CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Bijlage 12b Reactie per zienswijze

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wijkevoort85.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 9 van 10

Het klopt dat in het MER hiervoor geen beschrijving is opgenomen. In de ontwikkelleidraad is in paragraaf 6.6.2 aangegeven welke beleidsregels gelden om lichthinder als gevolg van straatverlichting, (vracht)autolampen en verlichting van bedrijfsgebouwen voor mens en dier zoveel mogelijk te verminderen. Aanvullend zal er in de ontwikkelleidraad een regel worden opgenomen dat er geen licht uitstraling naar de bestaande natuur (Wijckerbos) mag plaatsvinden

OL

81.

8.

Verkeersoverlast/veiligheid: In MER staat te lezen dat “Voor de interne ontsluiting is vooralsnog uitgegaan van 2 ontsluitings-lussen die aan de buitenzijde van de bedrijventerreinvlakken liggen.” Maar hierover is al afgesproken om dit niet te doen. We willen dat wordt vastgelegd dat er geen wegen aan onze kant van de gebouwen worden aangelegd. Een toename van 18.500 verkeersbewegingen per dag kan niet anders dan dat kruisingen zwaarder belast en dus ook gevaarlijker worden. U schrijft zelf dat het aantal verkeersbewegingen bij 30Ha “substantieel” toeneemt en bij 80Ha “significant” toeneemt. Dit zal een extra druk op de bestaande wegen geven. Hiernaast zitten er fouten en inconsequenties in de berekeningen in de tabellen behorende bij de verkeersprognose. Beschreven staat dat dat er geen sprake is van negatieve effecten op de verkeersveiligheid. Daarbij gaat u voorbij aan de volgende zaken: •Sluipverkeer: Het is aannemelijk dat verkeer bij files op de snelweg de binnendoorroute kiest via de Bleukbosweg/Hultenseweg naar Burgemeester Letschertweg. Dit geeft onveilige situaties voor elke weggebruiker, maar met name fietsers waaronder schoolkinderen. •Uw wens om een losliggend stukje grond van nog geen 2 hectare in te richten ten behoeve van Wijkevoort: Dit is op geen enkele manier bereikbaar via 1 van de bedrijfsvlakken en kan niet anders dan via de Hultenseweg bereikt worden.

•De ontwikkeling van de Oliemeulen, Intratuin, Foodcluster, LDGK: Die ook een verkeersaantrekkende werking hebben. In de MER studie bent u in gebreken gebleven door dit niet te beschrijven en maatregelen voor te stellen.

Wijkevoort wordt ontsloten door middel van één ontsluitingsweg met een cul de sac oplossing (keerlus aan het einde). Deze krijgt twee aansluitingen op de Burgemeester Letschertweg. De Hultenseweg kruist het gebied maar krijgt geen aansluiting op Wijkevoort. Het bedrijventerrein gaat, afhankelijk van het daadwerkelijk aantal te realiseren hectares, extra verkeer genereren. De maximale verkeersproductie behorend bij 30 hectare is 7.100 motorvoertuigen per etmaal en bij 80 hectare is dat 18.500 motorvoertuigen per etmaal. Het aandeel vrachtverkeer daarvan is 22 á 23%. Dit verkeer wordt volledig aan de westzijde, via de Burgemeester Letschertweg, afgewikkeld, welke onderdeel is van de hoofdwegenstructuur en bedoeld is om het verkeer te verzamelen en af te wikkelen. Er komen daarvoor twee ontsluitingen op de Burgemeester Letschertweg. Een ter hoogte van de Nerhoven/Hultenseweg en een ter hoogte van de Burgemeester Ballingsweg. Voor de onderbouwing van de MER en voor het bestemmingsplan is een verkeerskundige doorrekening gemaakt van het wegennet en de nieuwe aansluitingen, met als doel te bepalen hoe de nieuwe aansluitingen vormgegeven moeten zijn en om te beoordelen of het wegennet de toename van verkeer, zowel auto- als vrachtautoverkeer, kan verwerken. In het onderzoek is voor de MER een achttal varianten doorgerekend van 30 en van 80 hectare bedrijventerrein.

Daarnaast is voor het bestemmingsplan ook de variant 37 hectare bedrijventerrein met 100% logistiek doorgerekend. Deze variant levert een verkeersproductie van ca. 8.700 motovoertuigen per etmaal op. Het onderzoek heeft opgeleverd dat er een aantal maatregelen moet worden getroffen. Deze maatregelen bestaan uit het maken van extra opstelvakken bij de verkeerslichten, ook op de afritten van de A58. Deze verkeerskundige maatregelen gelden als randvoorwaardelijk bij de realisatie van het bedrijventerrein en borgen de capaciteit van het wegennet. Daarmee worden files, sluipverkeer en onnodige opstoppingen voorkomen. Voor het gehele bedrijventerrein geldt dat deze niet via het bestaand buitengebied ontsloten mag worden. Voor de gebieden welke niet rechtstreeks op de cul de sac, de hoofdweg van Wijkevoort, ontsloten kunnen worden geldt dat de ontsluiting moet verlopen via de uit te geven gronden. De Hultenseweg mag daarvoor wel gekruist worden door logistiek verkeer. In de berekeningen voor dit bestemmingsplan zijn alleen de ontwikkelingen meegenomen welke zeker worden gerealiseerd. Plannen welke nog in voorbereiding zijn en waarvoor nog geen definitief plan ligt, zoals de Groene Kamer, zijn niet meegenomen.

Voor die ontwikkelingen wordt in het kader van de noodzakelijke procedures, een apart verkeersonderzoek uitgevoerd waarbij eveneens aangetoond moet worden dat de doorstroming en verkeersveiligheid is geborgd. Bij de doorrekening van die plannen wordt rekening gehouden met Wijkevoort. De Groene Kamer wordt ontsloten op de Bredaseweg, via de daarvoor gerealiseerde kruising met verkeerslichten.

81.

9.

Flora en Fauna Zie thematische beantwoording onderdeel 12. Een groot bedrijventerrein zal de rust van de in het gebied aanwezige dieren verstoren. Met name wil ik de reeën, vleermuizen en de uilen noemen die een beschermde status hebben. Tegen ons huis hebben we al jaren een nest met jonge steenuiltjes. Door alle eerder genoemde ontwikkelingen zal het biotoop/ foerageer gebied ingrijpend veranderen of zelfs verdwijnen. Ik vraag me af of de genoemde maatregelen voldoende zijn, zeker tegen het licht van de overige ontwikkelingen die buiten deze MER zijn gehouden.

81.

10.

Gezondheidsrisico’s Zie thematische beantwoording onderdeel 3. De gezondheid van mij en mijn buurtgenoten wordt negatief beïnvloed door de ontwikkeling van Wijkevoort. Tijdens de omgevingsdialoog is besproken dat GGD betrokken zou worden om advies uit te brengen over de gezondheidseffecten van de realisatie van Wijkevoort. Nergens in de MER is dit onderzoek van de GGD beschreven of is er naar gerefereerd. Dus hoe kunt u zonder onderzoek concluderen dat “alles blijft binnen de grenswaarden en dus geen belemmering zijn voor de plannen”. Hiernaast mis ik ook een uiteenzetting/berekening van het hitte eiland effect. M.i. is dit stress verhogend voor mens en dier en heeft dus een negatief gezondheidseffect.

81.

11.

Leefbaarheid en veiligheid Door de realisatie van een groot bedrijventerrein en de andere ontwikkelingen in het gebied vertrekken bewoners en zullen woningen, bestaande bedrijven en het agrarische karakter van het gebied verdwijnen. Dit tast de leefbaarheid aan. En doordat de belangen van een ieder bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein zo verschillend kunnen zijn wordt ook de sociale cohesie aangetast. Een grote aanslag op mijn woongenot en welbevinden. Hier gaat het ook over sociale veiligheid en veiligheid voor omwonenden van het bedrijventerrein. Hoe is dit beoordeeld in de MER? Bij de externe veiligheid wordt nl. alleen gesproken over de werknemers van het bedrijventerrein. In de MER is een paragraaf woon-werk en leefomgeving toegevoegd om zorgen weg te nemen van omwonenden? Er is geen onderzoek gedaan naar de zorgen van omwonenden? Is er uberhaupt zicht op welke bedrijven en omwonenden op welke manier in de knel komen door de komst van Wijkevoort? Hierover staat niets beschreven.

