkers aan het werk zijn. Dit zal slechts nodig zijn voor de reparatie dan wel voor het onderhoud van het hoogspanningsstation. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmering op voor de voorliggende ontwikkeling en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.3

Weging van het waterbelang Kader Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2024 Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Brabantse Keur vervangen door de Waterschapsverordening Waterschap de Dommel 2024 (hierna Waterschapsverordening) De Waterschapsverordening is een verordening met de wettelijke regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen, bergingsgebieden, grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.). In de Waterschapsverordening wordt specifieker gekeken naar de regelgeving voor verschillende soorten gebieden en activiteiten. De Waterschapsverordening verbiedt het zonder vergunning afvoeren van hemelwater ontstaan door een toename aan verhard oppervlak naar oppervlaktewater. Dit staat vermeld in Afdeling 2.1, artikel 2.2, vijfde lid behorend tot Hoofdstuk 2 Activiteiten bij oppervlaktewater. Volgens Afdeling 2.6, artikel 2.31, tweede lid, geldt er echter vrijstelling voor het genoemde verbod uit artikel 2.2, onder voorwaarde dat de waterparagraaf van het omgevingsplan na 1 januari 2019 schriftelijke goedkeuring heeft gekregen van het waterschap en de maatregelen daarvan zijn uitgevoerd.

Daarnaast benoemd artikel 2.31, derde lid, dat vrijstelling op artikel 2.2, vijfde lid, wordt gegeven indien de toename aan verhard oppervlak een maximale hoeveelheid van 500 m 2 bedraagt of de toename aan verhard oppervlak alleen bestaat uit een groen dak. Wanneer de toename aan verhard oppervlak tussen 500 m 2 en maximaal 10.000 m2 ligt en compenserende maatregelen zijn getroffen conform de rekenregel van artikel 2.31 lid 4 van Hoofdstuk 2 Activiteiten bij oppervlaktewaterlichamen geldt ook een vrijstelling van het verbod uit artikel 2.2 van de Waterschapsverordening. De rekenregel voor minimale compensatie luidt: Benodigde compensatie (in m 3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor (uitgaand van 1) x 0,06 (in m) De compensatie dient dan wel aan de volgende eisen te voldoen:

48

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

• •

•

de bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); de afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap heeft daarnaast het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld waarin de visie en ambities van het waterschap in opgenomen zijn. De visie voor 2050 vanuit waterschap De Dommel is dat de leefomgeving en het watersysteem toekomstbestendig zijn. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. De drie doelen waaraan gewerkt kan worden zijn: 1. Droge voeten: voorkomen van wateroverlast. 2. Schoon water: waterkwaliteit moet voldoen aan de KRW-eisen. 3. Voldoende water: voldoende water beschikbaar houden voor periodes waar weinig tot geen neerslag valt, dit door middel van: a. meer water vasthouden om het grondwater te vullen; b. minder grondwater onttrekken; c. het watersysteem slimmer sturen. Omgevingsplan gemeente Tilburg 2024 De gemeente Tilburg heeft een omgevingsplan vastgesteld. Het omgevingsplan is de samenvoeging van diverse gemeentelijke beleidsdocumenten waaronder het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en de bestemmingsplannen van de gemeente. In het omgevingsplan staan de specifieke regels voor lozing van hemelwater. Hierbij wordt benoemd dat afvloeiend hemelwater mag worden geloosd op een schoonwaterriool of in de bodem.

Lozingen op het vuilwaterriool zijn alleen toegestaan wanneer wordt aangetoond dat infiltreren in de bodem, schoonwaterriool en/of oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is. Programma Water en Riolering 2024-2027 Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen. Als gevolg van het veranderende klimaat is de bestaande situatie vaak niet bestand tegen hevige buien en langdurige droogte. Om wateroverlast (hinder of ernstige hinder) te beperken en de kans op waterschade te minimaliseren, zijn maatregelen nodig.

Daarom geldt voor werkzaamheden in de bestaande omgeving een regenwateropgave. Voor uitbreidingen is de opgave om de nieuwe omgeving klimaatadaptief in te richten, met voldoende ruimte voor waterberging. De volgende criteria bepalen de regenwateropgave voor verschillende categorieën van werkzaamheden:

49

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V. Regenwateropgave Ruimtelijke ontwikkeling Openbare ruimte

Opgave bij A < 50 m²

Opgave bij 50 m² ≤ A < 200 m²

Opgave bij A ≥ 200 m²

m² vervanging*

Geen

10 mm

60 mm***

m² toename*

Geen

20 mm

60 mm***

m² vervanging*

Geen

10 mm

Locatiespecifiek**

20 mm

60 mm

m² toename* Geen Tabel 5-1 Tabel regenwateropgave per type en schaal van ontwikkeling

*De opgave geldt voor verhard oppervlak waarvan het hemelwater op het watersysteem wordt aangesloten. Verhard oppervlak waar niets mee gebeurt of verhard oppervlak waarvan het hemelwater direct infiltreert in de bodem zonder overloop, krijgt geen opgave. **Er geldt altijd een minimale opgave van 10 mm voor bergen en infiltreren. ***Bij ruimtelijke ontwikkelingen mag rekening worden gehouden met bestaande berging (mits aantoonbaar en beschikbaar).

