Beheerplan Tilburg Bos en natuurbeheer
Tekst van het document
Beheerplan Tilburg
85
Tabel 19: Categorieën recreatiedruk en bijbehorende boomveiligheidsmaatregelen
Boomveiligheid
Frequentie
Omschrijving
Schaal
Soort controle
categorie
controle
Laag
1x per 6
Bospercelen
Vlaktegewijs
Via regulier beheer: 6
jaar
vlaktegewijs
element
jaarlijkse dunning
1x per 3
Langs routes
Lijnelementen
3 jaarlijks QuickScan van
jaar
in bos
(lanen,
het lijnelement
controle
(vak/afdeling) Gemiddeld
singels) Hoog
1x per jaar
Stadspark, druk
Boomindividu
Jaarlijkse Boomveiligheidscontrole
bezochte laan
8.9.2 Natuurbrandpreventie
In het huidige klimaat zijn onbeheersbare natuurbranden een factor geworden om rekening mee te houden. Om het risico hierop per locatie in te schatten wordt de methode RIN (Risico Index Natuurbrand) van het Instituut voor Fysieke Veiligheid gevolgd voor de gehele provincie Noord-Brabant. Hier is door de Veiligheidsregio’s in samenspraak met gemeenten en terreinbeheerders, op kilometerhokniveau aan de hand van 15 parameters het risico geanalyseerd. De belangrijkste 4 parameters betreffen: 1. De ecologische waarde; 2. De soort van de begroeiing, naaldhout kent een hoger risico dan loofhout; 3. De kwaliteit van de ontsluiting voor bereikbaarheid in geval van calamiteiten; 4. De beschikbaarheid van bluswater binnen een straal van 3-4 km. Uitkomst van de RIN is een kaart waarop het risico van een onbeheersbare natuurbrand staat weergegeven. Afhankelijk welk risico is toegemeten voor het kilometerhok (gering/matig/hoog) dient er voor het betreffende gebied het bijbehorend Risico Beheerplan (RBP) te worden geraadpleegd voor eventuele vervolgacties. Voor de gemeente Tilburg worden op basis van de RIN geen vervolgacties nodig geacht.
Om een algemeen inzicht te krijgen in de risico’s van natuurbrand bij Tilburg en mogelijke beheermaatregelen ter preventie van natuurbranden omvat het beheerplan een korte analyse van de factoren die natuurbrand beïnvloeden en mogelijke ingrepen in het beheer om deze mogelijk calamiteit te verminderen.
Beheerplan Tilburg
86
Natuurbrandanalyse Volgende facturen zijn een belangrijke invloed op natuurbranden en heeft het beheer invloed op. De beheermaatregelen en hun toepassing in het beheer komen terug in 8 Beheermaatregelen.
Brandstof & vegetatie Bepaalde types vegetatie drogen sneller uit en geven daardoor een grotere kans op natuurbrand (bv. heideterreinen, graslanden,…). Ouderdom van de heide heeft invloed op de brandbaarheid. Oudere heide gaat sneller ontbranden en brandt sneller dan jonge heide. De structuur van de heide speelt een rol bij natuurbranden. Voor een droge heide nemen de temperatuur en de intensiteit van een (gecontroleerde) brand toe met de ouderdom van struikhei, om een maximum te bereiken in de latere ‘rijpe fase’ (‘mature phase’), waarna deze, weliswaar met grote variatie, weer afnemen (De Blust G. & Laurijssens G. 2014. Beheerplan Vlaams Natuurreservaat De Kalmthoutse Heide – Brandpreventie). Bij het heidebeheer bij De Gaas wordt met reguliere beheermaatregelen van de heide zoals begrazing, maaien en chopperen, biomassa afgevoerd wat leidt tot het verminderen van strooiselophoping en de heide verjongt. In eerste instantie is het doel van het beheer om vergrassing tegen te gaan of terug te draaien, waardoor juist ook het zeer brandbare pijpenstrostrooisel vermindert. Het goed beheer van de heide van De Gaas zal dus ook de brandveiligheid van het terrein verhogen. Hoe deze beheermaatregelen op De Gaas toegepast worden staat in 8.3 Heidebeheer. Ook in de bossen is de factor brandstof een belangrijk aspect waar het beheer op kan ingrijpen.
