CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

255395-RKT Onderzoeksrapport Een zekere onzekerheid sept2023

Raadsvergadering 20 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel rapport Rekenkamer Een zekere onzekerheid32.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Indien dit vaak voor komt, zetten we ons via onze lobbykanalen in om wet- en regelgeving te wijzigen. Voor landelijke wetgeving is dit een lang traject. Uit de ervaringen die we hebben opgedaan met Tilburg investeert in Perspectief blijkt dat we op de goede weg zijn, maar dat er zeker nog verbeterpunten zijn. De werkwijze uit Tilburg investeert in Perspectief wordt ook gehanteerd door de medewerkers bestaanszekerheid voor mensen zonder gemeentelijke uitkering. De medewerkers gaan actief op zoek naar inwoners die onze steun wellicht nodig hebben om hun bestaanszekerheid te vergroten. Dit doen ze door te kijken naar inkomsten en uitgaven maar ook naar bijvoorbeeld gezondheid en deelname aan maatschappelijke activiteiten. Zij zorgen voor een oplossing, en leveren daarbij maatwerk vanuit een eigen maatwerkbudget. We zijn blij te lezen dat u constateert dat deze aanpak werkt. We gaan deze aanpak uitbreiden door meer medewerkers bestaanszekerheid in te zetten in de wijken waar dat het meest nodig is. Dit zijn de wijken Tilburg Noord, Tilburg West en Groenewoud. Voor deze wijken ontvangen we extra financiële middelen vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. U geeft aan dat als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen er een stijging is te constateren in Tilburgers die hulp nodig hebben maar buiten de boot (dreigen te) vallen vanuit het huidige beleid.

Dit is een constatering die we niet zonder meer kunnen delen en die we uwerzijds ook niet door data zien ondersteund. In heel Nederland leefden in 2021 1.034.000 mensen onder de armoedegrens van € 1.293 per maand en in 2022 790.000 onder de armoedegrens van € 1.396 per maand. In 2023 leven 825.000 mensen onder de armoedegrens van € 1.515 per maand (bron CBS). Ook in Tilburg zien we dat het aantal inwoners dat onder de armoedegrens leeft, afneemt. Zie hiervoor ter nadere duiding de onderstaande grafiek.

19

1. Huishoudens met laag inkomen 2018 - 2022 (2022 raming) ercentage huishoudens met een laag inkomen 110%

ercentage huishoudens met een laag inkomen120%

ercentage huishoudens met een laag inkomen 130%

%

%

%

19

19

19

18

18

18

17

17

17

16

16

16

15

15

15

14

14

14

13

13

13

12

12

12

11

11 2018

2019

2020

2021

2022

11 2018

2019

2020

2021

2022

2018

2019

e

ink

2020

2021

2022

Tilburg huishoudens en huishoudens met een laag inkomen 110%, 120% en 130% e

e

ui

uden

e

ink

en

e

ink

en

en

93.600

11. 800

12,6

15.000

16,0

17.800

19,0

95.000 96.400

11. 700 11. 900

12,3 12,3

14.900 15.200

15,7 15,8

17.800 18.000

18,7 18,7

98.100 99.176

11. 600 11. 205

11,8 11,3

14.700 14.200

15,0 14,3

17.600 17.001

17,9 17,1

Voor 2024 is evenwel de verwachting dat het aantal inwoners dat in armoede leeft bij ongewijzigd landelijk beleid zal toenemen tot 990.000 (waarschijnlijk komen hierbij ook nieuwe groepen onder de armoedegrens). Of dit zich in werkelijkheid zal voordoen en in welke mate, is afhankelijk van Rijksbeleid met betrekking tot de hoogte van de uitkeringen en het al dan niet doorzetten van de (energie)toeslagen. Dit laat onverlet dat er nog steeds (te) veel huishoudens en kinderen in armoede leven en dat we ons in zullen blijven zetten om dit aantal te verminderen. Het stemt ons hierbij hoopvol dat het Rijk 2 miljard euro heeft vrijgemaakt voor bestaanszekerheid. We hebben een sluitende systematiek waarbij inwoners die niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand of andere voorliggende voorzieningen een beroep kunnen doen op het Tilburgs Ondersteuningsfonds (TOF). Het klopt dat TOF ook een toetsingskader heeft, waarbij ze steeds kijken wat het doel is van de bestaande regelingen. We helpen inwoners ten slotte met gemeenschapsgeld. Ons belangrijkste uitgangspunt blijft het empoweren van onze inwoners; vaak kunnen ze met éénmalige ondersteuning uit het TOF weer zelf verder. 4.

Het signaleren van maatschappelijke ontwikkelingen en daarmee nieuwe groepen inwoners gebeurt, maar niet structureel en niet gestructureerd Het college volgt de maatschappelijke ontwikkelingen die raken aan bestaanszekerheid op de voet. Bijvoorbeeld corona, energiecrisis, toegenomen inflatie, hogere uitkeringen, oorlog in de Oekraïne. Hierbij bedienen wij ons van een breed palet aan informatiekanalen. Steeds wordt hierbij op de actualiteit ingespeeld en zullen wij ook besluiten nemen, mochten (groepen) van inwoners dit nodig hebben. Met de pilot Smart Start gaan we datagedreven onderzoek doen naar onze minima. We verwachten dat we met de resultaten hieruit beter in staat zijn de inwoners te bereiken die dat het hardst nodig hebben. Maatschappelijke partners, gemeenteraadsleden en al onze medewerkers die in contact zijn met inwoners zijn onze oren en ogen in de stad. Signalen over eventuele nieuwe doelgroepen pikken we onder andere op deze manier op. We zijn actief betrokken in landelijke platforms zoals de VNG en de Commissie Participatie en Integratie, waarmee we zowel landelijke ontwikkelingen volgen als proberen te beïnvloeden. We wisselen best practices uit met andere gemeenten, in zowel B5 verband als in ander verband. Driemaal per jaar nemen we deel aan het Platform Sociale Zekerheid.

In het platform is een breed scala aan maatschappelijke partners vertegenwoordigd en ook een vertegenwoordiging van de raad. De deelnemers geven aan waar ze tegen aan lopen op het vlak van bestaanszekerheid.

20

Tot slot Het college kijkt er naar uit om samen met de raad de komende periode verder invulling te geven aan het beleid bestaanszekerheid. Uw aanbevelingen zien wij daarbij als ondersteunend en richtinggevend, waarvoor wij u – nogmaals – willen danken.

Hoogachtend, namens het college,

mr. A. van Berckel, MBA gemeentesecretaris

drs. Th.L.N. Weterings burgemeester

21

DEEL 3 NOTA VAN BEVINDINGEN

22

1. Totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid tot 2020 Hoofdstuk 1 beschrijft op basis van bureauonderzoek (documentatie) hoe het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid tot stand is gekomen (deelvraag 1). Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • 1a. Welk beleid voerde de gemeente in de afgelopen jaren op het gebied van bestaanszekerheid? • 1b. Welk deel van het bestaanszekerheidsbeleid is centraal (vanuit het Rijk) en welk deel is decentraal (vanuit de gemeente) tot stand gekomen? • 1c. Is er door de gemeente een omgevingsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de ontwikkelingen in de samenleving die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid? • 1d. Is er bij de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente sprake van inspraak en participatie vanuit inwoners?

