CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Omgevingskwaliteit (d.d. 30-09-2025)

Raadsvergadering 24 november 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota Omgevingskwaliteit37.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bijvoorbeeld

29

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

met een interactieve kaart of bij het opstellen van gebiedsvisies. Zo ontstaat een breed gedragen beeld van collectieve waarden dat richting kan geven aan functies, planontwikkeling en ontwerp. Zie bijlage 1 voor meer informatie op dit thema.

‘Een nieuwe torenspits’ In 1992 werd de torenspits van de Sacramentskerk wegens instortingsgevaar verwijderd onder protest van de omwonenden. In 2005 werd de kerk aan de eredienst onttrokken. In 2017 werden het schip en het koor van het kerkgebouw gesloopt. De toren en de facade werden behouden en in de toren werd een woning gemaakt. In datzelfde jaar richtte een groep omwonenden de stichting Spits Armhoefse Akkers op, vernoemd naar de wijk waar de kerk stond. Na decennia van inspanningen, beraadslagingen en vooral doorzettingsvermogen heeft de initiatiefgroep het voor elkaar gekregen dat er in 2025 een nieuwe spits, ontworpen door architect en wijkbewoner Jos ten Brink, op de toren is gehesen, die is voorzien van een zelfgenererend lichtkunstwerk door kunstenaar Sigrid Calon. De spits weerspiegelt overdag de lucht en toont in de avond een langzaam veranderend patroon van vormen en kleuren.

Een van de initiatiefnemers: “Veel mensen zijn in deze kerk gedoopt, getrouwd, of hun ouders zijn er begraven. Kerken herinneren aan die collectieve geschiedenis. Hier maak je het oude verleden relevant voor de huidige tijd.” Het kunstwerk markeert dat verleden en draagt bij aan de identiteit van de wijk: dit zijn wij! Van verre fungeert het als een baken en roept voor velen een ‘we-zijn-weerthuis’ gevoel op.

A

B

C

D

i

3.2. Gebiedsgericht kwaliteitskader Het ruimtelijk weefsel op gemeentelijk niveau vormt een basis om te sturen op de gewenste kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. We streven hierbij naar aansluiting op en versterking van dit weefsel. Voor de afzonderlijke gebieden zijn de ruimtelijke opgaven vastgelegd in gebiedsperspectieven, -programma’s, -visies of koersdocumenten. Om hierbij goed te kunnen sturen op de gewenste omgevingskwaliteit is verdieping van de kennis van het ruimtelijk weefsel nodig in de vorm van gebiedsgerichte kwaliteitskaders.

en de openbare ruimte. Het helpt gebiedsambities op projectniveau verder uit te werken zonder het ontwerp al vast te leggen. Een beeldkwaliteitsplan is vooral geschikt voor grotere of gefaseerde ontwikkelingen met meerdere partijen. De gemeenteraad stelt zowel gebiedsgerichte kwaliteitskaders als beeldkwaliteitsplannen vast als beleidsregel, als aanvulling op de Nota Omgevingskwaliteit. Zo ontstaat een consistent stelsel

van instrumenten dat richting geeft aan de gewenste omgevingskwaliteit op verschillende schaalniveaus. Instrumenten per schaalniveau De Nota Omgevingskwaliteit werkt op drie niveaus: gemeente, gebied en project. Op elk niveau zijn instrumenten beschikbaar die samen één consistent stelsel vormen. Zo ontstaat een doorlopende lijn van visie tot uitvoering, waarmee sturing wordt gegeven op omgevingskwaliteit.

In een gebiedsgericht kwaliteitskader worden de karakteristieken en kwaliteiten van een gebied benoemd, waarbij de relatie wordt gelegd met de meer opgavegerichte gebiedsperspectieven/-programma’s. Het vormt een inspiratie- en toetsingsdocument en verbindt de schaal van de stad met die van de concrete projecten. Het bouwt voort op het gemeentelijk ruimtelijk weefsel en biedt ruimte om specifieke thema’s (zoals verdichting of toekomstbestendig bouwen) gebiedsgericht en concreet uit te werken. Het kwaliteitskader kan voortkomen uit een gebiedsbiografie die de identiteit van een gebied beschrijft. Op projectniveau is vaak een aanvullend beoordelingskader nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan. Dit heeft een ontwikkelgericht karakter en bevat ambities en criteria voor gebouwen

30

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

GEMEENTE Nota omgevingskwaliteit: Omvat het gemeentelijk kwaliteitsbeleid op basis van de ambities in de omgevingsvisie. Geeft kaders voor alle schaalniveaus, maar niet altijd concrete uitwerking op gebieds- of projectniveau. Wordt vastgesteld door de gemeenteraad. GEBIED Gebiedsbiografie: Geeft inzicht in de ontwikkeling en context van een gebied en benoemt landschappelijke, stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden. Dient als identiteits- en tijdsdrager met een analyse van bestaande kwaliteiten en tekortkomingen. Kan basis zijn of onderdeel uitmaken van een gebiedsgericht kwaliteitskader. Waar nodig leidt dit tot bescherming van waardevolle objecten, ensembles en structuren in het omgevingsplan. Gebiedsgericht kwaliteitskader: Verdiept het ruimtelijk weefsel naar gebiedsniveau en omvat beschrijvingen, richtlijnen en gebiedscriteria. Biedt ruimte voor thema’s als verdichting of toekomstbestendig bouwen. Het resultaat is een visie op de gebouwde en openbare ruimte, gekoppeld aan een beoordelingskader dat richting geeft aan ruimtelijke initiatieven. Wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de Nota Omgevingskwaliteit. PROJECT

Beeldkwaliteitsplan: Aanvullend beoordelingskader op projectniveau, voortkomend uit ontwerpend onderzoek. Heeft een ontwikkelgericht karakter en helpt gebiedsambities op projectniveau verder uit te werken zonder het ontwerp al helemaal uit te denken. Bevat ambities en criteria voor gebouwen, stedenbouw en openbare ruimte. Wordt als beleidsregel vastgesteld door de gemeenteraad, als aanvulling op de Nota Omgevingskwaliteit.

31

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

4. STUREN OP KWALITEIT 4.1. Vormen van kwaliteitssturing

Elk gebied verdient specifieke aandacht voor de aanwezige karakteristieken zodat bij ontwikkelingen de identiteit van het gebied en de gehele gemeente wordt versterkt. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn voor ontwikkeling, vernieuwing en individuele (woon)wensen. Dat vraagt een genuanceerde sturing op kwaliteit die per gebied en afhankelijk van het initiatief kan verschillen. De basis hiervoor wordt gelegd met verschillende vormen van kwaliteitssturing; standaard, maatwerk, sturing bij grote ontwikkelingen en minimale sturing.

‘Kwaliteitsambities’ De gemeente geeft prioriteit aan de kwaliteitsambitie in de gebieden waar de opgaven groot zijn zoals bij grote ontwikkelingen in Tilburg West, Tilburg Noord, Tilburg Zuid, de Oostflank en de bedrijventerreinen. Voor andere gebieden zoals de Oude stad, Spoorzone, Piushaven en de binnenstad houden we de koers aan van het vastgestelde beleid, zoals het koersdocument Spoorzone, de routekaart ruimtelijk erfgoed en het hoogbouwbeleid. Voor gebieden waar de bouwopgave minder groot is, zoals De Reeshof en De Blaak, staat het behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten voorop.

32

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

De gemeente stuurt op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving via regelgeving en processen voor kwaliteitsbeoordeling en -advisering. Bij elke ontwikkeling is de gemeente actief betrokken. De mate waarop kan verschillen. Dat hangt onder meer af van de opgave, de aanwezige kwaliteiten, het gebruik en de mate van openbaarheid, diversiteit en dynamiek van een gebied. Om hier richting aan te geven, onderscheiden we in deze nota vier vormen van kwaliteitssturing. 1. Standaard Bij standaard kwaliteitssturing staat het behoud en versterken van een hoge kwaliteit voorop. De kwaliteit kan per gebied verschillen en wordt bepaald door de beleving van aanwezige karakteristieken, de aanwezige functies en het gebruik van de openbare ruimte. Elk gebied heeft een eigen karakter en uitstraling, herkenbaar aan de architectuur, stedenbouw en het landschap. Als er sprake is van een gaaf architectonisch of stedenbouwkundig totaalbeeld, is het doel deze kwaliteit minimaal te behouden. Bij veranderingen of nieuwe ontwikkelingen is de regie erop gericht dat ingrepen aansluiten bij de omgeving of daar een nieuwe kwaliteit aan toevoegen. Bijzondere architectonische experimenten die inzetten op een brede kwaliteitsimpuls kunnen een nieuwe dynamiek aan de bestaande gebieden toevoegen en zullen als maatwerk beoordeeld worden.

