CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a motivering uitbreiding hoogspanningsstation

Raadsvergadering 15 september 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend adviesrecht BOPA Kalverstraat 4834.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Toetsing Archeologie In mei 2023 is door Antea Group een bureaustudie archeologie: quickscan uitgevoerd (zie bijlage 12). Ondanks dat dit onderzoek geen behoudenswaardige archeologische resten heeft aangetoond, vraagt de dubbelbestemming archeologische waarde op de gronden van de uitbreiding wel om nader archeologisch onderzoek. Voorafgaand aan de ontwikkeling dient een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen of op het terrein sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. Voorafgaand aan het onderzoek is een Programma van Eisen voorgelegd aan - en goedgekeurd door de Gemeente. In maart 2025 is dit Programma van Eisen – inventariserend proefsleuvenonderzoek door Antea Group opgesteld (zie bijlage 13). Het proefsleuvenonderzoek wordt conform het PvE uitgevoerd door Antea Group. Werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkeling zullen niet worden gestart voordat alle onderzoeken zijn afgerond en bijbehorende onderzoeksresultaten zijn verwerkt. Dit wordt als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen. Cultuurhistorie Binnen het projectgebied bevinden zich geen rijksmonumenten, ook is het niet onderdeel van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Op de “Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024”van de provincie Noord-Brabant bevinden er zich geen cultuurhistorische waarden van provinciaal belang in het projectgebied (zie Figuur 5-13).

67

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-13 Cultuurhistorische waardenkaart herziening (Provincie Noord-Brabant)

Figuur 5-14 Cultureel erfgoed in de omgeving van het projectgebied (bron: Atlas Leefomgeving)

Conclusie Er zijn vanuit cultuurhistorie gezien geen belemmeringen om de voorgnomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan. Wat betreft archeologie geldt dat er momenteel een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkeling zullen niet worden gestart voordat het proefsleuvenonderzoek is afgerond en verwerkt in voorliggende motivering.

68

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

5.3

Milieu en gezondheid

5.3.1

Mer-beoordeling Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. Voor ontwikkelingen geldt het wettelijk kader voor milieueffectrapportages dat is omschreven in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. De toepassingsregels zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (kolom 1) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-plicht of mer-beoordelingsplicht van toepassing zijn.

Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit kolom 2 en kolom 3. In kolom 2 zijn de gevallen opgenomen waarvoor een mer-plicht geldt en in kolom 3 zijn de gevallen opgenomen waarin een mer-beoordelingsplicht geldt. Toetsing De beoogde ontwikkeling wordt in bijlage V van het Omgevingsbesluit aangemerkt als industrieterrein (categorie J10). Voor dit project geldt, op basis van kolom 2, geen mer-plicht. Op basis van kolom 3 geldt echter wel een mer-beoordelingsplicht. In de mer-beoordeling dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Indien dat het geval is, dan dient ook een milieueffectrapportage te worden gemaakt. Voor de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group in 2025 een mer-beoordeling uitgevoerd. Deze merbeoordeling is opgenomen als bijlage 15 bij deze motivering. Wanneer de nog ontbrekende onderzoeksresultaten beschikbaar zijn worden deze verwerkt in de mer-beoordeling. Werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkeling zullen niet worden gestart voordat de mer-beoordeling is uitgevoerd. Conclusie Gelet op de reeds beoordeelde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

5.3.2

Bedrijven en milieuzonering Kader Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het projectgebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; 69

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

•

de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Toetsing Het voornemen valt onder de categorie “elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatievermogen 200 – 1.000 MVA”. Deze is ingeschaald in milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. Het aspect geluid wordt behandeld in paragraaf 0 van deze motivering, maar de onderdelen die mogelijk worden gemaakt de voorliggende BOPA hebben geen invloed op het geluid dat door het station wordt geproduceerd. Er worden namelijk geen geluidproducerende gebouwen of bouwwerken mogelijk gemaakt met de voorliggende BOPA. Conclusie Er zijn vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.3

Omgevingsveiligheid Kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’.

Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl).

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de

70

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl. • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl. • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl). • Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl). Toetsing Voor het onderzoek naar omgevingsveiligheid en mogelijke effecten die kunnen optreden door de ontwikkeling, is volledigheidshalve de totale ontwikkeling beoordeeld, zowel het TenneT- als het Enexis-deel van de uitbreiding. Dus uitdrukkelijk niet alleen het deel dat onderwerp is van deze BOPA. Figuur 5-15 toont de ligging van diverse bronnen in de buurt van het projectgebied.

De buisleiding ten noorden van het projectgebied bevindt zich op voldoende afstand, verder bevinden zich geen andere bronnen die de uitbreiding van het hoogspanningsstation belemmeren. Met de ontwikkeling wordt geen kwetsbaar gebouw of kwetsbare locatie mogelijk gemaakt. Hierdoor wijzigt de ontwikkeling de situatie niet voor wat betreft de omgevingsveiligheid.