Tijdslijn Figuur 1 geeft de tijdslijn van de totstandkoming van het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid weer vanaf 2013. Vitaliteitsfoto: Sociale opgaven in Tilburg (juni 2016)

Beleidskader 'Aanpak armoede 2013-2017' (2013)

Het Schuldenoffensief (november 2017) Stadsgesprekken leiden tot Agenda Sociaal 013 (2016)

WMO, Participatie -wet, Jeugdwet (januari 2015)

Bestuursakkoord 'Gezond en gelukkig in Tilburg' 2018-2022 (2018)

………

Onderdelen huidige bestaanszekerheidsbeleid

……… Armoedemonitor Tilburg 2018 (maart 2019), hierna jaarlijks voor 2019, 2020 en 2021

Beleidsnota 'Bestaanszeker -heid' 20202023 (oktober 2019) Dataanalyse en gesprekken over doelgroepen (2019)

Uitvoeringsplan bestaanszekerheid (juli 2021) Kadernota 'Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg' 20202023 (mei 2020)

Akkoord 'Meer voor elkaar' 20222026 (2022)

Figuur 1: Tijdslijn totstandkoming Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid

. Be eid k de ‘A n

k

ede’

De gemeente Tilburg (vanaf nu: gemeente) heeft de afgelopen jaren een actief beleid gevoerd om armoede en schulden in de stad tegen te gaan en te voorkomen. In september 2013 heeft de raad het Beleidskader ‘Aanpak armoede 2013-2017: Financiën op orde, ruimte om mee te doen’ vastgesteld. De ambitie was dat de ondersteuning die 23

de gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties bieden eraan bijdroeg dat de inwoners die voor ondersteuning in aanmerking kwamen: • goed met geld kunnen omgaan, • gecompenseerd worden voor onvermijdelijke persoonlijke uitgaven, • laagdrempelig toegang hebben tot inkomensondersteunende maatregelen en diensten, • participeren op het maatschappelijke, sportieve of culturele vlak.

1.2 De drie decentralisaties vanuit het Rijk De landelijke overheid (het Rijk) heeft veel taken rondom zorg, werk en jeugd overgedragen aan de gemeenten rond 2015. Omdat een gemeente dichter bij haar inwoners staat, kan zij meer op maat ondersteuning en hulp bieden, zo is de gedachte. In januari 2015 zijn de laatste drie decentralisaties in het sociaal domein uitgevoerd: de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (vanaf nu: WMO) en de Participatiewet9. • Jeugdwet: De wet beoogt dat gemeenten verantwoordelijkheid zijn voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.10 • WMO: De wet heeft als uitgangspunt dat gemeenten verantwoordelijk zijn van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, psychische of psychosociale problemen. De ondersteuning is erop gericht om mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven en te laten participeren en deel te laten nemen aan het dagelijkse leven. In eerste instantie via het sociale netwerk en indien dat niet voldoende is, via algemene voorzieningen en indien dat niet voldoende is, via maatwerkvoorzieningen.

Van gemeenten wordt daarbij een actieve inzet verwacht op het gebied van preventie en vroegsignalering om te voorkomen dat mensen aangewezen raken op (zwaardere) vormen van langdurige, maatschappelijke ondersteuning.11 • Participatiewet: De wet heeft twee doelen; om zoveel mogelijk mensen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden of te ondersteunen bij het werk (betaald dan wel vrijwilligerswerk) én om te zorgen dat iedereen een inkomen heeft, ook mensen die niet in staat zijn in het eigen levensonderhoud te voorzien door het verstrekken van een (aanvulling op het) inkomen tot het ‘sociaal minimum’, oftewel ‘bijstandsniveau’. Een bijstandsuitkering wordt enkel nog verstrekt wanneer er geen andere, voorliggende, wettelijke regeling is 12. Met deze drie decentralisaties werd het uitgangspunt om dichter bij inwoners te komen staan en voor inwoners te doen wat nodig is13. Omdat deze decentralisaties vanuit het Rijk zijn geïnitieerd, heeft dit gevolgen gehad voor hetgeen vanuit de gemeente aan bestaanszekerheidsbeleid is ontstaan. De volgende paragrafen schetsen de wijze waarop.

1.3 Vitaliteitsfoto In juni 2016 is door de gemeente een analyse van de sociale opgaven in de stad gemaakt wat resulteerde in de ‘Vitaliteitsfoto’. Hieruit kwamen met name de volgende uitdagingen voor de gemeente naar voren 14: • De sociale veerkracht in de stad staat onder druk. Dit als gevolg van de toenemende druk op de ‘dragende middengroep’ (werkende 19-65 jarigen), mantelzorgers en vrijwilligers. • De toenemende tweedeling in de samenleving. Er zijn toegenomen verschillen tussen jong en oud, gezond en ongezond, arm en rijk, laag- en hoogopgeleid. • De relatief slechte gezondheid van Tilburgers. Tilburgers roken veel, bewegen weinig en hebben meer overgewicht dan het landelijk gemiddelde. Van de inwoners vanaf 19 jaar heeft 60% meer dan één langdurige aandoening, wat vanzelfsprekend versterkt wordt door de vergrijzing.

9 Gemeente Tilburg (januari 2022). Visual ‘Bouwen aan een inclusieve stad: Transformatie van het sociaal domein in Til-

burg’. 10 Jeugdzorg (algemeen) - Wikipedia 11 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 - Wikipedia 12 Participatiewet - Wikipedia 13 Gemeente Tilburg (11 april 2022). Inwerkbijeenkomst ‘Inclusieve Stad’. 14 Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 1 – Kadernota “versterken sociaal en veerkrachtig” 2020-2023. 24

1.4 Agenda Sociaal 013 In 2016 startte een serie stadsgesprekken in Tilburg – een eerste invulling van een zogenoemde omgevingsanalyse15 – om te komen tot de Agenda Sociaal 013. Dit is een pact van en voor de stad. Honderden inwoners van jong tot oud deelden hun verhalen. Zij spraken onder andere over hun gezondheid, hun wijken, buren, veiligheid, geld, werk of juist geen werk hebben, hun zorg voor elkaar en de toekomst van de Tilburgse jeugd. Daarop volgde een serie verdiepende gesprekken met professionals van de gemeente, maatschappelijke instellingen, zorg, onderwijs, ondernemers en andere betrokken partijen. Zij gingen aan de slag met de input van inwoners. Het proces, de gesprekken en uitkomsten zijn wetenschappelijk begeleid en geanalyseerd. In deze gesprekken benoemden betrokkenen met elkaar wat er werkelijk toe doet in het leven én hoe de gemeente samen met alle betrokkenen het verschil kan maken. Daarmee was er inspraak en participatie vanuit inwoners en professionals. Daar volgden vier waarden uit die de sociale agenda van de stad bepalen: Goede start, Optimale kansen, Ruimte om te leven, In een wereld die mij ziet. De waarden van de Agenda Sociaal 013 zijn de inhoudelijke drijvers bij het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. De gemeente heeft ten aanzien van de Agenda Sociaal 013 een website16 ontwikkeld.

1.5 Be uu

kk

d ‘ ez nd en e ukki in Ti bu ’

Het college heeft de waarden van de Agenda Sociaal 013 omarmd en in 2018 opgenomen in het Bestuursakkoord ‘Gezond en gelukkig in Tilburg’ voor 2018-2022. De beoogde impact vanuit het Bestuursakkoord is onder andere ‘een inclusieve stad’ met daarin ‘gezonde en gelukkige Tilburgers’17. Een inclusieve stad houdt volgens de gemeente het volgende in (pg. 8): “Onze aanpak is erop gericht dat iedereen kan meedoen, in elke fase van zijn leven. Degene die dit niet of onvoldoende op eigen kracht kan, krijgt passende ondersteuning. We zijn trots op ons sociaal beleid en we zetten deze koers voort, waarbij deze ondersteuning betaalbaar moet zijn en blijven, nu en in de toekomst. Daarbij zetten we nadrukkelijk in op preventie in de sociale basis.”

De term ‘bestaanszekerheid’ wordt in het Bestuursakkoord ‘Gezond en gelukkig in Tilburg’ 2018-2022 voor het eerst genoemd (pg. 11): “We zetten in op bestaanszekerheid bij mensen die in armoede leven. Want armoede zorgt voor veel problemen; van sociale uitsluiting tot stress. We zijn trots op de aanpak van het schuldenoffensief. Op deze innovatieve wijze gaan we verder.”

De Agenda Sociaal 013 en het Bestuursakkoord ’Gezond en gelukkig in Tilburg’ liggen aan de basis om de sociale veerkracht van de stad een impuls te geven18.

