Bijlage 1 Nota Omgevingskwaliteit (d.d. 30-09-2025)
Tekst van het document
Hoogwaardige en bescheiden haakse uitingen zijn via deze ‘maatwerkclausule’ mogelijk.
A
B
C
D
i
De afweging is altijd of er een kwalitatief hoogwaardig totaalbeeld ontstaat.
7.7.3. Winkels en bedrijven in gemengde bebouwing Bij winkels en bedrijven in gemengde bebouwing moet o.a. worden gedacht aan de diverse ‘linten’ – aangeduid als ‘Rustige linten’ in de ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad’. Doelstelling is om in deze gebieden de reclame ondergeschikt te laten zijn aan het straatbeeld. Criteria bij de beoordeling zijn: • Reclames niet hoger aangebracht dan de hoogte van de verdiepingsvloer van het gebouw en in elk geval niet boven de dakrand of goothoogte. • Niet meer dan één reclameobject per pand. • Reclame uitsluitend in of op het gevelvlak. • Reclame haaks op de gevel is slechts toelaatbaar als gegeven de situatie reclame op de gevel onvoldoende zichtbaar is (dus niet in aan rechte straatwanden). • Aanleidingen in de gevelindeling voor de plaats van de reclame moeten worden benut. • De reclame-uiting mag niet meer dan de helft van de gevel bestrijken en niet hoger zijn dan 0.50 meter. • Voorkeur voor losse letters t.o.v. lichtbakken. Projectmatig tot stand gekomen winkelcentra Bij oorspronkelijk als winkelcentrum ontworpen winkelconcentratiegebieden (zoals de Westermarkt,
72
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
Heijhoef enz.) wordt gestreefd naar een uniform beeld in de hoofdafmetingen en plaatsing van reclameobjecten. Er gelden dezelfde criteria als bij gemengde bebouwing, met dien verstande dat haakse reclameborden, mits volgens standaardmodel, acceptabel kunnen zijn of zelfs de voorkeur kunnen verdienen.
7.7.4. Winkels en bedrijven in woongebieden Verspreide winkels en bedrijven Verspreide winkels en bedrijven in woongebieden voegen zich in hun verschijningsvorm meestal naar het woonkarakter van de omgeving. Criteria bij de beoordeling zijn: • Slechts toelaatbaar wanneer de reclame zich met een bescheiden omvang en terughoudend karakter voegt naar het (woon)karakter van de omgeving. • Niet meer dan één reclameobject per pand. • Met de keuze van plaats en afmetingen moet het gevelbeeld worden gerespecteerd. • De reclame-uiting mag niet meer dan de helft van de gevel bestrijken en niet hoger zijn dan 0.50 meter. Woongebieden (bedrijf aan huis) In woongebieden met uitsluitend een woonbestemming zal slechts behoefte zijn aan ‘reclame’ voor beroepsuitoefening aan huis. Behalve aan de gebruikelijke naambordjes bij woningen kan hierbij o.a. gedacht worden aan beroepen aan huis, kantoren in voormalige woonhuizen en kleine bedrijven.
Dergelijke reclame-uitingen zullen zich moeten beperken tot de hieronder beschreven criteria. Grotere reclameobjecten passen niet in een woonomgeving. Criteria bij de beoordeling zijn: • Eén onverlicht naambord per gebouw, al dan niet met vermelding van een beroep of bedrijf is toegestaan. • Het bord is op de gevel bevestigd (maximaal 10cm vóór het gevelvlak) met de bovenzijde lager dan 2.00 meter, of; • Het bord is vrijstaand op het voorerf geplaatst met de bovenzijde lager dan 1.00 meter; • De oppervlakte is niet groter dan 0.50 m2; • De horizontale en verticale maat zijn elk niet groter dan 1.00 meter.
7.7.4. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn minder gevoelig voor storende reclame dan andere gebieden. Naast de algemene criteria gelden de volgende uitgangspunten. Criteria bij de beoordeling zijn: • Reclameteksten boven gebouwen, bijvoorbeeld op de dakrand zijn slechts acceptabel als de contour van het gebouw niet wordt verstoord. Dat wil zeggen dat over het algemeen lichtbakken op de dakrand niet kunnen worden toegestaan en dat teksten bestaande uit losse letters op de dakrand acceptabel kunnen zijn. • Naast reclame in de vorm van de bedrijfsnaam is merkreclame voor het (belangrijkste) product van het bedrijf in principe acceptabel (bijvoorbeeld:
A
B
C
D
i
naam garagebedrijf + automerk met logo). Een veelheid aan merkreclames voor een scala aan producten is ongewenst (bijvoorbeeld: naam transportbedrijf + aantal merknamen en/of logo’s van de vervoerde producten), tenzij die merkreclames worden verzameld tot één samenhangend object. • Enkele vlaggen/banieren op het eigen terrein zijn voorstelbaar (maximaal 3).
7.7.5. Kantoorverzamelgebouwen Het komt vaak voor dat in één gebouw meerdere kantoren zijn gevestigd en dat de verschillende gebruikers hun aanwezigheid kenbaar willen maken. Naast de algemene criteria gelden de volgende uitgangspunten. Criteria bij de beoordeling zijn: • De verschillende reclames worden in hun onderlinge samenhang en met het oog op hun gezamenlijke invloed op het totaalbeeld beoordeeld; • De verschillende reclames moeten qua afmetingen en positionering op het gebouw op elkaar zijn afgestemd; • De verzameling reclames op een gebouw mag geen grotere omvang hebben dan die welke voor één kantoorvestiging in dat gebouw acceptabel zou zijn. • Enkele vlaggen/banieren op het eigen terrein zijn voorstelbaar (maximaal 3).
7.7.6. LED-schermen Criteria bij de beoordeling zijn: • Het licht en de beweging van de reclame in het LEDscherm mogen geen overlast geven.
73
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
• LED schermen worden in beginsel niet toegestaan bij particuliere (individuele) bedrijven. Precedentwerking t.o.v. andere initiatiefnemers moet absoluut worden voorkomen. Slechts bij collectieve reclame op bijzondere plekken of bij bijzondere gebouwen (of gebouwfuncties) kan een LED-scherm worden toegestaan. • LED schermen worden slechts toe te staan op strategische plekken (bv. gekoppeld aan de regionale infrastructuur) en niet in de reguliere woon-/ werkomgeving. • Op grond van de algemene criteria zal een LEDscherm moeten worden ingepast in, maar in elk geval moeten worden afgestemd op de architectuur van het gebouw en op de omgeving. • Bijzondere, creatieve dan wel innovatieve oplossingen kunnen ter beoordeling worden voorgelegd aan de Omgevingscommissie.
dat de lichtconstructies en –effecten de architectuur moeten ondersteunen. De situatie mag zeker niet gaan ontstaan dat het gebouw als het ware de ondersteuningsconstructie voor de lichtinstallatie gaat vormen.
7.7.7. Overige verlichtingsobjecten Bij (nieuwe) bebouwing waarvan het oogmerk is dat vorm en/of functie ook in het donker moeten worden ondersteund, worden vaak opvallende verlichtingselementen toegevoegd. Op zichzelf een goede zaak, omdat ook ‘s avonds en ‘s nachts de levendigheid in de stad wordt versterkt. Op ontwerptekeningen is niet altijd duidelijk wat hiervan het uiteindelijke effect zal zijn. Een eventueel overdadig en overlast gevend lichteffect kan via de Algemene Plaatselijke Verordening worden bestreden. Vanuit het oogpunt van omgevingskwaliteit is het van belang,
A
B
C
D
i
7.8. Terrassen
Terrassen verhogen de sfeer en de gezelligheid in de binnenstad en op belangrijke plekken in de stad waar mensen samenkomen. De Tilburgse horeca verbindt mensen met mensen en mensen met plekken. Ontmoetingen staan centraal. Met de juiste aanpak hebben terrassen een belangrijke toegevoegde waarde voor het verblijf in onze stad. Met een hoogwaardige uitstraling wordt de aantrekkingskracht van de binnenstad en de andere belangrijke plekken vergroot. De inzet is om samenhang te creëren in het straatbeeld en op de verschillende horecapleinen. Terrassen hebben daarom bij voorkeur per plein of gebied een samenhangende of gezamenlijk ontworpen uitstraling ten faveure van een per individueel terras eigen uitstraling. Binnen een gezamenlijk ontworpen uitstraling is altijd ruimte voor individuele herkenbaarheid. Hierna worden de hoofduitgangspunten weergegeven. Voor het overige wordt verwezen naar het terrassenbeleid.