2. Maatwerk Het doel van sturen op maatwerk is om aanwezige cultuurhistorische, architectonische, stedenbouwkundige, landschappelijke kwaliteiten te versterken en verbeteren. Maatwerk en zorgvuldigheid staan centraal. Alle ingrepen moeten zorgvuldig uitgevoerd worden met respect voor de cultuurhistorische, architectonische, stedenbouwkundige, landschappelijke en/of natuurwaarden. Voor de ingreep is naast een goed ontwerp ook een beschrijving met motivering nodig, waaruit blijkt dat de ontwikkeling past in de context en de omgevingskwaliteit verbetert. Maatwerksturing is in ieder geval van toepassing bij beschermde erfgoed- en natuurgebieden. Daarnaast kunnen unieke situaties aanleiding geven voor maatwerk, bijvoorbeeld als sprake is van bijzondere landschappen, stedenbouw en/of architectuur (archipunctuur). Hiermee wordt ruimte geboden voor bijzondere experimenten die een positieve kwaliteitsimpuls geven. 3. Ontwikkel Het doel van op ontwikkelingen gerichte kwaliteitssturing is het veranderen en toevoegen van nieuwe kwaliteiten. Het gaat dan om hoogdynamische ontwikkelgebieden zoals het Kenniskwartier, Spoorzone en Piushaven. De omgevingsvisie van Tilburg geeft hieraan richting. Bij deze grotere ontwikkelingen is een eigen

A

B

C

D

i

33

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

Openbare toegankelijk gebied

Openbare toegankelijk gebied

Zijerf

Brandgang

4. Minimaal Het doel van minimale kwaliteitssturing is het tegengaan van ernstige verstoring van de omgevingskwaliteit. De gemeente grijpt alleen in als er sprake is van een exces (zie hoofdstuk 8). De initiatiefnemer voorkomt een exces als de ingreep in overeenstemming is met de criteria en rekening wordt gehouden met de karakteristieken van de omgeving. Een minimale kwaliteitssturing is van toepassing bij de voormalige welstandsvrije gebieden in de Nieuwe Warande en voor een aantal situaties op het achtererfgebied.

In de volgende situaties zal vooraf geen beoordeling plaatsvinden: • veranderen van een bestaand gebouw aan de achterkant: - waarbij het hoofdgebouw geen achter- of zijgevel heeft gericht naar het openbaar toegankelijk gebied; - tot maximaal het hoogste punt van het gebouw, waarbij de bestaande nok intact blijft; • bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied - waarbij het hoofdgebouw geen achter- of zijgevel heeft gericht naar het openbaar toegankelijk gebied; - tot maximaal 5.00 meter hoog; • veranderingen aan gebouwen en andere bouwwerken waarbij het uiterlijk niet wijzigt.

Openbare toegankelijk gebied

gebiedsaanpak noodzakelijk, omdat hier een nieuw soort gebied met een eigen aanpak ontstaat. Er zal altijd een nadere uitwerking nodig zijn met een gebiedsgericht kwaliteitsplan waar een stedenbouwkundig plan en de uitwerking van de openbare ruimte onderdeel van zijn. Gemeentelijke betrokkenheid is altijd vereist. Kleine projecten binnen ontwikkelgebieden kunnen afhankelijk van hun impact met maatwerk of standaard sturing beoordeeld worden.

Openbare toegankelijk gebied Bovenaanzicht

Bovenstaande geldt niet voor beschermde ruimtelijk erfgoed. Dan wordt altijd vooraf beoordeeld of een ingreep voldoet aan criteria. Doorsnede

Minimale regie

A

B

C

D

i

4.2. Mate van impact

Naast de vormen van kwaliteitssturing is ook de impact van het initiatief bepalend. De schaal en betekenis van een ruimtelijke ingreep bepaalt mede de mate van aandacht en zorgvuldigheid die vereist is. Kleinere private initiatieven worden primair beoordeeld op hun effect op het gebouw en/ of de directe omgeving en op de impact bezien vanuit de publieke ruimte. Maar als er sprake is van een ingreep met een grotere ruimtelijke of maatschappelijke betekenis zal de lat hoger liggen. In dat geval wordt ook gekeken naar de samenhang en meerwaarde die een initiatief biedt voor de omgeving en de stad. Het publieke belang staat daarbij voorop, boven individuele wensen of programmatische voorkeuren.

Grote impact: verandering van de omgeving In deze gevallen gaat het om ingrepen die grootschalig zijn ontwikkelingen en die de ruimtelijke structuur of typologie structureel veranderen. Veelal gericht op

ingrepen die een transformatie met nieuwe kwaliteiten beogen. De ontwikkeling heeft daarmee invloed op de identiteit van het hele gebied.

Er is onderscheid te maken in verschillende maten van impact: Weinig impact: opname in de omgeving Dit gaat om kleinere ingrepen en ontwikkelingen die, wanneer goed ontworpen, weinig invloed hebben op de omgeving. Denk aan kleine bouwwerken of inrichtingsplannen. Een ingreep wijzigt de structuur en de typologie van het gebied nagenoeg niet. Beperkte impact: inpassing in de omgeving Hierbij gaat het om ingrepen en ontwikkelingen die een kleine wijziging in de ruimtelijke structuur of typologie van het gebied met zich meebrengen. Als zo’n ontwikkeling de bestaande identiteit en context van het gebied respecteert, blijven de ruimtelijke karakteristieken nagenoeg gelijk. De impact is daardoor beperkt.

34

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

MATE VAN IMPACT

VORMEN VAN KWALITEITSSTURING

35

STANDAARD

MAATWERK

ONTWIKKEL

MINIMAAL

WEINIG IMPACT GERICHT OP INGREPEN DIE ZICH EENVOUDIG LATEN OPNEMEN IN DE OMGEVING.

• Ingrepen die vallen onder concrete criteria (hoofdstuk 7) zoals ondergeschikte uitbreidingen aan de voorzijde van bestaande panden zoals een dakkapel of een erker. • Ondergeschikte herinrichting van en aanpassingen in de openbare ruimte, zoals plaatsen van straatmeubilair,-verlichting, -reclames e.d..

• Ondergeschikte ingrepen in, bij, op of aan bestaande panden bij beschermd erfgoed en in beschermde natuurgebieden, zoals een uitbouw aan een monument. • Ondergeschikte ingrepen met een bijzondere (architectonische) kwaliteit

Niet van toepassing

• Normaal onderhoud • Ondergeschikte uitbreidingen aan de achterzijde van bestaande panden

BEPERKTE IMPACT GERICHT OP INGREPEN DIE DE AANWEZIGE KWALITEIT KUNNEN VERSTERKEN OF VERBETEREN.

• Nieuwbouw, herstructurering en renovatie passend binnen de kaders van het omgevingsplan en deze nota. • Kleinschalige herinrichting van de openbare ruimte en plaatsen van kleinere bouwwerken zoals nutsvoorzieningen in de openbare ruimte. • Plaatsen van reclamezuilen en reclame aan de gevel.

• Nieuwbouw, herstructurering en renovatie NIET passend binnen de kaders van het omgevingsplan, maar WEL binnen de kaders van deze nota. • Ingrepen met een bijzondere (architectonische) kwaliteit (archipunctuur). • Grotere wijzigingen aan een monument of beeldbepalend pand (bijvoorbeeld aan de linten) • Kleinschalige herinrichting van openbare ruimte in beschermde stads- en dorpsgezichten, de linten en beschermde natuurgebieden. • Plaatsen van reclamezuilen en reclame aan gevels in beschermde stads- en dorpsgezichten en aan of nabij monumenten.

• Nieuwbouw en herstructurering passend binnen de vastgestelde kwaliteitskaders van een gebiedsontwikkeling.

