CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beheerplan Tilburg Bos en natuurbeheer

Raadsvergadering 31 maart 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beheerplan Bos- en natuurgebieden Gemeente Tilburg 2024-203320.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden

Gemeente Tilburg 2024-2033

Bosgroep Zuid Nederland 1

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente Tilburg

Titel:

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

Status:

Definitief

Datum:

december 2024

Auteur(s):

H. Van Lommel, P. Albers, J. Kerssemakers, E. Thomassen

Foto’s: Kaartmateriaal:

Copyright © Bosgroep Zuid Nederland

© Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland u.a.

2

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1

Inhoudsopgave

3

2

Inleiding

7

3

Gebieden

7

3.1

Uitbreiding scope

8

3.2

Bodem

9

3.3

Historie

9

Wetgeving en beleid

10

4.1

Wet- en regelgeving

10

4.1.1

Omgevingswet

10

4.2

Nationaal beleid

11

4.2.1

Bossenstrategie

11

4.3

Provinciaal beleid

12

4.3.1

Beleidskader Natuur 2030

12

4.3.2

Natuurnetwerk Brabant

12

4.4

Gemeentelijk beleid

13

4.4.1

Bestemmingsplan

13

4.4.2

Bebouwde kom houtopstand

13

4.4.3

Bomenverordening

13

4.4.4

Stadsregionale parken

14

4.5

Aansprakelijkheid bij schade en veiligheid

18

4

5

6

Huidige situatie

18

5.1

Bos

19

5.2

Droge heide

31

5.3

Kruiden- en faunarijke graslanden

33

5.4

Ruigte

34

5.5

Bosranden

35

5.6

Poelen

36

5.7

Bedreigingen

37

5.8

Conclusies en aanbevelingen

43

Beheervisie & doelen

44

6.1

Visie

44

6.2

Beheerdoelen

45

6.2.1

Biodiversiteit

45

6.2.2

Beleving - Recreatie

46

6.2.3

Beleving - Cultuurhistorie

47

3

7

8

6.2.4

Klimaatbestendigheid

48

6.2.5

Veiligheid

49

6.3

Doelsoorten

49

Beheerdoeltypen

50

7.1

Natuurbos

51

7.1.1

Droog bos

53

7.1.2

Vochtig bos

53

7.1.3

Verouderingseiland (OAD-netwerk)

53

7.2

Parkbos

55

7.2.1

Monumentale lanen

55

7.2.2

Barokpaden

57

7.2.3

Markante bomen of boomgroepen

58

7.2.4

Cultuurhistorische vijver

58

7.3

Heide

59

7.3.1

Droge Heide

59

7.4

Graslanden

59

7.4.1

Kruiden- en faunarijke graslanden

59

7.4.2

Kruiden- en faunarijke akkers

59

7.5

Ruigte

60

7.6

Bosranden

60

7.7

Poelen

61

7.8

Kleine landschapselementen (KLE)

61

Beheermaatregelen

62

8.1

Klimaatslim bosbeheer

62

8.1.1

Bosverjonging

62

8.1.2

Bosverzorging

67

8.1.3

Bostracking

67

8.1.4

OAD netwerk

67

8.1.5

Dunning

68

8.1.6

Hydrologisch herstel

68

8.2

Parkbosbeheer

69

8.2.1

Lanenverjonging

70

8.2.2

Lanenbeheer

71

8.2.3

Herstellen zichtlijnen

72

8.2.4

Boomgroepen en solitaire parkbomen

72

8.2.5

Historische vijvers

72

8.3

Heidebeheer

73

8.3.1

Verwijderen van bos en opslag

73

8.3.2

Maaien of chopperen heide

73

8.3.3

Schapenbegrazing

74

8.4

Graslandbeheer

74

8.5

Bosrandbeheer

74

8.6

Poelenbeheer

75

8.7

Exotenbeheer

76

4

9

10

11

12

8.7.1

Preventie

80

8.7.2

Snelle respons

80

8.7.3

Bestrijding

80

8.7.4

Ecosysteemaanpak

81

8.8

Verzorgend beheer - Recreatie

84

8.9

Veiligheid

85

8.9.1

Boomveiligheidscontrole (BVC)

85

8.9.2

Natuurbrandpreventie

86

Beheerplanning en begroting

89

9.1

Werkblokindeling

89

9.2

Planning

89

Communicatie en participatie

91

10.1

Communicatie

91

10.2

Participatie

10.3

Bijlage 22: Recreatieve routes

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

10.4

Bijlage 23 Meubilair

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

10.5

Klachten en meldingen

92

93

Monitoring en evaluatie

94

11.1

Monitoring

94

11.2

Evaluatie en bijsturing

94

Bijlage

95

12.1

Bijlage 1: Beschrijving gebieden gemeente Tilburg

95

12.1.1

Bijlage 1b: natuurgebieden Tilburg

95

12.1.2

Bijlage 1c: Bebouwde kom

95

12.1.3

Bijlage 1d: Aanvullende gebieden

95

12.2

Bijlage 2: Bodemkaart

96

12.3

Bijlage 3: Historische kaart 1815

97

12.4

Bijlage 4: Historische kaart 1900

98

12.5

Bijlage 5: Historische kaart 1950

99

12.6

Bijlage 6: Beheertypekaart

100

12.7

Bijlage 7: Boomsoortensamenstelling bosgebieden

101

12.8

Bijlage 8: Hoofdboomsoorten in Tilburgse bossen

102

12.9

Bijlage 9: Leeftijden opstanden

103

12.10

Bijlage 10: Ontwikkelingsfasen horizontale structuur

104

12.11

Bijlage 11: Dood hout en dikke bomen

105

12.12

Bijlage 12: Open fasen voor bosranden

106

12.13

Bijlage 13: Hoogtekaart

107

12.14

Bijlage 14: overzicht doelsoorten

108

12.15

Bijlage 15: Beheerdoeltypen

109

12.16

Bijlage 16: Klimaateigenschappen boomsoorten

110

12.17

Bijlage 17: detailkaarten en bedreigingen poelen

111

12.18

Bijlage 18: Kaart invasieve exoten natuurgebieden Gemeente Tilburg

112

5

12.19

Bijlage 19: Schematische weergave plan van aanpak

113

12.20

Bijlage 20: Beslisboom exotenaanpak

115

12.21

Bijlage 21: Beslisboom duizendknoopaanpak Probos

116

12.22

Bijlage 22: Recreatieve routes

118

12.23

Bijlage 23 Meubilair

119

12.24

Bijlage 24 Stakeholdersanalyse

120

6

2

Inleiding

De Gemeente Tilburg is een groene gemeente met verschillende bossen, natuurterreinen en landschapselementen. De bos- en natuurgebieden leveren vele functies voor de inwoners van Tilburg maar kennen ook veel uitdagingen. De impact van klimaatverandering, biodiversiteitsbehoud, verzuring en stikstof is reeds sterk zichtbaar in de Tilburgse bos- en natuurgebieden. Thema’s die om een zorgvuldige afweging vragen en een lange termijnvisie rechtvaardigen. Daarom neemt de Gemeente Tilburg haar verantwoordelijkheid en geeft in dit beheerplan richting, vorm en inhoud aan het beheer van de bossen, natuurterreinen en landschapselementen. En dat doet zij niet alleen, maar samen met enthousiaste bewoners en betrokken organisaties.

3

Gebieden

De bossen en natuurterreinen van Gemeente Tilburg (zie Figuur 1) zijn in totaal 566 ha en bestaan uit oude parkbossen, oude landgoederen, gemengde loofbossen, heideterreinen, graslanden en poelen. De kaart en gedetailleerde beschrijving van alle natuurgebieden voor het bos- en natuurcontract vanaf 2024 is opgenomen in Bijlage 1.

Figuur 1: Natuurgebieden gemeente Tilburg

7

3.1

Uitbreiding scope

De scope van dit beheerplan, met name de terreinen die beheerd worden volgens de visie, doelen en beheermaatregelen van dit plan, kan nog wijzigen doorheen de tijd. Aanvullende bos- en natuurgebieden kunnen conform dit beheerplan beheerd worden. Dat kan door wijzigingen in eigendom van Gemeente Tilburg, evaluatie van huidige beheerindeling of omvormen naar nieuwe natuur. Onderstaande kaart geeft een overzicht van bos- en natuurpercelen die hiervoor in aanmerking komen.

8

3.2

Bodem

Er is een grote verscheidenheid aan bodems in de Tilburgse natuurgebieden. De grootste oppervlakte ligt op veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand of grond zand (Hn21 of Hn30). Verder liggen er nog percelen op gooreerdgronden (pZn21g), voornamelijk enkele gebieden van Reeshof, en op moerige eerdgronden (zWz) zoals in Wilmabossen en Reeshof. Het Bleukbos heeft een hoge zwarte enkeerdgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand

(zEZ21g).