Figuur 5-15 Ligging bronnen externe veiligheid t.o.v. het projectgebied (bron: ev-signaleringskaart)

Conclusie Er zijn vanuit het aspect ‘omgevingsveiligheid’ gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

71

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

5.3.4

Magneetvelden Kader Overal waar stroom doorheen loopt ontstaat een magnetisch veld. Zo ook rond het hoogspanningsnet. Er is geen sprake van wettelijke limieten voor blootstelling aan deze magnetische velden, maar er is wel sprake van Europees en nationaal beleid. Ook is er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan of er gezondheidseffecten bij mensen te verwachten zijn door blootstelling aan laagfrequente magneetvelden zoals die bij het hoogspanningsnet voor komen. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek zijn door de Raad van de Europese Unie blootstellingslimieten aanbevolen voor magneetvelden. Deze houden in dat blootstelling aan een magneetveldsterkte van meer dan 100 microtesla wordt afgeraden. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur van TenneT wordt deze limiet nergens overschreden. Uit internationaal onderzoek komen aanwijzingen dat kinderen en volwassenen mogelijk meer kans hebben om leukemie te krijgen, als ze dicht bij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen. De magneetvelden van de hoogspanningslijnen zouden de oorzaak kunnen zijn, maar dat is wetenschappelijk niet bewezen. Het zou ook toeval kunnen zijn, of er kan een andere oorzaak zijn. Ondanks het gebrek aan wetenschappelijk bewijs of oorzakelijk verband heeft de Rijksoverheid, op advies van de Gezondheidsraad, in 2023 een herijkt voorzorgbeleid magneetvelden1 uitgebracht.

De belangrijkste zaken uit dit voorzorgbeleid zijn dat de minister aangeeft dat (deze maatregelen worden nader uitgelegd in bijlage 22 van deze brief): • Het herijkte beleid van toepassing is op alle netcomponenten van het elektriciteitsnet van 50 kV en hoger, waaronder bovengrondse hoogspanningslijnen, hoogspanningsstations en ondergrondse hoogspanningskabels. • Het wonen in de nabijheid van deze netcomponenten verantwoord is, aangezien de gezondheidsrisico’s onzeker en laag zijn. • Tegelijkertijd past het binnen het overkoepelende beleid voor het verantwoord omgaan met veiligheid en gezondheid in de energietransitie om de blootstelling aan magneetvelden, waar mogelijk en proportioneel, beperkt te houden. • De netbeheerders om die reden wordt gevraagd bronmaatregelen die het magneetveld beperken toe te passen bij alle nieuw te bouwen netcomponenten en bij wijziging van bestaande componenten, ongeacht of mensen dicht bij deze netcomponenten (gaan) wonen. Voor hoogspanningsstations betreffen deze maatregelen: ▪ Het plaatsen van de sterkste bronnen van magneetvelden op afstand van gevoelige bestemmingen; ▪ Afstand tussen geleiders verkleinen en waar mogelijk op afstand van gevoelige bestemmingen; ▪ Verplaatsen van een compact station. • Alleen bij bovengrondse hoogspanningslijnen nog wordt bepaald of er een magneetveldzone hoger dan 0,4 microtesla ontstaat.

• De bronmaatregelen goed uitvoerbaar moeten zijn en proportioneel zijn ten opzichte van het onzekere en lage gezondheidsrisico. Toetsing TenneT-uitbreiding (BOPA) TenneT is gehouden aan het voorzorgbeleid magneetvelden. TenneT volgt dit beleid dan ook bij de uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation. Voor deze ontwikkeling houdt dat in dat de volgende proportionele bronmaatregel wordt toegepast:

1

informatiebrief herijking voorzorgbeleid - 21 april 2023 | RIVM

2

Bijlage 2 +-+Toelichting+bronmaatregelen+reductie+magneetvelden.pdf

72

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

•

Het plaatsen van de sterkste bronnen van magneetvelden op afstand van nabijgelegen gevoelige bestemmingen. In het huidige beleidsadvies gelden gevoelige bestemmingen als bestemmingen waar mensen langdurig kunnen verblijven. Plaatsen waar mensen langdurig kunnen verblijven zijn woningen, scholen, verpleeghuizen etc. Langdurig verblijf betekent een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14-18 uur per dag. De sterkste bronnen zijn de transformatoren, spoelen en rails. Het ontwerp van het station wordt hierop geoptimaliseerd met inachtneming van wat mogelijk is gegeven de technische ontwerpeisen, redelijke kosten en ruimtelijke ligging. De overige twee bronmaatregelen uit het voorzorgbeleid met betrekking tot beperken van magneetvelden van hoogspanningsstations worden niet toegepast op de ontwikkeling omdat deze niet mogelijk zijn. • Afstand tussen geleiders verkleinen en waar mogelijk op afstand van gevoelige bestemmingen. Vanwege de technische beperkingen die gelden rond het bouwen van hoogspanningsstations kunnen de bestaande velden in het gebied niet worden opgeschoven maar moet hierop worden aangesloten met de uitbreiding van het nieuwe deel van het station. Hierdoor is het niet mogelijk om de afstand te vergroten.