De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad met het oog op de toenemende verdroging. Toetsing In maart 2025 heeft Antea Group een onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het wegen van het waterbelang (zie bijlage 4). Het doel van dit onderzoek was om de verschillende waterhuishoudkundige belangen mee te wegen voor de voorliggende ontwikkeling. Het volledig terrein heeft een oppervlakte van 51.355 m². Het terrein bestaat in de huidige situatie uit 34.835 m² onverhard oppervlak en 16.520 m² verhard oppervlak. Het oppervlak van de eindsituatie bestaat uit 21.380 m² onverhard oppervlak en 29.975 m² verhard oppervlak. Uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (Omgevingsplanwijziging) Voor de weging van het waterbelang is alvast de totale toename van verhard oppervlak, zowel voor het TenneT- als het Enexis-deel van de uitbreiding meegenomen, dus niet alleen het deel dat onderwerp is van deze BOPA. Waterberging De verandering in hemelwaterafvoer wordt beïnvloed door de verharding. Neerslag op verhard oppervlak komt sneller tot afstroming naar het gemengd rioolsysteem. Het riool wordt hierdoor zwaarder belast, waardoor er een vergroot risico ontstaat op wateroverlast. Om de waterbergingsopgave te bepalen, is gekeken naar de opgaven vanuit het beleid van het waterschap De Dommel en de gemeente Tilburg.

Doordat het hemelwater direct infiltreert na afstroming van het verhard oppervlak en er niet wordt afgevoerd op het watersysteem, heeft de gemeente geen waterbergingsopgave bij de ontwikkeling. Op basis hiervan is getoetst aan het beleid van het waterschap De Dommel. Waterschap De Dommel Volgens de Waterschapsverordening van waterschap De Dommel is het verplicht om bij een toename verhard oppervlak van meer dan 10.000 m², tot een maatwerkoplossing te komen bij overleg met het waterschap, gemeente en initiatiefnemer. De totale toename verhard oppervlak is in het planvoornemen 13.595 m² verharding. Door de overschrijding van 10.000 m² toename verhard oppervlak is de ontwikkeling vergunningsplichtig. Hiertoe dient een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit te worden aangevraagd bij het waterschap, waarin moet worden aangetoond dat het projectgebied de verplichte hoeveelheid hemelwater kan bergen. Voor de bepaling van de waterbergingsopgave van waterschap De Dommel is dit gedaan op basis van de gehanteerde 60 mm compensatie. In het gebied is sprake van een gevoeligheidsfactor van ‘1’. De berekening is als volgt: Benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m). 13.455 m² * 1 * 0,06 m ≈ 808 m³ aan waterbergende maatregelen.

De te realiseren waterberging wordt onderdeel van het landschapsplan ten noorden van het hoogspanningsstation. Dit wordt gerealiseerd in de vorm van een waterpoel, wadi of dergelijke waterbergende maatregelen. De afwatering richting de waterbergende maatregelen is onderdeel van de realisatie.

50

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-2 Waterbergende maatregelen

Wateroverlast In het projectgebied is sprake van wateroverlast bij een bui van 70 mm in 2 uur. De wateroverlast treedt op doordat het hemelwater blijft liggen op de verhardingen en niet kan afstromen naar het groen om te infiltreren. Het bestaand gebied waar de wateroverlast plaatsvindt is in de huidige situatie volledig verhard, maar wordt gedeeltelijk vervangen door halfverharding. Naar verwachting wordt door het verwijderen van een deel verharding op het bestaande terrein ook de wateroverlast hier verholpen. De wateroverlast treedt op doordat het hemelwater blijft liggen op de verhardingen en niet kan afstromen naar het groen om te infiltreren. Grondwater Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (hierna GHG) en het straatpeil, het maaiveld en/of vloerpeil. De maaiveldhoogte bevindt zich ter plaatse van het projectgebied op ca. NAP +12,2 m tot NAP +13,2 m. De richtlijn voor ontwateringsdiepten is 0,7 m bij bebouwing met kruipruimte. De verwachte GHG is NAP +10,0 m. Op basis daarvan is de ontwateringsdiepte 2,2 tot 3,2 m. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtlijn. Watersysteem Het bestaande watersysteem blijft in het planvoornemen intact. Er gaan geen wijzigingen op het systeem plaatsvinden.

