CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Bijlage 12b Reactie per zienswijze

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wijkevoort85.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 10

Aan de bedrijven die zich op Wijkevoort willen vestigen worden wel degelijk duurzaamheidseisen gesteld. De zienswijze gaat specifiek in op de werkomstandigheden van werknemers. Op Wijkevoort zijn alleen bedrijven welkom die in haar plannen en personeelsbeleid aandacht hebben voor (collectieve) voorzieningen en het welzijn van de werknemers. Bedrijven moeten dit aantonen door concrete relevante voorbeelden te benoemen. Bij voorkeur heeft het bedrijf een WELL-certificaat voor een gezond gebouw.

19.

58.

Zienswijze MER Versterking economie P.26 “Met de ontwikkeling van Werklandschap Wijkevoort wil de gemeente Tilburg voorzien in de behoefte om de economie te versterken...” Waar baseert u de behoefte op om de economie te versterken? Van wie is die behoefte? Wij zien en lezen alleen maar de behoeften van grote bedrijven, investeerders en projectontwikkelaars, de Somersets van deze wereld, om land op te kopen.

Zie thematische beantwoording, onderdeel 1.

19.

59.

Zienswijze MER Natuurwaarden P.26 “... én tegelijkertijd de landschappelijke en natuurwaarden versterken.” Waarom begrijpt u niet dat indien u 80Ha aan asfalt en beton neerzet op huidig landbouw areaal, dat u daarmee de landschappelijke waarde niet versterkt? Het Wijckerbos en -meer, de Hultense en Aalstraatse Leij zijn onderdelen van NatuurNetwerk Brabant. De aanleg van Wijkevoort maakt dat u daar natuurcompensatie moet aanleggen. Gelooft u zelf werkelijke dat deze natuurcompensatie een versterking van de natuur is? Lees uw eigen MER er nog eens op na: flora, fauna, natuur, luchtkwaliteit, geluidsbelasting het zijn allemaal negatieve effecten op het natuurnetwerk. Hoe kunt u beweren dat u de

zie 19.5 en 19.10

natuurwaarden versterkt door de aanleg van dit industrieterrein??? Dit is weer een doelredenatie die niet in de MER thuishoort.

19.

60.

Zienswijze MER Cultuurhistorie P.26 “...waarin ook cultuurhistorische kwaliteiten een plek krijgen.” Kunt u er eentje noemen? Alle cultuurhistorische elementen moeten wijken voor uw project: boerderijen, landschapsbomen, landweggetjes, doorkijkjes. De Hultenseweg kunt u niet wegvagen omdat het de ontsluitingsweg is voor het achterland. Noemt u dat dan een cultuurhistorische kwaliteit die een plek krijgt? Dit is weer een doelredenatie die niet in de MER thuishoort. 61. Zienswijze MER Flexibiliteit P.26 U zegt flexibiliteit na te streven. Dit is strijdig met uw ambitie om een duurzaam bedrijventerrein aan te leggen. De flexibiliteit uit zich erin dat u alles zoveel mogelijk probeert te omschrijven in de ontwikkelleidraad. Voorheen heette dit inspiratieboek. Dit is een richtinggevend document waar het college gemakkelijk van af kan wijken. Er kan niet gehandhaafd worden. Alles wat ook maar enigszins in de richting van duurzaamheid gaat wilt u niet verplichtend vastleggen. Als u werkelijk wilt dat Wijkevoort ook in de tijd, sector en in kavelgrootte flexibel is dan mag u de grond niet verkopen maar moet u het uitgeven in pacht. Dan blijft u er grip op houden, ook in de tijd. Maar dat wilt u niet.

Cultuurhistorie: Een van de grootste cultuurhistorische kwaliteiten in Wijkevoort is de kenmerkende laanbeplanting langs de Hultenseweg. Deze weg en beplanting worden volledig gehandhaafd en ingepast.. Ook de beekdalen zijn van cultuurhistorische betekenis. Deze worden hersteld naar hun oorspronkelijke maat en functie, zodat ze voor de natuur en het landschap weer een grote rol kunnen gaan spelen. Het kenmerkende coulissenlandschap in het plangebied zelf gaat inderdaad verloren. De weg Wijkevoort wordt naar aanleiding van de zienswijzen behouden.. Ook zullen op basis van de zienswijzen enkele panden behouden blijven. Het gaat om de panden aan de Hultenseweg 8 (woning en schuur), Hultenseweg 13 (schuur) en Hultenseweg 35 (woning en schuur). Het zijn geen panden die als monument zijn aangewezen, wel is Hultenseweg 8 een MIP-pand: de bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Deze bebouwing heeft weliswaar geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd. Behoud van de panden is ook positief voor enkele faunasoorten in het gebied (natuur, flora en fauna).

Het kenmerkende coulissenlandschap wordt hersteld waar dan kan, bijvoorbeeld tussen de Groote Leij en de Burgemeester Letschertweg en tussen Wijkevoort en Stadsbos 013. Flexibiliteit: Wijkevoort wordt vraaggericht ontwikkeld. Dat vraagt flexibiliteit op het gebied van uitgifte. Daarom liggen geen kavelgrenzen vast, maar zijn de uitgangspunten en ambities omschreven. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Wijkevoort wordt energieneutraal, waar mogelijk energieleverend en landschappelijk optimaal ingepast. Daarvoor zijn uiteenlopende oplossingen denkbaar. Het voorschrijven van specifiek oplossingen kan doorbraken op dat gebied en nieuwe ideeën in de weg staan. Ontwikkelleidraad: Deze wordt vastgesteld met het bestemmingsplan, waarmee de inhoud daarvan bindend is. Het bestemmingsplan voor Werklandschap Wijkevoort is een bestemmingsplan verbrede reikwijdte. In dit bestemmingsplan zijn zaken geregeld die in een regulier bestemmingsplan worden geregeld zoals: toegelaten functies, maximale bouwhoogtes, maximale bouwpercentages en voorwaardelijke verplichtingen die vanuit een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk zijn. De verbrede reikwijdte betekent dat gewerkt wordt met open normen voor zaken die normaal gesproken niet in een bestemmingsplan opgenomen worden zoals energieneutraliteit, duurzaamheid, klimaatadaptatie.

Deze open normen worden uitgewerkt in beleidsregels die opgenomen zijn in de Ontwikkelleidraad. Deze regels zijn bindend voor de bedrijven die zich op het Werklandschap gaan vestigen. Deze manier van werken loopt vooruit op de Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt.

19.

62.

Zienswijze MER Natuurambitie P.26 “Wijkevoort biedt kansen voor een hogere natuurambitie...“ Een natuurambitie kan en mag nooit de legitimatie zijn voor de aanleg van een bedrijventerrein. De kansen voor een hoge natuurambitie zijn veel groter zonder 80Ha aan asfalt en beton. U draait categorisch de zaken om, en dan durft u ook nog te stellen dat “de ontwikkeling van een modern industrieel en logistiek cluster zich zal voegen aan het landschap.” Deze gebouwen zijn zo megagroot dat het landschap zich moet voegen aan dit bedrijventerrein en niet andersom. U moet het landschap transformeren. U wilt (een deel van) het Wijckermeer onttrekken aan het NatuurNetwerkBrabant en u heeft ontheffing nodig voor

Het klopt dat de natuurontwikkeling niet de legitimatie is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Wel is het onwaarschijnlijk dat in een autonome ontwikkeling de natuurwaarden van het gebied zich positief zullen ontwikkelen. Schaalvergroting en intensivering van het agrarisch gebied met bijbehorende achteruitgang van soorten zet nog steeds door. De komst van het bedrijventerrein genereert wel een financiële impuls om te investeren in natuur- en landschapsmaatregelen in het omliggende agrarische gebied.

heel veel doelsoorten op de wet natuurbescherming. Hoe kunt u dan spreken over een hogere natuurambitie? Dit is weer een doelredenatie die niet in de MER thuishoort.

19.

63.