Wel worden componenten die wel kunnen worden verplaatst (Condensorbank) geplaatst op een grotere afstand van de gevoelige bestemmingen. • Verplaatsen van een compact station. Een compact station is een niet betreedbaar prefab middenspanningstation (zoals een elektriciteitshuisje in een wijk). Een compact station (onbetreedbaar) kan in zijn geheel verplaatst worden. Het magneetveld wordt hierbij niet beperkt, maar kan wel worden verplaatst naar een gebied waar magneetvelden niet overlappen met gevoelige bestemmingen, zoals woningen. Met de voorliggende uitbreiding wordt geen niet betreedbaar prefab middenspanningsstation gerealiseerd, waar deze bronmaatregel betrekking op heeft, waardoor deze niet toepasbaar is. Om rekening te houden met de zorgen bij omwonenden is door de gemeente Tilburg aan TenneT gevraagd om, in afwijking op het voorzorgbeleid, inzicht te geven in de ligging van gevoelige bestemmingen nabij het hoogspanningsstation en de daarbij horende ontwikkelingen. Ondanks dat het herijkte voorzorgbeleid geen afstanden of normen voor hoogspannningsstations adviseert, heeft Movares in opdracht van TenneT in juni 2025 een magneetveldstudie uitgevoerd (bijlage 16).

Het doel van dit onderzoek is om zo goed mogelijk inzicht te geven in de contour van 0,4 microTesla (jaargemiddeld) op 1 meter boven het maaiveld en wat de impact is van de geplande vernieuwing van het hoogspanningsstation Tilburg Noord ten opzichte van de bestaande situatie. Het onderzoek naar magneetvelden is volledigheidshalve beoordeeld voor de totale ontwikkeling, zowel het TenneT- als het Enexis-deel van de uitbreiding en de verkabeling die in het gebied plaats vindt. Dus uitdrukkelijk niet alleen het deel dat onderwerp is van deze BOPA. Uit de magneetveldstudie blijkt dat voor de toekomstige (eindsituatie) van het hoogspanningsstation Tilburg Noord 150 kV geldt dat er meerdere objecten waar mensen langdurig verblijven binnen de 0,4 µT magneetveld contour liggen. In vergelijking met de huidige situatie van het hoogspanningsstation en de bovengrondse hoogspanningslijn (de nul-situatie) bevinden zich in de nieuwe situatie 13 extra gevoelige bestemmingen (objecten waar mensen langdurig verblijven) binnen deze magneetveld contour. Deze toename is berekend op basis van een worst case-benadering. Tegelijkertijd maakt het project onderdeel uit van een bredere ontwikkeling waarbij ook de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn Tilburg Noord–Boxtel–Best/Eindhoven Noord ondergronds (verkabeld) zal worden aangelegd.

Deze verkabeling leidt in de praktijk in een groot gebied tot een aanzienlijk kleinere magneetveld contour, waardoor een groot aantal bestaande gevoelige bestemmingen (circa 180 binnen de gemeente Tilburg) die nu binnen de 0,4µT contour van de hoogspanningslijn vallen, in de toekomstige situatie daarbuiten zullen komen te liggen. Voor de bredere ontwikkeling vervallen er circa 180 bestaande gevoelige bestemmingen binnen de gemeente Tilburg, maar komen er 13 nieuwe “gevoelige bestemmingen” bij die in de huidige situatie nog geen “gevoelige bestemmingen” zijn. Daarnaast ligt een iets groter deel van een appartementencomplex binnen de 0,4 μT contour in de nieuwe situatie.

73

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Conclusie Met de ontwikkeling wordt voldaan aan het voorzorgbeleid uit 2023, omdat de proportionele bronmaatregel (het plaatsen van de sterkste bronnen van magneetvelden op afstand van nabijgelegen gevoelige bestemmingen) wordt toegepast. Het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden uit 2023 bevat geen afstanden voor hoogspanningsstations. Er zijn vanuit het aspect ‘magneetvelden’ gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie, aangezien wordt voldaan aan het voorzorgbeleid en er is daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.5

Geluid Kader Omgevingswet (geluid (spoor)wegverkeer en industrieterreinen) Onder de Omgevingswet is de Wet geluidhinder vervallen. De geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet neergelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een omgevingsplan dient bij de toevoeging van een nieuw geluidgevoelig gebouw ervoor te zorgen dat het geluid op dat gebouw aanvaardbaar is, waarbij in beginsel wordt voldaan aan de standaardwaarde voor geluid (artikelen 5.78s, 5.78t en 5.78u Bkl). De waardes die gelden worden weergegeven in Tabel 5-5. Echter, in het omgevingsplan kan van deze standaardwaarden onder voorwaarden worden afgeweken. Indien afwijking mogelijk is, dan gelden de grenswaarden uit artikel 5.78u Bkl. Afwijking van de standaardwaarde is mogelijk indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen, de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u Bkl. Tabel 5-5 standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78t Bkl)

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

Industrieterrein

50 Lden 40 Lnight

Tabel 5-6 grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78u Bkl)

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

65 Lden

Industrieterrein

55 Lden 45 Lnight

Geluidgevoelige gebouwen Een geluidgevoelig gebouw is conform artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: woonfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; 74

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

onderwijsfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Dit geldt niet voor het gedeelte van het gebouw waar het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. Onder een geluidgevoelig object wordt ook een geluidgevoelig gebouw verstaan, wat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. Toetsing TenneT-uitbreiding (BOPA) Voor de voorzieningen die met deze BOPA worden mogelijk gemaakt; een Centraal Diensten Gebouw, de NSAruimte het toevoegen van extra schakelvelden geldt dat geen permanent geluidvermogen wordt toegevoegd en er dus geen verslechtering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie. Ook worden er geen transformatoren bijgeplaatst of aangepast door TenneT. Voor de nieuwe NSA-ruimte geldt dat deze niet vaker wordt proefgedraaid dan het huidige NSA van Enexis. De geluidsemissie van het nieuwe NSA kan echter als verwaarloosbaar worden beschouwd. Wel worden enkele vermogensschakelaars toegevoegd. Bij schakelen kunnen deze geluid veroorzaken. In maart 2025 is door Peutz een akoestisch onderzoek (Peutz, d.d.

