255395-RKT Onderzoeksrapport Een zekere onzekerheid sept2023
Tekst van het document
Een zekere onzekerheid
Een onderzoek naar het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid en het vermogen in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen hierin
Rekenkamer Tilburg september 2023
Hayke Veldman, Hans Mulder, Marloes van Rijswijk-van Mook, Marga Vermeer, Deborah van Gestel-Mulders
0
INHOUD
Dankwoord
3
DEEL 1. Bestuurlijke Nota
4
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
5 7 7 7 8 13 15
Inleiding Onderzoeksaanpak en afbakening Leeswijzer Hoor en wederhoor Bevindingen Conclusies Aanbevelingen
DEEL 2. Bestuurlijke reactie College van Burgemeester en Wethouders
17
DEEL 3. Nota van Bevindingen
22
1.
Totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid tot 2020 1.1 Beleidskader ‘Aanpak armoede’ 1.2 De drie decentralisatie vanuit het Rijk 1.3 Vitaliteitsfoto 1.4 Agenda Sociaal 013 1.5 Bestuursakkoord ‘Gezond en gelukkig in Tilburg’ 1.6 Sociaal en veerkrachtig Tilburg
23 23 24 24 25 25 25
2.
Huidige bestaanszekerheidsbeleid (2020-2023) 2.1 Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ 2.2 Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ 2.3 Uitvoeringsplan bestaanszekerheid 2.4 Akkoord ‘Meer voor elkaar’ 2.5 Bijstelling bestaanszekerheid in afgelopen jaren
27 27 31 32 33 34
3.
Uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid 3.1 Doelgroepen 3.2 Hulp vanuit de gemeente 3.3 Regelingen en voorzieningen 3.4 Samenhang tussen regelingen en voorzieningen 3.5 Professionele partners en vrijwilligersorganisaties 3.6 Verantwoording over uitvoering van beleid
36 36 36 37 39 39 41
4.
Sturen op actualiteit bestaanszekerheidsbeleid en aansluiting op doelgroepen 4.1 Monitoring van effecten van beleid 4.2 Vindplaats nieuwe inwoners 4.3 Monitoring van maatschappelijke ontwikkelingen 4.4 Evaluatie en actualisatie van beleid 4.5 Kaderstellende en controlerende rol raad
42 42 43 43 43 44
1
5.
Ervaringen en verbetersuggesties inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties 5.1 Volgens inwoners 5.2 Volgens gemeenteraad 5.3 Volgens ambtelijke organisatie 5.4 Volgens professionele partners en vrijwilligersorganisaties 5.5 Volgens Sociale Raad Tilburg 5.6 Mystery guest onderzoek
Lijst met afkortingen
45 45 46 47 48 49 49 51
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bijlagen
52
Bijlage 1: Vragenlijsten voor interviews Bijlage 2: Bijstandsnormen per juli 2023 Bijlage 3: Financiële stand van zaken Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ Bijlage 4: Indicatoren en streefwaarden Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ Bijlage 5: Subdoelen, indicatoren en streefwaarden Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ Bijlage 6: Stand van zaken Uitvoeringsplan bestaanszekerheid Bijlage 7: Gemeentelijke regelingen en voorzieningen bestaanszekerheid Bijlage 8: Samenwerking tussen professionele partners en vrijwilligersorganisaties Bijlage 9: Ervaringen professionele partners en vrijwilligersorganisaties
53 54 55 57 58 60 61 66 68
2
Dankwoord Bij het rekenkameronderzoek naar bestaanszekerheid zijn zowel de gemeente Tilburg, professionele partners en vrijwilligersorganisaties, als Tilburgers die in bestaansonzekerheid leven of leefden, betrokken. Ons dankwoord richt zich in eerste instantie tot de gemeente; richting de portefeuillehouder bestaanszekerheid en richting de ambtenaren waar wij contact mee hebben onderhouden tijdens het onderzoek en met hen die wij hebben gesproken ten behoeve van het krijgen van een beeld van het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan. Een speciaal dankwoord richting de professionele partners en vrijwilligersorganisaties die gehoor hebben gegeven aan onze oproep met ons in gesprek te gaan; uw ervaringen hebben waardevolle informatie voor dit rapport opgeleverd. En dan de Tilburgers waar het om draait, zij die in bestaansonzekerheid leven of leefden. Wij hebben een aantal van u mogen spreken ten behoeve van het onderzoek. Uw deelname, maar vooral uw verhalen en ervaringen waren zeer indrukwekkend en hebben veel bruikbare inzichten voor het onderzoek gebracht.
3
DEEL 1 BESTUURLIJKE NOTA
4
1. Inleiding Aanleiding Steeds meer Nederlanders kunnen niet goed (meer) rondkomen. Een groeiend aantal huishoudens zit financieel klem als gevolg van stijgende kosten, bovenop de al hoge vaste lasten. De balans tussen inkomsten en uitgaven is zoek. Een steeds groter deel van het inkomen gaat naar basisvoorzieningen zoals wonen, boodschappen en energie. Te weinig financiële armslag om basisvoorzieningen (wonen, zorg, boodschappen, energie, vervoer) te kunnen bekostigen, betekent leven in bestaansonzekerheid.1 Bestaansonzekerheid heeft in de basis drie consequenties voor inwoners: door financiële onzekerheid worden financiële beslissingen of aankopen uit- of afgesteld, door psychologische onzekerheid ontstaan lichamelijke en psychische klachten, ontstaat er stress en levenslooponzekerheid waarbij keuzes rondom uit huis gaan, trouwen en kinderen krijgen problematisch worden. Bestaansonzekerheid resulteert bovendien in een weerloze maatschappij; tussen bevolkingsgroepen ontstaan sterke verschillen in de kansen die zij krijgen met diverse maatschappelijke consequenties ten gevolg.2 Bestaanszekerheid is dus van belang voor mensen om op een volwaardige manier te kunnen meedoen in de samenleving en voor de samenleving als geheel.
Daarbij gaat het in Tilburgse begrippen niet alleen om voldoende inkomen, maar ook om een betaalbare woning, voldoende te eten, toegang tot goede en betaalbare zorg en onderwijs en werk of andere dagbesteding die structuur en zin aan de dag geeft. Gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein vormen een belangrijk vangnet voor mensen die (tijdelijk) niet mee kunnen doen aan de samenleving of zich niet zelf kunnen redden. Dat geldt vooral voor inwoners in een kwetsbare situatie: zij die te maken hebben met een stapeling van problemen – zoals lichamelijke beperkingen, financiële problemen of problemen in het gezin – en die daarnaast weinig economische en persoonlijke hulpbronnen hebben, zoals inkomen, regie en veerkracht. Deze inwoners staan vaak aan de zijlijn. Anno 2023 bevinden zich circa 1,3 miljoen volwassen Nederlanders (10%) in een dergelijke kwetsbare situatie3. In Tilburg gaat het momenteel om ruim 15.000 huishoudens , zij leven van maximaal 120% van het sociaal minimum (bijstandsniveau). De gemeente Tilburg (vanaf nu: gemeente) streeft naar het bieden van bestaanszekerheid voor iedere Tilburger, en zeker voor de meest kwetsbaren. De opgave van het bestaanszekerheidsbeleid ligt erin om inwoners te ondersteunen die dat nodig hebben, en daarbij ook hun eigen veerkracht en die van hun omgeving te versterken.