74
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
Hoofduitgangspunten: • Terrassen zijn te gast in de openbare ruimte. Terrassen zijn open, aantrekkelijk, uitnodigend en toegankelijk. • Een terras is een buitenruimte. Gevels blijven in het zicht. Voorzieningen om het comfort te verhogen zijn toegestaan, mits ondergeschikt. Er mogen geen ‘buitenkamers’ (hokjes) ontstaan. Continuïteit in het straatbeeld is het uitgangspunt. • Alle objecten op het terras moeten zoveel mogelijk worden gezien als straatmeubilair. Grotere bouwwerken en gebouwen zijn in beginsel ongewenst. Dit betekent dat de constructies licht, ondergeschikt en gemakkelijk verplaatsbaar zijn. De ingrepen in de grond van de gemeente zijn daarmee beperkt en eenvoudig omkeerbaar. • Het meubilair en andere objecten op het terras moeten van een goede kwaliteit zijn en moeten voldoen aan de wettelijke en gemeentelijke veiligheidseisen. Schoon, heel, veilig en zo veel mogelijk passend bij het gebouw en in de omgeving. • Maatwerk op basis van de hoofduitgangspunten en een specifieke ruimtelijke situatie is bespreekbaar (zie ontheffingsregel in terrassenbeleid).
A
B
C
D
i
8. AFWIJKEN, HANDHAVING EN EXCESSEN 8.1. Juridische basis voor beleidsregels
Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft het toestaan van bepaalde activiteiten, het gebruik, de situering en de maximale afmetingen. Voor bepaalde grotere ontwikkelingen zijn daarnaast beeldkwaliteitsplannen of andere aanvullende uitwerkingen van toepassing die gebruikt worden als inspiratiebron bij de planvorming en als aanvullend beoordelingskader bij planontwikkeling en vergunningverlening. Wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning niet voldoet aan de gestelde regels kan de vergunning geweigerd worden. De omgeving is echter niet onveranderbaar. Veranderingen bieden kansen en mogelijkheden om nieuwe kwaliteiten toe te voegen. In deze gevallen kan er behoefte ontstaan om af te wijken van de gebiedskenmerken en de beleidsregels (zie hiervoor paragraaf 8.2).
‘Juridische status beleidsregels’ De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om open beoordelingsregels in het omgevingsplan op te nemen. Deze open regels kunnen een nadere interpretatie en afweging vragen in het licht van een concrete activiteit (ingreep in de fysieke leefomgeving). Open regels in het omgevingsplan kunnen daarom uitgewerkt worden in een beleidsregel. Voor het uiterlijk van bouwwerken is dat zelfs verplicht als de regels in het omgevingsplan over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft (art. 4.19 Omgevingswet). De definitie van een beleidsregel staat in artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.3 van de Awb geeft regels over beleidsregels, bijvoorbeeld wie beleidsregels mag vaststellen en wanneer je mag afwijken. Deel B van deze nota vormt zo’n beleidsregel.
8.2. Mogelijkheden om af te wijken
Normaal gesproken wijkt het college van burgemeester en wethouders niet af van de vastgestelde beleidsregels. Inwoners en bedrijven weten dan waar ze aan toe zijn (rechtszekerheid). In bijzondere situaties mag het college wel afwijken van de beleidsregels (afwijkingsbevoegdheid). Afwijken van beleidsregels Er kan van een bijzondere situatie sprake zijn als de gestelde beleidsregels ontoereikend zijn voor situaties die we nu niet kunnen voorzien. Bijvoorbeeld als er sprake is van een uitzonderlijk kwalitatief hoogwaardige architectuur en/of inrichting. Ook wanneer een ingreep voldoet aan de gestelde beleidsregels, maar de kwaliteit zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden, kan afgeweken worden. In deze gevallen kan het college van burgemeester en wethouders, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de Omgevingscommissie, afwijken van de beleidsregels. Afwijken van het advies Het college van burgemeester en wethouders volgt in zijn oordeel in principe het advies van de ambtelijke en onafhankelijke adviseurs. Het college kan afwijken van het advies op inhoudelijke gronden of om andere redenen, bijvoorbeeld van economisch of maatschappelijk belang. Indien het college afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van een vergunning gemotiveerd.
75
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
A
B
C
D
i
Mogelijkheid second opinion Het college van burgemeester en wethouders kan bij uitzonderlijke gevallen een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Een second opinion wordt pas gevraagd nadat de Omgevingscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het advies heeft gekregen. Zij stellen de Omgevingscommissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. De gemeente volgt daarbij het Protocol Second Opinion van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. Daarin is de te volgen procedure voor het aanvragen van een second opinion uiteengezet.
8.3. Handhaving
De gemeente Tilburg geeft met deze nota beoordelingskaders voor het in stand houden en bevorderen van goede omgevingskwaliteit. Dat betekent ook dat de gemeente zich zal inspannen voor de naleving daarvan. Voor de beleidsuitgangspunten met betrekking tot handhaving en beheer wordt verwezen naar het gemeentelijke handhavingsbeleid. Naleven van de vergunning Het toezicht uitoefenen op het bouwen volgens de verleende vergunning heeft tot doel om te controleren of de met de omgevingsvergunning beoogde kwaliteiten ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Als de bouwer zich strikt aan de vergunning houdt, is er niets aan de hand. Het komt echter voor dat bij
76
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
de uitvoering van het werk blijkt dat het werk op een andere wijze wordt uitgevoerd dan in de vergunning is vastgelegd. De toezichthouder van de gemeente die op gezette tijden het werk bezoekt, moet dan beoordelen of die andere uitvoering binnen de bestaande vergunning mogelijk is, dan wel of een nieuwe, wijzigingsvergunning moet worden aangevraagd. De veranderingen kunnen ook betrekking hebben op aspecten van omgevingskwaliteit. De toezichthouder past bij zijn taakuitoefening een zekere vrijheidsmarge toe voor de kleinere afwijkingen die als toelaatbaar beschouwd kunnen worden. Bij twijfel en in geval van belangrijke locaties zoals beschermd cultureel erfgoed wordt de afwijking voorgelegd aan het secretariaat van de Omgevingscommissie, zodat reactie mogelijk is. Indien nodig wordt de Omgevingscommissie om advies gevraagd. Illegaal bouwen Van illegaal bouwen is sprake als er geen vergunning is aangevraagd voor een bouwwerk terwijl dat wel nodig was. Handhavend optreden tegen illegale bouwwerken wordt ook overwogen indien sprake is van een exces. Daarbij speelt een belangrijke rol, of het bouwwerk vanaf het publieke domein zichtbaar is. Indien nodig wordt de Omgevingscommissie om advies gevraagd.