Zienswijze MER Recreatie P.26 “Denkbaar is dat grootschalige bedrijven zichtbaar zijn...” Eens. “... in een ecologisch verbeterd landschap...” oneens “... dat ook ruimte biedt aan recreatie.” Het gebied zoals het nu is biedt ruimte aan wandelaars, ruiters, fietsers, hardlopers, duikers en skaters en toerders. De ruiter- wandel- en fietsroutes door het plangebied verdwijnen. Het is ondenkbaar dat er meer recreatie voor terug zal komen

De recreatieve mogelijkheden van Wijkevoort worden vergroot: er wordt een fijnmaziger padenstructuur aangelegd voor voetgangers, paardrijders en fietsers. De locaties waar deze structuren komen te liggen vallen grotendeels samen met de ontwikkeling van het groenblauwe lint, zoals retentiezones, beekdalen en een gevarieerder landschap. Het Wijckerbos en Wijckermeer blijven gehandhaafd en worden ontsloten voor extensieve recreatie.

19.

64.

Zienswijze MER 0-optie P.27 “Alternatieven en Varianten” Dit hoofdstuk is incompleet. U bent vergeten te beschrijven wat er gebeurt als Wijkevoort niet wordt aangelegd. Want “alle alternatieven dienen aan te sluiten op de regionale behoefte.” En is het niet zo dat de regionale behoefte in feite is: Ruimte is schaars, hoe gaan we daar nu en in de toekomst mee om? En: Dankzij Covid19 hebben we de recreatiewaarde van natuur-om-de-hoek extra leren waarderen. Bij het afwijzen van het referendumverzoek heeft u dat wel beschreven: Als Wijkevoort niet doorgaat dan wordt de herstructureringsopgave lastiger, zullen er bedrijven naar Waalwijk gaan en moet u de investeringen afschrijven. Het is precies wat het college van Rijksadviseurs wil dat u doet: ipv landbouwgrond veel te goedkoop van de hand doen. serieus en gemotiveerd aan de slag met de herstructureringsopgave. Als Wijkevoort wél doorgaat dan hoeft u daar op de korte termijn niet over na te denken.

Uit recent onderzoek van de provincie Brabant blijkt dat in Midden- en West Brabant herstructurering 30% van de totale logistieke dynamiek betreft. Het zelfde onderzoek concludeert dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties via herstructurering te realiseren is. Met een project als herstructurering Loven zetten we volop in om samen met rijk, provincie en bedrijfsleven om middels herstructurering zoveel als mogelijk de groeivraag van zittende bedrijven op bestaande bedrijventerreinen te realiseren en daar waar mogelijk de komst van nieuwkomers te faciliteren. Echter met (bijna) alleen ruimtevragers en een zeer lage leegstand is dat bijna niet mogelijk. Het College van Rijksadviseurs adviseert niet alles te faciliteren, in te zetten op clustering, herontwikkeling van brownfields te stimuleren en alleen onder voorwaarden greenfield ontwikkeling mogelijk te maken. Met een clustering rondom Midden Brabant Poort, Broekakkers en het vliegveld in Gilze-Rijen, een goede doorsnijding en de ontwikkeling van een groen-blauw raamwerk dat aansluit op Stadsbos013 en de inzet op herstructurering elders in Tilburg, is Wijkevoort in lijn met de aanbevelingen van het College van Rijksadviseurs opgezet.

19.

65.

Zienswijze MER Salamitactiek P.27 “De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie (alle Een milieueffectrapport kijkt altijd in de toekomst. De toestand van het milieu in de gerealiseerde activiteiten) en toekomstige ontwikkelingen.” Dat is correct, maar u bent er referentiesituatie wordt altijd gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu, nogal wat vergeten te onderzoeken: - De verbreding van de A58 - De knip in de N282 - Het samen met de gevolgen van de zogenaamde autonome ontwikkeling. Concreet houdt Luchtvaartbesluit - De Groene Kamer - De Oliemeulen - Ontlasting van de binnenstad / dit in dat de referentiesituatie ervan uitgaat dat vastgesteld overheidsbeleid (en de Ringbaan West Al deze ontwikkelingen zitten in een verschillende fase, maar ze zijn stuk voor gevolgen daarvan) zal worden gerealiseerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanleg stuk van invloed op uw plannen, en u moet ze dus cumulatief meenemen in uw onderzoek: van een rijksweg op grond van een Tracébesluit of het schoner worden van de lucht Project A58 en Luchtvaartbesluit zijn van invloed op o.a. stikstof en geluidsoverlast. Beiden door regels en beleid gericht op het terugdringen van emissies. Vastgesteld beleid en waren net als Wijkevoort prioritair project onder de PAS.

De knip in de N282 en de ontlasting projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden moeten dus van de binnenstad hebben effect op de verkeersafwikkeling rondom de Reeshof en Wijkevoort. worden meegenomen in de beschrijving van de referentiesituatie van het project. De De Oliemeulen is met de vele roofvogels is gevangenschap van invloed op het SMP en de uilen knip in de N282 is wel meegenomen aangezien hier een provinciaal besluit aan ten populatie die u wegjaagt. De Oliemeulen en de Groene Kamer/Intratuin hebben grote grondslag ligt. De ontwikkeling Groene Kamer is niet meegenomen in de aanzuigende werking op het verkeer en hebben net als Wijkevoort gevolg voor het berekeningen omdat dit nog geen vastgesteld plan betreft. Voor de Verbreding van sluipverkeer in het achterliggende gebied. De Provincie heeft er nog speciaal aandacht voor de A58 is nog geen sprake van vastgesteld beleid met een besluit van het ministerie gevraagd in hun zienswijzen bij de MER, en uw antwoord was: “Met het plan Wijkevoort wordt hierover. Ook over het Luchvaartbesluit is nog geen besluit genomen. juist de verbinding met andere planologische ontwikkelingen gezocht.”

19.

66.

Zienswijze MER Inpasbaarheid P.28 In tegenstelling tot alle eerdere afspraken wilt u 45Ha gaan ontwikkelen in fase 1 ipv 30Ha. Dit heeft ermee te maken dat het plangebied onlogisch van vorm is en het niet lekker past als er maar op 1 deelgebied gestart mag worden. Eigenlijk moeten we concluderen dat uw plannen voor dit grootschalige industriegebied niet inpasbaar zijn. U moet nu noodgedwongen 45 Ha gaan ontwikkelen omdat uw inrichting van het gebied anders in de knoop komt. Waarom heeft u niet de moeite genomen de MER daarop aan te passen?

Voor de ontwikkeling van Wijkevoort wordt uitgegaan van een ontwikkeling van maximaal 80 ha uitgeefbaar. Daarvoor zijn 2 alternatieven in het MER ontwikkeld, beiden met 80 ha aan uitgeefbaar terrein. Omdat alleen voor de eerste fase (oorspronkelijk 30 ha aan bedrijfskavels) een bestemmingsplan mag worden opgesteld en de overige 50 ha pas later vraaggericht kan worden ontwikkeld is in het milieueffectrapport ook een variant in ogenschouw genomen waarbij Wijkevoort beperkt blijft tot een ontwikkeling van in totaal 30 ha aan bedrijfskavels. Dit om een indicatie te krijgen van de effecten bij 30 ha (zowel verspreid als compact). Als resultaat van de omgevingsdialoog en het besluit van de raad (september 2020) is het plangebied voor de eerste fase vergroot naar 37 ha aan bedrijfskavels (41,9 ha uitgeefbaar incl. retentiegebied). Omdat de 7 ha extra valt binnen het al in ogenschouw genomen plangebied van de 30 ha en de milieueffecten daarvan niet het onderscheid in alternatieven zal doen wijzigen is het MER hier niet op aangepast bij de tervisielegging. Na deze periode is op basis van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. in de Aanvulling MER wel het Voorkeursalternatief met 37,4 ha uitgeefbaar opgenomen.

19.

67.

Zienswijze MER Inpasbaarheid P.28 “de gemeente wil onderzocht hebben of de begrenzing voldoende ruimte biedt om een aantrekkelijk en uniek werklandschap te kunnen creëren.” Zie de opmerking hierboven.

Hier wordt gedoeld op de beide alternatieven die zijn ontwikkeld: een verspreid en een compact alternatief.

19.

68.

Zienswijze MER Doelredenatie P.28 “Een belangrijk element van het werklandschap is de In deze paragraaf worden de doelstellingen van Wijkevoort omschreven die als verweving met aanwezige landschappelijke en ecologische waarden.” Met gebouwen van deze bouwstenen hebben gediend voor de alternatieven. In de effectbeschrijving is omvang (grootschalige distributiecentra) is het onmogelijk om te verweven met het vervolgens aangegeven wat het effect op landschap en natuur is. kleinschalige coulisselandschap. Hoe kan het dat een onafhankelijk milieu effectonderzoek niet tot die conclusie komt? O ja, dit is weer een doelredenatie die niet in de MER thuishoort.