Waterveiligheid De ontwikkeling heeft geen nadelige effecten op waterkeringen. Er is ook geen risico op overstromingen vanuit de rivier of zee. Conclusie Het aspect weging van het waterbelang levert geen belemmering op voor de voorliggende ontwikkeling en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

51

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

5.2.4

Ecologie Kader In het Bkl zijn regels opgenomen voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten- en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Voorheen werd dit geregeld in de Wet natuurbescherming. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en /of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Toetsing Eind 2023 heeft Antea Group een natuurtoets uitgevoerd. Doel van deze natuurtoets was om inzicht te krijgen in de beschermde soorten en beschermde gebieden in en rondom het projectgebied. Het projectgebied betrof op dat moment, het huidige bestemmingsvlak binnen het bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’. Dit onderzoek is in maart 2025 geactualiseerd ten behoeve van de TenneT-uitbreiding en betreft daarmee het terrein van de volledige uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (zie bijlage 5). De resultaten uit dit onderzoek zijn hieronder weergegeven.

Uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (Omgevingsplanwijziging) Voor het onderzoek naar beschermde natuurwaarden en mogelijke effecten die kunnen optreden door de ontwikkeling, is alvast de totale ontwikkeling beoordeeld, zowel het TenneT- als het Enexis-deel van de uitbreiding. Dus uitdrukkelijk niet alleen het deel dat onderwerp is van deze BOPA. Soortbescherming Binnen het projectgebied is een geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de soortgroepen ‘vogels en zoogdieren’. Voor de huismus geldt de omgeving van het projectgebied als essentieel rust- en foerageergebied, dit betreft het struweel in het zuiden en de bosschages in het oostelijk deel. Hiervoor is geen nader onderzoek nodig, monitoring is hiervoor echter wel noodzakelijk. Voor algemene broedvogels geldt dat het van belang is om de werkzaamheden voor de voorliggende ontwikkeling buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken dan kunnen er, in het geval van de akker ten oosten van het projectgebied, voorzorgmaatregelen worden genomen om de kans op broedvogels te verkleinen. Omdat voorzorgmaatregelen niet 100% effectief zijn, dient het projectgebied vooraf aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog.

Ook voor de zoogdieren; boommarter, steenmarter en kleine marters geldt dat het projectgebied/ directe omgeving van het projectgebied dient als essentieel leefgebied. Nader onderzoek was hierom genoodzaakt. In de periode februari 2024 tot en met augustus 2024 is door Antea Group nader onderzoek uitgevoerd ten behoeve van marterachtigen rondom het projectgebied (zie bijlage 6). Uit de resultaten blijkt dat er geen marterachtingen; bunzing, wezel, steenmarter, zijn vastgesteld tijdens het onderzoek. Vervolgstappen zijn derhalve niet van toepassing. Enkel zijn, gelijk aan de eerder uitgevoerde natuurtoets, overige soorten vastgesteld, Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn in Tabel 5-2 weergegeven.

52

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (muizen, egel, haas en konijn)

Maatregel Voor de akker in het oostelijke deel van het projectgebied geldt: • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het projectgebied kort maaien. Voor de bosschage in het oostelijke deel van het projectgebied geldt: • Werken in een richting, zodat dieren kunnen vluchten.

Zoogdieren (vos)

Werken buiten de kwetsbare periode van voortplanting (half maart tot half juni).

Tabel 5-2 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

Beschermde houtopstanden Ow De bomen in het projectgebied vallen onder de bescherming van de Ow. De omvang van de verloren houtopstand dient nader bepaald te worden. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.2.5 van deze motivering. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland In het projectgebied is geen NNN-gebied aanwezig. Op 560 meter, 540 meter en 600 meter van het projectgebied bevinden zich NNB-gebieden. De eerste twee genoemde betreffen het natuurtype ‘droog bos’, voor de laatstgenoemde betreft dit ‘kruiden- en faunarijk grasland’. Aangezien er geen sprake is van externe werking in de provincie Noord-Brabant zijn vervolgstappen niet aan de orde. Het projectgebied ligt verder niet binnen de begrenzing van Groenblauwe mantel of Rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Natura 2000 Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en dit ligt op circa 3 kilometer afstand ten noordoosten van het projectgebied. Dit gebied bevat stikstofgevoelige habitattypen en is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Binnen een straal van 5,5 km liggen nog twee andere Natura 2000-gebieden. Het betreft Kampina en de Oisterwijkse Vennen (zie Figuur 5-3).

Doordat het projectgebied buiten het Natura 2000-gebied is gelegen, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid te worden geboden over het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Op de kans op het optreden van verstoringseffecten als gevolg van stikstofdepositie wordt hieronder ingegaan.