Niet van toepassing

GROTE IMPACT GERICHT OP INGREPEN DIE GROOTSCHALIG ZIJN EN EEN VERANDERING MET NIEUWE KWALITEITEN BEOGEN.

Niet van toepassing

• Nieuwbouw van grootschalige publieke functies zoals een school of een ziekenhuis. • Grootschalige nieuwbouw en herstructurering in beschermde stads- en dorpsgezichten. • Plaatsen van windmolens, zonneweides, reclamemasten etc. in het landschap en langs hoofdwegen.

• Grootschalige nieuwbouw en herstructurering waarvoor een nieuw stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan nodig is. • Aanleg of grootschalige herinrichting van de openbare ruimte op gebiedsniveau.

Niet van toepassing

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

DEEL B. BELEIDSREGELS In de Omgevingswet wordt ons allemaal (inwoners, bedrijven en overheid) de plicht opgelegd om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De basis voor deze zorgplicht ligt in deze nota bij de beleidsregels die in dit deel uitgewerkt zijn. Deze beleidsregels bestaan uit 13 basisregels en criteria voor ruimtelijk erfgoed, bouwwerken, de inrichting van de openbare ruimte en thematische criteria. De beleidsregels geven duidelijke kaders en concrete uitwerkingen aan de hand waarvan initiatieven en vergunningaanvragen beoordeeld worden.

36

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

5. De basis 5.1. De 013 Regels 5.2. Werken met de basisregels

37 37 43

7. Concrete criteria 7.1. Toelichting 7.2. Bijbehorende bouwwerken 7.3. Daktoevoegingen 7.4. Dak-, kozijn- en gevelwijzigingen 7.5. Erf- en terrasafscheidingen 7.6. Gebouwgebonden installaties 7.7. Reclame 7.8. Terrassen

6. Algemene criteria 6.1. Ruimtelijk erfgoed 6.2. Bouwwerken 6.3. (Semi-)openbare ruimte 6.4. Thematische beoordelingskaders

44 45 48 50 55

8. Afwijken, handhaving en excessen 8.1. Juridische basis voor beleidsregels 8.2. Mogelijkheden om af te wijken 8.3. Handhaving 8.4. Excessenregeling

A

B

C

D

i

59 59 60 62 66 68 69 70 74 75 75 75 76 76

5. DE BASIS 5.1. De 013 Regels

Tilburg zet kwaliteit voorop door te werken vanuit een genereuze grondhouding en drie fundamenten: voortbouwen op de identiteit van de stad, plekken voor en van iedereen creëren, en handelen vanuit het besef dat de toekomst nu begint. Genereus als grondhouding De gemeente Tilburg is ervan overtuigd dat een goede omgevingskwaliteit voortkomt uit een genereuze grondhouding. Bij het genereus werken aan de stad, de dorpen en het buitengebied gaat het om het toevoegen van waarden. Die kunnen zowel ruimtelijk als maatschappelijk van aard zijn. De waarden die we gebruiken om omgevingskwaliteit te definiëren gaan over herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde (zie ook hoofdstuk 2). Als uitwerking hiervan zijn 13 basisregels opgesteld die altijd gelden, ongeacht de omvang of locatie van een ingreep. Ze ondersteunen zowel de beginfase van een opgave bij programmatische en ontwerpkeuzes, als bestuurlijke afwegingen bij de beoordeling van initiatieven. 1. Ga uit van de bestaande kwaliteiten Er is nooit sprake van een ‘tabula rasa’, oftewel een leeg canvas. Elke plek heeft zijn eigen geschiedenis met materiële en immateriële identiteitsdragers op verschillende schaalniveaus. Door kennis hiervan te nemen en dit als vertrekpunt te nemen bij de

37

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

planontwikkeling borduurt de ontwikkeling voort op de geschiedenis, de identiteit en het karakter van het gebied of de plek. Benut de kansen om de identiteit te behouden, te versterken en kwaliteiten hieraan toe te voegen. 2. Kijk over de grenzen van het plangebied heen naar een breder studiegebied Bij het onderzoeken van de kwaliteiten en mogelijke ontwikkelkansen op een locatie biedt analyse van de plek vanuit verschillende schaalniveau’s – de locatie, de wijk, het gebied - nieuwe inzichten. Op een hoger schaalniveau worden andere kwaliteiten en kansen zichtbaar en veranderd het perspectief op de opgave. Dit leidt vaak tot nieuwe inzichten, die helpen bij het streven naar een ruimtelijke samenhang. Daarnaast komen er andere oplossingen of verdiepende thema’s voor de ontwikkeling van de specifieke plek in beeld. Daarom is het van belang om naast het plangebied ook een studiegebied te definiëren. 3. Houd rekening met het laadvermogen van de plek of een gebouw Een te grote programmatische druk kan het bestaande karakter en de identiteit van een gebied of een specifiek gebouw onevenredig aantasten. Maak keuzes daarom proportioneel en zorgvuldig: zoek naar optimalisatie in plaats van maximalisatie. Zo ontstaat het juiste programma op de juiste plek en wordt waarde toegevoegd aan de omgeving. De context van de plek en/of het gebouw vormt de basis voor het

juiste programma op de juiste plek en voegt zo waarde toe aan de directe omgeving. 4. Sloop niet; ga uit van hergebruik of transformatie Vanuit het oogpunt van identiteit zijn de kwaliteit en betekenis van een gebouw, gebied of structuren bepalend voor de keuze voor behoud/transformatie. Sloop is niet vanzelfsprekend, ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Wanneer sloop toch onvermijdelijk blijkt, is circulariteit het uitgangspunt, ligt hergebruik van materialen voor de hand en moet minimaal gelijkwaardige kwaliteit worden teruggebracht. Ook de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte spelen hierin een belangrijke rol. Bestaande groenstructuren, routes, pleinen en andere ruimtelijke dragers bepalen vaak onzichtbaar maar krachtig de identiteit en samenhang van een gebied. Ook deze kwaliteiten verdienen erkenning en zorgvuldige inpassing bij iedere ontwikkeling, in plaats van te worden verwijderd. 5. Mensen maken het verhaal Zonder mensen wordt een gebouw en publieke ruimte niet geleefd en beleefd. De bestaande verhalen van mensen versterken de identiteit en geven betekenis aan plekken en gebouwen. Geef aan op welke wijze het plan of de ontwikkeling voortborduurt op deze belevingswaarde. Geef bestaande verhalen een plek in nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn gebiedsbiografieën ondersteunend.

A

B

C

D

i

‘Voortbouwen op de identiteit van Tilburg’ De identiteit van Tilburg is gelaagd, waar elke nieuwe plek weer iets aan toevoegt. Het is belangrijk om hierbij de aanwezige identiteit te respecteren. Dit maakt plekken herkenbaar en vertrouwd, maar zorgt ook voor verbondenheid en een aantrekkelijke woon- en vestigingsklimaat. Identiteit is niet alleen afleesbaar aan de fysieke leefomgeving, maar vooral ook aan de mensen die er gebruik van maken. Een mooi voorbeeld is de transformatie van het kloostercomplex aan de Oude Dijk in Tilburg. Hier wordt creatief voortgebouwd op bestaande waarden en een verbinding gelegd met grote stedelijke vraagstukken van nu, zoals binnenstedelijke verdichting, de zorgopgave, vergroening en hergebruik. Dat vraagt naast goed ontwerp ook goed opdrachtgeverschap, daarvoor hebben we elkaar nodig.

38

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

6. Ontwerp vanuit de beleving van de stad op ooghoogte. Gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte worden als prettig ervaren als er ontworpen wordt met aandacht voor de beleving van de gebruikers. Een belangrijk thema hierbij is de stad op ooghoogte. Door goed rekening te houden met wat je vanaf de straat ervaart, en met welke snelheid mensen zich door de ruimte bewegen draagt het ontwerp bij aan een prettige leefomgeving. De grootte, positionering en architectuur van gebouwen spelen hierbij een belangrijke rol, maar ook de inrichting van een veilige en toegankelijke openbare ruimte, sociale voorzieningen zoals ontmoetingsplekken en ogen op straat dragen hieraan bij. 7. Ontwerp aan levendige gemeenschappen Door niet alleen woningen te ontwikkelen, maar te ontwerpen aan levendige gemeenschappen worden bestaande buurten verrijkt. Bijzondere woonvormen, collectief particulier opdrachtgeverschap, maar ook ontmoetingsruimte voor (kleine) gemeenschappen en collectieve voorzieningen dragen bij aan saamhorigheid, herkenbaarheid en een prettig leefklimaat. Creëer waar mogelijk ruimte voor ontmoeting. Zie trottoirs niet alleen als verkeersruimte, maar richt ze ook in als verblijfsruimte. Dit kan door ze breder te maken met zitgelegenheid of aansluitend groen.