19.

69.

Zienswijze MER Klimaatneutraal P.29 “De gemeente Tilburg heeft de ambitie om in 2045 klimaatneutraal en klimaatbestendig te zijn. Voor werklandschap Wijkevoort streeft de gemeente Tilburg naar een hoge mate van energiezuinigheid en duurzame energievoorziening”. Hoe profiteert de stad hiervan? Waarom staat er dan in het bestemmingsplan dan niet keihard dat Wijkevoort energieleverend moet zijn?

Zie antwoord op zienswijze 19.25. Een bedrijventerrein dat energieleverend is, draagt bij aan de doelstelling om als gemeente het aandeel duurzaam opgewekte stroom te vergroten. Op welke wijze inwoners in het geval van een overschot aan stroom daarvan gebruik kunnen maken, moet nader worden onderzocht.

19.

70.

Zienswijze MER Ontsluiting P.29 “Voor de interne ontsluiting is vooralsnog uitgegaan van 2 ontsluitingslussen die aan de buitenzijde van de bedrijventerreinvlakken liggen.” Hierover is afgesproken het niet zo te doen, maar te kiezen voor de cul-de-sac. Wij willen zwart op wit in het bestemmingsplan dat er geen wegen aan onze kant van de gebouwen worden aangelegd. Ook niet in fase 2 van Wijkevoort.

In het kader van het MER is uitgegaan van 2 ontsluitingslussen. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog en discussie in de raad wordt ingezet op een cul de sac oplossing.

19.

71.

Zienswijze MER Milieubelasting P.30 Milieu categorieën: U wilt typen bedrijven uitsluiten om zich op Wijkevoort te vestigen. Het geeft ons geen zekerheid wanneer u dat in beleidsregels vaststelt. Daarvan kan worden afgeweken. Wij willen dat hard opgenomen in het bestemmingsplan

De beleidsregels zijn bindend voor de afgifte van de omgevingsvergunning en voor het uitgifte traject.

19.

72.

Zienswijze MER NatuurNetwerkBrabant P.30 “De aanwijzing van het Wijckermeer als onderdeel van het NatuurNetwerkBrabant (NBB) komt als gevolg van het planvoornemen mogelijk gedeeltelijk te vervallen. Dus: hoe kun je beweren dat Wijkevoort natuur toevoegt als feitelijk het NBB areaal afneemt? Of durf je te beweren dat dankzij Wijkevoort de EVZ’s dubbel zo breed worden? Dit is gewoon voorgeschreven wet- en regelgeving.

In het bestemmingsplan wordt geen NNB herbegrensd: zowel het Wijckermeer als het aangrenzende bosgebied hebben een natuurbestemming gekregen. Hetzelfde geldt voor de te ontwikkelen evz’s Groote Leij en Hultensche Leij. Omdat evz’s in stedelijk gebied meer verstoring kunnen ondervinden dan in landelijk gebied, worden deze als 50 meter brede strook ontwikkeld in plaats van 25 meter.

19.

73.

Zienswijze MER Recreatieplas P.32 Met welke logica wordt het Wijckermeer bij de versie compact niet en bij de versie verspreid wel ingericht als recreatieplas?

In de MER wordt zowel bij de versie compact (pagina 30) als bij de versie verspreid (pagina 32) recreatief medegebruik benoemd. Bij het alternatief verspreid is gekozen om het Wijckermeer als recreatieplas in te richten omdat dit alternatief met de bosgebieden binnen de bedrijfsvlakken meer ruimte laat voor een combinatie met meer intensiever vormen voor recreatie.

19.

74.

Zienswijze MER Inpasbaarheid P.33 Figuur 3.3 geeft aan dat u de eerste 30Ha prima kunt realiseren op 1 bedrijventerreinvlak. U vindt dit echter niet wenselijk en wilt voor de eerste fase meteen 3 vlakken inrichten (waaronder een kleintje die niet bereikbaar is vanaf 1 van de andere bedrijventerreinvlakken). Hier hebben we bezwaar tegen. Als u de opdracht heeft voor 30Ha in fase 1, houdt u dan ook aan 1 bedrijfsvlak waar die 30Ha oppassen. Als u vindt dat dat ten koste gaat van de kwaliteit van inrichting, dan zult u moeten toegeven dat Wijkevoort niet inpasbaar is in dit gebied. Het is gewoon door de ligging en de verspreide terreinvlakken geen logisch gebied om voor grootschalige logistiek.

Wij hechten grote waarde aan een goede landschappelijke inpassing, aan een duurzaam watersysteem en aan een mix van functioneel grootschalige kavels voor slimme logistiek en slimme industrie en ondersteunende bedrijvigheid. Dat zijn de redenen dat juist wordt gekozen voor robuuste landschappelijke dragers. Deze scheppen ruimte voor natuur en landschap, recreatie, waterretentie en uiteenlopende deelgebieden.

19.

75.

Zienswijze MER Woon-, werk- en leefomgeving P.34 “Om de veranderingen in de woon-, werk- De m.e.r.-procedure start met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze notitie is en leefomgeving nog beter in beeld te brengen zijn de effecten hierop als apart milieuaspect in aangegeven welke toetsingscriteria zullen worden gebruikt bij het beoordelen van de de MER opgenomen. Hiervoor is een viertal toetsingscriteria uitgewerkt.” Vanachter welk milieueffecten. Na de terinzage legging van de notitie zijn op basis van de zienswijzen bureau heeft u dit bedacht? De criteria doen op geen enkele manier recht aan de geuite zorgen de veranderingen in de woon-, werk- en leefomgeving als apart milieuaspect in dit van de mensen uit de omgeving die een scheuring zien in de leefgemeenschap en diverse MER opgenomen. Hiervoor is een viertal toetsingscriteria uitgewerkt om dit aspect te bedrijven en ondernemingen die door de komst van Wijkevoort in de knoop komen. kunnen beoordelen en vastgesteld door de raad.

19.

76.

Zienswijze MER Project A58 P.36 voetnoot “in de verkeersstudie is geen rekening gehouden met de voorziene uitbreiding van de A58 van 2 naar 3 rijstroken per richting”. Er is dus ook geen rekening gehouden met de toename van verkeer, met de toename van stikstof, fijnstof, CO2 en geluid. Er is in de verkeersstudie ook geen rekening gehouden met de knip in de N282 en de ontlasting van de Ringbaan West richting Burgemeester van Voorst tot Voorst weg.

19.

77.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.39 “de ontwikkelingen in Wijkevoort zorgen niet voor een Om de doorstroming en veilige afwikkeling van verkeer te garanderen worden er zorgelijke toename van deze knelpunten.” Met knelpunten bedoelt u kruisingen. Een toename aanpassingen aan de infrastructuur, met name de kruispunten, gedaan als het van 18.500 verkeersbewegingen per dag kan niet anders dan dat kruisingen zwaarder belast en bedrijventerrein wordt gerealiseerd. dus ook gevaarlijker worden. U schrijft zelf dat het aantal verkeersbewegingen bij 30Ha “substantieel” toeneemt en bij 80Ha “significant” toeneemt. Wij vinden dat wel zorgelijk.

19.

78.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.40 Onder het plaatje in de tekst staat dat in een zevental relevante wegvakken het verkeer substantieel toeneemt. In het plaatje staan echter 6 wegvakken aangeduid. In uw plaatje staat geen verkeersprognose over de Gilzerbaan ingetekend. Maar volgens uw tabel op p.42 is de verkeerstoename over de Gilzerbaan substantieel te noemen: 1000 extra verkeersbewegingen op een weg met (in 2030) 6.300 verkeersbewegingen. Dat is een toename van 16% Uw voorstelling van zaken is incompleet.

In deze zienswijze wordt de afbeelding (4.9) niet juist geïnterpreteerd. De afbeelding geeft niet weer wat de toename op de verschillende wegen is maar geeft weer hoe het verkeer zich over het wegennet verdeelt. De percentages geven het aandeel van het verkeer van en naar Wijkevoort weer wat gebruik maakt van de verschillende routes, niet de procentuele toename van verkeer. De toename van verkeer op de verschillende wegvakken staat wel weergegeven in tabel 4.2.