3 maart 2025, bijlage 17) gedaan naar de volledige uitbreiding en verzwaring van het station. Uit de rekenresultaten blijkt dat, als gevolg van de vermogensschakelaars van TenneT, bij woningen maximale geluidniveaus LAmax kunnen optreden van maximaal 73 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de vigerende vergunning. Daarbij kan worden opgemerkt dat normaliter alleen overdag wordt geschakeld (bijvoorbeeld ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden waarbij dan maximaal enkele keren per dag wordt geschakeld). De meeste dagen wordt er helemaal niet geschakeld. Alleen bij storingen of calamiteiten kan er ook in de avond en nacht worden geschakeld. Op de piekgeluiden bij calamiteiten zijn de grenswaarden niet van toepassing. In het Bkl zijn geen normen opgenomen voor de maximale geluidniveaus in de dagperiode. Uit het onderzoek volgt dat ook na uitbreiding aan de geluidnormen wordt voldaan voor de nabijgelegen geluidgevoelige functies. Ook wordt ruimschoots voldaan aan de geluidvoorschriften uit de vigerende vergunning. Uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (Omgevingsplanwijziging) Het Enexis-deel van de uitbreiding en verzwaring van het hoogspanningsstation Tilburg Noord, dat in een latere fase met een omgevingsplanwijziging mogelijk wordt gemaakt en geen onderdeel is van deze BOPA bestaat onder andere uit het toevoegen van transformatorvermogen.

In de bestaande situatie heeft het hoogspanningsstation Tilburg Noord een milieuvergunning waarin geluidvoorschriften zijn opgenomen. Het gedeelte dat reeds bestemd is als ‘bedrijf-nutsvoorziening’ is gesitueerd op een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein. Het bestaande station heeft dus een geluidzone op grond van de Wet geluidhinder (Wgh). Door het toevoegen van transformatorvermogen zal niet binnen de huidige geluidzone gebleven worden. Er is in opdracht van Enexis akoestisch onderzoek gedaan naar de volledige uitbreiding en verzwaring van het station (Peutz, d.d. 3 maart 2025, bijlage 17). De volledige uitbreiding betreft het bijplaatsen van drie nieuwe 100 MVA transformatoren en het vervangen van een van de bestaande transformators door een nieuwe 100 MVA transformator; het bijplaatsen van vier modulaire schakelblokken; de uitbreiding van het schakelveld onder andere met vermogensschakelaars, de verplaatsing van de C-bank richting het oosten. Onderzocht is of deze activiteiten gevolgen hebben voor de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen in de omgeving. In Figuur 5-16 zijn de begrenzing van het huidige industrieterrein en het berekende geluidaandachtsgebied weergegeven, op basis van de planologische geluidruimte binnen de huidige Wgh geluidzone.

Figuur 5-16 betreft de ‘eerste omzetting’ van de bestaande situatie naar Omgevingswetsystematiek. Het geluidaandachtsgebied is gedefinieerd als het gebied binnen de berekende geluidcontour 50 dB Lden, wat geldt als standaardwaarde voor het toelaten bij een geluidgevoelig gebouw voor industrieterreinen.

75

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-16 Aanduiding industrieterrein en geluidaandachtsgebied (inclusief toeslag), op basis van de planologische geluidruimte binnen de huidige geluidzone

Met de geprojecteerde uitbreidingen deels gesitueerd buiten de zone, kan in de toekomst logischerwijs niet meer worden voldaan aan de huidige zonegrens. Aan de (zuid-)westzijde is binnen de huidige geluidzone nog ruim voldoende geluidruimte beschikbaar, er is aan de oostzijde extra geluidruimte nodig voor de geplande uitbreidingen. In Figuur 5-17 zijn de begrenzing van het industrieterrein en het berekende geluidaandachtsgebied weergegeven, inclusief uitbreidingen.

Figuur 5-17 Aanduiding industrieterrein en geluidaandachtsgebied (inclusief toeslag), inclusief uitbreidingen

Bij het vergelijken van het geluidaandachtsgebied vastgesteld in Figuur 5-16 (omzetting Wgh geluidzone) en het geluidaandachtsgebied in Figuur 5-17 (inclusief uitbreidingen) valt op dat het geluidaandachtsgebied inclusief de uitbreidingen veel kleiner is. In de oostelijke richting (de kant van de uitbreidingen) zal het geluidaandachtsgebied worden uitgebreid. Er zijn echter wel aanzienlijk minder woonbestemmingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied dan na de omzetting van de Wgh 76

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

geluidzone. Voor de woonbestemmingen die zich bevinden binnen het geluidaandachtsgebied geldt dat dit is vastgesteld met een (verplichte) rekenhoogte van 30 meter boven maaiveld. Opgemerkt moet worden dat de ter plaatse (buiten de huidige zonegrens) aanwezige woningen eengezinswoningen betreft met 2 bouwlagen. Uit de berekeningen is gebleken dat op een beoordelingshoogte van 5 meter boven maaiveld (i.e. ter hoogte van de tweede bouwlaag) overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden (te weten 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht). Conclusie Met de voorliggende BOPA wordt geen geluidvermogen toegevoegd en vindt dus geen verslechtering plaats ten opzichte van de huidige situatie. Ook voor de uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord, waarvoor door Enexis in een latere fase het omgevingsplan gewijzigd wordt, geldt dat er geen belemmeringen zijn vanuit geluid. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.6

Luchtkwaliteit Kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden. Toetsing De uitbreiding van het hoogspanningsstation zal niet leiden tot een verkeerstoename.

