255395-RKT Onderzoeksrapport Een zekere onzekerheid sept2023
Tekst van het document
De SRT plaatst wel een kritische noot ten aanzien van maatwerk door de gemeente: “Maatwerk is begripsvervuiling geworden en onderhevig aan bestuurlijke inflatie.” Daarmee bedoelt de SRT dat de gemeente maatwerk zegt te leveren, maar dit feitelijk doet binnen de wet- en regelgeving die al ruimte biedt voor bepaalde oplossingen. Maatwerk is volgens de SRT juist nodig als de wet- en regelgeving hulp niet meer toelaat. De SRT benoemt dat de gemeente de volledige ruimte die er binnen wet- en regelgeving is beter kan benutten om inwoners door een moeilijke periode te helpen. Daarbij moet de gemeente ervoor waken dat inwoners niet afhankelijk worden van regelingen en voorzieningen.
3.3 Regelingen en voorzieningen Bij het doen van een aanvraag voor een generieke regeling of voorziening, wordt een aanvraag door afdeling W&I getoetst volgens de bij de regeling of voorziening geldende regels. Maatwerk wordt bij uitzondering toegepast. Er wordt ook gekeken voor welke andere regelingen en voorzieningen de inwoner nog meer in aanmerking komt. Inwoners ontvangen op basis daarvan het aanbod voor het doen van een verkorte aanvraag voor deze regeling of voorziening. De verschillende Tilburgse generieke regelingen en voorzieningen zijn anno 2023 als volgt: Bijzondere bijstand Energie besparen Kosten kinderopvang
Studietoeslag
Inwoners met een laag inkomen en weinig eigen vermogen. Alle Tilburgers die energie willen besparen. In het geval van een bijstandsuitkering en mantelzorger zijn, in geval van een bijstandsuitkering en het volgen van een re-integratietraject of parttime werk, in geval van een bijstandsuitkering en sociale of medische redenen waarom kinderopvang nodig is (sociaal medische indicatie), in geval van geen bijstandsuitkering en geen recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst en sociale of medische reden waarom kinderopvang nodig is (sociaal medische indicatie). Studenten met een beperking die niet kunnen bijverdienen.
37
Budgetcursus Formulierenhulp (vanuit ContourdeTwern/Humanitas) Individuele inkomenstoeslag (IIT)
Voor alle inwoners van Tilburg die willen om leren gaan met geld. Voor alle Tilburgers die moeite hebben met het invullen van formulieren (toeslagen/regelingen etc). Voor Tilburgers in de leeftijd van 21 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, minimaal 5 jaar in Nederland wonen, geen DUO ontvangen en al 60 maanden rond moeten komen van een inkomen op 110% van het bijstandsniveau. Schulden Voor Tilburgers van 18 jaar en ouder die financiële problemen hebben of in de schulden zitten. Energietoeslag Voor alle huishoudens die tot 130% van het minimum inkomen verdienen (ook voor studenten vanaf 18 jaar die zelfstandig wonen, zonder huisgenoten). T-Kindpakket Voor kinderen tot 18 jaar van ouders die tot maximaal 130% van het minimum inkomen verdienen. Meedoenregeling Voor Tilburgers met een inkomen tot 120% van het bestaansminimum en niet veel eigen vermogen. Collectieve Zorgverzekering Voor Tilburgers vanaf 18 jaar met een inkomen tot 120% van het bestaansminimum en Minima (CZM) niet veel eigen vermogen. Kwijtschelding gemeentelijke Of u in aanmerking komt is afhankelijk van uw vermogen, inkomen, uitgaven en perbelastingen soonlijke omstandigheden. U moet in ieder geval aan deze voorwaarden voldoen: • u bent inwoner van de gemeente Tilburg. • de belastingaanslag staat op uw naam. • u heeft geen overwaarde op een eigen woning.
• u bezit geen motorvoertuig(en) die meer waard is (zijn) dan € 2.269. Tenzij u kunt aantonen dat uw motorvoertuig onmisbaar is vanwege ziekte/invaliditeit/werk. Witgoedregeling (najaar Huishoudens met een laag inkomen kunnen via een waardebon van een nog vast te stel2023) len bedrag hun oude koelkast, koelvries-combinatie of wasmachine omruilen voor een zuiniger apparaat vanaf het najaar van 2023. Bron: Laag inkomen - Gemeente Tilburg, geraadpleegd op 31 januari 2023.
Bijlage 7 geeft een toelichting op bovengenoemde regelingen en voorzieningen. Daarnaast zijn er regelingen en voorzieningen vanuit het Rijk: Hoogte van uitkeringen (o.a. AOW, Wajong, WIA) Hoogte van minimumloon Hoogte van belasten van arbeid en mate van arbeidskorting Hoogte van toeslagen, bijvoorbeeld zorg- en huurtoeslag, kindertoeslag, kindgebonden budget Huurbeleid Belasting op energie (2022)
Korting energierekening (2022) Tijdelijk energieplafond (2023)
Tijdelijk Noodfonds Energie (2022/2023)
Mensen boven pensioengerechtigde leeftijd (AOW) en mensen die (deels) arbeidsongeschikt zijn (Wajong, WIA). Gehele beroepsbevolking. Gehele beroepsbevolking.
Mensen die in aanmerking komen voor een vorm van toeslagen.
Alle huurders. De btw op energie is verlaagd van 21% naar 9%. Deze aanpassing geldt van 1 juli 2022 t/m 31 december 2022. Het verlaagde btw-tarief is van toepassing op aardgas, elektriciteit, stadsverwarming, maar ook op onderdelen die te maken hebben met de levering van energie zoals netbeheerkosten en administratiekosten. Ieder Nederlands huishouden ontvangt in november en december 2022 een korting van in totaal € 380 (€ 190 per maand) op de energierekening. Het voordeel wordt direct verwerkt door de huidige energieleverancier. Vanaf 1 januari 2023 geldt een prijsplafond op energie voor alle huishoudens en andere kleinverbruikers. Voor gas wordt het maximale tarief € 1,45 per kuub tot een verbruik van 1.200 kuub. Voor elektriciteit wordt het maximale tarief verlaagd tot € 0,40 per KWh en het maximale verbruik verhoogd tot 2.900 kWh. Voor het energieverbruik boven het plafond betalen huishoudens en andere kleinverbruikers het tarief zoals opgenomen in het energiecontract. Mensen met een laag inkomen en hoge energierekening kunnen een aanvraag indienen. Het noodfonds betaalt een deel van de rekening. Aanvragen mogelijk tot 1 april 2023. Steun tussen oktober 2022 en maart 2023.
38
3.4 Samenhang tussen regelingen en voorzieningen Er zijn meerdere relaties te leggen tussen de verschillende gemeentelijke regelingen en voorzieningen. Een aantal voorbeelden zijn: • Er bestaat een relatie tussen de CZM en de bijzondere bijstand. Medische kosten worden veelal niet vanuit de individuele bijzondere bijstand vergoed, maar door een bijdrage te geven aan de maandelijkse zorgverzekeringspremie van inwoners in de vorm van de CZM, zorgt de gemeente dat mensen goed en betaalbaar verzekerd zijn en betaalt de gemeente zo mee aan de vergoeding van medische kosten. • Er bestaat een relatie tussen de IIT en de bijzondere bijstand. Voor inwoners met een laag inkomen zijn twee regelingen beschikbaar voor de aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen (zoals een koelkast, wasmachine, meubels); de bijzondere bijstand en de IIT. ➢ Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan op individuele basis aangevraagd worden als het witgoed oud of kapot is en het huishouden geen geld heeft kunnen reserveren voor de aanschaf van nieuw witgoed. In het najaar van 2023 volgt een nieuwe witgoedregeling vanuit de gemeente. ➢ De IIT is een jaarlijks bedrag voor huishoudens die langdurig een laag inkomen hebben voor het opvangen van grotere kosten, zoals bijvoorbeeld de vervanging van een duurzaam gebruiksgoed.
De IIT is de opvolger van de witgoedregelingen die gemeenten eerder vanuit de bijzondere bijstand hadden. De CZM en de Meedoenregeling hebben dezelfde normen voor het inkomen en het vermogen (120 % van het sociaal minimum). Oorspronkelijk kende de energietoeslag ook een inkomensgrens van 120% (maar geen vermogensgrens). In oktober 2022 is deze grens opgehoogd naar 130% van het sociaal minimum. De wijze waarop het inkomen berekend wordt, is gebaseerd op de inkomensberekening van de Meedoenregeling.