Bestaanszekerheid is de laatste jaren door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de impact van de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne met hoge gas- en stroomprijzen tot gevolg, de koopkrachtdaling door de hoge inflatie en door stijgende huur- en koopprijzen van woningen, meer onder druk komen te staan. Er is een toename van het aantal Tilburgers in bestaansonzekerheid. Het gaat daarbij om inwoners die al bekend zijn bij de gemeente. Maar ook om nieuwe inwoners die als nieuwe sociaal minima worden gekenmerkt of net buiten de boot vallen, maar wel hulp nodig hebben. Het is de vraag of, en zo ja hoe bestaande en nieuwe inwoners in beeld zijn of komen bij de gemeente. En of inwoners in aanmerking komen voor gemeentelijke hulp en hiermee ook geholpen zijn. De Rekenkamer Tilburg (vanaf nu: RKT) is geïnteresseerd in hoe hier in de ontwikkeling en de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente mee wordt omgegaan. In het verlengde hiervan ligt de vraag in hoeverre het bestaanszekerheidsbeleid wendbaar is bij maatschappelijke ontwikkelingen die inwoners raken. En wat daarbij de rol van de gemeenteraad van Tilburg (vanaf nu: raad) is. Als laatste is de RKT geïnteresseerd in welke ervaringen en verbetersuggesties inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties hebben.
1 Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) (maart 2023). Essay ‘Bestaanszekerheid als belofte – Naar een lokale
agenda bestaanszekerheid’. 2 Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) (maart 2023). Essay ‘Bestaanszekerheid als belofte – Naar een lokale agenda bestaanszekerheid’. 3 Sociaal en cultureel planbureau (april 2023). Sociale en culture ontwikkelingen – Stand van zaken 2023. 5
Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is meervoudig. Het onderzoek beoogt inzicht te bieden in: -
hoe het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid tot stand is gekomen en hoe dit er momenteel uit ziet; hoe de uitvoering van het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid in de praktijk is georganiseerd; in hoeverre en hoe er voor wordt gezorgd dat het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid in de praktijk voldoende toegesneden is en blijft op datgene wat ‘bekende’ èn ‘nieuwe’ doelgroepen nodig hebben als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen in de samenleving; wat de rol van de gemeenteraad hierbij is; en welke ervaringen en verbetersuggesties inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties.
-
Centrale onderzoeksvraag In navolging van de doelstelling is de volgende centrale vraagstelling geformuleerd:
Hoe is het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid tot stand gekomen en hoe ziet dit er momenteel uit, hoe is de uitvoering van het beleid georganiseerd, in hoeverre en hoe wordt gestuurd op de actualiteit inclusief aansluiting op doelgroepen, wat is de rol van de gemeenteraad hierbij en welke ervaringen hebben inwoners, gemeente, professionele partners en vrijwilligersorganisaties met het beleid en de uitvoering?
De vraagstelling heeft dus elementen van zowel doeltreffendheid als doelmatigheid in zich. Daarbij zijn de volgende deelvragen geformuleerd: 1.
2.
3.
4.
5.
Hoe is het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid tot stand gekomen? a. Welk beleid voerde de gemeente in de afgelopen jaren op het gebied van bestaanszekerheid? b. Welk deel van het bestaanszekerheidsbeleid is centraal (vanuit het Rijk) en welk deel is decentraal (vanuit de gemeente) tot stand gekomen? c. Is er door de gemeente een omgevingsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de ontwikkelingen in de samenleving die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid? d. Is er bij de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente sprake van inspraak en participatie vanuit inwoners? Hoe ziet het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid er uit? a. Hoe is het beleid opgebouwd? b. Wat zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het beleid? Hoe is de uitvoering van het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid georganiseerd? a. In hoeverre is het bestaanszekerheidsbeleid ‘zelf’ door de gemeente Tilburg dan wel via delegatie of mandatering ‘op afstand’ middels uitvoeringsorganisaties georganiseerd? b. Hoe vindt verantwoording door het college aan de raad plaats over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid? In hoeverre en hoe wordt gestuurd op de actualiteit in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid, inclusief aansluiting op ‘bekende’ en ‘nieuwe’ doelgroepen? a.
In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid plaats? b. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? c. In hoeverre vindt (systematisch) evaluatie en eventuele actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? d. Wat is de rol van de raad bij de monitoring van ontwikkelingen en effecten, en bij evaluatie en actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid? Hoe wordt het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering ervaren? a. Wat zijn de verbetersuggesties van inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties? b. Wat zijn de verbetersuggesties van de Sociale Raad Tilburg? c. Wat zijn de verbetersuggesties vanuit het mystery guest onderzoek van de Rekenkamer Tilburg?
6
2. Onderzoeksaanpak en afbakening Het onderzoek is gestart in november 2022 en afgerond in juni 2023. Het onderzoek omvat de volgende onderzoeksopzet ter beantwoording van de centrale vraagstelling en deelvragen: • Bureauonderzoek: Verdieping in algemene documentatie over bestaanszekerheid en in gemeentelijke documenten over het bestaanszekerheidsbeleid. • Veldonderzoek: Om de gemeentelijke documenten over het bestaanszekerheidsbeleid beter te kunnen doorgronden zijn interviews gehouden met: ➢ De woordvoerders bestaanszekerheid en werk & inkomen (vanuit de raad) ➢ De portefeuillehouder bestaanszekerheid vanuit het college van B&W (vanaf nu: college) ➢ 4 ambtenaren van de afdeling Sociaal en 12 ambtenaren van de afdeling Werk & Inkomen (vanaf nu: W&I) ➢ 6 professionele partners en vrijwilligersorganisaties die zorg dragen voor de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid ➢ 8 inwoners van de gemeente die te maken hebben (gehad) met het bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan ➢ Aangevuld met leden van de Sociale Raad Tilburg (vanaf nu: SRT) Zie bijlage 1 voor een overzicht van interviewvragen. Om een goed beeld te krijgen van de doorwerking van de bestaanszekerheidsbeleid in de praktijk, heeft de RKT gebruik gemaakt van de onderzoeksmethode ‘storytelling’ in gesprekken met inwoners en professionele partners en vrijwilligersorganisaties.
Storytelling Het verzamelen van de ervaringen met het huidige bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering daarvan schetst een beeld hoe het bestaanszekerheidsbeleid in de praktijk ervaren wordt. Deze ervaringen zijn verzameld via inwoners die betrokken wilden worden bij het onderzoek (benaderd via afdeling W&I en professionele partners en vrijwilligersorganisaties) en via professionele partners en vrijwilligersorganisaties zelf (die onderdelen van het bestaanszekerheidsbeleid uitvoeren). Als uitgangspunt zijn ervaringen opgetekend aan de hand van de vragen: • welke maatschappelijke ontwikkelingen een relatie hebben tot bestaanszekerheid • of er voldoende aansluiting gevonden wordt op bestaande inwoners zoals bekend bij de gemeente die in hun bestaanszekerheid worden geraakt • of er voldoende inspanning wordt verricht om nieuwe inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt in beeld te krijgen • of er voldoende aansluiting gevonden wordt op nieuwe in beeld gekomen inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt • hoe bestaande en nieuwe inwoners de hulp van de gemeente en de regelingen en voorzieningen ervaren • welke suggesties betrokkenen hebben hoe het beter kan
In dit kader heeft de RKT zelf een mystery guest onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop het aanvragen van een gemeentelijke regeling of toeslag verloopt en hoe het contact met de gemeente door de RKT zelf wordt ervaren. Eveneens is bekeken hoe de gemeentelijke website de weg wijst naar de verschillende regelingen of toeslagen.
3. Leeswijzer De opzet van deze rapportage is als volgt. In deze Bestuurlijke nota (deel 1) geeft de RKT haar bevindingen, conclusies en aanbevelingen. In deel 2 is de bestuurlijke reactie van het college opgenomen. In deel 3, de Nota van bevindingen, wordt een uitgebreider verslag gegeven van de resultaten van het onderzoek.