Alleen voor onderhoud en reparatie aan het hoogspanningsstation zullen medewerkers het station moeten bezoeken. Dit is in de huidige situatie reeds het geval. Er zullen dan ook niet meer verkeersbewegingen zijn door de uitbreiding. Derhalve wordt niet in betekenende mate bijgedragen aan de luchtverontreiniging. Het gebruik van de nieuwe transformatoren is daarnaast een activiteit die niet leidt tot een toename van luchtverontreinigende emissies. Conclusie Er zijn vanuit luchtkwaliteit gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties..

5.3.7

Geur Kader Paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl bevat instructieregels voor omgevingsplannen met betrekking tot geur bij geurgevoelige gebouwen. In het omgevingsplan stelt de gemeenteregels over geur (artikel 5.92 lid 1 Bkl). Uiteindelijk moet geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Wanneer geur aanvaardbaar is, dient het bevoegd gezag zelf te beoordelen. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met achtergrondbelasting, welke de geurbelasting van alle geurveroorzakende activiteiten samen inhoudt. Toetsing 77

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Het hoogspanningsstation zal niet leiden tot een toename van de geurbelasting, aangezien er geen geurbelastende activiteiten plaatsvinden. Het hoogspanningsstation kan daarnaast niet worden gezien als een geurgevoelig gebouw, waardoor de aanvaarbaarheid van een eventuele aanwezige geurbelasting op het hoogspanningsstation niet onderzocht hoeft te worden. Conclusie Er zijn vanuit geur gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties..

5.3.8

Trillingen Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. Het Bkl stelt instructieregels voor continue en herhaald voorkomende trillingen. In paragraaf 22.3.5 van de bruidsschat (thans hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg) zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden op grond van paragraaf 22.3.5 van het omgevingsplan maximale waarden voor continue trillingen.

De maximale waarden voor trillingen zijn opgenomen in artikel 22.88 van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg (continue trillingen) en tabellen 5.87 en 5.87a (continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen) van het Bkl. Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten. Daarbij moeten de instructieregels over trillingen uit het Bkl in acht genomen worden. Toetsing De instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. Artikel 5.80 van het Bkl bepaalt wat een trillinggevoelig gebouw is. Dit is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. Het hoogspanningsstation valt niet onder een trillinggevoelig gebouw zoals bedoeld in het Bkl. Voor niet trillinggevoelige gebouwen bepaalt de gemeente de mate van bescherming. Op het hoogspanningsstation zullen alleen mensen aanwezig zijn voor onderhoud. Dit zal dan ook sporadisch zijn. Hierdoor zal er geen hinder bestaan als gevolg van eventueel aanwezige trillingen. In de omgeving zijn trillinggevoelige gebouwen in de vorm van woningen aanwezig.

Met de TenneT uitbreiding worden geen gebouwen of bouwwerken gebouwd die zorgen voor extra trillingen. Ook de uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord maakt geen bouwwerken mogelijk die trillingen veroorzaken. Conclusie Er zijn vanuit trillingen gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.9

Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Omdat de Omgevingswet het begrip niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken, bijvoorbeeld regels voor 78

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

het beweegvriendelijk maken van de omgeving. Milieunormen zijn in het verleden ook gesteld om gezondheid te beschermen. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet zijn het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. In het Bkl is een aantal instructieregels opgenomen, die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in voorliggende paragrafen reeds gemotiveerd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling een bijdrage levert aan de gezonde fysieke leefomgeving en in ieder geval niet leidt tot een verslechtering van de gezondheidssituatie als gevolg van wijzigingen in de fysieke leefomgeving.

Verder stelt de Omgevingswet nog de volgende regels met betrekking tot een gezonde fysieke leefomgeving: • In artikel 3.3 van de Omgevingswet van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgbeginsel en andere milieubeginselen. • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. • In artikel 5.32 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag de aanvraag van een omgevingsvergunning kan weigeren wanneer deze zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid en in artikel 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en artikelen 8.101 en 8.102 van het Bkl staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan wijzigen of intrekken in het kader van het treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid. De GGD geeft een praktische invulling aan dit kader door middel van verschillende kernwaarden met bijbehorende gezondheidsadviezen. De GGD heeft de volgende kernwaarden opgesteld: 1. rookvrije omgeving; 2. aantrekkelijke plekken; 3. gezond gewicht; 4. wonen en druk verkeer; 5. voorzieningen dichtbij; 6. actief vervoer; 7. fiets- en ov-verbindingen; 8. gezond binnenklimaat; 9. prettig wonen; 10. geschikte woningen.