Het aspect sociale veiligheid en veiligheid voor omwonenden is in het MER niet als apart milieuaspect beschouwd. In het MER is het effect van de ontwikkeling van een bedrijventerrein op het woonmilieu beschouwd op basis van: gedwongen vertrek, visuele hinder in de woonomgeving, beïnvloeding van de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde. Voor het milieuaspect externe veiligheid is onderzocht of reeds aanwezige risicobronnen invloed hebben op de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Met andere woorden de bestaande situatie is getoetst aan de komst van een nieuwe ontwikkeling. De zorgen van omwonenden richten zich op verschillende milieuaspecten, zoals bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, belevingswaarde, recreatiemogelijkheden. Deze milieuaspecten worden in het MER beschouwd. Indien indieners van zienswijze van mening zijn dat er sprake is van waardedaling, dan kan, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend bij het gemeentebestuur. Een dergelijk verzoek zal in dat geval volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure worden behandeld.

81.

12.

Waardedaling woning Het landelijk wonen in een rustige, open, groene en landschappelijke omgeving wordt bedreigd. Door de ontwikkeling van bedrijventerrein Wijkevoort en hiernaast de overige ontwikkelingen die in volle gang zijn zullen de negatieve effecten mede zorgen voor een waardedaling van mijn woning. Dit geeft naast de al beschreven overige effecten onzekerheid richting de toekomst. Hierbij vraag ik de Raad nog een kritisch te kijken naar alle zienswijzen

Indien indieners van zienswijze van mening zijn dat er sprake is van waardedaling, dan kan, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend bij het gemeentebestuur. Een dergelijk verzoek zal in dat geval volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure worden behandeld.

82.

1.

Hierbij bied ik u mijn zienswijze aan betreffende het ontwerp bestemmingsplan Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe woonfuncties mogelijk. Bij de uitgifte van Werklandschap Wijkevoort 2020. Met mijn brief van oktober 2018 waarvan de inhoud ook in gronden zullen de bedrijven gewezen worden op de aanwezigheid van de vliegbasis het voorontwerp bestemmingsplan aan de orde is gesteld, heb ik defensie gerelateerde met de gevolgen van dien. belangen onder de aandacht gebracht. Ik verzoek u in het voorliggende plan de in deze brief opgenomen onderwerpen op te nemen en te borgen. Het werklandschap Wijkevoort is gelegen ten oosten en zuidoosten van de militaire vliegbasis Gilze-Rijen en bevindt zich in de invloedssferen van het militaire gebruik van deze vliegbasis. In zijn algemeenheid benadruk ik dat door de ligging van het plangebied direct naast de vliegbasis Gilze-Rijen er sprake kan zijn van (geluid)hinder bij personen in dit gebied als gevolg van de vele vliegbewegingen van met name helikopters. Het is dan ook de vraag of er een echt goed (woon- en) werkklimaat zal ontstaan in Wijkevoort. Ik adviseer u nadrukkelijk om te investeren in voorzieningen om het effect van geluidhinder te beperken.

82.

2.

Het plangebied is gelegen in diverse zoneringen vanuit de vliegbasis, te weten de munitiezonering, vliegveiligheidszoneringen zoals de Inner Horizontal en Conical Surface (IHCS), het Instrument Landing System (ILS) en de vlieggebonden geluidszone (Ke zonering). Uit deze zoneringen komen inrichtings- en bouwhoogtebeperkende maatregelen voort waar het ontwerpplan aan dient te voldoen. Ik verzoek u in uw planvorming ook rekening te houden met het voorkomen van ontwikkelingen die voorzien in een vogelaantrekkende werking. Er worden beperkingen gesteld aan de realisatie van bijvoorbeeld wateroppervlaktes en natuuren vogelbeschermingsgebieden in een gebied rondom de vliegbasis.

Met de zoneringen en hoogtebeperkingen is rekening gehouden en hierover is reeds contact geweest met Defensie. Er wordt vanuit de ontwikkeling geen vogelaantrekkende werking gecreëerd. Hierover is eerder gecommuniceerd met het ministerie van Defensie.

83.

1.

Het Masterplan, de projectleiding, de MER en zeker 5 onderliggende onderzoeken (akoestisch onderzoek, externe veiligheid, stikstof, geur en luchtkwaliteit) zijn door 1 en hetzelfde adviesbureau uitgevoerd. Ik trek daarmee de integriteit en onafhankelijkheid in twijfel en vind dit een vorm van onbehoorlijk bestuur.

De onderzoeken zijn door een deskundig extern bureau uitgevoerd. het gemeentebestuur is nagegaan of deze onderzoeken op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dat één van de projectleiders van dit project werkzaam is bij Sweco doet hier niks aan af. De beoordeling van de onderzoeken is door de inhoudelijk deskundigen van de gemeente gebeurd. Er is derhalve geen sprake van belangenverstrengeling of onzorgvuldige voorbereiding van het bestemmingsplan.

Zienswijze MER Onafhanke lijkheid en Onbehoorl ijk bestuur

Ja

Rijksvastgoedbedrijf

83.

2.

Zienswijze In de MER zijn verschillende scenario’s opgenomen, fase 1 30Ha, fase 2 80Ha. Gaande weg het MER proces bleek dat fase 1 45Ha gaat behelsen, of 37Ha zoals we ook in het bestemmingsplan Plangroott terugzien. Maar de MER is hier niet op aangepast. e fase 1

Zie de thematische beantwoording, onderdeel 2.

83.

3.

Zienswijze P.4: “om in de toekomst een aantrekkelijk vestigingsklimaat te kunnen blijven bieden, is het MER nodig dat er blijvend wordt geïnvesteerd in vernieuwing van het logistieke en industriële Blijvend ecosysteem.” investeren Dit is een doelredenatie. Waarom is nodig om blijvend te investeren? Betekent dat dan dat je tot in de oneindigheid landbouwgrond moet opofferen? Dit is wiskundig niet mogelijk. Als je 1 patatkraam hebt en je wilt uitbreiden, dan kun je er 10 neerzetten. Da kost heel veel ruimte en die is er niet. Je kunt er ook voor kiezen om er een 3-sterren restaurant van te maken. Die prikkel zien we bij de gemeente Tilburg niet. Nu niet en in de toekomstige scenario’s niet. De technologische verbeteringen in de logistieke sector zit in efficiënter ruimtegebruik: minder verplaatsen van lucht en meer gebruik maken van de hoogte en diepte op bestaande terreinen. Die prikkel neemt u weg zolang u nog goedkope landbouwgrond blijft aanbieden.

Focus in de nieuwe economie ligt niet op ongebreidelde groei, maar juist verdere verduurzaming, een goede landschappelijke inpassing en circulaire gebiedsontwikkeling zijn belangrijke uitgangspunten in het bestemmingsplan Wijkevoort en de bijbehorende ontwikkelleidraad. Stil staan is geen optie en door juist de kennisintensieve aspecten van de smart industry en logistics te faciliteren op Wijkevoort draagt Wijkevoort bij aan duurzame werkgelegenheid. Bedrijven die zich op Wijkevoort vestigen moeten het al bestaande industrieel en logistiek ecosysteem versterken, gezamenlijk kennis ontwikkelen en innoveren. Uit een onderzoek dat is gedaan in opdracht van de provincie Brabant blijkt dat herstructurering op bestaande bedrijventerreinen in Brabant 23% van de totale logistieke dynamiek betreft. In Midden- en West Brabant is dat zelfs 30% . Het zelfde onderzoek concludeert dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties is te realiseren.

83.

4.

Zienswijze MER Dogma economisc he groei

83.

5.

Zienswijze P.5: “Met de ontwikkeling van Wijkevoort wil de gemeente … tegelijkertijd de landschappelijke MER en natuurwaarden versterken.” Deze uitspraak is onwaar, en geeft de lezer een verkeerd Natuurwaa beeld. rden Zie tabel pagina 11: beïnvloeding Natura 2000 is negatief, beïnvloeding NatuurNetwerkBrabant is negatief en beïnvloeding flora en fauna is negatief, er is op diverse onderdelen ontheffing op de wet natuurbescherming nodig en de NNB status van het Wijckermeer zal mogelijk gedeeltelijk vervallen. Alles wat rondom Wijkevoort aan groen wordt aangelegd zijn wettelijke verplichtingen, mitigerende maatregelen, natuurcompensatie (16 Ha, zie pag 6), wettelijk voorgeschreven regels voor wateropvang, etc. Daarmee worden niet de landschappelijke en natuurwaarden versterkt, maar louter de schade die het aanricht vereffend. Het is alsof je een snelweg aanlegt van 80 kilometer en dan alleen zegt: Kijk eens hoe mooi en groen de oprit is geworden!