4. Hoor en wederhoor Hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden door de verslagen van interviews ter verificatie op onjuistheden en onvolledigheden terug te leggen bij geïnterviewden uit de gemeente Tilburg, de geïnterviewde professionele partners en vrijwilligersorganisaties en geïnterviewde inwoners. Aan de geïnterviewden heeft de RKT vervolgens het verzoek gedaan om de Nota van Bevindingen (deel 3) en de Bijlagen te toetsen op feitelijke
7
onjuistheden en onvolledigheden. De door hen genoemde suggesties zijn door de RKT overgenomen wanneer het ook feitelijke onjuistheden of onvolledigheden betrof. Vervolgens is het ontwerprapport bestaande uit de Bestuurlijke Nota (deel 1), de Nota van Bevindingen (deel 3) en de Bijlagen aangeboden aan het college met het verzoek om een bestuurlijke reactie. Deze reactie (deel 2) is integraal opgenomen in het eindrapport.
5. Bevindingen De bevindingen vormen de beantwoording van de deelvragen 1 t/m 5. Deelvraag 1 luidt als volgt: Hoe is het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid tot stand gekomen? • 1a. Welk beleid voerde de gemeente in de afgelopen jaren op het gebied van bestaanszekerheid? • 1b. Welk deel van het bestaanszekerheidsbeleid is centraal (vanuit het Rijk) en welk deel is decentraal (vanuit de gemeente) tot stand gekomen? • 1c. Is er door de gemeente een omgevingsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de ontwikkelingen in de samenleving die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid? • 1d. Is er bij de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente sprake van inspraak en participatie vanuit inwoners? De beantwoording van deelvraag 1 luidt: 1a. Welk beleid voerde de gemeente in de afgelopen jaren op het gebied van bestaanszekerheid? • In de afgelopen tien jaar is door de gemeente een actief armoedebeleid en later bestaanszekerheidsbeleid gevoerd. Tot 2017 met name gericht op het tegengaan van armoede en schulden; d.w.z. het bieden van financiële ondersteuning. Vanaf 2017 gericht op het bewerkstellingen van bestaanszekerheid in bredere zin dan enkel financiële ondersteuning.
• De focus op bestaanszekerheid in bredere zin is ontstaan naar aanleiding van de drie decentralisaties in het sociaal domein in 2015, waarbij het doen wat nodig is voor inwoners meer centraal kwam te staan. • In 2016 is door de gemeente een ‘Vitaliteitsfoto’ gemaakt waarbij de belangrijkste opgaven voor de gemeente naar voren kwamen. Daarbij bleek het nodig om te werken aan het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. • De inhoudelijke drijvers van een sociaal en veerkrachtig Tilburg kwamen vanuit de Agenda Sociaal 013; Goede start, Optimale kansen, Ruimte om te leven, In een wereld die mij ziet. Deze drijvers, oftewel waarden, kwamen voort uit een serie stadsgesprekken en verdiepende gesprekken met professionals in 2016. • De waarden uit de Agenda Sociaal 013 zijn opgenomen in het Bestuursakkoord voor 2018-2022. De Agenda Sociaal 013 en het Bestuursakkoord 2018-2022 liggen aan de basis voor het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. In het Bestuursakkoord 2018-2022 wordt vervolgens voor het eerst gesproken over ‘bestaanszekerheid’ waarbij een brede definitie van bestaanszekerheid gehanteerd wordt. 1b. Welk deel van het bestaanszekerheidsbeleid is centraal (vanuit het Rijk) en welk deel is decentraal (vanuit de gemeente) tot stand gekomen? • Het eerdere armoedebeleid en latere bestaanszekerheidsbeleid is door de gemeente tot stand gebracht.
Daarbij is de gemeente beïnvloed door de drie decentralisaties binnen het sociaal domein in 2015, zoals door het Rijk geïnitieerd; er kwam meer nadruk te liggen op doen wat nodig is voor inwoners. • De vrijheid van gemeenten om eigen beleid te maken is beperkt. Dat komt onder andere door de beperkende werking van landelijke wet- en regelgeving. 1c. Is er door de gemeente een omgevingsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de ontwikkelingen in de samenleving die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid? Een omgevingsanalyse is op meerdere momenten door de gemeente gedaan: • In 2016 is een serie stadsgesprekken en verdiepende gesprekken met professionals gehouden met als uitkomst de Agenda Sociaal 013 met de drijvers/waarden voor een sociaal en veerkrachtig Tilburg.
8
• In 2018 is door bureau Panteia, in opdracht van de gemeente, onderzoek gedaan ter evaluatie van het armoede- en schuldenbeleid. • In 2019 zijn data geanalyseerd van de groep sociaal minima en zijn gesprekken met raadsleden, ervaringsdeskundigen en professionals gevoerd. Dit diende als basis voor de ontwikkeling van een nieuwe visie op het bestaanszekerheidsbeleid voor de periode 2020-2023 met als uitgangspunt minder inwoners zonder perspectief en inwoners die meer gebruik maken van inkomensondersteunende regelingen. 1d. Is er bij de totstandkoming van het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente sprake van inspraak en participatie vanuit inwoners? Er was sprake van inspraak en participatie vanuit inwoners en professionals bij de totstandkoming van de Agenda Sociaal 013; inwoners en professionals droegen bij aan het bepalen van de vier drijvers/waarden voor het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. Deelvraag 2 luidt als volgt: Hoe ziet het huidige Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid er uit? • 2a. Hoe is het bestaansbeleid opgebouwd? • 2b. Wat zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het bestaansbeleid? De beantwoording van deelvraag 2 luidt: 2a. Hoe is het bestaansbeleid opgebouwd? • De Beleidsnota ‘Visie bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ uit 2019 zet in op een nieuwe visie op bestaanszekerheidsbeleid.
• De Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg 2020-2023’ uit 2020 draagt bij aan het versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg als één van de belangrijkste opgaven van de gemeente om aan te werken, zoals in 2016 vastgesteld middels de ‘Vitaliteitsfoto’. • Eén van de vijf doelen die in de Kadernota benoemd zijn, is ‘Tilburgers ervaren bestaanszekerheid’. In de Kadernota zijn de doelen, indicatoren en streefwaarden voor dit doel benoemd. Ook zijn in de Kadernota de subdoelen, indicatoren en streefwaarden benoemd vanuit de Beleidsnota (één van de drie Beleidsnota’s die tot deze Kadernota behoort). Deze subdoelen, indicatoren en streefwaarden geven richting aan het Uitvoeringsplan ‘bestaanszekerheid’. • Het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ uit 2022 voor de periode 2022-2026 benoemd drie opgaven. Eén daarvan is ‘Tilburg Kansrijk’. Deze opgave komt in plaats van een sociaal en veerkrachtig Tilburg. Hierin is de verdere inzet op bestaanszekerheid verankerd. 2b. Wat zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het bestaanszekerheidsbeleid? • In de nieuwe visie voor bestaanszekerheid uit 2019 wordt door de gemeente een breder begrip van bestaanszekerheid gehanteerd dan enkel het bieden van financiële ondersteuning voor inwoners (waar het eerdere armoedebeleid zich primair op richtte).
Het gaat ook om een dak boven je hoofd, rond kunnen komen, voldoende en gezond eten, werk of een andere zinvolle dagbesteding. De nieuwe visie is dan ook vertaald in de thema’s inkomen en uitgaven, participatie/meedoen in de samenleving, wonen, gezondheid, en onderwijs en opleiding. • Vanuit deze nieuwe visie zijn er vijf uitgangspunten vastgesteld voor bestaanszekerheid: 1. Perspectief bieden vanuit nabijheid en maatwerk, 2. Van compenserend achteraf naar kostenverlaging aan de voorkant, 3. Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, 4. Doorbreken van intergenerationele armoede4 en 5. Ondersteuning vanuit voorzieningen en minimaregelingen. • Het Uitvoeringsplan ‘bestaanszekerheid’ uit 2021 kent vijf sporen met een 14-tal activiteiten om de vijf uitgangspunten uit de nieuwe visie te realiseren. Spoor A en E vormen de kern van de beweging die de gemeente met de nieuwe visie wil maken: door meer persoonlijk contact en doelgerichte ondersteuning
4 Ten aanzien van het doorbreken van intergenerationele armoede toont onderzoek uit maart 2023 van het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) aan dat de laatste 25 jaar kinderen uit een laag-inkomensgezin slechts 10% zelf risico op armoede loopt. Met andere woorden; wie als dubbeltje wordt geboren, kan vaak een kwartje worden en regelmatig zelfs meer. Ook het omgekeerde geldt; als ouders een hoog inkomen hebben, is er geen garantie dat kinderen dat zelf later ook hebben.