3.5 Professionele partners en vrijwilligersorganisaties Het bestaanszekerheidsbeleid wordt deels door de gemeente Tilburg zelf uitgevoerd door de afdeling W&I. Ook zijn er verschillende professionele partners en vrijwilligersorganisaties (uitvoeringsorganisaties) die in meer of mindere mate worden gesubsidieerd door de gemeente en die onderdelen van het bestaanszekerheidsbeleid ten uitvoer brengen. Subsidiëring ten aanzien van bestaanszekerheid gebeurt sinds 2019 stapsgewijs via de methodiek van Impact Gericht Subsidiëren (vanaf nu: IgS)51. Voor 2022 hebben nagenoeg alle subsidieorganisaties in het sociaal domein een impactgerichte aanvraag ingediend, op basis van zestien Maatschappelijke Opgaven (vanaf nu: MO’s) die eerder door het college zijn vastgesteld. Een van deze MO’s is de MO ‘Tilburgers ervaren bestaanszekerheid’. Bij een positieve beoordeling op basis van een beoordelingskader is er subsidie verstrekt door de gemeente52. De belangrijkste professionele partners en vrijwilligersorganisaties in het kader van de MO bestaanszekerheid zijn (in willekeurige volgorde): Stichting Tilburgse Voedselbank Stichting Leergeld Ruilwinkels La Poubelle Stichting Tilburgs Ondersteuningsfonds (TOF) Stichting Mens Dier Nood
Verstrekken van voedsel aan mensen die dat nodig hebben en deze mensen toe leiden naar een hulpverleningstraject. Primaire inzet op het kunnen meedoen aan sport, cultuur en attributen om onderwijs te kunnen volgen. Ruilen van goederen. Begeleiding bij participatietrajecten, recycling en uitgifte goederen aan mensen in armoede (Goederenbank). Bieden van financiële maatwerkoplossingen aan mensen in armoede die buiten de bestaande armoederegelingen vallen. Betalen van rekening van dierenarts voor mensen die dat niet kunnen betalen. Ook voor preventieve kosten.
51 De RKT heeft in 2022 onderzoek gedaan naar het subsidiebeleid van de gemeente. Dit onderzoek ‘Impact op subsidies:
Een onderzoek naar het subsidiebeleid van de gemeente Tilburg’ is in november 2022 aan de raad gepresenteerd en vastgesteld. 52 Gemeente Tilburg (9 maart 2021). Collegebesluit ‘Verlenen impactgerichte subsidies 2021’; Gemeente Tilburg (21 december 2021). Collegebesluit ‘Verlenen impactgericht subsidies 2022 voor veld Sociaal en veerkrachtig’; Gemeente Tilburg (8 maart 2022). Collegebesluit ‘Verlenen impactgerichte subsidies 2022 voor veld Sociaal en veerkrachtig 2e tranche’. 39
Stichting BroodNodig
Uitdelen van brood en het voeren van keukentafelgesprekken waarin aandacht is voor de dagelijkse problemen. Thuisadministratie/Formulierenhulp (ConIn orde brengen van de administratie van mensen en helpen met het intourdeTwern/Humanitas) vullen van formulieren. Thuisadministratie werkt ‘aan de voorkant’ van het proces van schuldhulpverlening waar de administratieve en financiele situatie nog te onoverzichtelijk is om te kunnen gaan werken aan een stabiele financiële basis en de aanpak van schulden. SchuldenVrijMaatjes (De Vonk) SchuldenVrijMaatjes zorgen dat de financiën van mensen die een schuldhulpverleningstraject krijgen op orde zijn. Dat is een voorwaarde voor een schuldenregeling. Ze zijn ook een expertisecentrum voor ondersteuning, activering en training bij vraagstukken over armoede en sociale uitsluiting. Ze adviseren de gemeente gevraagd en ongevraagd over deze vraagstukken. Juridische rechtshulp (stichting Rechtswinkel Inwoners ondersteunen in juridische geschillen waarbij inwoners worTilburg) den meegenomen in de stappen zodat ze het wellicht voortaan zelf kunnen. Fiscale hulp (de Smeetskring) Verzorgen van aangiftes en bezwaren van belastingen en overheidsheffingen. Budgetbeheer/coaching (IMW regio Tilburg) Inwoners ondersteunen bij het beheren van hun budget. Zowel kortdurend als langdurig.
Zet in op middelen voor educatieve doeleinden, zoals bijles, leesboeken Jeugdeducatiefonds en schooluitjes. Stichting Weekje weg Vakanties voor gezinnen. Stichting Petje af Kinderen inzicht geven in hun drijfveren, interesses, talenten en mogelijkheden. Stichting Quiet Community Tilburg Makelaarsfunctie om aanbod en vraag voor mensen in armoede bij elkaar te brengen, mensen in armoede een stem geven. Tilburgs Kinderontbijt Dikke Mik (ContourAanbieden van een gezond ontbijt aan kinderen, ontmoeting en krachtideTwern) ger maken ouders. Stichting Broodje Aap & Linke Soep Ouderparticipatie op basisscholen, begeleiding en ondersteuning voor ouders met migratieachtergrond, interculturele ontmoetingen. Stichting Tangent Tangent maakt deel uit van een fusie tussen de Kinderopvanggroep en vier onderwijsbesturen. Aanbod op het gebied van onderwijs, kinderopvang, cultuur, sport bewegen, muziek en extra ondersteuning op school als na school. Dit draagt bij aan de ontwikkelingskansen van kinderen tussen 0 en 13 jaar. Bron: Informatie per e-mail ontvangen op 24 januari 2023 vanuit afdeling Sociaal, Team Bestaanszekerheid.
De professionele partners en vrijwilligersorganisaties werken op veel gebieden samen. Bijlage 8 geeft hiervan een overzicht. Dit overzicht laat zien dat er veel verschillende ingangen voor inwoners bestaan. De gemeente werkt ook samen met partners die niet door de gemeente worden gesubsidieerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om: • T’Elftal tegen armoede: samenwerking tussen maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en de gemeente om plannen tegen armoede te maken. • Leger des Heils: zorgaanbod op het gebied van ambulante begeleiding, beschermd wonen, participatie, jeugdbescherming, jeugdhulp en gezinsondersteuning, maatschappelijke opvang, reclassering, verpleging en verzorging en verslavingszorg. • Armoedefonds: verstrekken van gratis menstruatieproducten (vanaf 2021 niet meer gesubsidieerd vanuit extra middelen vanuit het Rijk). • Tante Pollewop: gesponsorde kledingbonnen die onder meer worden uitgegeven via stichting Leergeld, Pater Poels, IMW, Vluchtelingenwerk en Feniks. • Het Platform Sociale Zekerheid: een plaats van uitwisseling van signalen uit het sociaal domein in Tilburg, waarin meer dan 80 professionele organisaties, instellingen, kerken, politieke partijen en de gemeente aan elkaar verbonden zijn en elkaar periodiek ontmoeten om actualiteiten te bespreken.
40
Volgend uit motie 57, werkt de gemeente tot uiterlijk halverwege 2023 aan het complementeren van het overzicht van regelingen, voorzieningen en (subsidie)partners. Een eerste aanzet is door de gemeente reeds gemaakt. De gemeente heeft een brief aan de raad verstuurd over de voortgang en vervolgstappen in relatie tot motie 5753.
3.6 Verantwoording over uitvoering van beleid Het college verantwoordt aan de raad over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid. Dit gebeurt via: • De P&C-cyclus (Programmabegrotingen, Jaarstukken). In de Programmabegrotingen vanaf 2019 tot op heden zijn de doelen, indicatoren en streefwaarden opgenomen ten aanzien van de hoofddoelstelling: “Tilburgers ervaren bestaanszekerheid”. In de Jaarstukken vanaf 2020 worden de resultaten ten aanzien van de doelen, indicatoren en streefwaarden benoemd. • Raadsinformatiebrieven en informatiebijeenkomsten, waarbij de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van (onderdelen van) het Uitvoeringsplan Bestaanszekerheid. Ook de raad zelf wint informatie in over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid. Raadsleden ontvangen signalen via inwoners en de eigen achterban. En ook via de Nationale Ombudsman, het Platform Sociale Zekerheid, de SRT54 en via onderzoek zoals het Panteia onderzoek uit 2018. De fracties stellen artikel 41 vragen aan het college55, stellen vragen aan de portefeuillehouder en houden zogenoemde ‘koffiekamergesprekken’ met de portefeuillehouder.