1.6 Sociaal en veerkrachtig Tilburg De gemeente hanteert de zogenoemde ‘piramide’19 bestaande uit vier lagen. De onderste laag betreft het versterken van een sociaal veerkrachtig Tilburg. De tweede laag van onderen betreft het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling. De daarop volgende laag betreft het bieden van passende ondersteuning (via de Toegang). De bovenste laag betreft het ingrijpen bij crisis en onveiligheid. De raadsbrief ‘Sociaal en veerkrachtig Tilburg’ van 3 september 2019 gaat in op de term ‘sociale veerkracht’ als de basis van de piramide: 15 Een omgevingsanalyse brengt factoren in kaart die niet beïnvloedbaar zijn maar waar rekening mee moet worden gehou-

den. Er kan in het kader van bestaanszekerheid bijvoorbeeld worden gedacht aan veranderende wet- en regelgeving, ontwikkelingen in het economisch klimaat en op de arbeidsmarkt, demografische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en sociaal-culturele ontwikkelingen. Bron: Omgevingsanalyse - Wikipedia, geraadpleegd op 31 januari 2023. 16 www.agendasociaal013.nl 17 Gemeente Tilburg (januari 2022). Visual ‘Bouwen aan een inclusieve stad: Transformatie van het sociaal domein in Tilburg’. 18 Gemeente Tilburg (2018). Bestuursakkoord ‘Gezond en gelukkig in Tilburg’ 2018-2022. 19 Gemeente Tilburg (3 september 2019). Raadsvoorstel Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’. 25

Tilburgers hebben het vermogen om hun leven zelf en in samenhang met hun omgeving op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen. Ook hebben zij het vermogen om met veranderingen om te gaan. Ze hebben hiervoor toegang tot de benodigde hulpbronnen. Met ‘vermogen’ bedoelen we: • Zelfredzaamheid: de mate waarin individuen regie voeren over hun eigen leven op basis van persoonlijke hulpbronnen. • Samenredzaamheid: de mate waarin individuen hun sociaal netwerk (sociale hulpbronnen) daarbij willen/kunnen inzetten. Met ‘hulpbronnen’ bedoelen we: • Persoonlijke hulpbronnen: de capaciteiten van mensen ofwel de vaardigheden en competenties bepaald door onder meer werk, inkomen, opleiding en gezondheid (zelfredzaamheid). • Sociale hulpbronnen: participatie in sociale netwerken (samenredzaamheid). • Omgevingshulpbronnen: fysieke en tastbare voorzieningen op het gebied van onder meer onderwijs, spelen en bewegen, gezondheid, sport, cultuur en recreatie.

Voor het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg richt de gemeente zich op drie bouwstenen; bestaanszekerheid, positieve gezondheid en sociale basis. Deze bouwstenen dragen volgens de gemeente rechtstreeks bij aan de doelstellingen uit het Bestuursakkoord, de ambitie een ‘inclusieve stad’ te zijn en de waarden die de stad heeft benoemd voor de Agenda Sociaal 013. 20 Bestaanszekerheid: Activeren vanuit nabijheid en maatwerk In een mensenleven is een aantal zekerheden onontbeerlijk: een dak boven je hoofd, rond kunnen komen, voldoende en gezond eten, werk of een andere zinvolle dagbesteding, een sociaal netwerk, en fysiek en mentaal welbevinden. De gemeente kijkt dan ook breed naar het begrip bestaanszekerheid. De gemeente wil mensen activeren en in hun kracht zetten, dan alleen achteraf compenseren. Door tijdige inzet op maat wil de gemeente voorkomen dat mensen verder afglijden en nog meer zorg nodig hebben. Positieve gezondheid: Sterk van binnen, verbonden met buiten De gemeente denkt vanuit positieve gezondheid waarbij het accent niet ligt op de gezondheidsproblemen, maar op de mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Een brede benadering draagt bij aan het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk de eigen regie te voeren.

En integraal; samen met andere domeinen en partners uit de stad. Sociale basis: Oog voor elkaar De uitgangspunten voor de sociale basis zijn sociaal werk, preventief jeugd- en jongerenwerk, ondersteuning mantelzorg en vrijwilligerswerk. Het versterken van bewonersbetrokkenheid via wijknetwerken en wijkagenda’s (van de wijk) komt meer stadsbreed te liggen. Een stevige sociale basis staat voor een stad met plek voor iedereen, waarin mensen op hun manier hun leven vormgeven, samenleven met anderen, waar iedereen erbij hoort en ertoe doet.

20 Gemeente Tilburg (3 september 2019). Raadsbrief ‘Sociaal en veerkrachtig Tilburg’; Gemeente Tilburg (3 september

2019). Raadsvoorstel Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’; Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 26

2. Huidige bestaanszekerheidsbeleid (2020 – 2023) Hoofdstuk 2 beschrijft op basis van bureauonderzoek (documentatie) hoe het huidige Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid er uit ziet (deelvraag 2). Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • 2a. Hoe is het bestaansbeleid opgebouwd? • 2b. Wat zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het bestaansbeleid?

Tijdslijn In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de onderdelen van het huidige bestaanszekerheidsbeleid uit figuur 1, hoofdstuk 1.

. Be eid n

‘Be

n zeke eid’

In de Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-202321 (vanaf nu: Beleidsnota Bestaanszekerheid), vastgesteld door de raad op 21 oktober 2019, wordt ingegaan op verschillende onderdelen van het bestaanszekerheidsbeleid (tot dan): Ruimhartige minimaregelingen

Financiële ondersteuning

Zelfredzaamheid vergroten & preventie

Dienstverlening vanuit wettelijke kaders

Minimaregelingen zijn er voor zogenoemde ‘sociaal minima’. Minima zijn inwoners met een laag inkomen die moeten leven van het sociaal minimum, oftewel bijstandsniveau. De hoogte van het sociaal minimum is niet voor iedereen hetzelfde, het hangt af van leeftijd en leefsituatie. De bedragen wijzigen ieder jaar en worden door het Rijk bepaalt. De bijstandsnormen per juli 2023 zijn opgenomen in bijlage 2. De beleidsnota richt zich op vijf centrale minimaregelingen voor sociaal minima: de Meedoenregeling, de Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM), kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de bijzondere bijstand. Subsidiëring van diverse organisaties die inwoners met een laag inkomen ondersteunen in financiële zin of in natura, waaronder: stichting de Tilburgse Voedselbank, stichting Leergeld, La Poubelle, stichting Tilburgs Ondersteunings Fonds (vanaf nu: TOF), stichting Mens Dier Nood, stichting Resto van Harte, stichting BroodNodig. Subsidiëring van diverse organisaties die inwoners ondersteunen met financiën, waaronder Thuisadministratie/Formulierenhulp (ContourdeTwern/Humanitas), SchuldenVrijMaatjes (De Vonk), juridische rechtshulp (de Rechtswinkel), financiële hulp (de Smeetskring), budgetbeheer/coaching (IMW).

De uitvoering van de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: het verstrekken van bijstand voor levensonderhoud, begeleiding naar werk, begeleiding mensen met arbeidsbeperking, financiële voorlichting en advies (budgetcursussen),

21

Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 27

schuldsituaties stabiliseren, schuldregelingen treffen. Daarbij is de dienstverlening van de minimaregelingen versimpeld en laagdrempelig gemaakt om inwoners te ontlasten. Ook is ingezet op communicatie en bekendheid. Armoedeoffensief kinVoor 2017-2019 wordt extra ingezet op bekostigen van schoolkosten, verruiming doelgroep deren van de startersbox (inclusief fiets) naar 130% van het sociaal minimum, initiatieven gericht op gezonde voeding, bekostigen van materialen voor sport en culturele activiteiten, extra inzet zwemlessen, uitstapjes en vakanties, speelgoed en kledingvouchers. Schuldenoffensief Een offensief voor de jaren 2018-2020 op het gebied van vroegsignalering en preventie van schulden. Bijvoorbeeld: het overnemen van schuldendossiers van bewindvoerders, pilot met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om ouderen met financiële problemen te ondersteunen, financieel adviesgesprek met nieuwe huurders, financiële bewustwording onder jongeren via project Fix up Your Life, het programma ‘Smart met Geld’ bij scholen voor het voortgezet speciaal onderwijs en de Financiële ambulance. Bron: Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023.