8.4. Excessenregeling
Als er sprake is van een exces kan de gemeente besluiten te handhaven en de eigenaar aan te schrijven. Bij het toepassen van deze excessenregeling moet er sprake zijn van een buitensporigheid. Dat is het geval wanneer iedereen kan zien dat het uiterlijk of de positionering van een bestaand bouwwerk (of deel daarvan) duidelijk afwijkt van de omgeving en sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke samenhang, kwaliteit en eigenheid van een plek. Hiernaast werken we als gemeente specifiek met een aanpak verloederde panden. Hierbij wordt op verschillende manieren (stimulering onderhoud, advisering verhuur, eventuele aankoop etc.) verloedering aangepakt. Deze aanpak, die verschilt van zacht tot hard, wordt afgestemd met de verschillende betrokken afdelingen (Handhaving , Wijken, E&A etc.) van de gemeente. Er kan sprake zijn van een exces bij: • verpaupering, verwaarlozing of ernstig achterstallig onderhoud; • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; • toepassing van felle, sterk afwijkende of contrasterende kleuren of materialen; • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; • armoedig materiaalgebruik; • te opdringerige reclames;
A
B
C
D
i
Enkele voorbeelden: • gebroken en ontbrekende ruiten en dichtgetimmerde raamopeningen; • afgebladderde verf en/of met geheel of gedeeltelijk verrotte houten delen; • daken welke zijn ingezakt, gescheurd en/of waarbij dakbedekking is verdwenen en/of gescheurd/ gebroken; • panden die voor het grootste gedeelte door brand en/of waterschade zijn aangetast; • gevels waarbij het constructieve verband duidelijk niet meer aanwezig is. Bij metselwerk gevels manifesteert zich dit in scheuren, het hier en daar ontbreken van metselwerk (voegen en/of stenen) en metselwerk wat niet meer waterpas is. Voor overige materialen analoog aan metselwerk; • het niet voortzetten van bouwwerkzaamheden aan een onvoltooid bouwwerk (langer dan 26 weken); • overig achterstallig onderhoud, zoals bijvoorbeeld lekkende en/of loshangende goten, defecte en/ of ontbrekende hemelwaterafvoeren, bemossing van gevels en kapotte en/of ontbrekende vloerafscheidingen (hekwerken) op balkons en galerijen; • graffiti, waarbij een ongewenst effect ontstaat op de omgeving/buitenruimte; • verkrotting, waarbij een negatief effect ontstaat met betrekking tot de buitenruimte/cultuurhistorische waarden;
77
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
• te nadrukkelijk en afwijkend kleurgebruik. Vanzelfsprekend afhankelijk van de situatie en de mate van verstoring; • een (permanente) reclame-uiting in de vorm van een buizenframe met doek. De genoemde voorbeelden geven enigszins inzicht in welke gevallen sprake kan zijn van een exces. De opsomming is niet volledig, er kunnen zich ook andere situaties voordoen waarbij sprake is van een te grove inbreuk op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving. Bij het beoordelen van een exces wordt altijd rekening gehouden met de kenmerken en waarden van de directe omgeving. Excessenregeling in het omgevingsplan Onder de wetgeving van voor de Omgevingswet, de voormalige Woningwet, mocht een bestaand bouwwerk niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Onder de Omgevingswet is deze wettelijke bepaling overgeheveld naar het tijdelijke omgevingsplan (artikel 22.7 van de bruidsschat).
A
B
C
D
i
DEEL C. SAMENHANGEND KWALITEITSSTELSEL Omgevingskwaliteit bereiken we samen met inwoners, initiatiefnemers en partners. Als gemeente nemen we verantwoordelijkheid voor het publieke belang en zorgen we voor een zorgvuldig proces waarin kwaliteit een evenredige plek krijgt in planbeoordeling. Dit deel beschrijft de kwaliteitsprocessen en –producten die nodig zijn om tot een integrale afweging van kwaliteitsambities te komen en geeft inzicht hoe dit binnen de gemeente is georganiseerd. Dit vormt tezamen een samenhangend kwaliteitsstelsel dat het streven naar omgevingskwaliteit stimuleert maar ook borgt.
78
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
9. Kwaliteitsadvisering en -processen 9.1 Adviseurs voor omgevingskwaliteit 9.2. Samenhang in adviesrollen 9.3. Kwaliteitsadvisering
79 79 81 82
10. Relatie met andere kwaliteitsinstrumenten 10.1. Gebiedsgerichte kwaliteitssturing 10.2. Stadsatelier 10.3. Ontwerpend onderzoek 10.4. Ontwerpersselecties 10.5 Stimuleren van talent
85 85 85 87 87 87
A
B
C
D
i
9. KWALITEITSADVISERING EN -PROCESSEN Kwaliteit ontstaat niet door ambities en regels alleen. Het is geen kwestie van het afvinken van de criteria. Kwaliteitsbeleid heeft vaak een ‘open’ karakter, bijvoorbeeld bij de eis dat een ontwikkeling in de omgeving moet passen. Dat is iets anders dan te zeggen dat je over smaak niet kunt twisten of dat kwaliteit nu eenmaal subjectief is. Kwaliteit moet besproken worden en daar passen open ambities en open regels bij. Dat maakt het mogelijk om samen met betrokkenen te zoeken naar de beste invulling. En om te zorgen dat men zich bij concrete initiatieven en ontwikkelingen aan de afspraken houdt. Over kwaliteit moet dus gepraat worden. Daarom maken we in de bestaande gemeentelijke processen, zoals het aanvragen van een vergunning, ruimte voor het gesprek over omgevingskwaliteit. Deskundige adviseurs spelen hierbij een belangrijke rol.
9.1. Adviseurs voor omgevingskwaliteit
De gemeente heeft verschillende interne en externe deskundigen aangesteld die adviseren over het behouden en versterken van goede omgevingskwaliteit. In deze paragraaf beschrijven we de verschillende adviesrollen en in de volgende paragraaf gaan we dieper in op de relaties van de verschillende adviseurs met de processen van de gemeente. De verschillende kwaliteitsadviseurs hebben ieder een eigen rol, maar werken samen aan beleid of
79
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
een plan met een gemeenschappelijk doel; namelijk dat nieuwe initiatieven bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit door bestaande kwaliteiten te respecteren en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. De kwaliteitsadviseurs gebruiken daarvoor de nota omgevingskwaliteit of aanvullend beleid zoals een gebiedsgericht kwaliteitskader of een beeldkwaliteitsplan. Ambtelijke adviseurs Ambtelijke plantoetsers Ambtelijke plantoetsers toetsen vergunningaanvragen aan geldende regels van het omgevingsplan, verordeningen en eventueel beleidsnota’s en adviseren het college over de vergunningverlening. Voor kleine, niet ingrijpende aanvragen kan de ambtelijke plantoetser ook een oordeel geven over de omgevingskwaliteit (zie ook hoofdstuk 7). Ambtelijke adviseurs De ambtelijke adviseurs, met name de stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten maar ook adviseurs op het gebied van ruimtelijk erfgoed, architectuur, duurzaamheid, wonen etc., begeleiden complexere initiatieven. Zij adviseren de initiatiefnemers over mogelijke aanpassingen in het ontwerp. Deze begeleiding wordt aangestuurd door de proces- of projectmanager. Ook adviseren ze de beleidsafdelingen over beleidsontwikkeling en mogelijke aanpassingen van bestaande beleidskaders.