19.

79.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.42 Tabel: Hoe verklaart u dat in de autonome situatie (dwz zonder Wijkevoort) er in 2030 meer verkeersbewegingen zijn op de Burgemeester Letschertweg dan wanneer Wijkevoort er wel zou liggen? Gaan de 18.500 verkeersbewegingen vliegen ofzo? De enige weg erin en eruit is toch echt via de Burgemeester Letschertweg. Ipv een afname van 1.700 verwachten we een toename van 18.500 verkeersbewegingen. Uw tabel klopt niet.

In de varianten 30 hectare bedrijventerrein is er een geringe toename van verkeer op de N260, Burgemeester Letschertweg. In de varianten 80 hectare neemt de hoeveelheid verkeer iets af ten opzichte van de autonome situatie. De verklaring voor dit verschil zit in het verkeersmodel. Voor het bepalen van de cijfers in tabel 4.2 is het verkeersmodel gebruikt. Het verkeersmodel bepaalt, op basis van vele factoren, welke route de snelste is. Op een gegeven moment wordt een weg drukker en er komt dan een moment dat er verkeer is wat een andere route gaat kiezen omdat die sneller is. In het geval van 80 ha bedrijventerrein is de toename van verkeer als gevolg van Wijkevoort zo groot dat het omslagpunt is bereikt en een deel van het verkeer een ander route gaan kiezen. De keuze voor een andere route wordt al eerder gemaakt, waardoor doorgaand verkeer bijvoorbeeld niet voor de Burgemeester Letschertweg kiest maar voor, onder andere, Ringbaan West. Het rapport van de verkeersberekeningen en de toelichting daarop is terug te vinden in bijlage 15 van de toelichting van het bestemmingsplan; “MER achtergrondrapport”.

19.

80.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.42 Tabel: In uw tabel noemt u straten en wegen die aan de andere kant van de stad liggen en daarna trekt u de conclusie dat de stijging in het studiegebied niet substantieel is. In Groningen zullen ze er inderdaad weinig van merken. Maar de Burgemeester Letschertweg, de op- en afritten van de A58, de Bredaseweg, Gilzerbaan en de Rijksweg N282 richting Rijen kennen een significante toename. Bovendien een toename van

Het beperkt negatief effect van de toename, wat hier wordt bedoeld, betreft de noodzakelijke verkeerskundige aanpassingen, de extra verharding die er moet komen om het extra verkeer te kunnen verwerken. De gevolgen op andere terreinen, zoals milieu en geluid worden in een ander deel van de MER beoordeeld. De

In de verkeersstudie is rekening gehouden met de, op dat moment, definitieve projecten. Dat betekent dat de knip in de N282 is meegenomen (als zodanig benoemd op blz. 37, waar eveneens vermeld staat dat deze zijn meegenomen als autonome ontwikkeling binnen de referentiesituatie). De aanpassing vaan de A58 is niet meegenomen omdat dit nog geen definitief project was maar op dat moment in onderzoek. In de verkeersberekeningen is wel uitgegaan van de verwachte verkeersintensiteit op de A58 zoals die in de autonome situatie is voorzien. De ontlasting van Ringbaan West is in de studie inderdaad niet meegenomen omdat dit geen vaststaande ontwikkeling is maar een ambitie op middellange termijn (2025 – 2035), waarvoor de uitwerking nog moet plaatsvinden.

2% en 3% op de A58 is een substantiële toename. Daarmee beoordelen wij uw beoordeling dat verkeerskundige aanpassingen zijn relatief beperkt en vinden plaats binnen de er een beperkt negatief effect is in verkeersintensiteit als onjuist. bestemming verkeer en hebben daarmee een beperkt negatief effect.

19.

81.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.42 Tabel: u schetst op p.40 dat 52% van de verkeersbewegingen de A58 opgaat of afkomt. Volgens uw tabel, bij 18.500 verkeersbewegingen, gaan er 1.200+1.400 de snelweg op en komen er 1.900+900 de snelweg af. Dat zijn er 5.400, dat is 30% en geen 52% Bovendien geeft u aan dat er 1.800 en 3.000 verkeersbewegingen op de A58 zijn ten gevolge van Wijkevoort. Dat zijn er 4.800 Waar zijn de andere 600 voortuigen die volgens uw eigen tabel de op- of afrit nemen? Uw berekeningen kloppen niet.

Analoog aan de beantwoording van punt 19-79. Hoewel figuur 4.9 dus wel de input voor de berekeningen vormt, kan het extra verkeer als gevolg van Wijkevoort niet zondermeer worden opgeteld bij de bestaande intensiteiten.

19.

82.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.42 Tabel: u verwacht dat er over de Gilzerbaan significant veel extra verkeersbewegingen komen, meer dan over de Bredaseweg. Dat is onwenselijk, staat niet benoemd in uw schema op pagina 40 Bovendien was er een belofte dat er geen verkeer over de Gilzerbaan afgewikkeld zou worden. Wat gaat u doen om dit te voorkomen?

De grote toename op de Gilzerbaan is alleen te zien in de variant 80 hectare. In de variant van 30 hectare bedrijventerrein is het een toename van 300 voertuigbewegingen per dag, wat net geen 5% is. Bij de 37 hectare in het bestemmingsplan is de toename 500 motorvoertuigen per dag, bijna 8%. De toename van verkeer ontstaat niet rechtstreeks door verkeer van en naar het bedrijventerrein omdat de ontsluiting van het bedrijventerrein via de Burgemeester Letschertweg, aan de westzijde van het gebied, verloopt. Deze toename is voornamelijk toe te wijzen aan de veranderde routekeuze zoals die bij zienswijze 1979 is beschreven. In het bestemmingsplan is, in 4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan, opgenomen dat er geen rechtstreekse ontsluiting van het bedrijventerrein komt, met uitzondering van een noodontsluiting, calamiteitenroute.

19.

83.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.42 Tabel: Als er 18.500 verkeersbewegingen van en naar zie 19-79 Wijkevoort zijn, kunt u dan vertellen waar die blijven? In uw tabel klopt de optelling niet. Nr. 7, 8, 9, 10 geven de verkeersaantallen weer die van en naar de A58 gaan. Wat zijn nr. 11 en 12? Verkeersbewegingen gerelateerd aan Wijkevoort die niet afslag 12 op of af de snelweg nemen? Zij rijden langs? Hoezo zijn die verkeersbewegingen gerelateerd aan Wijkevoort? Of zou 11 en 12 de optelling moeten zijn van alle verkeersbewegingen die de snelweg op en afgaan? Ook dat klopt niet. Dan nog,

19.

84.

Zienswijze MER Verkeersprognose P.47 “Om de verkeersafwikkeling te regelen is het belangrijk Voor de berekening van de benodigde stikstofruimte wordt voor het verkeer de om de rijstrookindeling van de onderzochte kruispunten te wijzigen. ... Daarnaast kan er alleen berekende verkeersaantrekkende werking meegenomen. 80Ha worden ontwikkeld als er extra rijstroken worden ontwikkeld op kruispunten 1 en 3... “ En hoeveel stikstofruimte is er nodig om deze wijzigingen te kunnen realiseren?

19.

85.

Zienswijze MER Verkeersveiligheid P.48 Uw conclusie is dat er geen sprake is van negatieve In paragraaf 4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen dat er effecten op de verkeersveiligheid. Daarbij gaat u voorbij aan twee zaken: Ten eerste het geen aansluiting voor autoverkeer op het achtergelegen buitengebied en sluipverkeer. Het is aannemelijk dat verkeer dan vanuit stad Tilburg via de Bredaseweg naar de Stadsbos013 komt. Deze randvoorwaarde heeft ten doel dat er geen extra verkeer snelweg wil bij files de binnendoorroute kiest via de Bleukbosweg/Hultense weg naar door het bestaande buitengebied mag gaan rijden als gevolg van Wijkevoort. Burgemeester Letschertweg. Dat zien we nu al sporadisch gebeuren als bijvoorbeeld aan de Om de doorstroming te borgen moeten de maatregelen aan de infrastructuur aan de kruising Bredaseweg/Burgemeester Letschertweg wordt gewerkt. Bij toenemende westzijde, zoals bepaald in het verkeersonderzoek worden doorgevoerd. De verkeersintensiteit (en bij de werkzaamheden aan de kruisingen) zal dat vaker optreden. Hultenseweg wordt dusdanig aangesloten dat er geen uitwisseling voor autoverkeer Sluipverkeer, bestemmingsverkeer, groot vrachtverkeer, landbouwvoertuigen en scholieren op tussen Wijkevoort en de Hultenseweg mogelijk is. Het bestaande gebied en de de fiets van Gilze naar de Reeshof moeten allemaal over de Hultenseweg.