9
van minima, meer financiële zelfredzaamheid en minder afhankelijkheid van minimaregelingen. Spoor B, C, en D betreffen nieuwe, (meerjarige) pilots die bijdragen aan het voorkomen van armoede en het doorbreken van intergenerationele armoede. • De doelstellingen vanuit het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ uit 2022 in relatie tot bestaanszekerheid zijn; Iedereen doet mee, doet er toe en telt mee. Iedereen moet kunnen genieten van een rijk aanbod aan cultuur, sport en recreatie. Iedereen wordt geholpen om uit armoede en schulden te komen. Iedereen heeft perspectief op bestaanszekerheid. De procescriteria die zijn benoemd zijn maatwerk, uitvoering voorop, wijkgericht waar het kan, gemeentebreed waar het moet en met inwonersparticipatie. Deelvraag 3 luidt als volgt: Hoe is de uitvoering van het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid georganiseerd? • 3a. In hoeverre is het bestaanszekerheidsbeleid ‘zelf’ door de gemeente Tilburg dan wel via delegatie of mandatering ‘op afstand’ middels uitvoeringsorganisaties georganiseerd? • 3b. Hoe vindt verantwoording door het college aan de raad plaats over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid? De beantwoording van deelvraag 3 luidt: 3a.
In hoeverre is het bestaanszekerheidsbeleid ‘zelf’ door de gemeente Tilburg dan wel via delegatie of mandatering ‘op afstand’ middels uitvoeringsorganisaties georganiseerd? • De groep inwoners die in hun bestaanszekerheid wordt geraakt en bekend is bij de gemeente bestaat momenteel uit ruim 15.000 huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, zogenoemde sociaal minima. • De inwoners uit deze groep komen in aanmerking voor de (momenteel 13) verschillende (minima)regelingen en voorzieningen van de gemeente. Ook zijn er regelingen en voorzieningen vanuit het Rijk waar inwoners uit deze groep gebruik van kunnen maken. Denk onder andere aan uitkeringen, toeslagen en het tijdelijk energieplafond. • De afdeling W&I voert de minimaregelingen en voorzieningen van de gemeente (zelf) uit. Bij de aanvraag door de inwoner of hulpinstantie voor een bepaalde regeling of voorziening voor de inwoner wordt door afdeling W&I getoetst of de inwoner voldoet aan de geldende criteria. Er wordt door afdeling W&I ook breed - naar de vijf leefgebieden van de inwoner - gekeken om andere relevante regelingen en voorzieningen die niet zijn aangevraagd, toch aan te kunnen bieden. Voldoet de inwoner niet (exact) aan de geldende criteria voor een regeling of voorziening, dan kan door de gemeente maatwerk worden geboden om toch hulp te kunnen bieden.
Maatwerk past altijd binnen de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft. Maatwerk binnen de wettelijke mogelijkheden is eerder de uitzondering dan de regel. Indien er sprake is van noodzakelijke kosten die niet vanuit de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft kunnen worden vergoed, is er de mogelijkheid van een vergoeding via het maatwerkbudget vanuit de Toegang of via stichting TOF. Er gelden specifieke criteria om voor een maatwerkvoorziening via deze route in aanmerking te komen. • Indien er sprake is van schulden biedt Team Schuldhulpverlening (vanaf nu: Team SHV) van de afdeling W&I specifieke hulp. Vanuit vroegsignalering en het project bestaanszekerheid worden huisbezoeken gedaan om outreachend hulp aan inwoners aan te kunnen bieden. • De uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid is, naast de afdeling W&I, óók in handen van verschillende professionele partners en vrijwilligersorganisaties. Deze partners van de gemeente werken onderling in verschillende samenstellingen samen om de juiste hulp aan inwoners te kunnen bieden. 3b.
Hoe vindt verantwoording door het college aan de raad plaats over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid? • Het college verantwoordt aan de raad over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid via de P&Ccyclus (Programmabegrotingen, Jaarstukken) en via raadsinformatiebrieven en informatiebijeenkomsten, waarbij de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van (onderdelen van) het Uitvoeringsplan bestaanszekerheid. • Ook de raad zelf wint informatie in over de uitvoering van het bestaanszekerheidsbeleid. Raadsleden ontvangen signalen via inwoners en de eigen achterban. En ook via de Nationale Ombudsman, het Platform Sociale Zekerheid, de SRT en via onderzoek. De fracties stellen artikel 41 vragen aan het college,
10
stellen vragen aan de portefeuillehouder en houden zogenoemde ‘koffiekamergesprekken’ met de portefeuillehouder. Deelvraag 4 luidt als volgt: In hoeverre en hoe wordt er gestuurd op de actualiteit van het bestaanszekerheidsbeleid, inclusief aansluiting op ‘bekende’ en ‘nieuwe’ doelgroepen? • 4a. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4b. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4c. In hoeverre vindt (systematisch) evaluatie en eventuele actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • 4d. Wat is de rol van de raad bij de monitoring van ontwikkelingen en effecten, en bij evaluatie en actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid? De beantwoording van deelvraag 4 luidt: 4a. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • De gemeente benoemt de inflatie - waaronder de gestegen kosten voor energie en gestegen kosten voor boodschappen -, de gevolgen van de coronacrisis en de woningcrisis als de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die bestaanszekerheid van inwoners anno 2023 raken.
• Er is echter geen methodiek waarbij de gemeente de maatschappelijke ontwikkelingen die bestaanszekerheid van inwoners (dreigen te) raken, systematisch monitort. • Wel is het zo dat via data5 die de gemeente (systematisch) verzamelt, de maatschappelijke ontwikkelingen indirect in beeld komen bij de gemeente; inwoners maken namelijk gebruik van bepaalde regelingen en voorzieningen. Een goed voorbeeld hiervan is dat door de energiecrisis de eenmalige energietoeslag (vanaf nu: EET) door de gemeente automatisch is verstrekt aan de huishoudens die tot 120% van het sociaal minimum leefden en waarvan de recente inkomensgegevens bij de gemeente bekend waren. Zo is zo’n 97% (van ruim 15.000 huishoudens) bereikt. Separaat hebben zo’n 6.000 a 7.000 huishoudens zich gemeld bij de gemeente voor de EET middels een losse aanvraag, een groep die nog niet in beeld was bij de gemeente. Dit betrof huishoudens waarvan geen recente inkomensgegevens bij de gemeente bekend waren, huishoudens die boven 120% van het sociaal minimum leefden en met een eigen vermogen boven de bijstandsgrens en studenten. 4b. In hoeverre vindt (systematisch) monitoring van de effecten van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • De gemeente hanteert verschillende manieren om (systematisch) data te krijgen om het bestaanszekerheidsbeleid te kunnen monitoren en waar nodig tussentijds bij te stellen.
• De jaarlijkse Armoedemonitor (c.q. Monitor bestaanszekerheid) wordt daarbij als leidend gezien door de gemeente; de monitor geeft de indicatoren en streefwaarden en stand van zaken weer zoals uit de Beleidsnota en Kadernota zijn benoemd. Data worden daarnaast verkregen via de stand van zaken en resultaten van het Uitvoeringsplan bestaanszekerheid, contact met inwoners (via de afdeling W&I en de afdeling Sociaal), contact met professionele - en vrijwilligersorganisaties, informatie uit kwartaalrapportages of (half)jaarlijkse rapportages van professionele partners en vrijwilligersorganisaties, het Platform Sociale Zekerheid en gemeentelijke overleggen tussen afdelingen met andere gemeenten. • Met deze data wordt het bestaanszekerheidsbeleid door de gemeente frequent beoordeelt. Daarbij stelt de gemeente steeds de vraag of de gemeentelijke regelingen en voorzieningen nog passen bij de bestaande sociaal minima die al van de gemeentelijke regelingen en voorzieningen gebruik maken. • De gemeente verwacht dat zo’n 3% van de groep die tot 120% van het bestaansminimum leeft momenteel nog onbekend is bij de gemeente. Immers, aan 97% van deze groep kon de EET automatisch worden uitgekeerd. Het vinden van nieuwe inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt (en dus nog niet bekend zijn bij de gemeente), gebeurt min of meer bij toeval.