In het MER zijn de effecten van de planontwikkeling als worst-case (zie p.7 MER) beoordeeld. Dat wil zeggen, de effecten van mitigerende en compenserende maatregelen zijn niet meegenomen in de effectenbeoordeling van tabel S4 op p.11. Deze maatregelen worden in het bestemmingsplan en bijbehorende documenten zoals Soortenmanagementplan en Ontwikkelleidraad wel vastgelegd. Deels komen de hierin opgenomen maatregelen voort uit een wettelijke verplichting. Zie thematische beantwoording.

83.

6.

Zienswijze P.5: “Wijkevoort wordt een aantrekkelijk ….werklandschap … waarin ook cultuurhistorische MER kwaliteiten een plek krijgen.” Welke dan? Waardevolle landweggetjes, boerderijen, erven, Cultuurhist monumentale bomen en doorkijkjes karakteristiek voor dit coulisselandschap moeten wijken. orie

Een van de grootste cultuurhistorische kwaliteiten in Wijkevoort is de kenmerkende Ja, behoud van de laanbeplanting langs de Hultenseweg. Deze weg en beplanting worden volledig panden gehandhaafd en ingepast. Verder wordt bestaande bebouwing (geheel of Hultenseweg 8, 13 gedeeltelijk) op de percelen Hultenseweg 8, 13 en 35 behouden. Ook de beekdalen en 35 en van de zijn van cultuurhistorische betekenis. Deze worden hersteld naar hun oorspronkelijke weg Wijekvoort maat en functie, zodat ze voor de natuur en het landschap weer een grote rol kunnen gaan spelen. Het kenmerkende coulisselandschap wordt hersteld waar dat kan, bijvoorbeeld tussen de Grote Leij en de Burgemeester Letschertweg en tussen Wijkevoort en Stadsbos 013. De weg Wijkevoort met laanbeplanting wordt behouden en krijgt de bestemming Groen.

83.

7.

Zienswijze P.5: ”… maximaal 65ha vestiging van categorie 4.2 bedrijven “ MER Dit is een vreemde uitspraak. Het is toegezegd dat Wijkevoort een milieucategorie 3.2 krijgt en Milieubela alleen bij hoge uitzondering een bedrijf van 4.2 zal toestaan. sting

In de MER zijn een aantal alternatieven beoordeeld. In Alternatief 1 was nog sprake van 65 ha cat. 4.2 bedrijven. Pas in Ontwerp Bestemmingsplan is de beperking van max cat. 3.2 en onder voorwaarden 4.2 opgenomen. Zie ook de thematische beantwoording op dit punt onderdeel 3

P.4: “doel Wijkevoort is economische groei en duurzame werkgelegenheid” . De economische groei blijkt in ieder geval uit banengroei. Er wordt gestuurd op Dit is het oude dogma van economische groei dat toch allang achterhaald is. Waar blijkt die bedrijven die zich voor langere tijd willen vestigen in Tilburg, die bereid zijn te economische groei dan uit, wat merkt de burger daar dan van en welke aanwijzingen zijn er investeren in hun locatie, actief willen samenwerken om zo kennis te delen en te dat de werkgelegenheid werkelijk duurzaam is? Daar wordt niet op aangestuurd en volgens het ontwikkelen en aantonen dat zij een goed personeelsbeleid voeren. Door aan de rapport van Ecorys gaat het om zeker 40% laaggeschoolde arbeid die door arbeidsmigranten voorkant dergelijke criteria vast te leggen in de ontwikkelleidraad, mag aangenomen wordt ingevuld. En we weten allemaal dat zij geen duurzame arbeidscontracten krijgen. worden dat deze banen niet van tijdelijke aard zullen zijn.

83.

8.

Zienswijze MER Smartvoor t

P.5: varianten a t/m d: de politiek spreekt steeds van SmartVoort. Wat bedoelen zij daarmee? De onderbouwing van Wijkevoort is toch dat er grote ruimtevragers zijn vanwege de toenemende ecommerce? Daar is de ladder van duurzame stedelijking op doorlopen.

In het "smartvoort" scenario is mede door verregaande automatisering, maatwerkproductie en reshoring zowel smart industry als smart logistics in Tilburg tot bloei gekomen. In dit scenario wordt technisch en hoogopgeleid talent gebonden. De industrie is dan op zoek naar de "human touch,"om de vraaggerichte producten te personaliseren. Hierin zijn creativiteit en digitale vaardigheden van belang. Er zijn steeds meer grote ruimtevragers, en de e-commerce is daar inderdaad een belangrijke aanjager van. Echter, dat betekent niet dat al deze ruimtevragers in Tilburg zouden moeten landen. We willen op Wijkevoort slechts die bedrijven huisvesten die ook iets opleveren voor het totale ecosysteem van de stad en de regio en hebben daarbij de keuze gemaakt voor het Smartvoort profiel, zoals is beschreven in het rapport van Ecorys (Onderzoek arbeidsvraag Wijkevoort, Ecorys, 2019).

83.

9.

Zienswijze MER Gevoelige bestemmi ngen

P.5: “… in verband met aanwezige gevoelige bestemmingen in de omgeving …” Wordt hier bedoeld dat er ook mensen wonen? Is dit vakjargon of een manier om weer te verbloemend dat er mensen wonen in en rond plangebied Wijkevoort?

Het betreft hier de woningen in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zelf zijn geen gevoelige bestemmingen voorzien.

83.

10.

Zienswijze MER NatuurNet werkBraba nt

P.6: “De aanwijzing van het Wijckermeer als onderdeel van het NatuurNetwerkBrabant (NNB) komt als gevolg van het voornemen mogelijk gedeeltelijk te vervallen.” Einde doelstelling om landschappelijke en natuurwaarden te versterken. Sterker nog: het Wijckermeer en bijbehorende bos zijn NatuurNetwerkBrabant. En in plaats van een bufferzone rondom NNB gebieden in te richten en het gebied verplicht te beschermen wordt straks dit stuk NBB aan 3 kanten over een afstand van 2 km omringd door een industrieterrein, en de EVZ’s (Hultense Leij en Aalstraatse Leij) over een afstand van 3,5 km. Wezenlijke kenmerken als rust, stilte en donkerte worden aangetast. Het leef- en rustgebied van de reeën straks langs 3 kanten begrensd door vrachtverkeer.

In de worst-case benadering van het MER is vermeld dat de NNB-status van het Wijckermeer mogelijk komt te vervallen. In het bestemmingsplan wordt echter geen NNB herbegrensd: zowel het Wijckermeer als het aangrenzende bosgebied hebben een natuurbestemming gekregen. Hetzelfde geldt voor de te ontwikkelen evz’s Groote Leij en Hultensche Leij. Omdat evz’s in stedelijk gebied meer verstoring kunnen vinden dan in landelijk gebied, worden deze als 50 meter brede strook ontwikkeld in plaats van 25 meter. Specifieke maatregelen tegen geluidsverstoring in het NNB zijn niet nodig geacht omdat zowel het bos als het Wijckermeer door snelweglawaai en vliegverkeer al een hoge achtergrondverstoring hebben. Door ontwikkeling van het groenblauw raamwerk worden voldoende verbindingen behouden tussen het bos en Wijckermeer enerzijds en de beekdalen anderzijds. Wel achten wij het van belang om naast de bestaande regels voor verlichting in de Ontwikkelleidraad een aanvullende regel op te nemen om lichtverstoring van het NNB te voorkomen. Deze regel zal de volgende strekking krijgen: “op bedrijfskavels grenzend aan het Natuurnetwerk Brabant wordt lichtuitstraling naar het aangrenzende natuurgebied voorkomen”. Voor reeën wordt bestaand leef- en rustgebied inderdaad in de nieuwe situatie begrensd door het bedrijventerrein.