U heeft daar geen daaraan gelegen percelen moeten bereikbaar blijven en tegelijkertijd moet oplossingen voor, hoewel dit vaak genoeg is aangegeven als onwenselijke en onveilige situatie. sluipverkeer op de Hultenseweg worden voorkomen en moet de fietskwaliteit Ten tweede uw wens om een losliggend stukje grond van nog geen 2 hectare ook in te richten optimaal zijn. Daarom wordt er in overleg met de omwonenden bepaald welke ten behoeve van Wijkevoort. Dit is op geen enkele manier bereikbaar via 1 van de maatregelen nodig zijn om dit te borgen. bedrijfsvlakken en kan niet anders dan via de Hultenseweg bereikt worden. Afhankelijk van wat u hier wilt maken zal het verkeer over de Hultenseweg toenemen en u heeft niet bedacht dat dit gaat optreden, u heeft het niet beschreven, u heeft geen maatregelen voorgesteld. Kortom: qua verkeersveiligheid in het achterliggende woongebied ben u in uw studie in gebreken gebleven.

19.

86.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.49 U schrijft dat er een toename is van 328 geluidsbelaste objecten als autonome ontwikkeling. Waar schrijft u dit aan toe, en waar liggen deze huizen?

Deze 328 woningen betreffen woningen waarvoor in de huidige situatie de geluidbelasting lager is dan 45 dB, maar waarvan als gevolg van autonome groei de geluidbelasting toeneemt tot meer dan 45 dB. Deze 45 dB is geen wettelijk kader, maar bedoelt als indicatie welk gebied/woningen een geluidbelasting a.g.v. wegverkeer kennen. In de praktijk betekent dit dat de genoemde 328 woningen een lage geluidbelasting (onder de voorkeursgrenswaarde) kennen, maar dat deze als gevolg van autonome groei wel in de tabellen komen omdat de geluidbelasting dan wel > 45 dB bedraagt. Het betreffen dus laag geluidbelaste woningen, zowel in de huidige situatie als in de situatie met autonome groei.

19.

87.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.50 U schrijft dat u uitgaat van vigerende geluidscontouren zonder bijdrage van rattlenoise door de Chinooks. Daarmee doet u net alsof er geen Chinooks vliegen. U moet uitgaan van de huidige situatie en dat is dat er Chinooks rondvliegen en dat wij hinder ondervinden van rattle. U moet niet uitgaan van een papieren werkelijkheid van een vigerend plan waarin de rattle niet verwerkt is.

Voor wat betreft luchtvaartlawaai dienen wij uit te gaan van de wettelijk vastgestelde geluidcontouren van luchtmachtbasis Gilze Rijen. Op dit moment loopt er een traject om tot een herziening van deze contouren te komen, waarbij rattle noise onderdeel van gesprek is.

19.

88.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.50 “Luchtvaartverkeer is niet meegenomen omdat de KEcontouren niet beïnvloed worden door de realisering van Werklandschap Wijkevoort.” Wat een merkwaardige redenatie. Omwonenden hebben last van geluidshinder van vliegverkeer, inclusief rattle noise, omwonenden hebben last van verkeerslawaai van de A58, de burgemeester Letschertweg en de Bredaseweg. En dan zegt u dat Wijkevoort geen invloed heeft op de KE-contouren? Dat is toch niet relevant? Voor omwonenden is het een optelsom van herrie en daar hoort de luchtvaart wel degelijk bij.

Bedoeld is dat luchtvaartlawaai niet is meegenomen als criterium in de onderlinge Ja. MER. afweging tussen de beoordeelde alternatieven. De afzonderlijke alternatieven beïnvloeden immers de KE-contouren niet. Bij de beoordeling van de alternatieven is wel gekeken naar de cumulatieve geluidbelasting, waarin luchtvaartlawaai (conform de vigerende KE contouren) is meegenomen.

19.

89.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.51 u drukt geluidsbelasting uit in oppervlakte. Hoe kan het dat wanneer u 80Ha bedrijventerrein aanlegt op een areaal van 190Ha het geluidbelaste oppervlak door verkeer met maar 41 hectare toeneemt?

Het gebied waar Wijkevoort gerealiseerd gaat worden is al geluidbelast a.g.v. wegverkeer (met name A58/Burg. Letschertweg). In beeld gebracht op P51 is het totale oppervlak dat een geluidbelasting kent van >45 dB. De toename van 41 ha bevindt zich dus aan de randen van het invloedsgebied en buiten de planlocatie zelf. In de praktijk betekent dit dat de genoemde 328 woningen een lage geluidbelasting (onder de voorkeursgrenswaarde) kennen, maar dat deze net wel binnen de invloedssfeer komen te liggen. Het betreft dus een gebied (41ha) met een lage geluidbelasting, zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie.

19.

90.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.51 1 school krijgt te maken met extra geluidsbelasting. Welke school? Heeft u de school daar al van op de hoogte gesteld?

Deze school kent in de huidige situatie een geluidbelasting van < 45 dB, en in de nieuwe situatie een belasting van > 45 dB en komt daarmee naar voren in deze tabel. De nieuwe geluidbelasting ligt nog steeds onder de voorkeursgrenswaarde. Deze specifieke school is niet specifiek op de hoogte gesteld omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden.

19.

91.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.51 we ontvangen graag een lijst welke 314 woningen aan extra geluidsbelasting blootgesteld gaan worden ten gevolge van wegverkeerlawaai. Hebt u hen al op de hoogte gesteld als belanghebbend op dit onderdeel? Wat is het verschil met de 328 geluidsbelaste objecten van pagina 49?

Deze 314 woningen betreffen woningen waarvoor in het scenario met autonome groei de geluidbelasting lager is dan 45 dB, maar waarvan als gevolg van Wijkevoort (scenario 100LOI) de geluidbelasting toeneemt tot meer dan 45 dB. Deze 45 dB is geen wettelijk kader, maar bedoelt als indicatie welk gebied/woningen een geluidbelasting a.g.v. wegverkeer kennen. In de praktijk betekent dit dat de genoemde 314 woningen een lage geluidbelasting (onder de voorkeursgrenswaarde) kennen, maar dat deze als gevolg van autonome groei wel in de tabellen komen omdat de geluidbelasting dan wel > 45 dB bedraagt. Het betreffen dus laag geluidbelaste woningen, zowel in de huidige situatie als in de situatie met autonome groei. Het verschil met de 328 woningen van p.49 zit hem in het feit dat dat 328 woningen a.g.v. autonome groei zijn, en dat deze 314 t.g.v. Wijkevoort (scenario 100LOI) zijn. Omdat het woningen zijn waarvoor de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, zijn deze woningen niet specifiek in beeld gebracht of op de hoogte gesteld.

19.

92.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.53 Tabel: U ziet mensen over het hoofd. Bijzonder dat Klein Tilburg 3 en 4 wel last krijgen van industrielawaai en niet hun (over)buren op Klein Tilburg 1 en 2 en Oudelijn 3, 5 en 7. En dat u denkt dat deze huizen bij de compacte versie geen last hebben en bij de verspreide versie wel. Dat is onjuist. En waarom zou de Prinsenhoef bij een verspreid model geen last hebben? En Hultense weg 52? Dit huis ligt net buiten het plangebied en u wilt ze weg hebben. Dat betekent toch niet dat u deze woning niet hoeft op te nemen als

In beeld gebracht is de geluidbelasting a.g.v. industrielawaai op de betreffende woningen voor de genoemde varianten. Uitgangspunt is daarbij een geluidbelasting van meer dan 50 dB, waarbij aangegeven wordt dat op basis van algemene dosiseffect-relaties bekend is dat er pas vanaf 55 dB sprake is van hinder. Omdat deze relaties geen harde invulling geven of er al dan niet hinder is, is bekeken welke woningen een geluidbelasting ondervinden die deze 55 dB benadert. Daaruit volgen

geluidsbelaste woning? En voor de boerderijen op de Vossenberg maakt het niet uit of u voor de benoemde adressen en conclusies t.a.v. de varianten Compact/Verspreid in tabel een compact of verspreid model kiest. Wij tellen minimaal 18 geluidsbelaste woningen in beide 4.13 op P53. Woningen waarvan bekend is dat de woonbestemming vervalt zijn niet varianten. opgenomen in de tabel. 19.