Een voorbeeld is de EET waarbij een nieuwe groep inwoners gevonden werd doordat zij zich zelf aanmeldden. De gemeente is op dit
5 Data worden verzameld via de Armoedemonitor c.q. Monitor bestaanszekerheid, de stand van zaken betreffende het
Uitvoeringsplan bestaanszekerheid, contact met inwoners, met professionele partners en vrijwilligersorganisaties, het Platform Sociale Zekerheid en gemeentelijke overleggen. 11
moment nog niet bekend met welke andere vormen van ondersteuning deze nieuwe groep, buiten de EET, mogelijk verder nog nodig heeft. 4c. In hoeverre vindt (systematisch) evaluatie en eventuele actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid plaats? • Het college voert, in zijn algemeenheid, het beleid uit binnen de kaders die door de raad zijn gesteld, houdt de stappen die worden gezet en de resultaten die met het beleid worden bereikt in zicht, stuurt waar nodig bij en rapporteert hierover richting de raad. Na een periode van vier jaar, geeft het college de raad inzicht in de evaluatie en eventuele actualisatie van het beleid. • Het huidige bestaanszekerheidsbeleid omvat een periode van vier jaar (2020 – 2023). De Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid’ wordt einde 2023 geëvalueerd. Er komt ook een terugblik op de Kadernota ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’. Dit vindt niet in de vorm van een evaluatie plaats omdat de Kadernota nog steeds voldoende aansluit op het Akkoord ‘Meer voor elkaar’. • Bij de evaluatie van het bestaanszekerheidsbeleid zullen data wederom van belang zijn.
De portefeuillehouder bestaanszekerheid wil daarbij met name inzetten op het evalueren van de huisbezoeken vanuit afdeling W&I, de wijze waarop data de huidige gemeentelijke regelingen en voorzieningen kunnen versterken en de wijze waarop de informatie vanuit data resulteren in nieuwe gemeentelijke regelingen en voorzieningen. 4d. Wat is de rol van de raad bij de monitoring van ontwikkelingen en effecten, en bij evaluatie en actualisatie van het bestaanszekerheidsbeleid? • De raad is, in zijn algemeenheid, kaderstellend bij de vaststelling van gewijzigd of nieuw beleid. De raad is controlerend met name via de P&C-cyclus; door vaststelling van de jaarlijkse Programmabegroting, Jaarstukken en Tussentijdse rapportages. • Vanuit de raad wordt door de gemeente veel betrokkenheid ervaren bij het bestaanszekerheidsbeleid. Er zijn vaste woordvoerders bestaanszekerheid vanuit de fracties, er zijn verschillende moties en een enkel amendement ingediend bij de laatste Programmabegroting (2023) en er worden regelmatig schriftelijke vragen worden gesteld door raadsleden. Bij de voorbereiding van het huidige bestaanszekerheidsbeleid, zijn er meerdere sessies vanuit de gemeente geweest om de raad mee te laten denken bij de totstandkoming van het beleid. Deelvraag 5 luidt als volgt: Hoe wordt de het Tilburgse bestaanszekerheidsbeleid en de uitvoering ervaren? • 5a.
Wat zijn de verbetersuggesties van inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties? • 5b. Wat zijn de verbetersuggesties van de Sociale Raad Tilburg? • 5c. Wat zijn de verbetersuggesties vanuit het mystery guest onderzoek van de Rekenkamer Tilburg? De beantwoording van deelvraag 5 luidt: 5a. Wat zijn de verbetersuggesties van inwoners, gemeente en professionele partners en vrijwilligersorganisaties? • Vanuit de gesprekken met inwoners zijn hun ervaringen met bestaanszekerheid in de kern als volgt te omschrijven: 1. Iedere inwoner kan in bestaansonzekerheid komen. Het bestaanszekerheidsbeleid van de gemeente is dan ook niet waterdicht; er is geen garantie dat elke inwoner die door het ijs zakt tijdig genoeg in beeld komt bij de gemeente. 2. Een deel van de inwoners die in hun bestaanszekerheid wordt geraakt, wil wel hulp en kan ook zelf de weg vinden naar de juiste gemeentelijke regelingen en voorzieningen. 3. Een deel van de inwoners die in hun bestaanszekerheid wordt geraakt, wil wel hulp maar kan de weg zelf niet vinden naar de juiste gemeentelijke regelingen en voorzieningen. Dit kan komen door een taalbarrière of missende digitale vaardigheden, vanuit schaamte, vanuit wantrouwen tegen de overheid, of omdat zij simpelweg niet weten waar aan te kloppen. De inwoners ervaren problemen die zij niet zelf kunnen oplossen.
Er is dan ook geen garantie vanuit het bestaanszekerheidsbeleid dat inwoners ook werkelijk gevonden worden en aan hen hulp kan worden geboden.
12
4. De inwoners die de weg zelf niet kunnen vinden maar wel gevonden worden vanuit de outreachende aanpak van de gemeente (via vroegsignalering en het project bestaanszekerheid), ervaren deze aanpak als zeer prettig om de stap naar hulp vanuit de gemeente te zetten. Zij ervaren dat zij door de gemeente gezien en gehoord vanuit een mensgerichte benadering, dat zij worden vastgehouden en dat ze niet meer losgelaten worden voordat hun problemen zijn opgelost. De inwoners ervaren dat alleen met deze hulp van de gemeente, hun problemen wél opgelost worden. 5. Niet iedere inwoner die in aanmerking komt voor gemeentelijke regelingen en voorzieningen wil daar ook gebruik van maken. Dit komt vanwege schaamte, of omdat deze regelingen en voorzieningen niet altijd voldoende aansluiten bij de behoefte van de inwoner of omdat men onafhankelijk wil blijven van regelingen en voorzieningen in de angst een regeling of voorziening terug te moeten betalen.
• Er worden verschillende verbetersuggesties benoemd vanuit meerdere invalshoeken: o Inwoners benoemen zaken als het beter kunnen vinden van gemeentelijke regelingen en voorzieningen (gezien de veelheid daarvan), het verlagen van de drempel om hulp van de gemeente in te roepen, het vereenvoudigen van de aanvraag voor een gemeentelijke regeling of voorziening, de inwoner meer centraal zetten (niet alleen kijken waar men recht op heeft maar doen wat nodig is en menselijk handelen) en het verbeteren van het nazorgtraject na de ontvangen hulp van de gemeente. o Vanuit de raad benoemen woordvoerders bestaanszekerheid zaken als het regelmatiger en op uniforme wijze informeren van de raad door het college over de uitvoering en bereikte effecten van het beleid. Ook het in een eerder stadium als raad in gesprek komen met het college over maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe groepen inwoners is gewenst. o Medewerkers vanuit de ambtelijke organisatie benoemen zaken als het samenspel tussen beleid en uitvoering verbeteren en het centraler stellen van de inwoner.
o Professionele partners en vrijwilligersorganisaties benoemen zaken als het verbeteren van de vindbaarheid van gemeentelijke regelingen en voorzieningen voor inwoners, het verbeteren van het vinden van nieuwe inwoners die voor deze regelingen en voorzieningen in aanmerking komen, het verbeteren van processen, het beter benutten van budgetten voor gemeentelijke regelingen en voorzieningen en het verbeteren van de samenwerking met partners onderling. 5b. Wat zijn de verbetersuggesties van de Sociale Raad Tilburg? • De SRT, het adviesorgaan van het college, benoemt het beter in beeld krijgen van álle inwoners in Tilburg die in hun bestaanszekerheid worden geraakt, het ervoor waken dat inwoners niet afhankelijk worden van gemeentelijke regelingen en voorzieningen (door het vermijden van het ‘stapelen’ van regelingen en voorzieningen) en het beter verbinden van wijkgericht werken met bestaanszekerheid. 5c. Wat zijn de verbetersuggesties vanuit het mystery guest onderzoek van de Rekenkamer Tilburg? • Het mystery onderzoek laat zien dat het doen van een digitale aanvraag van regelingen en voorzieningen lastig kan zijn voor inwoners. • Nadere verdieping van de website van de gemeente laat zien dat de regelingen en voorzieningen waaronder toeslagen, kwijtschelding en/of subsidie voor inwoners en organisaties op verschillende pagina’s terug zijn te vinden.