Verder

komt

in

het

natuurgebied

Noorderbos-Zandleij

ook

nog

Duinvaaggronden (Zd21) en vlakvaaggronden (Zn21) voor op de bodemkaart. Door het historische gebruik van dit gebied zijn de gronden echter rijker. Een bodemkaart is opgenomen in bijlage 2.

3.3

Historie

Het oudste bos- en natuurgebied van Tilburg is de Oude Warande, een parkbos geïnspireerd op de sterrenbossen die in de Franse tuinarchitectuur in de 17e en 18e eeuw in de mode waren. De Oude Warande is aangelegd in 1712 en kenmerkend zijn de laanstructuren in geometrische vormen (zie bijlage 3). Naast het parkbos waren er voornamelijk heidevelden en vennen in Tilburg. Vanaf het midden van de negentiende eeuw zijn langs de Bredaseweg landgoederen ontwikkeld door rijke industriëlen, zo ook Vredelust en Heidepark. Landgoed Heidepark verwijst naar die oorsprong. Vredelust was, evenals het landgoed Heidepark, aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden en waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Door de opeenvolging van verschillende eigenaren trad er verwaarlozing op en werden de terreinen door de gemeente Tilburg gekocht die het landgoed omstreeks 1970 openstelde voor het publiek. Op de historische kaart van 1900 (zie bijlage 4) zien we naast deze landgoederen meer bosgebieden rond Tilburg. In 1920 is het Wandelbos aangelegd, naar ontwerp van Leonard Springer. De vijver, gegraven in 1936, was een werkverschaffingsproject. Het vrijkomende zand werd gebruikt voor de opritten van het viaduct in de Ringbaan-West. Het Wandelbos was in 1937 volledig klaar.

In 1950 zijn reeds veel van de huidige bosgebieden zichtbaar (zie bijlage 5) met uitzondering van Noorderbos-Zandleij (aangelegd in 2001), Drijflanen (1953), Bleukbos (2010) en kleine boselementen of bospercelen.

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

9

4

Wetgeving en beleid

In het kort is het relevante wetgeving en beleid voor Gemeente Tilburg geschetst. Dit beleid is voor zover mogelijk verwerkt in de beheerdoelen. Het betreft rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. 4.1

Wet- en regelgeving

4.1.1 Omgevingswet

De bescherming van soorten en gebieden was tot 1 januari 2024 geregeld binnen de Wet Natuurbescherming. Vanaf 1 januari 2024 is deze vervangen door de Omgevingswet. De Omgevingswet is een bundeling van tientallen wetten, waaronder ook de Wet Natuurbescherming. Binnen de Omgevingswet zijn op het gebied van natuur verschillen zaken geregeld. De belangrijkste voor wat betreft bos- en natuurbeheer zijn; soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden. Soortenbescherming De bescherming van soorten kent drie bescherming regimes voor soorten. Binnen deze regimes worden in het totaal ruim 700 vogelsoorten en 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Voor bestendig beheer wordt in bos- en natuurterreinen meestal gewerkt volgens gedragscodes. Als de gedragscodes en de algemene zorgplicht worden gevolg is er vaak sprake van een vrijstelling voor de activiteit. Bij grootschalige herstelmaatregelen en overige niet periodieke herstelmaatregelen zal er altijd een afweging moeten worden gemaakt volgens het stappenplan soortenbescherming van het ministerie. Mochten beschermde soorten invloed ondervinden van de maatregelen dan moet er ontheffing worden aangevraagd. In de meeste gevallen zal de provincie bevoegd gezag zijn. Bij activiteiten waarbij een omgevingsvergunning noodzakelijk is zal er een rol zijn voor de gemeente.

Om een ontheffing te krijgen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is; • Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid; • Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

10

Gebiedsbescherming De bescherming van gebieden is ook geregeld binnen de Omgevingswet. Hieronder valt de bescherming van Natura 2000 gebieden en gebieden die binnen het Natuurnetwerk Nederland vallen. Daarnaast kan de minister bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en kan de provincie in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen. Deze gebieden worden binnen de Omgevingswet beschermd door verschillende wetsinstrumenten. Houtopstanden Ook de bescherming van houtopstanden is vastgelegd in de Omgevingswet. De wet heeft alleen betrekking op houtopstanden die zich bevinden binnen de bebouwingscontour houtkap. Dat komt er ongeveer op neer dat de rijksregels alleen gelden voor houtopstanden buiten stedelijk gebied. De bossen van de gemeente Tilburg bevinden zich deels buiten de komgrens en deze vallen daarmee dus binnen de rijksregels bescherming houtopstanden. In de wet is een meldingsverplichting opgenomen als er meer dan tien are of een rijbeplanting van 20 bomen of meer wordt gekapt. Deze melding moet worden gedaan bij Gedeputeerde staten. Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk wordt gekapt is de eigenaar verplicht om binnen 3 jaar dit deel te herplanten. Dit alles moet op een bosbouwkundige verantwoordelijke wijze.

Dunning ten behoeve van beheer en onderhoud valt niet onder de meldings- of herplantverplichting. De meldingsplicht geldt niet in het kader van bijvoorbeeld een dunning van een houtopstand.

4.2

Nationaal beleid

4.2.1 Bossenstrategie

Het Rijk en de provincies formuleerden begin 2020 hun ambities en doelen in de Bossenstrategie. Eind 2020 werd de uitwerking van deze strategie uitgebracht. Hierin wordt gekoerst op een integrale aanpak voor het bosbeheer met als doel meer bos. Speciale aandacht gaat uit naar het tegengaan van klimaatverandering en de versterking van de biodiversiteit. Het doel is om in 2030 10% meer bos te hebben, wat neerkomt op een toename van ongeveer 37.000 hectare bos.

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

11

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Beleidskader Natuur 2030

Brabant heeft in 2023 een lijn geformuleerd voor het natuurbeleid: biodivers en natuurinclusief, overal en voor iedereen. Dit nieuwe natuurbeleid is samengebracht in het Beleidskader Natuur 2030 met concrete doelen en acties: de uitvoeringsagenda 2023-2027. Op de eerste plaats staat het verder realiseren van het robuuste Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie gaat door met het herstellen en versterken van Natura 2000-gebieden, het aanleggen van ecologische verbindingszones, het tegengaan van verdroging en het versterken van waardevolle natte natuurgebieden. Dit gaat samen met het herstel van water, bodem en luchtkwaliteit én de intensivering van het herstel van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. 4.3.2 Natuurnetwerk Brabant

De bossen- en natuurterreinen maken deel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het is een netwerk van bestaand en nog te ontwikkelen natuurgebieden die door ecologische verbindingszondes met elkaar verbonden zijn. De provincie heeft voor het NNB een natuurbeheerplan opgesteld. Dit is een kaart met beheertypen waarvoor subsidie kan worden verkregen binnen de Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) van de provincie NoordBrabant. De subsidie is bedoeld als vergoeding van beheermaatregelen ten behoeve van de instandhouding van het beheertype. Op de beheertypenkaart van het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant zijn volgende types opgenomen voor Gemeente Tilburg. De kaart is weergegeven in Bijlage 6. Tabel 1: Beheertypes op beheertypekaart binnen eigendom Gemeente Tilburg

Beheertype

Oppervlakte

Percentage

N16.03 Droog bos met productie

201,94 ha

N15.02 Eiken Dennen Beukenbos

173,70 ha

N17.03 Park- of stinzenbos

79,86 ha

N14.03 Haagbeuken essenbos

18,55 ha

N16.04 Vochtig bos met productie

13,29 ha

N07.01 Droge heide

3,83 ha

N06.06 Zuur ven en hoogveenven

3,26 ha

N11.01 Droog schraalgrasland

1,30 ha

N12.06 Ruigteveld

1,22 ha

N04.02 Zoete Plas

0,7 ha

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

0,01 ha

41% 35% 16% 4% 3% 1% 1% 0,3% 0,2% 0,1% 0,0%

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

12

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Bestemmingsplan

Bossen, natuurterreinen en landschapselementen worden ruimtelijk beschermd door het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan worden aan de verschillende vormen van landgebruik regels gekoppeld. Het bestemmingsplan is direct bindend voor de gebruiker of eigenaar. Wanneer werkzaamheden uitgevoerd worden, kan dit in strijdt zijn met de regels. Dan is het nodig om een omgevingsvergunning aan te vragen. 4.4.2 Bebouwde kom houtopstand

Voor het reguliere onderhoud van bos, wordt gerefereerd aan de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming – houtopstanden’. Binnen de bebouwde kom gelden andere regels als daarbuiten. Voor reguliere dunningswerkzaamheden kan volstaan worden met een kapmelding. In bijlage 1c zijn de bestanden binnen bebouwde kom aangegeven. 4.4.3 Bomenverordening

De gemeente Tilburg heeft een Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) waarop alle particuliere en gemeentelijke monumentale bomen staan. Voor de bomen die op deze lijst staan, wordt in principe geen vergunning verleend om ze te kappen. De criteria om te bepalen of een boom een monumentale status heeft staan in Tabel 2. Om voor niet-monumentale bomen te beslissen of deze wel of niet gekapt mogen worden, gaan we uit van de boomwaarde, de regels in de Bomenverordening en het bomenbeleid. Iedere 3 jaar wordt een Boomwaardezoneringskaart en GLMB vastgesteld door het college. Tabel 2: Criteria bepalen monumentale status van bomen in Tilburg

Criterium

Omschrijving

Kwaliteit

De boom verkeert niet in een onomkeerbaar slechte staat (vitaliteit, gesteldheid, groeiverwachting, fysieke standplaats) en kan hierdoor nog minstens 10 jaar probleemloos meegaan.

