CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beheerplan Tilburg Bos en natuurbeheer

Raadsvergadering 31 maart 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beheerplan Bos- en natuurgebieden Gemeente Tilburg 2024-203320.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

46

6.2.3 Beleving - Cultuurhistorie

Verschillende gebieden in Tilburg kennen een rijke geschiedenis. Het Wandelbos is bijvoorbeeld

aangelegd

door

één

van

Nederlands

belangrijkste

tuin-

en

landschapsarchitecten van de 20e eeuw, namelijk Leonard Springer. De Oude Warande is dan weer een mooi voorbeeld van een sterrenbos in Nederland. Ook het Noorderbos en Zandleij hebben een cultuurhistorische waarde. Het oorsponkelijke ontwerp en ingenieuze watersysteem van deze voormalige vloeivelden is nog zichtbaar, vooral in de overgang tussen het hoge aanvoersysteem en het lage afvoersysteem. Het oorspronkelijke beeld van de cultuurhistorische bossen (Wandelbos, Oude Warande,…) moet vanuit cultuurhistorisch oogpunt zoveel mogelijk behouden blijven. Daarnaast moet vanuit de visie van Gemeente Tilburg de cultuurhistorische elementen zichtbaar zijn voor recreanten. De doelen ten aanzien van cultuurhistorie zijn gericht op behoud en beleving van cultuurhistorische waarden.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

47

6.2.4 Klimaatbestendigheid

De doelen ten aanzien van klimaatbestendigheid zijn gericht op het vitaal en veerkrachtig maken van de natuur. Veerkracht is het vermogen van een ecosysteem om verstoringen te absorberen en veranderingen op te vangen zonder verlies van structuur en functionaliteit, terwijl het ecosysteem zich aanpast aan de veranderende milieuomstandigheden. Zo wordt op lange termijn de soortenrijkdom en de ecosysteemdiensten, zoals koolstofvastlegging en recreatie, van de Tilburgse natuur behouden of versterkt in een veranderend klimaat.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

48

6.2.5 Veiligheid

Veiligheid is in drukbezochte natuurterreinen van groot belang. Veiligheid is enerzijds zorgen dat mensen veilig recreëren zonder gevaarlijke situaties (dode gevaarlijke bomen,…). Anderzijds moeten de natuurgebieden ook toegankelijk zijn voor hulpdiensten bij calamiteiten. En een laatste punt voor veiligheid is de natuurbrandpreventie.

6.3

Doelsoorten

Naast bovenstaande beheerdoelen gaat Tilburg ook zijn beheer richten op doelsoorten. Dit zijn soorten waarvan Tilburg het behoud, het herstel of de terugkeer als een doelstelling ziet voor hun beheer. Bij doelsoorten is het belangrijk dat de soorten goed te inventariseren en monitoren zijn. Daarnaast wordt voorrang gegeven aan prioritaire en beschermde soorten. Bijlage 14 geeft een overzicht van de doelsoorten voor Tilburg.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

49

7

Beheerdoeltypen

Om de doelen te behalen wordt de natuur van Tilburg ingedeeld in verschillende beheertypen. Ieder beheertype draagt bij aan verschillende doelen en wordt op een verschillende manier beheerd. Op deze wijze wordt structureel invulling gegeven aan de verschillende beheerdoelen, wordt het functioneren van elke functie inzichtelijk gemaakt en wordt verzekerd dat maatregelen (investeringen) daar worden uitgevoerd waar de meeste potenties liggen en dus het meeste resultaat te verwachten valt. Per beheertype is aangegeven aan welke beheerdoelen uit hoofdstuk 5 voornamelijk wordt gewerkt binnen het beheertype. Maatregelen binnen het beheertype zijn altijd gericht op het behalen van de beheerdoelen. Daarnaast zijn nevendoelen aangegeven welke vaak met dezelfde inspanning ook te behalen zijn. Het uitgangspunt is dat over het gehele terrein bezien alle beheerdoelen behaald worden, maar dat op beheertypeniveau aan een specifiek aantal beheerdoelen wordt gewerkt. De maatregelen die binnen de verschillende beheertypen worden genomen zijn uitgewerkt in Hoofdstuk 7 Beheermaatregelen. De volgende beheertypen worden onderscheiden:

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

50

7.1

Natuurbos

Het beheertype natuurbos wordt opgedeeld in drie subtypen: droog bos, vochtig bos en verouderingseiland. De omschrijving van het toekomstige bos is: Het bos levert een impuls voor biodiversiteit, een duurzame bijdrage aan recreatie, het behoud van cultuurhistorie, klimaatadaptatie en CO2-vastlegging.

Er wordt gestreefd naar een veerkrachtige bos dat bestand is tegen de weersextremen die klimaatverandering met zich mee brengt. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht op de dynamiek van natuurlijke processen. Wanneer het noodzakelijk is voor de veiligheid of bosontwikkeling wordt er actief beheerd. Oogst van bomen vindt plaats waar dit van belang is voor de ontwikkeling van het bos, om aanwezige of gewenst natuur- of belevingswaarden te ontwikkelen, of in het kader van veiligheid van bezoekers. De onderstaande afbeelding geeft het streefbeeld van het bos van de toekomst weer. Figuur 22 geeft een doorsnede van het toekomstig bos.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

51

Toekomstboom (A) krijgt ruimte om een vitale kruin te ontwikkelen

Habitatboom (B) blijft behouden en mag oud worden, aftakelen en afsterven

Ingroeiende toekomstbomen (C) worden gesnoeid en vrijgesteld.

Pleksgewijze verjonging (D), ook kloemp genoemd, krijgt ruimte om door te groeien maar bosklimaat blijft behouden.

Schaduwverdragende optie (E) heeft nog geen extra licht nodig dus overstaander blijft zolang behouden

Grote toekomstboom (F) in rijpingsfase met daaronder voldoende licht voor aanplant of natuurlijke verjonging. Habitatgroep (I) als onderdeel van het OAD-netwerk.

Figuur 22: bosdoorsnede natuurbos

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

52

Eyecatcher (K) verdient als belevingsboom alle ruimte. Stuk met weinig kwaliteit (J) wordt voorlopig overgeslagen of verrijkt met aanplant.

G+H: Vlak bij een volwassen kwaliteitsboom berk in de rijpingsfase is hier een jonge toekomstboom eik geselecteerd met het oog op kwaliteitshout. Ze staan dicht bij elkaar maar de verwachting is dat voordat de eik echt last krijgt van de berkenkroon de berk als geoogst zal zijn. Een voorbeeld van ‘menging in de tijd’ (Zeitmischung).

7.1.1 Droog bos

Droge

bossen

komen

voornamelijk

voor

op

de

arme

en

droge

bodemtypes

(veldpodzolgronden, duin- en vlakvaaggronden) binnen het plangebied. In totaal komt het voor over een oppervlakte van ca. 184 hectare (zie bijlage 15). Meest voorkomende boomsoorten zijn Amerikaanse eik, grove den, inlandse eik, berk, douglasspar en beuk. SNL beheertypes die onder droge bossen vallen zijn N15.02 Eiken-, Dennen- en Beukenbos en N16.01 Droog bos met productie.

7.1.2 Vochtig bos

Vochtig bos komen voornamelijk voor op gooreerdgronden, moerige eerdgronden en vlakvaaggronden.

Het

Noorderbos

valt

onder

vochtig

bos

door

de

lokale

waterhuishouding en de potentie van de bossen voor een rijker bostype (haagbeukenen essenbos). De andere vochtige bossen zijn te vinden in Reeshof, Wilmabos en Koolhoven. De meest voorkomende boomsoorten in de vochtige bossen zijn grove den, Amerikaanse eik, inlandse eik, beuk, berk en douglasspar. De gewenste boomsoorten zijn niet of sporadisch aanwezig: haagbeuk, esdoorn, iep, zomer- en winterlinde, zoete kers, Spaanse aak, Europese vogelkers en hazelaar. Deze soorten zullen dus sterk aangeplant moeten worden willen de bossen omgevormd worden naar vochtig bos. SNL beheertypes die onder de vochtige bossen vallen zijn N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N16.04 Vochtig bos met productie.

7.1.3 Verouderingseiland (OAD-netwerk)

Om de ontwikkeling van de vervalfase te stimuleren, wordt een permanent netwerk van Oude, Aftakelende en Dode bomen (OAD) gestimuleerd. Dit OAD-netwerk heeft als doel de diversiteit aan soorten die gebonden zijn aan oude, aftakelende en dode bomen te optimaliseren. Binnen het netwerk krijgt een deel van het bosbestand de kans om oud te worden en in de toekomst spontaan af te takelen. Daartoe worden die delen van het bos geselecteerd die nu hoge natuurwaarden hebben gerelateerd aan de aftakelingsfase, of waar dat in de toekomst verwacht wordt. Daarnaast dient de voorraad dood hout (zowel staand als liggend, dik en dun) op peil gebracht te zijn en te blijven.