De gemeente ontwikkelde een nieuwe visie op het bestaanszekerheidsbeleid voor de periode 2020-2023 omdat de gemeente van mening was dat het huidige beleid te weinig verandering betekende voor de Tilburgse inwoners met kwetsbaarheden, terwijl de gemeentelijke budgetten tegelijkertijd opdroogden. De visie is gericht op minder inwoners zonder perspectief en op inwoners die meer gebruik maken van inkomensondersteunende regelingen. De visie is gebaseerd op data-analyse van de groep sociaal minima en gesprekken met raadsleden, ervaringsdeskundigen en professionals in 2019. Dit vormt een derde vorm van een zogenoemde omgevingsanalyse, na de stadsgesprekken om te komen tot de Agenda Sociaal 013 uit 2016 en de evaluatie van het armoede- en schuldenbeleid door Panteia in 2018. In deze nieuwe visie wordt door de gemeente een breder begrip van bestaanszekerheid gehanteerd dan enkel het bieden van financiële ondersteuning voor inwoners. Definitie gemeente Tilburg ten aanzien van bestaanszekerheid22: “Het bieden van maatregelen en ondersteuning op het financiële vlak. Hoewel financiële rust creëren nog steeds de basis is, gaat het ook om een fatsoenlijk dak boven je hoofd en voldoende te eten, toegang tot goede en betaalbare zorg en onderwijs, werk of een andere dagbesteding die structuur en zin aan de dag geeft.”

Dat betekent ook dat de huidige regelingen op een meer activerende manier ingezet moeten kunnen worden naar mening van de gemeente; de regelingen moeten ondersteunend zijn aan de ontwikkeling van inwoners. Daardoor dragen de regelingen bij aan een financiële basis voor inwoners én aan de groei naar grotere (financiele) zekerheid en zelfstandigheid. Dus minder de (smalle) focus op armoede en schulden, maar een brede inzet op verschillende maatschappelijke terreinen. Dit is vertaald in de thema’s inkomen en uitgaven, participatie/meedoen in de samenleving, wonen, gezondheid, en onderwijs en opleiding 23: Vanuit de nieuwe visie worden vijf uitgangspunten (A t/m E) gehanteerd. Dit zijn 24: A. In beeld: perspectief bieden vanuit nabijheid en maatwerk Waar minima vooral bereikt werden door generieke regelingen, gaat de gemeente toe naar maatwerk in begeleiding en ondersteuning op basis van de behoefte van de inwoner. Dit door proactief minima te benaderen die gebruikmaken van regelingen. Met maatwerk en tijdelijke gerichte interventies zet de gemeente in op wat iemand nodig heeft (integraal: wonen, participatie, gezondheid, inkomen en onderwijs) waardoor inwoners meer perspectief krijgen en waar mogelijk structureel onafhankelijk kunnen worden van minimaregelingen en ondersteuning. Dit kan zijn bij bijvoorbeeld: • het aanvragen van de juiste toeslagen en regelingen; 22

Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. Pg. 5. 23 Deze onderdelen zijn uitgewerkt in een illustratie. Bron: Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 24 Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 28

• een opleiding (die de kansen op meer of beter betaald werk vergroot); • ondersteuning om ander of meer uren werk te vinden om het inkomen te verhogen; • doorverwijzing en ondersteuning om een inwoner te kunnen laten aansluiten bij initiatieven in de eigen wijk om uit het sociaal isolement te komen; • een verwijzing (warme overdracht) naar een klantregisseur bijvoorbeeld voor schuldhulpverlening of een coördinator bij complexe multiproblematiek in het kader van één gezin – één plan – één coördinator. Ook wordt er ingezet op (maatwerk)begeleiding en ondersteuning voor minimahuishoudens zonder Participatiewet-uitkering, zogenoemde ‘NUG-ers’ (niet-uitkeringsgerechtigden). Dit volgt uit het nieuwe re-integratiemodel Tilburg investeert in Perspectief (vanaf nu: TiiP) waarbij ingezet wordt op (maatwerk)begeleiding en ondersteuning voor alle huishoudens mét een Participatiewet-uitkering. De gemeente hanteert een groeimodel; er wordt in 2020 gefaseerd gestart met in totaal 750 huishoudens over een periode van vier jaar en tussentijds wordt de impact beoordeeld om te zien wat structureel wordt voortgezet. Tilburg investeert in Perspectief: Sinds januari 2020 zet de gemeente in op de beweging ‘Tilburg investeert in erspectief’.

De pilots ‘Tilburgs Vertrouwensexperiment’ (2018-2020) en ‘Doe Mee’ (2019) hebben de gemeente geleerd dat vertrouwen loont, het geluk van mensen toeneemt en daarbij de kansen voor iedereen vergroot. Diverse aspecten zijn toegepast in het nieuwe beleid van de afdeling W&I; op het gebied van inkomen (bijstandsuitkering en bijzondere bijstand), schuldhulpverlening (o.a. budgettraining, schuldbemiddeling, schuldsanering, Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (vanaf nu: WSNP), bewindvoering), ondersteuning naar werk (o.a. ophalen vacatures, bemiddeling naar werk, Tilburg Actief, scholing, reintegratietrajecten, beschut werk), ondersteuning naar participatie (bemiddeling naar vrijwilligerswerk, MENSS, (arbeidsmatige) dagbesteding, meedoen in de wijk, sport en bewegen en tot slot de Toegang (voor problematiek waar afdeling W&I de instrumenten niet voor heeft of als de problematiek te groot is, werkt zij samen met de Toegang Tilburg)25. “We noemen het - Tilburg investeert in Perspectief - een beweging, want het draait allemaal om de manier waarop je mensen benadert. De sleutel is persoonlijke aandacht. Door te luisteren naar wat iemand wil, ervoor te zorgen dat iemand weer grip krijgt op zijn eigen leven en maatwerk te bieden waar nodig.

Het is niet alleen belangrijk om mensen in beweging te krijgen, maar vooral ook om ze zelf in beweging te laten komen”, aldus wethouder Esmah Lahlah 26.

B. Van compenserend achteraf naar kostenverlaging aan de voorkant Vereenvoudigen van de minimaregelingen zal voor een grotere deelname aan regelingen zorgen. Inwoners met een laag inkomen komen in aanmerking voor vele minimaregelingen en vormen van ondersteuning. De complexiteit zorgt voor onrust, niet-gebruik en daardoor puzzelen hoe rond te komen. Vaak is er te weinig overzicht waardoor (meer) achterstanden en schulden ontstaan. Dit door bepaalde kosten aan de voorkant omlaag te brengen. Hierdoor hoeven mensen niet eerst voor te schieten en vervolgens een aanvraag te doen voor de kosten. Bovendien bereikt de gemeente hiermee standaard alle minima in plaats van alleen degenen die hun weg goed weten te vinden. Minder administratieve belasting zal ook zorgen voor minder onrust en meer ruimte om zich te richten op bijvoorbeeld participatie, werk en opvoeding. C. Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen Door meer interventies aan de voorkant en actieve inzet op het voorkomen van problemen, zijn mensen beter in staat om zich staande te houden in onze complexe maatschappij. Denk hierbij aan investeren in onderwijs, extra inzet op gezondheid, stimuleren van participatie, vroegtijdig leren omgaan met financiën, zorgen dat inwoners alle toeslagen ontvangen, en tijdig ingrijpen bij betalingsachterstanden.