Een overzicht ontbreekt echter. De stichting Tilburgse Voedselbank wordt nergens genoemd.
6. Conclusies De conclusies luiden als volgt. 1. Bestaanszekerheid is een complex onderwerp Bestaanszekerheid wordt vanuit het beleid van de gemeente breed gedefinieerd. Er zijn in de gehanteerde definitie vele factoren die bepalen of iemands bestaanszekerheid in het gedrang komt. Als gevolg hiervan zijn er veel verschillende gemeentelijke regelingen en voorzieningen in het leven geroepen om hulp te kunnen bieden aan Tilburgers die behoren tot de sociaal minima (en/of de groep die net boven het sociaal minimum zit). Het is een wirwar aan regelingen en voorzieningen voor inwoners, het overzicht mist. Daarnaast bestaan er (logischerwijs) meerdere ingangen voor inwoners om hulp te vinden; via het sociale netwerk, via de gemeente, via (subsidie)partners van de gemeente of via de Toegang (waar verschillende hulpverlenende instanties binnen de gemeente samenwerken om de juiste hulp te kunnen bieden). Dáár waar 13
een inwoner binnen komt, dáár wordt de hulp in gang gezet. Het is vanuit die optiek juist nodig dat er een duidelijk overzicht is van alle gemeentelijke regelingen en voorzieningen. Ook in de gesprekken met professionele partners is aangegeven dat de afgelopen 20 jaar het aantal professionele partners en vrijwilligersorganisaties enorm is gegroeid. Er bestaan daarbij overlappende diensten en activiteiten voor soms dezelfde doelgroepen. De partners zien daarbij versnippering ontstaan. Daarbij wordt regie door de gemeente op dit onderdeel gemist. 2. Raad wil eerder in gesprek met het college De raadsleden (d.w.z. de woordvoerders bestaanszekerheid) hebben als wens om regelmatiger en op meer uniforme wijze dan nu het geval is door het college geïnformeerd te worden over de uitvoering en de bereikte effecten van het beleid. Ook wensen zij in een eerder stadium in gesprek te komen met het college over maatschappelijke ontwikkelingen en over het signaleren van nieuwe inwoners die in bestaanszekerheid (kunnen) worden geraakt. Dit helpt de raad om beter te kunnen controleren en om daar waar nodig kaders te stellen of bij te stellen om de juiste hulp te kunnen blijven bieden aan inwoners die hulp nodig hebben. 3. Beleid is nog onvoldoende ingericht op verschillende behoeften De behoeften van inwoners voor wie hulp nodig is, blijken zeer divers.
Waar de ene inwoner geholpen is met bijvoorbeeld (gedeeltelijke) financiële ondersteuning vanuit de gemeente, kan een andere inwoner juist geholpen zijn met de juiste begeleiding om zelf voldoende in zijn of haar financiën te voorzien. Dit laatste is weliswaar vanuit de gemeente de inzet vanuit een preventie-gedachte, toch is (de uitvoering van) het beleid onvoldoende ingericht op de verschillende behoeftes van inwoners, met name voor hen die beter geholpen zouden zijn met begeleiding om zelf in zijn of haar financiën te kunnen voorzien. 4. Vaker generiek dan maatwerk Het beleid gaat over de regels die het - binnen de wet - mogelijk maken hulp te kunnen bieden. Bij afdeling W&I van de gemeente gaat het over het uitvoeren van de regels. De geldende criteria bepalen of een inwoner voor een (generieke) regeling of voorziening in aanmerking komt. Voldoet de inwoner daar niet (exact) aan dan kan maatwerk worden ingezet. Dit maatwerk, binnen de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft, is eerder uitzondering dan regel. Indien de gemeente geen wettelijke mogelijkheden heeft, wordt getracht inwoners te helpen via het maatwerkbudget vanuit de Toegang of via stichting TOF, beiden maatwerkvoorzieningen van de gemeente. Ook hiervoor gelden bepaalde criteria om in aanmerking te komen.
Voldoet een inwoner dus niet aan de geldende criteria, valt deze inwoner al snel buiten de boot voor de generieke regelingen en voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen. Het systeem is daarbij behoorlijk leidend. Zeker als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen, met name de energiearmoede en hogere inflatie, is een stijging te constateren in Tilburgers die hulp nodig hebben maar buiten de boot (dreigen te) vallen vanuit het huidige beleid. Dit is ook als landelijke trend waar te nemen 6. 5. Een outreachende en mensgerichte aanpak in de uitvoering werkt De gemeente past via huisbezoeken een outreachende aanpak toe aan inwoners die niet zelf de weg naar de gemeente weten te vinden. Door deze aanpak wordt de drempel voor inwoners verlaagd om hulp van de gemeente in te roepen; de gemeente komt naar de inwoners toe. De inwoners die open staan voor hulp willen gezien en gehoord worden door de gemeente. Vervolgens wordt gekeken naar wat er écht nodig is voor de inwoner, in plaats van het enkel uitgaan van wat het systeem kan bieden. De medewerker van de gemeente bijt zich vast in de (financiële en aanverwante) problematiek van de inwoner en heeft de intentie niet meer los te laten tot de problemen (op verschillende vlakken) zijn opgelost.
Met de nodige kennis en kunde lukt het deze medewerker dan ook ‘er door heen te komen’ bij de gemeente of andere instanties om problemen op te lossen. Deze mensgerichte aanpak zonder het systeem leidend te laten zijn, het vasthouden van inwoners en het kunnen doorpakken om oplossingen te forceren, maakt hét verschil voor inwoners die niet bij machte zijn om eigenstandig uit de problemen te komen.
6 TNO (2023). Energiearmoede in Nederland 2022: Een actuele inschatting op nationaal en lokaal niveau; Nationaal In-
stituut voor Budgetvoorlichting (2022). Rondkomen en betalingsproblemen: Ervaringen van Nederlandse huishoudens in onzekere tijden; Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (2023). Jaarverslag 2022; https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/cpb-hoge-energieprijzen-zorgen-voor-geldproblemen; https://www.ioresearch.nl/actueel/drie-op-tiennederlanders-hebben-nu-moeite-met-rondkomen/. 14
6. Het signaleren van maatschappelijke ontwikkelingen en daarmee nieuwe groepen inwoners gebeurt, maar niet structureel en niet gestructureerd De gemeente zet zich in om nieuwe inwoners die in bestaansonzekerheid leven, te vinden. Door de data die de gemeente systematisch verzamelt om het bestaanszekerheidsbeleid te monitoren en waar nodig bij te stellen, komen (indirect) de maatschappelijke ontwikkelingen die inwoners in hun bestaanszekerheid raken, in beeld. Zo komen vervolgens ook (indirect) nieuwe inwoners in zicht bij de gemeente. Immers, de maatschappelijke ontwikkelingen maken dat er meer inwoners zijn die een beroep doen op gemeentelijke regelingen en voorzieningen. En deze inwoners tracht de gemeente te bedienen (een voorbeeld is de EET). Er is door de gemeente echter geen mechanisme ontwikkeld om maatschappelijke ontwikkelingen die bestaanszekerheid raken of nieuwe groepen inwoners die hulp nodig hebben, continu en systematisch te kunnen vinden. Er zijn tot dusver ook nog geen duidelijke stappen gezet om zo’n mechanisme te (kunnen) ontwikkelen. De gemeente is daardoor niet in staat om tijdig te signaleren of inwoners, die nog niet bekend zijn bij de gemeente, door het ijs heen zakken.