Beheerplan Tilburg

53

Het habitatnetwerk bestaat uit: • Verouderingseiland Een verouderingseiland is een stuk bos tussen de 1 en 3 hectare groot, waar geen beheer plaatsvindt. Verouderingseilanden verspreid door het bosgebied vormen samen het fundament voor het OAD netwerk. De verouderingseilanden worden buiten de recreatieve routes gelegd. • Habitatboomgroepen Een habitatboomgroep bestaat uit ongeveer 15 dominante en co-dominante bomen. Hierbij wordt gezocht naar groepen die bij voorkeur reeds omvangrijk zijn, enigszins dicht zijn, waarbij door zelfdunning een aanzienlijke hoeveelheid dood hout zal ontstaan. Ook oudere bomen met bijzondere structuren (zie ook habitatbomen) en hun omliggende bomen kunnen een boomgroep vormen. De voorkeur gaat uit naar inheemse boomsoorten die niet veel voorkomen, maar bij gebrek hieraan en om de diversiteit te vergroten worden ook andere soorten aangewezen. Habitatboomgroepen worden niet beheerd en krijgen de kans om op natuurlijke wijze de aftakelingsfase te bereiken. De groepen worden op een afstand groter dan één boomlengte van een pad gelegd, om veiligheidsproblemen te voorkomen. Is een groep afgetakeld en ingestort, dan wordt er een nieuwe groep aangewezen. • Habitatbomen Habitatbomen zijn bomen die door speciale kenmerken een hoge waarde voor biodiversiteit hebben.

De bedoeling is dat een eenmaal geselecteerde boom niet meer geoogst wordt en dus in het bos mag aftakelen. Een habitatboom kan volgende eigenschappen hebben: -

liefst een hoge leeftijd maar hoeft niet;

-

liefst een inheemse soort maar hoeft niet;

-

bomen met stambeschadigingen, vergroeiingen, holten, vogelhorsten, paddenstoelen;

-

karakteristieke bomen en woudreuzen.

De habitatboomgroepen en habitatbomen worden buiten de verouderingseilanden aangewezen en dienen als ‘stepping stones’ tussen de verouderingseilanden of refugia. Door deze elementen verspreid aan te wijzen over de gehele bosoppervlakte ontstaat een groter biodiversiteitseffect dan bij het realiseren van eenzelfde geconcentreerde oppervlakte aan habitatstructuren. Dood hout komt best in alle stadia van vertering voor, zowel staand als liggend. Door bomen te ringen, vellen of omtrekken wordt het aandeel dood hout snel op peil gebracht. In de verouderingseilanden ligt het aandeel dood hout hoger. In recreatieve (park)bossen en landschapselementen ligt het aandeel dood hout lager omwille van veiligheidsredenen.

Beheerplan Tilburg

54

7.2

Parkbos

Bosgebieden zoals de Oude Warande en het Wandelbos hebben een waardevol cultuurhistorisch aspect en worden daarom onder het beheerdoeltype parkbos geplaatst. De parkbossen zijn in totaal ca. 100 ha. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het belangrijk om het oorspronkelijk bedoelde karakter en ontwerp te behouden. Daarnaast bezitten deze oude parkbossen een zeer hoge biodiversiteit en een zeer hoge recreatieve waarde. De beheerdoelen voor dit beheerdoeltype zijn: • Duurzaam in stand houden van cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol bos, met zijn daarbij behorende variatie aan soorten en structuren (lanen). • Handhaven van oude (laan)bomen. Naast een hoge belevingswaarde hebben deze bomen ook een hoge ecologische waarde. Binnen Park de Warande moet de focus liggen op het handhaven, herstellen en vrijzetten van de historische lanen. • Handhaven en herstellen van zichtlijnen conform het oorspronkelijk ontwerp. • Handhaven en/of versterken van de gevarieerde bosstructuur met naast een goed ontwikkelde boomlaag, bij voorkeur ook een goed ontwikkelde struiklaag en een rijke kruidlaag. • Verhogen van de biodiversiteit en het aandeel dood hout • Verhogen van de belevingswaarde door markante bomen vrij te stellen, structuurvariatie, etc.

• Klimaatbestendig maken van het parkbos door bij verjonging van de lanen, markante bomen, boomgroepen en bosvakken rekening te houden met klimaatbestendige boomsoorten. • Klimaatbestendigheid parkbossen verhogen door verbetering van bosbodem (rijkstrooiselsoorten,…) en hydrologie. SNL beheertypes die onder de parkbossen vallen zijn N17.03 Park- en stinzenbos (Oude Warande) en N16.01 Droog bos met productie (Wandelbos).

7.2.1 Monumentale lanen

Lanen hebben in de Oude Warande een grote cultuurhistorische waarde en zijn dragers van het oorspronkelijke ontwerp. Daarnaast zijn deze lanen een zeer indrukwekkend landschapselement zijn die bijdragen aan de beleving. Ook ecologisch zijn lanen waardevolle elementen, met een groot belang voor oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen. Echter de lanen in de Oude Warande zijn van zo’n cultuurhistorische waarde dat het bewaren van het oorspronkelijke ontwerp (en dus verjonging van de lanen) belangrijker is dan de ecologische waarde van de bomen. Belangrijkste aspect voor de Oude Warande is het onderhouden en het herstellen van de kenmerkende lanenstructuur (zie Figuur 23) maar ook bij Vredelust Heidepark zijn belangrijke cultuurhistorische lanen aanwezig (zie Figuur 24).

Beheerplan Tilburg

55

Figuur 23: Oorspronkelijk ontwerp Oude Warande

Figuur 24: Lanenstructuur Vredelust Heidepark

Beheerplan Tilburg

56

7.2.2 Barokpaden

In het oorspronkelijke ontwerp van de Oude Warande waren in de vier kwadranten figuren van paden voorzien, zogenaamde barokpaden. In het NW-kwadrant een vierkant met 3 “dwarspaden”, in het NO-kwadrant een ruit, in het ZO-kwadrant een vierkant met afgeknotte hoeken en in het ZWkwadrant een cirkel met 3”dwarspaden”. Deze paden

zijn

niet

voorzien

van

begeleidende

beplanting. Om het ontwerp te herstellen is het aangewezen om de andere niet-functionele paden in de kwadranten te verwijderen. Dit zorgt tevens voor meer mogelijkheden voor behoud van oude, aftakelende

en

dode

bomen

binnen

Figuur 25: Tekening van het historische padenpatroon

deze van de Oude Warande zoals gerealiseerd in 1712 door kwadranten en geeft zo een boost aan de Willem van Hessen-Kassel. (Kalverkamp, 1996) biodiversiteit van de Oude Warande. In Vredelust Heidepark liggen in 2 percelen ontworpen padenpatronen. Deze patronen zijn duidelijk zichtbaar op de digitale hoogtekaart (zie Figuur 26). Op Vredelust (westelijk perceel) is een slingerende padenstructuur waar de wandelaar kan ronddwalen. Op Heidepark (oostelijk perceel) is een padenpatroon aangelegd bestaande uit drie cirkels met elkaar verbonden met gebogen paden. Om cultuurhistorische redenen worden beide padenpatronen versterkt door ze goed zichtbaar te maken.

Figuur 26: padenstructuur bij Vredelust Heidepark, zichtbaar op de digitale hoogtekaart (AHN)

Beheerplan Tilburg

57

7.2.3 Markante bomen of boomgroepen

In de parkbossen, de Oude Warande en Wandelbos,

zijn

markante

bomen

en

boomgroepen een belangrijk aspect van de belevingswaarde. Er is afwisseling tussen jonge en oude boomgroepen en de mate waarin licht de bosbodem bereikt.

Figuur 27: Markante boomgroep van rode beuk in de Oude Warande

7.2.4 Cultuurhistorische vijver

In de Oude Warande liggen twee vijvers, de westelijke vijver dateert van de aanleg in 1712 en de noordelijke vijver is later, omstreeks 1900 aangebracht. In het midden van het Wandelbos ligt een grote vijver met hieromheen enkele groepjes met karakteristieke moerascypressen. Langs het oostelijke deel van de vijver groeit voornamelijk dicht bos tot op de oever. Het eiland heeft zich natuurlijk ontwikkeld met enkele omgevallen bomen. Het westelijke deel van de vijver heeft meer een open oever en open bos. Oostelijk van de vijver ligt een noord-zuid georiënteerde zichtas.