In de eerste plaats is het zo dat naaldhout sneller brandt dan loofhout. Bij het klimaatslim bosbeheer in Tilburg wordt aandacht besteed aan het diversifiëren van de boomsoortensamenstelling. Daarbij wordt een kleinschalige menging van verschillende boomsoorten en leeftijden beoogt. De homogene naaldbossen van het verleden worden volop (kleinschalig) verjongt met aandacht voor meer menging met loofboomsoorten. Naast de doelstelling om meer loofboomsoorten in het bos te krijgen wordt er ook intensief gericht op het verhogen van het aandeel zogenaamde rijkstrooiselsoorten. Dit zijn veelal loofboomsoorten die vanwege het goed verteerbaar bladmateriaal een positief effect hebben op de bodem. De bodem zal rijker worden en minder zuur. Voor natuurbrandpreventie is dit interessant omdat door de rijkstrooiselsoorten en hun goed verteerbaar strooisel de humusopbouw in de toekomst zal wijzigen. De dikke droge strooiselpakketten van de monocultuur naaldbossen zal omgezet worden naar kleinere strooisellagen met minder droge brandstof en goede humeuze bodems die het water beter vasthouden.
Beheerplan Tilburg
87
Natuurbrandbeheersingsmaatregelen Naast
het
verminderen van negatieve effecten door het beheer zijn
er ook
natuurbrandbeheersingsmaatregelen die toegepast worden in Tilburg. Zo kan een potentiële natuurbrand beheersbaar blijven en de bestrijding gemakkelijker worden. Een van die maatregelen is het aanleggen van brandsingels. Een brandsingel bestaat uit een kern van loofhoutbomen die lijnvormig zijn aangeplant op een compartimentsgrens om brandoverslag te voorkomen. In Tilburg gaat het hierbij voornamelijk om lanen en bosranden. Een actief bosrandbeheer zal daarbij een positief effect geven voor de natuurbrandpreventie. Dit wil zeggen dat met name rond de heide en andere open gebieden (paden…) actief bosranden worden gestimuleerd of aangeplant. De bosranden bestaan voornamelijk uit loofhoutsoorten.
Bereikbaarheid, berijdbaarheid en toegankelijkheid Natuurgebieden dienen vrij toegankelijk te zijn voor de hulpdiensten. Met de VBNE (Landelijke Vereniging voor Bos en Natuureigenaren) zijn ten behoeve van de praktische uitvoering en om beheerkosten te besparen de volgende afspraken gemaakt: o Primaire hoofdwegen (houttransportwegen) zijn 6 meter breed en stronkvrij bij 6 meter hoog takvrij aan de stam (is 4,2 meter vrije hoogte op het pad). o Secundaire wegen zijn 4,5 meter breed en hebben een takvrije zone van 6 meter hoog aan de stam (is 4,2 meter vrije hoogte op het pad). o Op kruispunten van paden en wegen moet er voldoende ruimte zijn om een bocht te maken met grote brandweervoertuigen. Dit zijn zogenaamde bochtstralen. Belangrijk in het beheer is dat de aanvalswegen vrijgehouden worden. Daarbij is het belangrijk om elk jaar de aanvalswegen te controleren op overhangende takken en/of bomen. Ook is het van belang om de wegbermen van de aanvalswegen jaarlijks te maaien.
Beheerplan Tilburg
88
9
Beheerplanning en begroting
9.1
Werkblokindeling
De beheerplanning van de bos- en natuurgebieden wordt uitgevoerd aan de hand van een werkblokindeling. Deze indeling wordt gebruikt om het beheer te structureren en ingrepen ruimtelijk en in tijd te scheiden. Figuur 40 geeft de werkblokken weer. 9.2
Planning
Bij de beheermaatregelen is telkens aangegeven welke beheermaatregelen uitgevoerd worden in het beheerplan, welke aantallen en met welke frequentie. Bij het bosbeheer wordt de 6-jaarlijkse beheercyclus aangehouden. Elke 6 jaar wordt een bostracking uitgevoerd in een werkblok. Na de bostracking kan er een dunning uitgevoerd worden. Samen met de dunning wordt ook voorzien om 1/3 e van de bosranden in dat werkblok af te zetten om zo een gefaseerd bosrandbeheer uit te voeren. Het jaar na de bostracking en dunning wordt een deel van het bos verjongt. De verjongingslocaties worden uitgezet tijdens het bostracken. Jaarlijks wordt bekeken hoeveel van de desbetreffende werkblok verjongd wordt. Deze aanplant wordt telkens 2 jaar later verzorgd (vrijstelling, extra bomen vrijzagen,…). Indien nodig worden bosranden aangeplant of bijgeplant. Voor de heide wordt jaarlijks in 2 rondes begrazing met schapen uitgevoerd, gecombineerd met jaarlijks verwijderen van opslag (30% van de oppervlakte) en tweejaarlijks maaien of chopperen (5% van de oppervlakte). Voor de graslanden wordt jaarlijks in meerdere rondes gemaaid. Daarbij wordt ca. 2,7 ha gemaaid. Samen met het maaien van de graslanden wordt ook de zoom van de bosranden gemaaid. Voor de parkbossen wordt elke 6 jaar een deel van de lanen verjongd. De verjonging in de bosvakken valt onder “bosverjonging”. Daarnaast komt nog de onderhoudssnoei.