De ontwikkeling kan daardoor een negatief effect hebben op de lokale reeënpopulatie. Dit effect zal deels worden verminderd doordat reeën ook zullen profiteren van de aanleg van uilencompensatiegebied: een kleinschalig landschap dat interessanter is als foerageergebied dan de huidige grootschalige akkers. Los daarvan is het ree een soort waarvoor geen specifieke beschermingsregels in de Wet Natuurbescherming gelden ten aanzien van verstoring door ruimtelijke ontwikkelingen.

83.

11.

Zienswijze MER Natuurco mpensatie

P.6: “Nieuwe natuur wordt toegevoegd … voor waterberging en/of natuurcompensatie (ca 16ha)” De suggestie wordt gewekt dat er iets geweldigs gebeurt terwijl het hier gaat om compensatie van de schade die wordt aangericht.

zie 83.5

83.

12.

Zienswijze MER Recreatie

P.6: Wijkevoort compact: “Recreatief medegebruik beperkt zich tot extensieve vormen.” Waarvan akte.

Dank voor het indienen van deze zienswijze, we hebben de inhoud van (dit deel van) de zienswijze doorgenomen en we nemen deze voor kennisgeving aan.

83.

13.

Zienswijze MER Recreatie

P.7: Wijkevoort verspreid: “in dit alternatief wordt Wijkevoort als recreatieplas ingericht.” Recreëren op een industrieterrein. Leuk. Is er onderzoek gedaan naar de behoefte hiervan? En naar de effecten? Het is tegenstrijdig met de NNB status.

Voor de alternatieven Wijkevoort compact en Wijkevoort Verpreid is een verschillend recreatiegebruik meegenomen, waarbij in Wijkevoort Verspreid ook een hogere verkeersaantrekkende werking is meegenomen. Zie ook de thematische beantwoording onderdeel 17.

Ja Ontwikkelleidraad

83.

14.

Zienswijze P.8: tabel verkeersveiligheid: 0 MER Hoe kan dat? Er zal in alle varianten meer verkeer zijn, 18.500 verkeersbewegingen per dag, Verkeervei ook sluipverkeer, dus de verkeersveiligheid zal hoe dan ook afnemen. ligheid

In de MER is een aantal varianten afgewogen. Het betreft varianten van 30 hectare en varianten van 80 hectare. Het aantal van 18.500 verkeersbewegingen per etmaal is alleen aan de orde als het bedrijventerrein met 80 hectare en 100% logistiek wordt gerealiseerd. Bij de variant 30 hectare is de hoeveelheid verkeer, bij 100% logistiek, 7.100 verkeersbewegingen per etmaal. In het bestemmingsplan is sprake van een bedrijventerrein van 37 hectare. De daarbij behorende verkeersproductie is 8.700 verkeersbewegingen per etmaal. Het extra verkeer wordt, ongeacht de variant, via de bestaande hoofdinfrastructuur afgewikkeld. Op het bedrijventerrein zelf vindt de afwikkeling plaats via een speciaal daarvoor te realiseren infrastructuur. Daarin wordt voorzien in een aparte fietsinfrastructuur. Bij de beoordeling van de verkeersveiligheid is getoetst of de beoogde vormgeving van de kruispunten voldoet bij de optredende verkeersintensiteiten. Na aanpassing van de kruispunten kan de doorstroming worden gegarandeerd en bieden de verkeerslichten een voldoende veilige ruimte voor elke verkeersstroom. De aanpassingen aan de infrastructuur zijn een randvoorwaarde bij de realisatie van het bedrijventerrein, waarmee de veiligheid is elke variant geborgd is en de score uitkomt op neutraal.

83.

15.

Zienswijze P.9: tabel geluidsgehinderden: MER In de MER uit 2011 stond: --Geluidsgeh Vanwaar nu deze positievere beoordeling? inderden

Het verschil wordt verklaard door de volgende aspecten. Bij de MER 2011 is een andere scoringsdefinitie gebruikt dan bij de MER 2020. Daarnaast beschrijven de Mer verschillende scenario’s. Het MER 2011 bevatte de scenario’s Hoog. 110 ha bedrijventerrein met zwaardere industrie (cat 3 en 4) en Laag. 60 ha bedrijventerrein met lichtere industrie Het MER 2020 kende vijf scenario’s, vier scenario’s welke betrekking hebben op 80 ha. en één scenario op 30 ha. De genoemde scores uit de zienswijze m.b.t. MER 2011 hebben betrekking op de variant ‘Hoog’ uit het MER 2011. De genoemde scores uit de zienswijze m.b.t. MER 2020 hebben betrekking op: Geluid: vier varianten 80 ha met verschillende % logistiek Lucht: deze beoordeling (-) is niet terug te vinden in de genoemde tabel op p.9. Alle varianten scoren voor luchtkwaliteit 0/In het MER 2020 is gebruik gemaakt van inwaartse zonering, waardoor de zwaardere bedrijven (tot max. 4.2) verder van de woningen en centraler op Wijkevoort komen. De lichtere bedrijven komen aan de randen. Dit principe is in de MER 2011 nog niet toegepast. Daarnaast ging de MER 2011 nog uit van een totaal van 110 ha bedrijventerrein, waar in de MER 2020 nog met max. 80 ha is gerekend.

Deze twee redenen leiden ertoe dat voor zowel luchtkwaliteit als geluid de scores in de MER 2020 ‘één stap’ positiever zijn dan die uit de MER 2011, ook na de vertaalslag conform de afzonderlijke scoringsmatrices.

83.

16.

Zienswijze P.9: tabel luchtkwaliteit: MER In de MER uit 2011 stond: -- Vanwaar nu deze positievere beoordeling? Luchtkwali teit

Zie 83.15

83.

17.

Zienswijze MER Veiligheid

P.9: hoezo gaat externe veiligheid alleen over werknemers? Hoe is sociale veiligheid en veiligheid voor omwonenden beoordeeld? In de notitie behandeling zienswijzen MER heeft u de suggestie gewekt dat dit door u onderzocht zou worden.

Bij externe veiligheid wordt getoetst aan de aanwezigheid van mensen in en om het plangebied. Niet alleen bewoners, maar ook werknemers.

83.

18.

Zienswijze MER Geurhinde r

P.9: hoezo wordt geurhinder alleen gerelateerd aan een boerderij die er zit? Hoezo wordt geurhinder als neutraal beschouwd? Rijden er reukloze vrachtwagens en komen er gegarandeerd geen bedrijven die “geuren”? Het is ongeloofwaardig dat er geen stankoverlast zou kunnen ontstaan en het is gek dat u dat niet heeft opgenomen in uw onderzoek.

De beoordeling van het aspect geur kent twee benaderingen: zijn er omliggende (agrarische) bedrijven welke een geurcontour over het plangebied hebben. Bedrijven waar werknemers aan het werk zijn namelijk ook 'geurgevoelig'. Andersom dient ook de geurhinder vanwege bedrijven op de omgeving in beeld gebracht te worden. Daarbij wordt aangesloten op het Activiteitenbesluit. Verkeer (vrachtwagens) kennen daarin geen geuremissie. Bedrijven die zich vestigen op Wijkevoort zullen ook

getoetst worden op het de geuremissie die zij veroorzaken, en deze zal moeten passen binnen de daarvoor geldende normeringen. 83.

19.

Zienswijze MER Woonwerk- en leefomgevi ng

P.10 woon- werk- en leefomgeving De m.e.r.-procedure start met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze notitie is Dit hele hoofdstuk mag u opnieuw doen. Het doet geen recht aan de beloftes die gedaan zijn in aangegeven welke toetsingscriteria zullen worden gebruikt bij het beoordelen van de de vaststelling notitie reikwijdte MER. Omwonenden hebben heel veel zienswijzen ingediend milieueffecten. Na de ter inzage legging van de notitie zijn op basis van de voor de MER met zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, het uiteenvallen van de zienswijzen de veranderingen in de woon-, werk- en leefomgeving als apart leefgemeenschap, onrust, tweedeling, de toekomst van hun eigen bedrijf. De belofte is gedaan milieuaspect in dit MER opgenomen. Hiervoor is een viertal toetsingscriteria om het hoofdstuk wonen, werken, leven toe te voegen aan de MER. Bij ons weten is er uitgewerkt om dit aspect te kunnen beoordelen. 1) Verandering in werkgelegenheid; niemand bevraagd, niemand geïnterviewd. U heeft dit vanachter uw bureau gedaan. 2) Gedwongen vertrek; 3) Visuele hinder in de woonomgeving; 4) Kwaliteit van de Iedereen in het gebied zal oordelen dat op elk punt de hoogste negatieve score van toepassing werkomgeving. is. Gemeente Tilburg presteert het om met plussen te komen omdat er meer werkgelegenheid komt dan nu het geval is en omdat de kwaliteit van de werkomgeving toeneemt.