Ook in het gebouwontwerp kan hierop worden ingespeeld met bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte bij de entree van collectieve woongebouwen en een ruime

39

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

maat van interne verkeersruimten zoals galerijen met verblijfsruimte. Ook details maken daarbij het verschil: bredere vensterbanken, ruime portalen en ramen die contact met de straat stimuleren dragen bij aan levendigheid en sociale interactie. 8. Integraal ontwerpen aan een comfortabele, hoogwaardige en uitnodigende openbare ruimte is het vertrekpunt voor een goede planontwikkeling In de openbare ruimte komen veel opgaven samen, zoals de mobiliteitstransitie, energietransitie en de klimaatopgaven. Daarnaast is de openbare ruimte de plek waar spontane en onverwachte ontmoetingen plaatsvinden tussen bewoners, bezoekers en andere gebruikers. Een plek die ruimte geeft om actief bezig te zijn, te ontspannen en elkaar te ontmoeten. Kwaliteit in de openbare ruimte ontstaat als er integraal naar de verschillende opgaves en ontwerpoplossingen wordt gekeken, waarbij het collectieve gebruik en de belevingswaarde goed ingebed is. Wat in gebouwen niet opgelost kan worden, mag niet worden afgewenteld op de openbare ruimte. Los dit zoveel mogelijk binnen de enveloppe van het gebouw op. Alleen als dat niet kan, licht dit goed toe en motiveer je keuze.

A

B

C

D

i

‘Plekken voor en van iedereen creëren’ Tilburg is er voor iedereen, zowel in de stad als in het omliggende landelijk gebied en de dorpen. Het stedelijk weefsel van straten, lanen, pleinen, groenstructuren en parken vormt de basis voor een collectief gevoel en verbondenheid. De verbindingen strekken zich ook uit naar de dorpen en het groene landschap eromheen. In Tilburg Noord tussen de wijken Quirijnstok en Heikant is het Quirijnpark ontwikkeld dat door een stelsel van paden en verblijfsplekken beide wijken met elkaar verbindt. Naast een ontmoetingsfunctie heeft het park ook een ecologische waarde en zijn er waterbergingen en infiltratiezones gemaakt die regenwater opnemen. Zo voegt het park vanuit verschillende invalshoeken kwaliteit toe aan beide wijken en zorgt op grotere schaal ook voor een verbinding met het buitengebied.

40

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

9. Ontwerp actief aan de overgang tussen het (private) gebouw en (publieke) openbare ruimte, deze verdient liefdevolle aandacht en zorgvuldigheid Een goede overgang tussen het gebouw, privé en openbare ruimte is van groot belang voor het realiseren van een aantrekkelijke leefomgeving. Met verblijfs- en ontmoetingsruimtes in de plint van een gebouw ontstaat er levendigheid en sociale controle. Ondersteunende functies zoals bergingen en parkeerruimten worden dusdanig ingepast dat deze geen afbreuk doen aan de beleving van een actieve, levendige plint. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld collectieve afvalcontainers in de openbare ruimte. De begane grondlaag van een gebouw is uitnodigend en biedt ruimte aan diverse, zowel gebouwgebonden als stedelijke, functies. Een aantrekkelijke buitenruimte rondom het gebouw nodigt uit tot verblijven en draagt ook bij aan een goede overgang tussen private en openbare ruimte. Bijvoorbeeld met aantrekkelijke entrees en voortuinen met mee ontworpen lage (groene) erfafscheidingen. 10. Vertrekpunt is meervoudig ruimtegebruik en de gemixte stad als bijdrage aan een toekomstbestendige leefkwaliteit Met de veelheid aan veranderende opgaven biedt de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik perspectief. Door het combineren van voorzieningen, multifunctionele plekken in de openbare ruimte en adaptieve gebouwen waarin functies gemengd

41

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

kunnen worden ontstaat er flexibiliteit en aanpasbaar vermogen. Naast de woonopgave is er ook ruimte nodig voor werken, recreëren, groen en water. Dit kan bijvoorbeeld door het combineren van zoveel mogelijk functies zoals groene daken of collectieve daktuinen. Maar ook in de publieke ruimte door (parkeer)voorzieningen te combineren met ruimte voor waterberging, groen en spelen (spons- en speelstraten). Meervoudig ruimtegebruik kan toegepast worden op verschillende schaalniveaus, ook op het niveau van een enkel gebouw.

nodigen uit om buiten te bewegen en te verblijven. Zorg in het ontwerp voor een goede, uitnodigende verbinding tussen gebouwen en openbare ruimte. Ook zicht op kwalitatief hoogwaardig groen, mogelijkheid tot ontmoeting en het bouwen met natuurlijke materialen draagt bij aan de gebruiks- en belevingswaarde. Met een inrichting die door een aangenaam en gevarieerd microklimaat ook een bijdrage levert aan een actieve, gezonde natuurrijke leefomgeving, en uiteraard ten goede komt aan klimaatadaptatie.

11. Een verandering draagt altijd bij aan een duurzame ontwikkeling Draag bij aan het duurzaam ontwikkelen van onze leefomgeving door duurzame ingrepen integraal mee te nemen in het gebouwontwerp en/of het ontwerp van de openbare ruimte. Oplossingen voor hittestress en het creëren van koelte en waterberging, hergebruik van materialen en het toepassen van natuurlijke materialen draagt bij aan het duurzaam ontwikkelen van een plek. Het is belangrijk om daarnaast in het ontwerp rekening te houden met het aanpassingsvermogen van een gebouw en de omgeving.

13. Wees creatief en innovatief vanuit de bestaande context. Het vraagt maatwerk en vindingrijkheid om tot nieuwe inzichten en ontwerpen te komen die oplossingen bieden voor een langere tijd. Het verleden kan ook verrassende oplossingen bieden voor de opgaven van nu. Daarnaast kan de inzet van kunst en cultuur zorgen voor een nieuwe blik op de opgave en het ontwerp daarmee verrijken. Onalledaagse, eigentijdse architectuur, nieuwe woonvormen en woonwerkvormen, de ontwikkeling van de deeleconomie, er zijn veel aanleidingen om tot creatieve en innovatieve ruimtelijke ontwikkelingen te komen. Zet daarom in op het experiment en op vernieuwing en betrek geïnteresseerde bewoners en gebruikers daarbij.

12. Klimaatbestendig en toekomstbestendig ontwerpen vormen het uitgangspunt voor een gezonde leefomgeving Bij het realiseren van een gezonde leefomgeving is klimaat- en toekomstbestendig ontwerpen onmisbaar. Goed ingerichte, toegankelijke en groene plekken

A

B

C

D

i

‘De toekomst begint nu’ Beslissingen en veranderingen vandaag hebben een directe invloed op de toekomst. Daarom is zorgvuldigheid en een vooruitziende blik bij veranderingen in de omgeving essentieel. Dit geldt niet alleen voor functionele aspecten, maar ook voor duurzaamheid op alle schaalniveaus. Zo vertelt het Landschapspark Pauwels in Tilburg een verhaal van vernieuwing en duurzaamheid met het project Waterharmonica Noorderbos. Waterschap De Dommel en gemeente Tilburg herstellen en hergebruiken hier historische vloeivelden, oorspronkelijk bedoeld voor zuivering van afvalwater uit de textielindustrie. Dit erfgoed, zichtbaar in bezinkbakken, pompgemaal en slotenstructuur, vormt nu de basis voor innovatief waterbeheer. De Waterharmonica verbindt verleden, heden en toekomst. Wat ooit vervuiling symboliseerde, is nu een bron van schoon water en ecologische rijkdom. Door erfgoed te benutten voor hedendaagse klimaatuitdagingen, beschermt dit unieke project cultuurhistorische waarden en voorkomt het verlies van historisch erfgoed. Tilburg wordt zo leverancier van schoon water. Dankzij steun van de Erfgoed Deal heeft het vergeten erfgoed een tweede, duurzame toekomst gekregen.