Team omgevingskwaliteit Binnen het team Stedelijke Ontwikkeling werken beleidsadviseurs op het thema omgevingskwaliteit. Zij initiëren het gesprek en ontwikkelen instrumenten die bijdragen aan het stimuleren en borgen van omgevingskwaliteit aan de hand van het Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit (2024). Ook stellen zij het kwaliteitsbeleid op, actualiseren dit en hebben een adviserende rol in de bijbehorende adviesprocessen. De beleidsadviseur omgevingskwaliteit heeft een adviserende rol bij de organisatie en samenstelling van kwaliteitsteams en zorgt voor de samenhang en afstemming tussen de verschillende kwaliteitsteams en de omgevingscommissie. Het secretariaat van de omgevingscommissie valt ook onder dit team. Secretariaat omgevingscommissie Een efficiënte adviesketen vereist goede ondersteuning, zowel inhoudelijk als strategisch en secretarieel. Daarbij is een goede communicatie tussen het ambtelijk apparaat en de onafhankelijke adviseurs belangrijk. Zij moeten weten wat er gaande is om effectief mee te kunnen denken. Het secretariaat van de Omgevingscommissie bestaat uit deskundige adviseurs omgevingskwaliteit. Het secretariaat verzorgt de voorbereiding en verslaglegging van de vergaderingen van de omgevingscommissie. Daarnaast is het secretariaat gemandateerd om namens de commissie plannen te beoordelen. Binnen de ambtelijke organisatie verzorgt
A
B
C
D
i
het secretariaat het beleid voor omgevingskwaliteit en zorgt zij voor afstemming en draagvlak. Onafhankelijke externe adviseurs Omgevingscommissie Dit is de gemeentelijke adviescommissie die verplicht is onder de Omgevingswet (artikel 17.9 Ow). Deze commissie wordt door de raad ingesteld en bestaat uit zes deskundigen. De commissieleden zijn deskundig op het gebied van cultuur- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur. De commissie wordt uitgebreid met een extra lid ‘Toekomstbestendig ontwerpen en bouwen’ na vaststelling van het nog te ontwikkelen beleid Toekomstbestendig bouwen. De commissie adviseert over bouwplannen, stedenbouwkundige plannen, ontwerpen voor de openbare ruimte en over monumenten (zie ook hoofdstuk 11.3) en biedt ruimte voor het gesprek over kwaliteit. Daarnaast kan de commissie gevraagd en ongevraagd adviseren over beleidsontwikkelingen. De commissie kan leden en/of het secretariaat mandateren om namens de commissie te adviseren. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar en vinden elke woensdag in de oneven weken plaats. De commissie nodigt initiatiefnemers in een vroeg stadium uit om in een vooroverleg (na ambtelijke afstemming) de kwaliteiten van het plan te bespreken. Deze werkwijze bevordert een transparant en participatief proces, gericht op het realiseren van een hoogwaardige
80
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
omgevingskwaliteit in Tilburg. Wanneer plannen in een heel vroegtijdig stadium voorgelegd worden aan de commissie en er nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden bestaat er de mogelijkheid om deze plannen besloten te bespreken. Kwaliteitsteams Voor grotere ontwikkelingen en transformatiegebieden wordt een kwaliteitsteam aangesteld. Een kwaliteitsteam is intensief betrokken bij de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische ontwikkeling van het betreffende gebied, maar kan daarnaast ook expertise bevatten over bijvoorbeeld sociale vraagstukken in de fysieke leefomgeving of over economische aspecten. Een kwaliteitsteam inspireert en adviseert initiatiefnemers en hun ontwerpers en de ambtelijke afdelingen. Kwaliteitsteams worden ingericht vanuit de afdeling ruimte en gekoppeld aan gebieden. Bij de samenstelling en organisatie van het kwaliteitsteam wordt advies uitgebracht door het team omgevingskwaliteit en wordt de omgevingsmanager geconsulteerd. Het kwaliteitsteam bestaat uit minimaal 3 onafhankelijke leden en heeft in ieder geval een onafhankelijke voorzitter en een expert architectuur en stedenbouw (mag overlappend zijn). Het huidige kwaliteitsteam Spoorzone adviseert over de gehele binnenstad (incl. Spoorzone en Piushaven). Voor Tilburg West (incl. Kenniskwartier), Tilburg Zuid (incl. Stappegoor),
Tilburg Noord, de Oostflank (incl. de dorpen) en de bedrijventerreinen (incl. Wijkervoort) wordt gebiedsgerichte kwaliteitssturing ingericht. Per gebied worden eigen keuzes gemaakt in de kwaliteitssturing en de samenstelling, werkwijze en taken van kwaliteitsteams. Het college benoemt de leden op persoonlijke titel. Het kwaliteitsteam wordt ondersteund en gefaciliteerd door de projectleider/gebiedsontwikkelaar en de betrokken stedenbouwkundige van de betreffende gebiedsontwikkeling. Waar nodig vindt er ondersteuning plaats vanuit het secretariaat van de omgevingscommissie. Bij specifieke, kleinschalige opgaven met een bijzondere opgave is het aanstellen van een supervisor ook een mogelijkheid. Stichting SPOOR Als het gaat om kunst in het kader van stads- of gebiedsontwikkeling is stichting SPOOR het eerste aanspreekpunt. SPOOR is Tilburgs onafhankelijk expertisecentrum voor kunst in het publieke domein. Een belangrijke rol van SPOOR is het adviseren met betrekking tot kunst in de publieke ruimte. SPOOR ondersteunt en begeleidt de totstandkoming van kunstprojecten. In het adviestraject dat SPOOR hanteert hebben kunstdeskundigen én ‘staddeskundigen’ (inwoners) zitting in zogenoemde begeleidingscommissies die adviseren bij de opdrachtformulering, kunstenaarselectie, en bij de verschillende ontwerpfasen.
A
B
C
D
i
Planteams Bij grote ruimtelijke ontwikkelingen betrekt de gemeente in een vroeg stadium bewoners, wijk- en dorpsraden, verenigingen en andere betrokken partijen door een planteam samen te stellen. Met het planteam worden gedurende het proces meerdere inhoudelijke gesprekken gevoerd over de kwaliteiten van de ruimtelijke ontwikkeling. Het planteam heeft een adviesrol aan het college over de ruimtelijke ontwikkeling via het principe van gekwalificeerd adviesrecht.
9.2. Samenhang in adviesrollen
De genoemde adviseurs hebben ieder een eigen rol, maar werken regelmatig samen aan hetzelfde initiatief of project. Het is daarom belangrijk om helderheid te hebben in de rollen en de samenhang daartussen. Doel van de kwaliteitsadvisering is altijd dat nieuwe plannen en initiatieven bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit door bestaande kwaliteiten te respecteren en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Alle kwaliteitsadviseurs werken met de nota omgevingskwaliteit. Het secretariaat zorgt voor een goede afstemming en houdt een adviesdossier bij. Relatie Omgevingscommissie en kwaliteitsteam Bij het inrichten van het adviesproces voor omgevingskwaliteit bij grotere projecten en transformatiegebieden, heeft de gemeente verschillende mogelijkheden. Het voorkeursmodel van de gemeente is om te werken met een gebieds-
81
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
of themagericht kwaliteitsteam. Het kwaliteitsteam wordt samengesteld uit onafhankelijke adviseurs op specifieke expertises. Indien dit passend is kan een lid van de Omgevingscommissie zitting nemen in een kwaliteitsteam. Hiermee wordt er inhoudelijk een koppeling gemaakt tussen de Omgevingscommissie en het kwaliteitsteam. Het kwaliteitsteam adviseert en begeleidt ontwikkelingen in een vroegtijdig stadium. De Omgevingscommissie wordt bij de start van het kwaliteitsteam geïnformeerd. Daarnaast vindt er jaarlijks afstemming plaats over de ontwikkelingen in het betreffende gebied of thema. Het kwaliteitsteam is veelal betrokken vanaf de formulering van de opgave totdat de hoofdlijnen van het project vastgesteld zijn. Vervolgens neemt de Omgevingscommissie de adviesrol over. Het laatste advies van het kwaliteitsteam vormt daarbij het overdrachtsdocument. In dit model zijn taken en verantwoordelijkheden duidelijk gescheiden. Het kwaliteitsteam begeleidt het project vanaf de vroege fasen, zorgt ervoor - indien nodig - dat de kwaliteitskaders goed zijn opgesteld en is het aanspreekpunt voor de initiatiefnemers. De Omgevingscommissie adviseert over de vaststelling van eventuele aanvullende kwaliteitskaders en neemt vanaf het voorlopig ontwerp de beoordeling van het project over.
Minstens één keer per jaar organiseert de gemeente een overleg tussen de voorzitters van de kwaliteitsteams en de Omgevingscommissie.
A
B
C
D
i
9.3. Kwaliteitsadvisering
ise
rin
ON B E TW L
g
KO TER PP
dv
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
Omgevingsvisie
houding en handelen met als basis het streven naar goede omgevingskwaliteit.
sa
DS NG E I KE L I IK
82
eid
RI
NG
Omgevingsvergunning
KI DO NG OR -
BELEIDSCYCLUS (OVERHEID)
E
In de basis zijn er twee verschillende vormen van kwaliteitsadvisering: beleidsadvisering en planadvisering.
Toezicht en handhaving
UGLING E
VO
De jarenlange kwaliteitsbewaking met een breed georiënteerde afdeling ruimte, een omgevingscommissie en het inzetten van kwaliteitsteams bij grote gebiedsontwikkelingen sluit goed aan op de gewenste integrale aanpak. Met de veranderende tijdsgeest, gebiedsoverstijgende vraagstukken en het groeiend aantal gebiedsvisies en bouwplannen is er de behoefte om de kwaliteitsadvisering uit te breiden met een lid toekomstbestendig bouwen. Voor een goede kwaliteitsadvisering is de samenhang tussen beleid, uitvoering en advisering essentieel. De afdeling ruimte in combinatie met het huidige secretariaat van de Omgevingscommissie speelt daarbij een essentiële rol.