Leeftijd

De boom is ouder dan 80 jaar.

Omtrek

De boom heeft een omtrek van minimaal 250 cm, gemeten op 130 centimeter hoogte.

Cultuurhistorie

De bomen hebben een cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld als het herdenkingsbomen zijn of bomen die bij monumentale panden horen.

Natuurmilieuwaarde

en

- De boom heeft duidelijke natuurwetenschappelijke waarde, omdat er bijvoorbeeld bijzondere dieren wonen of bijzondere planten groeien. - De boom levert een bijzondere bijdrage aan klimaatadaptatie, bv. een boom op een stenige locatie met een dusdanige grootte dat hij tijdens warme zomerdagen een verkoelende schaduw biedt.

Landschappelijke

De boom heeft een bijzondere vorm, zeldzame omvang, is een

waarde

zeldzaam soort of heeft een bijzondere standplaats.

De Boomwaardezoneringskaart bevat de volgende zones:

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

13

• Ecowaarde; • Klimaatwaarde; • Hoofdwaarde; • Nevenwaarde; • Basiswaarde; • Buiten-zone. Het is verboden te vellen: • GLMB: daarop vermelde houtopstanden; • Ecowaarde-zone: bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld, hakhout, lintbegroeiing; • Klimaatwaarde-zone: bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld, hakhout en lintbegroeiing. • Hoofdwaarde-zone: bomen met een minimale stamomtrek van 40 cm gemeten op1,30 m boven het maaiveld, hakhout, lintbegroeiing; 4.4.4 Stadsregionale parken

In Tilburg zijn drie stadsregionale parken (Moerenburg-Koningshoeven, Stadsbos013 en Pauwels) die een speerpunt vormen in de kwalitatieve ontwikkeling van het buitengebied. Een noordelijk park is Pauwels met o.a. Noorderbos, Zandleij, Lighallen, Hazenest. Het tweede stadsregionale park is Stadsbos013 met o.a. Wandelbos, Oude Warande, Drijflanen, De Gaas, Vredelust-Heidepark, Wilmabos, Oude Draaiboom. Het derde park is MoerenburgKoningshoeven, hier liggen geen natuurgebieden van Gemeente Tilburg maar wel landschapselementen met een ecologisch beheer. In 2021 is een “verkenning beheersvormen” opgesteld voor deze landsparken (Verkenning beheersvormen Stadsregionale parken Tilburg, Arcadis). Deze verkenning zal ook gebruikt worden in dit beheerplan.

Onderstaand de verdeling van de natuurgebieden uit dit beheerplan in de verschillende stadsregionale parken: Ambities van de stadsregionale parken waar dit beheerplan een praktische invulling aan geeft: • Recreatieve toegankelijkheid en bereikbaarheid verbeteren zonder de draagkracht van de natuur te overschrijden (Pauwels, Stadsbos013) • Cultuurhistorie optimaal tot expressie brengen (Pauwels, Stadsbos013) • Vergroten van de kracht, impact en aantrekkelijkheid van bestaande natuurgebieden (Pauwels, Stadsbos013) • Ruimtelijk Raamwerk (Stadsbos013) Om bovenstaande ambities te behalen worden onderstaande speerpunten beschreven, welke ook in dit beheerplan terug komen: • Natuurbeheer (Pauwels, Stadsbos013) • Parkbeheer (Stadsbos013) • Waterbeheer (Pauwels) • Recreatieve structuren en plekken (Pauwels, Stadsbos013)

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

14

Om

bovenstaande

ambities

en

speerpunten

waar

te

maken

zijn

een

aantal

ontwikkelingsstrategieën uitgestippeld waar in dit beheerplan rekening mee gehouden wordt: • Versterken van de landschappelijke diversiteit van de deelgebieden. O.b.v. bovenstaande ambities en speerpunten kan de strategie tussen de verschillende deelgebieden verschillen. Bij historische parkbossen zal bv. voornamelijk ingezet worden op behoud en versterking van cultuurhistorisch ontwerp en elementen. De diversiteit geeft grote kansen voor recreatie en biodiversiteit, mits het juiste beheer. • Vergroten biodiversiteit en creëren van een natuurnetwerk • Duurzaam watersysteem met natuurlijke beekdalen als ecologische verbindingszone, waterberging en recreatieve meerwaarde. • Ontwikkeling van een fijnmazig netwerk aan recreatieve routes met een stadsbosbeeldtaal voor inrichting, plekken en communicatie.

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

15

Figuur 2: overzichtskaart Stadsbos013 met beheergebieden (Verkenning beheersvormen stadsregionale parken Tilburg)

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

16

Figuur 3: uitsnede van overzichtskaart stadsregionaalpark Pauwels beheergebied "Noorderplas" waar bosgebied Noordbos en Zandleij onderdeel van is. (Verkenning beheersvormen stadsregionale parken Tilburg)

Beheerplan Bos- en Natuurgebieden Tilburg

17

4.5

Aansprakelijkheid bij schade en veiligheid

Een eigenaar van bos en natuur heeft een ‘zorgplicht’ om schade aan derden en daarmee schuld- of risicoaansprakelijkheid te voorkomen. De eigenaar kan aansprakelijk worden gesteld wanneer bijvoorbeeld een boom schade aanricht bij derden. De eigenaar heeft een zorgplicht: hij dient zijn bomen te onderhouden, en deze daarnaast regelmatig en systematisch te controleren op uitwendig zichtbare gebreken. Als maatstaf voor de omvang van de zorgplicht kan worden genomen dat er evenredigheid is tussen de kosten van inspectie en onderhoud in verhouding tot de kans op schade: hoe kleiner de kans op schade (verder afgelegen en sporadisch bewandelde paden of houtopstanden), des te geringer de eisen aan inspectie en onderhoud. De zorgplicht is daarmee het intensiefst voor bomen die langs openbare wegen en op andere drukbezochte plekken staan, zoals langs fiets- en wandelpaden en maar ook rondom de gebouwen. Hiervoor wordt in het beheerplan een afwegingskader gemaakt (zie 8.9 ). Acute gevaren, in de vorm van dode bomen en dode overhangende takken langs wegen, paden en gebouwen, dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd. In het reguliere beheer worden al zoveel mogelijk potentiële gevaren tijdens houtoogsten verwijderd. Maar periodieke boomveiligheidscontroles in een drukbezocht gebied blijven noodzakelijk.

5

Huidige situatie

Gemeente Tilburg heeft 566 ha bos- en natuurterreinen in eigendom. Het grootste deel hiervan is bos en parkbos (91,5%). 4,4% is grasland (21,6 ha), 3,3% is zuur ven of poelen (ca. 16 ha) en 0,9% is droge heide (4,6 ha).

Figuur 4: verdeling bos- en natuurtypes

In de volgende delen worden de staat van de verschillende bos- en natuurtypes besproken. Daarbij worden telkens hun voorkomen, kwaliteit en specifieke soorten besproken. Als laatste worden de huidige bedreigingen voor de bos- en natuurtypes bekeken en hoe deze (reeds) impact hebben op of interageren met de verschillende natuurtypes. Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

18

5.1

Bos

In de volgende paragrafen wordt de huidige situatie van het bos besproken. Op basis van een opstandgewijze inventarisatie zijn per vakafdeling een aantal vaste gegevens opgenomen. Daarnaast zijn de gegevens uit de bosstructuurkartering van SNL gebruikt. 5.1.1 Boomsoortensamenstelling

In Figuur 5 is de huidige boomsoortensamenstelling weergegeven. De boomsoortensamenstelling betreft het totaal aan aanwezige boom- en struiksoorten die voorkomen binnen het volledige bosgebied waarbij de 10 meest voorkomende boom- en struiksoorten opgenomen zijn. Het bijbehorende percentage is het oppervlakte aandeel van de betreffende boom- en struiksoorten binnen de beheereenheid. De soorten omvat alle verschillende lagen van

het

bos

(boomlaag,

struiklaag

en

verjonging).