U moet u diep In het MER is het effect van de ontwikkeling van een bedrijventerrein op het schamen. Het onderdeel “werken” gaat alleen over de nieuwe arbeidsplaatsen, niet over de woonmilieu beschouwd op basis van: gedwongen vertrek, visuele hinder in de ondernemingen en mensen die er nu werken. Veel mensen werken aan huis, hebben een woonomgeving, beïnvloeding van de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde. (voormalig) agrarisch bedrijf of plattelandsonderneming. Voor iedereen zal de kwaliteit van de Het criterium gedwongen vertrek betreft niet alleen het amoveren van woningen, werkomgeving fors afnemen door de aanwezigheid van nieuwe grote loodsen en al die maar ook het vertrek van mensen. We begrijpen dat dit ingrijpend is voor betrokken duizenden vrachtwagens. Sterker nog, er zijn agrariërs die voor wisselteelt afhankelijk zijn van personen. In het MER komt dit naar voren in de effectbeschrijving voor het aspect landbouwgrond van anderen en die zien hun mogelijkheden met 160Ha afnemen. Het gedwongen vertrek met een zeer negatieve beoordeling (--) voor de 80 ha manegebedrijf gaat op slot en voelt zich gedwongen te verhuizen en ook andere agrarische ontwikkeling en een negatieve beoordeling (-) voor de 30 ha ontwikkeling..

Voor bedrijven zien hun toekomstperspectief krimpen als straks de transitie in de landbouw moet visuele hinder is de beoordeling negatief tot zeer negatief en voor de ruimtelijkworden doorgevoerd door de aanwezigheid van dit nieuwe bedrijventerrein. Ze weten niet of visuele kwaliteit en belevingswaarde is de beoordeling ook negatief tot zeer negatief. hen hier nog een toekomst gegund is en of ze moeten investeren in de bedrijfsopvolging of in afbouw. Er is niet eens aan gedacht om dat te beschrijven. De zorgen van omwonenden richten zich op verschillende milieuaspecten, zoals Het “amoveren” van mensen is niet alleen een ingrijpende gebeurtenis voor mensen, het bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, belevingswaarde, recreatiemogelijkheden. Deze amputeert ook een deel van de leefgemeenschap. Grootfamilies waarvan ineens 1 of milieuaspecten worden in het MER beschouwd. meerdere huishoudens moeten vertrekken. Mensen die hier in het gebied geboren en getogen Indien indieners van zienswijze van mening zijn dat er sprake is van waardedaling, zijn. Zelfs mensen die buiten het plangebied wonen moeten weg. In het hele proces is er dan kan, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek om weinig ruimte voor compassie geweest en is er geen menselijke maat gevoeld. U heeft geen tegemoetkoming in planschade worden ingediend bij het gemeentebestuur.

Een enkel onderzoek gedaan naar de economische effecten voor de ondernemingen die in het dergelijk verzoek zal in dat geval volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure achterliggende gebied zitten. De vitaliteit van het gebied verslechtert fors. Er zijn zeker 40 worden behandeld. ondernemingen actief en zij zijn afhankelijk van de ruimte in het gebied. U neemt daar een derde van af. Als gevolg kunnen de achterblijvende ondernemingen geen kant meer op. Een De sociale veiligheid is niet als milieuaspect onderzocht in het MER. Wel vormt dit groot deel van deze ondernemingen heeft een recreatief karakter, denk aan de hondenschool, aspect integraal onderdeel van uitwerking van het ontwerp van het bedrijventerrein de camping en de manege. De komst van een bedrijventerrein pal in hun achtertuin maakt het als ook het beheer van het bedrijventerrein(parkmanagement). Een aantrekkelijk en er niet aantrekkelijker op, ook al doet u nog zo uw best om er boompjes voor te zetten. duurzaam bedrijventerrein is ook een veilig terrein, ook op het gebied van sociale U heeft ook de gebiedsbeleving voor de recreant niet meegenomen in uw beoordeling. Had u veiligheid voor werknemers, bezoekers en omwonenden.

Naast de inhoud van het eerdere aanbevelingen gelezen van de commissie MER uit 2010 dan was u dat vast niet bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad wordt met de inzet van het BREEAMvergeten. Er ligt een enorme druk op het gebied: naast uw plannen voor Wijkevoort moet de instrument voor zowel de gebouwen als het gebied is dit aspect van veiligheid en Groene Kamer tot ontwikkeling komen, gaat er een grote Intratuin 3.0 landen, de Oliemeulen sociale veiligheid ook expliciet verankerd. Ook vragen we in de ontwerpfase moet hierheen, we zijn zoekgebied voor Atilla. Wijkevoort legt een enorm beslag op het totale omwonenden onder andere op dit aspect hun reflectie, dit is verankerd in het gebied, waardoor bestaande ondernemingen en nieuwe initiatieven in de knel komen. En u uitgifteproces zoals opgenomen in het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad. heeft er helemaal niet naar gekeken. En visuele hinder is er niet alleen als je uit het keukenraam kijkt. Elke bewoner van het In het MER is de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde beoordeelt (de buitengebied die voor zijn boodschappen naar Gilze rijdt wordt telkens weer geconfronteerd beoordeling ook negatief tot zeer negatief) voor de impact van Wijkevoort op de met deze plannen, elke fietser die vanuit Gilze naar de Reeshof moet. Elke automobilist die beleving van buiten af.

Voor de diverse ontwikkelingen in dit gebied is de over de A58 rijdt, en elke Reeshoffer, Gilze- of Hultenaar die de afslag Reeshof neemt vanaf de Stadsbosvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin is, naast de ontwikkeling A58. Hoe kunt u die maar 1 “–“ geven? U beschrijft verderop wel de externe veiligheid waarbij van Wijkevoort, ook de ontwikkeling van bijvoorbeeld de Groene Kamer u de focus legt op de veiligheid van de werknemers. Maar u bent vergeten om de sociale meegenomen. veiligheid te onderzoeken. Meisjes en dames voelen zich onveilig in de buurt van truckerparkings. Vrachtwagenchauffeurs die moeten “overblijven” vertonen dikwijls grensoverschrijdend gedrag. Criminaliteit en veiligheid op bedrijventerreinen is een groot probleem en dat heeft zijn weerslag op het omringende gebied. Geen woord daarover in uw effectstudies. Het zoveelste voorbeeld waarbij omwonenden gewoon vergeten worden en onze belangen niet serieus worden meegewogen, ondanks de belofte in de vaststelling van de notitie reikwijdte MER.

83.

20.

Zienswijze MER NatuurNet werkBraba nt

P.11: tabel beïnvloeding NBB Wijkevoort compact: hoe kan de score 0/- zijn als de aanwijzing van het Wijkermeer als onderdeel van het NNB als gevolg van dit voornemen mogelijk komt te vervallen? Hoe kan de score 0/- zijn als wezenlijke kenmerken als rust, stilte en donkerte worden aangetast, het leef- en rustgebied van de reeën straks langs 3 kanten begrensd door vrachtverkeer en de EVZ 3,5 km lang begrenst gaat worden door industrieterrein?

83.

21.

Zienswijze MER Ecologisch e waarden

P.11: “… een bedrijventerrein met een omvang van 30ha … leidt tot meer behoud van Het is niet zo dat het plangebied op dit moment nauwelijks ecologische waarden ecologische waarden” M.a.w. hier wordt toegegeven dat Wijkevoort ten koste van ecologische kent. Zoals beschreven in het Soortenmanagementplan komen hier diverse waarden gaat. Voor de camera zeggen raadsleden en wethouders steeds dat het plangebied op beschermde soorten voor. Voor deze soorten worden ook maatregelen genomen om dit moment nauwelijks ecologische waarden kent. de staat van instandhouding te behouden dan wel te verbeteren. Deze maatregelen zijn beschreven in het Soortenmanagementplan en in de bijlage 8 bij de regels van het plan.

83.

22.