42

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

5.2. Werken met de basisregels

De basisregels vormen een belangrijk onderdeel van de bestuurlijke afweging om wel of niet mee te werken aan een initiatief. Initiatiefnemers dienen daarom hun plan te onderbouwen aan de hand van de basisregels. Deze worden vooraf gedeeld en besproken tijdens de intake en verdere planuitwerking. De mate van onderbouwing is proportioneel: een dakopbouw vraagt om een lichtere onderbouwing dan een grootschalige gebiedsontwikkeling. Initiatiefnemers kunnen de volgende acties oppakken om aan te tonen in welke mate rekening is gehouden met de basisregels. Vanuit een genereuze grondhouding begint een planontwikkeling altijd met de volgende drie kernvragen: • • •

Wat is het verhaal van de plek? Wat doe je met dat verhaal? Wat voeg je toe aan de omgeving en de stad?

De antwoorden bieden inzicht over de meerwaarde die het plan kan gaan bieden ten aanzien van de gemeentelijke ambities en beleidsdoelstellingen. Daarnaast helpen de volgende handelingen om het toepassen van de basisregels concreet te maken.

43

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

• Verken de identiteit van de plek: onderzoek de historische context en laat zien hoe deze is meegenomen in de planvorming (historische analyse). • Analyseer het bredere studiegebied: maak inzichtelijk hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot de directe omgeving en bovenliggende structuren (ruimtelijke analyse). • Sloop niet: zet in op/onderzoek transformatie en hergebruik, motiveer waarom sloop noodzakelijk is. Bij sloop; beargumenteer en onderbouw waarom hergebruik van (delen van het) gebouw en materialen geen optie is. • Onderbouw programmatische keuzes: laat de plek en omgeving leidend zijn voor het programma en ontwerp. Voorkom overbelasting van een gebied of gebouw. • Maak een 3D massastudie: laat zien hoe nieuwe bouwmassa’s en -vormen zich verhouden tot de private en openbare ruimten. • Maak 3D visualisaties: visualiseer de beleving hoe het plan wordt ervaren vanaf de openbare ruimte, met nadruk op ooghoogte en de menselijke maat. Geef aan hoe plinten en entrees bijdragen aan levendigheid en verblijfskwaliteit van de omgeving.

• Onderzoek meervoudig ruimtegebruik: maak inzichtelijk hoe functies worden gecombineerd en hoe flexibiliteit voor toekomstige veranderingen is ingebouwd. Meervoudig ruimtegebruik moet herkomst-/gebruiks-/belevings-/ toekomstwaarde toevoegen. • Ontwerp voor leefgemeenschappen: beschrijf en visualiseer hoe het plan bijdraagt aan ontmoeting, sociale samenhang en een aantrekkelijke openbare ruimte. • Veranker duurzaamheid en klimaatadaptatie: motiveer vanuit de duurzaamheidsambities van de gemeente de keuzes voor energie, water, groen en materiaalgebruik. Ontwerpkeuzes hebben invloed op het realiseren van deze beleidsambities. Denk hierbij aan de oriëntatie van gebouwen in hun stedenbouwkundige setting, de hoofdvorm en het architectonisch concept en uitwerking hiervan. • Betrek de omgeving: leg vast hoe bewoners en andere betrokkenen zijn geraadpleegd en hoe hun inbreng is verwerkt. • Zet in op creativiteit en innovatie: selecteer een passende ontwerper voor de opgave die ook durft te onderzoeken, experimenteren en vernieuwen. Laat zien hoe je tot de keuze van de ontwerper bent gekomen.

A

B

C

D

i

6. ALGEMENE CRITERIA Dit hoofdstuk bevat de algemene criteria voor ruimtelijk erfgoed, bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte. De 13 regels uit hoofdstuk 5 vormen hiervoor de basis. De algemene criteria zijn altijd van toepassing en worden gebruikt voor de beoordeling van plannen. Naast de opgenomen criteria in deze nota zijn er per gebied of thema aanvullende deeluitwerkingen van toepassing, zoals het hoogbouwbeleid, gebiedsgerichte kwaliteitskaders en beeldkwaliteitsplannen. De deeluitwerkingen zijn reeds vastgesteld of nog in ontwikkeling. Nieuwe thematische of gebiedsuitwerkingen worden apart vastgesteld als bijlage of uitwerking van deze nota (zie ook hoofdstuk 10.1). Wanneer er sprake is van een deeluitwerking zoals een beeldkwaliteitsplan zijn de criteria uit deze nota van toepassing wanneer een deeluitwerking hierover geen uitspraak doet.

44

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

6.1. Ruimtelijk erfgoed

Het ruimtelijk erfgoed van stad, dorp en landschap vertelt een verhaal. De aanwezigheid van (historische) bebouwing en structuren in zijn stedenbouwkundige of landschappelijke context vergroot de identiteit van een plek of gebied. Monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken en openbare ruimte verdienen daarom altijd maatwerk en zorgvuldige omgang gebaseerd op de historische karakteristieken. Het waarderen van zowel beschermde als onbeschermde kwaliteiten van bebouwing en structuren is belangrijk om ook het erfgoed van de toekomst in beeld te brengen. Daarom hebben we ook oog voor ons naoorlogs erfgoed. Zo ontstaat er een accentverschuiving van alleen beschermd erfgoed, naar inzichten in waardevol erfgoed in de bestaande stad. Dit is een belangrijke stap om kwaliteit in brede zin te (h)erkennen, te behouden en/of te verhogen. Zo wordt een bijdrage geleverd aan ons doel om de omgevingskwaliteit te borgen en te verhogen. Het beoordelingskader voor de omgang met het ruimtelijk erfgoed heeft betrekking op ingrepen: • aan, op of bij beschermde monumenten inclusief de cultuurhistorisch waardevolle objecten met een aanduiding ‘waarde cultuurhistorie’ of vergelijkbare aanduiding in het omgevingsplan; • in beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen;

45

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

• aan op of bij waardevolle gebieden, structuren en gebouwen zoals aangegeven op de basiskaart (steden-)bouwkundig erfgoed.

Onder monument wordt verstaan een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed (begripsbepaling Omgevingswet verwijst naar begripsbepaling in artikel 1.1 van de Erfgoedwet). Dit zijn gemeentelijke, provinciale of rijksmonumenten of monumenten met een andere beschermingsvorm, bijvoorbeeld cultuurhistorisch waardevolle objecten of karakteristieke panden. Er kan sprake zijn van gebouwde en aangelegde (groene) monumenten.

Bij een wijziging dient altijd rekening te worden gehouden met de karakteristieke ruimtelijke structuur, die samenhangt met de historische ontwikkeling en met de architectonische, stedenbouwkundige en/ of landschappelijke kwaliteit. Maak een analyse van het gebied of het gebouw (binnen zijn context) en zorg voor een goede historische onderbouwde relatie van het gebouw met de omgeving en omgekeerd. Bij grotere gebiedsontwikkelingen kan op basis van de Omgevingswet nader onderzoek in de vorm van een gebiedsbiografie met transformatiekader nodig zijn. Het uitgangspunt is dat het ruimtelijke erfgoed voor de toekomst behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt. Wat de reden van ingrijpen ook is, de basis

moet zijn om alleen te doen wat nodig is voor het voortbestaan van het monument of andere beschermd erfgoed, en dit op een zorgvuldige manier te doen. De cultuur- en bouwhistorische kwaliteiten en de geschiedenis van de omgeving en het gebouw vormen altijd het startpunt voor programma en ontwerp. De criteria geven inzicht in hoe er wordt gekeken naar de omgang met het erfgoed op verschillende schaalniveaus. Daarnaast is het beoordelingskader voor het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken van toepassing (paragraaf 6.2). Bij eventuele conflicten zijn de hierna volgende criteria voor de beoordeling leidend. Iedere wijziging vraagt om zorgvuldigheid en maatwerk Bij de beoordeling van de plannen zal worden gekeken of de waardevolle aspecten van het erfgoed voldoende worden onderkend en gerespecteerd. De beschermde monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten zijn beschreven in een ‘registeromschrijving’. Dat is de officiële beschrijving van een object of gebied. Deze beschrijving alleen, geeft niet altijd voldoende informatie over de erfgoedwaarden om een verantwoord plan (bouwplan en/of functiewijziging) te kunnen maken. Zo nodig moet door de initiatiefnemer een aanvullend (onafhankelijk uitgevoerd) bouwkundige inspectie en/of bouwhistorisch onderzoek worden aangeleverd. Restauratie wordt (afhankelijk van de aard en omvang) voorafgegaan