53

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-3 Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het projectgebied (Natura 2000-gebieden)

Stikstofonderzoek Met een AERIUS-berekening kan worden uitgesloten dat er een mogelijke verslechtering plaatsvindt van de kwaliteit van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In de gebruiksfase is geen sprake van een ander of intensiever gebruik, aangezien het in gebruik nemen van enkele extra transformatoren geen effecten heeft op beschermde gebieden. Ten behoeve van de ontwikkeling is daarom enkel een stikstofonderzoek verricht om uit te sluiten dat er een verslechtering plaatsvindt van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden in de realisatiefase. Het onderzoek naar stikstofdepositie en mogelijke effecten die kunnen optreden door de ontwikkeling, is volledigheidshalve beoordeeld voor de totale ontwikkeling, zowel het TenneT- als het Enexis-deel van de uitbreiding. Dus uitdrukkelijk niet alleen het deel dat onderwerp is van deze BOPA. De werkzaamheden vinden gespreid over de jaren 2025 tot en met 2030 plaats. Uit het stikstofdepositieonderzoek (Antea Group, 2025)(Bijlage 7) blijkt dat de werkzaamheden leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. Het betreft voornamelijk werkzaamheden van TenneT, maar in 2026 komen daar ook werkzaamheden van Enexis bij. Dit is ook het jaar dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden het grootst is (Tabel 5-3).

In het stikstofdepositie-onderzoek is 2026 derhalve als maatgevend jaar beschouwd. Dit is een ‘worst case’- scenario. Rekenjaar

Hoogste bijdrage

2025

0,00 mol/ha/jaar

2026

0,03 mol/ha/jaar

2027

0,01 mol/ha/jaar

2028

0,01 mol/ha/jaar

2029

0,01 mol/ha/jaar

2030 0,02 mol/ha/jaar Tabel 5-3 Resultaten stikstofdepositie

Door de bijdrage boven de 0,00 mol/ha/jaar is door Bureau Waardenburg in 2025 (zie bijlage 8) een ecologische beoordeling uitgevoerd voor het maatgevende jaar. De bijdrage vindt plaats op twee Natura 2000-gebieden, maximaal 0,03 mol/ha/ja op N2000 loonse en Drunense Duinen&Leemkuilen en maximaal 0,01 mol/ha/ja op N2000 gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Uit de ecologische beoordeling blijkt dat de significant negatieve effecten op de hier besproken habitattypen en leefgebieden zijn uitgesloten. Op basis van beschikbare informatie 54

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

wordt beoordeeld dat het project, zelfstandig en in cumulatie, niet leidt tot aantasting van natuurlijke kenmerken voor de habitattypen of soorten in de Natura 2000-gebieden Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen met een projectbijdrage. Werkterrein Naast de uitgevoerde natuurtoets ter plaatse van het hoogspanningsstation Tilburg Noord is in maart 2025 een natuurtoets uitgevoerd ter plaatse van het (tijdelijk) werkterrein en de landschappelijke inpassing (zie bijlage 9). Het onderzoeksgebied van deze natuurtoets betreft de locatie van het werkterrein inclusief een groot omliggend terrein om de mogelijkheden tot landschappelijke inpassing zorgvuldig te bepalen (zie Figuur 5-4).

Figuur 5-4 Onderzoeksgebieden natuurtoets werkterrein en landschappelijke inpassing

De verdere resultaten uit dit onderzoek zijn hieronder weergegeven. Soortbescherming Binnen het projectgebied is een geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest en algemene broedvogels. Voor vogels (algemene broedvogels), geldt dat het projectgebied geldt als essentieel leefgebied. Een maatregel die getroffen kan worden om te voorkomen dat de Omgevingswet wordt overtreden is het werken buiten het broedseizoen. Indien dat niet mogelijk is dient het gebied voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gecontroleerd door een deskundig ecoloog op de aanwezigheid van broedvogels. Naast de beschermde soorten blijkt dat er in het projectgebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn in Tabel 5-4 weergegeven. Soort(groep) (Grondgebonden) zoogdieren en amfibieën

Maatregel • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het projectgebied kort maaien. • Stapvoets rijden tijdens het maaien. • In één richting maaien zodat dieren tijdig kunnen vluchten, in de richting van een vluchtmogelijkheid. Bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een ruigte of slootkant. • Overdag werken en geen gebruik maken van kunstmatige verlichting. 55

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

• • •

Voorkom of beperk de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom het direct schijnen groenelementen zoals bosschages en ruigtes. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen verblijven. Voorkom het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april tot en met augustus).

Tabel 5-4 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten

Tijdens het terreinbezoek is de Japanse duizendknoop en de rode Amerikaanse rivierkreeft in (de omgeving van) het projectgebied aangetroffen. De Japanse duizendknoop en de rode Amerikaanse rivierkreeft zijn invasieve exoten. Om verdere verspreiding van de Japanse duizendknoop te voorkomen zijn passende maatregelen nodig wanneer er in het projectgebied gewerkt wordt. Het werkverkeer dient de berm waarin de plant is aangetroffen te vermijden. De berm is gelegen ten westen van het werkterrein (zie Figuur 5-5).