Beheerplan Tilburg
89
Figuur 40: Werkblokindeling Tilburg
Beheerplan Tilburg
90
10 Communicatie en participatie 10.1
Communicatie
Werkzaamheden in bos- en natuurgebieden waaronder het verwijderen en kappen van bomen, zijn maatschappelijk gevoelige onderwerpen. Om een goede communicatie te hebben in Tilburg wordt in dit beheerplan al bekeken welke gevoelige gebieden aanwezig zijn en hoe de communicatie tijdens de looptijd van het beheerplan geregeld wordt. Voorafgaand aan de uitvoering van deze bosbeheermaatregelen dienen de burgers, omwonenden en andere belanghebbende te worden geïnformeerd en daar waar mogelijk betrokken te worden over de werkzaamheden. De intensiteit en opstart van de communicatie hangt af van het gebied (ligging, recreatiedruk,…), gevoeligheid van de werkzaamheden (kappen
van
bomen,
exotenbestrijding,…)
en
de
schaal
van
de
werkzaamheden
(grootschalige ingrepen vereisen meer, intensievere en vroegere communicatie). Afhankelijk van de ligging en de recreatiedruk is communiceren intensiever en moet dit vroeger in het traject gestart worden. In de druk bezochte parkbossen (Wandelbos, Oude Warande) of bij grootschalige werkzaamheden in druk bezochte bos- en natuurgebieden in het centrum (De Gaas, Drijflanen,…) is een participatief proces gewenst. Voor minder drukbezochte bosgebieden of minder ingrijpende werkzaamheden zijn minder intensieve communicatiemiddelen mogelijk: infoavond, excursie, artikels, infopanelen, boscafé,… De communicatie wordt structureel opgenomen in de werkplannen of projectplannen. Zo is voor alle actoren (gemeente, Bosgroep, beheerder,…) duidelijk welke communicatie op welk moment moet gebeuren. Onderdelen daarbij zijn: • Werkzaamheid • Communicatiemiddel • Doelgroep - Doel • Intensiteit – hoeveelheid • Tijdlijn (opstart, frequentie,…) • Participatie • Taken en verantwoordelijkheden In de uitwerking van de stadsregionale parken is ook gekozen om de communicatie af te stemmen. Daarvoor is een huisstijl ontwikkeld voor inrichtingselementen, plekken en communicatie (zie Ruimtelijk Raamwerk). Voor uniformiteit wordt deze huisstijl ook doorgetrokken naar andere gebieden van Gemeente Tilburg.
Beheerplan Tilburg
91
10.2
Participatie
Een belangrijk aspect voor communicatie en draagvlakvorming is participatie. Hierbij maken we een opdeling tussen participatieve processen waarbij voor een bepaald deelgebied of uitvoering omwonenden en geïnteresseerden inspraak krijgen. Een ander aspect van participatie is het ondersteunen en faciliteren van vrijwilligers, burgerinitiatieven en samenwerking met andere eigenaars.
Stakeholders Bijlage 24 geeft een overzicht van de belangrijkste stakeholders. Deze lijst wordt voortdurend aangevuld en gebruikt voor communicatie en participatie.
Participatief proces In de parkbossen (Wandelbos, Oude Warande) of bij grootschalige werkzaamheden in druk bezochte bos- en natuurgebieden in het centrum (De Gaas, Drijflanen,…) is het aangewezen om een participatief proces te laten lopen. In dit beheerplan is een aanzet voor beheer voor de parkbossen gedaan zodat de deze ook geïntegreerd zitten in de totale visie en raming van de bos- en natuurgebieden. Echter is het aangewezen om de komende jaren een participatief proces op te starten om de uitgebreide gebiedsvisie en uitvoeringplannen voor beide parkbossen uit te werken. Werkzaamheden voor Wandelbos en Oude Warande staan in de meerjarenplanning (zie 9.2 Planning) gepland voor resp. 2027 en 2029. De werkplannen worden dus opgemaakt in resp. 2026 en 2028.