A

B

C

D

i

door een restauratievisie met daaropvolgend een restauratieplan, conform de richtlijnen van de ERM. Behoud de bestaande karakteristieken en kwaliteiten Bij beoordeling vormt het behoud van het bijzondere karakter van het bouwwerk en de waardevolle elementen (exterieur en interieur) die het bevat, het uitgangspunt. Zorg ervoor dat ze door de beoogde verandering niet aangetast worden of verloren gaan. Het komt voor dat een monument niet meer gebruikt kan worden voor zijn oorspronkelijke functie. Dan is het vinden van een passende herbestemming een goede oplossing. Niet alle monumenten zijn geschikt voor alle vormen van gebruik. Bij veranderingen zal steeds gezocht moeten worden naar een goede balans tussen de erfgoedwaarden en de eisen van een nieuwe functie. De nieuwe functie moet in het gebouw passen. Respecteer de directe omgeving van een monument De stedenbouwkundige en landschappelijke structuur heeft invloed op de manier waarop monumenten van oudsher zijn gelegen. De situering van een gebouw, het bodemtype, de zichtlijnen, de opbouw van de stad of het landschap eromheen zeggen iets over het karakter en uitstraling van het monument. Omgekeerd hebben monumenten ook effect gehad op de omgeving. Denk aan tuinen, toegangswegen en-poorten en andere elementen ten behoeve van het bouwwerk. Bij ingrepen is het daarom belangrijk dat het geheel niet wordt verstoord.

Een ingreep of ontwikkeling respecteert zoveel als mogelijk de historische omgeving van het gebouw.

46

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

Respecteer waardevol groen erfgoed en openbare ruimte Bij de beoordeling van beschermde openbare ruimte en groene monumenten zoals historisch gegroeide landschappelijke of stedenbouwkundig patronen, begraafplaatsen, bomenrijen, straten, parken en pleinen wordt gekeken of de ingreep de aanwezige erfgoedwaarde en de historische context respecteert. Daaronder vallen ook de gebouwen, straatmeubilair en andere inrichtingselementen. Bij beheer en nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om een integrale visie te hanteren waarin naast de beleving ook de gebruiksen toekomstwaarde centraal staat. Bijvoorbeeld door historische gelaagdheid en uitstraling te respecteren en oorspronkelijke materialen en plantsoorten te gebruiken, terwijl ook rekening wordt gehouden met het gewenste functioneel gebruik en klimaatuitdagingen. Deskundigheid op gebied van cultuurhistorie bij ingrepen, onderhoud en beheer zijn daarbij onmisbaar. Behoud de ensemblewerking van een complex Een deel van de monumenten zijn onderdeel van een complex of maken onderdeel uit van een bijzondere stedenbouwkundige context. Individuele wijzigingen aan een pand mogen de samenhang van het complex niet verstoren. Collectieve oplossingen zorgen ervoor dat het ensemblebeeld beter behouden blijft.

Houd de oorspronkelijke hoofdvorm, opbouw en indeling afleesbaar Bij de beoordeling wordt gekeken of de oorspronkelijke hoofdvorm, opbouw en indeling van het monument

behouden blijven. De bouwkundige structuur – het casco, bestaande uit funderingen, muren, vloer- en dakconstructies, trappen en rookkanalen – en de schil van het gebouw bepalen de hoofdvorm. De ruimtelijke structuur (indeling) is typerend voor het type en de functie van het monument. Behoud van zowel de bouwkundige structuur als de ruimtelijke opbouw is van belang voor de cultuurhistorische waarde. Noodzakelijke aanpassingen en uitbreidingen dienen bij voorkeur aan de achterzijde te worden gerealiseerd en altijd ondergeschikt te blijven aan het hoofdvolume, waarbij vorm, hoogte, uitstraling en materiaalgebruik zorgvuldig worden afgestemd op het bestaande gebouw. Maak de ingrepen reversibel, duurzaam en van hoge kwaliteit Uitgangspunt bij ingrepen is dat deze reversibel, duurzaam en van hoge kwaliteit zijn. Reversibel betekent dat ingrepen bij voorkeur terug te draaien moeten zijn: ze tasten de bouwhistorische waarde daarmee niet wezenlijk aan en kunnen desgewenst zonder schade worden verwijderd. Niet alleen op zicht, maar ook op constructie. (Her)gebruik kenmerkende detailleringen, materialen en interieurafwerking Bij de beoordeling gaan we uit van het gebruik van historische materialen en behoud van de oorspronkelijke constructie, afwerking, details en interieurelementen. (Her)gebruik van historisch materiaal heeft de voorkeur.

Als dat niet beschikbaar is gebruik dan een passend alternatief. Dat betekent

A

B

C

D

i

bijvoorbeeld dat kunststof kozijnen niet zomaar toegestaan zijn. Een ander essentieel aspect waar bij de beoordeling naar gekeken wordt is de bouwwijze en het technisch vakmanschap: hoe de constructie in elkaar steekt, en hoe details en afwerking zijn uitgevoerd. De mate van oorspronkelijkheid is daarbij leidend.

en respect voor de cultuurhistorische waarde en bouwfysische kenmerken worden vormgegeven. Voor verduurzamingsmaatregelen geldt dat er (afhankelijk van de aard en omvang) een onafhankelijk DuMOonderzoek moet worden overlegd. Hierin zijn de

specifieke uitdagingen met betrekking tot het zorgvuldig verduurzamen op alle schaalniveaus en in samenhang in beeld gebracht. Behalve esthetische aspecten van verduurzaming is er dan ook aandacht voor het bouwfysische maatwerk dat vaak nodig is.

Geef aandacht aan oorspronkelijke karakteristieke kleurstellingen Voor schilderwerk van kozijnen en wanden is het uitgangspunt om de oorspronkelijke kleuren van het monument of ander cultuurhistorisch waardevol object te behouden of te herstellen. Indien er een kleur wordt toegepast die afwijkt van de huidige kleur moet door de initiatiefnemer een aanvullend cultuurhistorisch kleurenonderzoek worden aangeleverd. Als door een kleurhistorisch onderzoek geen oorspronkelijke kleuren meer kunnen worden aangetoond, of als overwogen wordt andere kleuren dan de oorspronkelijke kleuren te gebruiken, dan zal bij de beoordeling gekeken worden of de nieuwe kleuren passen bij het historische straatbeeld. Verduurzaam met respect voor de aanwezige waarden Verduurzaming is een kans om een monument of andere cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken toekomstbestendig te maken. Energiebesparende en binnenklimaat verbeterende ingrepen zijn veelal ingrijpend. Uitgangspunt is dat voorzieningen ten behoeve van verduurzaming met uiterste zorg

47

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

A

B

C

D

i

6.2. Bouwwerken

Voor alle bouwplannen is een beoordelingskader van toepassing met betrekking tot het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; de architectonische verschijningsvorm. De algemene criteria hebben zowel betrekking op verbouw- als op nieuwbouwplannen. Bij de beoordeling van een bouwwerk zal worden gelet op de volgende aspecten: omgeving, hoofdvorm, architectuur, duurzaamheid, detaillering, materiaal, kleur en textuur. Daarbij blijft in redelijkheid sprake van een beperkte mate van interpretatie en afwegingsruimte. Omgeving • Het bouwwerk staat niet op zichzelf, maar gaat een relatie aan met het karakter (sfeer, identiteit) van de bestaande omgeving; de openbare ruimte, het landschap dan wel de stedenbouwkundige context en de aanwezige architectuur. • Het bouwwerk levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij kunnen hogere eisen worden gesteld naarmate de (toekomstige) betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. • Samenhang tussen stedelijke structuur, gebouwvorm en verschillende functies zorgt voor een solide, aantrekkelijke en kwalitatieve omgeving. Het bouwwerk reageert op en maakt verbinding met de omgeving en creëert ruimtes die meer zijn dan een opeenvolging van losse elementen. Er is hierbij aandacht voor de schaal en maat.