Beheerplan Tilburg

58

7.3

Heide

7.3.1 Droge Heide

Droge heide omvat zowel heiden, struwelen, kleine open zandige plekken en grazige vegetaties op basenarme zand- en leemgronden. De droge heide in Tilburg ligt in De Gaas op een veldpodzolbodem (Hn30) en is ca. 4 ha groot (zie bijlage 15). Variatie in vegetatiestructuur is van groot belang voor warmte minnende diersoorten zoals zandhagedis en veel insecten zoals het heideblauwtje en de bruine vuurvlinder. Een deel van de heide in De Gaas heeft deze structuur slechts in beperkte mate. Het SNL beheertype voor droge heide is N07.01 Droge heide.

7.4

Graslanden

Graslanden in Tilburg, in totaal ca. 24 ha, liggen verspreid over de verschillende natuurgebieden. In de Noorderbossen ligt er ca. 8,6 ha grasland waarvan bv. 1 ha omgezet kan worden naar kruiden- en faunarijke akkers. In de Drijflanen ligt er ca. 9 ha grasland. De overige graslanden zijn veelal rijkere graslanden in Oude Warande, Heidepark-Vredelust, Bleukbos,… 7.4.1 Kruiden- en faunarijke graslanden

Onder het beheerdoeltype “Kruiden- en faunarijke graslanden” wordt in dit beheerplan een verscheidenheid aan graslandtypes ondergebracht. Naast de typische kruiden- en faunarijke graslanden, vallen ook droge schraalgraslanden binnen dit doeltype. SNL beheertypes die onder kruiden- en faunarijke graslanden vallen zijn N11.01 Droog schraalgrasland en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Deze SNL types zijn echter nog niet aangewezen in het natuurbeheerplan van provincie Noord-Brabant.

7.4.2 Kruiden- en faunarijke akkers

Door verandering in gewaskeuze en intensivering van teelten (wat gepaard ging met efficiëntere zaadschoning en intensievere, vaak chemische onkruidbestrijding en een sterkere bemesting) is er van biodiversiteit op akkers in Nederland weinig overgebleven. Veel van akkers afhankelijke soorten staan op de Rode Lijst. Om deze soorten en het cultuurhistorische beeld van deze akkers te behouden worden er in het beheer in Tilburg kruiden- en faunarijke akkers aangelegd. In Noorderbos-Zandleij wordt ca. 1 ha kruiden- en faunarijke akkers aangelegd. SNL beheertype is N12.05 Kruiden- en faunarijke akker.

Beheerplan Tilburg

59

7.5

Ruigte

Ruigte zijn over grote oppervlakte voorkomende ruigtevelden met dominantie of in mozaïek voorkomende ruigtevegetaties, die meestal ontstaan zijn na grootschalige ingrepen, zoals na drooglegging of plotselinge sterke extensivering na een intensief grasland- of akkerbeheer. De successie naar bos kan in deze ruigten lang achterwege blijven. Vaak is er plaatselijk vlier of wilg aanwezig als verspreide struiken of struweel. Deze kunnen echter weer afsterven en weer in ruigte overgaan. Deels komen ook meer grazige plekken voor, zeker bij begrazing. In de droge ruigte kan ook riet domineren. Ruigtevelden zijn rijk aan insecten als bij een begrazingsbeheer ook kruiden de ruimte krijgen. Het beheertype ruigteveld is met name van belang voor een aantal vogelsoorten zoals blauwborst, sprinkhaanzanger en soms velduil. In Noorderbos-Zandleij is ca. 6,5 ha ruigte aanwezig. SNL beheertype voor ruigte is N12.06 Ruigteveld. De ruigtevelden staan nog niet op de provinciale natuurbeheerplan.

7.6

Bosranden

Bosranden vormen de overgang van open terrein naar bos. Van nature zijn dit brede zones met een overgang van kruidige vegetatie via struweel naar gesloten bos. Net in die overgangszone is de diversiteit aan plant- en diersoorten hoog. Vooral zonbeschenen bosranden zijn belangrijk, hier is ruim voldoende licht voor uitbundige plantengroei en warmte voor vlinders en andere insecten en bijhorende predatoren (marters, muizen, egels, dassen , vlindersoorten,…. Het huidige areaal bosranden in Tilburg is nog vrij beperkt en de kwaliteit van de bosranden is niet goed. Met het benoemen van het beheerdoeltype “bosrand” en het gericht beheren hierop wil gemeente Tilburg het areaal bosranden uitbreiden. Op ca. 22,6 ha van de oppervlakte is momenteel al potentie om een biodiverse bosrand te ontwikkelen (zie bijlage 15). De komende jaren wordt hier sterk op ingezet in het beheer. Bosranden hebben geen afzonderlijk SNL beheertype maar zijn onderdeel van de bostypes.

Beheerplan Tilburg

60

7.7

Poelen

De gemeente Tilburg voert een actief beleid wat betreft de aanleg en beheer van kleine natuurwateren. Het betreft een scala aan watertypen, zoals drinkpoelen, bosvijvers, vennetjes, etc. De poelen hebben in meer of mindere mate een natuurfunctie en de gemeente hecht er waarde aan dat ze functioneren als leefgebied voor prioritaire planten diersoorten in Noord-Brabant. Een belangrijk aspect van de poelen is hun potentiële waarde als voortplantingswater voor amfibieën. In het voorkomen van inheemse amfibiesoorten neemt de gemeente Tilburg een unieke positie in omdat alle in Nederland inheemse soorten, uitgezonderd de soorten die in hun natuurlijke voorkomen zijn beperkt tot het Limburgse heuvelland, in de gemeente Tilburg voorkomen. Soorten als kamsalamander, boomkikker, knoflookpad, rugstreeppad en poelkikker zijn van meerdere populaties en leefgebieden binnen de gemeentegrenzen bekend. In totaal zijn er 134 poelen in Tilburg die we onder het beheerdoeltype “poel” onderbrengen (zie bijlage 15). De gemiddelde oppervlakte per poel is 960 m², wat maakt dat de meeste poelen zeer klein zijn. In De Lighallen is er ook een zuur ven (0,33 ha). Het ven staat op het natuurbeheerplan al N06.06 Zuur ven, de poelen vallen onder het SNL type N04.02 Zoete plas. Veel poelen staan niet op het natuurbeheerplan.

7.8

Naast

Kleine landschapselementen (KLE) bovenvermelde

beheerdoeltypes

zijn

er

ook

veel

verspreide

kleine

landschapselementen. Deze bestaan uit kleine bosgebieden, houtwallen, singels en struwelen. In totaal liggen er 67,8 ha kleine landschappelijke bossen in Tilburg. De overige landschapselementen zijn voor dit beheerplan nog niet geïnventariseerd en zullen in de toekomst toegevoegd worden. Onder beheer van deze landschapselementen wordt verstaan het inventariseren/bostracken en dunnen t.b.v. veiligheid, recreatie en biodiversiteit. Daarnaast worden ontbrekende soorten aangeplant in de landschapsbosjes om meer soortendiversiteit te krijgen.

Beheerplan Tilburg

61

8

Beheermaatregelen

8.1

Klimaatslim bosbeheer

Klimaatslim bosbeheer is een aangepaste bosinrichting en -beheer gericht op het optimaliseren van de ecosysteemprocessen onder de plaatselijke omstandigheden (nutriëntencyclus, watercyclus, primaire productie en gemeenschapsdynamiek). We willen de soortenrijkdom en de ecosysteemdiensten, zoals koolstofvastlegging en recreatie, van de Tilburgse bossen behouden of versterken in een veranderend klimaat. Bij klimaatbestendig bos ligt de focus op het verhogen van de veerkracht. De bouwstenen hierbij zijn: • Bescherm aanwezige waarden (biodiversiteit, bodembehoud, grondwaterbescherming, etc.) • Herstel en verbetering van groeiplaats • Verhoog diversiteit (soortensamenstelling, genetisch materiaal en functionele eigenschappen van aanwezige soorten) • Versterk structuur (stabiliteit, flexibiliteit en herstel) • Gebruik het bosklimaat (buffer voor extremen) • Stimuleer verjonging (aanpassing) De bouwstenen zetten zich door in de verschillende beheermaatregelen in het bos: bosverjonging, verzorging van de verjonging en bossen, dunningen,… 8.1.1 Bosverjonging

Uit de inventarisatie (zie 5.1 ) blijkt dat er in de Tilburgse bossen weinig bosverjonging aanwezig is. Slechts 0,5% van de bosoppervlakte is kwalitatieve verjonging. Daarnaast is deze verjonging van een beperkt aantal boom- en struiksoorten en met name boomsoorten

met

zuur

strooisel.