Figuur 5-5 Aangetroffen invasieve exoten

Beschermde houtopstanden Er is bij voorliggende ontwikkeling geen sprake van aantasting van houtopstanden. Er zijn voor wat die houtopstanden betreft geen vervolgstappen aan de orde. Gebiedsbescherming Aan de beschermde gebieden rondom het hoogspanningsstation Tilburg Noord is reeds getoetst bij de natuurtoets voor de uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord en de TenneT-uitbreiding. Beide onderzoeken betreffen nagenoeg dezelfde locatie waardoor de toetsing tot beschermde gebieden gelijkluidend is en daarom niet nader is uitgewerkt in de voorliggende motivering. Voor de toetsing op beschermde gebieden die betrekking hebben op de natuurtoets voor het werkterrein en de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar bijlage 9. Conclusie Het aspect ‘natuur en ecologie’ levert geen belemmering op voor de ontwikkeling indien rekening gehouden wordt met de te treffen maatregelen. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties 56

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

5.2.5

Bomenverordening Kader Bomen hebben een toegevoegde waarde bij stedelijke ontwikkelingen. Ook zijn ze van belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om er niet te laat achter te komen dat er te veel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden, is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: Bomenverordening 2024 Boomwaarde zoneringskaart 2024 Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening 2024 De Bomenverordening Gemeente Tilburg 2024 biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een normaal en hoog beschermingsregime. Ook de compensatieverplichting maakt onderdeel uit van deze verordening. Boomwaarde zoneringskaart 2024 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een klimaat-, eco- of basiswaarde en daarnaast is er de buiten-zone.

Voor deze zones zijn criteria opgesteld, onder andere met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2021. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Omgevingswet Het vellen van houtopstanden en herbeplanten is een flora-en fauna-activiteit. Het Rijk stelt hier regels aan om zo bossen te beschermen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt in Afdeling 11.3 ingegaan op activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. Bij het vellen van houtopstanden gaat het om ‘het rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben’, waarbij houtopstand wordt gedefinieerd als ‘zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend’. In artikel 11.111 Bal wordt de reikwijdte hiervan verder toegelicht, waarbij bijvoorbeeld houtopstanden op erven of in tuinen niet onder deze reikwijdte vallen.

Indien het vellen van de houtopstand onder de reikwijdte valt van Afdeling 11.3, dan geldt op grond van artikel 11.113 of artikel 11.114 een meldplicht bij de gedeputeerde staten dan wel bij de Minister voor Natuur en Stikstof. Hierbij kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld. Er dient onderzocht te worden of er bij de ontwikkeling houtopstanden worden geveld die onder deze reikwijdte vallen en die dan verplichten tot het maken van een melding. Tot slot geldt er een plicht tot herbeplanting ex artikel 11.129 Bal bij het geheel of gedeeltelijk vellen van een houtopstand. Toetsing In januari 2024 heeft Antea Group een Boom Effect Analyse (hierna BEA) uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen uitbreiding destijds. Doel van deze BEA was om inzicht te krijgen of de bomen in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden konden blijven. Het projectgebied betrof op dat moment, het huidige bestemmingsvlak binnen het bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’. Dit onderzoek is in maart 2025 geactualiseerd ten behoeve van de TenneT-uitbreiding en betreft daarmee het terrein van de volledige uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (zie bijlage 10). De resultaten uit dit onderzoek zijn hieronder weergegeven. Het projectgebied bevindt zich in het gebied “buiten-zone” (zie Figuur 5-6 Uitsnede uit boomwaarde zoneringskaart 2024 (bron: gemeente Tilburg).

De bomenverordening stelt binnen deze zone een vergunningplicht

57

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

voor het vellen van bomen met een minimale stamomvang van 40 cm dan wel 65 cm. Voor de realisatie van de ontwikkeling zullen er 16 bomen gekapt worden. Voor het vellen van de bomen geldt dat een vergunning aangevraagd moet worden. Wanneer de vergunning is verleend past het voornemen in het beleid en de regels over de bescherming van bomen.

Figuur 5-6 Uitsnede uit boomwaarde zoneringskaart 2024 (bron: gemeente Tilburg)

In het projectgebied bevinden zich verder geen gemeentelijke monumentale bomen (Figuur 5-7).

58

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-7 uitsnede kaart van de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (bron: gemeente Tilburg)

Conclusie Wanneer de juiste vergunningen zijn aangevraagd en verleend voldoet de ontwikkeling aan de bomenverordening. Ondanks de kap van genoemde bomen, is nog steeds sprake van ETFAL.

5.2.6

Groen Kader Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. In dit programma wordt aanvullend op de agenda groen onder andere aangegeven hoe de ambities op het gebied van groen en biodiversiteit de komende jaren geprioriteerd zijn. Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde.