Bijlage

7

geeft

de

boomsoortensamenstelling van de verschillende bosgebieden weer.

Figuur 5: Boom- en struiksoortensamenstelling in percentage voor alle bosgebieden van Tilburg 70% van het bos bestaat uit loofhout, waarbij voornamelijk Amerikaanse eik (19%), inlandse eik (15%), berk (8%) en beuk (6%) een groot aandeel hebben. Het overige loofhout bestaat voornamelijk uit populier, gewone esdoorn, tamme kastanje en struiken (lijsterbes, vuilboom). Voor naaldhout komt er vooral grove den voor (19%), douglasspar (6%) en Corsicaanse den (2%). De overige naaldhoutsoorten zijn Abies grandis, fijnspar, tsuga, weymoutden, Japanse lariks, etc.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

19

Bij de soortensamenstelling zijn voornamelijk soorten met zuur strooisel. Als bomen met beter strooisel zijn enkel berk (9%), Amerikaanse vogelkers (3%) en robinia (2%) aanwezig. De andere rijkstrooiselsoorten zoals zoete kers, winterlinde en haagbeuk ontbreken grotendeels. Het Bleukbos kent wel een loofboomsamenstelling met een zeker aandeel rijkstrooiselsoorten; 36% berk, 17% wilg, 5% zoete kers.

Figuur 6: Boom- en struiksoortensamenstelling in percentage voor Bleukbos

Er zit tussen de verschillende bosgebieden een verschil in soortensamenstelling. Om een beeld te geven van de verschillende bosgebieden en hun samenstelling is voor elk bosgebied de samenstelling weergegeven in Als we de functionele diversiteit van de boomsoorten in het Tilburgse bos bekijken zien we dat er een lage functionele redundantie is. De functionele diversiteit is een maat voor de verscheidenheid

van

aanwezigheid

nectar,…)

kenmerken die

van

soorten

bijdragen

aan

(bv.

groeisnelheid,

bepaalde

bladoppervlakte,

ecosysteemprocessen

(bv.

koolstofopslag, beschaduwing, bestuiving). Ca. 75% van de oppervlakte van de Tilburgse bossen wordt ingenomen door 6 verschillende boomsoorten. Als één soort uitvalt zijn er geen of weinig andere boomsoorten met vergelijkbare functionele kenmerken om bepaalde ecosysteemprocessen in stand te houden. Voor alle Tilburgse bossen bestaat bv. 19% van het bos uit grove den. Dit terwijl studies ook voor de toekomst van grove den in onze bossen vrezen. Er zijn slechts weinig naaldboomsoorten met dezelfde eigenschappen aanwezig in de Tilburgse bossen. In de boomsoortensamenstelling is er ca. 2% Corsicaanse den en 0,3% zeeden aanwezig; dennen die aangeduid worden als mogelijke vervangers voor de grove den. Het inbrengen van meer en andere boomsoorten kan de functionele redundantie voor deze boomsoorten verhogen. Bij de keuze van de nieuwe boomsoorten moet een afweging gemaakt worden welke soorten in welke aantallen ingeplant worden met het oog op de reeds aanwezige boomsoorten en hun eigenschappen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

20

Figuur 7: Illustratie van functionele diversiteit en redundantie binnen twee opstanden. Bovenste opstand bestaat uit slechts twee boomsoorten maar heeft een hoge functionele diversiteit omdat zij zeer verschillende eigenschappen hebben; de ene soort is een loofboom, de andere een naaldboom. De functionele redundantie is echter zwak; als één soort verdwijnt, gaan specifieke functionele eigenschappen verloren. De onderste opstand heeft ook een hoge functionele diversiteit. Die bestaat uit twee naaldboomsoorten en vier loofboomsoorten met relatief vergelijkbare kenmerken. De functionele redundantie is groot. Als één soort verdwijnt, blijft de variatie in functionele eigenschappen in de opstand behouden.

Als voorbeeld zien we in Vredelust-Heidepark (zie Tabel 3) enkele boomsoorten die met de klimaatverandering mogelijks in vitaliteit gaan afnemen zoals grove den (14%), beuk (9%), inlandse eik (8%), berk (5%), fijnspar (1,3%). Samen is dit ongeveer 37% van de bosoppervlakte. Als we dan gaan kijken welke boomsoorten hun functionele niche kunnen opvullen zien we een beperkt aandeel alternatieven met vaak een laag aandeel in het huidige bos. In Vredelust-Heidepark is er dus sprake van lage functionele redundantie. Tabel 3: Functionele diversiteit Vredelust-Heidepark, aandeel boomsoorten die met klimaatverandering in vitaliteit gaan afnemen en aanwezige functionele alternatieven.

Functionele

Boomsoort

Aandeel (%)

Alternatief

Huidig aandeel

karakteristieken Pionier naaldhout Pionier loofhout

Schaduw climax loofboom Licht

climax

loofboom

(%) Grove den

Berk

Beuk

Inlandse eik

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

14 %

5%

9%

8%

Corsicaanse den

4%

Zeeden

0,02 %

Robinia

0,9 %

Am. Vogelkers

0,8 %

Ratelpopulier

0,01 %

Tamme

2%

kastanje

Gewone esdoorn

0,8 %

Winterlinde

0,4 %

Amerikaanse eik

42 %

21

5.1.2 Leeftijdsverdeling

De Tilburgse bossen bevatten verschillende percelen met oude bomen. In totaal is er meer dan 100 ha bos met bomen ouder dan 100 jaar. Hiervan bevat zelfs 32,7 ha bomen uit de 19e eeuw (voornamelijk oude beuken, grove dennen en inlandse eiken). Deze percelen liggen voornamelijk in de oude parkbossen en landgoederen (Oude warande, Wandelbos, VredelustHeidepark).

Figuur 8: Bossen met bomen van meer dan 100 jaar oud

Verder liggen er in de Tilburgse bossen veel opstanden (237 ha) uit het eerste deel van de 20e eeuw (1901-1950). Uit het tweede deel van de 20e eeuw (1951-2000) zijn er 223 percelen met een totale oppervlakte van ca. 147 ha. In Tilburg zijn weinig bospercelen uit de 21 e eeuw. In totaal is dit ca 45,72 ha, voornamelijk in Noorderbos-Zandleij. Bijlage 9 geeft een overzicht van de leeftijd van de verschillende percelen van de Tilburgse bossen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

22

Figuur 9: oude “woudreus” grove den van 1880 in Wilmabos, de schors heeft al grote schorsplaten met een duidelijke "schub-textuur" wat bij grove den wijst op zeer oude bomen. 5.1.3 Bosstructuur

In de bosontwikkeling zijn verschillende ontwikkelingsfasen aan te wijzen: de open fase, jonge fase, dichte fase, boomfase en de aftakelingsfase. In een natuurlijk volwassen bos komen deze bosontwikkelingsfasen kleinschalig in mozaïekvorm naast elkaar voor. De horizontale structuur verwijst naar het aanwezig zijn van deze verschillende fasen naast elkaar in het bos. Openingen in het bos vormen een belangrijk aspect van de horizontale structuur. Deze ontstaan op kleinschalige wijze door het afsterven van oude bomen of windworp. Zelden ontstaan er grote verjongingsoppervlakten door bijvoorbeeld storm, insectenplagen of brand. De soortenrijkdom van een bos is afhankelijk van de diversiteit in verschillende fasen: iedere fase moet in voldoende mate aanwezig zijn. Elke fase heeft zijn eigen specifieke flora en fauna. Zo zijn de boomleeuwerik en de nachtzwaluw afhankelijk van open plekken in het bos, maar heeft de sperwer een voorkeur voor dicht, jong bos. Daarnaast hebben dieren bovendien verschillende fasen nodig voor een deel van hun activiteiten. Zwarte spechten hakken hun nestholte voornamelijk in oude dikke beuken, maar ze foerageren graag in jong naaldhout op mieren. Voldoende openingen van verschillende grootte en aard, dragen daarom bij aan een hoge biodiversiteit.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

23

Figuur 10: Horizontale structuur met de verschillende ontwikkelingsfasen

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

24

Figuur 10 geeft een overzicht van de verschillende ontwikkelingsfasen in de Tilburgse bossen. Gedetailleerde kaarten van elke fase staan in Bijlage 10: Ontwikkelingsfasen horizontale structuur. Voor Tilburg bevindt 80% van het bos zich in de boomfase (zie Figuur 11). De jonge, dichte en aftakelingsfase zijn respectievelijk 8%, 3% en 0,2%. De open fase is in 8% van de oppervlakte aanwezig. Dit met name in Noorderbos en de afgestorven fijnsparpercelen in bv. Vredelust-Heidepark.