Monitoring en evaluatie
UIT
De bestaande kwaliteitsadvisering binnen de gemeente Tilburg kent een traditie van nuance en overleg. Al sinds 2012 werkt de gemeente met een breed samengestelde Omgevingscommissie, die in nauwe samenspraak met de afdeling Ruimte adviseert op bouwplannen, ruimtelijk erfgoed en de openbare ruimte. Daarnaast zijn bij grote gebiedsontwikkelingen zoals de Piushaven en de Spoorzone kwaliteitsteams ingericht.
bel
S EID R BEL WE
Programma
Omgevingsplan + beleidsregels
Beleidsadvisering Beleidsadvisering is gericht op de advisering over het ontwikkelen van beleid voor de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij over de algemene beleidskaders en niet over (de voorbereiding van) concrete planinitiatieven en de besluitvorming hierover. De beleidsadvisering is gericht op de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan of andere beleidsdocumenten die hieruit voortkomen. De advisering over beleidsvragen omvat in ieder geval het beleid voor omgevingskwaliteit: erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap en natuur, duurzaamheid. Maar kan ook betrekking hebben op het maatschappelijk draagvlak of regionale opgaven om te sturen op een bredere kwaliteitscultuur in de zin van
Strategische advisering Deze vorm van beleidsadvisering vraagt een andere werkwijze dan de advisering over planactiviteiten; het heeft bij voorkeur een vrije vorm, is strategischer van aard, gebeurt gevraagd en ongevraagd en vaker door middel van overleg en bijeenkomsten dan door formele schriftelijke adviezen. Voor een groot deel van beleidsadvisering en –ontwikkeling wordt ambtelijke deskundigheid ingezet, wel of niet ondersteund door externe adviseurs zoals de Omgevingscommissie. Planadvisering Planadvisering richt zich op het verbeteren van ruimtelijke plannen door samenwerking tussen initiatiefnemers, adviseurs en de gemeente. Hierbij worden plannen afgestemd op het publieke belang. Initiatiefnemers kunnen projectontwikkelaars, particulieren of de gemeente zelf zijn, bijvoorbeeld bij publiek-private samenwerking of bij projecten op gemeentelijke grond, zoals overheidsgebouwen of de inrichting van de openbare ruimte. Bij planadvisering wordt onderscheid gemaakt in advies over het formuleren van de opgave (opgavegerichte advisering), over de ontwerpkwaliteit (ontwerpgerichte advisering) en over de eindbeoordeling van de toelaatbaarheid van een activiteit (beoordelingsgerichte advisering). Voor effectieve en deugdelijke advisering is het van belang dat hetgeen wordt geadviseerd in de vroege fase van de opgave, ook doorwerking heeft in de eindfase.
A
B
C
D
i
Opgavegerichte advisering Wat kan een initiatief bijdragen aan omgevingskwaliteit in Tilburg? Wat en wie heb je daarvoor nodig? Opgavegerichte advisering vindt plaats bij de aanvang van een initiatief. Het gaat over wat een initiatief of project meer kwaliteiten aan de omgeving kan toevoegen dan alleen het programma, en hoe de gemeente vanuit haar rol hier de kaders voor kan meegeven. Dit vroege stadium biedt de mogelijkheid om zowel strategische als operationele kwaliteitsaspecten te bespreken, waardoor de opgave
er
Definitie en afbakening
Oplevering EX
PLO
ITATIE
IN
i se rin g adv
ht e
r ic
U I TWE
RK
IN
a d vis e
ge
NG
el
h te
Conceptplan
we
rp
REALISATIE
G
NI
rd
ric
Scenario’s
KE
oo
83
ge
VE R
Be
Definitief ontwerp
Programma
F
PROJECTCYCLUS (INITIATIEFNEMER)
IE AT
Omgevingsvergunning
gs
I
TI
Projectbeheersing
in
ing
Beheer en onderhoud
Opgaveg eric hte ad vis
t On
kan worden verrijkt met lokale waarden en behoeften. Deze aanpak sluit aan bij de uitnodigende cultuur die de gemeente Tilburg nastreeft, waarbij de gemeente een actieve rol speelt in het borgen van een goede omgevingskwaliteit. De drie fundamenten met de 13 basisregels (zie paragraaf 5.1) vormen het vertrekpunt voor het gesprek in deze fase. Ontwerpgerichte advisering Hoe kan een initiatief het beste bijdragen aan omgevingskwaliteit en de ambities van de omgevingsvisie? Ontwerpgerichte advisering vindt plaats in de fase tussen het programma van eisen tot en met het definitieve ontwerp. Hierbij ligt de focus op het bevorderen van de ontwerpkwaliteit van projecten. Deze fase is meer begeleidend en meedenkend van aard. Deze advisering is vaak niet formeel, niet schriftelijk, niet gericht aan het gemeentebestuur maar vindt plaats door sparren en schetsen, in een collegiale dialoog tussen de ontwerpers van het initiatief en de deskundigen die het publieke belang vertegenwoordigen. In Tilburg wordt deze advisering doorgaans verzorgd door ambtelijke ontwerpers, eventueel ondersteund door een kwaliteitsteam en/of de Omgevingscommissie. Het is daarbij essentieel dat continuïteit wordt gewaarborgd in het adviesproces en zorg wordt gedragen voor een naadloze overdracht van het adviesdossier naar de beoordelingsfase.
Beoordelingsgerichte advisering Past een vergunningaanvraag de beoordelingsregels en eventueel de interpretatie daarvan die in voorgaande adviesfasen is ontstaan? De beoordelingsgerichte advisering start wanneer de vergunningaanvraag wordt voorbereid of ingediend. Deze fase richt zich op de vraag of het initiatief voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan en eventuele beleidsregels. Het betreft hier de uitwerking van het ontwerp, inclusief aspecten als situering, inrichting, schaal, detaillering, materiaalen kleurgebruik, verduurzaming en respect voor bouwhistorie en eventuele monumentale details. Deze beoordeling fungeert als een onafhankelijk gewogen oordeel en dient als vangnet om de omgevingskwaliteit te waarborgen. In Tilburg is de Omgevingscommissie verantwoordelijk voor de beoordelingsgerichte advisering. In het omgevingsplan wordt aangegeven voor welke activiteiten advisering door de Omgevingscommissie en andere adviseurs verplicht is. Daarnaast kan het college van burgemeester en wethouders ook vrijblijvend advies vragen aan de Omgevingscommissie.
rin g
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
A
B
C
D
i
OVERZICHT ADVIESROLLEN Ambtelijk adviseurs
Secretariaat
Omgevingscommissie
Supervisor/ kwaliteitsteam
BELEIDSADVISERING
Beleidsgericht
√
√
√
√
PLANADVISERING
Opgavegericht
√
√
√
√
Ontwerpgericht
√
√
√
√
√
√
Beoordelingsgericht
84
Ambtelijk plantoetsers
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
√
A
B
C
D
i
10. RELATIE MET ANDERE KWALITEITSINSTRUMENTEN In hoofdstuk 9 zijn de rollen en processen rondom kwaliteitsadvisering beschreven. Voor een juiste en consistente advisering zijn er in het uitvoeringsplan omgevingskwaliteit verschillende instrumenten en producten opgenomen die bijdragen aan het realiseren van kwaliteit en het ontwikkelen van een sterke ontwerp- en bouwcultuur. Een goede kwaliteitsadvisering zorgt samen met deze instrumenten voor een samenhangend kwaliteitsstelsel. In dit hoofdstuk zijn de instrumenten kort toegelicht.