De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 juli 2010, is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen.

59

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora en fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied.

In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. Biodiversiteit ‘tot aan de voordeur’ Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. De doelstelling betekent het zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van het bieden van bijvoorbeeld nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de ‘agenda groen in de stad’ vastgesteld (college 19-07-2016). Agenda groen in de stad De agenda groen in de gaat samen met beheerbeleidsplan Groen op Niveau, en de nota’s over groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad. De agenda groen geeft de kaders om de impuls voor groen in de stad goed in te zetten.

Het geeft duidelijk richting aan de groene koers voor de in de omgevingsvisie 2040 omschreven netwerken, gebieden en structuren en omvat een integrale visie op het groen voor de (middel)lange termijn gebaseerd op de drie pijlers klimaatbestendige stad, beleefbaar groen en het verhogen van biodiversiteit. Voor het halen van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit is de Stadsnatuurkaart 2040 opgesteld (gekoppeld aan agenda groen in de stad). Deze is op 10 maart 2022 geactualiseerd (vastgesteld door de gemeenteraad). Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Biodiversiteit en natuur zijn belangrijk voor de inwoners en de aantrekkelijkheid van de stad. Samen met de Bomenverordening, bijbehorend bomenbeleid en bestemmingsplannen formuleert de Stadsnatuurkaart 2040 de beleidsmatige randvoorwaarden en instrumenten die ervoor moeten zorgen dat biodiversiteit in het stedelijk gebied behouden blijft en waar het kan, wordt versterkt. Op de Stadsnatuurkaart 2040 zijn onder meer de ecologische structuren benoemd. Hieraan is een duidelijke maatvoering gekoppeld.

Deze maatvoering wordt zowel bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen als gedurende het verdere proces meegenomen om zo de ecologische kwaliteit op een juiste manier mee te nemen. De grote ambities en veelheid van belangen die spelen in ruimtelijke ontwikkelingen, maken een heldere en duidelijke structuur en maatvoering voor ecologie wenselijk.

60

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen Verstedelijking zorgt wereldwijd voor een uitbreiding en een verdichting van het stedelijke gebied. In veel steden leidt dit tot een verlies aan biodiversiteit. Ook de opgave voor de energietransitie kan een bedreiging voor de natuur vormen. Natuur- en groeninclusief bouwen helpt om de stad prettig en de inwoners gezond te houden. Om het creëren van groene elementen in de stad te stimuleren is het puntensysteem ontwikkeld. Het systeem gaat uit van een lijst met groen- en natuurinclusieve maatregelen, waarbij elke maatregel een bepaald aantal punten waard is. Om te bepalen hoeveel van deze maatregelen genomen moeten worden bij de uitvoering van een bouwproject moet per project een te behalen puntenscore berekend worden. Toetsing In het projectgebied is een aantal bomen aanwezig. Voor de uitbreiding van het hoogspanningsstation is het vellen van een aantal van deze bomen noodzakelijk. Het projectgebied bestaat voornamelijk uit landbouwgrond. Gelet op de beperkte ecologische waarde van het projectgebied en de herinvestering in de kwaliteitsverbetering van de omgeving, leidt het voornemen niet tot negatieve veranderingen voor de biodiversiteit. Sterker door het aanplanten van diverse bomen en planten ten behoeve van de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbetering in het gebied wordt het aantal bomen groter.

In paragraaf 5.2.8 wordt verder ingegaan op het puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen. Conclusie De uitbreiding is in lijn met ‘groenbeleid’ van de gemeente Tilburg en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.7

Klimaat Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma’s: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Nationaal Deltaprogramma In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven, onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s: 1. Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken, maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. 2.

Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater, nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening, maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. 3. Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. Alle 3 de onderdelen bevatten een deltaplan en een deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de

61

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

koers uit om deze risico’s aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 – 2019. Dit programma richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Om de NAS te versnellen is in 2023 het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (NUPKA) verschenen. Het NUPKA laat zien welke aanpak al in gang is gezet voor de komende jaren én welke extra maatregelen er nodig zijn. Het document laat daarmee zien hoe de uitvoering van de NAS wordt aangepakt en wat nodig is om te versnellen. Er staat bijvoorbeeld dat vanaf nu bij elke ontwikkeling in Nederland standaard rekening moet worden gehouden met zeespiegelstijging, toenemende hitte, langere periodes van droogte en meer extreme neerslag. Toetsing Overstroming De kans op een overstroming verschilt per gebied. Een groot deel van Nederland kan bij een overstroming onder water komen te staan. De kans op een overstroming wordt groter door klimaatverandering. Rivieren hebben meer piekafvoer en de zeespiegel stijgt. Of een gebied gevoelig is voor overstroming is afhankelijk van de hoogte en inrichting van het gebied. De Atlas Leefomgeving laat de kans op overstroming vanuit zee, meer of rivier zien (zie Figuur 5-8).