Om

dit

te

verbeteren wordt er actief ingezet op verjongen van de Tilburgse bossen en ook het activeren en bevoordelen van natuurlijke verjonging. Klimaatslim

bosbeheer

gaat

om

kleinschalig

ingrijpen, ook in de bosverjonging. In eerste instantie wordt gebruik gemaakt van natuurlijke verjonging aanwezig in de bossen. Indien de kwantiteit

en/of

onvoldoende

is

kwaliteit

van

worden

bomen

de en

verjonging struiken

aangeplant. De aanplant gebeurt dan via kloempen. Dit zijn kleine pleksgewijze aanplantingen van één boom- of struiksoort.

Beheerplan Tilburg

Figuur 28: Pleksgewijze verjonging van zoete kers met groot formaat plantsoen

62

Om de weerbaarheid tegen extreem droge en hete zomers te verhogen dient de aandacht allereerst uit te gaan naar behoud en herstel van het bosklimaat vooraleer in verdere bosontwikkeling en soortensamenstelling te sturen. Schaduwtolerante opvolgersoorten spelen een belangrijke rol bij het herstel van het bosklimaat. Uit de inventarisatie is naar voor gekomen dat de boomsoortensamenstelling ontoereikend is voor de doelen die Tilburg aan zijn bossen opgelegd heeft. Daarom is het belangrijk om via bosverjonging te sturen in de boomsoortensamenstelling. Naast het inplanten van ontbrekende soorten om meer variatie te krijgen in het bos is het belangrijk om rekening te houden met de eigenschappen van de soorten. Voor het herstel van de buffering van de Tilburgse bossen is een geheel aan maatregelen nodig die ervoor zorgt dat de nutriëntenvoorziening in balans gebracht wordt, op een voldoende hoog niveau komt en op dit niveau in stand gehouden wordt; de nutriëntenpomp. De belangrijkste en makkelijk uit te voeren maatregel is het geleidelijk deels vervangen van de huidige verzurende boomsoorten door rijkstrooiselsoorten (soorten met rijk en goed afbreekbaar strooisel). Zij vormen de basis, de nutriëntenpomp zelf. Deze nutriëntenpomp pompt in eerste instantie de aanwezige nutriënten rond en zorgt er vooral voor dat de nutriënten aanwezig in diepere lagen beschikbaar komen.

Als aanvullende maatregel wordt de aanplant van rijk-strooiselsoorten recentelijk uitgevoerd met een eenmalige gift van mineralen (steenmeel) om de buffering van de bodem te herstellen. Als eenmaal de nutriëntenpomp weer functioneert wordt een belangrijk aandeel van de stikstof in het ecosysteem geïntegreerd door immobilisatie in (bodem)fauna, in stabiele humus en in stikstofminnende bomen. Door de vorming van stabiele humus zal het vochthoudend vermogen van de bodem ook toenemen. Boom- en struiksoorten die voor aanplant in aanmerking komen zijn (winter)linde, hazelaar, zoete kers, iep, esdoorn, Spaanse aak, boswilg, ratelpopulier, es, els, haagbeuk, Europese vogelkers en alle overige boom- en struiksoorten met strooisel rijker dan de aanwezige soorten.

Beheerplan Tilburg

63

Op arme droge gronden zijn weinig voedingsstoffen aanwezig en kunnen bomen zich moeilijk vestigen door nutriëntengebrek. Hier zullen rijkstrooiselsoorten vaak niet de gewenste groei vertonen. Op deze gronden gaan zogenaamde kwartiermakers geplant en bevorderd worden. Dit zijn boomsoorten met een rijker strooisel dan de huidige opstand. De kwartiermakers die worden aangeplant op arme gronden zijn bijvoorbeeld ruwe berk, lijsterbes en ratelpopulier. Met hun beter verteerbare bladstrooisel verhogen zij het organische stofgehalte in de bodem en maken zij langzaam de bodem geschikt voor veeleisendere rijkstrooiselsoorten.

Figuur 29: Nutriëntencyclus in een arm bossysteem. Door een beperkte samenstelling van het bodemleven verteert blad langzaam. Strooisel hoopt zich op en basische kationen spoelen uit de bovengrond en zijn nog maar beperkt beschikbaar voor opname.

Figuur 30: Nutriëntencyclus in een rijk, goed gebufferd systeem. Het rijke bodemleven zorgt voor snelle afbraak van vallend blad. Er is weinig uitspoeling van de aanwezige basische kationen, deze worden vastgelegd in humus en blijven beschikbaar voor de opname door planten.

Beheerplan Tilburg

64

Tabel 14: Verschillen in bladstrooiselkwaliteit op basis van afbraaksnelheid, ontwikkeling humusvorm en bijdrage aan basenvoorziening op zandgrond. (Bron: Eco2Eco – Ecologie in boomgericht bosbeheer)

Soort

Heel goed

Iep

✓

Es

✓

Linde

✓

Europese vogelkers

✓

Amerikaanse

✓

Goed

Matig

Slecht

vogelkers Zoete kers

✓

Els

✓

Lijsterbes

✓

Hazelaar

✓

Esdoorn

✓

Wilg

✓

Populier

✓

Haagbeuk

✓

Berk

✓

Zilverspar

✓

Douglasspar

✓

Eik

✓

Beuk

✓

Den

✓

Fijnspar

✓

Lariks

✓

Beheerplan Tilburg

65

Naast de aspecten van schaduwtolerantie en rijkstrooisel is het ook belangrijk in het kader van klimaatslim bosbeheer om te kijken naar droogteresistentie bij soorten. Bij de natuurbossen is het vooral de inheemse boomsoorten waar we naar kijken voor verjonging. Bij de parkbossen is het ook interessant om uitheemse soorten mee te nemen in de bosverjonging (bv. elsbes, meelbes, plataan, grootbladige berk,…). Ook zuidelijkere herkomsten van inheemse boomsoorten worden meegenomen in de bosverjonging om genetische adaptatie aan klimaatverandering te stimuleren. Bijlage 16 geeft een overzicht van boomsoorten en hun klimaatadaptieve eigenschappen.

Figuur 31: boomhazelaar (Corylus colurna) van 30 jaar en aanplant in kloemp van boomhazelaar met wildbescherming. Boomhazelaar is een lichtboomsoort die goed droogte tolereert. Het is een rijkstrooiselsoort wat een mogelijke aanvulling is voor berk, grove den en Japanse lariks in het kader van functionele diversiteit. (Foto H. Van Lommel)

Beheerplan Tilburg

66

8.1.2 Bosverzorging

In de jonge fase van nieuwe (gewenste) bomen en struiken is het van belang om de overlevingskansen van de bosverjonging zo goed mogelijk te maken en schade te voorkomen. Daarbij wordt aanplant vrijgesteld van hinderlijke kruiden of ongewenste concurrenten. Als de bosverjonging doorgegroeid is komt die in de dichte fase. Dit is een belangrijke fase om te sturen in de boomsoortensamenstelling en tevens te zorgen voor vitale toekomstbomen.

8.1.3 Bostracking

Bostracken is het inventariseren, in kaart brengen en markeren van elementen in een bos voor de beheerplanning en uitvoering. Tijdens het bostracken worden elementen in het bos vastgelegd die belangrijk zijn om de beheerdoelen te behalen. Dit zijn toekomstbomen, maar ook boomgroepen of een specifieke locatie in het bos (bijvoorbeeld voor aanplant). Zowel oudere volwassen bomen in de kroonlaag als jonge opslag daaronder en opstandsdelen met een beperkte functievervulling worden beoordeeld, vastgelegd en daarna zo nodig aangepakt. Figuur 22 geeft een overzicht van alle elementen in klimaatslim bosbeheer die tijdens bostracking meegenomen worden. De Tilburgse bossen zijn opgedeeld in 6 werkblokken. Elke 6 jaar vindt er een bostracking plaats in een werkblok. Zo ontstaat er een beheercyclus van 6 jaar. Tijdens de bostracking worden elementen gecontroleerd of aanvullende elementen geregistreerd. Ook wordt tijdens het bostracken bomen geblest en gemeten voor de dunning. De geregistreerde verjongingsgroepen, opties en toekomstbomen van het werkblok worden na 2 jaar gecontroleerd en vrijgesteld indien nodig.

8.1.4 OAD netwerk

Om de ontwikkeling van de aftakelingsfase te stimuleren, wordt een permanent netwerk van Oude, Aftakelende en Dode bomen (OAD) aangelegd. Dit OAD-netwerk heeft als doel de diversiteit aan soorten die gebonden zijn aan oude, aftakelende en dode bomen te optimaliseren. Binnen het netwerk krijgt een deel van het bosbestand de kans om oud te worden en in de toekomst spontaan af te takelen. Daartoe worden die delen van het bos geselecteerd die nu hoge natuurwaarden hebben gerelateerd aan de aftakelingsfase, of waar dat in de toekomst verwacht wordt. Daarnaast dient de voorraad dood hout op peil gebracht te zijn en te blijven.