10.1. Gebiedsgerichte kwaliteitssturing
Gebiedsgerichte kwaliteitskaders Samen met partners uit de stad wordt in de verschillende gebieden in Tilburg gewerkt aan gebiedsperspectieven en - visies. In deze gebiedsperspectieven worden uitspraken gedaan over programmatische en sociale opgaven in de gebieden. Daarnaast bevatten de gebiedsperspectieven een agendering voor de ruimtelijke opgaven die in het gebied gaan landen. Het gebiedsperspectief stelt echter geen kwaliteitsambitie vast. Hiervoor kunnen gebiedsgerichte kwaliteitskaders worden opgesteld. Binnen dit kwaliteitskader vindt een verdieping plaats ten opzichte van het ruimtelijke weefsel, dat in hoofdstuk 3 van deze nota is opgenomen. Vanuit de analyse en waardering van bestaande kwaliteiten worden kwaliteitsambities en uitgangspunten op gebiedsniveau vastgesteld. Hiermee ontstaat er een eenduidig vertrekpunt voor alle ontwikkelingen en initiatieven, groot en klein, binnen dit gebied. Het gebiedsgerichte kwaliteitskader zorgt voor samenhang en overzicht tussen alle verschillende projecten, die in
85
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
verschillende fases zitten en over meerdere schaalniveaus verdeeld zijn. Door het gebiedsgerichte kwaliteitskader uit te werken aan de hand van het ruimtelijke systeem in deze nota is er ook automatisch een inhoudelijke koppeling naar het schaalniveau van de stad. De gebiedsgerichte kwaliteitskaders zijn ontwikkelgericht en worden door de raad vastgesteld als aanvulling op deze nota. Beeldkwaliteitsplan Op een kleiner schaalniveau binnen een gebied geeft een beeldkwaliteitsplan nog concreter invulling aan de kwaliteitsambitie. Dit is wenselijk bij grotere ontwikkelingen waar nog geen gebiedsgericht kwaliteitskader aanwezig is of wanneer dit kader aangevuld moet worden met specifieke kwaliteitsambities op de betreffende locatie. Dit betreft vaak locaties waar grote ruimtelijke veranderingen optreden of waar bestaande ruimtelijke identiteiten beschermd en doorontwikkeld worden. Door beeldkwaliteitsplannen vast te stellen als aanvulling op de nota omgevingskwaliteit, blijft de nota het centrale beleidskader voor het kwaliteitsbeleid. Bovendien krijgen de beeldkwaliteitsplannen hiermee een duidelijke (juridische) status.
projecten. In gevallen van grote impact moet de visie op omgevingskwaliteit uitgewerkt worden tot een beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan wordt gebruikt ter onderbouwing van de besluitvorming. De motiveringsplicht neemt toe naarmate de ingreep meer impact heeft. Daarom geldt in alle gevallen: de omvang en diepgang van het beeldkwaliteitsplan is afhankelijk van de aard en de impact van de ingreep.
10.2. Stadsatelier
Het Stadsatelier is een ontwerpatelier voor de stad en de dorpen, waar ontwerpend onderzoek kan worden gedaan naar gebieds- en themagerichte vraagstukken. Het Stadsatelier biedt een veilige en vrije ontwerp- en denkruimte, waarin gebieden, opgaven en mogelijke oplossingen in onderlinge samenhang kunnen worden verkend en waar het gesprek gevoerd kan worden over opgaven van vandaag en de toekomst. Het Stadsatelier speelt daarmee een belangrijke rol binnen het beoogde integrale kwaliteitsbeleid van de gemeente. Dit instrument biedt namelijk de mogelijkheid om al in een vroeg stadium van ontwikkelingen te kunnen sturen op kwaliteit in brede zin. Het stadsatelier wordt geïnitieerd en georganiseerd door de gemeente.
Wie maakt een beeldkwaliteitsplan? Een beeldkwaliteitsplan wordt vaak opgesteld door de initiatiefnemer van een project. Bij grotere ingrepen met veel betekenis, vraagt de gemeente aan initiatiefnemers om duidelijk te maken welke bijdrage het initiatief levert aan de omgevingskwaliteit. Daarom is een visie op omgevingskwaliteit een indieningsvereiste voor initiatieven en
A
B
C
D
i
86
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
A
B
C
D
i
10.3. Ontwerpend onderzoek
Binnen het kwaliteitsstelsel van de gemeente wordt ontwerpend onderzoek ingezet als een instrument om complexe, meerduidige opgaven te onderzoeken. Dit doen we onder meer in het stadsatelier. Het maken van ontwerpen wordt hierbij als middel ingezet om gezamenlijk opgaven te onderzoeken en te definiëren, mogelijke toekomsten te verkennen en te verbeelden, en belanghebbenden met elkaar te verbinden rond een gedeeld doel. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij uitgangspunt. Door het samenbrengen van verschillende disciplines en expertises kunnen nieuwe verbanden en mogelijke oplossingen ontstaan.
10.4. Ontwerpersselecties
De ontwerpersselectie speelt een belangrijke rol binnen het beoogde integrale kwaliteitsbeleid van de gemeente. Dit instrument biedt de mogelijkheid om al in een vroeg stadium van projecten en ontwikkelingen te kunnen sturen op kwaliteit, door de juiste expertise en ontwerpkracht te betrekken bij opgaven. Door die koppeling goed te organiseren, te zorgen voor een transparant proces en dat goed te begeleiden kan maximale meerwaarde worden gecreëerd met een kwalitatief hoogwaardig eindresultaat. Leidraad Ontwerpersselecties De Tilburgse leidraad voor ontwerpersselecties geeft richting en houvast aan opdrachtgevers bij het organiseren van ontwerpersselecties.
87
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
Het biedt de gemeente een hulpmiddel om haar opdrachtgeverschap zorgvuldig en consistent tot uitvoering te brengen. En het biedt een kader om eenduidig, transparant en op kwaliteit gericht beleid ten aanzien van ontwerpersselecties te voeren. Bovendien vormt de leidraad ook een belangrijk instrument om een gezonde en voorbeeldstellende ontwerp- en bouwcultuur te bevorderen in Tilburg. Transparantie en openheid in ontwerpselecties dragen bij aan een cultuur van betrokkenheid en toewijding en een gezond klimaat waarin opdrachtgevers en ontwerpers elkaar uitdagen en scherp houden. Open Oproep De leidraad voor ontwerpersselecties biedt een kader waarmee alle gemeentelijke ontwerpopdrachten - van stedenbouwkundige studies tot het ontwerp van een publiek beeldbepalend gebouw - op een eenduidige, transparante en op kwaliteit gerichte wijze aanbesteed kunnen worden. Geïnspireerd op de Open Oproep en de Pilootprojecten van de Vlaams Bouwmeester verkent de gemeente daarnaast hoe door middel van open uitvragen ontwerpkracht kan worden georganiseerd voor impactvolle projecten en vraagstukken, om zo maatschappelijke ambities en vernieuwing aan te jagen.
10.5 Stimuleren van talent
Binnen het kwaliteitsstelsel wordt gestreefd naar een ontwerpveld waarin ruimte is voor vernieuwing,
verscheidenheid en talentontwikkeling en waarin rekening wordt gehouden met een diversiteit aan ontwerpers. Actief wordt ruimte geboden aan jonge, opkomende, talentvolle ontwerpers. Dit bevordert een meer representatief en toekomstgericht opdrachtgeverschap en een voorbeeldstellende ontwerp- en bouwcultuur. Ruimte voor talent is er onder meer in ontwerpersselecties. Zo schrijft de Leidraad Ontwerpersselecties voor om in onderhandse aanbestedingen bewust kansen te bieden aan talent. Daarnaast worden openbare aanbestedingen breed toegankelijk opgezet. Te strikte eisen worden vermeden die kleine of opkomende talentvolle ontwerpers kunnen uitsluiten. Bij ontwerpend onderzoek wordt nadrukkelijk ook jong talent betrokken. Dit geeft een frisse blik en nieuwe perspectieven op complexe ruimtelijke vraagstukken. Zo krijgt talentontwikkeling een prominente rol in het stadsatelier, bijvoorbeeld in de vorm van samenwerkingen met onderwijsinstellingen, en wordt ontwerptalent ingezet bij ontwerpend onderzoek. Hierbij wordt ook voorbij de landsgrenzen gekeken, zoals in de samenwerking met Europan. Daarnaast wordt jong talent uit de regio actief benaderd, bijvoorbeeld door Archiprix genomineerden hun afstudeerplannen te laten presenteren aan de gemeente.