48

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

• Ruimtelijke criteria die gelden voor een goede stad op ooghoogte zijn een royale verdiepingshoogte, zorgvuldige detaillering, hoogwaardige uitstraling en duidelijk herkenbare entrees die zorgen voor interactie tussen het gebouw en de straat. • De plint van het gebouw aan de openbare weg voegt zich naar de hoogwaardige sfeer van de openbare ruimte of verbeterd en versterkt de beleving van de openbare ruimte. • Er is sprake van zorgvuldige overgangen tussen openbaar en privégebied. • Ook van bouwwerken die afwijken van hun omgeving mag worden verwacht dat ze zorgvuldig zijn ontworpen, een helder ontwerpidee hebben en de omgeving respecteren en zo de variatie van stedelijke ruimtes en gebouwtypen verrijken. Hoofdvorm • Het bouwwerk past qua architectonisch concept, vorm, maat en schaal in de stedenbouwkundige structuur van de directe bebouwde omgeving en /of het landschap. • De bouwmassa’s zijn harmonieus van vorm, afmetingen en verhoudingen, ze vertonen een duidelijk samenhang en zijn helder gepositioneerd. • De massaopbouw is in overeenstemming met de architectonische vorm, de plattegronden en de constructie van het gebouw. • Er is balans tussen helderheid en complexiteit.

Architectonische uitwerking • De hoofdvorm en het gevelontwerp versterken elkaar en zijn passend binnen de architectonische opzet van het gebouw. • Er is structuur en samenhang in het gevelbeeld met betrekking tot de vorm, afmetingen en verhoudingen van de gevelelementen. • Het uiterlijk van het gebouw heeft een herkenbare relatie met het (oorspronkelijk) gebruik van het gebouw. • Bij renovatie blijft de oorspronkelijke stijl, gevelopbouw en –indeling behouden. • Het gebouw wordt alzijdig ontworpen. Overgang publiek-privaat • Stedelijke functies bevinden zich vaak op het grensvlak van het publiek-private domein. Dit vraagt om een zorgvuldige overgang tussen gebouw en openbare ruimte. • Bij halfopen of gesloten bouwblokken is de overgang publiek-privaat nadrukkelijk onderdeel van de ontwerpopgave. • Een gebouw heeft een uitnodigende plint en bevat gebouwgebonden en stedelijke functies. Entrees zijn zorgvuldig ontworpen en stedenbouwkundig goed ingepast. • Een goede overgang tussen gebouw en omgeving is essentieel voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Er sprake is van een goed ontworpen overgang tussen gebouw en omgeving (bijvoorbeeld door middel van een overgangszone). De openheid van de plint en interactie met de stoep stimuleert ontmoeting.

A

B

C

D

i

• Eventuele erfafscheidingen zijn onderdeel van het ontwerp en de ruimtelijke impact van afval en logistiek is tot een minimum beperkt. Collectieve- en privébuitenruimte • Balkons en terrassen worden mee-ontworpen in de architectonische opzet van het gebouw. Belevingswaarde en gebruikswaarde zijn op elkaar afgestemd. • Galerijen/ gangen/ entreeruimtes bieden mogelijkheden voor ontmoeting en creëren een goede overgang tussen de privé en collectieve ruimte. • Collectieve buitenruimtes zijn goed toegankelijk en bieden meerwaarde voor de doelgroep. De overgangszone is zacht, groen en zorgvuldig ontworpen. Duurzaamheid • Duurzaamheid dient als ontwerpuitdaging te worden gehanteerd, zowel stedenbouwkundig en/of landschappelijk op gebiedsniveau als architectonisch op gebouwniveau. Bij individuele nieuwbouw van een woning, pand of complex kan duurzaamheid ook de basis zijn voor de algehele vormgeving en/of de gekozen hoofdvorm. In projecten wordt de ambitie aan de voorkant vastgelegd. • Er is op verschillende niveaus nagedacht over duurzaamheid, waaronder bestendigheid, energieen klimaatbeheer, (circulair) materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, ecologie en natuur etc.

49

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

• • Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt het behouden en zo mogelijk vergroten van de biodiversiteit door middel van natuurinclusief bouwen en ontwerpen meegenomen in de plan- en realisatiefase (zie voor meer informatie o.a. de Beleidsnota biodiversiteit 2024, Puntensysteem voor natuur en groeninclusief bouwen 2021 en Klimaatscores nieuwbouwontwikkelingen 2022. Natuurinclusief, duurzaam en toekomstbestendig bouwen is van toepassing op alle gebouwen. Aan de voorkant van projecten wordt de omvang en de maatregelen besproken. • Uitgangspunt is de toepassing van voorzieningen voor duurzaamheid zoals zonnecollectoren/ -panelen, groene daken en gevels, isolatiemaatregelen, mits deze passen binnen het architectonische concept van het gebouw of de stedenbouwkundige of landschappelijk context. • Technische installaties voor duurzaamheid (zoals zonnepanelen of warmtepompen) zijn achter de voorgevellijn geplaatst of bij nieuwbouw integraal mee ontworpen. Installaties op het dak zijn aan het zicht onttrokken.

• Het bouwwerk is zo ontworpen dat textuur, materiaalen kleurgebruik in harmonie zijn met het ontwerp en met de omgevingskarakteristiek ofwel vanuit een overtuigend architectonisch concept weloverwogen constrasterend zijn. • Het materiaal is (technisch) goed toepasbaar voor de gekozen vormgeving en detaillering. • Er is gebruik gemaakt van duurzame materialen die langdurig mooi blijven.

Detaillering, materiaal, kleur en textuur • Het bouwwerk is zo ontworpen dat sprake is van detailleringen die consequent zijn toegepast en die passen bij de (gekozen) architectuurstijl. • Bij renovatie en verbouw zijn de aanwezige fijne en ambachtelijke onderdelen en kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten en luiken behouden.

A

B

C

D

i

6.3. (Semi-)openbare ruimte

50

De inrichting van het openbaar gebied is bij uitstek een taak van de gemeente. Hierbij komen veel urgente maatschappelijke opgaven samen. Denk aan klimaatadaptatie, waterberging, de parkeeropgave, ontmoetingsruimte, speelruimte, etc. Daarnaast is de diversiteit aan omvang van plannen en karakteristieken van gebieden en structuren groot. Maatwerk vormt dan ook de basis bij de beoordeling van plannen in de openbare ruimte. Op verzoek van het college adviseert de Omgevingscommissie over plannen voor de inrichting van de openbare ruimte.

De expertise van de omgevingscommissie kan ingezet worden bij het afwegen van ontwerpkeuzes en bij het formuleren van de ruimtelijke kaders. De commissie wordt om advies gevraagd op de grotere ingrepen in de (landschappelijke) structuren van de stad. Het gaat om ingrepen die er wezenlijk toe doen, zoals bijvoorbeeld de aanpak van de linten, herinrichting/ transformatie van parken en wegprofielen en bij gebiedsontwikkelingen. Bij grote gebiedsontwikkelingen wordt de expertise van een kwaliteitsteam ingezet om de ontwerpkeuzes vanuit een integraal oogpunt te begeleiden.

De gemeente Tilburg wil een comfortabele en aantrekkelijke leefomgeving bieden. Comfortabel in de zin van toegankelijkheid en bruikbaarheid. Aantrekkelijk in de zin van dat het er prettig leven is en dat het er goed uitziet. Bij het inrichten van de openbare ruimte moet er een goede balans zijn tussen de verschillende functies en gebruikersgroepen.

Respecteer de context en betekenis binnen het ruimtelijk systeem van Tilburg Het is belangrijk om bij ruimtelijke ingrepen in de openbare ruimte door de verschillende schaalniveaus heen te kijken en in te zetten op samenhangende verbindingen binnen de openbare ruimte. Daarbij hoort ook de relatie met de bebouwing.