53
Gemeente Tilburg (30 mei 2023). Raadsbrief ‘Motie bomen en bos regelingen’.
54 De SRT is een adviesorgaan van het college over het sociaal domein en een schakel tussen de inwoners en de gemeente 55 Artikel 41 vragen zijn politieke vragen die binnen een bepaalde termijn door het college moeten worden beantwoord.
41
4. Sturen op actualiteit bestaanszekerheidsbeleid en aansluiting op doelgroepen Hoofdstuk 4 beschrijft op basis van veldonderzoek (interviews) in hoeverre en hoe er wordt gestuurd op de actualiteit in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid, inclusief de aansluiting op ‘bekende’ en ‘nieuwe’ doelgroepen (deelvraag 4). Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • 4a. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4b. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4c. In hoeverre vindt (systematisch) evaluatie en eventuele actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4d. Wat is de rol van de raad bij de monitoring van ontwikkelingen en effecten, en bij evaluatie en actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid?
4.1 Monitoring van effecten van beleid De gemeente heeft, zoals in hoofdstuk 1 is gebleken, gekozen voor een brede definitie van bestaanszekerheid. Wethouder Lahlah, met bestaanszekerheid in haar portefeuille, legt uit waarom: “Enkele jaren geleden is het armoedebeleid geëvalueerd. Daarin stond een vijftal regelingen en voorzieningen centraal, vooral gericht op het dempen van de gevolgen van armoede, maar minder op arbeidsparticipatie of een betaalde baan ter voorkoming van de oorzaken van armoede. Het was de wens om de inwoners die gebruik maakten van regelingen en voorzieningen, en wel of geen uitkering hadden, te activeren. In Tilburg sijpelt nu het besef door dat eerst het fundament, de financiële basis, op orde moet zijn; het wegnemen van financiële stress draagt bij aan het voorkomen van vele andere problemen die vanuit daar ontstaan. Ook ligt bestaanszekerheid niet alleen op het bord van de verantwoordelijk wethouder, maar ook bij andere portefeuillehouders. Een dak boven het hoofd, voldoende te eten, zorg en onderwijs, het raakt ons immers allemaal. Daarom is gekozen voor een brede definitie.” Wethouder Lahlah
De portefeuillehouder benadrukt hiermee dan ook dat het bestaanszekerheidsbeleid gericht is op zowel het dempen van de gevolgen van armoede, als ook op het weghalen van de oorzaken waardoor inwoners in armoede terecht komen. De gemeente grijpt terug op verschillende manieren om (systematisch) data te verkrijgen om het bestaanszekerheidsbeleid te monitoren en waar nodig tussentijds bij te stellen. De Armoedemonitor (c.q. Monitor bestaanszekerheid) is volgens de portefeuillehouder daarbij leidend; de monitor geeft de indicatoren en streefwaarden en stand van zaken weer zoals deze in de Beleidsnota bestaanszekerheid en Kadernota zijn benoemd. Data worden daarnaast verkregen via: • De stand van zaken en resultaten van het ‘Uitvoeringsplan bestaanszekerheid’. • Contact met inwoners, wat de laatste jaren geïntensiveerd is. Contact rechtstreeks via de raad of via het college, maar met name via de afdeling W&I. Medewerkers van de afdeling Sociaal zetten in op contact met inwoners door in wijkcentra te werken, lokale bijeenkomsten bij te wonen (wijkrechtspraak), door mee te werken op de dag dat de gemeente inwoners ondersteunt bij het afsluiten van de CZM en mee te lopen met o.a. schuldhulpverlening. Medewerkers van de afdeling W&I gaan op huisbezoek bij inwoners. Dit gebeurt bij 150 65+ en 750 65- huishoudens vóór einde 2023.
Via de afdeling W&I spreken klantregisseurs (voor inwoners met een algemene bijstandsuitkering), consulenten bestaanszekerheid (voor niet-uitkeringsgerechtigden, zogenoemde NUG-ers) en ‘verbindende schakels’ als onderdeel van de Toegang en Team SHV eveneens met inwoners (o.a. via vroegsignalering en het project bestaanszekerheid). Daarbij wordt informatie op vijf levensgebieden verzameld; financiën, wonen, zorg, gezin en werk. • Contact met professionele partners en vrijwilligersorganisaties en informatie uit kwartaalrapportages of (half)jaarlijkse rapportages van partners. Denk aan ContourdeTwern, IMW regio Tilburg, stichting TOF, Quiet Community Tilburg etc.
42
• Het Platform Sociale Zekerheid waarbij maatschappelijke organisaties onderling overleg voeren en informatie delen met de gemeente. • Gemeentelijke overleggen zoals het maandelijkse overleg tussen afdeling Sociaal en afdeling W&I over beleid en uitvoering, overleg met andere gemeenten - met name in B-5 verband – en de lobby richting het Rijk.
4.2 Vindplaats nieuwe inwoners Met de data die de gemeente (systematisch) verzamelt (zie vorige paragraaf) wordt het bestaanszekerheidsbeleid door de gemeente frequent beoordeeld. Daarbij stelt de gemeente steeds de vraag of de regelingen en voorzieningen nog passen bij de bestaande doelgroepen die al van de generieke regelingen en voorzieningen gebruik maken. Het vinden van nieuwe groepen binnen of buiten de doelgroep sociaal minima gebeurt echter niet systematisch vanuit de data. Zoals wethouder Lahlah het verwoordt: “Als de doelgroep niet bekend is, zijn er ook geen data.” Wel heeft de EET regeling ervoor gezorgd dat een nieuwe groep inwoners bij de gemeente in beeld kwam (zo’n 6.000 a 7.000 huishoudens). Afdeling W&I gaat in 2023 aan de slag gaan om te bepalen voor welke regelingen en voorzieningen, naast de EET, deze nieuwe groep nog meer in aanmerking kan komen. De gemeente beseft dat zij momenteel niet iedereen bereikt die wel voor hulp in aanmerking zou moeten kunnen komen. De gemeente schat op basis van de aanvragen EET en CBS cijfers in dat van de minimahuishoudens tot 120% ongeveer 3% geen energietoeslag heeft aangevraagd (bijna 500 huishoudens). De gemeente zet zich in voor het vinden en hulp bieden aan nieuwe doelgroepen.
4.3 Monitoring maatschappelijke ontwikkelingen De gemeente refereert via de programmabegroting 2023 aan energiearmoede (als gevolg van de oorlog in Oekraïne) - en daarmee de bredere inflatie - als een van de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die de bestaanszekerheid van inwoners momenteel beïnvloed (pg. 5): “De bestaanszekerheid van een steeds groter deel van onze inwoners is in het geding mede als gevolg van de almaar stijgende energieprijzen. Deze problematiek blijft niet beperkt tot mensen met een uitkering maar strekt zich uit tot een flink deel van de modale inkomensgroep en kleine ondernemers in onze stad. De energiearmoede tast rechtstreeks de bestaanszekerheid van mensen aan... Gelukkig wordt dit ook herkend en erkend door het Rijk. Met verschillende maatregelen wordt voorkomen dat mensen in een armoedeval terecht komen. Het gaat om generieke maatregelen zoals een hoger minimum loon en het structureel verlagen van de lasten op arbeid. Ook een hogere zorg- en huurtoeslag, verhoging van AOW uitkeringen, een hogere arbeidskorting en een hoger kindgebonden budget helpen voorkomen dat mensen in armoede terecht komen.” Bron: Gemeente Tilburg (7 oktober 2022). Programmabegroting 2023 – Gemeente Tilburg.
Ook noemt de gemeente tijdens één van de interviews de gevolgen van de coronacrisis en de woningcrisis als maatschappelijke ontwikkeling. De SRT noemt, naast een hogere energierekening, ook de duurdere boodschappen als belangrijke maatschappelijke ontwikkeling. Via data komen de maatschappelijke ontwikkelingen die bestaanszekerheid van inwoners (dreigen te) raken, indirect in beeld bij de gemeente. Doordat inwoners te maken krijgen met bijvoorbeeld gestegen energieprijzen – een van de maatschappelijke ontwikkelingen -, komt een deel van de Tilburgers in de (financiële) problemen en maakt daardoor gebruik van bepaalde regelingen of voorzieningen. Er is echter geen methodiek waarbij de gemeente de maatschappelijke ontwikkelingen systematisch monitort. Zoals wethouder Lahlah dit verwoordt: “De gemeente moet anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen, naast de reguliere zaken. Dit is dan ook lastig systematisch bij te houden.”