A
B
C
D
i
DEEL D. DOORWERKING EN VERDIEPING In deel D is de beleidsmatige en juridische context van de nota omgevingskwaliteit onder de Omgevingswet opgenomen. De uitwerking van de nota als thematisch omgevingsprogramma en de relatie van dit programma met de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning wordt hier nader omschreven.
88
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
11. Een programma omgevingskwaliteit 11.1. Beleidscyclus 11.2. Programma met beleidsregels 11.3. Uitwerking in het omgevingsplan 11.4. Participatie van inwoners en belanghebbenden
89 89 91 91
12. Uitvoering 12.1. Uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit 12.2. Evaluatie en actualisatie uitvoeringsplan
96 96 96
A
B
C
D
95
i
11. EEN PROGRAMMA OMGEVINGSKWALITEIT 11.1. Beleidscyclus
De nota omgevingskwaliteit wordt na vaststelling door de gemeenteraad omgezet naar een omgevingsprogramma. Dat betekent ook dat de het programma ook in het Digitale Stelsel Omgevingswet wordt gepubliceerd. Het programma is daarna automatisch te zien in het Omgevingsloket, in het onderdeel Regels op de kaart. Iedereen kan dan op de kaart zien welke beoordelingsregels waar gelden. Het programma wordt door het college vastgesteld. Hiermee maakt het formeel onderdeel uit van de beleidscyclus onder de Omgevingswet. De beleidscyclus zorgt voor een dynamisch beleid door een continu proces van opstellen en evalueren van het beleid. Zo nodig wordt het beleid, of de regels die op dit beleid zijn gebaseerd, bijgesteld. De beleidscyclus kent vier fasen: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Het programma omgevingskwaliteit wordt elke vijf jaar geëvalueerd en waar nodig aangepast. Ook kan het college tussentijds aanvullingen of aanpassingen vaststellen. Bijvoorbeeld als voor een thema of gebied een nieuwe uitwerking wordt voorgesteld of als de beleidsregels aangepast moeten worden. Wijzigingen aan de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken worden altijd voor vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Dat is wettelijk verplicht conform artikel 4.19 van de Omgevingswet.
89
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
De beleidsregels in deel B worden gekoppeld aan regels in het omgevingsplan. Hierbij krijgt het de juridische verankering in het omgevingsplan om ingrepen (activiteiten) te kunnen beoordelen. Zie daarvoor ook paragraaf 11.3.
Beleidsontwikkeling: Dit is de visievormende fase, vastgelegd in een omgevingsvisie met strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving. Input komt uit de terugkoppelingsfase via monitoring en evaluatie. De visie kan worden aangepast op basis van input uit de terugkoppelingsfase. Beleidsdoorwerking: Met thema- of gebiedsgerichte programma’s kan de visie verder uitgewerkt worden in doelen en maatregelen. In het omgevingsplan wordt het beleid juridisch vastgelegd, bijvoorbeeld via omgevingswaarden of regels. Het omgevingsplan bevat juridische regels die voor iedereen bindend zijn. In het omgevingsplan hoort ook een beoordelingsgrondslag voor omgevingskwaliteit. Activiteiten zoals bouwen, aanleggen of slopen kunnen invloed hebben op omgevingskwaliteit. Om dat te borgen kunnen omgevingsplanregels worden opgenomen die verwijzen naar beleidsregels. De Omgevingswet stuurt aan op meer flexibiliteit, meer afwegingsruimte. Dat betekent o.a. werken met open
normen in het omgevingsplan en uitwerking in interpreterende beleidsregels. Beleidsregels bieden meer flexibiliteit dan bindende voorschriften in het omgevingsplan. Ze vormen daarmee een kader waarbinnen de gemeente haar afweging maakt. Uitvoering: Initiatiefnemers zoals inwoners, bedrijven en overheden realiseren projecten en voeren activiteiten uit. Zij dragen verantwoordelijkheid en moeten voldoen aan de vastgestelde normen en regels. Waar nodig verleent de overheid toestemming via een omgevingsvergunning of een projectbesluit. Terugkoppeling: Toezicht, handhaving en monitoring evalueren of beleidsdoelen worden gehaald. Indien nodig wordt beleid bijgesteld. De vorm van terugkoppeling hangt af van de gekozen instrumenten: bij juridische regels ligt de nadruk op handhaving, bij programma’s op monitoring en evaluatie.
A
B
C
D
i
KO
UG
NT
Omgevingsvisie: visie en opgaven
KE
LIN
T ER
SO
IK
IN
G
KIN ER
Toezicht
Omgevingsplan: regels fysieke leefomgeving
O
O
ER
Programma: uitwerking beleid maatregelen
RW
Activiteiten: algemene regels
G
Omgevingsvergunning: toetsing
O
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
EID
Monitoring en Evaluatie
TV
90
Handhaving
UI
Uitvoering: Initiatiefnemers zoals inwoners, bedrijven en overheden realiseren projecten en voeren activiteiten uit. Zij dragen verantwoordelijkheid en moeten voldoen aan de vastgestelde normen en regels. Waar nodig verleent de overheid toestemming via een omgevingsvergunning of een projectbesluit.
E PP
BE L
G LIN
W
Terugkoppeling: Toezicht, handhaving en monitoring evalueren of beleidsdoelen worden gehaald. Indien nodig wordt beleid bijgesteld. De vorm van terugkoppeling hangt af van de gekozen instrumenten: bij juridische regels ligt de nadruk op handhaving, bij programma’s op monitoring en evaluatie.
G
BE
D LEI
SD
Beleidsontwikkeling: Dit is de visievormende fase, vastgelegd in een omgevingsvisie met strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving. Input komt uit de terugkoppelingsfase via monitoring en evaluatie. De visie kan worden aangepast op basis van input uit de terugkoppelingsfase. Met thema- of gebiedsgerichte programma’s kan de visie verder uitgewerkt worden in doelen en maatregelen.
Beleidsdoorwerking: Hier wordt het beleid juridisch vastgelegd, bijvoorbeeld via omgevingswaarden of regels. Het omgevingsplan bevat juridische regels die voor iedereen bindend zijn. In het omgevingsplan hoort ook een beoordelingsgrondslag voor omgevingskwaliteit. Activiteiten zoals bouwen, aanleggen of slopen kunnen invloed hebben op omgevingskwaliteit. Om dat te borgen kunnen omgevingsplanregels worden opgenomen die verwijzen naar beleidsregels. De Omgevingswet stuurt aan op meer flexibiliteit, meer afwegingsruimte. Dat betekent o.a. werken met open normen in het omgevingsplan en uitwerking in interpreterende beleidsregels. Beleidsregels bieden meer flexibiliteit dan bindende voorschriften in het omgevingsplan. Ze vormen daarmee een kader waarbinnen de gemeente haar afweging maakt.
A
B
C
D
i
11.2 Programma met beleidsregels
Het programma wordt vastgesteld door het college als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet. Bij vaststelling van het programma kan het college uitvoering geven aan het programma en gebruik maken van de opgenomen beleidsregels in deel B. De definitie van een beleidsregel staat in artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.3 van de Awb geeft regels over beleidsregels, bijvoorbeeld wie beleidsregels mag vaststellen en wanneer je mag afwijken. De beleidsregels ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken in hoofdstuk 6 en 7 worden door de gemeenteraad vastgesteld conform artikel 4.19 van de Omgevingswet. Hiermee wordt de verplichting van het voormalige artikel 12a van de Woningwet ten aanzien van opstellen van een welstandsnota inhoudelijk voortgezet. Het programma en de beleidsregels zijn zelfbindend. Dit betekent dat het alleen bindend is voor het college. Een programma kan inwoners en bedrijven stimuleren om die dingen te doen, die helpen om de doelstellingen te behalen. Beleidsregels hebben een andere werking dan het andere beleid in het programma. Daarom zijn deze herkenbaar in deel B opgenomen. De beleidsregels in deel B worden gekoppeld aan regels in het omgevingsplan waardoor deze het afwegingskader vormen voor bepaalde activiteiten, zoals bouw-, monument- en aanlegactiviteiten.