Beheerplan Tilburg

67

De samenstelling van het OAD-netwerk wordt weergegeven in 7.1.3 . Het OAD-netwerk voor de Tilburgse bossen wordt tijdens de looptijd van het beheerplan uitgerold tijdens de verschillende werkplannen en bostracking. Streefcijfer is 5% van de totale oppervlakte in het OAD-netwerk.

8.1.5 Dunning

Om in te grijpen in de boomsoortensamenstelling en de structuur is het belangrijk om in te grijpen in de boomlaag om extra ruimte en licht te geven aan andere boselementen. Dit zal gebeuren door vellen, ringen of omduwen/omlieren van bomen. Bij vellen wordt gekozen om een deel van de bomen bomen uit het bos te halen voor duurzaam gebruik als grondstof. Een belangrijke afweging bij exploitatie is het beschermen van de bodem. Bij gebruik van zware machines in het bos treedt bodemverdichting op. Daardoor nemen macroporiën af in de bodem (minder lucht in bodem). Negatieve effecten hiervan zijn enerzijds minder waterinfiltratie, een vermindering van uitwisselbaarheid van water en zuurstof, verminderde

gasuitwisseling

(afname

zuurstof,

toename

CO2)

en

een

hogere

penetratieweerstand. Dit heeft zeer negatieve gevolgen voor de bodemvitaliteit (minder bodemleven,…) en vitaliteit van het bos en vegetatie. Bij gevoelige bodems is het soms beter om bomen te ringen, om te duwen of te vellen en laten liggen zodat geen zware machines in het terrein nodig zijn. Hierbij moet natuurlijk rekening gehouden worden met veiligheid voor recreatie. De exploitatie wordt dan uitgevoerd met de hand met een motorzaag en een rupskraan. Bij gebruik van zware machines moet bodemcompactie tot het minimum herleid worden. Bij houtexploitatie wordt daarom gebruik gemaakt van dunningspaden. Alleen daar mogen machines rijden. Vaste paden moeten ervoor zorgen dat bij de werkzaamheden de paden zo ver mogelijk uit elkaar liggen terwijl de paden goed berijdbaar zijn en de bomen bereikbaar zijn.

8.1.6 Hydrologisch herstel

Hydrologische maatregelen spelen een belangrijke rol binnen het beoogde herstel. Maatregelen die effectief bijdragen aan het herstellen van de waterhuishouding zijn: • Het dempen van sloten • Het verondiepen van sloten • Het verwijderen van rabatten Het uitvoeren van vernattende maatregelen is maatwerk en werkt niet overal. Op sommige plaatsen kan het zelfs een negatief effect hebben, doordat regenwater een grotere rol gaat spelen wat de verzuring juist versterkt. Wil men vernattende maatregelen toepassen, dan moet gericht worden uitgezocht wat precies de gevolgen zijn voor het

Beheerplan Tilburg

68

gebied. Vervolgens dient een goede afweging te worden gemaakt van het belang van de maatregelen. Hiervoor is een hoge mate van expertise nodig. Om meer inzicht te krijgen in het functioneren van deze gebieden en hun hydrologische systemen wordt voor verschillende gebieden een Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA) uitgevoerd. Voor een LESA gebruik je relevante informatie uit verschillende vakgebieden, zoals geologie, historie, hydrologie, hydrochemie, bodemkunde en ecologie. Met de gebundelde kennis uit de LESA zijn de processen en patronen in vegetaties en standplaatscondities te verklaren binnen de gebieden. Daarnaast geeft het een idee van de potenties van de gebieden ten aanzien van natuurherstel en -verbetering. Dit zorgt voor een stapsgewijze, systeemgerichte aanpak waarmee een goed beeld wordt verkregen van de landchapsecologische relaties in de gebieden.

8.2

Parkbosbeheer

Naast het klimaatslim bosbeheer zoals hiervoor beschreven heeft parkbosbeheer nog een aantal extra aspecten. De Tilburgse parkbossen hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Om de cultuurhistorische waarden en functionaliteit van de parkbossen te herstellen is renovatie- en omvormingsbeheer nodig (met name om de lanen en zichtlijnen te herstellen). Op plekken waar de cultuurhistorische waarde nog intact is wordt instandhoudingsbeheer toegepast. Bij de Oude Warande is het renovatiebeheer voornamelijk gericht op de monumentale lanen. Hier zijn door klimaatverandering (droogte, verzuring,…) veel laanbomen minder vitaal, met name de beuken- en Amerikaanse eikenlanen. Daarnaast worden ook de zichtbepalende historische boomgroepen vrijgezet en worden nieuwe boomgroepen aangeplant. Voor het Wandelbos gaat het dan voornamelijk over het vrijzetten van monumentale bomen en het vrijmaken van zichtassen. Daarnaast wordt voor het Wandelbos de ecologische en esthetische kwaliteit van de vijver verder verhoogd. Bij het instandhoudingsbeheer wordt voornamelijk het lanenbeheer een belangrijke (vrijmaaien, vormsnoei jonge lanen, opsnoeien, verjongen,…) en het vrijwaren, versterken en aanvullen van de esthetische boomgroepen. Naast de lanen worden ook de paden en de zichtassen vrijgehouden.

Beheerplan Tilburg

69

De parkbossen zijn druk bezochte en cultuurhistorisch belangrijke bossen. In dit beheerplan is een aanzet voor beheer voor de parkbossen gedaan zodat de deze ook geïntegreerd zitten in de totale visie en raming van de bos- en natuurterreinen. De komende jaren gaat Gemeente Tilburg een participatief proces starten om de uitgebreide gebiedsvisie en uitvoeringplannen voor beide parkbossen uit te werken (zie 10.2 Participatie).

Werkzaamheden

voor

Wandelbos

en

Oude

Warande

staan

in

de

meerjarenplanning (zie 9.2 Planning) gepland voor resp. 2027 en 2029. De werkplannen worden dus opgemaakt in resp. 2026 en 2028. Het is aangewezen om op tijd te starten met de voorbereiding en de opstart van beide processen.

8.2.1 Lanenverjonging

Om het cultuurhistorische ontwerp van de Oude Warande te behouden is het van groot belang om de lanen te verjongen. In het verleden werden de volledige lanen in één keer verjongd waarbij eerst de lanen verjongd werden waarvan recent reeds delen van hetzelfde laancomplex waren verjongd. Daarnaast werden bij voorkeur geen lanen met een gezamenlijk kruispunt tegelijk verjongd. Voor de verjongingscyclus werd gerekend met een leeftijd van 125 jaar voor een laan. In totaal heeft de Oude Warande 17.500 meter lanen.

Figuur 32: Huidige boomsoorten van de lanen, geel zijn inlandse eik, blauw linde, rood Amerikaanse eik en paars beuk.

Beheerplan Tilburg

70

Tabel 15 geeft het verjongingsplan voor de lanen van de Oude Warande weer. In 1990 is 2050m laan verjongd. Door de slechte staat van verschillende lanen wordt in 2023 nog een deel van de lanen verjongd. In de planning van het vorige beheerplan was voorzien om in 2030 en 2036 telkens nog 840m laan te verjongen. De huidige boomsoorten zijn inlandse eik, linde, Amerikaanse eik en beuk. Beuk is een soort die in het licht van de klimaatverandering in de toekomst minder vitaal gaat worden. Om de veiligheid van de recreanten te garanderen worden de beukenlanen

op

termijn

verjongd

met

meer

klimaatbestendige boomsoorten. De Amerikaanse eikenlanen staan nu wat verspreid in de Oude Warande. Om een mooi ontwerp te krijgen en een hogere

biodiversiteit

te

bekomen

worden

de Figuur 33: Verjongde laan zomereik uit

Amerikaanse eiken op termijn uitgefaseerd. De lanen

1990 in de Oude Warande

worden gelijkjarig verjongd met één boomsoort. Tabel 15: Verjongingsplan voor de lanen in de Oude Warande

Laan nr.

Lengte

Huidige boomsoort

Nieuwe

Plantjaar

boomsoort 6a/6b

740

Am. Eik

Inl. eik

1990

14a

150

Inl. eik

Beuk

1990

16a

160

Beuk

Beuk

1990

2b

70

Inl. eik

Inl. eik

1980

12a/12b/12c

980

Am. Eik/linde

Beuk

NIET

7a/7b

1000

Inl. eik/Am. Eik

Inl. eik

1990

1b

720

Beuk

Inl. eik

2025

4c

160

Am. Eik/beuk

Inl. eik

2025

4a

400

Am. Eik

Inl. eik

2029

14b

350

Am. Eik

Linde

2029

13a

620

Inl. eik/beuk

Linde

2029

11a/11b

960

Inl. eik/Am. Eik/beuk

Linde

2035

10a/10b

870

Beuk/linde

Linde

2035

16c

460

Am. Eik

Linde

Na 2035

10c

180

Am. Eik

Linde

Na 2035

11c

180

Am. Eik

Linde

Na 2035

1a

720

Am. Eik

Inl. eik

Na 2035

4b

760

Am. Eik/beuk

Inl. eik

Na 2035

13b

200

Beuk

Linde

Na 2035

15b

100

Geen

Linde

Na 2035

8.2.2 Lanenbeheer

Beheerplan Tilburg

71

Voor de veiligheid van recreanten worden ook de laanbomen in de parkbossen meegenomen

in

de

boomveiligheidscontroles

(BVC).