4.4 Evaluatie en actualisatie van beleid Het college voert het beleid uit binnen de kaders die door de raad zijn gesteld, houdt de stappen die worden gezet en de resultaten die met het beleid worden bereikt in zicht, stuurt waar nodig bij en rapporteert hierover richting de raad. Na een periode van vier jaar, geeft het college de raad inzicht in de evaluatie en eventuele actualisatie van het beleid.
43
Het huidige bestaanszekerheidsbeleid omvat vier jaar (2020 – 2023). Dit beleid wordt aan het einde van deze periode geëvalueerd door het college. Voor de Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ gebeurt dat in het derde kwartaal van 2023, waarna de raad wordt geïnformeerd en de raad de balans op kan maken en eventueel beleid kan herijken. Op basis van de evaluatie wordt besloten of er al dan niet een nieuwe Beleidsnota wordt geschreven, of dat er kleinere wijzigingen in de visie en accenten moeten worden aangebracht. Er volgt eveneens een terugblik op de Kadernota voor de periode 2020-2023. Dit vindt niet in de vorm van een evaluatie plaats. Immers, de Kadernota is eerder geanalyseerd op actualiteit (zie Programmabegroting 2023, paragraaf 1.1.5) en vastgesteld is dat deze Kadernota nog steeds voldoende aansluit op het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ wat betreft doelen en indicatoren. Over de terugblik wordt de raad nog geïnformeerd. Bij de evaluatie van het bestaanszekerheidsbeleid zullen data wederom van belang zijn. De portefeuillehouder is duidelijk over wat de evaluatie zou moeten opleveren: • Ten eerste, inzicht in of de huisbezoeken vanuit afdeling W&I een toevoeging zijn.
Dat wil zeggen, een toevoeging indien inwoners daardoor beter bekend zijn geworden met de regelingen en voorzieningen én er daardoor meer activering plaats heeft gevonden naar arbeidsparticipatie en een betaalde baan voor zowel uitkeringsgerechtigden als niet-uitkeringsgerechtigden. Dit laatste heeft wel enige vertraging opgelopen door de coronacrisis, aldus de portefeuillehouder. • Ten tweede, dat op basis van data (ook vanuit andere portefeuilles) er manieren gevonden zijn om generieke regelingen en voorzieningen zoals de Meedoenregeling, CZM, bijzondere bijstand en IIT te versterken. • Ten derde, dat er op basis van data (ook vanuit andere portefeuilles) nieuwe regelingen en voorzieningen gecreëerd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die weliswaar niet geactiveerd kunnen worden naar arbeidsparticipatie of een betaalde baan, maar waarvan wel in grotere mate de medische kosten kunnen worden vergoed.
4.5 Kaderstellende en controlerende rol raad De raad is kaderstellend bij de vaststelling van gewijzigd of nieuw bestaanszekerheidsbeleid. De raad is controlerend bij het bestaanszekerheidsbeleid met name via de P&C-cyclus; door vaststelling van de jaarlijkse Programmabegroting, Jaarstukken en Tussentijdse rapportages. Vanuit de raad wordt door de gemeente veel betrokkenheid ervaren bij het bestaanszekerheidsbeleid. Er zijn vaste woordvoerders bestaanszekerheid vanuit de fracties, er zijn verschillende moties en een amendement ingediend bij de laatste Programmabegroting (2023) en er worden regelmatig schriftelijke vragen gesteld door raadsleden. Bij de voorbereiding van het geldende bestaanszekerheidsbeleid, zijn er meerdere sessies vanuit de gemeente geweest om de raad mee te laten denken bij de totstandkoming van het beleid.
44
5. Ervaringen en verbetersuggesties inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties Hoofdstuk 5 beschrijft op basis van veldonderzoek (interviews/storytelling) hoe het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan door inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties wordt ervaren en welke verbetersuggesties er vanuit betrokkenen gegeven kunnen worden (deelvraag 5). Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • 5a. Wat zijn de verbetersuggesties van inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties? • 5b. Wat zijn de verbetersuggesties van de Sociale Raad Tilburg? • 5c. Wat zijn de verbetersuggesties vanuit het mystery guest onderzoek van de Rekenkamer Tilburg? De Rekenkamer heeft tijdens de gesprekken met inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties de methode van ‘storytelling’ gehanteerd. Ook worden de verbetersuggesties van de SRT, het adviesorgaan van het college, meegenomen. Om ervaringen verder te staven, heeft een van de leden van de RKT bovendien een mystery guest onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop het aanvragen van een regeling of voorziening verloopt en hoe het contact met de gemeente daarbij wordt ervaren.
5.1 Volgens inwoners De RKT heeft met acht inwoners gesproken die in hun bestaanszekerheid geraakt werden of nog steeds worden. Deze inwoners zijn benaderd via afdeling W&I en via de professionele partners en vrijwilligersorganisaties die de RKT heeft gesproken. De rode lijn uit de ervaringen van deze inwoners met het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan wordt hieronder weergegeven. Dit geeft een indruk van de ervaringen van inwoners, maar het kan niet als representatief worden gezien voor de ervaringen van de totale inwonerspopulatie. Rode lijn ervaringen inwoners: • Geraakt worden in bestaanszekerheid kan iedere inwoner overkomen. Door zaken als bijvoorbeeld werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een scheiding, kunnen inwoners in financiële problemen komen. Vaak stapelen problemen zich dan verder op; rekeningen kunnen dan niet of slechts af en toe worden betaald. • Er bestaat een groep inwoners die prima zelf de weg weet te vinden naar de juiste regelingen en voorzieningen die zij nodig hebben of aan kloppen bij Team SHV voor hulp bij financiële problemen. • Er bestaat ook een groep inwoners die dat niet zelf kan. Zij schamen zich om hulp in te roepen of weten niet waar aan te kloppen. Deze inwoners ervaren het als prettig dat de gemeente hen outreachend benaderd aan huis voor het aanbieden van hulp (via vroegsignalering en het project bestaanszekerheid).
Anders hadden deze inwoners waarschijnlijk de stap zelf nooit gezet. • De hulp die de gemeente via vroegsignalering en het project bestaanszekerheid aan inwoners biedt wordt zeer gewaardeerd door inwoners. Inwoners ervaren weer vertrouwen doordat een medewerker een vast contactpersoon wordt die naar hen luistert, als mens ziet, hen aan de hand neemt, niet los laat en écht zaken voor elkaar krijgt ten aanzien van inzicht in de financiële situatie, inzicht in welke regelingen en voorzieningen beschikbaar zijn en de verdere benodigde oplossingen voor problemen bewerkstelligt (maatwerk). Veelal is dit wat de inwoner voorheen zelf niet lukte. • Niet iedere inwoner wil gebruik maken van alle regelingen en voorzieningen die voor de inwoner van toepassing zijn. Dit komt door schaamte, doordat regelingen en voorzieningen niet altijd voldoende aansluiten bij de behoeften van de inwoner, omdat men niet afhankelijk van regelingen en voorzieningen wilde zijn of uit angst om een regeling of voorziening terug te moeten betalen. Een voorbeeld: De inwoner schaamde zich om in de rij te gaan staan van de Tilburgse Voedselbank. Bovendien vond de inwoner dat er te weinig producten (als groenten, fruit, brood) werden verstrekt die de inwoner juist nodig heeft. Deze inwoner besloot daarom niet langer van de Voedselbank gebruik te maken.
De inwoners die de RKT gesproken heeft benoemen ook een aantal verbeteringen die de gemeente kan doorvoeren (zonder specifiek rekening te houden met welke vrijheid de gemeente wel of niet heeft in de vormgeving van haar beleid). De belangrijkste verbetersuggesties worden hieronder weergegeven:
45
Vindbaarheid
Aanvraag
Inwoner centraal
• Inwoners beter op de hoogte brengen van de vindbaarheid van bestaande regelingen en voorzieningen • Inwoners outreachend (‘huisbezoek’) benaderen met de vraag wat er speelt en informeren over bestaande regelingen en voorzieningen • De term ‘huisbezoek’ klinkt niet uitnodigend en wordt soms verkeerd geïnterpreteerd • De drempel om contact te leggen met de gemeente verlagen (bijv. kaartje bij ‘niet thuis’ voorzien van foto en contactgegevens van de medewerker)
• Eén loket voor de intake met één intakeformulier • Tevens de aanwezigheid van juridische en psychologische specialisten bij dit loket • Eén vast contactpersoon (weinig personele wisselingen) • Digibeten (zonder beschikking over een telefoon en/of internet) dienen eenvoudiger een hulpvraag te kunnen doen • Niet alle gegevens steeds opnieuw in te moeten leveren. ‘Elke aanvraag dezelfde stapel formulieren.’