Onderstaand beoordelingskader is bedoeld om sturing en richting te geven bij het werken aan en beoordelen van een ingreep in de openbare ruimte. Ook bij gebiedsontwikkelingen is een goed ontwerp van de openbare ruimte van groot belang. Het uitgangspunt is dat de kwaliteit van de openbare ruimte verbeterd wordt en op niveau blijft. Dit vraagt om een situatie, waarin ontwerp, uitvoering en beheer goed op elkaar zijn afgestemd. Een integrale aanpak van ontwerpopgaven en een goede afstemming tussen de betrokken diensten en de gebruikers is hierbij noodzakelijk.

Veranderingen in de openbare ruimte dienen altijd rekening te houden met de context de karakteristieke ruimtelijke structuur, die is gevormd door de historische ontwikkeling en die verbonden is met de aanwezige architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten. Dit betekent het identificeren van het type ruimte en de positie ervan in de stad, binnen de stedenbouwkundige en typologische setting. Bestaande elementen zoals bomen, groenstructuren, cultuurhistorische kenmerken, zichtlijnen en aanwezige bebouwing vormen hierbij belangrijke aanknopingspunten.

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

Het “Handboek Inrichting Openbare Ruimte Tilburg” (HIOR) biedt richtlijnen, zowel voor het ontwikkelen van een ruimtelijke of landschappelijke visie als voor het daadwerkelijk ontwerpen van de openbare ruimte. Beeldkwaliteitsplannen geven aanvullend richting aan de gewenste landschappelijke uitstraling en dragen zo bij aan een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig ruimtelijk systeem. Stimuleer ontmoeting en menselijke maat Faciliteer ontmoeting tussen bewoners onderling en bezoekers met een uitnodigende en toegankelijke openbare ruimte. Collectiviteit, flexibiliteit en gebruikskwaliteit zijn hierbij van belang. Naast dat gebouwen goede privébuitenruimte bieden wordt er steeds vaker collectief gebruik van buitenruimtes gerealiseerd. Hiermee worden mogelijkheden voor ontmoeting en gemeenschappelijkheid gecreëerd. Aandacht voor sociale veiligheid en privacy is hierbij ook belangrijk. In de openbare ruimte is het daarnaast van belang dat het ontwerp inspeelt op de beleving en ervaring van de omgeving gezien vanuit de verschillende gebruikersgroepen en leeftijden die gebruik maken van het publieke domein. Er dient samenhang te zijn in schaal en menselijke maat. Houdt rekening met duurzaamheid, meervoudig ruimtegebruik, natuur en klimaat Ruimte is schaars. Meervoudig ruimtegebruik of dubbel grondgebruik wordt zo veel mogelijk toegepast.

Tevens wordt in de advisering over bouwplannen en

A

B

C

D

i

schetsontwerpen de groen- blauw component integraal meegenomen. Verdichten, vergroenen, verduurzamen en vernieuwen gaan hand in hand. Uiteindelijk gaat het om het maken van een inrichting die herkenbaar, aantrekkelijk en duurzaam is. Herkenbaarheid gaat over specifieke ruimtelijke identiteit en integrale functionaliteit (de verkeers- en verblijfsfunctie). Aantrekkelijkheid gaat over de leefbaarheid en de algehele uitstraling (relatie met vestigingsklimaat, woonsfeer en bijvoorbeeld toerisme). De belevingswaarde staat voorop. Eenheid, ‘rust’ en samenhang spelen belangrijke rollen in de uiteindelijke kwaliteit. Is er sprake van mooie materialen, een goede detaillering en een passende aankleding (groen, straatmeubilair of kunst)? Duurzaamheid gaat over de toekomstkansen van het ontwerp. Ook ecologie en biodiversiteit spelen hierin belangrijke rollen. Voor het overige gelden ook veel praktische aspecten; Verouderen materialen mooi? Is het ontwerp goed uitgevoerd, is het goed te onderhouden? Is het vandalismebestendig, klimaatbestendig etc. Faciliteer ruimte voor ‘schone‘ vormen van mobiliteit Mobiliteit staat in dienst van de gezonde leefomgeving en de ruimtelijke verdichting. Dit betekent dat we op zoek moeten naar een goede balans tussen voetganger, fietser, OV en auto. We zetten in op nieuwe schone vervoersmiddelen en duurzaam reisgedrag.

• Er gelden lagere autoparkeernormen voor nabijheid van OV-stations, extra fietsparkeerruimte en deelmobiliteit.

51

Nota omgevingskwaliteit Tilburg

• Elk plan moet voorzien in beweeg- en parkeerruimte voor fietsen, voetgangers, auto’s, scooters, bakfietsen etc. en laadfaciliteiten hiervoor, en moet voldoen aan bijbehorende kwaliteitseisen. • Logistieke voorzieningen worden inpandig ingepast, waarbij de bevoorrading vlot, veilig en schoon plaats kan vinden (bijvoorbeeld door inpandig laden & lossen, laad & los routes, restricties aan formaat/ emissies voertuigen, etc.). Dit vindt niet plaats aan de meest publieke kant van een initiatief. • STOMP principe, mobiliteitstransitie betekent duurzame mobiliteit vooropstellen • Toegankelijkheid minder validen, minder draagkrachtigen, kinderen • De verschillende doelgroepen bewegen veilig en op een aantrekkelijke manier door het gebied • Energievoorzieningen worden in samenhang met de omgeving ontworpen en stand-alone oplossingen zijn niet wenselijk. Gekozen wordt voor inpandige voorzieningen of voorzieningen die landschappelijk ingebed zijn in de context. Deze voorzieningen zijn zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken en groen aangekleed. Ruimte voor energie In het Beleidskader Energie (2024) zijn ruimtelijke aspecten opgenomen waar rekening mee gehouden dient te worden bij gebieds- en planontwikkelingen: • Bij de stedenbouwkundige opzet van de gebiedsontwikkeling wordt energievraag en -aanbod waar mogelijk ruimtelijk bij elkaar gepland

en rekening gehouden met de benutting van de energiepotentie in het gebied. Dit geldt niet enkel voor gebiedsontwikkelingen maar is bijvoorbeeld ook van toepassing bij transformaties. • De ruimtelijke inpassing van het energiesysteem (boven- en ondergronds) is onderdeel van de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking van de ontwikkeling. Een optimale benutting van de energiepotentie in het gebied en meervoudig ruimtegebruik zijn hierbij het uitgangspunt. • In straatprofielen met beperkte ruimte in de ondergrond worden kabels en leidingen zoveel mogelijk verticaal geordend. • Bronnen voor gebouwgebonden bodemenergiesystemen, decentrale energiecentrales, trafo’s en andere onderdelen voor het energiesysteem worden bij nieuwbouw inpandig of op het private perceel ingepast. Hoogwaardig ontwerp wordt ingezet om weloverwogen doelen in de openbare ruimte te bereiken Insteek is dat alle functionele ingrepen op een zodanige wijze vormgegeven worden dat het de kwaliteit op die plek ondersteunt of versterkt. Een fraaie vormgeving kan ook ingezet worden om functies en gebruiksmogelijkheden te verhelderen of te accenturen. Op deze manier kan de gemeente aangeven hoe belangrijk een bepaalde plek in de stad is. Zo is de inrichting van de pleinen en het voetgangersgebied in het centrum altijd hoogwaardig.

A

B

C

D

i

Maar ook buiten het centrum komen diverse plekken voor waar het inrichtingsniveau het belang van de locatie onderstreept: bijvoorbeeld bij parken, wijkcentra en bijzondere gebieden zoals bijvoorbeeld de cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. Het is van belang dat deze kwaliteit wordt onderstreept door de kwaliteit van de bebouwing en andersom. Bij omvangrijke particuliere complexen met een publieke betekenis zoals bijvoorbeeld het universiteitscomplex, Interpolis-Tivoli, de Muzentuin en museum De Pont moeten bebouwing en (semi)openbaar gebied in een samenhangende kwaliteit worden ontworpen. De kwaliteit van openbare ruimte valt en staat met een goed beheer. Het ontwerpen en inrichten van een ruimte op basis van een doordacht plan leidt in beginsel tot een verzorgde omgeving. Maar als het onderhoud van deze ruimte in gebreke blijft kan verval en verrommeling optreden. Bij een goed ontwerp wordt nagedacht over het beheer en onderhoud. Een goed ontwerp gaat daarom altijd gepaard met een beheerplan en bijbehorende financiën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16109886/1