Periodiek

wordt

een

onderhoudssnoei voorzien voor de lanen en monumentale parkbomen. Naast de snoei is het ook van groot belang om de laanbomen vrij te zetten van bosbeplanting, enerzijds bosbomen en anderzijds opslag. Zo gaan de lanen meer opvallen en hebben ze minder concurrentie van andere bomen. Hier moet wel voorzichtig te werk gegaan worden met de oude laanbomen om bv. schorsbrand bij beuk te vermijden. 8.2.3 Herstellen zichtlijnen

Een tweede onderdeel van het renovatiebeheer is het herstellen van zichtlijnen. In beide parkbossen speelt dit zeer sterk. Door het extensieve beheer zijn zichtassen dichtgegroeid. In 2023 is reeds gestart met een herstelbeheer hiervan. Zo zijn de zichtlijnen over de vijver en de brug van het Wandelbos terug opengemaakt.

8.2.4 Boomgroepen en solitaire parkbomen

Naast de bosverjonging en de lanenverjonging willen we in de

parkbossen

ook

zichtbepalende

boomgroepen

en

solitaire bomen vrijstellen en aanplanten. Hier wordt rekening gehouden met klimaatverandering en droogte en wordt gekozen voor meer droogtetolerante soorten. Naast de inheemse soorten zoals winterlinde, wintereik en zoete kers worden ook andere Europese of uitheemse soorten aangeplant (elsbes, meelbes, moseik, boomhazelaar,…). Het aanplanten van de boomgroepen en solitaire bomen gebeurt met veren of kleine laanbomen. Een optimale aanplant en verzorging is cruciaal voor een goede slaagkans van de bomen.

Figuur 34: Aanplant van winterlinde als solitaire boom in een verjongingsvlak in Oude Warande.

8.2.5 Historische vijvers

Om het beeld van de westelijke vijver uit het originele ontwerp te behouden wordt eventuele opslag van bomen en struiken op de wal rondom de vijver verwijderd indien een rommelig beeld ontstaat en de rododendrons in de verdrukking komen.

Beheerplan Tilburg

72

8.3

Heidebeheer

Natuurlijke successie zorgt dat heideterreinen dichtgroeien en ontwikkelen tot dicht bos. Om dichtgroei van heideterreinen en kleinschalige open ruimtes met bomen en ongewenste gras- of (korst)mossen te voorkomen, zijn cyclische beheermaatregelen noodzakelijk. Middels begrazing, maaien, chopperen en opslag verwijderen wordt doelmatig beheerd om een soortenrijke heide te ontwikkelen en behouden. Verspreid in de terreinen worden enkele bomen en struiken (of groepjes hiervan) gehandhaafd ten behoeve van fauna zoals insecten en vogels. Om de verbossing van de gebieden tegen te gaan en de druk vanuit omliggende bossen te verminderen worden rondom de heideterreinen harde bosranden tot geleidelijke overgangen omgevormd. Deze vormen een glooiende overgang en zijn bijzonder interessant voor insecten. Daarnaast wordt hiermee een aantrekkelijk landschapsbeeld gecreëerd voor recreanten.

8.3.1 Verwijderen van bos en opslag

In de Gaas ligt een droge heideterrein van ongeveer 4 hectare. Op dergelijke open stukken bereikt veel zonlicht de bosbodem. Daardoor raken ze snel overgroeid met pioniersoorten zoals berk, den en Amerikaanse vogelkers. Om de ecologische waarde van deze kleinschalige open terreintjes in stand te houden worden deze van opslag en struiken ontdaan. Slechts enkele markante bomen en struiken (bijv. grillige laagblijvende eiken) of groepjes hiervan, worden hierbij gespaard (ca. 10 per hectare). Opslag wordt getrokken, afgezet of afgemaaid. Bij voorkeur in het vroege voorjaar zodat de schade

voor de jonge berken het grootst is. Elk jaar wordt geïnventariseerd in welke delen opslag moet worden verwijderd en wordt max. 30% van de oppervlakte heide (ca. 1,3 ha) ontdaan van opslag. De hierbij vrijkomende opslag wordt op takkenhopen / takkenrillen in het terrein achtergelaten.

8.3.2 Maaien of chopperen heide

Ten behoeve van het behoud van de heide, om vergrassing tegen te gaan, heide ter verjongen, een open structuur te krijgen en opslag tegen te gaan worden enkele delen gemaaid. Wanneer er een dichte wortelmat voorkomt wordt gechopperd. Chopperen is een vorm van verdiept maaien of ondiep plaggen. Hierdoor wordt een overschot aan voedingsstoffen afgevoerd en vindt regeneratie van de droge heide plaats. Met deze beheermethode wordt daarnaast de bodem beschermd en blijft het voor droge heide zo belangrijke schoensmeerlaagje behouden. Het vrijkomende maaisel/choppermateriaal moet uit het terrein worden afgevoerd. Om het jaar wordt geïnventariseerd welke delen voor maaien en chopperen in aanmerking komen en wordt kleinschalig gewerkt. Er wordt maximaal 5% van de heide gemaaid of gechopperd.

Beheerplan Tilburg

73

8.3.3 Schapenbegrazing

Begrazing met schapen is bij de Gaas de belangrijkste beheermaatregel. De schapen zetten de successie terug en brengen structuur aan in de terreinen. Daarnaast trappen ze de bodem open en zorgt hun mest voor verrijking voor insecten (o.a. mestkevers). Begrazing van heide gebeurd in het groeiseizoen in meerdere rondes (minimaal 2). Begrazing gebeurd met het Kempisch heideschaap of soortgelijk ras. De heide is redelijk goed ontwikkeld, waardoor reguliere begrazing volstaat. Daarvoor wordt samen met de herder een begrazingsplan opgesteld.

8.4

Graslandbeheer

Kruiden- en faunarijk grasland is grasland dat kruiden- en structuurrijk is. Om verruiging en verbossing tegen te gaan wordt dit type grasland beheerd door het jaarlijks maaien en afvoer van de vegetatie. Hierdoor worden voedingsstoffen afgevoerd en krijgen kruiden en mossen meer kansen ten opzichte van (zodevormende) grassoorten. Het maaien dient gefaseerd plaats te vinden zodat altijd genoeg schuilplaatsen en foerageergebied over blijft voor fauna. Bij ontwikkelings-en verschralingsbeheer moet 20% behouden blijven, bij instandhoudingsbeheer is dit tot 40%. Maaien gebeurt in meerder rondes met gefaseerd maaibeheer in de periode juli-september, afhankelijk van de graslandfase. Deze periode is gunstig omdat de al aanwezige kruidachtige planten dan gebloeid hebben en de zaden hebben laten vallen. De graslanden zijn vrij voedselrijk en worden dus niet bemest. Jaarlijks wordt gemaaid en maaisel afgevoerd.

8.5

Bosrandbeheer

De gemeentelijke bossen kennen weinig geleidelijke bosranden. Bosranden hebben echter een hoge natuurwaarde en zijn belangrijk voor diverse soorten. Gemeente zet in op het verhogen van de natuurkwaliteit en zal op de diverse terreinen bosranden inrichten. De mantelvegetatie wordt elke 6 jaar 1/3e afgezet. Zo krijgen we een hakhoutbeheer met een cyclus van 18 jaar. Daarnaast wordt bij het afzetten bekeken of er bijgeplant moet worden als de soortensamenstelling ondermaats is of te veel ongewenste soorten aanwezig zijn. De zoom wordt gefaseerd gemaaid en afgevoerd, zo ontwikkelt zich ook meer ruigte. Het maaien van de zoomvegetatie zal gecombineerd worden met het maaiwerk van de graslanden.