Figuur 11: Horizontale structuur Tilburgse bossen, de verschillende ontwikkelingsfasen worden procentueel weergegeven

Als streefdoel voor de horizontale ontwikkeling nemen we als richtcijfers het referentiebeeld van enkele Europese bosreservaten. Daarbij is het aandeel van de oppervlakte dat zich in de gesloten boomfase bevindt ongeveer 50 %. Van de oppervlakte bevindt zich 35 à 45 % in de jonge en dichte fase of in de aftakelingsfase. Tussen 5 en 15% van de oppervlakte is open fase. De boomfase domineert de Tilburgse bossen waardoor we van een lage horizontale structuur spreken. De open fase zit met 8% in de gewenste hoeveelheid. De jonge, dichte en aftakelingsfase zit met 13,2% ver onder de gewenste hoeveelheid. Dat komt enerzijds doordat natuurlijke processen die structuurvorming op gang brengen, zoals afsterven van oude bomen en windworp, nauwelijks voorkomen en de laatste decennia minder verjongingskap uitgevoerd is. Daarnaast zijn de meeste bossen nog vrij jong waardoor de aftakelingsfase minder mogelijk is.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

25

5-15% open fase: boomloos tot boompjes van 2m hoog

50% gesloten boomfase 35-45% jonge, dichte en aftakelingsfase

Figuur 12: Referentiebeeld van de verschillende bosontwikkelingsfasen in Europese bossen Bron: (Koop & van der Werf, 1995; Hekhuis et al., 1994; Londo, 1991; Koop, 1986; Koop, 1989; Pontailler et al., 1997; Zukrigl, 1990)

De verticale structuur van bossen is te omschrijven als de gelaagdheid van het bos. Een bos bestaat meestal uit meerdere lagen. Van boven naar beneden zijn de boomlaag (vaak verder onder te verdelen in de boven- en de onderetage), struiklaag, kruidlaag en de moslaag te onderscheiden. Een gelaagd bos biedt verschillende ecologische niches en herbergt een grotere biodiversiteit. Vooral de onderetage van de boomlaag en de struiklaag spelen hierin een belangrijke rol. Ze versterken het bosklimaat, verhogen de soortenrijkdom, beschermen de bodem en bepalen de mate van lichtinval op de bodem, die in sterke mate weer de samenstelling van de kruid- en moslaag bepaalt. Een gevarieerde structuur met verschillende lagen is bijvoorbeeld belangrijk voor veel vogelsoorten. De gelaagdheid is sterk afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem. Rijke bossen hebben een complexe gelaagdheid met meerdere boom- en struiklagen en een kruiden een moslaag. In de armste bossen is er vaak niet meer dan een ijle boomlaag met een kruid- of moslaag te onderscheiden. Als er al een struiklaag aanwezig is, dan is deze ook vaak ijl en soortenarm, waarvan een groot gedeelte bestaat uit verjonging van bomen. Hierdoor

zijn

er

schuilmogelijkheden

weinig

besdragende

aanwezig.

Bij

planten

en

struiken,

nectarplanten

en

verjongingskappen

vormen

de

van

randen

verjongingsgaten nu een harde grens. Als er een goed ontwikkelde struiklaag zou zijn, zouden er geleidelijke overgangen ontstaan met een mantelvegetatie.

Figuur 13: Verticale structuur, het aandeel van de verschillende lagen in de Tilburgse bossen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

26

De overstaanders (0,6% van de oppervlakte) bestaan voornamelijk uit douglasspar, beuk en grove den en komen voornamelijk voor in de Oude Warande. Op een kleine oppervlakte is een gelaagde boomlaag aanwezig (7% met 2e boomlaag; ca. 37,3 ha)). Deze gelaagde boomlaag bestaat uit een tweede boomlaag Amerikaanse eik (8,3 ha), Inlandse eik (6,9 ha), berk (6,7 ha), beuk (3,4 ha) en douglasspar (2,6 ha). Verjonging is slechts op 0,5% van de bosoppervlakte (ca. 2,53 ha) echt een onderdeel van de verticale structuur. De jonge boompjes zijn voornamelijk inlandse eik, Amerikaanse eik, abies grandis, grove den en douglasspar. Het aandeel rijkstrooiselsoorten in de verjonging is zeer beperkt (0,12% gewone esdoorn, 0,1% Amerikaanse vogelkers, 0,03% ruwe berk). Op 23% van de bosoppervlakte komt een struiklaag voor. De struiklaag bestaat voornamelijk uit Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, rododendron, vuilboom en berk. Hoewel andere soorten wel aanwezig zijn komen deze zo minimaal voor (<0,5% van de oppervlakte) dat hun aanwezigheid of impact op de biodiversiteit nagenoeg verwaarloosbaar is.

5.1.4 Dood hout, ontwortelingsreliëf en dikke bomen

Bij de inventarisatie is opgenomen in welke mate dood hout aanwezig is. Het betref een schatting van het aanwezige dode hout per hectare en omvat zowel staande als liggende stammen met een diameter van ≥ 30 cm. Ontwortelingsreliëf betreffen omvallen bomen met een opstekende kluit, deze komen verspreidt over het bosgebied voor. Dit zijn ecologische gezien waardevolle locaties door het aanwezige microreliëf en microklimaten. Dit soort elementen zijn vrijwel niet kunstmatig te creëren. Daarom moeten omgewaaide bomen altijd behouden blijven in het bos. Naast de dode bomen en ontwortelingsreliëf zijn ook het aantal dikke dode bomen per hectare opgenomen. Dit zijn bomen met een diameter borsthoogte (dbh) van >50 centimeter. Dikke bomen zeggen iets over de structuur en diversiteit van een opstanden. Daarnaast zijn dit over het algemeen oude bomen en daardoor vaak van belang voor een groot aandeel diersoorten. Uit de tabellen is op te maken dat er over een groot deel van de oppervlakte geen staande of liggende dode bomen aanwezig zijn. Over het resterende deel van de oppervlakte is staand en liggend dood hout slechts beperkt aanwezig. Het verhogen van het aandeel dood hout kan op relatief kort tijdsbestek leiden tot een verhoging van de ecologische waarden. In Tabel 6 is te zien dat dikke bomen over het merendeel van de oppervlakte niet of nauwelijks voorkomen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

27

Tabel 4: Staande dode bomen per hectare

Categorie

Aandeel (%)

0

48%

1-3

17%

4-9

20%

>9

16%

Tabel 5: Liggende dode bomen per hectare

Categorie

Aandeel (%)

0

57%

1-3

17%

4-9

16%

>9

10%

Tabel 6 Tabel 7

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

28

Figuur 14: Dood hout en dikke bomen in Tilburgse bossen, de opdeling in “4-9” en “>9” is een onderdeel van de kwalificerende structuurelementen van SNL.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

29

5.1.5 Waargenomen soorten

Oude bossen zoals bijv. de Oude Warande hebben vaak een goed ontwikkelde bodem en daarbij een rijke bosflora, met soorten als dalkruid, lelietje van dalen, salomonszegel, dubbelloof, koningsvaren en bosanemoon. Echter zijn deze soorten maar zeer sporadisch te vinden in de Tilburgse bossen. Met correct beheer en herstel kan de kwaliteit van de bosbodem verbeteren en daarbij de groeiplaatsen van bosflora worden uitgebreid. Verder hebben de das en de bever zich gevestigd in diverse bosgebieden in Tilburg. De bever is een echte natuurbeheerder die veel jonge boompjes (m.n. wilg) gebruikt als voedsel en voor het versterken van zijn burcht. M.n. in het Noorderbos is hij actief en zal bij het beheer rekening dienen te worden gehouden. Tot slot, vormt het bos leefgebied voor diverse vogelsoorten: roofvogels, diverse spechten en andere bosvogelsoorten. Deze bossoorten zijn gebaad bij structuurrijke bossen met hoge dichte gemengde bossen, oude bomen en meer openstukken. Met name spechten profiteren van het ouder wordend bos vanwege de toename aan oudere bomen met eventueel holtes en dood hout. Roofvogels zoals de buizerd maakt vaak zijn nest boven in een platte den. Met beheer kan worden gestuurd om de bossen in te richten voor de doelsoorten, waarbij variatie erg belangrijk is.