91
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
MER-plicht Als een programma een kader vormt voor projecten genoemd in Bijlage V Omgevingsbesluit en boven de drempelwaarde uitkomt, of als er bij de voorbereiding een passende beoordeling moet worden gemaakt, dan is er sprake van een plan-m.e.r.-plicht. Met het programma Omgevingskwaliteit wordt echter geen extra ontwikkelmogelijkheid geboden voor bouwen inrichtingsprojecten en het programma heeft geen directe gevolgen voor het milieu. Het stelt alleen extra voorwaarden aan de beoogde ontwikkelingen en plannen van gemeente en initiatiefnemers Derhalve is geen sprake van een mer-(beoordelings)plicht.
Spoor 3: Nieuwe thema’s die voor het heel Tilburg van toepassing zijn worden apart uitgewerkt en toegevoegd. Omgevingskwaliteit is zo’n nieuw thema en is nog niet geregeld in bestaande bestemmingsplannen. Er wordt daarom prioriteit gegeven aan dit onderwerp om als een van de eerste uitwerking op te nemen in het omgevingsplan. Dit betekent bijvoorbeeld uitwerking van zorgplichten en een beoordelingsgrondslag voor omgevingskwaliteit bij verschillende ingrepen in de fysieke leefomgeving, zoals bouw-, aanleg- of monumentenactiviteiten.
11.3. Uitwerking in het omgevingsplan
Uiteindelijk zorgt het nieuwe omgevingsplan voor de juridische borging van de kwaliteitsbeoordeling en -advisering. Op dit moment werkt de gemeente met een tijdelijk omgevingsplan. De Roadmap Omgevingsplan (2024) voorziet in een aanpak om voor eind 2031 te komen tot een volwaardig omgevingsplan. Hiervoor is een continu en een zich steeds herhalend proces van leren en bijstellen ingezet. Dat gebeurt langs verschillende parallel lopende sporen. Spoor 1: Nieuwe gebiedsontwikkelingen worden gelijk geregeld in nieuwe (deel)omgevingsplannen en BOPA’s Spoor 2: Bestaande ruimtelijke regels (zoals bestemmingsplannen) worden gebiedsgericht ‘verhuisd’ naar het nieuwe omgevingsplan.
A
B
C
D
i
Tevens wordt in het omgevingsplan door de gemeenteraad aangegeven wanneer het college van burgemeester en wethouders de Omgevingscommissie of andere adviseurs om advies moet vragen. Het is ook mogelijk dat onderdelen van deze nota omgezet worden naar regels in het omgevingsplan. Hieronder wordt voor een aantal aspecten uitleg gegeven over de doorwerking naar het omgevingsplan. Zorgplicht Iedereen moet voldoende zorg dragen voor de fysieke leefomgeving (artikel 1.6 Omgevingswet). Nadelige gevolgen van activiteiten moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt en als dat niet kan moet de activiteit achterwege gelaten worden (artikel 1.7 Omgevingswet). Bovendien is het verboden een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan (artikel 1.7a Omgevingswet). De gemeente kan deze zorgplicht handhaven door direct optreden door het opleggen van een maatwerkvoorschrift, mits het omgevingsplan deze mogelijkheid biedt. Onder de wetgeving van voor de Omgevingswet, de voormalige Woningwet, mocht een bestaand bouwwerk niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Onder de Omgevingswet is deze wettelijke bepaling overgeheveld naar het tijdelijke omgevingsplan in artikel 22.7 van de bruidsschat voor het omgevingsplan.
92
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
In het nieuwe omgevingsplan kan deze excessenregeling in verder uitgewerkt worden als specifieke zorgplicht voor ontsiering van de omgeving. Deze vervangt dan de regeling voor repressief toezicht uit het tijdelijke omgevingsplan (bruidsschat). Dit kan als volgt worden verwoord: Eenieder die een bouwwerk in stand houdt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een bouwwerk leidt tot ernstige ontsiering van de omgeving is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze ontsiering te voorkomen. Het college van burgemeester en wethouders kan met het oog op het belang, bedoeld in artikel [verwijzing naar oogmerk voor in stand houden bouwwerk] bij ernstige ontsiering een maatwerkvoorschrift [1] opleggen met het doel de ontsiering op te heffen. [2] Vanuit een bredere benadering van omgevingskwaliteit zoals bedoeld in deze nota kan ook een algemene zorgplicht in het omgevingsplan worden opgenomen voor alle activiteiten. Dit kan als volgt worden verwoord: Eenieder die een situatie in de fysieke leefomgeving in stand houdt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die kan leiden tot aantasting van de bestaande omgevingskwaliteit beoordeeld naar de beoordelingsregels in het omgevingsplan en uitwerking
in beleidsregels, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze aantasting te voorkomen. Het college van burgemeester en wethouders kan met het oog op het belang, bedoeld in artikel [verwijzing naar algemene doelen omgevingsplan] bij aantasting een maatwerkvoorschrift opleggen met het doel de aantasting op te heffen. Van aantasting is sprake als een situatie ernstig afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit zoals bedoeld en verwoord in deze nota en uitwerkingen daarvan. Bij het opstellen van het nieuwe omgevingsplan zal de precieze formulering van de zorgplicht uitgewerkt worden. [1] Een maatwerkvoorschrift is een specifiek voorschrift voor een activiteit voor individuele gevallen en staat in een apart maatwerkbesluit. Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag een concrete plicht opleggen om iets te doen of juist na te laten. Als niet tijdig aan het opgelegde maatwerkvoorschrift wordt voldaan kan handhavend worden opgetreden. Het maatwerkvoorschrift werkt dus als een uitwerking van de zorgplicht. [2] Het college neemt hierover een besluit. Over dat besluit kan bezwaar worden ingediend.
A
B
C
D
i
Algemene regels In het omgevingsplan kunnen algemene regels opgenomen die altijd gelden. Het streven van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk via algemene regels, in plaats van via vergunningplichten te reguleren en onder andere daarmee zorg te dragen voor een snellere besluitvorming. Dit Programma Omgevingskwaliteit maakt onderscheid in gebieden en beleidsniveaus. Dat kan gebruikt worden voor genuanceerd algemene regels op te stellen voor bepaalde activiteiten in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwactiviteiten. Bij het opstellen van de algemene regels voor bouwactiviteiten kunnen de criteria uit hoofdstuk 6 (deels) overgeheveld worden naar het nieuwe omgevingsplan. Per beleidsniveau kan worden besloten of de criteria als algemene regel wordt opgenomen, of als beoordelingsregel gekoppeld aan een vergunningplicht. Zo kan voor gebieden waar de regie is gericht op ‘beschermen’ zoals bij beschermd erfgoed ook voor bepaalde kleine bouwplannen een vergunningplicht worden opgenomen, terwijl dat voor gebieden waar de regie is gericht op ‘basis’ als algemene regels wordt opgenomen. Dan is dus onder de gestelde voorwaarden geen vergunning nodig en kan de gemeente alleen handhavend optreden.
93
Nota omgevingskwaliteit Tilburg
Vergunningplichten en beoordelingsregels Beoordelingsregels in het omgevingsplan zijn bedoeld voor vergunningsplichtige activiteiten. Ze kaderen de afweging om wel of geen omgevingsvergunning te verlenen. Beoordelingsregels kunnen gesloten of open zijn. Voor bepaalde kleine bouwplannen kunnen gesloten regels voldoende duidelijkheid bieden. Hierbij kan rekening worden gehouden met de criteria voor kleine bouwplannen zoals opgenomen in hoofdstuk 7. Voor andere activiteiten zijn open beoordelingsregels mogelijk. Deze open regels kan een nadere interpretatie en afweging vragen in het licht van een concrete activiteit. Open regels in het omgevingsplan kunnen daarom uitgewerkt worden in een beleidsregel. Voor het uiterlijk van bouwwerken is dat zelfs verplicht (art. 4.19 Omgevingswet) als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken. Deel B van dit programma vormen de beleidsregels voor bouwwerken, monumenten en inrichting van open ruimte. Het is dus belangrijk bij het opstellen van het omgevingsplan om rekening te houden met de beleidsregels en bij de omgevingsplanregels daarnaar te verwijzen.