Zienswijze P.11: tabel landschappelijke en cultuurhistorische waarden wordt MER als 0/- beoordeeld. Landschap Wederom een doelredenatie, want in alle varianten verdwijnen waardevolle landweggetjes, boerderijen, monumentale bomen, doorkijkjes, coulissenlandschap. Dat zijn zeker dubbele minnen. De doelstelling dat cultuurhistorische kwaliteiten een plek krijgen (par.1.3) wordt niet behaald. Naar ons oordeel moet dan een dubbele –- zijn.

Zie thematische beantwoording onderdeel 8 en 16.

83.

23.

Zienswijze MER Recreatie

De recreatieve mogelijkheden van Wijkevoort worden vergroot: er wordt een fijnmaziger padenstructuur aangelegd voor voetgangers, paardrijders en fietsers. De locaties waar deze structuren komen te liggen vallen grotendeels samen met de ontwikkeling van het groenblauwe lint, zoals retentiezones, beekdalen en een gevarieerder landschap. Het Wijckerbos en Wijckermeer blijven gehandhaafd en worden ontsloten voor extensieve recreatie.

83.

24.

Zienswijze P.12 tabel klimaatadaptatie: een 0 scoren is onmogelijk. 80Ha aan asfalt en beton zal MER onherroepelijk leiden tot een nieuw hitte eiland. Ook al zet je er een rijtje bomen naast. En u Klimaatada heeft het niet onderzocht. Hoe warm wordt Wijkevoort eigenlijk? Naar ons oordeel moet dan ptatie een dubbele –- zijn.

Een berekening van temperatuurstijging kan pas gemaakt worden als duidelijk is hoe OL de ontwikkeling van het bedrijventerrein er uit gaat zien: hoe groot zijn de panden en hoe worden ze gepositioneerd, welke materialen en kleuren worden er gebruikt en worden groene gevels en/of groene daken toegepast. Door middel van de beleidsregels in de ontwikkelleidraad wordt hier richting aan gegeven. In de ontwikkelleidraad zullen we opnemen dat bedrijven aan de hand van een berekening moeten laten zien dat hun ontwikkeling niet leidt tot een grote temperatuurstijging op het bedrijventerrein.

83.

25.

Zienswijze MER Energie

Er wordt hard gestuurd op het realiseren van een energieleverend werklandschap. Enerzijds door het stellen van strenge eisen aan de individuele bedrijven (o.a. Breeam Outstanding Certificaat en het optimaal benutten van daken voor de opwek van duurzame energie) en anderzijds door maatregelen op gebiedsniveau, zoals het realiseren van een duurzame warmtevoorziening en een energiezuinige inrichting van de openbare ruimte. Globale berekeningen tonen aan dat daarmee energieneutraliteit haalbaar is. Dit is echter nog afhankelijk van de exacte energievraag van bedrijven die zich op Wijkevoort gaan vestigen. Als een bedrijf door een hoge energievraag de energieneutraliteit van Wijkevoort bemoeilijkt, zal dit worden afgewogen tegen andere belangen. Zie par. 5.4 van de Ontwikkelleidraad.

P.12: tabel mogelijkheden voor recreatief medegebruik, beoordeling + is strijdig met de opmerking van pagina 6 waar staat dat er slechts extensieve vormen van recreatie mogelijk zijn. Bovendien verdwijnen en fietsroutes, wandelroutes en ruiterpaden. Daarmee zou de score negatief moeten zijn ten opzichte van de huidige situatie. Naar ons oordeel moet dan een dubbele –- zijn.

P.12 Duurzame energievoorziening: er zijn mogelijkheden om een energieneutraal terrein aan te leggen. Daar wordt in het bestemmingsplan niet hard op aangestuurd. Dus ofwel het terrein is energieneutraal en scoort een 0 ofwel het is energieleverend en dan mag er een + staan. Voor vooralsnog is energieleverend geen harde eis. Naar ons oordeel het oordeel negatief zijn.

zie 83.10

83.

26.

Zienswijze MER Bodem, PFAS

P.13 tabellen bodem: serieus? Durft u echt te zeggen dat met de aanleg van 80ha asfalt en beton, met 18.500 verkeersbewegingen per dag de bodemkwaliteit, de grond en oppervlakte waterkwaliteit en kwantiteit beter zal zijn dan ten opzichte van de referentiesituatie? Hoe dan? Omdat je vervuilde grond afgraaft? Je maakt de hele bodemstructuur en bodemleven kapot door gebouwen van dit soort formaat neer te zetten. Is PFAS ineens geen issue meer?

Op dit moment lopen de bodemonderzoeken nog. Het is daarom nog niet duidelijk of er sprake is van bodemverontreiniging, en waar eventueel sprake is van bodemverontreiniging. In het exploitatieplan zijn voldoende middelen gereserveerd voor mogelijk bodemsaneringen. PFAS wordt als stof meegenomen in deze bodemonderzoeken indien daar aanleiding voor is op basis van de historische gegevens waarin het gebruik van stoffen met PFAS naar voren komen. Uiteindelijk neemt de acceptant waar de grond wordt ingeleverd de verantwoordelijkheid over van de ingenomen grond. Deze acceptant zal dus ook eisen stellen aan de grond die wordt ingenomen. Op dit moment gelden het tijdelijk beleid, en het beleid dat de gemeente Tilburg voor PFAS heeft vastgesteld. Volgend jaar zullen de normen veranderen, en vanaf dat moment zal er conform die normen gewerkt worden, net zoals dat met andere parameters gebeurt. Het gemeentelijk beleid m.b.t. bodemkwaliteit en PFAS is beschikbaar op de gemeentelijke website.

83.

27.

Zienswijze MER Doelreden atie

P.14 “Omwille van de economische haalbaarheid is een variant van alleen 30ha niet wenselijk.” Dit is een milieueffectrapportage. Waarom wordt een dergelijk opmerking gemaakt? Met deze doelredenering laadt u de verdenking op uzelf niet onpartijdig te zijn. Want waar zit uw doorrekening? Dit is ook niet gek, want het Masterplan, de projectleiding en de MER zijn alle drie in handen van 1 en hetzelfde adviesbureau: SWECO. Net als de deelrapporten over akoestisch onderzoek, externe veiligheid, geur, stikstof en luchtkwaliteit.

De onderzoeken zijn door een deskundig extern bureau uitgevoerd. het gemeentebestuur is nagegaan of deze onderzoeken op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dat één van de projectleiders van dit project werkzaam is bij Sweco doet hier niks aan af. De beoordeling van de onderzoeken is door de inhoudelijk deskundigen van de gemeente gebeurd. Er is derhalve geen sprake van belangenverstrengeling of onzorgvuldige voorbereiding van het bestemmingsplan.

83.

28.

Zienswijze P.14: Het voorkeursalternatief is Wijkevoort verspreid minus de sprongen over de Leij. Dat MER betekent dat het Wijckermeer als recreatieplas wordt ingericht (pag 7.) Waarom is er dan Voorkeurs nergens onderzocht wat daar de (milieu)effecten van zijn? alternatief

Bij de beschrijving van het Voorkeuralternatief is aangegeven dat het Wijckermeer en Wijckerbos optimaal geïntegreerd worden in het groenblauwe raamwerk. Daarmee zal het Wijckermeer niet als intensieve recreatieplas worden ingericht. Dit is inderdaad niet expliciet gemaakt in de tekst van het voorkeursalternatief. Dit was de duidelijkheid over het Wijckermeer wel ten goede gekomen. Het Wijckermeer maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk. Deze natuurstatus vormt het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkeling op en rondom het Wijckermeer. Hierin past extensieve recreatie zoals bijvoorbeeld wandelen over vlonderpaden langs de oever; hengelen; duiken; zwemmen alleen op een beperkt, hiervoor afgekaderd gedeelte.

83.

29.

Zienswijze MER Woonrijp

P.14: Waarom gaat u Wijkevoort bouw- en woonrijp maken? U jaagt er mensen weg, “amoveren” in uw woorden. Voor wie gaat u het dan woonrijp maken?

De definitie van woonrijp maken betreft het afwerken van openbare delen van een bouwterrein voor uiteindelijk gebruik. De werkzaamheden die het betreffen zijn opgenomen in hoofdstuk 6.3.2 van het Exploitatieplan.

83.

30.