Tabel 8: Waargenomen soorten tijdens SNL monitoring en NDFF, de kwalificerende soorten voor Dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02) en Haagbeuken-en essenbos (N14.03) zijn in het donkergroen gemarkeerd.

groep

Soort

soort

Vaatplanten

Dalkruid

Maianthemum bifolium

Vaatplanten

Lelietje-van-dalen

Convallaria majalis

Vaatplanten

Gewone Salomonszegel

Polygonatum multiflorum

Vaatplanten

Dubbelloof

Struthiopteris spicant

Vaatplanten

Koningsvaren

Osmunda regalis

Vaatplanten

Bosanemoon

Anemone nemorosa

Vogels

Appelvink

Coccothraustes coccothraustes

Vogels

Bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

Vogels

Boomklever

Sitta europaea

Vogels

Boomleeuwerik

Lullula arborea

Vogels

Bosuil

Strix aluco

Vogels

Buizerd

Buteo buteo

Vogels

Fluiter

Phylloscopus sibilatrix

Vogels

Gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Vogels

Groene specht

Picus viridis

Vogels

Kleine bonte specht

Dryobates minor

Vogels

Middelste bonte specht

Leiopicus medius

Vogels

Spotvogel

Hippolais icterina

Vogels

Zwarte specht

Dryocopus martius

Zoogdieren

Bever

Castor fiber

Zoogdieren

Das

Meles meles

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

30

5.2

Droge heide

In De Gaas ligt ca. 4 ha droge heide. De heide ten zuiden van de Witbrantlaan Oost (ca 2,8 ha) heeft een goede structuur met 5 à 20% kale bodemoppervlakte, 60% oude heide en enig struweel aanwezig. De noordelijke percelen (1,2 ha) hebben een matige structuur met geen kale bodem, geen lage vegetatie en geen struweel aanwezig. Deze stukken zijn ook sterker vergrast (30-45%). En deels bebost.

Figuur 15: Droge heidegebied van De Gaas, de heidegebieden ten zuiden van de Witbrantlaan Oost heeft een goede structuur (groene arcering), de gebieden ten noorden een matige structuur (oranje arcering).

Soorten die waargenomen zijn tijdens de SNL monitoring op en rond deze droge heidegebieden zijn:

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

31

Tabel 9: Waargenomen soorten tijdens SNL monitoring, de voor droge heide (N07.01, N07.02) zijn in het donkergroen gemarkeerd

kwalificerende

groep

Soort

soort

Dagvlinders

Groot dikkopje

Ochlodes sylvanus

Dagvlinders

Hooibeestje

Coenonympha pamphilus

Dagvlinders

Kleine vuurvlinder

Lycaena phlaeas

Dagvlinders

Zwartsprietdikkopje

Thymelicus lineola

Planten

Duits viltkruid

Filago germanica

Planten

Dwergviltkruid

Logfia minima

Planten

Eekhoorngras

Vulpia bromoides

Planten

Gewoon langbaardgras

Vulpia myuros

Planten

Hazenpootje

Trifolium arvense

Planten

Hertshoornweegbree

Plantago coronopus

Planten

Klein vogelpootje

Ornithopus perpusillus

Planten

Mannetjesereprijs

Veronica officinalis

Planten

Stekelbrem

Genista anglica

Planten

Tandjesgras

Danthonia decumbens

Vogels

Boomkruiper

Certhia brachydactyla

Vogels

Boomleeuwerik

Lullula arborea

Vogels

Boompieper

Anthus trivialis

Vogels

Gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Vogels

Groenling

Chloris chloris

Vogels

Kuifmees

Lophophanes cristatus

Vogels

Putter

Carduelis carduelis

soorten

Dwergviltkruid is een soort van open stabiele zandige plaatsen en een indicator voor een goede toestand voor droge heide. De soort heeft zo nu en dan verstoring op arme zandbodems nodig met open plekken. De soort komt in De Gaas vooral voor aan de rand van het heideperceel ten zuiden waar ook kale bodem voorkomt. Stekelbrem is een belangrijke waardplant voor het groentje en heideblauwtje. Hoewel deze soorten niet waargenomen zijn op de heide van De Gaas is stekelbrem een indicator voor een goed ontwikkelde droge heide. Andere typische heidevlinders en -sprinkhanen ontbreken grotendeels. Het groentje zal bij een aangepast beheer (meer struiken en bosranden met vuilboom, lijsterbes, bramen,…) mogelijks tot op De Gaas komen aangezien deze binnen overbrugbare afstand waargenomen is. Heivlinder en heideblauwtje zijn iets ambitieuzer maar kunnen via de ecologische verbinding via De Sijsten en de Regte Heide mogelijks in de toekomst tot bij De Gaas geraken. De boomleeuwerik is een karakteristieke soort voor droge heide die graag op open heide met verspreide bomen en struiken zit. De waarneming is op de heidepercelen ten zuiden van de Witbrandlaan met een goed ontwikkelde structuur en de aanwezigheid van struiken en struweel. Ook is de levendbarende hagedis en nachtzwaluw waargenomen. Indicatoren dat de heide gezien zijn formaat best een hoge ecologische waarde heeft.

Om tot meer doelsoorten voor heide te komen is uitbreiding van de bestaande heide noodzakelijk.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

32

5.3

Kruiden- en faunarijke graslanden

In totaal is er ca. 4,4 ha grasland met potentie tot Kruiden- en faunarijk grasland. Bij de inventarisatie is vastgesteld dat 0,77 ha een goede structuur heeft en 3,64 ha een matige kwaliteit. Naast deze 4,4 ha zijn er nog bosranden (o.a. in het Noorderbos, Drijflanen en Bleukbos) die bij verschralings- en structuurbeheer de ecologiewaarde voor kruiden- en faunarijke graslanden vergroten.

Figuur 16: Kruiden- en faunarijke graslanden Tabel 10: Waargenomen soorten tijdens SNL monitoring

groep

Soort

soort

Vaatplanten

Grote muur

Stellaria holostea

Vogels

Putter

Carduelis carduelis

Vogels

Grasmus

Sylvia communis

Vogels

Braamsluiper

Sylvia curruca

Vogels

Boomkruiper

Certhia brachydactyla

Vogels

Boompieper

Anthus trivialis

Vogels

Roodborsttapuit

Saxicola rubicola

Vogels

Matkop

Poecile montanus

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

33

5.4

Ruigte

Er is in totaal 16,08 ha ruigte aanwezig, voornamelijk in de Noorderbossen (6,5 ha), Drijflanen (8,2 ha) en Vredelust-Heidepark (1,4 ha). Momenteel zijn veel ruigtes vervilte witbol-grasmat met brandnetel. Bij een structuurbeheer (maaien en ruimen), aanleggen van akkerranden of het mengen van de ruigte en struiklaag kan de biodiversiteitswaarde van de ruigtes veel hoger worden. Naast de huidig waargenomen soorten (zie Tabel 11) zoals boomkikker, boompieper en kneu kan een aangepast beheer ook een “boost” geven aan vlinders, bijen, sprinkhanen en kleine zoogdieren. Tabel 11: Waargenomen soorten tijdens SNL monitoring en uit de NDFF, de kwalificerende soorten voor SNL ruigte (N12.06) zijn in het donkergroen gemarkeerd

groep

Soort

soort

Vogels

Boomklever

Sitta europaea

Vogels

Boomkruiper

Certhia brachydactyla

Vogels

Boompieper

Anthus trivialis

Vogels

Gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Vogels

Goudvink

Pyrrhula pyrrhula

Vogels

Grasmus

Sylvia communis

Vogels

Groene specht

Picus viridis

Vogels

Kuifmees

Lophophanes cristatus

Vogels

Zanglijster

Turdus philomelos

Vogels

Matkop

Poecile montanus

Vogels

Kneu

Linaria cannabina

Vogels

Groenling

Chloris chloris

Vogels

Putter

Carduelis carduelis

Vogels

Tuinfluiter

Sylvia borin

Vogels

Tjiftjaf

Phylloscopus collybita

Amfibiën

Boomkikker

Hyla arborea

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

34

5.5

Bosranden

Bosranden zijn slechts zeer beperkt aanwezig in Tilburg. In het Noorderbos zijn er reeds bosranden ontwikkeld, daarnaast komen op enkele plaatsen beperkte bosranden voor (Drijflanen, Gaas). Uit de inventarisatie blijkt dat er echter veel potenties zijn voor bosranden, met name in het Noorderbos is bij de aanleg open ruimte voorzien (zie Figuur 17 en Bijlage 12). Bosrandbeheer zal ook de structuur van de bossen verbeteren. Ook langs heideterreinen, graslanden en akkers zijn er nog veel potenties voor goed ontwikkelde bosranden.