Verder stelt de GGD dat het voldoen aan de wettelijke normen niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom gezondheidskundige advieswaarden opgenomen. De GGD heeft gezondheidskundige advieswaarden voor de thema’s luchtkwaliteit, geur, geluid, bodem, elektromagnetische velden (straling), veehouderijen en akkerbouw. Toetsing Alleen in de bouwfase van de activiteiten die bij verlening van deze BOPA worden toegestaan, is er mogelijk tijdelijk een verslechtering van de situatie ten aanzien van luchtkwaliteit, geluid, trillingen en bodem. Tijdens de gebruiksfase zal er geen negatieve invloed op de gezondheid van burgers zijn. De beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot een wijziging van de geurbelasting. Wat betreft geluid zal er geen toename zijn van de belasting. Uit het akoestisch onderzoek, begin 2025 uitgevoerd door Peutz (bijlage 17), blijkt dat met de uitbreiding van het hoogspanningsstation het geluidaandachtsgebied kleiner wordt ten opzichte van de huidige vergunde situatie

79

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

van het hoogspanningsstation. Dit heeft wel als gevolg dat het geluidaandachtsgebied in oostelijke richting iets uitbreidt. Daarentegen heeft het wijzigen van dit aandachtsgebied een positief effect op het aantal woningen dat zich binnen dit gebied bevindt. Voor de woningen die zich nog steeds binnen het aandachtsgebied bevinden geldt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden. Verder blijkt uit de rekenresultaten dat wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidsniveaus. Bij hoogspanningslijnen- en kabels, transformatorhuisjes en dergelijke geeft de GGD-richtlijn ‘medische milieukunde: EMV en gezondheid’ als advies om uit voorzorg langdurige blootstelling aan sterke magneetvelden zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen. Bij het hoogspanningsstation zullen sporadisch medewerkers aan het werk zijn. Dit zal slechts nodig zijn voor de reparatie dan wel voor het onderhoud van het hoogspanningsstation. De uitbreiding zal leiden tot een toename van de verstening, echter de totale toename bedraagt slechts 13.595 m². Het aanwezige groen binnen het projectgebied wordt versterkt met de landschappelijke inpassing van de uitbreiding en het bouwterrein.

Zoals toegelicht in paragraaf 5.2 zijn er geen negatieve effecten op de fysieke leefomgeving en daarmee ook geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van ingrepen in het projectgebied of het uitbreiden van de transformatorcapaciteit. Conclusie Er zijn vanuit gezondheid gezien geen belemmeringen bij het toestaan van de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.10 Bodem Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Bkl bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89k Bkl). Toetsing Door Antea Group is in maart 2023 een historisch bodemonderzoek (bijlage 18). In vervolg hierop is in september 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn in december 2024 – januari 2025 geactualiseerd ten behoeve van de TenneT-uitbreiding en betreft daarmee het terrein van de volledige uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord , zie bijlage 19. Boven- en ondergrond Ten behoeve van het historisch bodemonderzoek is het project gebied beoordeeld aan de hand van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Tilburg. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de kwaliteit van zowel de boven- als ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000). In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is hier ook PFAS in meegenomen voor deze beoordeling. Het gebied heeft op de bodemfunctieklassenkaart de functie “Landbouw/Natuur” (zie Figuur 5-18). 80

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Figuur 5-18 bodemkwaliteitskaart van gemeente Tilburg (22 december 2023)

Asbest Tijdens voorgaande bodemonderzoeken op en/of nabij het projectgebied is zintuigelijk geen asbest aangetoond. Uit het bodeminformatiesysteem van Tilburg blijkt dat er twee gedempte sloten de onderzoekslocatie kruisen. Mogelijk is hier in het verleden puin of ander asbestverdacht materiaal in toegepast. Wanneer tijdens de voorliggende werkzaamheden bijmengingen met puin worden aangetroffen dient een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd te worden. PFAS Uit het historisch onderzoek zijn geen concrete bronnen aan te wijzen die mogelijk een verontreiniging met PFAShoudende stoffen in de grond hebben veroorzaakt op of nabij het onderzoeksgebied. Aanvullend onderzoek naar PFAS is hierom niet benodigd. Grond en grondwater Uit eerdere onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van locaties rondom het projectgebied is gebleken dat de grond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten/concentraties bevat. Andere onderzoeken in de omgeving wijzen op plaatselijk matig/sterk verhoogde gehalten/concentraties in de grond en het grondwater. Ter plaatse van het projectgebied zijn de gehalten echter nog niet eerder aangetoond, derhalve is in januari 2025 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door E-MERGE (zie bijlage 19).

Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van het landbouwperceel en in de volkstuinen resten/sporen baksteen, sporen kolengruis en plaatselijk resten met plastic zijn aangetroffen. Wanneer getoetst wordt aan het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) blijkt dat in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond, wat geen overschrijding van de interventiewaarde betreft. De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn daarbij indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de boven- en ondergrond van de gehele onderzoekslocatie voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. Uit de toetsing voor ontvangende bodem blijkt dat de grond als kwaliteitsklasse niet verontreinigd wordt beschouwd. De onderzoeksresultaten geven vanuit het Bal geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden.