Ondersteuning vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties Diverse bos- en natuurterreinen worden beheerd door vrijwilligersorganisaties (bv. Stadsbos013, Moerenburg). Op deze terreinen rusten echter vaak verplichtingen vanuit de door
de
provincie
vastgestelde
beheertypen
en
daarmee
samenhangende
beheervergoedingen. Om de betrokken organisaties te ondersteunen en om aan de verplichtingen te voldoen, wordt met de betreffende organisaties jaarlijks een veldbezoek afgelegd en wordt een bondig ‘werkplan’ opgesteld. In dit werkplan worden de uit te voeren werkzaamheden vastgelegd inclusief financiële onderbouwing. Waar nodig wordt voor de uitvoering van werkzaamheden door vrijwilligers een financiële bijdrage geleverd vanuit de beheertegoeden. De werkplannen voor de diverse terreinen en vrijwilligersorganisaties worden ter onderbouwing van het (totale) jaarlijkse ‘werkplan bossen en natuurterreinen’ als bijlage ingevoegd. Verantwoording vindt plaats middels een (foto)verslag van de uitgevoerde activiteiten. In lijn met de werkplanning worden ook de (foto)verslagen als bijlage toegevoegd aan het jaarverslag.
Beheerplan Tilburg
92
Faciliteren burgerinitiatieven Door de toenemende belangstelling voor bos, natuur en landschap en de diverse functies die de terreinen vervullen, ontstaan er steeds meer burgerinitiatieven. Kenmerk van burgerinitiatieven is dat vaak wel het ‘idee’ of een ‘richting’ duidelijk is en dat dit dikwijls betrekking heeft op concrete gebieden, maar dat de ‘hoe’ vraag niet gemakkelijk beantwoord wordt. De Bosgroep geeft ondersteuning met praktisch advies of biedt ruimte in de terreinen voor verdere invulling van burgerinitiatieven (inbedding in beheer). Afstemming met de gemeente Tilburg over de reikwijdte van de inzet vindt te allen tijde plaats. Samenwerking andere eigenaars Rond en tussen de gebieden van Gemeente Tilburg liggen verschillende andere (particuliere) eigenaren. De samenhang van een beheer heeft positieve effecten op biodiversiteit op landschapsschaal. Door samenwerking met een coöperatie zoals Bosgroepen wordt deze samenhang al versterkt. Daarnaast wil Gemeente Tilburg de samenhang versterken door bv. de Stadsregionale parken (zie 4.4.4 Stadsregionale parken).
10.3
Klachten en meldingen
Klachten en meldingen zijn ook onderdeel van communicatie bij bos- en natuurbeheer. De klachten en meldingen verlopen via de Fixi app. De beheercontractant neemt de meldingen in behandeling en zal deze administratief afhandelen. Er wordt bekeken of de calamiteit acuut is (gevaar, tijdsafhankelijk,…) en onmiddellijk behandeld moet worden of dat de situatie meegenomen wordt in de werkblokindeling en samen met het beheer van de omliggende percelen. Bij dit laatste wordt de melding in het desbetreffende werkplan verwerkt.
Beheerplan Tilburg
93
11 Monitoring en evaluatie 11.1
Monitoring
Om de effectiviteit van de beheermaatregelen op het behalen van de en het voorkomen van de doelsoorten is het cruciaal om te monitoren. In het kader van de Subsidie Natuur en Landschap (SNL) voert Bosgroep Zuid Nederland monitoring uit op de natuurterreinen van Gemeente Tilburg. Onderstaande monitoring wordt uitgevoerd: • Florakartering: elke 6 jaar; laatste opname 2021 • Vegetatiekartering: elke 12 jaar; laatste opname 2021 • Broedvogels: elke 6 jaar; laatste opname 2019 • Dagvlinders, sprinkhanen en libellen: elke 6 jaar; laatste opname 2021 • Bosstructuurkartering: elke 12 jaar, laatste opname 2022 Naast de SNL monitoring zijn er ook verschillende vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties die helpen bij de monitoring. Door het ingeven van deze gegevens door vrijwilligers in de NDFF (Nationale
Databank
Flora
en
Fauna)
worden
deze
ook
meegenomen
in
de
monitoringsanalyse.
11.2
Evaluatie en bijsturing
Na 10 jaar wordt de effectiviteit van de beheermaatregelen herbekeken bij het vernieuwen van het beheerplan. Uiteraard is het beheerplan een levend document en wordt dit jaarlijks uitgewerkt in het werkplan waar voortdurend bijgestuurd wordt.
Beheerplan Tilburg
94
12 Bijlage 12.1
Bijlage 1: Beschrijving gebieden gemeente Tilburg
12.1.1 Bijlage 1b: natuurgebieden Tilburg 12.1.2 Bijlage 1c: Bebouwde kom 12.1.3 Bijlage 1d: Aanvullende gebieden
Beheerplan Tilburg
95
12.2
Bijlage 2: Bodemkaart
Beheerplan Tilburg
96
12.3
Bijlage 3: Historische kaart 1815
Beheerplan Tilburg
97
12.4
Bijlage 4: Historische kaart 1900
Beheerplan Tilburg
98
12.5
Bijlage 5: Historische kaart 1950
Beheerplan Tilburg
99
12.6
Bijlage 6: Beheertypekaart
Beheerplan Tilburg
100