Figuur 17: open fase waar potentie is voor bosrandontwikkeling en -beheer

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

35

5.6

Poelen

Poelen zijn kleine geïsoleerde wateren die van grote waarde zijn voor o.a. amfibieën en libelle. De gemeente Tilburg heeft veel poelen binnen zijn beheergebied. Ook komen er veel verschillende soorten voor waaronder zeer zeldzame en zwaar beschermde soorten als boomkikker, kamsalamander en knoflookpad. De poelen zijn verschillend van grootte en ook de onderhoudstoestand verschilt per poel. Ook bevatten diverse poelen vis wat ze onaantrekkelijk maakt als voorplantingswater, behalve voor de algemene soorten als gewone pad en bruine kikker. Er ontbreken ook structuurrijke bosranden. De meest aangetroffen bedreiging voor de amfibieën is verlanding, bij 50% van de poelen. Bij ruim 40% van de poelen van Tilburg vormt verdroging een probleem. Tijdelijke droogval van amfibiewateren om de paar jaar kan een positief effect hebben omdat het invasieve exoten in één klap kan laten verdwijnen. Daarnaast worden op deze wijze aquatische predatoren en concurrenten van amfibieën gedecimeerd, waardoor amfibieën meerdere jaren in een verbeterde concurrentiepositie komen. Wanneer droogval echter te vaak en vroeg in het voortplantingsseizoen gebeurd, kan het wel een knelpunt vormen. Een ander knelpunt is overmatige bosopslag op de oevers. Deze zorgt voor een sterke beschaduwing van het water en de oevers. Voortplantingswateren warmen hierdoor niet of onvoldoende op.

Dit heeft een negatief effect op de ontwikkeling van eieren en larven van amfibieën.

Figuur 18: Geconstateerde bedreigingen bij 110 beoordeelde wateren. Deze beperken de kwaliteit van een water als voortplantingswater voor prioritaire amfibiesoorten ernstig. (Heijkers, D. & B. Crombaghs, 2022)

Uit recent onderzoek van de Tilburgse poelen (Heijkers, D. & B. Crombaghs (2022) ) blijkt dat: • bij 2/3 de kwaliteit van het voortplantingswater als onvoldoende beoordeeld is; • bij 1/4 de kwaliteit van de landhabitat rond het water als onvoldoende beoordeeld is. Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

36

5.7

Bedreigingen

5.7.1 Klimaatverandering

De impact van klimaatverandering op de bossen en natuurterreinen van Tilburg gaat naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen (zie Figuur 19). De jonge bomen die nu in het bos opgroeien zullen over een eeuw waarschijnlijk te maken krijgen met een twee tot vier graden hogere temperatuur en met twintig tot dertig procent minder neerslag in het groeiseizoen. Bovendien zorgen klimaatverandering en globalisering waarschijnlijk voor ziekten en plagen op een schaal die we nog niet overzien.

Figuur 19: Mate waarin huidige en toekomstige bosgeneraties in Tilburg de effecten van klimaatopwarming zullen ervaren (op basis van IPCC 2023 AR6 Synthesis Report)

Uit de inventarisatie komen enkele aandachtspunten omtrent klimaatbestendigheid van de Tilburgse natuur naar voor.

Hydrologie Klimaatverandering gaat een groot effect hebben op de waterhuishouding van de Tilburgse bossen. Naar verwachting zal de hoeveelheid beschikbaar vocht in de zomer dalen in onze bossen en de droogteperiode dus intenser worden. Om onze natuur hierop voor te bereiden is het belangrijk om het huidige hydrologische systeem tegen het licht te houden. Water zal langer vastgehouden moeten worden maar ook afgevoerd worden bij intense stortbuien. Op de hoogtekaart (zie Bijlage 13) is te zien dat rond de Oude Warande nog diepe sloten aanwezig zijn, met name de Warandeloop. Benedenstrooms ligt de Drasse Driehoek waar Gemeente Tilburg bezig is met de ontwikkeling van natte natuur. Daarvoor kan het ophouden van water bovenstrooms, aan de Oude Warande of Landgoed Prinsenhoef, een ecologische meerwaarde betekenen. Ook liggen er in de Oude Warande nog in verschillende percelen rabatten of kleine afwateringen. Ook hier kan hydrologisch herstel nog een meerwaarde betekenen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

37

Verder is ook in gebied Reeshof en de Drijflanen nog veel te winnen met hydrologisch herstel. Deze lager gelegen gebieden hebben tevens ook een rijker bodemtype wat een grote meerwaarde voor de biodiversiteit in Tilburg kan betekenen. Als laatste zien we ook diepe afwateringen in het Noorderbos-Zandleij. Ook hier is met hydrologisch herstel nog veel natuurwaarde te bereiken en het gebied klimaatrobuuster te maken.

Boomsoortensamenstelling De beperkte boomsoortenvariatie in de Tilburgse bossen (de vier meest voorkomende boomsoorten zijn goed voor zeventig procent van de alle bomen), het aandeel zuurstrooiselsoorten hierbij (ca. 85% zuur strooisel) en de beperkte functionele diversiteit in combinatie met een hoog aandeel boomsoorten met twijfelachtige toekomst binnen de klimaatveranderingsmodellen geeft een negatief beeld in het kader van klimaatbestendige bossen. De eenzijdige boomsoortensamenstelling geeft een verhoogd risico ten aanzien van plagen en ziektes, waarvan een hoger impact verwacht wordt in de toekomst. Bij het opkomen van een ziekte bij één van de hoofdboomsoorten in de Tilburgse bossen (Am. Eik, grove den, inlandse eik, berk, beuk) gaat in één klap een groot aandeel van de aanwezige bomen verdwijnen. Daarnaast is er weinig kans dat een andere aanwezige boomsoort de specifieke niche in neemt (functionele diversiteit is laag). Ook is de leeftijdsverdeling niet bevorderlijk in dit geval. Door weinig verjonging in de Tilburgse bossen met een beperkt aantal soorten (Am. eik, abies grandis, grove den, douglasspar,…) is er weinig kans op genetische adaptatie tegen klimaatverandering en is er, bij uitvallen van één of meerdere boomsoorten, ook weinig andere boomsoorten die het bos kunnen overnemen, laat staan een biodivers bos maken. De veerkracht

van

de

bossen

wordt

daarom

negatief

beïnvloed

door

de

boomsoortensamenstelling.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

38

Bodemverzuring Het grootste probleem van de Tilburgse bossen is dat deze bossen sterk verzuurd zijn en een overmaat aan stikstof bevatten. De kritische depositiewaarden voor stikstof wordt in deze bossen nog steeds overschreden en dit effect wordt nog versterkt door de dominant voorkomende boomsoorten; den, eik en beuk produceren slecht afbreekbaar, verzurend bladmateriaal dat resulteert in een verdere verzuring van de bodem. De verzuring en vermesting leidt tot een sterke uitloging van belangrijke nutriënten (met name basische kationen) uit de bodem waardoor de bodem te zuur en arm wordt voor de van oorsprong voorkomende flora en fauna. De weerbaarheid van de Tilburgse bossen wordt negatief beïnvloed door verzuring.

Figuur 20: bodemverzuring en effecten op bosvitaliteit

Bosklimaat Om de weerbaarheid tegen extreem droge en hete zomers te verhogen dient de aandacht, naast hydrologisch herstel, ook uit te gaan naar behoud en herstel van het bosklimaat. Een belangrijk aspect daarbij is om bij ingrepen in het bos net voldoende licht te geven naargelang de boomsoort. Tabel 12 geeft de schaduwtolerantiescore weer van de meest voorkomende boomsoorten in Tilburg. De (half)schaduwsoorten (<10% van volle daglicht) in de Tilburgse bossen bestaan nu voornamelijk uit beuk, gewone esdoorn, zilverspar en tamme kastanje en hazelaar, taxus en hulst in struiklaag. In totaal is dit slechts 10% van de aanwezige bomen. Om te verjongen met behoud van het bosklimaat is het dus belangrijk om het aandeel van deze boomsoorten te verhogen.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

39

Tabel 12: Schaduwtolerantiescore van de juvenielen van meest voorkomende boomsoorten (Niinements & Valladares, 2006), de schaduwtolerantie hangt echter ook samen met bodemvruchtbaarheid en vochtbeschikbaarheid.