Voor de projectlocatie (in blauwe contour) geldt geen overstromingskans.

Figuur 5-8 kans op overstroming vanuit zee, meer of rivier (bron: Atlas Leefomgeving)

Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Wateroverlast is bij deze extreme buien niet te voorkomen. Het is daarom niet de vraag of, maar vooral waar de wateroverlast zal optreden, en welke gevolgen te verwachten zijn. Figuur 5-9 (Atlas Leefomgeving, 2024) geeft inzicht in waar water op straat blijft staan na een extreme bui. De kaart is gemaakt met een rekenmodel (Rainfall overlay). Voor het model is een regenbui gebruikt die in het huidige klimaat eens per 100 jaar voorkomt. Uit de kaart blijkt dat binnen het projectgebied weinig tot geen wateroverlast zal ontstaan bij een hevige bui. In de toekomst zal verharding worden toegevoegd binnen het projectgebied. De nieuwe verharding bestaat voornamelijk uit grasbeton. Zoals ook uit de weging van het waterbelang (paragraaf 5.2.3) blijkt zal er voldoende grond aanwezig zijn waarbinnen water in de grond kan zakken en is de kans op wateroverlast als gevolg van het voornemen minimaal. 62

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-9 Water op straat bij extreme regenbui, projectgebied in blauw omlijnd (bron: Atlas Leefomgeving)

Hittestress Klimaatverandering leidt niet alleen tot extremere buien, maar ook tot meer hittegolven. Vanwege het hitteeilandeffect is de hittestress in stedelijk gebied gemiddeld hoger dan in het omliggende landelijk gebied. In Figuur 5-10 is de mate van mogelijke hittestress weergegeven. Hierin is duidelijk te zien dat plekken met veel bomen en beschutting meer verkoeling bieden. In het projectgebied kan de temperatuur hoog oplopen op de plekken waar geen bomen of bebouwing. Op plekken waar meer groen of water is, is de gevoelstemperatuur lager. Door de beoogde ontwikkeling neemt de verharding binnen het projectgebied toe. Dit zal echter op de plekken zijn waar de temperatuur op warme dagen niet zo hoog oploopt. Van belang is verder dat ter plaatse van het projectgebied zelden werknemers aanwezig zullen zijn. De verhoging van de temperatuur op deze plaatsen heeft hierdoor minder effect heeft op de gezondheid van de werknemers doordat deze slechts sporadisch en kortdurend binnen het projectgebied aanwezig zullen zijn. Tot slot zal het groen dat binnen het projectgebied verdwijnt worden herbeplant in de directe omgeving waardoor een deel van de hittestress wordt weggenomen.

63

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-10 Gevoelstemperatuur op een zomerse dag (bron: Atlas Leefomgeving)

Droogte Bij droogteschade is sprake van een tekort aan grondwater. De toename van het totale verharde oppervlak door de ontwikkeling bestaat voornamelijk uit grasbeton, waardoor de droogtestress in het projectgebied niet significant toeneemt. Volgens de klimaatatlas is de infiltratiekans rondom, en deels in het projectgebied zeer groot.

Figuur 5-11 Infiltratiekansen (bron: Klimaateffectatlas) 64

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Conclusie Er zijn vanuit klimaatadaptatie gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.8

Duurzaamheid Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij de procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in acht genomen moeten worden. Als er sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1.3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven. Regionale Klimaat- en Energiestrategie (REKS) In dertig regio’s in Nederland werken gemeentes en andere partijen samen om alle doelen van het Klimaatakkoord te behalen. Tilburg werkt samen in de regio Hart van Brabant. Het bod Regionale Energie- en Klimaatstrategie 1.0 (REKS 1.0) is in maart 2021 vastgesteld. De REKS is een samenwerking tussen negen gemeenten van Hart van Brabant, drie waterschappen en de provincie Noord- Brabant. Hierin laten zij zien welke ambities zij hebben voor de regio Hart van Brabant op het gebied van energiebesparing, opwek van duurzame energie en aanpassingen als gevolg van de klimaatveranderingen.