93.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.54 Het aantal geluid belaste woningen ten gevolge van geaccumuleerde geluidsbelasting neemt toe met 850. Graag ontvangen we een lijst zodat we weten welke woningen op dit onderdeel als belanghebbend kunnen worden aangemerkt. Het zijn er substantieel meer dan het aantal mensen dat u heeft uitgenodigd indertijd om zienswijzen in te dienen voor de MER. Volgens uw gegevens heeft u 104 brieven uitgedaan. Wij hebben niet meer dan 50 huishoudens geteld die u indertijd heeft uitgenodigd. 50 of 104, u heeft er tussen de 750 en 800 niet op de hoogte gesteld. Daarmee stellen we vast dat u een groot deel van belanghebbenden niet, niet tijdig of onvoldoende op de hoogte heeft gesteld.

De genoemde 850 woningen betreffen woningen waarvoor in de situatie met autonome groei de geluidbelasting lager is dan 45 dB, maar waarvan als gevolg van Wijkevoort (scenario 100LOI) de cumulatieve geluidbelasting toeneemt tot meer dan 45 dB. Deze 45 dB is geen wettelijk kader, maar bedoelt als indicatie welk gebied/woningen een cumulatieve geluidbelasting van meer dan 45 dB kennen. In de praktijk betekent dit dat de genoemde 850 woningen een lage geluidbelasting kennen, maar dat deze als gevolg van het scenario 100LOI wel in de tabellen komen omdat de geluidbelasting dan wel > 45 dB bedraagt. Het betreffen dus laag geluidbelaste woningen, zowel in de huidige situatie als in de situatie met scenario 100LOI. Omdat het woningen zijn waarvoor de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, zijn deze woningen niet specifiek in beeld gebracht of op de hoogte gesteld.

19.

94.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.54 U stelt dat het aantal geluidsbelaste woningen met 850 toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Het aantal geluidsbelaste woningen in de referentiesituatie is 358 hoger dan nu. Dan is kennelijk een autonome ontwikkeling. Hoe verklaart u die? Waarom telt u die er niet bij op? Als door een autonome ontwikkeling volgens u stikstof omlaag gaat dan rekent u dat wel in uw voordeel, maar als door een autonome ontwikkeling het aantal geluidsbelaste woningen toeneemt, dan dient u toch ook het geaccumuleerde aantal te benoemen? Er zijn in 2030 1.178 meer woningen geluidsbelast dan nu. En geen 850.

Autonome groei omvat de prognose van met name de groei van verkeer in de komende jaren, los van de ontwikkeling van Wijkevoort. Om het effect van Wijkevoort in beeld te brengen wordt een vergelijk gemaakt met de situatie 2030 op basis van autonome groei. De tabellen op P 54 bevatten zowel de aantallen geluidbelaste woningen voor de huidige situatie als die van autonome groei als de diverse scenario's. De door u getrokken conclusie is in die zin juist en ook herleidbaar uit de gepresenteerde tabellen.

19.

95.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.53 “Het aantal slaapverstoorde mensen is in de referentiesituatie nul en blijft ook nul.” Hoe kunt u zo zeker zijn dat er ’s nachts geen industrielawaai is? U heeft nergens in uw bestemmingsplan opgenomen dat productieprocessen niet door mogen lopen of dat er ’s nachts stilte moet heersen.

Het aantal slaapverstoorden is gebaseerd op algemeen gehanteerde dosis-effectrelaties. Op basis daarvan valt niet te verwachten dat er slaapverstoorden zijn a.g.v. industrielawaai. Op dit moment zijn er nog geen specifieke bedrijfssituaties/productieprocessen doorgerekend, maar is een globaal model industrielawaai opgesteld.

19.

96.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.54 “Deze woningen liggen niet gelegen binnen de geluidcontouren van het gezoneerde terrein Vliegbasis Gilze-Rijen.” Dan ziet u weer een boerderij over het hoofd: Prinsenhoef 2

Het klopt inderdaad dat de Prinsenhoef 2 wel binnen de 50dB contour en dus binnen de zonegrens van de proefdraailocatie ligt. Deze specifieke zin in de conclusie is dus niet helemaal correct. Dit maakt echter geen verschil voor de algehele conclusie van het geluidonderzoek: deze woning is in de huidige situatie al belast met 74 dB cumulatieve geluidbelasting vanwege weg- en vliegverkeer, en plan Wijkevoort zorgt niet voor een verdere verslechtering (zie pag. 24).

19.

97.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P.56 Tabel: u beoordeelt de geluidsoverlast als beperkt negatief. Wij vinden dat niet te rijmen met een substantiële toename van het aantal geluidsbelaste woningen (850).

Zie antwoord 19.93. Het betreffen 850 woningen met een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde. Daarmee hebben feitelijk geen impact op de beoordeling 'beperkt negatief'.

19.

98.

Zienswijze MER Geluidsoverlast Waar heeft u onderzoek gedaan naar de geluidshinderbeleving Voor het geluidonderzoek hebben we de geluidcontouren van het voor omwonenden en recreanten, inclusief de bijdrage van vliegveld Gilze Rijen en de risico’s luchtverkeerslawaai meegenomen in de berekening van de cumulatieve daarbij voor de volksgezondheid? geluidbelasting voor alle varianten. Van de vliegbasis zelf (het gezoneerde terrein) waren geen gegevens bekend dus dat is buiten beschouwing gelaten. De subjectieve geluidhinder die omwonenden ondervinden en risico’s voor volksgezondheid staan buiten dit geluidonderzoek.

19.

99.

Zienswijze MER Geluidsoverlast P. 56 u stelt voor om gevelmaatregelen te nemen buiten het plangebied?

In het kader van de ontwikkeling Wijkevoort dienen buiten het plangebied er ook enkele wijzigingen aan wegen uitgevoerd te worden. In het MER is hiernaar verwezen als dat daar nader onderzoek naar moet plaatsvinden, met mogelijk gevelmaatregelen. Het betreffende onderzoek is inmiddels uitgevoerd en als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen (Reconstructieonderzoek Wet Geluidhinder). Conclusie is dat er geen sprake is van benodigde gevelmaatregelen buiten het plangebied.

19

99b

Zienswijze MER Geluidsoverlast Luchtkwaliteit is een heikel punt in dit dossier. En juist hier kloppen uw berekeningen niet, vult u onjuiste effectscores is en zijn uw aannames aantoonbaar discutabel.

Op basis van de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de autonome ontwikkeling naar 2030, inclusief de bijdrage van Wijkevoort, niet leidt tot overschrijding van de WHO-streefwaarden voor zowel NO2 als PM10.

19.

100.

Zienswijze MER Gezondheidseffecten In de omgevingsdialoog zomer 2020 is u herhaaldelijk gevraagd waarom de GGD niet is betrokken naar het onderzoek naar gezondheidseffecten. U is toen gevraagd om dat te doen. De wethouder heeft de toezegging gedaan de GGD alsnog te betrekken. U heeft daar later over gezegd: "Tijdens de omgevingsdialoog is toegezegd dat we met de GGD in gesprek gaan en in samenspraak bekijken wat de GGD voor de planontwikkeling van Wijkevoort kan betekenen". Omdat dit niet overeenkomt met de verwachting die wij van u hadden hebben we u gevraagd naar de opnames van de betreffende omgevingsdialoog. Die zijn er niet meer volgens u. Wij hebben zelfde chat bewaard van die sessie en daar kunt u helder meelezen welke vraag er aan u gesteld is. 19:49:56 From Mieke : Is de GGD betrokken als partner ter berekening van de effecten op de gezondheid middels brabantse omgevingsscan? 20:04:35 From Marjolein : We willen dat de GGD onze levenskwaliteit beoordeelt 20:28:15 From Rob Wolters: kan GGD Hart van Brabant formeel worden gevraagd om advies uit te brengen over de gezondheidseffecten van de realisatie van XXL industrieplan Wijkevoort? Dus niet, "kunt u ook even meedenken". Maar kijk er serieus naar en breng advies uit. Het gaat over onze gezondheid! Als vervolgens de toezegging van de wethouder komt om de GGD alsnog te betrekken is de verwachting helder.