Zienswijze MER Slag om de Leij

P14: “Uit de omgevingsdialoog (zomer 2020) en het raadsbesluit van 21 september… is naar Het klopt dat deze wens om de Hultensche Leij als noordelijke grens van het voren gekomen dat de Hultense Leij graag als grens wordt gezien”. Dit is om heel verdrietig van plangebied aan te houden al vaker is geuit. Om aan de opgave van 80 hectare te te worden. In de zienswijzen van de MER is die wens al naar voren gekomen (april 2017), (u voldoen was het nodig om ook het gedeelte ten noorden van de Hultensche Leij in beloofde in de notitie vaststelling reikwijdte MER ook snel een besluit hieroverte nemen), in de beeld te houden als uitgeefbaar gebied. Tijdens de omgevingsdialoog is dit punt reacties op het concept Masterplan (nov 2017), in diverse gesprekken met omwonenden opnieuw onder de aandacht gekomen en is dit ter discussie komen te staan. (2018), inspraakreacties (jan 2019), het staat in de Stadsbosvisie, het was het eerste Vervolgens is door de gemeenteraad besloten om door een ruimtelijke indeling met advies van het planteam (2019) en pas na de motie van de LST zomer 2020 heeft u de knoop minimaal verlies aan uitgeefbaar oppervlakte de 'sprong over de leij' niet te maken. moeten doorhakken achter de Leij te blijven. En nu doet u net alsof dat de opbrengst is van de omgevingsdialoog, zomer 2020, waarbij u kunt zeggen hoe goed u naar de burger luistert.

Dat De tekst in 6.3 van de toelichting is niet goed aangepast op het besluit niet over de doet u dus al drie jaar op rij niet. En in de toelichting op het bestemmingsplan schrijft u dat de Hultensche Leij te gaan. In dit bestemmingsplan wordt het verleggen van de sprong over de Leij nog steeds niet uitgesloten is als er niet voldoende Hultensche Leij mogelijk gemaakt. Wanneer de fase ten oosten van het Wijckermeer ruimte gevonden kan worden. wordt ontwikkeld is de verlegde Hultensche Leij de grens van het plangebied. De tekst van 6.3 van de toelichting wordt hierop aangepast.

83.

31.

Zienswijze MER Doelstellin g EVZ

P.16: “De beekdalen kunnen daarnaast als recreatieve zone gebruikt worden door de werknemers van het bedrijventerrein. ”Er is in de hele planuitwerking geen duidelijke keuze gemaakt voor de functie van de EVZ: heb je deze nodig voor natuurcompensatie en biotopen voor nieuwe soorten, dan wil je er mensen uithouden. Wil je het benutten voor recreatie, dan moet je accepteren dat je hier geen rustgebied gaat creëren voor doelsoorten uit je soortenmanagementplan.

In het planuitwerking is ervoor gekozen om de recreatieve functie niet te combineren met de ecologische functie van de evz’s. De recreatieve functie (wandelpaden) wordt voorzien in het groenblauwe lint rondom het bedrijventerrein, waardoor de te ontwikkelen bijzondere natuurwaarden in de evz’s wordt ontzien. De ontwikkeling van wandelpaden in de evz’s wordt daarom geminimaliseerd. Hiermee kunnen de ecologische verbindingszones optimaal functioneren.

ja, toelichting paragraaf 6.3 aanpassen.

83.

32.

Zienswijze MER Bedrijfsloc atie Hultensew eg

P.16: “De Hultenseweg zal haar ontsluitingsfunctie voor de omgeving behouden en maakt geen onderdeel uit van de ontsluitingsstructuur van het bedrijventerrein” In dat licht is het onwenselijk dat akker ter hoogte van Hultenseweg 40 bij het plangebied wordt getrokken. Het ligt volledig geïsoleerd van de rest van het terrein en is niet anders dan via de Hultenseweg te bereiken.

De akker ten hoogte van Hultenseweg 40 - kadastraal perceel AH 152 (ten noorden van het Wijckermeer) maakt onderdeel uit van het bestemmingsplangebied en exploitatieplangebied en is belangrijk voor de campusontwikkeling. Op het perceel zouden ondersteunende diensten kunnen komen. Het bestemmingsplan wordt aangepast zodat op dit perceel niet geparkeerd mag worden. Het perceel is alleen voor bevoorrading bereikbaar en dat door een doorkruising van de Hultenseweg. De bevoorrading komt vanuit het vlak ten westen van de Hultenseweg. Hier zal ook het parkeren plaatsvinden. Dus het betrekken van deze kavel bij Wijkevoort heeft geen negatief effect op de Hultenseweg.

83.

33.

Zienswijze MER Schijn

P.16: “Behoud van de landschapsstructuur van de weg Wijkevoort is omwille van haar ligging onzeker.” Wat een bijzondere omschrijving. In alle verbeeldingen is de weg Wijkevoort weg. Het is een waardevolle historische weg p.86 van redelijk hoge waarde. P 88: staat het advies om als mitigerende maatregel de weg Wijkevoort te behouden. Hier wordt in het bestemmingsplan op geen enkele manier moeite voor gedaan om dit te behouden, terwijl u in de MER de schijn hooghoudt dat deze weg behouden zou kunnen blijven.

De weg Wijkevoort wordt naar aanleiding van de zienswijzen behouden.

83.

34.

Zienswijze MER Onvolledig informere n

P.16: “hoe gaat het nu verder?” Bijzonder dat er wel melding gemaakt wordt van het feit dat mensen zienswijzen mogen indienen en een beroep mogen instellen bij de Raad van State maar dat er niet vermeld wordt dat mensen een verzoek om voorlopige voorziening mogen indienen. Hiermee voldoet de gemeente Tilburg (wederom) niet aan haar plicht om haar burgers tijdig en volledig te informeren.

Het is correct dat degene die na vaststelling van het bestemmingsplan beroep instellen bij de Raad van State ook voorlopige voorziening kunnen vragen om te voorkomen dat het bestemmingsplan c.a. na afloop van de beroepstermijn in werking treedt. Deze opmerking in het MER schetst het procedurele vervolg. Na vaststelling van het bestemmingsplan worden indieners van zienswijzen en anderen geïnformeerd over de rechtsbeschermingsmogelijkheden inclusief de mogelijkheid om voorlopige voorziening te vragen.

83.

35.

Zienswijze P.17 Er wordt gerefereerd aan de omgevingsvisie. Maar in de omgevingsvisie is er sprake van MER aerospace en maintenance, en niet een nieuw cluster voor XXL logistiek. Omgevings visie

Met Wijkevoort wordt ingezet op een werklandschap met een sterk economisch concept en duurzame landschapsontwikkeling. Hiermee willen we het logistieke profiel versterken en moderne maakindustrie behouden en innoveren. Deze intentie staat op meerdere plekken in de omgevingsvisie genoemd. "We spelen in op kansen in de markt en de sterke economische dragers van de stad: ons modern industrieel cluster. Wijkevoort, een strategische reservelocatie voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein, kan daarin voorzien. De vraag naar grote kavels houdt (voorlopig) aan." (Omgevingsvisie, blz. 10) of "Wijkevoort heeft zich meer en meer geprofileerd met service logistics, een menging van maintenance en logistieke bedrijvigheid. " (Omgevingsvisie, blz. 78). Het is niet zo dat de ambities alleen op aerospace en maintenance waren gericht. Naar logistiek en grootschalige kavels wordt gerefereerd in de Omgevingsvisie.

83.

36.

Zienswijze MER Onderbou wing

P.17 “met de ontwikkeling van werklandschap Wijkevoort speelt de gemeente in op de urgente Met Wijkevoort wordt ingezet op een werklandschap met een sterk economisch vraag uit de markt naar grote kavels”. Is dit dan de onderbouwing en legitimatie van concept en duurzame landschapsontwikkeling. Hiermee willen we het logistieke Wijkevoort? Zwak. profiel versterken en moderne maakindustrie behouden en innoveren. De provincie heeft eind 2018 de Prognose bedrijventerreinen en kantoren Noord-Brabant vastgesteld. Hierin wordt geconcludeerd dat er nog een ruimtevraag voor bedrijvigheid is van 175-270 hectaren tot en met 2030 voor heel Midden-Brabant, waaronder een aanzienlijk deel vanuit de grootschalige logistiek. Onderzoek van STEC concludeert begin 2020 dat deze conclusie nog steeds staat. Ook concludeert Stec dat de leegstand op bestaande bedrijventerreinen in Tilburg onder een gezond frictieniveau is. Uit een onderzoek dat is gedaan in opdracht van de provincie blijkt dat herstructurering op bestaande bedrijventerreinen in Brabant 23% van de totale logistieke dynamiek betreft. In Midden- en West Brabant is dat zelfs 30% . Het zelfde onderzoek concludeert dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties is te realiseren. Zie ook thematische beantwoording, onderdeel 1.