Dit alles leidt tot minder (complexe) problematiek; compensatie met minimaregelingen achteraf is daardoor minder nodig, evenals zwaardere ondersteuning zoals schuldsanering. Dit door met andere beleidsterreinen zoals wonen, participatie, gezondheid, sport en onderwijs uit te werken welke extra impulsen nodig en mogelijk zijn voor de minima doelgroep. Vanuit de sterke correlatie tussen armoede en gezondheid gaat de gemeente aan de hand van pilots in 25 In Toegang Tilburg zijn de afdelingen Dienstverlening en Werk & Inkomen van de gemeente Tilburg, Instituut voor Maat-

schappelijk Werk (vanaf nu: IMW) regio Tilburg, MEE en GGD Hart voor Brabant vertegenwoordigd. Toegang Tilburg is gestart in 2015. Sinds 2019 werkt zij samen in een coöperatie. Met ruim 300 professionals werken zij in wijkteams in Tilburg, Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel. Wie zijn wij - Toegang Tilburg 26 Tilburg zet beweging van vertrouwen voort - Gemeente Tilburg

29

de PACT-wijken bekijken hoe de vicieuze cirkel tussen beide doorbroken kan worden. De aanpak vanuit het Schuldenoffensief (die pilots die bewezen effect hebben gehad) wordt duurzaam voortgezet. Ook wordt de uitvoering van de wettelijke taken inzake schuldhulphulpverlening geëvalueerd: wat is al geborgd en moet blijven, wat doen we al en is nog niet geborgd? Op basis hiervan optimaliseert de gemeente de werkwijze met betrekking tot schuldhulpverlening. De gemeente wil ook een aanpak ontwikkelen om te voorkomen dat mensen onder het bestaansminimum komen. D. Doorbreken van intergenerationele armoede Onderzoek toont aan dat kinderen die in een armoede-situatie verkeren zich op korte termijn ongelukkig voelen, zich zorgen maken over de thuissituatie en minder snel deelnemen aan sociale activiteiten. Voor de langere termijn blijven kinderen die in armoede opgroeien vaak op een lager onderwijsniveau steken en lopen risico om als volwassene opnieuw in armoede te verkeren. De intergenerationele armoede moet doorbroken worden. Kinderen die momenteel in armoede leven moeten op korte termijn mogelijkheden krijgen om (weer) mee te kunnen doen, om sociale uitsluiting te voorkomen. Op de lange termijn moet de gemeente ervoor zorgen dat kinderen zichzelf maximaal kunnen ontwikkelen en zo uit de situatie van armoede kunnen komen.

Dit betekent enerzijds concrete maatregelen in het verstrekken van spullen in natura of geld waardoor deze kinderen mee kunnen doen aan sport, onderwijs en cultuur. Anderzijds vraagt het extra ondersteuning vanuit jeugd en gezin, het onderwijs en voor- en vroegschoolse educatie. Essentieel hierin is ook de communicatie en het bereiken van deze gezinnen, bijvoorbeeld via de relatiebeheerders in de Toegang. Dit door op basis van de evaluatie Armoedeoffensief Kinderen en een traject onder begeleiding van Speaking Minds (betrekken van jongeren bij beleidsontwikkeling) te beoordelen welke maatregelen effectief zijn gebleken. En wordt onderzocht welke verbindingen met en extra inzet op andere beleidsterreinen nodig zijn. E. Ondersteuning vanuit voorzieningen en minimaregelingen De gemeente wil de uitvoering verbeteren en een nog groter bereik van bestaande minimaregelingen realiseren. De administratieve last rond compensatie (van bijvoorbeeld bijdragen aan school of sport) wil de gemeente omlaag brengen. Dit door minimaregelingen en/of ondersteuning te bieden aan inwoners met een laag inkomen.

De minima-effect-analyses en het evaluatieonderzoek van Panteia uit 2018 laten zien dat bijvoorbeeld de stichting Tilburgse Voedselbank, stichting Leergeld en de Goederenbank nodig zijn om lucht en bandbreedte te creëren voor minima en te voorkomen dat deze inwoners maandelijks structureel tekortkomen. Daarbij blijft de ondersteuning om inwoners financieel weerbaar te maken belangrijk, zoals de inzet van Thuisadministratie/Formulierenhulp (ContourdeTwern/Humanitas), SchuldenVrijMaatjes, Juridische rechtshulp, budgetbeheer en budgetcoaching. De stevige basis aan minimaregelingen en voorzieningen vanuit het huidige beleid houdt de gemeente grotendeels in stand. Het is wel mogelijk om per onderscheiden groep huishoudens te onderzoeken waar zij het meeste baat bij hebben, afgemeten aan hun kansen op financiële zelfredzaamheid. Dit geldt vooral voor de voorzieningen waarover de gemeente volledige beleidsvrijheid heeft, zoals de Collectieve Zorgverzekering Minima (vanuit nu: CZM), de Meedoenregeling en subsidies (onder andere voor de stichting Tilburgse Voedselbank en stichting Leergeld). De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een regeling kunnen bijvoorbeeld nader worden bekeken. Het blijft een belangrijk speerpunt om de bekendheid en laagdrempeligheid van deze regelingen continu te promoten.

Minimaregelingen en voorzieningen ziet de gemeente niet alleen als vangnet, maar ook als preventie-instrument. Vanuit de andere uitgangspunten zet de gemeente erop in om inwoners waar mogelijk structureel onafhankelijk te maken van minimaregelingen. Maar het tegenovergestelde kan ook gelden: iemand met een inkomen van bijvoorbeeld 130% of 140% van het sociaal minimum zou mogelijk ook tijdelijk extra begeleiding of financiële ondersteuning kunnen ontvangen. De gemeente laat hiermee het inkomensplafond (nu meestal 130%) los. Het gaat om kijken naar wat er nodig is om bestaanszekerheid te versterken. Uit de Beleidsnota blijkt dat de gemeente de volgende doelgroep hanteert om gebruik te kunnen maken van de minimaregelingen: een inkomensgrens tot 120% van het sociaal minimum, met uitzondering van de Individuele Inkomenstoeslag (blijft op 110%) en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (blijft op 100%, het Rijksbeleid laat geen ruimte voor een hogere inkomensgrens).27

27

Bron: Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 30

De gemeente draagt bij aan de CZM en de Individuele Inkomenstoeslag (vanaf nu: IIT) wordt beperkt verlaagd. Verder gaat de gemeente in 2021 met professionele partners en vrijwilligersorganisaties aan de slag om meer samenhang te creëren en meer doelgerichte ondersteuning te bieden. De verschuiving van compensatie achteraf naar ondersteuning aan de vóórkant zal problemen voor minima oplossen/verminderen. Tegelijkertijd is het zo dat de gemeente de totale inzet op bestaanszekerheid deels financiert uit een verlaging van de generieke grens van 130% naar 120%, waardoor sommige inwoners juist hun financiële problemen zullen zien vergroten (ter informatie; deze inkomensgrens is op een later moment weer teruggedraaid naar 130%). In die gevallen kan maatwerk de oplossing bieden. De inwoners die de gemeente actief gaat benaderen zullen daarom voor een belangrijk deel bestaan uit deze groep. Ook benoemt de Beleidsnota bestaanszekerheid het financiële kader ten aanzien van de vijf uitgangspunten. De stand van zaken ten aanzien van dit financiële kader is opgenomen in bijlage 3.

. K de n

‘Ve

e ken

ci

en vee k c i Ti bu ’

Op 18 mei 2020 is de Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ voor de periode 2020-202328 (vanaf nu: Kadernota) vastgesteld door de raad. De Kadernota draagt bij aan de aanpak die nodig is om Tilburg sociaal en veerkrachtiger te maken. De gemeente wil de volgende impact voor inwoners29 (pg. 3): “In Tilburg voel je je thuis en verbonden, met de stad, met je wijk of buurt, een vereniging, de school van je kinderen etc. In onze stad doe je ertoe, kun je meedoen, een betekenisvol leven leiden en heb je gelijke kansen om je te ontwikkelen. Dit vraagt om voldoende voorzieningen, soms om professionele inzet, maar altijd samen met de inwoners van buurten en wijken. We willen dat alle kinderen en jongeren opgroeien in een sociaal 'rijke' en gezonde, veilige omgeving waarin je je talenten kan benutten. We weten ook dat het leven weerbarstig is; het verliezen van een dierbare, je baan of je gezondheid kan iedereen gebeuren. Met een sterke sociale basis word je gezien en gehoord en vind je ondersteuning. Vaak binnen je eigen sociale kring, maar soms ook hierbuiten. De huisarts, de school, de wijkwerker, maar ook de buurvrouw; we hebben hierin allemaal een rol. Met aandacht en openheid voor lastige onderwerpen als eenzaamheid en financiële problemen. We zetten in op bestaanszekerheid.