U heeft nooit helder gecommuniceerd dat u nooit van plan bent geweest de GGD te vragen om de effecten op de volksgezondheid te laten onderzoeken. U heeft de burger (en raadsleden) in de waan gelaten dat de GGD dit wel zou doen. Wij zijn van mening dat er in het hoofdstuk “gezondheid” helder thuis welke effecten er op de volksgezondheid te verwachten zijn zodat een heldere afweging gedaan kan worden. En niet zoals u gedaan heeft: alles blijft binnen de grenswaarden dus er is geen belemmering voor de plannen.

Tijdens de omgevingsdialoog zijn zorgen over gezondheid geuit en is een verzoek gedaan om een onderzoek dan wel advies van de GGD over de gezondheidseffecten. Daarop is aangegeven dat we met de GGD in gesprek gaan. Op basis van het overleg met de GGD heeft de gemeente de GGD gevraagd om een beschouwing te geven over de plannen op het aspect gezondheid en niet een impact-analyse te doen. Inwoners van de Reeshof en in de omgeving van het plangebied maken zich zorgen over hoe gezond hun leefomgeving is. De ontwikkeling van Wijkevoort is hierbij één van de ontwikkelingen die een rol spelen. Op basis van de analyses en conclusies uit het MER is de éxtra bijdrage van het werklandschap Wijkevoort beperkt. Dat betekent dat er andere factoren of de combinatie van factoren grotere invloed hebben op de gezonde leefomgeving in dit gebied. Op basis van beschouwing van de GGD is in het bestemmingsplan ook getoetst aan de WHO- en GGD-waarden voor geluid en luchtkwaliteit en is het merendeel van de aanbevelingen van de GGD opgenomen in de ontwikkelleidraad.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.57 “Volgens de EU richtlijnen mag het bevoegd gezag positief besluiten ... indien het project niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit”. Ergo: als de luchtkwaliteit aantoonbaar verslechtert dan gaat het project niet door. Alle tabellen in dit hoofdstuk geven aan dat er een toename is van stikstof en fijnstof in de lucht. Daarmee verslechtert de luchtkwaliteit en zijn wij van mening dat we dit project kunnen afsluiten.

Op basis van de resultaten uit het akoestisch onderzoek blijkt als gevolg van wegverkeer de gemiddelde geluidbelasting Lden ook te voldoen aan de streefwaarden volgens de WHO en de GGD. Er zijn geen woningen waarvoor de geluidbelasting Lden hoger is dan de streefwaarden volgens WHO en/of GGD. Voor de Lnight streefwaarden geldt dat 8 woningen een hogere geluidbelasting hebben dan de streefwaarde volgens de WHO (45 dB), en 9 woningen boven die van de GGD (40 dB).). Dit is echter niet het gevolg van de ontwikkeling van Wijkevoort.

19.

101.

Op basis van de resultaten uit het akoestisch onderzoek blijkt als gevolg van wegverkeer de gemiddelde geluidbelasting Lden ook te voldoen aan de streefwaarden volgens de WHO en de GGD. Er zijn geen woningen waarvoor de geluidbelasting Lden hoger is dan de streefwaarden volgens WHO en/of GGD. Voor de Lnight streefwaarden geldt dat 8 woningen een hogere geluidbelasting hebben dan de streefwaarde volgens de WHO (45 dB), en 9 woningen boven die van de GGD (40 dB).). Dit is echter niet het gevolg van de ontwikkeling van Wijkevoort. Op basis van de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de autonome ontwikkeling naar 2030, inclusief de bijdrage van Wijkevoort, niet leidt tot overschrijding van de WHO-streefwaarden voor zowel NO2 als PM10.

19.

102.

Zienswijze MER Stikstof Wij zijn verbaasd over uw summiere aandacht voor stikstof. Het is op In het onderzoek voor het bestemmingsplan is de aanlegfase wel meegenomen , zie dit moment 1 van de 3 grote crisissen waar ons land in verkeert. En in 2030 moet de bijlage 20 bij de toelichting van het bestemmingsplan. stikstofuitstoot over de gehele linie gehalveerd zijn. Behalve dat u optelfouten maakt in uw voordeel komt u nog niet in de buurt van 50% reductie voor NOx. U maakt in de MER geen duidelijk onderscheid tussen de stikstofuitstoot in de aanlegfase en de stikstof uitstoot als Wijkevoort volledig aangelegd en in bedrijf is. Bijlage stikstofonderzoek, p.12: “De aanlegfase is buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet onderscheidend is voor MER. Voor het bestemmingsplan dient de aanlegfase wel meegenomen te worden.” Wij zien dat niet terug in het bestemmingsplan. Bij de berekeningen is uitgegaan van de laatste versie van Aerius zoals deze beschikbaar was bij de uitvoer van de berekeningen op 9 december 2020. Zie Daarbij maakt u gebruik van een oudere versie van de Aerius Calculator (uw berekeningen zijn hiervoor ook bijlage 20 bij de toelichting van het bestemmingsplan.

van 5 maart 2020, versie 2016L) Wettelijke regeling en gevolgen voor de praktijk: Om het gebruik van de nieuwe AERIUS-versie verplicht te stellen is de Regeling natuurbescherming met ingang van 15 oktober 2020 gewijzigd (zie Staatscourant 14 oktober 2020, nr. 53496). In artikel 2.1 lid 1 van de Regeling natuurbescherming wordt de versie 2020 verplicht voorgeschreven. Bron: Binnenlandsbestuur En is het nog steeds de vraag of de Aerius Calculator juridisch toelaatbaar is om stikstofdepositie van een verkeersweg te berekenen: De tweede uitspraak: (AbRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105) betreft – voor zover hier van belang – de vraag of het afkappen van de stikstofdepositie op meer dan 5 kilometer afstand van een verkeersweg door het rekenprogramma AERIUS Calculator juridisch toelaatbaar is. De Afdeling beantwoordt ook deze vraag ontkennend. Bron: Binnenlandsbestuur U heeft in de onderliggende stikstofberekeningen niet aangegeven/gemotiveerd of het project van de verbreding van de A58 is meegenomen in de autonome ontwikkeling. We vermoeden van niet en daarmee komt u lager uit in uw berekening dan we nu al kunnen vermoeden waar het heengaat. In de achtergrond stukken is evenmin onderbouwd hoe u aan de aanname komt van het stikstofniveau in de autonome situatie. En u maakt optelfouten in uw berekeningen.

Tot slot: de depositie op 3 Natura2000 gebieden (p.77) neemt aantoonbaar toe en u geeft in de MER niet aan hoe u dat denkt op te lossen.

19.

103.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.57 Tabel: u hanteert de wettelijke grenswaarden en niet de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO. Die zijn voor stikstof (NOx) een derde lager en voor fijnstof de helft lager. Daarmee ontneemt u ons het recht op schone lucht.

Zie thematische beantwoording, onderdeel 3.

19.

104.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.57 “Dit komt omdat in de rekenmodellen wordt uitgegaan van het autonoom schoner worden van het verkeer.” Dit is een hypotheek op de toekomst. Een aanname dat het verkeer autonoom schoner wordt. Waarom is er zoveel ophef over stikstof als het “vanzelf” goedkomt? Hoe weten wij dat de rekenmodellen correct zijn en dat ook is meegenomen dat er in 2030 meer verkeer is, bv door de verbreding van de A58?