81

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

Voor het grondwater geldt dat met peilbuizen is aangetoond dat maximaal licht verhoogde concentraties gemeten zijn. Hiermee wordt de signaleringsparameter niet overschreden. Conclusie Er zijn vanuit bodem gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan mits voldaan wordt aan de bovengenoemde maatregelen en adviezen. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3.11 Ontplofbare oorlogsresten (OO) Kader De omgang met explosieven is geregeld in de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling). De eisen aangaande explosievenopsporing zijn vastgesteld in het Certificatieschema Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO). De term OO is per 2021 van kracht geworden en vervangt de term conventionele explosieven (CE). In de praktijk worden OO en CE soms ook wel niet gesprongen explosieven (NGE) genoemd. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. In artikel 4.10 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is ten aanzien van OO vastgelegd dat in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van OO, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hier een oriënterend onderzoek naar moet worden ingesteld. Het oriënterend onderzoek kan leiden tot inzicht dat er 1) geen sprake, 2) mogelijk sprake of 3) met zekerheid sprake is van de aanwezigheid van OO die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers en derden. Indien noodzakelijk dient na het uitvoeren van het oriënterend onderzoek een ander onderzoek te worden ingesteld.

In een later gepubliceerde Nota van toelichting wordt ten aanzien van het nader onderzoek vermeld dat dit dient te worden uitgevoerd wanneer het ‘niet aannemelijk is geworden dat er geen ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn’. Indien uit het oriënterend onderzoek blijkt dat het risico op het aantreffen van OO al voldoende vaststaat, dan kan meteen tot de opsporing van OO worden overgegaan. Toetsing Ten behoeve van de ontplofbare oorlogsresten zijn in het verleden reeds een aantal onderzoeken uitgevoerd. TenneT-uitbreiding (BOPA) Ter plaatse van de TenneT-uitbreiding is door Antea Group in 2025 een Pragmatisch Opsporingsadvies (POA) opgesteld (zie bijlage 20). Uit het onderzoek blijkt dat het gepland uitbreidingsgebied, dat met de voorliggende BOPA mogelijk wordt gemaakt, als onverdacht is geclassificeerd ten aanzien van OO. Er zijn geen aanvullende maatregelen benodigd bij de realisaties binnen het gepland uitbreidingsgebied. Uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord (Omgevingsplanwijziging) In 2023 heeft AVG Explosieven Opsporing Nederland (AVG), in opdracht van Antea Group, een Pragmatisch Opsporingsadvies (POA) opgesteld (zie bijlage 21). Dit Pragmatisch Opsporingsadvies is destijds opgesteld ten behoeve van de uitbreiding op het huidige Enexis terrein.

Uit het onderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet verdacht is op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conclusie Zowel voor het mogelijk maken van de TenneT-uitbreiding als voor de volledige uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord , die later mogelijk wordt gemaakt middels een Omgevingsplanwijziging, zijn vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten geen belemmeringen en daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

82

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

6.

Adviesrecht

6.1

Adviesrecht gemeenteraad Op 1 juli 2024 heeft de gemeenteraad besloten om categorieën van gevallen aan te wijzen, waarvoor de gemeenteraad een bindend advies dient uit te brengen ten aanzien van afwijking van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 16.15 Omgevingswet. De in het raadsbesluit aangewezen categorieën zijn gebaseerd op de raadsbesluiten van 15 juli 2021 en 14 november 2022 en overwegend beleidsneutraal omgezet naar categorieën waarop adviesrecht op grond van de Omgevingswet van toepassing is. Het advies van de raad is een bindend advies. Hoewel het woord ‘advies’ anders suggereert, is het oordeel van de raad bepalend: uit artikel 16.15 Omgevingswet volgt dat het college het advies van de raad in acht moet nemen. Daarvan mag niet worden afgeweken. Een van de gevallen waarvoor bindend advies van de gemeenteraad vereist is, betreft het mogelijk maken van bedrijfsactiviteiten voor zover er sprake is van activiteiten buiten bestaande bedrijventerreinen die vallen in of vergelijkbaar zijn met de milieucategorie 3.1 en hoger volgens de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering. Hiervan is sprake bij de uitbreiding van het TenneT-deel, aangezien het hoogspanningsstation tot milieucategorie 4.2 behoort. Het raadsbesluit van 1 juli 2024 zondert ook gevallen uit van adviesrecht.

Dit betreft activiteiten die in overeenstemming zijn of rechtstreeks passen binnen de kaders van één van de volgende door de gemeenteraad geaccordeerde stukken: 1. Koersdocument Spoorzone; 2. Koersdocument Stappegoor; 3. Masterplan Landschapspark Pauwels; 4. Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven PM

6.2

Adviesrecht provincie De provincie Noord-Brabant kan gebruik maken van haar adviesrecht als de activiteiten van een aanvraag hiertoe aanleiding geven. Over de beoogde ontwikkeling is in een vooroverleg een aantal maal met de provincie gesproken. Hierbij is met name gevraagd hoe met het plan wordt ingespeeld op de grotere ontwikkelingen van het landgoed Pauwels. De ontwikkeling zorgt door de kwaliteitsverbetering landschap voor een impuls voor dit landschapsplan en versterkt hiermee de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. De provincie heeft hierop d.d. ……… besloten geen gebruik te maken van haar formele adviesrecht.

83

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

7.