Er is perspectief voor iedereen; op een baan, om uit de schulden te komen, een dak boven je hoofd te hebben en voldoende middelen om mee te kunnen doen in de samenleving. We streven naar positieve gezondheid voor alle Tilburgers, jong en oud. Het gaat niet alleen om fysieke gezondheid, maar ook om mentale weerbaarheid, erbij horen en ertoe doen, een gezonde leefomgeving. Dat begint bij een gezonde en kansrijke start voor kinderen vanaf -10 maanden. Sport en cultuur dragen in belangrijke mate bij aan gezondheid, ontmoeting, talentontwikkeling en het gevoel erbij te horen. We streven naar een harmonische samenleving die vervreemding voorkomt; met vervreemding bedoelen we mensen of groepen mensen die het gevoel hebben er niet bij te horen vanwege uiterlijk, geloof, gezondheid of om andere redenen, en zich daardoor machteloos en buitengesloten voelen.”

Met de inzet op het versterken van de sociale veerkracht staan vijf doelen centraal: • Tilburgers voelen zich fysiek, emotioneel en sociaal gezond • Tilburgers voelen zich verbonden met elkaar en hun omgeving • Tilburgers ervaren bestaanszekerheid • Tilburgers hebben mensen om zich heen waarop ze kunnen steunen • Tilburgers zijn in beweging In de Kadernota zijn de doelen, indicatoren en streefwaarden benoemd. Indicatoren voor het derde genoemde doel – Tilburgers ervaren bestaanszekerheid – zijn30: • % huishoudens met inkomen tot 110%, 120% en 130% van sociaal minimum • % inwoners dat moeite heeft met rondkomen • % kinderen tot 18 jaar in uitkeringsgezin Zie bijlage 4 voor streefwaarden behorende bij deze indicatoren.

28

Gemeente Tilburg (18 februari 2020). Raadsvoorstel Kadernota “versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg” 2020-2023. Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 1: Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg: Doelen, indicatoren en streefwaarden ten behoeve van programmabegroting’. 30 Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 1: Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg: Doelen, indicatoren en streefwaarden ten behoeve van programmabegroting’. 29

31

Uit de Kadernota blijkt dat de gemeente de volgende doelgroep hanteert om gebruik te kunnen maken van de minimaregelingen: een inkomensgrens tot maximaal 130% van het sociaal minimum. 31

Ook zijn in de Kadernota de subdoelen, indicatoren en streefwaarden benoemd vanuit de Beleidsnota bestaanszekerheid, als één van de drie Beleidsnota’s die tot deze Kadernota behoren 32. De subdoelen en indicatoren uit deze Beleidsnota zijn in vijf sporen onderverdeeld 33: Spoor 1.In beeld: perspectief bieden vanuit nabijheid en maatwerk

Doel Tilburgers zijn minimaregeling onafhankelijk

2. Van compenserend achteraf naar kostenverlaging aan de voorkant 3. Preventie en vroeg signalering: breder dan alleen inkomen

Kostenverlaging aan de voorkant

4. Doorbreken van intergenerationele armoede

5. Ondersteuning vanuit minimaregelingen en voorzieningen – tijdelijk en waar nodig

Voorkomen van schulden, eenzaamheid en een slechte gezondheid bij minimahuishoudens Voorkomen van uitsluiting van kinderen door armoede Voorkomen van uitsluiting door armoede

Indicator • Hoeveel gesprekken zijn door de consulenten bestaanszekerheid gevoerd? • Bij hoeveel mensen is de voorgenomen versobering van de minimaregelingen te dragen? • Bij hoeveel mensen is er een actie in gang gezet om hen richting verdere bestaanszekerheid te brengen? • Aantal minimahuishoudens dat energiekosten weet te verlagen.

• % Huishoudens met problematische schulden • % Inwoners in bewindvoering of budgetbeheer • % Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum dat eenzaamheid ervaart • % Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum dat de eigen gezondheid als goed ervaart • % Kinderen uit huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum dat lid is van een sportvereniging • % Kinderen uit huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum dat lid is van een cultuurvereniging / muziekles • Aantal unieke kinderen dat bereikt wordt via Leergeld • Aantallen verstrekkingen Bijzondere Bijstand, Meedoenregeling, CZM en IIT

De streefwaarden van deze indicatoren (waar deze bekend zijn) zijn bijgevoegd in bijlage 5. De subdoelen, indicatoren en streefwaarden vanuit de Beleidsnota bestaanszekerheid geven richting aan het uitvoeringsplan34. De raad wordt geïnformeerd over de resultaten met betrekking tot doelen, indicatoren en streefwaarden via de P&C cyclus (Tussenrapportage en Jaarstukken).

2.3 Uitvoeringsplan bestaanszekerheid De uitgangspunten uit de Beleidsnota bestaanszekerheid vormen de basis voor het uitwerken van een uitvoeringsplan met concrete activiteiten. Op 1 juni 2021 stelde het college middels een collegebesluit het ‘Uitvoeringsplan bestaanszekerheid’ vast35. Het Uitvoeringsplan is dynamisch, wat ruimte biedt om op basis van de uitkomsten van projecten uit te breiden of aan te passen. Tegelijkertijd vormt het document wel een belangrijke ‘houvast’. Het plan kent vijf sporen, conform de uitgangspunten uit de Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’. De sporen kennen weer verschillende activiteiten (14 in totaal) 36. Spoor A en E vormen de kern van de beweging die de 31

Bron: Gemeente Tilburg (18 mei 2020). Bijlage 1: Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg: Doelen, indicatoren en streefwaarden ten behoeve van programmabegroting’. 32 Naast de Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ is de Beleidsnota ‘ ositieve gezondheid’ vastgesteld op 21 oktober 2019 en is de Beleidsnota ‘Integrale ouderenaanpak’ vastgesteld op 28 oktober 2019. 33 Gemeente Tilburg (21 oktober 2019). Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ 2020-2023. 34 Gemeente Tilburg (18 februari 2020). Raadsvoorstel Kadernota “versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg” 2020-2023. 35 Gemeente Tilburg (1 juni 2021). Collegebesluit ‘Uitvoeringsplan bestaanszekerheid’; Gemeente Tilburg (27 mei 2021). Uitvoeringsplan bestaanszekerheid: Activeren vanuit nabijheid en maatwerk. 36 Gemeente Tilburg (27 mei 2021). Uitvoeringsplan bestaanszekerheid: Activeren vanuit nabijheid en maatwerk. 32

gemeente met de nieuwe visie wil maken: door meer persoonlijk contact en doelgerichte ondersteuning van minima, meer financiële zelfredzaamheid en minder afhankelijkheid van minimaregelingen. Het aanpassen van de minimaregelingen is in 2020 vanwege corona-aanvalsplan uitgesteld. Na versoepeling van de maatregelen treedt het corona aanvalsplan in werking. De gemeente maakt een inhaalslag om de doelgroep te ondersteunen door extra inzet op huisbezoeken en minima via andere vindplaatsen te benaderen. Daarnaast wil de gemeente een grootschalig dataonderzoek starten om meer data over de doelgroep te verkrijgen. Waar zit de ondersteuningsbehoefte van de verschillende doelgroepen en wat betekent dat voor de minimaregelingen? Spoor B, C, en D betreffen nieuwe (meerjarige) pilots die bijdragen aan het voorkomen van armoede en het doorbreken van intergenerationele armoede. Het gaat om toegankelijke, laagdrempelige pilots gericht op preventie. De activiteiten onder elk van de vijf sporen, raken vaak meerdere sporen. Op die manier staan de activiteiten niet los van elkaar, maar is het een integraal plan. Daarnaast is het plan een ‘brede’ aanpak, aansluitend op/gekoppeld aan de aanpakken in andere beleidsdomeinen. Met het Uitvoeringsplan wil de gemeente bovendien al doende leren. Dus geen uitvoerig onderzoek doen dat aan de pilots voorafgaat, maar doen en ontdekken wat werkt en wat niet.