Het bod REKS 1.0 beschrijft onder andere de mogelijkheden voor duurzame energie en de impact op het elektriciteitsnetwerk. De regio heeft besloten om als één entiteit op te trekken als het gaat om het zoeken naar locaties voor de grootschalige opwek van duurzame energie. Hiervoor zoekt de regio naar gebieden voor de opwekking van windenergie en energiehubs. De ring van Tilburg is een van de locaties waar windmolens ontwikkeld zullen gaan worden. Ook wordt in de REKS een strategie beschreven voor de duurzame opwekking van energie door middel van zonnepanelen. De REKS onderschrijft echter wel dat het uitbreiding van het energienet noodzakelijk is voordat duurzame opwekking gestart kan worden. Toetsing In het kader van duurzaamheid is het van belang dat de regio inzet op de ontwikkeling van gebieden voor windmolens en zonnepanelen. Er moet echter wel voldoende netcapaciteit zijn om gebruik te kunnen maken van de duurzaam opgewekte energie. De ontwikkeling draagt bij aan de uitbreiding van het energienet en daarmee indirect aan de realisatie van de mogelijkheden tot opwekking van duurzame energie. De realisatie van het voornemen is daarmee randvoorwaardelijk voor het behalen van de doelstellingen uit de REKS. De gemeente Tilburg hanteert een ‘instrument duurzaamheid’ waaraan getoetst dient te worden bij de aanvraag van een nieuwe ontwikkeling.

Met dit instrument wordt de huidige situatie van een ontwikkeling vergeleken met de toekomstige situatie op het aspect van duurzaamheid. Voor de voorliggende uitbreiding van het hoogspanningsstation is getoetst aan het ‘Instrument duurzaamheid’ van de gemeente Tilburg (zie bijlage 11). Conclusie Er zijn vanuit duurzaamheid gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie te realiseren en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.9

Energie en warmte Kader Regionale Klimaat- en Energiestrategie (REKS) De REKS beschrijft daarnaast dat het vroegtijdig starten met de benodigde planprocedure voor de energieinfrastructuur nodig is. Met de REKS wordt tevens richting gegeven aan het Investeringsplan van Enexis. De REKS onderschrijft dat er op 8 stations knelpunten worden verwacht, waarvan op 6 van de stations de knelpunten al vóór 2025 zullen ontstaan. De knelpunten zijn het gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations van Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT. Onderdeel van de oplossing is dan ook de investering van TenneT voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet. 65

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-12 toont de hoogspanningsstations binnen de regio en geeft de verwachte knelpunten aan. Zoals blijkt uit de figuur worden voor het hoogspanningsstation in Tilburg Noord in 2025 of eerder knelpunten verwacht.

Figuur 5-12 Uitsnede REKS, verwachte knelpunten in HS/MS-stations

Toetsing Uit de REKS vloeit voort dat op station in Tilburg Noord in 2025 of wellicht zelfs eerder knelpunten kunnen gaan ontstaan. Om te kunnen starten met de realisatie van voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie is netcapaciteit noodzakelijk. De onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de plannen van de regio voor duurzame opwek van energie. De noodzaak tot uitbreiding van het hoogspanningsstation Tilburg Noord wordt dan ook expliciet benoemd in de Regionale Klimaat- en Energiestrategie (REKS). De ontwikkeling is verder niet afhankelijk van het warmtenet en draagt ook niet bij aan het warmtenet. Conclusie Er zijn vanuit energie en warmte gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2.10 Archeologie en cultureel erfgoed Kader In bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet is de definitie van cultureel erfgoed opgenomen. Dit omvat monumenten, archeologische vindplaatsen, historische stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, en ander cultureel erfgoed zoals beschreven in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet regelt het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland, zoals hieronder beschreven. Archeologie In 1992 heeft Nederland het Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend. Dit verdrag bepaalt, dat er op verantwoorde wijze dient te worden omgegaan met archeologisch erfgoed, onder andere bij planontwikkelingen. Dit verdrag komt momenteel tot uitdrukking in de Erfgoedwet, wat sinds 1 januari 2024 onderdeel is van de Omgevingswet. Het doel van het verdrag en de huidige regels hierover in de Omgevingswet is het beschermen en behouden van archeologisch erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen. Het uitgangspunt hierbij is dat 66

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

het behoud van archeologische waarden in situ (op de oorspronkelijke plaats) voorgaat op het behoud ex situ (opgraven en bewaren in depot). Van belang is dat door middel van vooronderzoek tijdig inzicht wordt verkregen in de archeologische waarden van een gebied, zodat deze bij beoogde planontwikkelingen kunnen worden betrokken. Cultuurhistorie Het cultureel erfgoed van Nederland wordt ook beschermd met de Erfgoedwet. Het Rijk pleit voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie, dus (onder meer) monumenten en archeologie gezamenlijk, in gebiedsvisies en omgevingsplannen. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. De verwachting daarbij is dat overheden, initiatiefnemers, eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijke ontwerpers ertoe aangezet worden om de waarde van het cultureel erfgoed als kans te zien bij de ontwikkeling van gebieden en het realiseren van economische en maatschappelijke doelen. In lijn met de Erfgoedwet neemt de gemeente Tilburg bij planontwikkelingen een onderbouwing op over de bij het plan betrokken (bouw)historische waarden en de archeologische waarden. Daarbij wordt de planontwikkeling getoetst aan de gemeentelijke monumenten verordening Tilburg, Routekaart Ruimtelijk Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke welstandsnota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15730633/1