• Met een luisterend oor het verhaal van de inwoner horen en mensgericht (blijven) handelen, vanuit vertrouwen • Kijk niet alleen naar waar de inwoner recht op heeft (vanuit het systeem), maar wat nodig is voor de inwoner (leefwereld) • Indien nog niet alle benodigde documentatie van de inwoner is ontvangen, toch kunnen starten met onderdelen van de hulpverlening (bijv. budget beheer)
Regelingen en voorzieningen • Gemeentelijke kwijtschelding van belastingen niet wel of niet toekennen, maar naar rato van inkomen en spaartegoeden56
Nazorg • Beter nazorgtraject om te monitoren of er geen nieuwe problemen voor de inwoner ontstaan • Mentale ondersteuning voor inwoners die dat nodig achten na het overwinnen van financiële problemen
5.2 Volgens gemeenteraad Vanuit de raad gaven de woordvoerders bestaanszekerheid tijdens een gesprek met de RKT op 17 april 2023 aan dat een aantal zaken verbeterd kan worden. De woordvoerders benoemen de volgende verbetersuggesties: Periodiek informeren • Vooraf inzicht in op welke momenten de raad over welke onderdelen van het bestaanszekerheidsbeleid zal worden geïnformeerd (logica in waarom de informatievoorziening gebeurt op moment x en over onderdeel y). • Meer periodiek en op een uniforme wijze (middels eenzelfde methode) door het college geïnformeerd worden over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid en de bereikte effecten van het bestaanszekerheidsbeleid.
In gesprek met college • Het (informele) gesprek met het college voeren zodra de eerste signalen over maatschappelijke ontwikkelingen die bestaanszekerheid van inwoners raken en over mogelijk nieuwe doelgroepen in beeld komen. Een pro-actieve houding van het college (en afdeling Sociaal) om de raad al bij de eerste signalen te informeren is van groot belang.
Overige zaken • Aanstellen van een onafhankelijke partij om signalen over maatschappelijke ontwikkelingen en over mogelijk nieuwe doelgroepen op te pikken en bij de raad onder de aandacht te brengen57. Zo kan sneller worden geschakeld dan nu, er moet meer versneld worden om op signalen te kunnen anticiperen. • Actualisering van het Panteia onderzoek uit 2018 om inzicht te krijgen in hoe bestaande en nieuwe doelgroepen worden geraakt in hun bestaanszekerheid
56 Vanuit de afdeling W&I wordt hierover opgemerkt dat dit helaas geen verbetering is die de gemeente kan doorvoeren.
De gemeente heeft hierin geen beleidsvrijheid, maar moet de criteria van de Rijk volgen. Het Rijk heeft het alleenrecht tot inkomenspolitiek. 57 Vanuit de afdeling Sociaal wordt hierover opgemerkt dat De Vonk en het Platform Sociale Zekerheid deze functie deels vervult. 46
en daarmee beleid en uitvoering beter op elkaar aan te laten sluiten. • De raad zou meer met inwoners moeten spreken over wat hen raakt in hun bestaanszekerheid en of de regelingen en voorzieningen hen voldoende helpen, dan wel waar verbetering nodig is. • De raad zou meer agenda bepalend moeten worden via de Lange Termijn Agenda (vanaf nu: LTA).
5.3 Volgens ambtelijke organisatie Medewerkers van de ambtelijke organisatie benoemen verschillende verbeteringen in het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan. De belangrijkste zijn: Beleid en uitvoering • Het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering dienen beter op elkaar aangesloten te zijn. Een voorbeeld: • In het huidige bestaanszekerheidsbeleid valt een kleine groep buiten de boot als het gaat om duurzame gebruiksgoederen. Het gaat om de groep die inkomen heeft die net boven de grens van alle toeslagen ligt. Ze krijgen daardoor geen huurtoeslag, zorgtoeslag, energietoeslag en andere toeslagen waardoor ze feitelijk onder bijstandsniveau leven. Voor duurzame gebruiksgoederen kijkt de gemeente naar de reserveringscapaciteit en daar wordt geen rekening gehouden met aftrekposten zoals bij de draagkrachtberekening. Hierdoor komt deze groep wel in aanmerking voor andere aanvragen voor bijzondere bijstand, maar niet voor een aanvraag voor duurzame gebruiksgoederen. Theorie en praktijk sluiten daarbij onvoldoende bij elkaar aan. Met het bestaanszekerheidsbeleid op maatschappelijke ontwikkelingen inspelen gaat in golfbewegingen. Een maatschappelijke ontwikkeling zorgt voor aanpassingen in het beleid, maar dit heeft tijd nodig.
Om dit flexibeler en sneller te kunnen doen zou het beleid de ruimte moeten bieden voor de uitvoering om meer mee te kunnen bewegen met maatschappelijke ontwikkelingen en de hulp die geboden kan worden. Zo vallen minder inwoners tussen wal en schip.
Inwoner centraal • De bestaande regelingen en voorzieningen zouden beter onder de aandacht moeten komen bij inwoners die vallen onder of net boven het sociaal minimum. Ook zouden deze inwoners beter op de hoogte moeten worden gesteld op welke wijze zij contact op kunnen nemen voor vragen over de regelingen en voorzieningen. Er bestaat nog een grote groep die onder de radar van de gemeente blijft en niet bereikt wordt. • Er is sprake van te veel verschillende loketten voor het aanvragen van regelingen en voorzieningen en hier zit soms overlap in. Bijv. Stichting Leergeld verstrekt zwemlessen, afdeling W&I verstrekt een bijdrage voor sportcontributie vanuit de Meedoenregeling. • Binnen afdeling W&I verstrekt Team uitkeringsbeoordeling verhuiskosten, maar dit wordt ook gedaan vanuit de WMO. Een betere interne afstemming tussen teams in de uitvoering werkt effectiever en efficienter; bijv. door niet naar elkaar door te verwijzen maar als team een casus over te nemen waardoor de inwoner niet tweemaal een aanvraag en stukken aan dient te leveren. Voor de inwoner is er één gemeente.
47
Overige zaken • Een sterkere lobby richting het Rijk om een nog stevigere uitwisseling van data en inkomensgegevens mogelijk te maken om de juiste hulp te kunnen bieden aan nog onbekende doelgroepen. Denk aan een zorgverzekering op maat. Voor een dergelijke koppeling tussen data en inkomensgegevens zit een belemmering wat betreft privacy.
• Het beter inzichtelijk krijgen voor welke zaken inwoners gebruik maken van de maatwerkconstructie vanuit stichting TOF en vanuit de bijzondere bijstand om daarmee generieke regelingen en voorzieningen te versterken of nieuw in te richten. Het leervermogen om van maatwerk systematisch aangepast of nieuw bestaanszekerheidsbeleid te maken (de inbedding van maatwerk), ontbreekt nog. • Het balanceren tussen het toekennen van generieke regelingen en voorzieningen en het leveren van maatwerk kan verder geoptimaliseerd worden. Generieke regelingen en voorzieningen toekennen voor een grote groep betekent een lichtere toets en snelheid voor inwoners, maatwerk leveren voor een kleinere groep betekent een zwaardere toets om de hulpvraag goed in beeld te krijgen - waarbij professionals brede kennis nodig hebben en een grotere tijdsinvestering moeten doen - en exact doen voor inwoners wat nodig is.