Dit echter wel zo veel mogelijk op basis van data. In het Uitvoeringsplan37 wordt de activiteit getoond in relatie tot een spoor of meerdere sporen. Ook wordt daarbij een tijdslijn gegeven ten aanzien van de uitvoering. In bijlage 6 is de stand van zaken van begin 2023 voor de 14 activiteiten benoemd. Uit deze sporen blijkt dat de gemeente verschillende beleidsuitgangspunten hanteert. In samenvatting zijn dit: • Inwoners waar mogelijk structureel onafhankelijk maken van minimaregelingen. • Verschuiving van compensatie achteraf naar ondersteuning aan de vóórkant. • Verder kijken dan alleen de financiële situatie. Er zijn eveneens raakvlakken met wonen, gezondheid, onderwijs en participatie. Er wordt ingezet op maatwerk, ook bij het gebruik van minimaregelingen. • Minimaregelingen worden alleen voor de doelgroep tot 120 % van het sociaal minimum ingezet, met uitzondering van de IIT (blijft op 110 %) en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (blijft op 100 %). • Er is individuele ondersteuning met maatwerk voor de doelgroep boven 120 % van het sociaal minimum met financiële problemen. 750 inwoners met een inkomen tussen 100 % en 130 % van het sociaal minimum worden actief benaderd door de gemeente. • De pilots uit het schuldenoffensief worden voortgezet. • Er wordt ingezet op het doorbreken van intergenerationele armoede.

• Samen met professionele partners en vrijwilligersorganisaties wordt gestreefd naar meer samenhang onderling en doelgerichte ondersteuning van inwoners. Minimaregelingen en voorzieningen zijn niet alleen een vangnet maar ook een preventie-instrument. Met budgetbeheer wordt voorkomen dat inwoners zwaardere vormen van ondersteuning nodig hebben.

.4 Akk

d ‘Mee v

ek

’

In het meest recente (Bestuurs)akkoord ‘Meer voor elkaar’ voor 2022-202638 uit 2022 (vanaf nu: Akkoord 20222026) worden drie opgaven genoemd. Een daarvan is de opgave ‘Tilburg Kansrijk’. De opgave is gericht op preventie, gezondheid, jeugd en kansengelijkheid. De opgave gaat de groeiende ongelijkheid tegen en biedt perspectief op bestaanszekerheid en een arbeidsmarkt voor iedereen. Op pagina 20 uit het Akkoord 2022-2026 wordt over bestaanszekerheid gesproken: “We helpen mensen om uit armoede en schulden te komen en bieden hen perspectief op bestaanszekerheid. We investeren in wijken en scholen die dat het hardst nodig hebben. Ook blijven we werken aan activering. Vanwege de effecten van de coronacrisis, de toenemende inflatie en de stijgende energieprijzen zetten we de versobering van de minimaregelingen niet door. Tegelijkertijd willen we de bijzondere bijstand verbeteren en onderzoeken we hoe we dat kunnen doen. Daar waar we bureaucratie uit de regelingen kunnen schrappen, doen we dat. Onze aanpak van klantregie zetten we voort. We onderzoeken de ideale caseload en we borgen structureel dat iedereen met een uitkering een eigen klantregisseur heeft. De Meedoenregeling is de afgelopen jaren niet meegegroeid met de inflatie. We brengen deze regeling weer op een gezond niveau van € 135 per gezinslid en indexeren deze vervolgens jaarlijks.

Zo kan iedereen blijven genieten van het rijke aanbod aan cultuur, sport en recreatie in onze stad.”

37

Gemeente Tilburg (27 mei 2021). Uitvoeringsplan bestaanszekerheid: Activeren vanuit nabijheid en maatwerk.

38 Gemeente Tilburg (2022). Akkoord ‘Meer voor elkaar’ 2022-2026.

33

Doelstellingen vanuit het Akkoord 2022-2026 in relatie tot bestaanszekerheid zijn dan ook39: • Iedereen doet mee, doet er toe en telt mee • Iedereen moet kunnen genieten van een rijk aanbod aan cultuur, sport en recreatie • Iedereen wordt geholpen om uit armoede en schulden te komen • Iedereen heeft perspectief op bestaanszekerheid In het Akkoord 2022-2026 zijn ook procescriteria gegeven voor te ontwikkelen activiteiten binnen de ambtelijke organisatie en de maatschappelijke organisaties die een bijdrage leveren aan bestuurlijke doelstellingen. Deze procescriteria zijn40: • Maatwerk: Tilburgers doen mee naar vermogen in een niet prestatiegerichte omgeving die bijdraagt aan bredere participatie in onze samenleving, persoonlijk contact met een doelgerichte ondersteuning van onze minima en hun kinderen, kostenverlaging aan de voorkant. • Uitvoering voorop: Toetsen of ambities, middelen en capaciteit in balans zijn, inzet van een uitvoeringstoets bij nieuwe activiteiten, schrappen van bureaucratie uit de regelingen waar mogelijk. • Wijkgericht waar het kan, gemeentebreed waar het moet: Integrale gebiedsgerichte manier van werken, gekantelde sturing (doen wat nodig is voor inwoners; eerst inwoners dan regels en beleid), gemeente is steunend en niet sturend, wijkverbinders krijgen ruimte om dát te doen wat goed is voor de wijk.

• Inwonerparticipatie: bereiken en betrekken, inwoners bepalen mee bij bepaalde projecten.

2.5 Bijstelling bestaanszekerheidsbeleid Er zijn meerdere zaken bijgesteld in het bestaanszekerheidsbeleid in de afgelopen jaren: • Bestaanszekerheid in het Akkoord 2022-2026 maakt onderdeel uit van de opgave 'Tilburg Kansrijk' en van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. • In het beleid was een versobering aangegeven van de minimaregelingen (waartoe door de raad in 2019 is besloten). Met de vaststelling van de Programmabegroting 202341 is deze versobering definitief niet doorgevoerd vanwege de stijgende energieprijzen en bredere inflatie, en het effect dat dit heeft op de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep inwoners. • De raad is in april 2022 via een raadsbrief geïnformeerd over het voorfinancieren van de EET in 2022 van € 800 (in totaal circa 9,6 miljoen euro), en heeft daar via een raadsvoorstel toe besloten 42. Deze energietoeslag kwam namelijk pas in mei 2022 via het gemeentefonds beschikbaar. • De raad is via een raadsbrief in juli 202243 geïnformeerd over een maatwerkoplossing voor huishoudens die in de financiële problemen komen door gestegen energiekosten en niet in aanmerking komen voor de energietoeslag. Aan stichting TOF is subsidie verstrekt zodat de stichting tegemoetkoming op maat kan geven, de zogenaamde Hoge Energie Rekening (vanaf nu: HER).

• De raad is via een raadsbrief in oktober 202244 geïnformeerd over extra ondersteuning aan inwoners op het gebied van (eenmalige) financiële ondersteuning op korte termijn en maatregelen voor energiebesparing op korte en langere termijn. Het gaat dan om het vergroten van de EET van 120% naar 130%, het verlengen van de aanvraagtermijn voor stichting TOF tot 1 januari 2023, fashioncheques, het uitbreiden van energiecoaches, ondersteuning van activiteiten van woningbouwcorporaties, vouchers voor kleinere energiebesparende maatregelen, verkenning van een witgoedregeling, ondersteuning van lokale initiatieven, het uitbreiden van energieadviseurs, het project Tilburg VerduurzaamT en voorbereiding van de subsidieregeling en de ondersteuning van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. • Tot slot zijn er in juli en december 2022 twee nieuwe subsidieregelingen 45 opgesteld inclusief bijbehorend beoordelingskader46 als juridische grondslag om beschikbare subsidiemiddelen te kunnen verdelen over de subsidieaanvragen die het meeste impact realiseren op bestaanszekerheid. • De Meedoenregeling heeft in 2023 een hogere waarde (van € 135) gekregen en wordt jaarlijks geïndexeerd. 39 Gemeente Tilburg. Maatschappelijke opgave Tilburgers ervaren bestaanszekerheid. 40 Gemeente Tilburg. Maatschappelijk opgave Tilburgers ervaren bestaanszekerheid. 41 Gemeente Tilburg (7 oktober 2022).