Ja BP

83.

37.

Zienswijze MER Economisc he groei

P.17 “Doel hiervan is groei van de economie”. Het staat op veel plekken: Wijkevoort is goed voor de economie. Iedereen zegt het elkaar na. Maar wij hebben deze uitspraak nooit onderbouwd gezien: hoeveel groeit de Tilburgse economie dan? Wat gaat de (Til)burger daar van merken? Gaan wij nu ook minder belasting betalen? Wij weten alleen maar dat hij die meent dat oneindige economische groei op een eindige planeet mogelijk is ofwel een idioot ofwel een econoom is (vrij vertaald naar Sir David Attenborough). Dat is namelijk fysiek en mathematisch onmogelijk.

Focus in de nieuwe economie ligt niet op ongebreidelde groei, maar juist verdere verduurzaming, een goede landschappelijke inpassing en circulaire gebiedsontwikkeling zijn belangrijke uitgangspunten in het bestemmingsplan Wijkevoort en de bijbehorende ontwikkelleidraad. Stil staan is geen optie en door juist de kennisintensieve aspecten van de smart industry en logistics te faciliteren op Wijkevoort draagt Wijkevoort bij aan duurzame werkgelegenheid. Met de ontwikkeling van Wijkevoort willen we de regionale beroepsbevolking in zijn volle breedte laten profiteren.

83.

38.

Zienswijze MER Duurzame werkgeleg enheid

P.17 “Doel is…. En het creëren van meer duurzame werkgelegenheid”. Wat is dat? Wij weten dat er behalve arbeidsmigranten en robots ook nog wel andere mensen komen te werken. Maar hoezo is deze werkgelegenheid “meer duurzaam”? In het bestemmingsplan, noch in de beleidsregels is er moeite gedaan om duurzame werkgelegenheid te omschrijven laat staat te borgen. Schermen met duurzame werkgelegenheid is een drogreden, wederom een vorm van greenwashing. U doet geen enkele moeite om dat uit te leggen, uit te werken en goed te borgen.

Het creëren van meer duurzame werkgelegenheid is niet zo zeer bedoeld als het creëren van meer werkgelegenheid die 'groen' is (bijvoorbeeld in duurzame energiesector). Er wordt in deze context mee bedoeld dat bij het aantrekken van bedrijvigheid bedrijven inzichtelijk moeten maken hoe ze over langere periode (meerdere jaren) inzet van de regionale beroepsbevolking mogelijk maken. Maar dat is niet alles. Ook zullen ze moeten bijdragen aan de regionale arbeidsmarktinfrastructuur door ontwikkelplekken mogelijk te maken op de werkplek en mee te denken over voortdurende vernieuwing van aansluiting onderwijsarbeidsmarkt. Tot slot moeten de bedrijven bereid zijn om te investeren in leven lang ontwikkelen van hun werknemers. Zodoende blijven hun werknemers geëquipeerd voor toekomstige veranderingen binnen het werk. De onafhankelijke adviescommissie toetst dit, zoals is opgenomen in de ontwikkelleidraad, onderdeel van het bestemmingsplan

83.

39.

Zienswijze P.17 “In het bestemmingsplan maakt de gemeente de ontwikkeling van en 30ha uitgeefbaar MER bedrijventerrein mogelijk”. Bent u nu al vergeten dat u in de eerste fase het gebied wil Oppervlakt vergroten naar 45ha of 37Ha? e eerste fase

Voor de ontwikkeling van Wijkevoort wordt uitgegaan van een ontwikkeling van maximaal 80 ha uitgeefbaar. Daarvoor zijn 2 alternatieven in het MER ontwikkeld, beiden met 80 ha aan uitgeefbaar terrein. Omdat alleen voor de eerste fase (oorspronkelijk 30 ha aan bedrijfskavels) een bestemmingsplan mag worden opgesteld en de overige 50 ha pas later vraaggericht kan worden ontwikkeld is in het milieueffectrapport ook een variant in ogenschouw genomen waarbij Wijkevoort beperkt blijft tot een ontwikkeling van in totaal 30 ha aan bedrijfskavels. Dit om een indicatie te krijgen van de effecten bij 30 ha (zowel verspreid als compact). Als resultaat van de omgevingsdialoog en het besluit van de raad (september 2020) is het plangebied voor de eerste fase vergroot naar 37 ha aan bedrijfskavels (41,9 ha uitgeefbaar incl. retentiegebied). Omdat de 7 ha extra valt binnen het al in ogenschouw genomen plangebied van de 30 ha en de milieueffecten daarvan niet het onderscheid in alternatieven zal doen wijzigen is het MER hier niet op aangepast bij de tervisielegging. Na deze periode is op basis van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. in de Aanvulling MER wel het Voorkeursalternatief met 37,4 ha uitgeefbaar opgenomen. Gelet op de conclusies in die onderzoeken kan worden geconcludeerd dat het plan voorziet in een goede ruimtelijke ordening.

83.

40.

Zienswijze MER Buitenplan s afwijken

In de regio is afgesproken dat het vervolg van Wijkevoort vraaggericht ontwikkeld gaat worden. Dus pas als er een concrete gegadigde is die voldoet aan de eisen van de Ontwikkelleidraad zal er een planologische procedure gevolgd worden. Dit kan een "grote buitenplanse afwijking' zijn of een postzegel bestemmingsplan. Beide vormen kennen een uitgebreide rechtsbescherming met uiteindelijk beroep bij de Raad van State. Ook bij het toepassen van de "grote buitenplanse afwijking' is de gemeente gehouden aan het eigen beleid zoals vastgelegd in onder andere de Ontwikkelleidraad.

P.17 “De overige 50 ha wordt via een aparte procedure (buitenplans afwijken) ontwikkeld”. Hier zijn wij pertinent op tegen. Wij willen voor de tweede fase ook een compleet bestemmingsplan of omgevingsplan. Als via buitenplans afwijken wordt gewerkt dan hebben we en geen inspraak/bezwaar mogelijkheden en de grenzen van het gebied liggen niet op voorhand vast. Daarmee hebben wij geen zekerheid over de toekomst of het voorgenomen plan werkelijk achter de Leij blijft. Dat ligt nl nergens vast en kan door een volgend college zomaar aan de kant geschoven worden. Daar wordt in de toelichting al op gezinspeeld.

83.

41.

Zienswijze P.17 “Het doel van de m.e.r. is om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de MER voorbereiding en vaststelling van het bestemmingsplan Wijkevoort.” Belangenaf Als de m.e.r. werkelijk moet meewegen in de besluitvorming, hoe kan het dan dat er al op weging diverse momenten besluitvorming heeft plaatsgevonden zonder dat er ooit inzicht is gegeven in de uitkomsten van het MER onderzoek/ zonder dat tot noch toe ooit een concept MER aan de raad is aangeboden? Op welke gronden hebben zij dan moeten besluiten? Dit toont aan dat er nooit een integrale belangenafweging is geweest waarbij alle negatieve effecten zijn gewogen tegen de vermeende economische belangen. En het is wat u omwonenden steeds heeft voorgespiegeld: de MERmoet uitwijzen of en hoe Wijkevoort er kan komen. Wij beoordelen dat als alle belangen integraal worden meegewogen: van landschap, ecologie, flora, fauna, gezondheid, luchtkwaliteit tot aan recreatiemogelijkheden en maatschappelijk draagvlak aan toe de balans negatief uitslaat en dat de negatieve en ongewenste effecten van uw planontwikkeling niet opwegen tegen de vermeende economische voordelen.

De belangenafweging vindt plaats in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan. In het kader van het nemen van dat besluit is het MER opgesteld. Eerdere besluiten zoals Omgevingsvisie 2040, Masterplan, nota Toekomst bestendige werklocaties enz dragen bij aan de besluitvorming evenals de inbreng tijdens de omgevingsdialoog. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn alle relevante ruimtelijke aspecten afgewogen en onderzocht en is geconcludeerd dat blijvend wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening. Al deze informatie samen leiden tot een afgewogen besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731266/1