5.4 Volgens professionele partners en vrijwilligersorganisaties De RKT heeft met zes professionele partners en vrijwilligersorganisaties gesproken die mede uitvoering geven aan het bestaanszekerheidsbeleid. Dit zijn de maatschappelijke organisaties ContourdeTwern/Humanitas (Thuisadministratie), IMW regio Tilburg, stichting TOF, stichting Tilburgse Voedselbank, stichting Quiet Community Tilburg en stichting BroodNodig. De ervaringen die deze partners hebben met het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan (d.w.z. het vinden en bedienen van bestaande en nieuwe doelgroepen en de ondersteuning vanuit de gemeente) wordt in bijlage 9 weergegeven. Dit geeft een indruk van de ervaringen door professionele partners en vrijwilligersorganisaties, maar het kan niet als representatief worden gezien voor de ervaringen van het totaal aan partners. De professionele partners en vrijwilligersorganisaties die de RKT gesproken heeft, benoemen ook een aantal verbeteringen die de gemeente zou kunnen doorvoeren. De belangrijkste verbetersuggesties worden hieronder weergegeven: Vindbaarheid
Processen
Budgetten
• Vindbaarheid regelingen en voorzieningen en hoe daarvoor in aanmerking te komen verbeteren en op één locatie houden • Nieuwe doelgroepen actiever zoeken (bijv. via scholen, huisartsen, sociaal werkers, kerken en moskeeën)
• Eén loket voor de intake met één intakeformulier • Denken en handelen vanuit wat de inwoner nodig heeft (leefwereld) ipv vanuit waar heeft de inwoner recht op (systeemwereld), incl. werken vanuit vertrouwen • Criteria om in aanmerking te komen voor
• Beter benutten van budgetten voor verschillende regelingen en voorzieningen (nu sprake van onderbesteding)
48
Samenwerking met partners • Professionele partners en vrijwilligersorganisaties de ruimte geven om meer vraag ipv aanbod gestuurd te werken (minder vastzitten in regels); doen wat nodig is voor inwoners ipv wat subsidiepartner aan inwoner te bieden heeft • Professionele partners en vrijwilligersorganisaties zijn een vindplaats
regelingen en voorzieningen minder begrenzen • De afgelopen 20 jaar zijn er vele professionele partners en vrijwilligersorganisaties in Tilburg bijgekomen. Er bestaan overlappende diensten en activiteiten, voor soms dezelfde doelgroepen. De gemeente dient een regierol te vervullen om versnippering te voorkomen en de cohesie te verbeteren. Het gaat dan specifiek om regie op welke professionele partners en vrijwilligersorganisaties welke diensten leveren en welke activiteiten zij ondernemen, welke doelgroepen daarmee worden bediend en op basis van welke financieringsstromen58.
voor nieuwe doelgroepen • Sommige professionele partners en vrijwilligersorganisaties wensen zelf actiever op zoek te gaan naar nieuwe doelgroepen
5.5 Volgens Sociale Raad Tilburg Ook de SRT benoemt een aantal verbeteringen in het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan: • Een grote groep inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt, komt bij de gemeente niet in beeld. Volgens de SRT kennen veel inwoners de regelingen en voorzieningen van de gemeente niet, terwijl zij daar wel voor in aanmerking zouden kunnen komen. Bijvoorbeeld omdat zij voorheen hier nog nooit mee te maken hebben gehad, omdat zij zich schamen om hulp te vragen of omdat zij in het algemeen geen vertrouwen (meer) hebben in de overheid en geen hulp willen inschakelen. En wanneer inwoners de regelingen en voorzieningen wel kennen, daarvoor in aanmerking komen en ook hulp durven vragen, is het (digitaal) aanvragen van regelingen en voorzieningen voor een grote groep lastig. Inwoners die dit niet zelf voor elkaar krijgen nemen vervolgens vaak geen contact op met de gemeente voor hulp bij de aanvraag. • De maatschappelijke ontwikkelingen die een deel van de inwoners hard in hun bestaanszekerheid raken vragen om (snelle) compensatie aan de achterkant, terwijl de gemeente juist gericht is op preventie aan de voorkant. De gemeente moet waken voor het creëren van afhankelijkheid van regelingen en voorzieningen bij inwoners. Daarbij zouden regelingen en voorzieningen niet gestapeld moeten worden.
• Bij een deel van de inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt ontbreekt het vertrouwen in de overheid waardoor zij niet open staan voor hulp. Meer inzetten op wijkgericht werken, met name op het gebied van inwoners meer verantwoordelijkheid geven en inwoners meer laten beslissen, kan helpen in het terugwinnen van het vertrouwen in de overheid. Wijkgericht werken en bestaanszekerheid dienen dan ook sterker verbonden te worden.
5.6 Mystery guest onderzoek Een RKT-lid heeft in mei 2023 een mystery guest onderzoek gedaan naar de wijze waarop het doen van een aanvraag voor één van de regelingen van de gemeente verloopt. Er is in eerste instantie gekozen voor het doen van een aanvraag voor de Meedoenregeling. Via de gemeentelijke website www.tilburg.nl is de link naar de ‘Meedoenregeling’ gevonden. Op de volgende pagina is een knop 58
Vanuit de afdeling sociaal wordt hierover opgemerkt dat in de nieuwe subsidieregelingen is opgenomen dat de diensten/activiteiten aanvullend op het bestaande Tilburgse aanbod dient te zijn. Echter, zijn er ook organisaties actief die geen subsidie ontvangen. Deze regierol kan de gemeente slechts beperkt pakken. 49
‘Meedoenregeling aanvragen’ te vinden. Er diende vervolgens ingelogd te worden met DigiD of eIDAS. Het RKT lid koos voor aanmelding via DigiD. Er kwam echter een foutmelding met de vraag of DigiD wel op het betreffende apparaat (in dit geval een desktop) stond. Dit was het geval. Vervolgens heeft het RKT lid getracht om de ‘download de app’ link te gebruiken. Deze werkte helaas niet omdat DigiD al op het apparaat geïnstalleerd stond. Er is dan ook een andere route geprobeerd. Via Google werd uitgekomen bij de website www.t-helpt.nl waar de Meedoenregeling werd genoemd. Het RKT lid heeft de ‘ik wil de meedoenregeling aanvragen’ link gebruikt. Vervolgens volgde de hoofdpagina van de gemeentelijke website www.tilburg.nl. Omdat aanmelding met DigiD eerder niet lukte, heeft het RKT lid het op dat moment daarbij gelaten. Deze ervaring staaft de opmerking van de SRT dat het doen van een (digitale) aanvraag van regelingen en voorzieningen lastig kan zijn. Vervolgens heeft het RKT lid besloten tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor een koelkast en een diepvries. Via de gemeentelijke website www.tilburg.nl, inwoners\laag inkomen, kwam het RKT-lid op een pagina waar diverse regelingen en toeslagen in een overzicht staan en koos voor bijzondere bijstand. Voor een aanvraag bijzondere bijstand diende er via de link ‘direct aanvragen’ ingelogd te worden met DigiD of eIDAS.
Dit lukte de vorige keren niet, dus heeft het RKT lid een andere route gekozen. Via de iPad (waar geen DigiD op staat) kon de aanvraag gedaan worden. In deze aanvraag heeft het RKT-lid gemeld dat het een test van de RKT betrof. Diezelfde dag nog is het RKT lid gebeld door een vriendelijke medewerker van de afdeling W&I, Team Uitkeringsbeoordeling, die nog enkele aanvullende vragen had over de aanvraag voor een eventuele vergoeding. De medewerker gaf er rondom de beoordeling van de aanvraag geen blijk van te weten dat het een mystery guest onderzoek van de RKT betrof en gaf achteraf aan hier niet van op de hoogte te zijn. De aanvraag is daarmee beoordeeld als een reguliere aanvraag. Deze medewerker gaf goede uitleg onder welke omstandigheden een inwoner in aanmerking kan komen voor een vergoeding. De medewerker en RKT lid kwamen samen tot de conclusie dat in dit geval er geen aanspraak op een vergoeding gemaakt kan worden. De aanvraag is telefonisch door het RKT lid ingetrokken. Er volgde een schriftelijke brief naar het RKT lid met de datum wanneer de aanvraag was gedaan, voor welke regeling en dat de aanvraag door de inwoner telefonisch is ingetrokken. Nadere verdieping in de gemeentelijke website levert een aantal bevindingen op: • Via de gemeentelijke website komt door te klikken op de button ‘inwoners’, de optie ‘laag inkomen’ in beeld.