Voor de berekening van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de daartoe geëigende rekenmodellen en uitgangspunten. Het ter discussie stellen van deze uitgangspunten is geen onderdeel van het project. Voor de MER is het van belang dat er een goed vergelijk gemaakt kan worden tussen de verschillende alternatieven. Voor al deze alternatieven gelden dezelfde uitgangspunten. Voor een zuivere afweging zijn alleen de ontwikkelingen meegenomen die helemaal zeker zijn en waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden. In de verkeersstudie is rekening gehouden met de, op dat moment, definitieve projecten. Dat betekent dat de knip in de N282 is meegenomen (als zodanig benoemd op blz. 37, waar eveneens vermeld staat dat deze zijn meegenomen als autonome ontwikkeling binnen de referentiesituatie). De aanpassing vaan de A58 is niet meegenomen omdat dit nog geen definitief project was maar op dat moment in onderzoek. In de verkeersberekeningen is wel uitgegaan van de verwachte verkeersintensiteit op de A58 zoals die in de autonome situatie is voorzien. Voor de ontwikkeling van landschapspark De Groene Kamer loopt wel een initiatief maar dat betreft nog geen vastgesteld plan. Daarom is het niet meegenomen in de autonome situatie.

Ja, omdat er inmiddels een handreiking van Bij12 is over de 5 km-plus. Sweco kan een berekening doen waarbij ze tot 5 km rekenen met SRMII en vanaf 5 km met OPSroad. VKA voorzien van stikstofdepositeber ekening??

19.

105.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.58 Tabel: De huidige situatie van stikstof is 39µg/m3 (jaargemiddelde) en de grenswaarde ligt op 40µg/m3. De emissie (wegverkeer + industrie) drukt u ineens uit in kg/ha/jaar, en wel 1.031kg/ha/jaar, oftewel 82.480kg stikstof op jaarbasis voor 80Ha. Het lijkt ons sterk dat met zo’n hoge emissie de grenswaarde van 40µg/m3 niet overschreden wordt, bijvoorbeeld tijdens de aanlegfase

Ter kennisgeving aannemen

19.

106.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.58 Tabel: Waar komt de aanname vandaan dat door een autonome ontwikkeling in 2030 het stikstofniveau op 23µg/m3 ligt? Dat is een hele forse Voor de berekening van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de daartoe hypotheek op de toekomst. Een autonome daling van 40%. Wij vinden dat moeilijk te geloven. geëigende rekenmodellen en uitgangspunten. Het ter discussie stellen van deze Minister Schouten schrijft hierover in haar kamerbrief 24/4/2020: “In het wegverkeer (zowel uitgangspunten is geen onderdeel van het project. personen- als vrachtverkeer) zal een daling plaatsvinden als gevolg van de verdere aanscherping van Europese emissienormen voor nieuwe voertuigen en doordat oudere meer vervuilende voertuigen (geleidelijk) vervangen worden door nieuwere schonere voertuigen. De stikstofemissies binnen de sector mobiliteit zullen naar verwachting van het PBL, in 2030 op basis van ingezet beleid met circa een derde afnemen.” Het Planbureau voor de Leefomgeving én ook Commissie Remkes heeft het over een emissiereductie van de mobiliteitssector van 32% in 2030 (P.63 rapport: Niet alles kan). Wij zijn van mening dat uw aanname van de verwachte daling veel te hoog is. 1/3 afname van het huidige niveau, 39µg/m3 = 26µg/m3 en geen 23µg/m3 zoals u ons wil doen geloven, en dat is nog altijd een aanname.

19.

107.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit Rijksoverheid: In 2030 is 70% van alle elektriciteit en minimaal 27% van alle energie (elektriciteit, gas en warmte) duurzaam opgewekt. Eneco: als alle auto’s in Nederland in 2030 elektrisch zouden rijden, dan neemt de stroomvraag met ongeveer 20% toe. Zolang er voor de energieopwekking van elektriciteit voor electrische auto’s nog fossiele brandstoffen nodig zijn, kun je niet zeggen dat electrisch verkeer emissieloos is. In de berekeningen van bv. het rapport van de commissie Remkes wordt de NO2 uitstoot van electriciteitsopwekking seperaat berekend en niet doorbelast op het elektrische verkeer. Ergo: Wij zijn van mening dat de NOx emmissie hoger moeten liggen dan uw berekeningen aangeven omdat de NOx emissie van de elektriciteitsopwekking ook meegenomen moet worden.

19.

108.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.59 Tabel: De projectbijdrage stikstof ligt tussen de 6,2 en Voor de berekening van de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de daartoe 7µg/m3. Pas in 2030 ligt het niveau volgens u op 23µg/m3, als het al klopt. Dat betekent dat u geëigende rekenmodellen en uitgangspunten. Het ter discussie stellen van deze nog moet wachten tot het stikstof niveau “vanzelf” gezakt is naar minimaal 33µg/m3 voordat uitgangspunten is geen onderdeel van het project. Wijkevoort in bedrijf mag zijn. Anders gaat u beslist over de grenswaarde van 40µg/m3 heen. Nergens in uw berekeningen staat wanneer dat zal zijn. Als de autonome afname klopt en lineair is, dan zal dat pas na 2025 zijn. En als onze inschatting klopt dat door de autonome ontwikkeling in 2030 het niveau op 26µg/m3 ligt, dan zal het moment nog later zijn. Hoe houdt u daar rekening mee?

19.

109.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.59: “De maximale concentratiebijdragen zijn berekend langs de rand van het plangebied. Vanaf een afstand van 250m van de rand van het plangebied zijn de concentratiebijdragen aanzienlijk kleiner.” Daarbij gaat u eraan voorbij dat er 18.500 vervoersbewegingen zijn die zich buiten het plangebied begeven.

Berekend is de bijdrage van de bedrijven binnen het plangebied. Aanwezige vervoersbewegingen en autonome groei buiten het plangebied maken geen deel uit van de berekende projectbijdrage.

19.

110.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.61 Tabel: bijzonder dat bij een autonome ontwikkeling de concentratie stikstof volgens u op 23 µg/m3 ligt, en dat als daar de projectbijdrage van tussen de 6,2 en 7µg/m3 bijkomt u dan op 24 en 25 µg/m3 uitkomt. Wij hebben op de basisschool geleerd dat 23+7 gelijk is aan 30. En als onze logica klopt dat de autonome ontwikkeling niet op 23 maar op 26µg/m3 ligt, dan is de stikstofuitstoot in 2030 33µg/m3. Dat is 15% onder het niveau van nu, en daar haalt u de stikstofdoelen van 50% reductie in 2030 niet mee. Tel daar de extra uitstoot van de A58, de extra luchtvaartbewegingen en Groene kamer nog bij op. Gegarandeerd een depositietoename op de Natura 2000 gebieden.

De plek waar de hoogste achtergrondconcentratie is, is niet dezelfde plek als waar de toename in concentratie maximaal is. De hoogste achtergrondconcentratie is vlakbij de snelweg. De maximale toename in concentraties is direct naast het bedrijventerrein. Met de afstand nemen de concentraties exponentieel af. Daarom is ter hoogte van de snelweg, op het punt met de hoogste achtergrondconcentratie, de toename maar 2 microgram en niet 7 microgram.

19.

111.

Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.61 Tabel: bijzonder dat bij een autonome ontwikkeling de concentratie fijnstof PM10 op 18 µg/m3 ligt, en dat daar volgens u totaal niets bijkomt als Wijkevoort volledig in bedrijf is. Terwijl volgens de tabel op P.59 fijnstof PM10 wel degelijk toeneemt met 1,2-1,4µg/m3. Of is dat creatief rekenen?

De toenames in Tabel 4.20 zijn ten opzichte van de referentiesituatie. De in Tabel 4.22 gepresenteerde getallen zijn de waarden inclusief de afname als gevolg van autonome ontwikkeling én de projectbijdrage.

Ook bij de ontwikkeling van Wijkevoort blijft het gebied open voor recreanten om te fietsen, te wandelen. De gebieden die nu agrarisch in gebruik zijn, zullen in de toekomst in gebruik zijn als bedrijfskavels. In beide situaties zijn deze gebieden niet toegankelijk, wel verandert het aangezicht. De duikers kunnen gebruik blijven maken van het Wijckermeer. Daarnaast zal met de ontwikkeling van Wijkevoort ook het Wijckermeer toegankelijk worden gemaakt voor extensieve vormen van recreatie (Wijkevoort compact) of meer intensieve vormen (Wijkevoort verspreid). In de referentiesituatie blijft het gebied van het Wijckermeer ontoegankelijk (muv de duikers). Ook zullen rondom de bedrijfsclusters nieuwe wandel- en fietspaden worden aangelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731266/1