Beheerplan Tilburg

74

8.6

Poelenbeheer

Tilburg heeft 134 poelen in zijn gebied. Poelen groeien dicht indien deze niet worden onderhouden. Ook hebben veel poelen te maken met invasieve exoten, waardoor de natuurlijke flora en fauna wordt benadeeld. In het kader van het exotenbeleid 20192021 van de gemeente Tilburg heeft Bureau Natuurbalans reeds een verspreidingsonderzoek uitgevoerd en een plan van aanpak voor eliminatie of beheersing opgesteld (Heijkers & Crombaghs 2022: 20-187 Poelenonderzoek invasieve exoten Tilburg_NB220221d). De detailkaarten en de bedreigingen uit dit onderzoek staan in bijlage 17. Jaarlijks wordt bekeken op basis van dit onderzoek en terreininventarisatie welke poelen opgeschoond worden; dit wordt opgenomen in het werkplan. Selectiecriteria zijn: • Voorkomen prioritaire soorten • Aanwezigheid exoten en/of vis • Mate van achterstalligonderhoud, incl. bijbehorende maatregelen • Landschapsecologie & Cultuurhistorie Het opschonen van de poelen omvat o.a.: • Verwijderen van exoten en vissen • Uitmaaien poel en afvoer vrijkomend materiaal • Maaien oevers en afvoer vrijkomend materiaal • Verwijderen boomopslag en afvoer vrijgekomen materiaal/ indien locatie en hoeveelheid het toelaat op rillen plaatsen • Baggeren en afvoer vrijkomend materiaal

Beheerplan Tilburg

75

8.7

Exotenbeheer

Voor de aanpak van invasieve uitheemse soorten is er een breed spectrum aan beleidsinstrumenten die Tilburg inzet. Dit spectrum omvat preventie (communicatie naar inwoners,…), snelle respons (in strikte zin, voor afwezige soorten; of in brede zin, voor beperkt aanwezige soorten) en beheer. De aanpak van exoten volgt een aantal stadia: • Preventie: via communicatie en bewustmaking zorgen dat introducties van uitheemse soorten vermeden worden. • Snelle respons: wanneer een soort is geïntroduceerd kunnen snelleresponsmaatregelen een vestiging verhinderen. • Beheer: als de soort zich gevestigd heeft zijn beheermaatregelen aan de orde. Daarbij onderscheiden we volgende opties: • Bestrijding • Beheersing • Ecosysteemaanpak • Nulbeheer De bovenstaande aanpak is vooral vanuit kostenefficiëntie belangrijk. Zo lopen de kosten voor bestrijding snel op bij uitbreiding van een soort. Voor het dragen van deze kosten heeft Provincie Noord-Brabant vaak subsidiemogelijkheden o.a. via de subsidieregeling Natuur of subsidie voor samenwerking tussen grondeigenaren.

Figuur 35: grafiek van de verschillende aanpakmethodes en de kosten i.f.v. de populatiegroei en verspreiding

Beheerplan Tilburg

76

Voor enkele soorten neemt Provincie Noord-Brabant het voortouw: wasbeer, amoergrondel, Aziatische hoornaar, wasbeerhond, muntjak en rosse stekelstaart. Voor de zoogdieren en vogels (wasbeer, muntjak, wasbeheerhond, rosse stekelstaart, nijlgans) geeft de provincie de Faunabeheereenheid de opdracht voor bestrijding. Voor de populatie Siberische grondeekhoorn in Tilburg is er een uitzondering en is er een opdracht tot beheersing. Een gedetailleerd overzicht van de soorten, de aanpak, maatregelen en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering staat in Bijlage 18: Kaart invasieve exoten natuurgebieden Gemeente Tilburg

Beheerplan Tilburg

77

Bijlage 19: Schematische weergave plan van aanpak Provincie Noord-Brabant exoten (Unielijstsoorten).

Tabel 16: Verantwoordelijkheden bij de aanpak van invasieve exoten (Plan van Aanpak Provincie Noord-Brabant)

Soorten

Verantwoordelijken

Natura-2000 en Natuurnetwerk Brabant

Gemeente

Watergangen,

Waterschap

schouwpaden,

waterkeringen en uiterwaarden die onder beheer waterschap vallen Bermen langs provinciale wegen alsook

Provincie

gronden of wateren in bezit van de provincie Bermen langs gemeentelijke wegen en

Gemeente

oevers langs waterlopen alsook gronden of wateren in bezit van gemeente Bermen langs rijkswegen, taluds langs rijkswaterlopen

en

winterbed

Rijk/Rijkwaterstaat

grote

rivieren alsook Rijkswateren Spoorwegen en taluds

ProRail

Zoogdieren en vogels

Faunabeheereenheid Brabant

Beheerplan Tilburg

78

Tabel 17: Soorten van Regeling natuurbescherming van Provincie Noord-Brabant, waargenomen soorten in de provincie

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Zoogdieren Muntjak

Muntiacus reevesi

Siberische grondeekhoorn

Tamias sibiricus

Wasbeer

Procyon lotor

Wasbeerhond

Nyctereutes procyonoides

Vogels Nijlgans

Alopochen aegyptiacus

Rosse stekelstaart

Oxyura jamaicensis

Vissen Blauwband

Pseudorasbora parva

Zonnebaars

Lepomis gibbosus

Reptielen/Amfibiën Lettersierschildpad (ondersoorten)

Trachemys scripta

Insecten Aziatische hoornaar

Vespa velutina

Landplanten Reuzenbalsemien

Impatiens glandulifera

Reuzenberenklauw

Heracleum mantegazzianum

Zijdeplant

Asclepias syriaca

Hemelboom

Ailanthus altissima

Water- en oeverplanten Grote waternavel

Hydrocotyle ranunculoides

Moeraslantaarn

Lysichiton americanus

Ongelijkbladige waterpest

Myriophyllum heterophyllum

Parelvederkruid

Myriophyllum aquaticum

Smalle waterpest

Elodea nuttallii

Verspreidbladige waterpest

Lagarosiphon major

Waterhyacint

Eichhornia crassipes

Waterteunisbloem

Ludwigia grandiflora

Waterwaaier

Cabomba caroliniana

Beheerplan Tilburg

79

8.7.1 Preventie

In eerste plaats is er de Europese verordening die een verbod stelt op soorten van de Europese Unielijst opzettelijk te importeren, te houden, te kweken, te vervoeren, te verhandelen, te gebruiken of uit te wisselen, te laten voortplanten of vrij te laten in het milieu. Deze onopzettelijke handelingen moeten zo goed als mogelijk vermeden worden. Tilburg moet voor preventie zijn gemeentelijke communicatiekanalen inzetten. Het informeren van burgers over de mogelijke risico’s van introductie van exoten is een belangrijke eerste stap in het exotenbeheer. Ook het communiceren dat uitzetten (loslaten) van dieren, of het dumpen van tuinafval in de natuur verboden is. Communicatie en kennis delen zal voor deze, maar ook voor alle overige invasieve exoten worden ingezet om de bewustwording en draagvlak te vergroten. 8.7.2 Snelle respons

Bij de snelle respons is de trend in het aantal of de oppervlakte leidend (uitbreiding, stabiel of krimpend) voor de urgentie van de aanpak. Om toekomstige hoge beheerkosten te vermijden moeten soorten met een beginnende toename een hogere prioriteit krijgen. Inventarisatie en dataverwerking zijn hierbij van cruciaal belang. Voorbeelden van uitheemse soorten waar momenteel nog een snelle respons voor mogelijk is zijn bv. Aziatische hoornaar (Vespa velutina nigrithorax) en marmerkreeft (Procambarus fallax f. virginalis). Voor snelle respons zijn meldingen en het verwerken van deze meldingen cruciaal. Meldingen worden gedaan via waarneming.nl. Soorten die zich nieuw (dreigen te) vestigen worden direct verwerkt door de NVWA (bv. voor de Aziatische hoornaar worden de meldingen geanalyseerd door EIS-kenniscentrum). Bij een positieve beoordeling geven zij dit door aan Provincie Noord-Brabant. De provincie beslist wat er met het nest moet gebeuren. 8.7.3 Bestrijding

Voor de aanpak “bestrijding” toegepast wordt moet de beheerbaarheid bekeken worden. Hieronder worden tal van aspecten van haalbaarheid begrepen: effectiviteit, techniciteit, veiligheid, kostprijs, wenselijkheid van neveneffecten, sociale aanvaarding, ruimtelijke context (bv. risico’s op herbesmetting),…. Bijlage

20:

Beslisboom

exotenaanpak

geeft

een

algemene

beslisboom

voor

exotenbestrijding. Voor Japanse duizendknoop is er een gedetailleerdere beslisboom beschikbaar

van

Probos

(https://bestrijdingduizendknoop.nl/beslisboom).

De

samenvatting van de beslisboom staat in Bijlage 21: Beslisboom duizendknoopaanpak Probos. De meest toegepaste bestrijdingsmethoden worden in de beslisboom toegepast en besproken. De bestrijdingsmethodes worden niet besproken in dit beheerplan.