Vervolgens verschijnt er een overzicht met 12 regelingen en toeslagen zoals bijzondere bijstand en energietoeslag. Opvallend is dat in dit overzicht de stichting Tilburgse Voedselbank niet vermeld staat en ook als zoekterm niet naar boven komt op de gemeentelijke website. Naar bijvoorbeeld stichting Leergeld en stichting TOF wordt wel op diverse plekken verwezen. • Via de gemeentelijke website onder de button ‘projecten’ vindt de RKT onder andere ‘Vroeg Erbij voor inwoners met beginnende schulden’ en ‘Gelukkig en Gezond oud in Tilburg’ zoals eten bij Van Harte Resto. • Via de gemeentelijk website onder de button ‘belastingen’ vindt de RKT kwijtschelding gemeentelijke belastingen. • Via de gemeentelijke website onder de button ‘inwoners’ vindt de RKT in de categorie ‘subsidies’ de mogelijkheid voor organisaties om verschillende subsidies aan te vragen om de bestaanszekerheid van inwoners te verbeteren zoals jeugdsportsubsidie, subsidie ‘Samen voor Bestaanszekerheid’ en subsidie ‘Bestaanszekerheid’. Vastgesteld kan worden dat de regelingen, voorzieningen, toeslagen, tegemoetkomingen, kwijtscheldingen en subsidies op verschillende plekken op de gemeentelijke website te vinden zijn en dat stichting Tilburgse Voedselbank hierbij niet genoemd wordt.
50
LIJST MET AFKORTINGEN Gemeente Tilburg Rekenkamer Tilburg Sociale Raad Tilburg Afdeling Werk & Inkomen Team Schuldhulpverlening Eenmalige Energietoeslag Wet Maatschappelijke ondersteuning Stichting Tilburgs Ondersteuningsfonds Tilburg investeert in Perspectief Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen Instituut voor maatschappelijk werk Collectieve Zorgverzekering Minima Individuele Inkomenstoeslag Impact gericht subsidiëren Maatschappelijke Opgaven Niet-uitkeringsgerechtigden Lange Termijn Agenda
Gemeente RKT SRT Afdeling W&I Team SHV EET WMO Stichting TOF TiiP WSNP IMW CZM IIT IgS MO’s NUG-ers LTA
51
BIJLAGEN
52
Bijlage 1: Vragenlijsten voor interviews Vragen aan inwoners 1. Door welke maatschappelijke ontwikkelingen wordt u momenteel geraakt in uw bestaanszekerheid? (denk aan stijgende energieprijzen, duurdere boodschappen, duurdere kosten voor wonen, of anders). 2. Van welke regelingen en voorzieningen voor sociaal minima maakt u momenteel gebruik / gaat u binnenkort gebruik van maken / zou u gebruik van willen maken? 3. Hoe heeft u de weg gevonden naar deze regelingen en voorzieningen? 4. Bent u daarbij geholpen door de gemeente, organisatie of anders? 5. Hoe ervaart u de contactmomenten tussen u en de gemeente of hulporganisatie over de regelingen en voorzieningen? 6. Helpen de regelingen en voorzieningen u voldoende en op welk vlak? 7. Wat kan de gemeente of hulporganisatie volgens u verbeteren om u nog beter te kunnen ondersteunen? Vragen aan de gemeenteraad 1. Hoe wordt u geïnformeerd over de relatie tussen maatschappelijke ontwikkelingen en het bestaanszekerheidsbeleid? Hoe ziet u de huidige én ideale rol van de raad bij de monitoring van maatschappelijke ontwikkelingen in relatie met het bestaanszekerheidsbeleid? 2. Hoe wordt u geïnformeerd over de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid? Hoe ziet u de huidige én ideale rol van de raad bij de monitoring van de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid? 3.
Hoe wordt u geïnformeerd over evaluatie en actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid? Hoe ziet u de huidige én ideale rol van de raad bij evaluatie en actualisatie van het beleid? 4. Hecht u eraan dat nieuwe doelgroepen in beeld komen? Hoe ziet u daarbij uw rol? 5. Van welke kaderstellende instrumenten maakt de raad gebruik in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid? 6. Van welke controlerende instrumenten maakt de raad gebruik in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid? Vragen aan de portefeuillehouder bestaanszekerheid en ambtenaren 1. Hoe krijgt de gemeente zicht op álle onderdelen uit de brede definitie van bestaanszekerheid? Hoe wordt dit gemeten? 2. Hoe houdt de gemeente de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het bestaanszekerheidsbeleid bij? Gebeurt dit systematisch? 3. Hoe houdt de gemeente de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid bij? Gebeurt dit systematisch? 4. Welke werkwijze hanteert de gemeente om nog onbekende/nieuwe doelgroepen die bedreigd (kunnen) worden in hun bestaanszekerheid te vinden en te bedienen? Gebeurt dit systematisch? 5. Op basis waarvan wordt maatwerk toegepast? Is het nodig het bestaanszekerheidsbeleid daarop aan te passen? 6. Zijn er momenteel onbekende/nieuwe doelgroepen die worden gesignaleerd die nog niet worden bediend vanuit het bestaanszekerheidsbeleid? Wat wordt met die evt. signalen gedaan? 7.
Hoe evalueert en actualiseert de gemeente het bestaanszekerheidsbeleid? Gebeurt dit systematisch? 8. Wat is de rol van de raad ten aanzien van kaderstellen en controleren? 9. Waarin zijn verbeteringen mogelijk ten aanzien van het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan? Vragen aan de professionele partners en vrijwilligersorganisaties 1. Welke doelgroep(en) bedient uw organisatie? 2. Vindt u dat de bestaande doelgroep(en) door uw organisatie voldoende worden bediend? 3. Hoe steunt of hindert de gemeente u daarbij? 4. Ziet u mogelijk nieuwe doelgroep(en) ontstaan die nog niet bediend worden door uw organisatie of door andere partners die u kent of waarmee u samenwerkt? 5. Hoe acteert u, deze andere partners en/of de gemeente hierop? 6. Vindt u in het algemeen dat uw organisatie aansluiting vindt én houdt op bestaande en nieuwe doelgroepen? 7. Heeft u suggesties of, en hoe, aansluiting op en het vinden én in beeld houden van bestaande en nieuwe doelgroepen beter kan? 53
Bijlage 2: Bijstandsnormen per juli 2023 De bijstandsnormen worden landelijk bepaald. De bijstandsnorm die geldt, hangt af van leeftijd en leefsituatie. Voor verschillende minimaregelingen geldt dat het inkomen niet hoger mag zijn dan een bepaald percentage van de bijstandsnorm. Alle genoemde bedragen zijn netto bedragen met vakantietoeslag. De bedragen wijzigen ieder half jaar. Per juli 2023 gelden de volgende bijstandsnormen 59:
Bijstandsnormen 21 jaar tot de AOW-leeftijd Bijstandsnorm 110% van de bij100% standsnorm
120% van de bijstandsnorm
130% van de bijstandsnorm
Gezin of samenwonenden - 100% €1.738,02 van het minimumloon
€ 1.911,82
€ 2.085,62
€ 2.259,43
Alleenstaande (ouder) - 70% van het minimumloon
€ 1.338,28
€ 1.459,94
€ 1.581,61
€ 1.216,62
Bijstandsnormen vanaf de AOW-leeftijd Bijstandsnorm 100% Gezin of samenwonenden
110% van de bijstands- 120% van de bijstands- 130% van de bijstandsnorm norm norm
€ 1.843,60
€ 2.027,96
€ 2.212,32
€ 2.396,68
Alleenstaande (ouder) € 1.357,66
€ 1.493,43
€ 1.629,19
€ 1.764,68
Bijstandsnormen van 18 tot en met 20 jaar Bijstandsnorm
110% van de bijstandsnorm
120% van de bijstandsnorm
130% van de bijstandsnorm
Alleenstaande of alleenstaande € 300,36 ouder
€ 330,40
€ 360,43
€ 390,47
Gehuwd, beide jonger dan 21 jaar
€ 600,72
€ 660,79
€ 720,86
€ 780,94
Gehuwd, beide jonger dan 21 jaar, met kind
€ 948,32
€ 1.043,15
€ 1.137,98
€ 1.232,82
Gehuwd, één jonger dan 21 jaar € 1.169,37
€ 1.286,31
€ 1.403,24
€ 1.520,18
Gehuwd, één jonger dan 21 jaar € 1.516,97 met kind
€ 1.668,67
€ 1.820,36
€ 1.972,06
59
Bijstandsnormen en inkomensgrenzen minimaregelingen per 1 juli 2023 | GR de Bevelanden 54
Bij
e : Fin ncië e
nd v n z ken Be eid n
‘Be
n zeke eid’
De gemeente ligt (eind 2022) financieel op koers in relatie tot het financieel kader uit de Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ 2020-2023. Het budget was voor 2020 € 36.503.977 en voor 2021 en 2022 jaarlijks € 33.424.472. Onderstaand overzicht laat de uitgaven zien in 2020, 2021 en 2022: Uitgaven bestaanszekerheid Wat hebben we nodig voor bestaanszekerheid
realisatie 2020
realisatie 2021
Realisatie 2022*
€ 5.137
€ 219.700
-
€ 63.777
€ 128.419
€ 459.118
€ 5.180.898
€ 4.720.008
€ 4.618.606
€ 728.438
€ 961.047
- € 9.595
€ 5.000
€ 137.459
€ 110.000
€ 516.304
€ 654.305
€ 385.869
€ 22.205.183
€ 21.425.560
€ 22.166.820
€ 2.269.845
€ 2.007.699
€ 2.820.103
€ 250.800
€ 204.343
€ 141.478
€ 188.161
€ 188.443
€ 332.193
€ 31.413.541 € 30.646.983 *Realisatie 2022 onder voorbehoud van vaststelling van de jaarrekening 2022 door de raad. Bron: Informatie per e-mail ontvangen op 7 maart 2023 vanuit afdeling P&C.