7. Aanbevelingen Voorgaande bevindingen en conclusies leiden tot een aantal aanbevelingen. Hoewel de conclusies een duidelijke relatie hebben met de aanbevelingen, is de nummering van de conclusies niet één op één gekoppeld aan de nummering van de aanbevelingen. Er is daarnaast een onderscheid gemaakt tussen aanbevelingen specifiek gericht aan de raad en aanbevelingen specifiek gericht aan het college. Aan de gemeenteraad van Tilburg 1. Zorg voor meer differentiatie in beleid Er zijn veel verschillende gemeentelijke regelingen en voorzieningen die bijdragen aan bestaanszekerheid. Als gemeente heb je een breed palet van aanbod nodig dat voldoende aansluit bij wat er speelt bij inwoners die hulp nodig hebben. Het is niet reëel om te veronderstellen dat de gemeentelijke regelingen en voorzieningen die er nu zijn volledig in lijn zijn met de vele behoeftes van hen die hulp inroepen of van hen dit niet doen, maar wel nodig zouden hebben. De regelingen en voorzieningen van nu zijn vooral gericht op (een vorm van) financiële ondersteuning. Dat is voor een deel van de inwoners ook de behoefte. Maar ook het ‘versterken’ van het zelf doen is voor aantal inwoners juist van belang; deze inwoners hebben behoefte om het zelf te kunnen waarbij de gemeente hen (meer dan nu) begeleid dit te leren.
Ook de gemeente wil hierop inzetten; immers, voorkomen is beter dan genezen en houdt het stelsel ook op de lange termijn (financieel) houdbaar. Richt de beleidskaders dan ook zodanig in dat de verschillende behoeftes van inwoners aan bod komen. Niet iedere inwoner is immers gelijk en er is differentiatie in beleid nodig om als gemeente te kunnen doen wat nodig is voor inwoners. Erken als gemeente daarbij dat zelf- en samenredzaamheid lang niet voor iedereen is weggelegd; niet iedereen is in staat om het zelfstandig te doen, ook niet met behulp van iemands sociale netwerk. Deze groep heeft, soms blijvende, (intensieve) begeleiding nodig van de gemeente of hulpinstantie. Daarvoor is specifiek beleid nodig. 2. Verruim beleid waarmee de backoffice meer beslisruimte krijgt De bestaande gemeentelijke regelingen en voorzieningen voorzien de sociaal minima die dat wensen in de benodigde hulp. Maar een deel valt daarbuiten omdat zij (net) niet tot de groep van sociaal minima behoort en dus niet voor een generieke regeling of voorziening in aanmerking komt terwijl hulp wel hard nodig is. De gemeente zet zich er voor in ook die groep hulp te kunnen bieden via maatwerk.
Dit kan binnen de wettelijke mogelijkheden die de gemeente heeft, wat geldt voor bijna alle generieke regelingen en voorzieningen, of buiten de wettelijke mogelijkheden door inzet van het maatwerkbudget vanuit de Toegang of via stichting TOF. De inwoner moet ook in geval van maatwerk (logischerwijs) aan bepaalde criteria voldoen. Maar deze (vaak strenge) criteria zorgen er tegelijkertijd voor dat er nog steeds inwoners zijn die buiten de boot vallen. De gemeente moet onderzoeken of er mogelijkheden bestaan tot het verruimen van de beleidskaders waarmee de afdeling W&I meer beslisruimte krijgt; door hetgeen wat al binnen de wettelijke kaders mag, nog beter te gaan benutten zodat voor inwoners gedaan kan worden wat nodig is. 3. Onderzoek de balans tussen generieke regelingen en voorzieningen en het toepassen van maatwerk Er wordt door de gemeente met name ingezet op generieke regelingen en voorzieningen; geldend voor iedere Tilburger die aan de criteria voldoet. Maatwerk wordt veel minder ingezet. Bij de actualisatie van het 15
beleid verdient het de aanbeveling om nader te bepalen welke lijn de raad wanneer wil bewandelen; generiek versus specifiek, dat wil zeggen verstrekken waar de inwoner recht op heeft versus toekennen wat iemand nodig heeft. Onderzoek ook de ruimte om van maatwerk een meer generieke regeling of voorziening te maken als blijkt dat (grote) groepen inwoners daarbij gebaat zijn. Dat gebeurt nu nauwelijks (met uitzondering van de EET). Maatwerk biedt wel degelijk voordelen en kansen bij het beter kunnen inspelen op bestaande én nieuwe inwoners die hulp en ondersteuning nodig hebben. Door veel gevraagde maatwerkvoorzieningen als aanleiding te gebruiken voor aanpassingen in het beleid, is het voordeel dat bestaande regelingen en voorzieningen beter kunnen voorzien in (nieuw ontstane) behoeftes. Aan het College van Burgemeesters & Wethouders 4. Werk vanuit vertrouwen en hanteer een menselijke maat richting inwoners Richt de uitvoering zo in dat niet het systeem leidend is, maar stel de inwoner (meer) centraal. Wat heeft de inwoner nodig aan hulp in plaats van wat kan het systeem bieden? De inwoner die bij de gemeente aanklopt voor hulp wil serieus genomen worden, gezien en gehoord worden en wenst dat er vervolgens mensgericht wordt gehandeld. Zoals ook de Nationale Ombudsman in haar Jaarverslag 2022 constateerde. 7 Vaak weet de inwoner die hulp inroept prima wat hij of zij nodig heeft.
Geef als gemeente het vertrouwen aan de inwoner dat hij of zij daartoe in staat is, zoals ook de VNG8 de noodzaak voor werken vanuit vertrouwen benoemt. Luister naar het verhaal van de inwoner. Voer het goede gesprek met de inwoner. En vertaal dit in de juiste begeleiding, vanuit een menselijke maat. Dat wil zeggen door te kijken welke ruimte er is om hulp te bieden in relatie tot wat er nodig is voor de inwoner. Team schuldhulpverlening heeft bewezen volgens deze werkwijze te kunnen handelen, en dat dit werkt voor inwoners om uit de problemen te komen. Een aanpak die gekenmerkt wordt door het niet willen loslaten van de inwoner, een doorpak mentaliteit en de juiste kennis en kunde is van essentieel belang om oplossingen te forceren. In dit kader kan de gemeente ook leren van de uitgangspunten die de stichting Tilburgse Voedselbank hanteert; een voedselpakket bevat altijd de noodzakelijke basisbenodigdheden voor de inwoner (brood, ei, etc.), en dit pakket wordt aangevuld met producten die de inwoner nodig heeft op basis van wat hij of zij zelf kiest. 5. Verbeter de vindbaarheid van gemeentelijke regelingen en voorzieningen Door de veelheid aan gemeentelijke regelingen en voorzieningen, is er weinig overzicht voor Tilburgers welke regelingen en voorzieningen er zijn en hoe daarvoor in aanmerking te komen. Creëer dit overzicht op één plek.