Soort

Schaduwtolerantiescore

Aandeel (%)

Hebben 50% tot 25% van volle daglicht nodig Japanse lariks

1,38

0,3%

Grove den

1,67

18,5%

Robinia

1,72 Hebben 25% tot 10% van volle daglicht nodig Ruwe berk 2,03

2,0% 8,4%

Zwarte den

2,1

1,9%

Boswilg

2,16

0,7%

Zomereik

2,45

14,8%

Amerikaanse vogelkers

2,46

2,9%

Gewone es

2,66

0,1%

Lijsterbes

2,73

2,5%

Wintereik

2,73

0,0%

Amerikaanse eik

2,75

18,7%

Douglas

2,78

6,1%

Hebben 10% tot 5% van volle daglicht nodig Tamme kastanje

3,15

0,5%

Veldesdoorn

3,18

0,05%

Europese vogelkers

3,26

0,039%

Zoete kers

3,33

0,1%

Hazelaar

3,53

0,3%

Fladderiep

3,67

0,01%

Gewone esdoorn

3,76

0,7%

Hulst

3,86

0,5%

Haagbeuk

3,97

0,03%

Hebben 5% tot 2% van volle daglicht nodig Zomerlinde

4

0,0%

Winterlinde

4,18

0,1%

Noorse esdoorn

4,2 4,2

0 0%

Sequoia

4,21

0 0,4%

Oosterse beuk

Taxus Beuk

4,43 4,56

Zilverspar

4,6

0,8%

Thuja

4,73

0,1%

Hemlock

4,96

0

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

6,5%

40

5.7.2 Exoten

Om de exoten goed in beeld te krijgen is het belangrijk om een goede definitie te formuleren binnen dit beheerplan. Exoten zijn soorten die door menselijk toedoen, bewust of onbewust, buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied zijn geïntroduceerd in de natuur van Tilburg. We spreken van invasieve exoten bij exoten als zij zich gevestigd hebben of zouden vestigen in de Nederlandse natuur zij een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van dierof plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen, of een aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van dierof plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen noodzakelijk zijn. In 2023 is een inventarisatie uitgevoerd in de natuurgebieden van Gemeente Tilburg om een goed beeld te krijgen van de aanwezige invasieve exoten. Daarbij zijn onderstaande soorten aangetroffen (zie Figuur 21 en Bijlage 18): Tabel 13: Invasieve exoten in Tilburgse natuurgebieden, met uitzondering van poelen (inventarisatie 2023)

Soort

Aantal locaties

Aziatische duizendknoop

77

30.000 m²

Westelijke karmozijnbes

16

850 m²

Gewone sneeuwbes

5

750 m²

Bamboe

9

9800 m²

8 3

7000 m² 875 m²

Reuzenberenklauw Reuzenbalsemien

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

41

Figuur 21: Invasieve exoten in Tilburgse natuurgebieden (inventarisatie 2023

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

42

5.8

Conclusies en aanbevelingen • Verhogen biodiversiteit: De boomsoortensamenstelling in de Tilburgse bossen is vrij beperkt met ca. 70% van de aanwezige bomen en struiken van slechts 4 soorten (Am. Eik, zomereik, ruwe berk en beuk). Dit in combinatie met de beperkte functionele diversiteit en het hoge aandeel soorten met twijfelachtige toekomst binnen de klimaatveranderingsmodellen geeft aan dat de soortensamenstelling moet verhoogd worden en ontbrekende soorten ingebracht moeten worden. • Verhogen structuurvariatie: de Tilburgse bossen hebben een beperkte horizontale en verticale structuur met 80% van het bos in de boomfase. Het verhogen van de structuur zal ook een positief effect hebben op de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van het bos. • Meer dood hout: Dood hout in de Tilburgse bossen is beperkt aanwezig. Het behouden van afstervende bomen is van groot belang. Gezien de hoge leeftijd van verschillende percelen is dit zeker haalbaar. Voor meer dood hout te creëren is recreatiezonering noodzakelijk. • Heide en graslanden: een (groot) deel van de heide en graslanden heeft een matige structuur. Dit komt grotendeels door overbegrazing. Het aanpassen van het beheer maakt al een groot verschil naar kwaliteit van de open natuur. • Ruigte: de ruigtes in Tilburg hebben een hogere potentie dan de huidige kwaliteit. Een gepast beheer brengt hier soelaas.

• Poelen: er liggen veel poelen in Tilburg waar ook nog grote stappen vooruit kunnen gemaakt worden in kwaliteit en biodiversiteitswinst. Oorzaken zijn veelal te vroege droogval en achterstallig beheer met verlanding en verbossing tot gevolg. De kwaliteit van het landhabitat is in veel gevallen voldoende. • Klimaatbestendigheid – hydrologie: in een aantal gebieden is nog veel winst te halen in klimaatbestendigheid door hydrologisch herstel. Dit herstel moet echter goed onderzocht worden en met een gedegen herstelplan uitgevoerd worden. • Klimaatbestendigheid – bodemverzuring: de boomsoortensamenstelling van de Tilburgse bossen zorgt, samen met de stikstofdepositie, voor een sterk verzurende bosbodem. Het inbrengen van zaadbronnen van rijkstrooiselsoorten, in combinatie met maatregelen voor het herstellen van de buffering van de bodem, vermindert deze verzuring en start het bodemherstel.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

43

6

Beheervisie & doelen

6.1

Visie

De visie op het terreinbeheer van het gemeentelijk bos- en natuurbezit van de gemeente Tilburg luidt:

“Tilburg is een groene stad waarbij het beheer gericht is op het optimaliseren van biodiversiteit en de maatschappelijke functies van de natuur. De natuur wordt klimaatbestendig beheerd zodat biodiversiteit en recreatie nu en in de toekomst samengaan.

Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

44

6.2

Beheerdoelen

Gemeente Tilburg gaat het beheer thematisch aanpakken. Daarbij is gekozen om de doelen en doelstellingen te laten aansluiten op de hoofdthema’s: biodiversiteit, beleving, klimaatbestendigheid en veiligheid. In onderstaand overzicht staan de belangrijkste doelen per thema aangegeven.

6.2.1 Biodiversiteit

Uitgangspunt

van

de

functie

natuur

is

natuurgebieden

die

qua

structuur

en

soortensamenstelling aansluiten op een natuurlijke referentie op de groeiplaats. De aanwezigheid van verschillende successiestadia is de waarborg voor behoud en versterking van biodiversiteit binnen het gebied. De doelen voor de functie natuur gelden voor alle terreintypen, dus naast de bossen en heideterreinen ook voor de graslanden, poelen, struweel en bosranden en vennen.

De Tilburgse bossen worden omgevormd naar gemengde bossen met een sterk gevarieerde boomsoortensamenstelling en een hoge structuurvariatie. Daarvoor wordt actief ingezet op bosverjonging en de ontwikkeling van een diverse struiklaag. Bij de bosverjonging worden rijkstrooiselsoorten zoals linde, kers, esdoorn,… bevoordeeld. Een belangrijk aspect voor biodiversiteit is staand en liggend dood hout. Hiervoor wordt in het beheer actief op gestuurd door op bepaalde locaties bomen en bossen oud te laten worden, te laten aftakelen en dood hout te behouden. Op de overgang van bos naar open ruimte worden bosranden ontwikkeld. Deze bosranden zijn hotspots voor biodiversiteit. De heideterreinen en graslanden worden zo beheerd dat hun biodiversiteit in stand gehouden wordt of zelfs verbeterd. Daarvoor wordt er meer structuur gecreëerd in deze natuurpercelen. Beheerplan Tilburg 2023 -2034 Gemeente Tilburg

45

6.2.2 Beleving - Recreatie

Vanuit het oogpunt van recreatie wordt gestuurd op aantrekkelijk bos vanuit natuurbeleving waar verschillende recreatievormen naast elkaar plaatsvinden. Dit leidt tot de volgende beheer doelen:

De belevingswaarde van de natuurgebieden is enerzijds afhankelijk van de natuurwaarde en de afwisseling in de natuur (gesloten bos, open heide, markante woudreuzen, jonge bosstukken,…). Anderzijds zorgen ook de recreatieve voorzieningen voor een hogere belevingswaarde. Daarbij wordt het recreatief meubilair onderhouden, de afvalbakken geleegd, zwerfvuil opgeruimd en de paden schoongemaakt. Ook de recreatieve routes zijn van groot belang voor de beleving van de natuur. Uitdagende, goed onderhouden en veilige wandelpad, MTB-routes en ruiterpaden geven een boost aan de beleefbaarheid van de Tilburgse natuur. Om een balans te vinden tussen recreatie, rust en biodiversiteit wordt een deel van het gebied enkel toegankelijk voor extensieve recreatie of zelfs niet recreatief ingericht. Een recreatiezonering is noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15048356/3