€ 31.024.593
A. Iedereen in beeld: perspectief bieden vanuit maatwerk B. Van compenserend naar kostenverlaging aan de voorkant
C. Preventie en vroeg signalering - breder dan alleen inkomen en schulden
D. Doorbreken van intergenerationele armoede
E. Ondersteuning vanuit voorzieningen en minimaregelingen
Nieuw: Inzet taken bestaanszekerheid + maatwerk Nieuw: verlaging kosten voorkant: onderwijs, sport, energie Schuldhulpverlening programma- en uitvoeringskosten Schuldenoffensief (vanaf 2021 onderdeel schuldhulpverlening) Nieuw: inzet andere beleidsterreinen tbv bestaanszekerheid Armoedeoffensief kinderen (vanaf 2020 onderdeel PVE subsidies) Minimaregelingen + uitvoeringskosten (excl. Cer, WTCG) Subsidies tbv armoede en schulden (PvE, vanaf 2021 MO) Armoede-overig
Overig
Organisatiekosten Totaal
2023
De cijfers uit 2020, 2021 en 2022 laten zien aan welke regelingen en voorzieningen de gemeentelijke financiën zijn besteed (uitgaande van de Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ voor de periode 2020-2023): Regelingen en voorzieningen
Uitgaven 2020
Uitgaven 2021
Uitgaven 2022
Bijzondere bijstand
€ 8.035.874
€ 7.892.523
€ 7.551.684
Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM)
€ 5.258.159
€ 4.901.766
€ 5.263.240
Individuele inkomenstoeslag (IIT)
€ 2.622.534
€ 2.657.705
€ 2.861.834
Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen
€ 2.411.978
€ 2.328.586
€ 2.300.150
Meedoenregeling
€ 1.169.235
€ 1.103.486
€ 1.237.134
Schuldhulpverlening
€ 7.878.792
€ 7.261.503
€ 6.771.373
Subsidies
€ 3.542.777
€ 3.110.658
€ 3.396.899
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
-
€ 726.575
€
-
€ 24.465.401*
Eenmalige energietoeslag (EET)
-
Eindtotaal € 30.919.350 € . . *De gemeente heeft dit bedrag ontvangen van het Rijk. Bron: Informatie per e-mail ontvangen op 24 januari en 7 maart 2023 vanuit afdeling P&C.
55
267
€ 5 . 47.
-
In 2022 heeft de gemeente de volgende subsidiepartners voor de volgende bedragen gesubsidieerd (in volgorde van hoog naar laag subsidiebedrag): Subsidiepartner
Subsidie
Stichting Leergeld Thuisadministratie/Formulierenhulp (ContourdeTwern/Humanitas)
€ 845.733
La Poubelle
€ 432.422
Instituut voor Maatschappelijk Werk (IMW regio Tilburg)
€ 350.000
Stichting Tilburgs Ondersteuningsfonds (TOF)
€ 296.507
Stichting Rechtswinkel Tilburg
€ 290.000
Stichting Tilburgse Voedselbank Stichting VanHarte (valt onder sociale basis, niet onder bestaanszekerheid)
€ 158.094
Jeugdeducatiefonds
€ 110.000
Stichting Quiet Community Tilburg
€ 110.000
Stichting Broodje Aap & Linke Soep
€ 82.000
SchuldenVrijMaatjes (De Vonk)
€ 54.322
Stichting BroodNodig
€ 47.587
Stichting de Smeetskring
€ 47.505
Ruilwinkels
€ 40.000
Stichting Petje af
€ 30.000
Stichting Weekje Weg
€ 24.550
Stichting Tangent
€ 24.500
Stichting Mens Dier Nood
€ 23.500
Tilburgse Voedselbank verhuizing
€ 16.337
Tilburgse Voedselbank dierenvoedselbank
€ 15.000
Stichting Elimu Mount Elgon
€ 13.250
Stichting Armoedefonds
€ 9.000
T-Primair Onderwijs Coöperatie
€ 8.500
Martens R60
€ 7.500
Stichting Zomerkampen Breda
€ 5.000
Volkstuinvereniging De Vlashof
€ 5.000
Mars A61
€ 1.417
Stichting Wijkraad Zuiderkwartier
€ 478.478
€ 124.500
€ 500
Eindtotaal € 3.651.202 Bron: Informatie per e-mail ontvangen op 24 januari 2023 vanuit afdeling P&C.
Het merendeel van bovengenoemde organisaties zijn ook in 2020 en 2021 door de gemeente gesubsidieerd. Het eindtotaal voor 2020 kwam uit op € 3.518.777 en voor 2021 op € 3.272.408.
60
Bestuur van I.O.B. Tilburgs winterparadijs. Subsidie voor bonnen voor 750 kinderen in armoede, zodat deze kinderen kunnen deelnemen aan het Tilburgs Winterparadijs. 61
Subsidie voor de Buurthoeve in oprichting. D.w.z. het houden van een koffie uurtje/informatieve bijeenkomsten om mensen met een laag inkomen te helpen met vragen en te zorgen voor sociale verbinding. 56
Bijlage 4: Indicatoren en streefwaarden Kadernota ‘Ve Ti bu ’
e ken
ci
en vee k c i
Er zijn drie indicatoren met streefwaarden benoemd vanuit de Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ 2020-2023 voor bestaanszekerheid. Indien er geen termijn achter de indicator staat dan zijn de gegevens 1 keer per 4 jaar beschikbaar. De zwarte waarden zijn gerealiseerde uitkomsten, de blauwe waarden zijn streefwaarden.
Bron: Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 1: Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg: Doelen, indicatoren en streefwaarden ten behoeve van programmabegroting’.
57
Bijlage 5: Subdoelen, indicatoren en
eefw
den Be eid n
‘Be
n zeke eid’
Vanuit de Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid 2020-2023: Activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ zijn de volgende subdoelen, indicatoren en (indien mogelijk) streefwaarden benoemd:
58
Bron: Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 2 – Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’: Subdoelen, indicatoren en streefwaarden Beleidsnota’s ositieve gezondheid, Integrale ouderenaanpak en Bestaanszekerheid.
59
Bijlage 6: Stand van zaken Uitvoeringsplan bestaanszekerheid De stand van zaken ten aanzien van het ‘Uitvoeringsplan bestaanszekerheid’ is begin 2023 als volgt: Activiteiten Activering doelgroep via huisbezoeken en vindplaatsen Smart Start
-Energiecoaches -Isolatiekaravaan -Zon op je Dak/Zonnepark Kempenbaan
Stand van zaken 150 bezoeken aan senioren zijn afgerond. Van de overige doelgroep zijn 210 van de 750 huisbezoeken afgerond. Smart Start is in de fase van ‘plan van aanpak’ en ‘Data rotection Impact Assessment (DPIA)’. Door wisseling van beleidsmedewerkers, gebrek aan capaciteit (privacy officer) en andere prioriteiten, is deze activiteit vertraagd. Deze activiteiten zijn of worden uitgevoerd. Er worden momenteel nieuwe activiteiten ondernomen ter bestrijding van de energiearmoede62. Hierover is de raad in oktober 2022 geïnformeerd63.