Een aanvraag voor hulp eenmalig indienen, zou de nodige frustratie schelen bij inwoners; één keer je verhaal doen en één keer de procedure door voor het ontvangen van de juiste hulp. 6. Werk aan een methode voor het vinden van nieuwe inwoners en veranker dit in beleid Nieuwe groepen inwoners die in hun bestaanszekerheid worden geraakt worden niet systematisch gezocht of gevonden door de gemeente. De gemeente is daardoor niet in staat om tijdig te signaleren of inwoners, die nog niet bekend zijn bij de gemeente, door het ijs heen zakken. Ontwikkel daarom als gemeente instrumenten om nieuwe groepen inwoners voordat zij door het ijs zakken, te signaleren. En scherp het beleid aan: maak ook in het zoeken en benaderen van inwoners die in hun bestaanszekerheid worden bedreigd een keuze tussen ‘recht hebben op’ of ‘bieden wat nodig is’. Denk bij het opsporen van mensen die door het ijs heen zakken ook aan vindplaatsen via de raad; als volksvertegenwoordiger die de behoeftes van inwoners kent. Denk aan professionele partners en vrijwilligersorganisaties die een goed (zo niet beter) zicht hebben op welke inwoners nog niet bereikt worden en toch hulp nodig hebben.
Ook het als college met de raad in gesprek gaan bij de eerste signalen over maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe groepen inwoners die geraakt worden in hun bestaanszekerheid, helpt om de raad beter in positionering te brengen. Een proactieve houding van het college en afdeling Sociaal richting de raad is daarbij van belang.
7 Nationale Ombudsman (mei 2023). Jaarverslag 2022: Tijd voor de burger.
8
Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) (maart 2023). Essay ‘Bestaanszekerheid als belofte – Naar een lokale agenda bestaanszekerheid’. 16
DEEL 2 BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
17
Onderwerp Rapport Rekenkamer Ons kenmerk
Aan de leden van de Rekenkamer E-mail college@tilburg.nl Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg
Datum 12 september 2023 Uw kenmerk Doorkiesnummer 14 013 Fax 013 542 93 96 Bezoekadres Stadhuisplein 130
Geachte leden van de Rekenkamer, Allereerst willen we u complimenteren en bedanken voor dit gedegen onderzoeksrapport en voor de gekozen onderzoeksopzet en -aanpak. Dank ook aan alle maatschappelijke partners en inwoners die input hebben geleverd. Er ligt een rapport waaruit we opmaken dat we op de goede weg zijn met extra aandachtspunten voor de komende periode. Dat is waar het ons om gaat, meer voor elkaar in Tilburg. In 2019 hebben we met de beleidsnota Bestaanszekerheid 2020-2023 een andere koers gekozen. Compenseren via generieke regelingen doen we voor Tilburgers met een inkomen tot 120 %. Zonder generieke regelingen is de bestaanszekerheid van deze groep in het geding. Voor alle inwoners van Tilburg geldt dat we inzetten op perspectief en de mogelijkheden van de inwoners centraal stellen. Wij zien het liefst dat inwoners betaald werk verrichten en financieel onafhankelijk zijn. Dit is echter niet voor iedereen haalbaar. Wanneer hiervan sprake is, gaan we samen met de inwoner na welke mogelijkheden er zijn om op andere manieren mee te kunnen doen in de maatschappij en een waardig bestaan te hebben of op te bouwen. Met Tilburg investeert in Perspectief bieden we maatwerk aan alle inwoners die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet. Uit het klantentevredenheidsonderzoek (klanttevredenheidsonderzoek) blijkt dat inwoners zeer tevreden zijn met deze benadering.
Voor inwoners met een andere inkomstenbron gaan de medewerkers bestaanszekerheid met inwoners in gesprek om op maat samen met de inwoner na te gaan hoe het perspectief op bestaanszekerheid vergroot kan worden. De ene inwoner kan toe met geen of weinig ondersteuning, voor de ander is er meer nodig (bijvoorbeeld een opleiding of ondersteuning van de Toegang). Met dit maatwerk bevorderen we de kansengelijkheid voor onze inwoners. We gaan nu in op uw conclusies en aanbevelingen aan het college. 1. Bestaanszekerheid is een complex onderwerp We onderschrijven uw conclusie dat bestaanszekerheid een complex onderwerp is. Een deel van de complexiteit heeft te maken met het gegeven dat de hoogte van uitkeringen en minimumlonen een bevoegdheid is van het Rijk en dat gemeenten niet aan inkomenspolitiek mogen doen. Tenzij in een experimenteervorm, hetgeen we in het verleden hebben gedaan met het vertrouwensexperiment en iwe in 2024 weer gaan doen met de pilot ‘gezin en geld’. Daarnaast constateert u terecht dat er veel verschillende gemeentelijke regelingen en voorzieningen zijn om hulp te bieden aan onze inwoners. Met de behandeling van de begroting 2023 heeft de raad een motie (motie 57 bomen en bos) aangenomen waarin ze het college oproept om meer inzicht te geven in de verschillende regelingen die door of met subsidie van de gemeente worden uitgevoerd.
We hebben een overzicht opgesteld en gaan in september in gesprek met de raad hierover waarbij het vereenvoudigen van de regelingen en voorzieningen onderwerp van gesprek is. De grote én groeiende hoeveelheid organisaties (vrijwilligers en/of (semi-)professionals) herkennen wij ook maar zien wij dat vooral als een uitdrukking van de grote maatschappelijke betrokkenheid van onze inwoners, instituties en bedrijfsleven op het thema bestaanszekerheid in de volle breedte. Deze betrokkenheid waarderen en omarmen we en waar nodig faciliteren en ondersteunen we deze. Waar we met de
18
organisaties een subsidierelatie aangaan, vinden we het belangrijk dat organisaties samenwerken zodat we zoveel mogelijk impact realiseren en overlap wordt voorkomen 2. Informeren van de Raad U geeft aan dat raadsleden regelmatiger en op meer uniforme wijze geïnformeerd willen worden over de uitvoering en de bereikte effecten van het beleid. We gaan graag in gesprek met de raad over de frequentie en vorm van informatieverstrekking. Dit laat onverlet dat wij, waar aan de orde, in moeten spelen op actuele ontwikkelingen en daar (tussentijdse) besluiten over nemen zoals de eenmalige energietoeslag. Geregeld informeren we de leden van de gemeenteraad actief over onderwerpen die bestaanszekerheid raken via raadsinformatiebrieven of raadsinformatiebijeenkomsten. Daarnaast heeft en maakt de Raad gebruik van diverse mogelijkheden om geïnformeerd te worden. Dit kan door overleg met ambtenaren, met de wethouder, door het stellen van vragen, het indienen van moties en door onderwerpen te agenderen. Dit kan de Raad ook doen in reactie op maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe doelgroepen die in hun bestaanszekerheid worden bedreigd. 3.
Beleid is nog onvoldoende ingericht op verschillende behoeften en vaker generiek dan maatwerk U geeft aan dat het college de inwoner (meer) centraal moet stellen, meer uitgaan van welke hulp de inwoner nodig heeft in plaats van wat het systeem kan bieden. In Tilburg ontvangen ca. 6500 inwoners een uitkering van de gemeente Tilburg. Ons eerste doel is om te zorgen dat onze inwoners financieel zelfredzaam zijn en niet afhankelijk zijn van een uitkering van de gemeente. De inwoners die dat niet op eigen kracht kunnen, helpen en ondersteunen we. Waar nodig geven we een duwtje in de goede richting. Inwoners die het niet lukt financieel zelfredzaam te worden door betaald werk, stimuleren we om maatschappelijk actief te zijn. Met Tilburg investeert in Perspectief hebben we de omslag gemaakt naar een mensgerichte benadering. We investeren hier dagelijks in en blijven dat doen. We bieden onze burgers maatwerk en luisteren naar hun verhaal. In de uitvoering hebben we ons te houden aan wet- en regelgeving. Vanuit efficiency en rechtmatigheid is een zekere mate van uniformiteit wenselijk. Binnen de wet- en regelgeving bieden we passende ondersteuning toegesneden op de situatie van de betreffende inwoner. Voor hulp en ondersteuning die niet binnen wet- en regelgeving passen, bieden we maatwerk.