Programmabegroting 2023 – Gemeente Tilburg. 42 Gemeente Tilburg (5 april 2022). Raadsbrief ‘Voorfinancieren eenmalige energietoelage’; Gemeente Tilburg (11 april

2022). Raadsvoorstel ‘Eenmalige Energietoeslag 2022’. 43 Gemeente Tilburg (5 juli 2022). Raadsbrief ‘Energiekosten’. 44 Gemeente Tilburg (7 oktober 2022). Raadsbrief ‘Energiearmoede’. 45 Gemeente Tilburg (12 juli 2022). Collegebesluit ‘Subsidieregeling Bestaanszekerheid 2023-2024’; Gemeente Tilburg (13 december 2022). Collegebesluit ‘Subsidieregeling Samen voor Bestaanszekerheid – Subsidies tot 25.000 euro. 46 Gemeente Tilburg. Beoordelingskader Subsidieregeling ‘Samen voor Bestaanszekerheid – Subsidies tot 25.000 euro’; Gemeente Tilburg. Bijlage 1. Beoordelingskader subsidieregeling Bestaanszekerheid 2023-2024. 34

• Vanaf Q3 2023 stelt de gemeente voor de duur van tenminste een half jaar het TOF ook open voor rechtstreekse aanvragen vanuit inwoners als het om medische kosten gaat.47

47 Gemeente Tilburg (4 april 2023). Raadsinformatiebrief ‘Toezeggingen medische kosten’.

35

3. Uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid Hoofdstuk 3 beschrijft op basis van bureauonderzoek (documentatie) en veldonderzoek (interviews) hoe de uitvoering van het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid is georganiseerd (deelvraag 3). Daarbij zijn de volgende vragen gesteld: • 3a. In hoeverre is het bestaanszekerheidsbeleid ‘zelf’ door de gemeente Tilburg dan wel via delegatie of mandatering ‘op afstand’ middels uitvoeringsorganisaties georganiseerd? • 3b. Hoe vindt verantwoording door het college aan de raad plaats over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid?

3.1 Doelgroepen In Tilburg zijn momenteel ruim 15.000 huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, dit is de doelgroep die gebruik kan maken van minimaregelingen. De gemeente48 geeft aan dat de doelgroep op verschillende manieren ingedeeld kan worden: • Met of zonder een participatiewet-uitkering; • Al dan niet gebruik makend van minimaregelingen; • Type huishouden; • Leeftijd. En combinaties van deze indelingen. De gemeente ziet meerdere doelgroepen binnen de sociaal minima die momenteel in hun bestaanszekerheid worden geraakt. De gemeente noemt de werkende armen waaronder tweeverdieners, inwoners die vanwege medische redenen geen betaalde baan hebben, inwoners met een verstandelijke beperking, autisme of hersenletsel - de doelgroep bij zorgverlener Amarant -, studenten, ouderen, dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, (minderjarige) asielzoekers – met name jonge Eritreeërs – en (minderjarige) statushouders. De professionele partners en vrijwilligersorganisaties die (deels) uitvoering geven aan het bestaanszekerheidsbeleid (waarover in een latere paragraaf meer) noemen daarnaast jongeren, grote gezinnen met één ouder of twee ouders met een laagbetaalde baan en AOW’ers met veel medische kosten en vervoerskosten.

3.2 Hulp vanuit de gemeente Hulp aan inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt wordt door de gemeente op meerdere vlakken geboden vanuit de afdeling W&I. Indien er geen of beperkt sprake is van betaald werk en er te weinig financiën zijn om van te leven, kan een inwoner in aanmerking komen voor een algemene bijstandsuitkering. Dit gebeurt op basis van een inkomens- en vermogenstoets. De inwoner krijgt bij toekenning een aanvulling op het inkomen tot de voor hem of haar geldende bijstandsnorm (welke landelijk is bepaald). Er gelden dan verschillende verplichtingen voor de inwoner, zoals de plicht tot sollicitatie om richting betaald werk te bewegen 49. Er is een klantregisseur bij de inwoner betrokken. Door de klantregisseur wordt gekeken naar de vijf leefgebieden waar problemen kunnen zijn opgetreden. De klantregisseur houdt met de inwoner regie op het leefgebied financiën. Indien er sprake is van schulden, gaat Team SHV aan de slag. Op het gebied van de andere vier leefgebieden heeft de klantregisseur geen doorzettingsmacht. Dit betekent bijvoorbeeld dat de klantregisseur geen sociale huurwoning kan regelen in geval een inwoner deze niet bezit.

Indien er geen sprake is of kan zijn van een algemene bijstandsuitkering (de zogenoemde NUG-ers), maar er wel sprake is van problemen op (een van) de vijf leefgebieden, wordt door de consulent bestaanszekerheid gekeken naar welke trede maximaal haalbaar is op de participatieladder50. Hier wordt in gezamenlijkheid met de inwoner naar toe gewerkt. 48 Afdeling Sociaal, Team Bestaanszekerheid. 49 Wat zijn mijn rechten en plichten in de bijstand? | Rijksoverheid.nl

50

De participatieladder bestaat uit 1. betaald werk, 2. betaald werk met ondersteuning, 3. onbetaald werk, 4. deelname aan georganiseerde activiteiten, 5. sociale contacten buitenshuis en 6. geïsoleerd. 36

Team SHV biedt specifiek hulp aan inwoners met financiële problemen. Hierbij wordt gewerkt met een vaste contactpersoon voor de inwoner. Deze medewerker kijkt breed naar de financiële situatie van de inwoner, werkt vanuit vertrouwen en houdt de inwoner vast in de zoektocht naar oplossingen voor de financiële problemen en tijdens het eventuele schuldsaneringstraject. Vanuit vroegsignalering en het project bestaanszekerheid worden huisbezoeken gedaan om hulp vanuit de gemeente aan te kunnen bieden aan inwoners. Ook wordt maatwerk geboden. Dit gebeurt binnen de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft en is mogelijk voor bijna alle gemeentelijke regelingen en voorzieningen. Een voorbeeld is dat voor de regeling bijzondere bijstand de gemeente een draagkrachtberekening kent, waarmee wordt bepaald wat de inwoner zelf in kosten kan bijdragen. Met een inkomen hoger dan 120% van het sociaal minimum kan de inwoner toch (gedeeltelijk) bijzondere bijstand ontvangen, afhankelijk van de specifieke kosten die de inwoner heeft. Dit zijn uitzonderingen. Wanneer er sprake is van noodzakelijke kosten die niet vanuit de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft kunnen worden vergoed, bestaat er nog de mogelijkheid van een vergoeding via het maatwerkbudget vanuit de Toegang of via stichting TOF.

Criteria voor beide maatwerkvoorzieningen zijn dat er sprake moet zijn van het ontbreken van een wettelijke voorliggende voorziening, noodzaak van kosten, een schrijnende situatie én dat de vergoeding bijdraagt aan de individuele situatie van de inwoner. Ook is door de gemeente een maatwerkvoorziening in het leven groepen voor huishoudens met hoge energiekosten die zij niet meer kunnen betalen; de HER. Criterium is of een huishouden na de vaste lasten wel of niet voldoende overhoudt om de gestegen energiekosten te kunnen betalen. Een voorbeeld van hulp via stichting TOF als maatwerkvoorziening: de EET is een toeslag vanuit het Rijk die gold voor inwoners die leefden tot 120% van het sociaal minimum, ruim 15.000 huishoudens in Tilburg. De gemeente heeft 97% van alle inwoners waarvoor de toeslag gold, in beeld gekregen en voor die groep de toeslag automatisch kunnen verstrekken (alleen wanneer inkomensgegevens bekend waren). Er bleek echter een groep te zijn die daar net buiten viel. Deze groep kon geholpen worden via stichting TOF. Het ging onder andere om studenten. Voor de groep zelfstandig wonende studenten met een laag inkomen en een eigen energiecontract is een nieuwe regeling door de gemeente in het leven geroepen zodat deze groep ook in aanmerking kwam voor de EET in 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476993/1