Beheerplan Tilburg

80

8.7.4 Ecosysteemaanpak

Als de exoot wijdverspreid is en bestrijding praktisch of financieel niet haalbaar is kan gekozen worden voor de ecosysteemaanpak (Ecosystem Resilience Approach, ERA). Daarbij wordt gekozen om de veerkracht van het ecosysteem te versterken i.p.v. het bestrijden van de exoot. De beheerder gaat het bos of de natuur zodanig versterken dat het ecosysteem de bedreiging van de exoot voor inheemse flora en fauna aan kan. De exoot krijgt een plek in het ecosysteem maar zal geen forse schade toebrengen aan het systeem en de biodiversiteit. Door op zoek te gaan naar de zwakke plekken van de exoot en het ecosysteem, kan je hierop inspelen en het ecosysteem zodanig versterken, dat het er zelf voor zorgt dat de exoot niet dominant is. Bijvoorbeeld door inheemse soorten in te brengen die de concurrentie met de exoot aangaan, omdat ze iets wegnemen wat de exoot nodig heeft om succesvol te zijn. Bijvoorbeeld voldoende licht om snel te groeien en verspreiden. De ecosysteemaanpak is niet alleen effectiever, maar ook natuurlijker en goedkoper. Inzet van gif, machines en mankracht wordt op termijn tot het minimum beperkt doordat het ecosysteem het zelf oplost. We helpen de natuur simpelweg op gang en dat maakt de ecosystemen diverser en veerkrachtiger. Daardoor zijn ze sterk genoeg om zich staande te houden, ondanks de aanwezigheid van invasieve exoten.

De verhoogde veerkracht verkleint ook de kans dat ecosystemen in de problemen komen door nieuwe invasieve soorten.

Figuur 36: De ecosysteemaanpak versus traditioneel regulier beheer; in plaats van een explosieve groei ten koste van de inheemse soorten bij regulier beheer (links) zie je bij de ecosysteemaanpak een moment waarop de dominantie doorbroken wordt en er balans ontstaat (rechts). Een zogenoemde ‘ecologische wapenwedloop’. De invasieve exoot neemt af, de inheemse soorten nemen toe (Figuur: Janneke van de Loop).

Beheerplan Tilburg

81

De ecosysteemaanpak wordt bij Aziatische duizendknoop in bos- en natuurgebieden gebruikt voor locaties waar bestrijding niet meer mogelijk is of waar geen langdurig budget voor bestrijding is. Bij de ecosysteemaanpak van Aziatische duizendknoop worden wortelstokken uitgegraven om de dominantie van de soort te doorbreken. Nadien wordt de locatie ingeplant met schaduwwerpende boom- en struiksoorten.

Figuur 37: machinaal verwijderen van Japanse duizendknoop

Figuur 38: Hergroei Japanse duizendknoop in 3e groeiseizoen na machinaal verwijderne en aanplanten van winterlindes

Beheerplan Tilburg

82

Bij invasieve uitheemse boomsoorten is de ecosysteemaanpak ook een zeer effectieve methode,

bijvoorbeeld

Amerikaanse

vogelkers.

De

ecosysteemaanpak

voor

de

Amerikaanse vogelkers bestaat uit het aanplanten of bevoordelen van inheemse boomen struiksoorten die de concurrentie met vogelkers aangaan in combinatie met het versterken van het bosklimaat door kleinschalig beheer. Daarbij wordt de Amerikaanse vogelkers, wat een lichtboomsoort is, niet meer zo abundant in het bos maar zal de soort een onderdeel zijn van het bossysteem en ook zo beheerd worden. Amerikaanse vogelkers is namelijk een soort met zeer goed strooisel en heeft een “Nurse Tree Effect” waarbij de soort de bodem en het bosecosysteem zo verbeteren dat andere opvolgersoorten (ook meer-eisende soorten) als winterlinde, esdoorn en haagbeuk het nadien gaan overnemen. Ook voor andere soorten (Hemelboom,

Amerikaanse

eik,

acacia,…)

wordt

de

ecosysteemaanpak gebruikt.

Figuur 39: Spontane vestiging van opvolgersoorten zoals esdoorn onder Amerikaanse vogelkersen

Beheerplan Tilburg

83

8.8

Verzorgend beheer - Recreatie

Onder verzorgend beheer wordt verstaan de beheermaatregelen die nodig zijn om de bosarealen en recreatieve routes te onderhouden en de belevingswaarde te behouden. De volgende maatregelen zijn minimaal nodig om dit te borgen.

Tabel 18: Verzorgend beheer in de natuurgebieden van Gemeente Tilburg

Meubilair

• 1 x per jaar inspectie; • Onderhoud en reparatie binnen zo kort mogelijke termijn; • Herstel of vervangen van recreatieve elementen die stuk zijn (jaarlijks 10% van het totale aantal) • Wekelijks legen van prullenbakken en hondenpoepbakken in de periode maart tot en met oktober (8 maanden) • Maandelijks legen van prullenbakken en hondenpoepbakken in de periode van november tot en met februari (4 maanden)

Paden

• Maaien van de paden max. 2x per jaar in de periodes juni en begin oktober • Onderhouden van zand- en halfverhardingspaden (geen asfalt) • (Asfalt)paden worden schoongemaakt in de parkbossen Oude Warande: 2x in de weken 41 t/m 4. Wandelbos: 5x in de weken 41 t/m 4. Het vrijkomend materiaal wordt in de aangrenzende bosopstanden geblazen.

Routes

• Minimaal 1 x per jaar inspectie; • Onderhoud binnen een zo kort mogelijke termijn; • Wegen en paden worden niet gebruikt t.b.v. exploitatie; • Anticiperen op gebiedsontwikkelingen. • 1x per 3 jaar inspectie boomveiligheid

Illegale storten

Illegale storten binnen de arealen worden opgeruimd

Meldingen

Het in behandeling nemen van meldingen

Geboortebos

schoonhouden naamplaquettes

Beheerplan Tilburg

84

8.9

Veiligheid

8.9.1 Boomveiligheidscontrole (BVC)

De eigenaar van één of meer bomen draagt de zorgplicht voor deze bomen. In het geval van een calamiteit kan degene die hiervan schade ondervindt de eigenaar van deze bomen aansprakelijk stellen voor de geleden schade (zie 4.5 Aansprakelijkheid bij schade en veiligheid). Veel gevaarlijke situaties en daaruit voortvloeiende calamiteiten worden voorkomen door het uitvoeren van een periodieke boomveiligheidscontrole door een deskundige en het weghalen van geconstateerde gebreken en gevaarlijke situaties. Als eigenaar is het, in het kader van de wettelijke aansprakelijkheid, van belang om een sluitende administratie van de controles en daarop volgende maatregelen te voeren. De richtlijnen van het VBNE advies over zorgplicht en boomveiligheid (www.vbne.nl) worden toegepast. Er worden 3 niveaus onderscheiden. • Laag: De categorie “laag” wordt toegekend aan vlaktegewijze opstanden. Dit zijn de vakken binnen het bos of landschappelijke elementen. Binnen deze categorie vallen enkel de bomen die binnen het bosvak op valafstand van gemarkeerde paden of gebouwen staan; de bomen direct aan het pad vallen erbuiten. Bomen met gevaarzetting in bosverband worden geblest door een ervaren blesser en worden in de reguliere dunning geveld. Ieder werkblok komt eens in de 6 jaar aan bod. • Gemiddeld: De categorie “Gemiddeld” wordt toegekend aan lijnelementen in en langs het bos.

Binnen deze categorie vallen bomen langs de gemarkeerde wegen en paden. Denk aan wandelroutes en fietsknooppuntroutes. Omdat hier geregeld recreanten komen, is het risico binnen deze categorie hoger dan bij “laag”. Langs de lijnvormige elementen liggen lanen, singels of bos die risico’s veroorzaken. Bomen met gevaarzetting langs wegen en gemarkeerde routes worden eens in de 3 jaar gecontroleerd door een boomveiligheidscontroleur en maatregelen worden in een aparte werkgang uitgevoerd. • Hoog: Onder de categorie “Hoog” worden situaties bestempeld met hoog risico, door een zeer hoge recreatiedruk, zoals bijvoorbeeld stadsparken of centrale toegangswegen dicht bij een park(bos), pannenkoekrestaurant of informatiecentrum. De beoordeling vindt plaats door een erkend boomveiligheidscontroleur met BVCcertificaat. De bomen worden individueel gemonitord en jaarlijks beoordeeld. Beoordeling kan door middel van een (digitaal) boomcontrole-formulier, waarin gebreken en evt. schaderisico wordt vastgelegd. De riskante situaties worden weggenomen door het binnen een jaar na controle uitvoeren van de werkzaamheden door een aannemer met vakbekwaam personeel .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15048356/3