Economische uitvoerbaarheid

7.1

Financieel economische haalbaarheid Het toetsen van de financieel-economische uitvoerbaarheid vindt plaats om te bepalen of het voornemen leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor belanghebbenden doordat het voornemen op financieel-economisch gebied evident onuitvoerbaar blijkt. Onder het systeem van de Omgevingswet gaat het bij het toetsen van dit aspect vooral om een toets aan het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4, lid 2) uit de Algemene wet bestuursrecht. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van de Omgevingswet over de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan staat: ‘Alleen als evident is dat een functie onuitvoerbaar is, moet het toedelen daarvan achterwege blijven.’ 3 Het gaat vooral om een onuitvoerbaarheid die aan het licht komt bij het beoordelen van de omgevingsplanwijziging en om belemmeringen die zich niet op redelijke termijn op laten lossen. 4 Een omgevingsplanwijziging moet zekerheid geven over de toegestane ontwikkelingen. De omgevingsplanwijziging hoeft echter geen zekerheid te bieden over het moment waarop de ontwikkelingen plaats gaan vinden. 5 Dit benadrukt de toets op de niet evidente onuitvoerbaarheid van ontwikkelingen die de Omgevingswet vraagt. Deze toets geldt voor zowel de financieel-economische aspecten, als milieuaspecten als ruimtelijke aspecten van een ontwikkeling.

De uitbreiding aan de oostelijke zijde van het huidige hoogspanningsstation wordt gedaan door TenneT TSO B.V. Voor de beoogde uitbreiding worden de kosten volledig gedragen door deze partij. Voor deze kosten zijn middelen gereserveerd. Gelet op het bovenstaande is het onderhavige plan economisch uitvoerbaar. De kosten die de gemeente Tilburg moet maken voor het plan- en besluitvormingsproces worden door de gemeente op de voornoemde partij verhaald. Hiertoe worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt. Ook is een overeenkomst gesloten zodat eventuele nadeelcompensatie door de initiatiefnemer wordt vergoed, nadat is geconstateerd dat hier sprake van is.

7.2

Kostenverhaal Bouwactiviteiten waarvan kosten worden verhaald staan in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De beoogde ontwikkeling valt niet onder een van de kostenverhaalspichtige activiteiten uit artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Kostenverhaal is daarom niet van toepassing.

3 Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 148 en 153. 4 Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, blz. 153. 5 Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, blz. 153.

84

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

8.

Belangenafweging en conclusie

8.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’ hoofdstuk 2). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling. Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) onderzocht en afgewogen. Conclusie Op dit moment is in grote delen van Nederland een tekort aan transportcapaciteit, dit is de hoeveelheid elektriciteit die TenneT kan verplaatsen over bestaande kabels en installaties.

Enexis heeft een tekort aan transformatorcapaciteit, dit is de hoeveelheid elektriciteit die Enexis kan verplaatsen over de transformatoren naar het middenspanningsnet. Om deze tekorten niet verder te laten oplopen, wordt de transport- en transformatorcapaciteit uitgebreid. TenneT en Enexis werken samen aan het verbouwen en uitbreiden van het bestaande 150 kV– hoogspanningsstation aan de Kalverstraat in Tilburg-Noord. De uitbreiding van het huidige hoogspanningsstation Tilburg Noord is van groot belang voor Tilburg en omgeving en noodzakelijk om te kunnen voorzien in de toenemende vraag naar elektriciteit. Met de ombouw en uitbreiding wordt deze drukte op het elektriciteitsnet opgevangen en wordt het netwerk klaargemaakt voor de toekomst. Onderdeel van deze uitbreiding is de voorliggende TenneT-uitbreiding.

Alle relevante aspecten die noodzakelijk zijn voor een toets of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies zijn onderzocht en blijven binnen de kaders die daarvoor zijn gesteld, zoals uiteengezet is in hoofdstuk 5. Ook past de ontwikkeling in het beleid van Rijk, provincie, waterschap en gemeenten, zoals is aangetoond in hoofdstuk 4. In deze motivering is aangetoond dat dit geldt voor de TenneT-uitbreiding die onderhavig is aan deze BOPA. Ook is vanwege de onderlinge samenhang een doorkijk gegeven naar de relevante effecten van de opvolgende omgevingsplanwijziging voor de uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord. Deze worden later nog afzonderlijk in procedure gebracht en nader gemotiveerd met een wijziging van het omgevingsplan. Op basis van de voorliggende motivering kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

85

TenneT-uitbreiding hoogspanningsstation Tilburg Noord BOPA projectnummer 0497036.100 24 juni 2025 TenneT TSO B.V.

9.

Bijlagen -

Bijlage 1: Landschapsplan Bijlage 2: Kwaliteitsverbetering Bijlage 3: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 4: Weging van het waterbelang Bijlage 5: Natuurtoets Tilburg Noord 150 kV + TenneT-uitbreiding Bijlage 6: Nader onderzoek marterachtigen Bijlage 7: Stikstofdepositie-onderzoek (AERIUS-berekeningen) Bijlage 8: Voortoets Bijlage 9: Natuurtoets werkterrein Bijlage 10: Boom Effect Analyse Bijlage 11: Instrument duurzaamheid Bijlage 12: Bureaustudie Archeologie Bijlage 13: PvE inventariserend proefsleuvenonderzoek Bijlage 14: PM - Inventariserend proefsleuvenonderzoek Bijlage 15: Mer-beoordeling Bijlage 16: Magneetveldstudie Bijlage 17: Akoestisch onderzoek Bijlage 18: Historisch bodemonderzoek Bijlage 19: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 20: Pragmatisch Opsporingsadvies 2025 Bijlage 21: Pragmatisch Opsporingsadvies 2023

86

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15730633/1